2. Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 OD NZKG.pdf
Tekst van het document
november 2023
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
Inhoud Voorwoord
3
Bestuurlijke samenvatting
4
1. Fundament van de U&H-strategie 1.1 BIG-8 als uitgangspunt 1.2 Gezamenlijke U&H-strategie Noord-Holland 1.3 Wettelijk kader en ontwikkelingen 1.4 Bestuurlijk referentiekader 1.5 Ontwikkeling periode 2019-2022 1.6 Missie en visie OD NZKG
7 7 9 9 11 12 12
2. Beleidskader
15
2.1 2.2 2.3 2.4
2
Opgavegerichte strategie Analyse van bovenregionaal en gemeentelijk beleid Opgavegerichte en risicogestuurde prioritering Toelichting focuspunten
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
15 16 17 21
3. Vertaling naar uitvoering 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Wettelijk kader Overige uitgangspunten Strategie bedrijvigheid & bedrijfsgebonden activiteiten Seveso-bedrijven & RIE4 Strategie op de niet-bedrijfsgebonden activiteiten Programmeren U&H-strategie Monitoring, rapportage en evaluatie
4. Ontwikkelagenda 2024-2027 4.1 Versterken VTH-stelsel en samenwerking Omgevingsdiensten 4.2 Van Strategie naar uitvoering Bijlagen
26 26 28 29 44 45 46 48 50 50 51 53
Voorwoord In 2023 vierde de Omgevingsdienst NZKG haar 10-jarig bestaan, een bijzondere mijlpaal. De afgelopen tien jaar hebben we aanzienlijke veranderingen doorgemaakt en zijn we sterk geëvolueerd. Ons personeels bestand is bijna verdubbeld, ons werkgebied is uitgebreid en het aantal taken en verantwoordelijkheden is toegenomen. Na een decennium kunnen we met trots zeggen dat we een solide basis hebben gelegd en zijn uitgegroeid tot een onafhankelijke en deskundige partner, zoals omgevingsdiensten bij de oprichting bedoeld zijn. Als omgevingsdienst is het onze missie om ervoor te zorgen dat iedereen in een veilige, gezonde, en duurzame omgeving kan leven. Als omgevingsdienst verlenen we omgevingsvergunningen en zien we erop toe dat alle partijen in ons werkgebied hun wettelijke verplichtingen nakomen op het gebied van milieu, bodem en bouw. Dit is een uitdagende opgave. Wet- en regelgeving is soms nog te sectoraal en onvoldoende gericht op het behalen van integrale doelen. Initiatieven kunnen bijdragen aan het bereiken van bijvoorbeeld klimaatdoelen, maar tegelijkertijd kunnen ze ook veiligheids- en gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Bovendien kunnen we deze missie niet alleen vervullen. Om doeltreffend te kunnen werken aan onze missie is een nauwe samenwerking met de overheden en onze ketenpartners van essentieel belang.
De Omgevingswet biedt gelukkig aanzienlijke mogelijkheden om te focussen op geïntegreerde doelen. Dit vereist wel heldere, goed onderbouwde keuzes op gebiedsniveau. Waarbij het streven een gelijk speelveld voor zowel inwoners als bedrijven – zowel op landelijk als regionaal niveau - zou moeten zijn. Ook om de uitvoering werkbaar
3
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
te houden. Niettemin zullen de eerste jaren van werken onder de Omgevingswet uitdagingen met zich meebrengen voor alle betrokken partijen. Gemeenten hebben de komend jaren de ruimte om beleidsrijke omgevingsplannen op te stellen en te verfijnen en hierbij staan wij natuurlijk klaar om te ondersteunen vanuit onze kennis en expertise. Deze Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 van de OD NZKG schetst onze strategische kaders om opgavegericht, risicogestuurd, en informatiegestuurd te werken de komende jaren, met flexibiliteit voor maatwerkafspraken met de verschillende deelnemende overheden. Deze strategie is opgesteld in nauwe samenwerking met de andere drie omgevingsdiensten in Noord-Holland (ODNHN, ODIJ en ODFGV), komt overeen waar het kan en wijkt enkel af waar dat nodig is. Hoewel de wereld voortdurend verandert en dit van invloed is op ons werk, zetten we mooie stappen om samen meer opgavegericht te werken. In de lijn met de landelijke ontwikkelingen rondom het versterken van het VTH-stelsel. Voor nu zijn wij, met het oog op de vele uitdagingen waarmee onze dienst wordt geconfronteerd, trots op de stappen die de wij samen met onze partners zetten. In de komende jaren zullen wij onze bijdrage blijven leveren aan het versterken van het VTH-stelsel als geheel.
Met deze bestuurlijke kaders als uitgangspunt zien wij de toekomst met vertrouwen tegemoet en blijven we ons, in samenwerking met andere overheden, inwoners en bedrijfsleven, voor de volle 100% inzetten voor een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Loes de Maat Algemeen directeur Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Bestuurlijke samenvatting De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) heeft als voor naamste doelstelling een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving dat gekenmerkt wordt door een diversiteit aan soms tegenstrijdige belangen. In het huidige tijdperk – getekend door klimaatverandering, stikstofproble matiek en groeiende aandacht voor veiligheid en gezondheid – is het werk van de OD NZKG van groter belang dan ooit tevoren. Hun kerntaken omvatten zijn vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies op het gebied van milieu, bodem en bouw. Dankzij hun expertise in wet- en regelgeving, data en verzamelde informatie leveren zij ook een grote bijdrage aan deze maatschappelijke opgaven en het beleid van de overheden. Voor u ligt de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 (U&Hstrategie) van de OD NZKG. De betrokken bestuursorganen hebben de wettelijke verplichting om, ten minste voor de basistaken, een regionaal uniforme U&H-strategie vast te stellen. Met deze U&H-strategie legt het bestuur de bestuurlijke en strategische richtlijnen vast, gericht op een uniforme en doelgerichte meerjarige regionale aanpak van de uitvoeringstaken. Deze U&H-strategie zorgt ervoor dat de deelnemers van de Gemeenschappelijke Regeling, na de invoering van de Omgevingswet, voldoen aan de eisen van het Omgevingsbesluit.
Hiermee wordt uniformiteit en effectiviteit in de uitvoering gewaarborgd voor alle deelnemende gemeenten en provincies. In de afgelopen jaren heeft de OD NZKG, op verzoek van de deelnemende overheden, de U&H-strategie verder doorontwikkeld. De strategie is meer opgavegericht gemaakt, waarbij de doelen van de Omgevingswet als vertrekpunt dienen. En de prioriteringsmethodiek is, naast de risicoanalyse, uitgebreid met een impactanalyse gericht op de opgaven. De uitwerking van deze strategie is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de drie andere Noord-Hollandse omgevingsdiensten (OD NHN, ODIJ, OFGV). Het gezamenlijke doel was om waar mogelijk de verschillende strategieën op 4
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
één lijn te brengen, gericht op een gelijk speelveld voor overheden, bedrijven en inwoners. De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie bestaat uit vier delen: Deel I. Het wettelijk en bestuurlijk fundament Dit deel vormt de juridische en beleidsmatige basis voor de strategie. Hierin worden de uitgangspunten (het fundament) van de U&H-strategie beschreven, waaronder de wettelijke kaders en de doorontwikkelde beleidscyclus (BIG-8). De strategie is een vereiste voor bestuursorganen in de OD NZKG, overeenkomstig het Omgevingsbesluit, en heeft een uniforme toepassing in het werkgebied voor een duur van vier jaar (20242027). De OD NZKG werkt samen met andere omgevingsdiensten in Noord-Holland aan een gezamenlijke strategie om gelijke behandeling te waarborgen voor bewoners, bedrijven en overheden. Deze strategie houdt rekening met wettelijke veranderingen voortkomend uit de Omgevingswet, evenals Europese en nationale beleidsagenda’s. Het bestaande bestuurlijke referentiekader (bestuurlijke uitgangspunten voor de uitvoering) uit de periode 2019-2022 blijft overeind en dient ook nu weer als leidraad. Deel II. Prioritering van opgaven en 19 focuspunten Dit deel betreft het beleidskader en gaat over de strategische cyclus van de BIG-8 (beleid – strategie – programma – evaluatie).
