CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20210401 Notulen raadsvergadering middag

RAAD 22 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de notulen van de raadsvergadering op 31 maart en 1 april 202140.131 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

8 alinea's met “pvda”: 6 82 242 475 500 511 555 622

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Raadsnotulen

Jaar Afdeling Vergaderdatum Publicatiedatum

2021 2 1 april 2021 19 april 2021 OPENBARE VERGADERING OP DONDERDAG 1 APRIL 2021

Aanwezig: de leden mevrouw Bakker (PvdD), de heer Bakker (SP), de heer Biemond (PvdA), mevrouw Bloemberg-Issa (PvdD), de heer Blom (GroenLinks), de heer Boomsma (CDA), mevrouw Bosman (D66), de heer Boutkan (PvdA), de heer Van Dantzig (D66), de heer Ernsting (GroenLinks), de heer Flentge (SP), mevrouw De Fockert (GroenLinks), mevrouw De Graaff (D66), mevrouw De Grave-Verkerk (VVD), de heer Groen (GroenLinks), mevrouw Grooten (GroenLinks), mevrouw Heinhuis (PvdA), mevrouw IJmker (GroenLinks), mevrouw De Jager (D66), de heer Khan (DENK), mevrouw Kiliç (DENK), de heer Kreuger (JA21), mevrouw Kuiper (ChristenUnie), de heer Van Lammeren (Partij voor de Dieren), mevrouw Martens (VVD), mevrouw Marttin (VVD), de heer Mbarki (PvdA), mevrouw Nadif (GroenLinks), mevrouw Nanninga (JA21), mevrouw Naoum Néhmé (VVD), mevrouw Poot (VVD), mevrouw Van Pijpen (GroenLinks), mevrouw Rooderkerk (D66), mevrouw La Rose (PvdA), de heer Van Schijndel (Forum voor Democratie), de heer Schreuders (SP), mevrouw Van Soest (PvdO), mevrouw Timman (D66), de heer Torn (VVD), de heer Veldhuyzen (BIJ1), de heer Vroege (D66), de heer Warmerdam (D66) en de heer Yilmaz (DENK) Afwezig: mevrouw Roosma (GroenLinks) en mevrouw Van Renssen (GroenLinks) Aanwezig: burgemeester mevrouw Halsema (Openbare Orde en Veiligheid, Algemene Zaken, Integraal Veiligheidsbeleid, Juridische Zaken, Internationale Samenwerking,

Bestuursdienst, Regelgeving en Handhaving, Juridische Zaken, Communicatie), de wethouders mevrouw Van Doorninck (Duurzaamheid en Circulaire Economie, Ruimtelijke Ordening, Grondzaken en Energietransitie), de heer Everhardt (Financiën, Economische Zaken, Lucht- en Zeevaart, Deelnemingen, Zuidas en Marineterrein), de heer Groot Wassink (Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering (inclusief Bestuurlijk Stelsel), Coördinatie Bedrijfsvoering, Inkoop, Sociale Zaken, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden), de heer Ivens (Bouwen en Wonen, Openbare Ruimte en Groen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn en Reiniging), mevrouw Kukenheim (Zorg, Jeugd(zorg), Mbo-agenda, Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Preventie Jeugdcriminaliteit, Sport en Recreatie, Ouderen), mevrouw Meliani (Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie en Gemeentelijk Vastgoed), mevrouw Moorman (Onderwijs, Volwasseneneducatie, Laaggeletterdheid en Inburgering, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse voorzieningen, Armoede en Schuldhulpverlening) en de heer De Vries (Verkeer, Vervoer, Luchtkwaliteit en Water) Afwezig:

1

Jaar

2021

Vergaderdatum 1 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Middagzitting op woensdag 10 februari 2021 Voorzitter: mevrouw F. Halsema, burgemeester Plaatsvervangend voorzitter: het raadslid de heer Torn Raadsgriffier: mevrouw Houtman Verslaglegging: mevrouw Smakman (Notuleerservice Nederland)

De VOORZITTER heropent de vergadering om 13.05 uur. 1. Algemeen deel VOORZITTER: Goedemiddag, ik heropen deze vergadering. Ik zou willen beginnen met twee mededelingen. Eerst een heuglijke. Op 1 april 2001 werd hier in de raadszaal van het stadshuis even na middernacht het allereerste huwelijk ter wereld gesloten van twee mensen van gelijk geslacht. De toenmalige burgemeester, Job Cohen, zei met enig gevoel voor understatement, wij zijn in Nederland tot het inzicht gekomen dat een belangrijke verbintenis als het huwelijk moet openstaan voor iedereen. Dat inzicht heeft tijd nodig gehad om te groeien. Einde citaat. Het had tijd nodig en het had ook strijd nodig. Het ging niet vanzelf. En nog altijd gaat het niet vanzelf. Wereldwijd niet. Nationaal niet. En ook in onze prachtige stad niet. Ook in onze stad zijn er nog altijd mensen die niet vrij genoeg zijn om hun eigen liefde te kunnen kiezen. Laten we daar vandaag aan denken als we stilstaan bij de historische mijlpaal in deze raadszaal twintig jaar geleden. Dat was de eerste. Dan een heel praktische mededeling. Wij hebben een te overziene agenda. In het midden van die agenda staan drie onderwerpen, 26, 27 en 28, die u met mij heeft te behandelen.

Ik verlaat nadat wij drie dierbare raadsleden gedag hebben gezegd alleen de raadszaal om een extra driehoek in verband met de niet helemaal ordelijke situatie in de stad, zoals u waarschijnlijk zult begrijpen. Ik probeer zo snel mogelijk terug te zijn, maar ik vraag van u enige flexibiliteit bij de behandeling van die onderwerpen. Het kan zijn dat ze doorschuiven iets naar achteren. Dus houdt u daar alstublieft een beetje rekening mee. Goed, dan hebben we daar gehad. Ondertussen zijn er drie van onze raadsleden geïnstalleerd als Kamerleden gisteren. Dat betekent dat wij afscheid van ze hebben te nemen. Ik stel mij als volgt voor dat we dat doen. Ik zeg tegen elk raadslid even iets, dan is het raadslid in de gelegenheid om iets tegen de raad te zeggen. En dan de volgende. Dan begin ik met de heer Hammelburg. Ik zie de heer Hammelburg in beeld. Geachte heer Hammelburg, beste Alexander. De afgelopen jaren had u misschien wel de meest Amsterdamse en ook mediagenieke spannende portefeuille van de raad: seks, drugs en gemeentefinanciën. Op al die onderwerpen was u zichtbaar als een raadslid met stevige opvattingen over de toekomst van, ik noem maar iets, raamprostitutie of het ingezetenencriterium, een paar recente voorbeelden. Daarbij stond u altijd garant voor de vrijheid van alle Amsterdammers, voor hun plezier en beijverde u zich ook voor hun nonconformisme.

Maar u beperkte zich niet daartoe. U behandelde ook tal van andere onderwerpen. Daarbij springt vooral wonen in het oog. De voor uw partij zo belangrijke middenhuur was bij u in goede handen. En ook op een dossier als de loden leidingen stond u pal voor bezorgde Amsterdammers die bang waren voor gezondheidsrisico’s waarover steeds meer bekend raakte. In uw maidenspeech, een tijd geleden, gaf u aan dat u in uw dagelijks werk voor het COC bezig bent met, en ik citeer: een constant gevecht tegen ongelijkheid, onrechtvaardigheid, geweld en discriminatie. En ik heb de stellige overtuiging

2

Jaar

2021

Vergaderdatum 1 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

– u bent aan het woord – dat die strijd voor gelijkheid en tegen discriminatie op ieder niveau noodzakelijk is. Of het nou in New York is of in Geneve, in Brussel, in Den Haag, in Amsterdam of in een stadsdeelcentrum waar ik zelf vandaan kom. Einde citaat. Geachte heer Hammelburg, beste Alexander, er is geen ideaal niveau om het gevecht voor rechtvaardigheid te voeren. Het ene forum is daarmee ook niet vanzelfsprekend belangrijker dan het andere. Op alle plekken is het noodzakelijk dat betrokken mensen opkomen voor de belangen van diegenen die moeilijk toegang hebben tot de macht. U kiest er nu voor de komende jaren in ons nationale parlement die belangen te behartigen. Ik hoop dat u daarbij met dezelfde inzet pal zal staan voor die rechtvaardigheid zoals u die de afgelopen jaren ook bij ons in de raad heeft laten zien, dat u daarbij de esprit van het Amsterdam dat u liefheeft voor het voetlicht brengt. Ik ben ervan overtuigd dat wat uw portefeuilles ook zullen zijn u in Den Haag een waardig vertegenwoordiger zult zijn voor al die mensen die slachtoffer zijn van ongelijkheid, onrechtvaardigheid, geweld en discriminatie. Het ga u goed. Het woord is nu aan u, meneer Hammelburg. De heer HAMMELBURG: Geachte voorzitter, beste Femke, lieve leden van de Amsterdamse gemeenteraad.

