CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 OD NZKG.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 7 februari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2024-2027 (VN2024-027733)33.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

13.

23

Klachten­afhandeling De OD NZKG treedt namens de gemeente- of provincie­ en Ongewone besturen op tegen bedrijven die niet voldoen aan de voorvallen vergunningsvoorschriften of algemene milieuregels. We hanteren een zorgvuldige aanpak bij de afhandeling van overlastmeldingen (klachten). Met behulp van deze meldingen proberen we de bron van de overlast te identificeren. Indien een bedrijf niet aan bepaalde voorschriften voldoet, nemen we passende maatregelen. Jaarlijks voeren we een analyse uit van ontvangen meldingen van overlast en ongewone voorvallen, waarbij we kijken naar mogelijkheden voor preventieve maatregelen.

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

14.

Hernieuwbare energie

De Rijksoverheid en bedrijven streven naar een bloeiende, circulaire en CO2-arme industrie in 2050, waarbij fabrieken gebruikmaken van duurzame elektriciteit uit zon en wind, aardwarmte, duurzame waterstof en biogas. De grondstoffen worden verkregen uit biomassa, reststromen en -gassen, en de restwarmte wordt benut door de industrie zelf of geleverd aan de tuinbouw, gebouwen en woningen. Hierdoor fungeert de industrie niet alleen als energiegebruiker, maar ook als producent en buffer van energie. In 2030 is het doel om aanzienlijk minder CO2 uit te stoten, wat een tussenstap vormt. Hoewel veel nieuwe productiemethoden nog in de beginfase zitten en kostbaar zijn, investeren bedrijven zelf in vernieuwing. Daarnaast is er subsidie beschikbaar om de ontwikkeling te stimuleren. Hierdoor heeft de industrie de potentie om uit te groeien tot de meest CO2-efficiënte bedrijfstak in Europa.

15.

Grondstoffen transitie

In 2030 is het doel van Nederland om het grondstoffengebruik met 50% te verminderen, en tegen 2050 streven we naar een volledig circulaire economie waarin geen afval bestaat en grondstoffen continu worden hergebruikt. Zowel nieuwe als bestaande bedrijven zijn actief bezig met het ontwikkelen van circulaire initiatieven, waarbij ze reststromen opwaarderen en gebruiken als product of grondstof. De belangrijkste doelstellingen zijn het bevorderen van de circulaire economie door het vergroten van het gebruik van secundaire grondstoffen, het verminderen van het gebruik van primaire grondstoffen in bedrijven, en het veilig en verantwoordelijk gebruik van hernieuwbare grondstoffen. De bestaande wet- en regelgeving sluit nog niet volledig aan op de overgang naar een circulaire economie, wat uitdagingen met zich meebrengt, zoals de afvalstatus van potentiële grondstoffen. We moeten verantwoorde oplossingen vinden binnen de kaders van gezondheid en veiligheid om deze belemmeringen aan te pakken.

16.

17.

24

Ketentoezicht

Ondermijning

Ketentoezicht vraagt om een andere manier van Branche overstijgend toezicht veel meer gericht op de risico’s (aanpak Milieucriminaliteit, een verantwoorde circulaire economie, een betere bescherming van mens dier en milieu, structureel inzicht in afvalstoffen, etc.) Dit vraagt meer van de Inspecteurs dan het reguliere toezicht. Dit vraagt ook om andere expertise van de Inspecteurs (financiële en ingewikkelde administratieve controles, complexe zaken met ketenpartners, een ketengerichte aanpak, projectleiderschap, etc.) en extra opleidingen hiervoor om op niveau te komen. Door jaarlijks pilots uit te voeren op specifieke afvalstromen krijgen we zowel inzicht in de benodigde structureel inzet als ervaring opdoen bij toezichthouders Om hun criminele activiteiten uit te kunnen voeren, maken criminelen gebruik van allerlei legale diensten en voorzieningen. Zij vragen bijvoorbeeld vergunningen aan, richten bedrijven op, en huren en kopen panden. Hierdoor worden criminelen onbedoeld gefaciliteerd door de ‘bovenwereld’. Ondermijning is een probleem dat de maatschappij verzwakt en uiteindelijk zelfs ontregelt. De Omgevings­dienst(en) en de gemeente(n) werken bij de aanpak van ondermijning samen met onder meer de politie, het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst. Signalen worden door verschillende overheidsdiensten in een zo vroeg mogelijk stadium gezamenlijk opgepakt.

De Omgevingsdienst(en) en gemeente(n) richten zich daarbij ook op het voorkómen van onder­mijnende criminaliteit. Dit doet ze door bijvoorbeeld vergunningen te weigeren, in te trekken of door integrale controles uit te voeren. Samen met bijvoorbeeld de politie, de brandweer en andere partners wordt gecontroleerd of eigenaren en/ of huurders zich aan de regels houden. Ook kan een burgemeester panden sluiten en kunnen boetes worden opgelegd. De Wet Bibob (Bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur) wordt toegepast in het kader van vergunningaanvragen overeenkomstig de gemaakte afspraken met onze deelnemers.

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Niet-bedrijfsgebonden activiteiten Uitdaging van de niet-bedrijfsgebonden activiteiten is deze de komende jaren meer integraal onderdeel te laten worden van de opgavegerichte aanpak van de OD NZKG. In de lijn met de doelen van de Omgevingswet zoals opgenomen in deze U&H-strategie. 18.

Bodem

Niet-bedrijfsgebonden bodemtaken van omgevingsdiensten omvatten verschillende activiteiten gericht op het beheer en de bescherming van de bodem in een bredere context dan alleen bedrijf gerelateerde aspecten. Te denken valt aan monitoring en beoordeling van bodemkwaliteit, bijdragen (adviesverlening) aan beleid gericht op bodembeheer en -bescherming, handhaving en toezicht wet- en regelgeving met betrekking tot bodemkwaliteit en bodemverontreiniging. De decentralisatie van bodemtaken naar gemeenten zorgt ervoor dat gemeenten in staat om lokaal beleid te ontwikkelen en maatregelen te treffen om de bodemkwaliteit te waarborgen en bodemverontreiniging aan te pakken. De decentralisatie van bodemtaken naar gemeenten heeft een directe impact op omgevingsdiensten en leidt tot herdefiniëren van de rol en verantwoordelijkheden met name op het gebied van nietbedrijfsgebonden activiteiten.

19.

Bouw

De OD NZKG heeft diverse bouwtaken binnen haar verantwoordelijkheidsgebied. Dit doet zij alleen voor de door de betreffende deelnemers ingebrachte taken (plus-taken). Enkele voorbeelden van bouwtaken die de OD NZKG kan uitvoeren zijn verlenen van omgevingsvergunningen, toezicht en handhaving met betrekking tot bouwactiviteiten, Advies en begeleiding aan initiatiefnemers en gemeenten met betrekking tot bouwprojecten. De OD NZKG werkt hierin nauw samen met betreffende bevoegd gezag, andere overheidsinstanties en relevante stakeholders om een efficiënte en effectieve uitvoering van bouwtaken te waarborgen.

25

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

3. Vertaling naar uitvoering De beschreven strategie in deel 1 en 2 vraagt om een adequate inzet van het instrumentarium. Vergunningverlening (regulering), toezicht en handhaving vormen de primaire instrumenten die door de omgevingsdiensten worden ingezet om de beleidsdoelstellingen behalen. Hiernaast wordt ook het instrument adviesverlening in toenemende mate ingezet. Deze instrumenten samen vormen het zogeheten VTH(A)-instrumentarium. In deel 3 beschrijven we dus de vertaling van de strategie naar de uitvoering. Zowel vanuit de rol (VTH&A) als taak (Milieu, bodem en bouw).

26

De uitgewerkte bijgevoegde focuspunten dienen om de doorwerking inzichtelijk te maken en zijn op hoofdlijnen. Concrete afspraken over bestuurlijke focus en VTH&A-inzet vindt plaats binnen de programma’s. Deel 3 behandelt de operationele cyclus van de BIG-8 en legt uit hoe de focus en prioritering, gebaseerd op het benaderen van problemen en risicobeheer, worden omgezet in concrete richtlijnen en strategieën voor de uitvoering. 3.1

Wettelijk kader

De focuspunten uit deel 2 worden uitgewerkt en inzichtelijk zal worden gemaakt welke inzet van de VTH-A instrumentarium wordt verwacht en is er een eerste inventarisatie van de te hanteren indicatoren die een weergave kunnen geven van hoe de inzet bijdraagt aan de uitkomst (outcome). De uitwerking van de focuspunten doen we op een uniforme manier, waarin ook teruggegrepen wordt op de conclusies uit de U&H-strategie. We werken met de volgende vaste indeling.

