2. Voortgangsrapportage Energie voor de Stad 1 oktober 2024-30 juni 2025
Tekst van het document
Voortgangsrapportage Energie voor de Stad 1 oktober 2024 – 30 juni 2025
Inhoudsopgave 1.
Vooraf
3
2.
In het kort
4
3.
Voortgang op doelen
3.1 Beter overzicht en meer inzicht 3.2 Beter invullen van uitvoeringsrollen 3.3 Meer synergie organiseren 3.4 Meer betrokkenheid en draagvlak 3.5 Beter borgen van randvoorwaarden
7
7 8 13 14 15
4.
Beheersing
16
Colofon21
Peperbus in Amsterdam-Oost
Voortgangsrapportage Energie voor de Stad
2
1. Vooraf Energie is essentieel voor een leefbare stad, ons welzijn en voor onze welvaart. We werken samen met onze partners aan een duurzaam, toekomstbestendig en betrouwbaar energie systeem met genoeg, groene en betaalbare energie voor alle Amsterdammers. De energietransitie is een complexe en ingrijpende operatie, en daarmee één van de grootste uitdagingen waar we als stad voor staan. In deze collegeperiode ligt de focus op de middellange termijn (tot 2030). Daarnaast bereiden we ons voor op de periode 2030-2040. De oprichting van de regie- en uitvoeringsorganisatie Energie voor de Stad (hierna: EvdS) op 1 oktober 2023 heeft als doel de uitvoerings activiteiten van de Amsterdamse energietransitie binnen één organisatie te bundelen. Een deel van de opgaven, met name gericht op warmteen elektriciteitsinfrastructuur en de duurzame opwek, wordt gefaseerd ondergebracht bij EvdS om de uitvoering van de energietransitie efficiënter en effectiever te maken. Dit doen we onder andere door te focussen op integrale sturing en samenwerking en door de invulling van de gemeentelijke uitvoeringsrollen te verbeteren. De organisatie blijft zich continu ontwikkelen; in de komende periode worden verdere stappen gezet in het samenvoegen en optimaliseren van de energietransitie-activiteiten.
Opgave EvdS
Leeswijzer
We werken samen met onze (gemeentelijke) partners aan de warmtetransitie, het verzwaren van het elektriciteitsnet, de aanpak van netcongestie en de opwek van duurzame energie. Daarbij ligt onze focus op ruimtelijke inpassing, professionalisering van de uitvoering en het versterken van samenwerking, afstemming en draagvlak. Zo versnellen we de uitvoering, sturen we op haalbare businesscases, voor onder andere warmtenetten en duurzame opwek, verbeteren we de bewonersparticipatie en bereiden we concessies voor collectieve warmteoplossingen voor.
In hoofdstuk 2 lees je een korte samenvatting van de gebeurtenissen uit deze verslagperiode en een vooruitblik op de volgende periode. In hoofdstuk 3 wordt een toelichting gegeven op de voortgang, waarbij de resultaten gekoppeld zijn aan de doelen van EvdS. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de beheersingsaspecten (planning, financiën, risico’s en organisatie) en tegenspraak.
De inzet ligt op het verbeteren van processen, zoals bij de collectieve warmtevoorzieningen bij nieuwbouw en de aanpak van netcongestie. Tegelijkertijd werken we aan de randvoorwaarden voor de (middel)lange termijn, bijvoorbeeld voor de warmtetransitie. Daarbij staat rechtvaardig heid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid centraal.
In het document zijn, waar relevant, links toegevoegd naar documenten die in het afgelopen jaar zijn opgeleverd of naar websites waar nadere informatie te vinden is, bijvoorbeeld via onze Open Researchpagina of via projectenwebsites.
Meer informatie
Doel rapportage Het doel van deze rapportage is informeren- en verantwoording af te leggen over de voortgang op de doelen van EvdS. Omdat de opgave onder de Regeling Grote Projecten valt, wordt er specifiek aandacht besteed aan risico’s, leren en tegenspraak. Het op 24 september 2024 door het college vastgestelde Plan van Aanpak Energie voor de Stad dient als startdocument voor de rapportages. Deze tweede voortgangsrapportage heeft betrekking op de periode van 1 oktober 2024 tot en met 30 juni 2025 (Q4-2024 t/m Q2-2025) en beslaat drie kwartalen. De volgende rapportages stellen we elk halfjaar op. Voortgangsrapportage Energie voor de Stad
3
2. In het kort Terugblik op de afgelopen periode Met de aanleg van nieuwe en vervanging van bestaande energie voorzieningen bouwen we aan het welzijn en de welvaart van de stad. De verschillende onderdelen van de energietransitie - opwek, infrastructuur, energiegebruik - hebben invloed opelkaar, waardoor het blijvend investeren in een samenhangende en integrale aanpak nodig is voor een slagvaardige aanpak. We wekken steeds meer hernieuwbare energie op. Van de geschikte daken in Amsterdam heeft 27% zonnepanelen, tegenover 21% in 2023. Tegelijkertijd neemt de druk op het elektriciteitsnet verder toe door de groeiende vraag naar (groene) energie. Daardoor krijgen steeds meer bedrijven en projecten te maken met netcongestie en moeten zij wachten op een aansluiting of verzwaring. Samen met onze partners werken we aan slimme oplossingen om extra ruimte te creëren. Inmiddels levert de intensieve samenwerking met netbeheerders TenneT en Liander al concrete resultaten op. Zo is de bouw van de nieuwe elektriciteitsstations Oostzaan en Noord Papaverweg gestart, en is de verzwaring van station IJpolder in gang gezet. Voor 13 elektriciteitsstations is inmiddels een locatiebesluit genomen. Pas vanaf 2031 komt er stapsgewijs extra vermogen beschikbaar voor de regio Amsterdam, met uitloop naar 2036, waarmee netcongestie structureel verholpen wordt.
In Amsterdam is 76% van de bebouwde omgeving nog aangesloten op het gasnet. De warmtetransitie stokt door het teruglopen van
draagvlak voor grootschalige warmtenetten en onvoldoende grip op betaalbaarheid. Amsterdam blijft met de nieuwe koers warmtetransitie ambitieus in het behalen van de klimaatdoelen, maar we zien ook dat landelijk beleid de uitvoering op lokaal niveau beïnvloed. Afbouw van landelijke regelingen, het uitblijven van wetgeving en netcongestie maken het lastiger om bewoners en bedrijven mee te krijgen. Tegelijkertijd groeit binnen de gemeente de roep om meer sturing op verzwaring van het elektriciteitsnet, grip op betaalbaarheid en inzet op innovaties zoals energieopslag en -hubs. De stad ondersteunt lokale warmte- en energie-initiatieven, verduurzaming van woningen en duurzame opwekinitiatieven, waarbij we zoveel mogelijk ongelijk investeren voor gelijke kansen. De energietransitie is een samenwerkingsopgave, waarin iedereen een aandeel heeft; overheid, bedrijven, bewoners en stedelijke partners. In het Buurtberaad Warm Huis onderzoeken we in de Marathonbuurt in Stadsdeel Zuid wat bewoners belangrijk vinden bij de overgang naar een ander warmtesysteem. De adviezen van de bewoners worden dit najaar gepresenteerd.
De afgelopen periode heeft de gemeente Amsterdam zich hardgemaakt voor de Wet Collectieve Warmte waarmee we als lokale overheid meer grip krijgen op de warmtetransitie, er is een intentieovereenkomst gesloten met EBN en Firan voor deelname aan een publiek warmtebedrijf, we werken intensief samen met de netbeheerders en stedelijke partners om de gevolgen van netcongestie op de stad in beeld te brengen en de doorontwikkeling van het programma duurzame opwek heeft verder vorm gekregen.
Buurtberaad Warm Huis
Voortgangsrapportage Energie voor de Stad
4
We verbruiken 25% minder energie dan in 2010, ondanks dat de bevolking met 20% is gegroeid.
Van ons energieverbruik is 17% afkomstig van hernieuwbare bronnen. Vijf jaar geleden was dat nog maar 7%.Ruim 80% van onze energie komt uit fossiele bronnen.
Van de geschikte daken in Amsterdam heeft 27% zonnepanelen, tegenover 21% in 2023.
De tweede Monitor Uitvoering Energietransitie is opgeleverd.
