CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Voortgangsrapportage Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023-2026

RAAD 19 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de voortgang van de Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023-2026 VN2026-00183725.277 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Op weg naar een circulair Amsterdam Voortgangsrapportage Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

Inhoudsopgave Samenvatting3

Methodische verantwoording

Leeswijzer4

Dankwoord49

1 Inleiding

6

Bijlage 1 – Overzicht activiteiten

50

1.1 Doel van de voortgangsrapportage

6

1.2 De noodzaak van een circulaire economie

6

Bijlage 2 – Publicaties O&S

53

1.3 Circulair werken doe je samen

8

2 Voortgang, lessen en aanbevelingen per programmaonderdeel13 2.1 Uitvoer activiteiten ligt grotendeels op koers

13

2.2 Stand van zaken per programma-onderdeel

15

3 Aanbevelingen

45

3.1 Overkoepelende aanbevelingen

45

3.2 Focus tot eind 2026: voortzetten ondersteuning circulaire ondernemers en initiatieven

45

3.3 Doorkijk vanaf 2027

46

48

2

Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

Samenvatting Deze voortgangsrapportage laat zien waar Amsterdam halverwege de Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026 staat. Sinds het opstellen van de Uitvoeringsagenda is de context ingrijpend veranderd. Europese en landelijke regelgeving om circulariteit te stimuleren staat onder druk, terwijl het mondiale materiaalgebruik blijft toenemen. Er is meer aandacht voor strategische autonomie en leveringszekerheid. Circulair werken kan een effectieve strategie zijn om risico’s rondom grondstoffenschaarste, prijsfluctuaties en instabiele mondiale aanvoerketens te verkleinen. Ondanks deze instabiele context is halverwege (peildatum augustus 2025) de looptijd van de Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026 (UACE) ruim 60 procent van de 110 activiteiten in uitvoering, een kwart is al afgerond en 7 procent is in voorbereiding. De uitvoering ligt voor een overgroot deel op koers om de voor­ genomen doelen te realiseren. Ongeveer 6 procent staat on hold, is geannuleerd of uitgesteld. De gemeente werkt steeds meer integraal samen met bedrijven, Amsterdammers en partners in de regio. Ook intern zijn er goede samenwerkingen maar blijft versnippering van het onderwerp over verschillende domeinen en directies een uitdaging. Resultaten worden steeds concreter: sinds 2024 zijn circa 160 mkb-bedrijven ondersteund bij hun omslag naar circulair ondernemen en is meer dan 30 miljoen

aan nieuw investeringskapitaal opgehaald. Circulaire criteria in aanbestedingen en gebiedsontwikkelingen leveren meetbare resultaten op. Daar waar de implementatie van circulair werken verder gevorderd is blijkt dat er structurele kostenvoordelen te realiseren zijn. Toch zullen niet alle doelen van de UACE in 2026 bereikt worden. Complexe trajecten vergen langere doorlooptijden en trage of uitblijvende aanpassing van verouderde wet- en regelgeving werpen drempels op. De activiteiten in deze uitvoeringsagenda zijn vaak pas een eerste of tweede stap in een langere keten aan stappen die nodig zijn om tot reductie van materiaalgebruik te komen. Het doel om in 2030 materiaalgebruik gehalveerd te hebben raakt dan ook verder uit zicht zonder intensivering van het circulaire beleid.

De belangrijkste aanbevelingen zijn: ƒ Benut bestaande mogelijkheden bij inkoop-, aanbesteding en gebiedsontwikkeling maximaal. Hier heeft de gemeente zelf verreweg de meeste invloed; ƒ Pas ‘drang en dwang’ toe waar dat mogelijk is zodat circulaire alternatieven aantrekkelijker worden en de norm wegbeweegt van de huidige wegwerpcultuur; ƒ Blijf daarnaast ondernemers en initiatieven ondersteunen in deze roerige fase van de transitie; ƒ Intensiveer de implementatie van circulair werken in de organisatie, door circulair structureel op te nemen in begrotingen, plannen en werkprocessen, door horizontale sturing stevig in te richten en door daarvoor ondersteunende instrumenten te ontwikkelen.

3

Leeswijzer | Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

Leeswijzer Deze voortgangsrapportage bestaat uit vier hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk geeft een beeld van het doel en de snel veranderende context van het speelveld waarin deze uitvoeringsagenda gerealiseerd wordt. Hoofdstuk 2 schetst een stand van zaken per programmaonderdeel. De nummering van de acties uit de uitvoeringsagenda komen hier in de tekst terug, zodat de voortgang op de activiteiten duidelijk te linken is aan de actie zoals die in de UACE was geformuleerd. Op basis van de voortgang, reflectie en inzichten zijn per onderdeel de lessen en aanbevelingen op een rij gezet. ƒ ƒ ƒ ƒ ƒ

Samen met de Stad: S1-10 Voedsel en Organische reststromen: V1-4 Gebouwde Omgeving: G1-8, R2 en R6 Consumptiegoederen: C1-8 Dwarsdoorsnijdende thema’s & Randvoorwaarden: R1-7

Tot slot zijn in hoofdstuk 3 de belangrijkste inzichten en aanbevelingen opgenomen voor zowel voor het tweede deel van deze uitvoeringsagenda, als voor de periode vanaf 2027.

4

Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

1 Inleiding

5

Inleiding | Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

1 Inleiding 1.1 Doel van de voortgangsrapportage In 2020 stelde de gemeenteraad van Amsterdam haar eerste Strategie Circulaire Economie én Uitvoeringsprogramma vast, gevolgd door de Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023 – 2026 (UACE) op 29 november 2023. Deze rapportage geeft halverwege de looptijd de voortgang weer, trekt lessen en doet aanbevelingen die nu al gebruikt kunnen worden om gericht bij te sturen om zo dichter bij de doelen voor 2030 (50 procent reductie van het niet-herwinbare materiaalgebruik) en 2050 (100 procent circulair) te komen. Verder brengt het de uitdagingen in kaart die de komende jaren aandacht vergen. We kijken dus zowel terug als vooruit: richting afronding in 2026 én de periode daarna, waarin een nieuwe coalitie keuzes te maken heeft met het oog op de doelstellingen voor 2030 en 2050.

“Van circulaire dingen doen naar dingen circulair doen”

1.2 De noodzaak van een circulaire economie

Circulair beleid gemeente Amsterdam – Van circulaire dingen doen naar dingen circulair doen Sinds 2015 werkt Amsterdam doelgericht aan circulair beleid en neemt daarbij zelf het voortouw: in de eigen bedrijfsvoering, door circulair in te kopen en door circulaire principes overal in het werk toe te passen, bijvoorbeeld in de gebiedsontwikkeling. De eerste jaren stonden in het teken van het opstarten en ondersteunen van circulaire projecten, met als resultaat de Strategie Circulaire Economie 2020 – 2025 en het Innovatie- & Uitvoeringsprogramma 2020 – 2021. Op basis van de Lessen en Aanbevelingen uit de evaluatie van het eerste uitvoeringsprogramma verschoof de focus van experimenteren en losse projecten naar implementatie: structureel verankeren van circulaire principes in beleid en uitvoering, zowel binnen als buiten de gemeente. Waarbij de circulaire transitie steeds beter verbonden wordt met andere stedelijke opgaven. Zo is het dossier circulair onderdeel van de voortgangsrapportage Onze Stad van Morgen die op 26 augustus 2025 in de gemeenteraad is besproken. Daarin is de sterke samenhang zichtbaar met andere uitvoeringsagenda’s, waaronder de Routekaart Klimaatneutraal, Voedselstrategie en Verduurzaming Eigen Organisatie. Daarnaast sluit de uitvoeringsagenda aan op het Afvalpreventieplan van de directie Afval en Grondstoffen, waarin bronaanpak en preventie centraal staan.

De afgelopen jaren zijn ook diverse acties uitgevoerd die voortkomen uit aangenomen moties van de gemeenteraad.

