2020 11 27 - Onderzoeksrapport Evaluatie Bestuurlijk Stelsel - NvN - Definitief.pdf
Tekst van het document
Deze aanstellingswijze zou daarbij beter passen bij het uitgangspunt van de stadsdelen als ‘verlengd lokaal bestuur’.46 De dagelijks bestuurders hebben een partijpolitieke achtergrond, maar het is niet verplicht dat de bestuurders dezelfde politieke kleur hebben als de partijen in het college. In de praktijk is dat wel het geval. Alle 21 dagelijks bestuurders zijn van GroenLinks, D66, PvdA en SP afkomstig – de partijen in de huidige coalitie. Bovendien is de verdeling van de dagelijks bestuurders over deze partijen in lijn met hun zetelaandeel in de gemeenteraad. Als grootste fractie in de Amsterdamse raad levert GroenLinks acht bestuurders, D66 levert er zes, PvdA vier en er zijn drie DB’ers van de SP afkomstig. Taken, bevoegdheden en toerusting De rol die voor de dagelijks besturen is voorzien in het bestuurlijk stelsel is tweeledig. Enerzijds gaat het om het vormen van verlengd bestuur en in dat kader uitvoeren van het stedelijk beleid, met enige beleidsruimte op een aantal terreinen om die uitvoering verder vorm te geven. Anderzijds is het 43
Zie website Stadsdeel Centrum: https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/stadsdelen/stadsdeelcentrum/inspreken-centrum/ 44 Besproken punten Werkgroep Werkwijze Stadsdeelcommissie 7/6/18 45 Verordening op het lokaal bestuur Amsterdam, art. 2 46 Notitie hoofdlijnen bestuurlijk stelsel 2018, p. 14
22
dagelijks bestuur – net als de stadsdeelcommissie – een rol toebedeeld in het vormen van een verbindingsschakel tussen de inwoners en het bestuur, het een eerste aanspreekpunt zijn voor burgers en het zijn van de ogen en oren van wat er leeft in een stadsdeel.47 In de Verordening op het lokaal bestuur Amsterdam heeft deze insteek zijn vertaling gekregen. De dagelijks besturen zijn belast met de dagelijkse bestuur- en beheerstaken in de zeven stadsdelen en oefenen de taken en bevoegdheden uit die het college hen heeft opgedragen.48 Waar in het stelsel van 2014-2018 deze taken nog deels gedelegeerd waren, hebben de dagelijks besturen deze (inhoudelijke) taken en bevoegdheden nu in mandaat gekregen. De dagelijks besturen voeren hun taken en bevoegdheden uit namens het college, in plaats van dat deze door het college aan hen zijn overgedragen. Alleen algemene bevoegdheden zijn gedelegeerd.49 In bijlagen bij de verordening is vastgelegd welke taken en bevoegdheden op verschillende taakgebieden bij de dagelijks besturen liggen.50 Deze taken en bevoegdheden omvatten de volle breedte van de beleidsterreinen waar de gemeente zich mee bezighoudt: van het ruimtelijk domein, tot economische zaken, het sociaal domein en vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het dagelijks bestuur dient te handelen binnen de vastgestelde stedelijke kaders van de gemeente Amsterdam.
Ook de adviesfunctie van de dagelijks besturen aan het college is vastgelegd in de Verordening op het lokaal bestuur Amsterdam. Zo stelt artikel 12 onder meer dat het college van B&W het dagelijks bestuur betrekt bij de voorbereiding van stedelijke kaders, als deze raken aan de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur of als zij de kaders moeten gaan uitvoeren. Voordat het college een besluit neemt over dergelijke stedelijke kaders moet zij advies inwinnen bij de dagelijks besturen. Daartoe overlegt het college alle informatie die nodig is voor het dagelijks bestuur om het voorstel te beoordelen. Wijkt het college af van het gegeven advies, dan moet hij dat onderbouwen. Ook kunnen, op verzoek van het college, een of meerdere leden van een dagelijks bestuur worden uitgenodigd om bij de behandeling van een onderwerp in een collegevergadering aanwezig te zijn om het standpunt van het dagelijks bestuur toe te lichten. Tenslotte moeten dagelijks bestuurders aan het college inlichtingen verschaffen, indien het college dat wenst. Dit kan op incidentele of op systematische basis.51 Het dagelijks bestuur legt alleen verantwoording af aan het college. Dit is immers het orgaan dat de dagelijks besturen heeft ingesteld en de leden daarvan benoemt en ontslaat. Bovendien leggen de dagelijks besturen ook verantwoording af over hun invulling van het mandaat dat zij hebben gekregen.
Het college heeft dan ook de beschikking over correctiemechanismen indien hij dat nodig acht. Zo kan het college indien nodig leden van het dagelijks bestuur ontslaan, besluiten terugdraaien en besluiten terugnemen.52 Niet alleen richting het college, maar ook richting de stadsdeelcommissie heeft het dagelijks bestuur een rol te vervullen, hoewel er geen verantwoordingsrelatie tussen beide geledingen bestaan en zij in 47
Notitie hoofdlijnen bestuurlijk stelsel 2018, p. 14 Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam 49 Verkennende notitie nadere keuzes bij de uitwerking van het hoofdlijnenbesluit Bestuurlijke Stelsel 2018 (2017), p. 1 50 ‘Algemene taken’, ‘gebiedsontwikkeling en ruimtelijke beheer’, ‘openbare ruimte, groen en parken’, ‘afval en grondstoffen’, ‘monumenten en archeologie’, ‘wonen’, ‘economie’, ‘milieu en duurzaamheid’, ‘wegen’, ‘parkeren’, ‘gemeentelijk vastgoed’, ‘waterbeheer’, ‘basisvoorzieningen sociaal domein’, ‘schuldhulpverlening’, ‘maatschappelijke ondersteuning’ (wel taken, geen bevoegdheden), ‘vrijwilligerswerk’, ‘diversiteit en discriminatie’, ‘kunst in de openbare ruimte, buurtgebonden cultuurinitiatieven en cultuureducatie’, ‘sport’, ‘Wet op de lijkbezorging’, ‘inspraak, initiatief en burgerparticipatie’, ‘subsidieverlening’, ‘vergunningsverlening, toezicht en handhaving’ en overige taken. 51 Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam, artikels 13 en 14 52 Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam, artikels 15, 16 en 17 48
23
formele zin los van elkaar functioneren.53 Het is het dagelijks bestuur dat overlegvergaderingen met de stadsdeelcommissie uitschrijft, adviesvragen aan de stadsdeelcommissie voorlegt en aan wie de stadsdeelcommissie ook ongevraagd advies kan uitbrengen (zie ook de eerdere paragraaf 2.2 over de stadsdeelcommissies).54 Tot slot heeft het dagelijks bestuur een rol in de gebiedscyclus. Elke vier jaar legt het dagelijks bestuur voor elk gebied een gebiedsagenda ter vaststelling voor aan de gemeenteraad. Daarnaast stelt zij jaarlijks meerjarige gebiedsplannen vast. Deze gebiedsplannen legt het dagelijks bestuur ter kennisname voor aan het college en over de uitvoering ervan legt zij verantwoording af aan het college.55 Ter ondersteuning van de dagelijks besturen is er in elk stadsdeel een bestuurssecretaris, ook wel stadsdeelsecretaris genoemd. De bestuurssecretaris heeft als taak om het dagelijks bestuur bij de uitoefening van zijn taak terzijde staat.56 Daarnaast zijn er bestuursadviseurs en bestuursondersteuners die het dagelijks bestuur direct ondersteunen.
Voor specifieke thema’s of opgaven kunnen de dagelijks besturen een beroep doen op de ambtelijke organisatie van Amsterdam in den brede.57 Het type ondersteuning van het dagelijks bestuur zoals dat in de verordening en het raadsvoorstel bij het bestuurlijk stelsel is voorzien is daarmee hetzelfde gebleven als de ondersteuning in het vorige stelsel in de periode 2014-2018. Artikel 20 uit de Verordening op het lokaal bestuur Amsterdam vermeldt dat het dagelijks jaarlijks een budget ontvangt en dat dit budget wordt vastgesteld door de gemeenteraad in de gemeentebegroting. Relatie met gemeenteraad en college Met de wijzigingen in het bestuurlijk stelsel die per 2018 zijn doorgevoerd, is de relatie tussen het lokaal bestuur op stadsdeelniveau en de stad (raad en college) op onderdelen gelijk gebleven, maar zijn er op onderdelen ook veranderingen. Een aantal uitgangspunten voor de verdeling van taken en bevoegdheden tussen de stad en de stadsdelen die golden in de periode 2014-2018, gelden nu nog steeds. Ten eerste, dat de beleidsontwikkeling plaatsvindt op centraal niveau. Binnen die stedelijke kaders wordt expliciet bepaald op welke gebieden beleidsregels lokaal verder kunnen worden ingevuld. Daarnaast kunnen stadsdelen alleen algemeen verbindende voorschriften vaststellen als daar een wettelijke basis voor is.