Dit deel richt zich op het bepalen van de prioriteit van uit te voeren taken, conform het beleid van opdrachtgevers. De opgavegerichte en risicogestuurde prioriteringsmethodiek, ontwikkeld in samenwerking met andere omgevingsdiensten in Noord-Holland, is toegepast. De OD NZKG concentreert zich op duurzame ontwikkeling, leefbaarheid van het gebied en bescherming van het milieu, met speciale aandacht de opgaven voor omgevingsveiligheid, milieugerelateerde gezond
heid, duurzaamheid en aanverwante maatschappelijke behoeften en ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld de klimaatopgave en de woningbouwopgave. Binnen deze context zijn 19 focuspunten gedefinieerd voor zowel bedrijfs gebonden activiteiten als niet-bedrijfsgebonden activiteiten. Deze focus punten kunnen in de toekomst bij worden gesteld aan de veranderende situatie, binnen de vastgestelde bestuurlijke en wettelijke kaders. Focusopgaven (nadere toelichting in de teksten zoals opgenomen in deel II): Waarborgen van kwaliteit leefomgeving gericht op:
1. Omgevingsveiligheid 2. Milieu gerelateerde gezondheid 3. Duurzaamheid
Focus op bijdragen aan maatschappelijke opgaven:
1. Circulaire economie 2. Klimaatadaptatie 3. Energietransitie 4. (Trans)formatie woon/werkgebieden
19 Focuspunten (thema’s, onderwerpen, taken, activiteiten) waarbinnen de OD NZKG bijdraagt aan de bovengenoemde opgaven:
– 17 Bedrijfsgerelateerde activiteiten: landelijk VTHprogramma Seveso-Omgevingsdiensten, externe veiligheid, brandveiligheid, energiebesparing, verkeer en vervoer management, water, luchtkwaliteit, fijnstof/ stikstof, zeer zorgwekkende stoffen, geur, geluid, asbest, bodem, klachtenafhandeling en ongewone voorvallen, hernieuwbare energie, grondstoffen transitie, keten toezicht, ondermijning. – Niet-bedrijfsgerelateerde activiteiten: bodem, bouw
Deel III. Praktische implementatie: de vertaling naar het VTH&A-instrumentarium Dit deel behandelt de operationele cyclus van de BIG-8 (programma – organisatie – uitvoering – monitoring) en beschrijft de vertaling van de focus en prioritering die gebaseerd zijn op opgavegerichtheid en risicobeheer naar concrete kaders en strategieën voor de uitvoering. De OD NZKG heeft de prioritering vertaald naar de inzet per branche (bedrijfsgroep), waarbij opgavegerichtheid en risicobeheer leidend zijn geweest bij het bepalen van de prioriteiten in de verschillende branches. Vervolgens is dit vertaald 5
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
naar Uitvoeringsstrategieën, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen regulering (zoals vergunningverlening), naleving (waaronder toezicht en handhaving) en adviesverlening (gericht op het bijdragen aan beleid en regelgeving). Voor naleving worden de Landelijke handhavingsstrategie Omgevingswet (LHS-O) en de Landelijke Seveso-strategie gevolgd. De strategieën voor regulering, naleving en adviesverlening zijn ontwikkeld in samenwerking met andere omgevingsdiensten en benadrukken zaken als risicogestuurd toezicht, strikte vergunningverlening en prioriteit geven aan klimaatbescherming, milieugezondheid en veiligheid. De vertaling van de strategie naar de uitvoering zal plaatsvinden volgens een gestandaardiseerde structuur, gericht op de focusopgaven. Concrete afspraken worden jaarlijks vastgelegd in uitvoeringsprogramma’s, die in samenwerking met deelnemende overheden worden ontwikkeld en geïntegreerd worden in de meerjarenbegroting. Deel IV. Een blik op de toekomst: ontwikkelagenda Dit deel beschrijft de Ontwikkelagenda 2024-2027, waarin verdere ontwikkelingen worden aangewezen, met aandacht voor veranderingen in het VTH-stelsel en een nadruk op een opgavegerichte aanpak. Deze agenda omvat verdere doorontwikkeling van de strategie op basis van actuele ontwikkelingen en ervaringen, met voortdurende samenwerking met overheden en ketenpartners.
Deze doorontwikkeling van de Uitvoerings- en Hand havingsstrategie is in volle gang door aanbevelingen van de commissie Van Aartsen en rapporten van de Algemene Rekenkamer. Het heeft ook landelijk prioriteit gekregen binnen het Interbestuurlijk programma ter versterking van het VTH-stelsel (IBP), die ook de basis vormt voor de ontwikkelagenda. De vier Noord-Hollandse Omgevingsdiensten blijven samenwerken om strategieën verder te uniformeren en de kwaliteit van milieutoezicht te verbeteren. De overgang van strategie naar uitvoering omvat nog enkele ontwikkelpunten met betrekking tot samenwerking met overheden voor de implementatie van wet- en regelgeving en beleid (zoals Omgevingsplannen), evenals verbeteringen in de uitvoering, zoals datagestuurd werken. Focus in de eerste jaren zal komen te liggen op werken onder de Omgevingswet en verdere opgavegerichte integratie van de taken milieu, bodem en bouw.
6
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
1. Fundament van de U&H-strategie De bestuursorganen die deelnemen in de OD NZKG zijn wettelijk verplicht, na inwerkingtreding van de Omgevingswet onder het Omgevingsbesluit, een regionale uniforme Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H-strategie) vast te laten (zie bijlage 1). De wet verplicht dit te doen op een uniforme wijze voor het werkgebied van omgevingsdiensten1. Vanuit haar regionale rol en kennispositie stelt de OD NZKG de U&H-strategie in concept op en de deelnemers stellen de strategie vast. Dit alles wordt in het Omgevingsbesluit (artikel 13.5, tweede lid) als volgt verwoord: ‘De bestuursorganen die deelnemen in een Omgevingsdienst stellen gezamenlijk een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vast voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 13.12, eerste lid.’ De werkzaamheden, bedoeld in artikel 13.12, betreffen de basistaken. Deze basistaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving worden verplicht bij omgevingsdiensten belegd. Dit laat onverlet dat de deelnemers van omgevingsdiensten de opgestelde uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie ook van toepassing kunnen verklaren op (een aantal van) de niet-basistaken of ‘plustaken’ die de omgevingsdienst uitvoert. De U&H-strategie heeft een duur van vier jaar, van 2024 tot en met 2027.
Het omvat de inhoudelijke richtlijnen van de OD NZKG en bevat de strategie op hoofdlijnen bij de uitvoering van de taken die moeten worden uitgevoerd. Indien nodig zal de U&H-strategie tussentijds worden aangepast of bijgesteld, bijvoorbeeld als reactie op ontwikkelingen rondom de Omgevingswet. In principe vormt deze strategie echter het kader voor de komende vier jaar. In deze strategie staan de basistaken centraal en worden de plustaken zo ver mogelijk integraal meegenomen. 1 Provincie Noord-Holland, Amsterdam, Haarlemmermeer, Zaanstad, Amstelveen, Aalsmeer, Uithoorn, Ouder-Amstel en Diemen.
7
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
Deze U&H-strategie is opgesteld in samenwerking met de belangrijkste partners van de OD NZKG. Samen met drie andere Noord-Hollandse omgevingsdiensten (de ODNHN, de ODIJ en de OFGV2) werkt de OD NZKG al jaren nauw samen. In de ‘Samenwerkingsagenda 2022-2024’ van de vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten is afgesproken om toe te werken naar een gezamenlijke strategie gericht op level playing field voor bewoners, bedrijven en overheden. De ontwikkelde ‘Gezamenlijke U&Hstrategie Noord-Holland’ is een belangrijke bouwsteen voor onze U&Hstrategie. Daarnaast zijn bij het opstellen van het document de deelnemers (overheden) en belangrijkste ketenpartners, waaronder het Openbaar Ministerie en waterschappen, actief betrokken. 1.1
BIG-8 als uitgangspunt
Het Omgevingsbesluit biedt in artikel 13.5 t/m 13.7 de wettelijke kaders waaraan de uniforme U&H-strategie dient te voldoen. De werkwijze wordt inzichtelijk gemaakt door de gesloten beleidscyclus, die vaak wordt verbeeld als een Big-8 (zie figuur 1). Het Omgevingsbesluit vereist van bestuursorganen (gemeenten, provincies en waterschappen) dat zij een ‘uitvoerings- en handhavingsbeleid’ vaststellen, waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen de Omgevingsdienst, namens de bevoegd gezagen, moet behalen en welke activiteiten zij hiertoe ondernemen (Omgevingsbesluit, artikel 13.5 t/m 13.7). Dit wordt geëvalueerd en indien nodig herzien. Dit beleid wordt door de bestuursorganen jaarlijks geoperationaliseerd middels het jaarlijkse uitvoeringsprogramma (Omgevingsbesluit, artikel 13.8). Hoewel beleids- en strategievorming voor de uitvoeringspraktijk ongrijpbaar en abstract kan lijken, opereren de twee niet alleen naast elkaar, maar 2 Voor de OFGV geldt dat haar deelnemers tevens de provincie Flevoland en de Flevolandse gemeenten zijn.
