CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20210422 Notulen beraadslagende vergadering - middag

RAAD 21 april 2021, gemeente Amsterdam49.416 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

34

Jaar

2021

Vergaderdatum 22 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

gebied van de jeugdhulp en de middelen. Twee jaar geleden. En afgelopen 5 maart in de ministerraad werd er ‘njet’ gezegd: geen extra middelen voor de jeugdhulp. En de wethouder gaf aan dat zij deze vraag voor deze urgente problemen tijdens corona heeft neergelegd in Den Haag en geen antwoord kreeg. Geen antwoord. Wat zijn de prioriteiten van dit kabinet? Honderden miljoen voor Fieldlabs en testvakanties, maar geen geld voor onze kinderen en jongeren die in crisis verkeren. Dat is onverteerbaar. Daar moeten wij, als volksvertegenwoordigers, iets van vinden. Daarom dienen we hier met alle partijen van de raad, en het CDA als eerste indiener, een motie in om te zeggen: dit is onaanvaardbaar, we willen extra bedden, we willen geschoold personeel en we willen coördinatie. Want dit kan echt niet langer. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Warmerdam. De heer WARMERDAM: Toen de coronacrisis ruim een jaar geleden begon, waren we ontroerd door alle initiatieven die wij, Amsterdammers, ondernamen voor kwetsbare stadsgenoten. We deden dit samen. Nu blijkt dat we de allerkwetsbaarste Amsterdammers laten vallen. De zorg voor jongeren met ernstige psychische problemen is volledig vastgelopen. Kinderen van twaalf, dertien jaar met eetstoornissen, depressies, suïcidaliteit krijgen niet de hulp die ze nodig hebben. Voorzitter, we zouden dit samen doen.

Voor D66 is het onbegrijpelijk dat we kinderen die het hardst worden geraakt door de crisis niet hebben weten op te vangen. Tegen de wethouder, tegen mijn collega’s in de raad, zeg ik, laten we dit samen doen. Laten we vandaag van links tot rechts unaniem zeggen: het is onaanvaardbaar dat we deze kinderen niet helpen. Laten we keihard vechten om te zorgen dat dit systeem ook voor hen gaat werken. Dank u wel. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boomsma. De heer BOOMSMA: De coronacrisis laat natuurlijk verwoestende effecten achter in de hele stad, maar met name ook in de JeugdGGZ. Psychiaters luiden de noodklok. Sinds de zomervakantie is het aantal crisismeldingen bij jongeren met 60 procent toegenomen. Dit gaat om kinderen en jongeren met ernstige eetstoornissen of suïcidaliteit. Dat zijn buitengewoon verdrietige omstandigheden en situaties. Soms is daarbij een crisisopname nodig. Op dit moment heeft Amsterdam een beperkt aantal bedden. Mevrouw Grooten zei het al, we hebben er zeker vier extra nodig. Door die snelle stijging van het aantal noodgevallen door de coronacrisis komen we nu gewoon bedden te kort, waardoor jongeren dus ofwel niet kunnen worden opgenomen en de hulp krijgen die ze nodig hebben, ofwel ergens ver weg van huis wel kunnen worden opgenomen, maar dan ver van thuis en familie. Er zijn natuurlijk al jaren tekorten in de jeugdzorg.

Het college en de raad hebben daar inderdaad al herhaaldelijk aandacht voor gevraagd. Maar dit heeft nu echt ook nog te maken met de coronacrisis. Dat komt dus bovenop de bestaande financiële problemen daar. Het is een landelijk probleem, maar de verantwoordelijkheid ligt hier bij de gemeente. Er moet gewoon zo snel mogelijk een oplossing voor komen. Daarom dienen we inderdaad met steun van alle partijen in deze raad een motie in waarin we aangegeven dat we de situatie in de crisiszorg, de JeugdGGZ op dit moment onacceptabel vinden. En nogmaals, dertienjarigen in een acute crisis hebben gewoon hulp nodig. (De heer VAN SCHIJNDEL: Ik begrijp het helemaal en ik steun van harte dat hier iets moet gebeuren. Ik kijk naar uw motie. Maar kunt u niet ook iets zeggen over de vrijheidsbeperkende maatregelen en de gevolgen daarvan voor kinderen en voor kwetsbaren? En of er niet gezocht moet worden naar

35

Jaar

2021

Vergaderdatum 22 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

andere maatregelen die in deze pandemie meer geëigend zijn om de zaken beheersbaar te houden? Ja, voorzitter, ten aanzien van die hele fundamentele vragen over de aanpak van de coronacrisis heb ik heel veel vermoedens en ideeën, maar ik kan die niet allemaal onderbouwen. Uiteindelijk wil ik me hier nu richten op de dingen waar wij wel over gaan en waar we nu wel effect kunnen sorteren. Daarom roep ik nu met deze motie voor iets anders op. Namelijk, we willen dat het college in gesprek gaat met de minister om zo snel mogelijk een tijdelijke uitbreiding van het aantal crisisbedden te realiseren. Dat is nu prioriteit. Daarnaast vraagt dit om een landelijke inzet op scholing van extra personeel en de aanstelling van een landelijke coördinator. Die kan dan de verdeling van patiënten en de op- en afschaling coördineren. We vragen ook om dan samen met de minister te kijken naar de mogelijkheden om ambulante crisiszorg voor deze jongeren op korte termijn tijdelijk op te schalen, want we willen absoluut geen code zwart in de jeugdpsychiatrie. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Veldhuyzen die zijn laatste spreektijd wil gebruiken om ook nog een korte bijdrage op dit onderwerp te hebben. De heer VELDHUYZEN: Heel kort een vraag aan wethouder Kukenheim. Of zij iets kan zeggen over de nieuwe richtlijn voor de opvang die gisteren door het kabinet is geopend.

En in het bijzonder of zij iets kan vertellen wat dit betekent voor nietrechthebbenden in Amsterdam. Wellicht dat de burgemeester ook iets zou kunnen zeggen over de Fieldlabsevenementen, waarvan er ook een aantal in Amsterdam, volgens mij, plaatsvinden. Daar is natuurlijk nogal wat ophef over geweest. Ik ben benieuwd of de burgemeester daar wat over kan zeggen. Dat was hem, voorzitter. Dank u wel. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Kiliç. Mevrouw KILIÇ: Ik sluit me aan bij de woorden van mijn mede-raadsleden met betrekking tot de onhoudbare situatie, eigenlijk de crisis in de jeugdpsychiatrie. Een landelijke toename van crisismeldingen met dertig tot zestig procent in de JeugdGGZ is schrikbarend en vereist direct actie om nog erger en zelfs fatale gevolgen te voorkomen. Deze toename is natuurlijk niet alleen in Nederland en Amsterdam een probleem, maar zie je in heel veel landen en is gerelateerd aan de gevolgen van de coronacrisis. De crisis hakt er ook hier in de GGZ-zorg flink in. Voor de crisis hadden we al problemen in de JeugdGGZ, maar door corona is dit verergerd. Het heeft grote impact op het leven van jongeren. We zien nu complexere problematiek. Door de toename van aanmeldingen van jongeren met problemen neemt de wachttijd alleen maar toe.

De urgente problemen zijn dusdanig dat een directeur van een instelling voor gespecialiseerde jeugdhulp in Amsterdam aangeeft dat we op het randje van code zwart zitten. Daarnaast heeft een Amsterdamse instelling zelfs een melding bij de Inspectie gedaan, omdat de kwaliteit van de zorg onder druk komt te staan. Er moet snel iets gebeuren, willen we dat de toekomst van deze jongeren niet verder in gevaar komt, maar ook de toekomst van de JeugdGGZ. Met alleen financiële opschaling redden we het niet. Deze crisis vraagt een gezamenlijke en gecoördineerde inspanning en aanpak zoals verwoord in de motie die we samen met onder andere het CDA en GroenLinks hebben ingediend, want we hebben geen tijd te verliezen, voorzitter. Het is vijf voor twaalf. Dank u wel. De VOORZITTER: Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de raad. Er zijn in ieder geval een tweetal moties ingediend en een paar vragen ook nog gesteld.

