CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20210331 Notulen raadsvergadering avond

RAAD 31 maart 2021, gemeente Amsterdam31.822 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Ik lees in de moties van u en ook in de moties van mevrouw Naoum Néhmé dat er anderhalf keer zo veel woningen moeten komen, anderhalf keer zo veel auto’s en anderhalf keer zo veel maakindustrie. Dat is geen keuzes maken; dat is de kiezer een rad voor ogen draaien. (De heer KREUGER: Ik weet niet of de heer Ernsting hoort wat hij zegt. Hij zegt 2040. 2040! Mensen hebben nu, nu, à la minute een huis nodig. Er moeten nu palen de grond in. Dan komt de heer Ernsting ermee aan ja, Havenstad, 2040. Mensen hebben nu echt op dit moment een huis nodig. Wanneer gaan die palen de grond in?) De retorische trucjes van de heer Kreuger kunnen niet verhullen dat hij dan ook niet helemaal weet waarover hij het heeft. Op andere plekken zijn we keihard aan het bouwen. Ook nu. Op de Zuidas. We hebben net nog het plan Verdi aangenomen. We zijn bezig in IJburg. We zijn nog steeds bezig onder de ArenA in Amstel III. Dus het is echt onzin om te zeggen dat er niks gebeurt. Dat is echt flauwekul. (De heer KREUGER: Er wordt gebouwd. Bijna alleen maar duur. Al die middenwoningen waarnaar iedereen op zoek is – heel veel mensen hebben een middeninkomen. Ik weet niet of u een beetje weet hoe dat werkt, maar die woningen worden op dit moment gewoon niet gebouwd. Ik vind echt dat u een loopje neemt met al die mensen. Er is niet in 2040 woningnood. Er is nú woningnood; er moet nú worden gebouwd.

Eigenlijk gisteren al. Ik vind het heel jammer dat de grootste partij in de raad daarmee zo laconiek omgaat en gewoon maar naar voren wijst. 2040, dan gaan we een paar huizen bouwen. Het moet nu.) Nu neemt de heer Kreuger een loopje met mijn woorden. De eerste vraag was waarom we naar 2040 kijken. Ik gaf een voorbeeld. Bijvoorbeeld omdat partijen zoals de uwe en de VVD het zo belangrijk vonden de bedrijvigheid in de haven de tijd te geven alvorens te verhuizen. Dat is niet onze keuze geweest. Er wordt nog steeds gebouwd en voor de rest laat ik de conclusies van de heer Kreuger voor zijn rekening maar ze kloppen niet. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Bloemberg-Issa.

38

Jaar

2021

Vergaderdatum 31 maart 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Mevrouw BLOEMBERG-ISSA: We hadden gehoopt dat het college meer duidelijker keuzes had durven maken in deze Omgevingsvisie. Want laten we eerlijk zijn: radicaal vergroenen en veel meer woningen, dat is een loze belofte die niet kan worden nagekomen. We zien nu al overal het groen worden opgeofferd voor woningbouw of recreatie en in gevelgroen kun je simpel weg niet recreëren. Rustgroen, biodiversiteit zullen nog schaarser worden en de Partij voor de Dieren maakt zich ook zorgen over de toekomst van de scheggen. Uiteindelijk zal het overal drukker gaan worden. Is het dan ook de bedoeling om op alle groenblauwe plekken attracties te gaan bouwen? De achtbaan die we hebben gezien? Een impressietekening van de groenblauwe hotspot op pagina 110. Dat doet ons dit vermoeden. Er staat ook nog steeds een theater in de Sloterplas getekend. Wij hopen dat er in de definitieve versie geen theater meer in het water staat. Ik heb een belangrijke motie ingediend over een adviesplicht groen want het college gaat meer bevoegdheden krijgen als het gaat om het afwijken van het bestemmingsplan. Dit moeten we zeker in het Omgevingsplan goed regelen, de opvolger van het bestemmingsplan.

De Partij voor de Dieren vindt dat het college niet zo maar een groene bestemming naar grijs mag veranderen en daarom heb ik een motie ingediend om te regelen dat de raad een adviesplicht krijgt, dat er een participatieplicht komt en dat er een langere procedure geldt wanneer de bestemmingsplan groen gaat worden gewijzigd. Ik hoop dat de raad inziet dat dit een belangrijk onderwerp is en deze motie aanneemt. (De heer ERNSTING: De bijdrage van de Partij voor de Dieren stelt mij toch wat teleur. Dit is een beetje een kans om hoog over een verhaal te houden over woningen, over Amsterdammers en over waar die dan moeten wonen en hoe je dat dan regelt met groen en met mobiliteit en met werk. Maar daarover heb ik helemaal niets gehoord. Heeft de Partij voor de Dieren daarover dan helemaal geen mening?) Laat ik eerlijk zijn naar de heer Ernsting toe. Ik had een zeer lange bijdrage op dit punt maar ik heb hierna ook nog een agendapunt over de volkstuinen waarbij ik ook een bijdrage wil doen en waarbij ik ook moties heb. Ik zou graag mijn laatste paar minuten voor dat agendapunt benutten. Ik denk dat wij later zeker verder kunnen gaan met deze discussie. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Biemond.

De heer BIEMOND: Het is denk ik goed eerst even te benadrukken dat dit een ontwerp is van de Omgevingsvisie en dat de moties die we indienen, worden meegenomen als zienswijze voor de definitieve versie. In die zin is dit nog niet de laatste integrale inbreng van de fractie van de PvdA. Laat ik beginnen met het uitdelen van de complimenten. Dat deed de heer Kreuger ook al en dat is terecht. Er zit duidelijk heel veel werk in het ontwerp, veel overleg, veel denkwerk en er is veel vooruit gedacht. Er zijn veel eindjes aan elkaar geknoopt. Het is kortom een belangrijk document. Maar omdat je aan complimenten niet zo veel hebt als zienswijze, dan toch ook een paar kritische noten. Onze kritiek laat zich samenvatten in het besef dat dit meer een planologische dan een economische visie is. Dat is juist in deze tijd een gemiste kans. De Structuurvisie 2040 van de voorganger van deze wethouder uit februari 2011 heette Economisch sterk en duurzaam. Dat eerste onderdeel missen we nu, vinden wij. De PvdA ziet de opdracht die voor ons ligt vanuit het drieluik verdichting, verduurzaming én verdienvermogen. Juist in deze tijd waarin de Amsterdamse economie enorme klappen heeft gehad, is ook een economische visie nodig. Wij bekijken dat en dat zal u niet verbazen, vanuit het perspectief van werkgelegenheid en vanuit dat perspectief is veel werk aan de winkel. In de

39

Jaar

2021

Vergaderdatum 31 maart 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

ontwerpomgevingsvisie wordt gerekend met 200.000 extra arbeidsplaatsen tot 2050 uitgaande van, zoals staat toegelicht, de voortzetting van de toename van werkgelegenheid sinds 1990. Dat roept op zichzelf al vragen op maar voor nu is voor ons de vraag belangrijk om wat voor soort banen het dan gaat. In de afgelopen twee decennia is de economische structuur sterk veranderd. Het belang van maakindustrie is sterk afgenomen ten gunste van de zakelijke dienstsector en door de toename van toerisme en horeca. Dan even voor de duidelijkheid: maakindustrie is niet alleen grootindustrie; dat is ook een drukker op de hoek, een autogarage, een meubelfabrikant. Dat soort ondernemers heeft de stad nodig want dat soort banen heeft deze stad nodig. De ontwikkeling die we de afgelopen jaren hebben gezien in de werkgelegenheid en dat heb ik al eens eerder gezegd in deze raad, leidt tot zo genoemde arbeidsmarktpolarisatie. Een groei van banen voor theoretisch opgeleiden vooral ingevuld door kennismigranten en ook groei in de servicesector maar dat is een eenzijdige groei. Middelbaar en praktisch opgeleiden vissen achter het net. Ik pleit daarom voor ruimte in letterlijke zin voor de maakindustrie. Als deze stad diverse werkgelegenheid behoudt, dan houden we ook het gemengde karakter van deze stad.

