CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 OD NZKG.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 8 februari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2024-2027 (VN2024-027735)33.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Gelijkluidende aanpak adviesverlening Noord-Hollandse Omgevingsdiensten: Definitie van adviesverlening Onder adviesverlening wordt verstaan: het verlenen van advies aan deelnemers/opdrachtgevers bij zowel beleid en wet- en regelgeving (zoals bij omgevingsplannen en de gemeentelijke geluidkaart) als bij vergunningsprocessen (zoals scherp vergunnen) en toezicht en handhaving (zoals afhandeling van klachten). Hiernaast bevat de adviesfunctie ook het stellen van de uitvoerings- en handhavingsstrategieën (VTH-strategieën), analyses die ten grondslag liggen aan pilotprojecten, deelname in

42

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Focuspunten

Prioritaire opgaven Waarborgen kwaliteit

Prioritaire opgaven: Bijdrage leveren aan:

Prioritaire branches

Externe veiligheid

Veiligheid

Klimaatadaptatie, Energietransitie, Transformatie woon-/werkgebieden

Complexe bedrijven, Afvalbranche, Chemie, Opslag en transport, Verfindustrie, Tankstations

Verkeer en vervoer

– Duurzaamheid – Milieugerelateerde gezondheid

Energietransitie

Branche overstijgend, Kantoren, Detailhandel, Opslag en transport, Zorgsector

Water

– Duurzaamheid – Milieugerelateerde gezondheid

Circulaire economie, Klimaatadaptatie, Transformatie woon-/werkgebieden

Complexe bedrijven, Datacentra, Voedingssector, Agrariërs, Afval. Metaal, Chemie, verfindustrie, Zorg en Scheepvaart en Havens

Luchtkwaliteit Fijnstof/ Stikstof

Milieugerelateerde gezondheid

Transformatie woon-/werkgebieden

Complexe bedrijven, Elektriciteitscentrales, Afvalbranche, Chemisch sector, Agrariërs, Kantoren, Groot -en detailhandel

Zeer Zorgwekkende Stoffen

Milieugerelateerde gezondheid

Klimaatadaptatie, Energietransitie

Complexe industrie, Afvalbranche, Metaal, Chemie, Verfindustrie

Geur

Milieugerelateerde gezondheid

Transformatie woon-/werkgebieden

Complexe bedrijven, Afvalbranche, Voedingssector,

Geluid

Milieugerelateerde gezondheid

Transformatie woon-/werkgebieden

Metaal, Scheepswerven, Grote publiekstrekkers, Horeca en recreatie

Hernieuwbare energie

– Veiligheid – Milieugerelateerde gezondheid – Duurzaamheid

Energietransitie, Transformatie woon-/werkgebieden

Complexe bedrijven5

Grondstoffen transitie

– Veiligheid – Milieugerelateerde gezondheid – Duurzaamheid

Circulaire economie, Transformatie woon-/werkgebieden

Complexe bedrijven, Afvalbranche, Chemie, Metaal, Kantoren, Detailhandel, Bouw -en hout

Tabel 6: Opgavegerichte prioritering adviesverlening. 5 De grootste verbruikers bevinden zich in deze doelgroep; een logisch vervolg hiervan is het inzichtelijk maken van de transitieplannen van deze doelgroep.

thematische werkgroepen (zoals energietransities, roadmaps ten behoeve van verduurzaming van bedrijven, circulaire economie). De taak van adviesverlening is geen basistaak; daarom is er ook geen aparte advies-strategie opgesteld. Echter, gezien het toenemende belang van deze taak na inwerkingtreding van de Omgevingswet, bereiden de NoordHollandse omgevingsdiensten zich voor op professionele ontwikkeling van de adviestaak. De omgevingsdiensten doen dit afhankelijk van de vraag vanuit de eigen opdrachtgevers. Noord-Hollandse omgevingsdiensten worden door opdrachtgevers steeds vaker gevraagd als adviseur in het 43

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

kader van de Omgevingswet of de landelijke en provinciale opgaven zoals beschreven in paragraaf 4. Advies bij het opstellen van Omgevingsplannen is hier een voorbeeld van. Visie op adviesverlening De omgevingsdiensten richten zich in gezamenlijkheid op het versterken van hun informatie- en kennispositie door onderlinge informatie- en kennisuitwisseling. Dit gebeurt niet alleen ten aanzien van de adviestaak van de omgevingsdiensten, maar ook breder, ten aanzien van de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving.

Om zoveel mogelijk belemmeringen te voorkomen in het primaire VTH-proces wordt specialistisch advies van de Omgevingsdienst tijdig ingewonnen. In het bijzonder bij ruimtelijk advies kan betrokkenheid van de Omgevingsdienst bijdragen aan een beter zicht op de samenhang tussen beleidsopgaven, activiteiten, projecten en functies en kwaliteiten in de fysieke leefomgeving. Werkwijze Een gedeelde werkwijze voor adviesverlening is op dit moment nog in ontwikkeling. Voor de beschrijving van de werkwijze bij adviesverlening geldt geen wettelijke verplichting. 3.4

Seveso-bedrijven & RIE4

De OD NZKG is een van de zes omgevingsdiensten in Nederland die specifiek belast zijn met de handhaving en toezicht op bedrijven die onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO) vallen. Het BRZO reguleert bedrijven met gevaarlijke stoffen om de risico’s op zware ongevallen te beperken en de veiligheid van mens en milieu te waarborgen. Vanaf 1 januari 2024 verandert de term BRZO (Besluit Risico’s Zware Ongevallen) in Seveso door de invoering van de Omgevingswet. Het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal) in paragraaf 3.3.1 beschrijft de ‘Sevesoinrichtingen,’ bedrijven die potentieel gevaarlijke stoffen hanteren die een risico kunnen vormen voor de omgeving. Dit zijn bedrijven waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of kunnen ontstaan als de controle over de processen verloren gaat. De hoeveelheid van deze gevaarlijke stoffen moet bepaalde drempelwaarden overschrijden volgens de Sevesorichtlijn. De regelgeving die tot 1 januari 2024 onder BRZO viel, is nu opgenomen in hoofdstuk 4 van het Bal. RIE-4-bedrijven zijn complexe chemische bedrijven die werken met stoffen die het milieu kunnen vervuilen. Daarom vallen ze onder categorie 4 van de Richtlijn Industriële Emissies. Zowel Seveso-inrichtingen als RIE4-bedrijven brengen aanzienlijke milieurisico’s met zich mee en hebben daarom een milieuvergunning nodig om aan de gestelde veiligheids- en milieunormen te voldoen.

44

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Analyse en prioritering per bedrijf: basisbeeld methode Methodiek De betrokken industriële bedrijven zijn dermate uniek vanwege hun (potentiële) impact op de omgeving dat er gekozen wordt voor een bedrijfs­gerichte benadering. Dat doen we aan de hand van een analyse per bedrijf met een zogenaamd ‘basisbeeld’. Het basisbeeld is een analysemethode die ontwikkeld is om de beschikbare mensen en middelen in de VTH-keten op de kwalitatief juiste plaats in te zetten. Een toezichthoudende instantie kan immers niet altijd overal aanwezig zijn om toezicht te houden. Dit is ook niet noodzakelijk: wanneer er goed zicht is op welke risico’s bij de bedrijven spelen en de omvang hiervan, kan de inzet van het toezicht hierop worden afgestemd. Als handhavende instantie is het zaak zicht te hebben op alle bedrijven en thema’s, zodat de OD NZKG dáár kan staan waar en wanneer het nodig is. Seveso-bedrijven maken onderdeel uit van complexe bedrijven in de aanpak van de OD NZKG. Seveso-inspecties Voor de uitvoering van de Seveso-inspecties gelden de volgende uitgangs­ punten en wordt per bedrijf een inspectieplan op maat gemaakt. Uitvoering gaat volgens de landelijke afspraken: de één- of meerdaagse inspecties worden uitgevoerd door teams van de Omgevingsdienst, Veiligheids­regio, Nederlandse Arbeidsinspectie en indien relevant de waterkwaliteitsbeheerder en het staatstoezicht op de mijnen.

