2. Toelichting en Regels Bestemmingsplan Mercatorpark.pdf
Tekst van het document
In de regels is verder een bepaling opgenomen met betrekking tot dove gevels en geluidwerend vlies. Vanwege wegverkeerslawaai is het nodig maatregelen te treffen om een aanvaardbaar woon- en leefmilieu te borgen. Er is ook geregeld dat de woonruimten over een geluidluwe zijde moeten beschikken. Van beide bepalingen kan bij omgevingsvergunning worden afgeweken. Artikel 6 Gemengd – 4 De bestemming Gemengd – 4 heeft betrekking op een nieuwe ontwikkeling. Ter plaatse van de drie nieuwe bouwvelden MO1, MO2 en MO3 zijn woonruimten toegestaan. In een van deze bouwvelden mag een bijzondere woonvoorziening, zijnde een behandel-woon-locatie van maximaal 200 m2 bruto vloeroppervlak worden gerealiseerd. Verder is ter plaatse van de functieaanduiding ‘horeca’ aan de oostkant van het bouwveld MO3 horeca, zoals een café en/of restaurant, toegestaan met bijbehorend ongebouwd terras. De maximale omvang van de functies 85
‘horeca van categorie 3’ en/of ‘horeca van categorie 4’ bedraagt gezamenlijk 200 m2 bruto vloeroppervlak. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – 1’ aan de westkant van bouwveld MO2 zijn bedrijven, dienstverlening en horeca van categorie 4 toegestaan met een gezamenlijk bruto vloeroppervlak van 250 m2. Ondergronds mag, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding ‘parkeergarage’, een parkeergarage worden opgericht ten behoeve van de stalling van auto’s, fietsen en scooters. Aansluitend aan deze gebouwde parkeervoorziening mogen toegangen tot het ondergrondse bouwwerk worden gerealiseerd. Het is eveneens toegestaan om ondergronds een transformatorvoorziening te realiseren. Deze voorziening valt binnen de functie nutsvoorzieningen. Fietsenstallingen (al dan niet collectief), bergingen en andere nevenruimten zijn ook toegestaan op de begane grond. Artikel 7 Gemengd – 5 Het terrein van Reade is bestemd conform het huidige gebruik. Hoewel het reumatologisch centrum verhuist naar een locatie buiten het plangebied, is de termijn waarop nog niet bekend. De nieuw toe te voegen functies die hier beoogd zijn, waaronder woonruimten, een supermarkt, 24 uursopvang en horeca van categorie 4, worden niet bij recht mogelijk gemaakt. Het bevoegd gezag kan de bestemming wijzigen door gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid.
In de planregels zijn voorwaarden benoemd die objectief zijn begrensd en waaraan het wijzigingsplan moet voldoen. Artikel 8 Groen De in het plangebied aanwezige groenvoorzieningen zijn bestemd als 'Groen'. Het gaat dan om gronden waarvan de waardevolle groenvoorzieningen een structurele betekenis hebben voor het plangebied. Naast het feitelijke groen zijn binnen deze bestemming bijvoorbeeld ook ongebouwde sport- en speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, straatmeubilair en ondergeschikte verhardingen, zoals voet- en fietspaden en toegangswegen tot de woningen en de parkeergarage, toegestaan. Een ongebouwd terras is toegestaan voor zover in de direct aangrenzende hoofdbebouwing een horeca-inrichting van categorie 3 en/of 4 is toegestaan en vergund. Om (een) loopbrug(gen) mogelijk te maken over de bestaande watergang, waaraan de bestemming ‘Water’ is toegekend, zijn deze eveneens in de bestemming ‘Groen’ toegestaan om de aanlandingen van de brug(gen) mogelijk te maken. Bebouwing is uitsluitend toegestaan in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De maximale hoogten voor de verschillende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn in de planregels vastgelegd. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘parkeergarage’ is een ondergrondse parkeergarage toegestaan waarboven voldoende groeiruimte voor beplanting, waaronder bomen, mogelijk moet blijven.