Omgevingswet, artikel 2.1, eerste lid, verduidelijkt hoe de taakuitvoering, ter behaling van de doelen van de Omgevingswet dient plaats te vinden. Het artikel verwoordt dit als volgt:

– Inleiding, met de overweging of bijstelling van het doel of de aanpak gewenst is – De beleidsopgave die bij de prioriteit hoort. – Om welke gebiedssoort(en) het gaat. Hierbij zijn er drie mogelijkheden: industrieel (inclusief industrieterreinen) stedelijk en landelijk gebied. – De scope van de prioriteit; in welke processen en voor welke branches is de prioriteit relevant. – De doelstelling(en). – De aanpak, activiteiten en prioriteiten (inclusief samenwerkingspartners) – De indicatoren die de voortgang en het effect van de inspanning van de OD weerspiegelen. – Een eventuele verbinding met andere focuspunten en prioriteiten.

Dit houdt voor omgevingsdiensten in dat de maatschappelijke opgave, zoals verwoord in het artikel 1.3 van de Omgevingswet, altijd het uitgangspunt is bij de inzet van hun VTH(A)-instrumentarium, tenzij geldende weten regelgeving, op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau, een voorgegeven handelswijze voorschrijft. Omgevingswet, artikel 2.1, tweede lid vult bij het eerste lid aan:

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

‘Een bestuursorgaan van een gemeente, een provincie of het Rijk of, met inachtneming van de Waterschapswet, van een waterschap oefent zijn taken en bevoegdheden op grond van deze wet uit met het oog op de doelen van de wet, tenzij daarover specifieke regels zijn gesteld.’

‘Het bestuursorgaan houdt daarbij rekening met de samenhang van de relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving en van de rechtstreeks daarbij betrokken belangen.’

Na aanvraag vergunning of melding: toetsen van activiteit aan geldende wet- en regelgeving

Reguleringsstrategie (V) Preventiestrategie

Bevordering van naleving van geldende wet- en regelgeving

Nalevingsstrategie (TH)

Toezichtstrategie Sanctioneringsstrategie Handhavingsstrategie

Advisering van deelnemers: bij het opstellen van geldende wet- en regelgeving, en het beoordeling van activiteiten

Gedoogstrategie Adviesverlening (A)

Figuur 5: Strategieën bij de instrumenten van de Noord-Hollandse omgevingsdiensten.

Wederom wordt hiermee benadrukt dat de Omgevingswet het afwegen en het zoeken van ‘samenhang’ centraal stelt. Wat wordt in samenhang benaderd? ‘Relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving’ en ‘rechtstreeks daarbij betrokken belangen’. Ten aanzien van ‘relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving’ spreekt de Omgevingswet op verschillende plaatsen zowel van:

27

vanuit een voorgegeven taak is dus onder de Omgevingswet niet meer goed vol te houden. Het gaat om het in ogenschouw nemen van de opgaven en daar de adequate inzet en toepassing van het VTH(A)-instrumentarium bij bepalen. Het gaat om een adequaat antwoord op specifieke opgaven, in specifieke situaties.

– ‘Kwaliteiten’ van de leefomgeving – ‘Functies’ van de leefomgeving, die evenwichtig moeten worden toebedeeld – ‘Projecten’ in de leefomgeving om maatschappelijke doelen te realiseren – ‘Activiteiten’ (als omgevingsplanactiviteit, milieubelastende-activiteit, bouwactiviteit, natura 2000 activiteiten)

Strategieën voor toepassing van het VTH(A)-instrumentarium Zoals beschreven in artikelen 13.6 en 13.7 van het Omgevingsbesluit, dienen de omgevingsdiensten in ieder geval voor de taken vergunningverlening (regulering), toezicht en handhaving te beschrijven hoe aan deze taken uitvoering wordt gegeven. Dit wordt beschreven in enkele uitvoerings­ strategieën, zoals weergegeven in figuur 5.

Ten aanzien van de ‘rechtstreeks daarbij betrokken belangen’ zijn de beleidsdoelen van de deelnemers ook een belang. Het strikt redeneren

In wat volgt zullen de bovengenoemde strategieën worden uitgewerkt. Bij elk van de strategieën wordt de impact die de Omgevingswet heeft op

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

de taakuitvoering nader toegelicht. Ook worden gedeelde doelstellingen voor de betreffende taak beschreven, evenals een gedeelde werkwijze. De beschrijvingen zijn grotendeels gebaseerd op de gezamenlijk geformuleerde strategieën van de vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten. Waar nodig hebben we deze aangevuld met aanvullende teksten gericht op de eigen regio. 3.2

Overige uitgangspunten

Voorzorgbeginsel als uitgangspunt Het voorzorgsbeginsel is van toepassing als er een onvoldoende bekende relatie is tussen de bron en het effect van bijvoorbeeld een emissie op de gezondheid. Het gaat daarbij om onzekerheid, een wetenschappelijk gat tussen een bekend effect (‘minder gezondheid’) en onzekere oorzaak (‘onaanvaardbare emissie van stof X’). Op dat moment kan het voorzorgs­ beginsel helpen door als element in het onderzoek naar de feiten en belangen te dienen, in combinatie met de motivering van het besluit. Het voorzorgs­beginsel is vooral van toepassing bij reguleringsbesluiten. Binnen deze besluiten is het voorzorgsbeginsel geen grondslag op zich, maar een onderdeel van het beoordelingskader om te komen tot een specifiek besluit. Dit betekent dat de OD NZKG waar mogelijk streng is in zijn regulering. Dit betekent onder andere het voorschrijven van maatregelen in het kader van scherp vergunnen, met korte termijnen en minimaliserende normen. Het voorzorgsbeginsel toepassen kan helpen bij het motiveren van maatregelen waar onzekerheid is over de exacte wetenschappelijke onderbouwing. Algemene zorgplicht De Omgevingswet bevat een algemene zorgplicht. Dit houdt in dat overheden, bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde leefomgeving. En dus niet alleen de overheid.

Deze algemene zorgplicht is vooral een vangnet voor het geval er geen specifieke decentrale of rijksregels zijn. Hoe uitvoering moet worden gegeven aan deze zorgplicht, bij gebrek aan specifieke regels is de komende periode een aandachtspunt. Mandaat De gemeenten en provincies hebben voor de taken mandaat verleend aan de omgevingsdiensten. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de 28

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

bevoegdheden worden gedelegeerd. In de ‘package deal’ is afgesproken dat de dagelijks besturen van de gemeenten en de provincies verantwoordelijk blijven voor de uitvoering in concrete gevallen. De regels over mandaat staan in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De kern daarvan is dat de mandaatverlener verantwoordelijk blijft voor en zeggenschap behoudt over de in mandaat uitgeoefende bevoegdheden en het mandaat kan intrekken. Dit betekent dat het bevoegd gezag – het politieke bestuur – in alle gevallen de bevoegdheid houdt om zelf een beslissing te nemen. Het bestuur heeft daardoor altijd de mogelijkheid om te besluiten de gemandateerde bevoegdheid zelf uit te oefenen. In het geval dat op basis van het mandaat door de OD NZKG namens het bevoegde gezag een beslissing wordt genomen, draagt het bevoegde gezag de volledige verantwoordelijkheid voor het genomen besluit. In de wet VTH hebben de omgevingsdiensten een wettelijke basis gekregen. Volgens de Memorie van Toelichting is uitgangspunt dat zij functioneren op basis van een mandaat van GS en B&W. Het idee is volgens de Memorie van Toelichting dat mandatering van bestuurlijke handhavingsbevoegdheden aan de omgevingsdiensten de bestuurders in staat stelt enige afstand te nemen, wat het doortastend en onafhankelijk handhavend optreden tegen overtredingen bevordert.