Dus ik zou heel graag willen dat extra in deze omgevingsvisie het economische aspect van diversiteit, van werkgelegenheid wordt meegenomen. Een ander onderdeel dat wat ons betreft beter kan worden uitgewerkt, is mobiliteit. We willen voorkomen dat we eerst stedelijke planologische ontwikkelingen uittekenen en dan pas het mobiliteitsplan, dan pas het openbaar vervoersplan, dan pas de bereikbaarheid, dan pas de fijnmazigheid van de mobiliteit. Daarvoor zou extra aandacht kunnen zijn in het ontwerp. Ten slotte, meer praktisch, missen wij een uitvoeringsstrategie. Misschien is dat nu prematuur; misschien is het gevoel van de wethouder dat we daar nog niet aan toe zijn, maar dat helpt ons wel bij de analyse. Mijn vraag is of het mogelijk is een uitvoeringsagenda aan de strategische keuzes te koppelen. (De heer KREUGER: Best een aardig betoog, moet ik zeggen. Ik was even benieuwd naar die mobiliteit. Als we het dan hebben over bijvoorbeeld de parkeernormen die er nu zijn, moeten die bij de PvdA worden verruimd of zo blijven zoals ze nu zijn of juist nog verder worden verkleind?) Dan moet ik eerst even het compliment van de heer Kreuger in ontvangst nemen, want wie maakt dat mee zo laat op de avond? Als wij het hebben over mobiliteit en dat zal u ook weer niet verbazen, dan denken wij als sociaaldemocratie in eerste instantie aan openbaar vervoer.

Wij vinden het heel belangrijk dat bij het uittekenen van nieuwe plekken goed wordt gekeken naar hoe je ervoor zorgt dat de toegankelijkheid, die mobiliteit blijft doordat mensen met het openbaar vervoer kunnen reizen. (De heer KREUGER: Als ik denk aan de sociaaldemocratie, dan denk ik elke arbeider een auto. Daar denk ik aan. Dus is de heer Biemond het niet met mij eens als we het hebben over normale gezinnen, zeg maar wat de norm is, dat een normaal gezin in een auto rijdt of in ieder geval één auto heeft om naar het werk te gaan of de kinderen naar de sportclub te brengen of iets dergelijks. Maar die auto hoort toch zeker wel bij een gemengde stad.) Ik wil de heer Kreuger daarin meteen gelijk geven want dat is de situatie zoals die nu is. In een doorsneegezin is de auto op dit moment een heel belangrijk onderdeel van de mobiliteit. Ik denk wel dat dat gaat veranderen. Er is natuurlijk steeds meer deelmobiliteit in opkomst. Ik moet zeggen, ik pleit ook voor maakindustrie voor banen in de stad om te voorkomen en dat is precies wat nu het gevaar is, dat al die banen uit de stad worden

40

Jaar

2021

Vergaderdatum 31 maart 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

geplaatst waardoor je eigenlijk juist meer autoverkeer nodig hebt. Dat is een van de redenen waarom ik denk dat het goed is dat we die maakindustrie in de stad blijven houden. Ik was aan het eind van mijn betoog. We zijn zeer benieuwd hoe de wethouder de verschillende zienswijzen gaat verwerken in de uiteindelijke omgevingsvisie en we zien uit naar de spoedige bespreking daarvan. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Naoum Néhmé. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ: Ook namens de VVD die zich voor een heel groot deel kan aansluiten bij het betoog van de PvdA-fractie de complimenten en dank voor de ambtelijke ondersteuning die dit intensieve traject heeft begeleid. Het is niet niets om dit op te schrijven. Tegelijkertijd voelen we ons nog altijd meer gelukkig in de Structuurvisie 2040 moet ik u eerlijk bekennen dan in deze en dat is heel eloquent uiteengezet door de heer Biemond. Die economische component zit er gewoon onvoldoende in. Omdat dit natuurlijk een voorlopig concept is en we later in het jaar meer gaan spreken over de definitieve versie houd ik het bij de volgende bijdrage.

Ik weet niet in welke omgeving de wethouder precies haar oor te luisteren heeft gelegd voor deze Omgevingsvisie maar als ik dit zo lees, dan was het geen omgeving waar mensen economische groei belangrijk vinden om banen te scheppen of om de verdiencapaciteit van de stad te vergroten of om de maakindustrie voor Amsterdam te behouden. Ook lijkt ze niet in de omgeving te zijn gekomen van autobezitters en dat zijn toch wel honderdduizenden Amsterdammers die hun auto nodig hebben om de kinderen naar sport te brengen, die parkeerplekken nodig hebben om opa en oma te laten oppassen. In die omgeving is de wethouder ook niet gekomen. En de wethouder is ook niet gekomen in de omgeving van woningzoekenden. Dat is ook een groep van honderdduizenden Amsterdammers want de wethouder verlaagt haar bouwambitie terwijl ik haar ken als de wethouder die ambitie soms veel belangrijker vindt dan de vraag of die ambitie realistisch is. Maar nu schroeft ze bij naar 5.000 woningen per jaar. Dat is toch echt een enorm gemiste kans. Dus voor ons op dit moment helaas onvoldoende aanknopingspunten in deze concept-Omgevingsvisie. Wij dienen daarom drie moties in. Eentje om de bouwambitie toch echt te houden op 7.500 woningen per jaar.

Over de invulling gaan we op een ander moment spreken maar in ieder geval wat we nu hebben op z’n minst doorzetten en niet gaan verlagen terwijl de woningmarktbrand op z’n hevigst is. De tweede motie is om realistisch autobeleid te voeren. Het KIM heeft voorspeld dat de autoverkeermomenten in Nederland maximaal 58 procent kan stijgen. Als je uitgaat van nul procent stijging in het autogebruik dan lijkt het mij niet realistisch. Dat lijkt me een droombeeld. En tot slot de bedrijvigheid, dat economisch sterk zijn. Je moet het geld eerst verdienen voordat je het kunt uitgeven en herverdelen. Dat missen we als Amsterdamse VVD hier in. Dat zou mijn oproep aan de wethouder zijn om voordat de volgende versie naar de raad komt, deze aandachtspunten voor ons mee te nemen. Als we er over zouden moeten stemmen op dit moment, dan zouden wij tegengestemd hebben. (De heer ERNSTING: Ik zei het al in een eerdere interruptie, de VVD wil anderhalf keer zo veel woningen, anderhalf keer zo veel auto’s en anderhalf keer zo veel maakindustrie. Mijn simpele vraag is dan: waar?) Als we kijken naar de planvoorraad die het vorige college rijkelijk heeft gevuld, dan kunnen we die woningen allemaal bouwen zelfs rekening houdend met juridische afspraken die zijn gemaakt voor Havenstad. Je wilt natuurlijk niet gaan morrelen aan afspraken die

41

Jaar

2021

Vergaderdatum 31 maart 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

jaren geleden zijn gemaakt. Wij zeggen niet, want dat is de frame dat GroenLinks graag op ons plakt, dat de auto met anderhalf keer moet stijgen. We zeggen alleen, als wetenschappelijke instituten in dit land ons waarschuwen voor wat op ons af komt met percentages die wel tot 58 procent stijging kunnen bedragen, dat het dan geen pas geeft om uit te gaan van nul procent stijging. Tot slot is die maakindustrie hartstikke belangrijk. Wij willen niet dat onze bedrijven nu worden weggejaagd en dat er vervolgens hele onnodige verkeersstromen op gang komen. Dat staat nog los van het feit dat de aantrekkelijkheid van Amsterdam niet is dat het een stad is met alleen maar woningbouw maar juist dat het een woonwerkstad is. Dat is waarom Amsterdam zo’n razend aantrekkelijke stad is. Dat is wat wij willen behouden en daartoe zien wij onvoldoende aanknopingspunten in deze omgevingsvisie. Amsterdam moet een woon-werkstad blijven; dat moet gewoon. (De heer ERNSTING: Met dat laatste is niemand het oneens. Ik heb eigenlijk geen echt antwoord gekregen op mijn vraag waar als het gaat om die woningen. Ik meende te begrijpen dan toch binnenstedelijk want het ging over Havenstad. Dat was in ieder geval het antwoord.