Artikel 9 Horeca De bestemming ‘Horeca’ heeft betrekking op de bestaande bebouwing waar KFC is gevestigd en de bijbehorende ongebouwde drive-lane is gelegen. Het gebouw en het gebruik is conserverend bestemd wat wil zeggen dat hier geen nieuwe ontwikkelingen zijn beoogd. De bestemming ‘Horeca’ die ook betrekking had op het parkeerterrein komt vanwege de planontwikkeling te vervallen. Ter plaatse van het parkeerterrein komt een deel van de Admiraal Helfrichstraat te liggen en wordt de openbare ruimte opnieuw ingericht. Een deel van de parkeerplaatsen komt op een andere wijze terug in het plangebied en hebben een verkeersbestemming conform het gebruik. Artikel 10 Maatschappelijk Deze bestemming heeft betrekking op het nieuw te realiseren integraal kindcentrum. Dit centrum 86
biedt onderwijs aan en opvang van kinderen. Het is toegestaan bebouwing op te richten tot maximaal 16 meter hoogte en 3.500 m2 bruto vloeroppervlak. Een besloten ongebouwd schoolplein maakt onderdeel uit van de bestemming. De functies die binnen het integraal kindcentrum zijn toegestaan zijn basisonderwijs, kinderopvang en naschoolse opvang. Daarnaast is het binnen het bestemmingsvlak toegestaan een speeltuinbeheerruimte te realiseren met een maximum bruto vloeroppervlak van 40 m2. Een dergelijke functie mag ook gerealiseerd worden binnen de bestemming ‘Gemengd – 4’. Echter in de algemene regels is bepaald dat maximaal één vestiging van een speeltuinbeheerruimte in het gehele plangebied is toegestaan. Artikel 11 Recreatie De bestemming ‘Recreatie’ heeft betrekking op de bestaande bebouwing waar SportPlaza Mercator is gevestigd. Het gebouw en het gebruik zijn conserverend bestemd wat wil zeggen dat hier geen nieuwe ontwikkelingen zijn beoogd. Uitzonderingen zijn de wijziging van het gebruik van de ligweide en de functie ‘horeca van categorie 3’. De ‘horeca van categorie 3’ is met 125 m2 bvo uitgebreid en onherroepelijk vergund. De ligweide is verkleind ten gunste van de bestemmingen ‘Groen’, ‘Maatschappelijk’ en ‘Gemengd – 4’. De nieuwe situatie is in voorliggend bestemmingsplan opgenomen.
Artikel 12 Verkeer Aan de in het plangebied aanwezige buurtontsluitingswegen is de bestemming ‘Verkeer’ toegekend. De bestemming is gewijzigd in verband met de beoogde ontwikkeling van bouwveld MW3, waardoor de buurtontsluitingsweg verschuift in oostelijke richting. Binnen deze bestemming zijn de volgende functies toegestaan: verkeersareaal, waaronder ongebouwde parkeervoorzieningen; de bestaande verkeersbrug over de watergang; in -en uitritten van bestaande en nieuw te realiseren parkeergarages; ongebouwde sportvoorzieningen en voorzieningen zoals groenaanleg en water. Een ongebouwd terras is toegestaan voor zover in de direct aangrenzende hoofdbebouwing een horeca-inrichting van categorie 3 en/of 4 dan wel een buurtkamer is toegestaan en vergund. Bebouwing is uitsluitend toegestaan in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De maximale hoogten voor de verschillende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn in de planregels vastgelegd. Stallingsvoorzieningen voor scootmobiels is een reeds toegestane functie. In voorliggend bestemmingsplan wordt deze functie beperkt tot de ruimte langs de Orteliuskade. In de voorziene nieuwbouwontwikkeling dient namelijk inpandig met deze functie rekening te worden gehouden.
Artikel 13 Water De in het plangebied aan de zuidkant aanwezige watergang heeft de bestemming ‘Water’ waarbinnen de functies water, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterbouwkundige voorzieningen en groenvoorzieningen zijn toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan staat verder maximaal twee loopbruggen toe ten behoeve van voetgangers. De exacte locatie is omwille van de flexibiliteit niet bepaald. Artikel 14 Leiding – Riool In het plangebied bevindt zich een hoofdleiding voor het transportriool. Deze leiding is primair bestemd als rioolleiding. De onderliggende bestemmingen zijn hieraan ondergeschikt. Voor de zone van deze leiding zijn beperking van bouwmogelijkheden opgenomen. Bouwen ten behoeve van de secundaire bestemmingen is alleen toegestaan middels een afwijkingsmogelijkheid. Daarnaast is een omgevingsvergunningstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden opgenomen, ten aanzien van werken en werkzaamheden in en aan de grond.