Amsterdam (en Nederland) is een belangrijk knooppunt in de mondiale economie, zowel door wat we zelf consumeren en gebruiken als door onze rol als doorvoerhaven naar andere delen van de wereld. Deze afhankelijkheid van internationale samenwerking en de mondiale economie maakt ons kwetsbaar voor geopolitieke ontwikkelingen en klimaatverandering. Bovendien kan dit ertoe leiden dat we minder oog hebben voor de impact van ons handelen elders in de wereld. Denk hierbij aan gevolgen zoals verlies van biodiversiteit, vervuiling, klimaatontwrichting, ongelijkheid en onrecht in aanvoerketens.1 De onverminderde stijging van de wereldwijde materiaalvraag versterkt dit effect. Zo kan, volgens het International Resource Panel (UNEP), het gebruik van grondstoffen tot 2060 met meer dan 60 procent toenemen, wat de druk op ecosystemen en klimaatdoelen verder vergroot.2 De afgelopen jaren is de leveringszekerheid van (kritieke) grondstoffen hoog op de agenda komen te staan. Nederland wil minder afhankelijk zijn van de import van kritieke grondstoffen zoals lithium en zeldzame aardmetalen. Recente publicaties van het Planbureau voor de Leefomgeving benadrukken dat deze afhankelijkheid van kritieke mineralen uit landen als China de kwetsbaarheid van zowel de Nederlandse als de Europese economie vergroot.3 In een tijd van geopolitieke spanningen wordt die kwetsbaarheid scherper voelbaar.

Ook op Europees niveau krijgt deze ontwikkeling steeds meer gewicht. De transitie naar een duurzame en eerlijke economie is sterk afhankelijk van grondstoffen die we zelf niet winnen, zoals kritieke mineralen voor de energietransitie, de defensie1 2

3

Social impacts of mining critical raw materials | PBL Netherlands Environmental Assessment Agency United Nations Environment Programme (UNEP) (2023). Global Resources Outlook 2024: Bend the Trend – Pathways to a Sustainable Resource Use. Nairobi: UNEP. Naar een meer circulaire energietransitie met uitgebreide producentenverantwoordelijkheid | Planbureau voor de Leefomgeving – PBL

6

Inleiding | Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

industrie en batterijtechnologie. Daarnaast importeren we op grote schaal fosfaten voor de landbouw, terwijl we ze via het riool wegspoelen. Circulaire strategieën zoals hergebruik en recycling van grondstoffen komen steeds nadrukkelijker in beeld om de leveringszekerheid te vergroten.4 De EU bouwt aan een interne markt voor duurzame producten en aan strategische autonomie in grondstoffen en productiecapaciteit.5 Belangrijke pijlers van dit beleid zijn vastgelegd in de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR, 2024) en de Critical Raw Materials Act (2024), die eisen stellen aan duurzaam ontwerp, reparatie, levensduur en hergebruik. Daarnaast werkt de Europese Commissie aan nieuwe wetgeving onder de paraplu van de Circular Economy Act, gericht op de hele levenscyclus van producten: van ontwerp en gebruik tot afvalbeheer en het verminderen van grond­ stofverbruik. Deze regelgeving is in veel gevallen sector­specifiek, met afzonderlijke verordeningen voor onder meer batterijen en bouw­ producten, terwijl de Ecodesign-verordening vrijwel alle product­ groepen raakt, van wattenstaafjes tot staal. Amsterdam kan hierop inspelen door inkoopprocessen alvast hierop voor te bereiden en ondernemers te helpen te anticiperen op wijzigingen in wet- en regelgeving. De oorspronkelijke ambitie van de Europese Green Deal staat momenteel onder druk.

Onder het mom van vereenvoudiging en het versterken van het concurrentievermogen heeft de Europese Commissie een reeks zogenoemde Omnibus-pakketten aan­ gekondigd, waaronder afzwakking van aangekondigde rapportage­ verplichtingen (zoals de CSRD, CSDDD en EU-Taxonomie) en transparantie-eisen. Aanvullende pakketten zijn in voorbereiding voor onder meer afzwakking van de aangekondigde regel­verscherping voor de chemische industrie en batterijen. Hoe deze koerswijziging uitpakt, is nog onduidelijk. Het vergroot in elk geval de onzekerheid over de spelregels die de transitie vorm moeten gaan geven. Ondanks

4 5

‘Integrale Circulaire Economie Rapportage 2023’ – PBL Strategic autonomy: Council gives its final approval on the critical raw materials act – Consilium

de afzwakking zien we nog steeds aanzienlijke versnelling dankzij de Europese Green Deal. Voor de gemeente zijn vooral betere spelregels te verwachten voor de inkoop van goederen en een meer gelijk speelveld voor circulaire ondernemers. Met de inzet van CircuLaw zijn we goed voorbereid om optimaal gebruik te maken van de regulering die Europees nu al van kracht is of in de steigers staat. Onze inkopers gebruiken bijvoorbeeld nu al regelmatig de Green Public Procurement Criteria and Requirements6 en Europese Ecodesign wetgeving7 voor het opstellen van inkoopeisen en -criteria. Op nationaal niveau markeert de meest recente herziening van het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE, 2025) een belangrijke koerswijziging. De oorspronkelijke, richtinggevende halveringsdoelstelling voor 2030 is losgelaten en vervangen door drie meer uitgewerkte doelen: een hoger aandeel recycling, meer inzet van biogrondstoffen en secundaire grondstoffen en een beperktere reductie van primaire abiotische grondstoffen (slechts 15 procent reductie ten opzichte van 2016). De nadruk verschuift daarmee van minder verbruik naar meer recycling. Deze nauwe focus heeft naar verwachting maar een beperkt effect op een verlaging van de milieu- en grondstoffenimpact.

Het Planbureau voor de Leefomgeving benadrukt al sinds 2019 het belang van strategieën hoger op de R-ladder (refuse, rethink, reduce, re-design, reuse, repair) voor een economie met structureel minder materiaalgebruik en daadwerkelijke milieuwinst.8 De koerswijziging van het Rijk vergroot hiermee ook het risico op verlies van innovatie en circulair ondernemerschap. Zo is de gemeentelijke leverancier van kantoormeubilair in de afgelopen jaren getransformeerd van een traditionele verkoper naar een grond­ stoffenmakelaar. Onderhoud, hergebruik en uitwisseling van meubilair zijn de nieuwe kernactiviteiten. De focus op recycling in plaats van hergebruik en het voorkomen van materiaalgebruik raakt dit soort ondernemers hard. Zij hebben al vroeg geïnvesteerd en beschikken inmiddels over bewezen effectieve en toekomst­bestendige bedrijfs­ modellen. Als de gemeente deze koerswijziging van het Rijk volgt, zijn

6 7 8

Green Public Procurement Criteria and Requirements, Europese Commissie Ecodesign for Sustainable Products Regulation, Europese Commissie Circulaire Economie in Kaart, PBL (2019)

dit soort ondernemingen het kind van de rekening. We willen een betrouwbare partner voor marktpartijen blijven en houden daarom vast aan het ingezette beleid. Daarmee bouwen we aan consistent en betrouwbaar overheidsbeleid dat de opschaling van succesvolle innovaties niet ondermijnt, maar juist beloont. Op aandringen van onder andere Amsterdam is een structuur opgezet waarin het Rijk en de regio’s (gemeenten, provincies, waterschappen) samenwerken. Dit is een belangrijke stap. Zo kan iedere organisatie vanuit haar eigen rol maximaal bijdragen en ontstaat de mogelijkheid om inspanningen beter op elkaar af te stemmen. Om als gezamenlijke overheden de transitie aan te jagen, is echter meer nodig. Het Rijk kan sterker inzetten op wet- en regelgeving (waaronder normeren), voldoende financiële middelen beschikbaar stellen en de rol van decentrale overheden in deze transitie veel intensiever faciliteren. Denk hierbij aan de invoering van de Circulaire Economie Wet, de ontwikkeling van een visie op een circulaire hoofdstructuur, aanscherping van de MPG-norm en belasting van virgin plastic. Het faillissement of vertrek van veel innovatieve Nederlandse recyclebedrijven toont aan dat de huidige koers circulaire koplopers uit de markt drukt. Dit leidt niet alleen tot verlies van eerdere investeringen en subsidies, maar bovenal tot verlies van innovatie­ kracht.

