CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. UVO 2026 gemeente Amsterdam vDEF.docx

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 15 april 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de Uitvoeringsovereenkomst 2023-2026, actualisatie 2026, gemeente Amsterdam - OD NZKG (hierna: UVO 2026) (VN2026-001789)7.523 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Addendum 2026 op de Uitvoeringsovereenkomst 2023-2026 van de Gemeente Amsterdam en de OD NZKG

16 februari 2026 Niels Kronenburg

Ebbehout 31 1507 EA Zaandam

www.odnzkg.nl

Zaaknummer

Inhoud Inleiding

3

1

Uitgangspunten voor UVO 2026

4

2

Overkoepelend Beeld

10

3

Begroting Jaarprogramma Milieu

12

4

Begroting Jaarprogramma Bouw

17

5

Begroting Jaarprogramma Bodem

22

6

Begroting Jaarprogramma Randvoorwaardelijk en Programma-overstijgend

25

Pagina 2 van 26

Zaaknummer

Inleiding Het Noordzeekanaalgebied staat voor grote veranderingen en complexe maatschappelijke uitdagingen, zoals de energietransitie, de circulaire economie, woningbouw, verdichting en gezondheid. De druk op de leefomgeving neemt toe en de eisen aan de kwaliteit van het werk en de verantwoording van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (verder OD NZKG) zijn onverminderd hoog. Voor 2026 en de volgende jaren zijn er veel ruimtelijke en economische activiteiten in het Noordzeekanaalgebied gepland. Grote woningbouwprojecten, gebiedsvernieuwing en veranderingen in industriële zones vragen om een integrale aanpak. Tegelijkertijd ontstaan er nieuwe uitdagingen op het gebied van luchtkwaliteit, geluid, veiligheid, bodem en water. Ook de energietransitie vereist zorgvuldig en maatwerk, vooral bij nieuwe energieprojecten. Door de combinatie van verstedelijking, de uitbreiding van infrastructuur en duurzaamheidsopgaven is het belangrijk dat uitvoering en toezicht gebiedsgericht worden georganiseerd. Met het Addendum 2026 (verder UVO 2026) wordt voortgebouwd op de Uitvoeringsovereenkomst (UVO) 2023-2026 en het Addendum 2025. De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024–2027 (U&H strategie) vormt het inhoudelijke en bestuurlijke kader voor de inzet van de OD NZKG.

Deze strategie geeft richting aan de wettelijke taken én aan de opgaven waarop wordt gefocust, zoals externe veiligheid, klimaat, milieugerelateerde gezondheid en gebiedstransformatie. Onderliggende focuspunten zijn onder andere Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), ketentoezicht en ondermijning. De wettelijke taken op het gebied van milieu, bodem, bouw en de Seveso richtlijn1 blijven de basis, en worden nadrukkelijk verbonden met maatschappelijke opgaven. De OD NZKG zet de kennis die daarbij is en wordt opgedaan als ‘oren en ogen’ van de regio, in voor beleidsontwikkeling en het aanpakken van opgaven zoals klimaatverandering, woningbouw en netcongestie. Strategische opgaven worden steeds sterker gekoppeld aan het dagelijkse werk. De OD NZKG blijft investeren in professionaliteit, digitalisering, artificial intelligence (AI) en datagedreven werken om risico’s sneller te signaleren en gerichter op te treden. Zo wordt onze maatschappelijke impact vergroot. De OD NZKG werkt de U&H strategie uit in een regionaal meerjarenprogramma vanaf 2028, waarin beleidsopgaven, uitvoering en financiering integraal met elkaar worden verbonden. Daarbij wordt nadrukkelijk aangesloten bij landelijke ontwikkelingen in het VTH-stelsel, zoals de beweging naar opgavegericht (resultaatgericht) werken en bijbehorende aanpassingen in de financieringssystematiek.

De gemeente Amsterdam heeft voor 2026 en daarna een taakstelling opgelegd op het opdrachtgeversbudget. Voor 2026 was een bijdrage vastgesteld van 26 miljoen exclusief indexering, hetgeen uiteindelijk neerkwam op 27,2 miljoen Euro inclusief indexering. Aangezien het budget voor 2025 inclusief indexering 28,3 miljoen Euro bedroeg, betekende dit dat er een significante afschaling

1

De Europese Seveso richtlijn richt zich op bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Pagina 3 van 26

Zaaknummer

moest plaatsvinden. Hiervoor zijn in de loop van 2025 een aantal werksessies belegd. Zoals hierna beschreven viel dit proces samen met een organisatie-brede inspanning van de OD NZKG om haar opdrachtgevers in het zogeheten ravijnjaar tegemoet te komen, waarbij met name is gekozen voor fasering en, vanaf 2027, voor een oplopende efficiency. Voor Amsterdam zelf is er met name gekozen voor zeer realistisch begroten. Dat wil zeggen dat voor veel producten de eindejaarsverwachting voor 2025 als uitgangspunt is genomen, met name als die veel lager lag dan de voor 2025 ingeschatte begroting. Waar de begroting 2025 lager lag dan de eindejaarsverwachting is in veel gevallen die begroting aangehouden, tenzij er goede redenen waren om te verwachten dat in 2026 eenzelfde capaciteit nodig zou zijn als in 2025. Ook worden in 2026 minder grote evenementen in Amsterdam verwacht dan in het jubileumjaar 2025, waardoor de begroting voor aan evenementen gerelateerde adviestaken naar beneden kan worden bijgesteld. Tenslotte is er nog iets dieper afgeschaald op een aantal plustaken als milieuadvies, constructieve veiligheid en uitvoeringsbeleid bouw. Deze producten zijn deels vraag gestuurd, maar de hoop is dat er minder capaciteit nodig zal zijn in 2026 door scherper op de vraag te sturen en efficiënter te werk te gaan.

Ook worden er, met uitzondering van het project Zuidasdok dat hieronder uitvoerig beschreven wordt, in 2026 geen grote intensiveringen verwacht op het gebied van complexe bouwtaken, waardoor de hieraan verwante budgetten iets naar beneden bij konden worden gesteld. Zoals hieronder benadrukt zijn deze afschalingen wel risico-gestuurd. Vandaar dat met de opdrachtgever is afgesproken om elk kwartaal een evaluatiemoment in te plannen om de eindejaarsverwachting te analyseren, zodat tijdig op mogelijke overschrijdingen kan worden gereageerd. Oud-bestuurder Onno Hoes heeft, in opdracht van de provincie Noord-Holland en de besturen van de vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten, onderzocht hoe de samenwerking tussen de vier omgevingsdiensten verder kan verbeteren. In zijn rapport concludeert Hoes dat de samenwerking stap voor stap sterker en herkenbaarder moet worden. De omgevingswet is volgens hem de beste basis: pak taken gezamenlijk op waar dit nodig is, maar blijf dichtbij bedrijven en inwoners waar dit kan. Gedeputeerde Staten laten in het eerste kwartaal van 2026 weten welke stappen er worden gezet naar aanleiding van het rapport. Hiervoor vindt samenwerking en afstemming met de bestuurders van de Omgevingsdiensten plaats. Eén van de vier aanbevelingen, die Hoes doet, is verkenning van een fusie tussen de Omgevingsdienst IJmond en de OD NZKG.

