20210310 Notulen raadsvergadering avond
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
Raadsnotulen
Jaar Vergaderdatum Publicatiedatum
2021 10 maart 2021 24 maart 2021
Avondzitting op woensdag 10 maart 2021 Voorzitter: mevrouw F. Halsema, burgemeester Plaatsvervangend voorzitter: het raadslid de heer Torn Raadsgriffier: mevrouw Houtman Verslaglegging: mevrouw Van de Belt (Notuleerservice Nederland)
De VOORZITTER heropent de vergadering om 19.33 uur. 11 - vervolg Kennisnemen van het rapport Evaluatie Bestuurlijk Stelsel Nr. VN2021-002848 De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Flentge. De heer FLENTGE: Volgens mij willen de Amsterdammers meer democratie en minder politiek. Als we dat goed in ons achterhoofd houden, dan is er eigenlijk maar een weg vooruit en dat is heel veel mogelijkheden benutten de komende tijd in de voorstellen en straks in de uitwerking van de wethouder die gaan richting het meer kunnen beïnvloeden van Amsterdammers van de politiek. Directe vormen van democratie. Referenda, buurtreferenda, stedelijke referenda, wijkbudgetten, platforms. Daarover zijn enkele moties ingediend maar ik denk dat de wethouder het prima vindt om die stappen te gaan zetten waarbij platforms, buurtbewoners en bewoners steun kunnen krijgen voor de plannen die ze maken. Dus aan alle kanten zal die directe vorm van democratie bepalend zijn voor het slagen of niet slagen van het systeem dat we nu gaan optuigen. Ik denk dat we daarin ook experimenteel moeten durven zijn en ook vooruitstrevend. Echt moeten durven en niet een pas op de plaats maken. Dan zou je natuurlijk kunnen zeggen als je de afgelopen jaren bekijkt, dat twee stelsels het niet volwaardig en goed hebben gedaan.
In 2014 hadden we het stelsel met de bestuurscommissies en dat was – en ik heb de raadsleden er nog niet over gehoord – een doorn in het oog van veel Amsterdammers omdat het vastliep, omdat er ruzie werd gemaakt door politici, omdat daar waar je gelijk krijgt bij een bestuurscommissie het uiteindelijk kon worden overruled door de centrale stad of door de gemeenteraad of door het college. Maar ook dit stelsel dat we nu hebben, is verre van vlekkeloos. Nu merk je dat veel Amsterdammers toch zeggen, dit gaat niet goed. Ik snap het onvoldoende en ik heb onvoldoende positie daarin en dat geldt ook voor de mensen van de bestuurscommissies, de stadsdeelcommissies. Het maakt mij eerlijk gezegd niet veel uit. Het kan prima zonder stadsdeelcommissies wat mij betreft. Dus een stelsel waarbij de stadsdeelcommissies eruit gaan, dat kan wat mij betreft prima. En als het behouden wordt – ik tel mijn zegeningen, ik tel ook de zetels – dan zie ik dat heel veel partijen ze heel graag overeind willen houden en ze willen aansterken. Het maakt mij niet uit; ik vind het allebei prima. Een ding is dan wel essentieel. Dan moet je voorkomen dat wij vormen van directe democratie op wat voor manier dan ook gaan frustreren door met lokale lijsten
1
Jaar
2021
Vergaderdatum 10 maart 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
politieke partijen weer aan zet te helpen in die bestuurscommissies. Als je dat doet, dan frustreer je de directe vormen van democratie, participatie van bewoners. Dan wordt het politieke spel er weer rond omheen gespeeld. Dan wordt er toch weer politiek gespeeld langs politieke lijnen. Dat kan ofwel zijn allemaal in het gelid ofwel dat met de politiek mensen worden tegen gevochten. Dat is nooit in het belang van de Amsterdammers. Een ding over beide stelsels want ik heb nog geen stelsel gezien waarbij ik dacht, wow, dat is het. Niet het stelsel van 2014 en niet het huidige stelsel. Maar ik heb wel een vraag aan de wethouder. Er is een onderdeel van het huidige stelsel dat ik waardeer en ik hoor om mij heen dat het echt goed gewaardeerd wordt en dat is het feit dat in dit stelsel er op z’n minst er niet meer gevechten zijn tussen de stadsdeelcommissies aan de ene kant en de centrale stad aan de andere kant. Dat onderdeel is er nu uit. Het grote gevecht om een politieke meerderheid van de bestuurscommissies richting de centrale stad, dat gevecht is er nu uit. Ik vraag aan de wethouder hoe hij dat in het huidige stelsel waardeert.
We kunnen er veel woorden aan vuil maken maar ik ben vooral erg benieuwd en dat zei ik al in mijn inleiding, hoe de wethouder aan het werk gaat met dat onderdeel, hoe dat bij de directe vormen van democratie gaat worden gebruikt, wordt uitgenut en daarop ga ik straks zijn voorstellen beoordelen. Ik wens hem veel wijsheid toe. Ik hoop vooral dat we de invloed van politieke partijen terugschroeven en dat we de Amsterdammers volledig aan zet brengen. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Yilmaz. De heer YILMAZ: De vraag waarom ik ben gekozen, is er eentje die ik heel vaak van stadsdeelcommissieleden hoor. Dat is wat ons betreft typerend voor het Bestuurlijk Stelsel van de afgelopen drie jaar. Helaas is onze lokale democratie versoberd en dat komt de besluitvorming in de stad niet ten goede. De gemeenteraad heeft meer op zijn bord gekregen en de stadsdeelcommissies zijn tandeloze tijgers geworden. Gelukkig merken we dat andere partijen dat ook vinden. De samenwerking is gelukkig uitstekend. Ik ben blij dat mogelijk het stelsel dus gaat veranderen. Laten we deze kans grijpen om de democratie in onze stad te herstellen en op te waarderen. Samen met collegaraadsleden hebben we moties ingediend om hieraan een bijdrage te leveren. Tot slot.
Laten we de burgers meer betrekken bij de politiek, laten we de stadsdeelcommissies in ere herstellen en laten we de werkdruk van de gemeenteraad verlichten zodat er gezondere besluitvorming kan plaatsvinden. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Kreuger. De heer KREUGER: Heel kort want ik heb mijn spreektijd nog nodig. Ik dien nu alleen een motie in. De VOORZITTER: Ik neem aan dat wij die motie al hebben en ook al hebben voorgelezen. U hoeft alleen maar te knikken. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boomsma. De heer BOOMSMA: Het huidige Bestuurlijk Stelsel waarmee we nu drie jaar werken, is een compromis. Wat het CDA betreft was dat indertijd niet het best mogelijke compromis omdat je dus politici kiest zonder echte politieke macht en dan kom je niet tot beter, transparanter en toegankelijker bestuur. Daar gaat het wel om dat Amsterdammers
2
Jaar
2021
Vergaderdatum 10 maart 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
zich betrokken voelen en weten en dat ze kunnen zeggen, dit is onze stad, dit is onze wijk, dit is onze buurt en dat ze ook meebepalen. Juist de lokale democratie op dit niveau is cruciaal om zo’n cultuur van verantwoordelijkheid en betrokkenheid te stimuleren vanuit het idee van zelfbestuur wat ook de kern is van vrijheid. Dan gaat het zowel om de structuren als om de culturen. De structuren lokken gedrag uit maar het gaat er natuurlijk ook om hoe die mensen binnen de structuren daarmee omgaan. Op beide vlakken is zeker ruimte voor verbetering denk ik. We hebben natuurlijk allemaal de afgelopen jaren veel Amsterdammers gesproken die vonden dat ze de stadsdelen moesten overslaan en die direct in de raad kwamen inspreken. Dan is toch de vraag die wij ons moeten stellen wat het zegt als stadsdeelcommissies spreken over Oost-Indische doofheid op de Stopera. En wat zegt het over ons als mensen de weg door de krochten van de Stopera niet meer goed kunnen vinden. En wat zegt het bijvoorbeeld wanneer een volksinitiatief 30.000 handtekeningen ophaalt en mensen toch het idee hebben dat de gemeente niet wil meewerken om dat initiatief bespreekbaar te maken? Er is dus echt ruimte voor verbetering. We moeten komen tot een beter en opener stelsel waarbinnen mensen echt de weg weten.