Kortom, heldere regie, wetgeving en financiële ondersteuning zijn nodig om een toekomstbestendige en circulaire economie op te bouwen.9

9

Waren we naïef, vraagt de zoveelste recycler zich af die moet vertrekken – NRC

7

Inleiding | Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

Het is duidelijk dat de transitie van lineair naar circulair werken de volle breedte van de gemeentelijke praktijk raakt, van stedenbouw tot afvalverwerking, van vergunningverlening tot subsidiebeleid en van de inkoop van koffie tot het hergebruik van straatstenen. Dat betekent ook dat iedereen een rol te spelen heeft. Een aanzienlijk deel van de activiteiten in de UACE draagt dan ook bij aan het doel om in 2026 als gemeentelijke organisatie in staat te zijn circulair te werken, zoals vastgelegd in Onze Stad van Morgen11.

en voedsel. De UACE richt zich bijvoorbeeld op de uitvoering van onderdelen als voedselverspilling en organische reststromen, zoals opgenomen in de Voedselstrategie. Door de integrale aanpak proberen we zoveel mogelijk te voorkomen dat emissiereductie hier slechts het verplaatsen van uitstoot naar elders veroorzaakt. Denk bijvoorbeeld aan biobased isoleren als alternatief voor steenwol, dat aanzienlijke materiaalgerelateerde emissies en andere milieuschade in de keten veroorzaakt. Of aan technologieën voor hernieuwbare energie, zoals batterijen, zonnepanelen en windturbines, die leiden tot veel extra uitstoot in de keten en waarvoor veel schaarse en kritische grondstoffen nodig zijn.

Binnen het circulaire programma zijn dertien gemeentelijke directies geïdentificeerd die de grootste (potentiële) impact hebben op het materiaalgebruik in de stad. Daarbij is er veel aandacht voor de samenhang met andere duurzaamheidsthema’s, zoals klimaat, energie

Onderstaande visualisatie onderstreept het brede, samenwerkende karakter van deze UACE. Wat het ook laat zien is dat de ‘circulaire economie’ veel meer behelst dan ‘economie’ alleen: voor een circulaire stad heeft nagenoeg elk beleidsterrein een rol te spelen.

1.3 Circulair werken doe je samen

De trend: materiaalgebruik neemt toe Het Circularity Gap Report laat wereldwijd zien dat we steeds minder circulair worden: minder dan 7 procent van de grondstoffen in de economie is circulair. In Nederland is het aandeel hergebruikte materialen al jaren ongeveer 13 procent.10 Amsterdam publiceert in 2026 de meest recente update van het materiaalgebruik in de stad over de jaren 2023 en 2024. Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat het reductiedoel van 50 procent minder materiaalgebruik in 2030 in zicht komt. De norm blijft vooral consumptiegericht: steeds meer, steeds sneller en van steeds lagere kwaliteit. De explosie van reclame-uitingen in de stad rondom Black Friday benadrukt deze trend.

gi ta Di

Da ta

lis er in Ec g on en om in no isc va he Fa tie ci Za lit ke ai n rB en ur G Cu ea em u ltu ee ur nt el ijk G ro Va nd st go en ed O In nt ge w ik ni ke eu lin rs g b Ju ur rid ea isc u he Za M ke aa n ts ch ap pe Pr oj lij ke ec tm Vo an or ag Ru zi en em im in te en ge en tb n ur Du Sp ea ur or u za te am n Bo he St s id ad sa rc hi ef St Am ad sd st er el da en St m ad sw er k To en e O z pe ic nb ht ar en e H Ve Ru an rk im dh ee te av re in g n W O pe on nb en ar e Ru im te

ic at ie

m

Consumptiegoederen

7

1

4

Dwarsdoorsnijdende thema's en randvoorwaarden

1

3

2

1

2

2

1

1

3

2

2

1

3

2

1

2

1

2

3

Gebouwde Omgeving

10 CBS Duurzaamheidsindicatoren

Co m

Af va l

en

un

G

ro nd s

to ffe n

Aantal activiteiten per organisatieonderdeel in de verschillende delen van de uitvoeringsagenda

Samen met de Stad

2

Voedsel en Organische reststromen

4

3

1

2

10

2

2

1

2

1

1

5

5

2 2

1

1 3

5

2

6 1

1

1 1

2

1

2

2

1

1

11 Onze Stad van Morgen 2023 Onze stad van morgen – Duurzame toekomst gemeente Amsterdam – openresearch.amsterdam

1 2

1

1

1 7

8

Inleiding | Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

Top 5 met UACE samenwerkende directies

De nieuwe Omgevingswet biedt hiervoor goede handvatten met de mogelijkheden voor een thematisch omgevings­programma. Gelukkig stapelen de goede voorbeelden zich op, zoals de inrichting van de samenwerkingsoverkeenkomst verhardingen. Hierbij hebben de directies die verantwoordelijk zijn voor de inrichting van de openbare ruimte circulair werken helemaal doorleefd en in de praktijk gebracht.

19

Economische Zaken en Cultuur

16

Ruimte en Duurzaamheid

14

Afval en Grondstoffen

10

Stadsdelen

8

Gemeentelijk Vastgoed 0

5

10

15

20

Een goed voorbeeld van een integrale aanpak waarin die samenhang zichtbaar is, is de Zonbank Amsterdam, die in 2025 van start is gegaan. De gemeente neemt hierin het voortouw door gebruikte zonnepanelen te testen, schoon te maken en opnieuw te plaatsen op daken van huishoudens met energiearmoede. Het project combineert meerdere maatschappelijke doelen: het vermindert afval en nieuw materiaal­ gebruik, stimuleert hernieuwbare energieopwekking, verlaagt de energierekening van Amsterdammers met een kleine beurs en versterkt het sociale fundament van de stad door werkgelegenheid te creëren voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Om opgavegerichte samenwerking verder te bevorderen, is, in samenwerking met de Amsterdamse School, de circulaire Escape Room ‘Ladder der Wijsheden’ ontwikkeld. Collega’s kunnen hier ervaren hoe circulair denken en doen op alle plekken en niveaus in de organisatie tot leven kan komen. Deze escape room sluit aan op de interactieve film ‘Ons Amsterdam in 2050’ over de duurzame doelen van de gemeente Amsterdam. De beweging naar een circulair Amsterdam in 2050 kan niet zonder structurele verankering van verantwoordelijkheden en eigenaarschap binnen al onze organisatie-onderdelen. Op dit terrein is nog veel werk te verzetten.

Naast de overheid spelen inwoners, ondernemers en maatschappelijke initiatieven een cruciale rol. In Amsterdam is het enthousiasme en de energie groot. Op allerlei plekken in de stad zien we bottom-up initiatieven ontstaan. Het is aan de gemeente om die energie te waarderen, te kanaliseren en te ondersteunen door bijvoorbeeld drempels weg te nemen. We ondersteunen en werken samen met inwoners en bedrijven: van kleinschalige lokale initiatieven tot kennisinstellingen, onderwijspartners en ondernemingen. Naast klimaatimpact werken we samen aan bewustwording, draagvlak en betrokkenheid om ook in de toekomst meer ingrijpende maatregelen te kunnen nemen. De beweging is groot en nog steeds groeiende. Daarom beperkt deze voortgangsrapportage zich tot de activiteiten waarin de gemeente zelf een rol speelt.

9

Uitgelichte projecten | Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

Gebouwde Omgeving

Samenwerkings­ overeenkomst 2.0 verhardingen

Opdrachtgever: Verkeer & Openbare Ruimte, uitvoering door Ingenieursbureau. Rol gemeente: Opdrachtgever, partner, inkoper, afnemer, monitor. Partners: Aannemers Beentjes GWW en Rutte Groep (Urban Mine) en de Omgevingsdienst.

Het project streeft naar grootschalig hergebruik van straatstenen van beton en baksteen. Zodra projectleiders de stenen aanmelden, worden ze gekeurd en naar de circulaire hub van Beentjes in Zaandam gebracht. Na reiniging, sorteren en palletiseren robots de stenen. Elke pallet krijgt een QR-code, zodat duidelijk is bij welk project de stenen opnieuw worden gebruikt. Dit klinkt relatief eenvoudig, maar de praktijk is weerbarstig. Hergebruik van straatstenen bespaart aanzienlijke hoeveelheden CO₂ en grondstoffen én is breed toepasbaar. De productie van één vierkante meter nieuw gebakken straatstenen veroorzaakt evenveel CO₂-uitstoot als 124 kilometer vliegen. Hergebruik vermindert afval, bespaart gemiddeld tot minimaal 25 procent aan kosten (afhankelijk van het materiaal) en verkleint de CO₂-uitstoot in de openbare ruimte aanzienlijk. Tot nu toe is ruim 100.000 vierkante meter aan straatstenen hergebruikt. In korte tijd steeg het aandeel hergebruikte stenen van 6 procent naar 33 procent. Dit bewijst dat circulair werken zowel financieel als ecologisch voordeel oplevert.