36

Jaar

2021

Vergaderdatum 22 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: Ik zal mijn antwoord geven aan de hand van de vragen die er zijn gesteld. Dan begin ik met de heer Van Schijndel. De heer Van Schijndel voert deze discussie niet voor het eerst. Je zou wel kunnen zeggen dat eigenlijk al zijn vragen terug te voeren zijn op de zelfstandige positie die Amsterdam in zou kunnen nemen en ik in het bijzonder en de wijze waarop ik uitvoering geef aan mijn verantwoordelijkheid. Ik zou daar eigenlijk even op in willen gaan. En dan wel op twee punten die de heer Van Schijndel ook in de notitie heeft samengevat. Als eerste, differentiatie en lokaal maatwerk. En als tweede de ruimte voor alternatieven of aanvullend beleid. Als eerste. De heer Van Schijndel merkt terecht op dat ik alleen met het oog op heel bijzondere omstandigheden in individuele gevallen een ontheffing kan verlenen. Wet en wetgeschiedenis zijn hier echt heel duidelijk over: de bevoegdheid voor de burgemeester om ontheffingen te verlenen, is heel erg klein. Het gaat volgens de wetgeving om uniek maatwerk in incidentele, bijzondere omstandigheden. Ik kan dus niet met een ontheffing bijvoorbeeld niet reguliere exploitatie van Artis – hoe graag ik het misschien ook zou willen – of de horeca mogelijk maken. Die bevoegdheid is mij gewoon niet gegeven. Dan het tweede punt.

(De heer VAN SCHIJNDEL: Sorry, voorzitter, even een vraagje. U kunt niet een hele sector, zoals de horeca, even vrijgeven, dat is mij volstrekt duidelijk. Maar een bepaalde publieke plaats, zoals Artis, dat acht u ook niet mogelijk. Zie ik dat goed?) Nee, want dan gaat het om de reguliere exploitatie van Artis bij een instelling die in Nederland niet uniek is, hoe bijzonder we hem in Amsterdam ook vinden. Maar daarmee wordt landelijk een precedent geschapen, dat andere burgemeesters en voorzitters in grote problemen zou kunnen brengen en waardoor het ook niet meer in zijn soort uniek is. Dan de ruimte voor alternatief beleid. De taak voor het college om de totstandkoming en de continuïteit van de publieke gezondheidszorg te bevorderen – art. 2, lid 1 van de Wet publieke gezondheid – daar heeft u al vaak met mij over willen praten. Voor wat betreft een eigen koers varen als Amsterdam op basis van eigen selectie van wetenschappelijk onderzoek: wij werken samen met landelijke partners en vertrouwen op de afwegingen die de landelijke instituties maken op gedegen wetenschappelijk onderzoek. De heer Van Schijndel haalt een paar onderzoeken aan. Bij het RIVM worden al dit soort onderzoeken gecombineerd en van daaruit adviseert het OMT aan het kabinet.

Ik heb geen reden en ik heb ook niet de kennis om te twijfelen aan de wetenschappelijke onderbouwing en het gedegen onderzoek dat daar plaatsvindt. En ten overvloede – ik zeg het nog maar eens – Amsterdam is geen eiland, geen zelfstandige republiek. Wij maken deel uit van Nederland. We kunnen onze stadsgrenzen niet afsluiten, om maar een voorbeeld te noemen. Dus dit heeft onmiddellijk gevolgen voor alle omliggende gemeenten en leidt daarmee tot een waterbedeffect met niet te overziene gevolgen. (De heer VAN SCHIJNDEL: Voorzitter, het is mij volstrekt duidelijk dat Amsterdam niet eens even een heel eigen beleid kan gaan voeren in dit kleine hoogbevolkte land. Dat is wel zo duidelijk. Waar het om gaat, is dat er toch redelijke twijfel of sterke twijfel heerst over of het sinds maart vorig jaar ingezette coronabeleid – dat komt van medici, van het OMT en zo – juist is, of dat wel passend is. Of er voldoende is gekeken naar dus niet alleen maar afstand houden, de anderhalve meter, omdat te kleine

37

Jaar

2021

Vergaderdatum 22 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

druppeltjes in je keel kunnen vliegen of in je ogen. Maar bijvoorbeeld de fysieke situatie waarin je je bevindt, zoals een zaalDe VOORZITTER: Meneer Van Schijndel, een interruptie moet een beetje kort en krachtig zijn. (De heer VAN SCHIJNDEL: Dat is allemaal genegeerd. Allemaal genegeerd. En er zijn talloze wetenschappers in Nederland die daar te hoop tegen lopen.) De VOORZITTER: Meneer Van Schijndel, wat is uw vraag aan de burgemeester? (De heer VAN SCHIJNDEL: Ik vraag of de burgemeester gewoon op grond van art. 2 Wet publieke gezondheid niet tenminste verplicht is zelf deze wetenschappelijke informatie in te winnen om daardoor in staat te zijn richting het rijk aanpassingen in het beleid voor te stellen bijvoorbeeld.) Burgemeester HALSEMA: Laat ik u er alleen dit over zeggen. Vanzelfsprekend ben ik ook zeer geïnteresseerd in alle onderzoeken die er komen, de twijfel die er soms is over bepaalde uitkomsten van het OMT-overleg. Die worden eigenlijk altijd voorgelegd in het veiligheidsberaad. Die worden daar ook besproken. Daar is ook vaak de heer Van Dissel aanwezig. Dus het is niet zo dat wij helemaal geen invulling geven aan de verantwoordelijkheid om ons te informeren. Want daar heeft u gelijk in.

Alleen, wij kiezen nooit niet voor een koers van eigen wijsheid op basis van een incidenteel onderzoek, terwijl wetenschappers met goede argumenten toch dringend adviseren iets anders te doen. (De heer VAN SCHIJNDEL: Nee, Van Dissel is het gezicht van het OMT. Dat is duidelijk. En die zit bij dat veiligheidsberaad. Maar we hebben ook Roel Coutinho. Die heeft advies gegeven aan het stadsbestuur. Dat was in mei vorig jaar. En die rept van de bedompte ruimtes waar dus dat virus rondzweeft en dat je daar wat mee zou moeten doen. Dan is er Jaap Goudsmit, die dus allerlei ideeën heeft over hoe die vaccinatie nou moeten verlopen. En bijvoorbeeld of het eigenlijk wel zinnig is om echt jongeren te gaan vaccineren. Dan is mijn vraag, als daar zoveel afwijkende opvattingen over zijn bij zeer vooraanstaande wetenschappers – mensen van Harvard, van Stanford – waarom- Dan, als je daarin geïnteresseerd bent, dan ga je dat toch zelf uitzoeken? Daar is de GGD Amsterdam toch voor geëquipeerd als het goed is?) Kijk, volgens mij, kunnen we zeggen dat we vanaf het begin van de coronapandemie een wereldwijde, buitengewoon levendige wetenschappelijke discussie zien.

We kunnen ons er ook aan onttrekken dat er een behoorlijke wetenschappelijke consensus is, want Nederland wijkt ook bepaald niet af, niet van Amerika, niet van andere Europese landen, over het te voeren beleid op basis van wetenschappelijke uitkomsten. Het lijkt mij dat ik, als lekenbestuurder, mij toch voeg naar de wetenschappelijke consensus en daar niet een lekenstandpunt tegenover zet. De VOORZITTER: Ik wil de burgemeester vragen haar bijdrage in de eerste termijn af te ronden, inclusief het eventueel preadviseren van de moties. Dan is er daarna natuurlijk altijd nog ruimte voor een tweede termijn, kijk ik maar de raad even breed aan. Zou u u betoog willen afronden?