Het CDA heeft natuurlijk wel enorme waardering voor het werk dat wordt gedaan en dat is gedaan door de commissieleden en door de DB’ers. Goed, de zorgen die we indertijd hadden, zien we wel bevestigd in het rapport. Dus we moeten werken aan verbetering en dat is in een hele constructieve sfeer in de commissies gegaan. We steunen dus het idee om scenario 4 verder uit te werken en vooral die inzet op participatieve instrumenten. Daarom hebben we mede met een aantal fracties verschillende moties ingediend en we zien uit naar de uitwerking van het college. Overigens is het CDA er niet voor om jongeren van 16 en 17 jaar passief en actief stemrecht te geven want jongeren moeten nog heel veel leren en die moeten nog volwassen worden. Dat is overigens vooral een landelijke aangelegenheid. Wij zijn het er wel mee eens om de lijst op stadsdeelniveau te stellen. Ik ben het ook eens met wat de heer Vroege zei dat het beter is zo’n vergoeding niet per vergadering te geven maar om die vast te stellen. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Biemond. De heer BIEMOND: Ik begin maar even met een felicitatie want het is dit jaar precies 40 jaar geleden dat voor het eerst in Amsterdam stadsdeelverkiezingen werden gehouden. Ik kan me dat uiteraard nog heel goed herinneren.
Die ontwikkeling begon bij het rapport Macht voor de wijk van PvdA-gemeenteraadslid en latere wethouder Michael van der Vlis. De conclusie van dat rapport was dat de kwaliteit van besluitvorming zou verbeteren bij decentralisatie van bestuur en dat geldt eigenlijk nog steeds. Sindsdien is er heel wat aan het stelsel gesleuteld. Door de ontwikkeling van een volledig decentraal bestuur in stadsdeelraden heeft uiteindelijk het rijk een streep gezet maar bestuurscommissies en inmiddels stadsdeelcommissies met alleen een adviesbevoegdheid. De evaluatie die we nu bespreken, daar leren we eigenlijk twee dingen van. Ten eerste dat decentraal bestuur binnengemeentelijk nodig is en ten tweede dat we te ver zijn gegaan bij het terugschroeven van de decentralisatie van het bestuur van de stad. In de raadscommissie hebben we het daarover een aantal keren gehad. Diverse stadsdeelcommissieleden zijn uitgebreid ingegaan op de onvolkomenheden van het stelsel en voor ons is het meest zorgelijke het tekort aan democratische controle. De stadsdeelcommissie heeft geen controlerende bevoegdheden en de gemeenteraad staat te ver af van de stadsdeelbestuurders. Daarom wil de PvdA een stadsdeelcommissie-plus. Ik noem het dan weer een bestuurscommissie met volledig volwaardig democratische
3
Jaar
2021
Vergaderdatum 10 maart 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
bevoegdheden met echt volksvertegenwoordigende, controlerende taken ten opzichte van het stadsdeelbestuur. Om die reden hebben we met een groot aantal partijen die wens in een motie neergelegd om scenario 4, stadsdeelplus uit te werken en dat lijkt volgens ons de beste route. Dat gezegd hebbende zijn er vier randvoorwaarden te stellen aan het proces waarin we zitten. Dat is ten eerste goed zicht krijgen op de taakverdeling tussen diverse bestuursniveaus. Mevrouw De Grave refereerde er al aan. We willen allemaal bestuurlijke spaghetti vermijden. In ieder nieuw stelsel is het noodzakelijk dat duidelijk is wie waarover gaat. Door de onduidelijkheid over de rol van de stadsdeelcommissies in het huidige stelsel ontstaat verwarring bij Amsterdammers, bij organisaties, bij ondernemers. Dat moeten we nu gaan vermijden. Als die taakverdeling duidelijk is, dan weet ook die stadsdeelcommissieplus straks heel goed waarover ze gaat en ook waarover ze niet gaat. En natuurlijk heb ik kennisgenomen van de bijlagen 2 en 3 van de verordening waarin de taken en bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur zijn vastgelegd. Ik zou voor het vaststellen in een nieuw stelsel graag een heel inzichtelijk overzicht krijgen en daarbij ook de verschillen willen zien met de taakverdeling in het oude stelsel.
Ik denk dat het daarom belangrijk is dat we daarin als raad duidelijke keuzes gaan maken die in het vervolg ook kenbaar zijn voor iedereen. Over die taakverdeling heb ik met een aantal anderen een motie ingediend. De tweede randvoorwaarde ligt bij de ambtelijke organisatie. Ook dat is al aan de orde geweest. Bij een stelsel waarbij de democratische controle weer voor een deel wordt verlegd naar het stadsdeelniveau hoort ook een uitbreiding van de decentrale ambtelijke capaciteit. Ik zou graag willen dat het college daarvoor een voorstel doet, dus voor een systeem van ambtelijke ondersteuning dat zo efficiënt mogelijk kan worden ingericht. Ook daarvoor is een motie ingediend. Mijn derde randvoorwaarde betreft de planning. In het stuk Planning – vervolgtraject is nu opgenomen dat we in september, dus na het zomerreces, als raad tot besluitvorming komen. Dat lijkt me vooralsnog haalbaar maar ik vind het ook noodzakelijk. Noodzakelijk om deze planning te halen. Want iedere maand uitstel betekent dat het problematischer wordt om veranderingen in het Bestuurlijk Stelsel ook in praktische zin uit te voeren. Het is echt wel alle hens aan dek. Dat is misschien mijn vraag aan de wethouder of hij met mij ook die urgentie ziet om die planning te halen. Als laatste randvoorwaarde zou ik graag het draagvlak in de raad willen benoemen.
Laat ik zeggen dat de manier waarop aan het einde van de vorige collegeperiode over het huidige stelsel is gesproken in de raad, de uitvoering van het stelsel niet op weg heeft geholpen. Dat kan anders en dat gaat nu ook anders. De manier waarop we nu, vandaag en ook in de afgelopen raadscommissievergadering met elkaar over het Bestuurlijk Stelsel hebben gesproken, vind ik zeer hoopgevend. Mevrouw Grooten noemde dat het blokje bedanken. In de raadscommissie heb ik daarvoor een iemand uitgezonderd die ik bijzondere complimenten wil maken en dat wil ik herhalen. Het moment van zelfreflectie van de heer Vroege was opvallend en belangrijk. Dat heb ik zeer op prijs gesteld. Ik maak even een uitstapje uitgedaagd door mevrouw De Grave over de MRA. Die bracht zij te berde en dat lijkt me terecht want als we het hebben over decentralisatie en schaalverkleining is het goed om de visie van het college mee te nemen op bestuurlijke schaalvergroting zoals bijvoorbeeld in de MRA. Juist op een dag dat bekend werd dat er plannen zijn om de MRA een nieuwe impuls te geven lijkt mij dit een relevant onderwerp. Dus misschien is het goed om de heel concrete vraag dan maar aan de wethouder te stellen. Betekent die impuls mogelijk ook een bestuurlijke centralisatie en hoe ziet de wethouder dat in het kader van de voorliggende discussie?
4
Jaar
2021
Vergaderdatum 10 maart 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Ten slotte, we zijn er nog niet. We hebben tegelijkertijd in het huidige stelsel van alles te verbeteren en dat is ook een beetje achterstallig onderhoud. De verbeteringen die kunnen plaatsvinden hadden al moeten hebben plaatsvinden. Daarom hebben we een motie ingediend met een aantal partijen om per direct zo snel mogelijk een aantal verbeteringen door te voeren in het huidige stelsel. Mevrouw de voorzitter, het is een mooie dag voor de Amsterdamse democratie. Dank u wel. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Ceder. De heer CEDER: Ik houd het kort. Het vertrouwen in de politiek en in de overheid staat onder druk, helaas ook in Amsterdam. De ChristenUnie ziet dat en neemt het ook heel serieus. We zijn ervan overtuigd dat goed bestuur en sterk, moreel, integer leiderschap de basis vormen voor een bloeiende samenleving en dat vraagt te kijken naar de stadsdelen. Het serieus nemen van de burgers staat wat onze fractie betreft boven de keuze van het stelsel en daarom heeft de ChristenUnie ook een voorkeur voor het scenario Meervoudige democratie. Dit scenario geeft meer ruimte aan burgerparticipatie en vraagt weinig stelselveranderingen maar heeft wel met sympathie voor het stadsdeelplusscenario.