Strategie
Monitoring
Bepalen van de opgaven en prioriteiten voor de regulering, toezicht en handhaving en advisering met oog op risicobeperking en realisatiekansen voor gebieden en doelgroepen ter realisatie van het beleid.
Meten van de doelrealisatie door de regulering, toezicht en handhaving en advisering in verband met het beleid van het bestuur voor de fysieke leefomgeving.
Beleid
Programma
Formuleren van de bestuurlijke doelstellingen voor de bescherming en de benutting van de fysieke leefomgeving, met oog op duurzaam, bewoonbaar en leefmilieu. (beleid ter uitwerking van artikel 1.3 Ow).
Opstellen van een meerjarig plan van aanpak met daarin de slimste inzet van instrumenten voor de regulering, toezicht en handhaving en advisering om de meeste impact te organiseren op de beleidsmatige opgaven en prioriteiten.
Realiseren van het jaarplan.
Evaluatie
Organisatie
Beoordelen en waarderen van de gerealiseerde beleidsdoelstellingen in samenspraak met partners als gemeenten, provincie, waterschappen, Veiligheidsregio, GGD, RIVM.
Opstellen van een jaarlijks plan met daarin de concrete organisatie van middelen in de vorm van benodigde capaciteit, informatievoorziening en samenwerking.
Figuur 1: De Big-8-cyclus zoals uitgewerkt door de 4 Noord-Hollandse OD’s.
8
Regulering, toezicht en handhaving, advisering
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
hangen ze ook onlosmakelijk met elkaar samen. Goed begrip van hoe beleid en strategie met de uitvoeringspraktijk met elkaar samenhangen stelt in staat om zowel het één als het ander te verbeteren. De gesloten beleidscyclus bestaat niet alleen uit zeven onderdelen, maar ook uit drie dwarsverbanden die zorgen voor de connectie tussen de twee cycli van beleid en uitvoering. De inhoudelijke lijn (rood) loopt tussen beleid en uitvoering (regulering, toezicht en handhaving, adviesverlening) en maakt duidelijk dat er sprake moet zijn van inhoudelijke congruentie tussen beleid en uitvoering. Als die congruentie er is dan werkt de beleidscyclus effectief. De strategische lijn (oranje) loopt tussen strategie en organisatie en maakt duidelijk dat beleidsrealisatie vereist dat wordt gewerkt op basis van de slimste inzet van middelen met de meeste impact op de opgaven en prioriteiten. De informatie lijn (lichtblauw) loopt tussen monitoring en evaluatie en maakt duidelijk dat de data over de uitvoering, handhaving en advisering informatie oplevert voor de impact op de beleidsdoelen. Per dwarsverband is het noodzakelijk dat de omgevingsdienst zorgt voor een adequate connectie. Dat kan de omgevingsdienst uiteraard niet alleen; dit vereist samenwerking met de bestuurlijke deelnemers en de regionale partners in de uitvoering, handhaving en advisering. 1.2
Gezamenlijke U&H-strategie Noord-Holland
Samen met de drie andere Noord-Hollandse Omgevingsdiensten zijn we een proces gestart om te komen tot een Gezamenlijke U&H-strategie. Doel is om te komen tot een meer gelijk speelveld (level-playing field) voor inwoners, bedrijven en overheden. Er zit veel overlap in de taken van de verschillende omgevingsdiensten, met name op het gebied van milieu (basistaken). Dit heeft geleid tot een gelijkluidende en gezamenlijk opgestelde U&Hstrategie van de Noord-Hollandse omgevingsdiensten, zowel inhoudelijk als methodisch. Elke dienst vertaalt deze dan weer naar een eigen U&Hstrategie. Deze U&H-strategie is opgesteld binnen deze nieuwe Noord9
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
Hollandse kaders. Deze gezamenlijke aanpak dient naast het verbeteren van het level-playing field ook als goede basis voor de toekomstige samenwerking en past goed in de ontwikkelingen rondom versterking VTH-stelsel. De basis voor deze gezamenlijke aanpak ligt in het door het Algemeen Bestuur in december 2022 vastgestelde Algemene kader ‘Naar een gezamenlijke VTH&A-strategie Noord-Holland’. Een belangrijke doorontwikkeling van deze U&H-strategie zit in het centraal stellen van de opgave, zowel inhoudelijk als methodisch. De doelstellingen van de Omgevingswet zijn als vertrekpunt genomen en gezamenlijk beschreven en in beeld gebracht in relatie tot de (basis) taken van de omgevingsdiensten. De gezamenlijk ontwikkelde methodiek om te komen tot een opgavegerichte prioritering is in de voorliggende U&H-strategie toegepast. De twee Utrechtse omgevingsdiensten (RUD Utrecht en Omgevingsdienst Regio Utrecht) kennen ook een gezamenlijke strategie en aangezien de OD NZKG de provinciale taken voor de Provincie Utrecht uitvoert, wordt de inzet zoveel mogelijk op elkaar afgestemd (o.a. toekomstige prioritering van milieubelastende activiteiten). Ditzelfde geldt ook voor de Provincie Flevoland en de OFGV. 1.3
Wettelijk kader en ontwikkelingen
Het VTH-stelsel heeft in de afgelopen jaren niet stilgestaan en heeft zich voortdurend ontwikkeld. Deze strategie bouwt op deze ontwikkelingen voort. Bij het opstellen van de Noord-Hollandse U&H-strategie is rekening gehouden met recente en toekomstige ontwikkelingen die gevolgen hebben voor de taakuitvoering door de Noord-Hollandse omgevingsdiensten. Dit zijn de volgende ontwikkelingen. Wettelijke ontwikkelingen: Omgevingswet De Omgevingswet treedt 1 januari 2024 in werking. De Omgevingswet bundelt veel van de eerdere wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het doel van de Omgevingswet is om een evenwicht te vinden tussen het waarborgen en behouden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit, en het efficiënt beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving
so
nt
li ke
Monitoring en evaluatie
ng
Te ru
overgangssituatie waarin overgangsrecht geldt. Deze overgangsperiode duurt tot eind 2031 De gesloten beleidscyclus fungeert naast de Big-8, waarbij de Big-8 specifieker geldt voor beleid en uitvoering van de Omgevingsdienst.
ik
gk o
el
eid
w
pp
Be l
ing
Toezicht en handhaving Omgevingsvisie/ omgevingswaarden
Omgevingsvergunning/ projectbesluit
Instructieregels
lei ds
w
er
kin
g
i
er
or
Programmatische aanpak
do
ng
Be
Programma’s
Algemene regels
Ui
tv
o
Figuur 2: Beleidscyclus Omgevingswet.