Met name door het elektrificeren van mobiliteit, verwarming en industriële processen wordt de vraag naar elektriciteit naar verwachting 3 tot 4,5 keer zo groot in 2050 t.o.v. 2020. Op dit moment is er voor bedrijven al een wachtlijst om aan te sluiten op het stroomnet.
In 2023 verkeerden zo’n 7% van de huishoudens in Amsterdam in energiearmoede1 en 17% heeft een slecht geïsoleerde woning en weinig investeringsmogelijkheden2.
In Amsterdam is 76% van de gebouwde omgeving aangesloten op het gasnet. Om het net te versterken, worden in de komende jaren ongeveer 30 nieuwe elektriciteitsstations gerealiseerd en 13 bestaande stations uitgebreid. Voor 13 elektriciteitsstations is een locatiebesluit genomen.
Het routebesluit voor kabeltracé Rhijnspoor-Zeeburgereiland is genomen. In totaal gaat het om 13 kilometer kabelverbinding.
Op wijkniveau zijn inmiddels 353 van de in totaal 2.612 geplande extra elektriciteitshuisjes geplaatst.
1 2
Huishoudens met een laag inkomen en hoge energiekosten en/of met een woning van lage energetische kwaliteit (TNO, 2023). Lage energetische kwaliteit woning, weinig investeringsmogelijkheden (TNO, 2023). Voortgangsrapportage Energie voor de Stad
5
Vooruitblik op het aankomende jaar De aankomende kwartalen zetten we in op het structureel versterken van de aanpak van de energietransitie met bijzondere aandacht voor een aantal dossiers:
Publiek warmtebedrijf De gemeente Amsterdam bereidt de oprichting van een publiek warmtebedrijf voor. De komende periode werken we intensief met Energiebeheer Nederland (EBN, als staatsdeelneming), Firan (dochter bedrijf van Alliander) en ketenpartners samen aan de vormgeving van het warmtebedrijf met als streven deze in de tweede helft van 2026 op te richten. Dit bedrijf, in meerderheid in publieke handen zoals andere nutsvoorzieningen, geeft de gemeente meer invloed op groeisnelheid, tarieven en duurzaamheid van warmtenetten.
Warmteprogramma Het warmteprogramma brengt in beeld hoe Amsterdam in de toekomst zonder aardgas wordt verwarmd, op basis van uitgangspunten die samen met inwoners zijn opgesteld. We onderzoeken de financiële en technische mogelijkheden, zodat per buurt een voorkeursoplossing kan worden vastgesteld. Dit onderzoek vormt de basis voor de planning: welke wijk wanneer aan de beurt is. Het warmteprogramma wordt eind 2025 opgeleverd. Daarnaast wordt gewerkt aan een Milieu Effect Rapportage om milieueffecten en maatregelen in kaart te brengen.
Programma (hybride) warmtepompen
Intentieverklaring publiek warmtebedrijf Firan, EBN en de gemeente Amsterdam
internetpagina waar je kan zien hoe goed de warmteoplossing werkt ten opzichte van je huidige situatie. Ook wordt gewerkt aan versoepeling van regelgeving voor warmtepompen.
Maatschappelijk prioriteren netcongestie Veel gemeentelijke projecten, zoals scholen, gebiedsontwikkeling en opvanglocaties, lopen het risico geen aansluiting te krijgen doordat het stroomnet geen capaciteit meer heeft: netcongestie. Via het maatschap pelijk prioriteringskader van de ACM kunnen projecten met een belangrijke maatschappelijke functie voorrang krijgen op de wachtlijst van de netbeheerder. Op deze manier zijn al enkele gemeentelijke projecten aangesloten. We werken samen met directies Grond en Ontwikkeling (G&O) en Maatschappelijke Voorzieningen (MV) om de komende periode kansrijke projecten te prioriteren. De ruimte is beperkt, voor veel projecten is geen oplossing voorhanden en moet naar alternatieven worden gezocht.
Onderzoeks- en Innovatieagenda Energietransitie De Onderzoeks- en Innovatieagenda (2025-2030) zoekt binnen een aantal thema’s mogelijkheden om de energietransitie op te schalen of te versnellen. We richten onze aandacht op drie thema’s waar we als gemeente het verschil kunnen maken: Ruimte maken voor de toekomst, Draagvlak & Gedragsverandering en Inclusief & Betaalbaar financieren. Op deze thema’s werken we met particuliere partijen, overheden en wetenschappers aan concrete oplossingen. In samenwerking onderzoeks instellingen worden ‘living labs’ gecreëerd, hier worden nieuwe innovaties getest kunnen worden. Tijdens Sail 2025 zijn bijvoorbeeld generatoren op duurzame brandstof getest.
In Amsterdam geldt voor 110.000 woningen een (hybride) warmtepomp als kansrijk duurzaam warmtealternatief. Het programma richt zich op woningeigenaren in kansrijke buurten en grondgebonden woningen elders, met ondersteuning via communicatie, advies, subsidies en buurtbijeenkomsten. In Q3-2025 start een buurtaanpak in vijf buurten, waarbij bewoners worden begeleid in de overstap van cv-ketels naar duurzame alternatieven. Daarnaast worden verschillende hulpmiddelen ontwikkeld, zoals verduurzamingsadviezen, subsidieregelingen, pilots met collectieve bronnen en en een
Voortgangsrapportage Energie voor de Stad
6
3. Voortgang op doelen 3.1 Beter overzicht en meer inzicht
terwijl de stad met 20% is gegroeid. We wekken steeds meer duurzame elektriciteit op (17% ten opzichte van 7% 5 jaar geleden) en het door de gemeente gestelde doel voor zonne-energie in 2025 is bijna bereikt (322 van de 350 MWp). 63% van de woningen heeft een energielabel van D of hoger. Toch is nog steeds ruim 80% van onze energie afkomstig uit fossiele bronnen en blijft netcongestie de komende jaren een remmende factor op de verduurzamingsambities.
Wat en hoe We werken aan het creëren van beter overzicht en meer inzicht om integrale sturing binnen de uitvoering van de energietransitie mogelijk te maken. Dit doen we onder andere door te zorgen voor één totaaloverzicht, het monitoren van de voortgang op alle uitvoeringsonderdelen van de energietransitie en door overzicht over het gehele speelveld van betrokkenen.
Monitor uitvoering energietransitie De tweede Monitor Uitvoering Energietransitie is begin dit jaar opge leverd en als onderdeel van de rapportage Onze Stad van Morgen aan de gemeenteraad aangeboden. De monitor wordt jaarlijks opgesteld om te evalueren hoe de energietransitie in Amsterdam vordert. We kijken hierbij naar drie aspecten: energiegebruik, energie-infrastructuur en hernieuwbare energiebronnen. De monitor van 2025 bevestigt dat Amsterdam resultaten boekt, maar dat ook er knelpunten zijn: netcongestie, een tekort aan personeel en materialen, betaalbaarheid en tempo. We gebruiken 25% minder energie,
Energiekoers met stedelijke partners De uitvoering van de energietransitie loopt achter op de ambities. Dit komt mede door schaarste (ruimte, middelen, mensen) en druk vanuit de samenleving. Tegelijkertijd worden de vraagstukken steeds complexer – denk aan financiering, uitrol en draagvlak. Deze uitdagingen zorgen voor een kloof tussen ambitie en praktijk. In 2025 is Amsterdam een verkenning gestart naar hoe je de energie transitie beter kan sturen in de context van schaarste, geopolitieke druk, marktontwikkelingen en maatschappelijke scepsis. Uit een eerste verkenning blijkt dat een samenhangende aanpak kan bijdragen aan een effectievere uitvoering. Er is potentieel om energie- en CO₂reductie sterker te koppelen aan andere stedelijke uitdagingen, zoals wonen en ongelijkheid. Het idee is om samen met stedelijke partners een energiekoers voor de komende jaren te ontwikkelen, gericht op gezamenlijke richting, gedeeld eigenaarschap en prioritering van keuzes op basis van toekomstscenario’s.
De koers legt prioriteiten vast, verbindt ambities met uitvoering, en maakt afspraken over samenwerking, investeringen en verantwoordelijkheden.
Onderzoek congestiemanagement TenneT TenneT en Liander hebben een netcongestiemanagementonderzoek uitgevoerd. De uitkomsten van deze onderzoeken voor de provincie Noord-Holland zijn op 18 december 2024 door TenneT gepubliceerd. Het congestieonderzoek bevestigt dat de elektriciteitsnetten in Amsterdam zwaar onder druk staan. Hoewel geplande uitbreidingen van de hoogspanningsinfrastructuur door TenneT verlichting bieden, blijft samenwerking en het benutten van slimme oplossingen noodzakelijk om de stad draaiende te houden. Meer informatie is te vinden in de raadsinformatiebrief over het Congestiemanagement onderzoek TenneT.