In de uitvoering differentiëren we tussen goed en slecht presterende bedrijven: – Dit wordt bepaald aan de hand van de landelijke Seveso-ranking die jaarlijks wordt opgesteld voor alle Severso-bedrijven in Nederland. Dit leidt tot een scherpere aanpak van bedrijven die niet goed scoren op naleefgedrag, risico’s van de activiteiten voor de omgeving, veiligheidsprestatie, procesveiligheid en veiligheidscultuur; – Voor de planning van de Seveso-inspecties wordt gebruik gemaakt van het landelijke Seveso Toezichtmodel (TM) en de landelijke Ranking Seveso-bedrijven. Voor de meeste bedrijven houdt dat een jaarlijkse inspectie in;

Uitvoeren van toezicht vanuit drie invalshoeken: – Toezicht op de systemen van bedrijven (zoals veiligheidsbeheers­ systemen), – Fysieke controle (onder andere inspectie van kritische veiligheidsvoor­ zieningen en controle van juistheid van bedrijfsinformatie) en Toezicht op cultuur (houding en gedrag). Naast deze verbreding wordt ook vaak onaangekondigd of buiten werktijden geïnspecteerd. – De handhaving bij de OD NZKG volgt de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet van november 2022 als leidraad. Voor handhaving met betrekking tot BRZO (nu Seveso), wordt de Landelijke Handhavings­ strategie Brzo 1999 van 14 januari 2013 als richtlijn gehanteerd. Dit bete­ kent dat de manier waarop de OD NZKG toezicht houdt en handhaaft, gebaseerd is op de strategische documenten die specifiek zijn ontworpen voor de implementatie van de Omgevingswet en de regels met betrekking tot BRZO (Seveso). Toezicht omgevingsvergunning Naast Seveso-inspecties worden er bij Seveso-bedrijven en RIE-bedrijven fysieke en externe controles uitgevoerd die zich richten op de naleving van de omgevingsvergunning en de Omgevingswet en Wet VTH en de regels van het Omgevingsplan. Het aantal fysieke controles per jaar is vastgesteld op basis van het Basisbeeld.

Met het resultaat wordt per bedrijf bepaald welke jaarlijkse toezichtlast passend is (combinatie van risico, naleving, houding en gedrag) of dat het bedrijf onvoldoende in beeld is en daarop extra geïnvesteerd moet worden. Het extern gestuurd toezicht komt voort uit verplichtingen uit de milieu­ vergunning of direct uit wet- en regelgeving, zoals beoordeling van indiening van (onderzoeks)rapportages, en uit de opvolging van klachten en incidenten. Actualisatie Seveso-bedrijven Er zijn twee wettelijke eisen voor een ‘actuele vergunning’: 1. De plicht ‘regelmatig te beoordelen of een vergunning nog toereikend is’, waarbij niet is vastgelegd wat ‘regelmatig’ is. 2. De vergunning is binnen 4 jaren na inwerkingtreding van een nieuw Besluit best beschikbare technieken (BBT) conform geactualiseerd. 45

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Landelijk is aanvullend gedefinieerd (niet verplicht) dat een vergunning in de categorie Seveso/RIE46,7 actueel is, als die jonger is dan 5 jaren. De OD NZKG heeft aanvullende algemene afspraken vastgelegd over actualisering, inclusief de prioriteitstelling daarvan binnen het totale werkaanbod. De OD NZKG toetst Seveso/RIE4-bedrijven elke vijf jaren, en RIE-overige elke tien jaren, of de vergunning nog toereikend is. Zo neen, wordt ambtshalve corrigerende actie geïnitieerd. Dit is ‘programmatisch actualiseren’. Met actualisering bedoelen we alleen initiatieven vanuit de overheid om vergunningen te updaten. Daarnaast wordt actualisatie ook toegepast in (wijzigings-) aanvragen van bedrijven. 3.5

Strategie op de niet-bedrijfsgebonden activiteiten

Bodem en bouw kennen basistaken en plustaken. Daar waar deze integraal onderdeel vormen met de bedrijfsgebonden activiteiten zijn deze meege­ nomen in de voorgaande hoofdstukken.8 Bodem Bodem betreft ook activiteiten die niet rechtstreeks gerelateerd zijn aan bedrijven, en de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze taken ligt bij de Omgevingsdienst. De belangrijkste ontwikkeling op het gebied van bodembeheer heeft betrekking op de overdracht van bodemtaken naar gemeenten en de implementatie van de Omgevingswet vanaf 1 januari 2024. Met de invoering van de Omgevingswet krijgen gemeenten meer bevoegdheden met betrekking tot milieubelastende activiteiten die zich in of op de bodem voordoen. De Omgevingswet en de decentralisatie

6 Seveso/RIE4: majeure risicobedrijven volgens Besluit risico’s zware ongevallen en/of de Richtlijn industriële emissies, categorie 4. 7 RIE-overig: minder risicovolle bedrijven, die onder de Richtlijn industriële emissies vallen in de lagere risicocategorieën 1–3. 8 De OD NZKG voert de basistaken VTH voor bouw- en sloopactiviteiten uit waarbij de Gedeputeerde Staten van Noord-Holland het bevoegd gezag zijn. Dan gaat het om bouwprojecten van provinciaal belang of complexe bedrijven. Daarnaast voert de OD NZKG deze taken uit bij bedrijven in de provincies Flevoland en Utrecht die onder de regelgeving over het voorkomen van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen vallen.

van bodemtaken brengen aanzienlijke veranderingen in het bodembeleid met zich mee. Het is van vitaal belang om de overgang naar gemeenten soepel te laten verlopen en fouten te voorkomen om zo gezondheids- en milieurisico’s te beheersen. In samenwerking met verschillende overheden heeft de OD NZKG daarom voor acht gemeenten in de OD NZKG-regio een voorbereidingsbesluit bodem opgesteld, evenals voor elke gemeente een ‘Beleidskader bodem onder de Omgevingswet’ dat in principe uitgaat van een beleidsneutrale overgang naar de Omgevingswet. Het nemen van dit besluit door gemeenten, naar verwachting eind 2023, is van belang, omdat het nieuwe bodembeleid onder de Omgevingswet anders juridische hiaten zou veroorzaken, zoals bijvoorbeeld het niet kunnen eisen van sanering bij een te hoge verontreiniging in de bodem. Dit beleidskader biedt richtlijnen voor de uitvoeringspraktijk binnen gemeenten en dient als gids voor de implementatie onder de Omgevingswet. Het kader legt de nadruk op duurzaam bodembeheer, gaat verder dan enkel milieutechnische zaken, en streeft naar een balans tussen de bescherming van de bodem en multifunctioneel gebruik. Voorlopig zal de OD NZKG de bestaande prioriteringsmethodiek voor bodem (zie bijlage 6) blijven toepassen.

Deze methodiek richt zich op het voorkomen van bodemverontreinigingen, het beheer en de sanering van bestaande verontreinigingen, evenals de regulering en het toezicht op het gebruik en hergebruik van bouwmaterialen in of op de bodem. Deze aanpak is in lijn met de doelstellingen van de Omgevingswet, namelijk beschermen en verbeteren bodemkwaliteit (waarborgen kwaliteit leefomgeving). In de komende periode zullen we verdere acties ondernemen om de prioriteringsmethodiek voor bodemtaken die niet aan bedrijven zijn gerelateerd, uit te breiden naar een methode die zowel op risico’s als op specifieke opgaven en bijbehorende doelstellingen is gebaseerd. Bouw Bouw is een plustaak die de OD NZKG (deels) uitvoert voor de gemeente Amsterdam en Haarlemmermeer. Gemeentelijke VTH-beleid/U&H-strategie geldt indien aanwezig voor deze U&H-taken in de fysieke leefomgeving die in de grootstedelijke gebieden van Amsterdam aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied zijn gemandateerd en voor de plustaken die de Omgevingsdienst namens Haarlemmermeer uitvoert. Daarnaast voert de 46