Omgevingsdienst IJmond heeft aangegeven dat de voorkeur ligt bij deze variant, omdat waarschijnlijk niet kan worden voldaan aan de criteria om zelf robuust te worden. |

Pagina 4 van 26

Zaaknummer

1 Uitgangspunten voor UVO 2026 De U&H-strategie gaat uit van de opgaven die de opdrachtgevers bij de OD NZKG neerleggen, in plaats van de taken. Daarom zijn ook de uitgangspunten in dit hoofdstuk langs die lijn geformuleerd. Wettelijke taken De uitvoering van de wettelijke Vergunningverlening, Toezicht, Handhaving en Adviseringstaken (VTH&A-taken) op het gebied van milieu, bodem en bouw vormt het fundament van de UVO 2026. Deze taken worden professioneel, efficiënt en steeds meer datagedreven uitgevoerd. De uitvoering van de wettelijke taken wordt daarbij geleid door de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024–2027, waarin prioriteit is gegeven aan omgevingsveiligheid, ketentoezicht op gevaarlijke stoffen, de aanpak van ondermijning en een goede klachtenafhandeling. Deze focuspunten sluiten naadloos aan op de grotere maatschappelijke opgaven waarvoor de OD NZKG zich inzet, waaronder milieugerelateerde gezondheid, klimaat en robuust beheer van bodem en water. Binnen het wettelijke kader werkt de OD NZKG opgavegericht door binnen vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering de beschikbare capaciteit gericht in te zetten op maatschappelijke opgaven. Zo draagt de OD NZKG vanuit de bestaande wettelijke taken bij aan vraagstukken rond woningbouw, de energietransitie en klimaatadaptatie, evenals aan veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en de kwaliteit van de leefomgeving.

Door de inzet anders te prioriteren en beter te verbinden met deze opgaven, blijven de OD NZKG binnen de wettelijke verantwoordelijkheid. Daarmee wordt een betekenisvolle bijdrage geleverd aan actuele maatschappelijke ontwikkelingen, zonder dat dit leidt tot extra of nieuwe taken. Regionale aanpak Opgavegericht werken vraagt ook om een meer uniforme regionale aanpak als vertrekpunt, omdat veel opgaven niet gebonden zijn aan gemeentegrenzen. De huidige verantwoording en UVO’s zijn nog sterk taakgericht en per deelnemer of opdrachtgever ingericht, wat de samenwerking en integrale aanpak belemmert. Daarom worden de UVO’s steeds meer ontwikkeld op basis van een gedeeld regionaal beeld en een uniforme werkwijze, terwijl er tegelijkertijd ruimte blijft voor specifieke accenten die aansluiten bij de eigen doelen van gemeenten en provincies. De basis hiervoor is onder andere de regionale U&H strategie die door alle opdrachtgevers is vastgesteld. Beleidskansen Sinds 2022 signaleert de OD NZKG beleidskansen en -risico’s binnen de uitvoering van VTH&A. Deze werkwijze was tot nu toe vooral ad hoc, maar wordt vanaf 2026 een structureel onderdeel van de beleidscyclus, in nauwe aansluiting op de Planning en Control (P&C) cyclus en de UVO-cyclus.

Hiermee wordt de samenhang tussen beleid en uitvoering versterkt, beleidsmakers worden immers gewezen op feiten uit de praktijk en kunnen het beleid daarop aanpassen. De OD NZKG maakt zelf geen beleid, maar signaleert en agendeert beleidskansen en risico’s – lokaal, regionaal en landelijk – en kan

Pagina 5 van 26

Zaaknummer

desgewenst bijdragen aan de beleidsuitwerking, bijvoorbeeld in de vorm van regionale beleidstafels. In 2026 intensiveren de opdrachtgevers en de OD NZKG deze aanpak. Meetdienst OD NZKG voert voor drie provincies en acht gemeenten de VTH-taken uit bij bedrijven die onder de Europese Richtlijn Industriële Emissies (RIE) en Seveso-wetgeving vallen. De verantwoordelijkheid voor emissiemetingen ligt bij bedrijven. In bepaalde gevallen acht de OD NZKG controlemetingen nodig. Op dit moment laat de OD NZKG metingen uitvoeren door commerciële meetbureaus. Belangrijk nadeel daaraan is de afhankelijkheid in termen van beschikbaarheid en doorlooptijden. De drie provincies hebben middelen beschikbaar gesteld om een eigen meetdienst in te richten. De OD NZKG meetdienst maakt onderdeel uit van het landelijke netwerk van regionale meetdiensten. De meetdienst gaat vanaf 1 januari 2026 van start. De planning is dat de meetdienst eind 2026 geaccrediteerd is. Tijdens het accreditatieproces worden in 2026 door de meetdienst indicatieve metingen uitgevoerd. Deze worden gevalideerd op basis van de audits door en validatiemetingen van de geaccrediteerde commerciële bureaus, de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) en de Omgevingsdienst Midden en West-Brabant (OMWB). A.

Wettelijke taken Ook in 2026 ligt de focus van de OD NZKG op het uitvoeren van de wettelijke taak om de fysieke veiligheid van mens en milieu, waaronder kwetsbare gebieden, te waarborgen. De OD NZKG richt zich op het voorkomen van incidenten en het beheersen van risicovolle situaties, met speciale aandacht voor Seveso-bedrijven, transport en overslag van gevaarlijke stoffen, logistieke centra, en dichtstedelijke gebieden. Risicogestuurd toezicht en gerichte handhaving versterken de naleving van wet- en regelgeving en beperken brand- en explosierisico’s, terwijl bouwveiligheid wordt geborgd bij complexe en gestapelde bouwprojecten. Daarnaast signaleert en bestrijdt de OD NZKG vroegtijdig ondermijning en adviseert zij gemeenten en provincie over de integratie van veiligheidsrisico’s in omgevingsplannen en beleidskaders. Overlastmeldingen De afgelopen jaren is een sterke toename van overlastmeldingen zichtbaar. In 2023 waren er 2.541 meldingen, de prognose voor 2025 ligt rond de 7.500 meldingen. Ook voor 2026 wordt een verdere stijging verwacht ten opzichte van het voorgaande jaar. Een trend die de komende jaren zal aanhouden. Deze ontwikkeling kent meerdere oorzaken. Allereerst is er sprake van een verbeterde meldinfrastructuur: digitale tools zijn gebruiksvriendelijker geworden, waardoor het melden laagdrempeliger is. Ook het gebruik van de openbare ruimte verandert.

Meer evenementen, uitbreiding van horeca en intensiever gebruik van pleinen en parken zorgen voor een toename van geluid, drukte en vervuiling. De inwoners zijn mondiger en verwachten sneller respons op signalen. Dit versterkt het aantal meldingen, zeker wanneer handhavingscapaciteit beperkt. In dergelijke gevallen kunnen meldingen zich herhalen of escaleren. Pagina 6 van 26

Zaaknummer

De toename van meldingen heeft directe impact op de uitvoeringspraktijk en op de keuzes die worden gemaakt. De mate waarin toezicht effectief kan inspelen op urgente meldingen, binnen de beschikbare middelen, is een cruciale afweging in het werk van de OD NZKG. Consignatiedienst De consignatiedienst is standaardonderdeel van het werk van de OD NZKG voor de milieu- en bodemtaken. Bij opdrachtgevers, die de bouwtaken niet bij de OD NZKG hebben belegd, blijkt de behoefte te bestaan om ook gebruik te malen van een piket voor bouwconstructie. Die wordt ingezet bij acute risico’s, met name buiten kantooruren. De OD NZKG wil in 2026 deze dienst leveren. In de UVO van 2027-2030 wordt een regeling opgenomen, gebaseerd op de ervaringen van komend jaar. B. Milieugerelateerde gezondheid Een tweede focus ligt in 2026 op het verminderen van schadelijke emissies (zoals Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), fijnstof en stikstofdioxide) en het verbeteren van lucht-, water- en bodemkwaliteit. De OD NZKG werkt risicogestuurd, met prioriteit voor gebieden met hoge immissiedruk (bijvoorbeeld woonwijken, natuur- en waterwingebieden) en bedrijven met het grootste milieurisico. Door scherpere vergunningvoorwaarden, gerichte controles en handhaving wordt de naleving versterkt en worden gezondheidsrisico’s actief teruggedrongen.