In 2026 gaan we in gesprek met partners binnen en buiten de gemeenten om een gezamenlijk koers vast te stellen.
Voortgangsrapportage Energie voor de Stad
7
3.2 Beter invullen van uitvoeringsrollen Wat en Hoe We richten ons op het effectiever, efficiënter en pro-actiever invullen van de gemeentelijke uitvoeringscapaciteit. Dit doen we onder andere door doelmatige inzet van capaciteit, het hanteren van een vaste uitvoeringsaanpak en door het organiseren van tegenspraak. De energietransitie vereist intensieve samen werking en coördinatie tussen de verschillende opgaven, zowel binnen de gemeente als met externe partners.
Nieuwe koers warmte De nieuwe koers richt zich op het versnellen van de warmtetransitie waarbij we onze inzet binnen de bestaande bouw verleggen naar korte termijn CO₂-reductie. Dit doen we door in te zetten op kortetermijn maatregelen zoals de versnelde toepassing van hybride en all-electric warmtepompen, het verbeteren van woningisolatie en het efficiënter instellen van bestaande installaties. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan het stimuleren van de warmtetransitie op middellange termijn door het verbeteren van de betaalbaarheid voor bewoners, de verduurzaming van bestaande warmtenetten en het ondersteunen van bewoners, met extra aandacht voor huishoudens met een smalle beurs. Met deelname aan een publiek warmtebedrijf wordt de regie op de aanleg van collectieve warmtenetten versterkt. De keuzes voor de middellange termijn leggen we vast in het warmteprogramma, waarin per buurt beschreven wordt welke warmtetechniek het meest geschikt is. EvdS werkt samen met de directies Ruimte & Duurzaamheid en Wonen aan de uitwerking van de nieuwe koers. In de raadsinformatiebrieven Nieuwe Koers warmte van januari en juli wordt dit verder toegelicht. De belangrijkste deelopgaven van de warmtetransitie worden hieronder toegelicht.
Programma (hybride) warmtepompen Voor 110.000 woningen in Amsterdam is een warmtepomp (hybride of all- electric) een potentieel passend warmtealternatief. In maart 2025 is het programma (hybride) warmtepompen opgezet. Het programma richt zich op (1) woningeigenaren in buurten waar deze warmteoplossing kansrijk is en (2) eigenaren van grondgebonden woningen buiten deze buurten. We ondersteunen woningeigenaren bij het overstappen naar het duurzaam verwarmen van hun woning. Momenteel ontwikkelen we voor alle relevante buurten een aanpak, waarbij bewoners worden begeleid in het kiezen van een alternatief voor de cv-ketel. De buurtaanpak start in Q3-2025 in vijf buurten. Een deel van de geschikte woningen bevindt zich in een buurt waar een warmtenet de voorkeursoptie is. Voor de woningen in deze buurten komt in 2025 een aanpak die zich eerst richt op de meest haalbare doelgroepen. Voor deze aanpak is onderzocht welke informatie behoefte verschillende doelgroepen hebben en hoe deze het beste te beantwoorden is. Per doelgroep wordt de beste overstapstimulans geselecteerd. Naast de uitwerking en de opstart van de buurtaanpak werkt het programma aan projecten die deze aanpak ondersteunen. We onderzoeken wat het optimale ondersteuningsaanbod voor bewoners is en werken daarvoor verschillende producten uit.
Zo worden via een aanbesteding integrale verduurzamingsadviezen ingekocht, ontwikkelen we een subsidieregeling voor hybride warmtepompen en starten we een pilot met collectieve omgevingsbronnen als alternatief voor buitenunits. Ook bouwen we een online webtool die inzicht geeft in de rendabiliteit van warmtepompen en werken we aan versoepeling van regelgeving, zodat warmtepompen vergunningsvrij geplaatst kunnen worden.
Bewoner met warmtepomp in Amsterdam-Noord
Voortgangsrapportage Energie voor de Stad
8
Kansen pakken in de bestaande bouw
Publiek warmtebedrijf
Warmteprogramma
We scannen in overleg met Westpoort Warmte (WPW- warmteleverancier in Amsterdam Noord en West) een aantal wijken op haalbaarheid voor aansluiting op stadsverwarming. Onder kansrijke buurten verstaan we een buurt met veel hoogbouw, geconcentreerd bezit van woningcorporaties, een goede businesscase, en kansen voor werk met werk maken. Deze kansen werken we met de betrokken partijen verder uit. We gaan ervan uit dat ongeveer 25% van deze kansen tot een project leidt.
De Gemeente Amsterdam werkt samen met Firan, een dochter van Alliander, en Energie Beheer Nederland (EBN) aan de oprichting van een publiek warmtebedrijf om de warmtetransitie te versnellen. Dit bedrijf geeft de gemeente meer invloed op groeisnelheid, tarieven en duurzaamheid van warmtenetten. Het doel is om bewoners en bedrijven in regio Amsterdam te voorzien van duurzame, betrouwbare en betaalbare warmte en waar logisch, koude.
Samen met R&D werkt EvdS aan het warmteprogramma. Dit is de opvolger van de Transitievisie Warmte uit 2020 en geeft richting aan het aardgasvrij maken van bestaande woningen en utiliteits gebouwen. Als eerste stap zijn de uitgangspunten uit de Transitievisie Warmte getoetst. Daarnaast is er met een diverse groep belang hebbenden gewerkt om te komen tot de uitgangspuntennotitie van het Warmteprogramma.
Op 7 mei 2025 tekende wethouder Pels namens het college van B&W de intentieovereenkomst (IOK) voor een publiek warmtebedrijf met Firan en EBN. Binnen EvdS is een team opgezet dat intensief met EBN, Firan en ketenpartners samenwerkt aan de vormgeving van een publiek warmtebedrijf met als streven deze in de tweede helft van 2026 op te richten. De eerstvolgende stap is om in Q4 2025 te komen tot een ontwikkelovereenkomst, met daarin de belangrijkste inhoudelijke inrichtingsprincipes voor het publiek warmtebedrijf. In de raads informatiebrief Nieuwe Koers warmte en bijbehorende bijlage ‘’notitie publiek warmtebedrijf’ wordt dit verder toegelicht.
De uitgangspuntennotitie vormt de basis voor de keuzes die gemaakt worden met betrekking tot preferente techniek en bijbehorende fasering. Verschillende technieken worden daarbij afgewogen: individuele oplossingen zoals warmtepompen, collectieve oplossingen zoals laag-, midden- en hoogtemperatuur warmtenetten en andere technieken. Dit leidt tot een geactualiseerde kaart van Amsterdam waarin op wijk- of buurtniveau te zien is welke warmtechniek de voorkeur heeft en in welke periode de realisatie verwacht wordt. Het college verwacht eind 2025 tussentijdse resultaten van het warmte programma gereed te hebben en deze aan de raad voor te leggen.
In de Wildemanbuurt is afgelopen half jaar één flat aangesloten op stadswarmte (150 woningequivalenten - WEQ) en wordt voor 3 flats binnenkort besluitvorming verwacht over de aansluiting op een warmtenet (500 WEQ). In de buurt K-midden is de uitvoering gestart aan de eerste van de vier K-torens (laatste gereed in 2027). De torens worden aangesloten op stadsverwarming. We organiseren samen met Lieven de Key de overstap van gas naar warmte door praktische begeleiding en we zorgen ervoor dat bewoners hierdoor geen extra kosten of financiële overgangsproblemen hebben. Vanuit het kansenmanagement worden regelmatig kansen aan aangedragen voor verbetering van processen en samenwerking. Bijvoorbeeld naar aanleiding van werkzaamheden aan het riool en/of de wegen. Vaak is de voorgestelde oplossing ruimte reserveren voor toekomstige warmtenetten. We zorgen ervoor dat daarvoor een ontwerp wordt gemaakt op basis waarvan de ruimtereservering kan plaatsvinden. Als het warmteprogramma is opgeleverd kunnen we beter aansluiten bij andere grootschalige werkzaamheden en daardoor kostenefficiënter werken. Met Waternet, WPW en Vattenfall nemen we periodiek het portfolio van warmteprojecten door, op zoek naar kansen of opheffen van belemmeringen.