38

Jaar

2021

Vergaderdatum 22 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Burgemeester HALSEMA: Ja, ten aanzien van de burgerlijke ongehoorzaamheid, dat is bij Schuyt nooit een argument geweest voor afzijdigheid van de overheid. Uw vraag over het verstandig, zachtmoedig en redelijk tegemoet treden van demonstranten, dat is volgens mij precies wat we doen. En dat zullen we ook de komende tijd doen. U vroeg of ik weleens sprak met het kabinet bijvoorbeeld over de sluitingstijden horeca. Ja, men kent mijn zorgen over de handhavingsproblemen. Dan heeft u een motie ingediend. Daarover het volgende. Die ontraden wij. Wij zijn het met de overwegingen niet eens. Bijvoorbeeld overweging één tot en met drie. We twijfelen niet aan de juistheid van de adviezen van het rijk. Overweging vier, we willen niet dat kwetsbaren zich afzonderen zodat de rest van de samenleving door kan draaien. Overweging vijf, een eigen informatiepositie opbouwen richting rijk. Die hebben wij. Het dictum vraagt al het nodige te doen om medisch, economische, maatschappelijke- En richting het rijk een volwaardige gesprekspartner te zijn middels de G4. Dat zijn wij. Daarin hebben wij de motie niet nodig. We zijn het met de overwegingen oneens en wij zijn een volwaardige gesprekspartner. Dus ik ontraad de motie. Dan de opmerkingen over de jeugdpsychiatrie. Die gaan vanzelfsprekend naar mevrouw Kukenheim.

Ik zou tot slot alleen willen zeggen, vanuit Amsterdam, ook in mijn persoon, hebben wij natuurlijk een groot aantal keren aandacht gevraagd voor de penibele situatie waarin veel jongeren verkeren. En hebben wij bijvoorbeeld samen met de SER, de Raad voor de Volksgezondheid, maar ook bijvoorbeeld met de directeur OLVG, gevraagd om jongeren voorrang te geven bij de openstelling van de samenleving. De VOORZITTER: U bent klaar met uw bijdrage in de eerste termijn? Fijn. Dan kijk ik nog even of er aan het einde nog interrupties zijn. Dat is het geval bij mevrouw Van Pijpen. (Mevrouw VAN PIJPEN: Ik had nog een vraag gesteld ook specifiek aan de burgemeester over het demonstratierecht. Kan de burgemeester daar nog op ingaan?) Burgemeester HALSEMA: Ja, excuus, dat was ik vergeten. Vanzelfsprekend dient de ruimte binnen het demonstratierecht gelijke tred te houden met de verruimingen in de samenleving, want het gaat natuurlijk om een grondrecht. Daarom hebben wij ook de afgelopen tijd daar forse uitzonderingen op gemaakt ten aanzien van de andere vrijheidsbeperkende maatregelen. In Amsterdam kon je nog altijd met vijfhonderd mensen demonstreren. Het moet ook de komende tijd op een verantwoordde manier kunnen. Wij zullen daarbij telkens advies inwinnen van de GGD. En we zullen als driehoek dan kijken of wij stapsgewijs ook verder kunnen versoepelen.

De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Kukenheim. Wethouder KUKENHEIM: Een aantal openstaande vragen en dan zal ik eindigen met de motie. Een openstaande vraag over of de GGD behalve adviezen die beperkingen leggen op de vrijheid van mensen, hoe je dat ook opvat, ook andere type adviezen kan geven. Dat is zeker het geval. Dat gebeurt ook. U moet zich voorstellen dat zeker bijvoorbeeld- Denk aan instellingen van de VVT, de verzorgingstehuizen, de GGD heeft daar heel intensief contact op en neemt uitgebreid de tijd om met de instellingen plannen te maken over hoe zij het beste om kunnen gaan met hygiëne. Want met name die ingrepen en adviezen op

39

Jaar

2021

Vergaderdatum 22 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

het gebied van hygiëne zijn natuurlijk ook ontzettend belangrijk om verspreiding van het virus tegen te gaan. Dan heeft de burgemeester al iets gezegd over de consequentie, de gevolgen voor regels naar aanleiding van de vaccinatiecampagne. Daar mag duidelijk zijn dat we daarvoor echt de strategie of het beleid van het rijk volgen die zich daar op de wetenschap baseert. Ik kan me aansluiten bij de woorden van de burgemeester. Wij volgen nauwgezet het debat, ook het wetenschappelijke debat erover, voor zover je dat als leek natuurlijk goed kan doorgronden. De VOORZITTER: Sorry dat ik u onderbreek, maar nu krijgen we wel een beetje twee keer hetzelfde verhaal vanuit het college. Dus als u zich toespitstWethouder KUKENHEIM: Ja, maar het is een inleiding op een specifieke vraag die ik wil zeggen. Ik wil wel empathie uitspreken ook namens het college voor de vragen die het natuurlijk oproept op het moment dat er zulke belangrijke wijzigingen plaatsvinden in het vaccinatiebeleid. Dat heeft ook direct consequenties, voorzitter, natuurlijk voor de operatie van de GGD. Dat kunt u zich voorstellen. Wij zijn met een waanzinnige opschaling bezig. Op het moment dat er minder vaccins naar onze stad komen, ja, dan staan er gewoon mensen niks te doen. Dat is ontzettend jammer, want we willen zo snel mogelijk al onze bewoners gevaccineerd krijgen.

Kom ik via die route bij de vraag van de heer Van Schijndel: moeten dat ook de jonge mensen zijn? Ja, dat zijn ook de jonge mensen. Dat is het beleid, ook van het rijk. Daar wijken wij niet vanaf. Wij hebben daar eigenlijk ook geen aanleiding toe. Ik wil toch ook via u dan, voorzitter, ook benadrukken richting jonge mensen dat we ook helaas zien dat ook mensen onder de zestig ernstig ziek kunnen worden en daar ook heel erg lang natuurlijk last van kunnen krijgen. En mensen onder de zestig natuurlijk ook oudere mensen kunnen besmetten. Er zijn nog altijd veel oudere mensen die vanwege onderliggende ziektes bijvoorbeeld helemaal niet gevaccineerd kunnen worden. Dat is heel belangrijk om je te realiseren. Je vaccineert je niet alleen voor jezelf. Je vaccineert je voor de samenleving, voor andere kwetsbare mensen. En daarom roep ik nogmaals op aan iedereen om als dat wordt aangeboden ook vooral gebruik te gaan maken van dat vaccin. Ook al denk je dat je zelf sterk genoeg bent, doe het voor de anderen. Doe het voor de samenleving die open moet. Als ik daar, voorzitter, dan een vervolg aan geef. Dat is ook nog wel een zorg van het college: gaat iedereen van het recht om je te laten vaccineren, gebruik maken? Ik ga daar zeker hard aan werken.

De eerste maatregelen om echt tot in de haarvaten van Amsterdam via sleutelfiguren, via radioprogramma’s en mensen te overtuigen en informatie te geven, zijn we al begonnen. En ik zal ook over een week of twee met een uitgebreid actieplan op dat punt komen. (De heer VAN SCHIJNDEL: Kijk, voorzitter, natuurlijk zijn er mensen van boven de zestig die vanwege allerlei bijzondere aandoeningen zich niet kunnen laten vaccineren. Maar dat is een heel, heel klein groepje mensen, of relatief. Dan kan je toch niet de hele bevolking vereisen – of drang en dwang, met vaccinatiepaspoorten en wat niet al – om je te laten vaccineren? Dat moet je als overheid toch niet willen? Al die drang en dwang zal alleen maar mensen kopschuw maken. Wat denkt u daarvan, voorzitter?) Voorzitter, er is helemaal geen sprake van drang en dwang. Dat is echt onzin. Er is sprake van een recht. Ik roep iedereen op om van dat recht om je te vaccineren gebruik te maken. Het hoeft niet. Maar ik zeg, alsjeblieft, doe het. En als je het niet voor jezelf doet, doe het dan voor de samenleving, voor al die ondernemers die open willen, voor de

40

Jaar

2021

Vergaderdatum 22 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

kwetsbare mensen boven de zestig, maar ook onder de zestig. Het is zo belangrijk om die ziektes op die manier te bestrijden. Er is geen andere maatregel, behalve riolering, die meer een gezondheidsverschil heeft gemaakt in deze stad dan vaccinatiecampagnes. Ik kan dat niet vaak genoeg benadrukken, voorzitter. En ik wil echt dat mensen goed nadenken wat het betekent als je besluit niet van je recht gebruik te maken om je te vaccineren. Het gaat niet alleen om jezelf. Het gaat ook om anderen. (De heer VAN SCHIJNDEL: Ik moet hiertegen protesteren. Het wordt nu voorgesteld als dat het een soort egoïsme is en dat de overheid kan vergen, mensen erop wijzen dat ze van hun recht gebruik moeten maken om zich te vaccineren. Ik vind het totaal onliberaal. Dat kan gewoon niet.) Voorzitter, waarvan akte. Ik blijf bij mijn standpunt. Zoals u meent, zal ik dat echt nog met verve blijven uitdragen. Voorzitter, nog een aantal vragen gesteld. Over de vaccinatiecampagne heb ik het een en ander gezegd. Ik zou nog iets willen zeggen ten aanzien van de vaccinatie over restvaccins en wat daarmee gebeurt. Ik meen dat mevrouw Van Pijpen- De situatie in Nederland, voorzitter, is erg verschillend. De Amsterdamse GGD heeft bijna geen restjes, omdat we zo waanzinnig efficiënt werken. Dat heeft er ook mee te maken dat we in heel grote locaties werken. Dat verschilt best wel in den lande.

