20210422 Notulen beraadslagende vergadering - middag
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
Raadsnotulen
Jaar
2021
Vergaderdatum Publicatiedatum
22 april 2021 19 mei 2021 OPENBARE VERGADERING OP DONDERDAG 22 APRIL 2021
Aanwezig: de leden mevrouw Bakker (PvdD), de heer Bakker (SP), de heer Biemond (PvdA), de heer Blom (GroenLinks), de heer Boomsma (CDA), mevrouw Bosman (D66), de heer Boutkan (PvdA), de heer Van Dantzig (D66), de heer Ernsting (GroenLinks), de heer Flentge (SP), mevrouw De Fockert (GroenLinks), mevrouw De Graaff (D66), mevrouw De Grave-Verkerk (VVD), de heer Groen (GroenLinks), mevrouw Grooten (GroenLinks), mevrouw Heinhuis (PvdA), mevrouw IJmker (GroenLinks), mevrouw De Jager (D66), de heer Khan (DENK), mevrouw Kiliç (DENK), de heer Kreuger (JA21), mevrouw Kuiper (ChristenUnie), de heer Van Lammeren (Partij voor de Dieren), mevrouw Martens (VVD), mevrouw Marttin (VVD), de heer Mbarki (PvdA), mevrouw Nadif (GroenLinks), mevrouw Nanninga (JA21), mevrouw Naoum Néhmé (VVD), mevrouw Poot (VVD), mevrouw Van Pijpen (GroenLinks), mevrouw Van Renssen (GroenLinks), mevrouw Rooderkerk (D66), mevrouw La Rose (PvdA), de heer Van Schijndel (Forum voor Democratie), de heer Schreuders (SP), mevrouw Van Soest (PvdO), mevrouw Timman (D66), de heer Torn (VVD), de heer Veldhuyzen (BIJ1), de heer Vroege (D66), de heer Warmerdam (D66) en de heer Yilmaz (DENK) Afwezig: mevrouw Bloemberg-Issa (PvdD), mevrouw Roosma (GroenLinks) Aanwezig: burgemeester mevrouw Halsema (Openbare Orde en Veiligheid, Algemene Zaken, Integraal Veiligheidsbeleid, Juridische Zaken, Internationale Samenwerking,
Bestuursdienst, Regelgeving en Handhaving, Juridische Zaken, Communicatie), de wethouders mevrouw Van Doorninck (Duurzaamheid en Circulaire Economie, Ruimtelijke Ordening, Grondzaken en Energietransitie), de heer Everhardt (Financiën, Economische Zaken, Lucht- en Zeevaart, Deelnemingen, Zuidas en Marineterrein), de heer Groot Wassink (Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering (inclusief Bestuurlijk Stelsel), Coördinatie Bedrijfsvoering, Inkoop, Sociale Zaken, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden), de heer Ivens (Bouwen en Wonen, Openbare Ruimte en Groen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn en Reiniging), mevrouw Kukenheim (Zorg, Jeugd(zorg), Mbo-agenda, Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Preventie Jeugdcriminaliteit, Sport en Recreatie, Ouderen), mevrouw Meliani (Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie en Gemeentelijk Vastgoed), mevrouw Moorman (Onderwijs, Volwasseneneducatie, Laaggeletterdheid en Inburgering, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse voorzieningen, Armoede en Schuldhulpverlening) en de heer De Vries (Verkeer, Vervoer, Luchtkwaliteit en Water) Afwezig:
1
Jaar
2021
Vergaderdatum 22 april 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Middagzitting op donderdag 22 april 2021 Voorzitter: mevrouw F. Halsema, burgemeester Plaatsvervangend voorzitter: het raadslid de heer Torn Raadsgriffier: mevrouw Houtman Verslaglegging: mevrouw Smakman (Notuleerservice Nederland)
De VOORZITTER heropent de vergadering om 13.00 uur. 1. Algemeen deel VOORZITTER: Ik heropen deze vergadering. Het is donderdagmiddag. We hebben nog een stevige agenda voor de boeg. Dat vergt van ons allemaal – ik kijk naar het college en ik kijk naar de raad – de uiterste discipline en voortgang in het debat. 25. Kennisnemen van de voortgangsrapportage Sprong over het IJ juli 2019 t/m juni 2020. Nr. VN2021-009756 en 26. Kennisnemen van de bestuurlijke reactie advies commissie D’Hooghe. Nr. VN2021009755 De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 31° Motie van de leden Ernsting, Boutkan en N.T. Bakker inzake Sprong over het IJ: nu snelheid maken met uitvoering, nr. 261.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Bij de voorkeursbesluiten Sprong over het IJ en Oostbrug er op aan te sturen dat alles gereed is om in de eerste helft van de volgende collegeperiode de schop in de grond te zetten voor de bouw van de Oostbrug. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Vroege. De heer VROEGE: Voorzitter, ik ben zacht gezegd niet erg blij vandaag. Niet over het proces en niet over de inhoud. Dat gaat uiteraard over de fietsbrug in Amsterdam Oost. Niet die over ’t IJ, maar die over het Amsterdam-Rijnkanaal. Over de inhoud wil ik het vandaag verder niet hebben.
We ontvingen afgelopen maandag nog een uitgebreide brief met veel informatie. En afgelopen dinsdag, de avond voor deze raadsvergadering, nog vijftien uitgebreide bijlages. Beste wethouder, ik heb deze nog niet allemaal kunnen lezen. Daarom heb ik dit geagendeerd voor de komende commissie RO om daar uitgebreid met u over verder te praten. De informatie ontvingen we vrij laat, terwijl dit debat toch al zes weken geleden door mij was aangevraagd. Dat het college dus de laatste 48 uur zo’n enorme berg nieuwe informatie stuurt, voorzitter, dat vind ik toch wel enigszins teleurstellend. Erger nog,
2
Jaar
2021
Vergaderdatum 22 april 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
een deel van die informatie was al anderhalf jaar bekend bij het college. Of had het moeten zijn. Die informatie is anderhalf jaar ook niet verstrekt aan de raad. Niet toen we spraken over de update van het Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg en ook niet de vele keren dat wij over deze brug met elkaar spraken, geagendeerd door mijzelf of door andere collega's. Omdat steeds de raad deze brug op de agenda zette, keer op keer op keer, en de FC-informatie bleek dus niet toegankelijk te zijn voor de raad tot op heden. Graag hoor ik van het college daarover tekst en uitleg. Voorzitter, dan ga ik terug naar de reactie van het college op het advies van professor D’Hooghe. Een advies- Ik zei gisteren al bij het debat over referenda: een advies is geen besluit. Een advies is wat je meeneemt als onderdeel van de besluitvorming, een van de aspecten, maar uiteindelijk is dat niet het besluit zelf. Mijn vraag aan het college is wederom – en die vraag heb ik ook al in de commissie gesteld – zeven maanden lang hebben wij moeten wachten op deze reactie. Wat heeft het college en wat heeft wethouder Van Doorninck nou die zeven maanden gedaan? ‘Niet onderhandeld’ zei ze tegen ons, maar wat is er dan wel gebeurd al die zeven maanden? Waarom duurde dat zo lang? Wel zei de wethouder dat zij niet aan het touwtje wilde trekken.
Het lijkt me, voorzitter, of in dit dossier de angst regeert: niet heldhaftig, niet vastberaden, maar de angst om niet aan het touwtje te trekken. Dat verbaast me, zeker omdat deze wethouder normaal gesproken voor de duvel niet bang is. Die normaal gesproken altijd recht op haar doel afgaat. Voorzitter, D66’ers trekken altijd aan het touwtje. U kent de uitspraak van Jan Terlouw: touwtjes hangen bij ons uit de brievenbus. Vraag aan het college en aan deze wethouder: waarom heeft zij in deze niet aan het touwtje getrokken? Waarom heeft zij de belangen van Amsterdam en de fietsers niet centraal gesteld in haar gesprekken met het rijk? (De heer BOOMSMA: Kan D66 dan echt geen enkele reden bedenken om niet aan touwtjes te trekken?) Dit is volgens mij een dubbele ontkenning. Volgens mij, moet je altijd aan touwtjes trekken. Wie het langste aan het touwtje trekt, trekt aan het eind altijd aan het langste end. Ik noem een aantal dossiers, soortgelijke dossiers. Neem de brug, het tunneltje bij het Science Park, neem de Nieuweweg. Vasthouden en doortrekken, dan bereik je resultaat. Niet trekken, dan bereik je niks. (De heer BOOMSMA: Maar de heer Vroege weet toch dat er een afspraak is gemaakt met het rijk en met Rijkswaterstaat over hoe we dit proces in zouden stappen. En dat men zich van tevoren heeft gecommitteerd aan de uitkomst?) Het is een advies.