Voor het warmteprogramma wordt in Q3 en Q4 van dit jaar een plan-MER uitgevoerd. Het Plan-MER is een juridisch verplicht instrument voor projecten met een significante impact op de omgeving. Hierin wordt inzichtelijk gemaakt wat de effecten van de keuzes in het warmte programma zijn voor de leefomgeving en de inwoner van Amsterdam.
Op basis van data zoeken we naar gemeentelijk vastgoed of grote kantoorpanden dichtbij (<100m) een bestaand warmtenet en brengen we partijen bij elkaar. Met het programma Verduurzaming Zakelijke Markt gaan we bedrijven dichtbij een warmtenet actief benaderen, in eerste instantie als pilot. In de buurt K-midden worden deze torens aangesloten op stadsverwarming Voortgangsrapportage Energie voor de Stad
9
Ontwikkeling warmtenetten nieuwbouw EvdS is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitrol van duurzame collectieve warmte- en koudesystemen voor nieuwbouwprojecten in Amsterdam. Voor nieuwe warmtenetten voeren we projecten uit, waarbij de financiering, de realisatie, het beheer en de exploitatie (voor 30 jaar) via concessies wordt uitbesteed aan de markt. Voor deze projecten financiert de gemeente waar wenselijk de onrendabele top, omdat het voor marktpartijen niet altijd aantrekkelijk is om in te stappen. Momenteel wordt er door warmteleveranciers gewerkt aan warmtenetten in de volgende buurten: • Centrumeiland • Sluisbuurt Zuid • NDSM • Buiksloterhagen • Elzenhagen Zuid • Rousseaubuurt In de volgende buurten worden werkzaamheden voorbereid, zodat een warmteleverancier, warmtesystemen kan gaan aanleggen: • Sluisbuurt Noord • Baaibuurt West • Buikslotermeerplein • Nelson Mandelabuurt • Burgemeester Vlugtlaan • Buikslotermeerplein • Mercatorpark • Amstelkwartier 3de fase • Weespertrekvaart • Muyskenkwartier • Holendrecht • Centrumgebied Osdorp
Plan C
Concessies collectieve warmtesystemen
Gezien het feit dat aanbestedingen voor warmte- en koudesystemen sinds 2023 niet meer tot concessieovereenkomsten hebben geleid (WAD-kwartier, Strandeiland, Hamerkwartier en Arenapoort en Amstel III), wordt gewerkt aan een alternatief voor het geval warmtebedrijven niet meer investeren in nieuwe warmtenetten in gebiedsontwikkeling, zoals bij Sluisbuurt Noord: plan C. De projecten verschillen onderling en kennen specifieke risico’s, maar belangrijke overeenkomstige redenen voor het mislukken van deze aanbestedingen zijn de gestegen investeringslasten, het planningsrisico in gebiedsontwikkeling en de onzekerheid rondom en inhoud van de Wet collectieve warmte (Wcw). Dit zogenaamde ‘marktfalen’ kan leiden tot de zeer onwenselijke vertraging van de woningbouw. Plan C is een mogelijke tijdelijke oplossing waarbij de gemeentelijke middelen, kennis en capaciteit inzet voor de realisatie van een warmte- en koudesysteem in afwachting van de oprichting van het regionale publieke warmtebedrijf.
Concessies voor de exploitatie van warmtenetten werden vóór de oprichting van EvdS beheert door de directie Grond en Ontwikkeling (G&O). EvdS is sinds de oprichting verantwoordelijk voor nieuwe concessies, en heeft nu ook de bestaande concessies overgenomen van de directie G&O.
Ontwikkeling warmtenet Sluisbuurt Noord In maart van dit jaar is Eteck gestart met de bouwteamfase voor het warmtenet Sluisbuurt-Noord. In Q2 is begonnen met het systeemontwerp en bijhorende businesscase. Deze zomer levert Eteck de afgesproken bouwteamfaseproducten op, waarna eind dit jaar besluitvorming over het sluiten van de concessieovereenkomst volgt. De WCW lijkt medio 2026 deels in werking te gaan treden en eind 2027 volledig van kracht te zijn. Het streven is de concessieovereenkomst voor het eind van het jaar te ondertekenen.
Met de overdracht wordt EvdS verantwoordelijk voor aanbesteding en beheer van alle collectieve warmtesystemen in de stad. Hierdoor kan EvdS het concessiebeheer verbeteren, duidelijke afspraken maken met warmteleveranciers en zorgen dat de randvoorwaarden voor de warmtetransitie goed geregeld zijn. Onder de overdracht vallen de volgende bestaande concessies: • Noord (Westpoortwarmte) • Nieuw West (Westpoortwarmte) • Zeeburgereiland Sluisbuurt Zuid (Westpoortwarmte) • Lutkemeerpolder (Eteck) • Zeeburgereiland RI Oost (Westpoortwarmte) • Overamstel 1e fase (Vattenfall) • Overamstel 2e fase (Vattenfall) • Houthaven (Westpoortwarmte) • IJburg (Vattenvall) • Centrumeiland (Eteck)
Voortgangsrapportage Energie voor de Stad
10
L+T
T
A9 Zuid
L L
IJpolder Petroleumhaven Westhaven
Ruigoord
Westpoort
L+T L+T
Oostzaan
L
L
Tuindorp Oostzaan
Hemweg I & II
Klaprozenweg
L
Noord Papaverweg
Buikslotermeer Buikslotermeer
Havenstad
L
L Basisweg
L Nieuwpoortstraat
L
L
T
Sloterdijk Sextantweg
L
T
Westzaanstraat
L
Vliegenbos
L
Slotermeer L
Marnixstraat
Uilenburg
L+T
Zeeburgereiland
Hoogte Kadijk Frederiksplein Osdorp
Schipluidenlaan
L
L+T
L L
L
Rhijnspoor Watergraafsmeer
L
IJburg
Karperweg
L+T L+T
Overamstel
Nieuwe Meer I&II L
Zorgvlied
Diemen 380kV
Venserweg
L
Werkkaart Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035 Onderstations
Kabelverbindingen Ontwikkelingskader
Kabelverbindingen bestaand
Uitbreiding
150kV Nieuw
380kV
Definitieve locatie
150kV (Optie)
150kV
Voorkeurslocatie
50kV Nieuw
50kV
Zoeklocatie
te vervallen 50 kV (schematisch)
De kaart geeft een schematische indicatie van de toekomstige netarchitectuur. Elementen in deze kaart kunnen wijzigen.
Weesp Noord
Bijlmer Noord
L
Amstel III
L
Gaasperdam
Amsterdam Zuidoost Bijlmer Zuid Amstelveen
T Bijlmer Oost
T
L
Weesp Zuid
Faciliteren netuitbreiding Om in de toekomstige stroombehoefte te voorzien, moeten 13 bestaande elektriciteitsstations worden uitgebreid en 30 nieuwe elektriciteitsstations worden gebouwd. Een totaaloverzicht van alle elektriciteitsstationprojecten is te vinden in het Ontwikkelkader. Voor een overzicht van de meest urgente stations en waar recent ontwikkelingen op zijn geweest is te vinden in de raadsinformatiebrief “uitbreiding van het net”.
Draagvlak voor maatregelen congestie groeit. De informatievoorziening rond elektriciteitsinfrastructuur Is in het afgelopen jaar sterk verbeterd. De maatschappelijke acceptatie groeit; bewoners en (gemeentelijke) partners begrijpen steeds beter dat ruimtelijke ingrepen noodzakelijk zijn. Bewonersavonden worden goed bezocht en bewoners zijn geïnteresseerd, constructief kritisch en hebben begrip voor de werkzaamheden.
Maatschappelijk prioriteren netcongestie De gemeente Amsterdam is opdrachtgever voor verschillende projecten, zoals scholen, gebiedsontwikkeling en opvanglocaties voor asielzoekers. Een aanzienlijk deel van deze gemeentelijke projecten dreigen in de problemen te komen door netcongestie. Dankzij het maatschappelijk prioriteringskader van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) is er de mogelijkheid om, op basis van de maatschappelijke functie, voorrang te verlenen op de wachtlijst van de netbeheerder. Hierdoor kunnen maatschappelijke voorzieningen die we als essentieel beschouwen voorrang krijgen. Verschillende gemeentelijke projecten hebben op deze manier een aansluiting gekregen.