Ik wil eigenlijk alleen maar heel veel dank uitspreken voor de fantastische jaren die ik met u heb mogen samenwerken in de Amsterdamse gemeenteraad op tal van onderwerpen, maar misschien ook wel wat de burgemeester zojuist noemde, de constante strijd voor gelijkwaardigheid, gelijke rechten voor alle Amsterdammers en alle mensen die Amsterdam hun thuis noemen en willen noemen. Dat is belangrijk. Dat is iets waar we constant waakzaam over moeten zijn en nooit de andere kant op mogen kijken. Dus u mag van mij inderdaad verwachten dat ik in Den Haag hetzelfde ga doen als ik in Amsterdam heb gedaan, maar ook inderdaad bij de Verenigde Naties. Dat ga ik hier nu in Den Haag ook doen, waar ik op dit moment al zit. Ik hoop dat jullie, als Amsterdammers, ook een beetje met mij meestrijden en het mooie werk dat jullie de afgelopen jaren ook hebben laten zien, blijven voortzetten. Nogmaals, 44 andere raadsleden, inmiddels zijn het er alweer 45, die pal voor de stad staan, heel hard werken. Ik zeg dan ook tegen alle Amsterdammers, kijk goed naar deze raadsleden, want ze werken heel hard met passie voor de stad. En dat is ook een applaus waard. Dank jullie wel voor de fijne samenwerking. We gaan elkaar tegenkomen. De VOORZITTER: Meneer Hammelburg, ik hoop dat u het ook kan zien, maar er zijn allemaal raadsleden die aan het klappen. Sommigen hadden daar gelukkig hun microfoon bij opengezet.

Volgens mij, zie ik een Haagse, vagelijk bekende lambrisering achter u. Het ga u goed nogmaals. Dan, als tweede, meneer Ceder. Bent u er? De heer CEDER: De heer Ceder is aanwezig, mevrouw de voorzitter. De VOORZITTER: Goed. Geachte heer Ceder, beste Don. Zo’n tweeduizend jaar geleden, vlak voor Pesach, predikte Jezus van Nazareth – en ik had niet gedacht dat ooit te mogen citeren hier in de raad – want ik had honger en u heeft mij eten gegeven. Ik had dorst, u heeft mij te dringen gegeven. Ik was een vreemdeling, u heeft mij in uw huis uitgenodigd. Ik had niets om aan te trekken en u heeft mij kleren gegeven. Ik was ziek en u heeft mij opgezocht. Ik zat in de gevangenis, u bent bij mij geweest. Toen werd hem gevraagd, over wie heeft u het nu? Wanneer hebben wij dit voor u gedaan? En hij zei, toen u dit voor een van mijn minste broeders of zusters deed, deed u het voor mij. Drie jaar geleden haalde u zelf deze woorden uit Mattheüs 25 aan. Ze inspireerden en inspireren u

3

Jaar

2021

Vergaderdatum 1 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

om op te komen voor iedereen die tussen wal en schip dreigt te vallen: ongedocumenteerden, dak- en thuislozen, mensen in de schulden. Bij alles wat het college voor deze groepen heeft ondernomen, voelde het uw ferme steun in de rug. Uw werk in de raad is daarmee een dikke omlijning van het woord barmhartigheid uit onze wapenspreuk. Door uw praktijk als sociaal advocaat staat u dichtbij de mensen voor wie u opkomt. Dat maakt u tot een echte volksvertegenwoordiger. Nu wordt u voltijds politicus. Maar toch denk ik dat u wars blijft van spelletjes en achterkamertjespolitiek die daar weleens mee gepaard gaat. Ook het eindeloos debatteren is niet uw grootste hobby, hoewel u zelf ook niet altijd even zuinig bent omgesprongen met uw spreektijd. Geachte heer Ceder, beste Don, met u heeft de Kamer er niet zomaar een Amsterdams Kamerlid bij. Zuidoost heeft er ook een vertegenwoordiger bij. Dat is goed voor Zuidoost. Drie jaar lang moedigde u het college aan om extra aandacht aan het stadsdeel te besteden waar u terecht zo trots op bent en zoveel van houdt en om daar ook de middelen bij te leveren. De wetenschap dat u straks vanuit de coalitie of de oppositie met datzelfde vuur bij het landsbestuur zal pleiten steun aan kwetsbare stadsdelen, zoals Zuidoost of Nieuw-West, te geven, dat stemt zo vlak voor Pasen ons ook hoopvol. Wij wensen u heel veel succes in de Tweede Kamer.

Aan u is het woord. De heer CEDER: Dank u wel, voorzitter, voor deze mooie woorden en dank, moet ik zeggen, oud-ambtgenoten sinds gister. Ik spreek jullie toe. Dit is mijn nieuwe kamer in Den Haag waar in de Kamer momenteel het een en ander plaatsvindt. Maar vergeleken met de perikelen in de Amsterdamse raad vind ik het hier best een saaie boel, ook wat er vandaag plaatsvindt. Ik weet dat ik jullie misschien afhoud van een smeuïg debat wat misschien straks zal plaatsvinden in de Kamer, maar ik denk dat ik u echt nog wel iets te vertellen heb. Ik wil het kort even hebben over schouders. Want ik besefte in de afgelopen dagen, sinds ik deze transitie maak, dat bij de beëdiging gisteren mijn grootste fan, dat was mijn moeder, niet aanwezig zou zijn. Zij is een halfjaar geleden overleden. Door de dagen heen sijpelde dat besef opeens binnen. Zij had altijd wel de wens dat ik ooit parlementariër mocht worden, maar ze heeft het niet zelf mogen zien. Ik realiseerde me tegelijkertijd ook dat een halfjaar voordat ik advocaat werd, dat was in 2015, ook mijn vader overleed. Ook hij had een stiekeme wens, weet ik nog als kleine jongen, om mij ooit als advocaat te mogen zien. Dat heeft hij ook niet zelf nog mogen zien.

Maar ik realiseerde me tegelijkertijd ook dat ik mede dankzij hen en vele anderen ook hier mag staan, ook heb mogen staan in de Amsterdamse raad en dat ik op hun schouders sta. Als ik kijk naar het leven van mijn moeder – zij is opgegroeid in Ghana in een dorp ver weg van de grote steden, waar niet eens riolering aanwezig was – dan zie ik iemand die met de middelen en de kennis die ze had met man en macht heeft geprobeerd er iets van te maken en dat vervolgens heeft geprobeerd over te dragen aan mij, mijn broertje en anderen. Was het volledig? Nee. Was het beperkt? Nou, misschien wel in zekere zin. Maar het waren wel de schouders die ik nodig had om vervolgens op mijn reis te gaan. Ik sta dus op de schouders van zij die mij zijn voorgegaan. Ik besef heel goed nu, ook nu ik deze stap maak, dat ook ik schouders ben waar toekomstige personen, Kamerleden, mensen in de raad, mensen uit de stad Amsterdam, mensen uit Amsterdam Zuidoost, ook ooit op mogen staan. Dat stelt mij de volgende vraag, die ik ook aan jullie wil stellen. Dat is een indringende. Wij zijn allemaal passanten. Wat doen we met de tijd die ons gegeven is? Nu ik de stap heb gemaakt naar de Kamer en drie jaar lang in de Amsterdamse raad heb mogen zitten, dringt het steeds meer door dat we ook echt passanten zijn. Ik kijk naar wat ik heb mogen doen, maar er zijn ook dingen die ik niet heb kunnen doen.

