20210218_DEF_Brief gemeenteraad bestuurlijke reactie advies commissie D'Hooghe_ondertekend.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres Weesperplein 8 1018 XA Amsterdam Postbus 2758 1000 CT Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 2758, 1000 CT Amsterdam
Aan de leden van de Gemeenteraad
Datum
18 februari 2021 HS2021002 Behandeld door Programma Sprong over het IJ, Ruimte en Duurzaamheid Ons kenmerk Bijlage(n)
Onderwerp
Vervolg advies commissie D’Hooghe
Geachte leden van de gemeenteraad, Hierbij geef ik u een terugkoppeling over de laatste stand van zaken rondom het vervolg op het adviesrapport ‘Genereus verbonden - Een Concept inrichtingsplan voor het IJ in Amsterdam als robuust en toekomstvast waterkruispunt’. Het advies is opgesteld door een onafhankelijke commissie onder leiding van Alexander D’Hooghe (hierna: commissie D’Hooghe) in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (hierna Ministerie van IenW) en de gemeente Amsterdam. Het adviesrapport is u op 26 juni 2020 aangeboden, aangevuld met de mededeling dat Rijk en gemeente dit advies goed gingen bestuderen om te onderzoeken welke gezamenlijke vervolgstappen Rijk en gemeente op basis van dit advies kunnen nemen. Op 17 december 2020 heb ik u laten weten dat de gesprekken hierover met het Rijk in volle gang waren en dat het de gedeelde verwachting was om u begin 2021 opnieuw te informeren over dit vervolg. Zowel de Minister als ons college heeft geconcludeerd dat het advies een goede basis biedt voor verdere samenwerking. Amsterdam zal samen met de regionale partners het advies nader uitwerken in een inrichtingsplan. De brief van de Minister aan de Tweede Kamer geeft het college hiervoor een steun in de rug. De Minister schrijft in haar brief dat “Het advies, met een doorvaarthoogte van 12,50 m.
voor maximaal twee nieuwe bruggen op nautisch veilige locaties over het IJ, voorzien van een minimale doorvaartbreedte en dubbele kleppen waarmee kruisend vaarwegverkeer kan worden voorkomen, voldoende aanknopingspunten biedt om de samenhang van zowel de publieke belangen op het land als op het water te borgen.” (18 februari 2021). Het advies is een goede leidraadraad voor verdere planvorming De commissie D’Hooghe heeft naar opvatting van het college een veelomvattend en integraal advies opgeleverd. Het advies geeft afgewogen voorstellen die zowel recht doen aan de voorwaarden voor een veilige, robuuste en toekomstvaste vaarweg als aan de belangen van stad
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 18 februari 2021 Kenmerk Pagina 2 van 4
en regio als het gaat om het mogelijk maken van woningbouw, groeiende werkgelegenheid en een goede infrastructuur voor alle vervoersmodaliteiten. Het college onderschrijft de visie van de commissie dat de voorgestelde maatregelen onderling een samenhangend pakket vormen en dat het niet goed mogelijk is hier onderdelen uit te halen zonder afbreuk te doen aan het geheel. Deze opvatting wordt gedeeld door belangrijke partners in de regio: de provincie Noord-Holland, Vervoerregio Amsterdam ende Port of Amsterdam als ook door de Gemeente Zaanstad en belangrijke stakeholders, namelijk de ORAM, de Fietsersbond en BLN-Schuttevaer. Deze partijen onderschrijven ook, met het college, de noodzaak en de urgentie om te komen tot een verbeterde ontsluiting over het IJ en het Amsterdam-Rijnkanaal; de bouw van tienduizenden extra woningen aan beide IJ-oevers in zowel in Zaanstad als in Amsterdam kan niet gerealiseerd worden zonder nieuwe bruggen die ruimte bieden aan zowel langzaam verkeer als OV. Twee bruggen op nieuwe locaties, een voetgangerspassage bij CS en het opwaarderen van de Amsterdamsebrug Het college is met name blij dat met het advies een stevige basis wordt gelegd voor de realisatie van twee bruggen over het IJ aan zowel de oost- als de westzijde.
Hoewel de bruggen niet op de locaties komen die oorspronkelijk door de gemeente voorzien waren, dit vanwege het belang om de vaarweg over het IJ veilig en toegankelijk te houden ook voor grotere schepen, onderschrijft het college, de nieuwe locaties voor de Oost- en de Westbrug. Beide bruggen liggen in het advies van de commissie D’Hooghe op plekken die aansluiten op belangrijke (toekomstige) fiets- en OV routes, namelijk de Haparandadam – NDSM werf en Johan van Hasseltweg - Azartplein. Daarbij sluit de locatie van de Westbrug goed aan op de ZaanIJ-lijn – de toekomstige HOV verbinding tussen Amsterdam Noord en Zaanstad. De beide oeververbindingen zullen, samen met de nieuwe en bestaande veerverbindingen, daarmee een belangrijke bijdrage leveren aan een goede ontsluiting van de nieuwe stadswijken die aan beide zijden van het IJ ontstaan zowel in Amsterdam als in Zaanstad. Ook de door de commissie D’Hooghe voorgestelde voetgangerspassage bij CS (“uitgang Noord Centraal Station”) kan in de optiek van het college een belangrijke bijdrage leveren aan het verbinden van Amsterdam-Noord met de rest van de stad. Door de voetgangerspassage te ontwerpen als noordelijke entree van het Centraal Station worden trein-, bus- en metroverbindingen goed toegankelijk vanaf de noordelijke IJoever. Dit beïnvloedt mogelijk de noodzaak tot de aanleg van metrostation Sixhaven.