Elektriciteitshuisje in de Venserpolder
De komende periode zal EvdS, in samenwerking met de projectteams van de Directies G&O en Maatschappelijke Voorzieningen, doorgaan met het prioriteren van kansrijke gemeentelijke projecten zodat deze ondanks netcongestie toch kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnet. De ruimte die deze gezamenlijke aanpak oplevert, is eindig; maatschappelijk prioriteren werkt alleen als er meer vermogen beschikbaar komt op het net. Voor het gros van de gemeentelijke projecten biedt deze systematiek geen uitweg en moet worden gezocht
naar een alternatief. De mogelijke alternatieven voor deze projecten worden samen met de betrokken partners de komende periode uitgewerkt, waarbij alle belangen worden afgewogen.
Ontwikkeling projecten duurzame opwek De zonnepanelenprojecten, zoals zonne-carports en zonnepanelen op geluidschermen, bevinden zich in de planningsfase. Het projectplan voor de pilot zonnecarports is afgerond en het project is in de voorbereidings fase. De energieke route (Opwek van Energie op Rijksvastgoed OER1 – A9) bevindt zicht in de planfase en het projectbesluit wordt in Q3 ter inzage gelegd. De A10 (OER 2) heeft de voorverkenningsfase afgerond waarmee de potentie in beeld is gebracht. In Q3 wordt een intentieovereenkomst ondertekend met ProRail, RWS en gemeente Amsterdam waarmee een start wordt gemaakt met de verkenningsfase. Het onderzoeksproject naar de mogelijkheden van zonnepanelen op de assets (geluidschermen) van de gemeente Amsterdam is afgerond. De resultaten van het onderzoek worden opgenomen in de scope van OER 2 (A10). Het geothermieproject bevindt zicht in een onderzoeksfase. In deze fase wordt de potentie van de bronnen vastgesteld. In deze fase dient er ook een serviceprovider geselecteerd te worden die mee gaat doen in een toekomstig samenwerking op het gebied van geothermie. De komende maanden doen we onderzoek door heel Amsterdam naar de mogelijkheden van aardwarmte als duurzame energiebron voor het verwarmen van gebouwen.
Voortgangsrapportage Energie voor de Stad
12
3.3 Meer synergie organiseren Wat en hoe De energietransitie vraagt om gerichte expertise en nauwe samenwerking tussen programma’s, gemeentelijke diensten, bewoners, ondernemers en externe partners. We stimuleren deze synergie door partijen te verbinden, werkwijzen op elkaar af te stemmen en kaders te bieden voor gezamenlijke uitvoering. Zo wordt de uitvoering effectiever en toekomstbestendiger georganiseerd. Dit doen we onder andere door voor de programma’s op cruciale onderdelen dezelfde kennis en aanpak te ontwikkelen en te organiseren. Denk aan uitvoeringsexpertise, participatie en de communicatie richting cruciale stakeholders. Ook onderzoeken we een meer gebiedsgerichte aanpak voor warmte en elektra en sporen we belemmeringen op en lossen we deze gezamenlijk met onze partners op.
Verbeteren ruimtelijke afstemming en samenwerking In Q1 is gewerkt aan betere afstemming tussen energie-infrastructuur en andere stedelijke opgaven. Via het GIS-portaal krijgen programma’s inzicht in ruimtelijke knelpunten en kansen voor samenwerking, zoals bij het combineren van werkzaamheden in de openbare ruimte. Dit portaal is intern toegankelijk voor alle programma’s. In dit portaal is relevante geografische informatie samengebracht, waaronder gegevens over bestaande infrastructuur, geplande werkzaamheden en ruimtelijke beperkingen.
Programma’s maken gebruik van het GIS-portaal bij bijvoorbeeld het bepalen van locaties voor nieuwe energie-infrastructuur. Door deze gezamenlijke informatievoorziening ontstaat meer inzicht in conflicterende ruimteclaims en kunnen programma’s hun keuzes beter op elkaar afstemmen. Dit voorkomt dubbel werk en helpt bij het identificeren van kansen voor het combineren van werkzaamheden (“werk met werk maken”).
Uit de verkenning blijkt dat de onzekerheid, die de energietransitie als opgave typeert, lastig is voor de programmeeropgave van V&OR en hun ambitie om werk met werk te combineren in de openbare ruimte. V&OR heeft behoefte aan meer kennis over de energietransitie om deze goed mee te nemen in hun werk.
Versterken samenhang gemeentelijke opgaven
In Q1 2025 is gewerkt aan de duiding van de gevolgen van de Wet collectieve Warmte (WCW) en Wet gemeentelijke instrumenten Warmtetransitie (WgiW) in een eerste juridische verkenning rondom governance structuren, eigendomsvormen en rollen van publieke en private partijen. Deze trajecten vragen om een nieuwe balans tussen juridische zekerheid en uitvoerbaarheid. Het juridische team heeft meegewerkt aan de lobby over de landelijke wetgeving, die in juni heeft geleid tot besluitvorming over de WCW.
Binnen het onderdeel Reserveren en Programmeren (REP) stond de vraag centraal hoe nieuwe energie-infrastructuur ingepast kan worden en hoe we de uitvoering hiervan beter kunnen laten aansluiten op andere stedelijke opgaven in de openbare ruimte.
Juridische expertise
De leidraad ruimte reserveren 1.0 - waarin we afspraken hebben vastgelegd om bij de vervanging van het riool ruimte vrij te houden voor een toekomstig warmtenet - wordt verder uitgewerkt naar een leidraad ruimte reserveren 2.0. Hierin geven we met name een aantal juridische en financiële afspraken verder vorm. De verwachting is dat de aanleg van nieuwe infrastructuur kan versnellen doordat we nu al rekening houden met toekomstige ruimtevraag.
Verkenning energietransitie en openbare ruimte (V&OR) We hebben samen met V&OR verkend wat de impact van de energietransitie is op de inrichting van de openbare ruimte in de stad. Daarnaast is gekeken hoe we als gemeentelijke organisaties beter kunnen sturen op deze opgave. Met deze samenwerking sturen we op een betere regie op- en samenhang tussen verschillende opgaven.
Zonnepanelenbloem in Amsterdam-Noord
Voortgangsrapportage Energie voor de Stad
13
3.4 Meer betrokkenheid en draagvlak Wat en Hoe Bij het uitvoeren van de energietransitie zijn we in grote mate afhankelijk van anderen: de netbeheerders voor de infrastruc tuur, bewoners en ondernemers voor het verduurzamen van hun panden en bedrijven en het rijk voor landelijke wetgeving (met name rond warmte), en financiële ondersteuning en maatregelen voor een betaalbare transitie. De energietransitie raakt iedereen en vraagt daarom om breed draagvlak en betrok kenheid vanuit de samenleving, het bestuur en de ambtelijke organisatie. In onze aanpak besteden we specifiek aandacht aan de impact van ons werk op bewoners. We informeren actief, gaan op tijd het gesprek aan en hebben oog voor kwesties die voor hen belangrijk zijn. Over deze onderwerpen voeren we ook intensieve gesprekken met onze partners, omdat zij vaak het eerste contact met bewoners hebben.
Versterken onderlinge samenwerking participatie In 2025 is gewerkt aan het versterken van de onderlinge samenhang tussen participatietrajecten binnen de energietransitie. In januari is een Doelen-Inspanningen-Netwerk (DIN) opgesteld dat inzicht geeft in alle lopende, geplande en noodzakelijke participatieactiviteiten. Dit overzicht helpt bij het prioriteren van inzet, het afstemmen van capaciteit en het ontwikkelen van een gedeelde aanpak over programma’s heen.
Lopende Participatietrajecten Buurtberaad warm huis Het buurtberaad Warm Huis (uitvoering van motie 505.23) is op 18 juni van start gegaan. In dit burgerberaad hebben bewoners de unieke positie om mee te beslissen over de plannen voor CO2 besparing en duurzame warmte voor hun eigen buurt. Ondanks het ingewikkelde onderwerp, zijn de deelnemers betrokken en geïnteresseerd, en krijgen we positieve feedback over het proces. De uitkomsten en adviezen worden in Q3 van dit jaar gepresenteerd. We evalueren het proces om te onderzoeken of dit een goed participatiemiddel is om op andere plekken in de warmtetransitie toe te passen.