Zoals ik gisteren al zei bij het agendapunt over referenda, zoals ik vandaag zei: een advies is een advies, dat neem je mee. Je kan niet aan de voorkant al zeggen dat je het advies het besluit laat zijn. (De heer BOOMSMA: Tot slot. Kijk, natuurlijk is het ook een advies, maar tegelijkertijd loop je natuurlijk wel een groot risico dat als de gemeente hier toch nu weer vanaf gaat wijken, dat dat nog veel meer vertraging zal opleveren, omdat dan de hele discussie weer over gaat en Rijkswaterstaat zich daar ook weer tegen zal keren. Dus dan zal het nog veel langer gaan duren. Hoe schat D66 dan dat risico?) Dat is ook precies de reden dat ik aan de wethouder heb gevraagd: wat heeft zij zeven maanden lang gedaan? Want wij zaten zeven maanden te wachten op een reactie. Er is blijkbaar van alles gebeurd, of niet. Dat is nu de vraag. Wat is er in zeven maanden gebeurd? Wat is er op tafel gelegd door de wethouder? Wat is er op tafel gelegd door de minister? Wat is er op tafel gelegd door Rijkswaterstaat? Daarop wil ik een oordeel kunnen
3
Jaar
2021
Vergaderdatum 22 april 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
baseren of ik tevreden ben met de uitkomst of niet. Het is nu een black box. We moesten zeven maanden wachten en aan het eind hoorden we niks. De VOORZITTER: Dan is er een interruptie van de heer Ernsting. De heer ERNSTING: Niet meer nodig, voorzitter. De VOORZITTER: Sorry. Niet meer nodig? Goed. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Naoum Néhmé. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ: Ook met het oog op de spreektijd, ik sluit me graag aan bij de bijdrage van de heer Vroege. Ik wil het vandaag niet inhoudelijk hebben over het advies en de voortgangsrapportage. Op 24 maart vragen we stukken bij het college, die ze al heel lang hebben en om het een dag voor de raadsvergadering te krijgen... Ik heb ze uitgeprint, dubbelzijdig, voorzitter. Ik hou ze nu voor de camera. Dit is hoe het college de raad serieus neemt. Dit worden wij geacht als serieuze raadsleden, die hun controlerende taak goed moeten doen, dit te gaan lezen, om hier het debat goed gevoerd te voeren. Dat kan ik niet. Dit is ook nog dubbelzijdig uitgeprint. Dus daarom sluit ik me graag bij het voorstel van de heer Vroege aan om dit eerst naar de raadscommissie RO terug te brengen om daar een goed gedegen inhoudelijk gesprek te hebben en dan vervolgens terug te brengen naar de raad.
(De heer ERNSTING: Ik verbaas me een beetje over de bijdrage van mevrouw Naoum Néhmé, want er ligt eigenlijk helemaal niks ter besluitvorming voor, behalve een door de raad zelf getypt stuk over die Oostbrug. Dus terugnemen is helemaal niet ter sprake. We hebben gewoon nog uitgebreid de tijd om de stukken te bestuderen. Er komt een inrichtingsplan in het najaar. Dan heeft u nog maanden, dan heeft u nog een halfjaar. Is dat niet voldoende?) Wij waren van plan om hier vandaag andere voorstellen te doen om bijvoorbeeld bepaalde varianten voor de fietsbrug wel te laten uitzoeken. Maar als ik dan niet weet wat er allemaal al uitgezocht is, dan kan ik die motie natuurlijk moeilijk indienen. Vandaar mijn voorstel. (De heer VROEGE: Verbaast de collega van de VVD zich met mij over de vrij passieve houding van de fractievoorzitter van de grootste partij in de gemeenteraad van Amsterdam in dit dossier?) Ja, helemaal eens. Dat heb ik ook vaker uitgesproken. We hebben, volgens mij, een partij nodig die als leeuwen willen vechten, en ook wethouders en collegeleden die als leeuwen willen vechten in Den Haag voor onze belangen. Ik heb dat al twee jaar gezegd: daar is weinig van te merken. (De heer VROEGE: Een tweede vraag.
De raad heeft de bevoegdheid om een eigen onderzoeksbudget vrij te maken: de Van Pinxteren-gelden naar aanleiding van een motie van mevrouw Van Pinxteren van ongeveer tien jaar geleden. Is zij met mij bereid te onderzoeken of het verstandig is dat wij als raad ook een zelfstandig onderzoek gaan doen met deze gelden op dit dossier?) Ik wil dat niet uitsluiten, maar ik wil daar nu ook niet ‘ja’ op zeggen, want ik wil eerst de stukken van het college lezen. Als dat overtuigende materie is, dan hoeft een onderzoek van de raad wat mij betreft niet. Maar het is zeker een optie die de VVD open wil houden.
4
Jaar
2021
Vergaderdatum 22 april 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
De VOORZITTER: Was u aan het eind van uw betoog? Goed. De griffier fluistert mij even in dat u nog anderhalve minuut heeft voor de rest van de middag. Dan de heer Boutkan. De heer MBARKI: Voorzitter, ik neem de heer Boutkan over als het mag. De VOORZITTER: Wie ben ik om te zeggen dat dat niet mag? De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Mbarki. De heer MBARKI: Ik zal het kort houden. Ik vervang de heer Boutkan op dit onderwerp. Voorzitter, wat we vandaag bespreken, gaat over een historisch plan Genereus Verbonden. Dat is een feestje waard, want er komt eindelijk een fietsverbinding naar Noord, een stadsdeel dat te lang onderbedeeld is in de verbinding met de rest van de stad. Dat is een uitdaging. Dus we zijn ook blij om te zien dat redelijk meerdere partijen bij elkaar zijn gebracht en dat we dit plan hier nu kunnen presenteren. Dus daar zijn we blij mee. Wat natuurlijk wel belangrijk is, is dat er voortgang blijft en dat het ook snel gebeurd. Zo zijn we benieuwd of het college iets kan zeggen over schema met betrekking tot het opstellen van het inrichtingsplan. Daar hou ik het ook voor nu bij, want ik denk dat het belangrijk is dat we ook deze collegeperiode nog een belangrijke vervolgstap kunnen zetten om Noord een fatsoenlijke verbinding die nodig is, te geven. (De heer VROEGE: Ik feliciteer collega Mbarki met zijn maidenspeech als woordvoerder mobiliteit. Een vraag.
Hij spreekt over de bruggen naar Noord. Hoe is het standpunt van de PvdA ten aanzien van de brug over het Amsterdam-Rijnkanaal? Weet u, voorzitter, ik denk dat we het, volgens mij, met elkaar eerder ook in de commissie hebben besproken dat dit een integraal plan is. Het is raamwerk waar van alles in staat. En om nu één onderdeel eruit te halen, lijkt me moeilijk. Dus ik ga daar nu ook niet een uitspraak over doen. Volgens mij, ligt er nu een mooi plan voor en daar gaan we op een gegeven moment ook een besluit over nemen. Dat hebben we ook al genomen. Dus daar wil ik het nu bij laten. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Ernsting. De heer ERNSTING: Vandaag is een vreugdevolle dag, want we kunnen na de commissiebehandeling hier in de raad nog een keer stilstaan bij de doorbraak die is bewerkstelligd. De doorbraak na een jarenlange patstelling tussen gemeente, provincie, haven, Rijkswaterstaat en kabinet voor de komende tijd een vermeende tegenstelling van belangen. ‘Vermeend’ zeg ik, want hij is opgelost. Er is zowel oog voor de belangen van de scheepvaart als voor de stad die tienduizenden woningen bouwt aan beide oevers van ’t IJ en die al zo lang smacht naar meer en betere verbindingen. Het is hoognodig dat die verbindingen er komen, dat heb ik al zo vaak betoogd. Nu gaat het er van komen, maar we komen van ver.