Samenwerking met onder andere de gemeentelijke gezondheidsdiensten (GGD) en het Rijksinstituut voor Gezondheid en Milieu (RIVM) ondersteunt advisering over normstelling en gebiedsontwikkeling. De OD NZKG ontwikkelt monitoringinstrumenten (zoals immissie- en emissiedashboards), waarmee de impact van beleid en toezicht inzichtelijk en stuurbaar wordt. De verspreiding van gevaarlijke stoffen neemt onvoldoende af. Dit zorgt voor gezondheidsrisico’s voor omwonenden van industrie. De OD NZKG heeft concrete input- en outputindicatoren vastgesteld, zodat projectmatige aanpak op het gebied van ZZS mogelijk is. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie OD NZKG 2024-2027. In 2026 worden zowel gemeentelijke bedrijven als provinciale bedrijven aangepakt. Bij de gemeenten wordt voorrang gegeven aan afvalbedrijven, zodat de uitvoering zoveel mogelijk gelijkloopt bij deze branche. Het toezicht vindt plaats aan de hand van de ingediende vermijdings- en reductieplannen. C. Klimaat en duurzaamheid In 2026 zet de OD NZKG als derde focus in op versnelling van de energietransitie en circulaire economie.

Er wordt prioriteit gegeven aan energiebesparing bij grootverbruikers, projecten van regionaal en nationaal belang - waaronder de Cluster Energie Strategie (CES) - en aan de toepassing van Beste Beschikbare Technieken (BBT), onder meer bij open bodemenergiesystemen. Duurzame energieprojecten krijgen voorrang in vergunningverlening en advies. Binnen de circulaire economie ligt de focus op het stimuleren van afvalpreventie, grondstoffenbesparing en circulair bouwen. Deze aanpak leidt tot meetbare CO₂-reductie, energiebesparing en versnelling van de duurzame transitie in de regio. Pagina 7 van 26

Zaaknummer

Het toezicht op energiekeuring van de klimaat installaties (EPBD) verandert. Vanaf 2026 komen daar, binnen de EPBD-gelden, twee taken bij op het gebied van Gebouw automatisering en controlesystemen (GACS) en Laadpalen. Binnenkort krijgt de Gemeente Amsterdam een voorstel waarin wordt uitgelegd wat binnen het EPBD-budget kan worden gedaan. Als Amsterdam meer wil, dan zal ze daarvoor aanvullend budget beschikbaar moeten stellen. Het budget voor Gesloten bodemenergiesystemen (GBES) is naar boven bijgesteld. De taak is in 2024 nieuw opgepakt en dus nog in ontwikkeling. Daarnaast kan één melding over een groot aantal systemen gaan. Elk systeem heeft een eigen boring, waarop toezicht nodig is. Het budget Rapportageverplichting Werkgebonden personenmobiliteit (WPM) wordt verlaagd. Het kabinet wil de grens verhogen van bedrijven met 100 medewerkers naar 250 medewerkers om de administratieve last voor het midden- en kleinbedrijf te verkleinen. Dit plan moet nog goedgekeurd worden door het parlement. Vooruitlopend daarop is het benodigde aantal uren gehalveerd. Dit kan alleen als hier een regiepost van wordt gemaakt, 2026 wordt benut voor meer inzicht in omvang van de taak, hiervoor wordt van deze post een regiepost gemaakt. Deze kennis wordt gebruikt voor de UVO 2027.

Omgevingsdienst Noord-Holland Noord is bevoegd gezag voor vergunningverlening en handhaving voor flora- en fauna-activiteiten (soortenbescherming) en Natura-2000-activiteiten (stikstof). In de fase voorafgaand aan een vergunningaanvraag ervaren de opdrachtgevers van de OD NZKG echter een tekort aan kennis om tot een goede aanvraag te komen. OD NZKG voegt waarde toe door te beoordelen of de onderzoeken correct zijn uitgevoerd en of de informatie compleet is. Daarnaast wordt beoordeeld of de natuurbelangen voldoende zijn meegewogen in de ruimtelijke besluitvorming bij de opdrachtgever. Zonder die bijdragen blijven er blinde vlekken: natuurbelangen worden niet meegenomen in gebiedsontwikkelingen en in vergunningen, hetgeen een groter risico op juridische procedures en vertraging in woningbouw, infrastructuurprojecten en vergunningstrajecten veroorzaakt. Naast die bijdrage in de voorfase, worden door de opdrachtgevers in vergunningprocedures samenwerkingszaken en externe deelzaken aan de OD NZKG overgedragen. Dit geldt voor bouw, milieu en industrie. Deze intensivering is nodig om tijdig de gevraagde adviezen en toetsing van aanvragen te leveren. D.

Water en bodem Tenslotte geeft de OD NZKG uitvoering, als vijfde focus in 2026, aan het principe “Water en Bodem Sturend” door dit volledig te integreren in vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering (VTH&A), in structurele samenwerking met gemeenten en ketenpartners zoals waterschappen. De nadruk ligt op het voorkomen van verontreiniging, het versterken van duurzaam bodembeheer en het verbeteren van waterkwaliteit, met aandacht voor risico’s door ZZS. Kwetsbare gebieden – zoals drinkwaterwinlocaties en gebieden onder druk door industriële of woningbouwontwikkelingen – krijgen prioriteit. Monitoring van bodem- en waterkwaliteit wordt systematisch ingericht, onder meer via dashboards op basis van interne en externe data (zoals van waterschappen), en er wordt jaarlijks een openbare rapportage gepubliceerd. Nieuwe Pagina 8 van 26

Zaaknummer

bodemverontreinigingen worden actief aangepakt, terwijl bij historische verontreiniging actie volgt bij gebiedsontwikkeling. De opgedane kennis wordt benut voor bronaanpak en risicogestuurde inzet en vroegtijdige advisering bij ruimtelijke initiatieven. In de periode van mei 2023 tot en met februari 2024 is de Pilot Indirecte Lozingen uitgevoerd door de samenwerkende partners: OD NZKG, Omgevingsdiensten IJmond en Noord-Holland Noord, en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De partijen willen de mogelijke lozing van ZZS en prioritaire stoffen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) ook aan de bron terugdringen, samen met de betrokken bedrijven. Zo willen zij bijdragen aan behoud en waar mogelijk een verbetering van de waterkwaliteit en de gezondheid van de inwoners van het gebied. Uit de pilot blijkt dat er meer en andere ZZS worden geloosd dan vergund. Naast dat de partijen dit aan de bron terugdringen van ZZS en KRW-stoffen zelf willen, wordt dit ook vanuit wet- en regelgeving van de samenwerkende overheden en van de bedrijven vereist.