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

OD NZKG op offerte-basis gedurende korte of langere tijd VTH-taken uit in opdracht van andere gemeenten. Hiervoor geldt dat de Omgevingsdienst in overleg met gemeente voor de uitvoering van deze taken uitvoeringsaccenten kan aanbrengen. Bijvoorbeeld in het belang van de regionale uniformiteit of vanuit bedrijfsmatige overwegingen. Deze accenten passen binnen de kaders van gemeentelijke beleid en worden vastgelegd in de jaarlijkse uitvoeringsovereenkomsten tussen deelnemer en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied’. In de afspraken bij de jaarlijkse uitvoerings-overeenkomsten wordt rekening gehouden met bedrijfsmatige overwegingen van de OD NZKG. Het huidige kader voor bouw kent al een opgavegerichte sturing en is voor nu geactualiseerd en in bijlage 6 bijgevoegd. Bouwtaken kennen ook een eigen dynamiek die verschilt van de milieutaken. De vergunningverlening is primair vraag-gestuurd. Een risicogerichte aanpak wordt gehanteerd via Bouwtoezicht op Maat (BOM). Inhoudelijke belangenafweging wordt gemaakt binnen de wettelijke kaders, die vaak heel strikt zijn. Daar waar bijvoorbeeld in het ruimtelijk domein afwegingen over het toekennen van functies aan locaties in het omgevingsplan moeten worden gemaakt ligt de voorbereiding overwegend bij de thuisorganisatie, waarbij de OD NZKG adviseur is. Ontwikkelopgave is om de samenhang met de ander taken te versterken.

Opgavegericht werken biedt hiervoor goede kansen. Voor de niet-basistaken of ‘plustaken’, en voor taken buiten het werkgebied van provincie Noord-Holland, kunnen bestuursorganen van de gemeentes en provincies besluiten om deze strategie van toepassing te verklaren voor (een deel) van die taken. De OD NZKG kiest ervoor om naast de basistaken ook de plustaken integraal mee te nemen in deze strategie en deze maken dus ook onderdeel uit van de prioriteringstabel met name gericht op de samenhang. 3.6

Programmeren U&H-strategie

De U&H-strategie is een belangrijk kader voor de prioriteitstelling en de doorwerking hiervan in het instrumentarium en jaarlijkse programmering. Prioriteitstelling is nodig om focus aan te brengen in het werk van de OD NZKG. De prioriteit wordt bepaald door bestuurlijke prioriteiten

vanuit de wetgever en door bestuurlijke prioriteit bij de deelnemer. Er kunnen bijvoorbeeld wettelijke verplichtingen gelden, zoals verplichte controlefrequenties bij bepaalde activiteiten. Dat bepaalt de minimale inzet vanuit de Omgevingsdienst. Dit kadert dus ook de mate waarin er vrijheid is om op inzet te prioriteren. En er kunnen vanuit de deelnemers bestuurlijke redenen zijn om een activiteit met een lager risico toch meer prioriteit te geven dan een activiteit met hoger risico. Bijvoorbeeld omdat met een bepaalde activiteit een specifieke beleidsopgave effectiever of efficiënter wordt behaald. Uiteraard binnen de kaders van de wet- en regelgeving en gericht op een onafhankelijke opererende Omgevingsdienst. De concrete afspraken hierover legt de OD vast in het meerjarenprogramma, waaronder de meerjarenbegroting, en de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s per deelnemer. We organiseren hier goede beheersing op door monitoring, adequate bijstelling en verantwoording. De scope van de U&Hstrategie beperkt zich tot de inhoudelijke meerjarige prioritering van de opgavegerichte strategische inzet op het gebied van regulering, naleving en advisering. Vanuit de Omgevingswet geldt? er naast de verplichting om een U&Hstrategie vast te stellen ook een verplichting om een U&H-programma uit te werken.

De Strategische Agenda 2022-2024 van de OD NZKG is voor de korte termijn het inhoudelijke meerjarenprogramma en de concrete afspraken met de deelnemers hierover wordt vastgelegd in jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s met de verschillende deelnemers. Deze laatste ontwikkelt de OD NZKG door in de lijn van deze U&H-strategie: met de opgave als vertrekpunt en informatiegestuurd met oog voor samenhang beleid en uitvoering. Financiering De implementatie van de Omgevingswet heeft grote impact op het werk van omgevingsdiensten. Een eerste vertaling van deze impact is gemaakt in een nieuwe product- en dienstencatalogus (PDC), welke de komende jaren nog aangepast zal worden naarmate de inhoud duidelijker wordt. Dit heeft ook gevolgen voor de financierings-systematiek die de OD hanteert; de nieuwe Producten- en Dienstencatalogus (PDC) bevat nieuwe producten zonder in de praktijk getoetste kengetallen. De 47

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

kengetallen moeten worden vastgesteld op basis van praktijkervaring. In de implementatiefase zullen daarom voor het begroten en afrekenen afspraken gemaakt worden met de deelnemers. Een halfjaar na de implementatie van de Omgevingswet zal er gestart worden met de monitoring en evaluatie van de kengetallen. Voor de Prestatie Gerichte Financiering (PGF) wordt daarom verwezen naar de meerjarenbegroting 2023-2026 en de concept meerjarenbegroting 20242027. Voor de producten en diensten wordt verwezen naar de Producten en dienstencatalogus Omgevingswet 2022. Rapportage Jaarlijks rapporteert de OD NZKG over de mate waarin uitvoering van het uitvoerings­programma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de beleidsdoelen (evaluatie­rapportages). Omgevingsbesluit artikel 13.11, lid 1 en 2, geeft hiervoor de volgende kaders: 1. De bestuursorganen, bedoeld in artikel 13.5, rapporteren jaarlijks over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen, bedoeld in het eerste lid van dat artikel. 2. Naar aanleiding van de in het eerste lid bedoelde rapportage wordt de uitvoerings- en handhavingsstrategie bezien en zo nodig aangepast.

De uitvoerings- en handhavingsstrategie van de OD NZKG wordt naar aanleiding van deze bevindingen zo nodig aangepast. De Noord-Hollandse uitvoerings- en handhavingsstrategie wordt, indien nodig tussentijds aangepast. Deze strategie wordt vertaald conform de werking van de BIG-8 naar een bijbehorend programma. Op programmaniveau worden met de deelnemers afspraken gemaakt over de vertaling van de strategie naar concrete uitvoering. Inzet, capaciteit en financiering maken onderdeel uit van het programma.

Meerjarig legt de OD NZKG deze inhoudelijk vast in de Strategische Agenda gericht op de eigen organisatie en bestuurlijk in de Meerjarenbegroting. Deze worden vertaald naar jaarlijkse Uitvoering en Handhavingsprogramma’s per deelnemer. Door middel van ‘programma & organisatie’ worden de capaciteit en de financiële middelen die nodig zijn om de VTH-doelen te behalen toegewezen (verplichting Omgevingsbesluit). Hiervoor maakt de OD NZKG gebruik van prestatiegerichte financiering. 3.7

Monitoring, rapportage en evaluatie

De rapportages van de OD NZKG krijgen een meer opgavegerichte vorm aansluitende op de U&H-strategie. Hierin staan de opgaven waarop de bestuurlijke focus is gelegd centraal: 1 Waarborgen kwaliteit leefomgeving: Veiligheid, milieu gerelateerde gezondheid en duurzaamheid 2 Bijdrage leveren aan de maatschappelijke doelen: Klimaat (energie­ transitie, circulaire economie en klimaatadaptatie) en transformatie woonwerkgebieden De geformuleerde 19 focuspunten zijn de belangrijkste thema’s, opgaven en taken waarbinnen de OD NZKG een bijdrage levert aan het realiseren van de doelen. Voor alle focuspunten ontwikkelt de Omgevingsdienst een aanpak zoals beschreven in inleiding Deel 3. Het ontwikkelen van indicatoren maakt onderdeel uit van de uitwerking. Deze indicatoren vormen de basis om de voortgang te monitoren en waar nodig bij te sturen. Bijsturen gebeurt langs de informatielijn (onderdeel van de BIG-8) en is gericht op bijsturing van het programma (afspraken met de deelnemers), de continu verbetering van de eigen uitvoering en/of als input voor beleidsevaluatie. Voor een goede monitoring is opgavegerichte data en informatie van belang om te kunnen sturen. 48