Nu hebben we in vorige colleges en ook in andere colleges in het land van grote steden die voor dezelfde verplichtingsopgave staan, met VVD-wethouders daarin eigenlijk altijd gedacht, als je gaat verdichten, dan gaat dat niet met dezelfde groei van automobiliteit zoals we dat gewend zijn. Wat er op ons afkomt, wordt op ons afgestuurd door veel bredere snelwegen die door het rijk worden aangelegd. Dus al die VVD-wethouders in het land zijn ook voor die autoluwe verdichtende steden. Neemt deze VVD nu afstand van haar vorige lijn hierin en van al die andere VVD’ers in het land?) Als de heer Ernsting het goed vindt, dan heb ik nooit naar Den Haag willen kijken en ik ga ook niet naar andere steden kijken. Ik ben gekozen in Amsterdam en daar houd ik het bij. Dat vind ik al ingewikkeld genoeg. Nee, wij vinden nog steeds dat autoluw gewoon onvermijdelijk is. Het gaat ons eigenlijk om de vraag in hoeverre het realistische is als je weet dat de voorspellingen 58 procent toename laten zien, je uitgaat van nul procent. Dat is waarom het ons gaat. We kunnen dan wel allerlei waanideeën hebben over dit is wat we willen, maar uiteindelijk zullen we door de realiteit worden ingehaald. Dus het enige wat we zeggen, is dat het niet realistisch is waartoe deze concept-Omgevingsvisie oproept.

Als je gezinnen wilt bouwen, en ik moet het helaas zeggen, in september op de motie van de heer Kreuger om te onderzoeken hoe je voor middeninkomens in de stad wilt bouwen, waren er twee partijen die hebben tegengestemd, GroenLinks en BIJ1, en voor de rest heeft de hele raad voor gestemd. Wat was die motie? Hoe je middeninkomens in Amsterdam kunt behouden. Als je dat weet, dan snap ik gewoon niet dat GroenLinks hier hele hoogdravende verhalen houdt. Als je niet gelooft dat middeninkomens behouden hoeven worden, dan geloof je natuurlijk ook mijn verhaal niet dat de auto daarvoor heel belangrijk is. (De heer ERNSTING: Dat was een heel lang verhaal over middeninkomens maar nauwelijks een antwoord op mijn vraag. Maar goed, daar laat ik het dan maar bij. Dan is mijn vraag ten slotte nog de volgende. Ik zag mevrouw Naoum Néhmé heel hard nee schudden toen ik het had over binnenstedelijk en over Havenstad. Wilt u dan toch in de buitengebieden aan de rand van Amsterdam iets vol bouwen?) Ik denk dat dat onvermijdelijk is. Ik denk dat iedereen die zijn eigen achterban wil doen geloven dat je 100 procent kan bouwen – en dat zei u aan het einde, dat alle 150.000 woningen binnen de gemeentegrenzen passen – dat dat iets is wat ik niet voor mijn rekening

42

Jaar

2021

Vergaderdatum 31 maart 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

durf te nemen. Ik neem aan dat wat het PBL heeft uitgerekend, klopt. 40 procent zou grofweg binnenstedelijk kunnen worden gebouwd en 60 procent moet buitenstedelijk. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Kiliç. Mevrouw KILIÇ: De omgevingsvisie is een vergezicht, een visie op hoe Amsterdam eruit moet komen te zien. De fractie van DENK vindt dat deze visie wel een inclusieve moet zijn en rekening moet houden met de inclusiviteit van haar burgers en de behoefte van hen. Zo is er een groeiende behoefte aan begraven worden voor onbepaalde tijd. Het gebrek om in deze behoefte te kunnen voorzien is helaas zeer pijnlijk in deze coronacrisis. We weten dat het college bezig is een dergelijke voorziening te realiseren. Daarvoor zijn we dankbaar maar de visie gaat om de toekomst van Amsterdam en daarin worden de kaders gelegd voor de komende 30 jaar. Daarin past ook om een begraafplaats voor onbepaalde tijd te worden begraven, te benoemen. In de volksmond eeuwigdurend begraven worden. Er zijn voldoende Amsterdammers die hier zijn geboren en getogen en leven in deze stad die hun hart heeft gestolen. Er zijn er genoeg die ook het liefst in de stad begraven willen worden volgens onze eigen cultuur. (...onverstaanbaar). Daarom zullen wij een motie indienen om deze behoefte expliciet op te nemen in onze toekomstvisie van de stad omdat het bij het Amsterdam hoort.

(Mevrouw NAOUM NÉHMÉ: De VVD is faliekant tegen gemeentelijke begraafplaatsen die eeuwigdurend zijn, maar mijn vraag aan de fractie van DENK is de volgende. Er zijn nu mogelijkheden om in Amsterdam eeuwigdurend begraven te worden, weliswaar niet door de gemeente aangeboden maar door marktpartijen. Waarom gaat de fractie van DENK daar niet voor?) De Omgevingsvisie gaat over hoe de stad wordt ingericht en dat betekent dus niet alleen gemeentelijke begraafplaatsen maar ook privé-initiatieven. Dat wordt dan gewoon opgenomen en dat is ons verzoek hier in de omgevingsvisie. (Mevrouw NAOUM NÉHMÉ: Even om het goed te begrijpen. Ik zeg, wie wil, kan nu al eeuwigdurend worden begraven in Amsterdam, weliswaar niet aangeboden door de gemeente maar dat maakt niet uit want het product is er. Wat voegt het dan toe dat ook de gemeente dat moet aanbieden? Dat is toch geen kerntaak van de overheid als het al bestaat en in ruimte beschikbaarheid aanwezig is binnen de gemeentegrenzen?) Die beschikbaarheid is niet voldoende. Daar komt nog bij dat de omgevingsvisie een toekomstgerichte visie is die niet alleen de gemeentelijke begraafplaatsen betreft maar het is een algehele visie op hoe je in de toekomst de stad inricht. Dus de behoefte is er en de mogelijkheden op dit moment zijn beperkt. Wat u aangeeft als eeuwigdurend is niet eeuwigdurend op dit moment. Het is alsnog voor een bepaalde tijd.

Dus er wordt op dit moment niet in de behoefte voorzien. (Mevrouw NAOUM NÉHMÉ: Wat een onzalig plan van wethouder Van Doorninck was, dat nu gelukkig van tafel is, dat was ook niet eeuwigdurend. Dat was 50 jaar en daarna zouden zeer waarschijnlijk de resten worden geruimd. Dat wil ik de fractie van DENK meegeven. Oftewel, laten we de gemeente niet opzadelen met taken die niet des gemeentes zijn. Het is geen kerntaak van de overheid om voor mensen eeuwigdurende begraafplaatsen te verzorgen.)

43

Jaar

2021

Vergaderdatum 31 maart 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

De kerntaak van de gemeente is wel om te voorzien in de behoefte van haar burgers, van de Amsterdammers en in het kader van de vrijheid van geloofsovertuiging om die te uiten en daaraan inrichting te geven in hun leven. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer N.T. Bakker. De heer N.T. BAKKER: Ik heb een korte bijdrage vanwege de spreektijd. Laat ik beginnen met de zaken in de omgevingsvisie die de SP zeer goed bevallen: de nadruk op groen en duurzaam is in de ogen van de SP de juiste. Als deze maandenlange lockdown iets duidelijk gemaakt heeft, dan is het wel de meerwaarde van groen. Ook de nadruk op openbaar vervoer bevalt ons zeer al is het natuurlijk wel zaak dit openbaar vervoer voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden. Wat ons verder opvalt, is dat deze visie nog veel andere prioriteiten heeft. We hebben het over groennormen, sportnormen enz. maar hoe verhouden deze normen zich tegenover elkaar? (De heer KREUGER: De SP is erg te spreken over de hoeveelheid duurzaamheid in dit stuk. Nu vraag ik me af, de SP is natuurlijk een voorstander van klimaatrechtvaardigheid. Als er nu geen klimaatrechtvaardigheid zou zitten in het beleid, is de SP dan nog steeds voor de energietransitie en dus voor alle duurzaamheid in dit plan?) We praten hier over een omgevingsvisie waarbij de nadruk op groen en duurzaam ligt.

Dat is nog steeds niet per definitie klimaatrechtvaardigheid. Dus ik mis eigenlijk altijd bij de heer Kreuger een vorm van nuance in de zin dat hij zich wat meer verdiept in de principiële discussie tussen de verschillende partijen die duurzaam zijn. Dus het ecopopulisme dat de heer Kreuger hanteert, past eigenlijk helemaal niet in dit betoog. Klimaatrechtvaardigheid is nog lang niet gerealiseerd, zeker niet als we kijken naar de opgaven die deze stad zou moeten realiseren. (De heer KREUGER: Klimaatrechtvaardigheid is niet gerealiseerd maar het komt wel heel erg naar voren in dit plan. Is de SP voor al die duurzaamheid die in deze plannen is geborgd als er dadelijk geen klimaatrechtvaardigheid is?) Dit plan is doorspekt met groen en duurzaam maar nog helemaal niet het uitgangspunt dat wij voor ogen hebben namelijk dat je een volledige systeemverandering krijgt waarin je op een gegeven moment klimaatrechtvaardigheid realiseert. (De heer KREUGER: Stel nu dat die klimaatrechtvaardigheid er zo meteen niet is en de burgers dus gewoon zelf gaan betalen van al die hobby’s van GroenLinks.