Pagina 9 van 26

Zaaknummer

2 Overkoepelend Beeld Voor 2026 heeft de gemeente Amsterdam aangegeven dat het beschikbare budget € 27,2 miljoen is. Met behulp van realistisch begroten en een kritische blik op de benodigde budgetten is de OD NZKG erin geslaagd om een UVO aan te bieden die op het gestelde budget uitkomt. Realistisch begroten houdt in dat in principe van de eindejaarsverwachting is uitgegaan bij het berekenen van de verwachte inzet voor 2026. Daarbij zijn onderbestedingen vertaald in een lagere begroting, tenzij er specifieke redenen waren voor die onderbesteding die alleen in dat jaar speelden. Gezien de taakstelling en de daaruit voortvloeiende benodigde afschalingen, is de begroting 2025 als uitgangspunt genomen als die lager was dan de eindejaarsverwachting. Ook is gekeken naar productspecifieke omstandigheden die in een bepaald jaar een overbesteding hebben veroorzaakt. Vandaar dat in de meeste gevallen voor 2026 een inzet wordt ingeschat die tussen de begroting 2025 en de eindejaarsverwachting 2025 ligt. Doordat de OD NZKG de benodigde budgetten scherp heeft neergezet bestaat er het risico dat gedurende het jaar blijkt dat de gevraagde inzet hoger ligt dan het geraamde budget. Uiteraard zullen de opdrachtgevers binnen de gemeente Amsterdam worden geïnformeerd zodra deze situatie zich voor dreigt te doen.

De OD NZKG heeft, gelet op het ravijnjaar kritisch gekeken naar de mogelijkheden om de wettelijk vereiste uitbreiding van basistaken binnen de huidige budgetten mogelijk te maken. Er is gekozen voor fasering en vanaf 2027 naar een oplopende efficiency. Dit pakket heeft het mogelijk gemaakt om de wettelijk vereiste uitbreiding te realiseren op de basistaken ZZS, Natuur en Gesloten bodemenergiesystemen (GBES). Net als in 2024 en 2025 gelden andere financiële afspraken dan gebruikelijk. Deze afspraken zijn in 2025 bekrachtigd binnen het Algemeen Bestuur. Dit betekent dat wordt afgerekend op basis van daadwerkelijk gemaakte uren. Immers voor de producten onder de omgevingswet moeten kengetallen nog worden opgesteld. Voor de jaren 2024 en 2025 was afgesproken dat bij de outputproducten alleen onder- en overschrijdingen boven 5% werden verrekend. Deze werkwijze heeft tot veel onduidelijkheid geleid, daarom heeft het Algemeen Bestuur de 5%-regeling met ingang van 2026 afgeschaft.

Pagina 10 van 26

Zaaknummer

Benodigde Uren en Financiële Middelen Totaaloverzicht

Uren

Bedrag

Bouw output Bouw regie Bouw Materieel taakgebonden budgetten

14.940 62.321

€ € €

1.866.155 7.784.573 290.000

Bouw totaal

77.261

€

9.940.728

Bodem output Bodem regie Bodem Materieel taakgebonden budgetten

16.257 16.666

€ € €

2.030.662 2.081.750 48.941

Bodem totaal

32.923

€

4.161.353

Milieu / Brzo output Milieu / Brzo regie Milieu / Brzo Materieel taakgebonden budgetten

49.307 29.461

€ € €

6.158.937 3.679.957 116.195

Milieu / Brzo totaal

78.768

€

9.955.089

Randvoorwaardelijk Kern Randvoorwaardelijk programma overstijgend Randvoorwaardelijk taakgebonden budgetten

16.232 8.746

€ € €

2.027.599 1.092.463 22.500

Randvoorwaardelijk totaal

24.978

€

3.142.561

Totaal

213.931

€ 27.199.731

*Het uurtarief wordt jaarlijks door het algemeen bestuur vastgesteld. Het voor 2026 vastgestelde uurtarief bedraagt € 124,91. (2025: € 121,73)

Pagina 11 van 26

Zaaknummer

3 Begroting Jaarprogramma Milieu Hieronder volgt een overzicht van de financiële consequenties van de hierboven beschreven uitgangspunten voor de gemeente Amsterdam voor het werkveld milieu. Zoals beschreven in het overkoepelende beeld zijn de bedragen in grote lijnen een uitkomst van realistisch begroten. Dit betekent dat veelal de eindejaarsverwachting voor 2025 als uitgangspunt genomen is voor de begroting 2026, tenzij die eindejaarsverwachting significant hoger was dan de begroting 2025. Als de begroting 2025 significant lager was dan is die als uitgangspunt genomen. Uitzonderingen hierop zijn ZZS en natuurtaken, zoals beschreven in de paragrafen over de uitgangspunten voor de UVO 2026. Vanuit de omgevingsdienst wordt ondersteuning geboden bij het inzichtelijk maken van de herkomst van vragen op het gebied van milieuadvies, zodat de gemeente deze intern beter kan begrenzen, sturen of waar nodig bijstellen. De post als geheel is in overleg met de gemeente kleiner in omvang dan in voorgaande jaren. Onder het product natuurtaken zal ook een aparte post worden opgenomen over de – beperkte – inzet van 40 uur die in 2026 naar verwachting geleverd gaat worden aan het ontwikkelen van een plan van aanpak om de benodigde vergunningen onder het nieuwe soortenmanagementplan van Amsterdam door te schrijven.

Deze post omvat de volgende werkzaamheden: Het ontwikkelen van de risicomatrix voor vergunningverlening, de inzet op de signaleringslijst regionale beleidstekorten/beleidsrisico's, het uitwerken van focuspunten uit de U&H strategie in de toezichtplannen; en de bijdrage van de OD NZKG aan het uitwerken van het beleid gezonde leefomgeving naar het kader voor de U&H strategie. Of de OD NZKG in 2027 ook een rol zal gaan spelen in de implementatie van het soortenmanagementplan en natuur inclusieve woningverbetering zal pas in de loop van 2026 worden besproken. De OD NZKG blijft inzetten op een versterkt toezicht op indirecte lozingen. De post indirecte lozingen is echter verdeeld in een post indirecte lozingen en een product tijdelijke lozingen, zodat er op een meer transparante wijze over het laatste product gerapporteerd kan worden. In totaal wijkt het aantal uren van deze twee posten nauwelijks af van de begroting 2025. De post evenementenadviezen vergunning en advies is wel significant naar beneden bijgesteld omdat er in 2026 veel minder grote evenementen worden verwacht. De post Wet Persoonsgebonden Mobiliteit betreft de inzet van de OD NZKG op de wettelijke basistaak van het toezichthouden op de naleving van deze wet.

Dit omvat de volgende kernactiviteiten: • Signaleren wie moet rapporteren, • Informeren van bedrijven en organisaties over hun verplichtingen, • Controleren op tijdigheid en volledigheid, • Toetsen van inhoudelijke betrouwbaarheid, • Opvragen van nadere toelichting, • Handhaven bij geconstateerde tekortkomingen. Pagina 12 van 26

Zaaknummer

In 2025 is reeds gebleken dat het naleefgedrag van de bedrijven onverwacht hoog is. Direct na de deadline voldeed al 72% van de bedrijven aan de wettelijke verplichtingen en per 1 december heeft 88% van de bedrijven een rapportage ingediend. Hiermee is de inspanning van het noodzakelijke toezicht aanzienlijk minder dan verwacht. Voor een realistische budgettering voor 2026 is het verder relevant dat het kabinet overweegt om de doelgroep van bedrijven verkleinen door de drempelwaarde van minimaal 100 medewerkers te verhogen naar 250 medewerkers (verkleining administratieve lasten). Dit plan moet nog goedgekeurd worden door het parlement. Omdat het nog onzeker is of dit doorgaat en wat de impact daarvan is op de werkzaamheden is er met AM en EMD afgestemd de uren conservatief in te schatten waarbij is besloten het budget te halveren. Dit kan alleen als hier een regie post van gemaakt wordt zodat we 2026 kunnen benutten voor meer inzicht in de taak. De post “advies VTH programmering & Uitvoeringsbeleid” is significant afgeschaald.