87
Artikel 15 Waterstaat – Waterkering Langs de oost- en noordkant van het plangebied loopt een verholen waterkering. 'Verholen' houdt in dat de waterkering op het maaiveld niet herkenbaar is als dijklichaam. De waterkering heeft de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Dit betekent dat de bestemming geldt naast de andere bestemmingen die aan de gronden zijn gegeven en het belang van de waterkering bij de beoordeling van bouwaanvragen voorop staat. Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 is een aantal algemene regels opgenomen. Het betreft regels die gelden voor meerdere bestemmingen. Dit hoofdstuk bevat de volgende vier artikelen: Artikel 16 Anti – dubbeltelregel Deze regeling bepaalt dat grond die al een keer is meegenomen bij het toestaan van een bouwplan, niet nogmaals kan worden meegerekend bij de toetsing van een ander bouwplan. Artikel 17 Algemene bouwregels Hier is een bepaling opgenomen met betrekking tot ondergronds bouwen, die geldt voor het bouwen binnen alle bestemmingen. Verder zijn geringe overschrijdingen van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen benoemd die zijn toegestaan. Artikel 18 Algemene gebruiksregels In het artikel ‘Algemene gebruiksregels’ is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemmingen. Verder is bepaald dat binnen het plangebied maximaal 1 speeltuinbeheerruimte is toegestaan.
Deze ruimte mag ofwel binnen de bestemming ‘Gemengd – 4’ in een van de bouwvelden ofwel binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ waar het integraal kindcentrum is voorzien, worden gerealiseerd. Binnen de bestemmingen waar bedrijven zijn toegestaan, is bepaald dat deze uitsluitend zijn toegestaan voor zover ze vallen binnen categorie A en B van de bij deze regels gevoegde ‘Staat van bedrijfsactiviteiten – functiemenging’ en/of de ‘Staat van bedrijfsactiviteiten – creatieve bedrijven’. Dit zijn bedrijven die passen in gemengd gebied waar woningen in de directe nabijheid liggen. De genoemde categorieën bedrijven zijn wat betreft milieuhinder aanvaardbaar. Ten aanzien van parkeren en laden en lossen is in dit artikel bepaald dat parkeren op eigen terrein moet worden opgelost. Laden en lossen dient eveneens op eigen terrein plaats te vinden. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning hiervan afwijken als op andere wijze is voorzien in parkeervoorzieningen en/of laad- en losmogelijkheden. Artikel 19 Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingen die gelden voor meerdere bestemmingen in het plangebied. Deze afwijkingen mogen niet leiden tot een bestemmingswijziging.
De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Het betreft overschrijdingen van de bouwhoogten en bestemmings- of bouwvlakgrenzen. De algemene afwijkingsregels mogen alleen gebruikt worden indien niet op grond van een andere bepaling in de regels een omgevingsvergunning kan worden verleend. Dit betekent dat niet twee keer kan worden afgeweken van eenzelfde bepalingen of dat bepalingen die extra bouwmogelijkheden geven niet cumulatief gebruikt mogen worden. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen waarin bepalingen zijn opgenomen die voor het hele plangebied gelden. 88
Artikel 20 Overgangsrecht In dit artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierin is bepaald dat legaal gerealiseerde bouwwerken die niet voldoen aan het (nieuwe) bestemmingsplan mogen worden gehandhaafd. Ook voor strijdig gebruik is een dergelijke regeling opgenomen. Artikel 21 Slotregel Dit artikel bevat de zowel de titel van het bestemmingsplan als de vaststellingsregel.
