20210209 GEWIJZIGDE VERSIE Brief Financiele stand Entree aan raad (7612) 20210301
Tekst van het document
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Gemeenteraad Amsterdam Amstel 1 1011 PN AMSTERDAM
*Z006C3FA38C* Behandeld door
1 maart 2021 V&OR/UIT/2021007612 R. de Jong, 06 2873 9705, r.dejong@amsterdam.nl
Onderwerp
Financiën project De Entree
Datum Ons kenmerk
Geachte leden van de Raad, Op donderdag 4 februari 2021 is in de commissie MLW aangekondigd dat het project De Entree afkoerst op een aanzienlijk tekort van circa € 25 miljoen. Dit bedrag kan nog bewegen. Project De Entree maakt van de centrumzijde van het monumentale Amsterdam Centraal een aantrekkelijk gebied. Dat dit project opnieuw duurder wordt is een grote tegenvaller. In deze brief ga ik in op: 1. Stand van zaken project en planning 2. Herijking van het project 2018/2019 3. Ontwikkelingen najaar 2020 4. Externe audit 5. Overkapping fietsenstalling, Prins Hendrikkade West en indexatie 6. Vervolgproces Stand van zaken project en planning Project De Entree vernieuwt de hele centrumzijde van het Centraal station, van stationsgebouw tot Damrak en vanaf Schreierstoren tot Droogbak. De uitvoering is ongeveer op de helft en volgt nog steeds de herijkte planning gericht op afronding in 2023. Ondertussen is een aanzienlijk deel van het project gereed: De Cuyperstrap is vorig jaar in gebruik genomen, driekwart van de traminfrastructuur is vernieuwd, De Westertoegang is verdiept, ‘de knip’ is uitgevoerd,
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 1 maart 2021 Pagina 2 van 4
Stationsplein West is opnieuw ingericht en de fietsenstalling krijgt zichtbaar vorm. Voorjaar 2021 start de vernieuwing van Stationsplein Oost en de traminfrastructuur aldaar. Gelijktijdig met het tramwerk wordt ook de Kamperbrug versterkt (overigens met financiering uit het programma Bruggen en Kademuren). De voorbereiding voor deze werkzaamheden is in volle gang. In 2022 zullen de werkzaamheden aan de stalling afgerond worden, met gelijktijdig de laatste delen van het straatwerk. Herijking van het project 2018/2019 In 2018/2019 is het project herijkt op planning, scope en financiën. Dit was nodig om vertraging te beperken die was opgelopen in de uitwerking van het integraal ontwerp, en om aanvullende nuttige en noodzakelijke werkzaamheden toe te voegen aan de scope. Deze extra werkzaamheden waren het vernieuwen van de tractievoeding (energievoorziening voor de tram), het waterdicht maken van het dak van de metroverdeelhal en de vervanging van de kade op Stationsplein West. Als gevolg van de herijking is € 22 miljoen aanvullende dekking verleend voor de opgelopen vertraging, ophoging van de risicoreservering en stijgende organisatiekosten. Ook was er dekking van derden voor de aanvullende werkzaamheden. Uw raad is hierover geïnformeerd in Voortgangsrapportage 5 (RRP) en heeft in december 2019 het krediet vastgesteld.
Ontwikkelingen najaar 2020 In de laatste VGR 6 die in voorjaar 2020 aan de commissie MLW verzonden is, stond de financiële prognose op circa € 1 miljoen negatief. Budget en kosten waren nog in evenwicht sinds het aanvullende krediet van € 22 miljoen naar aanleiding van de Herijking. Dit leek mede te danken aan het sinds de Herijking zeer frequent en intensief bespreken van de voortgang, beheersing en financiën van het project. Het totale budget bedraagt momenteel ongeveer € 200 miljoen In november 2020, tijdens de voorbereiding van VGR 7, kwamen bij het projectteam zorgen aan het licht die betekenen dat de prognose van het tekort op einde werk toe zal nemen. Dit betreft onder andere: Een fout in het financiële overzicht waarin de Prognose Einde Werk (PEW) werd bijgehouden. Er was in werkelijkheid meer van de risicoreservering uitgegeven dan waarvan in dit overzicht was uitgegaan. Een nieuwe hogere prognose van de aannemer van de proceskosten tot einde werk, die door de gemeente op regiebasis worden vergoed. Hogere proceskosten van de gemeente. In de commissie MLW van 10 december 2020 is, bij behandeling van het krediet voor ‘de ingang van fietsenstalling, PFAS en indexatie’, een eerste melding over het oplopende tekort gedaan door aan te geven dat de risicoreservering uitgeput begint te raken. Er was toen nog onvoldoende zekerheid over de ordegrootte van het bedrag.