om aan maatschappelijke behoeften te voldoen. Voor het bereiken van die balans krijgen gemeenten, provincies en waterschappen meer afwegingsruimte. Vanuit het Rijk verschuift steeds meer wet- en regelgeving naar gemeenten, provincies en waterschappen. Er treden veranderingen op in het basistakenpakket. Het gaat er voortaan om dat de leefomgeving op een integrale manier wordt bestuurd met het oog op duurzame ontwikkeling, bewoonbaarheid van het land en verbetering van het leefmilieu. Dit vraagt samenhang tussen het beleid, de regels en de uitvoering. Deze samenhang wordt verbeeld door een gesloten beleidscyclus (zie figuur 2). Decentrale overheden stellen in een omgevingsvisie en omgevingsprogramma doelen op voor de fysieke leefomgeving. Deze worden in het omgevingsplan en de omgevings vergunning uitgewerkt in de vorm van regelgeving. Dit gebeurt in een 10
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
Voor omgevingsdiensten betekent de Omgevingswet ook een andere benadering van de uitvoering van de reguliere taken van vergunning verlening, toezicht en handhaving. Er is sprake van verandering in de werkwijzen (participatief, ‘ja-mits’, digitaal, overlegtafels), normatieve kaders (integraal, decentrale ruimte voor afwegingen, instrumenten voor maatwerk, zorgplicht) en andersoortige organisatie van de inzet van mens en middelen (opgavegericht programmeren). Voorts volgt uit het Omgevingsbesluit de verplichting om te voldoen aan de kwaliteitscriteria, wat inhoudt dat de omgevingsdiensten aan specifieke kwaliteitseisen moeten voldoen. Daarnaast dienen de omgevingsdiensten de kwaliteitsdoelstellingen verder uit te werken, wat betekent dat zij concrete maatregelen en acties moeten formuleren om deze doelstellingen te bereiken De Europese- en Rijksagenda Europa en het Rijk hebben zich gecommitteerd aan het behalen van specifieke ambities voor de fysieke leefomgeving, onder meer uitgewerkt in (klimaat)akkoorden en de Nationale Omgevingsvisie (Novi). De aanscherping van het omgevingsbeleid van het Rijk wordt deels juridisch vastgelegd in de Omgevingswet – het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) of het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
Dit werkt door in de rol en taken van de omgevingsdiensten, omdat er sprake kan zijn van aangescherpte normering zoals emissies, energie- en grondstoffen of afstandseisen. Ook kan het leiden tot intensieve ruimtelijke transitieprocessen, waarin de expertise van de omgevingsdiensten van nut is indien dat goed georganiseerd wordt. Het is ook mogelijk dat een Omgevingsdienst een projectmatige opdracht krijgt vanuit het Rijk, bijvoorbeeld door directe financiering van omgevingsdiensten voor advisering bij een beleidsprogramma, gebiedsontwikkeling of bestuurlijk arrangement.
1.4
Bestuurlijk referentiekader
Tegelijkertijd voorziet deze strategie in vijf gezamenlijke bestuurlijke uitgangspunten voor de inrichting en organisatie van het stelsel van VTH in de vier regio’s van de provincie Noord-Holland. De vijf uitgangspunten vormen tezamen een referentiekader voor de verantwoordelijkheid van elk bevoegd gezag in de vier regio’s voor A) de adequate organisatie van bevoegdheden en taken, en B) de inhoudelijke onderbouwing van keuzes en prioriteiten. De OD NZKG werkt al sinds 2018 met het Bestuurlijk Referentiekader als uitgangspunt.
Werkgebied van de Omgevingsdienst Noord-Holland
Bestuurlijk referentiekader 1. Opgavegericht en beleidssensitief sturen met maatwerk 2. Preventief handelen 3. Informatiegestuurd werken 4. In gelijke situaties gelijkwaardig optreden 5. Samenwerken door afstemming van beleid, taken en bevoegdheden In bijlage 2 is een uitgebreide beschrijving van het Bestuurlijk referentiekader opgenomen.
Noord-Holland
Flevoland
Utrecht Amsterdam
Haarlemmermeer
Amstelveen
Ouder Amstel
Aalsmeer
Uithoorn
Diemen
Zaanstad
Flevoland
Utrecht
Figuur 3: Werkgebied van de OD NZKG.
11
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
De OD NZKG voert de wettelijke taken uit op gebied van milieu, bodem en bouw. Op verzoek adviseert de OD de gemeenten en provincies ook, bijvoorbeeld bij gebieds- en -beleidsontwikkeling. Dit doet de OD NZKG voor acht gemeenten en drie provincies. Zij zijn onze deelnemers. Dit betreffen de Provincie Noord-Holland, Provincie Utrecht, Provincie Flevoland, Gemeente Aalsmeer, Gemeente Amstelveen, Gemeente Amsterdam, Gemeente Diemen, Gemeente Haarlemmermeer, Gemeente Ouder-Amstel, Gemeente Uithoorn en de Gemeente Zaanstad. Het takenpakket verschilt. Voor de provincies is de OD NZKG verantwoordelijk voor de risicovolle bedrijven (Seveso-bedrijven en RIE4-bedrijven) en bij Noord-Holland ook voor een aantal milieutaken. Voor alle gemeenten voert de OD NZKG de basistaken voor milieu en bodem uit. Voor gemeente Haarlemmermeer en gemeente Amsterdam voert de omgevingsdienst ook bouwtaken uit (zie figuur 3). 1.5
Ontwikkeling periode 2019-2022
Bij de vaststelling van de vorige strategie in 2019 is afgesproken dat met het bestuurlijke referentiekader als uitgangspunt een doorontwikkeling plaatsvindt van de volgende onderdelen: – Toepassing van het bestuurlijk referentiekader en een doorontwikkeling van de probleem- en risicoanalyse; – Doorontwikkeling van de preventie-, regulerings- en nalevingsstrategie; – Innovatie van de expertise van de OD NZKG, gericht op de bestuurlijke prioriteiten van gemeenten en provincies; – Ontwikkeling van nieuwe producten en werkwijzen in voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging.
12
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
De afgelopen 4 jaar is deze ontwikkeling in gang gezet met verschillende resultaten. Er heeft een doorontwikkeling en innovatie plaatsgevonden op tal van thema’s en instrumenten. De prioriteiten zijn aangescherpt. In de afgelopen periode hebben we al de focus gelegd op klimaat, gezondheid en transformatie gebieden (Strategische Agenda OD NZKG 2022-2024). Nieuwe methoden van werken zijn geïntroduceerd, zoals cameratoezicht en dronetoezicht. Organisatorisch zijn specialistische teams opgezet op het gebied van duurzaamheid, circulaire economie, klachten en Groen Staal om beter te kunnen acteren in een veranderende omgeving. Met de BIG-8 als uitgangspunt hebben we de afgelopen periode door middel van regiotafels over milieuthema’s samen met de overheden verkend hoe beleid en uitvoering meer in samenhang te brengen. Focus in de doorontwikkeling lag voornamelijk op de risicoprioritering van de basistaken milieu. Voor bodem en bouw is gewerkt met de bestaande methodieken. Deze doorontwikkelde opgavegerichte manier van werken is in deze U&H-strategie nu ook bestuurlijk vastgelegd. 1.6
Missie en visie OD NZKG
De missie en visie zijn het fundament van de organisatie en geven richting aan de inzet van de OD NZKG. De basis voor de missie en visie ligt in het Bestuurlijke Referentiekader (zie bijlage 2) die ook als basis diende voor de vorige strategie. Het bestuurlijke referentiekader heeft als doel om ook het bestuurlijk perspectief door te laten werken in de U&H-strategie. De OD NZKG heeft onderstaande missie:
‘Wij staan voor een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving’ Een mooie missie in een dynamisch gebied waar veel verschillende en soms tegenstrijdige belangen spelen. In de huidige context van onder meer de enorme klimaatopgave, de stikstofcrisis en de nodige issues op het gebied van externe veiligheid doet ons werk er meer toe dan ooit. De kern van ons werk is vergunningverlening, toezicht, handhaving en - gevraagd en ongevraagd - adviseren. En dat doen we goed. We beschikken over gespecialiseerde kennis van wet- en regelgeving, van best beschikbare technieken en we beschikken over veel data. Omdat we door de aard van ons werk meldingen en zienswijzen krijgen van omwonenden én veel bij bedrijven komen, weten we als geen andere overheid wat er speelt in ons werkgebied op de unieke combinatie van milieu, bodem, bouw, veiligheid, milieu-gerelateerde gezondheid, duurzaamheid en energie. Die kennis zetten we in om de leefbaarheid en veiligheid te borgen en om grote opgaven als een energietransitie, de transformatie van gebieden en het verbeteren van de milieu-gerelateerde gezondheid te realiseren. Immers, de OD NZKG vertaalt beleidsmatige opgaven van gemeenteraden, provinciale staten en het parlement naar de praktijk van de bedrijven. We voeden andersom de beleidsmakers met praktijkervaring waaronder kennis van de uitvoeringspraktijk van bedrijven en wensen van omwonenden.