Onafhankelijkheid is uitgangspunt voor zover de OD NZKG betrokkenheid heeft bij de strafrechtelijke handhaving. In de bestuursrechtelijke handhaving wordt de onafhankelijkheid begrensd door de Awb die veel bevoegdheden voorbehoudt aan de mandaatgever. Risico- en aandachtsdossiers Vanuit de OD NZKG wordt gerapporteerd over (potentieel) politiek en/of bestuurlijk gevoelige dossiers aan de betreffende portefeuillehouder van het college van B&W/ Gedeputeerde Staten. Eventuele opties voor te nemen beslissingen worden voorgelegd. De aanpak van de OD NZKG is altijd gericht op het bereiken van een situatie die voldoet aan wet- en regelgeving. Samen met de betrokken partijen worden criteria vastgesteld voor de specifieke invulling en de bijbehorende maatstaven. Hierbij kan gedacht worden aan dossiers met conflicterende belangen, wat ze bestuurlijk gevoelig maakt, alsook aan risico’s op het gebied van externe veiligheid en gezondheid, ernstige nalevingsproblemen en milieucriminaliteit.

Consignatiedienst De OD NZKG voert, onder de naam Consignatiedienst, vier 24/7-beschik­ baarheidsdiensten (piketten) uit voor de veiligheidsregio’s AmsterdamAmstelland (VrAA: Amsterdam, Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, OuderAmstel en Uithoorn) en Kennemerland (VrK: alleen Haarlemmermeer): 1. Milieu-Omgevingszorg (ook inzetbaar voor de veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (alleen Zaanstad); 2. Bouw-Omgevingszorg; 3. Hoofd Omgevingszorg (inclusief lid Regionaal Operationeel Team-ROT); 4. Communicatie. Tevens is een vijfde 24/7-beschikbaarheidsdienst van de OD NZKG, MilieuSeveso, oproepbaar door de Veiligheidsregio’s in Noord-Holland, Flevoland en Utrecht in geval van incidenten bij bedrijven in deze provincies, die vallen onder het provinciaal bevoegd gezag en waarvoor de OD NZKG de VTHtaken uitvoert. Om adequaat bij incidenten te kunnen optreden worden door het jaar heen oefeningen, al dan niet samen met externe partners, en specifieke cursussen georganiseerd.

Strategie bedrijvigheid & bedrijfsgebonden activiteiten

– Duurzaamheid: Energiebesparing, Vervoersmanagement, Waterbesparing en Hernieuwbare energie en Grondstoffentransitie. – Omgevingsveiligheid: Landelijke VTH-programma Seveso, Externe veilig­ heid, Asbest, Bodem, Klachten en ongewone voorvallen, hernieuwbare energie, Grondstoffentransitie, Ketentoezicht en Ondermijning. – Milieugerelateerde gezondheid: Vervoersmanagement, Luchtkwaliteit, ZZS, Geur, Geluid, Asbest, Waterkwaliteit en Bodemverontreiniging, Klachten en Ongewone voorvallen, Hernieuwbare energie en Grond­ stoffentransitie, Ketentoezicht en Ondermijning.

Omgevingsdiensten hebben als voornaamste verantwoordelijkheid de beoordeling en goedkeuring of afwijzing van vergunningsaanvragen en het toezicht houden op en handhaven van regelgeving met betrekking tot activiteiten op het gebied van milieu, bodem en bouw. Ze dragen bij aan het handhaven van wettelijke voorschriften en spelen een cruciale rol in het bevorderen van een duurzame en veilige leefomgeving. De OD NZKG richt zich voornamelijk op bedrijven en ondernemingen. Deze doelgroep omvat een breed scala aan bedrijfstakken in het Noordzeekanaalgebied, waaronder havens, petrochemische complexen, energiecentrales, raffinaderijen,

Tabel 2 heeft tot doel de verbanden tussen deze thema’s en bedrijfstakken (bedrijven) te verduidelijken. Dit dient als een introductie om inzichtelijk te maken hoe deze onderwerpen met elkaar samenhangen. De vertaling naar de prioritaire bedrijfstakken in relatie tot bredere opgaven en focusgebieden, zoals beschreven in het Beleidskader (Deel 1), maakt deel uit van de daaropvolgende hoofdstukken over regulering- en nalevingsstrategie en adviesverlening. Deze tabel vloeit voort uit de opgavegerichte, op risico gebaseerde prioritering (paragraaf 2.3), en met name stap 3: Identificatie van verantwoordelijkheid, risico’s en impact.

In de volgende hoofdstukken wordt de strategie vertaald naar de inzet op milieu, bodem en bouw. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijfsen niet-bedrijfsgebonden activiteiten. 3.3

29

logis­tieke ondernemingen en diverse andere industriële faciliteiten. Deze bedrijven variëren van grote multinationals tot kleine en middelgrote onder­ nemingen en zijn actief in sectoren zoals scheepvaart, logistiek, chemie, afval­verwerking en metaalbewerking. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) heeft de verantwoordelijkheid voor het toezicht op ruim 20.000 bedrijven in het gebied. Van deze bedrijven worden er 217 aangemerkt als complexe bedrijven, doorgaans met aanzienlijke milieu-impact. De overige bedrijven vallen onder 21 verschillende bedrijfstakken, wat een divers scala aan sectoren vertegenwoordigt. Als Omgevingsdienst vervult de OD NZKG een essentiële rol in het handhaven van de naleving van milieuregelgeving door deze bedrijven. Via inspecties, regulering en handhaving zorgt de OD NZKG ervoor dat de bedrijven voldoen aan de geldende milieuvoorschriften, wat bijdraagt aan een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving voor zowel mens als natuur in het Noordzeekanaalgebied. Door het toepassen van de in hoofdstuk 2 en bijlage 5 genoemd opgave­ gerichte probleem- en risicoanalyse stelt de OD ZNKG de volgende prioriteiten:

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Branche

aantal

veilig­ heid

milieu­ gerelateerde gezondheid

duur­ zaam­ heid

Complexe bedrijven (Seveso-RIE4-overige RIE)

217

✓

✓✓✓

✓✓✓

Afvalsector

135

✓

✓✓✓

✓✓

Voedingssector

591

✓

✓✓

✓✓✓

Chemische sector (inclusief kunststof)

157

✓

✓✓✓

✓✓

Agrarische sector

944

✓

✓✓

✓✓

396

✓

✓✓✓

✓

5.645

*

✓

✓✓✓

269

✓

✓✓

✓

Groot- en detailhandel

2.985

*

✓

✓✓

Installaties

2.503

✓

✓✓

✓✓

Tankstations

155

✓

✓

✓

Horeca, sport en recreatie

1.541

*

✓✓

✓✓

Opslag en transport

316

✓

✓

✓

Beton, asfalt en puinbrekers

42

✓✓

✓

Zorgsector

858

*

✓✓

✓✓

Automotive

1.593

✓

✓✓

✓

Bouw en hout

1.424

✓

✓

✓✓

Scheepvaart en havens

227

✓✓

✓

Explosieven en schietbanen

34

✓

✓

Overige

32

✓

✓

Metaalelektro (Verblijfs)gebouwen: datacentra, kantoor, scholen e.d. Verf, drukkerijen, chemische wasserijen e.d.

Totaal (peildatum 15 oktober 2023)

20.064

Tabel 2: Verbanden tussen deze thema’s en bedrijfstakken. ✓ Eén thema van toepassing per branche ✓✓ Meerdere thema’s van toepassing ✓✓✓ Alle thema’s van toepassing * speelt externe veiligheid minder, maar wel degelijk brandveiligheid, vanwege het aantal in het bedrijf aanwezige mensen.

30

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

A Reguleringsstrategie Regulering (voorheen ‘vergunningverlening’) is de toetsing van (voor­ genomen) bedrijfsactiviteiten aan wettelijke en beleidsregels. Op basis daarvan worden toepasselijke maatregelen afgewogen, redelijke eisen die worden gesteld aan de bedrijfsuitvoering, en vertaald in vergunning­ voorschriften of maatwerkvoorschriften. Met de vergunning wordt formeel toestemming gegeven voor uitvoering van de bedrijfs­activiteiten, conform de voorschriften (naast rechtstreeks werkende regels) en is een juridische voorwaarde voor het bedrijf om deze activiteiten te kunnen uitvoeren. Daarmee is de vergunning tevens de grondslag voor toezicht op een recht­ matige uitvoering van activiteiten en eventuele handhavings­maatregelen, mocht een vergunninghouder zich niet aan de voorschriften houden. Vanaf 2024 ondergaat regulering een aanzienlijke verandering, wat een breuk betekent met de aanpak van de afgelopen decennia. Deze verandering wordt aangestuurd door meerdere factoren, waaronder de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Deze wet brengt met zich mee dat een groter aantal activiteiten onder algemene voor­schriften valt, waardoor er minder specifieke vergunningen vereist zijn. Bovendien wordt het instrumentarium nog volop ontwikkeld.

