2. Toelichting & regels bp 150 kv kabelverbinding Nieuwe Meer.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan 150 KV Kabelverbinding Nieuwe Meer
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid 150 kV kabelverbinding Nieuwe Meer
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.F2202BPSTD-VG01
Datum print
20 Juni 2023
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
7
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Doel en planvorm Vigerend bestemmingsplan Planproces Leeswijzer
7 8 9 9 10 11
Ontwikkelingen
13
2.1 2.2
Huidige situatie Nieuwe situatie
13 14
Hoofdstuk 3
Beleidskader
19
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
19 23 25 26
Milieu -en omgevingsaspecten
29
Actualisatie trace in relatie tot milieu-onderzoeken Water Bodem Ecologie Cultuurhistorie en archeologie Geluid Lucht Externe veiligheid Elektrische en magnetische velden Kabels en leidingen Luchtvaartverkeer Explosieven Milieueffectrapportage
29 29 33 36 43 44 45 47 48 49 49 50 50
Juridische aspecten
55
Algemeen Planvorm Artikelgewijze toelichting
55 55 55
Economische uitvoerbaarheid
59
Aangewezen bouwplannen in plangebied Belemmeringenwet privaatrecht Zakelijk recht strook
59 59 59
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
61
Participatie omwonenden Watertoets
61 61
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 Hoofdstuk 2
3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Gemeente Amsterdam
blz. 4
7.3 7.4 7.5
Wettelijk vooroverleg Ontwerpfase Vaststellingsfase
bestemmingsplan_150 kV kabelverbinding Nieuwe Meer (vastgesteld)
61 61 62
blz. 5
Toelichting
Gemeente Amsterdam
blz. 6
bestemmingsplan_150 kV kabelverbinding Nieuwe Meer (vastgesteld)
blz. 7
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aanleiding voor dit bestemmingsplan is het verzoek van TenneT om een netwerkuitbreiding mogelijk te maken waarbij de bestaande 150 kV-verbinding tussen de transformatorstations Vijfhuizen en Nieuwe Meer in capaciteit wordt vergroot. Dat betekent dat extra ondergrondse hoogspanningsverbindingen worden aangelegd op het tracé zoals hierna getoond. Het overgrote deel van de tracé's zijn gelegen op het grondgebied van de gemeente Haarlemmermeer, echter een klein gedeelte is gelegen op het grondgebied van de gemeente Amsterdam. Onderhavig bestemmingsplan betreft dit laatste gedeelte.
Figuur 1 - Nieuwe hoogspanningsverbindingen (bron: projectatlas Tennet)
Deze netuitbreiding is noodzakelijk om capaciteitsknelpunten elders in het 150 kV-netwerk te voorkomen en bij een grootschalige calamiteit of een ernstig defect adequaat en snel te kunnen handelen. TenneT is in de Elektriciteitswet 1998 aangewezen als beheerder van het landelijk hoogspanningsnet en heeft daarmee een wettelijke verantwoordelijkheid voor een ongestoorde werking van de hoogspanningsnetten. De aanleg van de 150 kV-verbindingen passen niet in de geldende bestemmingsplannen van de gemeente Amsterdam. Dit betekent dat deze bestemmingsplannen (gedeeltelijk) moeten worden herzien om de ontwikkeling van de verbindingen mogelijk te maken. Het voorliggende bestemmingsplan vormt de planologisch-juridische regeling waarmee de verbindingen mogelijk worden gemaakt. De capaciteitsuitbreiding in de verbinding tussen Vijfhuizen en Nieuwe Meer is noodzakelijk voor de elektriciteitsvoorziening in de regio. Het voorliggende bestemmingsplan maakt het gedeelte van het Gemeente Amsterdam
blz. 8
kabeltracé in de gemeente Amsterdam, tussen de Ringvaart en het station Nieuwe Meer, mogelijk. Dit gedeelte maakt in een breder perspectief deel uit van een groter netwerk aan 150 kV verbindingen tussen Vijfhuizen (De Liede) nabij Haarlem én een zuidelijk tracé naar een nieuwe transformatorstation aan de Incheonweg nabij Rozenburg (zogenaamde A4-zone) in de Haarlemmermeerpolder voorzien is. Voor deze ontwikkelingen zijn separate bestemmingsplanprocedures in voorbereiding.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het volledige tracé (tussen Vijfhuizen en Nieuwe Meer) loopt globaal van het 150 kV-transformatorstation 'Vijfhuizen' in De Liede, langs de Schipholweg, de (omgelegde) Rijksweg A9, het dorp en het knooppunt Badhoevedorp richting het transformatorstation 'Nieuwe Meer' in de gemeente Amsterdam.
Figuur 2 - Globale ligging tracé Vijfhuizen – Nieuwe Meer
Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan wordt gevormd door het kabelbed van de kabelverbindingen tussen de Ringvaart en het station Nieuwe Meer in de gemeente Amsterdam.
bestemmingsplan_150 kV kabelverbinding Nieuwe Meer (vastgesteld)
blz. 9
Figuur 3 - Ligging plangebied (ontwerp) bestemmingsplan 150 kV verbinding Nieuwe Meer
1.3
Doel en planvorm
Het onderhavige bestemmingsplan '150 kV verbinding Nieuwe Meer' heeft tot doel om het juridisch-planologisch kader te bieden voor de aanleg van nieuwe ondergrondse 150 kV-kabelverbindingen. Het bestemmingsplan heeft daarmee een evident ontwikkelingsgericht karakter. Het betreft een zogenaamd paraplubestemmingsplan, dat in aanvulling op de vigerende bestemmingsplannen de nieuwe hoogspanningsverbinding planologisch-juridisch mogelijk maakt. Op de gronden van de kabelverbindingen blijven de geldende bestemmingsplannen van kracht, maar deze worden aangevuld door toevoeging van een dubbelbestemming voor de ondergrondse kabelverbindingen.
1.4
Vigerend bestemmingsplan
Het onderhavige bestemmingsplan '150 kV verbinding Nieuwe Meer' met het kabelbed voor het tracé van transformatorstation 'Vijfhuizen' naar transformatorstation 'Nieuwe Meer' doorkruist het plangebied van meerdere bestemmingsplannen. Daartoe vult het onderhavige bestemmingsplan de bestemmingen in aan met de dubbelbestemmingen 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 150kV'.
Naam
Vastgesteld
Bestemmingsplan Dorp Sloten en Ringvaartdijk Oost
19-12-2012
Nieuwe Meer e.o.
26-6-2013
De Aker
4-20-2016
Tabel 1 - vigerende bestemmingsplannen Gemeente Amsterdam
blz. 10
Tevens zijn er reeds twee paraplubestemmingsplannen vastgesteld binnen het plangebied, die ieder een specifiek thema aanvullen op de vigerende bestemmingsplannen.
Naam
Vastgesteld
Drijvende bouwwerken
18-9-2019
Grondwaterneutrale Kelders
7-10-2021
Tabel 2 - vigerende paraplubestemmingsplannen
Voor deze gronden blijven de onderliggende bestemmingen met bijbehorende regels en verbeelding onverkort van toepassing, aangevuld met de nieuwe dubbelbestemming.