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

De OD NZKG zet daarom in op een opgavegerichte Informatiestrategie die naast informatie ten behoeve van de VTH-producten (output) ook gericht is op effect (outcome). De bedrijfsbestanden zijn actueel en valide en waar mogelijk gedigitaliseerd en aangevuld met extra informatie gericht op het effect van het werk van de OD op de maatschappelijke opgaven. Deze wordt gekoppeld aan informatie van haar partners en derden gericht op de doelen uit de U&H-strategie. De ODNZKG maakt analyses op branches, locaties en gedrag, die de basis vormen voor adviezen, voorspellingen en een integraal risicobeeld voor het werkgebied. Deze ontwikkeling is reeds ingezet, maar zal ook de komende jaren een ontwikkelopgave blijven. De rapportage en monitoring gebeurt zo uniform mogelijk gericht op de regionale doelen en opgaven. Gelijkluidende aanpak monitoring en evaluatie Noord-Hollandse Omgevingsdiensten: De OD NZKG beschrijft in het jaarlijks uitvoeringsprogramma welke activiteiten worden uitgevoerd. Bij de bepaling van effectieve inzet en werkzaamheden wordt rekening gehouden met de impact die werkzaam­ heden van de Omgevingsdienst hebben gehad ten aanzien van de indivi­ duele en gezamenlijke ontwikkelopgaven. Als basis hiervoor nemen de omgevingsdiensten de eigen prioriteitenstelling.

Outcome-indicatoren De OD NZKG heeft de ambitie om steeds beter in staat te zijn om de impact van hun werkzaamheden op de realisatie van de beleidsopgaven inzichtelijk te maken. Hiermee kunnen de omgevingsdiensten de gevoerde strategie verantwoorden naar hun deelnemers en het past tevens bij de bedoeling van de Big-8. Uit monitoring (van de uitvoering) volgt essentiële informatie voor de evaluatie van beleidsdoelen en dat weer input is voor de visievorming en strategiebepaling voor een volgende bestuurlijke periode. Er zijn op dit moment nog geen gezamenlijke outcome-indicatoren. De huidige outcome-indicatoren zijn nog per omgevingsdiensten bepaald, met oog op de uitvoering door de desbetreffende omgevingsdiensten van de geldende regionale strategie. De Noord-Hollandse omgevingsdiensten streven ernaar om in gezamenlijkheid nieuwe outcome-indicatoren te ontwikkelen met het oog op de bijdrage van hun uitvoering aan de (boven-)regionale opgaven.

49

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

4. Ontwikkelagenda 2024-2027 De Omgevingswet legt steeds meer nadruk op een geïntegreerde aanpak voor Omgevingsdiensten, waarbij de aandacht verschuift van taakgerichte milieuaangelegenheden, bodembeheer en bouwregelgeving naar een perspectief op de opgaven in de leefomgeving. Dit vereist tevens de verwerving van nieuwe kennis en expertise binnen de Omgevingsdiensten, met een sterke focus op de integrale benadering van de leefomgeving. De nadruk op de leefomgeving en de implicaties van het programma IBP VTH stelsel kunnen leiden tot een toename van verantwoordelijkheden, zoals nu al merkbaar is bij bodemzaken. Bovendien heeft het IBP potentieel ingrijpende wijzigingen in het stelsel tot gevolg, gericht op het versterken van de veerkracht van Omgevingsdiensten en het aanpassen van de aansturing en financiering om beter aan te sluiten bij de uitdagingen waar de Omgevingsdiensten voor staan. Kortom, het VTH-stelsel bevindt zich momenteel in een fase van ingrijpende transformatie. Bovendien moet worden benadrukt dat de OD NZKG niet vanuit het niets beginnen. In de afgelopen jaren zijn er al aanzienlijke stappen gezet richting een meer opgavegerichte aanpak. De OD NZKG heeft de afgelopen jaren al vooruitgang geboekt in de richting van deze benadering, zoals weerspiegeld wordt in deze Uitvoerings- en Handhavingsstrategie.

Niettemin is de trans­ formatie nog volop aan de gang en wordt gevoed door diverse ontwikke­ lingen, wat betekent dat de OD zich actief moet inzetten om de strategische doelen verder te concretiseren tot praktische instrumenten. Hierbij ligt de focus en prioriteit op de focusopgaven uit deze U&H-strategie. Dit betekent dat de komende jaren extra inspanningen nodig zijn om deze ontwikkelingen succesvol te integreren. De OD NZKG beseft dat ze deze uitdagingen niet in haar eentje kan aangaan. Samenwerking met overheids­instanties en partners in de keten is van essentieel belang. Daarom omvat deze strategie tevens een Ontwikkelagenda voor de periode 2024-2027, die als kader dient voor de inhoudelijke doorontwikkeling van de dienst de komende jaren. 50

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

4.1

Versterken VTH-stelsel en samenwerking Omgevingsdiensten

De doorontwikkeling van de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H) in Noord-Holland staat voor belangrijke veranderingen die voortkomen uit aanbevelingen van de commissie Van Aartsen en rapporten van de Algemene Rekenkamer. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot de oprichting van het Interbestuurlijk programma ter versterking van het VTH-stelsel (IBP) dat van start ging in de zomer van 2022. Het IBP stelt zes kernpijlers vast: Robuuste omgevingsdiensten en financiering; Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging; Informatievoorziening met betrekking tot Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH); Kennisinfrastructuur en arbeidsmarkt; Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving; Monitoring van de kwaliteit van milieutoezicht. Deze pijlers vormen ook de basis voor de Ontwikkelagenda van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG). Alle aspecten van het IBP hebben invloed op de U&H-strategie en kunnen in de toekomst van invloed zijn op strategische beslissingen. De vier Noord-Hollandse Omgevingsdiensten zetten hun samenwerking voort om verschillende strategieën verder te uniformeren, met inachtneming van landelijke ontwikkelingen op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht, en Handhaving (VTH).

Dit omvat onder andere het actualiseren van het fundament van de strategie op basis van actuele ontwikkelingen en ervaringen met de Omgevingswet, verfijning van de methode voor opgavegerichte probleem- en risicoanalyse met een focus op activiteiten en het samenwerken aan gezamenlijke (beleids)opgaven die voortkomen uit de keuzes binnen verschillende strategieën. Andere aspecten zijn onder andere het actualiseren van de regulering- en nalevingsstrategie en advisering op basis van praktijkervaringen met de Omgevingswet. Daarnaast wordt er gewerkt aan het bepalen van gedeelde outcome-indicatoren voor monitoring.

4.2

Van Strategie naar uitvoering

Wet en regelgeving & beleid gericht op strategie en uitvoering (strategisch)

Van strategie naar uitvoering programma, organisatie en monitoring (operationeel)

Goede Wet- en Regelgeving: Het is de verantwoordelijkheid van overheden om zorg te dragen voor de ontwikkeling en aanpassing van wet- en regel­ geving om te kunnen voldoen aan de strategische doelen voor een veilige en gezonde omgeving. Dit omvat zowel de noodzakelijke aanpassingen van bestaande regels als de ontwikkeling van nieuwe wetten en regels om te blijven voldoen aan de eisen van de tijd. Als OD kunnen we hier een bijdrage leveren vanuit onze kennis en ervaring.

Implementatie van de U&H-strategie: De strategie moet worden omgezet in concrete acties, programma’s en projecten. Deze aanpak moet zorgen voor een samenhangende uitvoering van de strategische doelen en focuspunten. Deze moeten vertaald worden naar de uitvoerings- en monitoringsafspraken met de deelnemers.