Deze post omvat de volgende werkzaamheden: Het ontwikkelen van de risicomatrix voor vergunningverlening, de inzet op de signaleringslijst regionale beleidstekorten/beleidsrisico's, het uitwerken van focuspunten uit de U&H strategie in de toezichtplannen; en de bijdrage van de OD NZKG aan het uitwerken van het beleid gezonde leefomgeving naar het kader voor de U&H strategie. Tenslotte wordt in 2026 iets sterker ingezet op de post ondermijning, gezien het maatschappelijke belang van dit product, dat deels vraaggestuurd is. Er is steeds meer aandacht, ook bestuurlijk, voor thema's als mensenhandel, dierenmishandeling en prostitutie. Ook wordt er een Plan van Aanpak voor het westelijk havengebied gemaakt, waarvoor een grotere inzet van de OD NZKG nodig zal zijn. De voorgestelde intensivering op dit product is 200 uur (24.984 Euro). De eindejaarsverwachting voor 2025 was al significant hoger dan de begroting.

Pagina 13 van 26

Zaaknummer

Bedrijvenbestand en milieubelastende activiteiten Aantal per 1 september 2024

Aantal per 1 september 2025

R&T Niet Meldingsplichtige Bedrijven Bal & OP (A)

2.360

2.397

R&T Informatieplichtige bedrijven Bal (B1)

4.169

4.168

R&T Meldingsplichtige Bedrijven voor (Meervoudige) Milieubelastende Activiteiten Bal & OP (B2)

1.458

1.464

R&T Vergunningplichtige Bedrijven voor (Meervoudige) Milieubelastende Activiteiten Bal, H3 & OP (C)

151

163

Rie Overig Regulering & Toezicht (M&L+M&I)

6

6

8.144

8.198

Begroting 2025

Begroting 2026

Meldingen/kennisgevingen Wm

200

200

Maatwerkbesluiten

200

200

Omgevingsvergunningen milieu

42

42

Waarvan actualisaties

26

5

Actualisatietoetsen

5

26

MER beoordelingstoets

6

30

MER

0

0

Begroting 2025

Begroting 2026

1.311

1.347

Bedrijvenbestand Amsterdam

Totaal VTH-uitvoering in het outputpakket Regulering Milieu & Leefomgeving/Milieu & Industrie

Toezicht en Handhaving Milieu & Leefomgeving Eerste controle

Pagina 14 van 26

Zaaknummer

De OD NKZG maakt gebruik van een risicoprioriteringsmodel om te bepalen welke controles er in een jaar uitgevoerd worden. Dit model zorgt ervoor dat het aantal controles per branche jaarlijks sterk kan afwijken. Branche

Begroting aantal Begroting aantal controles 2025 controles 2026

(Verblijfs)gebouwen: kantoren, scholen, hotels, e.d.

342

437

Afvalsector

35

19

Agrarische sector

4

30

Automotive

199

73

Beton, asfalt en puinbrekers

15

11

BIGS

0

0

Bouw en hout

92

85

Chemische sector (inclusief kunststof)

27

6

Explosieven en schietbanen

3

2

Groot- en detailhandel

88

192

Horeca, sport en recreatie

178

129

Installaties

82

148

Metalectro

30

37

OVERIG

18

7

RBML

0

0

Scheepvaart en havens

40

25

Tankstations

22

23

Verf, drukkerijen, chemische wasserijen, e.d.

22

16

Voedingssector

53

43

Zorgsector

61

64

-

0

0

Pagina 15 van 26

Zaaknummer

Inzet uren en middelen Milieu en Brzo - output Uren

Bedrag

Niet Meldingsplichtige Bedrijven Bal & OP (A)

4.405

€

Informatieplichtige bedrijven Bal (B1) Meldingsplichtige Bedrijven voor (Meervoudige) Milieubelastende Activiteiten Bal & OP (B2) Vergunningplichtige Bedrijven voor (Meervoudige) Milieubelastende Activiteiten Bal, H3 & OP (C)

12.358

€ 1.543.638

Rie Overig Regulering & Toezicht (M&L+M&I)

1.470

€

183.618

Werkgebonden Personenmobiliteit (WPM)

288

€

35.974

Werkverdeling en coordinatie Milieu

2.952

€

368.734

Totaal

49.307

€ 6.158.937

Uren

Bedrag

15.455 12.379

550.229

€ 1.930.484 € 1.546.261

Milieu en Brzo - regie Milieu Regie

Advies VTH programmering & uitvoeringsbeleid

403

€

50.339

Milieu Regie

Intensieve handhaving

566

€

70.699

Milieu Regie

VTH GBES Bal

1.613

€

201.480

Milieu Regie

Programmatisch actualiseren (extra)

753

€

94.057

Milieu Regie

Ketentoezicht

793

€

99.054

Milieu Regie

Regulering & Toezicht overige

990

€

123.661

Milieu Regie

ZZS/Gemeentelijke bedrijven

1.687

€

210.723

Milieu Regie

Indirecte Lozingen

709

€

88.561

Milieu Regie

Tijdelijke Lozingen

1.654

€

206.601

Milieu Regie

Provinciaal Energieakkoord

5.981

€

747.087

Milieu Advies

IOV

1.201

€

150.000

Milieu Advies

Milieuadvisering

8.549

€ 1.067.856

Milieu Advies

Natuur

1.570

€

196.109

Milieu Advies

Zonebeheer Geluid

396

€

49.464

Evenementen

Evenementenadviezen vergunning en advies

1.525

€

190.488

Evenementen

Toezicht evenementen (geluid)

521

€

65.078

Risicoanalyse voor toezicht (basisbeeld)

50

€

6.246

Ondermijning

500

€

62.455

Project Totaal

29.461

€ 3.679.957

Pagina 16 van 26

Zaaknummer

4

Begroting Jaarprogramma Bouw

Hieronder volgt een overzicht van de financiële consequenties van de eerder beschreven uitgangspunten voor de gemeente Amsterdam voor het werkveld bouw. Zoals beschreven in het overkoepelende beeld zijn de bedragen in grote lijnen een uitkomst van realistisch begroten. Dit betekent dat veelal de eindejaarsverwachting voor 2025 als uitgangspunt genomen is voor de begroting 2026, tenzij die eindejaarsverwachting significant hoger was dan de begroting 2025. Als de begroting 2025 significant lager was dan is die als uitgangspunt genomen. Een uitzondering hierop vormt het hieronder beschreven programma Zuidasdok, waar de werkzaamheden volgend jaar significant zullen intensiveren. Om die reden is het budget naar boven bijgesteld. Deze intensivering wordt gecompenseerd door grotere afschalingen op andere producten. Zo wordt het programma lijntunnels teruggeschaald naar nul uur omdat de werkzaamheden binnen de reguliere bouwproducten worden uitgevoerd.