Figuur 4 - Uitsnede verbeelding vigerende bestemmingsplannen (Rood aangeduid het plangebied)
1.5
Planproces
Een bestemmingsplan doorloopt de procedure zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het voorontwerp bestemmingsplan is ex art. 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voor advies voorgelegd aan Rijk, provincie en waterschap. Door de gemeente Amsterdam is in dit stadium van planvorming ook de betreffende dorps- of wijkraad
bestemmingsplan_150 kV kabelverbinding Nieuwe Meer (vastgesteld)
blz. 11
(of overige relevante maatschappelijke belanghebbenden) in de gelegenheid gesteld op het (ontwerp)bestemmingsplan te reageren. Binnengekomen reacties uit het wettelijk vooroverleg en participatieproces zullen worden verwerkt in het bestemmingsplan. Tijdens de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan kan eenieder schriftelijk, mondeling of digitaal een zienswijze kenbaar maken. De ingediende zienswijzen worden afgewogen bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt ter inzage gelegd. Gedurende deze terinzagelegging kan beroep worden ingesteld bij de Raad van State.
1.6
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. De verbeelding en de regels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De toelichting geeft de achtergronden (relevant beleid, resultaten van uitgevoerde onderzoeken) bij de bestemmingsplanregeling. De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit 8 hoofdstukken. Hier wordt in het kort de inhoud van deze hoofdstukken beschreven. Na dit inleidende hoofdstuk worden de bestaande situatie en de beoogde ontwikkelingen in Hoofdstuk 2 beschreven. Vervolgens is in Hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante beleid opgenomen. In Hoofdstuk 4 wordt het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Hoofdstuk 5 bevat vervolgens de juridische planbeschrijving. Tot slot wordt in Hoofdstuk 6 en 7 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
Gemeente Amsterdam
blz. 12
bestemmingsplan_150 kV kabelverbinding Nieuwe Meer (vastgesteld)
blz. 13
Hoofdstuk 2 2.1
Ontwikkelingen
Huidige situatie
Het plangebed betreft het kabelbed (inclusief strook rondom dit kabelbed) van het voorziene 150 kV tracé Vijfhuizen-Nieuwe Meer, tussen de Ringvaart en het station Nieuwe Meer op het gebied van de gemeente Amsterdam. In het zuidwesten van het plangebied is de Ringvaart gelegen, met aan de Ringvaartdijk woonboten. Richting het noordoosten, langs de Oude Haagseweg, is het gebied vooral groen ingericht. In deze zone ligt ook het voormalige complex van de van de Rijksluchtvaartdienst. Het is origineel gebouwd als onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Het is deels aangewezen als gemeentelijk monument is tegenwoordig in gebruik als culturele broedplaats 'Rijkshemelvaartdienst'. De Oude Haagseweg was van oudsher, als onderdeel van de eerste Rijskweg 4, de verbinding tussen Amsterdam en Den Haag totdat in de jaren '70 van de vorige eeuw de nieuwe snelweg A4 (en de aansluiting op de ringweg A10) is aangelegd. In de Noordoosthoek van het plangebied, tegen de Anderlechtlaan is het onderstation Nieuwe Meer gelegen, waar het hoogspanningsnet van Tennet aansluit op het onderliggende electriciteitsnet van Amsterdam. Tevens is daar een meet- en regeldruk station gelegen van de Gasunie. Onderstaande afbeelding geeft een indruk van het gebied.
Figuur 5 - plangebied (bron: google maps)
Gemeente Amsterdam
blz. 14
2.2
Nieuwe situatie
2.2.1
Aanleiding
tussen de transformatorstations Vijfhuizen en Nieuwe Meer in capaciteit wordt vergroot. Deze netuitbreiding bestaat uit de realisatie van twee nieuwe ondergrondse 150 kV-kabelverbindingen tussen Vijfhuizen en Nieuwe Meer en twee nieuwe ondergrondse 150 kV-kabelverbindingen tussen Vijfhuizen en Raasdorp te Lijnden. Deze capaciteitsverzwaring is nodig, gelet op realistische prognoses, opgesteld vanuit een marktanalyse en lopende klantaanvragen bij TenneT. De netverzwaring biedt een oplossing voor capaciteitsknelpunten die anders in het 150 kV-netwerk ontstaan. Deze knelpunten ontstaan door een intensiever gebruik van het elektriciteitsnet en vormen een bedreiging voor de continuïteit en stabiliteit van de stroomvoorziening. Daarnaast biedt de verzwaring bij een grootschalige calamiteit of een ernstig defect in het 380 kV-net extra robuustheid bovenop het wettelijk vereiste, zodat snel gedeeltelijk herstel via het 150 kV-net mogelijk is. Herstel kan zo al plaatsvinden terwijl op het 380 kV-niveau nog onderzocht wordt welke delen weer in bedrijf genomen kunnen worden. De 150 kV-verbindingen van en naar het transformatorstation Vijfhuizen, ter plaatse van het grondgebied van de gemeente Haarlemmermeer, maken geen deel uit van dit bestemmingsplan.
De benodigde toestemmingen voor de realisatie van de 150 kV-verbindingen aldaar vallen onder de bevoegdheid van de gemeente Haarlemmermeer en worden in een zelfstandige procedure in een passend bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Hierna wordt de tracékeuze van de ondergrondse 150 kV-kabelverbindingen (hierna: 150 kV-verbindingen) nader toegelicht.
Duurzaamheid De ondergrondse kabelverbindingen dragen bij aan de realisering van een duurzame toekomstgerichte energievoorziening. Juist de vraag naar duurzame energie vergt een grotere capaciteit van het elektriciteitsnetwerk. De onderhavige capaciteitsuitbreiding draagt daaraan bij. 2.2.2
Tracékeuze
In 2017 is een haalbaarheidsstudie (Bijlage 1) uitgevoerd naar onder meer de tracékeuze voor 150 kV-kabelverbindingen. Naast de 150 kV-kabelverbindingen tussen Vijfhuizen en NieuweMeer gaat deze haalbaarheidsstudie ook over andere 150 kV-kabelverbindingen en een transformatorstation in de A4-zone (in de gemeente Haarlemmermeer). Voorliggend bestemmingsplan heeft echter alleen betrekking op de capaciteitsuitbreiding 150 kV-kabelverbindingen op het gebied van de gemeente Amsterdam, tussen de Ringvaart en station Nieuwe Meer. De volledige en integrale haalbaarheidsstudie is opgenomen in de bijlagen van deze toelichting. In de haalbaarheidsstudie is gestart met een proces van trechtering om te komen tot onder meer een voorkeurstracé voor de 150 kV-verbindingen tussen Vijfhuizen en Nieuwe Meer, waaronder het plandeel tussen de Ringvaart en het station Nieuwe Meer dat in voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Daartoe is een aantal corridors benoemd waarbinnen verder gezocht kan worden naar het tracé. Voor de gehele A4-zone zijn in totaal 6 corridors gedefinieerd (A t/m F). Daarvan is alleen de corridors B relevant voor het tracé tussen de Ringvaart en station Nieuwe Meer.
bestemmingsplan_150 kV kabelverbinding Nieuwe Meer (vastgesteld)
blz. 15
Tracédeel 7 Vanaf de Ringvaart, waar de voorziene kabel diep onder door gaan, loopt het tracé grotendeels onder de Oude Haagseweg naar het station 'Nieuwe Meer'. Het tracé (inclusief wijzigingen) zoals opgenomen in dit bestemmingsplan is weergegeven op de afbeelding hierna.