De komst van de functie van materialenmakelaar blijkt een essentiële toevoeging in de samenwerking. Deze zorgt dat het proces soepel verloopt. Het is dan ook zaak dat de rol en het mandaat van materialen­makelaars steviger wordt belegd binnen de organisatie en dat zij adequaat ondersteund worden door collega’s en een voorraadbeheersysteem. Een eerder knelpunt, de interne verrekening, is inmiddels opgelost. Het grootste knelpunt is nu het tekort aan opslagruimte omdat de locaties aan de Theemsweg en Heining te klein zijn. Opschaling vraagt om extra locaties, meer robots en structurele investeringen. Ook is het belangrijk om de data over vrijkomend materiaal beter te delen, zodat het aanbod beter gepland kan worden. De ambitie is om het succes uit te breiden met een ‘samenwerkingsovereenkomst 3.0’, samen met partners of in eigen beheer. Met duidelijke afspraken over financiering, opslag en verankering in beleid is hergebruik nog eenvoudiger toe te passen en groeit de milieuwinst.

10

Uitgelichte projecten | Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

Consumptiegoederen

Subsidieregeling: Ruimte voor Duurzaam Initiatief

Opdrachtgever: Team Circulaire Economie, Ruimte & Duurzaamheid. Rol gemeente: Subsidieverstrekker en adviseur en ondersteuner van initiatiefnemers.

Sinds 2017 helpt de Subsidieregeling Ruimte voor Duurzaam Initiatief bewoners, organisaties en bedrijven duurzame projecten en programma’s in de steigers te zetten. De regeling ondersteunt initiatieven die bijdragen aan energie­ besparing, duurzame energieopwekking, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en de circulaire economie. Veel initiatief­ nemers missen de middelen, kennis of ervaring om circulaire activiteiten te starten. Particulieren kunnen tot €20.000 aanvragen, organisaties maximaal €70.000. De subsidie ondersteunt haalbaarheidsstudies, ontwerpwerkzaamheden, kennisdeling en participatieprocessen. Sinds 2023 hebben vijftig aanvragers subsidie gekregen, hiervan zijn er twintig circulair van aard. Het subsidiegeld is besteed aan het tot stand brengen van ketensamenwerking, het realiseren van een nieuwe kringloop of het uitwerken van een circulair verdienmodel. Het aandeel circulaire aanvragen groeit gestaag. Tastbare resultaten zijn Buurman Amsterdam (circulaire doe-het-zelfmarkt), Circulair Houtcentrum, Droppie (statiegeld inzamel­

systemen), Greentimer (benzineauto’s ombouwen tot elektrische auto’s) en Coffeebags Re-imagined (circulaire marktontwikkeling gericht op upcycling van jute koffiezakken). Voorbeeld: Buurman Amsterdam Het verstrekken van subsidie uit deze regeling en hulp bij het vinden van de locatie, mede met hulp van stadsdeel Noord, maakte de vestiging van Buurman in Amsterdam Noord mogelijk: een circulaire bouwmarkt en educatieve werkplaats waar materiaalstromen, vakmanschap en maatschappelijke waarde samenkomen. Na het opstellen van een flexibel Programma van Eisen werd een locatie gevonden in Amsterdam Noord. De locatie wordt gedeeld met maatschappelijke partners De Werkplek en Technoord. Buurman genereert inkomsten uit de verkoop van circulaire materialen, educatieve programma’s en het verhuren van maakruimte.

11

Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

2 Voortgang, lessen en aanbevelingen per programmaonderdeel

12

Voortgang, lessen en aanbevelingen per programmaonderdeel | Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

2 Voortgang, lessen en aanbevelingen per programmaonderdeel 2.1 Uitvoer activiteiten ligt grotendeels op koers De Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023 – 2026 is, halverwege haar looptijd, volop in uitvoering. Het overgrote deel van de 110 activiteiten uit deze voortgangsrapportage is inmiddels gestart: ruim zestig procent wordt op dit moment uitgevoerd, een kwart is al afgerond en zeven procent is nog in voorbereiding. De overige zes procent is om verschillende redenen (nog) niet gestart.

Voortgang in aantal Totaal

28 0

67 20

40

60

Van circa drieenzeventig procent van de activiteiten die nu in uitvoering zijn, verwachten we dat het doel aan het einde van de uitvoeringsperiode in 2026 gerealiseerd wordt. Vierentwinting procent van de activiteiten was al voorzien om ook daarna door te lopen en van vier procent constateren we dat deze niet tot de gewenste uitkomst in 2026 leiden. Voor een overzicht van alle activiteiten zie bijlage 1.

Voortgang in aantal activiteiten

8 33 80

Afgerond

In uitvoering

In voorbereiding

Niet gestart

Geannuleerd

On hold

100

120

Samen met de Stad

9

Consumptiegoederen

8

Gebouwde Omgeving

1

24 10

4

Dwarsdoorsnijdende thema's en ...

6

De uitvoeringsagenda is opgebouwd rond vijf programma-onderdelen: ƒ Samen met de stad; ƒ Consumptiegoederen; ƒ Gebouwde omgeving; ƒ Voedsel en Organische reststromen; ƒ Dwarsdoorsnijdende thema’s en Randvoorwaarden.

2

9

11 9

5

3 2

21

15

Voedsel en Organische reststromen

0

1

10

2 15

20

25

30

35

Afgerond

In uitvoering

In voorbereiding

Niet gestart

Geannuleerd

On hold

40

Niet alles ligt op koers. Met name bij Voedsel en Organische reststromen zien we dat niet alle randvoorwaarden op orde zijn om te kunnen realiseren wat was voorgenomen. En bij de Gebouwde Omgeving zien we, ondanks fikse sprongen vooruit, dat een derde van de activiteiten langer duurt dan beoogd, wat wordt verklaard door lange doorlooptijden in besluitvorming, voorbereiding en uitvoering. Deze ontwikkelingen onderstrepen de lange adem die nodig is om de transitie volledig door te voeren.

13

Voortgang, lessen en aanbevelingen per programmaonderdeel | Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

Activiteiten kunnen in één of verschillende fases verkeren. Zo kan een activiteit een onderzoek voorafgaand aan een pilot zijn of al een uitvoeringstraject.

Type en aantal activiteiten per programma-onderdeel

Samen met de Stad

1

8

7

11

Consumptiegoederen

12 6

3

9

Gebouwde Omgeving

31

10

4

Voedsel en Organische reststromen

1 6 13 4

Dwarsdoorsnijdende thema's en randvoorwaarden

7 0

1 5

6 10

2

9

3 15

20

25

Anders

Bijdrage of subsidie

Lobbytraject

Pilot

Uitvoeringstraject

Implementatieproces

30

35

40

Verkenning of onderzoek

De meeste uitvoeringstrajecten vinden plaats binnen de programma­ onderdelen Samen met de Stad en Consumptiegoederen. Daar wordt circulair beleid concreet uitgevoerd. Binnen de waardeketen Gebouwde Omgeving ligt de nadruk juist op implementatieprocessen, waarbij nieuw beleid wordt ingevoerd of wijzigingen in bestaand beleid worden doorgevoerd. De gemeente zit in deze waardeketen op veel plekken zelf aan de knoppen. De activiteiten gaan daarom vaker over aanpassing van werkprocessen en procedures. Soms gaan organisatie-inrichting of samenwerkingsafspraken op de schop, zoals bij hergebruik van verhardingen. In deze waardeketen zit de impact dus echt in een andere manier van werken, niet in het toevoegen van nog meer circulaire projecten in de uitvoering. Ten opzichte van een jaar geleden zien we, bij bijna een kwart van de activiteiten, een fase-verschuiving van pilot- of verkenningsfase naar implementatie en uitvoering.