89
Hoofdstuk 8
Uitvoerbaarheid
8.1
Economische uitvoerbaarheid
8.1.1
Grondexploitatiewet
Ruimtelijke ontwikkelingen gaan doorgaans gepaard met gemeentelijke investeringen in gemeenschappelijk te gebruiken voorzieningen waarvan de gemeente de kosten kan en mag verhalen op de ontwikkelaar(s). De Grondexploitatiewet (Grex) dient om het risico van grondexploitatie voor gemeenten te verkleinen. In 2008 is de wet opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) onder afdeling 6.4. In artikel 6.12 lid 1 Wro is geregeld, dat bij elk voorgenomen bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro, een exploitatieplan verplicht is. In het exploitatieplan staat een berekening van de exploitatiebijdrage die de grondeigenaar dient te betalen. Echter er gelden wel uitzonderingen op de noodzaak een exploitatieplan op te stellen, zoals geregeld in artikel 6.12 lid 2 Wro. De belangrijkste uitzondering is, dat een exploitatieplan niet noodzakelijk is, als het kostenverhaal van de grondexploitatie "reeds anderszins is verzekerd". In het plangebied Mercatorpark zijn de gronden in bezit van de gemeente. Via het erfpachtstelsels zijn de kosten anderszins verzekerd. De nieuw te ontwikkelen kavels zullen opnieuw in erfpacht worden uitgegeven. Het opstellen van een exploitatieplan is zodoende niet noodzakelijk. Op 20 april 2022 heeft de gemeenteraad van Amsterdam het investeringsbesluit met bijbehorende grondexploitatie en stedenbouwkundig plan voor het plangebied Mercatorpark genomen.
In de grondexploitatie zijn de kosten en opbrengsten in het plangebied geraamd volgens de binnen de gemeente geldende systematiek. In deze exploitatiebegroting is rekening gehouden met alle relevante kosten en opbrengsten, waaronder: (erfpacht)verwervingen, sloop van de gebouwen, bouwrijp maken, planvoorbereidingskosten, inrichting openbare ruimte en gronduitgiften. Met het investeringsbesluit is ook een uitvoeringskrediet vastgesteld in verband met de uitvoerbaarheid van het plan. De gemeente voert een actief grondbeleid. Dat wil zeggen dat de gemeente de benodigde objecten verwerft en aankoopt, de bouwkavels bouwrijp maakt en de grond aan de ontwikkelende partijen (deels via tenders) uitgeeft. Alle gronden in het projectgebied zijn in eigendom van de gemeente, een groot deel is eerder in erfpacht uitgegeven, het overige deel is momenteel in gebruik als openbaar gebied. Ook een deel van het vastgoed is in eigendom van de gemeente. Om het plan te kunnen realiseren zal een aantal erfpachtrechten verworven worden. Voor Reade zal een vervangende locatie gezocht worden, voordat er ontwikkeld en uitgegeven kan worden. Om het integraal kindcentrum te kunnen realiseren is het erfpachtrecht van het voormalige speeltuingebouw verworven.
Een deel van de ligweide van het zwembad en een parkeerterrein moeten worden verworven ten behoeve van de woningbouw en met het oog op de realisatie van de openbare ruimte. Het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan met een planologische wijziging kan in beginsel aanleiding geven tot planschade. De gemeente heeft laten onderzoeken hoe groot het risico op planschade is. Het risico is beperkt en wordt via een overeenkomst verhaald op de ontwikkelaar(s).
90
8.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
8.2.1
Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1 Bro)
Het voorontwerp bestemmingsplan is voor overleg verzonden aan formele artikel 3.1.1 Bro instanties (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Rijkswaterstaat, Inspectie Leefomgeving en Transport, Provincie Noord-Holland en Waternet) en aan informele overlegpartners (regionale diensten en gemeentelijke diensten Vervoerregio Amsterdam, Omgevingsdienst Noorzeekanaalgebied, Brandweer Amstelland- Amstelland en Monumenten en Archeologie). De resultaten van het overleg met formele en informele overlegpartners zijn opgenomen in de Nota van Beantwoording vooroverleg die als bijlage aan deze plantoelichting is gevoegd. 8.2.2
Participatie
Op grond van de Algemene inspraakverordening is bepaald dat er geen inspraak wordt verleend als voor het beleidsvoornemen al bij wettelijk voorschrift in een openbare voorbereidingsprocedure is voorzien, zoals het geval is bij een bestemmingsplan. Er heeft om die reden geen algemene inspraak plaatsgevonden over het voorliggende ontwerp bestemmingsplan. Vanaf 2020 zijn in het kader van het stedenbouwkundige plan voor Mercatorpark (digitale en fysieke) bijeenkomsten georganiseerd voor bewoners en andere gebruikers van en rond plangebied. Tijdens de bijeenkomsten is veel informatie opgehaald. Naar aanleiding van de inspraak is het concept stedenbouwkundige plan gewijzigd, waaronder de verlaging van de hoogteaccenten en het verkleinen van het woonprogramma. Voorliggend ontwerp bestemmingsplan is een planologisch-juridische weergave van het stedenbouwkundige plan.