Over de stand van zaken daarover bent u recent geïnformeerd (zie brief 5 januari 2021). Voor de ontsluiting van de oostkant van het Amsterdam, over het Amsterdam-Rijnkanaal, biedt het advies ook een goede basis. Het eindadvies geeft het college het inzicht dat de beoogde fietsbrug naar de Sluisbuurt vanuit nautisch perspectief helaas niet mogelijk is. Daarvoor in de plaats adviseert de commissie D’Hooghe om te kiezen voor de variant van het “opwaarderen” van de Amsterdamsebrug , zodat de brug geschikt wordt gemaakt voor grotere stromen fietsers en hoogwaardig OV in combinatie met een permanente veerverbinding tussen Sporenburg en Sluisbuurt. Verplaatsing Passengers Terminal Amsterdam (PTA) randvoorwaarde voor de nieuwe oeververbindingen Zoals in het advies van de commissie D’Hooghe is aangegeven is het voor de realisatie van zowel de Westbrug als de voetgangerspassage bij CS noodzakelijk dat het IJ ten oosten van de
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 18 februari 2021 Kenmerk Pagina 3 van 4
Haparandadam wordt afgewaardeerd als maritieme toegangsweg. Het afwaarderen van het IJ als maritieme toegangsweg houdt in dat dit gedeelte van het IJ niet meer toegankelijk is voor grote zeeschepen, waardoor de PTA op de huidige locatie niet kan blijven. Uit verkennende onderzoeken naar mogelijke alternatieve locaties in het Noordzeekanaalgebied blijkt dat alleen de Coenhaven in aanmerking komt. De commissie D’Hooghe heeft op basis van deze verkennende onderzoeken, weliswaar buiten haar opdracht, geadviseerd de PTA naar de Coenhaven te verplaatsen. Daarbij komt dat het ministerie van IenW en regionale partners hebben aangegeven groot belang te hechten aan het behoud van de zeecruise voor Amsterdam. Dit alles leidt er toe dat het college de afweging heeft gemaakt om op termijn nader onderzoek te gaan doen naar de haalbaarheid van het Westerhoofd in de Coenhaven als nieuwe locatie voor de PTA (zie hiervoor de brief van wethouder Everhardt betreffende de toekomst van de PTA, d.d. 18 februari 2021). De kabelbaan wordt door de commissie als een mogelijke secundaire verbinding over het IJ gezien voor de ontsluiting van de PTA locatie.
Met de stichting IJbaan, de initiatiefnemer voor de kabelbaan, zal worden besproken of zij gezamenlijk met de gemeente wil onderzoeken of dit een goed alternatief kan zijn voor hun plan voor een verbinding tussen Minervahaven en NDSM terrein die immers overlapt met de locatie voor de Westbrug. Hoewel de stichting in een eerder stadium heeft aangegeven vast te willen houden aan hun huidige plan wil het college ook hier zo dicht mogelijk bij het advies van de commissie D’Hooghe blijven. Ook in de uitwerking ligt in de komende periode, gezien de beperkte ambtelijke capaciteit en middelen, prioriteit bij de door de commissie geadviseerde primaire oeververbindingen. Vervolg samen met Rijk en (regionale) partners Als vervolg op het advies zal het college samen met de expertise en medewerking van direct betrokken partners (provincie Noord-Holland, Vervoerregio Amsterdam, Centraal Nautisch Beheer en Port of Amsterdam) in 2021 een definitief inrichtingsplan maken voor het IJ en het Amsterdam Rijnkanaal binnen de ring A10. Met het ministerie is afgesproken dat de gemeente Amsterdam het initiatief neemt voor dit inrichtingsplan en dat met het Rijk, net zoals met de andere partners, vroegtijdig wordt afgestemd. Parallel hieraan zal het bestaande voorkeursbesluit Sprong over het IJ worden aangepast op basis van het advies van de commissie D’Hooghe.
De fasering in het rapport zal daarbij op hoofdlijnen worden gevolgd: starten met de Amsterdamsebrug, de veerverbindingen (Javaveer en veer Sluisbuurt – Sporenburg) en de Oostbrug en in een later stadium de voetgangerspassage en de Westbrug. In het aangepaste voorkeursbesluit Sprong over het IJ zal gelijktijdig ook het voorkeursbesluit voor de Oostbrug worden opgenomen. Dit zorgt er voor dat er geen verdere vertraging op hoeft te treden bij de realisatie van deze brug. Daarbij is ook in deze fase van planvorming , net als in de afgelopen periode, ruimte voor participatie en inspraak van bewoners, bedrijven en betrokken (maatschappelijk) organisaties. De 973 reacties die al zijn ingebracht op het advies van de commissie D’Hooghe worden hierin ook meegenomen. Deze reacties gaan onder meer over zorgen over de mogelijke effecten van de nieuwe oeververbindingen op de leefbaarheid en veiligheid in de ‘aanlandingsbuurten’. Naar verwachting zal het inrichtingsplan, samen met een aangepast voorkeursbesluit Sprong over het IJ (incl. voorkeursbesluit Oostbrug) eind 2021 aan u kunnen worden voorgelegd. Met het onderschrijven van het advies van de commissie zetten we een belangrijke volgende stap in het proces om te komen tot toekomstbestendige vaste oeververbindingen die Amsterdam, voor het
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 18 februari 2021 Kenmerk Pagina 4 van 4
eerst in de historie in de volle breedte verbindt. We zijn ons daarbij bewust dat het een grote en complexe opgave is, waarin nog veel stappen te zetten zijn. Hierbij is het belangrijk dat de constructieve samenwerking die met het Rijk en partners in de afgelopen periode is opgebouwd kan worden gecontinueerd. Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam
Met vriendelijke groet,
Marieke van Doorninck Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl