2. Toelichting en Regels.pdf
Tekst van het document
Zware metalen
Cn
Min. olie
VOCl /VAK
PCB
PAK (10)
Cl
--
x
--
x
--
--
<5
-- 110
330
x
--
x
--
4,9
x
--
-- 120
220
x
--
x
--
6,1
x
91 0,27 4,0
83 370
630
x
--
x
--
25
x
-- 400
450
x
--
x
--
19
x
--
-- 120
220
x
--
x
--
10
x
--
41 0,39 9,3
-- 440
240
x
340
x
--
18
x
x
13
71 0,79 1,9
27 220 1300
x
1800
x
--
410
x
--
--
5,9
--
16
--
x
170
x
--
--
240 [+]
--
2,3
x
-- 1600
1,7 2,0
-- 530 2000
x
--
x
--
21
x
x
x
x
x
x
x
--
x
--
x
x
x
130
x
0,34
1,1 2,4
--
--
x
Zn
--
x
x
: niet geanalyseerd. : geen overschrijding achtergrondwaarde (aw2000)/detectielimiet. : overschrijding van de achtergrondwaarde (aw2000). : overschrijding van de toetsingswaarde voor nader onderzoek. : overschrijding van de interventiewaarde. : percentage lutum of organische stof bepaald aan de hand van zintuiglijke waarnemingen. : overschrijding toepassingnorm chloride in zeezand op landbodem (200 mg/kg d.s.).
Rapportnr.: 21.4718-A2, januari 2022 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Hendrik Soeteboomstraat 36-38A te Amsterdam
13 / 18
Algemene bodemkwaliteit In het mengmonster van de zandige bovenlaag onder de bestrating op het noordwestelijk gedeelte van de locatie (MM1), wordt voor geen van de onderzochte parameters een toetsingswaarde overschreden. De matig tot sterk verhoogde gehaltes koper, nikkel, lood, zink en PAK in het mengmonster van de tussenlaag op het noordwestelijk gedeelte van de locatie (MM4) kunnen vermoedelijk worden gerelateerd aan de aangetroffen bodemvreemde bestanddelen (sterke bijmenging puinresten). De licht tot matig verhoogde gehaltes zware metalen en PAK in het mengmonsters van de bovengrond en de tussenlaag op het overige gedeelte van de locatie (MM2, MM3, MM5, MM6) kunnen vermoedelijk worden gerelateerd aan de diffuse verhoogde achtergrondgehaltes in BKZ2, c.q. het historische gebruik van de locatie. De licht tot matig verhoogde gehaltes zware metalen en PAK in het mengmonster van de tussenlaag op het overige gedeelte van de locatie (MM5, MM6) kunnen vermoedelijk worden gerelateerd aan de diffuse verhoogde achtergrondgehaltes in BKZ2, c.q. het historische gebruik van de locatie. In de zintuiglijk verdachte monsters van de ondergrond bij boring 6 en boring 9 zijn matige tot sterke verontreinigingen geconstateerd. Bij boring 6 (bijmenging afvalresten) betreft het een matige verontreiniging met lood.
Bij boring 9 (waarneming carbolineumgeur) betreffen het sterke verontreinigingen met zink en PAK. Voormalige bedrijfsruimtes In het mengmonster van de zandige bovenlaag onder de betonvloer van het voormalige atelier (MM7) zijn lichte verontreinigingen met kobalt, nikkel en minerale olie aangetroffen. In het separate monster van de bovengrond bij boring 12 zijn analytisch geen verontreinigingen met vluchtige aromaten, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en cyanide geconstateerd (B12; 0.15-0.4 m). Voor de specifiek sterk verhoogde gehaltes koper en zink in het mengmonster van de bovengrond onder de houten vloer van de voormalige assemblageruimte (MM8) bestaat mogelijk een verband met de activiteiten gerelateerd aan de voormalige lampenkappenfabriek. Asbest Uit de uitgevoerde analyses van het materiaalmonster blijkt dat de aangetroffen materiaalstukjes bij boring 13 (0.15-0.65 m) wel asbesthoudend materiaal betreffen (asbestcement, hechtgebonden: 10-15% chrysotiel, 0,1-2% crocidoliet). De aangetroffen stukjes plaatmateriaal kunnen vermoedelijk worden gerelateerd aan de herkomst en samenstelling van de puin- en grindhoudende laag onder de betonvloer, c.q. het historische gebruik van de locatie.
Rapportnr.: 21.4718-A2, januari 2022 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Hendrik Soeteboomstraat 36-38A te Amsterdam
14 / 18
4.2.2
Aanvullend onderzoek
Naar aanleiding van de matig tot sterk verhoogde gehaltes zware metalen en/of PAK in vier mengmonsters van de boven- en de ondergrond is besloten om de monsters uit de betreffende mengmonsters (MM2, MM4, MM5, MM8) separaat te analyseren. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de toetsing van de gemeten analyseresultaten voor, in mg/kg droge stof. Tabel 11
Overzicht toetsing gemeten analyseresultaten in grond, aanvullend onderzoek (mg/kg d.s.) Lutum (%)
Org. Stof (%)
Ba
Cd
Co
Cu
Hg
Mo
Ni
Pb
Zn
B6 (1.0-1.5)
11,5
12,9
--
--
--
41
0,39
9,3
--
440
240
18
B9 (1.0-1.5)
14,6
41,8
--
2,0
13
71
0,79
1,9
27
220
1300
410
B1 (0.6-1.0) **
(6,5)
(8,5)
--
--
8,1
110
0,19
--
25
190
320
21
B2 (0.3-0.7) **
(6,5)
(8,5)
--
1,1
8,9
52
0,39
1,8
24
270
770
20
B3 (0.0-0.25) *
(8,5)
(15,4)
--
--
--
45
0,13
1,6
12
81
210
x
B3 (0.6-1.1) ***
(12,0) (18,3)
--
1,2
--
69
0,72
1,6
--
690
740
x
B4 (0.0-0.4) *
(8,5)
(15,4)
--
0,7
7,7
38
0,31
3,0
26
82
420
x
B5 (0.5-0.9) ***
(12,0) (18,3)
--
--
17
200
1,2
2,0
24
350
290
x
B7 (0.1-0.5) *
(8,5)
(15,4)
--
--
5,8
94
0,24
--
--
130
250
x
B14 (0.3-0.8) ****
(17,9) (34,4)
--
1,2
--
240
1,2
--
--
340
610
x
B15 (0.5-1.0) ****
(17,9) (34,4)
--
4,3
12
140
1,9
3,3
--
530
5200
x
B16 (0.5-1.0) ****
(17,9) (34,4)
--
2,1
--
130
1,5
2,1
--
640
1300
x
Monstercode
Zware metalen
PAK (10)
* / ** / *** / **** : uitsplitsing MM2 / MM4 / MM5 / MM8. x : niet geanalyseerd. x : niet geanalyseerd. -: geen overschrijding achtergrondwaarde (aw2000)/detectielimiet. 8,1 : overschrijding van de achtergrondwaarde (aw2000). 110 : overschrijding van de toetsingswaarde voor nader onderzoek. 690 : overschrijding van de interventiewaarde. (6,5) : percentage lutum of organische stof bepaald aan de hand van zintuiglijke waarnemingen / eerdere analyses.
Interpretatie Op basis van de resultaten van het aanvullend onderzoek blijkt dat de sterke verontreinigingen met zware metalen (specifiek koper, lood en zink) zich manifesteren in de bovengrond en de tussenlaag bij de boringen 2, 3, 5, 15 en 16, vanaf 0.3 à 0.5 meter beneden maaiveld. De sterke verontreinigingen hebben zich derhalve zowel verspreid op het noordelijk gedeelte als op het zuidelijk gedeelte van de locatie. Wel variëren de gemeten gehaltes voor de betreffende parameters bij de verschillende boorpunten (heterogeen verdeelde verontreiniging). Voor de verontreiniging met PAK is in de tussenlaag op het noordwestelijk gedeelte van de locatie een matige verontreiniging aangetoond. De gemeten PAK-gehaltes bij de boringen 1 en 2 liggen op een vergelijkbaar niveau. Hiernaast is tijdens het verkennend onderzoek een sterke verontreiniging met zink en PAK aangetoond in de ondergrond bij boring 9 (zuidzijde locatie), alsook een matige verontreiniging met lood in de ondergrond bij boring 6 (noordoostzijde locatie).
Rapportnr.: 21.4718-A2, januari 2022 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Hendrik Soeteboomstraat 36-38A te Amsterdam
15 / 18
4.3
Grondwater
Analyseresultaten In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de toetsing van de gemeten analyseresultaten van het grondwater aan de normen uit de Leidraad bodembescherming, in µg/liter. Tabel 12
Overzicht toetsing gemeten analyseresultaten in grondwater (µg/l) Componenten
Zware metalen
Vluchtige Aromaten
Vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen
Overige stoffen
-60
Arseen (As) Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Chroom (Cr) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn) Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Naftaleen Styreen Dichloormethaan Trichloormethaan Tetrachloormethaan Trichlooretheen Tetrachlooretheen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Vinylchloride 1,1-dichlooretheen 1,2-dichloorethenen (som) Dichloorpropanen (som) Minerale olie Cyanide
Peilbuis PB11 -60 ------------0,61 0,89 --------------53 --
: geen overschrijding streefwaarde/detectielimiet. : overschrijding van de streefwaarde.