Het stadsdeelplusscenario vraagt echter om meer kaderstellende en controlerende taken van de stadsdelen en de ChristenUnie is bang dat dit scenario gaat botsen met de huidige weten regelgeving. Dat is ook de reden waarom wij u niet voor het stadsdeelplusscenario kunnen gaan. De ChristenUnie is voor de verbetervoorstellen uit het scenario en daarom hebben we ook moties ondertekend die dat onderstrepen. Daarnaast steunen we ook moties die meer vormen van burgerparticipatie zouden willen onderzoeken of voorstellen. We vinden het goed dat dit opnieuw voor het licht wordt gebracht en we hopen dat we met deze aanpassingen burgerparticipatie nog serieuzer kunnen nemen en dat er een belangrijke rol voor de burgers kan worden geborgd. (Mevrouw GROOTEN: Ik werd even getriggerd door de opmerking dat het zou botsen met de huidige wet- en regelgeving. Nu hadden we de vorige periode bestuurscommissies die een heel aantal instrumenten tot hun beschikking hadden. Dat was gewoon binnen de huidige wetgeving dus waarom zou dat in dit geval dan gaan botsen?) Ik begreep uit de raadscommissie, uit het debat dat mijn collega Huisman heeft gevoerd, dat er wel juridische haken en ogen aan het scenario kleven.
Het is voor ons interessant en we hebben het ook serieus overwogen – ook omdat de ChristenUnie bij aanvang van de bestuurscommissies principieel niet heeft meegedaan juist omdat we vonden dat het stelsel zoals het zou worden opgetuigd, geen recht deed aan de burgerparticipatie – maar we gaan toch voor het voorkeurstelsel van meervoudige democratie. (Mevrouw GROOTEN: Die juridische haken en ogen, die zou ik in ieder geval niet zo weten. Mocht het nu zijn dat uit de uitwerking blijkt dat dat geen probleem vormt, zouden we dan de ChristenUnie toch nog aan onze zijde kunnen vinden?) Er is een motie die dat scenario uitwerkt en die steunen wij. Wij gaan voor de beste optie. Dat betekent dat die burgerparticipatie in de hand werkt, maar ook wel echt stabiel is. We zijn nu amper vier jaar verder en we denken opnieuw na over wijzigingen en dat is ook niet goed voor de democratie. Mocht het zo zijn en die toezegging heeft u van mij, dat blijkt dat het stelsel juridisch gezien de meest voor de hand liggende optie is, dan vindt u
5
Jaar
2021
Vergaderdatum 10 maart 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
de ChristenUnie aan uw zijde. We hebben echter nog wel wat zorgen die nog niet zijn weggenomen. Maar die toezegging dat we daar serieus naar gaan kijken, die heeft u. De VOORZITTER: Ik heb een foutje gemaakt. De heer Veldhuyzen had zich al voor de pauze gemeld, dus mevrouw Van Soest, neemt u mij niet kwalijk. Ik geef eerst de heer Veldhuyzen het woord. De heer VELDHUYZEN: Ik wil graag mijn dank en waardering uitspreken aan alle collegaraadsleden die hebben samengewerkt rond dit belangrijke onderwerp. Ik vind het ontzettend fijn hoe er is samengewerkt door zo veel verschillende partijen. In het bijzonder wil ik de collega’s Grooten en Biemond bedanken voor de hulp die zij mij hebben geboden. Het is als raadslid van een kleine partij met maar één zetel lastig om overal evengoed mee te komen. Dankzij de hulp van collega’s van andere partijen heb ik toch het gevoel dat ook BIJ1 onderdeel is van dit toch vrij ingewikkelde proces en dat is heel goed want dit is echt een bijzonder belangrijk onderwerp. Wel heb ik in de raadscommissie de inhoudelijke lijn en visie van BIJ1 al uitgezet. Dat ga ik hier gezien de spreektijd niet allemaal herhalen. Heel kort samengevat: BIJ1 is voorstander van het scenario stadsdeelplus met extra participatieve mogelijkheden.
Ik heb dan ook met trots mijn handtekening gezet onder een aantal hele goede moties van de collega’s Biemond, Grooten, Vroege en Yilmaz. Mijn complimenten aan hen. Afsluitend heb ik zelf ook nog een motie geschreven. Daar kwam ik pas gisteravond aan toe waardoor ik deze motie nog niet heb kunnen delen met andere partijen. Excuses daarvoor. Misschien, als de griffie het toelaat, kunnen anderen nog meetekenen als ze dat zouden willen. BIJ1 dient dus een motie in om onderzoek te laten doen naar de mogelijkheden om ongedocumenteerde Amsterdammers actief en passief kiesrecht te geven voor de verkiezingen van de stadsdeelcommissies. Nu begrijp ik dat dat een hele lastige kwestie is, maar de wethouder kan de motie wat mij betreft ook interpreteren als verzoek voor een quickscan naar de juridische mogelijkheden. Ja, laten we gewoon eens kijken wat er kan. Er zijn zo veel Amsterdammers zonder papieren die al jaren of zelfs decennia in onze stad wonen maar die nooit invloed hebben kunnen uitoefenen op hun eigen leefomgeving. Het lijkt me eigenlijk heel gezond en ook democratisch om te kijken of we deze mensen toch op de een of andere manier meer aanspraak kunnen laten maken op basisrechten zoals het kiesrecht. Volgens mij zijn de stadsdeelverkiezingen daarvoor ideaal. Dus daarom de motie. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Van Soest.
Mevrouw VAN SOEST: Ik ben het in grote lijnen eens met mevrouw Grooten, mevrouw De Grave en de heer Boomsma. Ze hebben allemaal goede voorstellen gedaan. Dat wil ik niet herhalen. Ik heb wel een paar vragen aan de wethouder. In 2014 heeft de PVV die toen in de regering zat, de stadsdelen verboden niet op de manier zoals die in het verleden was. Dus het moest een ander stelsel worden. Daarvan hebben we nu nog steeds de naweeën want ik vind dat de bestuurscommissies tandeloze tijgers zijn geworden en dat vind ik heel erg jammer. Dus mijn vraag aan de wethouder is, kunt u de randen van de wet opzoeken zodat we zo veel mogelijk eruit kunnen halen om toch wat meer status aan de stadsdeelcommissies te geven. Ik hoop dat de wethouder dat gaat doen om te bewerkstelligen dat in ieder geval mensen die nu naar de Stopera komen om in te spreken, bij hun eigen stadsdeel terecht kunnen en daar een behoorlijk antwoord krijgen. Dus ik pleit er ook voor dat mensen weer ondersteuning krijgen. Het hoeft geen uitgebreide ambtelijke
6
Jaar
2021
Vergaderdatum 10 maart 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
ondersteuning te zijn maar wel een adviserende zodat ze weten tot hoever ze kunnen gaan. En er horen financiële middelen bij zodat we met de buurt samen kunnen kijken of er in de buurt iets kan worden gedaan. Tot zover. De VOORZITTER: Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de raad en zou ik het woord willen geven aan wethouder Groot Wassink voor de beantwoording van de vragen en een preadvies op de moties. Wethouder GROOT WASSINK: Dank aan alle raadsleden voor deze mooie bespreking. Dat vond ik. Dat sluit ook aan bij de besprekingen die we in de raadscommissie met elkaar hebben gevoerd en dat waardeer ik. Dat mag ook wel eens gewoon worden gezegd, dat het goed is dat je zo’n gedachtewisseling met elkaar hebt. We gaan nu verder kijken hoe we hierop kunnen voortborduren. In de richting van de heer Ceder zou ik willen zeggen dat de democratie nooit klaar is. Democratie is per definitie een project dat permanent onderhoud vergt. Per definitie een project waarnaar je steeds moet kijken. Ik denk dat er geen enkel moment is waarop je kunt zetten, c’est tout, het is gedaan, het is klaar en we gaan nu voor in de eeuwigheid vastleggen dat dit is hoe we het doen. Ik denk dat dat niet past bij hoe democratie in elkaar zit. Dan in reactie op de verschillende fracties.