Er zijn ook gebieden in Nederland waar je met kleinere locaties werkt en daardoor ook meer restvaccins hebt en dan anders met die restvaccins omgaat. Dan heb je minder personeel op die locaties. En dan zorg je dat die restvaccins niet verloren gaan, maar naar kwetsbare mensen gaan. De GGD Amsterdam heeft bijna geen restvaccins. De restvaccins die ze hebben, eigenlijk volgens de afspraken die we gemaakt hebben, worden aan mensen, aan zorgmedewerkers gegeven, die heel nauw contact hebben ook met mensen die mogelijk COVID hebben. We zijn zeker ook bezig om nauw contact te houden met huisartsen om te kijken, kunnen daar ook nog andere groepen profijt van hebben. Maar ik wil eigenlijk niet een verwachting scheppen dat dit om tientallen aantallen gaat. Het gaat echt over nog niet eens een handvol, voorzitter, die we zo goed mogelijk proberen weg te zetten, want we willen natuurlijk dat er helemaal niks verspild wordt. Voorzitter, dan het laatste punt waar ik iets over kan zeggen. Dat gaat over de jeugd en de jongeren waar we – en dat heeft de burgemeester al ontzettend goed gezegd wat mij betreft – ons echt heel veel zorgen over maken. Je ziet dat gewoon in de cijfers: jongeren waarmee het voorheen eigenlijk hartstikke goed ging, krijgen het moeilijk. Jongeren die het eigenlijk al moeilijk hadden, raken in crisis. Dat zien we zeker.

Dat zien we niet alleen in het jongerenwerk, dat zien ouders thuis die naar hun kinderen kijken. En dat zien ook de professionals in de GGZ-klinieken. We hebben daarvoor hard aan de bel getrokken. We hebben daar zelf ook extra geld voor uitgetrokken. Dat geld is met name al besteed om ervoor te zorgen dat eigenlijk de groep die vlak voor crisis zit niet in crisis geraken. Dus dan moet u denken aan veel respijtzorg en extra ambulante ondersteuning. Maar we hebben echt in den brede meer inzet nodig. De motie zoals u die daarvoor heeft ingediend – dat is motie 230.21 – ligt ook zeker in die lijn. Dus ik kan die motie steunen. Daar wordt ook opgeroepen tot bedden. Ik denk dat dat bij uitstek ook echt iets is wat je landelijk moet organiseren. Je moet niet alleen in Amsterdam bedden vrij maken, want dan zal je zien, dan zijn die bedden heel snel gevuld. Dus daar moet je eigenlijk in het hele land wat mee. Maar het is ook goed om te beseffen dat dit dus wel in de context staat, voorzitter, van een jeugdzorg die enorm in de knel zit, al jaren structureel met wachtlijsten kampt. Op het moment dat je dan een crisis krijgt, ook in deze, zie je dat je ook echt nul marge hebt om die op een goede manier op te lossen. En dat is wat er nu gebeurt. Ik weet dat het bestuur van de VNG ook namens Amsterdam op dit moment met het rijk om tafel zit om te spreken

41

Jaar

2021

Vergaderdatum 22 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

over een extra bijdrage van het rijk aan deze problematiek. Ik weet nog niet wat er uit die gesprekken komt. Daar zal ik uiteraard heel kritisch naar kijken of ik dat genoeg vind, voldoende vind. Ik zal dat met u delen. En ik zal met u delen welke actie ik daarop zal ondernemen. Maar dat er iets moet komen, zowel incidenteel voor wat we nu zien, als structureel – want ik wil u nog even helpen herinneren aan de 1,7 miljard die is becijferd wat we te weinig hebben als gemeente voor jeugdhulp – dat is wat mij betreft heel erg duidelijk. Tot zover. De VOORZITTER: Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn. Dan kijk ik heel even of er behoefte is aan een tweede termijn. Ik begrijp van de heer Veldhuyzen dat zijn vraag nog niet beantwoord zou zijn. Maar ik zou ook niet zo snel weten welke dat is. Mevrouw Kukenheim, weet u dat toevallig? Wethouder KUKENHEIM: Sorry. De VOORZITTER: Ik begrijp van de heer Veldhuyzen dat hij nog een onbeantwoorde vraag heeft. Dus als u die misschien nog zou willen beantwoorden? Wethouder KUKENHEIM: Ja, sorry, die stond op de volgende bladzijde van mijn aantekeningenboekje. Dat is de vraag over een nieuwe richtlijn die uit mijn hoofd, zeg ik, gisteren is gepubliceerd door ministerie van VWS. Daarmee heb ik hem in hoofdlijnen in mijn hoofd. Ik ga hem zelf nog even goed bestuderen.

Hij komt erop neer dat de mensen die op 1 april gebruikmaakten van onze noodopvang dat tot 11 mei kunnen blijven doen. Daarna wordt de noodopvang afgebouwd. Tenzij het rijk natuurlijk eerder een andere beslissing neemt, zoals in het verleden nog weleens wilde gebeuren. Die afbouw duurt twee weken. Voor wat betreft de heel kwetsbare rechthebbenden, hebben we daar natuurlijk een systeem voor ingericht. Daar bent u over geïnformeerd. U vroeg nog in het bijzonder naar de niet-rechthebbenden. Daar is eigenlijk al eerder- Daarvoor geldt de richtlijn van het ministerie waarbij is gezegd dat ze geen toegang meer hebben tot de noodopvang. Wij hebben zelf plekken voor kwetsbare niet-rechthebbenden vrijgemaakt in de Transformatorweg. Dus daar geldt eigenlijk ons normale systeem. We hebben, mede naar aanleiding van een motie die u de vorige raadsvergadering heeft aangenomen, contact opgenomen met het rijk, ook uw wens nog eens uitgesproken en naar voren hebben gebracht. En ook aangegeven dat het in de uitvoering echt wel heel vraagt om constant aan de deur onderscheid te gaan maken tussen verschillende mensen. Dus dat dat lastig is in zo’n richtlijn. Maar in ieder geval voor nu, de mensen die 1 april gebruikmaken van de noodopvang kunnen dat tot 11 mei blijven doen. Daarna is er sprake van afbouw. De VOORZITTER: Ik kijk of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is het geval.