Dus ik gun jullie het besef dat we passanten zijn, en de indringende vraag, wat doen we met onze tijd die ons gegeven is op deze prachtige positie als raadslid. Wij, als ChristenUnie, hebben een mooie dingen mogen doen, ook met

4

Jaar

2021

Vergaderdatum 1 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

vele anderen van jullie. Denk aan de strijd voor basisvoorzieningen voor ongedocumenteerde kinderen, maar ook staatlozen, de geheimhoudingscultuur binnen de gemeente Amsterdam. Daar hebben we mooie dingen mogen doen. Daar heb ik ook heel veel raadsleden en collega’s in mogen zien, dat ze ook dezelfde strijd hadden. Daar dank ik u allen voor. Met nog een jaar voor de verkiezingen gun ik u ook echt dat u een stap terug durft te zetten en u ook af gaat vragen, wat kunnen wij nog doen met de tijd die ons gegeven is. Dat het niet alleen om beeldvorming, om politieke positionering gaat, maar ook echt kijkt naar wie we kunnen helpen. Ik ben heel blij dat de voorzitter deze tekst heeft aangehaald. Ik ben blij dat dit ook, volgens mij, in de annalen van de gemeenteraad staat. Daar ben ik ook wel blij mee. Maar dat is ook wel een besef en een kern wat ik met mijzelf meedraag, want ik besef steeds meer dat wij in een positie zijn als raadsleden om het verschil te maken, maar juist ook voor de stemmen die we niet horen. Er zijn heel veel mensen die ons weten te vinden – dat hebben we de afgelopen maanden ook mogen zien – op een paar thema’s.

Maar ik heb moeten leren om op zoek te gaan naar de verstomde stemmen, de stemmen die ons niet weten te vinden, de stemmen die heel zacht zijn tussen al het geschreeuw en de mensen die ons weten te vinden, die de politiek weten te vinden en die ook behendig zijn, die de juiste woorden hebben, om die op te zoeken. Dat is een taak die ik op me heb genomen. Dat is ook iets wat ik jullie mee wil geven. Ga op zoek naar de stemmen die je niet altijd hoort op elk beleidsterrein. Of het nou over mensenhandel gaat, of het nou om autoluw Amsterdam gaat, ga op zoek naar de verstomde stemmen, want ik denk dat daarin – dat is een gezegde – dat je de staat en de grootheid van de samenleving kan meten aan hoe we omgaan met de meest kwetsbaren. De meest kwetsbaren horen we soms niet, die zien we misschien niet, maar ga er ook actief naar op zoek. Ik wens jullie lef, durf en vastberadenheid toe. En ook op een aantal thema’s waarvan ik denk, geef daar ook jezelf rekenschap over af. Durf ook onafhankelijk en autonoom verder te gaan denken wat dit betekent voor de stad. Er zijn een aantal thema’s die ik jullie mee wil geven om erover na te denken wat dat betekent. Allereerst het landelijk asielbeleid – ook nu ik in de Kamer ben en waarschijnlijk deze portefeuille krijg – die is niet sluitend. Dat betekent dat we daar in Amsterdam een uitdaging mee hebben.

Zowel voor de linkse partijen, maar ook voor de rechtse partijen betekent dat wat. Ik wil jullie vragen om op zoek te gaan naar juist die verstomde geluiden, om niet alleen de politieke, nou ja, slogans en standpunten te herhalen, maar echt op zoek te gaan naar die mensen, naar die kinderen, die Amsterdammers met dromen. Hen ook in de ogen aan te kijken en ook echt met een oplossing vanuit het Amsterdamse perspectief te kunnen komen. Het volgende thema wat ik u mee wil geven, is een masterplan Zuidoost 2020. Ik heb het al een paar keer gezegd, ik zeg het nog een keer: de financiën voor een twintigjarige dekking is er nog niet. Dat weten we. Maar ik hoop u aan te sporen om de schouders te mogen zijn voor een volgend college, de volgende gemeenteraad, waarbij we ook zeggen dat we verder kunnen kijken dan onze eigen periode – wij zijn passanten – en dat ook durven te bestendigen. Ik heb heel veel mogen leren van heel veel raadsleden, ook van de wethouders. Ik kan me de mooie strijden met de heer Rutger Groot Wassink heugen. Die zal ik ook koesteren en meenemen. Ik heb een nieuwe drogreden in Amsterdam ontdekt, namelijk de argumentum Den Hagum. Namelijk dat als je als coalitiepartij geen zin hebt om antwoord te geven, dan wijs je maar naar Den Haag en dat het daar geregeld zou moeten worden. Die neem ik ook mee.

Daarmee hebben jullie ook een extra drogreden, namelijk, mocht Tjitske, mijn opvolger, iets aangeven wat toevallig binnen mijn portefeuille valt, dan kunnen jullie ook altijd naar mij wijzen, dat ik dat zou kunnen en moeten oplossen.

5

Jaar

2021

Vergaderdatum 1 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Ik vind het jammer dat ik met mijn favoriete wethouder, dat is mevrouw Meliani, niet meer goede gesprekken heb kunnen hebben. Het is vaak ook echt wel over thema’s gegaan waar het misschien ook wel scherp ging, maar ik heb het altijd gezegd, en ik zeg het nogmaals, u bent mijn favoriete wethouder, ook als persoon. En ik hoop misschien in een andere hoedanigheid wel die gesprekken te mogen voeren, waarvoor ik helaas de tijd niet heb gehad. Tot slot, voorzitter – want ik snap dat ik nu ook weer de tijd neem, dat mij gepermitteerd is – wil ik een laatste oproep doen en dat is opnieuw weer de wapenspreuk. Daar wil ik ook mee eindigen. Wees barmhartig, als een meerderheid die stemmen niet ziet. Wees vastberaden, ook als je een meerderheid nog niet meehebt. En wees heldhaftig, ook als de golven heel hoog zijn. Durf te staan voor wie je bent. Durf te staan voor de anderen. En kom op voor de stemmen die niet gehoord worden. Dank jullie wel. Veel wijsheid en Gods zegen. De VOORZITTER: Dag Don. Er wordt uitbundig geklapt. Het ga je goed. Dan tot slot mevrouw Kat. Is mevrouw Kat ook aanwezig? Ik weet dat mevrouw Kat er eerder was. Mevrouw KAT: Ik ben er gewoon, hoor. Ja. De VOORZITTER: Goed. Mevrouw Kat, want we moeten ook van u afscheid nemen, beste Hülya, uw drijfveer om de politiek in te gaan, is van meet af aan duidelijk geweest: minder polarisatie, meer verbinding.

Na twee termijnen als raadslid in de gemeente Velsen, waar u geboren bent, was het als nieuwe Amsterdammer tijd een stap vooruit te zetten. Met die stap was onze stad een ervaren en betrouwbaar raadslid rijker. Het voorzitterschap van de raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit en Water was u op het lijf geschreven. Echter, de kern van het politieke werk is volgens u niet in de raadszaal, maar op straat waar ontmoeting plaatsvindt, waar je hoort wat er leeft. U bracht dit pas nog in de praktijk door er samen met uw collega’s voor te zorgen dat een petitie, ondertekend door ruim 17.000 Amsterdammers voor het restaurant PLLEK om te zetten in een succesvolle motie zoals een echte democraat betaamt. Als de terrassen weer openen, zullen dankzij uw inspanningen Noorderlingen en andere Amsterdammers de komende jaren kunnen blijven genieten van hun geliefde plek aan ‘t IJ. Met één been in de raad en het andere been in de stad luistert u naar de verhalen en behoeftes van Amsterdammers en zet u deze met daadkracht en hartstocht om in actie. Deze diepe motivatie voor het politieke ambt weerspiegelde zich ook in uw maidenspeech. En ik citeer. [technische issues] Goed, volgens mij, hebben we het opgelost doordat mevrouw Kat nu in Den Haag op de computer zit van de heer Hammelburg. Eens even kijken of we mevrouw Kat in beeld kunnen krijgen. Ja. Mevrouw KAT: Ja.