Ik was zeer content met de woorden van mevrouw Grooten want een nieuw evenwicht is volgens mij wat we met elkaar zoeken. Een nieuw evenwicht tussen stadsdelen en stad, tussen stadsdeelraden, stadsdeelcommissies en DB’ers, tussen stad en misschien gemeenteraad en DB’ers, tussen gemeenteraad en adviescommissies en misschien ook wel een breder en nieuw evenwicht tussen gekozenen en kiezers. Ik vind dat eigenlijk een hele mooie en met mevrouw Grooten zeg ik, ik heb zeer veel waardering voor de gezamenlijkheid waarin u nu als raad lijkt op te trekken. Ik neem dat ter harte en dat is ook wat ik mijzelf inprent om nu langs die lijnen verder te werken om tot een voorstel te komen waarmee u hopelijk allemaal in hoge mate content kunt zijn. Er was even een debatje over de vergoedingen. Ik snap dat overigens heel goed. Op dit moment staat de wet overigens vaste vergoedingen niet toe. Dat is nog wel voor mijzelf een punt waarvan ik denk en waarvan ik tegen mijn ambtenaren heb gezegd dat de tompoezen die we in onze organisatie hebben, daarvoor nog listen zullen moeten verzinnen. Mevrouw De Grave had ook een hele mooie bijdrage waarmee ik in grote lijnen kan instemmen. Eenvoud en betrouwbaarheid. Ik denk dat dat heel belangrijk is. Natuurlijk, we hebben het allemaal ook gehad over welke bevoegdheden je nu overdraagt. Je kunt het register erbij pakken, maar de vraag is hoe duidelijk dat is.
Misschien moet je het aantal bevoegdheden wel beperken en daarvan dan ook echt hele stevige bevoegdheden maken. Ik denk dat ik dat pleidooi alleen maar kan ondersteunen. Ik denk van een paar noties die mevrouw De Grave heeft meegegeven, verstevig nu dat representatieve kader, geen uitdijend apparaat, daar kom ik straks bij de moties nog even op terug want dat kan wat mij betreft per definitie niet het uitgangspunt zijn dat je streeft naar een uitdijende bureaucratie of iets dergelijks. Wat mij betreft gaat dit altijd over de herverdeling van schaarste en over een herprioritering over hoe we dat doen. Ik meen dat de heer Vroege ook al iets zei over de besparingsopgave die we onszelf reeds hebben opgelegd. Dan geeft het geen pas ook te streven naar een uitbreiding daarvan. Dan zou het een herverdeling of een herallocatie moeten zijn. Ook het punt van bestuurlijke spaghetti kan ik alleen maar ondersteunen. Mevrouw De Grave had een aardige opmerking over de MRA en over het langetermijnperspectief. Ik meen dat de heer Boomsma daarover ook een opmerking maakte en over hoe dat zich ontwikkelt en wat dat nu betekent. Dat is natuurlijk ook een
7
Jaar
2021
Vergaderdatum 10 maart 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
vraag. Ik durf u nu niet toe te zeggen dat dat tot uw volle tevredenheid in de voordracht van het college gaat worden geadresseerd maar het is wel zeker een punt waarlangs we denken omdat je uiteindelijk moet afwegen wat er kan op lokaal niveau, laten we zeggen stadsdeelniveau en wat we misschien op termijn veel meer regionaal moeten beleggen. In die zin neem ik de lessen zoals ik die zelf trek, laten we zeggen in de samenwerking in de arbeidsregio, enorm mee. Het stemrecht, daar kom ik bij de motie nog even op terug. Mevrouw De Grave was tegen de uitbreiding van het stemrecht naar jongeren. U zei daarbij, dat moeten we niet doen omdat dat elders ook niet zo is. Ik kan u meegeven dat dat in Rotterdam bijvoorbeeld al wel gebeurt. Dus er zijn zeker ervaringen elders. Persoonlijk is voor mij en ik heb dat eerder met u gedeeld, bijvoorbeeld waar het gaat over de buurtbudgetten, de democratische ervaring, het kunnen meebesluiten over iets wat direct in jouw omgeving speelt, dát de essentie van sommige dingen die wij doen. Stemmen is niet alleen fiatteren wat mensen vier jaar lang mogen doen; stemmen is ook een zaadje van burgerschap planten. Ik denk eerlijk gezegd en u merkt dat ik enig enthousiasme voor de ingediende motie ontwikkel, en ik denk dat ook u die democratische ervaring waardevol vindt. Ik wil niet treden in uw afweging, maar ik zou dat zelf als een heel mooi ding zien.
Ik kom daar zo nog op terug. U vroeg mij heel terecht naar het tijdpad van de participatie en de inspraak. Daarover heb ik u eerder al wat gezegd. In z’n algemeenheid praten we nu heel sterk over het bestendigen ofwel het uitbreiden van de representatieve democratie. Dat is een goede zaak. Maar tegelijkertijd is het natuurlijk de vraag of naast de representatieve poot niet ook de participatieve poot moet worden versterkt. Ik zou daar zeer voor zijn. Ik zorg dat u voor de zomer van mij een update krijgt. Ik weet van mevrouw De Grave, dat de VVD-fractie ook op zoek is naar hoe je die participatieve kant kunt versterken om juist die dubbeling te voorkomen. Dat is denk ik waarnaar we allemaal zoeken. Dat we dubbeling voorkomen en dat we in essentie als overheid effectiever zijn en niet belanden in spaghetti. Nu zoek ik even zoeken naar een metafoor van een gerecht dat een soort eenheid uitstraalt. Lasagne moet ik misschien zeggen. Nee, dat is een veel te monolithisch blok. De heer Flentge heeft het heel nadrukkelijk ook gehad over die participatie en dat vind ik echt wel interessant. De heer Flentge zei ook, we moeten niet de directe democratie frustreren. Dat ben ik erg met hem eens en daarom vind ik ook dat naast het versterken van de representatieve democratie we de participatieve democratie moeten versterken. Ik zou dat echt wel interessant vinden.
Overigens, u weet, ik ben ook buitengewoon enthousiast over loting als instrument – voor wie het niet heeft gelezen, raad ik het boek van Van Reybrouck zeer aan – en daar kom ik ook bij de preadvisering zo op, het is alleen niet een of, of wat mij betreft. Je moet dat niet als een vervanging zien. Ik zou dat als een additioneel middel willen zien omdat ik denk dat daar veel mogelijkheden in zitten. Dat zou ik in elk geval buitengewoon interessant vinden. (De heer FLENTGE: De essentie van de motie van de SP en de Partij voor de Dieren was natuurlijk juist om het lijstenstelsel te vervangen door hetzij met personen die door loting zijn aangewezen hetzij op een andere wijze. Het kan wellicht door een personenstelsel hoewel dat juridisch wat ingewikkelder ligt. Dat was de essentie van de motie die wij hebben ingediend. Nu vraag ik me af of u met mij niet de mening deelt, dat het wellicht wel degelijk kan frustreren als aan de ene kant politieke partijen in de stadsdeelcommissies nadrukkelijk positie hebben en tegelijk dat je participatieve vormen van democratie gaat ontwikkelen. Er lopen toch andere belangen naast elkaar en wellicht gaan die met elkaar schuren.)
8
Jaar
2021
Vergaderdatum 10 maart 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Nou, ik ben daar niet per definitie van overtuigd omdat ik denk als bewoners stemmen op partijen, dat dat in essentie een uitdrukking is van de volkswil. En natuurlijk kan het zo zijn dat je middels participatieve instrumenten tot andere zaken komt, maar ik ben helemaal niet overtuigd van het personenstelsel omdat ik eigenlijk geen voorbeeld meer ken waarbij dat wordt gehanteerd. Ik ben er toch van overtuigd dat mensen stemmen op mensen. Laat ik een simpel voorbeeld geven. Even los van een politieke partij, als ik op iemand mag stemmen, dan doe ik dat omdat ik daar een motivatie voor heb. Wat nu als twee dagen na de verkiezingen deze persoon onder de tram wandelt en aan stukken wordt gereden? In uw voorstel komt daar iemand anders op die plek die misschien wel volstrekt tegenovergestelde ideeën heeft. Persoonlijk zou ik me daardoor bekocht voelen. Dat neemt niet weg dat ik uw punt snap. Ik merk dat er een tendens is om van die gebieden af te gaan. Ik kom uit een traditie. U weet, in de Staatsliedenbuurt hadden we lange tijd een partij die lange tijd een volstrekt buurtgeöriënteerde partij was in Westerpark. Een lijstenstelsel betekent niet dat groepen bewoners niet zichzelf kunnen organiseren. Dat is echt een misvatting. En natuurlijk heeft u gelijk dat het risico bestaat dat politieke partijen daarin een dominante rol spelen.