Politieke tegenstellingen werden geërfd van het vorige college en waren diep en schijnbaar onoverbrugbaar. Ik herinner me nog levendig de schampere vergelijking door een VVD-minister van een fietsbrug met de Mont Ventoux. Ik herinner me de schampere opmerking van een VVD-gedeputeerde, die sprak over een brug over het Zeeburgereiland over een snelweg. Ik herinner me een schampere VVD-kamerlid die liever geen brug zag, maar een pontjesbrug – wat dat dan ook mag wezen. Het bijzondere was dat de Amsterdamse wethouders in die tijd trouwens ook al van de VVD waren. Hoe hebben
5
Jaar
2021
Vergaderdatum 22 april 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
uitgerekend zij het voor elkaar gekregen om iedereen tegen zichzelf en tegen Amsterdam in het harnas te jagen, is een vraag die me nog weleens bezighoudt. Maar er was dus heel wat voor nodig om uit die loopgraaf te komen en de scherven weer bij elkaar te vegen. Maar door de moed van dit college en een onafhankelijke commissie onder leiding van Alexander D'Hooghe is dat gelukt. Er ligt nu wel een gezamenlijk pad vooruit met twee bruggen over ’t IJ, betere fietsverbindingen, een voetgangerstunnel achter het CS en meer pontveren. En ja, ook GroenLinks was teleurgesteld dat die andere brug – die er trouwens helemaal niet voorkwam in Sprong, maar wel was ingetekend voor de Sluisbuurt – nu niet realistisch lijkt. We hebben daar inderdaad een groot aantal stukken over gekregen, die we goed zullen bestuderen. Maar plain and simple, driehonderd meter vrije overspanning op die plek is best ingewikkeld. Eventuele alternatieven moeten dus goed en zoveel mogelijk de vervoerswaarde benadrukken van de brug. Op korte termijn moet die pont er komen en die Amsterdamse brug moet nog echt veel beter. Maar voor wat betreft de Sprong over ’t IJ kunnen we nu eindelijk vooruit. Nu komt het wat GroenLinks betreft dus ook aan op tempo maken.
Daarom een motie met PvdA en SP om bij de voorkeursbesluiten dit najaar op aan te sturen dat in de eerste helft van de volgende collegeperiode de schop de grond in kan. Amsterdam heeft het nodig. Aan de slag. (De heer VROEGE: Allereerst zou ik toch collega Ernsting willen meegeven dat er niet zoiets bestaat als een vorig college. Er is staatsrechtelijk maar één college en dat is het huidige college. De tweede vraag: denkt hij werkelijk dat de schop in de grond over drie jaar in dit dossier realistisch is?) GroenLinks is ongeduldig, voorzitter, D66 kennelijk niet. (De heer VROEGE: Wat heeft u dan de laatste drie jaar gedaan, is mijn vraag aan collega Ernsting?) Ik hoop dat u mijn bijdrage van zonet heeft gehoord, want we moesten nogal wat scherven bij elkaar rapen die het vorige college had achtergelaten. (De heer VROEGE: Ik ben gewend dat de grootste partij in de gemeenteraad van Amsterdam altijd zelfbewust is en niet altijd de schuld bij anderen neerlegt. Dat is onder voorzitterschap van de heer Ernsting blijkbaar anders. Maar ik herinner eraan dat ik het ben en de collega van de VVD die keer op keer op keer dit dossier op de agenda heeft gezet en dat u dat niet was. De vraag is: waarom deed u dat dan niet?) A, dat is helemaal niet waar. En B, ik vraag me af of D66 de kranten weleens heeft gelezen de afgelopen tijd.
En ook tot zich heeft genomen in hoeverre er een conflict was tussen deze bestuurslaag en de landelijke bestuurslaag. Ik kan me een debat herinneren in de commissie die ik met u en met mevrouw Naoum Néhmé had, waarin u ongeveer hetzelfde betoogde. En dat ik toen maar heb moeten zeggen, ja, maar jongens en meisjes en anderen, ’t IJ is niet van ons, het is een rijksvaarweg en we hebben nou geen republiek Amsterdam met een eigen leger om dat allemaal daar te bezetten. (De heer VROEGE: Wel een verlokkelijk vooruitzicht, maar dat terzijde, voorzitter. Nou ben ik toch door dat beeld van dat leger mijn vraag kwijt. ’t IJ is niet van ons, zei hij. En wat zei hij nog meer daarvoor? Ik ben hem helemaal kwijt nu. Sorry, voorzitter, ik laat hem even lopen.) De VOORZITTER: Dat kan, maar het ging natuurlijk wel van de spreektijd af. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de raad, want er hebben zich geen andere sprekers gemeld. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Doorninck.
6
Jaar
2021
Vergaderdatum 22 april 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Wethouder VAN DOORNINCK: Dank ook aan de inbrengers, de raadsleden die hier gedeeltelijk blij waren met het historische resultaat wat we gehaald, want ik denk dat dat niet verkeerd is om dat te blijven zeggen. Bruggen over ’t IJ, dat is Amsterdam nog nooit gelukt. En dat is niet gelukt, omdat het een rijksvaarweg is en wij dus niet alles te zeggen hebben over die vaarweg en afhankelijk zijn van het rijk of daar die bruggen kunnen komen. Ik ben heel erg blij dat we dat er een advies gekomen is waarbij twee partijen die lijnrecht tegenover elkaar stonden allebei de wensen in een mandje hebben gegooid en dat mandje aan de heer D'Hooghe hebben gegeven en gevraagd om een oplossing. En dat het ons ook gelukt is om ons op een gegeven moment achter die oplossing te scharen, want het is nogal wat om je wensen in een mandje te gooien en te zeggen: u mag hier een oplossing vanMaar hoe is het om dan uiteindelijk de oplossing te zien en te zien dat die niet is wat je er zelf hebt ingegooid. Anders had je namelijk niet iemand hoeven vragen om dat te doen. Ik ben blij dat we dat punt hebben behaald. Ik zie en ik hoor natuurlijk dat er met name bij de fractie van D66 en de VVD teleurstelling is over de fietsbrug naar Zeeburgereiland. Dat is een teleurstelling die het college natuurlijk deelt, want daar hadden wij al helemaal rekening mee gehouden. Daar werden al onderzoeken naar gedaan.
Er is ook frustratie bij de raad dat de informatie laat is gestuurd. Dat kan ik me goed voorstellen. Ik vind het vervelend dat dat zo laat is gestuurd. Dat geef ik dus ook toe, dat had eerder ...(17:20). Mevrouw Naoum Néhmé had nog specifiek – en liet ook de stapel zien. De stapel die mevrouw Naoum Néhmé liet zien zijn natuurlijk de achterliggende onderzoeken. Alle informatie die daaruit kwam heeft u in de brief gekregen. Dus het is niet zo dat u dat hele stuk had moeten doorlezen om überhaupt zelf een beeld te krijgen, want die stond in de brief. De heer Vroege vroeg nog, wat is er met dit onderzoek? Met dit onderzoek is op een gegeven moment mee gestopt voordat het de bestuurlijke tafel heeft bereikt. Dus vandaar dat het ook niet richting de raad gegaan, omdat het onderzoek gestopt is nadat het advies van D’Hooghe gekomen is. Dus vandaar dat het in deze staat was. Vandaar ook dat het langer geduurd heeft dat uw kant is opgekomen. Maar dat had eerder gekund en dat ben ik met u eens. Dat kan ik me ook goed voorstellen dat u zegt, dat is wel een heleboel informatie op het laatste moment. Dan even het punt waar de heer Vroege zich afvraagt: wat is er nou in die zeven maanden gebeurd? Zoals ik al zei, we hebben onze wensen in een mandje gestopt en dat heeft het ministerie ook gedaan.