Hoort u mij? De VOORZITTER: Heel mooi. Goed. Ik hervat de afscheidsspeech. Ik herneem een paar zinnen. Beste Hülya, met één been in de raad en het andere been in de stad luistert u naar de verhalen en behoeftes van Amsterdammers en zet u deze met daadkracht en hartstocht om in actie. Deze diepe motivatie voor het politieke ambt weerspiegelde zich al in uw maidenspeech. Ik citeer. Ik heb grote bewondering voor de marktondernemers die in weer en wind en voor dag en dauw hun spullen verkopen. De markt als ontmoetingsplaats,

6

Jaar

2021

Vergaderdatum 1 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

levendig en met een aantrekkingskracht voor de regio. Bijvoorbeeld ook voor mijn moeder die regelmatig de markt op Plein ‘40-‘45 en vervolgens de islamitische slager bezoekt. Al die producten en levensmiddelen met diverse exotische reisverhalen, Amsterdam als wereldstad. Beste Hülya, u vervolgt nu uw eigen reis: van wereldstad naar Hofstad. Ik hoop van harte dat u de verhalen van alle Amsterdamse markten, van Plein ’40-’45 via de Albert Cuyp, de Dappermarkt tot aan Marqt met een q meeneemt als volksvertegenwoordiger in de Tweede kamer. Wij wensen u alle succes. Het ga u goed. En dan is, en dan hopen we dat alles goed gaat, nu aan u het woord. Mevrouw KAT: Dank voor uw mooie woorden. Het is een beetje vreemd om juist nu politiek actief te zijn, zo de laatste dagen in Den Haag, maar dat is het geval. Ik wil jullie, alle raadsleden, collegeleden, de ambtelijke organisatie, de griffie, ontzettend danken voor de fijne samenwerking. Ik heb het echt als een voorrecht ervaren. Ontzettend dankbaar ook. Ik ga wel daarmee ook niet meer voorzitter zijn van mijn geliefde raadscommissie Mobiliteit en Water, behoorlijk inhoudelijke raadsleden, die juist op de inhoud met elkaar gediscussieerd hebben. Ik heb daar deel van mogen uit maken als voorzitter. Dus daarvoor ontzettend dank, dank aan de experts.

Dank ook aan de fractie van D66, specifiek ook aan de lijstadviescommissie van D66 Amsterdam en in het bijzonder de lijsttrekker Reinier van Dantzig, die jaren geleden de steun en het vertrouwen in mij heeft gegeven om als niet geboren Amsterdammer de kans te geven om politiek actief te zijn in Amsterdam. Geen muur om Amsterdam. De stad van kansen. Een wereldstad van vrijheid. Een stad waar ik nu een aantal jaren in woon en zal blijven wonen en met heel veel plezier en met heel veel liefde. Ik ben het steeds meer en meer gaan waarderen. Ik ben zo blij dat wij opgaan naar een toekomst met meer progressiviteit, meer investeren in gelijke kansen. Zet dat voort. We zijn met velen. Laat niet ons de mond snoeren, wordt politiek actief. En het ga jullie allemaal hartstikke goed. Dank je wel. De VOORZITTER: Mevrouw Kat, ook voor u wordt geapplaudisseerd, digitaal. Alle succes in Den Haag. Goed, daarmee kunnen we door naar de gewone agenda. Ik schors een enkel moment om even van plek te kunnen wisselen met de heer Torn. Wethouder Kukenheim heeft dringend gevraagd om haar onderwerp als eerste te kunnen bespreken. Ik neem aan dat daar geen bezwaren tegen zijn. Mocht dat wel zo zijn, dan kunt u dat even melden in de chat. Ik schors een enkel moment. De VOORZITTER schorst de vergadering enkele minuten. Voorzitter: de heer Torn De VOORZITTER heropent de vergadering.

25 Kennisnemen van de bespreking van het onderwerp bieden van 24-uursopvang voor daklozen bij winterkou in de raadscommissie ZJS Nr. VN2021-006074 De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 78° Motie van de leden Van Pijpen, Veldhuyzen en Kiliç inzake noodopvang in het kader van de lockdown, nr. 177.21.

7

Jaar

2021

Vergaderdatum 1 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Bij de staatssecretaris van VWS aan te dringen op de door het Rijk bekostigde noodopvang in het kader van Corona niet te beëindigen zolang de lockdown nog van kracht is. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER: Daarnaast hebben het woord gevraagd, de heer Veldhuyzen van BIJ1, mevrouw Van Pijpen, mevrouw Kiliç en mevrouw Kuiper, die voor dit onderwerp, zoals ik begrepen heb, haar maidenspeech zal houden. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Veldhuyzen. De heer VELDHUYZEN: Ik ga een niet al te lange bijdrage houden, maar ik wil beginnen met het geven van een shout-out naar alle activisten en vrijwilligers, zorgprofessionals, allerlei solidaire Amsterdammers en ook de andere raadsleden die net nog voor de Stopera stonden te demonstreren tegen de sluiting van de noodopvang. Ja, ik vraag me eigenlijk af waarom de noodvang gaat sluiten terwijl de pandemie nog gaande is, want alle argumenten die werden opgeworpen om die noodopvang te openen, zijn nu natuurlijk ook nog geldig. Dat is de wethouder niet eens zozeer aan te rekenen, maar het kabinet. Wel vindt BIJ1 natuurlijk dat als het kabinet de noodopvang niet meer wil betalen, dat Amsterdam dat dan maar moet gaan doen. Mijn vraag aan de wethouder is welke mogelijkheden zij nog ziet voor het stadsbestuur als het kabinet dit plan echt gaat doorzetten.

Er is een petitie van Dokters van de Wereld – die hebben we net voor de Stopera ook gesproken – voor het behoud van die noodopvang en ervoor te zorgen dat niemand op straat hoeft te slapen noodgedwongen. Die is bijna dertigduizend keer ondertekend. De directeur van Dokters van de Wereld zegt ook dat de sluiting van de noodopvang, naast dat het veel leed veroorzaakt, ook het bestrijden van de pandemie onder de groep dak- en thuislozen praktisch gezien onmogelijk maakt. Maar goed, pandemie of niet, mensen zouden sowieso niet noodgedwongen op straat hoeven te slapen. Maar noodopvang alleen is niet genoeg. Het is wel het minimale wat we kunnen en moeten doen. Maar ja, ik ga niet weer een motie indienen om te vragen om zelf voor die noodopvang te betalen, maar ik wil nu wel de linkse partijen in deze raad toespreken. Wij moeten het aankomende jaar echt meer met elkaar gaan samenwerken en gebruik gaan maken van de linkse meerderheid die we hebben om ervoor te zorgen dat het recht op onderdak voor iedereen wordt gewaarborgd. BIJ1 ondersteunt de motie van GroenLinks om het kabinet op te roepen om de noodopvang in ieder geval open te houden tijdens de lockdown. Afsluitend heb ik nog twee vragen aan de wethouder, die niet zozeer over de sluiting van de noodopvang gaan, maar wel met de gebruikers daarvan. Die stel ik op basis van allerlei signalen die ik heb gehad.

Wat ik hoor, is dat veel mensen buiten de boot vallen, omdat er eigenlijk een vangnet mist voor mensen met zwaardere problematiek. Dit gaat ook over de reguliere opvang. Door die problematiek die mensen hebben, worden ze vaak de noodopvang uit gezet en is er geen alternatief. Ik ken ook persoonlijk mensen die hierdoor nu op straat staan. Ja, die mensen zijn soms een gevaar voor zichzelf, maar ook gewoon een gevaar voor anderen als zij niet de zorg krijgen die ze nodig hebben. Mensen met heel ernstige psychische problematiek, die maar gewoon door de stad dwalen. Ik zou graag een toelichting van de wethouder willen vragen over wat nou precies de procedures zijn wanneer mensen uit de noodopvang worden gezet. En welke vangnetten er zijn en hoe die worden ingezet wanneer iemand uit zo’n opvang wordt gezet. De tweede en laatste vraag is, veel dak- en thuislozen hebben allerlei klachten, maar vaak hebben ze niet het idee dat er naar hen wordt geluisterd. Dus ik wil de wethouder vragen welke klachtenprocedures er nou zijn voor dak- en thuislozen, die gebruikmaken van voorzieningen die worden georganiseerd door de gemeente of door organisaties die door de gemeente worden gesubsidieerd. En worden die klachten bijgehouden? Zo ja, waar en hoe? En hoe worden die klachten vervolgens meegenomen in evaluaties en nieuwe beleidsontwikkeling. Voor nu hou ik het even hierbij.

De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Van Pijpen.