Blijft de SP dan vasthouden aan al die duurzaamheidsdingen die erin staan, ja of nee?) Nou, kijk, ik had het eerder over het ecopopulisme van de heer Kreuger maar eigenlijk vind ik dit meer lijken op een vorm van handbalpopulisme waarin u zo agressief inbeukt op het woordje klimaatrechtvaardigheid waarbij u helemaal niet weet wat het betekent dat ik helemaal geen zin heb om daarop verder antwoord te geven. Dus ik ga verder met mijn betoog. Zo concurreren alle aspecten op de weinige ruimte die beschikbaar is in de stad. Eigenlijk is de prognose van de snelle bevolkingsgroei uiterst belangrijk. Het lijkt er soms wel op alsof we willen groeien om het groeien, een soort groeiverslaving. We moeten ervoor waken dat Amsterdam een plek wordt waar straks alleen de hogeropgeleiden zich nog thuis voelen. We mogen geen yuppenenclave worden. Laten we eerst betaalbare woningen bouwen voor de jongeren in Nieuwwest en Zuidoost voordat we weer gaan denken aan groei, groei, groei door mensen van buiten de stad aan te trekken.

44

Jaar

2021

Vergaderdatum 31 maart 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Tot slot nog een vraag die meer de details in gaat. We begrijpen het als de wethouder hierop het antwoord niet paraat heeft, maar we lezen in deze visie de mogelijkheid tot verdichting bij het Muiderpoortstation. Er is een klein, klein dorpje in Amsterdam genaamd tuinwijk. Wij hebben aan bewoners beloofd dat hier geen ontwikkeling zal plaatsvinden en toch staat het in dit stuk. Dat vinden wij uiterst verwerpelijk. Misschien is dit niet het moment om bij het stuk op hoofdlijnen een dergelijke vraag te stellen, maar goed, we wilden het wel even aanstippen. Een klein, klein mooi dorpje in Amsterdam is juist pars pro toto een deel van het geheel. We komen hier ongetwijfeld op terug, voorzitter. Behoud tuinwijk van grootse projecten rond het Muiderpoortstation. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw De Jager. Mevrouw DE JAGER: Deze omgevingsvisie kijkt 30 jaar vooruit. Ik ben dan 60+ en ik hoop dat ik dan nog steeds in deze mooie stad woon. D66 kijkt met optimisme en met ambitie naar de toekomst van Amsterdam. De menselijke metropool vind ik een bijzonder goed gekozen term. Ik zou daar wel de waarde van een open blik op de wereld om ons heen aan willen toevoegen want de internationale stad wordt in de omgevingsvisie wel erg diep in de onderste lade geschoven. We weten allemaal dat de stad groeit en dat de ruimte schaars is.

Deze omgevingsvisie geeft richting aan hoe we daarmee kunnen omgaan. We willen meer huizen, meer groen, ruimte voor bedrijven, om te sporten, voor voorzieningen en de sleutel ligt eigenlijk bij verdichten. Dat is waarop deze omgevingsvisie duidelijk inzet en wat D66 steunt. Niet langer willen we hier een woonwijk, daar een winkelcentrum en verderop een bedrijventerrein met een gigaparkeerplaats. Dat willen we meer mengen en zo ook ruimte besparen. Daardoor kan er meer op de fiets en is de auto minder nodig. (Mevrouw BLOEMBERG-ISSA: Ik hoorde mevrouw De Jager zeggen dat ze meer groen en meer woningen wil door verdichting. Maar dan vraag ik me af hoe zij dat wil realiseren. Als er meer huizen komen, dan kan het toch niet zo zijn dat er ook meer groen komt?) Wat de Partij voor de Dieren mij hoorde zeggen, was eigenlijk een opsomming van alles wat we heel graag meer zouden willen in de stad en dat gaat dus niet allemaal. Daarom hebben we een omgevingsvisie nodig die daaraan richting geeft. Ik ben ervan overtuigd dat verdichten leidt tot beter gebruik maken van de ruimte die er is. Dat is de juiste route. Ik denk wel dat we in die ontwikkeling meer kwalitatief groen kunnen toevoegen dan we nu hebben. (Mevrouw BLOEMBERG-ISSA: Dus D66 wil verdichten, wil meer kwalitatief groen.

Betekent dat dan dat er totaal wel minder groen komt als het aan D66 ligt?) Nee, ik denk dat D66 heel duidelijk is dat we meer groen willen. Ik denk ook dat we nu nog heel veel verstrating hebben waarin we echt veel meer bomen en ander groen kwijt kunnen. Dus het een sluit het ander volgens mij niet uit. (Mevrouw BLOEMBERG-ISSA: Dus D66 wil meer groen, maar ook meer woningen. Ik kan concluderen dat als het aan D66 ligt, er minder groen in Amsterdam komt. Je kunt immers niet én meer huizen bouwen én meer groen realiseren.) Misschien dat daar dan het optimisme van D66 afwijkt van het pessimisme van de Partij voor de Dieren. Ik denk wel dat dat kan en ik denk dat we meer groen gaan realiseren in de stad. Ik zie nog heel veel plekken waar dat mogelijk is en ik denk niet dat dat ten koste hoeft te gaan van de bouwopgave die we ook hebben.

45

Jaar

2021

Vergaderdatum 31 maart 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Dan wilde ik eigenlijk naar die bouwopgave want ik vind dat er twee punten zijn waarover we het moeten hebben en dat is de bouwambitie en de ruimte voor bedrijvigheid. Nu staat er in de omgevingsvisie het groeitempo van de afgelopen 10 jaar voortzetten op het gebied van woningbouw en als je ziet dat er nu zo’n enorm tekort aan huizen is, dan is dat echt onvoldoende. D66 heeft een grotere ambitie op dit punt. Mijn vraag is waarom de wethouder hierin zo behoudend is en ook hoe de wethouder gaat voorkomen dat de stad straks opnieuw wordt overvallen door een hardere groei dan we hadden verwacht. Wat in deze omgevingsvisie wordt voorgesteld, is eigenlijk ook de afgelopen jaren zo geweest. (De heer KREUGER: Dat zei D66 in de raadscommissie ook, dat ze de bouwambitie te laag vond, maar tegelijkertijd zegt ze ook dat ze binnenstedelijk wil bouwen. Mevrouw Naoum Néhmé zei net heel terecht, iedereen die verkoopt dat je meer kunt bouwen en dat binnenstedelijk wil doen, verkoopt sprookjes dus waarom verkoopt D66 sprookjes?) Ik denk wel dat dat voor een groot deel kan en ik denk zeker niet dat het een goed idee is om landelijk Noord vol te gaan bouwen. Ik denk dat je zuinig moet zijn op het groen en dat die bouwambitie ook kan worden gerealiseerd op een andere manier.

Zeker als je kijkt naar wat we nu doen bij de Nieuwe kerk, een mooi voorbeeld, dan kun je dat natuurlijk op meer plaatsen doen. Maar bouwen in landelijk Noord, misschien dat uw achterban daar voor is, maar D66 niet. (De heer KREUGER: Maar dan moeten we tot de conclusie komen dat D66 sprookjes vertelt tegen haar achterban want die 150.000 woningen kun je gewoon niet allemaal binnenstedelijk kwijt, zeker niet als je een gemengde stad wilt met wat ruimere woningen waar gezinnen in komen. Je kunt allemaal hele kleine kamertjes maken en dan passen er zo 150.000 in, misschien wel een miljoen, maar dan worden het allemaal bezemkasten en dat is juist wat we niet willen. Dus waarom gaat D66 hier de kiezer wijs maken dat je 150.000 normale woningen binnenstedelijk kwijt kunt. U weet toch dat dat niet kan?) Ik heb de stellige overtuiging dat dat wel kan en ook nog wel meer dan dat. Ik denk ook dat D66 hard werkt aan plannen uitwerken over hoe we dat gaan realiseren. Daar kunnen we veel meer dan dit pessimisme van de heer Kreuger. (De heer KREUGER: Dan zou ik aan mevrouw De Jager willen vragen of D66 het kaartje wil vasthouden en wil aanwijzen waar die huizen dan komen en hoe groot die huizen dan worden qua vierkante meters. Hoe groot worden ze en waar?) Ik ben natuurlijk ook zuinig op mijn spreektijd en een kaartje uittekenen doe ik graag een keer maar niet nu en niet hier.