We sturen bij, vernieuwen en agenderen waar nodig. Zodat we als Omgevingsdienst een verschil blijven maken voor alle bewoners, bedrijven, opdrachtgevers en overige gebruikers van het Noordzeekanaalgebied. 13
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
14
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
2. Beleidskader Dit deel behandelt het beleidskader waarbinnen de OD NZKG opereert. Dit beleidskader is gebaseerd op wet- en regelgeving en het beleid van overheidsinstanties. De OD NZKG stelt zelf geen beleid op, maar gebruikt de bestaande beleidsrichtlijnen van overheidsinstanties als richtsnoer voor haar strategie, programma’s en organisatie. In essentie vormen deze richtlijnen samen met de wetgeving de basis voor het werk van de OD NZKG. De beleidsrichtlijnen en wet- en regelgeving omvatten de kaders die relevant zijn voor de taken en doelstellingen van de OD NZKG, zoals het waarborgen van de kwaliteit van de leefomgeving, het bevorderen van veiligheid, duurzaamheid, en het beschermen van de gezondheid en het milieu. Bovendien draagt de OD NZKG, op basis van haar kennis en expertise, bij aan het ontwikkelen van beleid en het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen en doelstellingen, zoals de energietransitie, klimaatverandering en de herinrichting van woon-werkgebieden. Deze uitdagingen maken dus ook deel uit van het beleidskader. De taken en doelstellingen van de OD NZKG kunnen in twee categorieën worden ingedeeld. Aan de ene kant streven ze naar een opgavegerichte benadering in lijn met de Omgevingswet, waarbij het waarborgen van een veilige en gezonde leefomgeving en doelmatig beheer, gebruik en ontwikkeling van de leefomgeving centraal staan (resultaatverplichting).
Aan de andere kant hebben ze een taakgerichte benadering met inspanningsverplichtingen op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies, gericht op het bevorderen van naleving op het gebied van milieu, bodem en bouw. De uitdaging ligt in het vinden van de juiste balans tussen het beschermen van de leefomgeving en het faciliteren van ontwikkelingen die invloed hebben op deze uitdagingen. Wet- en regelgeving, zoals de Beste Beschik bare Technieken (BBT), leidt bijvoorbeeld niet altijd tot de gewenste situatie wat betreft gezondheid. Om deze uitdaging aan te gaan, is een goede samenwerking met de overheden en ketenpartners zoals de GGD van groot 15
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
belang. Dit vereist een samenhangende aanpak waarin de uitdagingen in onderlinge samenhang worden aangepakt. Op basis van de probleemanalyse wordt bepaald wat prioriteit heeft en waar handhaving de meeste impact kan hebben om de kwaliteit van de leefomgeving te waarborgen. 2.1
Opgavegerichte strategie
Artikel 21 van de Grondwet verwoordt de zorgplicht voor de leefomgeving, die voor alle overheden in Nederland geldt. ‘De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.’ Deze opgave weerklinkt in de Omgevingswet. De Omgevingswet maakt duidelijk dat er een bedoeling – een maatschappelijke opgave – geldt voor alle taken die uit de Omgevingswet voortkomen. Deze bedoeling wordt in artikel 1.3, als volgt beschreven: ‘Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: Bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en Doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.’ De deelnemers van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied moeten hieraan voldoen en het is hun verantwoordelijkheid om dit doel te realiseren bij het uitvoeren van taken die voortvloeien uit de Omgevingswet (zie bijlage 3).
De deelnemers van de omgevingsdienst, en daarmee de dienst zelf, hebben de volgende doelen:
De ambities die door het Rijk zijn opgesteld, krijgen nadere duiding en uitwerking op provinciaal niveau.
– Zorgen voor duurzame ontwikkeling – Zorgen voor een leefbare omgeving – Beschermen en verbeteren van het milieu
Provinciale en gemeentelijke programma’s De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie van de Omgevingsdienst is, naast de wettelijke kaders, gebaseerd op de doelstellingen, het beleid en de regelgeving van de provincie en de gemeenten. Dit betekent dat de taken en prioriteiten van de OD NZKG ook worden afgestemd op de specifieke doelen van de provincies en gemeenten in haar werkgebied. Binnen het werkgebied van de OD NZKG zijn er verschillende programma’s waarin beleidsdoelen worden vastgelegd. Het is belangrijk om te benadrukken dat de beleidsdoelen in deze programma’s in onderlinge samenhang moeten worden beschouwd.
Dit betekent dat de werkzaamheden van de omgevingsdiensten zich niet beperken tot alleen het beschermen en in stand houden van de leefomgeving, maar ook gericht zijn op het verbeteren en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving. Dit wordt bereikt door zich te concentreren op onderling samenhangende aspecten, waaronder: – Veiligheid – Gezondheid – Kwaliteit van de leefomgeving – Behoud van natuurwaarden – Het voldoen aan maatschappelijke behoeften 2.2
Analyse van bovenregionaal en gemeentelijk beleid
De Nationale Omgevingsvisie (Novi) Het Rijk heeft zich gecommitteerd aan het behalen van specifieke ambities voor de fysieke leefomgeving, onder meer uitgewerkt in de Nationale Omgevingsvisie (Novi), als sluitstuk van de programma’s NOVEX (Nationale Omgevingsvisie Extra), de NOVEX-gebieden en Mooi Nederland. Momenteel is sprake van grootschalige en urgente opgaven, zoals de depositie van stikstof op natuurgebieden, het tekort aan woningen en de energietransitie. De Novi is een dynamische visie die, gevoed door de uitvoeringspraktijk en maatschappelijke ontwikkelingen, kan veranderen in de tijd. Dit geldt eveneens voor de Uitvoeringsagenda bij de Novi. In de komende periode zullen, onder meer bij de totstandkoming van programma’s, het opstellen van de omgevingsagenda’s en de plannen van aanpak voor NOVEX-gebieden, bevindingen en aanbevelingen voor de verdere uitvoering volgen. In bijlage 4 staat een overzicht van huidige nationale programma’s die de prioriteiten van de Novi specifiek maken. 16
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
Lokaal en provinciaal VTH-beleid Gemeenten en provincies kunnen lokaal en provinciaal VTH-beleid ontwik kelen (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) waarin de uitgangs punten worden beschreven voor de uitvoering van deze taken. Deze uitgangspunten kunnen ook betrekking hebben op de uitvoering van taken die zijn toegewezen aan de OD NZKG. Bijvoorbeeld, het VTH-beleid van de gemeente Amsterdam heeft invloed op taken met betrekking tot bouw. Daarnaast kunnen overheden in dit beleid hun eigen prioriteiten stellen. Omgevingswet en -visies Met de komst van de Omgevingswet worden veel beleidsdocumenten van gemeenten en provincies geïntegreerd in omgevingsvisies en omgevings plannen. Deze documenten bevatten de langetermijndoelen en de ruimte lijke visie van de gemeenten. Hoewel de meeste gemeenten al omgevings visies hebben vastgesteld, geldt dit niet voor allemaal. De uiterste deadline is eind 2024. Het overgangsrecht van de Omgevingswet loopt door tot 2031. Provinciale Omgevingsvisie Noord-Holland De Provinciale Omgevingsvisie (Povi) van de Provincie Noord-Holland, zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie NH2050, richt zich op het bereiken van een balans tussen economische groei en leefbaarheid in de fysieke leefomgeving. De visie omvat verschillende ambities, waaronder het waarborgen van een gezonde en veilige basis voor de leefomgeving, het
aanpakken van klimaatverandering en het bevorderen van gezondheid en veiligheid. Dit houdt in het handhaven en verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving op gebieden zoals bodem, water, lucht, omgevingsveiligheid, geluid en de ondergrond. Er is een ambitie om te voldoen aan KRWnormen voor water en WHO-normen voor luchtkwaliteit binnen specifieke tijdlijnen. Daarnaast is er aandacht voor het vergroten van biodiversiteit en natuurbehoud. De visie streeft ernaar het gebruik van de leefomgeving te faciliteren, met nadruk op een duurzame economie, passende woon- en werklocaties, duurzaamheid in de woningvoorraad, efficiënte mobiliteit met aandacht voor klimaat, gezondheid, natuur en landschap, behoud en versterking van landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken, en de volledige overgang naar klimaatneutraliteit in 2050, gebaseerd op hernieuwbare energie. Omgevingsverordening, omgevingsplan en bruidsschatten Provincies hanteren al omgevingsverordeningen, waarvan sommige al herzien zijn. In de komende jaren worden verdere herzieningen uitgevoerd in overeenstemming met de Omgevingswet. Vanaf 1 januari 2024 beschikken alle gemeenten automatisch van rechtswege over een omgevingsplan. In deze plannen zijn de ‘bruidsschatten’ opgenomen, waar wordt verwezen naar ‘bestaande’ regelgeving en normen en overgangsrecht.