Dus ik voel wel mee dat je buurtbewoners daarin nadrukkelijk een plek moet geven, maar de vraag is of je dat ten koste moet laten gaan van de representatieve democratie of dat je er participatieve elementen aan toe moet voegen. Dat zou mijn antwoord zijn. (De VOORZITTER: Het is een buitengewoon interessant debat en ik snap dat het in z’n volle breedte moet worden gevoerd. Toch zou ik u allemaal willen vragen om vragen en antwoorden een beetje beperkt in de tijd te houden.) (De heer FLENTGE: De wethouder pakt heel gretig het stukje op dat ik hem eigenlijk een beetje bood, namelijk die personenlijsten die ik noemde. Ik voorzag dat natuurlijk al. In mijn motie staat juist nadrukkelijk loting als een voorbeeld genoemd in plaats van dat lijstenstelsel. Dat doe ik niet voor niets omdat ik denk dat dat namelijk een heel goed, volwaardig alternatief zou kunnen zijn dat zou kunnen voorkomen dat langs partijlijnen of wellicht partijbelangen in de weg gaan staan voor datgene wat er uit de buurt of vanuit de wijk echt naar voren komt. Dus dat is de vraag. Dat is de weging die ik zou willen maken. Hoe zou de wethouder op dat element willen reageren?) Dit is echt een uitnodiging voor mij om me volstrekt niet te houden aan uw vraag. Ik ben buitengewoon enthousiast over loting. Ik vind loting fantastisch. Ik probeer het echt, voorzitter, om dit zo kort mogelijk te doen.
Even voor de heer Flentge en dat verklap ik dan maar alvast, ik laat deze motie oordeel raad. De wezenlijke vraag is of je representatief dan door participatief moet vervangen of dat er ook tussenvormen of mengvormen denkbaar zijn waarin je bijvoorbeeld én een gekozen lijst hebt aangevuld met geloten of dat je gekozen en geloten naast elkaar zet. Dat zijn allemaal hele interessante, denkbare vormen waarop ik nu niet vooruit wil lopen. Sterker nog, daarover wil ik graag het oordeel van de raad. Ik ben er dus enthousiast over zoals u mogelijkerwijs merkte. (De heer FLENTGE: Wij komen elkaar nog te spreken.) (De heer VROEGE: Fijn dat wethouder Groot Wassink zich vandaag zo enthousiast voor het lijstenstelsel uitspreekt. Nu is de vaststelling van de verordening pas in september gedacht en de dag der kandidaatstelling is op 31 januari 2022. Daar zit weinig tijd tussen. Hoe gaan we er met elkaar voor zorgen dat de lokale lijsten en alle groeperingen zich tijdig kunnen gaan organiseren om ook mee te doen? Ik deel de ambitie van de
9
Jaar
2021
Vergaderdatum 10 maart 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
wethouder dat ook niet-politieke partijen zich gaan groeperen en gaan meedoen met die decentrale verkiezingen.) Ik ben wat verbaasd over deze opmerking. Ik zie de spanning van lijstenstelsels wel degelijk. Het is niet zo dat ik hier nu per definitie een juichverhaal heb gehouden. Daarnaast zou ik de heer Vroege erop willen wijzen dat we in een vorige ronde langs dit stelsel toch echt op een later moment een besluit hebben genomen waardoor een ieder toch de mogelijkheid had om zich voor te bereiken. De planning is als volgt. Ik hoop voor de zomer met u tot een voldragen voorstel te komen waarin u zich in grote meerderheid kunt vinden. Dat betekent dat we dan moeten werken aan een verordening die we dan mogelijkerwijs hopelijk in september vaststellen. Dan zou ik me toch kunnen voorstellen dat van september, oktober tot de kandidaatstelling in januari een relatief overzichtelijke periode is. (De heer VROEGE: Een tweede interruptie naar aanleiding van het antwoord van de wethouder op de vraag van collega Flentge over allerlei mengformules waaraan de wethouder nog denkt. Nu zegt een van de moties heel duidelijk, we willen verkiezingen met een lijstenstelsel en alle exoten worden bewust niet genoemd in die motie.
Als deze motie ruim een meerderheid van de raad achter zich krijgt, kan ik er dan op vertrouwen dat de wethouder alleen met die variant verder gaat en niet met allerlei zaken komt waarom de motie niet vraagt?) Het college geeft zich altijd rekenschap van de kaders die de raad meegeeft. Dat betekent niet dat een wensen- en bedenkingenprocedure een dictaat oplegt. Dat betekent dat wij ons rekenschap geven van de kaders die u vanavond vaststelt, dat wij vervolgens met een voorstel komen hetgeen wij u voorleggen. Ik was ook wel getroffen door de bijdrage van de heer Boomsma. De heer Boomsma had het over een compromis terwijl je tegelijkertijd inderdaad de vraag zou moeten stellen of dat niet mogelijkerwijs meer een dictaat was. De waarden zoals de heer Boomsma die benoemde, zou ik hartgrondig willen onderschrijven. Ik wil specifieke aandacht vragen voor zijn opmerking dat zelfbestuur in zekere zin een vorm van vrijheid is. Dat lijkt mij uitstekend. De heer Biemond en nu doe ik echt mijn best om geen opmerking over zijn leeftijd te maken, herinnert zich iets van 40 jaar geleden. Dat is natuurlijk hartstikke mooi. Ik ben het erg met hem eens als hij zegt dat decentraal bestuur noodzakelijk is, nodig is en dat we tegelijkertijd zijn doorgeschoten in hoe we daarmee zijn omgegaan. Dat is niet goed.
Ik vind de randvoorwaarden zoals hij die definieert met uitzondering van volgens mij de tweede randvoorwaarde, de motie die hij zelf had ingediend, eigenlijk heel erg goed. Duidelijke verantwoordelijkheid, planning, urgentie. Ik voel die urgentie. Dat zijn randvoorwaarden die ik zeer onderschrijf. Het was overigens de heer Biemond die ook die opmerking maakte over de MRA en het bredere verband. Ik vind dat een zeer zinvolle. Ik zou overigens niet willen vervallen in allerlei discussies zoals we die een tijdje geleden hebben gehad in regioparlementen en dergelijke maar het is wel iets waarvan het college zich rekenschap zal geven in de verdere uitwerking. Voordat ik bij de moties kom, eerst de heer Ceder. Die had het over wettelijke bezwaren zoals net al door mevrouw Grooten aangegeven. Wettelijke bezwaren om bijvoorbeeld terug te keren naar de bestuurscommissies zijn er niet. Ik verwijs u ook naar de besluitvorming met betrekking tot het democratische experiment in Weesp. Mevrouw Van Soest roept mij op de randen van de wet op te zoeken. Ik beloof u dat niet. Ik wil zeer graag handelen binnen de grenzen van de wet omdat ik het belangrijk vind dat we tot een voorstel komen en dat heb ik bij iedereen zo beluisterd, dat breed
10
Jaar
2021
Vergaderdatum 10 maart 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
gedragen is. Laten we met elkaar een taart bakken en die gezamenlijk opeten. Ik wil niet dat dit tot nieuwe polarisatie leidt. Dan ga ik snel naar de moties want ik realiseer me dat ik lang aan het woord ben. Allereerst motie nr. 119.21 van mevrouw De Grave-Verkerk over het budgetrecht ten aanzien van schoon, heel en veilig. Mijn stelling zou zijn dat je het Bestuurlijk Stelsel hiervoor niet nodig hebt. Mijn stelling zou zijn dat dit op elk moment kan en dat je dit bij een voorjaarsnota zou kunnen regelen. Daarvoor heb je deze exercitie niet nodig. In die zin vind ik het ook gek om op schoon, heel en veilig nu een specifieke uitzondering te maken terwijl er best andere onderwerpen kunnen zijn waarin je dat ook zou kunnen. Desalniettemin laat ik dit aan het oordeel van de raad. Motie nr. 120.21 van de leden Flentge en Bakker over geen lijstenstelsel maar loting. Ik zie daar zelf echt wel wat bezwaren in maar desalniettemin laat ik het oordeel aan de raad. Ik heb mijn enthousiasme over loting reeds geventileerd. De motie nr. 138 .21 van het lid Vroege, aanpassing Bestuurlijk Stelsel, lijsten op stadsdeelniveau. Ik heb enig begrip voor deze motie. Oordeel raad. De motie nr. 139.21 van het lid Vroege c.s., verruim het actief non-EU. Dat vind ik zelf best een hele leuke motie, zal ik in alle eerlijkheid zeggen. Dit is iets waarover we zelf gaan.