“De impact zit echt in een andere manier van werken”

14

Voortgang, lessen en aanbevelingen per programmaonderdeel | Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

2.2 Stand van zaken per programma-onderdeel De volgende paragrafen gaan verder in op de voortgang per programmaonderdeel: de stand van zaken, de lessen die tot nu toe getrokken zijn en de aanbevelingen die daar uit volgen.

Samen met de stad De activiteiten gericht op het mkb, maatschappelijke initiatieven en haven en industrie komen samen onder ‘Samen met de stad’.

Ondernemers De mkb-aanpak (S1-5) richt zich op het versterken van circulair ondernemerschap, innovatie en samenwerking in de stad. Het doel is om meer Amsterdamse bedrijven te ondersteunen bij hun overgang naar circulair ondernemen en tegelijkertijd het ecosysteem voor innovatieve circulaire bedrijven te versterken. De mkb-aanpak heeft zich ontwikkeld langs twee sporen: 1. bedrijven helpen om stappen te maken naar circulair werken door kennisontwikkeling, maatwerkadvies en ondersteuning in de keten; 2. ondersteunen van innovatieve, circulaire bedrijven met groeipotentie via toegang tot financiering, investeerders en ruimte voor experiment. De gemeente werkt hierbij samen met ondernemers, branche­ organisaties en kennisinstellingen. Waar mogelijk sluiten we aan bij bestaande instrumenten van onze eigen organisatie, de provincie Noord-Holland, het Rijk en de Europese Unie.

Waar staan we nu?

Haven en Industrie

De activiteiten zijn allemaal in de uitvoeringsfase en liggen op koers om de beoogde resultaten in 2026 te realiseren. Sinds 2024 zijn ongeveer 160 mkb-bedrijven ondersteund in het verduurzamen van de bedrijfsvoering en bij het zetten van stappen richting circulair ondernemen. Concrete resultaten zijn al zichtbaar. Via groei- en financieringsprogramma’s is meer dan 30 miljoen euro aan kapitaal aangetrokken voor innovatieve circulaire ondernemingen. De gekozen aanpak, bestaande instrumenten versterken door extra financiering en verruiming van regelingen, werpt duidelijk zijn vruchten af.

De haven van Amsterdam vervult een sleutelrol in de economie van de stad, de metropoolregio en daarbuiten en vormt daarom een belangrijk deel van de uitvoeringsagenda (S6-8). De afgelopen jaren had het thema circulariteit bij veel bedrijven in de haven echter minder prioriteit dan het versterken van hun concurrentievermogen. Waar bedrijven wel circulaire plannen hebben, worden deze vaak belemmerd door marktomstandigheden, zoals hoge energieprijzen, beperkingen in elektra-aansluitingen en een tekort aan fysieke- en vergunningsruimte. Investeringen in de logistieke randvoorwaarden zijn essentieel om vaart te maken met de circulaire transitie in de haven en industrie. Het oplossen van netcongestie is daarbij het meest urgent. Daarnaast vraagt een circulaire staal- en chemische industrie om de ontwikkeling van een waterstof- en CO₂-infrastructuur.

Het tempo waarin bedrijven overstappen op circulair werken hangt af van een aantal (externe) factoren, zoals beperkte kennis, capaciteit en middelen bij bedrijven om circulair te ondernemen, beperkte gemeentelijke sturingsmogelijkheden, schaarste aan betaalbare ruimte in de stad en ongelijke marktomstandigheden. Circulaire verdienmodellen en producten verliezen het nog regelmatig van bestaande lineaire alternatieven omdat milieuschade nauwelijks beprijsd wordt en er nog geen schaalvoordeel is. Afgelopen jaren zijn ondernemerscollectieven ondersteund, waaronder de Green Hotel Club, en zijn er nieuwe samenwerkings­ verbanden gefaciliteerd binnen de ketens van textiel en elektrische apparaten. Binnen het bredere innovatie-ecosysteem zijn de verbindingen tussen ondernemers, kennisinstellingen en overheid verstevigd, onder meer op de thema’s biobased bouwen en circulaire voedselketens. Het incubator programma Leapsprong Amsterdam biedt bijvoorbeeld een experimenteer- en leeromgeving waarin ondernemers de stap kunnen maken van idee naar praktijk, met ondersteuning op het gebied van financiering, regelgeving en markttoegang. Meer fysieke ruimte voor circulaire bedrijvigheid in de stad is een veelgehoorde wens. We geven hieraan invulling met prioriteit voor reparatie, deelinitiatieven en hergebruik. We werken aan het realiseren van een Circulaire Textielhub aan de Donauweg.

Bij al deze activiteiten leren we door te doen: we markeren knelpunten in beleid, inkoop of regelgeving en initiëren actie om deze op te pakken.

Circulaire pioniers hebben het vaak moeilijk door het ontbreken van een gelijk speelveld. Gebrekkige nationale en Europese wet- en regelgeving benadeelt bedrijven die werken met secundaire grondstoffen, zoals plastic, beton of textiel, ten opzichte van bedrijven die met primaire fossiele grondstoffen werken.

Waar staan we nu? Er is voortgang geboekt op het versterken van circulaire initiatieven via samenwerking met het Havenbedrijf en het Programmabureau NZKG. In 2025 heeft het Havenbedrijf Amsterdam circulariteit opgenomen als kernonderdeel van haar strategie en Visie 2040. Om deze strategie te realiseren en verder te verankeren, zoekt de gemeente als aandeelhouder nadrukkelijk de samenwerking met het Havenbedrijf en andere partners, zoals de Provincie Noord-Holland, de Omgevingsdienst NZKG en individuele bedrijven in het haven­ gebied, binnen zowel de uitvoering als de besluitvorming. Momenteel werkt de directie Economische Zaken & Cultuur aan een position paper over de toekomst van de industrie in Amsterdam in 2050, met onder meer een afwegingskader voor beleid om meer sturing te geven aan de ontwikkeling van een duurzame (en dus ook circulaire) industrie in en rond Amsterdam.

15

Voortgang, lessen en aanbevelingen per programmaonderdeel | Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

Ook zijn mkb-bedrijven en start-ups ondersteund met haalbaarheidsstudies en het stimuleren van kennisuitwisseling en educatie. Er zijn stappen gezet in het wegnemen van knelpunten in de vergunningverlening, het reserveren van voldoende fysieke ruimte en het voeren van een lobby richting Rijk en EU voor een gelijk speelveld. Deze inspanningen blijven de komende jaren noodzakelijk. Nu Waternet is ontvlochten, werken de gemeente Amsterdam, Stichting Amsterdam Water en waterschap AGV in 2026 aan de routekaart voor een circulaire waterketen. Met de inzet en doorontwikkeling van de innovatiekracht en het kennisnetwerk maken we stappen om het hergebruik van (afval)water en de grondstoffen daaruit (zoals fosfaat) op te schalen (S8). Zo waarborgen we ook de zoetwatervoorziening en het vestigingsklimaat op de lange termijn. De meeste activiteiten uit het uitvoeringsprogramma liggen op koers om in 2026 te worden afgerond. De rol van het havengebied en de industriële activiteiten in de transitie naar een circulaire stad kunnen echter nog beter worden benut. Voor de toekomst is het opstellen van een regionale grondstoffenstrategie daarom van groot belang.

Maatschappelijke initiatieven Maatschappelijke initiatieven spelen een sleutelrol in het realiseren van een circulaire en rechtvaardige stad. Zij laten zien hoe circulaire principes in het dagelijks leven vorm krijgen en laten mensen ervaren dat een waardevol leven niet hoeft te draaien om consumptie, maar om betrokkenheid en zorg voor de eigen buurt. Van buurtwerkplaatsen en deelinitiatieven tot voedsel- en reparatieprojecten: betrokkenheid creëert draagvlak, begrip en bewustwording. Deze initiatieven brengen bewoners, ondernemers en lokale netwerken samen rond thema’s als voedsel, energie, buurtgroen en hergebruik. In Amsterdam zijn honderden van deze initiatieven actief, ondersteund door duizenden vrijwilligers. Deze sociale infrastructuur vormt een stevige basis waarop gemeentelijke activiteiten een waardevolle aanvulling vormen (S9-10). Zo stimuleert de gemeente inwoners zelf een bijdrage te leveren aan een circulaire buurt of leefomgeving. De ondersteuning is gericht op eigenaarschap,

lokaal ondernemerschap, sociale cohesie en biedt handelingsperspectief voor élke Amsterdammer.