Gemeente Amsterdam
Datum 1 maart 2021 Pagina 3 van 4
Externe audit De melding van het projectteam is ambtelijk aanleiding geweest om in december 2020 een externe audit naar de omvang van het tekort, oorzaken en benodigde verbeteringen in gang te zetten. De audit wordt uitgevoerd door Duff&Phelps (een internationaal opererend accountantskantoor) en ATOsborne. Voor deze audit zijn de volgende onderzoeksvragen gesteld: Klopt de huidige financiële stand, zoals opgenomen in de financiële systemen? Wat is een realistische Prognose Einde Werk? Welke oorzaken zijn er voor het oplopen van het tekort en waarom is dit niet eerder onderkend? Heeft de projectorganisatie (inmiddels) voldoende grip op de financiën en beheersing van het project inclusief een (actueel) inzicht in en grip op de (verwachte) contractwijzigingen? Indien nodig, welke aanbevelingen kunnen worden gedaan ter verbetering? Welke aanbevelingen kunnen worden gedaan om, indien nodig, de financiële administratie op korte termijn verder te verbeteren? Besteed, met het oog op kostenbeheersing en het grote aantal contractwijzigingen, aandacht aan: o Het contract en de contractvorm; o De i.k.v. de Herijking gemaakte afspraken, met in het bijzonder de regieverrekening van tijdgebonden kosten.
Aan welke knoppen kan gedraaid worden om het tekort te beperken en welk effect heeft dit? Op 29 januari is de situatie bestuurlijk besproken en besloten om de audit uit te breiden met de volgende vragen: Wat is in de basis de oorzaak van het huidige tekort? Wat is het echte probleem? Wat kenmerkt de organisatie aan opdrachtgeverszijde (OG)? Heeft de manier waarop deze georganiseerd is invloed op het ontstane tekort? Wat kenmerkt de organisatie aan opdrachtnemerszijde (ON)? Heeft de manier waarop deze georganiseerd is invloed op het ontstane tekort? Is de ‘organisatie’ van en de samenwerking tussen OG en ON van voldoende kwaliteit gezien de opgave? Is de bestuurlijke betrokkenheid voldoende georganiseerd in het proces, ook bij het nemen van belangrijke keuzes? Zijn er besparingen op de proces-/regiekosten (ON) mogelijk? Welke bezuinigingen/ingrepen in scope zijn nog mogelijk en wat zijn de consequenties? In hoeverre heeft de voor dit project gekozen contractvorm (UAV-gc/ deels D&C en deels E&C) en/of het specifieke contract van De Entree een rol gespeeld in het verwachte tekort? Overkapping fietsenstalling, Prins Hendrikkade West en indexatie De bij u reeds bekende mogelijke overkapping boven de fietsenstalling, waarvoor de Startnotitie recent is vastgesteld, is geen onderdeel van het project De Entree.
Mocht een overkapping wenselijk worden geacht dan vraagt dat om aanvullend budget. Uiteraard worden een voorkeursen een kredietbesluit voor een eventuele overkapping te zijner tijd aan de Raad voorgelegd.
Gemeente Amsterdam
Datum 1 maart 2021 Pagina 4 van 4
De eerder in begroting 2021 verleende € 1,9 mln voor de Prins Hendrikkade West en de reguliere jaarlijkse aanvraag voor indexatie (€ 2,1 mln in de VJN2021) maken geen onderdeel uit van het tekort van € 25 mln. Vervolgproces Zo snel mogelijk na voltooiing van de externe audit wordt u geïnformeerd over de uitkomsten. De audit loopt naar verwachting nog tot medio april 2021. De aanvullende budgetbehoefte, die volgens de huidige inzichten circa € 25 miljoen bedraagt, kan in lijn met het huidige budget deels neerslaan in het SMF en deels in het investeringsplan. De definitieve omvang van het bedrag is mede afhankelijk van de inschatting of het voor de resterende werkzaamheden verstandig is uit te gaan van een hogere zekerheid dat het budget voldoende hoog is. Bij project De Entree is bij aanvang een budget op de zogenaamde P50-waarde gehanteerd. Dit betekent dat er 50% kans op overschrijding van het budget is. Indien uit de audit blijkt dat een hogere waarde verstandig is voor de resterende werkzaamheden, bijvoorbeeld 85% zekerheid om binnen budget te blijven (P85), leidt dat tot een hogere budgetbehoefte. Er zal mede op basis van de audit, voor zover nog mogelijk bij een project dat al ver gevorderd is in de uitvoering, vanzelfsprekend gestuurd worden op het verkleinen van het daadwerkelijke tekort bij oplevering van het project.
De Voortgangsrapportage 7 van De Entree ontvangt u nadat op basis van de uitkomsten van de audit de financiële stand gehard is. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam
Egbert J. de Vries Wethouder Verkeer en Vervoer, Water en Luchtkwaliteit