8

Jaar

2021

Vergaderdatum 1 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Mevrouw VAN PIJPEN: Eigenlijk was het onderwerp van dit agendapunt de opvang tijdens de koude periode van twee maanden geleden. Gelukkig is er toen ook tijdig naast de nachtopvang ook dagopvang gerealiseerd. Dat was een goede zaak, waar we ook blij mee waren. Dat hebben we toen ook uitgesproken. Inmiddels is er geen extreme kou meer, maar stijgen de temperaturen wel. Maar wat ook stijgt, helaas, helaas, is ook het aantal coronabesmettingen nog steeds. En er is, hoe graag we dat ook wel zouden willen, nog geen concreet perspectief op het einde van de lockdown, met alle nare gevolgen van dien. Daarom is het ook verbazingwekkend dat, ondanks die blijvende lockdown, de daaraan gerelateerde noodopvang voor dak- en thuisloze mensen wel vanaf 1 april geleidelijk en na 1 mei bijna volledig voor de wat ze dan noemen de niet-rechthebbenden afgebouwd wordt. Maar wat GroenLinks betreft is er eigenlijk niets veranderd nog aan het feit dat het voor verschillende groepen in onze stad nog altijd heel moeilijk is om te overleven tijdens een lockdown. Door de crisis zal het aantal dak- en thuisloze mensen eerder toe- dan afnemen. Het is bijvoorbeeld ook door de coronaregels moeilijker om een tijdelijke bank te vinden om op te slapen. Het is moeilijker ook te werken aan asielprocedures of terugkeerprocedures. En mensen zullen ook eerder hun werk of hun woning verliezen dan er een vinden.

Wij snappen dan ook eigenlijk gewoon echt niet dat het rijk nu al de financiering stopt voor deze opvang. Dat doen ze toch ook niet voor de TOZO of voor de NOW? Die duurt ook zo lang de lockdown duurt. In de richtlijn die het rijk heeft gegeven, staan overigens ook wel wat onduidelijkheden, want naast dat erin staat dat mensen die normaal geen recht hebben op opvang dat het zal worden afgebouwd tussen 1 april en 1 mei, staat er ook de volgende zin in: de toegang tot de opvang wordt voor niet-rechthebbenden pas ontzegd als de lockdown ten einde is. Maar toch wordt er ook al een datum genoemd van 1 april voor nieuwe mensen en 1 mei voor alle niet-rechthebbenden. Dus hoe kan dat nou? Dat vragen wij ons ook echt af. De brief is geschreven door de staatssecretaris, niet door deze wethouder. Maar hoe dan ook zien wij geen redenen om de noodopvang nu al te stoppen zolang de lockdown duurt en hebben daarom inderdaad ook een motie, samen met BIJ1, DENK, ChristenUnie, SGP en PvdA, waarin we het college oproepen om er bij het rijk op aan te dringen de financiering voor de noodopvang niet te beëindigen zolang de lockdown nog aanhoudt. We realiseren ons ook dat het vandaag al 1 april is en er dus ook op dit moment, vanaf vandaag, mensen de toegang tot de noodopvang ontzegd kan worden.

We hopen dan ook dat deze oproep aan het rijk zo snel mogelijk gedaan kan worden en dat hierin ook contact gezocht wordt met de andere, in ieder geval, G4-steden. Maar als er ook buiten de G4 nog steden zijn die hierin op willen trekken, is dat natuurlijk ook zeer welkom, want het is belangrijk dat we in deze moeilijke en onzekere tijden goed zorgen voor de meest kwetsbare mensen in deze stad. Dat was het, voorzitter. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Kiliç. Mevrouw KILIÇ: Ik zal het heel kort houden gezien de spreektijd die ik moet overhouden voor mijn collega en de slechte verbinding die niet stabiel is. Ik sluit me volledig aan bij de woorden van mijn collega’s van GroenLinks en BIJ1. Ik was net ook nog bij de demonstratie en daar werd nogmaals bevestigd hoezeer het noodzakelijk is dat er opvang wordt geregeld voor dak- en thuislozen en zeker in deze lockdownperiode. Het gaat er bij mij dus niet in waarom mensen zomaar op straat worden gezet. Dus daarom steunen wij de motie van de collega’s van GroenLinks en verzoeken wij de wethouder om hier gehoor aan te geven. Dank u wel. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Kuiper voor haar maidenspeech. Mevrouw KUIPER: Een bijzonder moment. Ik neem graag het woord bij dit onderwerp als kersvers ChristenUnie-raadslid.

Opvang van daklozen in een koude periode en ook in coronatijd raakt een van de kernpunten van de ChristenUnie. De overheid dient immers een schild voor de zwakkeren te zijn. Daarnaast heeft ze meer belangrijke taken, onder andere op het gebied van veiligheid. Goed zicht hebben op wat ondersteuning en bijsturing verdient in onze samenleving is zeer relevant. Beschermt een overheid dat wat

9

Jaar

2021

Vergaderdatum 1 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

kwetsbaar is, zoals de daklozen, dan verdient ze ook vertrouwen van haar inwoners. Dit geldt overigens niet alleen mensen, maar ook de natuur verdient bescherming. Ik mag mijn plek innemen in de raad van Amsterdam. Hoe bijzonder is dat? Eervol. Dan te beseffen dat ik in de jaren ’80 als student aan de overkant van de Stopera, nota bene zichtbaar vanuit de raadszaal, kwam te wonen op de Zwanenburgwal. Ik kan in mijn herinnering nog de geluiden van de heipalen voor de bouw van dit stadhuis terughalen. Ik was een nieuwkomer vanuit de provincie, zoals we dat als Amsterdammers soms beschrijven. Maar al snel had ik de smaak van de stad te pakken. De vrolijkheid, de veelkleurigheid en de vrijheid hebben mij sindsdien gevormd. En nog altijd zie ik veel mensen opbloeien door het wonen in onze prachtige stad. Deze stad is in staat om het beste in mensen naar boven te halen, maar er is ook de andere kant. Het kan ook het zwartste scenario vormen voor velen: de daklozen, de vele ongedocumenteerde gezinnen, de slachtoffers van mensenhandel, de gebruikers die verslaafd raken aan verdovende middelen, de kinderen die in armoede opgroeien, maar ook de overwerkte en te ambitieuze carrièrezoeker, de ZZP’er die nu in coronatijd het moede hoofd in de schoot moet leggen en de succesvolle ondernemer die niet meer weet of er straks nog wel iets te ondernemen is.

Als raad hebben we instrumenten in handen om met verstand en gevoel keuzes te maken die grote invloed kunnen hebben op onze bewoners en het milieu. Dat is een grote verantwoordelijkheid. Tot begin jaar was ik duoraadslid en daardoor heb ik sommige van u al leren kennen als raadsleden en wethouders met het hart op de goede plek. Dat is het mooie van democratie. We mogen ons aan elkaar scherpen en samen een lijn uitzetten voor de toekomst. Daar wil ik ook beslist de ambtenaren met hun inbreng, kennis en ervaring bij noemen. Wijze besluiten komen tot stand door een veelheid van raadgevers staat in het Bijbelboek Spreuken. Wie zich verdiept in de geschiedenis van Amsterdam weet dat deze stad altijd een vrijheidslievende stad is geweest. Geloofsvrijheid en ruimte om handel te drijven. Beide hebben deze stad gevormd: de dominee en de koopman. Zowel vrijheid als handel zijn nog steeds leidend. Beide zijn ook weleens het spoor flink bijster. Zo is de rijkdom van de stad niet altijd op een rechtvaardige manier tot stand gekomen. Denk aan de slavenhandel en de gevolgen waar velen nog steeds mee te worstelen hebben. Ook nu is het verdedigen van vrijheid actueel.

Niet voor niets is het nodig dat de veiligheid van onze joodse inwoners extra aandacht behoeft, maar net zo goed de islamitische en de christelijke inwoners en ook de inwoners van welke geaardheid of overtuiging dan ook, tot op individueel niveau als het moet. Amsterdam is gevormd door haar bewoners en haar nieuwkomers. Tegelijk worden de nieuwkomers gevormd door het wonen in deze stad. Dat heb ik zelf ervaren en dat zie ik om mij heen gebeuren. Immers, de open houding tegenover nieuwkomers vormt de stad elke keer opnieuw en kan haar goed doen. Zoals destijds de gevluchte Hugenoten uit Frankrijk en België en de joodse Portugezen die hier kwamen, zo verrijken nu meer dan 100, sommigen zeggen 130, verschillende nationaliteiten onze wijken. Tegelijk is deze veelkleurigheid voor meer autochtone Amsterdammers niet bij voorbaat een blijmaker. Hebben we daar genoeg oog en oor voor? Zelf woon ik in de vogelwijk in AmsterdamNoord. Ik probeer betrokken te zijn bij onze buurt. Ik spreek veel mensen. Mondeling kan het er in onze wijk hard aan toe gaan als het over woningcorporaties en ‘de gemeente’ gaat. Een goed voorbeeld is de overhandiging van de petitie Red Amsterdam-Noord aan de burgemeester eerder deze week. Ik zie het warme hart wat er toch vaak achter schuil gaat. Dat maakt mij hoopvol over onze samenleving.