Figuur 6- Uitsnede tracédeel 7 (bron: projectatlas Tennet)
De initiatiefnemer van de nieuwe hoogspanningsverbinding, TenneT, heeft in 2021 met ons vooroverleg gevoerd over het plan. Hierbij is gebleken dat het tracé van de nieuwe hoogspanningsverbinding gedeeltelijk gelegen was in een gebied waar wij een strategische reservering op hebben gelegd. Het gaat om de locatie tussen de Oude Haagseweg en de rijksweg A4. In dit gebied worden in het kader van Zuidas fase 3 stedelijke en hoogstedelijke milieus ontwikkeld. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050, waarin onze ambitie is opgenomen, is vastgesteld op 8 juli 2021. De Omgevingsvisie vormt het toetsingskader voor toekomstige ontwikkelingen. Vanwege voorgaande is een alternatief tracé aan initiatiefnemer voorgesteld, dat ten opzichte van het oorspronkelijke tracé naar het zuiden verschoven is, onder de Oude Haagseweg. De kabelverbinding wordt door middel van een horizontaal gestuurde boring aangelegd. De in- en uittredepunten van de boring zijn ongemoeid gelaten. TenneT heeft in samenwerking met Gasunie, dat in dit gebied ook bezig is met het ontwikkelen van een nieuwe verbinding, en met de gemeente Amsterdam het alternatieve tracé verder uitgewerkt. Het is gebleken dat het voorstel uitvoerbaar is en aan de richtlijnen en eisen van TenneT voldoet. De ontwikkeling van de Gasunie ondervindt geen nadelen van dit nieuwe tracé.
Gemeente Amsterdam
blz. 16
Daarom is ervoor gekozen om het alternatieve tracé op te nemen in het ontwerp-bestemmingsplan. Hiermee wordt recht gedaan aan de doelstellingen van TenneT en aan de onze wens om dit gebied te ontwikkelen. 2.2.3
De nieuwe kabelverbinding
Ondergrondse kabelverbinding en bovengrondse functies Het plan voorziet in de aanleg van ondergrondse hoogspanningsverbindingen met een spanningsniveau van 150 kilovolt (kV). De ondergrondse kabelverbindingen worden in een kabelbed aangelegd dat in het bestemmingsplan een dubbelbestemming voor 'Leiding-Hoogspanningverbinding 150kV' krijgt. Daarmee kan de functie van de bovengrond (verkeer, water of bijvoorbeeld agrarische doeleinden) worden gecombineerd met de functie ten behoeve van de ondergrondse leidingstroken. De dubbelbestemming in het bestemmingsplan heeft een signaleringsfunctie, maar ook een beschermingsfunctie. Graaf- of bouwwerkzaamheden zijn alleen met toestemming van de leidingbeheerder toegestaan. De belangen van het leidingtransport zijn op deze wijze publiekrechtelijk geborgd, naast de privaatrechtelijke zakelijke rechten die met de grondeigenaren zijn overeen gekomen.
Het kabelbed De breedte van het kabelbed wisselt afhankelijk van het aantal circuits en afhankelijk van de aanleg in een open ontgraving of met een gestuurde boring. Bij een boring moet namelijk meer ruimte (horizontaal en verticaal) tussen de kabels worden aangehouden dan bij een open ontgraving. De hoogspanningsverbinding Vijfhuizen - Nieuwe Meer bestaat uit 2 circuits.
Aanlegfase (inclusief tijdelijke bouwweg e.d.): Het totale ruimtebeslag is tijdens de aanleg(-fase) breder dan in de uiteindelijk gerealiseerde situatie (beheerfase). Dat is omdat in de aanlegfase ook een tijdelijke bouwweg en ruimte voor de tijdelijke opslag van grond en materiaal nodig zijn. De ruimte die alleen nodig is voor de tijdelijke activiteiten (zoals de tijdelijke bouwweg), wordt niet planologisch geregeld in het bestemmingsplan. Omdat dit tijdelijke activiteiten betreffen, is een regeling in het bestemmingsplan niet nodig, maar wordt dit uiteraard wel privaatrechtelijk geregeld met de desbetreffende grondeigenaren. Voor zover noodzakelijk worden voor tijdelijke activiteiten wel tijdelijke vergunningen aangevraagd.
bestemmingsplan_150 kV kabelverbinding Nieuwe Meer (vastgesteld)
blz. 17
Figuur 7 - open ontgraving waarbij de kabels naast elkaar liggen
Permanente situatie/beheerfase (na aanleg): In de beheerfase is de breedte van het samengestelde ruimtebeslag afhankelijk van het aantal circuits en van de wijze waarop de kabels zijn aangelegd, in een open ontgraving of met een boring. Bij twee circuits in een open ontgraving is de breedte standaard 11 meter. Bij een gestuurde boring bedraagt de breedte voor twee circuits 17 meter. Voor het onderhavige tracé is rekening gehouden met de breedte bij een boring voor 2 circuits en bedraagt de totale breedte ongeveer 17 meter In geval van een open ontgraving wordt de hoogspanningsverbinding in particuliere grond op 1,80 meter diepte aangelegd. Hierdoor blijft diepploegen en het aanleggen en vervangen van drainagebuizen op agrarische percelen mogelijk. In openbare grond ligt de hoogspanningsverbinding op 1,20 meter diepte. Bij een boring liggen de kabels dieper, waarbij de diepte per geval verschilt. De aanleg van de hoogspanningsverbindingen Vijfhuizen – Nieuwe Meer vindt grotendeels plaats middels gestuurde boringen. Doorgaans worden kabelverbindingen in een open ontgraving aangelegd. De kosten voor de aanleg in een open ontgraving zijn in de regel namelijk lager dan de aanleg middels een gestuurde boring.
In dit plan is er na overleg met het Hoogheemraadschap van Rijnland bij uitzondering voor gekozen om dit uitgangspunt te verlaten vanwege het risico op het opbarsten van gronden en de slechte grondwaterkwaliteit in het gebied. Door het uitgangspunt te verlaten is een kostbaar logistiek en afvoerproces van het bemalingswater naar de Ringvaart voorkomen en wordt het risico op het ontstaan van kwel/ opbarsten van gronden aanmerkelijk verkleind.
Gemeente Amsterdam
blz. 18
Ook bij de kruisingen onder wegen, spoorwegen, watergangen, bepaalde natuurgebieden en waarden, zoals aardkundige- en cultuurhistorische waarden, aardkundige monumenten kan ervoor gekozen worden om de hoogspanningsverbindingen middels een gestuurde boring aan te leggen. Dit om de aldaar aanwezige obstakels of waarden te ontzien. Zowel op de hoogspanningsverbindingen als binnen de beschermingszone zijn geen bouw- en graafwerkzaamheden toegestaan die van invloed kunnen zijn op de ongestoorde ligging van de hoogspanningsverbinding. Diep wortelende bomen en planten bijvoorbeeld zijn dan ook niet toegestaan. Het verbod op bouwen en graven geldt overigens niet voor onderhoudswerkzaamheden aan de hoogspanningsverbinding. Op de gronden ter plaatse van de beschermingszone wordt in principe door TenneT een zakelijk recht overeenkomst gesloten met de eigenaren en gebruikers. Het huidige gebruik van deze gronden blijft na aanleg in de meeste gevallen mogelijk. TenneT hanteert bij de vestiging van een zakelijk recht het principe van schadeloosstelling, volledige schadevergoeding, zoals de Belemmeringenwet Privaatrecht die kent. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 6.2. 2.2.4
Vertaling in het bestemmingsplan
In het bestemmingsplan wordt voor de hoogspanningsverbindingen een dubbelbestemming 'Leiding Hoogspanningsverbinding 150kv' opgenomen. Voor deze dubbelbestemming is overal de breedte van een boring aangehouden om te voorkomen dat de begrenzing telkens verspringt. Bij 2 circuits is de dubbelbestemming in theorie 18,50 meter breed, maar kan naar gelang de exacte ligging (en bochtstralen) daarvan afwijken.