Waar staan we nu? Sinds 2023 is de gemeentelijke inzet op maatschappelijke initiatieven verder uitgebreid (S9). Met een ondersteuningsaanbod, waaronder het faciliteren van een ecosysteem via AmsterDOEN, diverse regelingen en subsidies en het bieden van inhoudelijke ondersteuning op bijvoorbeeld juridisch vlak, versterkt de gemeente initiatieven bij start en doorontwikkeling. Samen met de doelgroep is gewerkt aan instrumenten die maatschappelijke initiatieven kunnen helpen. Amsterdam Funding Plus is hiervan een voorbeeld, waarbij de gemeente maatschappelijke initiatieven en sociale ondernemingen helpt bij het versterken van hun organisatie en toegang tot financiering. Daarnaast brengen de Amsterdam Dealmakers lokale partijen samen om zogenoemde donut-deals te sluiten. In deze praktische samenwerkingen verbinden we maatschappelijke, ecologische en economische waarde en is er ruimte voor ondersteuning op diverse onderwerpen zoals juridische vraagstukken, zichtbaarheid of toegang tot financiering. Het Meerwaarde Kompas helpt initiatiefnemers en ambtenaren om de maatschappelijke meerwaarde van iniatiatieven systematisch in beeld te brengen en mee te wegen in besluitvorming. De (door) ontwikkeling hiervan is om operationele redenen gepauzeerd.

De samenwerking vanuit het Actieprogramma AmsterDOEN met verschillende netwerken in stad en land, zoals MeentCoop en Collectieve Kracht, gericht op burgercollectieven en ‘commons’, en de Amsterdam Donut Coalitie en de daaraan verbonden initiatieven heeft wederzijds begrip en betrokkenheid vergroot. Ook heeft AmsterDOEN 28 instrumenten geidentificeerd voor samenwerking met de stad. De Amsterdam Donut Coalitie ondersteunt als netwerkorganisatie talrijke initiatieven en sociale bedrijven. Borging van capaciteit en programmatische samenhang vergen echter nog aandacht om tot echte doorbraken te komen. Om deze sector stadsbreed zichtbaar te maken en met het oog op een betere samenwerking ermee, wordt vanuit AmsterDOEN een monitor gemeenschapseconomie ontwikkeld.

In 2024 organiseerde de gemeente het Burgerberaad Schone Stad (S10). Een groep Amsterdammers formuleerde 26 voorstellen om afvaloverlast te verminderen. Drie voorstellen springen daarbij in het oog die direct bijdragen aan het realiseren van een circulaire stad: 1. een voorstel voor zero fresh food packaging beleid dat onnodig plastic verpakkingen voor groente, fruit en versproducten verbiedt; 2. een voorstel gericht op herbruikbare bekers en bakjes; 3. de oprichting van buurtgerichte ‘Goed Bezig!’-centra met minimilieustraten als toegankelijke buurtlocaties waar bewoners spullen kunnen laten repareren, hergebruiken, ruilen of recyclen, en klein huishoudelijk afval kunnen inleveren. We zien dat waardevolle gemeentelijke ondersteuning van maatschappelijke initiatieven tijdsintensief is en veel verschillende beleidsterreinen raakt. De basis van ondersteuning en samenwerking is gelegd. Versnippering, beperkingen in capaciteit en het ontbreken van langjarig financieel perspectief voor initatieven zorgt voor onderbenutting van het potentieel. Het stopzetten van de subsidieregeling Integraal maatschappelijk initiatief, ondanks hoopvolle resultaten, is hiervan een voorbeeld.

Lessen en aanbevelingen - Samen met de stad Lessen ƒ Een gedifferentieerde aanpak is nodig richting bedrijfsleven. De aanpak gericht op het mkb vraagt om onderscheid tussen innovatieve koplopers en reguliere bedrijven. ƒ Ongelijk speelveld. De opschaling van circulaire bedrijvigheid wordt geremd door concurrentievoordelen voor fossiele en lineaire bedrijven. Normering en/of beprijzing van grondstoffen­ gebruik is er praktisch niet. Daarnaast ontbreekt de infrastructuur voor energie en CO₂ om circulaire initiatieven op industriële schaal te realiseren. Milieu-, vergunnings- en fysieke ruimte voor experimenten en opschaling is schaars. ƒ De financiële sector loopt achter. Alhoewel er hard wordt gewerkt aan passende vormen van financiering hebben circulaire businessmodellen vrijwel zonder uitzondering moeite om investeringen aan te trekken.

16

Voortgang, lessen en aanbevelingen per programmaonderdeel | Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

ƒ Maatschappelijke initiatieven ervaren onzekerheid en beperkt perspectief. Afgelopen jaren is er meer beleid en aandacht geweest voor maatschappelijke initiatieven, maar gebrek aan structurele capaciteit, vaste locatie en meerjarige financiering vormen geen stevige basis om een krachtige organisatie op te bouwen. Hierdoor verkeren veel initiatieven voortdurend in een overlevingsstand. ƒ Initiatieven stuiten vaak op een versnipperde organisatie. Omdat elk initiatief meerdere beleidsterreinen raakt, ontstaat er een lappendeken van regelingen en ondersteuningsmogelijkheden. Hierdoor blijft de ontwikkeling van een echt passend ondersteuningsaanbod uit.

Aanbevelingen ƒ Versterk en verbreed de ondersteuning aan circulaire makers en stadsverzorgende bedrijven. Zorg dat het ondersteuningsaanbod voor circulaire ondernemers beter vindbaar en toegankelijk wordt door samen te werken met brancheorganisaties en ondernemers­ netwerken. Intensiveer hierbij ook de ondersteuning aan makers, ambachten, en stadsverzorgende bedrijven (zoals reparatiewinkels). Stimuleer publiek-private samenwerking met onderwijsinstellingen om nieuwe vakmensen op te leiden voor de circulaire arbeids­ markt, en richt ondersteuning zo in dat zowel makers als theoretisch geschoolde werknemers duurzaam kunnen bijdragen aan zowel het herstel van ambachtelijke vaardigheden in de stad als de regionale circulaire industrie en innovatie.

ƒ Versterk de ruimtelijke en fysieke randvoorwaarden voor circulaire bedrijvigheid. Neem circulaire economie structureel mee in ruimtelijke-economische planvorming door in transformatieen ontwikkelgebieden ruimte te bestemmen voor circulaire bedrijvigheid. Gebruik de potentie van de haven als proeftuin voor industriële innovaties door ruimte te bestemmen voor pilots en experimenten. ƒ Versterk de lobby en regelgeving voor een gelijk speelveld. Blijf actief inzetten op nationale en Europese wetgeving die circulaire productie en hergebruik stimuleert, bijvoorbeeld via BTWverlaging op reparatie en normering van recyclaat. Gebruik de positie van Amsterdam binnen Europese netwerken om nieuwe regelgeving, zoals de Ecodesign for Sustainable Products Regulation en de Critical Raw Materials Act, te beïnvloeden en te vertalen naar stedelijke uitvoering. ƒ Gebruik bestaande mogelijkheden dwingender. Combineer stimulerend beleid met meer dwingende instrumenten, zoals normen in aanbestedingsvoorwaarden en vergunningen of verplichtingen voor producenten. ƒ Zorg voor continuïteit en betrouwbaarheid richting ondernemers. Maak optimaal gebruik van het bestaande instrumentarium, met een duidelijk onderscheid tussen koplopers en reguliere bedrijven en bereid een vervolg voor de periode na 2026 voor. Integreer dit in de economische agenda, zodat opgebouwde kennis en netwerken behouden blijven.

ƒ Intensiveer samenwerking met provincie, Rijk en andere partners. Stem stedelijke en regionale initiatieven af en ontwikkel samen met het Havenbedrijf, Programmabureau NKZG, de provincie en de MRA één overkoepelende strategie voor grondstoffenstromen in het Noordzeekanaalgebied. Trek samen op, daar waar de gemeentelijke sturingsmogelijkheden en middelen beperkt zijn, bijvoorbeeld door gezamenlijk in te zetten op financiering voor circulaire businessmodellen.