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Schijndel. De heer VAN SCHIJNDEL: Ja, het moet mij van het hart dat ik het moeilijk vind om telkens te horen te krijgen van ja, er is toch die wetenschappelijke consensus. Het lijkt de klimaatdiscussie wel. Er is in Nederland geen wetenschappelijke consensus. Wereldwijd is die er al helemaal niet. Kijk naar Zweden. Een totaal andere aanpak dan Nederland bijvoorbeeld. In de Verenigde Staten zijn er heel grote verschillen in hun aanpak tussen de verschillende deelstaten. Dat geldt zelfs in Duitsland. Wat erachter zit, is dat dus de manier waarop je besmet raakt en heel erg ziek kan worden, dat daar ongelofelijk verschillend over wordt gedacht door heel vooraanstaande wetenschappers van de aller-, allerbeste

42

Jaar

2021

Vergaderdatum 22 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

universiteiten van Oxford en Cambridge en Stanford en ga maar door. Dan is het toch eigenlijk fout om dat maar weg te wuiven en gewoon maar te blijven herhalen: er is wetenschappelijke consensus; er is wetenschappelijke consensus? Dat is er gewoon niet. Wat er wel is, is de verplichting van het college om de belangen van de stad, samen met andere grote steden, te behartigen bij het rijk en aan de bel te trekken als de vrijheidsbenemende maatregelen – dat is de bad rock eigenlijk van het Nederlandse beleid: de anderhalve meter, enzovoort – elders enorme schade, psychologische schade, economische schade – en economische schade heeft weer psychologische schade – teweegbrengen. Dus vraag aan de burgemeester: wat is er nou tegen gewoon kennis vergaren op een systematische manier? Waarom niet Marcel Levi, Coutinho, Jaap Goudsmit vragen, Albért Hofman en Harvard om u te begeleiden, om de diversiteit in wetenschappelijke opvattingen die goed is voor het maken van beleid ook in Nederland gestalte te geven? Waarom doet u dat nou niet? De VOORZITTER: Dat was het einde van uw bijdrage in de tweede termijn. Ik kijk heel even naar de raad of er behoefte is ook voor een korte termijn. Dat is, volgens mij, bij mevrouw Van Pijpen het geval. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Van Pijpen.

Mevrouw VAN PIJPEN: Ik wil eigenlijk het applaus wat ik hier voor het scherm gaf over de opmerking van de wethouder over het vaccineren en het belang daarvan wil ik eigenlijk ook hier nog even mondeling doen. Veel dank daarvoor, want dat is denk ik heel erg hard nodig. Ten tweede, ook ten aanzien van de noodopvang. Wij komen daar ook graag volgende week in de commissie nog verder over te spreken. Dank u wel. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: Laat ik ook maar even gezegd hebben hoezeer en intens ik het met de wethouder eens was, alhoewel dat vanzelf spreekt, want we spreken met één mond. Ten aanzien van de heer Van Schijndel. Meneer Van Schijndel, we trekken aan de bel. We hebben dat laatst nog publiekelijk gedaan door als G4 te pleiten voor versnelde opening van de terrassen. We voeren regelmatig overleg. Wat betreft het ons informeren. Dat doen wij met grote regelmaat. Misschien kan ik u er ook nog op wijzen dat er vorig jaar juni al een boekje is verschenen onder redactie van Alexander Rinnooy Kan waarbij ik zelf ook een van de bedenkers ervan was, waar onder andere Marcel Levi en anderen aan mee hebben gewerkt. Dat heet ‘Na de quarantaine’, waarbij wij nadenken over de toekomst na COVID. De VOORZITTER: Dan zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde van zowel de raad als het college.

Daarmee zou ik dit agendapunt willen afronden. De discussie wordt gesloten.

29. Kennisnemen van de brief aan colleges inzake Brandweer Amsterdam Amstelland. Nr. VN2021-009397

43

Jaar

2021

Vergaderdatum 22 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 43° Motie van het lid Khan inzake handhaaf de ambitie om de 24-uursdienst uitzondering te maken. nr. 291.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: De ambitie om de 24-uursdiensten uitzondering in plaats van regel te maken te handhaven. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 44° Motie van het lid Khan inzake onderzoek naar het uitvoeren van een psychologische autopsie, nr. 292.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Te onderzoeken of een psychologische autopsie uitgevoerd kan worden naar voornoemde zaak en hierover te rapporteren aan de raad. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Khan. De heer KHAN: Afgelopen maandag kregen we de beantwoording van onze schriftelijke vragen over de brandweer. Waarvoor dank. Maar het heeft me wel met meer vragen achtergelaten. Ik merk namelijk ook dat sommige vragen onvolledig of zeer summier, dan wel vaag zijn beantwoord, waardoor ik nu eigenlijk niet precies begrijp wat er nu eigenlijk gaande is. We bezitten als raad toch niet over veel mogelijkheden om goed zicht te krijgen, omdat we geen relatie hebben tot de korpsleiding. Dus we zijn afhankelijk van de informatievoorziening door het college, dan wel het veiligheidsbestuur.

Maar daarvoor moet wel sprake zijn van volledige en duidelijke beantwoording. Ik zal een paar voorbeelden noemen. Ik begin met de 24-uursdiensten. De oorspronkelijke ambitie was om van de 24uursdiensten uitzondering te maken in plaats van regel. Maar we hebben in de verschillende media kennis kunnen nemen dat de korpsleiding zei dat ze van de 24-uursdiensten helemaal geen uitzondering willen maken. Dat is voor mij aanleiding om de vraag te stellen: is het nog wel de ambitie om de 24-uursdiensten uitzondering in plaats van regel te maken? In de beantwoording wordt dat niet bevestigd, ook niet ontkend. Dus het is mij helemaal niet duidelijk of die ambitie nog bestaat. Maar ja, ik kan die beantwoording gewoon niet goed plaatsen. De burgemeester zegt in de beantwoording, die ambitie om de 24-uursdienst uitzondering te maken, kwam door de vorige korpsleiding. Ik haal daaruit dat de burgemeester de ambitie dus heeft losgelaten. Klopt mijn interpretatie? Anders hoop ik dat de burgemeester daarover duidelijkheid kan verschaffen. Want ik wil vooropstellen dat de fractie van DENK het belangrijk vindt om zoveel mogelijk af te stappen van die 24uursdiensten. Dus die oorspronkelijke ambitie is goed. Die willen we heel graag behouden. Ik heb dus een motie ingediend. Ja, aan de hand van de reactie van de burgemeester weet ik of ik die in moet trekken of niet.

44

Jaar

2021

Vergaderdatum 22 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Ja, dan terug naar de beantwoording van de schriftelijke vragen. Ook met betrekking tot het diversiteitsvraagstuk is de beantwoording niet helemaal volledig en niet duidelijk. Bijvoorbeeld, ik vraag of de werkgroep Diversiteit en Inclusie nog bestaat, of deze nog activiteiten uitvoert, of er al een nieuw team is opgericht. De burgemeester reageert: er loopt nog steeds een Programma diversiteit en inclusie. Maar dat is niet echt een antwoord op mijn vraag, voorzitter. Ik vraag immers niet over het bestaan van het programma, maar de werkgroep. En de context waarin ik deze vragen stel, is significant. De voorzitter van de werkgroep Diversiteit en Inclusie was al afgelopen jaar opgestapt, omdat er volgens hem te veel weerstand was vanuit de brandweerorganisatie. En dat de korpsleiding de Agenda diversiteit onvoldoende zou prioriteren. Het was deze werkgroep die dus fungeerde als een soort aanjager om diversiteit en inclusie te bespreken. Daarom ben ik nog steeds benieuwd of een dergelijke werkgroep bestaat of niet. Ja, voorzitter, nog een laatste punt dan. Die heeft betrekking op de ontzettend tragische gebeurtenis eind 2019, waarbij een brandweerman van Turkse komaf zijn eigen leven nam. Ook daar kan ik de beantwoording niet goed volgen. De burgemeester erkent ten eerste dat deze meneer werd gepest. Vervolgens vraag ik, op grond waarvan werd hij gepest.

En dan zegt de burgemeester: daar kunnen we niet op reageren, want het is privacy. Maar waarom is er bij deze zaak wel privacy? Omdat bij een andere vraag, bij een ander incident, ik eigenlijk dezelfde vraag stelde ‘ is er sprake geweest van discriminatie en wat voor’ en daarin erkent de burgemeester dat er sprake is van seksisme. Beide gaan over gedocumenteerd pestgedrag op de werkvloer. Dus hoe kan het bij de ene wel leiden tot beantwoording en bij de andere niet? En specifiek op deze casus: kijk, de vraag die ik stelde is echt relevant. Want er gaan berichten rond dat er een relatie zou zijn tussen het pesten en de zelfdoding. Dat wordt gesuggereerd door de voormalige brandweercommandant. Deelt de burgemeester dat deze signalen van zeer goed ingevoerde bronnen serieus onderzocht moeten worden? Deelt zij ook het feit dat een rechercheonderzoek eigenlijk pestgedrag niet onderzoekt, noch over de expertise beschikt. Dus een rechercheonderzoek geeft geen compleet daarvan. En deelt zij, tenslotte, het standpunt dat we moeten uitsluiten dat er een relatie zou bestaan tussen het pesten en de tragische gebeurtenis? Voorzitter, als het antwoord op deze vragen ‘ja’ is, dan kunnen we kijken naar een psychologische autopsie. Dat is een gangbare methode sinds de jaren ’50.