Dan komt er een advies uit waar wij deels blij mee waren – twee bruggen – waar we moeite mee hadden – één brug die niet de Sprong hoorde en die toch niet meer in het advies zat. Daar moeten wij het dus even met elkaar over hebben, wat we daarvan vinden. Bij het rijk hebben ze zeker ook niet alles gekregen wat ze in het mandje hadden gedaan. Die moeten dus ook samen nadenken. Maar wat er nou gebeurd is in de afgelopen zeven maanden en eigenlijk ook in die tijd daarvoor: het genereus verbonden – waar de heer D’Hooghe het over heeft – en dat is een genereus verbonden dat gaat over de bruggen over ’t IJ, maar gaat zeker ook over de relatie Amsterdam en het rijk. Ik kan u vertellen, die relatie is al heel lang niet goed. Ik geloof dat de heer Ernsting al aan een paar snedige opmerkingen die aan de kant van de hoofdstad waren gekomen vanuit het rijk, vanuit de provincie, vanuit allerlei plekken, over de brug over ’t IJ. En inderdaad, in de vorige periode is er aan het touwtje getrokken en is er heel stoer gezegd: we gaan die brug bouwen. Daar waren we allemaal blij mee. Ik ook. Ik had een prachtige erfenis gekregen: de Javabrug die ik mocht gaan bouwen. Alleen ik kwam op een gegeven moment tot de conclusie dat het rijk zei: daar geven we geen vergunning voor. Dus met al die bravoure, met dat hele mooie verhaal, waarbij je zegt ‘wij trekken als Amsterdam aan
7
Jaar
2021
Vergaderdatum 22 april 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
de touwtjes, wij zijn trots, wij doen wat we willen’ stonden we wel met lege handen. Die lege handen hebben we dankzij het advies van de heer D’Hooghe kunnen vullen met twee bruggen. Daar ben ik ontzettend blij mee. Ik vind het reuzejammer dat de fractie van D66 die vreugde niet deelt, want ik denk dat Amsterdam er enorm mee gediend is dat wij samen met het rijk tot overeenstemming zijn gekomen. Waar ben je dan zeven maanden mee bezig? Dat is inderdaad eerst zelf kijken: kunnen we hier mee leven? Dat is, het rijk gaat kijken: kunnen we hier mee leven? Dat is goed met elkaar kijken: hebben we nou allebei hetzelfde idee over wat hier staat? Want als je één ding niet wilt, als je elkaar eindelijk na al die jaren, gevonden hebt, met alle bravoure van twee kanten, stoer doen, touwtjes trekken, ik weet niet wat allemaal, is dat je halverwege de rit er straks achter komt dat we misschien toch allebei een andere interpretatie hadden van het advies, waardoor we niet door kunnen. Dan heb je ook nog te maken met twee overheden die misschien net met wat andere snelheden werken. Dan ben ik blij dat we samen de overkant gehaald hebben en dat we samen inderdaad nu achter dit advies staan. Zowel het rijk, Rijkswaterstaat, de nautische partijen hebben zich erachter geschaard. We zijn nog nooit zo dichtbij elkaar geweest als nu. Daar ben ik heel erg blij mee. Dat kost wat tijd.
Dat kost heel veel vertrouwen wat je in elkaar moet krijgen, wat – zoals ik al eerder zei – eigenlijk niet aanwezig was. Een rijk, wat over een Javabrug gewoon doodleuk gezegd heeft: u krijgt de vergunning niet. Amsterdam, u kunt een heleboel zeggen, maar uiteindelijk trekken wij hier aan het touwtje als het gaat om rijkswegen. Ik ben blij dat we tot een vergelijk zijn gekomen. (De heer VROEGE: Volgens mij heeft deze raad en de fractie van D66, als het gaat om de twee bruggen over 't IJ altijd een consequent geluid laten horen. We zijn blij dat die gerealiseerd gaan worden hopelijk in de toekomst. Maar we hebben deze wethouder als raad wel op pad gestuurd met de opdracht ten aanzien van die brug richting het Zeeburgereiland. Die opdracht, daar roep ik haar ter verantwoording voor tijdens dit debat. Ik ben teleurgesteld dat die opdracht niet is ingevuld. Kan de wethouder dat begrijpen? Maar natuurlijk begrijp ik dat. Ik had zelf ook liever die brug erbij gehad. Ik heb wel later, toen ik de onderzoeken zag die dus afgekapt waren tijdens het advies van D'Hooghe, dacht ik, nou ja, ik heb inderdaad ook tijdens de onderzoeksfase natuurlijk aangegeven: ik zou die brug er wel heel erg graag in zien. Amsterdam vindt dit een groot verlies. Toen ik later dus de onderzoeken zag, dacht ik: nou, ik snap hem ook wel, hij wordt wel heel erg lastig in te vullen.
Maar nogmaals, uiteindelijk is de afweging van het college geweest om het hele advies te omarmen met de kanten waar we heel blij mee zijn, met de kanten waar we minder blij mee zijn. En inderdaad, ik denk – en de heer Boomsma refereerde er al aan – als je zo dichtbij elkaar bent gekomen, na zo lang, na ook een rijk, ja, waar je zou kunnen zeggen dat er partijen zijn die wat dichterbij het vuur zitten dan meerdere leden van het huidige college, dat je zou denken dat het wat makkelijker gaat. Het was niet gemakkelijk. We zijn nu bij elkaar gekomen. Daar ben ik heel erg blij mee. En dat er een teleurstelling dat wij niet alles hebben gekregen wat we in het mandje hebben gegooid? Ja. Had ik dat verwacht, dat we alles zouden krijgen? Nee. Want dan hadden we meteen in een keer door kunnen gaan. Dan hadden we ook een Javabrug gehad in plaats van de Oostbrug. Nee, we hebben inderdaad iets gekregen wat voor de langere termijn oplossingen biedt en waar alle partijen zich in kunnen vinden. Dat vind ik een heel groot winstpunt. (De heer VROEGE: We hebben het over een groot dossier voor de stad, een belangrijk dossier van de stad. Ik hoor wethouder Van Doorninck zeggen, het college heeft het advies omarmd. Waarom heeft u dat besluit niet aan de raad voorgelegd? Waarom moeten wij dat steeds, keer op keer, zelf agenderen?)
8
Jaar
2021
Vergaderdatum 22 april 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Wij hebben gezegd dat we gezamenlijk, nadat de heer D'Hooghe zijn advies had uitgebracht – en dat is ook altijd het proces wat we aan de raad hebben voorgelegd – met het rijk met een reactie willen komen. Dat is ook het mooiste wat je kan doen. En dat is ook, als je nog niet precies weet wat de ander gaat zeggen, het handigst. Dat je niet alvast een voorschot neemt. Dus het college heeft inderdaad het advies tot zich genomen. We hebben daarover gesprekken gehad met het rijk, zoals ik al zei. Dat gaat soms ook in verschillende tempo’s. Twee overheden die niet altijd in dezelfde tempo’s werken. Ik denk dat het belang bij Amsterdam ook wat groter was. Als het rijk niet had bewogen, was er gewoon niks gebeurd. Dus ik denk dat wij die zeven maanden, die tijd hebben genomen om tot elkaar te komen. En we hebben gezegd, we komen samen met het rijk met onze reactie. Vandaar dat dat niet eerder met de raad gedeeld is, omdat we dat samen met het rijk zouden doen. (De heer VROEGE: Ja, ter verduidelijking, voorzitter. Maar ik heb het over na afloop van het advies van D'Hooghe, na afloop van uw reactie samen met de minister.
Waarom bent u niet proactief met de raad in gesprek geweest om te vragen: raad, dit is ons advies richting het rijk en richting-, beste gemeenteraad van Amsterdam, kunt u daarmee instemmen? Waarom heeft u die vragen niet neergelegd? We hebben de raad een brief gestuurd waarin we hebben gezegd tot welk vergelijk we zijn gekomen. En dat zowel het rijk, als het college het omarmd en dat we zo snel mogelijk bij u terugkomen op de verdere stappen. Vervolgens hebben we dat in de commissie besproken en bespreken we het nu in de raad. Dus ik snap, denk ik, de vraag van de heer Vroege niet helemaal, behalve als hij zegt, dit had een raadsbesluit moeten zijn, maar dat is niet wat we aan het begin van het proces hebben afgesproken. (De heer VROEGE: Volgens mij, heeft u het proces tot en met het gezamenlijke advies met de minister afgesproken. Maar het staat toch vrij om daarna de raad proactief te vragen: beste raad, wat vindt u ervan? Ik heb het keer op keer op keer moeten agenderen. U bent niet één keer naar mij en de raad toegekomen: het is een belangrijk project voor de stad, we zijn nu hier, dit is ons advies naar aanleiding van het rapport D'Hooghe. Beste raad, wat vindt u ervan? U heeft niet eens de vraag aan de raad gesteld.