Er is echter wel een kloof tussen bewoners en overheid waar een goede brug voor nodig is. Over bruggen gesproken- als Noorderling ben ik geïnteresseerd in de sprong over ’t IJ, maar ik ben nog meer geïnteresseerd in het overbruggen van de kloof in het sociale en economische leven van onze inwoners. We hopen dat onze stad in de loop van deze zomer weer toekomstgerichter aan de slag kan gaan. Mag toerisme met als grootste trekker prostitutie en drugshandel nog steeds zo’n grote rol spelen in die handelsgeest? Is het huisvesten van postadressen van internationale ondernemingen vanwege het belastingklimaat wel oké? Is er wel genoeg handhaving om milieudelicten op te sporen? En welke oplossingen worden er aangereikt voor de huisvesting van laagbetaalde arbeidsmigranten? Dat brengt me uiteindelijk ook terug bij de opvang van daklozen. Is er voldoende aandacht voor deze dakloosheid om uiteindelijk te komen tot een meer

10

Jaar

2021

Vergaderdatum 1 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

structurele oplossing, zodat we er niet elke opnieuw aandacht voor hoeven te vragen? U bent allen in staat om de lijst van zaken die we op moeten lossen, aan te vullen. Het zoeken naar recht en gerechtigheid, voorzitter, tot slot, is voor mij een belangrijke drijfveer om deze nieuwe en eervolle rol als opvolger van Don Ceder op mij te nemen. Daarbij gaat het om mensen, maar ook om de schepping. Machtsmisbruik moet worden tegengegaan. Niet alleen mensen, maar ook onze dieren en planten, zijn te vaak slachtoffer van hen die zich als sterkste voor doen. Een constructieve samenwerking met ieder van u die het goede is toegedaan, is daarbij van essentieel belang. In de Romeinenbrief staat een hoopvolle Bijbeltekst die mij in ieder geval aanmoedigt: laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede. Ik dank u voor uw aandacht. De VOORZITTER: Van harte gefeliciteerd namens de hele gemeenteraad met uw maidenspeech. We kijken natuurlijk nog uit naar heel veel mooie bijdragen van u in de debatten hier en hopelijk is dat ook snel weer fysiek bij ons in de raadszaal en mogen we u hier ook weer verwelkomen. Daarmee zijn we ook aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de raad. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Kukenheim voor beantwoording van de vragen en de preadvisering van motie 177.21.

Wethouder KUKENHEIM: Ik zou graag willen beginnen met het feliciteren van mevrouw Kuiper met haar mooie maidenspeech. De veelzijdigheid van Amsterdam heeft ze heel mooi naar voren gebracht, hoe Amsterdam het beste in mensen naar boven brengt. Er sprak ook ontzettend veel barmhartigheid uit haar inbreng. Dat is belangrijk voor ook het onderwerp wat we nu bespreken. Voorzitter, laat mij duidelijk zijn. Wat mij betreft blijft de noodopvang zolang deze lockdown duurt, want je kunt niet van iedereen verwachten dat ze binnenblijven, dat ze hun sociale contacten beperken en dan een grote groep mensen, die geen onderdak hebben, eigenlijk wel op straat laten staan. Dus dat is eigenlijk heel simpel en daarmee dus ook, voor wat betreft de motie, kan ik daar heel goed mee uit de voeten. Het is eigenlijk een herhaling van de oproep die u al eerder heeft gedaan. U heeft al eerder opgeroepen om die noodopvang bij de lockdown te organiseren. Dat heb ik toen bepleit. U heeft mijn brief gezien. Dat zal ik blijven doen, ook op het moment dat er na 1 april – en dat is al – een lockdown is, moeten we dat op die manier volhouden. Er zijn in detail een paar vragen gesteld over de verordening, namelijk hoe zit dat nou met de nieuwe niet-rechthebbenden.

Niet-rechthebbenden – even voor de fijnproevers – zijn mensen die geen recht maken op ondersteuning vanuit de Wmo, omdat zij bijvoorbeeld uit een ander Europees land komen en daarmee de wetgever bedenkt dat zij moeten terugvallen op het sociale stelsel in dat land. Dus in de praktijk zijn de nietrechthebbenden de mensen die wij geen Wmo-voorzieningen kunnen geven, zijn mensen vaak uit Oost-Europese landen, Midden- en Oost-Europa. In Amsterdam zorgen wij wel voor deze mensen. Dat is overigens anders dan in de meeste andere gemeenten. Wij hebben speciale opvang en ook programma’s voor hen om hen bijvoorbeeld wel te begeleiden, zowel bij hun gezondheid, maar ook bijvoorbeeld met repatriëring, omdat het perspectief in Nederland heel beperkt is, omdat zij ook geen recht hebben op een doorstroom naar onze woningmarkt, om maar wat te zeggen. Daarmee is het ook heel ingewikkeld om deze mensen heel langdurig hier op te vangen, omdat dat perspectief eigenlijk in de weg zit. Er is geen uitstroom naar diezelfde woningmarkt mogelijk. Wat zien wij de laatste tijd gebeuren? Dat wij eigenlijk al deze mensen ook altijd hebben opgevangen tijdens de lockdown. Dat blijven we ook doen. Maar we zien ook dat er mensen speciaal voor onze noodopvang naar onze stad komen.

Zowel mensen van andere Nederlandse steden, waarvan men eigenlijk verplicht is om ook noodopvang te organiseren, maar waar men toch naar Amsterdam wordt verwezen, als mensen die eigenlijk vanuit het buitenland al naar onze noodopvang komen. Dat is niet de bedoeling. De bedoeling is natuurlijk dat we mensen die hier zijn en in de knel zitten, helpen. En waarom dat vooral ongunstig is, is omdat onze noodopvang maar blijft groeien, blijft groeien en blijft groeien. En dat betekent

11

Jaar

2021

Vergaderdatum 1 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

dat we eigenlijk op een gegeven moment ook weer over moeten gaan op andere faciliteiten, waar we nu eigenlijk best wel mooi georganiseerd hebben in de Transformatorweg en in het A&O Hostel om maar wat te noemen, zou ik niet terug willen naar gymzalen waar we natuurlijk in het begin, vorig jaar, ook mensen hebben opgevangen. Dat vind ik een ongunstige situatie. Dus ik denk dat het verstandig is om te kijken, hoe kunnen nou ook anderen hun deel pakken aan die noodopvang. Nou, dat bespreken we ook landelijk en dat is, denk ik, niet zo gek. Je ziet ook dat de noodopvang in Amsterdam veruit het allergrootste is. Maar daar blijft het niet bij. We gaan natuurlijk wel sowieso nu met alle mensen die in die noodopvang zitten, kijken wat is nou de volgende stap. Waar kunnen we je mee helpen? Soms is die volgende stap in Amsterdam. We hebben expres, zeg ik ook richting de heer Veldhuyzen, extra plekken vrijgemaakt, 24-uurs plekken, om juist te werken aan je perspectief. Dat was ook een amendement van uw raad, om te zorgen dat ook straks na de noodopvang een grotere groep hier opgevangen kan worden. We gaan mensen, met name als ze geen recht hebben op bijvoorbeeld een Wmo-voorziening in Amsterdam, helpen om weer te begeleiden naar werk of naar het land van herkomst, helpen bij repatriëring. Dat is hoe dat doen.

Kunnen wij, dat was ook nog één vraag, als het kabinet besluit om geen geld meer beschikbaar te stellen voor de noodopvang terwijl de lockdown gewoon voortduurt, dat dan uit eigen zak betalen? Nou, dat is wel heel ingewikkeld, want u weet, u heeft namelijk niet zo lang geleden onze begroting vastgesteld. Dus u ziet dat daar geen ruimte is. U ziet dat we wachtlijsten hebben bij de Wmo, wachtlijsten hebben bij de jeugdzorg. U kan uw geld maar één keer uitgeven. Dus ik vind het heel erg ingewikkeld als u mij vraagt om altijd maar daar waar Den Haag tekortschiet, te blijven compenseren. Dat doen we al op het gebied van de Wmo en al helemaal op het gebied van de jeugdzorg, maar daar zit een einde aan. Dan wil ik eigenlijk een bruggetje maken naar wat dat betreft ook de oproep van de heer Ceder in zijn afscheidsspeech. Er wordt vaak naar Den Haag verwezen en dat voelt ongemakkelijk. En zeker ongemakkelijk voor zo’n grote stad als Amsterdam met veel draagkracht. Tegelijkertijd wil ik u zeggen, wij hoeven ons niet te schamen voor de opvang die wij mensen bieden. Wij hebben heel veel plekken in Amsterdam. Meer dan waar dan ook.