Daar waar de stadsdelen een eigen beleidsmatige afwegingsruimte hebben, gaat die vooral over hoe lokaal uitvoering gegeven kan worden aan centraal gemaakte afspraken. Bovendien vervullen de stadsdelen die taken waar een lokale invulling nodig is. Dat speelt in ieder geval bij het gebiedsgericht werken, door te signaleren wat er speelt, te analyseren wat lokaal nodig is en door namens het college snel problemen op te lossen.58 Als het gaat om de gevolgen van het nieuwe stelsel voor de rol en de positie van het college springt de veranderde relatie van het college tot de dagelijks besturen het meest in het oog. Doordat de dagelijks bestuurders nu benoemd zijn door het college, is een directere sturings- en verantwoordingsrelatie ontstaan. Bovendien kan het college meer sturend zijn als het dat wil, in hoe de dagelijks bestuurders hun mandaat invullen. De portefeuilles van de dagelijks bestuurders zijn op thema verdeeld, evenals dat
53
Notitie hoofdlijnen bestuurlijk stelsel 2018, p. 14 Verordening op het lokaal bestuur Amsterdam, artikel 19 en artikel 32 55 Verordening op het lokaal bestuur Amsterdam, artikel 20 56 Verordening op het lokaal bestuur Amsterdam, artikel 7 57 Raadsvoorstel ‘Instemmen met de inrichting van het bestuurlijk stelsel 2018’ (29 november 2017), 1459.17 58 Notitie hoofdlijnen bestuurlijk stelsel 2018, p. 10 54
24
elke bestuurder een of meerdere gebieden in zijn of haar portefeuille heeft. De exacte verdeling daarvan verschilt van stadsdeel tot stadsdeel. Het contact met het college verloopt voornamelijk langs de lijnen van de vak-wethouders, bijvoorbeeld via directe contacten of in portefeuillehoudersoverleggen. De stadsdeelcommissies staan op afstand van het college, in de zin dat de dagelijks besturen het aanspreekpunt zijn voor deze commissies. De stadsdeelcommissies brengen bovendien hun adviezen aan de dagelijks bestuurders uit, die daar vervolgens het college over informeren al dan niet vergezeld door een eigen advies. De wijzigingen in de inrichting van het bestuurlijk stelsel per 2018 heeft voor de gemeenteraad tot gevolg dat de raad het enige orgaan is dat het functioneren van het college en de dagelijks bestuurders controleert. De dagelijks besturen en stadsdeelcommissies functioneren immers los van elkaar en de dagelijks besturen zijn alleen verantwoording verschuldigd aan het college. Het college is op zijn beurt weer verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad. Voor de raad is het college het aanspreekpunt.
De stadsdeelcommissies adviseren primair de dagelijks besturen, maar een link met de gemeenteraad is voorzien in de mogelijkheid voor stadsdeelcommissies om adviezen voor te dragen voor agendering in de raadscommissie en daarover ook het woord te voeren in de raadscommissie. In de voorbereidende stukken voor het nieuwe bestuurlijk stelsel wordt de raad ook in overweging gegeven om een raadscommissie voor de gebieden of de stadsdelen in te richten. Zo’n commissie zou een reguliere overlegstructuur met de stadsdeelcommissie kunnen bieden en zou gebruikt kunnen worden om bijvoorbeeld de gebieds- en bestemmingsplannen te agenderen.59 De verwachting daarbij was dat meer dan in het stelsel van 2014-2018, stadsdeel gerelateerde zaken in de raadscommissievergadering aan de orde zouden komen. Om de samenwerking tussen de stad en de stadsdelen verder vorm te geven, is na de collegevorming in 2018 een bestuursakkoord opgesteld. In dit bestuursakkoord maken het college en de dagelijks besturen afspraken over samenwerking, rolverdeling, beleidsruimte binnen kaders en ondersteuning. Zo komt daarin onder meer terug dat de (inhoudelijke) opgave in de samenwerking centraal staat, dat er vaste momenten zijn in de agenda’s van bestuurders om af te stemmen en besluitvorming voor te bereiden en dat de ambtelijke organisatie zowel voor het college als de stadsdeelbesturen werkt. 60
2.3 Betrokkenheid Amsterdammers Een van de verbeterpunten waar het bestuurlijk stelsel per 2018 een antwoord op zou moeten geven, was om meer ruimte te bieden voor participatieve democratie. Ook in de rol die is voorzien voor de stadsdeelcommissies en dagelijks besturen komt het betrekken van inwoners bij beleidsvorming en uitvoering steeds naar voren. In het coalitieakkoord 2018-2022 is democratisering een speerpunt en is onder meer afgesproken dat er een agenda voor democratische vernieuwing met de stad zou worden opgesteld, waarin wordt onderzocht hoe participatieve en representatieve democratie kan worden vernieuwd, versterkt en uitgebreid.61 Dit betekent dat de ambitie voor democratisering en het beter betrekken van inwoners niet exclusief gekoppeld is aan het bestuurlijk stelsel, maar dat het bestuurlijk stelsel daar wel een rol in te vervullen 59
Notitie hoofdlijnen bestuurlijk stelsel 2018, p. 10; Verkennende notitie nadere keuzes bij de uitwerking van het hoofdlijnenbesluit Bestuurlijke Stelsel 2018 (2017), p. 5; Raadsvoorstel ‘Instemmen met de inrichting van het bestuurlijk stelsel 2018’ (29 november 2017), 1459.17 60 Bestuursakkoord 2018-2022 61 Coalitieakkoord 2018-2022: Een nieuwe lente en een nieuw geluid (mei 2018), p. 58
25
heeft. Zo komt in de beleidsbrief democratisering van 19 maart 2019 naar voren dat de stadsdeelcommissies een belangrijke rol kunnen spelen om op buurtniveau informatie op te halen voor een nieuwe democratische agenda. Om te stimuleren dat de geledingen van het bestuurlijk stelsel en de ambtelijke organisatie tijdig bewuste keuzes maken over hoe inwoners betrokken worden op een thema, is per 1 januari 2020 een participatieparagraaf een verplicht onderdeel van alle beleidsstukken.62 Naast het zoeken van contact met volksvertegenwoordigers en bestuurders op stadsdeelniveau en de stad en het inspreken bij raadscommissie- of stadsdeelcommissievergaderingen, zijn er verschillende andere mogelijkheden voor Amsterdammers om mee te denken en mee te doen. Deze mogelijkheden zijn bovendien volop in ontwikkeling, zoals af te leiden is uit onder meer de beleidsbrief democratisering van 19 maart 2019 en de begroting voor 2021.63 Een voorbeeld van een alternatieve manier om mee te praten en te doen is de ‘Stem van..’. In elk stadsdeel is er een online ontmoetingspunt waar inwoners voorstellen voor hun buurt kunnen indienen. Na het indienen moeten inwoners campagne voeren en binnen drie maanden tenminste 100 stemmen verzamelen.
Een keer per maand wordt gekeken welk voorstel de meeste stemmen heeft en dat voorstel wordt vervolgens door de stadsdeelcommissie besproken, waarna het bestuur een besluit neemt over het voorstel.64 Een andere vernieuwing is het introduceren van buurtbudgetten waarover de buurten meebeslissen. Met deze budgetten kan worden ingespeeld op initiatieven en signalen uit de buurt. 65 Ook wordt er gewerkt aan het vastleggen van buurtrechten, waarmee inwoners het recht krijgen om zelf met oplossingen te komen voor “(sociale) opgaven, een (buurt)functie voor een (gemeentelijk) pand of de inrichting van de openbare ruimte en die zelf uit te voeren”.66 Een beleidskader en werkwijze voor buurtrechten is in ontwikkeling op basis van eerdere experimenten hiermee.
2.4 Gebiedsgericht werken Het gebiedsgericht werken is een belangrijk element in het functioneren van het bestuurlijk stelsel op stadsdeelniveau. Zo is in de Verordening op het lokaal bestuur Amsterdam expliciet vastgelegd dat de dagelijks besturen eens in de vier jaar een gebiedsagenda opstellen en deze aan de gemeenteraad voorleggen ter vaststelling. Ter uitwerking daarvan stelt het dagelijks bestuur jaarlijks meerjarige gebiedsplannen vast.67 Stadsdeelcommissies adviseren over de invulling van de gebiedsagenda’s en plannen en hebben een rol in het actief betrekken van inwoners, ondernemers en organisaties bij het opstellen van deze plannen.