Beleid gericht op opgaven: Het beleid moet specifiek gericht zijn op het aanpakken van de opgaven waarmee we geconfronteerd worden, zoals gezondheid en milieubescherming. Het beleid dient duidelijke doelstellingen en effectieve maatregelen te bevatten om deze opgaven doeltreffend aan te pakken. Als OD kunnen we hier een bijdrage leveren vanuit onze kennis en ervaring. Focus op Omgevingsplannen: De OD NZKG moet goede afspraken maken over haar rol bij het opstellen van omgevingsplannen, zodat deze uitvoerbaar zijn voor de OD NZKG en overeenkomen met de strategische doelen. Kennisnetwerk en samenwerking: Een veranderende context, zoals de Omgevingswet en het IBP VTH, heeft ook gevolgen voor samenwerking en netwerken. De OD NZKG zal meer opgavegericht moeten samenwerken, gericht op de kernopgaven en betrokkenheid in een vroeg stadium. Dit zal ook vaker vereisen dat er bijvoorbeeld ruimtelijke kennis en competenties beschikbaar zijn, omdat het integrale beleid gericht is op de fysieke leefomgeving in brede zin.

51

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Prioritering op basis van data en informatie: De opgavegerichte aanpak moet worden vertaald naar een systematiek die gebaseerd is op gegevens en informatie. Dit zal helpen bij het prioriteren van taken en maatregelen, waarbij de prioriteit ligt op de focusopgaven. Overgang naar Omgevingswet-conforme werkwijze: Er moet een duidelijke overgang plaatsvinden van werken aan de Omgevingswet naar werken in overeenstemming met de geest en voorschriften van de Omgevingswet. Dit vereist nauwgezette naleving van de wetgeving en het gebruik van passende uitvoeringsmethoden. De verschuiving van inrichting naar milieubelastende activiteit is hierin een belangrijke verandering, die ook gevolgen zal hebben voor de strategie en bijbehorende methodiek. Samenlevingsgericht werken en innovatie: Het bevorderen van samenlevings­ gericht werken en het gebruik van slimme, informatiegestuurde technieken en digitale innovaties om maximale impact te bereiken met minimale inzet. Opgavegerichte methodiek niet bedrijfsgebonden activiteiten: De aanpak van niet-bedrijfsgebonden activiteiten moet in lijn zijn met de aanpak van bedrijfsgebonden activiteiten en zich richten op gedetailleerde maatregelen om specifieke problemen aan te pakken. De nieuwe basistaken bodem zijn hier hiervan een belangrijk voorbeeld.

52

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7

53

Achtergrondinformatie omgevingsdiensten Noord-Holland Bestuurlijk Referentiekader OD NZKG Wettelijk kader Programma’s op nationaal en regionaal niveau Opgavegerichte probleem- en risicoanalyse Milieu Methodieken Bodem en Bouw Begrippenlijst

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Bijlage 1

Achtergrondinformatie omgevingsdiensten Noord-Holland

De Noord-Hollandse gemeenten zijn ieder deelnemer in één van de vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten. In hun eigen regio (zie figuur 5a en figuur 5b) voeren de omgevingsdiensten gemeentelijke taken uit. De provincie Noord-Holland is als enige bestuursorgaan deelnemer in alle vier de omgevingsdiensten. Het werkgebied voor veel van deze taken is provincie-breed, en dus regio-overstijgend. De omgevingsdiensten hebben hierdoor een overlap van werkgebied, hetgeen vraagt om onderlinge afstemming en samenwerking. OD NZKG is BRZO-dienst, en voert BRZOtaken uit voor de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht (onder de Omgevingswet spreken we over Seveso-taken).

Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek Omgevingsdienst IJmond Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (NZKG)

De deelnemers van de Noord-Hollandse omgevingsdiensten hebben gezamenlijk gedeelde beleidsopgaven gedefinieerd. Deze gezamenlijke beleidsopgaven komen voort uit een analyse van bovenregionaal beleid en de belangrijke opgaven voor het gebied Noord-Holland. Om de passende inzet te plegen, is het nodig dat de gezamenlijke opgave(n) van omgevingsdiensten in samenhang worden bekeken met de regionale beleidsopgaven per omgevingsdienst. Daartoe dient de eigen gebiedsanalyse per omgevingsdienst. Ieder van de vier omgevingsdiensten bepaalt uiteindelijk in haar individuele U&H-strategie welke inzet passend is op elk van de gezamenlijke beleidsopgaven. Figuur 5a: Werkgebied van de Noord-Hollandse omgevingsdiensten.

54

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Werkgebied provinciale taken BRZO-werkgebied Regionaal werkgebied

Gezamenlijke U&H-strategie Noord-Holland De vier Noord-Hollandse Omgevingsdiensten (OD NZKG, OFGV, ODIJ, OD NHN) zijn een proces gestart om te komen tot een Gezamenlijke U&H-strategie. Doel is om te komen tot een meer level-playing field voor inwoners, bedrijven en overheden. Ook zit er veel overlap in de taken van de verschillende omgevingsdiensten, met name op het gebied van milieu (basistaken). Dit heeft geleid tot een gelijkluidende en gezamenlijk opgestelde U&H-strategie van de Noord-Hollandse omgevingsdiensten, zowel inhoudelijk als methodisch. Elke dienst vertaalt deze dan weer naar een eigen U&H-strategie. Deze U&H-strategie 2024-2027 van de OD NZKG is opgesteld binnen deze nieuwe Noord-Hollandse kaders. Deze gezamenlijke aanpak dient naast verbeteren van level-playing field ook als goede basis voor de toekomstige samenwerking en past goed in de ontwikkelingen rondom versterking VTH-stelsel. De basis voor deze gezamenlijke aanpak ligt in het door het Algemeen Bestuur in december 2022 vastgestelde Algemene kader ‘Naar een gezamenlijke VTH&A-strategie Noord-Holland’.

Omgevingsbesluit art. 13.5 t/m 13.7 U&H-strategie (Noord-Holland)

Figuur 5b: Werkgebied van de Noord-Hollandse omgevingsdiensten.

55

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Gezamenlijke uitgangspunten en methoden van de vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten

U&H-strategie

+ (per omgevingsdienst)

Individuele beleidsmatige uitwerking per omgevingsdienst

Omgevingsbesluit art. 13.8 Jaarlijks uitvoeringsprogramma (per omgevingsdienst)

Specificatie van activiteiten in een specifiek jaar

Bijlage 2

Bestuurlijk referentiekader

Inleiding Het bestuurlijk referentiekader is door het Algemeen bestuur van de OD NZKG vastgesteld op 21 december 2018. Het was opgenomen in hoofdstuk 3 van het Regionaal Uniform Toezicht- en Handhavingsbeleid 2019-2022 OD NZKG. Het bestuurlijk referentiekader was het vertrekpunt van de evaluatie/ actualisatie en waar nodig bijstelling. Bij de voorbereiding van dit VTHbeleid is destijds een analyse gemaakt van de strategische documenten en werkwijzen die de deelnemende bestuursorganen en de OD NZKG gebruiken bij de uitvoering van VTH-taken. Daar is een bestuurlijk referentiekader uit afgeleid voor de sturing op de regionale uitvoering. De OD NZKG blijft werken langs de vijf elementen van het bestuurlijk referentiekader. Bestuurlijk referentiekader De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie geeft richting aan de praktijk, met prioriteiten, methoden en werkwijzen. Dat gebeurt met concrete keuzes en handvatten voor de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving. Hiermee wordt de strategie praktisch uitvoerbaar. Tegelijkertijd voorziet deze strategie in vijf gezamenlijke bestuurlijke uitgangspunten voor de inrichting en organisatie van het stelsel van VTH in de vier regio’s van de provincie Noord-Holland.