In de afgelopen jaren hebben we gezien dat er heel veel hoogleraren en deskundigen eigenlijk standaard willen pleiten voor een psychologische autopsie bij zelfdoding. Want op basis daarvan kan een goede psychologische reconstructie gemaakt worden, een psychologisch profiel van de persoon en de omgeving. Ik denk dat dit ook het antwoord zou kunnen geven op de vragen die ik eerder gesteld heb. Daarover hebben we ook een motie ingediend. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER: Dan gaan we door naar de volgende spreker, dat is de heer Flentge van de SP. Meneer Flentge, bent u daar, of niet? Volgens mij, is de heer Flentge niet aanwezig. Er zijn verder geen sprekers die het woord hebben gevraagd. Dus dan zou ik graag de burgemeester het woord willen geven om te reageren op de heer Khan en de ingediende moties. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: Laat ik als eerste zeggen. De heer Khan zegt geen zicht te hebben op het functioneren van de brandweer. Volgens mij, staat de brandweercommandant al heel lang gereed om een technische sessie aan de raad te

45

Jaar

2021

Vergaderdatum 22 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

geven, heeft ook al meerdere keren aangegeven dat graag te willen en het is aan de commissie AZ om dat mogelijk te maken. Dus ik zou zeggen, als u behoefte om rechtstreeks met de commandant te praten, dan kan dat. De stelling dat de 24-uursdiensten eerder uitzondering moeten worden dan regel is inderdaad een uitspraak van de vorige commandant. Die is niet in de dezelfde mate overgenomen door de huidige commandant, omdat namelijk de 24-uursdienst een middel is om een anderen cultuur te bewerkstelligen. Waar deze commandant zich aan verbindt, dat is om die andere cultuur te forceren. Ik moet u wel zeggen, dat dat behoorlijk goed gaat sinds er een nieuwe leiding is aangetreden. Er wordt niet meer geprocedeerd, er wordt gesproken. Er is een nieuwe ondernemingsraad aangetreden met nieuwe leden waarmee de verstarring is opgehouden en men met elkaar in overleg is om te zorgen dat de cultuur bij de brandweer wordt doorbroken. Daarbij is het wel van belang dat de 24-uursdienst geen vanzelfsprekendheid meer is en daar worden ook stappen in gezet. Ik ontraad uw motie op dit moment. En ik zou u willen adviseren om eerst een technische sessie te hebben met de brandweercommandant. (De heer KHAN: Ik begrijp in deze niet waarom eigenlijk verwezen wordt naar de korpsleiding, want het is toch de- Of het veiligheidsbestuur, dat die ambitie uitspreekt.

In de bestuurlijke reactie was het ook opgenomen als ambitie van het veiligheidsbestuur. Dus ik begrijp nu niet waarom dan de burgemeester verwijst, ja, de huidige korpsleiding denkt er anders over. Maar dat is toch een ambitie die de burgemeester uitspreekt in de vorm, in de hoedanigheid van het veiligheidsbestuur?) Mijn verantwoordelijkheid en mijn ambitie gaat erover dat de Amsterdamse brandweer een open cultuur heeft, dat er geen seksisme en racisme plaatsvindt, dat de brandweer professioneel opereert en zeer verantwoordelijk is. Daarom heb ik het noodzakelijk gevonden direct na mijn aantreden voormalig opperbevelhebber Van Uhm te vragen om onderzoek te doen naar de situatie bij de brandweer. Zijn rapport was niet mals. Dat heeft in stappen ertoe geleid dat er een nieuwe leiding is aangetreden bij de brandweer, dat er een nieuwe OR is aangetreden en dat stapsgewijs de verhouding bij de brandweer aan het verbeteren zijn. De middelen die daartoe door de commandant worden gebruikt, daar praat ik met hem over. Daarover ben ik graag bereid verantwoording af te leggen, zoals ik dat net heb gedaan. Maar nogmaals, de 24-uursdienst is geen doel op zichzelf. Het is een middel om te zorgen dat de cultuur verandert. De cultuur is bezig te veranderen bij de brandweer. Dan uw tweede motie. (De heer KHAN: Maar dat is toch geen duidelijk antwoord? Laat me het dan anders stellen.

Is het de ambitie van de burgemeester in de hoedanigheid van het veiligheidsbestuur om de 24-uursdiensten uitzondering te maken in plaats van regel? Is dat haar ambitie? En niet van de korpsleiding.) Het is mijn ambitie met de korpsleiding om te zorgen dat het aantal 24-uursdiensten geleidelijk verminderd. Daar zit wel een probleem in planning en in schema’s voor de brandweer zelf. Er zit ook een probleem in financiering ervan. En nogmaals, het is een middel en geen doel op zichzelf. Het probleem bij de 24-uursdienst was dat ze gepaard gingen met een gesloten cultuur waarin brandweerlieden teveel op elkaar of met elkaar zaten en te weinig variatie mogelijk was. Dat moet gecorrigeerd worden. Dat is de huidige korpsleiding aan het corrigeren. En dat is mijn antwoord. (De heer KHAN: Maar ik ben dan wel benieuwd. De burgemeester reflecteert op de onderzoeken uit 2011, waaruit de transitieovereenkomst voortkwam, waarin heel erg duidelijk werd aangekaart dat de kern van de

46

Jaar

2021

Vergaderdatum 22 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

problemen de 24-uursdiensten zijn. Want er ontstaan meer problemen dan alleen maar discriminatie. Het gaat ook bijvoorbeeld om binding in de organisatie. Het beperkt aantal dagen zorgt er soms voor dat sommige werknemers hun manager twee maanden lang niet zien. Dus er zijn een hele reeks van problemen die daaruit ontstaan. Ik ben echt benieuwd naar de reactie of misschien een reflectie van de burgemeester daarop. Want ja, al deze punten, benoemd uit het onderzoek van 2011, vindt zij dat die nu niet meer bestaan of een rol spelen? En excuses voor de lange interruptie.) Zoals u weet vinden 24-uursdiensten in het hele land plaats. Toch is daar geen aanleiding geweest om zulke vraagtekens te stellen bij de cultuur van de brandweer als in Amsterdam. Dus ze spelen een rol, maar niet de enige. En er is nooit een streefcijfer gesteld. Het werken in een ander rooster, zeg ik nog maar eens, is geen doel op zich. Wel zal het in de toekomst vaker voorkomen dat medewerkers in andere roosters werken. Het zal niet meer vanzelfsprekend zijn dat de hele werkzame periode bij de brandweer er alleen in 24-uursdiensten wordt gewerkt. Kijk, en laat ik u er nog één ding over zeggen. De afgelopen jaren is er hard op de trom geslagen over de problemen bij de brandweer en is er ook veel rumoer geweest, vaak met het herhalen van incidenten die over een veel langere periode liepen. Vaak al vanaf 2002.

Dat heeft niet geleid tot een wezenlijke verandering in de omgangsvormen en in de cultuur bij de brandweer. Sterker, het heeft geleid tot een enorme hoeveelheid procedures die meestal zijn verloren door de leiding, door verstarring in de omgangsvormen, door een ruzieachtige situatie. En ik heb daarop ingegrepen na advies van opperbevelhebber Van Uhm, voormalig opperbevelhebber, en dat heeft geleid tot het geleidelijk veranderen van de verhoudingen bij de brandweer. Ik ben daar zeer tevreden over, over de veranderingen die er nu plaatsvinden, want dat was namelijk niet meer mogelijk. Er werd eigenlijk alleen nog maar ruzie gemaakt. En dat is niet de wijze waarop ik vind dat de brandweer moet worden aangestuurd. Dan uw tweede motie. U baseert zich voor die motie op een uitspraak in de publiciteit van de voormalige brandweercommandant, die niet de leiding had op het moment dat dit tragische incident plaatsvond. Er is onafhankelijk onderzoek gedaan. Ik wil verder niet met u in de openbaarheid praten over de tragische omstandigheden van deze zelfmoord. Het verbaast me ook – we hebben deze discussie ook gehad naar aanleiding van mevrouw Ait-Taleb – dat u situaties waar de rechtstreeks betrokkenen zich niet over kunnen uiten in een raad, waarbij ook de betrokken brandweerlieden zich niet kunnen uiten in een raad, zo frontaal in een publiek debat bespreekt.