Op de projecten programma hoogfrequent spoor en het project Bruggen en Kademuren wordt ongeveer dezelfde inzet verwacht als in 2025 ook al liep de realisatie in 2025 nogal uiteen omdat bij het programma hoogfrequent spoor relatief weinig juridische complicaties waren terwijl die er bij het project Bruggen en kademuren, vanwege veel bezwaarschriften van woonbootbewoners, juist wel waren Ook de post constructie evenementen is naar beneden bijgesteld, omdat er in 2025 vanwege Amsterdam 750 jaar en SAIL uitzonderlijk veel evenementen waren terwijl er in 2026 behalve World Pride geen bijzondere evenementen worden verwacht. Wel moet afgewacht worden of het nieuwe evenementenbeleid van Amsterdam zich in een lagere, of juist in een hogere VTH-werkdruk vertaald. Omdat evenementen vaker voor meerdere jaren op dezelfde locatie zullen worden georganiseerd is het de hoop dat de VTH werkdruk iets minder zal worden, maar het product zelf is vraaggestuurd, dus de afschaling is wel op risico-basis. De label C aanpak van de OD NZKG is de afgelopen jaren bijzonder succesvol gebleken. Het project zelf is per 31 december 2025 afgerond, en nu is het project overgegaan in de beheerfase. Hierbij is er nog een bescheiden budget nodig voor het toezicht op de genomen maatregelen.

Zoals beschreven onder de uitgangspunten is er op de keuring van klimaatinstallaties EPBD wel een intensivering nodig, in verband met de genoemde beleidsaanpassingen.

Pagina 17 van 26

Zaaknummer

BOM B-8 De projecten onder de post BOM B-8 die naar verwachting het komende jaar de meeste tijd van de omgevingsdienst zullen vragen zijn: • • • • •

Ziekenhuizen OLVG West-LucasAndreas Grondwaterneutrale kelders Centrum Artis Zuidas Tripolis 100 (OS/BP Verdi noordoost) ABN AMRO Zuidas transformatie

• • • • • •

Marine terrein project Tripolis Zuidas Kavel 2J Centrum Stadhuis Stopera Electrische onderstations Eleven Square

Zorgconvenant Het zorgconvenant staat onder projecten genoemd in de UVO, maar is meer een doorlopend programma. Hieraan nemen de ziekenhuizen in Amsterdam deel om de bouwkundige brandveiligheid te verbeteren. De OD NZKG houdt toezicht op het programma en voert audits uit. Project Hoogfrequent Spoor Project Hoogfrequent Spoor (PHS) is een landelijk programma van ProRail om spoorboek-loos te rijden op drukke trajecten. Dit betekent dat ook in Amsterdam vele bouwwerkzaamheden plaatsvinden, waaronder werkzaamheden op en nabij het Centraal Station, de vrije kruising aan de oostzijde, verbouwing van Station Amsterdam Amstel en Muiderpoort, spoorvernieuwing en geluidsschermen langs het gehele tracé. Het gehele gebied van PHS is in Amsterdam aangewezen als grootstedelijk gebied. De taken voor de Omgevingsdienst zijn vergunning, toezicht en handhaving en worden in een projectteam uitgevoerd: • Op projectmatige wijze aansturen van de vooroverleggen, het vergunningenproces en de bouwen toezichtfase van de nieuwbouw, verbouw en sloop, de meldingen ten behoeve van de vele zeer ingewikkelde en complexe werkzaamheden.

Daarvoor dienen binnen de planning van het project, juridisch correcte vergunningen afgeven te worden en toezicht gehouden te worden (bodem en bouw) met aandacht voor de zeer complexe situatie; en • Het toezicht op de bouw van het project zo uit voeren dat de veiligheid van de vele te bouwen werken en de omgeving is geborgd, zonder dat dit tot vertraging van het project leidt. (omgevingsgeluid en hinder is een aandachtspunt, gezien het traject). Programma Bruggen en Kademuren In 2019 is de Gemeente Amsterdam gestart met het stedelijk programma Bruggen en Kademuren. Het doel van het programma is om het achterstallige onderhoud aan de bruggen en kademuren van Amsterdam aan te pakken met een significante versnelling van de herstel- en vernieuwingsopgave. Het aantal meters herstelde kademuur dat per jaar wordt opgeleverd is ruim vijf keer zo hoog als voor de start van de programmatische aanpak in 2019, maar de komende jaren moet dit nog verdubbelen om de programmering tot en met 2030 te halen. Voor de uitvoering van de VTH-opgave is in samenwerking met de Gemeente Amsterdam een projectteam opgericht. Het projectteam overlegt regelmatig met het programma over de benodigde Pagina 18 van 26

Zaaknummer

vergunningen, de bouwveiligheid, de bodemkwaliteit, het geluid en de constructie zelf. Het project is in volle uitvoering en omvat VTH-taken op het gebied van bodem en bouw, waaronder ook technisch bouwbeleid en constructieve veiligheid. In 2026 continueren zes kadeherstelprojecten, die naar verwachting in 2026 zelf worden opgeleverd. Ook starten volgens de planning de herstelwerkzaamheden aan acht additionele kademuren. Daarnaast starten dit jaar de werkzaamheden aan vier bruggen. De belangrijkste taak van het projectteam is het inrichten van een zorgvuldig vergunningen-, toezicht en handhavingsproces, waarbij alle belangen worden meegewogen. (Omgevings-) veiligheid heeft daarbij een hoge prioriteit. Programma Zuidasdok Het Programma Zuidasdok is een investeringsprogramma infrastructuur A10 Amsterdam Zuid met als doel het verbeteren van de bereikbaarheid van Amsterdam en de noordelijke randstad en het verbeteren van de leefomgeving. Het is één van de grootste infraprojecten in Nederland met een budget dat richting 2 miljard gaat en een looptijd van bijna 20 jaar. De opdrachtgevers van het Programma Zuidasdok zijn het Rijk, de provincie Noord-Holland, de vervoerregio Amsterdam en de gemeente Amsterdam. Programmaorganisatie Zuidasdok vervult de rol van uitvoerend opdrachtgever. Het is een samenwerking van Rijkswaterstaat, ProRail en Gemeente Amsterdam.

Het programma is een complexe opgave, waarin tijdens de gefaseerde uitvoering bereikbaarheid en leefbaarheid centraal staan. Het bestaat uit de volgende projecten: • •

•

Project Openbaar Vervoer Terminal (OVT). Station Amsterdam Zuid verandert middels dit project in een openbaar vervoer knooppunt voor trein, metro, bus, taxi en fiets en winkelgebied. Project Knooppunt Nieuwe Meer en Project Knooppunt Amstel. Deze projecten houden een reconstructie in van beide verkeersknooppunten door de toevoeging van extra rijbanen op de A10 Zuid (per rijrichting van 4 naar 6 rijbanen) en het ontvlechten van bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer vanaf de knooppunten. De projecten houden onder meer de bouw van een aantal viaducten en bruggen in. Project Tunnels. Dit project betreft de aanleg van 2 wegtunnels aan weerszijden van het spoor met een lengte van 1 km, ter hoogte van station Amsterdam Zuid.