62
Collegevoorstel ‘Kennisnemen van het actieplan participatieparagraaf en instemmen met de instelling van de participatieparagraaf voor alle bestuurlijke voordrachten vanaf 1 januari 2020’ (26 november 2019). VN2019-017564 63 Zie ook bijvoorbeeld: https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/meedenken-meepraten/ 64 https://stemvancentrum.amsterdam.nl/hoe-werkt-het 65 Begroting 2020, p. 473; Webpagina ‘Meer eigenaarschap en zeggenschap in de buurt’ via: https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/volg-beleid/wat-is-democratie-voor-jou/meer-eigenaarschapen-zeggenschap-buurt/ 66 https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/volg-beleid/wat-is-democratie-voor-jou/meereigenaarschap-en-zeggenschap-buurt/ 67 Verordening op het lokaal bestuur Amsterdam, artikel 20.; https://www.amsterdam.nl/bestuurorganisatie/stadsdelen/gebiedsgericht/gebiedscyclus/
26
Het doel van de gebiedsgerichte aanpak is om maatwerk te leveren in de gebieden in de stad. In alle 22 gebieden van de gemeente Amsterdam is een gebiedsteam actief dat zorgt voor een goede verbinding tussen het gebied (bijvoorbeeld bewoners en ondernemers) en de gemeentelijke organisatie. In de voorbereiding van het huidige bestuurlijk stelsel wordt echter opgemerkt dat het gebiedsgericht werken uitdrukkelijk niet alleen van de stadsdelen is, maar dat het een invulling is van verlengd bestuur en een manier van werken voor de gehele stad.68 Het verder professionaliseren van het gebiedsgericht werken is dan ook als een aandachtspunt benoemd. In het raadsvoorstel om in te stemmen met de inrichting van het bestuurlijk stelsel 2018 van 29 november 2017, zijn verschillende maatregelen opgenomen om het gebiedsgericht werken te versterken. Het gaat dan bijvoorbeeld om het komen tot eenduidiger gebiedsplannen, waardoor deze onderling beter vergelijkbaar zijn. Een andere maatregel zet in op het verbeteren van de samenwerkingscultuur. Het Bestuurlijk Kompas is daarbij leidend bij het stimuleren van de gewenste ontwikkeling in cultuur, houding en gedrag.69
68 69
Notitie hoofdlijnen bestuurlijk stelsel 2018, p. 19 Notitie hoofdlijnen bestuurlijk stelsel 2018, p. 20
27
3. Ervaringen Amsterdammers In dit hoofdstuk staan de ervaringen van inwoners van de gemeente Amsterdam met het bestuurlijk stelsel centraal. Zoals al in de inleiding benoemd, zijn inwoners betrokken bij de evaluatie van het stelsel door middel van een (digitale) consultatie en zowel digitale als fysieke gesprekstafels. De input die inwoners via deze wegen hebben meegegeven, vormt de basis van dit hoofdstuk. Uit de digitale consultatie en de gesprekstafels maken we op dat Amsterdammers betrokken zijn bij hun stad en begaan zijn met wat er in hun directe leefomgeving gebeurt. En daar hebben ze ook een mening over. Bovenal moet de gemeente goed luisteren naar Amsterdammers en resultaat leveren, hoe ze dat doet is van secundair belang, zo lijkt de gedachte. Zoals Emilie in de videoreportage opmerkt: “Zo lang het is geregeld op een goede en efficiënte manier, maakt het mij niet uit hoe het precies is georganiseerd”. Niettemin is uit de bijdragen van Amsterdammers veel af te leiden over het functioneren van het bestuurlijk stelsel in de praktijk; deels gericht op het functioneren van de gemeente in het algemeen en deels op het functioneren van specifieke geledingen binnen het stelsel. Daarbij valt op dat Amsterdammers behoorlijk kritisch zijn over de inrichting en werking van het bestuurlijk stelsel.
Ongeacht hoe het anders of beter zou kunnen (of moeten) en ondanks dat sommigen aangeven dat er ook veel goede dingen gebeuren in de stadsdelen, komt breed naar voren dat in de ervaring van Amsterdammers het huidige stelsel niet of niet goed genoeg werkt. Respondenten in de digitale consultatie en gesprekstafels geven aan dat met de wijzigingen die in 2018 zijn doorgevoerd door de gemeente geen echte keuzes zijn gemaakt. Zij omschrijven het stelsel ook wel als een ‘vaag compromis’ of dat het nu ‘vlees noch vis’ is. Overigens kiezen inwoners regelmatig ook voor sterkere termen om het huidige stelsel te kwalificeren. Er is een systeem van binnengemeentelijk bestuur, maar met dusdanig weinig bevoegdheden en invloed dat het geen serieuze tegenspeler voor de stad kan zijn, zo geven zij aan. Bovendien lijkt het stelsel op basis van de opmerkingen van Amsterdammers er beperkt in te slagen om goed uitlegbaar te zijn voor inwoners, om inwoners goed te betrekken bij beleid en om aan te sluiten op de lokale opgave. Terwijl dit toch drie belangrijke verbeterpunten waren bij de invoering van het huidige bestuurlijke stelsel. In dit hoofdstuk werken we deze beoordeling van Amsterdammers nader uit. Eerst staan we stil bij het contact van Amsterdammers met de gemeente. Het gaat dan om de reden waarom ze contact hebben met de gemeente, met wie zij contact hebben en hoe zij dat contact ervaren.
Vervolgens beschrijven we in hoeverre Amsterdammers bekend zijn met de inrichting van het bestuurlijk stelsel en de wijzigingen van 2018, waarna we de overstap maken naar het vertrouwen dat Amsterdammers hebben in de geledingen van het bestuurlijk stelsel en de redenen daarvoor. De bevindingen van inwoners over de samenstelling en aanstellingswijze van de stadsdeelcommissies en de dagelijks besturen volgt daarna en ook beschrijven we de ervaringen van Amsterdammers met het functioneren van deze twee gremia. Het betrekken van inwoners bij beleid, het aansluiten op de lokale opgave en de wensen voor de toekomst van het bestuurlijk stelsel vormen de laatste drie thema’s in dit hoofdstuk.
28
3.1 Contact met de gemeente Respondenten hebben vooral contact met de gemeente om een melding te doen of een klacht in te dienen, of om een product aan te vragen Een groot deel van de Amsterdammers die mee heeft gedaan aan de digitale consultatie geeft aan in de afgelopen twee jaar contact te hebben gehad met de gemeente (zie tabel 3.1). Voor 63% van de respondenten geldt zelfs dat ze meerdere malen contact hebben gehad. Respondenten die dit aangaven hadden gemiddeld tien keer contact met de gemeente, maar bij de antwoorden zaten een aantal uitschieters waardoor het gemiddelde sterk omhoog gaat. Het is daarom zinvol om ook naar de mediaan te kijken. De mediaan van de gegeven antwoorden is vijf keer contact.70 Slechts 13% van de respondenten heeft helemaal geen contact gehad. De belangrijkste reden om contact op te nemen met de gemeente is veelal om een melding te doen of een klacht in te dienen, gevolgd door het aanvragen van een product (zie tabel 3.1). Het onder de aandacht brengen van een idee of initiatief is voor 13% de belangrijkste reden geweest van het contact met de gemeente. Tabel 3.1: Contact met de gemeente en belangrijkste reden van dat contact71 Hoe vaak heeft u in de afgelopen twee jaar contact gehad met de gemeente? Meerdere keren
63%
Eén keer
17%
Geen contact gehad
13%
Weet ik niet meer
7%
Waarom had u contact met de gemeente? (belangrijkste reden) Om een melding te doen of een klacht in te dienen Om een product aan te vragen (bijvoorbeeld paspoort of parkeervergunning) Om een idee of initiatief onder de aandacht te brengen
40%
Om een andere reden
20%
26% 13%
Contact met de gemeente: N=2.997, reden van contact met de gemeente: N=2.425
Uit de gesprekstafels komt naar voren dat het vooral onderwerpen in de directe leefomgeving van inwoners zijn waarover contact met de gemeente wordt gezocht. Denk aan afval(overlast), parkeren, groenvoorzieningen, verkeersveiligheid en andere zaken die raken aan de leefbaarheid van een buurt of wijk. Om in contact te komen met de gemeente maken Amsterdammers vooral gebruik van e-mail (45%), zoeken ze telefonisch contact (45%), gaan ze naar de website van de gemeente (41%) en/of bezoeken ze het stadsloket in hun stadsdeel (31%). Sociale media of Whatsapp wordt slechts door 9% van de respondenten gebruikt om in contact te komen met de gemeente.