Figuur 8 - detail verbeelding (concept) bestemmingsplan
bestemmingsplan_150 kV kabelverbinding Nieuwe Meer (vastgesteld)
blz. 19
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen, zoals een bestemmingsplan, moet rekening worden gehouden met het beleid van de hogere overheden. Daarom wordt ingegaan op het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie
De kaders van het rijksbeleid op het gebied van de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld en is vanaf 12 februari 2021 bindend voor het Rijk als geldende visie onder Wet ruimtelijke ordening. De NOVI vervangt daarmee de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012). Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat immers voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het zijn grote en complexe opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. De toenemende druk op de fysieke leefomgeving vraagt daarbij om een actiever Rijksoverheid. De NOVI stelt een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisatie, en met meer regie vanuit het Rijk. Regie vanuit het Rijk betekent echter niet het centraliseren van taken en verantwoordelijkheden; wel het geven van richting op grote opgaven en regie op goed samenspel, zowel publiek als publiek/privaat.
In de NOVI zijn de genoemde opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; een duurzaam en economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om dit te bereiken worden 21 nationale belangen benoemd in de NOVI waarop de nationale overheid zich richt. Deze hebben onder andere betrekking op het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften, het waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem, het beperken van klimaatverandering, het waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen, het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang en het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. Deze 21 nationale belangen hebben ook een relatie met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Relatie met het plangebied De voorgestelde aanleg van de 150 kV-verbindingen in het plangebied dragen bij aan deze belangen.
Gemeente Amsterdam
blz. 20
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Ten behoeve van de bescherming en de verwezenlijking van de nationale belangen, worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) algemene regels voorgeschreven die bindend zijn voor de lagere overheden als provincie en gemeente. Hoewel in het Barro de kaderstellende uitspraken uit de voorheen geldende SVIR werden bevestigd, blijven deze ook onder de NOVI gelden. Het gaat hierbij onder meer om de volgende onderwerpen: Rijksvaarwegen; Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuur Netwerk Nederland (voorheen Ecologische hoofdstructuur); Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Relatie met het plangebied Het plan voorziet in een capaciteitsuitbreiding van een bestaande 150 kV-verbinding tussen Vijfhuizen en Nieuwe Meer in de gemeente Amsterdam. Hierbij zijn uit bovenstaande opsomming de bescherming van de bescherming van de nationale landschappen, waaronder de Stelling van Amsterdam, en de elektriciteitsvoorziening relevant. Deze belangen worden door voorliggend bestemmingsplan niet aangetast. Specifiek geldt dat de verbinding in onderhavig bestemmingsplan niet een verbindingen met een spanning van 220 kV betreft maar met een lagere spanning.
Derhalve zijn de in het Barro opgenomen regels met betrekking tot de elektriciteitsvoorziening niet van toepassing voor het plan. De gemeentelijk monumenten op het voormalig terrein van de Rijksluchtvaartdienst, onderdeel van de Stelling van Amsterdam, worden niet geschaad door de nieuwe ondergrondse kabelverbinding. Het nieuwe tracé blijft immers buiten de gronden van dit complex. 3.1.3
Besluit ruimtelijke ordening
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, 2017) is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. De Ladder voor duurzame verstedelijking is geregeld in artikel 3.1.6 lid 2 en luidt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' De begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', zijn opgenomen in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder h en i Bro. De 'behoefte' is de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar -looptijd van een bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De Ladder bepaalt niet voor welke regio de behoefte in beeld moet worden gebracht. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt.
De afbakening van het onderzoeksgebied is dus afhankelijk van het beoogde programma in het bestemmingsplan. bestemmingsplan_150 kV kabelverbinding Nieuwe Meer (vastgesteld)
blz. 21
De Ladder biedt de mogelijkheid om in geval van een globaal bestemmingsplan met uitwerkingplichten en/of wijzigingsbevoegdheden, in het moederplan te bepalen dat het Ladderonderzoek pas hoeft te worden verricht bij vaststelling van het uitwerkingsplan of het wijzigingsplan.
Relatie met het plangebied De aanleg van ondergrondse 150 kV-verbindingen worden niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening aangemerkt. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing op voorliggend plan. 3.1.4
Luchthavenindelingbesluit Schiphol
De ruimtelijke consequenties van het rijksbeleid voor Schiphol zijn geformuleerd in het Luchthavenindelingbesluit (LIB). In dit besluit is een beperkingengebied opgenomen waarbinnen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het gebruik en de bestemming van de grond voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op veiligheid (hoge bebouwing) en geluidsbelasting. In dit besluit zijn gronden aangewezen waarbinnen beperkingen gelden ten aanzien van het gebruik en de bestemming van gronden voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op veiligheid (beperkingen voor hoge bebouwing) en geluidsbelasting (beperkingen voor nieuwe woningen) van Schiphol.
Relatie met het plangebied Hoewel verschillende zones en regels uit het LIB van toepassing zijn in het plangebied, zijn ze voor ondergrondse kabelverbindingen niet relevant. 3.1.5
Structuurvisie Buisleidingen
In oktober 2012 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu de Structuurvisie Buisleidingen vastgesteld. De Structuurvisie Buisleidingen geeft aan waar in de toekomst ruimte dient te worden vrijgehouden om buisleidingen van nationaal belang voor transport van gevaarlijke stoffen te kunnen leggen. De buisleidingenstroken hebben als doel bij te dragen aan de versterking van de Nederlandse positie in het internationale aardgastransportnetwerk.
Relatie met het plangebied Bij de realisatie van de 150 kV-verbindingen wordt de benodigde afstand tot bestaande gasleidingtracés in acht genomen. Voor een toelichting wordt verwezen naar paragraaf 4.10. 3.1.6
Nationaal Water Programma 2022-2027
Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022 en vervangt vanaf dat moment het Nationaal Waterplan 2016-2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie. Belangrijke onderdelen van het NWP zijn de stroomgebiedbeheerplannen, het overstromingsrisicobeheerplan en het Programma Noordzee, die als wetelijke bijlagen zijn opgenomen. Gemeente Amsterdam
blz. 22
De wateropgaven waar Nederland op dit moment voor staat, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een integrale aanpak vormen de basis voor 3 hoofdambities van dit NWP: Een veilige en klimaatbestendige delta. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals de energietransitie, de woningbouw, herstel natuur en de landbouwtransitie is noodzakelijk. Het bodem en watersysteem stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen. Om deze randvoorwaarden ook juridisch te laten doorwerken zijn inhoudelijke kaders nodig voor de inrichting en gebruik van wateren alsook voor ruimtelijke inrichting, landgebruik en de wijze van bouwen. In Nederland komen veel opgaven voor de leefomgeving bij elkaar op een klein oppervlak. Niet alles kan, soms moeten keuzes worden gemaakt. Daarvoor zijn in het NWP een aantal afwegingsprincipes voor het waterbeleid en beheer opgenomen.