Voor 2026 worden de volgende specifieke activiteiten binnen deze projecten verwacht:

Pagina 19 van 26

Zaaknummer

Project OVT Dit project bestaat uit twee delen: • •

OVT 1: de bouw van de Brittenpassage (ca. 100 meter lang en 70 meter breed), een nieuwe reizigerstunnel onder de A10 en de sporen van trein en metro. OVT 2: het vergroten en vernieuwen van de Minervapassage, de bestaande reizigerspassage bij station Zuid. De Minervapassage wordt breder (van 12 naar 40 meter) en hoger (van 2,5 naar 4,20 meter). Ook houdt dit project de bouw van de Vivaldipassage (een fiets- en voetgangerstunnel onder de A10) in.

De opening van de Brittenpassage is gepland in najaar 2026. De ruwbouw en het civiele werk Brittenpassage worden afgerond en de afbouwfase is gestart. Op het moment dat de Brittenpassage in gebruik is, gaat de Minervapassage voor 3 jaar volledig dicht en start de verbouwing. Vanwege de bouwlogistiek vinden er al geruime tijd vooruitlopend ook al bouwwerkzaamheden voor de vernieuwing van de Minervapassage plaats. Extern communiceert Zuidasdok vooralsnog planning opening Brittenpassage begin 2027. In 2026 zijn er tevens diverse civiele werkzaamheden bij de Minervapassage en Vivaldipassage. Project Knooppunt Nieuwe Meer Dit project is in volle uitvoering. De belangrijkste taken van de OD NZKG zijn de beoordeling van de constructie, het toezicht op de bouw en het behandelen van verzoeken om maatwerkvoorschriften geluid. Project Tunnels Het structureel thema overleg met AXZ (het bouwteam van Zuidasdok en aannemer VolkerWessels) is in 2025 gestart. Dit overleg bespreekt de benodigde vergunningen, de tunnelveiligheid, de bouwvaeilligheid en bouwmethode, de bodemkwaliteit, het geluid en de constructie zelf. In 2026 worden er tal van aanvragen omgevingsvergunningen verwacht, onder meer voor het aanpassen van de viaducten (in verband met het verleggen van de A10), de aanleg van de tunnels Noord en Zuid en de toeritten.

Met name de tunnels zijn voor wat betreft alle thema’s technisch complexe aanvragen, onder andere vanwege de situering van de tunnels dicht tegen de gevels van de hoge gebouwen langs de A10 zuid en de leefbaarheids- en bereikbaarheidsaspecten. Project Knooppunt Amstel is voorlopig gegund door Programma Zuidasdok aan bouwcombinatie Amstel Verbindt, bestaande uit Boskalis, Mobilis en Van Gelder (dezelfde combinatie als bij OVT 1 en 2).

Pagina 20 van 26

Zaaknummer

Inzet uren en middelen Bouw - output Bedrag

Uren Regulering & Toezicht BOM A1, A2 (Klein)

4.191

€

523.498

Regulering & Toezicht BOM B2, B3, B7 Nieuwbouw (Middelgroot)

2.803

€

350.123

Regulering & Toezicht BOM BV1 t/m BV7 (Verbouw)

2.723

€

340.130

Regulering Brandveilig Gebruik (Gebruiksmelding)

349

€

43.594

Regulering & Toezicht Omgevingsplanactiviteit

3.052

€

381.225

Toezicht Brandveilig Gebruik

1.160

€

144.896

Werkverdeling en coordinatie Bouw

662

€

82.690

Totaal

14.940

€

1.866.155

Uren

Bedrag

Bouw - regie

Bouw Maatwerk

Regulering & Toezicht BOM B1, B4, B5, B6 (Groot)

5.032

€

628.547

Bouw Maatwerk

Regulering & Toezicht BOM B8 (complex)

3.665

€

457.795

Bouw Maatwerk

Reguliere Handhaving

1.732

€

216.344

Bouw Maatwerk

Vooroverleg

1.683

€

210.224

Bouw Maatwerk

Klacht/incidentmelding Bouw

161

€

20.111

Bouw Maatwerk Advies Constructie Evenementen Advies Constructieve Veiligheid

Bouwmelding (Alle BOM Categorieën)

198

€

24.732

Regulering en T&H tunnels

Zuidasdok

BENG/MPG Beoordelingen Keuring klimaatinstallaties EPBD Label C

€ 172.875 € 3.493.483

7.624

€

952.314

1.191

€

148.768

1.176

€

146.894

288

€

35.974

1.684

€

210.348

4.450

€

555.850

Sloop regulier

436

€

54.461

Splitsing Asbest taken

495

€

61.830

Mobiele puinbrekers

20

€

2.555

Toezicht Zorgconvenant

297

€

37.098

1.337

€

167.005

UitvoeringsBeleid Bouw Ketenmelding Sloop/Asbest

Asbest

Ketenmelding Sloop/Asbest Ketenmelding Sloop/Asbest Ketenmelding Sloop/Asbest Projecten Projecten

Project Programma Hoogfrequent Spoor

Projecten

Project Bruggen en Kademuren

Totaal

1.384 27.968

1.500 62.321

€ 187.365 € 7.784.573 Pagina 21 van 26

Zaaknummer

5 Begroting Jaarprogramma Bodem Hieronder volgt een overzicht van de financiële consequenties van de eerder beschreven uitgangspunten voor de gemeente Amsterdam voor het werkveld bodem. Zoals beschreven in het overkoepelende beeld zijn de bedragen in grote lijnen een uitkomst van realistisch begroten. Dit betekent dat veelal de eindejaarsverwachting voor 2025 als uitgangspunt genomen is voor de begroting 2026, tenzij die eindejaarsverwachting significant hoger was dan de begroting 2025. Als de begroting 2025 significant lager was dan is die als uitgangspunt genomen. Uitzonderingen hierop zijn beschreven in de paragrafen over de uitgangspunten voor de UVO 2026, het overkoepelende beeld en/of de aanvullende wensen. Er worden geen grote intensiveringen verwacht, hoewel de OD NZKG zoals genoemd in 2026 wel het haar werkzaamheden vanuit het uitgangspunt water- en bodemsturend verder wil concretiseren, ook met het oog op de implementatie van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Nederland moet uiterlijk op 22 december 2027 voldoen aan de doelstellingen uit de KRW Bodemsanering zware impact Onder de post bodemsanering zware impact vallen bodemlocaties waar saneringen plaatsvinden die zo omvangrijk zijn dat ze niet in een standaard productcategorie zijn te plaatsen.

Hieronder volgt een lijst met locaties waar dergelijke saneringen plaatsvinden en waar de bulk van de tijd aan wordt besteed: • Heining 100 (EVOS) • Hornweg 10 (Mobil/BP) • Houthaven • Havenstraatterrein • Oranje Loper • Buiksloterham (Sanering AVI-GEB terrein) • Distelweg 90 (AGA gas) •

Jan van Riebeeckhavenweg 9 (Eurotank)

Kwaliteitsbeheer Onder kwaliteitsbeheer vallen de werkzaamheden die de OD uitvoert om de kwaliteit van de data in haar bodeminformatiesysteem te waarborgen. Dit omvat onder andere dat via dashboards periodiek een data-controle wordt uitgevoerd om na te gaan of hierin fouten zijn ontstaan, steekproefsgewijze controle wordt uitgevoerd op het naleven van de werkafspraken (op verzoek van de gemeente Amsterdam) en in navolging daarop ook het aanscherpen van werkafspraken waar nodig. Als vanuit het systeem fouten ontstaan wordt vanuit kwaliteitsbeheer gewerkt aan het herstellen/verhelpen van de oorzaak. Indien medewerkers fouten maken worden zij daar door de kwaliteitswaarborger van op de hoogte gebracht. De kwaliteitscontrole heeft meerdere doeleinden, waaronder: • Het creëren van een betrouwbare dataset waarop de bodemkwaliteitskaart/verwachtingenkaart kan worden gebaseerd. • Eenduidige werkwijze en efficiënt werken. • Doorlevering aan de basisregistratie ondergrond (BRO) faciliteren. • Hergebruik van data voor zowel interne als externe partijen mogelijk maken. Pagina 22 van 26