Dus ik ga graag verder. (Mevrouw NAOUM NÉHMÉ: Het klonk als muziek in mijn oren want mevrouw De Jager heeft volgens mij haar teleurstelling uitgesproken dat die bouwambitie is verlaagd in de concept-Omgevingsvisie. Nu heb ik dat bijna van mijlen ver zien aankomen en daarom heb ik een motie ingediend om die bouwambitie te verhogen. Betekent de bijdrage van mevrouw De Jager dat zij voor mijn motie gaat stemmen?) Ik snap die motie van de VVD heel goed. D66 heeft zelf ook overwogen om een soortgelijke motie in te dienen maar daarvoor uiteindelijk niet gekozen. Je moet dan ook laten zien hoe je dat doet en waar je dat doet. Ik heb ook andere moties van de VVD gezien met betrekking tot ruimte voor de auto en ruimte voor bedrijvigheid binnen de stad, dus die vraag zou ik dan aan de VVD hebben. Ik denk niet dat je met alleen een motie die extra

46

Jaar

2021

Vergaderdatum 31 maart 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

huizen regelt, maar ik doe wel die aansporing aan de wethouder om die ambitie te verhogen en te kijken hoe we dat gaan doen. (Mevrouw NAOUM NÉHMÉ: Dat vind ik wel jammer want ik hoor grote verhalen dat de bouwambitie minder is en als ik dan vraag of er voor mijn motie wordt gestemd – met de VVD in het college zijn er de afgelopen vier jaar tot soms wel 9.000 woningen gebouwd per jaar – en als we zeggen 7.500 woningen en we dienen daarvoor een voorstel in, dan wringt D66 zich in allerlei bochten om niet voor ons voorstel te stemmen nadat ze zelf haar teleurstelling heeft uitgesproken. Ik denk niet dat dat navolgbaar is voor de gemiddelde Amsterdammer. Hoe ziet mevrouw De Jager dat zelf?) Daarop kan ik best antwoorden zonder bochten. Kijk, ik snap heel goed dat de VVD deze ambitie heeft en D66 deelt deze ambitie. Sterker nog, misschien moeten we nog wel verder gaan dat dat specifieke getal dat de VVD hier dan in haar motie giet. Je moet groot durven denken maar je moet ook realistisch zijn en met puur een motie van we willen meer huizen, heb je ze nog niet gebouwd. (Mevrouw NAOUM NÉHMÉ: Ik ben graag bereid mijn motie aan te passen als mevrouw De Jager zegt, misschien moeten we verder gaan dan 7.500. Dan laten we het getal in het midden en dan roepen we het college op ons aan te geven wat de maximale grenzen zijn.

Die auto’s vormen geen probleem want je kunt tegenwoordig ondergrondse parkeergarages bouwen. Maakt u zich daarover geen zorgen. De planvoorraad is dusdanig gevuld dat we ook voor de komende 20, 30 jaar precies locaties zijn bedacht en aangewezen. Dus valt er met u te praten over een gewijzigde motie waarbij het aantal openstaat en waarbij wij het college opdragen ons te laten weten tot welk maximum men kan gaan?) Ik denk dat D66 en de VVD heel goed samen kunnen strijden voor het ophogen van die ambitie op bouwen. Ik neem die uitnodiging graag aan. Nogmaals, ik weet niet of dat nu in deze fase met de motie zoals die er nu ligt, de juiste weg is. Laten we daarover het gesprek aangaan. Het doel delen we. We willen graag een grotere ambitie op bouwen voor deze stad. Het volgende onderwerp is de ruimte voor bedrijvigheid. Ook daar gaat het nog niet helemaal goed. We vragen bedrijven mee te bewegen in die verdichting. Wonen en werken worden voortaan gemengd. Er is geen plek meer voor al die losstaande bedrijventerreinen en dat vraagt om aanpassing van bedrijven en brancheverenigingen. Maar sommige bedrijven kunnen daarin niet mee. Dan gaat het bijvoorbeeld om geluidsverkeersstromen, de maakindustrie. D66 steunt de wethouder wel in haar plan om de allocatie van die bedrijven te bezien vanuit een regionaal perspectief.

De optimale vestigingsplaats kan wat D66 betreft ook buiten de gemeentegrens van Amsterdam zijn. Alleen, op dit moment creëert de omgevingsvisie vooral onduidelijkheid voor deze bedrijven. Er zijn dan wel heldere afspraken nodig met de regio over de mogelijke vestigingslocaties. Deze bedrijven bieden vaak werkgelegenheid aan praktisch opgeleide professionals, ontzettend belangrijk voor mbo’ers, voor de diversiteit van onze economie. Er ligt een motie van D66 waarin ze uitspreekt oog te hebben voor deze sector met de oproep om in de omgevingsvisie te laten zien welke ruimte er is voor deze bedrijven in de stad en om te laten zien hoe regionale sturing helderheid gaat bieden over de ruimte buiten Amsterdam. Ik hoop op steun van andere partijen voor deze motie. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Veldhuyzen.

47

Jaar

2021

Vergaderdatum 31 maart 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

De heer VELDHUYZEN: De omgevingsvisie is een mooi begin en biedt een aantal goede mogelijkheden maar tegelijkertijd geeft het omgevingseffectrapport aan dat het realiseren van de voorkeursvariant geen uitgemaakte zaak is en op belangrijke punten zoals de betaalbaarheid en leefbaarheid vallen we nog steeds door de bodem. Ecologisch gezien schieten we nog vaak door het plafond. BIJ1 kan zich wel vinden in de circulair toegankelijke en groene idealen maar we zijn sceptisch over hoe dat in de praktijk zou moeten worden uitgewerkt. De volgende vragen. Segregatie wordt benoemd, maar niet verder geadresseerd. De huurprijzen en de huizenprijzen zijn enorm hoog en de wachtlijsten voor sociale huurwoningen zijn ontzettend lang. Hoe verhoudt deze omgevingsvisie zich tot de betaalbaarheid van woningen in relatie tot de woningmarkt die de prijzen steeds verder opdrijft en hoe verhoudt ze zich tot de enorme behoefte aan sociale huurwoningen in relatie tot het tekort aan betaalbare woningen voor mensen met een kleine portemonnee en de daklozencrisis natuurlijk. Als we zeggen dat bewoners en democratisering centraal staan, dan moeten we daarin consequent zijn.

Is het college het eens met BIJ1, Women Make The City en Enzo eens dat eigenaarschap van bewoners essentieel is en de focus ook als het gaat om gebiedsontwikkeling nog veel sterker bij bewoners moet liggen? Gaat het college mede in het licht van de huidige discussie over het participatiebeleid hiervoor zorgen? Hoe denkt het college erover grondopbrengsten in dezelfde buurten terug te investeren waar die is opgebracht. En hoe staat de nieuwe visie in verhouding tot de positie van mensen en groepen in gemarginaliseerde posities. Welke plek hebben mensen met een beperking, dak- en thuislozen en sekswerkers bijvoorbeeld in dit plan. Afsluitend, hoe staat het college tegenover het principe van groene groei en deelt het college de visie van BIJ1 dat er juist moet worden gebroken met het groenmodel in z’n geheel? De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boomsma. De heer BOOMSMA: De motie over ruimte voor bedrijvigheid van mevrouw De Jager zal ik zeker steunen want wij zien ook heel erg het belang daarvan. Maar goed, ik zal het nu beperkt houden aangezien de omgevingsvisie pas later definitief wordt vastgesteld. Ik wil ook eerst kennis nemen van de zienswijzen. Ik wil vast een klein voorstel doen en dat gaat over schoonheid. Je kunt heel veel praten over groen en CO2, aantallen en grondopbrengsten en allerlei andere, materiële zaken.