Een belangrijk aspect van deze verandering is de nauwe samenwerking tussen omgevings­ diensten, gecoördineerd door OD.nl, in het kader van de Landelijke Vergunningen Strategie. Hierdoor wordt een gecoördineerde aanpak van vergunningverlening en regelgeving mogelijk gemaakt en kan er efficiënter worden gewerkt in het nieuwe regelgevingslandschap. Ook de maatschappelijk toenemende bewustwording van de omgevingskwaliteit, nieuwe inzichten, bestuurlijke verantwoordelijkheden en eisen die zich van daaruit vertalen zijn van invloed op de taakuitvoering van regulering. Om deze reden bevat deze Reguleringsstrategie hoofdzakelijk strategische uitgangspunten, die in 2024-2025 nader worden uitgewerkt in bijvoorbeeld concrete werkwijzen en prioriteitstelling.

Omgevingswet Uitgangspunten van de Omgevingswet zijn: minder regels en meer ruimte voor initiatieven in het fysieke domein, vertrouwen (maar waar nodig ook doeltreffend en harder optreden), meer eigen verantwoordelijkheid met zorgplicht, en een evenwichtige ontwikkeling van de ruimtelijke omgeving. Daarin is een kanteling besloten van het instrumenteel toepassen van afzonderlijke regels, naar beleidsopgaven en afwegingen van ruimtelijke en bedrijfsontwikkelingen in relatie tot de feitelijk lokale omgevings- en levenskwaliteit, het milieu, afhankelijk van de situatie (‘opgave-gericht’). De volgende pijlers van de Omgevingswet zijn voor OD NZKG/de NoordHollandse omgevingsdiensten richtinggevend in de uitvoering van regulering: Concreet is vanaf 2024 in sommige gevallen een specifieke vergunning niet meer nodig voor bepaalde activiteiten en gelden daarvoor algemene, rechtstreeks werkende regels. Het principe is bij voorbaat ‘ja, mits’ in plaats van ‘neen, tenzij’. Onder Omgevingswet is de vergunningplicht gekoppeld aan activiteiten. Wat milieu betreft is de vergunningplicht gekoppeld aan het verrichten van een milieubelastende activiteit. Indien binnen een bedrijf meerdere milieubelastende activiteiten worden uitgevoerd, kunnen er voor een bedrijf meerdere vergunningplichten gelden.

Voor het beoordelen van de vergunningaanvragen milieu geldt standaard de reguliere voorbereidingsprocedure. Hierdoor geldt een kortere beslistermijn (acht weken). Alleen in uitzonderingsgevallen geldt de uitgebreide voor­ bereidingsprocedure met een beslistermijn van zes maanden. Op grond van de Omgevingswet kan ook advies of instemming nodig zijn van een ander bevoegd gezag. Vaak is een melding op basis van het Besluit activiteiten leefomgeving vereist voor een milieubelastende activiteit. Per bedrijf kunnen er meerdere meldingsplichten gelden als er meerdere milieubelastende activiteiten worden uitgevoerd. Het is verboden om een milieubelastende activiteit uit te voeren zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. Nieuw is dat het Besluit activiteiten leefomgeving voor specifieke gevallen de mogelijkheid biedt om het treffen van een gelijkwaardige maatregel te melden. In die gevallen is geen besluit van het bevoegd gezag vereist waarbij het toestemming verleent om een gelijkwaardige maatregel 31

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

te treffen. Het Besluit activiteiten kent ook plichten om gegevens en bescheiden in te dienen en de plicht om te informeren. Uitgangspunt is dat een bedrijf moet voldoen aan de algemene regels van het Besluit activiteiten leefomgeving maar het Besluit activiteiten leefomgeving kent ook een ruime maatwerkmogelijkheid. Daarmee kunnen de maatschappelijke doelen uit de wet en de beleidsdoelen in de regio worden doorvertaald naar specifieke voorschriften voor (milieubelastende) activiteiten. De Omgevingsplannen zullen ook algemene milieuregels bevatten: vergunningplichten, plichten om gegevens in te dienen (gegevens en bescheiden/informeren) de mogelijkheid om maatwerkvoorschriften te stellen, de mogelijkheid om gelijkwaardige maatregelen te treffen. Onder de Omgevingswet blijft een vergunning vereist voor activiteiten die aanzienlijk van omvang zijn, aanzienlijke milieurisico’s met zich meebrengen, of potentieel schadelijk zijn voor het milieu. Gezien de aard van de bedrijfsactiviteiten waarvoor de OD NZKG verantwoordelijk is, blijft de vergunningplicht van toepassing op het merendeel van deze activiteiten. Het mogelijk maken van (economisch en maatschappelijke) ontwikkelingen, in evenwicht met de omgevings- en levenskwaliteit staat voorop. Waarin niet meer strikte, afzonderlijk instrumenteel vastgelegde regels gelden, maar de vraag ‘wat is de opgave in deze omgeving?’.

Integraal opgave-gericht denken, in plaats vanuit afzonderlijke, en vaak conflicterende sectoraal bepaalde regels. Tot slot zal participatie, het betrekken van de omgeving bij nieuwe en veranderende bedrijfs- en potentieel milieu-beïnvloedende activiteiten, onder de Omgevingswet steeds belangrijker worden in de regulering. Prioritaire inzet Regulering Maatschappelijk en bestuurlijk zijn er ontwikkelingen en behoeften om juist strengere milieuregels toe te passen uit oogpunt van klimaatbescherming, veiligheid en milieu-gerelateerde gezondheid. OD NZKG is een uitvoeringsorganisatie van het bevoegd gezag en maakt in de taakuitvoering zelf géén maatschappelijk-bestuurlijke afwegingen. In afzonderlijke gevallen is dat ook niet mogelijk, bijvoorbeeld uit oogpunt van rechtsgelijkheid. OD NZKG heeft wel een zelfstandige verantwoordelijkheid en staat voor

een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving. Maatschappelijke en bestuurlijke behoeften vertalen zich wel door in uitgangspunten voor de reguleringsstrategie (voor zover dat past binnen de gegeven kaders van uitvoeringstaakstelling, beleid, wet- en regelgeving). Naast de Omgevings­ wet is dit een uitgangspunt voor de reguleringsstrategie van OD NZKG. Concreet vertaalt zich dit in twee sporen voor de uitvoering: Scherp vergunnen: Ingezet wordt op normen in de vergunningvoorschriften en maatwerkvoorschriften, waarmee aan de strengste eisen in wetgeving wordt voldaan. Dat betreft vooral normen voor de uitstoot van stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid en het klimaat. Bovendien stimuleren we bedrijven aan verdergaande normen te voldoen, als de situatie of potentiële milieuverbetering dat rechtvaardigt. In ieder geval is een steekhoudende motivatie van bedrijven vereist, als in aanvragen niet aan de ondergrens van BBT-normen wordt voldaan. Risicogericht vergunnen: We geven prioriteit aan die zaken, die de meeste impact hebben (met de slimste inzet van capaciteit en middelen). Voorrang krijgen bijvoorbeeld actualisaties van vergunningen, die de grootste vermindering kunnen opleveren van de uitstoot van stoffen die het meest schadelijk zijn voor klimaat en milieu-gerelateerde gezondheid.

Zo ontstaat tegelijkertijd meer gelegenheid (capaciteit) om de aandacht te richten op scherp vergunnen, waar dat is gewenst.

In de uitwerking daarvan gelden de volgende prioriteiten uit de U&Hstrategie en worden nader uitgewerkt. In de lijn van onderstaande tabel: Klimaat

Meer proactieve inzet aan de voorkant van de OD NZKG bij vergunningsaanvraagprocessen van nieuwe initiatieven en prioriteit bij actualisaties van bestaande vergunningen met de grootste vermindering van energieverbruik, uitstoot broeikasgas en de grootste potentiële vermindering van het gebruik van primaire grondstoffen (afvalpreventie, hergebruik).