Gemeenten zullen aankomende periode deze bruidsschatten nader vertalen naar hun specifieke situatie. In de komende jaren zullen gemeenten meer gedetailleerde en beleids rijke uitwerkingen van hun omgevingsplannen ontwikkelen, met als uiterste termijn 2031. Kansen en uitdagingen: omgevingsverordeningen en omgevingsplannen vormen belangrijke kaders voor de uitvoering van taken door omgevingsdiensten. Ze bieden mogelijkheden voor een integrale aanpak in gebieden, maar er bestaat ook het risico van versnippering. Het is essen tieel om uniforme en regionaal toepasbare regels te hebben om efficiënt te kunnen sturen op doelen voor een veilige en gezonde leefomgeving. Dit betekent niet noodzakelijkerwijs uniforme normen in elk gebied, maar kan ook betrekking hebben op bijvoorbeeld uniforme methodologieën voor normen en bijbehorende uniforme monitoringsovereenkomsten, gericht op een gelijk speelveld voor bewoners en bedrijven. 17
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
In bijlage 4 is een beschrijving van de landelijke en regionale en gemeente lijke programma’s opgenomen. 2.3
Opgavegerichte en risicogestuurde prioritering
Om te bepalen hoe werkzaamheden in de uitvoering worden geprioriteerd, is samen met de andere Noord-Hollandse omgevingsdiensten dezelfde prioriteringsmethodiek ontwikkeld en gebruikt. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de omvang van het risico van milieubelastende activiteiten, maar ook naar de mate van impact van die activiteiten op de (boven-) regionale beleidsopgaven. De Noord-Hollandse omgevingsdiensten passen vijf stappen toe om tot prioritering van hun werkzaamheden te komen: Stap 1: Opgave-analyse: gegeven doelen en ambities Stap 2: Koppelen van opgaven aan bevoegdheid Stap 3: Bepaling van verantwoordelijkheid: risico’s en impact Stap 4: Bepaling van bestuurlijke prioriteit: bepalen van focus Stap 5: Inzet VTH(A)-instrumentarium Stap 1: Opgave-analyse: gegeven doelen en ambities Vertrekpunt zijn de drie oogmerken uit artikel 1.3 Omgevingswet. Deze moeten als uitgangspunt worden genomen bij de uitvoering van alle taken en bevoegdheden uit deze wet (zie ook artikel 2.1 lid 1 Omgevingswet): – Duurzame ontwikkeling, – Bewoonbaarheid van het land – Bescherming en verbetering van het leefmilieu Met het oog op de behartiging van deze drie fundamentele belangen geeft artikel 1.3 een opgave aan ieder bestuursorgaan, namelijk het in onderlinge samenhang betrachten van beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving.
Dat moet gebeuren met inachtneming van in ieder geval: ‘veiligheid’, ‘gezondheid’, ‘omgevingskwaliteit’, ook vanwege ‘de intrinsieke waarde van de natuur’, en ‘vervulling van maatschappelijke behoeften’. Deze
Met het oog op: 1. duurzame ontwikkeling, 2. bewoonbaarheid van het land en 3. bescherming en verbetering van het leefmilieu Waarborgen voor kwaliteit (OW 1.3, onder a.) Veiligheid
Gezondheid
Omgevings kwaliteit
Waarde van natuur
Ruimte voor ontwikkeling (OW 1.3, onder b) Energietransitie
Landbouw transitie
Woningbouw opgave
Klimaatadaptatie
Vervanging infrastructuur
Circulaire economie
Figuur 4: Artikel 1.3 Omgevingswet.
elementen moeten steeds in onderlinge samenhang worden bezien om de genoemde oogmerken te behalen.
doelen van de Omgevingswet, ook omdat dit veelvuldig terugkomt in beleid van de deelnemers en eerdere afspraken over de inzet van de OD NZKG.
Om specifieker te definiëren hoe de beleidsopgaven in het werkgebied van de omgevingsdienst zich verhouden tot de werkzaamheden van de Omgevingsdienst, richt de OD NZKG de blik op de eigen bevoegdheden. De OD NZKG bepaalt per beleidsopgave welke (combinatie van) VTH(A)instrumenten hiervoor het meest aangewezen zijn. Sommige beleidsopgaven vragen om primaire inzet op toezicht en handhaving, waar een andere beleidsopgave primair vragen om inzet op regulering of adviesverlening. Zo zijn bijvoorbeeld de natuurtaken en bevoegdheden belegd bij de OD NHN (gericht op natuur verstorende activiteiten betrekking hebben op de impact op de natuur en biodiversiteit) en richt de OD NZKG zich primair op haar eigen taken op het gebied van milieu, bodem en bouw, zoals de milieubelastende activiteiten (milieubelastende activiteiten hebben betrekking op de impact op het milieu en de volksgezondheid). Bovenstaand kader dient ook als kader voor de gesprekken met de deelnemers over nieuwe of aanvullende focus en/of afspraken.
Bijdragen aan maatschappelijke opgaven De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) draagt bij aan maatschappelijke doelen door haar kennis en expertise in te zetten voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hoewel de OD NZKG niet direct verantwoorde lijk is voor deze doelen, draagt ze bij aan de verwezenlijking ervan, zoals bepaald in artikel 1.3b van de Omgevingswet. De OD NZKG richt zich vooral op de klimaatopgave en de transformatie van woon-werkgebieden, omdat ze gelooft dat ze door gerichte inzet aanzienlijk kan bijdragen aan het behalen van deze maatschappelijke doelen.
Opgavegerichte focus: Duurzaamheid, veiligheid en gezondheid Het belangrijkste doel is het behouden en verbeteren van een gezonde en veilige leefomgeving. De belangrijkste taak is het bevorderen van spontane naleving van de duurzaamheids-, veiligheids- en milieugerelateerde gezond heidsmaatregelen bij bedrijven waardoor de gewenste kwaliteit van de leefomgeving ook verbeterd wordt voor de inwoners. De OD NZKG zorgt ervoor dat activiteiten en ontwikkelingen in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving op het gebied van milieu, bodem en bouw. De OD NZKG kiest er ook voor om - naast veiligheid- de thema’s duurzaamheid en gezondheid prominent terug te laten komen in samenhang met de andere 18
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
De klimaatopgave omvat het aanpakken van problemen die voortvloeien uit klimaatverandering, zoals de opwarming van de aarde. Dit vereist maat regelen om de oorzaken van klimaatverandering aan te pakken, zoals het verminderen van broeikasgasemissies en het bevorderen van duurzame praktijken. Het aanpakken van de maatschappelijke opgaven rond circulaire economie, klimaatadaptatie en energietransitie draagt allemaal bij aan het bestrijden van klimaatverandering (zie figuur 4). Stap 2: Koppelen van opgaven aan bevoegdheid Op basis van de analyse van de beleidsopgaven in het werkgebied van de OD NZKG en de analyses van bedrijven volgens een gezamenlijk ontwikkelde methodiek met de andere Noord-Hollandse omgevings diensten, zijn er focusopgaven en -punten geformuleerd voor de komende jaren. Deze focus is in lijn met de beleidskaders op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Tabel 1 presenteert de focuspunten in samenhang met de focusopgaven. De laatste drie kolommen beschrijven
de focuspunten in relatie tot de drie hoofdprocessen: regulering, naleving en advisering. Het is belangrijk om te benadrukken dat deze prioriteiten kunnen veranderen in de loop der tijd. Deze tabel fungeert als leidraad voor de uitvoering. De inhoudelijke focuspunten kunnen worden aangepast of aangevuld, en de uitvoering kan variëren per gebied en/of regio. Afspraken hierover worden gemaakt met de betrokken partijen als onderdeel van het meerjarenprogramma. De Uitvoering & Handhaving-strategie beschrijft de prioriteiten en focus voor de komende jaren, terwijl het meerjarenprogramma op basis van deze strategie de bestuurlijke speerpunten bepaalt en vaststelt. De bijgevoegde tabel is dus het kader waarbinnen de OD NZKG verdere uitvoeringsafspraken maakt met de deelnemende overheidsinstanties. Voor taken met betrekking tot bodem en bouw die specifiek verbonden zijn aan bedrijven maken deze onderwerpen reeds integraal deel uit van de bedrijfsspecifieke focuspunten. Voor niet-bedrijfsspecifieke activiteiten hebben we een vergelijkbare benadering gevolgd. Bij de inbreng van nieuwe taken in de komende jaren worden deze op een vergelijkbare wijze beoordeeld en in samenhang met andere taken bekeken. De nietbedrijfsspecifieke activiteiten met betrekking tot bodem en bouw zijn nog niet op dezelfde manier uitgewerkt als de bedrijfsspecifieke taken (milieu, bodem en bouw).