ƒ Intensiveer de samenwerking tussen de verschillende beleidsterreinen. Organiseer overkoepelende samenhang, visie en sturing vanuit één duidelijke opdracht voor het harmoniseren en versimpelen van instrumentarium voor maatschappelijke initiatieven. Versterk daarbij de koppeling met ruimtelijk en sociaal beleid, evenals andere bestuursopdrachten zoals Vitale Systemen. Hanteer een financieringswijze die opgavegericht werken stimuleert en maak daarbij gebruik van structurele leeren reflectiemomenten met partners om ervaringen te delen, beleid te verbeteren en versnippering te bestrijden.

17

Uitgelichte projecten | Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

Samen met de Stad

Adviestraject Circulair Ondernemen voor Amsterdamse Maakbedrijven

Opdrachtgever: Team Circulaire Economie, Ruimte & Duurzaamheid in samenwerking met Economische Zaken & Cultuur. Rol gemeente: Ondersteuning bieden aan MKB‑bedrijven naar circulair ondernemerschap. Uitvoerder: Partners for Innovation.

Steeds meer Amsterdamse (maak)bedrijven willen de overstap maken naar duurzamer en meer circulair ondernemen, maar weten niet altijd hoe ze moeten starten of verder moeten gaan. In dit gratis adviestraject kunnen ondernemers op een laagdrempelige manier eerste stappen zetten met circulair ondernemen of, als ze er al mee bezig zijn, hun circulaire ambities naar een hoger niveau tillen. Sinds 2024 hebben zo’n 50 maakbedrijven deel­ genomen aan het traject. Zij kregen advies op maat over onder meer: ƒ ƒ ƒ ƒ ƒ ƒ

Circulair ontwerp Werken met hergebruikte materialen Ketensamenwerking Wet- en regelgeving Financiering Milieu-impactanalyse

Het traject stimuleert ondernemers anders te kijken naar hun productontwerp, materiaalgebruik en samenwerking met andere partijen. Hoewel de totale milieuwinst nog niet goed in cijfers te vangen is, laten de eerste resultaten zien dat het bewustzijn en de motivatie om het anders te doen groeit. Ook zien we dat deelnemers aan het traject onderling samenwerkingen aangaan, bijvoorbeeld rondom reststromen. Het betrekken van bedrijven is een uitdaging, veel ondernemers hebben andere prioriteiten of zijn nog onbekend met de mogelijkheden van circulair werken. Toekomstige acties richten zich daarom op werving, het delen van ervaringen tussen bedrijven en het meetbaar maken van de impact. Zo kunnen meer ondernemers de stap zetten naar een circulaire toekomst.

18

Uitgelichte projecten | Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

Samen met de Stad

Programma Investeringsgereed Innovatief MKB

Opdrachtgever: : Gemeente Amsterdam en Provincie Noord-Holland. Rol gemeente: Ondersteuning bieden voor groeistrategie en financieringsvragen van Amsterdamse ondernemers. Partners: KplusV, ROM InWest, Rabobank, Damen, TBI, Pre Zero, Corendon, Artis & Sodexo, AKEF, ImpactHub, Invesdor, NLC, Ready2Scale, Money Meets Ideas, VNO-NCW, Het Versnellingshuis, MVO Nederland, Stichting DOEN, Kaasstad Kapitaal, Ignite, Venntiv, ABN AMRO, Invest-NL, AMS Institute, AMEC, Techport, TNO/ECN, Amsterdam Made, Amsterdam Trade & Innovate, MKB Digital en Circular Workspace, Route Circulair, Partners for Innovation, Stichting Samen tegen Voedselverspilling, CupolaXS en diverse investeringsfondsen.

Het Programma Investeringsgereed Innovatief MKB (PIM NH) helpt ondernemers in Noord-Holland. Ondernemers krijgen advies op maat, toegang tot investeerders en ondersteuning bij het vinden van financieringsmogelijkheden en nieuwe klanten. Ook zijn er masterclasses, ‘launching customer’ evenementen en online hulpmiddelen. Sinds 2024 is er extra aandacht voor circulaire ondernemers, mede dankzij de stimulerende rol en financiële steun van de gemeente. Zij krijgen hulp bij het ontwikkelen van een groeistrategie en toegang tot financiering via subsidies, investeer­ ders of crowdfunding. Veel circulaire ondernemers hebben moeite hun ideeën te vertalen naar een

overtuigend financieringsplan aansluitend op de taal en modellen van investeerders. PIM NH begeleidt hen om investerings­klaar te worden en zo de circulaire economie te versnellen. Ook traditionele bedrijven worden gestimuleerd om circulair te ondernemen, wat bijdraagt aan een sterker netwerk en meer impact. PIM NH richt zich op bedrijven die circulair willen ondernemen, met als doel minstens de helft van de ondersteuning aan deze groep te bieden. In de praktijk is een derde van de deelnemers lineair en twee derde al circulair actief. De circulaire resultaten overtreffen de gestelde doelen, tussen medio 2024 en eind 2025 zijn 111 ondernemers aangemeld, 63 intakegesprekken gevoerd en 45 maatwerktrajecten gestart. De deelnemende bedrijven haalden ruim €6,4 miljoen aan financiering op, meer dan het dubbele van de verwachte €3,5 miljoen. Tijdens twee van de drie ‘launching customer’ evenementen kwamen ondernemers direct in contact met grote bedrijven en overheden. Dit leidde tot 73 nieuwe matches tussen ondernemers, waarmee de verwachtingen ruimschoots werden overtroffen.

i

19

Uitgelichte projecten | Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

Samen met de Stad

Circular Chain Accelerator Programma

Opdrachtgever: AMS Institute met subsidie van gemeente Amsterdam. Rol gemeente: Subsidieverstrekker en samenwerkingspartner. Partners: CiSe Network, Circular Pioneers, InvestNL, RSM Erasmus, Circular Economy Innovation Agency, en diverse financiële en kennispartners zoals Rabobank, ABN AMRO, Kopgroep Circulair Financieren, Venture Lawyers, ROM InWest, KIA CE, Provincie NH, New Paradigm en het Circular Supply Chain Network.

Het Circular Chain Accelerator programma helpt jaarlijks 10 ondernemingen met coaching, ketenadvies, matchmaking en financieringsoplossingen die passen bij circulair ondernemerschap. Ondernemers worden geselecteerd op basis van hun innovatieve karakter, relevantie voor Amsterdam, het team en de mate waarin zij passen bij het gekozen onderwerp. Met dit programma is Amsterdam koploper in de wereld. Inmiddels hebben 20 van de 30 geselecteerde onder­nemers het programma doorlopen en zijn de waardeketens organische reststromen en gebouwde omgeving afgerond. Alumni van het programma haalden samen meer dan €30 miljoen aan investering­en op. Twee minidocumentaires zijn uitgebracht over de resultaten en het innovatieve karakter van het programma.

Toegang tot kapitaal is essentieel om circulaire innovaties op te schalen. Dit programma maakt zichtbaar dat er andere financieringsroutes nodig zijn om écht circulair te kunnen ondernemen en dat samenwerking in de keten daarbij het verschil maakt. Circulaire ondernemers passen niet in het klassieke financieringssysteem, hun groei vraagt om geduld en innovatieve eigenaarschaps­modellen. Banken en fondsen moeten leren denken in waarde­ behoud in plaats van winst op korte termijn. Het programma verbetert de toegang tot financiering voor circulaire ondernemers. Door maatwerk­ ondersteuning en nauwe samenwerking met investeerders is er een sterke groei van kapitaal én van onderlinge samenwerking ontstaan. Inmiddels zijn er zes samenwerkingspartijen. Hierdoor wordt ook het vestigingsklimaat in Amsterdam voor circulaire bedrijven sterker. Het programma laat zien dat samenwerking loont: door investeerders vroeg te betrekken, kennis te delen en risico’s te spreiden, ontstaan financierings­ vormen die beter aansluiten bij circulaire ketens. Vervolgfinanciering is cruciaal om het netwerk van circulaire koplopers te behouden en de beweging door te zetten.