Mijn vraag nu is: waarom moeten we dat zelf keer op keer proactief agenderen in deze raad? En heeft het college voor zo’n belangrijk project voor de stad dat zelf niet geagendeerd in deze raadsvergadering?) Ja, meneer Vroege, omdat wij hadden afgesproken dat we u informeren over een besluit wat wij nemen in gezamenlijkheid- Of tenminste, hopelijk hetzelfde besluit als de regering. Wij hebben dat meteen naar u doen toekomen. U heeft het geagendeerd. Ik snap eigenlijk eerlijk gezegd het punt van de heer Vroege niet zo goed. De VOORZITTER: Goed, is er behoefte aan een tweede termijn? Wethouder VAN DOORNINCK: Ik was nog niet helemaal klaar. De VOORZITTER: Excuus. Nee, de andere wethouder wil ook. Ik was zo gegrepen door het debat. De wethouder. Wethouder VAN DOORNINCK: Ik denk dat ik daarmee ook de vraag van mevrouw Naoum Néhmé heb beantwoord over de stapel stukken. Nogmaals, dat zijn de achtergrondstukken. Alle informatie, wat de uitkomsten zijn, die heeft u in de brief gekregen. En het college wat als leeuwen vecht voor de belangen- Ik denk dat voor het eerst met het rijk tot een overeenkomst over bruggen over 't IJ komen, dat dat heel goed gaat. Ik
9
Jaar
2021
Vergaderdatum 22 april 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
vraag me ook even af tegen wie wij hadden moeten vechten. We zijn uitgekomen op iets waarbij we het gemeenschappelijk belang met het rijk hebben gevonden en dat is een weg die ik heel erg prettig vind. Dan, de heer Mbarki vraagt specifiek, hoe gaat het nu verder? Want hij vindt het wel een feestje waard. Hij vraagt, hoe gaat het nu verder. Dat betekent, wij komen zo snel mogelijk, maar in ieder geval nog dit jaar, naar u toe met een voorstel voor een inrichtingsplan. Als het even lukt, willen we dat na de zomer ter inzage leggen, zodat mensen erop kunnen reageren. Dan gaan we door naar de afronding van de planvorming, voorbereiding en aanbesteding. Dan zouden we een startbouw kunnen krijgen in 2026. Dan kom ik ook meteen op de motie van de heer Ernsting. Die zegt ‘nu vaart maken’. Dat proberen wij. Dat doen we onder andere doordat we bij het inrichtingsplan dus een aangepast voorkeursbesluit Sprong over 't IJ meteen al een voorkeursbesluit over de Oostbrug meenemen, zodat we dat – waar dat vorige keer in twee stappen gedaan is – nu in één stap doen, dat we meteen door kunnen naar de planfase als uw raad het inrichtingsplan heeft goedgekeurd. Dan zouden we inderdaad het inrichtingsplan, als alles loopt zoals we willen en uw raad ermee akkoord gaat, nog met deze gemeenteraad – dus voor de raadsverkiezingen van volgend jaar – een voorkeursbesluit kunnen vaststellen.
Dan vraagt de heer Ernsting of we dan ook in de eerste twee jaar van de volgende periode de schop in de grond kunnen krijgen. Daarvan ben ik bang dat dat niet lukt. Als je ziet dat je inderdaad de aanbesteding nog moet hebben en de voorbereiding van de aannemer denken wij dat dat 2026 wordt voor een schop in de grond. Dat betekent waarschijnlijk een brug in 2029, zoals we al eerder hadden geraamd. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder De Vries. Wethouder DE VRIES: Heel kort om mee te delen dat we waarschijnlijk de verdere discussie over de verbinding tussen Zeeburgereiland en het oostelijk havengebied gaan bekijken in het kader van ook het Mobiliteitsplan Zeeburgereiland-IJburg, wat we opnieuw gaan updaten. En ook om aan te geven dat ik heel goed begrijp dat de vele achtergrondinformatie die meegegeven is voor de raad zo vlak voor nu niet inhoudelijk behandeld kan worden.
Dat het dus ook een heel goed idee is om er in de commissie opnieuw over te spreken, ook inhoudelijk, van wat kan hier nu eigenlijk en wat zouden we hier willen? Waarbij het college het ook in dit specifieke geval niet zozeer ziet als een strijdje tussen Amsterdam en Den Haag, maar vooral kijken hoe zitten de belangen van de binnenvaart – waar we ook als Amsterdam heel veel belang bij hebben – hoe zitten de belangen van de fietsers en hoe zitten alle andere verkeerspartijen? En hoe maken we daar een zo goed mogelijk besluit in binnen het kader van uitkomsten overigens zoals we die vandaag hebben gepresenteerd. De VOORZITTER: Goed. Is er behoefte aan een tweede termijn? Ik zie dat de heer Ernsting nog een interruptie heeft. Laten we daar dan maar even bij wijze van een tweede termijnDe heer ERNSTING: Ik vroeg me toch wel af naar aanleiding van het preadvies op de motie: is het preadvies positief of negatief? En wat kunnen wij als raad nog doen om dan toch dat proces te versnellen nadat we dat voorkeursbesluit hebben genomen? Wethouder VAN DOORNINCK: Het preadvies is voorzichtig positief met de kanttekening daarbij dat in de eerste helft van de volgende collegeperiode schop in de grond, dat we dat niet gaan halen. Maar dat we verder wel alles op de rit zetten om in ieder
10
Jaar
2021
Vergaderdatum 22 april 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
geval wel in de volgende collegeperiode, namelijk 2026 en daar zit de volgende collegeperiode nog net in, de schop wel in de grond te krijgen. Over welke versnelling er nog mogelijk is? Belangrijk isDe VOORZITTER: Voor de kijkers thuis: mevrouw Naoum Néhmé stak een briefje omhoog, met een smiley. Heel kinderachtig, maar toch geestig. Dan heeft mevrouw Naoum Néhmé een ordepunt en die gaan altijd voor. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Naoum Néhmé voor een punt van orde. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ: De wethouder is net een belangrijk punt van de motie van de Ernsting op een andere manier aan het uitleggen, namelijk het jaartal. We moeten straks wel stemmen over de tekst van de motie, terwijl ze zichzelf de ruimte toedicht om af te wijken van een cruciaal punt uit de motie. Ik wil u vragen om ons uit te leggen hoe we daarmee in ons stemgedrag mee om moeten gaan. De VOORZITTER: Maar dit was overigens niet echt een punt van orde. Ik beschouw dit toch eigenlijk als een interruptie. Maar u krijgt een antwoord van de wethouder. Wethouder VAN DOORNINCK: Zoals ik al zei, hij is voorzichtig positief. Alleen het laatste onderdeel, namelijk het jaartal of de eerste helft van het collegeperiode schop in de grond, heb ik duidelijk aangegeven, dat kan niet. Dus ik geef de indieners van de motie in overweging om hem daarop aan te passen, want dat kunnen wij gewoon niet beloven.