Ik vind het ronduit onbehoorlijk, zeker waar het om zulke grote emoties gaat. Er is onafhankelijk onderzoek gedaan en ik ontraad uw motie. De VOORZITTER: Goed, dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn. Kijk ik nog even of er heel eventueel nog behoefte is aan een tweede termijn. Ik wacht heel even. Er is een punt van orde. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Khan voor een punt van orde. De heer KHAN: Mijn tweede vraag over diversiteit is nog niet beantwoord. De VOORZITTER: Dus u heeft nog een openstaande vraag over diversiteit? Ik ga even kijken of de burgemeesterBurgemeester HALSEMA: Er loopt een programma rond diversiteit. Dat is voor mij ook buitengewoon belangrijk. Zoals u wellicht weet, heeft de korpsleiding net streefcijfers

47

Jaar

2021

Vergaderdatum 22 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

publiek gemaakt die ambitieus zijn. En die ook met, laten we zeggen, de heel geringe uitstroom die er op dit moment is, behoorlijk lastig zijn om na te komen. Het is een buitengewoon aangelegen onderwerp. De afgelopen jaren heeft er wat mij betreft onvoldoende verandering plaatsgevonden. Dat is ook voor de huidige korpsleiding zeer aangelegen. De VOORZITTER: Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van dit agendapunt. Ik kijk nog even of er behoefte is aan een tweede termijn. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Khan. De heer KHAN: Ja, voorzitter, graag nog een aantal opmerkingen. Kijk, als het gaat om die 24-uursdiensten, ja, de burgemeester reageert nu op precies dezelfde manier zoals in de schriftelijke vragen. Ik begon mijn bijdrage door te zeggen, ja, we willen als raad meer zicht krijgen. En dan krijgen we dezelfde beantwoording als die we afgelopen maandag hebben gekregen bij de beantwoording van de schriftelijke vragen. Het is mij nu niet veel helderder geworden. Maar goed, het voorstel om in gesprek te gaan met de brandweer had ik, volgens mij, al bij de commissie van mijn kant al aangenomen. En er zou ook nog een besloten sessie komen over het tragische incident. Ik hoor ook graag wanneer we die kunnen verwachten. Ik heb daar ook, volgens mij, nog niks over ontvangen. En dan ook ten aanzien van de vorige korpsleiding.

Ik vind wel dat de burgemeester wel een volledig beeld moet schetsen. Kijk, er was sprake van een harde aanpak. Dat was ook de opdracht. Maar tegelijkertijd zagen we ook dat het ziekteverzuim enorm was afgenomen. We kunnen ook nog de vraag stellen: er wordt nu diversiteit- Ongewenst gedrag wordt besproken. Maar dat zou ook gelinkt kunnen zijn aan de aanpak die toen was ingezet. Dus het is wel belangrijk als we een volledig beeld geschetst krijgen over de bijdrage van de vorige korpsleiding. En tenslotte nog ten aanzien van de motie over psychologische autopsie. De burgemeester verwijst naar onafhankelijk onderzoek. In de schriftelijke vragen zegt het college, daar kunnen we niet verder over uitweiden. Nou goed, dat doe ik ook niet. Ik vraag het alleen maar om dit te laten onderzoeken. Dus ik snap dan even niet waarom dat zou moeten wringen met privacy: een onderzoeksmotie om te kijken of een dergelijk onderzoek van meerwaarde zou kunnen zijn. Misschien dat de burgemeester daarop kan antwoorden. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: Naar aanleiding van het incident heeft er een onafhankelijk onderzoek plaatsgevonden. Daaruit kwam dat er geen enkele aanleiding was voor extra onderzoek. Er is de raad niet toegezegd dat er een besloten sessie zou zijn over dit tragische incident. Dat zou mij ook echt zeer verbazen.

Wel zou er een technische sessie zijn met de brandweercommandant over hoe het bij de brandweer gaat. Het lijkt me ook heel erg goed om dan te praten over bijvoorbeeld de verzuimcijfers, dat lijkt mij verstandig, over het diversiteitsprogramma en over de 24-uursdiensten. De VOORZITTER: Dan zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn en daarmee aan de behandeling van dit onderwerp. Dan gaan we door naar het volgende onderwerp. Dat betreft agendapunt 30. Heeft meneer Khan nog een interruptie op de burgemeester? Gaat uw gang.

48

Jaar

2021

Vergaderdatum 22 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

De heer KHAN: Niet per se een interruptie. Het is meer een vraag die nog open is blijven staan. De VOORZITTER: Kunt u nog even specifiek benoemen op welke vraag u nog een antwoord zou willen hebben. De heer KHAN: Ja, dat zou kunnen. Dat ging om die motie. Ik zei, ja, die motie is slechts een onderzoeksmotie om te kijken, is het haalbaar of niet. Dat hoeft toch niet per se te botsen met privacy met betrekking tot deze zaak, waar wij ook heel veel waarde aan hechten. Burgemeester HALSEMA: Volgens mij, heb ik u daar antwoord op gegeven. Er heeft onafhankelijk onderzoek plaatsgevonden. Daaruit kwam dat er geen enkele aanleiding is voor verder onderzoek. Dus ontraad ik uw motie. Want ik begrijp niet waarom u opnieuw onderzoek wil gaan doen als er al onafhankelijk onderzoek is gedaan. De VOORZITTER: Dan zijn we nu wel echt aan het einde gekomen van deze tweede termijn en daarmee ook aan het einde van dit onderwerp. Dan ronden we dit onderwerp af en gaan we door naar het volgende onderwerp. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER schorst de vergadering enkele minuten. De VOORZITTER heropent de vergadering.

30. Kennisnemen van het Onderzoek Energiearmoede in Amsterdam. Nr. VN2021009683 De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 45° nr. 231.21.

Motie van de leden Kuiper en Kreuger inzake van enkel naar dubbel glas,

Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Met corporaties afspraken te maken over een concreet aantal woningen waarbij nog dit jaar het enkel glas vervangen wordt door dubbel glas. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 46° Motie van de leden Heinhuis, De Graaff, Schreuders, Khan en Veldhuyzen inzake energiecoaches proactief inzetten tegen energiearmoede, nr. 238.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders:

49

Jaar

2021

Vergaderdatum 22 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

-

-

R

Te onderzoeken of energiecoaches een proactieve rol kunnen gaan nemen in het benaderen van bewoners die in een gebied wonen waar veel energiearmoede voorkomt; Waarbij concreet bedoeld wordt dat zij langs de deuren gaan om bewoners uit te leggen welke maatregelen voor hen mogelijk zijn om energie te besparen.

De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 47° Motie van het lid Van Lammeren inzake het Onderzoek Energiearmoede in Amsterdam (maak verhouding tussen isolatie en warmtenetten bij labelstappen inzichtelijk), nr. 271.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - Inzichtelijk te maken hoeveel labelstappen de corporaties verwachten te realiseren middels isolatie en hoeveel middels het aansluiten van woningen op stadswarmte (of anderzijds) en dit te delen met de raad; - inzichtelijk te maken hoe die verhouding is geweest (bij de tot nu toe gerealiseerde energielabels) en dit te delen met de raad; - een toelichting te geven waarom er is gekozen om meer van de ‘Duurzaam Herstel- gelden’ toe te wijzen aan warmtenetten dan aan woningisolatie. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 48° Motie van de leden Kreuger en Kuiper inzake de Energiearmoede in Amsterdam (Amsterdam enkelglas-vrij), nr. 294.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Een plan van aanpak op te stellen om streven naar een enkelglas-vrij Amsterdam. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Kreuger. De heer KREUGER: Energiearmoede, oftewel mensen die hun energierekening niet kunnen betalen.