De vijf uitgangspunten vormen tezamen een referentiekader voor de verantwoordelijkheid van elk bevoegd gezag in de vier regio’s voor A) de adequate organisatie van bevoegdheden en taken, en B) de inhoudelijke onderbouwing van keuzes en prioriteiten. Deze is in de lijn met het vastgestelde bestuurlijke referentiekader van de OD NZKG uit 2018. 56

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Bestuurlijk referentiekader 1. Opgavegericht en beleidssensitief sturen met maatwerk 2. Preventief handelen 3. Informatiegestuurd werken 4. In gelijke situaties gelijkwaardig optreden 5. Samenwerken door afstemming van beleid, taken en bevoegdheden 1. Opgavegericht en beleidssensitief sturen met maatwerk Beleid moet doordacht samenhangen met de realisatie in de uitvoerings­ praktijk. Andersom geldt hetzelfde. Om deze wederkerigheid tussen beleid en uitvoering te creëren en te borgen, is maatwerk nodig bij de aanpak van situaties die niet “standaard” kunnen worden opgelost door toepassing van vooraf geschreven regels. Dat speelt ook bij de grote maatschappelijke opgaven (zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, water en bodem) omdat daarbij veelal sprake is van complexiteit en samenloop van veel feiten en belangen binnen dezelfde tijd en ruimte. Dat soort omstandigheden versterkt de behoefte aan maatwerk. Deze gezamenlijke uitvoerings- en handhavingsstrategie voorziet erin dat VTH-taken opgavegericht en beleidssensitief worden georganiseerd en uitgevoerd met oog voor de belangen in de omgeving. 2. Preventief handelen Voorkomen is beter dan genezen. Dat betekent dat primair wordt ingezet op preventie, met als doel de spontane naleving van wet- en regelgeving door burgers, bedrijven en instellingen te vergroten.

De inzet van VTH is bij voorkeur gericht op het waarmaken van eigen verantwoordelijkheid, maar

waar nodig is sprake van interventie en correctie met een intensiteit die proportioneel en effectief is. 3. Informatiegestuurd werken De uitvoering van het beleid voor de fysieke leefomgeving is informatieintensief. Er is voortdurend sprake is van het vergaren, uitwisselen en toetsen van (bovenregionale) data over de fysieke situatie, de belangen die daarmee gemoeid zijn en de technische, financiële en wettelijke kaders, ook met oog voor onzekerheden en nieuwe ontwikkelingen. De omgevingsdiensten voorzien in kennis, kunde en informatie over de fysieke leefomgeving en zij levert vanuit die positie een belangrijke bijdrage aan de correcte toepassing van het omgevingsrecht. Daardoor kan goed onderbouwd worden beoordeeld welke activiteiten en ontwikkelingen mogelijk zijn binnen de relevante juridische, technische en financiële bandbreedtes. De omgevingsdiensten streven ernaar om op basis van haar expertise en databeheer een verbindende partner te zijn. 4. In gelijke situaties gelijkwaardig optreden De besturen van de omgevingsdiensten zijn eraan gehouden om gelijke situaties zoveel mogelijk gelijk te behandelen, maar ook om oog te hebben voor de bijzonderheden van situaties. Dat lijkt een tegenstrijdige opgave, maar deze eenheid en verscheidenheid is goed te organiseren door onder­ scheid te maken tussen standaardsituaties, complexe gevallen en unieke opgaven.

Tussen deze drie types kan de strategie verschillen terwijl binnen ieder type een uniforme aanpak wordt gevolgd. Het onderscheidend criterium is de dynamiek in de omstandigheden, die relevant is om een geval te onderscheiden van andere gevallen. Het gevolg van de toepassing van typologieën van situaties is dat vergelijkbare situaties zoveel mogelijk op gelijke wijze worden afgehandeld: willekeur en rechtsongelijkheid wordt voorkomen en het proces is voorspelbaar. Tegelijkertijd wordt voldaan aan het vereiste van evenredige belangenafweging in de context van individuele gevallen. Er worden drie typen onderscheiden:

57

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Type 1: Standaardsituaties Dit type kenmerkt zich door een vooraf programmeerbaar verloop van de beleidscyclus voor een grotere groep van gelijksoortige gevallen. De omgevingsdiensten werken voor de standaardsituaties zoveel mogelijk langs standaardwerkprocessen en procedures. Het is mogelijk om te sturen op het doelbereik, bijvoorbeeld door te werken met controlefrequenties en algemene regels zonder (veel) variatie. De verwachting is dat de werking van de big-8 cyclus voor dit type situaties opgaat voor het grootste deel van de werkvoorraad. Type 2: Complexe gevallen Dit type kenmerkt zich door een grilliger verloop van de uitvoering van de beleidscyclus in termen van doelbereik, benodigde inzet van kennis, capaciteiten informatie en invloed van de betrokken stakeholders. De aanpak moet per situatie bekeken worden. De verwachting is dat de werking van de big-8 cyclus voor dit type situaties opgaat voor een smaldeel van de werkvoorraad. Type 3: Unieke opgaven Dit type kenmerkt zich door veel maatwerk en intensieve afstemming ten aanzien van de doelen en in te zetten middelen. De verwachting is dat de werking van de big-8 cyclus voor dit type situaties opgaat voor uitzonderlijke gevallen binnen de werkvoorraad. 5.

Samenwerken door afstemming van beleid, taken en bevoegdheden De competenties zijn in het omgevingsrecht en -beleid verdeeld over meerdere bestuursorganen en uitvoeringsorganisaties: het vereist samen­ werking om tot een samenhangende, informatie gestuurde benadering van beleidsopgaven te komen. Maar samenwerking is ook noodzakelijk vanwege het streven naar een effectieve aanpak van situaties, het bevorderen van een gelijk speelveld en om de dienstverlening efficiënt in te richten.

Bijlage 3

Wettelijk kader

Inleiding Het wettelijk kader kent een grote wijziging, per 1 januari 2024, treedt de Omgevingswet inwerking. De Eerste Kamer stemde dinsdag 14 maart in met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Er zijn vier moties aangenomen, de inhoud daarvan raakt ook de OD NZKG. Met name de motie-Kluit c.s. verzoekt de regering om voor 1 juli 2023 een integraal, financieel beeld te maken voor gemeenten, provincies en omgevingsdiensten, en de Kamer voor de zomer te informeren over hoe deze kosten komende jaren gedekt worden. Met het koninklijk besluit wordt het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgesteld op 1 januari 2024. De Omgevingswet bundelt straks de werking van 26 wetten voor de leefomgeving in één nieuwe wet. Tegelijkertijd worden 60 Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) omgezet naar vier nieuwe AMvB’s en gaan 75 ministeriële regelingen over in één Omgevingsregeling. Het is een majeure operatie die veel energie en creativiteit vraagt in de komende periode. De Omgevingsdienst OD NZKG heeft zich de afgelopen jaren voorbereid. Dit betekent dat de OD NZKG vanaf 1 januari 2024 gaat werken vanuit de kaders van de Omgevingswet. In de loop tijd van deze strategie krijgt de overgang van het ene naar het andere wettelijk kader vorm. Voor het geheel invoeren van de Omgevingswet is een transitie periode tot eind 2031 afgesproken.

58

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Omgevingswet: (bron site iplo): De Omgevingswet is de wet die alles regelt voor de ruimte waarin we wonen en werken: de leefomgeving. Deze nieuwe wet bundelt en vereenvoudigt de regels voor alles wat u buiten ziet, hoort en ruikt. De wet geldt voor alle Nederlandse inwoners, organisaties en bedrijven. De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Om ervoor te zorgen dat onze leefomgeving een gezonde, veilige en prettig leefbare plek is, hebben we in Nederland veel regels gemaakt. Zowel voor inwoners als bedrijven. Die regels gaan onder andere over hoe we omgaan met natuur, milieu, bouwen en wonen. De Omgevingswet bundelt deze regels. De 6 kerninstrumenten van de Omgevingswet De Omgevingswet heeft 6 kerninstrumenten voor het gebruiken en beschermen van de leefomgeving. Met deze instrumenten kan de overheid beleid schrijven en uitvoeren. Daarnaast kunnen overheden met deze instrumenten regels stellen aan activiteiten en de uitvoering van projecten. De 6 kerninstrumenten zijn: de omgevingsvisie, het programma, decentrale regels, algemene rijksregels, omgevingsvergunning en het projectbesluit. Omgevingsvisie De omgevingsvisie is een samenhangend, strategisch plan over de leef­ omgeving. Dit plan richt zich op de hele fysieke leefomgeving. En houdt rekening met alle ontwikkelingen in een gebied.

Het Rijk, de provincie en de gemeente stellen elk 1 omgevingsvisie vast voor hun hele grondgebied.