70
Daarnaast gaven veel respondenten in woorden de frequentie aan, bijvoorbeeld ‘heel vaak’ Door afrondingsverschillen tellen de percentages in de tabellen niet altijd op tot exact 100%. Wanneer er bij een vraag meer dan één antwoord kon worden gekozen, staat dit bij de tabel vermeld. 71
29
Respondenten hebben vooral contact met de gemeente via ambtenaren. Er is minder vaak contact met (geledingen van) het bestuurlijk stelsel In hun contact met de gemeente hebben de meeste Amsterdammers te maken gehad met een ambtenaar, bijvoorbeeld via het stadsloket (zie tabel 3.2). Dat geldt voor 73% van de respondenten die de online consultatie hebben ingevuld. Inwoners hebben veel minder vaak contact gehad met in ieder geval een bestuurder of volksvertegenwoordiger uit een van de stadsdelen of de stad. Sommige respondenten hebben zowel contact gehad met een volksvertegenwoordiger als een bestuurder, of zowel op stadsdeelniveau als het niveau van de gehele stad. Van alle respondenten heeft 27,4% met een stadsdeelcommissielid, dagelijks bestuurder, raadslid en/of collegelid contact gehad. Tabel 3.2: Met wie hebben respondenten contact hadden bij de gemeente Met wie heeft u contact gehad bij de gemeente? (meerdere antwoorden mogelijk) Met een ambtenaar van de gemeente, bijvoorbeeld via het stadsloket Met een stadsdeelcommissielid Met een dagelijks bestuurder van mijn stadsdeel Met een gemeenteraadslid Met een politieke partij Met een wethouder of de burgemeester Met iemand anders Met geen van deze personen Weet ik niet meer
73% 19% 18% 15% 14% 12% 12% 8% 3%
N=2.425
Wel differentiëren Amsterdammers in met wie ze contact opnemen bij de gemeente, afhankelijk van de reden van het contact. Zo heeft 72,1% van de inwoners voor wie de belangrijkste reden van contact met de gemeente het onder de aandacht brengen van idee of initiatief was, (ook) contact gehad met een bestuurder of volksvertegenwoordiger. Ter vergelijking: van de respondenten voor wie de belangrijkste reden om contact te hebben met de gemeente was om een product (zoals een paspoort of parkeervergunning) aan te vragen, geeft 13% aan (ook) contact gehad te hebben met een bestuurder of volksvertegenwoordiger. Voor respondenten voor wie het doen van een melding of het indienen van een klacht de belangrijkste reden was voor contact met de gemeente geldt dat 29% (ook) contact heeft gehad met een bestuurder of volksvertegenwoordiger. Van alle respondenten die minimaal één keer contact hadden met de gemeente in de afgelopen twee jaar, heeft 9% ingesproken bij een stadsdeelcommissievergadering en 8% heeft ingesproken bij een raadsvergadering. Tussen deze groepen bestaat enige overlap in de zin dat sommigen zowel bij een raadsvergadering als bij een stadsdeelcommissievergadering hebben ingesproken. In totaal heeft 10% van deze respondenten ofwel bij een stadsdeelcommissievergadering, ofwel bij een raadsvergadering ofwel bij beide ingesproken.
De weg vinden in de gemeente is niet altijd makkelijk, zo geven respondenten aan In de gesprekstafels is veelvuldig naar voren gekomen dat het nog niet zo makkelijk is om de goede mensen (ambtenaren, dan wel volksvertegenwoordigers of bestuurders) te bereiken als je als inwoner een vraag hebt of iets voor elkaar wilt krijgen. Dat raakt aan verschillende aspecten. 30
Zo is het voor een substantiële groep onduidelijk wie nu precies waar over gaat. Daarbij gaat het om de taakverdeling tussen de stad en de stadsdelen, maar ook om onduidelijkheid over waar je terecht kunt met vragen over specifieke thema’s. De gebiedsmakelaars zijn bijvoorbeeld niet bij iedereen bekend, laat staan dat zij hun contactgegevens hebben of weten waar ze die kunnen vinden. Ook merken velen op dat er weinig directe contactgegevens beschikbaar zijn, zodat het veel moeite kost om bij de goede persoon uit te komen. Het zou volgens de deelnemers aan de gesprekstafels dan ook winst zijn als bijvoorbeeld op de website duidelijk in beeld wordt gebracht wie waarvoor te benaderen is, inclusief directe contactmogelijkheden. Dat zou ook de vorm kunnen hebben van een burgerloket, dat direct en makkelijk bereikbaar is voor inwoners voor hun vragen en voor ondersteuning bij ideeën (zie ook onder 3.8 Toekomst bestuurlijk stelsel). In het bijzonder werd daarbij door Amsterdammers aandacht gevraagd voor zwakgeletterden, inwoners die de Nederlandse taal minder goed machtig zijn en mensen die minder digitaal vaardig zijn. Voor hen is het al helemaal ingewikkeld om de weg te vinden, zo geven zij aan. Om iedereen goed te kunnen bereiken, wordt het daarom belangrijk gevonden dat de gemeente ‘alle kanalen open zet’.
Dat betekent heldere informatie op de website die waar mogelijk gevisualiseerd is, maar ook dat er directe telefoonnummers terug te vinden zijn en dat de gemeente vaker proactief via lokale kranten en sociale media inwoners informeert. Het is daarnaast de ervaring van deelnemers aan de gesprekstafels en de respondenten in de digitale vragenlijst dat het lang kan duren voordat je antwoord krijgt op een vraag. Als er al een antwoord komt. Zo vertelde een deelnemer dat zij een e-mail heeft gestuurd met een vraag over parkeren, maar dat het een half jaar duurde voordat zij een reactie ontving. Anderen vertellen soortgelijke verhalen. Om antwoord te krijgen moet je er als inwoner zelf achteraan, zo is de ervaring. Overigens bestaan er wel verschillen tussen de geledingen van het bestuurlijk stelsel. Leden van de stadsdeelcommissie en gemeenteraadsleden zijn gemakkelijker te bereiken dan bestuurders en ambtenaren voorbij de eerste lijn, zo stellen we vast op basis van de ervaringen van deelnemers aan de gesprekstafels. De ervaring van deelnemers aan de gesprekstafels is dat het helpt om mensen te kennen binnen het bestuurlijk stelsel en in de ambtelijke organisatie. Dan lukt het soms om dingen snel in beweging te krijgen. Tegelijkertijd is dat geen garantie.
Bij relatief simpele en eenvoudige vragen en wensen lukt het om als inwoner (of groep inwoners) wat voor elkaar te krijgen bij de gemeente. Denk aan het vergroenen van een pleintje in de buurt of het afhandelen van een Melding Openbare Ruimte en overlast Amsterdam (MORA-melding). Ook de website en het 014-nummer zijn goed te bereiken, maar daarna loop je vast in het systeem. Dat geldt met name voor de meer complexe problemen. Een voorbeeld hiervan dat door een deelnemer werd aangedragen, is dat een groep inwoners de overlast van fietsen in hun buurt wil aanpakken. Daar hebben ze ook een voorstel voor ingediend. De opvolging daarvan was dat er een controleur langskwam die een aantal fietsen weghaalde, terwijl de groep inwoners graag hun voorstel voor de aanpak van dit probleem had willen bespreken. Een deel van de deelnemers aan de gesprekstafels geeft daarbij aan dat het geen onwil lijkt van de betrokken ambtenaren, maar dat de organisatie voor hen ook te complex is en dat ze daardoor inwoners niet altijd kunnen helpen.