Peilbuis PB14 ----x ----------0,59 ---------------x
Toetsingswaarden S (S+I)/2 I 10 35 60 50 340 630 0,40 3,2 6 20 60 100 1 15,5 30 15 45 75 0,05 0,18 0,30 5 150 300 15 45 75 15 45 75 65 430 800 0,2 15 30 7,0 500 1000 4,0 77 150 0,2 35 70 0,01 35 70 6,0 150 300 0,01 500 1000 6,0 200 400 0,01 5 10 24 260 500 0,01 20 40 7,0 450 900 7,0 200 400 0,01 150 300 0,01 65 130 0,01 2,5 5,0 0,01 5 10 0,01 10 20 0,8 40 80 50 325 600 -
x
: niet geanalyseerd.
Interpretatie De licht verhoogde concentraties xyleen, naftaleen en minerale olie in het grondwater aan de noordzijde van de locatie (PB11) kunnen mogelijk (deels) worden gerelateerd aan het oude geval van bodemverontreiniging op het Tiemstraterrein (zie ook §2.3). Ten gevolge van de activiteiten van de voormalige lampenkappenfabriek wordt in beginsel geen specifieke verontreiniging met betreffende parameters verwacht. Voor de licht verhoogde concentratie barium in het grondwater geldt vermoedelijk dat sprake is van een verhoogde achtergrondwaarde. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat voor barium, in het grondwater in klei- en veengebieden, concentraties worden gemeten tot 150 à 200 µg/l. Voor arseen, chroom, cyanide en gechloreerde koolwaterstoffen is geen verontreiniging aangetoond in het grondwater. De licht verhoogde concentratie naftaleen in het grondwater op het zuidelijk gedeelte van de locatie (PB14) houdt mogelijk verband met de aangetroffen sterke verontreiniging met PAK in de ondergrond aan de zuidzijde van de locatie. Voor koper en zink is geen verontreiniging aangetoond in het grondwater ter plaatse van de voormalige assemblageruimte, aan de zuidzijde van de locatie. Rapportnr.: 21.4718-A2, januari 2022 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Hendrik Soeteboomstraat 36-38A te Amsterdam
16 / 18
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Op de locatie Hendrik Soeteboomstraat 36-38A te Amsterdam is een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd, in verband met de voorgenomen eigendomsoverdracht en herinrichting van de locatie. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen van de NEN 5740 / NEN 5707, alsook de Amsterdamse Richtlijn voor Verkennend Onderzoek (ARVO 2020). 5.1
Conclusies
Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd:
♦
Algemene bodemkwaliteit In de zandige bovenlaag onder de bestrating op het noordwestelijk gedeelte van de locatie zijn, zowel zintuiglijk als analytisch, geen verontreinigingen geconstateerd.
♦
In de matig tot sterk puinhoudende tussenlaag op het noordwestelijk gedeelte van de locatie zijn sterke verontreinigingen met nikkel en zink geconstateerd, alsook matige verontreinigingen met koper, lood en PAK en lichte verontreinigingen met kobalt, kwik en molbydeen.
♦
In de bovengrond en de tussenlaag op het overige gedeelte van de locatie zijn lichte verontreinigingen met cadmium, kobalt, kwik, molybdeen en PAK aangetroffen, alsook lichte tot matige verontreinigingen met koper, lood en zink. Zintuiglijk is in de bovengrond op het middengedeelte van de locatie geringe bijmenging van sporen puin, grind en glas waargenomen.
♦
In het zintuiglijk verdachte monster van de ondergrond aan de noordoostzijde van de locatie, met bijmenging van afvalresten, zijn een matige verontreiniging met lood en lichte verontreinigingen met cadmium, kobalt, kwik, molybdeen en PAK aangetroffen (boring 6; 1.0-1.5 m).
♦
In het zintuiglijk verdachte monster van de ondergrond aan de zuidzijde van de locatie, met waarneming van een carbolineumgeur, zijn sterke verontreinigingen met zink en PAK geconstateerd, alsook lichte verontreiniging met cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en minerale olie (boring 9; 1.0-1.5 m).