Milieugerelateerde gezondheid

Meer proactieve inzet aan de voorkant van de OD NZKG bij vergunningsaanvraagprocessen van nieuwe initiatieven en prioriteit bij actualisaties van bestaande vergunningen die de grootste bijdrage leveren aan de doelen van Het Schone Lucht Akkoord (SLA), en/of de grootste vermindering van de uitstoot van gevaarlijke stoffen.

Transitie woonwerkgebieden

Initiatieven met de grootste verbetering voor de leefomgeving (bijvoorbeeld door verplaatsing van activiteiten waar zij nu overlast veroorzaken).

Tabel 3: Prioriteiten.

Van Strategie naar uitvoering De hierboven benoemde maatwerkafspraken zijn strategische uitgangs­ punten. Daarmee wordt recht gedaan aan ontwikkelingen van maatschap­ pelijk bewustzijn over de leefomgeving, bestuurlijke verant­woordelijkheid en principes van de Omgevingswet, die zich door-vertalen in de in de uitvoeringstaken van OD NZKG (zonder dat OD NZKG zelf maatschappelijkbestuurlijke afwegingen maakt en voor zover passend binnen het kader van uitvoering, beleid, wet- en regelgeving. Deze uitgangspunten worden werkenderwijs in de uitvoeringspraktijk vertaald. De nieuwe uitgangspunten voor prioriteitstelling betekenen bijvoorbeeld niet, dat andere, tevens belangrijke thema’s geen aandacht meer hebben of, laat staan, vergunningaanvragen buiten de prioritering onder de tafel zouden vallen. De wettelijke uitvoeringskaders met bijvoorbeeld behandelingstermijnen en afspraken op landelijk niveau met omgevingsdiensten en andere over­ heidsinstanties in de keten, alsmede met het lokaal en regionaal bestuur (bijvoorbeeld over de actualiteit van het vergunningenbestand) blijven uiteraard van kracht.

32

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Focuspunten

Prioritaire opgaven Waarborgen kwaliteit

Prioritaire opgaven: Bijdrage leveren aan:

Prioritaire branches

Landelijk VTH-programma Seveso-Omgevingsdiensten

Veiligheid

Transformatie woon- werkgebieden

Complexe bedrijven (Seveso, RIE4, overige RIE)

Externe Veiligheid

Veiligheid

Klimaatadaptatie, Energietransitie, transformatie woon-/werkgebieden

Complexe bedrijven, Afvalbranche, Chemie, Opslag en transport, Verfindustrie, Tankstations

Luchtkwaliteit Fijnstof/ Stikstof

Milieugerelateerde gezondheid

Transformatie woon-/werkgebieden

Complexe bedrijven, Elektriciteitscentrales, Afvalbranche, Chemisch sector, Agrariërs, Kantoren, Groot- en detailhandel

Zeer Zorgwekkende Stoffen

Milieugerelateerde gezondheid

Klimaatadaptatie, woon-/werkgebieden.

Complexe industrie, Afvalbranche, Metaal, Chemie, Verfindustrie

Hernieuwbare energie

– Veiligheid – Milieugerelateerde gezondheid

Klimaatadaptatie, transformatie woon-/werkgebieden

Complexe bedrijven4

Grondstoffen transitie

– Veiligheid – Milieugerelateerde gezondheid – Duurzaamheid

Circulaire economie, transformatie woon-/werkgebieden

Complexe bedrijven, Afvalbranche, Chemie, Metaal, Kantoren, Detailhandel, Bouw -en hout

Tabel 4: Prioritaire inzet. 4 De grootste verbruikers bevinden zich in deze doelgroep; een logisch vervolg hiervan is het inzichtelijk maken van de transitieplannen van deze doelgroep.

Uitgangspunten voor prioriteitstelling zijn daarin echter noodzakelijk en onvermijdelijk, zowel uit oogpunt van maatschappelijk-bestuurlijk belang en milieu-effectiviteit als efficiency door het grote werkaanbod. Landelijke afstemming en vergunningverleningsstrategie De reguleringsstrategie van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) en de gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord-Holland wordt landelijk afgestemd en, indien nodig, aangepast aan nieuwe ontwikkelingen en landelijke en Europese regelgeving. Op landelijk niveau is een Landelijke Vergunningen Strategie (LVS) opgesteld door de omgevingsdiensten (onder leiding van OD.nl), die als richtlijn dient voor verdere uniforme ontwikkeling. Opgavegerichte prioritering Regulering Tabel 4 is richtinggevend en gebaseerd op de primaire inzet voorkomend uit tabel 1 uit paragraaf 2.3. 33

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Gelijkluidende reguleringsstrategie Noord-Hollandse omgevingsdiensten In het kader van de Gezamenlijke Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Noord-Holland zijn gezamenlijke uitgangspunten geformuleerd. Hierbij zijn de eerste stappen gezet om het onderwerp af te bakenen en een uniforme aanpak te ontwikkelen. Het doel van deze uniforme aanpak is om zowel vraag gestuurd als risico- en opgavegericht te zijn, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen nieuwe initiatieven en bestaande vergunningen en prioritering hier binnen. Dit omvat afspraken over het optimaliseren en versnellen van vergunningsprocessen waar mogelijk, evenals het actualiseren van bestaande vergunningen met prioriteit in het licht van regionale uitdagingen, waarbij impact kan worden bereikt op deze opgaven, zoals het aanscherpen van vergunningen. Dit vereist goede samenwerking met alle betrokken instanties. De eerste gezamenlijke bevindingen maken integraal onderdeel uit van bovenstaande reguleringsstrategie.

34

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

B Nalevingsstrategie De hieronder beschreven nalevingsstrategie legt een solide basis voor een opgavegerichte en risico-gestuurde aanpak. De OD NZKG zal de komende jaren de methodiek verder ontwikkelen en gebruikmaken van de huidige inzichten en analyses als fundament voor een informatiegestuurde aanpak. Deze aanpak richt zich zowel op het waarborgen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving als op het benutten van de kennis en ervaring van de dienst om aan maatschappelijke uitdagingen tegemoet te komen. Prioritering van de brancheaanpak is dus zowel risicogestuurd als gericht op het realiseren van de impact. Concreet betekent dit dat bepaalde branches, bedrijven, milieubelastende activiteiten voorrang krijgen op basis van deze methodiek. Een belangrijk ontwikkelpunt voor de komende jaren zal werken onder de Omgevingswet zijn Optreden eigen bestuursorgaan/namens andere bestuursorganen Ingevolge het Omgevingsbesluit moeten overheden aangeven hoe wordt opgetreden tegen overtredingen van regels die begaan zijn door of in naam van het bestuursorgaan of andere organen van de overheid. Burgemeester en Wethouders en Gedeputeerde Staten zijn niet alleen bevoegd gezag in omgevingszaken, maar hebben ook vele andere taken. Het kan voorkomen dat bij de uitvoering van die taken niet aan het omgevingsrecht wordt voldaan.

Te denken valt aan eigen bedrijven (zoals een gemeentewerf) die niet aan de omgevingsvergunning voldoen of bouwactiviteiten van gemeentelijke of provinciale projecten in strijd met de bouwregelgeving. Onderscheid in werkelijke situaties Bij de handhaving van dergelijke overtredingen is het relevant een onder­ scheid te maken tussen verschillende situaties waarin de gemeente of de provincie bevoegd gezag is: – Een andere overheid is in overtreding; – Een (semi) private overheidsinstelling waaraan de gemeente of provincie deelneemt is in overtreding; – De gemeente of provincie is zelf in overtreding; – Specifiek binnen Amsterdam: de gemeente Amsterdam of een bestuurs­ commissie is in overtreding en een ander orgaan binnen de gemeente is het bevoegd gezag. 35

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Intensieve handhaving Bij de maatwerktrajecten hebben we veelal te maken met de notoire overtreders, de ondernemers met calculerend gedrag, de uitstellers, de bedrijven met een gebrek aan deskundigheid, of bijvoorbeeld een slechte veiligheidscultuur. Per maatwerktraject worden de interventies bepaald om te komen tot een duurzame naleving door het bedrijf. Zo kan bijvoorbeeld een bedrijf onder verscherpt toezicht worden gesteld. De bevoegdheid om een bedrijf onder verscherpt toezicht te stellen, valt binnen het mandaat van de OD van VTH-taken. De betreffende deelnemer(s) worden hierover geïnformeerd. Bestuursrechtelijke strafbeschikking Bij de bestuurlijke strafbeschikking voor milieufeiten, waarin een geldboete kan worden opgelegd voor misdrijven of overtredingen in de sfeer van de milieuwetgeving, voor zover die van geringe ernst of eenvoudige aard zijn (milieufeiten) en voor zover het binnen het reguliere takenpakket van de OD NZKG valt. In het Besluit OM is de afdoening aan de directeur een zelfstandige strafbeschikkingsbevoegdheid toegekend, die in volledige onafhankelijkheid moet worden uitgevoerd.