Relatie met het plangebied In dit kader zijn er geen strijdige belangen met voorliggend plan. Zie hierover ook paragraaf 4.2. 3.1.7
Beleidsnota mainport en metropool
Het Rijk heeft in samenwerking met de zogenaamde regiopartijen en de partijen uit de luchtvaartsector een beleidsnota (2016) opgesteld voor de Schipholregio. Deze beleidsnota is een uitwerking van het programma SMASH (Structuurvisie Mainport Amsterdam Schiphol Haarlemmermeer) en is erop gericht de mainport Schiphol en haar regio te versterken en helderheid te bieden wat betreft de mogelijkheden voor de verdere ruimtelijke en infrastructurele ontwikkeling. De nota heeft de ambitie om de kracht en kwaliteiten van de regio verder uitbouwen, de economische ontwikkeling van de regio en Schiphol te stimuleren en kansen en potenties in de regio beter benutten. Daarnaast willen de partijen binnen de regio de verwachte woningbehoefte van 440.000 geschatte woningen accommoderen. De kracht en kwaliteit van de Schipholregio komt voort uit de compactheid ervan en haar diversiteit aan functies. De focus ligt hierbij op vier beleidsopgaven: 1. het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; 2. het ruimte bieden voor verstedelijking, kwaliteit van leefomgeving en leefbaarheid; 3. het ruimte bieden voor verdere ontwikkeling van een veilige, concurrerende en duurzame luchtvaart in combinatie met een optimale netwerk- en mainportkwaliteit. 4. meer en betere samenwerking tussen Rijk, regio, marktpartijen en luchtvaartsector.
Relatie met het plangebied De beoogde aanleg van ondergrondse kabelverbindingen draagt bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat in deze regio. Voldoende capaciteit van het elektriciteitsnet is immers van wezenlijk belang voor de vestiging van bedrijven, kantoren en woningen.
bestemmingsplan_150 kV kabelverbinding Nieuwe Meer (vastgesteld)
blz. 23
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Holland 2050
De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 (2018) is het integrale provinciale beleidsplan voor de gehele provincie Noord-Holland. In deze visie staat beschreven hoe de provincie de ambities wil realiseren voor de belangrijkste ontwikkelingen die op ons afkomen: Klimaatverandering Overgang naar duurzame energie Verdere verstedelijking Bereikbaarheid Gezonde leefomgeving Economische transitie Natuur en biodiversiteit De hoofdambitie van de provincie is het vinden van een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Met de sturingsfilosofie 'lokaal wat kan, regionaal wat moet' heeft de provincie de regionale ruimtelijke consequenties van deze ontwikkelingen grotendeels juridisch verankerd in de Omgevingsverordening NH2020 (zie paragraaf 3.2.2.
Gelet op het voornemen van dit bestemmingsplan is in voorliggend geval uitsluitend het hoofdbelang 'Overgang naar duurzame energie' beschreven: Ambitie is een klimaatneutrale provincie in 2050 en benutting van de economische potentie van de energietransitie en de circulaire economie Adaptieve strategie voor het ontwikkelen van een duurzame energiemix op land Grootschalige energieopwekking op zee Ruimte voor energie-infrastructuur in Noord-Holland met Noordzeekanaalgebied en Den Helder als schakels in een nationaal netwerk Ruimte voor circulaire economie, met name in Noordzeekanaalgebied, Westas en Boekelermeer met ruimte voor experiment
Gemeente Amsterdam
blz. 24
Figuur 9 – omgevingsvisie Noord-Holland 2050
Relatie met het plangebied Met het bestemmingsplan wordt ruimte geboden aan de ontwikkeling van een capaciteitsuitbreiding van een bestaande 150 kV-verbinding tussen Vijfhuizen en Nieuwe Meer. De uitbreiding is noodzakelijk om ook in de toekomst te kunnen voorzien in de groeiende vraag naar elektriciteit in het gebied. Ruimtelijk gezien zal de impact van de ondergrondse kV-kabelverbindingen nihil zijn. Het plan is derhalve niet strijdig met het provinciaal beleid. 3.2.2
Omgevingsverordening NH2020
De Omgevingsverordening NH2020, is in oktober 2020 vastgesteld en in werking getreden op 17 november 2020. Deze verordening is het aangewezen instrument als het gaat om algemene regels omtrent de inhoud van gemeentelijke bestemmingsplannen. Wel komt hierin duidelijk het provinciaal belang naar voren.. Het uitgangspunt daarbij is dat de bevoegdheden ter doorwerking van het ruimtelijk beleid zoveel mogelijk proactief worden ingezet en het provinciale beleid daarbij zoveel mogelijk eenduidig wordt geregeld.
bestemmingsplan_150 kV kabelverbinding Nieuwe Meer (vastgesteld)
blz. 25
Relatie met het plangebied Voor de aanleg van ondergrondse kabelverbindingen is alleen het beschermd landelijk gebied in de vorm van de natuurverbindingen relevant.
Artikel 6.4.1
Natuurnetwerk Nederland en natuurverbindingen
Op grond van artikel 6.4.1. van de verordening mag een ruimtelijk plan geen nieuwe activiteiten mogelijk maken die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een vermindering van de oppervlakte van het Natuurnetwerk Nederland of de natuurverbindingen, of van de samenhang tussen die gebieden. Het tracé van de 150 kV-verbindingen raakt aan enkele provinciale natuurverbindingen, zoals de verbinding langs de Ringvaartdijk. De verbindingszones worden door de aanleg van de kabelverbindingen echter niet aangetast. Zie daarvoor paragraaf 4.4, waar dit aspect verder wordt behandeld. 3.2.3
Beleidsagenda Energietransitie 2016-2020
De Beleidsagenda Energietransitie (2016) is opgesteld met als uitgangspunt een bijdrage te leveren aan het behalen van de doelstellingen van het Rijk bij de Klimaattop in Parijs. Uiteindelijk is het doel voor de provincie een volledig duurzame energievoorziening in 2050. De beleidsagenda kent drie beleidslijnen: Energie besparen Duurzame energie opwekken Warmte en koude Daarbij zijn er twee doorsnijdende thema's die in elk van de beleidslijnen een belangrijke rol spelen, namelijk: op weg naar een nieuw energiesysteem en innovatie. Tot slot geldt een aantal randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden om met het beleid successen te boeken. Dit zijn: Ruimtelijke impact, participatie en communicatie, financiering en monitoring.
Relatie met het plangebied Met het bestemmingsplan wordt ruimte geboden aan de ontwikkeling van een capaciteitsuitbreiding van een bestaande 150 kV-verbinding tussen Vijfhuizen en Nieuwe Meer, specifiek het plandeel binnen de gemeente Amsterdam tussen de Ringdijk en het station Nieuwe Meer. De uitbreiding is noodzakelijk om ook in de toekomst te kunnen voorzien in de groeiende vraag naar elektriciteit in het gebied.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Waterbeheerprogramma 2022-2027
Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 10 maart 2022 vastgesteld en is een document onder de nieuwe Omgevingswet. Het loopt daarmee vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt het Waterbeheerplan 2016-2021. Het maakt nadrukkelijk verbinding met het waterbeheerplan, waarin woorden als waterbewustzijn en waterrobuust centraal stonden. Het nieuwe programma stelt vast dat er een grote urgentie is om voortvarend in te zetten op concrete maatregelen voor een toekomstbestendig watersysteem. Het sluit aan op bredere maatschappelijke ontwikkelingen waarmee de samenleving rekening heeft te houden en waarvoor doelgericht maatregelen getroffen moet worden. Het veranderende klimaat laat zich gelden in nieuwe uitdagingen op het gebied van waterveiligheid, Gemeente Amsterdam
blz. 26
wateroverlast, waterbeschikbaarheid en waterkwaliteit. Tevens wil het Waterschap ook verantwoordelijkheid nemen op het gebied van duurzaamheid, de energietransitie, de herwinning van grondstoffen en de zorg voor natuur en de biodiversiteit. Het Waterbeheerprogramma legt daarvoor een belangrijke basis. De taken van het waterschap worden ook beschouwd met de hierboven genoemde maatschappelijke opgaven. Daarom is het ook noodzakelijk om aanpassingen in het watersysteem en -beheer in samenhang te ontwikkelen met keuzes op het gebied van de ruimtelijke ordening.