Thans is het zo dat het drie jaar is. Ik zou eigenlijk wat verder willen gaan want de vraag is natuurlijk wanneer je verbonden bent met de stad. Misschien is dat wel na twee jaar. Als u het mij toestaat, dan laat ik ook hier het oordeel aan de raad, maar dan zou ik zelf nog wel even willen kijken of we daarin bijvoorbeeld twee jaar mogelijk kunnen maken omdat ik dit eigenlijk een heel mooi en zinvol idee vind. De heer FLENTGE: Het is een ongelukkige timing nu. Ik zou u willen vragen de wethouder zijn moties te laten preadviseren en daarna mijn vraag te mogen stellen.) (De VOORZITTER: Akkoord.) Motie nr. 140.21 van het lid Biemond, in kaart brengen van de bevoegdheden. Dat lijkt mij een buitengewoon zinnige exercitie. Oordeel raad. Motie nr.141.21 van het lid Vroege c.s. over ondersteuning van de stadsdeelcommissies. Ik kan in algemene zin zeggen dat ik geen enkel bezwaar heb tegen dat eerste gedachtestreepje met de kanttekening dat het organiseren van extra capaciteit gewoon niet iets is wat je morgen regelt. Dus ik wil daar aan enig verwachtingsmanagement doen. Hetgeen bij het tweede gedachtestreepje staat, is wat mij betreft wel meer aan het presidium en de raad. Ik acht mij niet in staat dat te beantwoorden. Daar ga ik niet over. Ik begrijp de doelstelling, maar ik zou hier zeggen om niet het presidium om een antwoord te verzoeken: oordeel raad. Motie nr.
142.21 van het lid Biemond c.s. over de ondersteuning van de stadsdelen en de procedure van die adviezen, daarvoor geldt een beetje hetzelfde. De eerste twee punten, geen enkel bezwaar. Maar voor 2 is wel iets meer tijd nodig en 3 is eigenlijk aan het presidium en de griffie. U kunt dat in alle eerlijkheid niet aan mij vragen. Ik snap het heel erg. Dat wil ik maar gezegd hebben. Dan de motie nr. 143.21 van het lid Grooten c.s., uitwerken scenario 4 stadsdeel, oordeel raad. Motie nr. 144.21 van het lid Grooten c.s., actief/passief kiesrecht na 16 jaar. Dat vind ik toch ook een hartstikke leuke. Ik heb het eerder gehad over de democratische ervaring en over hoe je een zaadje plant en hoe we dat bijvoorbeeld met buurtbudgetten doen. Dat kan hier natuurlijk ook. In alle eerlijkheid, als u het mij toestaat en dan kijk ik maar even of u knikt of heel erg nee schudt, dan zou ik eigenlijk vanaf 14 willen onderzoeken. Dat kan gewoon he. Dit valt niet onder de Kieswet. Dit kunnen we gewoon zelf onderzoeken.
11
Jaar
2021
Vergaderdatum 10 maart 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Ik heb al gezegd dat ik heel graag de ervaring van Rotterdam met u deel want in Rotterdam doen ze het al vanaf 16 jaar. Ik was heel blij dat ik hoor dat dat advies van de ROB per definitie eigenlijk zou moeten worden opgevolgd. Dat ben ik hartgrondig met u eens. Maar er zijn hier ook al ervaringen mee. Ik wil graag die ervaringen met u delen. Laat mij dat uitzoeken. Zelf vind ik 14 dus eigenlijk ook wel leuk. Maar misschien is verkozen worden dan nog wel ingewikkelder. Maar stemmen? Dat zou ik wel leuk vinden. Motie nr. 145.21 van het lid Yilmaz over evalueren raadsinformatie. Die is mening vooral aan de griffie gericht. Dat is toch niet iets wat u van mij kunt vragen. Ik zou zeggen, oordeel raad. Motie nr. 146.21 over de bewoners. Dat vind ik een ingewikkelde. Wat nu een publieke taak is, is natuurlijk uiteindelijk iets wat wij met elkaar moeten besluiten. Dat bewoners taken kunnen overnemen, dat is waar. We zijn natuurlijk ook bezig met buurtrecht. U kent het wel en daar kom ik ook op terug. Maar ik vind de formulering hier wel echt te strikt. Ik voel me verplicht om oordeel raad te zeggen, maar ik vind dit wel een hele ingewikkelde omdat je het hiermee wel heel diffuus laat wie nu eigenlijk bepaalt wat een publieke taak is en wat niet. Motie nr. 147.21 van de leden Yilmaz en Veldhuyzen over Decidim. Wij werken al een beetje met Decidim.
Decidim is een heel mooi systeem dat online participatie mogelijk maakt. Dus ik ben daar best enthousiast over maar ik zeg toch oordeel raad. Motie nr. 164.21 van het lid De Grave-Verkerk, een aangepaste motie over of we over die scenario’s een prognose kunnen geven. Kijk, het uitbreiden van het ambtelijk apparaat lijkt me in alle eerlijkheid voorlopig niet aan de orde gezien de reeds ingeboekte bezuinigingen. Dan zou het dus per definitie over een herverdeling moeten gaan en over een verschuiving tussen stad en stadsdelen en niet over een uitbreiding. Als u er genoegen mee neemt dat ik probeer een inschatting te maken van de kosten die daar natuurlijk bij zitten, dan- maar wat u hier vraagt, is een beetje te uitgebreid. Ik kan dit gewoon niet opleveren. Dus daar ben ik wat huiverig. Desalniettemin laat ik de motie oordeel raad. Motie nr. 165.21 over kiesrecht ongedocumenteerden. Ik snap de bedoeling buitengewoon goed. Misschien vind ik dat zelfs nog wel sympathiek, maar ik zou bij God niet weten hoe we dit zouden moeten doen. Het grote probleem bij ongedocumenteerden is nu juist dat ze geen documenten hebben. En dus als we bij sommige mensen een leeftijd of een verblijfsduur zoals bij non-EU residents willen handhaven, dan zie ik gewoon praktische bezwaren.
Waar moet ik een stempas naartoe sturen? En hoe weet ik dan dat degene die komt stemmen, ook degene is voor wie de stempas is. Dus ik wil best even een onderzoekje doen om mogelijke bezwaren in kaart te brengen, maar ik zie hier eigenlijk gewoon geen mogelijkheden voor. Maar ik wil best wat dingen op een rij zetten. Desalniettemin: oordeel raad. Nu is er nog een motie ingediend door de fractie van JA21 die eigenlijk een scenario 1min kiest namelijk hou alleen DB’ers en houd op met de rest. Ik zou daar ook graag het predicaat oordeel raad aan willen geven. Daarmee ben ik bij de beëindiging van mijn beantwoording gekomen. De VOORZITTER: Ik wil eerst de raad de gelegenheid geven interrupties te maken bij de wethouder en daarna zal de heer Torn namens het presidium nog een toelichting geven op de motie die aan het presidium is gericht. (De heer FLENTGE: Ik heb nog een vraag onbeantwoord. Ik wil voorkomen dat we een grote blijde zorg na de progressieve polonaise rechtstreeks het verleden in trekken richting 2014 terug. Nu zie ik in 2014 weliswaar een
12
Jaar
2021
Vergaderdatum 10 maart 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
gemankeerd systeem en ik denk dat veel Amsterdammers een gemankeerd systeem hebben gezien. Dat heb ik uitgesproken. Het huidige systeem is ook gemankeerd. Ik vroeg de wethouder in mijn bijdrage één onderdeel: het gevecht tussen de stadsdeelcommissie en de Stopera, het politieke gevecht daartussen, dat is in dit stelsel verdwenen en waardeert de wethouder dat ook als zodanig?) Ik kan veel hebben maar een progressieve polonaise zijn, dat zijn echt woorden waarmee ik geen enkele verwantschap voel. In die zin, als u nu beweert dat ik in een soort progressieve polonaise zit, nee, dat herken ik gewoon niet. U heeft het over die conflicten tussen stadsdelen en Stopera. Nu denk ik dat je kunt vaststellen dat verlengd bestuur heeft geleid tot een vermindering van conflicten. Als ik heel eerlijk ben, dan zie ik eigenlijk dat men op verschillende niveaus in verschillende bestuurslagen in toenemende mate met de rug naar elkaar toe staat. Daarom was het dat ik bij de woorden van mevrouw Grooten heel nadrukkelijk stilstond. Ik geloof dat de heer Vroege vandaag zei dat hij weer wat liefde voor de stadsdelen voelde. Nou denk ik dat heel veel mensen altijd wel liefde voor de stadsdelen hebben gevoeld, maar we hebben ook wel heel erg lang met de rug naar elkaar toe gestaan. Dus ik vind ook dat de suggestie die in de woorden van de heer Flentge zit, niet helemaal waar is.