3.2 Bekendheid met het bestuurlijk stelsel Bij de bekendheid met het bestuurlijk stelsel gaat het enerzijds om de mate waarin Amsterdammers bekend zijn met de stelselwijziging uit 2018 en op de hoogte zijn van verschillende onderdelen van het 31
bestuurlijk stelsel, maar ook om de mate waarin Amsterdammers bekend zijn met waar de geledingen van het stelsel zich mee bezig houden. We hebben daarbij in het bijzonder gevraagd naar de stadsdeelcommissie en de gemeenteraad, als de twee geledingen waarvoor Amsterdammers direct konden stemmen in 2018. De meeste Amsterdammers die gereageerd hebben op de consultatie zijn bekend met de wijzigingen in het bestuurlijk stelsel van 2018, maar zij zijn minder goed bekend met hoe de stadsdelen en de gemeente werken Van de Amsterdammers die deel hebben genomen aan de digitale consultatie, geeft 84% aan bekend te zijn met de wijzigingen die in 2018 zijn doorgevoerd in het bestuurlijk stelsel (zie tabel 3.3). Een veel kleinere groep – een derde - geeft aan ook goed te weten hoe de stadsdelen en de gemeente werken. Ongeveer de helft (51%) was wel bekend met de wijzigingen, maar weet niet of een beetje hoe de stadsdelen werken. Een zesde van de respondenten gaf aan voor het eerst te horen over de wijziging van het bestuurlijk stelsel. Hoewel dat niet verrassend is, lijkt hierbij enige samenhang te bestaan met hoe lang respondenten al in Amsterdam wonen: respondenten die minder dan vijf jaar in de stad wonen geven bijvoorbeeld vaker aan nu voor het eerst te horen over de wijzigingen in het bestuurlijk stelsel dan de respondenten die langer dan vijf jaar in de stad wonen.
Binnen de groep respondenten die korter dan vijf jaar in de stad wonen zitten vanzelfsprekend ook de mensen die bij de invoering van het vorige stelsel nog niet in Amsterdam woonden, waardoor het ook niet gek is dat zij van de verandering nog niets mee hadden gekregen. Tabel 3.3: Bekendheid met de wijzigingen in het bestuurlijk stelsel percentage
Ja, en ik weet hoe de stadsdelen en de gemeente werken
33%
Ja, en ik weet een beetje hoe de stadsdelen en gemeente werken
34%
Ja, maar ik weet niet hoe de stadsdelen en gemeente werken
17%
Nee, ik hoor er nu voor het eerst over
15%
Weet ik niet / geen mening
2%
N=2.997
Op de vraag in hoeverre Amsterdammers die deelnamen aan de digitale consultatie goed op de hoogte zijn van verschillende onderdelen van het bestuurlijk stelsel, zoals de samenwerking tussen de dagelijks besturen en het college, geeft het antwoord een wisselend beeld. Hierbij ligt het accent eerder op niet goed op de hoogte zijn, dan wel (zie tabel 3.4) en geeft een vijfde tot een kwart van de respondenten aan neutraal te staan ten opzichte van hun informatiepositie op de verschillende onderdelen. Het minst goed op de hoogte zijn respondenten van de samenwerking tussen de dagelijks besturen en het college: 25% geeft aan daar (heel) goed van op de hoogte te zijn en 46% stelt daarvan (heel) slecht op de hoogte te zijn. Daar tegenover staat dat respondenten van de voorgelegde onderdelen het beste weten wat de taken van de stadsdelen zijn. Waar 37% stelt dit (heel) slecht te weten, geeft 33% aan hiervan (heel) goed op de hoogte te zijn.
32
Tabel 3.4: Mate waarin respondenten op de hoogte zijn van onderdelen van het bestuurlijk stelsel Heel slecht
Slecht
Neutraal
Goed
Heel goed
Weet ik niet
Samenwerking tussen dagelijks besturen van stadsdelen en burgemeester en wethouders
22%
24%
23%
16%
9%
6%
Taken van de stadsdelen
16%
21%
25%
21%
12%
5%
19%
23%
23%
20%
11%
4%
18%
21%
22%
22%
12%
5%
21%
21%
21%
20%
13%
4%
Manier waarop de stadsdelen werken Manieren waarop ik ideeën en initiatieven bij de gemeente kan aandragen Manier waarop de gemeente beslissingen neemt N=2.463-2.466
Voor vier tiende van de respondenten is het duidelijk waar de gemeenteraad zich mee bezighoudt Op de vraag in de digitale consultatie of respondenten weten waar de gemeenteraad zich mee bezighoudt, antwoorden zij relatief positief. Zo geeft 41% van de respondenten aan dat zij dit inderdaad weten, tegenover 31% die stelt dat dit niet het geval is (zie tabel 3.5). Een kwart van de respondenten is het niet oneens, maar ook niet eens met deze stelling. Veel respondenten hebben dan ook in de afgelopen twee jaar vaak, regelmatig of soms iets gelezen of gehoord over de gemeenteraad: dat geldt voor 91% van de Amsterdammers die hebben meegedaan aan de digitale consultatie. Veelal was dat via het plaatselijke (75%) of landelijke (49%) nieuws, ofwel via de gemeentelijke website (55%) of de gemeentekrant (47%). Slechts 7% geeft aan nooit iets over de gemeenteraad te hebben gehoord. Tabel 3.5: Informatiepositie over de werkzaamheden van de stadsdeelcommissie en hoe vaak respondenten over de stadsdeelcommissie horen helemaal oneens
-
-
neutraal
-
-
helemaal eens
weet ik niet
Ik weet waar de gemeenteraad zich mee bezighoudt
5%
8%
18%
24%
28%
9%
4%
4%
Ik vind het belangrijk om te weten met welke onderwerpen de gemeenteraad bezig is
1%
2%
4%
17%
40%
23%
12%
2%
Ik weet waar ik informatie kan vinden over de onderwerpen waar de gemeenteraad mee bezig is
4%
8%
17%
21%
28%
14%
7%
2%
Ik zoek nieuws over de gemeenteraad zelf op
3%
7%
13%
28%
29%
13%
6%
2%
Heeft u in de afgelopen twee jaar iets gelezen of gehoord over de gemeenteraad?
Ja, vaak
Ja, regelmatig
Ja, soms
Nee, nooit
Weet ik niet
23%
35%
33%
7%
2%
N=2.997
33
De Amsterdammers die mee hebben gedaan aan de digitale consultatie delen daarnaast breed dat zij het belangrijk vinden om te weten met welke onderwerpen de gemeenteraad bezig is: 85% van de respondenten is het eens met deze stelling. Ongeveer de helft van de respondenten weet daarnaast ook waar zij informatie kunnen vinden over de onderwerpen waar de raad mee bezig is en zoekt nieuws over de gemeenteraad zelf op. Voor meer dan de helft van de respondenten is het niet duidelijk waar stadsdeelcommissies zich mee bezighouden In tegenstelling tot de onderwerpen waar de gemeenteraad mee bezig is, is het veelal niet duidelijk welke onderwerpen spelen in de stadsdeelcommissie (zie tabel 3.6). Van de respondenten in de digitale consultatie geeft 53% aan niet te weten waar de stadsdeelcommissie zich mee bezighoudt, tegenover 19% die stelt dat wel te weten. Dat betekent dat het voor meer dan de helft van de Amsterdammers onduidelijk is wat de stadsdeelcommissie doet. Dit ondanks dat twee derde van de respondenten in de afgelopen twee jaar soms, regelmatig of vaak iets over de stadsdeelcommissies heeft gehoord of gelezen en dat 70% van de respondenten het belangrijk vindt om te weten met welke onderwerpen de stadsdeelcommissie bezig is.
Als respondenten wat hebben gehoord of gelezen over de stadsdeelcommissie, is dat veelal via het plaatselijke nieuws (60%), de gemeentekrant (53%) of de gemeentelijke website (40%). Met uitzondering van de landelijke media zijn dit dezelfde kanalen als hoe respondenten lezen en horen over de gemeenteraad. Tabel 3.6: Informatiepositie over de werkzaamheden van de stadsdeelcommissie en hoe vaak respondenten over de stadsdeelcommissie horen
Ik weet waar de stadsdeelcommissie van mijn stadsdeel zich mee bezighoudt Ik vind het belangrijk om te weten met welke onderwerpen de stadsdeelcommissie van mijn stadsdeel bezig is Ik weet waar ik informatie kan vinden over de onderwerpen waar de stadsdeelcommissie van mijn stadsdeel mee bezig is Ik zoek zelf nieuws over de stadsdeelcommissie op
Heeft u in de afgelopen twee jaar iets gelezen of gehoord over de stadsdeelcommissie in uw stadsdeel?
helemaal oneens
-
-
neutraal
-
-
helemaal eens
weet ik niet
14%
17%
22%
19%
14%
3%
2%
9%
2%
3%
5%
16%
35%
21%
14%
4%
10%
12%
18%
22%
20%
8%
4%
6%
5%
11%
17%
32%
22%
7%
4%
3%
Ja, vaak
Ja, regelmatig
Ja, soms
Nee, nooit
Weet ik niet
7%
18%
41%
28%
5%
N=2.997, met uitzondering van de stelling “ik zoek nieuws over de gemeenteraad zelf op”: N=2.017.