Dit college zegt zich te bekommeren om deze mensen, maar tegelijkertijd kiezen zij er ook voor om deze mensen middels een energietransitie naar de financiële afgrond te begeleiden. Denk aan het aardgasvrij maken van huizen, windturbines bouwen, zonneparken aanleggen. Het lijkt de energierekening misschien ten goede te komen, maar waar de ene rekening omlaag gaat, gaat de andere omhoog. Dat waterbedeffect wil JA21 juist niet. Het is vestzak-broekzak. Wij hebben al eerder een heel breed isolatieplan voorgesteld, waarbij je op een heel efficiënte manier niet alleen de energiearmoede kan bestrijden, maar ook tevens de CO 2 kan besparen, wat ook een heel belangrijke doelstelling is voor dit college. Maar wat dit college doet, is telkens een verkeerde keuze maken. Er wordt iedere keer gekozen voor het helemaal door-isoleren middels aardgasvrij. Daar zijn ook al die proeftuinen nu op dit moment mee bezig. Terwijl

50

Jaar

2021

Vergaderdatum 22 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

je veel beter ervoor kan zorgen dat je kijkt van hoe je twee vliegen of misschien wel drie vliegen in één klap kan slaan. We gaan het gewoon nog een keer proberen. Dus ik heb nu alleen maar het enkel glas uit mijn vorige motie gehaald. Dit ga ik nu hier opnieuw indienen. Ik wilde in het begin een termijn daaraan vastmaken, maar ik kwam erachter dat er dus echt heel veel huizen zijn met enkel glas. Dat gaat echt om honderdduizend woningen in Amsterdam. Er hoeft wat mij betreft ook geen verplichting bij te zitten. Als mensen een oud huis hebben en ze willen het huis gewoon lekker oud laten en er enkel glas in laten zitten, nou, dan mag dat van mij. Maar ik denk dat dit gewoon een heel mooi streven is om in ieder geval gewoon die korte klappen te maken: de mensen te helpen met een lagere energierekening krijgen en tegelijkertijd, als het college dat belangrijk vindt, ook nog CO 2 te besparen. (De heer GROEN: Ik was benieuwd of de heer Kreuger van JA21 het met GroenLinks eens is dat energiearmoede eerst en vooraleerst een armoedeprobleem is.) Ja, dat is een armoedeprobleem. Het zou ook eigenlijk heel logisch zijn als ook een groot gedeelte van het budget wat nodig is om naar een multipliereffect – noemen jullie dat geloof ik altijd – om dat vanuit het armoedegeld te betalen. Wat mij betreft kan er ook gewoon een gedeelte van het Klimaatfonds ook gewoon overgeheveld worden.

De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw De Graaff. Mevrouw DE GRAAFF: Ja, helaas dus een beetje weinig spreektijd. Wel een heel belangrijk onderwerp. We hopen met de motie, die we samen met de PvdA en nog andere partijen hebben ingediend, in ieder geval de energiearmoede actiever te kunnen aanpakken. Wat we voorstellen is eigenlijk de schrijnendste gevallen met energiearmoede door middel van energiecoaches gerichter en proactiever te bereiken. Daar hebben we nog een aanvullende vraag over aan de wethouder. De effectiviteit van die energiecoaches is iets wat natuurlijk belangrijk is en of daarnaar gekeken kan worden. En of in de wijken waar het misschien minder effectief is, naast advies, meer aandacht op implementatie gericht kan worden. Dus dat is voor nu in verband met de tijd even mijn vraag. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Kuiper. Mevrouw KUIPER: Eigenlijk ga ik zo meteen een historisch- Of u, een historisch moment meemaken. Nooit geweten dat ik samen met de Kreuger nog eens samen optrek op het gebied van CO2 verminderen. Dus dat is best wel uniek. De energielasten voor mensen zijn soms enorm. Uit onderzoek is gebleken dat tussen 2017 en 2019 juist de mensen aan de onderkant van de inkomensschalen – dus degenen die ook gebruikmaken van huurtoeslag – hier een grote slag moeten leveren.

Die bijdrage die zij moeten betalen voor de energielasten zijn steeds hoger aan het worden. Dus er moet wat gebeuren. En hoe mooi is het om dan samen met de heer Kreuger dat in te zien en te bedenken dat je daarmee ook de CO2 vermindert. Gisteren hoorde ik nog een heel kritisch verhaal over CO2, maar ik denk dat we elkaar tot hier en op dit punt wel kunnen vinden, want het gaat over energielasten voor mensen in armoedige wijken – ik noem het maar even zo – de wijken waar veel corporatiewoningen staan die heel slecht zijn. Noord is genoemd, West en Zuidoost. Ik denk dat het nodig is om dit ook met twee moties te bekrachtigen. Een motie gaat over het corporaties dwingen om afspraken te maken, de wethouder te vragen afspraken te maken met corporaties om concreet aan te geven een aantal woningen die van enkel naar dubbel glas moeten. Ik dank u wel, voorzitter.

51

Jaar

2021

Vergaderdatum 22 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Groen. De heer GROEN: Ik had nog een interruptie voor mevrouw Kuiper, maar ik doe mijn betoog wel. Ik kwam wat laat binnen bij u, zie ik. De VOORZITTER: Dat ziet u niet, mevrouw Kuiper is er nog. Er zit een beetje vertraging in de lijn en soms enige onoplettendheid bij mij als voorzitter, want het is dubbel in de gaten houden nu. Gaat uw gang voor een interruptie op mevrouw Kuiper. (De heer GROEN: Ja, want mevrouw Kuiper versprak zich, heel veelzeggend. Ze zei dat de wethouder corporaties moet dwingen dingen te doen. Maar hoe denkt ze dat het college dat kan?) Mevrouw KUIPER: Excuus voor die verspreking. Ik denk dat het een kwestie is van in onderling overleg elkaar heel duidelijk maken dat het echt nodig is en dat er stappen gezet dienen te worden. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Groen. De heer GROEN: Voorzitter, energiearmoede is een probleem waar GroenLinks regelmatig aandacht voor vraagt. Met schriftelijke vragen deze periode, initiatiefvoorstellen vorige periode en de vorige periode ook een motie om de ondersteuning voor huurders door WOON! bij isolatie uit te breiden naar buiten de ring. Dat is inmiddels geïmplementeerd. Maar als we dit rapport lezen, blijft energiearmoede een hardnekkig probleem. De eerste oorzaak daarvan is armoede zelf.

Dat in onze rijke samenleving zoveel mensen, zo weinig inkomen hebben dat ze hun energierekening met moeite kunnen betalen, is een schandaal op zichzelf. Slecht geïsoleerde huizen zijn een tweede oorzaak, maar dat pakken we met dit stadsbestuur aan. Bijvoorbeeld met de isolatiemotor van tien miljoen, maar ook met de al genoemde aanpak van WOON! en met energiecoaches. Ik ben zelf een aantal jaar geleden opgeleid tot energiecoach, omdat ik wilde weten hoe dat werkt en om mensen te adviseren over hun energiekosten. Ik ben toen bij een aantal mensen thuis geweest met een tas met tochtstrips, met radiatorfolie en met advies over hoe ze hun rekening omlaag kunnen krijgen. Dat soort advies werkt soms verrassend goed, maar in sommige slecht geïsoleerde woningen natuurlijk niet genoeg. Ik ben in een woning geweest waar de ijspegels in de winter soms binnen in het huis aan de vensterbank hingen. Dus er is alle reden om in te blijven zetten op isolatie, isolatie en isolatie. Idealiter neem je de verbetering van het wooncomfort mee en scoor je drie keer: verduurzaming, verbetering wooncomfort en lagere lasten. Stadsdeelbestuurder Dirk de Jager is in Zuidoost bezig met een fantastisch voorbeeldproject op dat gebied in Reigersbos. ‘Deep retrofit’ heet dat. Ik zou alle raadsleden aanbevelen om zichzelf daar een keer uit te nodigen en te gaan kijken hoe dat werkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11434034/1