Maar ook wij moeten in het belang van mensen wel heel goed kijken, hoe organiseren we dat nou op de beste manier en op welke schaal om ook de mensen die we opvangen ook echt perspectief te geven, omdat u ook weet dat de doorstroom naar het betaalbare deel van de woningmarkt heel erg beperkt is. Dat maakt dus dat je mensen niet altijd veel te bieden hebt. Lang verhaal, kort. Ik ben het met u eens: ik deel de shout-out, zoals de heer Veldhuyzen dat zei, dat we de lockdown en de noodopvang aan elkaar moeten blijven koppelen. Daar moeten we mee doorgaan. Ik zet mij in om te zorgen dat we met de mensen die we in huis hebben in gesprek gaan om te zorgen dat met iedereen wordt gekeken naar wat is het perspectief en waar is het perspectief, hoe kunnen we je daarbij helpen. En ik zal mij inzetten ook op de lange termijn uiteraard om de middelen voor de Wmo uitgebreid te krijgen, zodat we mensen hier de juiste zorg kunnen geven. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER: Ik zie dat er een tweede termijn is aangevraagd door mevrouw Van Pijpen. Die wil ik daar het woord voor geven. Mochten er nog andere leden zijn die een bijdrage willen leveren in de tweede termijn kunnen ze dat via de chat aangeven. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Van Pijpen.

Mevrouw VAN PIJPEN: Ja, ik doe het even voor de tweede termijn, zodat ik en ietsje langer kan spreken en ook even eigenlijk wel toch ook een beetje de heer Veldhuyzen aan kan spreken daarin, want dat vind ik ook wel belangrijk. Want, terecht zegt de wethouder net, dat we ongelofelijk veel doen in Amsterdam. Ik wil daarbij ook even in herinnering roepen dat we juist ook in de laatste begroting daarvoor ook nog honderd extra plekken hebben gerealiseerd. Dus ik vind dat ook belangrijk om dat wel ook neer te zetten, naast de nood die er ook is en die inderdaad altijd groter is dan we ook helaas kunnen verhelpen. Dus dat vind ik toch wel belangrijk om even mee te beginnen.

12

Jaar

2021

Vergaderdatum 1 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Maar dan heb ik vervolgens toch nog wel een vraag ook naar de wethouder toe, want ik hoor toch een beetje twee dingen in uw betoog. Enerzijds zegt u, ja, natuurlijk vinden wij dat de noodopvang moet worden doorgaan zolang de lockdown geldt. Nou, dat is fijn om te horen. Dat zeggen wij natuurlijk ook in de motie, dus ik ga er ook vanuit dat u het volop in Den Haag ook zult bepleiten. Maar 1, het is nu 1 april. Dus wat gebeurt er nu? En u zegt tegelijkertijd, ja, de niet-rechthebbenden gaan we niet meer opvangen. Voor mij combineren die twee niet helemaal. Dus ik wil daar toch graag nog even een toelichting op het feit dat als de noodopvang doorgaat de niet-rechthebbenden wel worden opgevangen. Dat was het, voorzitter. De VOORZITTER: Volgens mij, zijn er geen andere leden van de zijde van de raad die het woord willen voeren in de tweede termijn. Dat betekent dat ik graag wethouder Kukenheim het woord geef om te reageren opDe heer VELDHUYZEN: Voorzitter, ik zou nog een tweede termijn willen doen, alleen de chat doet het bij mij niet. Dit is de heer Veldhuyzen, excuus. De VOORZITTER: Ja, dat hoor ik. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Veldhuyzen. De heer VELDHUYZEN: Dank aan de wethouder voor de beantwoording. De wethouder stelt dat wat haar betreft de noodopvang open blijft zolang de lockdown duurt.

Dat is gewoon echt heel erg goed nieuws en ik vertrouw er ook wel echt op dat zij daarvoor strijdt richting het kabinet. Dus alle steun daarvoor. Ik vraag me alleen wel af wat er dan moet gaan gebeuren als het kabinet die financiering toch stopt. Omdat de wethouder ook zegt, de gemeente kan niet altijd inspringen. Dus daar ben ik dan nog wel benieuwd naar. Waar ik ook blij mee ben, is dat de wethouder zegt dat die noodopvang in gymzalen een ongunstige situatie is, want toen de noodopvang daar vorig jaar massaal nog werd georganiseerd in gymzalen, verzette ik me daar altijd tegen. Maar toen kreeg ik altijd te horen, ook van deze wethouder, dat dat de beste plek was om het te doen volgens de GGD. Dus het is goed om te horen dat daar toch andere inzichten over zijn. Ja, nog twee puntjes. Er is geen ruimte op de begroting, zegt de wethouder. Daar ben ik het niet helemaal mee eens, want volgens mij is dat wel echt een kwestie van politieke keuzes. Ik heb allerlei moties ingediend om meer geld vrij te maken voor dak- en thuislozen. Die kregen gewoon geen steun. Dus dat geld is er wel, maar daar is gewoon geen draagvlak voor om dat aan dak- en thuislozen te besteden. Ik begrijp wel dat er allerlei andere dingen zijn waar het college voor wil kiezen, maar ja, ik moet toch echt benadrukken dat dat echt politieke keuzes zijn. Afsluitend, Amsterdam doet heel veel. Dat kopt.

Volgens mij, is er niemand die ontkent dat Amsterdam heel veel doet. Het enige wat ik, wat BIJ1, stelt is dat we te genoeg doen. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de bezuiniging op de noodopvang van gezinnen van grofweg twee miljoen, waardoor zestig gezinnen uit de noodopvang komen te staan. Dat gaat de aankomende tijd ook plaatsvinden. Ik krijg er nu ook heel veel signalen over. Maar ik denk ook aan die honderdduizenden vierkante meters leegstand in kantoorpanden al jarenlang, die allang ingezet hadden kunnen worden. Dus ja, we doen heel veel in Amsterdam en ik steun dat ook echt allemaal wat we wel doen. Maar ik blijf gewoon pushen, we kunnen meer doen als we dat zouden willen. Daar hou ik het bij.

13

Jaar

2021

Vergaderdatum 1 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

De VOORZITTER: U heeft toch op een knappe wijze de interruptie van mevrouw Van Pijpen onnodig gemaakt, want u bleef zolang doorpraten dat zij op een gegeven moment ‘laat maar’ zei. Ik ga eens even kijken. We zijn nu wel echt aan het einde gekomen van de tweede termijn. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Kukenheim voor beantwoording in de tweede termijn. Wethouder KUKENHEIM: Mevrouw Van Pijpen, voorzitter, had volgens mij een heel specifieke vraag: worden alle niet-rechthebbenden nu uit de noodopvang gezet? Dat is niet het geval. Ik heb u ook de specifieke richtlijn gestuurd deze week, dinsdag in de dagmail zeg ik uit mijn hoofd. Daarin ziet u dat nieuwe niet-rechthebbenden niet meer worden toegelaten. Dat betekent dat de mensen die nu al worden opgevangen – en dat zijn er heel veel, uit mijn hoofd zeg ik een derde, maar ik kan er een beetje naast zitten – niet worden uitgezet. En dat nieuwe niet worden toegelaten, dat heeft te maken met eigenlijk de dynamiek die ik u net zei. Dat we eigenlijk een beetje aan het zien zijn dat er mensen eigenlijk helemaal nieuw hierheen komen, specifiek voor de noodopvang. Dat is natuurlijk een andere situatie. De mensen die hier zitten, blijven zolang die noodopvang duurt. Maar we gaan met iedereen in de noodopvang in gesprek om te vragen, wat is nou het perspectief? Dat was een heel specifieke vraag. Even kijken.