Zo snel wordt er in Nederland niet gebouwd. Dus dat gaat gewoon niet lukken. Dus zoveel mogelijk opschieten: zeker. Wat de raad daar nog aan kan doen, is inderdaad in deze periode nog het voorkeursbesluit nemen en daarna in de verdere tijd ook de besluitvorming snel te gaan doen. Maar dan denk ik dat uw raad natuurlijk wordt uitgenodigd om snel te beslissen, maar vooral ook goed te beslissen, en ook uw controlerende taak zeer serieus te nemen. Dus ik ga niet tegen de raad zeggen, zegt maar tegen alles wat het college zegt ja. Dat lijkt me niet de beste manier om op te schieten. Maar als we elkaar goed blijven vinden en de stukken goed kunnen bespreken, dat lijkt me altijd een goede manier om tempo te houden in dit proces. Ik denk dat iedereen in deze raad daarbij gebaat is. (De heer ERNSTING: Ik zou graag de motie gewijzigd willen indienen, waarbij het zinsdeel ‘de eerste helft van’ vervalt. Dus dan staat er ‘in de volgende collegeperiode’, punt. Moet ik hem dan nog een keer indienen?) De VOORZITTER: Graag. Dan wordt het een accentmotie. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 32° Motie van de leden Ernsting, Boutkan en N.T. Bakker inzake Sprong over het IJ: nu snelheid maken met uitvoering, nr. 261accent.21).
Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Bij de voorkeursbesluiten Sprong over het IJ en Oostbrug er op aan te sturen dat alles gereed is om in de volgende collegeperiode de schop in de grond te zetten voor de bouw van de Oostbrug.
11
Jaar
2021
Vergaderdatum 22 april 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER: Goed, dan neem ik aan dat we hiermee- Ik geloof dat de wethouder nog behoefte heeft om daar een preadvies over te geven. Wethouder VAN DOORNINCK: Voor de volledigheid lijkt het me goed dat als de motie op die manier gewijzigd wordt ingediend, dat ik een positief preadvies kan geven. De VOORZITTER: Dan is daarmee dit onderwerp voldoende behandeld, lijkt mij. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER: Dan kunnen we doorgaan naar agendapunt 27. Daarvoor moet ik even schorsen. Ik stel voor dat we tot 13.45 uur schorsen. Dan kan er ook even een wisseling plaatsvinden in woordvoerders en in voorzitter. De VOORZITTER schorst de vergadering vijf minuten. Voorzitter: de heer Torn De VOORZITTER heropent de vergadering. 27. Kennisnemen van de intentie om ambities en doorbraken zoals beschreven in het Masterplan Zuidoost te realiseren. Nr. VN2021-009701 De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 33° Motie van het lid Kuiper inzake inzicht in structurele financiering Masterplan Zuidoost, nr. 232.21.
Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - Uit te werken welke kosten van het Masterplan Zuidoost al gedekt zijn en welke nog niet, en hoe en wanneer dit aan de raad is gemeld; - In die uitwerking weer te geven welke onderdelen van het Masterplan vanuit welke bestaande budgetten of programma’s gedekt moeten worden en waarvoor nog extra middelen nodig zijn; - Het afwegingskader wat gehanteerd zal worden bij een tekort aan middelen uit te breiden waardoor helder is welke inhoudelijke afwegingen gemaakt worden aangaande de verschillende ambities van het Masterplan. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 34° Motie van de leden La Rose en Khan inzake een inclusief Masterplan Zuidoost voor jongeren met een handicap, nr. 239.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - In gesprek te gaan met de leden van het Platform Gehandicapten Zuidoost;
12
Jaar
2021
Vergaderdatum 22 april 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
-
R
De belangen van kinderen en jongeren met een handicap en jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) bij alle beslissingen te waarborgen zodat zij op voet van gelijkheid met alle jongeren van hun rechten en vrijheden kunnen genieten.
De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 35° Motie van de leden Blom, Van Pijpen, De Fockert, La Rose, Khan, Van Lammeren en Veldhuyzen inzake het Social Pact Zuidoost onderdeel maken van het Kernteam van de Alliantie Masterplan Zuidoost, nr. 263.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Het platform Social Pact Zuidoost zitting te laten nemen in het Kernteam van de Alliantie Masterplan Zuidoost. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 36° Motie van de leden Khan, Veldhuyzen, La Rose en Blom inzake aanpak institutioneel racisme in Zuidoost, nr. 272.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: In gesprek te treden met de makers van het Zwart Manifest en maatregelen ter bestrijding van institutioneel racisme te integreren in het Masterplan Zuidoost. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 37° Motie van de leden Khan en Veldhuyzen inzake bijles en studiezaal voor de jeugd in Zuidoost, nr. 273.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Voldoende budget in het Masterplan Zuidoost te reserveren zodat scholieren in heel Zuidoost minimaal voor de komende 20 jaar kunnen blijven genieten van ‘High Dosage Tutoring’ c.q.
bijles in andere vorm én om voldoende studiezalen te realiseren door heel Zuidoost. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 38° Motie van de leden Khan en Veldhuyzen inzake geen gentrificatie, meer sociale huur en voorrang voor huidige bewoners, nr. 274.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders:
13
Jaar
2021
Vergaderdatum 22 april 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
De 40-40-20-regel te handhaven en alleen af te wijken indien dat leidt tot méér sociale huurwoningen én een voorrangsregeling toe te passen voor de huidige bewoners van Zuidoost. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 39° Motie van de leden Khan en Veldhuyzen inzake quota voor stageplekken, jongerenbanen en startersfuncties, nr. 275.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: De mogelijkheid om stageplekken, jongerenbanen en startersfuncties te reserveren voor de jongeren uit Zuidoost op te nemen in het Masterplan Zuidoost. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 40° Motie van de leden Khan, Veldhuyzen, La Rose en Blom inzake van zeggenschap naar eigenaarschap van bewonerscollectieven, nr. 276.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: In gesprek te gaan met bewoners(collectieven) en te onderzoeken: - welke maatregelen zij kunnen overnemen en - ruimte in het Masterplan Zuidoost te reserveren voor maatregelen die bedacht, uitgevoerd en gemonitord worden door de bewoners(collectieven). De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Kuiper. Mevrouw KUIPER: De titel van dit agendapunt spreekt boekdelen.
We nemen kennis van de intentie om de ambities en doorbraken uit het Masterplan voor Zuidoost te realiseren. Hoewel we achter die ambities en doorbraken staan, vinden we dat Zuidoost meer duidelijkheid verdient dan alleen intentie. Dus dat is een positieve stimulerende start. En, voorzitter, dan is één punt cruciaal. We hebben hier al vanaf het begin aandacht voor gevraagd, namelijk de financiën. Een dergelijk veelomvattend plan als dit kan pas succesvol zijn als de inzet voor de lange termijn gewaarborgd is. Doorslaggevend daarbij zijn de financiën. Want we kunnen wel de intentie hebben om in twintig jaar in Zuidoost iets te realiseren, maar als we het geld niet hebben om dat echt te gaan doen, zijn de inwoners van Zuidoost nog geen stap verder gekomen. En dan is het toch wel erg zorgelijk om te zien dat zelfs in dit Masterplan in het hoofdstuk over de financiën op pagina 55 gewoon heel helder beschreven staat dat men verwacht dat er niet voldoende middelen zullen zijn en dat er keuzes gemaakt worden in de beschreven ambities. Daarom dienen wij een motie in om heel helder aan de raad voor te leggen welke zaken uit de voorgerekende ruim 400 miljoen euro nu al wel gedekt zijn in bestaande programma’s en waar nog financiën voor gevonden moeten worden. We willen daar helderheid over.
De raad en vooral Zuidoost zelf verdient veel meer de duidelijkheid over welke ambities er bij een tekort aan middelen eventueel als eerste zullen sneuvelen. Want Zuidoost verdient veel meer dan een plan van intenties en
14
Jaar
2021
Vergaderdatum 22 april 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
beloftes, maar een plan met een langdurige inzet, daden en dus financiën. Anders is dit plan, hoe goed bedoeld ook, niet meer dan een verzameling van bestaand beleid wat we samenvoegen en een nietje doorheen slaan. Hoewel we zeker weten dat de inzet heel goed is en goedbedoeld, willen we hier toch echt wel de vinger bij leggen. Vandaar de motie. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw La Rose. Mevrouw LA ROSE: Decennia geleden kwam ik uit Amsterdam Zuidoost- Vanuit Amsterdam Zuid – ik ben zo vol van Zuidoost – naar Amsterdam Zuidoost. Het was de liefde die mij naar hartje Bijlmer bracht. Van de kalme Rivierenbuurt naar de dynamische K-buurt. Toen al een wijk met uitdagingen. Maar ik woon daar met plezier en nu, na ruim dertig jaar, voelt Amsterdam Zuidoost nog altijd als een thuis. Ik voel me lid van een gemeenschap die de moeite waard is om je voor in te zetten. Dat gevoel deel ik met vele anderen, ondanks alle ups-and-downs van het stadsdeel. Wat we om ons heen zien, is een van de meest diverse groene, kleurrijke en levenslustige delen van Amsterdam. We genieten ervan. Maar toch, voorzitter, het gaat economisch en maatschappelijk structureel niet goed met een aantal stadsdelen, waaronder Zuidoost.