♦
Op basis van de resultaten van het aanvullend onderzoek (uitsplitsing mengmonsters MM2, MM4, MM5) blijkt dat de matige en sterke verontreinigingen met zware metalen in de separate deelmonsters zijn bevestigd. De matig tot sterk verhoogde gehaltes zware metalen en PAK manifesteren zich heterogeen in de bovengrond en de tussenlaag, verspreid over het noordelijk en het zuidelijk gedeelte van de locatie.
♦
Voormalige bedrijfsruimtes In de zandige laag in de bovengrond onder de betonvloer van het voormalige atelier op het noordelijk gedeelte van het perceel Hendrik Soeteboomstraat 38A zijn lichte verontreinigingen met kobalt, nikkel, minerale olie aangetroffen. Hiernaast is in de zandige bovenlaag een verhoogd chloridegehalte gemeten (overschrijding hergebruiknorm voor toepassing van zeezand op landbodem).
♦
Bij het onderzoek op asbest is lokaal vastgesteld dat in de grind- en puinhoudende laag onder de betonvloer van het atelier sprake is van de aanwezigheid van stukjes asbesthoudend plaatmateriaal (asbestcement, hechtgebonden; chrysotiel en crocidoliet).
♦
In de laag sterk kleiig veen in de bovengrond onder de houten vloer van de voormalige assemblageruimte, op het zuidelijk gedeelte van de locatie, zijn sterke verontreinigingen met koper en zink geconstateerd, alsook een matige verontreiniging met lood, en lichte verontreinigingen met cadmium, kwik, molybdeen, PAK.
♦
In het grondwater ter plaatse van het voormalige atelier, op het noordelijk gedeelte van de locatie, zijn lichte verontreinigingen met xyleen, naftaleen en minerale aangetroffen, en is een licht verhoogde concentratie barium gemeten, welke vermoedelijk kan worden beschouwd als een verhoogde achtergrondwaarde.
♦
In het grondwater ter plaatse van de voormalige assemblageruimte, op het zuidelijk gedeelte van de locatie, is een lichte verontreiniging met naftaleen aangetroffen, welke mogelijk kan worden gerelateerd aan de sterke verontreiniging met PAK in de ondergrond aan de zuidzijde van de locatie.
Rapportnr.: 21.4718-A2, januari 2022 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Hendrik Soeteboomstraat 36-38A te Amsterdam
17 / 18
5.2
Aanbevelingen
Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten bestaat, conform de richtlijnen van de Wet Bodembescherming, aanleiding tot nader onderzoek, om inzicht te verkrijgen in de ernst (gehaltes) en de verspreiding van de sterke verontreinigingen met koper, lood, zink en PAK in de grond en/of het grondwater. Vanwege de aanwezigheid van stukjes asbesthoudend plaatmateriaal in bovengrond op het noordelijk gedeelte van locatie bestaat tevens aanleiding voor het uitvoeren van nader onderzoek asbest, volgens NEN5707. Indicatieve beoordeling hergebruikmogelijkheden grond (Besluit bodemkwaliteit) Indien bij de herinrichting van de locatie licht verontreinigde grond of verhardingmateriaal zal vrijkomen, buiten de matige tot sterke verontreinigingen, dient er rekening mee te worden gehouden dat hiervoor beperkte hergebruikmogelijkheden bestaan. De toepassingsmogelijkheden voor dit materiaal op een andere locatie dienen te worden bepaald aan de hand van de voorwaarden van het Besluit bodemkwaliteit en/of de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Amsterdam (regio Noordzeekanaalgebied).
28 januari 2022 Behandeld door:
ing. H. van Wijngaarden, Lawijn Advies & Management.
Rapportnr.: 21.4718-A2, januari 2022 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Hendrik Soeteboomstraat 36-38A te Amsterdam
18 / 18
BIJLAGE 1
TOPOGRAFISCHE EN KADASTRALE KAART MET LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE
Rapportnr.: 21.4718
Hendrik Soeteboomstraat 36-38A te Amsterdam
onderzoekslocatie
Projectnaam
:
Amsterdam - Hendrik Soeteboomstraat 36-38A
Onderdeel:
Overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Topografische dienst Emmen
Bijlage
1-1
Project : Datum :
21.4718 januari 2022
Schaal : Formaat:
1: 10’000 A4
Kadastrale kaart
Uw referentie: 21.4718 - bijl 1-2
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 500
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Amsterdam AN 1150
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 25 november 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BIJLAGE 2
SITUATIETEKENING ONDERZOEKSLOCATIE
Rapportnr.: 21.4718
Hendrik Soeteboomstraat 36-38A te Amsterdam