De vraag is of een staakt het vuren in die zin per definitie een doel moet zijn van een bestuurlijk stelsel of van een democratische orde. (De VOORZITTER: Ik wil de wethouder dringend vragen zijn antwoorden aanzienlijk in te korten.) (De heer FLENTGE: Mijn opmerking was inderdaad vooral naar collegaraadsleden bedoeld. U zegt, oordeel raad. Dus de duiding van u gaan we allemaal nog zien de komende tijd. Maar ik hoor bij u nadrukkelijk ook een positieve duiding als het gaat om dat onderdeel. Inderdaad, het is geen doel op zich, maar dat onderdeel, dat politieke gevecht, dat hoor ik ook bij u mondjesmaat. Er zit bij u ook duidelijk een positieve beoordeling van dat aspect.) Ik vind vrede geen doel op zich. (De heer VROEGE: Ik heb helemaal niks met carnaval dus de kans dat u mij en wethouder Groot Wassink polonaise ziet lopen, lijkt mij vrijwel nihil. Mijn vraag gaat over de motie van de non-EU-inwoners. De wethouder had het over drie jaar. Bij mijn weten is het nu vijf jaar. Dat is de Kieswet. Wat mij betreft gaan we terug naar nul. Ben je ingeschreven op de dag der kandidaatstelling en dus legaal als inwoner van Amsterdam, dan mag je stemmen. Zo ver wil ik zelfs gaan. Dus die uitdaging leg ik ook weer terug bij de wethouder.) De stadsdeelverkiezingen vallen formeel niet onder de Kieswet. Daarvoor stellen we zelf regels op. Dus dat is thans drie jaar.
Ik zou het moment van inschrijving persoonlijk te kort vinden omdat ik het wel prettig vind als mensen enige binding hebben met de stad. Dan kun je erover discussiëren of dat één of twee jaar moet zijn. (De heer VELDHUYZEN: Heel fijn om te horen dat de wethouder toch vrij positief tegenover mijn motie staat ondanks dat hij inziet hoe lastig het is. De Kieswet is hier niet van toepassing. Volgens mij zijn er echt wel mogelijkheden bijvoorbeeld met een stadspas en ik denk dat het goed is in ieder geval een verkenning te doen om te kijken wat er wel en wat er niet zou kunnen. Ik ben gewoon blij dat de wethouder daar positief tegenover staat zonder dat we gelijk zeggen dat dat mogelijk is. Dat wilde ik nog even hebben gezegd.)
13
Jaar
2021
Vergaderdatum 10 maart 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Ik zeg u inderdaad toe een kort en hevig onderzoek te doen. De VOORZITTER: Dan geef ik het woord aan de heer Torn om namens het presidium het woord te voeren over een motie. De heer TORN: Volgens mij moet ik over drie moties iets zeggen. Dat is allereerst motie nr. 141.21 en dan het tweede gedachtestreepje waarin het college wordt verzocht een overleg met het presidium van de gemeenteraad de mogelijkheid en wenselijkheid voor het onderbrengen van de bestuursondersteuning bij de griffie van de gemeenteraad in kaart te brengen. Ik kan daarover zeggen dat het presidium altijd bereid is dit overleg met het college te voeren en om dat in kaart te brengen. Dus die motie kan wat het presidium betreft het preadvies oordeel raad meekrijgen. Geen bezwaar. Motie nr. 142.21 en dan met name het derde onderdeel van het dictum. Dat gaat erover dat het presidium wordt gevraagd na te denken over hoe een periodieke afstemming in overleg tussen gemeenteraad en de stadsdeelcommissies in de toekomst het best zou kunnen plaatsvinden. Het presidium is altijd bereid daarover na te denken. Dus mocht de raad dat aannemen, dan zal het presidium dat zeker doen. Dus ook die motie, derde gedachtestreepje: geen bezwaar, oordeel raad. Dan nog motie nr. 145.21. Daar was een oorspronkelijke motie nr. 145.21 maar er is inmiddels ook een accentmotie ingediend.
De oorspronkelijke motie ging uit van een evaluatieonderzoek door een gespecialiseerd bureau. Aangezien er geen dekking bij de motie is gegeven, zou het presidium ten opzichte van die originele motie nr. 145.21 wel degelijk bezwaar hebben want zonder dekking kun je geen gespecialiseerd bureau inschakelen. Inmiddels zie ik dat er een accentmotie door de indieners is ingediend, de heer Yilmaz, de heer Vroege en mevrouw Grooten, en dat gaat uit van een panel dat dat zou kunnen gaan bekijken. Nou ja, een panel is natuurlijk een breed begrip. Ik moet constateren dat er geen dekking bij is gegeven dus een panel ziet het presidium dan als name als een panelavond. Daartegen bestaat vanzelfsprekend geen bezwaar. Ik moet daarbij wel opmerken dat het hier om de raadsinformatievoorziening gaat en dat het huidige raadsinformatiesysteem is gegund in een aanbesteding aan Notubiz, onze huidige leverancier en dat er nog wel een meerjarig contract aan ten grondslag ligt. Dus ik moet de verwachtingen wel enigszins temperen want het is niet zo dat er bijvoorbeeld kan worden overgestapt van leverancier. Wat wel zou kunnen, is met de huidige leverancier kijken hoe eventueel de raadsinformatie beter kan worden ontsloten. Als een panel daarbij behulpzaam kan zijn, dan kan het presidium daarmee wel uit de voeten.
Daarbij merk ik op dat de heer Yilmaz als eerste indiener dan misschien wel de voorzitter van dat panel zou kunnen zijn. Dus als de raad dit aanneemt, dan komen we ongetwijfeld nog wel bij de indieners terug omdat we er dan ook vanuit gaan dat die bij het organiseren van die panelbijeenkomst ongetwijfeld een rol kunnen spelen. Dat gezegd hebbende heeft het presidium geen bezwaar tegen deze accentmotie. Tot zover. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen:
81° Motie van de leden Yilmaz, Vroege, Grooten inzake evaluatie van de informatievoorzieningen van de gemeente Amsterdam, nr. 145.21 accent Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -
de informatievoorziening over de gemeenteraad te laten evalueren door een of meer panels op toegankelijkheid, waarin vooral ook visueel beperkten,
14
Jaar
2021
Vergaderdatum 10 maart 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
laaggeletterden en anderstaligen vertegenwoordigd zijn en daarbij de kennis van belangengroeperingen zoals bijvoorbeeld het dovencentrum, Visio (slechtzienden en blinden), etc. te betrekken. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER: Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. De discussie wordt gesloten.
12 Kennisnemen van een humaner bijstandsbeleid in het licht boodschappendrama van de gemeente Wijdemeren Nr. VN2021-002871
van
het
De VOORZITTER deelt mee dat de volgende moties zijn ingekomen: 82° Motie van de leden Khan en Veldhuyzen inzake het opheffen van het Meldpunt Bijstandsfraude, nr. 149.21 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -
het Meldpunt Bijstandsfraude op te heffen.