Relatie met het plangebied De planontwikkeling heeft een raakvlak met het waterbeheerplan. De werkzaamheden bijhorende bij het plan kunnen de stabiliteit van de regionale waterkering A540-003 beïnvloeden. Waardoor het Waterschap AGV in hun doelstellingen voor waterveiligheid worden gehinderd. In paragraaf wordt ingegaan op de het aspect waterveiligheid.
3.4
Gemeentelijk beleid
In deze paragraaf zijn de relevante gemeentelijk beleidsaspecten toegelicht. 3.4.1
Omgevingsvisie Amsterdam 2050 – een menselijke metropool
De Omgevingsvisie van de gemeente Amsterdam is op 8 juli 2021 vastgesteld en dient als leidraad voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. Amsterdam is de kernstad van een snelgroeiende metropoolregio. Groei en transitieopgaven vragen in toenemende mate om samenwerking op regionale en landelijke schaal. Tegelijk is de kwaliteit van de directe leefomgeving juist belangrijker geworden. De opgestelde Omgevingsvisie moet handvatten bieden voor het opereren in het spanningsveld tussen grote en kleine schaal, tussen beleid voor de korte termijn en keuzes en grote investeringen voor de lange termijn, tussen de noodzaak ruimtelijk richting te geven en de wens tegelijk ruimte te bieden aan initiatieven uit de samenleving. Met vijf strategische keuzes geeft de gemeente invulling aan de grote opgaven voor de komende jaren: woningbouw, economische vitaliteit, de energietransitie, de mobiliteitstransitie, vergoten van de leefbaarheid, regionale ontwikkeling en meer ruimte voor maatschappelijk initiatief.
De visie beschrijft de gewenste ontwikkeling op basis van vijf strategische keuzes: Meerkernige ontwikkeling Van uitrol centrumgebied naar een meerkernige en meer diverse verstedelijking Groeien binnen grenzen Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling Duurzaam en gezond bewegen; Heel Amsterdam een wandel- en fietsstad Rigoureus vergroenen; Een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor mens en dier Samen stadmaken Richting geven op hoofdlijnen en ruimte bieden aan initiatief Relatie met het plangebied De ontwikkeling en uitgangspunten van voorliggend bestemmingsplan zijn passend binnen de bestemmingsplan_150 kV kabelverbinding Nieuwe Meer (vastgesteld)
blz. 27
Omgevingsvisie. De uitbreiding van het 150 kV hoogspanningsnet in de regio beogen een robuuster elektriciteitsnet, benodigd voor de voorziene groei en verduurzaming van Amsterdam. Specifiek voor de locatie tussen de Nieuwe Meer en de Rijksweg A4 is van belang dat in de toekomst de gemeente hier mogelijk een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet. Om die reden is het tracé van de ondergrondse leiding naar het zuiden geschoven, zodanig dat deze grotendeels onder de bestaande Oude Haagseweg is komen te liggen past. Tevens is de aanleg van 150 kV leiding randvoorwaardelijk voor stedelijke ontwikkeling. Voor stedelijke ontwikkeling is namelijk een elektriciteitsnet noodzakelijk met meer capaciteit. De aanleg van de hoogspanningsverbinding is dan ook niet in strijd met de Omgevingsvisie. 3.4.2
Duurzaamheid
Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Amsterdam is vastgelegd in de beleidsdocumenten "Duurzaam Amsterdam, Agenda voor duurzame energie, schone lucht, een circulaire economie en een klimaatbestendige stad" (11 maart 2015), "Naar een stad zonder aardgas, Strategie voor de verduurzaming van de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving" (7 november 2016) en het Coalitieakkoord "Een nieuwe lente en een nieuw geluid" (mei 2018). In de Agenda duurzaamheid 'Duurzaam Amsterdam' is het duurzaamheidsbeleid beschreven. De gemeente wil de verduurzaming van de hoofdstad versnellen. In de Agenda Duurzaamheid staan vijf transitiepaden omschreven waarmee Amsterdam verduurzaming van de stad wil bewerkstelligen. De eerste vier paden gaan over duurzame energie, schone lucht, circulaire economie, een klimaatbestendige stad en de verduurzaming van de gemeentelijke bedrijfsvoering
Relatie met het plangebied De uitbreiding van het hoogspanningsnet in de regio draagt bij aan een robuuster netwerk voor de elektriciteitsvoorziening en sluit aan bij de ambitie om het gebruik van duurzame energie uit te breiden. Daaronder valt onder meer ook het gebruik van elektriciteit, opgewekt door niet-fossiele grondstoffen. 3.4.3
Hoofdgroenstructuur
Een gedeelte van het plangebied is gelegen in de hoofdgroenstructuur van de gemeente Amsterdam, deelgebied Haagseweg. Dit valt onder het groentype Ruigtegebied/struinnatuur waarvoor specifieke richtlijnen zijn opgesteld op het gebied van onder meer gebruik, beheer en inrichting.
Relatie met het plangebied Volgens het huidige bestemmingsplan 'Nieuwe Meer e.o.' kent het gebied reeds de bestemmig 'Groen' waarin ondermeer nutsvoorzieningen reeds zijn toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan wijzigt die situatie niet, er wordt immers slechts voorzien in een dubbelbestemming en aanduiding voor de bescherming en wijziging van het ondergrondse kabeltracé. De open ontgravingen die voor de aanleg van de kabel noodzakelik zijn, zullen na de werkzaamheden worden hersteld in originele staat.
Gemeente Amsterdam
blz. 28
bestemmingsplan_150 kV kabelverbinding Nieuwe Meer (vastgesteld)
blz. 29
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu -en omgevingsaspecten
Actualisatie trace in relatie tot milieu-onderzoeken
Nadat de rapportages voor de milieuonderzoeken (zoals deze in dit hoofdstuk aan bod komen) waren afgerond, is het tracé op enkele plekken aangepast. Deze tracé-aanpassingen waren nodig met het oog op uitvoerbaarheid en kwamen aan de orde naar aanleiding van gesprekken met grondeigenaren. Het uiteindelijke tracé is beschreven in hoofdstuk 4. Alle tracé-aanpassingen blijven binnen de onderzoeksgebieden van de diverse onderzoeken. De resultaten van de onderzoeken blijven daarmee van toepassing op het beoogde tracé. Tevens is van belang dat de onderzoeken zijn opgesteld in het kader van het volledige tracé Vijfhuizen-Nieuwe Meer en niet specifiek op het gedeelte dat in het voorliggende bestemmingsplan voor de gemeente Amsterdam is opgenomen. De onderzoeken beslaan derhalve een groter onderzoeksgebied dan voorliggend plangebied, maar dekken inhoudelijk de situaties in voorliggend bestemmingsplan.
4.2
Water
4.2.1
Algemeen
Op grond van artikel 3.1.6 lid b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit is de zogenaamde waterparagraaf. Deze waterparagraaf geeft inzicht in de wijze waarop het waterbeleid is vertaald naar de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan. Daarbij wordt aandacht besteed aan de volgende onderdelen: 1. 2. 3. 4. 5.
ruimtelijk relevant waterbeleid; de taken van de waterbeherende instantie; het overleg met de waterbeherende instantie; het huidige watersysteem; het toekomstige watersysteem.