Dat is allemaal ontzettend belangrijk maar er is iets nog belangrijker en dat is de schoonheid van de stad. Schoonheid is de kracht van Amsterdam en schoonheid maakt dat onze soort homo sapiens dit schitterende stukje van de planeet als een thuis kan ervaren. Die schoonheid van de stad verbindt, verheft en verleidt. Je hoeft niet te geloven zoals ik dat schoonheid een soort echo is van het goddelijke of een unieke waardigheid van de schepping weergeeft om te zien dat schoonheid ook een enorme waarde heeft in het leven maar ook economisch als een sleutel van het succes van de stad. Ik had eerst het idee om per amendement een strategische keuze op te nemen in aanvulling op de bestaande vijf maar ik heb dat nu toch maar niet gedaan. Ik wil het college eerst per motie vragen hieraan invulling te geven en het als prominente doelstelling te verwerken om de schoonheid van de stad en de omgeving te koesteren, te beschermen, te versterken en vergroten. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Doorninck voor de beantwoording van de vragen en een preadvies op de moties.

48

Jaar

2021

Vergaderdatum 31 maart 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Wethouder VAN DOORNINCK: Ik ben natuurlijk enorm in de verleiding om de discussie aan te gaan want ik ben heel erg blij met zoveel input vanuit de raad over de omgevingsvisie. Het is inderdaad een toekomstvisie voor de stad. Het is heel veelzijdig. Er is ontzettend hard aan gewerkt. Velen van u hebben de complimenten gegeven en die geef ik graag door aan het hele team dat hieraan zo ontzettend hard heeft gewerkt en dat nog steeds aan het doen is. Er zijn ontzettend veel zienswijzen ingediend. Dat is met name omdat we heel veel partijen expliciet hebben uitgenodigd om zienswijzen in te dienen omdat we van zo veel mogelijk belanghebbenden en belangstellende partijen willen horen hoe zij kijken naar de toekomst van de stad. Al die zienswijzen worden op dit moment gelezen. Er worden met heel veel indieners gesprekken gevoerd om een zienwijze soms nog extra uitleg te geven. Dus er wordt nog steeds ontzettend hard aan gewerkt om dat allemaal mee te nemen. Er zit ook een aantal punten in dat eveneens door de raad naar voren is gebracht. Zo zijn we wederom en eigenlijk voortdurend in gesprek met de Oram die dezelfde zorg heeft die sommige raadsleden hebben geuit over de maakindustrie, de bedrijvigheid en dat herken ik. Wellicht staat het er te weinig in.

Dat is niet de bedoeling geweest maar als het niet wordt herkend, dan is dit een van de punten waarop we in de uiteindelijke versie stevig gaan terugkomen omdat we inderdaad een complete stad willen zijn. Het is niet alleen een stad waar je zorgt dat de woningen worden gebouwd of de werkgelegenheid maar het moet juist heel erg samengaan. En dat samengaan van voorzieningen, van goede mobiliteit, van woningen, van bedrijvigheid zorgt ook en dat zeg ik even tegen iedereen die zich zorgen heeft gemaakt over de ambitie voor het aantal woningen, dat je wanneer je een complete stad wilt zijn, je bouwtempo wel in gelijke tred met je investeringen in mobiliteit, met je investeringen in voorzieningen doet. Zoals u weet, is dat bouwtempo op dit moment ongelooflijk hoog, al jaren, en dat houden we ook vol. Wat we de afgelopen jaren hebben gezien, is dat dat bouwtempo soms sneller was dan die andere investeringen die zo belangrijk zijn voor een complete stad. We hebben bijvoorbeeld moeten ingrijpen door een groennorm in te stellen of een sportnorm omdat je anders alleen maar bent gefocust op die woningbouw terwijl voor een complete stad alles nodig is. Daarom denken wij dat de groeiambitie zoals die nu is geformuleerd, realistisch is, dus de komende jaren nog 7.500 en daarna 5.000 maar dat is dan uitgespreid over die 30 jaar.

Als je uitgaat van 150.000 woningen dan is dat een groei van 30 procent in 30 jaar en dat is heel erg fiks. Dat maakt inderdaad wel die complete stad mogelijk waarvan verschillenden van u hebben gezegd dat dat de stad zo aantrekkelijk maakt, juist omdat alles er is. Dus het is niet alleen een kwestie van meer huizen uit de grond stampen, het is ook een kwestie van een aantrekkelijke en prettig leefbare stad blijven. Dat is de afweging die heel sterk in deze omgevingsvisie is gemaakt. Ik zou er heel graag nog veel meer over vertellen want ik ben er enthousiast over. Ik denk dat ik mijn bijdrage toch even beperkt tot het geven van preadviezen op de moties omdat ik weet dat we er voor de zomer nog uitgebreid op terugkomen als we de definitieve versie bespreken. Daarbij zult u een heleboel punten door de raad genoemd, terugvinden omdat uw moties daarover een positief preadvies krijgen. En als uw raad ze aanneemt, dan worden ze verwerkt in de definitieve versie. Dus ik ga gewoon naar de moties die zijn ingediend. Ik begin bij motie nr. 183.21 van DENK over de grafrust voor onbepaalde tijd. Zoals de indieners weten, wordt er op dit moment een voorstel voorbereid om dat mogelijk te maken op gemeentelijke begraafplaatsen en op die manier voldoen wij aan de wens van DENK en kan ik de motie positief preadviseren. Motie nr. 187.21 van de leden Ernsting en De Jager over het burgerberaad.

Het is inderdaad de bedoeling bij deze omgevingsvisie niet alleen al die ambities neer te zetten in

49

Jaar

2021

Vergaderdatum 31 maart 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

een complete stad, maar het gaat er ook heel erg om dat bewoners zich ook meegenomen voelen. Als je je stad ziet veranderen, dan is dat veel makkelijker als je daarover eigenaarschap voelt, als je daarover meedenkt en als je daarvan onderdeel bent in plaats van dat het je overkomt. Daarom denk ik dat een burgerberaad van belang is en dat krijgt een positief preadvies. Motie nr. 188.21 van de leden Ernsting en De Jager over mobiliteit en nabijheid. Ik noemde het volgens mij net al, die enorme investering in woningbouw moet samengaan met goede investeringen in mobiliteit en dat moet allemaal gelijke trend houden. Dus dat is zeker de bedoeling dus daarom kan ik deze motie positief preadviseren. Motie nr. 189.21 van de leden Ernsting en Biemond over de inrichtingsprincipes voor vergroening van de openbare ruimte. Dat lijkt mij een prima motie. Ik moet er wel bij zeggen dat dat in feite natuurlijk al gebeurt. We hebben ons handboek groen en dat is standaard voor het Amsterdams straatbeeld. De inrichtingsprincipes zijn ook bij de autoluwe stad bepaald. De groenvisie geeft daar ook al een aanzet toe. Maar als u het nog te weinig vindt en meent dat het extra aandacht behoeft, dan is er geen bezwaar tegen aanneming van deze motie. Motie nr. 190.21 van de leden De Jager en Naoum Néhmé over duidelijkheid over bedrijvigheid. Ik heb daarop al een voorschot gegeven.

Het is zeker de bedoeling dat bedrijvigheid een belangrijk onderdeel in de stad is en blijft. Deze motie kan rekenen op geen bezwaar. We zijn hierover al druk in gesprek met partijen in de stad. Motie nr. 198.21 van het lid Biemond over beheer en leefbaarheid in de bestaande stad. Een belangrijk punt. In de motie wordt gezegd dat het pas op pagina 192 aan de orde komt, maar eigenlijk gaat een heel groot deel van de inleiding en de hele visie over die leefbaarheid. Als je het in instrumenten gaat bekijken, dan komt dat inderdaad later. Het punt is natuurlijk heel belangrijk en we zullen kijken hoe de impact van de omgevingsvisie op het beheer van de bestaande stad beter in beeld kan worden gebracht. Dus geen bezwaar. Motie nr. 199.21 van het lid Biemond over de verstedelijkingsopgave en dan met name in regionaal verband. Daarmee zijn we druk bezig met de verstedelijkingsstrategie maar ook met de Woondeal of Samen bouwen aan bereikbaarheid. Deze motie zie ik als een wens van de raad om dat regionale karakter stevig neer te zetten. Dus geen bezwaar. Dan de uitvoeringsstrategie en het investeringsplan, motie nr. 200.21. Ik snap heel erg wat u wilt. Aan de andere kant is een omgevingsvisie geen blauwdruk. Je moet dat wel op een goede manier met elkaar laten oplopen.