Ik ben erg blij dat dit bestuur dat niet als een onafwendbaar gegeven neemt alsof sommige wijken nou eenmaal voorbestemd zouden zijn om de functie van vergaarbak te hebben van de problemen van de grote stad. Voorzitter, wij realiseren ons al heel lang hoe belangrijk het is om juist in zulke wijken die mensen te behouden die de kans krijgen om te stijgen op de sociale ladder. En om zo een stabiliserende factor te kunnen worden. Maar daar hoort een plan bij. En daar horen middelen bij. Veel middelen. het is mooi dat het Masterplan Zuidoost er nu ligt en dat er ook middelen bij worden gezocht. Ook goed dat het rijk en andere partners aan dit plan gaan bijdragen. Maar middelen beloven is niet genoeg. Er moeten ook garanties komen. En wat ons betreft ‘nu’. Voorzitter, maar hiermee is een plan nog niet geslaagd. Dat bewijzen alle voorgaande interventies in mijn stadsdeel. Succes hangt af van het vinden van de juiste balans tussen top-down en bottom-up. Vandaar nu dat er twee masterplannen zijn voor Zuidoost en voor Nieuw-West. Op deze stadsdelen zetten wij een fors plusprogramma in. En dat mag niet nog meer top-down betekenen. Want, voorzitter, wat dit programma compleet, duurzaam en succesvol moet maken, is de cruciale betrokkenheid van de bewoners bij de ontwikkeling van hun buurt.
Wat wij als gemeente in gang zetten, moet dan ook altijd vanuit de gedachte: hoe bereiken wij de bewoners en lokale ondernemers het meest direct; hoe behalen zij het maximale rendement uit onze inzet? Ik wijs er graag op dat er op dit ogenblik met name vanuit wijkbewoners en ondernemers in Zuidoost veel aandacht gaat naar de economische component bij de ontwikkeling van hun buurten. Wat sterk naar voren komt, is aandacht voor de noodzaak dat het rendement van investeringen in buurten en wijken in Zuidoost blijft en niet weer het gebied uit vloeit. Voorzitter, mijn vraag aan de burgemeester, die ik al eerder in de commissie AZ heb gesteld, is hoe worden de bewoners door lokale zelforganisaties en de lokale professionals effectief bij het Masterplan betrokken? En wat is de plek van al die maatschappelijke organisaties in dit geheel? Dat de gemeente hier een scherp oog voor moet hebben, voorzitter, is evident. Dat is ook het geluid uit de gemeenschap. Oog hebben bij het toekennen van bouwprocessen, bij het aangaan van publiek-private programma’s en bij het grondbeleid. De Partij van de Arbeid heeft dan al eerder gepleit voor een rol voor de Arena en Ajax als uithangbord, maar ook als publiek-private samenwerking in dit Masterplan.
Waar men vanuit de gemeenschap naar zoekt, zo blijkt, is effectieve, lokale kapitaalsaccumulatie, want dat versterkt lokaal werkgeverschap en maakt lokaal personeelsbeleid mogelijk. Want, voorzitter, wie als ondernemer in de wijk een goed belegde boterham verdient, blijft immers in de wijk en gaat
15
Jaar
2021
Vergaderdatum 22 april 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
niet verloren als maatschappelijke steunpilaar. Bottomline, gebiedsontwikkeling kan niet zonder extern kapitaal, maar kan ook niet slagen zonder lokale kapitaalaccumulatie, want anders lekt alle rendement op termijn weer weg. Is de burgemeester het daarmee eens? Tot slot, voorzitter. Ik heb ook een zorg. Een gemeenschap die vanuit grote achterstand werkt aan haar maatschappelijke en economische versterking kan er geen onnodige zorgtaken bij hebben. Wij weten dat een van de grote belastingen in de wijk wordt gevormd door jongeren met een licht verstandelijke handicap. De analyses zijn ons bekend. Daarin wordt aangegeven dat er bij deze LVB'ers soms een grote kwetsbaarheid kan zijn voor crimineel gedrag. Op dit vlak moet de zorg aanzienlijk versterkt worden. Zorgen voor LVB’ers is vaak onevenredig zwaar voor opvoeders die ook met alledaagse beslommeringen te maken hebben. Het kost veel energie om te overleven, zodat er weinig tijd overschiet voor deze kwetsbare jongeren. Hetzelfde geldt ook voor zorgtaken voor gehandicapten overal, mensen met een beperking in het algemeen. Voorzitter, als wij ons de opdracht stellen van het doorbreken van hardnekkige armoede mogen wij juist ten opzichte van deze groepen in de wijk niet tekortschieten. Het is hun belang en het is een geweldige steun in de rug voor hun naasten.
Ons Masterplan is inclusief en ontzorgd als daarin ook de toekomst van deze groepen concreet wordt benoemd. Het betrekken van bijvoorbeeld het Platform Gehandicapten Zuidoost is hierbij cruciaal. Ik weet dat er veel waardevol werkt verricht wordt door lokale organisaties die met onvoorstelbare inzet kinderen met een verstandelijke beperking begeleiden en op het goede pad helpen houden. Ik denk bijvoorbeeld aan de Stichting Jongeren Die het Kunnen in Zuidoost. Dus bij de uitwerking van het Masterplan horen dan ook aan jongeren met een beperking als ook aan jongeren met een licht verstandelijke beperking expliciet aandacht te worden besteed. Daar vraagt de motie, die ik hierbij wil indienen, om belangen van deze kwetsbare zorgintensieve jongeren bij alle beslissingen te waarborgen, zodat zij op voet van gelijkheid met alle jongeren van hun rechten en vrijheid kunnen genieten. Daarmee helpen wij ook hun naasten te ontzorgen. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Blom. De heer BLOM: Voorzitter, deze woorden sprak ik tijdens de commissievergadering ook al uit. Opgroeien in Zuidoost betekent voor mij opgroeien in een groot, groen park. Vrij kunnen spelen zonder auto’s, sociale cohesie en gemoedelijkheid. Veel vriendjes hebben met verschillende culturele achtergronden. Zuidoost was toen, en is nog steeds, het best bewaarde geheim van Nederland.
Opgroeien in Zuidoost betekende ook getuige zijn van mensen die een aantal keer per jaar naar beneden sprongen, iedere maand een huisuitzetting waar ik getuige van was en een overheid die toen weinig zelf geloofde dat de problemen ook echt opgelost konden worden. Er is veel veranderd de afgelopen twintig jaar. Fysiek veel veranderd. En die potentie van Zuidoost komt steeds meer tot uiting voor Nederland. Wat er te weinig veranderd, is de positie van mensen zelf. In heel Amsterdam, in deze gemeenteraad en in het bijzonder in Amsterdam Zuidoost heerst een groot gevoel van urgentie voor een interventie zoals het Masterplan. GroenLinks is trots met de erkenning dat dit nodig is en trots op het Masterplan. Vooral ook de energie waarmee de burgemeester dit proces leidt en de grote betrokkenheid die is losgekomen in Amsterdam Zuidoost. Iedereen zegt ‘eindelijk’. Het is een feit dat de ongelijkheid in onze samenleving zich concentreert in wijken zoals Zuidoost, met alle bekende gevolgen voor de samenleving. Wat Zuidoost zo kenmerkt is de grote betrokkenheid van Amsterdammers, organisaties, informele netwerken, die die sociale cohesie versterken. Zij komen vaak, soms, met betere en effectievere oplossingen en helpen Amsterdam en helpen de gemeenschap. De civil society heeft de functie van een
16
Jaar
2021
Vergaderdatum 22 april 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
brug tussen overheid en burgers. Dat betekent dat een interventie alleen succesvol kan zijn als die sleutelfiguren, onderdelen en informele netwerken een gelijkwaardige rol aan tafel krijgen als het gaat over hun buurt. Verbinding en samenwerking is onmisbaar voor draagvlak, succes en vertrouwen. Daarom is het nodig de kwaliteit te benutten van georganiseerde bewoners, sleutelfiguren en zelforganisaties. Echt gedeeld eigenaarschap van die civil society. Niet alleen meepraten, maar ook beslissen en uitvoeren in de kern van het proces waar de lijnen voor worden uitgezet. We dienen daarom een motie in om het Social Pact onderdeel te maken van het Kernteam Alliantie Masterplan Zuidoost. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: Ik zou graag het woord willen geven aan de volgende spreker. Dat is mevrouw Poot van de VVD, maar zij heeft nog maar zeer beperkt spreektijd. Dus ik wil u vragen het kort te houden. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Poot. Mevrouw POOT: Alleen een korte vraag daarom, voorzitter. Uit verschillende mediaberichten bleek dat het college heeft besloten om tenminste negen bouwinitiatieven te reporiseren(50:04), die voor een groot gedeelte in Zuidoost zijn. Dat betekent voor 2.000, 2.500 woningen uitstel.