De OD NZKG heeft zichzelf tot doel gesteld om uiterlijk in 2024 een volwaardige partner te zijn voor strafrechtelijke partners door: 1. Op peil hebben capaciteit van de BOA’s; 2. Actieve samenwerking met handhavingspartners op lokaal, regionaal en landelijk niveau, gericht op kennisdelen, samenwerking en ketentoezicht; 3. Strafrecht integraal onderdeel aanpak OD NZKG; 4. Deskundige invulling aan de LHS-O) en volgen overtredingen strafrechtelijk op; 5. Onderdeel van aanpak Ondermijning en ketentoezicht; 6. Implementatie bestuurlijke boete als handhavingsinstrument onder de Omgevingswet. Opgavegerichte prioritering Naleving Tabel 5 is richtinggevend en gebaseerd op de primaire inzet voorkomend uit tabel 1 in paragraaf 2.3.

Focuspunten

Prioritaire opgaven Waarborgen kwaliteit

Prioritaire opgaven: Bijdrage leveren aan:

Prioritaire branches

Landelijk VTH-programma Seveso-Omgevingsdiensten

Veiligheid

Transformatie woon-/werkgebieden

Complexe bedrijven

Externe veiligheid

Veiligheid

Klimaatadaptatie, Energietransitie, Transformatie woon-/ werkgebieden

Complexe bedrijven, Afvalbranche, Chemie, Opslag en transport, Verfindustrie, Tankstations

Brandveiligheid

Veiligheid

Klimaatadaptatie, Transformatie woon-/werkgebieden

Complexe bedrijven, Afvalbranche, Chemie, Metaal, Opslag, Zorg, Kantoren

Energiebesparing

Duurzaamheid

Energietransitie, Transformatie woon-/werkgebieden

Complexe bedrijven, Voedingssector, Chemische sector, Kantoren, Datacentra, elektriciteitscentrales, Agrariërs

Geur

Milieugerelateerde gezondheid

Transformatie woon-/werkgebieden

Complexe bedrijven, Afvalbranche, Voedingssector

Asbest

– Veiligheid – Milieugerelateerde gezondheid

Geluid

– Milieugerelateerde gezondheid

Transformatie woon-/werkgebieden

Metaal, Scheepswerven, Grote publiekstrekkers, Horeca en recreatie

Bodem

– Veiligheid – Milieugerelateerde gezondheid

Circulaire economie, Klimaatadaptatie en Energietransitie

Complexe bedrijven Afvalsector, Chemie, Automotive, Tankstations, Agrarisch

Klachtenafhandeling en ongewone voorvallen

– Veiligheid – Milieugerelateerde gezondheid

Transformatie woon-/werkgebieden

Branche overstijgend

Ketentoezicht

– Veiligheid – Milieugerelateerde gezondheid

Klimaatadaptatie, transformatie woon-/werkgebieden

Afvalbranche, Autobranche, Detailhandel, Opslaggebouwen

Ondermijning

– Veiligheid – Milieugerelateerde gezondheid

Transformatie woon-/werkgebieden

Afvalbranche, Autobranche, Detailhandel, Opslaggebouwen

Sloopwerken, Illegale verwijdering

Tabel 5: Opgavegerichte prioritering naleving.

36

Gelijkluidende nalevingsstrategie Noord-Hollandse Omgevingsdiensten

Preventiestrategie

Onder de nalevingsstrategie wordt verstaan: richtinggevende keuzes voor de inzet van het instrumentarium dat de naleving van geldende wet- en regelgeving bevordert (het naleefgedrag). Hieronder worden gerekend, de: – Preventiestrategie, – Toezichtstrategie, – Handhavings-strategie (incl. sanctionerings-strategie en gedoogstrategie).

Definitie van preventie Onder ‘preventie’ wordt verstaan: de spontane naleving van wet- regelgeving voor de fysieke leefomgeving.

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Gedeelde visie op preventie onder de Omgevingswet Voor bevordering van het spontane naleefgedrag wordt ingezet op voorlichting en het uitleggen van het doel van wet- en regelgeving.

Relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving en recht­ streeks daarbij betrokken belangen worden in samenhang beschouwd, en kunnen vragen om specifieke voorlichting. Adequate voorlichting kan de noodzaak tot interventie en correctie verkleinen. De Noord-Hollandse omgevingsdiensten stellen voor preventie het volgende gedeelde uitgangspunt. Werkwijze voor preventie – De Noord-Hollandse omgevingsdiensten verkleinen de noodzaak tot interventie en correctie door communicatie van wet- en regelgeving. De OD NZKG communiceert actief over de in hun werkgebied geldende voorschriften, aan instellingen, bedrijven en burgers. Hiertoe worden diverse communicatiemiddelen ingezet, gericht op voorlichting en ondersteunend optreden (zoals vooroverleg). Toezichtstrategie Definitie van toezicht Onder toezicht wordt verstaan: de werkzaamheden die door of namens een bestuursorgaan worden verricht om te observeren en constateren of weten regelgeving wordt nageleefd. Toezicht heeft een belangrijke preventieve werking. Doel hierbij is bevordering van het naleefgedrag van wet- en regel­ geving door inwoners, bedrijven en instellingen. Visie op toezicht onder de Omgevingswet Toezicht wordt uitgevoerd op basis van de geldende wettelijke voorschriften, zoals vergunningen of meldingen. Toezicht zal zich onder de Omgevingswet naast risico’s steeds meer richten op de beleidsopgaven.

Daarmee verschuift het toezicht voor een deel van routinematige, integrale, controles op basis van risico (gevaaraspect/veiligheid), het jaarlijkse lijstje, naar steeds meer specifiek ingericht toezicht gericht op een opgave of activiteit. Daarbij moet naar de passende vorm van toezicht worden gezocht (fysiek, administratief, zelfcontrole, op afstand, in samenwerking met partners, ketentoezicht, datagericht). Net als bij regulering kunnen de Noord-Hollandse omgevings­ diensten bij toezicht het voorzorgbeginsel gebruiken. 37

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

De Noord-Hollandse omgevingsdiensten stellen voor toezicht de volgende gedeelde uitgangspunten. – De Noord-Hollandse omgevingsdiensten voeren het toezicht uit met de slimste inzet om de meeste impact op de prioritaire opgaven te bereiken; – De wijze en diepgang van het toezicht is afhankelijk van de risico’s van de betreffende activiteit én haar relatie met de beleidsdoelstellingen (risicogericht én opgavegericht); – De toezichthouders van de Noord-Hollandse omgevingsdiensten voeren het toezicht zoveel mogelijk integraal en in samenwerking met andere partijen uit; – De Noord-Hollandse omgevingsdiensten stimuleren goed naleefgedrag; – De Noord-Hollandse omgevingsdiensten kunnen gebruik maken van het voorzorgbeginsel; – De Noord-Hollandse omgevingsdiensten houden de kenmerken van activiteiten actueel. Werkwijze voor toezicht Toezichtcontroles worden voorbereid op basis van een prioriteitenstelling die de OD NZKG maakt in haar uitvoerings- en handhavingsstrategie. De Omgevingsdienst wijst een toezichthouder aan om de betreffende controle uit te voeren. Hierbij geldt het volgende. Een toezichthouder controleert geen vergunning die hij zelf heeft opgesteld. Deze rollen zijn nadrukkelijk gescheiden. De Omgevingsdienst rouleert periodiek tussen toezichthouders per instelling, zodat een toezichthouder slechts een beperkt aantal keer eenzelfde instelling controleert.