HET NIEUWE OMGEVINGSSTELSEL

De 4 verbeteringen De 4 verbeteringen HET NIEUWE OMGEVINGSSTELSEL

1 Inzichtelijk omgevingsrecht Van een wirwar aan regels naar 1 Inzichtelijk een inzichtelijk en voorspelbaar omgevingsrecht stelsel dat eenvoudig is in gebruik. Van een wirwar aan regels naar een inzichtelijk en voorspelbaar stelsel dat eenvoudig is in gebruik.

2 Leefomgeving centraal Van een sectorale naar een samenhangende

van de leefomgeving in beleid, Leefomgeving centraal 2 benadering besluitvorming en regelgeving. Van een sectorale naar een samenhangende benadering van de leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving.

Minder en overzichtelijke regels, meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk en vertrouwen als uitgangspunt. Dat is waar de Omgevingswet voor staat. Het doel van een initiatief de fysieke Minder en overzichtelijke regels, meerinruimte voorleefomgeving initiatieven enmoet lokaal centraal staan in plaats van vraag: ‘mag het maatwerk en vertrouwen alsdeuitgangspunt. Datwel?’. is waar de Omgevingswet voor staat. Het doel van een initiatief in de fysieke leefomgeving moet centraal staan in plaats van de vraag: ‘mag het wel?’.

1

2

3

4

5

6

1

2

3

4

5

6

3 Ruimte voor maatwerk Meer ruimte voor decentrale overheden voor

maatwerk en het maken van 3 gebiedsgericht Ruimte voor maatwerk eigen afwegingen. Meer ruimte voor decentrale overheden voor gebiedsgericht maatwerk en het maken van eigen afwegingen.

Meer informatie kunt u vinden op de pagina’s Omgevingsvisie gemeente Omgevingsvisie provincie Nationale omgevingsvisie Programma Het programma bevat maatregelen om de leefomgeving te beschermen, te beheren, te gebruiken en te ontwikkelen. Het doel van een programma kan ook zijn om aan omgevingswaarden te voldoen. Het programma richt zich op een onderwerp, een bepaalde bedrijfssector of een gebied. Verschillende overheden kunnen ook samen een programma opstellen. Voor sommige onderwerpen verplicht de Omgevingswet de overheid een programma op te stellen. Meer informatie kunt u vinden op de pagina Programma 59

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

4 Sneller en beter Snellere en betere besluitvorming

over projecten in de fysieke leefomgeving. 4 Sneller en beter

Het nieuwe omgevingsstelsel. Bron: Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Snellere en betere besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving.

Decentrale regels Decentrale overheden hebben 1 regeling voor de fysieke leefomgeving April 2017 voor hun hele grondgebied. Dit zijn het gemeentelijk omgevingsplan, de April 2017 provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Hierin staan verschillende soorten regels. Bijvoorbeeld decentrale regels voor activiteiten van burgers en bedrijven. En kaders om vergunningen te toetsen. Ook worden er gebieden in aangewezen die een bepaalde functie hebben. Kijk voor uitgebreide informatie over decentrale regels op de pagina’s Hoofdlijnen omgevingsplan Hoofdlijnen omgevingsverordening Hoofdlijnen waterschapsverordening Gemeenten krijgen tot eind 2031 de tijd om het tijdelijke deel van het omgevings­plan en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan.

Algemene rijksregels In de algemene rijksregels staan in de eerste plaats de regels die nodig zijn voor de werking van het stelsel van de Omgevingswet. Deze regels vormen de grondslag voor de instrumenten, en de taken en bevoegdheden van overheden. De regels bevatten ook de normen voor de kwaliteit van de leefomgeving die het Rijk stelt in omgevingswaarden. Verder gaat het om procedurele regels die gelden voor de instrumenten van de wet. Deze regels staan in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit. Daarnaast staan in de algemene rijksregels de regels van het Rijk die van invloed zijn op het beleid van decentrale overheden. Bijvoorbeeld de instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevatten rijksregels voor activiteiten in de leefomgeving. Hierdoor hoeven burgers en bedrijven niet steeds toestemming te vragen aan de overheid. Nadeel van algemene regels is dat ze soms niet goed passen bij een specifieke situatie. Daarom kennen het Bal en het Bbl mogelijkheden om onder voorwaarden van de algemene regels af te wijken.

Meer informatie vindt u op de pagina’s Inhoud van de Omgevingswet Omgevingsbesluit Besluit kwaliteit leefomgeving Besluit activiteiten leefomgeving Besluit bouwwerken leefomgeving Omgevingsregeling Omgevingsvergunning Veel initiatieven van burgers en bedrijven hebben gevolgen voor de leef­ omgeving. Voor de meeste daarvan gelden algemene regels. Soms is een vergunning nodig. Bijvoorbeeld voor het verbouwen van een rijksmonument. De overheid toetst vooraf of dat mag. De toetsing is zo eenvoudig mogelijk en houdt rekening met algemene regels. Zo wordt voorkomen dat regels elkaar tegenspreken of in de weg zitten. Initiatiefnemers kunnen via 1 aanvraag bij 1 loket snel duidelijkheid krijgen of een vergunning nodig is. 60

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Op de pagina Omgevingsvergunning vindt u meer informatie. Projectbesluit Het projectbesluit is een uniforme procedure voor besluitvorming over complexe projecten van het Rijk, een provincie of een waterschap. Bijvoorbeeld de aanleg van een weg, windmolenpark of natuurgebied. Een projectbesluit regelt in dezelfde procedure de afwijking van het omgevingsplan. Het projectbesluit kan ook gelden als een omgevingsvergunning. Meer informatie staat op de pagina Projectbesluit In tabel 1 staat welke kerninstrumenten een overheidslaag (gemeente, provincie, Rijk, waterschap) kan toepassen. Invoeringswet Omgevingswet De invoeringswet heeft twee doelen. Ten eerste het aanvullen van de Omgevingswet op zaken die bij het opstellen daarvan nog niet ingevuld konden worden of wijzigingen die bij nader inzien nodig zijn om tot een beter stelsel te komen. Ten tweede het regelen van een evenwichtige overgang van de nu geldende wetgeving naar het nieuwe stelsel van de Omgevingswet. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), ook wel kortweg Wet kwaliteitsborging genoemd, verplaatst de toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk van de gemeente naar een onafhankelijke partij, de zogenoemde kwaliteitsborger. Dit geldt niet direct voor alle bouwwerken, maar gaat in fases.

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen heeft als doel de bouwkwaliteit te verbeteren. De toets vooraf op de bouwplannen wordt vervangen door de toets in de praktijk. Dit gebeurt op de bouwplaats zelf, tijdens het bouwproces. Deze toets in de praktijk wordt (in eerste instantie voor bouwwerken in gevolgklasse 1) door onafhankelijke kwaliteitsborgers uitgevoerd. Daarnaast wordt de aansprakelijkheid van de bouwer vergroot voor bouwfouten.

Waterschap

Kerninstrument

Gemeente

Provincie

Rijk

Niet van toepassing

Omgevingsvisie

Gemeentelijke omgevingsvisie

Provinciale omgevingsvisie

Nationale omgevingsvisie

Waterbeheerprogramma en overige programma’s (vrijwillige en verplichte programma’s)

Programma

Actieplannen en overige programma’s (vrijwillige en verplichte programma’s)

Actieplannen, waterprogramma, beheerplan en overige programma’s (vrijwillige en verplichte programma’s)

Actieplannen, waterprogramma, ruimtelijk plan en overige programma’s (vrijwillige en verplichte programma’s)

Waterschapsverordening

Decentrale regels

Omgevingsplan

Omgevingsverordening

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Algemene rijksregels

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Omgevingswet, Bal, Bbl, Bkl, Omgevingsbesluit, Omgevingsregeling

Omgevingsvergunning

Omgevingsvergunning

Omgevingsvergunning

Omgevingsvergunning

Omgevingsvergunning

Projectbesluit

Projectbesluit

Niet van toepassing

Projectbesluit

Projectbesluit

Tabel 1: Kerninstrumenten Omgevingswet.