Ook in de gesprekstafels komt de onbekendheid met de stadsdeelcommissies naar voren. Zo wordt aangegeven door deelnemers dat zij zicht hebben op wat de stadsdeelcommissie doet, maar ook dat de stadsdeelcommissieleden onvoldoende zichtbaar en verbonden zijn met de buurt. Bovendien wordt 34
hierbij genoemd dat niet duidelijk is hoe de positie van de stadsdeelcommissie zich verhoudt tot die van het dagelijks bestuur, de gemeenteraad en het college. De stadsdeelcommissie geeft adviezen, maar wat voor adviezen dat zijn en wat die voor impact hebben op de besluitvorming – bijvoorbeeld hoe de adviezen het college en de gemeenteraad bereiken en wat zij ermee doen - is voor inwoners niet helder. Deelnemers aan de gesprekstafels en de online consultatie merken bovendien op dat de stadsdeelcommissie veel minder zichtbaar is dan in vorige stelsels. Overigens volgt uit de digitale consultatie dat er behoorlijk wat variatie bestaat in de mate waarin inwoners weten waar ze meer informatie kunnen vinden over de onderwerpen waar de stadsdeelcommissie mee bezig is en de mate waarin ze zelf op zoek gaan naar nieuws over de stadsdeelcommissie. Ongeveer een derde geeft aan dat niet te weten en niet te doen, een derde staat daar neutraal tegenover of weet het niet en een derde geeft aan dat wel te weten en te doen (zie tabel 3.6).
3.3 Vertrouwen in de gemeente & geledingen van het bestuurlijk stelsel Respondenten zijn verdeeld als het gaat om hun vertrouwen in de verschillende geledingen van het bestuurlijk stelsel Opvallend aan de vertrouwenscijfers is dat Amsterdammers die deelgenomen hebben aan de digitale consultatie vaak aangeven weinig vertrouwen te hebben in het college, de gemeenteraad, de dagelijks besturen en de stadsdeelcommissies. Zoals af te leiden is uit tabel 3.7, heeft 46% weinig vertrouwen in het college, is 12% neutraal en is 39% positief. Over het vertrouwen in de gemeenteraad is 45% negatief, 19% neutraal en 28% positief. Het aandeel respondenten dat aangeeft weinig vertrouwen te hebben in het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie is min of meer vergelijkbaar met de cijfers voor het college en de raad. Het grote verschil is echter dat substantieel meer respondenten aangeven niet te weten of ze vertrouwen hebben in het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie (voor beide 17%) dan dat bij het college (2%) en de raad (8%) het geval is. Dit gaat ten koste van het aandeel respondenten dat aangeeft veel vertrouwen te hebben in de twee geledingen op stadsdeelniveau. Is immers nog 39% positief over het college en 28% over de gemeenteraad, op stadsdeelniveau is 18% positief over het dagelijks bestuur en 17% over de stadsdeelcommissie.
Tabel 3.7: Vertrouwen in geledingen van het bestuurlijk stelsel weinig vertrouwen
-
-
neutraal
-
-
veel weet ik niet vertrouwen
College B&W
15%
16%
15%
12%
20%
15%
4%
2%
Gemeenteraad
9%
14%
22%
19%
21%
6%
1%
8%
Dagelijks bestuur
12%
16%
20%
17%
13%
4%
1%
17%
Stadsdeelcommissie
14%
15%
18%
20%
13%
3%
1%
17%
N=2.997
Ook in de gesprekstafels kwam vertrouwen aan bod. Deelnemers spraken in dit kader veelal over de gemeente in het algemeen, in plaats van over een specifieke geleding. Als uitleg bij de vertrouwenscijfers uit de digitale consultatie noemden ze dat het vertrouwen in de gemeente zou 35
kunnen stijgen als inwoners ervan op aan zouden kunnen dat de gemeente doet wat zij zegt en dat ze haar beloften nakomt. Hoewel een grote uitdaging, zou dit dan ook de afstand tussen politiek en samenleving kunnen verkleinen, zo stelde een aantal deelnemers. De belangrijkste redenen om vertrouwen te hebben in geledingen van het bestuurlijk stelsel is dat zij a) dezelfde dingen belangrijk vinden, b) duidelijk zijn over wat zij doen, c) problemen oplossen en d) zich inzetten voor de Amsterdammer Amsterdammers die in de digitale consultatie aangaven (veel) vertrouwen te hebben in de verschillende geledingen van het bestuurlijk stelsel is gevraagd waarom zij hen vertrouwen. Sommige redenen worden daarbij vaker genoemd dan andere en de meest genoemde redenen zijn niet gelijk voor alle geledingen. Dat het dezelfde dingen belangrijk vindt als de respondent, is de meest genoemde reden om het college van B&W te vertrouwen. Van alle respondenten die aangaven vertrouwen te hebben in het college, noemde 45% dit als reden (zie tabel 3.8). Voor 38% van de respondenten die vertrouwen hebben in het college is dat het duidelijk is over wat het doet, een reden. De top-3 wordt compleet gemaakt door de reden dat het college problemen oplost. Redenen om de gemeenteraad te vertrouwen zijn primair dat deze dezelfde dingen belangrijk vindt als de respondent (31%) en dat hij problemen oplost (30%).
Dat raadsleden duidelijk zijn over wat zij doen en dat zij zich inzetten voor mensen zoals de respondent, zijn eveneens veelgenoemde redenen (beide 28%). Voor het vertrouwen in dagelijks bestuurders is dat zij zich inzetten voor mensen zoals de respondent, de meest genoemde reden (35%), gevolgd door dat zij problemen oplossen (34%). Net als bij de gemeenteraad en het college wordt ook vaak genoemd dat zij dezelfde dingen belangrijk vinden als de respondent (24%) en dat zij duidelijk zijn over wat zij doen (28%). Hoewel het niet de meest genoemde reden is, valt op dat ook het kennen van de dagelijks bestuurders door 21% van de respondenten wordt genoemd als reden om ze te vertrouwen. Dit is dubbel zo vaak als bij raadsleden en collegeleden.
Tabel 3.8: Redenen voor (veel) vertrouwen in de geledingen van het bestuurlijk stelsel College B&W
Gemeenteraad
Dagelijks bestuur
Stadsdeel commissie
Zij vinden dezelfde dingen belangrijk als ik
45%
31%
24%
30%
Ze zijn duidelijk over wat zij doen
38%
28%
28%
27%
Ze lossen problemen op
35%
30%
34%
32%
Ze zetten zich in voor mensen zoals ik
25%
28%
35%
33%
Ze zijn eerlijk, ze doen wat ze beloven
19%
9%
17%
13%
Ik ken ze
10%
11%
21%
23%
Ze doen wat ik wil
5%
5%
3%
3%
Ze hebben dezelfde achtergrond als ik
-
7%
-
8%
Ze komen uit mijn buurt
-
4%
-
33%
Door iets anders
17%
15%
15%
13%
Weet ik niet / geen mening
6%
10%
12%
12%
College van B&W: N=1.175, gemeenteraad: N=841, dagelijks bestuur: N=516, stadsdeelcommissie: N=498.
36
Waar de meest genoemde redenen om collegeleden, raadsleden en dagelijks bestuurders te vertrouwen min of meer gelijk zijn, ligt dat bij de stadsdeelcommissie anders. De meest genoemde reden om de stadsdeelcommissieleden te vertrouwen is dat zij uit dezelfde buurt als de respondent komen, gecombineerd met de reden dat zij zich inzetten voor mensen zoals de respondent. Beide redenen worden door 33% van de respondenten die vertrouwen hebben in de stadsdeelcommissie genoemd. Ook dat zij problemen oplossen en dezelfde dingen belangrijk vinden zijn redenen die door 30% van de respondenten of meer worden genoemd. De belangrijkste redenen om geen tot weinig vertrouwen te hebben in geledingen van het bestuurlijk stelsel zijn dat zij a) andere dingen belangrijk vinden, b) onduidelijk zijn over wat zij doen, c) problemen niet oplossen en d) zich niet inzetten voor de Amsterdammer De redenen om geen tot weinig vertrouwen te hebben in de geledingen van het bestuurlijk stelsel zijn nagenoeg gelijk aan de redenen om wel vertrouwen te hebben. De respondenten die aangeven geen tot weinig vertrouwen te hebben, zijn alleen van mening dat de geledingen van het bestuurlijk stelsel daar niet of te weinig aan voldoen. Daarnaast is de volgorde van de top-4 redenen veelal anders dan bij de redenen om wél vertrouwen te hebben (zie tabel 3.9).