Zaaknummer

Kwaliteitsbeheer is in de praktijk geen specifiek project maar reguliere taak. Echter omdat deze taak nog niet bestond is het als product toegevoegd onder de noemer projecten. BIS fase 2 Bij het project BIS fase 2 worden de gegevens in het bodeminformatiesysteem (BIS) verrijkt voor locaties met de meeste kans op afwijkende kwaliteit ten opzichte van de achtergrondkwaliteit. In het BIS wordt zoveel mogelijk informatie aangevuld zodat deze up-to-date is en gebruikt kan worden om een verwachtingenkaart te maken met de informatie over daadwerkelijke verontreiniging van de bodem. BRO Sinds 1 juli 2025 is het Basisregistratie Ondergrond (BRO) registratieobject Milieuhygiënisch Bodemonderzoek (SAD) in werking getreden. Het registratieobject Overheidsbesluit Bodemverontreiniging (SLD) is op 1 januari 2026 toegevoegd aan de BRO. Namens de bronhouders (gemeentes en Provincie Noord-Holland) verzorgt de OD NZKG de levering van gegevens uit het bodeminformatiesysteem aan de BRO. Onderscheid wordt gemaakt tussen het continu leveren van nieuwe gegevens (IMBRO) en het eenmalig leveren van historische gegevens uit het BIS (IMBRO/A). Bij een BRO terugmelding over onjuistheden of twijfels over bodeminformatie beoordeelt de OD NKZG de betreffende gegevens, past deze waar nodig aan en levert aangepaste gegevens namens de bronhouders weer aan de BRO. Inzet uren en middelen Bodem - output Uren

Bedrag

Bodemopslag

Omgevingswet B Opslag grond grote impact

24

€

2.998

Bodemopslag

Omgevingswet C Opslag grond gemiddelde impact

382

€

47.716

Bodemtoepassing

Omgevingswet B Bodemtoepassing grote impact

69

€

8.619

Bodemtoepassing

Omgevingswet C Bodemtoepassing gemiddelde impact

297

€

37.098

Bodemtoepassing

Omgevingswet D Bodemtoepassing beperkte impact

792

€

98.929

Bodemtoepassing

Omgevingswet E Bodemtoepassing lichte impact

332

€

41.470

Graven/Bodemsanering

Omgevingswet B Bodemsanering grote impact

3.168

€

395.715

Graven/Bodemsanering

Omgevingswet C Bodemsanering gemiddelde impact

2.707

€

338.131

Graven/Bodemsanering

Omgevingswet D Bodemsanering beperkte impact

6.000

€

749.460

Werkverdeling en coördinatie bodem

Omgevingswet E Bodemsanering lichte impact

1.579

€

197.233

907

€

113.293

Totaal

16.257 € 2.030.662

Pagina 23 van 26

Zaaknummer

Bodem - regie Uren Intensieve handhaving Bodem Advisering

Bedrag

545

€

68.076

Beleidsadvies (Lood, PFAS, Gezonde Bodem, DSO, BIS, Omgevingswettafels etc.)

2.600

€

324.766

Bodem Advisering

Bodemkwaliteitskaart

2.772

€

346.251

Bodem Advisering

Zorgplichtsanering

482

€

60.207

Bodem Advisering

Makelaarsinfo

150

€

18.737

Bodem Advisering

Historisch vooronderzoek

46

€

5.746

Bodemtoets Bouw/Ingebruikname Bodemgevoelig Gebouw

2.684

€

335.258

Surveillance

Surveillance

1.683

€

210.224

IGH Graven/Bodemsanering Zware Impact

188

€

23.483

Omgevingswet A Bodemsanering Zware Impact

3.416

€

426.693

Omgevingswet A Bodemtoepassing Zware Impact

149

€

18.612

198

€

24.732

Bodem Advisering

Nazorg Projecten Projecten

Kwaliteitsbeheer

297

€

37.098

BIS fase 2

1.240

€

154.888

Projecten

BRO

216

€

26.981

Totaal Bodem regie

16.666

€ 2.081.750

Pagina 24 van 26

Zaaknummer

6 Begroting Jaarprogramma Randvoorwaardelijk en Programma-overstijgend Hieronder volgt een overzicht van de financiële consequenties van de eerder beschreven uitgangspunten voor de gemeente Amsterdam voor het randvoorwaardelijke jaarprogramma. Zoals beschreven in het overkoepelende beeld zijn de bedragen in grote lijnen een uitkomst van realistisch begroten. Dit betekent dat veelal de eindejaarsverwachting voor 2025 als uitgangspunt genomen is voor de begroting 2026, tenzij die eindejaarsverwachting significant hoger was dan de begroting 2025. Als de begroting 2025 significant lager was dan is die als uitgangspunt genomen. . Bij het randvoorwaardelijke pakket zijn de uren voor de consignatiedienst en voor accounts naar boven bijgesteld omdat de afgelopen jaren is gebleken dat de hiervoor ingeplande uren niet meer overeenkomen met de werkdruk. Deze intensiveringen worden echter gecompenseerd door afschalingen op het regieburo en de post nieuwe wet- en regelgeving, terwijl de post mandatenbeheer kan vervallen. Hierdoor wordt er over het gehele pakket bijna 150.000 Euro afgeschaald ten opzichte van 2025. Bij het programma overstijgend wordt er nu de omgevingswet zijn derde jaar in gaat met name minder inzet verwacht op de post Omgevingswet extra werkzaamheden.

Programma-overstijgende opgaven Bij programma overstijgende opgaven wordt er nu de omgevingswet zijn derde jaar in gaat met name minder inzet verwacht op de post Omgevingswet extra werkzaamheden. Ook valt iets minder inzet te verwachten op WOO implementatie. Inzet uren en middelen Randvoorwaardelijk Kern Uren Account

Bedrag

5.190

€

648.289

Risicobeheersing

Consignatiedienst

1.036

€

129.468

Risicobeheersing

Risico- en Informatiegestuurd werken

1.206

€

150.619

Procesondersteuning

Regieburo

7.162

€

894.563

Nieuwe wet- en regelgeving

1.638

€

204.659

Totaal

16.232

€ 2.027.599

Pagina 25 van 26

Zaaknummer

Programma overstijgend Uren

Bedrag

Verweer in bezwaar en beroep

1.907

€

238.203

Bibob

1.160

€

144.896

Woo implementatie

530

€

66.202

Woo verzoeken OW

1.683

€

210.224

Data ontwikkeling

623

€

77.819

Omgevingswet extra werkzaamheden

2.843

€

355.119

Totaal

8.746

€ 1.092.463

Materieel taakgebonden budget

Bedrag

Materieel budget Bouw

€

290.000

Materieel budget Bodem

€

48.941

Materieel budget Milieu

€

116.195

Materieel budget Randvoorwaardelijk

€

22.500

Totaal

€

477.636

Pagina 26 van 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16788983/1