Bij uitzondering wordt van deze beginselen afgeweken – bij voorbeeld in geval van het uitsluitend voorhanden zijn van specifieke specialistische kennis bij één toezichthouder. Controles Aan de hand van de prioriteitenstelling wordt in het jaarlijks uitvoeringsplan beschreven welke controles in het betreffende jaar zullen worden uitge­ voerd. De Omgevingsdienst bepaalt daarbij welke vorm van toezicht passend is: een controle ter plaatse, administratief toezicht of een combinatie. Voor IPPC-installaties geldt de minimale controlefrequentie overeenkomstig Omgevingsbesluit 13.7. Voor niet-IPPC-installaties is de controlefrequentie afhankelijk van de uitkomsten van de analyse van problemen en prioriteiten­ stelling van de individuele Omgevingsdienst.

Integrale controles Onder een integrale controle verstaan we het uitvoeren van een fysieke controle bij een bedrijf, waarbij alle milieu-gerelateerde aspecten vanuit de Omgevingswet (inclusief geldende richtlijnen) die van toepassing zijn op dat bedrijf worden gecontroleerd. Indien nodig voeren we deze controles ook uit in samenwerking met onze partners. De verzamelde gegevens worden vastgelegd in checklists en controleverslagen, en deze informatie wordt opgenomen in het digitale VTH-systeem. Vervolgens wordt er een rapport uitgebracht aan het betrokken bedrijf.

Omgevingsdienst of een fysieke controle ter plaatse, een administratieve controle, of een combinatie van beide het meest geschikt is.

Themacontroles Themacontroles omvatten zowel fysieke controles, administratieve controles als het nemen van monsters bij bedrijven waar specifieke thema’s relevant zijn. Deze thema’s zijn gerelateerd aan de focuspunten die zijn geïdentificeerd in de strategie van de Omgevingsdienst, zoals energie­ besparing, indirecte lozingen, externe veiligheid, en andere relevante onder­ werpen. Indien nodig worden deze controles ook in samenwerking met externe partners uitgevoerd. De verzamelde gegevens worden vastgelegd in checklists en controleverslagen, en deze informatie wordt opgenomen in het digitale VTH-systeem. Er wordt vervolgens een rapport uitgebracht aan het betrokken bedrijf.

Gedurende een controlebezoek Gedurende een controle ter plaatse worden, in het kader van integraliteit, (zo veel mogelijk) verschillende rechtsgebieden binnen het omgevingsrecht getoetst. Zo wordt zorggedragen voor een efficiënte wijze van toezicht, en een minimale belasting voor de gecontroleerde instelling. Administratieve controles toetsen de juiste administratieve vastlegging van wettelijke verplichtingen, al dan niet volgend uit vergunningen en ontheffingen. Dit gebeurt door schriftelijke informatie (zakelijke gegevens en bescheiden) te controleren. Hierbij wordt in ieder geval gecontroleerd of informatie op correcte wijze is verwerkt, of installaties tijdig gekeurd zijn en of formulieren juist worden gebruikt en opgeborgen. Voorbeelden zijn: energiebesparingsonderzoeken, meetrapporten, transportformulieren en keuringsbewijzen, EPRTR-bedrijven.

Administratieve controles Bij administratieve controles wordt een bedrijf gecontroleerd op basis van documenten, zoals keurings- of inspectierapporten, waarin een of meerdere milieu-gerelateerde aspecten vanuit de Omgevingswet (inclusief geldende richtlijnen) die van toepassing zijn, worden geëvalueerd. De verzamelde gegevens worden vastgelegd in het digitale VTH-systeem, en er wordt een rapport uitgebracht aan het betrokken bedrijf. Oplevercontrole Een oplevercontrole betreft het eerste toezichtsbezoek na de verlening van een vergunning of na de acceptatie van een melding. Incidentele controles (naar aanleiding van een klacht) Naast de reguliere controles organiseert de Omgevingsdienst incidentele controles, die plaatsvinden naar aanleiding van klachten, meldingen van ongewone voorvallen, handhavingsverzoeken, of in het kader van surveillance of hercontroles. In elke situatie bepaalt de 38

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Projectmatige controles Naast de reguliere (integrale) controles en incidentele controles wordt er ook een projectmatige aanpak gehanteerd. Dit wordt toegepast wanneer het toezicht zich richt op een specifiek aspect of een bepaalde doelgroep, bijvoorbeeld bij het controleren van de voorschriften voor propaantanks of bij ketentoezicht dat de gehele branche overspant.

Na een controlebezoek In beginsel wordt door omgevingsdiensten de volgende werkwijze gehan­ teerd na een controlebezoek. Binnen twee weken na een toezicht­controle wordt de gecontroleerde instelling op de hoogte gesteld van de resultaten van de controle en de gevolgen die eventueel door de gecontroleerde instelling aan deze bevindingen dienen te worden gegeven. Bijvoorbeeld kan de instelling worden gemaand om geconstateerde overtredingen te beëindingen (door middel van een waarschuwingsbrief of in een sanctie­ besluit). Na elk controlebezoek bij een IPPC-installatie gelden de termijnen zoals beschreven in artikel 13.7 van het Omgevingsbesluit.

Bij een hercontrole Bij een hercontrole controleert de toezichthouder of de betreffende instelling of persoon voldoende gevolg heeft gegeven aan de waarschuwing of opge­ legde sanctie(s). Een hercontrole vindt plaats na de gestelde termijn die is genoemd in de brief die de overtreder heeft ontvangen na de voorgaande controle.

onder de Omgevingswet genaamd de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) en de Landelijke Handhavingsstrategie Brzo (LHS Brzo), en dragen zorg voor adequate afstemming met samenwerkings­ partners. Voor geheel Noord-Holland wordt een gelijk speelveld beoogd. Overheden worden hierbij op eenzelfde wijze behandeld als burgers en bedrijven. De teksten hieronder zijn geschreven op basis van de LHSO.

Samenwerking en afstemming De Noord-Hollandse omgevingsdiensten stemmen met hun deelnemers (i.e. opdrachtgevers) af in een ambtelijk omgevingsoverleg, waarin lopende trajecten en specifieke casussen worden besproken. In voorkomende gevallen kan de opdrachtgever de Omgevingsdienst een suggestie/aan­wijzing doen aangaande de wijze en vorm van toezicht bij een organisatie of specifieke locatie.

De Noord-Hollandse omgevingsdiensten stellen voor handhaving de volgende gedeelde uitgangspunten.

Twee omgevingsdiensten, de ODNZKG en de ODNHN, voeren in opdracht van de Provincie Noord-Holland specifieke taken uit die de andere omgevingsdiensten niet uitvoeren. Bijgevolg voeren deze omgevingsdiensten werkzaamheden uit bij instellingen in het werkgebied van de ODIJ en de OFGV. Om deze werkzaamheden op elkaar af te stemmen onderhouden de omgevingsdiensten nauw contact. Handhavingsstrategie Definitie van handhaving Onder handhaving wordt verstaan: het handhavend optreden vanwege de constatering van niet naleven van wet- en regelgeving. Handhaving volgt in beginsel uit toezicht. Sanctioneren en gedogen worden beschouwd als onderdeel van handhaven. De handhavingsstrategie bevat dan ook de sanctionerings- en de gedoogstrategie. Visie op handhaving onder de Omgevingswet Om bij iedere overtreding de juiste interventie te plegen is zorgvuldige afweging nodig. Het handhavingsinstrumentarium van de omgevings­ diensten verandert onder de Omgevingswet nauwelijks. Een nieuw in te zetten instrument bij bestuursrechtelijke handhaving is de bestuurlijke boete. De omgevingsdiensten volgen hiervoor de Landelijke Handhavingsstrategie, 39

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

– De Noord-Hollandse omgevingsdiensten hebben oog voor de situatie ‘achter’ de overtreding/overtreder; – Bij constateringen van overtredingen met acuut gevaar wordt direct opgetreden; – Mediatie en het stimuleren van het eigen oplossingsvermogen zijn belangrijke onderdelen van het voortraject. Werkwijze voor handhaving De OD NZKG hanteert voor handhaving de volgende gedeelde werkwijze. Bij sanctioneren Sanctionering van overtredingen vindt plaats aan de hand van de interventie­ matrix en werkwijze zoals beschreven in de Landelijke Handhaving strategie Omgevingsrecht (LHSO). Voor Seveso-taken hanteert de ODNZKG de Landelijke Handhaving strategie Brzo (LHS-Brzo). In beginsel wordt gekozen voor de kortst mogelijke hersteltermijn. Indien de technisch uitvoerbare termijn niet acceptabel is in verband met de potentiële risico’s, dan moet de activiteit worden beëindigd of direct aanvullende noodmaatregelen worden getroffen totdat naleving gegarandeerd is. Bij systeemtoezicht wordt onder voorwaarden afgeweken van de LHSO. Dit is het geval als een instelling zelf een overtreding constateert en zelf afdoende maatregelen neemt voor het herstel en voorkoming van herhaling. In dat geval is het doel van het bestuursrechtelijk optreden al bereikt en kan het achterwege blijven.