Als ik dit ga uitwerken, want daar sta ik positief tegenover, dan zou mijn voorstel zijn dat we heel erg gaan kijken hoe we bijvoorbeeld zo’n uitvoeringsagenda kunnen koppelen aan de 5 strategische keuzes. Juist omdat het zo belangrijk is dat de groei van de stad aan die keuzes is gerelateerd en dat je niet een keuze voorop stelt en de andere achterlaat. Dan krijg je niet die complete stad. Vandaar dat ik zeg, laten we via die keuzes die uitvoeringsstrategie doen en dan is er geen bezwaar tegen de motie. Dan de investeringen OV in relatie tot verstedelijking, motie 201.21. Die motie kan ik ook positief preadviseren waarbij ik wel moet zeggen dat voor grote investeringen in het OV Amsterdam het niet alleen aan kan. Dat moeten we ook weten en daarover zijn we altijd in gesprek met het rijk, maar daarin kunnen we niet altijd zelfstandige keuzes maken. Daarvoor hebben we ook anderen nodig. Daarnaast is het natuurlijk zo dat we met de vervoerregio altijd per deelgebied werken aan mobiliteitsplannen en dat is misschien nog duidelijker. Dan zie je heel dichtbij ook op de veel fijnmaziger investeringen die we in het OV moeten doen, hoe we dat gaan vormgeven. Maar geen bezwaar tegen aanneming van deze motie.

50

Jaar

2021

Vergaderdatum 31 maart 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Motie nr. 202.21 over werkgelegenheid en maakindustrie. Volgens mij heb ik al aangegeven dat we in gesprek zijn met Oram. We nemen dit ook in MRA-verband op en er is geen bezwaar tegen aanneming van deze motie. Motie nr. 208.21 van de VVD waarover veel discussie was. Volgens mij heb ik al een klein voorschot gegeven. De ambitie om goed te blijven bouwen en om de bouwpiek waar we op dit moment middenin zitten, vooral vol te houden, die hebben we. Aan de andere kant willen we natuurlijk echt die complete stad blijven bouwen en dan moet je die fasering erin hebben. Dan denken wij dat het heel realistisch is om te zeggen, 150.000 woningen in 30 jaar, dat is 30 procent, dat is fiks, dat is ambitieus, maar dat kunnen we halen zeker als je ziet dat al die andere aspecten ook moeten worden meegenomen dus ook moeten worden ontwikkeld tijdens die bouw. Motie nr. 209.21 van de leden Naoum Néhmé, Boomsma en Martens over het behouden van de maakindustrie in Amsterdam. Als ik alleen naar de titel zou kijken, dan zou ik denken, daar is niets op tegen. We hebben natuurlijk ook de motie van mevrouw Naoum Néhmé en mevrouw De Jager en die heb ik een positief preadvies gegeven. Hier gaat het echter om 150 ha die binnen Amsterdam blijft.

We gaan natuurlijk juist heel erg zoeken hoe je intensiever met bedrijventerreinen kunt omgaan, hoe je eventueel in regionaal verband daarin zou kunnen samenewerken. Als je puur zegt 150 ha in Amsterdam, dan ga je zoekgebieden voor nieuwe bedrijventerreinen in de buitengebieden zoeken. Bij een compacte stad hoort bedrijvigheid in de stad en niet in het buitengebied. (Mevrouw NAOUM NÉHMÉ: Ik sla dan toch aan op die bouwambitie van 5.000 woningen. In de uitleg van de wethouder lijkt het net alsof er een wiskundige studie is verricht naar wat we aan kunnen qua parallel laten lopen van woningbouw en voorzieningen. Is dat een analyse die de wethouder met de raad kan delen? Waarom staat hier niet 5.500 woningen of 4.000 woningen? Met andere woorden, hoe komt het college aan het aantal 5.000? Zijn er analyses beschikbaar die met ons kunnen worden gedeeld?) De bouwopgave van 150.000 is gerelateerd aan demografische prognoses en woningbehoefteprognoses van OIS die vorig jaar zijn geleverd. Daarop is die 150.000 gebaseerd. Verder is het gecombineerd met wat wij denken dat je met goede en slechte jaren gemiddeld kunt realiseren dus met 5.000 per jaar. Natuurlijk hopen we dat we er uitschieters bij hebben.

Nogmaals, je moet ook zorgen dat je niet wel veel woningen bouwt maar minder investeert in mobiliteit en andere voorzieningen zoals we de afgelopen jaren hebben gedaan waardoor die complete stad soms even achterop lijkt te raken. Dit gaat over 30 jaar. We denken dat je én die 150.000 woningen gebaseerd op de prognoses én al die andere voorzieningen kunt meenemen als je die ambities volhoudt. Dat is gebaseerd op onderzoek door OIS. Ik denk dat ik u wel kan voorzien van de hele prognose van OIS over de woningbehoefte en de groei. Dus die kan ik u doen toekomen. Dan ben ik inmiddels toegekomen aan motie 210.21 van de leden Naoum Néhmé en Marttin over de realistische groei van het autogebruik. Daar wordt heel erg uitgegaan van de cijfers van het Kennisinstituut Mobiliteit. Die geeft natuurlijk landelijke gemiddelden. Een landelijk gemiddelde is heel iets anders dan hoogstedelijke gebieden zoals Amsterdam. Het Kennisinstituut gaat ook heel erg uit van beleidsarme groeicijfers terwijl wij er nu juist beleid in stoppen. We willen immers de auto minder ruimte geven omdat we de leefbaarheid, het groen, heet prettig samenleven in een stad, van groot belang vinden. Dus wij gaan echt uit van geen groei van het aantal auto’s ondanks de groei van de stad. Dat komt vanuit de beleidsambitie om een leefbare stad te zijn.

51

Jaar

2021

Vergaderdatum 31 maart 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

(Mevrouw NAOUM NÉHMÉ: Iedereen snapt dat die KIMramingen zijn gebaseerd op het landelijk beeld, maar wij gaan nu de andere extreme kant op. Het KIM spreekt van een stijging van 58 procent en Amsterdam gaat uit van 0 procent. Dat is toch niet realistisch?) Dat vraagt inderdaad om een heel andere kijk op mobiliteit in de stad. Dat is absoluut waar. Dat is ook een vrij stevige keuze die we maken en die we natuurlijk al een tijdlang maken in Amsterdam en die heel erg wordt bevestigd in deze omgevingsvisie. Wil je al die ambities in de stad kwijt kunnen, dan krijgt de auto een andere plek. Dat betekent dat we fiks moeten inzetten op investeringen in het openbaar vervoer, dat we moeten zorgen dat fietsers veel meer plek krijgen in deze stad en dat we moeten zorgen voor veel meer deelmobiliteit, hubs en zaken als autobezit en autogebruik moeten twee heel verschillende dingen worden waarbij je juist zorgt dat mensen die een auto echt nodig hebben, niet vast komen te zitten. Met veel meer mensen in de stad en net zo veel auto’s erbij, sta je voortdurend vast en ook dat wil je natuurlijk niet in een stad. Daarom is die ambitie er. (Mevrouw NAOUM NÉHMÉ: De VVD maakt zich zorgen dat we eindigen in de slechtste van twee werelden.

De wethouder heeft hele mooie verhalen over hoofdstedelijke milieus maar laten we niet vergeten wat dit college bij de Sluisbuurt heeft besloten namelijk dat het hoofdstedelijk milieu is én autoluwe omgeving én geen vaste verbinding, geen vaste fietsbrug. Dus welke garanties heeft de wethouder dat ze hier niet hele mooie verhalen ophoudt over autoluw en fietsinfrastructuur terwijl als puntje bij paaltje komt bij hele belangrijke hoofdstedelijke projecten als de Sluisbuurt nog los van de achterkant van de Sluisbuurt, dus IJburg en Steigereiland, we uiteindelijk beide niet hebben. Dus hoe zorgen we ervoor dat we niet in de slechtste van beide werelden eindigen?) Mevrouw Naoum Néhmé noemt specifiek de Sluisbuurt. Wij zorgen er natuurlijk voor dat die fietsverbinding op een andere manier namelijk door een verbetering en verbreding van de Amsterdamse manier wordt afgewerkt en dat dat via een pontverbinding wordt gedaan. Op andere plekken zijn er natuurlijk andere mogelijkheden die steeds verder worden uitgewerkt waaronder bijvoorbeeld het advies fat ook over de brug trams kunnen rijden. Dus het is zowel fiets als openbaar vervoer dat wordt uitgebreid en dat ziet u ook terig om de mobiliteitsplannen rondom Zeeburgereiland en IJburg. (De heer ERNSTING: Ik had hier ook een vraag over.