Volgens mij, zat er in het betoog van de heer Veldhuyzen, voorzitter, niet een vraag, behalve waarom – over de gymzalen en was er eigenlijk een terugwerkende kracht – toen wel gymzalen. Maar dat was ook omdat de omstandigheden toen iets anders waren, omdat we toen vrij plotseling heel grootschalige opvang moesten gaan organiseren. Terwijl, bij de tweede lockdown waren we eigenlijk al een beetje in voorbereiding ook op het feit dat wij altijd ook voor de winteropvang en de winter koude opvang veel opvangmogelijkheden nodig hebben. Dus dat betekent dat wij bij de tweede lockdown wat meer voorbereid al hadden om het eigenlijk op een betere manier vorm te geven. Verder heeft de GGD eigenlijk vooral geadviseerd om kleinschalig met veel ruimte – en met kleinschalig bedoel ik vooral dat niet te veel mensen bij elkaar slapen. Dan voorkom je natuurlijk – dat is in een gymzaal natuurlijk een stuk moeilijker, dus dat was inderdaad een noodsituatie. Maar de GGD is vooral altijd heel erg streng – of hoe zeg je dat, streng? – zij adviseren vooral over zorg ervoor dat mensen niet binnen te dicht op elkaar zitten. Daarmee is het voor mensen eigenlijk gunstiger om buiten te zijn. Dus daar zit ook minder gevaar in. Nou, gelukkig wordt het mooier weer, dus is die mogelijkheid er om dat er natuurlijk ook veel meer, voor heel veel mensen. Nou, misschien een beetje ter verduidelijking.

Dat was een vraag. De VOORZITTER: Ik zie dat u een interruptie heeft van- Ik kan eigenlijk niet zien van wie, maar ik denk dat het de heer Veldhuyzen is, die een heel lang stuk ook op de chat heeft gezet. Dat is absoluut niet de bedoeling, meneer Veldhuyzen. Dat wil ik even zeggen. Ik wil u wel een interruptie geven. Ik zie dat mevrouw Van Pijpen dat ook nog wil. Mevrouw VAN PIJPEN: Ja, ik had eerder een- Ja. De VOORZITTER: Volgens mij, was mevrouw Van Pijpen eerder, maar dat zag ik al niet meer door de chat. Dus dan geef ik mevrouw Van Pijpen als eerste het woord voor haar interruptie.

14

Jaar

2021

Vergaderdatum 1 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

(Mevrouw VAN PIJPEN: Ja, nog even over die niet-rechthebbenden die nog wel vanaf 1 april geen toelating meer krijgen, want dat verhoudt zich toch volgens mij niet helemaal met het feit als we zeggen de noodopvang blijft gehandhaafd ook zolang de lockdown duurt. Dat is ook wel natuurlijk waar onze motie juist over gaat, dat ook niet-rechthebbenden ook gedurende de lockdown – nogmaals, de situatie daarna is anders – wel ook in de opvang kunnen blijven. Dus dat is wel wat onze motie zegt. Dus hoe kijkt de wethouder daar dan naar?) Wethouder KUKENHEIM: Ja, volgens mij – of ik druk me misschien niet goed uit – zij kunnen blijven. In dat woord ‘blijven’ gaat het dus over dat de mensen die nu worden opgevangen kunnen blijven. Nieuwe mensen die bijvoorbeeld vanuit een Oost-Europees land hierheen komen speciaal voor onze noodopvang, dat is niet de bedoeling. Ik denk dat u dat ook begrijpt. We zien ook dat er mensen bijvoorbeeld vanuit andere steden, die eigenlijk daar recht hebben op noodopvang, naar onze noodopvang komen. Dat is eigenlijk ook niet de bedoeling. Niet omdat wij zeggen, wij hebben niet een groot hart, maar omdat we zeggen, luister eens, dat zou in de praktijk namelijk betekenen dat wij echt nog veel meer moeten gaan uitbreiden. Die uitbreiding kan ik niet meer zo mooi vormgeven zoals we dat nu doen.

Dus ik vind dat ook eigenlijk in het belang van die mensen zelf niet gunstig. Als u zegt, goh, ik ben het er helemaal niet mee eens, ik vind ook dat nieuwe mensen die nu in Nederland in Amsterdam in de noodopvang moeten, ja, dan moet u zich echt wenden tot Den Haag. Dan moet die richtlijn worden aangepast. Ik lees de motie eigenlijk niet zo specifiek. Als u zegt, nou, dat stukje moet worden aangepast, dan heb ik meer moeite met die motie. Dan zou ik hem echt afweging aan de raad houden. En anders heb ik geen moeite met de motie, want we zijn volgens mij gewoon eens. Ik vind dat de noodopvang gekoppeld aan die lockdown moet blijven. Daar hoeven we ook helemaal niet moeilijk over te doen. Dan is er nog een vraag. Die ben ik even kwijt. Sorry, voorzitter. De VOORZITTER: Ik kijk even naar mevrouw Van Pijpen. Mocht er nog een vraag openstaan, kan zij u er vast aan helpen herinneren. (Mevrouw VAN PIJPEN: Ik wil niet in een semantische discussie terechtkomen. Dat is 1. 2, ik wil ook niet in een discussie terechtkomen of het inderdaad logisch en verstandig is dat mensen uit andere landen, uit andere steden, specifiek hier voor de noodopvang komen, want dat is inderdaad niet waar het om gaat.

Maar waar het wel om kan gaan, is dat er nu mensen in deze stad om wat voor reden dan ook dakloos kunnen worden, die op dat moment gewoon noodopvang moeten kunnen krijgen ook als zij niet-rechthebbende zijn volgens de normen, ook gedurende de lockdown. Dat is waar het over gaat. En dat is, volgens mij, waar we ook met zijn allen naar moeten streven.) Wethouder KUKENHEIM: Ja, maar dan verwijs ik eigenlijk naar- Dan zeg je eigenlijk, ook in tijden zonder noodopvang- Dus dan hebben we natuurlijk voorzieningen voor mensen die dakloos worden. Die voorzieningen hebben we vorig jaar hervormd. Toen zijn we van een winteropvang gegaan naar een perspectiefopvang die het hele jaar door duurt. En onderdeel van die perspectiefopvang is ook dat daar een derde, zeg ik uit mijn hoofd, ook plekken zijn voor niet-rechthebbenden. Dus die voorziening hebben we. Wat ik nu zeg, staat nog even los van de crisis. Als u zegt, ja, maar we moeten eigenlijk überhaupt meer noodopvang of nachtopvang hebben voor niet-rechthebbenden in deze stad, los van de noodopvang die nu door het kabinet wordt georganiseerd of die betaald wordt door het kabinet, dan zouden we gewoon met elkaar echt even intrinsiek weer terug moeten naar de tekentafel over de doorontwikkeling van de winteropvang. Maar ik kan het me bijna niet voorstellen, want u was daar heel enthousiast over.

Of uw collega in ieder geval die daar het woord op voerde. Dus ik denk dat het belangrijk is dat de noodopvang en de mensen die daar nu in zitten daar kunnen blijven zitten. Ik denk dat het ook goed is dat we niet zorgen dat we eeuwig blijven doorgroeien, omdat er mensen van verre naar onze noodopvang komen, want dat kunnen we gewoon eigenlijk niet waarmaken op de manier

15

Jaar

2021

Vergaderdatum 1 april 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

waarop we dat nu doen. Ik denk eigenlijk dat uw motie het goede oproept, namelijk zorg nou dat zolang die lockdown duurt er ook noodopvang is. De VOORZITTER: Ik kijk eerst nog even naar mevrouw Van Pijpen. Zij heeft geen behoefte aan een vervolginterruptie. (De heer VELDHUYZEN: Ik hou het heel kort. Twee puntjes. Ja, of u het leuk vindt of niet, die opvang gaat groeien. Het aantal economische daklozen alleen al in Amsterdam is door de coronacrisis verdrievoudigd. Dus dat gaat niet alleen van mensen die hiernaartoe komen, maar het probleem gaat helaas gewoon groeien. Dus dat is gewoon de realiteit. Ik had ook twee vragen gesteld. Die had ik ook aan de PA van de wethouder gestuurd. Misschien is het goed anders als de wethouder daar schriftelijk op reageert, zodat ik daar dan later nog op terug kan komen, want anders dan moeten we daar nu echt nog lang mee doorgaan. Dat is wellicht schriftelijk beter op te lossen dan.) Wethouder KUKENHEIM: Ik wacht tot ik het woord krijg, maar ik denk dat dat nu ongeveer zo is. Ik hoor u niet, voorzitter. Voorzitter, u bent niet te horen voor ons. Ik zie ook uw microfoon met een kruisje erdoorheen. Zal ik mijn antwoord geven? De VOORZITTER: Heel graag. Ja, ik was gedempt. Wethouder KUKENHEIM: Nu bent u wel te horen. De VOORZITTER: Door de techniek. Dat is misschien een veeg teken. Maar u heeft het woord, mevrouw Kukenheim.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10035730/1