Zaken die in aanmerking komen voor strafrechtelijke sanctionering worden voorgelegd aan een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) van de OD NZKG. Deze stemt af met het Openbaar Ministerie of, en op welke wijze, strafrechtelijk wordt opgetreden. Strafrechtelijke sanctionering van een overtreding kan gelijktijdig met bestuurlijke sanctionering plaatsvinden. Overheidsinstanties dienen expliciet te verklaren dat ze de LHS-O (Landelijk Handhavingsstrategie Omgevingsrecht) naleven, waarmee ze instemmen met de daarin opgenomen verplichtingen, met inbegrip van die met betrek­­king tot dwangsommen. Bovendien dragen overheidsinstanties de verant­woordelijkheid voor het opstellen en vaststellen van deze lijsten. Ze dienen aan te geven welke bevoegde gezagsorganen hun eigen beleids­ regels hebben en deze specifiek te benoemen. Het is van essentieel belang op te merken dat bij de uitvoering van taken door de Omgevings­ dienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG), deze beleidsregels worden toegepast. Als richtlijn hanteert de OD NZKG de landelijke Leidraad met dwangsombedragen en begunstigingstermijnen. Sommige bevoegde gezagen hebben beleidsregels vastgesteld met betrekking tot dwangsom­ bedragen. Bij gedogen Actief gedogen van een overtreding komt in uitzonderlijke gevallen voor. De nota Gedogen in Nederland vormt hiervoor de richtlijn.

Hierin wordt gedogen gedefinieerd als het niet handhavend optreden tegen een overtreding door een bevoegd bestuursorgaan – of gemandateerd handhavende partij zoals een Omgevingsdienst. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in ‘actief’ en ‘passief’ gedogen. Bij actief gedogen treft het bestuursorgaan een expliciete beslissing om de overtreding toe te staan, doorgaans met voorwaarden. Bij passief of stilzwijgend gedogen neemt het bestuursorgaan echter geen formele beslissing om de overtreding toe te staan. In plaats daarvan wordt de situatie gedoogd door simpelweg niet op te treden tegen de overtreding. Er is geen sprake van een expliciete beslissing om te gedogen, en er zijn meestal geen voorwaarden verbonden aan stilzwijgend gedogen.

40

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

Actief gedogen kan plaatsvinden in de volgende situaties: 1. Overgangssituaties: 2. Concreet zicht op legalisatie, 3. Bedrijfsverplaatsingen, 4. Experimenten en andere tijdelijke overtredingen (zie ook c.); 5. Overmachtssituaties; 6. Situaties waarin handhavend optreden onevenredig is. Indien sprake is van een van de genoemde situaties kan na een zorgvuldige afweging worden besloten om af te zien van handhaving. De OD NZKG informeert het bevoegd gezag voordat namens het bevoegd gezag wordt overgegaan. Samenwerking en afstemming t.a.v. handhavend optreden In verschillende overlegstructuren treffen o.a. gemeenten, veiligheidsregio’s, waterkwaliteitsbeheerders, Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T), Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW), het Openbaar Ministerie (OM), de politie, de Koninklijke Marechaussee, Rijkswaterstaat en verschillende collega-omgevingsdiensten elkaar. In samenwerking met deze partijen wordt vormgegeven aan landelijk en regionaal geprioriteerde thema’s en activiteiten. Landelijke en regionale dreigingsbeelden (milieu) criminaliteit worden vertaald naar uitvoeringsniveau via het RIEC, milieuinformatie-overleggen, en het selectie-overleg. Over bestuurlijk gevoelige zaken wordt Bevoegd gezag geïnformeerd, conform het geldende informatieprotocol.

Individueel stemmen de omgevingsdiensten af met politie en het OM over de inzet van strafrechtelijke handhaving bij specifieke casussen. Dit overleg beoogt een weloverwogen inzet van het bestuursrecht, het bestuurs- én strafrecht of alleen het strafrecht. Dit overleg is derhalve tweerichtingsverkeer: bestuursrechtelijke handhavers zoeken indien noodzakelijk het overleg op met politie en OM en omgekeerd. Informatiegestuurd werken, met oog voor onzekerheden en nieuwe ontwikkelingen, stelt omgevingsdiensten in staat om effectief en efficiënt inzet te plegen. De Noord-Hollandse omgevingsdiensten ontwikkelen het informatiegestuurd werken verder, door het vergaren, toetsen en

uitwisselen van data – onderling en met samenwerkingspartners. Dit gebeurt binnen de grenzen van de wet, in het bijzonder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AGV) en Wet politiegegevens (Wpg), en met aandacht voor de vertrouwelijkheid van informatie. Risico- en aandacht­ dossiers worden niet zomaar gedeeld dan wel verspreid met bestuurs­ organen of andere partijen. C Adviesverlening De OD NZKG wordt door overheden en uitvoeringspartners steeds vaker gevraagd als adviseur bij het opstellen van beleid, regelgeving en initiatieven. Van ruimtelijke vraagstukken tot het opstellen van nieuw of aanscherping van beleid. Advisering op omgevingsplannen is hier een goed voorbeeld van. Met haar kennis en expertise draagt de OD NZKG een goede bijdrage aan deze beleidsvraagstukken. Advisering is weliswaar geen wettelijke taak van omgevingsdiensten, maar de OD NZKG ziet het als haar taak haar informatie- en kennispositie door te ontwikkelen gericht op een goede inzet zowel richting de eigen wettelijke taken als richting (beleids)vraagstukken van overheden, bedrijven en inwoners. Prioritering op deze rol maakt daarom ook onderdeel uit van deze U&H-strategie. Opgavegerichte prioritering adviesverlening Tabel 6 is richtinggevend en gebaseerd op de primaire inzet voorkomend uit tabel 1 in paragraaf 2.3.

De medewerkers van de ODNZKG zetten hun kennis en ervaring in de eerste plaats in voor vergunningverlening, handhaving en toezicht. De OD NZKG is echter meer dan een taakgerichte uitvoeringsdienst alleen. Met haar uitgebreide expertise en op basis van opgedane ervaring in de praktijk adviseert de OD NZKG de gemeenten en provincies binnen het werkgebied en andere overheden. Daarnaast denkt de OD NZKG mee met ondernemers en bedrijven ter verbetering en bescherming van de leefomgeving. Hiermee draagt de OD NZKG bij aan het in stand houden van een verantwoord en veilig woon- en leefklimaat in een steeds dichter bevolkte regio.

41

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027

De OD NZKG ondersteunt bij het maken van verantwoorde keuzes op het gebied van onder meer: Veiligheid (constructieve veiligheid, tunnelveiligheid, omgevingsveiligheid, externe veiligheid), Geluid, Luchtkwaliteit en geur, Afval en Duurzaamheid en energie Vanuit deze expertises zijn we betrokken bij veel grote projecten in de regio, zoals de Cluster Energie Strategie, Versnellingstafels Energie, Tata Steel, luchthaven Schiphol en de transformatie van bedrijventerreinen naar gemengde gebieden (zoals Haven-Stad Amsterdam). Gevraagd en ongevraagd advies Overheden kunnen bij de OD NZKG advies inwinnen. De OD onderscheidt daarin advies gericht op omgevingsbeleid op het gebied van milieu, bodem of bouw (denk aan Omgevingsplannen) en advies op het ruimtelijke spoor (denk aan vestigingsbeleid of m.e.r.-beoordeling). De OD NZKG ziet het nadrukkelijk ook als haar taak om met het oog op de doelen van de Omgevingswet, zowel waarborgen van kwaliteit als een bijdrage leveren aan maatschappelijke opgaven om daar waar nodig ongevraagd de overheden te adviseren. Een goed werkende BIG-8 is hiervoor uitgangspunt. Vanuit haar kennis en expertise signaleren zij tekorten en kansen in beleid of regelgeving die de OD NZKG (ongevraagd) onder de aandacht brengen van de betreffende bevoegde gezag(en). Dit kan ook gaan over kansen en risico’s gericht op de kerntaken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13730122/1