De reden die het vaakst genoemd wordt voor het hebben van geen tot weinig vertrouwen in het college van B&W, is dat zij problemen niet oplossen (68%), gevolgd door de reden dat zij andere dingen belangrijk vinden (60%). Het niet inzetten voor mensen zoals de respondent en het niet duidelijk zijn over wat zij doen, volgen op gepaste afstand: respectievelijk 39% en 33% van de respondenten met geen tot weinig vertrouwen in het college noemen dit als reden. Een soortgelijk patroon is zichtbaar bij de redenen om geen tot weinig vertrouwen te hebben in de gemeenteraad. Ook hier is de vaakst genoemde reden dat zij problemen niet oplossen (66%), gevolgd door dat zij andere dingen belangrijk vinden dan de respondent (54%). En ook nu volgen de redenen dat de ze niet duidelijk zijn over wat zij doen en dat zij zich niet inzetten voor mensen zoals de respondent, op gepaste afstand. Het niet oplossen van problemen is ook de vaakst genoemde reden om geen tot weinig vertrouwen te hebben in het dagelijks bestuur (64%). Dat zij andere dingen belangrijk vinden dan de respondent en dat zij niet duidelijk zijn over wat ze doen, wordt daarnaast door meer dan 40% als reden genoemd om geen tot weinig vertrouwen te hebben. De overige redenen worden allemaal door minder dan een derde van de respondenten genoemd.
Voor de stadsdeelcommissie is het niet oplossen van problemen eveneens de vaakst genoemde reden om geen tot weinig vertrouwen te hebben (63%). Net als bij het dagelijks bestuur worden het niet duidelijk zijn over wat zij doen en het andere dingen belangrijk vinden dan de respondent, door meer dan 40% van de respondenten genoemd als reden voor het beperkte vertrouwen. In tegenstelling tot de andere geledingen komt bij de stadsdeelcommissie echter relatief vaak de reden “ik ken ze niet” terug: voor 31% van de respondenten was dit een reden voor geen tot weinig vertrouwen in de stadsdeelcommissie.
37
Tabel 3.9: Redenen voor geen tot weinig vertrouwen in de geledingen van het bestuurlijk stelsel College B&W
Gemeenteraad
Dagelijks bestuur
Stadsdeel commissie
Ze vinden andere dingen belangrijk dan ik
60%
54%
42%
42%
Ze zijn niet duidelijk over wat zij doen
33%
39%
45%
49%
Ze lossen problemen niet op
68%
66%
64%
63%
Ze zetten zich niet in voor mensen zoals ik
39%
36%
28%
29%
Ik ken ze niet
4%
17%
24%
31%
Ze doen niet wat ik wil
18%
21%
15%
15%
Ze hebben een andere achtergrond dan ik
13%
14%
Ze komen niet uit mijn buurt
17%
13%
Door iets anders
26%
22%
25%
27%
Weet ik niet / geen mening
0%
1%
1%
1%
College van B&W: N=1.405, gemeenteraad: N=1.353, dagelijks bestuur: N=1.449, stadsdeelcommissie: N=1.424.
3.4 Samenstelling en aanstellingswijze stadsdeelcommissies en dagelijks besturen Bij het thema samenstelling en aanstellingswijze gaat het om de wijze waarop de stadsdeelcommissies en de dagelijks besturen worden samengesteld. Is het voor inwoners bijvoorbeeld belangrijker dat de leden van een gremium als de stadsdeelcommissie uit hun buurt komen of dat zij dezelfde politieke ideeën hebben als hen? En: is het belangrijk dat de stadsdeelcommissie rechtstreeks door inwoners is gekozen en wat vinden inwoners van een benoemd dagelijks bestuur? Dit zijn onderwerpen die in de digitale inwonersconsultatie en de gesprekstafels met Amsterdammers aan bod kwamen. Respondenten zijn verdeeld over de gewenste achtergrond van leden van de stadsdeelcommissie: vooral uit de buurt of juist aansluitend bij politieke kleur Onder Amsterdammers bestaat er geen eenduidige wens als het gaat om de lijnen waarlangs een gremium zoals de stadsdeelcommissie idealiter samengesteld zou moeten worden. In de digitale consultatie vindt 39% van de respondenten in meer of mindere mate dat het belangrijk is dat stadsdeelcommissieleden uit de buurt komen, terwijl 32% het belangrijker vindt dat de stadsdeelcommissieleden dezelfde politieke ideeën hebben als zij (zie tabel 3.10). Een zesde staat hier neutraal tegenover en ongeveer een tiende weet niet wat hij of zij belangrijker vindt.
Tabel 3.10: Gewenste achtergrond van stadsdeelcommissieleden & belang van direct gekozen leden
Ik vind het belangrijk dat de stadsdeelcommissieleden
Ik vind het belangrijk dat de stadsdeelcommissie direct gekozen is door inwoners
uit mijn buurt komen
-
-
neutraal
-
-
dezelfde politieke ideeën hebben als ik
weet ik niet
8%
13%
18%
17%
17%
10%
5%
11%
helemaal oneens
-
-
neutraal
-
-
helemaal eens
weet ik niet
3%
2%
4%
15%
23%
23%
22%
8%
N=2.997
38
In de gesprekstafels is deze verdeeldheid eveneens terug te zien. Daar waar sommigen zeggen dat de politiek steviger moet worden teruggebracht op stadsdeelniveau en dat politieke vertegenwoordiging juist ook nodig is gezien de grootte van de stadsdelen, stellen anderen duidelijk dat wat hen betreft politieke kleur niet zou moeten meetellen in de stadsdeelbesturen. Op stadsdeelniveau zouden volgens hen vooral inwoners uit de buurt laagdrempelig betrokken moeten worden via wat er in hun buurt gebeurt; of dat nu via stadsdeelcommissies is of bijvoorbeeld via burgerpanels of ontwerptafels. Bovendien leidt de huidige inrichting er in hun optiek toe dat de stadsdeelcommissies nu vooral via de partijlijnen functioneren, in plaats van dat per gebied de belangrijke zaken besproken worden. Dit terwijl veel burgers volgens hen helemaal niet bezig zijn met politiek. Zoals Dasjam in de videoreportage aangeeft: “Ik heb het idee dat de gemeente zich verkijkt op de manier waarop inwoners zich met bestuur willen bemoeien. Veel mensen zijn helemaal niet bezig met politiek. Men gelooft er niet in of heeft er geen interesse in. Als je meer inspraak wil als gemeente, moet je inwoners dus vaker benaderen.” Ook wordt opgemerkt dat het via politieke lijsten kiezen van stadsdeelcommissieleden eraan bij heeft gedragen dat deze leden niet representatief zijn voor de buurt.
Het is een specifieke groep mensen die in de stadsdeelcommissie zit. Een groep mensen die volgens onder meer de deelnemers aan de gesprekstafels, geen goede afspiegeling vormen van de inwoners van de buurten en wijken. Ongeacht de ideale achtergrond of lijnen waarlangs een gremium zoals de stadsdeelcommissie wordt samengesteld, geven Amsterdammers in de digitale consultatie aan het belangrijk te vinden invloed te hebben op de samenstelling, door de leden direct te kunnen kiezen. Een kanttekening daarbij is wel dat het direct kiezen van stadsdeelcommissieleden suggereert dat zij ook daadwerkelijk wat in te brengen hebben, terwijl zij alleen maar advies mogen geven. In de gesprekstafels komen ook alternatieven voor het direct kiezen van een gremium als de stadsdeelcommissie aan de orde, zoals loten. Benoeming van dagelijks bestuurders wordt ongewenst gevonden In de gesprekstafels, maar ook in de antwoorden op de open vragen in de digitale consultatie, is de aanstellingswijze van de dagelijks bestuurders aan bod gekomen. Daarbij werd naar voren gebracht dat gekozen stadsdeelbestuurders – bijvoorbeeld op basis van de verkiezingsuitslag in het stadsdeel wenselijker werd gevonden dan de huidige constructie waarbij dagelijks bestuurders worden benoemd. De reden hiervoor lijkt vooral ingegeven vanuit het oogpunt van checks and balances.
Aan wie leggen de stadsdeelbestuurders verantwoording af? In de beleving van deelnemers aan de gesprekstafels kunnen de bestuurders hun gang gaan, zonder dat iemand hen ter verantwoording kan roepen. Ze zijn immers geen verantwoording schuldig aan de stadsdeelcommissie of de kiezer, want ze worden niet direct of uit de stadsdeelcommissie gekozen.