De Wkb geldt op 1 januari 2024 en eerst alleen voor nieuw te bouwen bouwwerken in de laagste risicoklasse (gevolgklasse 1). Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden. Uiterlijk 3 jaar na de inwerkingtreding van de Wkb zal een evaluatie plaatsvinden. Evaluatie: Afhankelijk van de uitkomsten van de evaluatie volgen daarna (al dan niet gelijktijdig) de bouwwerken in hogere risicoklassen. Dit zijn bijvoorbeeld bibliotheken en onderwijsgebouwen (gevolgklasse 2) en voetbalstadions en ziekenhuizen (gevolgklasse 3). Hierdoor kunnen bouwbedrijven en gemeenten stap voor stap ervaring opdoen met het nieuwe toezicht in de bouw. Aanvullingswet geluid Het aanvullingsspoor geluid zorgt voor inpassing van de regelgeving over het beheersen van geluid in de Omgevingswet. De regels voor het beoordelen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen veranderen. De nieuwe regels komen in de plaats van de bestaande regels uit bijvoorbeeld de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder.

61

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Aanvullingswet bodem Het aanvullingsspoor bodem voegt het thema bodem en ondergrond toe aan de Omgevingswet. De instrumenten van de Omgevingswet zijn daarmee toepasbaar op het thema bodem en ondergrond. De nieuwe regels komen in de plaats van de bestaande regels voor het beheer van bodemkwaliteit, zoals de Wet bodembescherming, het Besluit bodemkwaliteit en het Besluit uniforme saneringen. Een aantal EU-richt­ lijnen vormt het kader voor de wijzigingen en aanvullingen van het stelsel Omgevingswet, bijvoorbeeld de Kaderrichtlijn Water en de Grond­water­ richtlijn. Aanvullingswet natuur Het aanvullingsspoor natuur voegt regels over natuurbescherming toe aan de Omgevingswet.

Bijlage 4

Programma’s op nationaal en regionaal niveau

Bijlage 4a: Programma’s op nationaal niveau, met beleidsopgaven voor de fysieke leefomgeving Onderstaande lijst geeft de programma’s op nationaal niveau weer, waarmee de prioriteiten van de Nationale Omgevingsvisie (Novi) nadere specificering krijgen. Deze lijst beoogt niet uitputtend te zijn. Naast programma’s worden enkele belangrijke akkoorden schuingedrukt weergegeven.

62

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Prioriteiten Novi

Nationale programma’s

Prioriteit 1: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

In ieder geval: – Deltaprogramma – Nationaal Programma Water 2022-2027 – Programma Integraal Riviermanagement – Programma Noordzee 2022-2027 – Programma Energiehoofdstructuur – Nationale Agenda Laadinfrastructuur – Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (RES) – Klimaatakkoord

Prioriteit 2: Duurzaam economisch groeipotentieel

In ieder geval: – Nederland Circulair 2050: Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie – Nationaal Milieuprogramma – Nationaal Programma voor Industriële Clusters (PICLS) – Nationaal Programma Verduurzaming Industrie – Ruimtelijk Strategie Datacenters – Nationaal Tuinbouwakkoord

Prioriteit 3: Sterke en gezonde steden en regio’s

In ieder geval: – Programma Verstedelijking en Wonen – Programma Bodem en Ondergrond – Programma Gezonde Leefomgeving – Schone luchtakkoord – Erfgoed Deal

Prioriteit 4: Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

In ieder geval: – Nationaal Programma Landelijk Gebied – Programma Natuur – Programma Versterken Biodiversiteit – Nationaal Programma Landbouwbodems – Programma ONS Landschap – Realisatieplan Visie Landbouw, Natuur en Voedsel

Bijlage 4b Programma’s op provinciaal niveau, met beleidsopgaven voor de fysieke leefomgeving Onderwerp

Programma’s

Beleid

Focuspunten

Cultuur en erfgoed

– Omgevingsvisie NH2050

– Archeologie – Cultuurlandschap en erfgoed

Economie en werk

– Omgevingsvisie NH2050

– Bedrijventerreinen en kantoren – Circulaire economie – Datacenters

Energie en klimaat

– Programma GO!-NH

– Omgevingsvisie NH2050 – Bouwstenen voor een Adaptieve Uitvoerings­ strategie Energie-Infrastructuur 2020-2024 – Regionale Energiestrategie 1.0 NHN – Regionale Energiestrategie 1.0 NHZ – Energiebesparingsakkoord 2022-2025 – Energievisie NHN – Energievisie NHZ

– Duurzame energie – Mobiliteit – Duurzame infrastructuur – Wonen – Landbouw – Klimaatadaptatie – Industrie – Energienetwerk – Circulaire economie

Gezonde leefomgeving en milieu

– Programma Gezonde Leefomgeving – Programma Tata Steel 2020-2050

– Omgevingsvisie NH2050

– Omgevingsveiligheid – Geur – Afval – ZZS – Luchtkwaliteit – Duurzaam stortbeheer – Geluid

Land- en tuinbouw en visserij

63

– Omgevingsvisie NH2050

Natuur

– Provinciaal Programma Landelijk Gebied – Programma natuurontwikkeling 2020-2024

– Omgevingsvisie NH2050 – Masterplan Biodiversiteit

– Natuurbeheer – Stikstof

Ruimtelijke inrichting

– Programma Metropolitaan Landschap (vanuit MRA)

– Omgevingsvisie NH2050 – Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018

– Landschap – Cultuurhistorie

Bouwen en wonen

– Omgevingsvisie NH2050 – Masterplan Wonen 2.0 – Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025

– Bouwen – Stikstof

Toerisme en recreatie

– Omgevingsvisie NH2050 – Visie Recreatie & Toerisme Noord-Holland 2030

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Onderwerp

Programma’s

Beleid

Focuspunten

Verkeer en vervoer

– Regionaal mobiliteitsprogramma – Integraal meerjarenprogrammainfrastructuur 2023-2030

– Omgevingsvisie NH2050 – Nota Zeehavens Noord-Holland

– Wegennet – Vaarwegen – Luchtvaart

Water en bodem

– Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027

– Omgevingsvisie NH2050 – (Concept) Regionale Veenweide Strategie 1.0

– Bodem – Bodemsanering – Aardkundig erfgoed – Ontgronding – Natuurvriendelijke oevers – PFAS

Bijlage 4c Gemeentelijk kader – Gemeentelijk VTH-beleid/U&H-beleid – Omgevingsvisies – Omgevingsplannen – Lokale verordeningen oa. Fysieke leefomgeving – Specifiek beleid op gebied van milieu, bodem en bouw, zoals VTH-beleid en/of beleid gericht op bijvoorbeeld milieuthema’s als Lucht, Geur en/of Geluid.

64

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Bijlage 5

Opgavegerichte probleem- en risicoanalyse Milieu

Opgavegerichte probleem- en risicoanalyse Milieu Dit betreft een gezamenlijk opgestelde tekst door de 4 Noord-Hollandse Omgevingsdiensten en moet ook in die context gezien worden. Het is dus niet alleen een beschrijving probleem- en risicoanalyse van de OD NZKG. Deze is wel toegepast door de OD NZKG en onderdeel geworden van de hoofdtekst. Gezamenlijke methodiek Noord-Hollandse omgevingsdiensten Om te bepalen hoe werkzaamheden in de uitvoering worden geprioriteerd, maken de Noord-Hollandse omgevingsdiensten gebruik van eenzelfde prioriteringsmethodiek. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de omvang van het risico van activiteiten, maar ook naar de mate van impact van die activiteiten op de (boven-) regionale beleidsopgaven. De Noord-Hollandse omgevingsdiensten passen vijf stappen toe om tot prioritering van hun werkzaamheden te komen: Stap 1: Opgave-analyse: gegeven doelen en ambities Stap 2: Koppelen van opgaven aan bevoegdheid Stap 3: Bepaling van verantwoordelijkheid: risico’s en impact Stap 4: Bepaling van bestuurlijke prioriteit: bepalen van focus Stap 5: Inzet VTH(A)-instrumentarium Stap 1: Opgave-analyse In de opgave-analyse analyseren de omgevingsdiensten welke beleids­ opgaven spelen in hun eigen werkgebied, en definiëren deze. De gezamen­ 65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13731603/1