Dit is nog in ontwikkeling. Stap 3: Bepaling van verantwoordelijkheid: risico’s en impact Bepaling van verantwoordelijkheid: risico’s en impact. In bijlage 5 wordt de achterliggende methodiek beschreven, bestaande uit twee stappen: 1. Risicoanalyse: Binnen de verschillende thema’s wordt beoordeeld welk risico eraan verbonden is. Het risico wordt gedefinieerd als: risico = kans x effect. De kans houdt in dit verband in: de waarschijnlijkheid dat een overtreding plaatsvindt, rekening houdend met het eerdere naleef gedrag en/of de inschatting van de toezichthouder. Deze analyse wordt jaarlijks door de OD NZKG uitgevoerd en vormt een leidraad voor prioritering.
19
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
2. Impactanalyse: Vervolgens wordt de impact van elk beleidsthema gekoppeld aan deze risico’s. De focus op de thema’s waarop de OD zich richt, wordt inhoudelijk en kaderstellend en voor meerdere jaren vastgesteld in deze Uitvoerings- en Handhavingsstrategie. Dit leidt tot een initiële prioritering van doelgroepen waarop de inzet moet worden gericht om te zorgen voor de uitvoering van het beleid. Op termijn kan deze prioritering, wanneer het locatiebestand voldoende inzicht biedt in de activiteiten, worden verschoven van doelgroepniveau naar activiteitenniveau. Deze stappen zijn toegepast op de bedrijfsspecifieke taken (basistaken) met een risicogestuurde en opgavegerichte prioritering binnen het bedrijvenbestand dat aan de OD NZKG is toegewezen en is onderverdeeld in branches (specifieke bedrijfstakken, die als basis dienen voor de specifieke VTH&A-inzet en beschreven zijn in deel 3). Voor de nietbedrijfsspecifieke taken (basis- en ingebrachte extra taken op het gebied van bodem en bouw) is gebruik gemaakt van methodieken die specifiek gericht zijn op deze taken, zoals beschreven in bijlage 6. Stap 4 (bepalen bestuurlijke prioriteit) maakt geen onderdeel uit van deze concept-U&H-strategie. Deze strategie neemt natuurlijk wel het bestuurlijk vastgestelde beleid als vertrekpunt. Deze strategie is kaderstellend en gericht op een uniforme regionale aanpak.
Met de verschillende deelnemers worden afspraken gemaakt over de concrete uitvoering. Gericht op de maximale impact stuurt de OD NZKG op een zoveel uniform mogelijke regionale aanpak, waarbinnen uiteraard maatwerkafspraken mogelijk zijn per deelnemer, en daarmee ook voor het bepalen van (lokale/regionale) bestuurlijke prioriteit. Stap 5 (Inzet VTH(A)-instrumentarium) maakt op hoofdlijnen onderdeel uit van de U&H-strategie en wordt beschreven in deel 3, maar zal worden geconcretiseerd in de komende jaren binnen de programmatische afspraken met de verschillende deelnemers.
Naleving
Regulering
Advisering
Huidige inzet (1 januari 2024)
Woon/werkgebied
Energietransitie
Klimaatadaptatie
Maatschappelijke doelen/ opgaven
Circulaire economie
Milieugerelateerde gezondheid
(Omgevings)veiligheid
Bedrijfsgebonden activiteiten
Waarborgen kwaliteit activiteiten
Duurzaamheid
Focuspunten
✓
●
●
○
✓
●
●
●
✓
●
○
✓
●
○
1
Landelijk VTH-programma Seveso-Omgevingsdiensten
✓
2
Externe Veiligheid
✓
✓
3
Brandveiligheid
✓
✓
4
Energiebesparing
✓
5
Verkeer en vervoer management
✓
✓
6
Water
✓
✓
7
Luchtkwaliteit Fijnstof/ Stikstof
✓
8
Zeer Zorgwekkende Stoffen
✓
9
Geur
10
Geluid
11
Asbest
✓
✓
12
Bodem
✓
✓
13
Klachtenafhandeling en ongewone voorvallen
✓
✓
14
Hernieuwbare energie
✓
✓
✓
15
Grondstoffen transitie
✓
✓
✓
✓
✓
○
16
Ketentoezicht
✓
✓
✓
✓
●
17
Ondermijning
✓
✓
✓
●
✓ ✓ ✓
✓
✓
○ ●
✓
○
●
✓
○
●
●
✓
○
●
●
✓
✓
●
○
●
✓
✓
●
○
●
●
○
●
●
○
●
○
○
●
●
●
●
✓
✓
✓
✓ ✓ ✓
✓
Legenda focuspunten:
Niet-bedrijfsgebonden activiteiten 18
Bodem
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
●
●
○
19
Bouw
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
●
●
○
Tabel 1: Focuspunten in samenhang met de focusopgaven.
20
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
✓ Raakvlak activiteiten/opgave ● Primaire inzet ○ Secundaire inzet
2.4
Toelichting focuspunten
Hieronder worden op hoofdlijnen de focuspunten beschreven (beleidskader). Er kunnen de komende jaren focuspunten bijkomen of afgerond zijn. Veranderingen, binnen focuspunten of toevoegen van nieuwe focuspunten doen we binnen de gestelde bestuurlijke kaders in deze strategie. De focuspunten kunnen verschillend van aard zijn, gericht op (milieu)thema, taak of opgave. Ook kennen focuspunten raakvlakken of overlappen, waar in de uitvoering rekening mee zal worden gehouden (zie deel 3). In de U&H-strategie wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijfsgebonden activiteiten (gerelateerd aan bedrijven) en niet-bedrijfsgebonden activiteiten. Dit sluit aan op de verschuiving van de focus van inrichtingen naar activiteiten in het kader van milieubescherming en vergunningverlening onder de Omgevingswet. In de transitieperiode onder de Omgevingswet zal de OD NZKG beginnen te werken met bijvoorbeeld Milieu Belastende Activiteiten (MBA’s). Naast deze bedrijfsgerelateerde activiteiten heeft de OD NZKG ook te maken met bestaande en nieuw niet-bedrijfsgebonden activiteiten, zoals bodemactiviteiten. De OD NZKG hanteert in deze strategie dit onderscheid en zal de komende jaren verder verkennen hoe activiteiten het beste kunnen worden geïntegreerd in de strategie.
21
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
Bedrijfsgebonden activiteiten 1.
Landelijk VTH-programma Seveso-Omgevings diensten
De Omgevingsdienst NZKG is een van de zes landelijke omgevingsdiensten gespecialiseerd in de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) bij Seveso- en RIE4-bedrijven. Samenwerking en afstemming tussen de Seveso-omgevingsdiensten vinden plaats binnen BRZO+ in samenwerking met andere betrokken partners via de ministeries van SZW en I&W. De Seveso-omgevingsdiensten werken gezamenlijk aan een meerjarenprogramma om uniformiteit en kwaliteitsverbetering te bevorderen, met specifieke aandacht voor de volgende hoofdthema’s.