Participatieplan (hybride) warmtepompen
situatie waarin capaciteit geblokkeerd blijft door gebrek aan actuele of gedeelde data. Een oproep aan de Tweede Kamer hierover leidde tot een aangenomen motie. Samen met de VNG werken we aan een goede uitvoering daarvan.
WCW Een belangrijk lobbydossier van de afgelopen jaren is de Wet Collectieve Warmte, cruciaal voor de uitrol van warmtenetten. Samen met andere gemeenten, EBN, netbeheerders en maatschappelijke organisaties hebben we ingezet op snelle duidelijkheid over publieke zeggenschap en betaalbaarheid.
Stakeholdermanagement
Om de aanpak voor all-electric buurten aan te laten sluiten op wat er speelt in de buurt vóórdat we er beginnen, worden in vier buurten een sociale buurtscan uitgevoerd. Dit biedt input voor het participatieplan en hiermee kunnen we advies uitbrengen of we kunnen starten in deze buurt, rekening houdend met de sociaal-maatschappelijke aspecten in de buurt. Gelijktijdig maken we een overkoepelend participatieplan voor de buurtaanpak, met oog voor de verschillende doelgroepen. Deze worden per buurt verder in detail uitgewerkt, waar we de sociale buurtscans voor gebruiken.
Door de complexiteit van de energietransitie is samenwerking en afstemming met een breed netwerk van stakeholders essentieel. We hebben onderzocht hoe stakeholdermanagement ingezet kan worden om meer omgevingsgericht te werken. Op zowel elektra als warmte is een netwerkanalyse gemaakt en zijn de issues geanalyseerd. In de twee helft van 2025 worden de conclusies van dit rapport intern gebruikt voor het efficiënter inzetten van stakeholdermanagement.
Lobbystrategie
Bij de plaatsing van elektriciteitshuisjes is de locatiebepaling cruciaal. Daarom hebben we de afgelopen periode gewerkt aan een werkinstructie die de plaatsing van elektriciteitshuisjes makkelijker moet maken. Deze werkinstructie locatiebepaling elektriciteitshuisjes omvat een set van inpassingscriteria die gehanteerd worden door de gemeente. Dit is een belangrijk document voor drie onderdelen bij de inpassing van de huisjes; het proces, de mogelijke keuze voor de peperbus (zie pagina 2 voor foto) en de criteria die gehanteerd worden bij de locatiebepaling, zowel kwalitatief als kwantitatief.
We hebben vanuit de belangen van de gemeentelijke energietransitie samen met R&D een opgavegerichte lobbyagenda ontwikkeld. Dit vormt de basis voor onze inzet richting Den Haag en, waar nodig, Brussel. Deze agenda richt zich op cruciale beleidsvraagstukken en regelgevings vraagstukken in de energietransitie en die het oplossen van netcongestie in de weg zitten. Deze resultaten zijn de afgelopen periode gerealiseerd:
Werkinstructie elektriciteitshuisjes
Netcongestieproblematiek Vijfhuizen In de regio Haarlemmermeer kan op termijn transportcapaciteit worden vrijgespeeld door het oplossen van papieren netcongestie, een
Voortgangsrapportage Energie voor de Stad
14
3.5 Beter borgen van randvoorwaarden Wat en Hoe Om de energietransitie slagvaardig aan te kunnen pakken, werken we aan het beter borgen van de randvoorwaarden. We hebben onze uitvoeringskaders, werkwijzen, kennis, capaciteit, organisatie, middelen en mandaat versterkt. Zo vergroten we de slagkracht van onze teams en kunnen we sneller en effectiever inspelen op de uitdagingen in de uitvoering.
Organisatieontwikkeling Om effectief aan de energietransitie te blijven werken, werken we aan de doorontwikkeling van onze organisatie. In 2025 is de opzet voor de Virtuele Directie Energie, waarin EvdS en het team energietransitie van R&D structureel samenwerken, vormgegeven. Vanaf 2026 worden deze twee afdelingen samengevoegd tot één directie energie. Dit moet ervoor zorgen dat de opgave Energie integraal en als een geheel (beleid en uitvoering) aangestuurd wordt.
Strategische capaciteitsopgave Schaarste in gekwalificeerd personeel bedreigt het realiseren van diverse ambities zoals woningbouw, klimaatadaptatie en de energietransitie. we hebben de afgelopen maanden de strategische capaciteitsopgave voor Amsterdamse congestieopgave in kaart gebracht; wanneer in de tijd en waar in de gemeentelijke keten hebben we welke capaciteit en competenties nodig om het beoogde werkpakket voor de komende jaren van Liander en TenneT weg te kunnen werken.
Onderzoek en innovatie Het onderzoek geeft een beeld van de knelpunten bij het zoeken van personeel én biedt handelingsperspectief met duidelijke oplossingen. Het onderzoek, en het oplossingenmodel dat hierbij is ontwikkeld, is hiernaast mogelijk interessant voor andere grote fysieke opgaves, ook gezien dezelfde schaarse functies en competenties nodig zijn binnen de verschillende opgaves.
Meerjarig investeringsbeeld Bij de Voorjaarsnota 2024 heeft het college de opdracht gegeven om de meerjarige investeringen voor de Energietransitie over de komende 15 jaar in kaart te brengen. Om te komen tot een investeringsoverzicht zijn twee externe onderzoeken uitgevoerd. AEF heeft de diensten en partners van de gemeente gevraagd welke investeringen zij voorzien en Quintel heeft de investeringsbehoefte doorgerekend met het Energie-Transitie-Model (ETM), uitgaande van het gemeentelijke beleidsscenario tot 2040. Met het onderzoek van Quintel heeft AEF de betrouwbaarheid van de bestaande ramingen van de gemeente geduid. De belangrijkste resultaten: • In totaal is er (geografisch) in de stad circa € 20,8 miljard aan investeringen nodig van bedrijven, gemeente en bewoners; • Een aanzienlijk deel van deze investeringen is rendabel, (laadinfra, duurzame opwek van elektriciteit en het elektriciteitsnet). Niet rendabel zijn de investeringen in de gebouwde omgeving (het warmtenet) en in de industrie (ontwikkeling van waterstofproductie en distributie). De overige investeringen vallen daartussenin; • De investeringen zonder een sluitende businesscase komen niet tot stand zonder publieke middelen, en; • Voor slechts een klein deel van deze investeringen wordt naar gemeente Amsterdam gekeken. De grootste gemeentelijke investeringen zijn nodig voor warmte-infrastructuur (7,6 miljard).
Doormiddel van de hefboom hoeft de gemeente niet de volledige investering zelf te doen (bijvoorbeeld 70% vreemd vermogen, 30 % eigen vermogen en daarvan weer 1/3 deel voor de gemeente).
Om de uitvoering van energietransitie haalbaar en betaalbaar te maken, zijn andere werkwijzen en betere oplossingen, processen en samen werkingsvormen noodzakelijk. Voor de onderzoeks- en innovatieagenda 2025-2023 zijn onderwerpen geïdentificeerd waar we meer kennis over nodig hebben. Momenteel wordt gewerkt met drie thema´s: • Ruimte maken voor de toekomst: Het toepassen en ontwikkelen van innovaties in de stad, die impact hebben op genoeg, duurzame en betaalbare energie en/of de ruimtelijke impact van de energietransitie. • Draagvlak en gedragsverandering: Realiseren van een forse energiebesparing door gedragsinnovaties. • Inclusief en betaalbaar financieren: Financiële drempels verlagen door toegankelijke financieringsoplossingen en ondersteuning van kwetsbare groepen. De Onderzoek- en Innovatie-agenda is in juli opgeleverd en de samenwerking met Amsterdam Metropolitan Solutions (AMS) Instituut is opgestart. Met de roadmap Ruimte maken voor de Toekomst zijn we gestart: daar werken we aan een verkenning over de toepassing van biogas en bieden we ruimte voor de tijdelijke inzet van innovaties voor de opwek van duurzame energie. In het kader van Draagvlak en Gedrag pakken we het vervolg op van de Europese pilot Positive Energy District Atelier in Buiksloterham: welke zaken moeten we verder ontwikkelen voor grootschalig(er) toepassing in de Gebiedsontwikkeling in Amsterdam?
Energiecafé Als organisatie werken we aan meer begrip over de complexiteit van de opgave en kennis over de aanpak door het organiseren van in- en externe sessies en kennisdeling. We organiseren bijvoorbeeld drie keer per jaar het Energie Café, waar we externe en interne sprekers uitnodigen voor een gesprek over relevante onderwerpen. Het afgelopen jaar waren dat een terugblik op 25 jaar energietransitie in Nederland en hoe we ons huidige stroomnet beter kunnen benutten.