3.5 Functioneren van de stadsdeelcommissies en dagelijks besturen Bij het functioneren van de stadsdeelcommissies en de dagelijks besturen gaat het om hun impact ten opzichte van de stad, de mate waarin de stadsdeelcommissies bereikbaar en toegankelijk zijn, de vraag of de stadsdeelcommissies en hun adviezen van toegevoegde waarde zijn en het opereren van de dagelijks besturen. De stadsdelen hebben (te) weinig in te brengen, de stad heeft het voor het zeggen Hoewel de verhouding en taakverdeling tussen de stad en de stadsdelen niet altijd duidelijk is, vinden Amsterdammers dat het primaat nu (te veel) bij de stad ligt. De stadsdelen zouden meer mandaat en 39
budget moeten hebben dan nu het geval is, zodat ze ook daadwerkelijk wat kunnen doen en betekenen voor inwoners. Nu zijn de stadsdelen vooral een verlengstuk van de stad; een ‘tandeloze tijger’ die (te) weinig tegenwicht kan bieden aan wat er in de Stopera gebeurt. In de open antwoorden in de digitale consultatie wordt daarbij regelmatig de wens geuit om terug te gaan naar het stelsel van de deelgemeenten met deelraden en gekozen stadsdeelbestuurders. Tegelijkertijd wekt de werkwijze van de stadsdeelcommissie soms wel de indruk dat ze wat te zeggen zou hebben. Zo werd in de digitale consultatie opgemerkt dat stadsdeelcommissieleden zelf niet altijd goed lijken te weten wat hun rol is en wat hun bevoegdheden zijn. Bij de verkiezingen zijn er volgens hen beloften gedaan die zij alleen al door hun positie in het bestuurlijk stelsel als adviserend orgaan niet waar konden maken. In de huidige manier van opereren is bij de meeste stadsdeelcommissies het werken langs partijlijnen dominant, bijvoorbeeld in het stemmen over adviezen. Hiervan wordt opgemerkt dat dit niet past bij de adviesrol en de gebiedsgerichte insteek die oorspronkelijk was bedoeld en dat het een verkeerde indruk geeft van de rol die de stadsdeelcommissie heeft. Leden van de stadsdeelcommissie zijn bereikbaar en toegankelijk.
Amsterdammers oordelen wisselend over de mate waarin leden van de stadsdeelcommissie weten wat er speelt in de wijk In de ervaring van Amsterdammers die deelnamen aan de digitale consultatie en de gesprekstafels zijn leden van de stadsdeelcommissie relatief goed te bereiken en zijn zij toegankelijk. Zoals een inwoner aangaf, kan je hen gewoon bellen of mailen en zijn ze dan wel in voor contact. Verder wordt opgemerkt dat ze goed luisteren en – meer dan in het vorige systeem – betrokken zijn. Het lukt ze weliswaar niet om veel voor elkaar te krijgen, mede door een gebrek aan invloed, maar de indruk van inwoners die zicht hebben op de stadsdeelcommissies is, dat het in de regel gemotiveerde mensen zijn die wat voor elkaar proberen te krijgen. In hoeverre de leden van de stadsdeelcommissie ook weten wat er speelt en leeft in de buurten en wijken wordt wisselend beoordeeld, waarbij respondenten relatief positief zijn. Van alle respondenten in de digitale consultatie geeft 43% aan dat de stadsdeelcommissie weet wat er leeft in de wijk (zie tabel 3.11). Volgens een kwart van de respondenten is dat niet het geval. Passend bij het gegeven dat voor een substantiële groep Amsterdammers er weinig zicht is op wat de stadsdeelcommissie doet, geeft 18% van de respondenten aan niet te weten of de stadsdeelcommissie op de hoogte is van wat er leeft.
Hoewel er ook respondenten zijn die aangeven dat leden van de stadsdeelcommissie de buurt niet goed genoeg kennen (en de buurt hen niet), is er dus ook een grote groep respondenten die stelt dat de stadsdeelcommissie voldoende op de hoogte is.
Tabel 3.11: Oordeel over of de stadsdeelcommissie weet wat er leeft in de wijk
De stadsdeelcommissie van mijn stadsdeel weet wat er leeft in mijn wijk
helemaal oneens
-
-
neutraal
-
-
helemaal eens
weet ik niet
6%
8%
11%
14%
16%
16%
11%
18%
N=2.997
Dat stadsdeelcommissieleden voldoende moeten weten wat er leeft in de wijk, is onderdeel van de ‘ogen-en-orenfunctie’ die de stadsdeelcommissie zou moeten hebben. In onze observaties van stadsdeelcommissievergaderingen en de dossieranalyse zien we terug dat commissieleden regelmatig spreken over signalen die zij – al dan niet uit tweede hand - uit de buurt hebben ontvangen, het ophalen 40
van inbreng uit de buurt en hun contacten met inwoners. Een aandachtspunt dat daarbij door inwoners werd aangedragen is, dat de stadsdeelcommissie soms zoveel adviesvragen van de gemeente krijgt, dat er nog maar weinig tijd over blijft voor het onderhouden van contacten met inwoners. Andersom gesteld zouden stadsdeelcommissieleden om op de hoogte te blijven van wat er leeft in de wijk, (meer) tijd moeten (blijven) inruimen om met inwoners in gesprek te gaan. De toegevoegde waarde van de stadsdeelcommissies in huidige vorm wordt in beperkte mate gezien. Stadsdeelcommissies hebben te weinig armslag om echt invloed te kunnen hebben. Het adviesrecht komt onvoldoende uit de verf Over de toegevoegde waarde van de stadsdeelcommissies in de huidige vorm zijn Amsterdammers duidelijk in hun antwoorden op de open vragen in de digitale consultatie.72 Die toegevoegde waarde is volgens hen gering of niet bestaand. De reden die daarvoor naar voren wordt gebracht is dat de stadsdeelcommissies te weinig bevoegdheden hebben. Ze kunnen alleen een advies geven en naar dat advies wordt te weinig geluisterd. Ze hebben geen budget en hebben geen zeggingsmacht. Ook ontbreekt het de stadsdeelcommissieleden aan ondersteuning. Dit heeft als gevolg, volgens de deelnemers aan de gesprekstafels en de digitale consultatie, dat de stadsdeelcommissie te weinig kan doen en betekenen voor inwoners.
Hierbij wordt het voorbeeld genoemd dat het niet voor niets is dat in hun ervaring inwoners de stadsdeelcommissies steeds vaker overslaan om in te spreken, maar direct naar de gemeenteraad gaan. Daar worden immers de besluiten genomen, de stadsdeelcommissie legt te weinig gewicht in de schaal.73 Het gebrek aan invloed van de stadsdeelcommissie leidt er volgens sommige inwoners ook toe dat de stadsdeelcommissie minder serieus wordt genomen door Amsterdammers. Door het afschalen van de bevoegdheden van de stadsdeelcommissie (in vergelijking met voorgangers als de bestuurscommissies en deelraden) is volgens een deel van de deelnemers aan de gesprekstafels bovendien de invloed van Amsterdammers kleiner geworden. De stadsdeelcommissies beslissen niet over beleid, dus om daar invloed op te hebben moet je contact hebben met de echte beslissers, zo is de gedachte. Dat zijn de raad en het college en die staan op grote afstand. Het adviesrecht van de stadsdeelcommissie wordt door respondenten dus veelal niet gezien als een stevig instrument om invloed te hebben. Dat lijkt vooral te komen doordat veel inwoners het gevoel hebben dat de stad - en deels ook de dagelijks bestuurders – de adviezen niet serieus nemen.
Met serieus nemen doelen de respondenten in de digitale consultatie en gesprekstafels op dat er – in hun optiek – daadwerkelijk wat met de adviezen wordt gedaan en dat ze niet te makkelijk terzijde worden geschoven. Het betekent ook dat er nog ruimte moet zijn in de plannen en voorstellen om op basis van het advies wat te veranderen. Hoewel er respondenten zijn die de ervaring hebben dat er serieus met het advies wordt omgegaan, is dat een minderheid. Het gevoel dat overheerst is, zoals een inwoner het verwoordt: “met alle respect voor de stadsdeelcommissieleden die veel doen: het is maar een advies en er is geen luisterend oor vanuit de stad”. Het college én de gemeenteraad volgen toch hun eigen plan en een advies heeft geen consequenties, zo is het idee. Als dan ook het dagelijks bestuur zich te weinig inzet voor het opvolging geven aan de adviezen, komt er al helemaal weinig van terecht.