Mijn vraag is, hoe verhoudt deze keuze van het college zich tot het voornemen in het Masterplan om in 2040 ongeacht je inkomen een goede woning te kunnen vinden? En kan de burgemeester ons uitleggen en aan ons aangeven waarom zij juist in Zuidoost akkoord is gegaan met uitstel van de bouw van woningen? De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Veldhuyzen. De heer VELDHUYZEN: Dit is de eerste keer dat ik hier sta. Volgens mij, niet alleen de eerste keer dat ik hier sta, maar ook de eerste keer dat ik hier sta als raadslid natuurlijk. Dus dat is best wel spannend. Maar gelukkig heb ik eerst thuis kunnen oefenen, voor de webcam. Dus dat maakt het dan wat minder spannend. De achterstelling van Zuidoost en haar bewoners vindt volgens BIJ1 deels haar oorsprong in kolonialisme en kapitalisme. Ik ben er dus ook van overtuigd dat het Masterplan eigenlijk alleen kan slagen als alle betrokken overheden, overheidsinstanties, organisaties en ook de bedrijven bereid zijn om kritisch naar zichzelf te kijken en ook om te breken met de status quo. De mensen die het hardst worden geraakt door de gevolgen van kolonialisme en kapitalisme ziet BIJ1 niet als slachtoffers, maar als bondgenoten in de strijd voor een gelijkwaardige en rechtvaardige wereld. Dat zijn allemaal heel grote woorden.
Maar wat is er volgens BIJ1 dan nodig waar de gemeente ook daadwerkelijk iets aan kan doen? Een aantal punten. Toegankelijker maken van werk, onderwijs, zorg en onderdak, armoedebestrijding, schuldensanering, ontmanteling van institutioneel racisme en alle vormen van discriminatie, meer ruimte voor herstelrecht in plaats van alleen maar strafrecht, stimuleren en financieren van zelforganisatie van bewoners, gemeenschappen en community organizers, extra investering in cultuur, sociaal- en maatschappelijk werk. En waarbij natuurlijk in het bijzonder aandacht, ruimte en middelen moeten zijn voor betrokken bewoners van alle leeftijden, lokale sociale ondernemers, lokale initiatieven en lokale organisaties, want daar zit natuurlijk juist de kracht in Zuidoost. Gelukkig komen al deze punten en nog veel meer belangrijke punten op de een of andere manier terug in het Masterplan, waarvoor zeker mijn complimenten. Dit is geen sprint, dat moge duidelijk zijn. Dit is echt een marathon. Ik ben er oprecht ook van overtuigd dat we dit samen moeten doen. Maar we moeten ook vooral ruimte creëren voor bewoners en voor zeggenschap van
17
Jaar
2021
Vergaderdatum 22 april 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
bewoners. Je leest ook in het plan terug dat dat een belangrijk punt is. Maar ik zal dat zeker kritisch in de gaten houden, want dit is juist ook waar bewoners hun zorgen over uitspreken naar ons toe. Namens BIJ1 heb ik mijn handtekening gezet onder de moties van DENK en GroenLinks. Wij dienen zelf geen moties in, ondanks dat ik wel barst van de ideeën. Maar ik hou het bij een aantal kritische vragen vandaag. Afhankelijk van het antwoord en ook de verdere voortgang van het proces dien ik mogelijk op een later moment toch nog moties in. Maar nu hoop ik er nog uit te komen met een constructieve discussie en een dialoog. De eerste vraag is, hoe zit het nou precies met de middenhuur. Want hoeveel procent daarvan is eeuwige middenhuur? Want niet begrensde middenhuur is op termijn dure huur. Op die manier wordt Zuidoost toch meer en meer onbetaalbaar voor haar eigen bewoners. Vraag twee, is het mogelijk om ook inzichtelijk te maken hoeveel van de middelen die we besteden aan dit plan besteed worden aan overhead? Dat is wel toch iets wat, volgens mij, belangrijk is om in de gaten te houden.
Vraag drie, tot in welke mate zijn betrokken organisaties, zoals bijvoorbeeld de politie, woningcorporaties, maar ook grote bedrijven die in Zuidoost zijn gevestigd, ook bereid om kritisch te reflecteren op hun eigen positie en de mate waarin zij zelf onderdeel zijn geweest van de problemen of misschien nog steeds onderdeel zijn van de problemen die het Masterplan juist probeert te bestrijden. Dit vind ik een erg belangrijk punt, want dat staat ook in het Masterplan zelf, dat het Masterplan alleen kan slagen als de vertrouwensband hersteld wordt. Dus om dat vertrouwen te winnen van de bewoners van Zuidoost moeten organisaties, zoals de politie en woningcorporaties, kritisch naar zichzelf reflecteren. Want ik ben op dit moment bijvoorbeeld ook een persoon uit Zuidoost aan het begeleiden die gedreigd wordt op straat gezet te worden door een woningcorporatie. Dat gaat overigens niet om Rochdale. Maar dat zijn dus wel de ervaringen van mensen met dergelijke instanties. En daar moeten we het toch over hebben. Vraag vier, tot in welke mate zijn grote bedrijven en multinationals, die zijn gevestigd in het stadsdeel, ook bereid om mee te betalen aan dat Masterplan in Zuidoost. Er is natuurlijk die Stichting Zuidoost City waarin wordt samengewerkt, zag ik. Maar volgens mij mogen wij ook wel, ja, vragen om een financiële bijdrage.
Ik begrijp dat er wel ook wordt gewerkt aan social return, maar ik hoor daar graag nog meer over. Ja, afsluitend ben ik positief over de intenties en ook vooral het gegeven dat het plan niet in beton is gegoten. Dat is, volgens mij, ook echt belangrijk, dat het nog aangepast kan worden op basis van lessen die we trekken, op basis van dingen die bewoners aangeven. Het geeft toch ergens nog wel een beetje het idee van een top-down approach, ondanks dat de insteek is om dat juist niet te doen. Dus volgens mij moeten we daar ook wel kritisch op blijven. Ja, en ik zou ook graag nog in deze context willen verwijzen naar Zwart Manifest. Een manifest dat is opgesteld door verschillende organisaties in het kader van het bestrijden van institutioneel racisme. Dat is natuurlijk ontzettend belangrijk, ook voor het Masterplan Zuidoost. Dank u, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel, meneer Veldhuyzen. En bij deze dan ook vanaf het spreekgestoelte. Het is nu helemaal echt. Gefeliciteerd in ieder geval met uw bijdrage. Ik zat me trouwens de hele tijd af te vragen: u had het over het verschil tussen strafrecht en herstelrecht. Ik vroeg me gewoon eens even af, gewoon puur geïnteresseerd: ik zit er de hele tijd over na te denken wat u nou precies met herstelrecht bedoelt. Ik ben gewoon oprecht nieuwsgierig.