83° Motie van de leden Khan, Schreuders, Ceder en Veldhuyzen inzake het uiten van bedenkingen over de private rechtsvorm van Stichting Inlichtingenbureau, nr. 150.21 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -
haar bezwaren te uiten in de richting van het rijk over de private rechtsvorm van de stichting Inlichtingenbureau en te pleiten voor een rechtsvorm waarbij het Inlichtingenbureau wel te controleren is door de burger.
84° Motie van de leden Khan, IJmker, Ceder, Veldhuyzen, Schreuders, Mbarki, De Jager en Bloemberg-Issa inzake het pleiten bij de Rijksoverheid voor een humaner bijstandsbeleid en het vergroten van de beleidsvrijheid van gemeenten in het uitvoeren van de Participatiewet, nr. 151.21 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -
bij de rijksoverheid te pleiten voor: het verhogen van het bestaansminimum; het geven van bevoegdheid aan gemeenten om een bestuurlijke boete op te leggen in plaats van de huidige verplichting om dat te doen; meer beleidsvrijheid voor gemeenten om te bepalen wat het best werkt om iemand aan het werk te helpen, waaronder de mogelijkheid om de vrijlatingsgrens voor giften verder te verhogen;
15
Jaar
2021
Vergaderdatum 10 maart 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
-
R
het geven van bevoegdheid aan gemeenten om aan bepaalde groepen categorale bijzondere bijstand te verstrekken zodat ze inwoners veel laagdrempeliger en met minder bureaucratie kunnen ondersteunen; en hierover te rapporteren aan de raad.
De moties maken deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Khan. De heer Khan houdt hierbij zijn maidenspeech. De heer KHAN: Een humaner bijstandsbeleid vinden wij niet alleen vanuit een principieel oogpunt belangrijk, maar dat heeft voor mij ook een persoonlijke insteek. Ik merk dat er vandaag de dag nog steeds een stigma rust op het ontvangen van een bijstandsuitkering. Onterecht. Je kiest er niet voor om in de bijstand te zitten. Het kan op dat moment gewoon niet anders. Het is een helpende hand die de overheid uitsteekt naar mensen die het momenteel even niet alleen kunnen redden. De bijstand is nu zo ingericht, waardoor het bestraffend over komt. Voor een aanvraag dien je gevoelige privacygegevens te overhandigen aan een ambtenaar die je helemaal niet kent. Al je bankafschriften van de afgelopen drie maanden moeten worden overhandigd. De ambtenaar kan precies zien wat je de afgelopen drie maanden hebt uitgegeven, hoeveel geld je op je rekening hebt staan, wat er op je spaar- en bankrekening staat en ga zo maar door. Tegelijkertijd is de laatste jaren de roep op privacy steeds meer toegenomen. Er is nieuwe privacywetgeving aangenomen. Maar als het gaat om de bijstandsgerechtigden, dan gelden die privacyregels ineens niet meer. Bijstandsgerechtigden zijn vogelvrij verklaard. Je moet en zult alle belangrijke privacyinformatie openbaren.
Je moet je privacygegevens prijsgeven en je zult moeten luisteren. Anders geen geld en dan eet je de komende maand niet en verlies je potentieel ook nog het dak boven je hoofd. Daarnaast beukt de bijstand al je ambities eruit. Je mag dan wel academisch geschoold zijn, maar dan zeggen ze, kies maar deze broodbaan. Je moet elke functie accepteren die op je pad komt, ook als het gaat om een schoonmaakfunctie of een functie als vakkenvuller – waarmee overigens helemaal niets mis is – maar daarvoor ben je niet opgeleid. Je wordt wijsgemaakt dat je je ambities en dromen volledig moet loslaten en voor die broodbaan moet gaan. Dat je toekomstige arbeidskansen op een niveau daarmee worden verkleind en dat je als theoretisch opgeleide de baan inpikt van de meer praktisch opgeleide, lijkt er niet toe te doen. Ik zeg dit niet zo maar. Ik heb deze ervaring zelf aan den lijve mogen meemaken toen ik na mijn studie in 2014 zelf in de bijstand belandde. En met deze ervaring in mijn achterhoofd begon ik in 2017 te werken als klantmanager. In die tijd heb ik geleerd dat het toch altijd nog wel mogelijk is de grenzen op te zoeken voor diegenen die in de bijstand zitten. In die tijd heb ik ook geleerd hoe belangrijk het is maatwerk te bieden. Dat niet alleen, het is niet alleen een principieel punt om meer menswaardig bijstand te verlenen, maar het leidt ook tot meer uitstroom.
Met dit en de boodschappenaffaire in mijn achterhoofd heb ik nu ik raadslid ben, de kans genomen een initiatiefvoorstel te schrijven waarbij ik binnen de huidige kaders de grenzen wil opzoeken van wat nu mogelijk is om te gaan naar een meer rechtvaardig bijstandsbeleid. Dit voorstel heb ik ingediend en ik wacht het oordeel van het college af. Daarnaast wil ik nog drie moties op dit onderwerp indienen. Ten eerste wil ik het Meldpunt Bijstandsfraude opheffen. Deze motie dien ik samen in met collega Veldhuyzen. Naar mijn mening is dit Meldpunt overbodig en het faciliteert wantrouwen en achterdocht tussen burgers onderling. We hebben hierover reeds schriftelijke vragen ingediend en we hebben dit aangekaart tijdens de raadscommissie. De beantwoording van de wethouder was eigenlijk niet helemaal overtuigend. Het meldpunt wordt immers nog steeds publiekelijk
16
Jaar
2021
Vergaderdatum 10 maart 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
via de gemeentelijke website gecommuniceerd terwijl professionals melding kunnen doen via ambtenaren en burgers via het algemene nummer. Dus waarom is een aanvullend meldpunt dan nodig? Bovendien is er ook een inlichtingenbureau dat jaarlijks meer dan 5000 meldingen heeft. Dus ik vraag me oprecht af wat nu de toegevoegde waarde van zo’n meldpunt is en om het dan ook nog openbaar en publiekelijk te communiceren. Dan de tweede motie. Die dien ik in met een breed aantal partijen. Met deze motie willen we een duidelijk signaal afgeven naar het rijk dat wij in ieder geval vanuit Amsterdam zeggen dat het rond de bijstand heel anders zal moeten worden ingericht. Het bestaansminimum moet omhoog; we willen gaan naar een hogere vrijlatingsgrens. Alles om ervoor te zorgen dat binnen de bestaande kaders alles wordt opgerekt zodat we toch op een iets menswaardiger wijze bijstand kunnen verlenen aan onze Amsterdammers. Graag hoor ik de reactie op deze motie. De derde motie heeft betrekking op het eerder genoemde Inlichtingenbureau. Het Inlichtingenbureau is een private instelling die privacygegevens verzamelt van bijstandsgerechtigden en het krijgt daarbij informatie van verschillende overheidsdiensten, van het rijk, van de Belastingdienst. Het problematische hieraan is dat het bureau geen verantwoording hoeft af te leggen aan de burger.
We weten niet hoe het omgaat met al deze privacygevoelige gegevens. Zeker met de toeslagenaffaire in het achterhoofd en nu ook de boodschappenaffaire is het gewoon heel erg belangrijk dat een instelling die zoveel macht en invloed bezit, wel te controleren is. Als een burger of journalist onderzoek wil doen, dan moet die kunnen controleren of er wel zorgvuldig wordt omgegaan en wat er precies wordt gedaan met de privacygegevens van onze burgers. Dus wij willen met deze motie die ik met een aantal partijen indien, graag dat de raad zich uitspreekt dat het Inlichtingenbureau een publieke rechtsvorm krijgt waarbij het te controleren is door de burger en dat we dit ook bepleiten bij het rijk. Ik hoor het graag, voorzitter. Tot zover. De VOORZITTER: Dan zou ik u graag van harte willen feliciteren met uw maidenspeech alhoewel ik het gevoel heb dat u toch al even meedraait in onze raad. [applaus]. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw IJmker. Mevrouw IJMKER: Het schrijnende verhaal van de mevrouw in de bijstand in Wijdemeren laat zien wat de ongewenste gevolgen zijn van de Participatiewet en hoe een houding van wantrouwen en repressie leidt tot hele nare uitkomsten voor individuen.