De waterparagraaf geeft ook een weergave van de watertoets. Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets heeft betrekking op alle waterhuishoudkundige aspecten, zoals veiligheid, wateroverlast, riolering, watervoorziening, volksgezondheid, bodemdaling, grondwaterkwaliteit, verdroging en natte natuur. Het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht is water(kwaliteit- en kwantiteit)beheerder van wateren. Het nautisch beheer is ondergebracht in het programma Varen van de gemeente Amsterdam. Het stadsdeel Nieuw - West is verantwoordelijk voor het beheer van water als openbare ruimte; het stadsdeel verleent de vergunningen voor het afmeren van (woon)schepen en het aanleggen van steigers. Het beheer en onderhoud van de primaire watergangen is daarbij overgedragen aan Waternet (AGV). Hierna worden de verschillende waterhuishoudkundige aspecten in beschouwing genomen. 4.2.2
Beleid- en regelgeving
Europese Kaderrichtlijn Water
Gemeente Amsterdam
blz. 30
De kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van water in alle wateren. Hiermee wordt beoogd vervuiling te voorkomen en te beperken, duurzaam gebruik van water te bevorderen, het aquatische milieu te beschermen en te verbeteren en de effecten van overstromingen en droogte in te perken. De algemene doelstelling is om een goede milieutoestand te bereiken voor alle wateren. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Ook is via de Invoeringswet Waterwet de saneringsregeling voor waterbodems van de Wet bodembescherming overgebracht naar de Waterwet. Naast de Waterwet blijft de Waterschapswet als organieke wet voor de waterschappen bestaan. Met de Waterwet zijn Rijk, waterschappen, gemeenten en provincies beter uitgerust om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Afhankelijk van de functie worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het watersysteem.
Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het Waterschap AGV verricht zijn taken in de stroomgebieden van de Amstel, de Vecht en in het Gooi. De beleidsvoorbereidende, uitvoerende en administratieve taken heeft AGV opgedragen aan de stichting Waternet. Medeopdrachtgever van Waternet is de gemeente Amsterdam, waarvoor Waternet de drinkwaterproductie en -distributie, het rioleringsbeheer, de (drijf) vuilverwijdering, het vaarwegbeheer en de grondwaterzorgtaak uitvoert. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 gaat over de waterschapstaken van AGV, waarbij AGV wel steeds het oog houdt op de samenhang van deze taken met het geheel van waterketen- en watersysteemtaken, ofwel de watercyclus. Naast de maatschappelijke en bestuurlijke uitdagingen, zet de AGV in op onder meer de volgende zaken: Waterveiligheid Voldoende water Gezond water Gezuiverd afvalwater Cultuurhistorie en recreatie
Keur en Legger Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2019 De Waterschapswet zegt in artikel 78 dat het waterschap verordeningen mag opstellen voor de "behartiging van aan het waterschap opgedragen taken". In december 2019 is de Keur van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) vastgesteld. De Keur van het AGV is gericht op het beschermen van de water aan- en -afvoer, de bescherming tegen wateroverlast en overstroming en op het beschermen van de ecologische toestand van het watersysteem. De Keur is één instrument voor de regulering van activiteiten in en rond het watersysteem. Andere instrumenten die het AGV heeft vastgesteld zijn het 'Keurbesluit' die toelicht welke nadere regels en vrijstellingen er gelden in de Keur. Vervolgens is er met de 'Beleidsregels voor de Keur' een afwegingskader voor vergunningverlening en maatwerkvoorschriften vastgesteld.
bestemmingsplan_150 kV kabelverbinding Nieuwe Meer (vastgesteld)
blz. 31
Figuur 10 - Doel van de Keur, Keurbesluit en beleidsregels
In de toelichting bij de Keur is aangegeven dat het risico van kabels en leidingen is dat ze een negatief effect op de stabiliteit van de waterkering kunnen hebben, zowel tijdens als na het aanleggen. Bij de aanleg zijn vaak boringen nodig, met de nodige risico's van dien. Naderhand kan er een breuk en lekkage plaatsvinden, met als gevolg verweking en erosie. Bij de aanleg van kabels en leiding moet worden voldaan aan maatregelen om aantasting van stabiliteit van de waterkering te voorkomen. Op grond van artikel 2.17 t/m 2.20 van de Keur is het verboden om kernzone en beschermingszone van waterkeringen de volgende activiteiten uit te voeren: van kabels, buizen, draden of leidingen aan te leggen, te hebben, geheel of gedeeltelijk te vernieuwen of te verwijderen. Het Dagelijks Bestuur van het waterschap kan ontheffing verlenen van deze verbodsbepaling. Middels een watervergunning of maatwerkvoorschrift. Op grond van de beleidsregels 8.5 'kabels en leidingen dwars op de watering', mag een watervergunning of maatwerkvoorschrift worden verleend als deze verenigbaar is met artikel 2.13 en 2.14 van de keur. In de legger van het waterschap worden gegevens vastgelegd over de locatie van wateren, dijken en kunstwerken, aan welke eisen deze moeten voldoen (diepte, hoogte, sterkte etc.) en de onderhoudsverplichtingen.
De legger dient als basis voor de vergunningverlening door de waterbeheerder.
Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021 De gemeente Amsterdam is wettelijk verantwoordelijk voor drie watertaken. Deze zogenaamde zorgplichten betreffen: de inzameling en transport van stedelijk afvalwater; de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater; het nemen van grondwatermaatregelen.
Gemeente Amsterdam
blz. 32
In het gemeentelijke rioleringsplan 2016 - 2021 staat hoe deze drie zorgplichten door de gemeente Amsterdam worden ingevuld. Doel van het plan is om aan het bevoegd gezag te verantwoorden op welke wijze de gemeente Amsterdam haar watertaken uitvoert, en in hoeverre zij afdoende middelen heeft om dit in de toekomst te blijven doen. Dit plan is hiermee een zogenaamd verbreed gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Met dit plan voldoet de gemeente aan de planverplichting zoals die in de Wet milieubeheer is opgenomen.
(Ontwerp) Omgevingsprogramma Riolering De gemeente Amsterdam heeft in voorbereiding op de Omgevingswet een nieuw Omgevingsprogramma Riolering in voorbereiding dat het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021 zal vervangen. Het programma is op 25 maart vastgesteld maar op moment van schrijven van voorliggend bestemmingsplan nog niet gepubliceerd en in werking. 4.2.3
Onderzoek
Waterkeringen De hoogspanningsverbindingen kruisen geen primaire waterkeringen maar wel een secundaire waterkering, de Ringvaartdijk / Oude Haagseweg (dijkvaknummer A540_002 & A540_003). Voor het leggen van kabels en leidingen in een waterkering is een watervergunning nodig. Dit is nodig omdat kabels en leidingen in de lengterichting, dwars door of onder waterkeringen een negatief effect kunnen hebben op de stabiliteit van de waterkering. Artikelen 2.17 t/m 2.20 van de Keur verbieden daarom de aanleg van kabels en leiding binnen het beperkingengebied van waterkeringen. In de watervergunning worden voorwaarden gesteld aan het leggen en hebben van kabels en leidingen in waterkeringen, deze komen overeen met de beleidsregel 8.5 uit de 'Beleidsregels van de Keur'. De aan te leggen hoogspanningsverbinding kruist de kernzone van de waterkering dwars. Voorafgaand aan de aanvraag van de watervergunning wordt overlegd met de beheerder van het gebied Waternet (het waterschap AGV) over de aanleg van de hoogspanningsverbinding onder de regionale waterkering door middel van een gestuurde boring.
Grondwater Voor de aanleg van de hoogspanningsverbindingen via open ontgraving is bemaling nodig om in den droge te kunnen werken. Vanwege de onderdoorgang onder de Ringvaart zal een gestuurde boring worden toegepast, in plaats van een open kabelbed. Bij het toepassen van gestuurde boringen zal er sprake zijn van significant minder bemaling en daarmee van significant minder grondwateronttrekking. Voor de volledigheid wordt melding gemaakt dat ten tijde van (de voorbereiding op) de uitvoering van de werkzaamheden die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, een en ander in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning en meldplicht nader zal worden uitgewerkt en voorgelegd.