€

20

Voortgang, lessen en aanbevelingen per programmaonderdeel | Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

Voedsel en Organische reststromen Voedselproductie en -consumptie veroorzaken, na fossiele producten, de grootste ecologische voetafdruk in Amsterdam. Waardevolle nutriënten worden verspild en gaan verloren. Naast dat voedsel­ productie en -consumptie een forse bijdrage levert aan het stikstof­ probleem, de waterverontreiniging en ontbossing, laat de Monitor Voedsel (2025) zien dat voedsel voor bijna tien keer meer broeikas­ gassen zorgt dan al het vervoer en transport binnen Amsterdam. Bovendien zien we dat ruim 30 procent van het huis­houdelijk afval uit gfe (groente, fruit en etensresten) bestaat. De activiteiten binnen het programmaonderdeel Voedsel en Organische reststromen richten zich daarom zowel op het voorkomen van verspilling aan de voorkant als op het hoogwaardig benutten van reststromen aan de achterkant. Daarmee werken we aan het beter sluiten van de nutriëntenkringloop (V1-4). De activiteiten worden uitgevoerd in nauwe samenhang met de Uitvoerings­agenda Voedsel­strategie 2023 – 2026, doordat deze activiteiten invulling geven aan één van de zes actielijnen daaruit. Op 8 oktober 2025 is de Raad al geïnformeerd over de voortgang van de vijf andere actielijnen: eerlijk voedsel voor iedereen, gezondere voedselomgeving, lokale landbouw, ondersteuning van ondernemer­ schap en verschuiving naar meer plantaardige voeding12.

Binnen de waardeketen Voedsel en Organische reststromen zijn duidelijke stappen gezet. Van de zestien acties zijn er negen in uitvoering en vier afgerond. Van zes acties wordt verwacht dat ze ook na 2026 nog doorlopen. Enkele, zoals de monitor voedselstrategie (waar voedselverspilling onderdeel van is), zijn meerjarig van aard. De belangrijkste structurele uitdagingen zijn beperkende wet- en regelgeving, zoals de regels rondom de status van organisch materiaal dat wordt beschouwd als afval in plaats van als grondstof voor bodemverbetering. Dit beperkt de mogelijkheden voor hoogwaardig hergebruik. Daarnaast is er de afhankelijkheid van gedragsverandering van bewoners en bedrijven in de stad, bijvoorbeeld bij de invoering van gfe/t inzameling. 12 Raadsinformatiebrief Voedselstrategie

Voedselverspilling Als onderdeel van deze UACE is het Actieplan Voedselverspilling (V1) ontwikkeld. Hierin wordt de ontwikkeling van voedselverspilling bij bedrijven gevolgd met behulp van de speciaal hiervoor opgezette Monitor Voedsel. Zo weten we dat in Amsterdam jaarlijks 166 kton voedsel wordt verspild. Het grootste deel vindt plaats bij bedrijven. In de haven worden enorme hoeveelheden voedsel verwerkt. Kleine verliezen leveren daardoor absoluut al een grote bijdrage. Alle huishoudens bij elkaar verspillen ongeveer twee keer zo veel als de horecasector.

zoals aanpassing van verpakkingsgroottes, porties en winkelinrichting en om meer directe ondersteuning, bijvoorbeeld via tips en tools die in samenwerking met supermarkten of aan huis worden verspreid. Bij de inzameling ligt de focus voornamelijk op het plaatsen van inzamelvoorzieningen en het communiceren van de regels voor gescheiden inzameling. Boodschappen over het voorkomen van afval en verspilling maken hier momenteel geen deel van uit. Op basis van ervaringen in andere gemeentes in Nederland en het buitenland liggen er kansen om de boodschap van voorkomen en scheiden samen te brengen.

De aanpak om tot halvering van de voedselverspilling in 2030 te komen kent drie doelgroepen: bedrijven, huishoudens en sociale initiatieven. Elk met hun eigen activiteiten. Amsterdam werkt voor een aantal activiteiten samen met Stichting Samen Tegen Voedselverspilling, waaronder een onderzoek naar verspilling in huishoudens en de horeca. Parallel verkennen we de juridische mogelijkheden om verspilling actiever tegen te gaan. Daar waar landelijke of Europese regels in de weg zitten oefenen we invloed uit om deze aangepast te krijgen.

Sociale voedselinitiatieven richten zich veelal op het redden van voedsel ten behoeve van minimahuishoudens. De gemeente ondersteunt dit met praktische middelen en advies en onderzoekt samen met partners zoals directie Werk, Participatie en Inkomen en CircuLaw de mogelijkheden van een voedseldonatieplicht. Daarnaast wordt meegedacht over een digitale voedselmarktplaats (in samenwerking met Rotterdam) die reststromen beter toegankelijk moet maken voor onder andere maatschappelijke organisaties.

Waar staan we nu?

De gemeente Amsterdam zet zich in voor een circulaire aanpak van organische reststromen en de nutriëntenkringloop. Enerzijds richten we ons op het verbeteren van de nutriëntencyclus door het stimuleren van circulaire bodemverbeteraars en compost. Dit doen we door (buurt)initiatieven te ondersteunen het mogelijk te maken van kleine biovergisters en het steunen van onder­zoek naar alternatieve meststoffen en bodemverbeteraars, zoals humanure (mest gemaakt van menselijke ontlasting). Daarnaast werken we aan het sluiten van de waterkring­loop, onder meer door pilots uit te voeren om nutriënten terug te winnen uit afvalwater. Anderzijds verbeteren we de inzamelings­logistiek van organische reststromen. Dit omvat zowel het uitbreiden van de centrale inzamel- en verwerkingscapaciteit en logistiek voor huishoudelijk gfe/t (groente-, fruit-, etensresten en tuinafval), een taak van de gemeente, als het ondersteunen van decentrale initiatieven. Zo zorgen we ervoor dat meer organische reststromen circulair benut worden.

Het tegengaan van voedselverspilling bij bedrijven in de horeca en catering is vormgegeven via challenges, samenwerkingstrajecten en het Convenant Duurzame Catering. Deze samenwerkingen hebben geleid tot meer monitoring, menu-aanpassingen en verkleinen van reststromen. Binnen de hotelsector zijn in Amsterdam voorlopers actief die voedselverspilling aanpakken. De werkelijke impact zit in opschaling van aanpassingen en oplossingen binnen de wereldwijde hotelketens. Qua volumes ligt het grootste potentieel in de haven en de voedselverwerkende industrie. Het tegengaan van verspilling staat hier niet hoog op de agenda. Er zijn dan ook geen concrete doelstellingen of maatregelen. Bij huishoudens is het bewustzijn toegenomen door campagnes, onderwijsprogramma’s en lokale evenementen. Substantiële reductie vraagt om intensivering, dat is nu geen onderdeel van de aanpak. Te denken valt aan structurele veranderingen in de voedselomgeving,

Nutriëntenkringloop

21

Voortgang, lessen en aanbevelingen per programmaonderdeel | Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2023–2026

Waar staan we nu? Omdat de verwerking van organische reststromen veel juridische hindernissen kent (volgens de wet is het ‘afval’), is door CircuLaw een twintigtal instrumenten gedefinieerd die juist de kansen laten zien. Daarnaast is bij het Kader voor Experimenteerruimte Organische reststromen veel werk verricht om juridische knelpunten en kansen zichtbaar te maken met focus op de decentrale (buurt)initiatieven. Door deze kennis in te zetten bij lobby en gesprekken met onder andere Rijk en de Omgevingsdienst, wordt op meerdere fronten tegelijk toegewerkt naar het creëren van juridische ruimte voor lokale verwerking van gfe/t. Tegelijk wordt via deelname aan onderzoeken gewerkt aan bewijs voor de veiligheid en energetische waarde van de gecreëerde (vermi)compost. Er zijn grote stappen gezet om buurtcomposteren te faciliteren en de lokale verwaarding van organische reststromen (V2) te stimuleren, extra aangezet door de motie 580 van raadslid Van Munster. De compost­initiatieven in de stad zijn in cocreatie met de gemeente een samenwerking gestart. Daardoor is er een sterke beweging ontstaan die doelen stelt, monitort en professioneel toewerkt naar het voorzien van gft inzamelpunten waar lokaal compost wordt gemaakt en gebruikt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16619619/1