Voortgangsrapportage Energie voor de Stad
15
Planningsmanagement
4. Beheersing Wat en Hoe EvdS werkt aan beheersing door planning, financiën, risico’s en organisatie systematisch in kaart te brengen. In deze verslagperiode is op programmaniveau een rapportagecyclus ingevoerd, waardoor voortgang en knelpunten structureel gevolgd en besproken worden. Met de integrale masterplanning is beter overzicht gecreëerd, waardoor de opgave beter te sturen is. Risicomanagement is verankerd door risico’s op operationeel, tactisch, strategisch niveau en in samenhang te beoordelen. De koppeling van het bedrijfs- en formatieplan heeft geleid tot meer zicht op de inzet van personeel. Tot slot bereiden we de oprichting van de Directie Energie voor, vanuit beheersing is extra aandacht voor een soepele organisatorische integratie.
Met de introductie van een integrale masterplanning is er een samen hangend overzicht van werkzaamheden op korte, middellange en lange termijn, inclusief afhankelijkheden met stedelijke partners en netbeheerders. Binnen de programma’s zijn verschillende mijlpalen bereikt, zoals de start van de bouwteamfase Sluisbuurt Noord voor een collectieve warmteoplossing, uitvoering in de K-buurt en het WG-terrein van warmtenetten, het routebesluit voor het kabeltracé Rhijnspoor–Zeeburgereiland, de contractvoorbereiding voor zonne carports en geothermie en de vaststelling van de Uitgangspunten notitie voor het Warmteprogramma. Tegelijkertijd laat de planning zien dat het werk van EvdS dynamisch is en beïnvloed wordt door vertragingen (o.a. gebrek aan capaciteit), bestuurlijke keuzes en externe afhankelijkheden. Met het gebruik van Primavera en de masterplanning neemt de discipline in planningsbeheersing toe, maar afhankelijkheid van landelijke wetgeving en interne capaciteit blijven aandachtspunten voor de tweede helft van 2025.
Exploitatie: budget en realisatie Per 30 juni 2025 wordt verwacht dat EvdS uitkomt op een onderbesteding van circa € 3,6 mln. ten opzichte van het beschikbare budget van € 27,7 mln. Ten opzichte van de vorige verslagperiode (peildatum Q3 2024) zijn de volgende ontwikkelingen van belang: • Budget en mutaties: In de VJN ’25 is op basis van de toen beschik bare prognose een incidentele besparing van € 4,2 mln. ingeboekt bij CWA, WBB en EVA, conform de GMT-opdracht om binnen de begroting besparingen te realiseren. Ook is de formatie van 54,8 fte structureel en 35,6 fte meerjarig incidenteel bekrachtigd, met doorwerking in het budget. Voor Duurzame Opwek wordt de formatie tijdelijk uit het EvdS-budget gedekt in afwachting van middelen vanuit R&D (per 1-1-2026 wanneer EvdS en R&D-ET samengaan). Verder is deze verslagperiode conform GMT besluit een correctie
•
van € 0,47 mln. verwerkt voor het vervallen van de marktconformiteitstoeslag. Tenslotte is op basis van de realisatie t/m Q2-2025 en in samenspraak met DMC besloten om € 3,2 mln. CDOKE-middelen van 2025 door te schuiven naar 2026, en het budget voor 2025 hiermee te verlagen. Conform B&W-besluit mogen deze middelen uit 2025 ook in 2026 worden ingezet en verantwoord; een eventueel surplus van de middelen die begroot zijn in 2026, kunnen nog maximaal één jaar worden benut in 2027 (het laatste jaar waarop deze rijksmiddelen mogen worden verantwoord). Realisatie en prognose: De onderbesteding van circa € 3,6 mln. heeft meerdere oorzaken. Deels is dit het gevolg van vertragingen in opdrachtverstrekking en betalingen, en deels van de binnen geheel EvdS lagere realisatie van adviesopdrachten en vacatures die nog niet of later zijn ingevuld. Buffers voor onvoorzien (capaciteit en externe kosten) zijn niet aangesproken. Daarnaast weerspiegelt de onderbesteding de ontwikkelfase waarin EvdS zich bevindt. Programma’s zoals Duurzame Opwek en het concessie beheer binnen CWA zijn nog in opbouw, waardoor besluitvorming en contractering meer tijd vergen. De herijkte koers warmte – met nadruk op snellere CO2-reductie, betaalbaarheid en publieke regie – leidt o.a. bij WBS en CWA tot heroriëntatie van de opgave en bijbehorende organisatie.
Waar collectieve warmte voor nieuwbouw eerder vanzelfsprekend was, ligt de nadruk nu meer op haalbaarheid en risicobeheersing. EvdS treedt daarbij zelf op als concessiehouder (bijv. Sluisbuurt Noord) en bereidt de oprichting van een publiek warmtebedrijf voor. Daarnaast speelt dat de uitbreidingen van de netinfrastructuur minder snel gerealiseerd worden dan verwacht. Daardoor hoeft EVA minder hard te groeien dan eerder werd ingeschat. Deze ontwikkelingen maken dat de financiële doorloop zich anders ontwikkeld dan eerder geraamd. De energietransitieopgave blijft echter complex en dynamisch wat maakt dat we ook de komende jaren een passende gemeentelijke organisatie nodig hebben, die flexibel kan inspelen op de ontwikkelingen. We werken de komende maanden aan scenario’s om sneller te kunnen schakelen bij veranderende omstandigheden.
Voortgangsrapportage Energie voor de Stad
16
Rapportage H1-2025 prijspeil 30-06-2025 (euro's X 1000)
Budget 2025 Beginstand
Mutaties VJN'25
Realisatie t/m H1-2025
CDOKE schuif ('25 Actueel > '26)
1
2
EvdS
11.809
EVA
Betaald
Nog te verplichten
PEJ (per H1-2025)
Saldo Einde Jaar (per H1-2025)
4=1+2+3
5
6
7=8-5
8
9=4-8
-689
11.120
4.173
3.467
4.926
9.099
2.021
9.482
-2.968
6.514
2.439
2.223
3.008
5.447
1.067
CWA
7.988
-2.302
-2.400
3.286
1.964
1.670
1.676
3.640
-354
WBS (voorheen WA / WBB)
3.731
-336
-700
2.695
1.314
954
1.342
2.656
40
Strategie warmte (50% EvdS)1
2.035
0
2.035
518
457
790
1.307
728
Warmteprogramma
1.356
-35
1.321
668
455
593
1.261
60
0
760
760
323
309
363
686
73
36.401
-5.570
27.732
11.400
9.535
12.697
24.097
3.635
Opwek Duurzame Energie Totaal EvdS
1
3
Verplicht
Prognose Einde Jaar
-3.100
Strategie Warmte is 50-50 met R&D.
Voortgangsrapportage Energie voor de Stad
17
Ontwikkelingen risicomanagement Risicomanagement richt zich op het beheersen van de risico’s waar we als organisatie invloed op hebben en het signaleren en agenderen van risico’s die elders liggen. In deze verslagperiode is een overkoepelend proces ingevoerd, waarbinnen risicobeheersing wordt georganiseerd op drie niveaus: strategisch, tactisch en operationeel. Op strategisch niveau worden risico’s beoordeeld op hun impact op de vijf organisatie doelen van EvdS en de bredere gemeentelijke keten. Dit borgt dat risico’s die de energietransitie als geheel raken tijdig worden
geadresseerd. Op tactisch niveau worden risico’s op het niveau van de programmadirectie beschouwd. Hier worden afhankelijkheden en samenhang tussen programma’s zichtbaar, zodat risico’s niet geïsoleerd blijven. Op operationeel niveau brengen programma’s en uitvoerings teams hun eigen risico’s in kaart en worden beheersmaatregelen uitgewerkt. In deze rapportage lichten we de belangrijkste risico’s en bijbehorende beheersmaatregelen toe.
Niveau
Ongewenste gebeurtenis
Oorzaken
Beheersing
Strategisch structureel
Netcongestie is een kritieke bottleneck en beperkt elektrificatie van de stad. Ondanks gezamenlijke inspanningen van gemeente en netbeheerders is de impact op de uitvoering groot.
Beperkte investeringen, lange vergunningstrajecten, onvoldoende prioritering van projecten, ‘onconventionele maatregelen’ blijven uit.