Oppervlaktewater Het initiatief heeft geen effect op aanwezig oppervlaktewater. De ondergrondse boring zal ruim onder de Ringvaart liggen en heeft geen effect op deze watergang. Ook andere in de omgeving aanwezige oppervlaktewateren worden niet geraakt of beïnvloed door de aanleg van de hoogspanningsverbinding. bestemmingsplan_150 kV kabelverbinding Nieuwe Meer (vastgesteld)
blz. 33
4.2.4
Conclusie
Een watervergunningsprocedure dient te worden doorlopen voor de aanleg van de kabel dwars door een waterkering. De watervergunning zal voorwaarden omvatten zoals genoemd in beleidsregel 8.5 van de Beleidsregels van de Keur. Deze procedure staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.
4.3
Bodem
4.3.1
Wet- en regelgeving
Het bodembeleid onderscheidt drie soorten grond en bodem met ieder hun eigen beleid en wet- en regelgeving: sterk verontreinigde grond (boven interventiewaarden); licht verontreinigde grond (boven streefwaarden, na 1 juli 2008 AW2000-waarden); schone bodems (beneden streefwaarden, na 1 juli 2008 AW2000-waarden). Voor alle typen grond speelt de Wet Bodembescherming, het Bouwstoffenbesluit (BsB) en de Vrijstellingsregeling grondverzet een rol. Indien gesaneerd moet worden, bestaan specifieke regels voor het bepalen van de terugsaneerwaarde en de milieuhygiënische kwaliteit van een aan te brengen leeflaag (zogenaamde bodemgebruikswaarden (BGW's). Bodemgebruikswaarden zijn een product van het functiegericht saneringsbeleid 'Van Trechter naar Zeef'. Sinds 2008 is het Besluit bodemkwaliteit van kracht. Dit besluit hanteert voor het toepassen van grond en bagger, een toets op de ontvangende bodem en aan de gebruiksfunctie. Tevens biedt het besluit meer mogelijkheden voor grondverzet.
Gemeentelijk bodembeheer Informatie over bodemkwaliteit is beschikbaar via de bodemkwaliteitskaart1 van de Gemeente Amsterdam en het Bodemloket. De kaart van de Gemeente Amsterdam laat zien dat het plangebied ligt in Zone 1. Deze zonering wordt gekwalificeerd als 'schone grond'.
Gemeente Amsterdam
blz. 34
Figuur 11 - Uitsnede bodemkwaliteitskaart Gemeente Amsterdam (Bron: Nota Bodembeheer Gemeente Amsterdam)
Het is echter wettelijk (via de bouwverordening) geregeld dat nieuwbouw pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om deze reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek (conform NEN5740) in beeld te worden gebracht. Het onderzoek mag niet meer dan vijf jaar oud zijn. Als blijkt uit het onderzoek dat de bodem niet geschikt is dan zal voor aanvang van de werkzaamheden een sanering moeten worden uitgevoerd, om de bodem wel geschikt te maken. 4.3.2
Onderzoek
Het plan voorziet in het toevoegen van nieuwe dubbelbestemmingen en in bodemroerende activiteiten. Een verantwoording van de bodemkwaliteit is daarom noodzakelijk.
Historisch bodemonderzoek 150 kV-verbindingen In juli 2019 is een update (Bijlage 2) uitgevoerd van een eerder vooronderzoek naar de bodemkwaliteit uit 2016. De update is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Volgens deze update kan op basis van het uitgevoerde onderzoek worden geconcludeerd dat er binnen het onderzoeksgebied diverse verdachte en/of verontreinigde locaties aanwezig zijn. Dit betreft zeer uiteenlopende verontreinigingen, in zowel grond als grondwater. De resultaten zijn per deelgebied weergegeven op de beoordelingskaarten (Bijlage VI van de update) en tevens opgenomen in een overzichtstabel (Bijlage IV van de update). Op locaties die zijn aangemerkt als relevant en risicovol is (mogelijk) sprake van een (grootschalig) geval van ernstige bodemverontreiniging. Naast de locaties die zijn weergegeven in bijlage VI en IV van de update kunnen op basis van de historische informatie met name de wegen (inclusief bermen) die het onderzoeksgebied sinds oudsher doorkruisen als risicovolle locaties worden aangemerkt. Ook de
bestemmingsplan_150 kV kabelverbinding Nieuwe Meer (vastgesteld)
blz. 35
boerenerven die vaak langs deze polderwegen zijn gelegen kunnen als risicovolle locaties worden aangemerkt. Hieraan gerelateerde verontreinigingen zijn veelal ontstaan door ophoging van erven, verbranding van allerhande materiaal of plaatselijke stort (puin/asbest). De verontreinigingen die voorkomen op voornoemde locaties zijn meestal heterogeen diffuus waarbij plaatselijk overschrijdingen van de interventiewaarden (van met name zware metalen, PAK en asbest) kunnen voorkomen. Indien een deel van de onderzoekslocatie niet verdacht is op basis van historische informatie of niet als risicovol is aangemerkt, kan worden uitgegaan van de bodemkwaliteit zoals aangegeven op de bodemkwaliteitskaarten. Op basis van de bodemkwaliteitskaarten worden voor het merendeel van het onderzoeksgebied ten hoogste lichte verontreinigingen in de bodem verwacht. Er wordt aanbevolen om voorafgaand aan grondroerende werkzaamheden de bodemkwaliteit ter plaatse van de verdachte locaties die binnen het tracé/werkzaamheden vallen in meer detail in beeld te brengen door middel van een verkennend bodemonderzoek conform de onderzoekshypotheses en -strategieën zoals vermeld in de NEN 5740 [ref. 2 van de update].
Daarnaast is gezien de ligging van het onderzoeksgebied, nabij luchthaven Schiphol, het gehele gebied verdacht op PFAS en wordt geadviseerd om onderzoek naar PFAS mee te nemen tijdens het verkennend bodemonderzoek.
Verkennend bodemonderzoek Naar aanleiding van het vooronderzoek bodem is een verkennend milieuhygiënisch bodemonderzoek (Bijlage 3) uitgevoerd ter plaatse van nieuw aan te leggen 150 kV-verbinding tussen Vijfhuizen en Nieuwe Meer. Doel van het onderzoek is om na te gaan of de (water)bodem ter plaatse van het geplande tracé verontreinigende stoffen bevat in zodanige gehalten dat beperkingen dienen te worden gesteld aan de graafwerkzaamheden en het toekomstig gebruik van het tracé. Daarnaast zijn de uitkomsten van het bodemonderzoek essentieel voor een adequate vergunningsverlening en het regelen van het tijdelijk gebruik van de gronden. Uit dit onderzoek blijkt dat de verontreinigingssituatie voor het in voorliggend bestemmingsplan betreffend plangebied als volgt is: HB-147, HB-151 en MB-41 zijn bijmengingen aangetroffen die duiden op mogelijke verontreinigingen. De bijmengingen bestaan voornamelijk uit (sporen/resten) baksteen en sporadisch uit resten beton. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond ter plaatse van de geplande open ontgravingen maximaal licht verontreinigd is met zware metalen, PAK en/of minerale olie. Ter plaatse van boring HB-151 (nabij het geplande tracé) is een matig verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. Dit verhoogde gehalte is vermoedelijk gerelateerd aan bodemvreemd materiaal (brokken baksteen en resten beton) in de bodem.