Alle steden die met verdichting bezig zijn en mobiliteit erkennen eigenlijk dat inderdaad als je die auto’s laat groeien in zo’n verdichtende stad dat alles dan vastloopt en dat je dus moet investeren in openbaar vervoer. Ik vroeg me af of er nu gezamenlijk actie wordt ondernomen met al die steden richting kabinetsformatie om een verschuiving te laten plaatsvinden in de rijksgelden van asfalt naar meer binnenstedelijk openbaar vervoer.) Ik ken deze oproep vanuit GroenLinks maar die zie je ook heel duidelijk vanuit de metropoolregio’s waar we bezig zijn met verstedelijkingsstrategieën waarbij het rijk heel duidelijk richting grote steden heeft gezegd, zorg nu dat je een versnelling in je woningbouwambitie kan waarmaken. Daarop is ons antwoord, dat kunnen wij maar dan hebben we het rijk wel nodig en dat zit ‘m onder andere in al die aandachtsvelden. Er zijn er meer bijvoorbeeld onze elektriciteitsstructuur, de verduurzaming, ons landschap moet beter worden beschermd en ook het binnenstedelijk openbaar vervoer is daarin een belangrijk punt. Daarom dat we in het groeifonds daarop aanspraak hebben gemaakt.

52

Jaar

2021

Vergaderdatum 31 maart 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Dan kom ik volgens mij nu toch toe aan motie nr. 211.21 van de heer Kreuger en die vraagt om meer betaalbare woningen. Dat is natuurlijk wat we willen doen in deze omgevingsvisie. Alleen zegt hij dat al het andere daarvoor moet wijken. Daarin kan ik dan niet meegaan want daarmee maak je geen complete stad. Als je alleen maar woningen bouwt en je hebt niet die werkgelegenheid erbij en je zorgt niet voor een goede bereikbaarheid en je hebt geen groen en je hebt geen sportvoorzieningen, dan heb je geen prettig leefbare stad. De woningbouwambitie is ambitieus. We hebben een enorme hoeveelheid planvoorraad en we werken heel gestaag aan flink bouwen in deze stad, maar als je alles, echt alles minder maakt dan woningen bouwen, dan bouw je geen complete stad. Dat is niet de aantrekkelijkheid van Amsterdam. Die gaat juist heel erg over de compleetheid van de stad. (De heer KREUGER: De wethouder leest mijn motie wel wat anders dan ik die bedoel want ik heb net uitgelegd dat het gaat om ruimte en dat JA21 graag naar buiten zou willen bouwen zodat er juist ruimte blijft voor al die andere zaken omdat het niet allemaal binnenstedelijk past. Als de wethouder de motie op die manier leest, kan ze de motie dan wel positief preadviseren?) Dank voor de verduidelijking.

Dan kan ik de motie ook niet positief preadviseren omdat die dan ingaat tegen de keuze die we hebben gemaakt over groeien binnen grenzen waarbij het college het van heel groot belang vindt dat we de groene ruimte rond Amsterdam groen houden. Als je met meer mensen in de stad bent, dan is het een prettige plek waar mensen kunnen recreëren maar die is ook heel erg belangrijk voor de biodiversiteit, voor de ecologie en niet te vergeten de klimaatadaptatie die ook heel erg nodig is. Verdichting binnen de stad zorgt er ook voor dat het belang van het groen rondom de stad alleen nog maar groter wordt. Daarover gesproken kom ik bij motie nr. 212.21 van het lid Bloemberg-Issa over participatieplicht bij wijziging van de bestemming groen. Ik snap deze wens van mevrouw Bloemberg-Issa maar de procedures over het wijzigen van bestemmingsplannen zit echt niet in een omgevingsvisie maar bij het omgevingsplan. Dus daar kunnen we er altijd naar kijken en daar lijkt het me ook best interessant om naar te kijken. Ik zou even precies moeten kijken hoe dat juridisch kan maar dat is echt geen onderdeel van een visie. We komen nog te spreken over omgevingsplannen als we naar de verdere uitwerking gaan in het kader van de Omgevingswet. Wellicht dat we dan dit gesprek opnieuw kunnen voeren. Dan had mevrouw Bloemberg-Issa ook nog motie nr.

213.21 over de scenario’s voor de bescherming van controle bij bomenkap. Geen bezwaar tegen die motie. Daarbij moet wel worden gezegd dat we die scenario’s kunnen laten zien, maar het detailniveau is wel vrij hoog. Ik zal het dus wat breder nemen dan het enorme detailniveau dat mevrouw Bloemberg-Issa hier vraagt. Dat gaat immers ook weer via het omgevingsplan en niet via de visie. Maar het stuk dat in de visie zou kunnen thuishoren zal ik als deze motie wordt aangenomen, laten zien. (Mevrouw BLOEMBERG-ISSA: Ik heb nog een vraag over motie nr. 212.21. De wethouder kan dus eigenlijk garanderen totdat het omgevingsplan eraan komt en wij als raad daarover gaan spreken en stemmen, dat het niet zo is dat bevoegdheden worden gewijzigd en dat het college stukken groen van bestemming kan wijzigen. Begrijp ik dat goed?) Een bestemmingsplanwijziging gaat altijd via de raad. (Mevrouw NAOUM NÉHMÉ: Ik heb misschien gemist waarom de wethouder motie 209.21 van mij, van de heer Boomsma en mevrouw Martens heeft ontraden.)

53

Jaar

2021

Vergaderdatum 31 maart 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Dat heb ik gezegd omdat u specifiek zegt dat die 150 ha aan industrie precies in de stad moet blijven terwijl de keuze die is gemaakt, is dat we zo veel mogelijk in de stad willen behouden. Dat gaan we voor een groot deel via intensivering doen. Dan gaat het niet om de hectares maar om de bedrijven die er zijn. Als je dat allemaal op eigen grondgebied wilt gaan oplossen, dan haal je dat niet. We hebben nu juist gekeken, wat kun je op eigen grondgebied oplossen en wat zou je in regionaal gebied kunnen oplossen. Als je per definitie naar die hectares gaat kijken, dan sla je over dat intensivering van bedrijventerreinen een nadrukkelijke wens is. (Mevrouw NAOUM NÉHMÉ: Ik vind het eerlijk gezegd niet chic dat we onze eigen problemen over de schutting gooien bij andere gemeenten. Ik weet dat het in deze coalitie steeds meer de gewoonte aan het worden is. Excollega Hammelburg zei laatst nog, statushouders, ach ja, die kunnen misschien bij buurtgemeenten. Nu moeten bedrijven misschien wijken naar buurtgemeenten. Maar het allerergste is wat deze wethouder volgens mij niet wil, dat de Houtrakpolder wordt ontpolderd zodat de bedrijven uit Havenstad daarheen gaan tenzij ze ons zoals vanavond nieuws gaat vertellen. Beide dingen kunnen niet tegelijkertijd waar zijn.

Dus wat doen we? Mogen ze wel naar de Houtrakpolder zodat Havenstad vrij komt? Of wil GroenLinks én de polder behouden én moeten de bedrijven naar andere gemeenten?) Zoals ik al zei en volgens mij heeft collega Everhardt dat ook meermaals geantwoord op uw vragen over de Houtrakpolder, gaan wij ervanuit dat er vooralsnog meer dan genoeg ruimte in de haven is zeker omdat de haven in transformatie gaat doormaken. Elk bedrijventerrein draagt bij dus ook de haven. Ga er maar eens kijken en zie hoe extensief het ruimtegebruik nu nog is en hoeveel intensiever dat kan. Ik zou nog graag even willen ingaan op het idee dat wij bedrijfsterreinen naar buiten gooien en andere gemeenten daarmee opzadelen. Zoals ik al heb gezegd: dit gaat echt in een regionaal overleg. We kijken juist heel erg naar welke bedrijventerreinen er in de metropoolregio Amsterdam het best een plek zouden kunnen vinden. Dus het gaat zeker niet om het idee dat wat hier niet is gewenst, elders heen gaat. We weten wel dat er ook gemeenten zijn binnen de metropoolregio die om bepaalde werkgelegenheid zitten te springen. We gaan juist kijken naar een heel evenwichtig aanbod binnen de regio waarbij elk onderdeel van die regio de bedrijvigheid in zich heeft en waarbij je alle terreinen zo goed mogelijk en zo intensief mogelijk kunt gebruiken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10067909/1