Vergunningen en procedures versnellen, intensieve samenwerking met netbeheerders bevorderen, lobby intensiveren, investeren in innovatieve technologieën, zoals slimme netwerken en opslag.
Draagvlak kan afnemen, waardoor de energietransitie minder prioriteit krijgt en besluitvorming trager verloopt.
Weinig voortgang op de opgave t.o.v. de hoeveelheid middelen, onvoldoende inzicht in activiteiten in relatie tot de maatschap pelijke opgaven.
Zorgvuldige strategie voor agendering en communicatie richting bestuur en raad, monitoring van voortgang en rapportage.
Draagvlak bij partners, zoals wooncorporaties, netbeheerders en inwonerscollectieven, kan afnemen waardoor het realisatietempo stagneert.
Onvoldoende externe oriëntatie, onvoldoende samenwerking aan de stedelijke opgave, onzekerheid rond landelijke wetgeving.
Actieve stakeholderaanpak, integrale benadering van de opgave, gezamenlijk kansen verkennen.
Bij sleutelprojecten van EvdS kan extra budget nodig zijn om realisatie mogelijk te maken.
Onzekerheid over landelijke wetgeving, zoals de Wet collectieve warmte en CO₂-beprijzing, leidt tot terughoudendheid bij investeerders en gemeenten.
Tijdige afspraken over dekking en risicodeling.
De betaalbaarheid van duurzame warmte staat onder druk, waardoor draagvlak afneemt en de uitrol van warmtenetten stokt.
Een oneerlijke verdeling van kosten in de warmtetransitie betekent de laagste maatschappelijke kosten, niet een betaalbare optie voor de eindgebruiker.
De gemeente zet zich in voor prijscompensatie vanuit de Rijksoverheid.
Kansen voor versnelling en synergie blijven onbenut wat het risico op inefficiënties en een geïsoleerde positie van de programma’s binnen EvdS vergroot.
Onvoldoende van elkaar leren beperkt de meerwaarde van de programmatische aanpak.
Investeren in samenwerking, kennisuitwisseling.
Samenwerking met netbeheerders en marktpartijen verloopt niet altijd efficiënt, dit kan leidt dit tot vertragingen.
Een tekort aan gekwalificeerd personeel bemoeilijkt de uitvoering en vergroot de afhankelijkheid van externe inhuur.
EvdS zet in op strategische personeelswerving en versterking van de governance om hier verbetering te realiseren.
Strategisch/ tactisch
Voortgangsrapportage Energie voor de Stad
18
Niveau
Ongewenste gebeurtenis
Oorzaken
Beheersing
Tactisch
Ruimtegebrek in de stad dwingt tot keuzes, tussen bijvoorbeeld middenspanningsruimtes (MSR) en warmteoverdrachtstations (WOS) en groen/ openbare ruimte. Programma’s moeten daardoor concurreren op schaarse ruimte.
Door het volgebouwde stedelijk profiel, zeker in oudere stadsdelen,- is ruimte schaars, waardoor nu vaak al parkeerplekken, verblijfsruimte of groen moet wijken.
Overzicht & inzicht in opgave en ruimtevraag. Langere termijn: investeren in (landelijke) innovaties, zoals bijvoorbeeld energiehubs.
Koppelkansen in het kader van het principe “werk met werk maken” blijven onbenut.
Geen duidelijke gemeentelijke regie bij programmering van werkzaamheden in de ondergrond.
Herijken stedelijke kaders en bestuurlijk agenderen, draagvlak organiseren voor stelselwijziging, vormgeven aan buurtuitvoeringsplannen (BUP’s).
Terughoudendheid van marktpartijen bij aanbestedingen, bestuurlijke doorlooptijden en interne afstemming bij ontwikkeling collectieve warmtevoorzieningen zorgen voor vertraging van stedelijke ontwikkeling .
Aanhoudende onzekerheid over de Wet collectieve warmte (Wcw) en vraagstukken rond het publiek eigenaarschap van warmtenetten.
EvdS werkt aan standaardisatie van procesaanpakken en versteviging van contractuele kaders om deze risico’s beheersbaar te houden.
De vaststelling van het Warmteprogramma vertraging loopt mogelijk vertraging op.
De planMER en uitvoeringsstrategie vereisen onderbouwing met kengetallen die deels nog ontbreken of onzeker zijn.
Beheersmaatregelen richten zich op het verbeteren van de gegevensbasis, het opschalen van participatie-activiteiten en het inbedden van risicomanagement in de planning en besluitvorming.
De verduurzaming van de bestaande bouw stagneert door complexiteit van projecten en beperkte capaciteit bij uitvoerende partners.
De uitdagende businesscase van duurzame warmte voor woningeigenaren en -coörporaties, onzekerheid over het tijdig uitvoeren van projecten, moeizame afstemming met betrokken partijen, financiering en fluctuaties in wetgeving.
EvdS zet in op een aanpak via intakeformats, gestandaar diseerde juridische documenten en nauwe samenwerking met het subsidieteam.
Vertraging in de realisatie van onderstations en/of kabeltracés gevolgen heeft voor woningbouw en/ of bedrijvigheid.
Grote bestuurlijke en technische afhankelijkheden blijven aanzienlijk.
Door inzet op parallelle processen en tijdige besluitvorming probeert het programma dit risico te beperken.
De businesscase voor- en beheersing van zonneenergieprojecten is kwetsbaar.
Er is nog geen stabiel kader voor het prioriteren van projecten of toewijzen van middelen.
Structureren van het portfolio, het aanscherpen van de rolverdeling, en het verkennen van alternatieve financieringsvormen.
Operationeel
Voortgangsrapportage Energie voor de Stad
19
Organisatie Deze verslagperiode is de samenwerking tussen R&D en EvdS geïntensiveerd. De samenwerking tussen EvdS Warmte Bestaande Bouw (WBB) en R&D Bestaande Bouw Amsterdam (BBA) is versterkt, en per 1 april 2025 zijn de twee programma’s samengevoegd onder WBS (Warmte Bestaande Stad). Vanaf Q1 2026 worden het team Energietransitie (R&D) en Energie voor de Stad (EvdS) samengebracht binnen de directie Uitvoering Infrastructuur en Energie (UIE). Vanuit daar wordt toegewerkt naar de oprichting van een volwaardige directie Energie. Om nieuw en jong talent aan te trekken stelt EvdS regelmatig plekken beschikbaar voor trainees.
Tegenspraak
Evaluatie Participatietraject warmteprogramma De input die we opgehaald hebben bij de participatie heeft een plek gekregen in de uitgangspuntennotitie van het Warmteprogramma. We hebben een evaluatie uitgevoerd waar lessen uit zijn gekomen die we gaan gebruiken om participatie beter vorm te geven binnen de energietransitie en bij het vaststellen van het Warmteprogramma.
Dwarskijken Publiek warmtebedrijf Deze zomer is er een ‘’LetOp!’’-sessie georganiseerd over de uitgangs punten voor het nog op te richten publiek warmtebedrijf. Dit is een kritische en onafhankelijk reflectie van buitenaf, gericht op het voorkomen van tunnelvisie en het opsporen van blinde vlekken, waarbij diverse externe onafhankelijke tegensprekers met verschillende expertises inhoudelijke aandachtspunten hebben meegegeven. De waardevolle adviezen en aanbevelingen worden meegenomen in het verdere proces.
Vanuit de Regeling Grote Projecten is er extra aandacht voor tegenspraak. Dit doen we onder andere in de vorm van expertgesprekken, dwarskijksessies en evaluaties.
Commissariaat Fysiek Domein Het in 2024 ingestelde Commissariaat Fysiek Domein kijkt, op strategisch niveau, kritisch mee met de ontwikkelingen in de energietransitie in Amsterdam en andere opgaven in het fysiek domein. Daarbij nemen ze hun externe blik en expertise mee. Deze expertise bevindt zich onder andere op het vlak van de energietransitie, aanbestedingen van grote projecten, gedragswetenschap, complexe stakeholder context en het politiek bestuurlijke. Periodiek rapporteert het Commissariaat aan het college. De onderwerpen die in deze periode zijn besproken, zijn de strategie op de warmtetransitie en het publiek warmtebedrijf, de participatie aanpak en de stedelijke vitale systemen. Deze adviezen worden meegenomen in de verdere aanpak van EvdS. Zon op dak in de Houthaven