2.
Externe veiligheid
Het thema externe veiligheid zal veel aandacht vragen van de OD NZKG en overheden vanwege veranderingen in de landelijke regelgeving (o.a. Aandachtsgebieden), woningbouwopgaven en de energietransitie. Dit resulteert in nieuwe risicobronnen met gevaarlijke stoffen, zoals bedrijven, transportroutes en buisleidingen. Ruimtelijke ontwikkelingen vinden vaak plaats in gebieden dichtbij deze risicobronnen. Dit vraagt om samenwerking tussen overheidsinstanties om te bepalen of het basis beschermingsniveau voldoende is of extra maatregelen nodig zijn. Een adequaat monitorings- en evaluatiesysteem, zoals het nieuwe Register Externe Veiligheid (REV), kan hierbij helpen. Daarnaast is de opslag van gevaarlijke (afval)stoffen een belangrijk aandachtspunt.
3.
Brandveiligheid
Het beoogde maatschappelijke doel is het waarborgen van een veilige leef- en werkomgeving. Naast de overlapping met Externe Veiligheid, voert de Omgevingsdienst in opdracht van de provincie Noord-Holland en de gemeente Amsterdam ook inspecties uit bij gebouwen waarvoor een gebruiks- en/of vergunningplicht vereist is.
4.
5.
6.
Energiebesparing
Verkeer en vervoersmanagement
Water
Het primaire doel van het klimaatakkoord is het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, wat resulteert in een verminderd gebruik van fossiele brandstoffen, met name benzine en diesel. Bedrijven die jaarlijks meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas(equivalent) verbruiken, hebben de verplichting om energie te besparen. Er is een nieuwe wettelijke regeling geïntroduceerd waarbij deze energiebesparingsverplichting wordt uitgebreid naar duurzaamheidsmaatregelen, waardoor het opwekken van hernieuwbare energie ook een rendabele optie wordt. Bovendien wordt de groep bedrijven waarop de geactualiseerde energiebesparingsverplichting van toepassing is uitgebreid, inclusief ETS-bedrijven, en wordt er een onderzoeksplicht geïntroduceerd voor ‘energie-zeergrootverbruikers’. Het doel is dat tegen 2050 het verkeer en transport in Nederland geen schadelijke uitlaatgassen en CO2 meer uitstoten, waarbij er ruimte is voor zowel schonere als slimmere mobiliteitsoplossingen. Elektrisch vervoer en het gebruik van duurzame waterstof als aandrijving spelen hierbij een cruciale rol, en vervoermanagement bij bedrijven wordt daardoor een belangrijke taak in de komende jaren3. Hoewel de waterkwaliteit de afgelopen decennia aanzienlijk is verbeterd, is het water nog niet overal voldoende schoon.
Met name onder invloed van de Kaderrichtlijn Water worden inspanningen geleverd om de verschillende waterkwaliteitsdoelen te behalen. Dit omvat het streven naar een goede ecologische en chemische toestand voor oppervlaktewater, evenals het voldoen aan milieukwaliteitseisen voor grond- en drinkwater. Daarnaast ligt er een uitdaging op het gebied van waterkwantiteit. De uitdaging is het waarborgen van een duurzaam waterbeheer dat rekening houdt met voldoende watervoorziening, het voorkomen van wateroverlast en het naleven van wettelijke eisen. Wat betreft bedrijfsgebonden activiteiten krijgt indirecte lozingen, zoals het lozen van verontreinigde stoffen in het afvalwater of via niet-gecontroleerde routes, zoals neerslag, grondwaterinfiltratie of uitspoeling, de komende jaren onze prioritaire aandacht.
3 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/klimaatverandering/klimaatakkoord/maatregelenklimaatakkoord-per-sector
22
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027
7.
Luchtkwaliteit Fijnstof/ Stikstof
De OD NZKG richt haar inspanningen op het verminderen van de uitstoot van fijnstof (PM10 en PM2.5) en stikstof door bedrijven en activiteiten die onder haar mandaat vallen. Stikstof omvat zowel stikstofoxiden als ammoniak, die bijdragen aan de stikstofdepositie op kwetsbare natuurgebieden. Daarnaast is er een nieuwe focus op de relatie met de WHO-advieswaarden, omdat gezondheid een belangrijk beleidsdoel is onder de Omgevingswet. Het Schone Lucht Akkoord (SLA), ondertekend door het Rijk, gemeenten en provincies, benadrukt het belang van emissiereductie voor de volksgezondheid.
8.
Zeer Zorgwekkende Stoffen
Een zeer zorgwekkende stof (ZZS) is een stof die een gevaar vormt voor de mens of het milieu vanwege bijvoorbeeld carcinogene, mutagene, reprotoxische eigenschappen of de accumulatie in de voedselketen. Het voorkomen van verspreiding van deze stoffen naar lucht, bodem, afvalwater en via afval(verwerking) is essentieel voor het behoud van een gezonde leefomgeving. ZZS kunnen in bijvoorbeeld in de bodem terechtkomen door het gebruik van grond, baggerspecie en bouwstoffen op of in de bodem.
9.
Geur
De woningbouwopgave van de gemeenten heeft tot gevolg dat bedrijvigheid en woningen dichter bij elkaar komen te liggen, waarmee het risico op geurhinder toeneemt. Specifiek voor het werkgebied speelt het weer een invloedrijk rol- bij periodes van droogte en warmte zien we een verhoging van aantal klachten. Daarom besteden we de komende jaren aan de voorkant van projecten extra aandacht aan de advisering over geurhinder.
10.
Geluid
Geluidsoverlast heeft nadelige gevolgen voor de gezondheid, de leefbaarheid van onze woonomgeving, en voor de dieren in de natuur. De maatschappelijke acceptatie van geluid veroorzakende activiteiten neemt af. Tegelijkertijd worden er nieuwe woningen gebouwd in de buurt van lawaaibronnen, wat het risico op geluidsoverlast vergroot. We moeten daarom zorgvuldig afwegen hoe we onze leefomgeving gebruiken en inrichten. Bovendien moeten we rekening houden met mogelijke toekomstige geluidsbronnen zoals windturbines en geothermische systemen als onderdeel van de energietransitie. Dit vereist aandacht voor de integratie met ruimtelijke plannen en de gezondheidsaspecten.
11.
Asbest
Bij het saneren van asbest bestaan aanzienlijke gezondheidsrisico’s, waarbij asbestsaneerders en mensen in de omgeving gevaar lopen bij slecht uitgevoerde saneringen en het inademen van asbestvezels. Niet-gecertificeerde handelingen en saneringen door particulieren leiden vaak tot verontreiniging van de omgeving. De Rijksoverheid streeft ernaar om vanaf 2040 geen nieuwe asbestslachtoffers meer te hebben, maar veilige en gezonde asbestverwijdering brengt over het algemeen hoge kosten met zich mee en wordt daardoor niet altijd gewaardeerd door saneerders en hun opdrachtgevers. Bovendien ontbreekt het vaak aan de juiste kennis bij particuliere saneringen.
12.
Bodem
Het is wettelijk verplicht om de bodem te beschermen tegen de aanwezigheid van schadelijke stoffen. Bij verschillende bedrijfsactiviteiten is er een risico dat schadelijke stoffen vrijkomen en in de bodem terechtkomen. Om de impact op de bodemkwaliteit te beperken, moeten de bedrijfsactiviteiten - in lijn met de vanaf 1 januari 2024 geldende richtlijn Bodembescherming: combinaties van voorzieningen en maatregelen (BB-CVM)- voldoen aan een ‘verwaarloosbaar bodemrisico’. Als bedrijven hieraan niet voldoen, bestaan er milieurisico’s voor het betreffende gebied en het grondwater. Het bedrijf kan met een maatwerkverzoek een aanvaardbaar bodemrisico aanvragen. Saneringsmaatregelen zijn vaak kostbaarder dan preventieve maatregelen. Het begrip ‘verwaarloosbaar bodemrisico’ komt niet terug onder de Omgevingswet, maar het uitgangspunt blijft hetzelfde: bodemverontreiniging zoveel mogelijk voorkomen.