91
Bijlagen bij de Toelichting Amsterdam, Jan Evertsenstraat – West, m.e.r.-beoordeling. Tauw, R001-1272995JAJ-V01-ibs-NL, 1 oktober 2019 ARVO (water)bodem- en verhardingsonderzoek Mercatorpark te Amsterdam. Stantec, m20a0252.r01.docx, 28 januari 2021 Herontwikkeling Mercatorpark Amsterdam Akoestisch onderzoek omgevingsgeluid. Tauw, R0011286955CDJ-V04-los-NL, 11 januari 2023 Herontwikkeling Mercatorpark Amsterdam Akoestisch onderzoek omgevingsgeluid. Tauw, R0011296400LCL-V01-lhl-NL, 23 april 2024 Besluit Hogere waarden Wet geluidhinder Mercatorpark. Gemeente Amsterdam Trillingsonderzoek tramspoor nieuwbouw Mercatorpark. Tauw i.s.m. Cohere Consultants, ref. ccREP20210901, 8 november 2021 Jan Evertsenstraat West - Onderzoek luchtkwaliteit. Tauw, projectnr. 1281834, 5 november 2021 Externe veiligheidsrisico's transport over de weg Mercatorpark. Omgevingsdienst NZKG, versie 2, 30 april 2021 Advies externe veiligheid voorontwerp bestemmingsplan Mercatorpark. Veiligheidsregio Amsterdam – Amstelland, ref. 043/RoEv-2022, 24 juni 2022 Archeologisch bureauonderzoek Plangebied Mercatorpark Stadsdeel West. Gemeente Amsterdam, Monumenten en Archeologie, BO 12-027 Amsterdam 2012, 16 mei 2012 Mercatorpark Cultuurhistorische verkenning. Gemeente Amsterdam, Monumenten en Archeologie, C 20-008 Amsterdam 2020, 7 juli 2020 Verkeersonderzoek Jan Evertsenstraat West.
Gemeente Amsterdam, Verkeer en Openbare ruimte, rapportnr. O-210095, 21 september 2021 Parkeerbalans. Gemeente Amsterdam, Ruimte en Duurzaamheid, september 2023 Waterparagraaf Mercatorpark. Gemeente Amsterdam, Ingenieursbureau, 2021-1000213, versie 5, 5 oktober 2021 Quickscan Natuur Woningbouw Jan Evertsenstraat, deelgebied Mercatorpark. Witteveen+Bos, 125920/21-015.779, 21 oktober 2021 Vleermuis- en marterinventarisatie Mercatorpark Amsterdam. Elsken Ecologie, 26 september 2022 Bestemmingsplan Mercatorpark Onderzoek stikstofdepositie. Tauw, ref. R004-1281834BRA-V01, 20 november 2023
92
Bestemmingsplan Mercatorpark Onderzoek stikstofdepositie – bouwfase. Tauw, ref. R0061281834BRA-V01, 10 november 2023 Radaradvies project ‘Marcatorpark’, 3 woontorens, J.v. Breemenstraat 3 te Amsterdam. Inspectie Leefomgeving en Transport, ILT 2020-48801, 8 september 2020 Mercatorpark te Amsterdam - Windklimaatonderzoek met behulp van CFD. Peutz, Rapportnummer O 16666-3-RA-001, 5 april 2022 Bezonningsstudie Stedenbouwkundig Plan Mercatorpark. Gemeente Amsterdam, Ruimte en Duurzaamheid, juli 2023 Nota van beantwoording vooroverleg Bestemmingsplan Mercatorpark. Gemeente Amsterdam, Ruimte en Duurzaamheid, 4 oktober 2022
93
Regels
94
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan Het bestemmingsplan 'Mercatorpark' met identificatienummer NL.IMRO. 0363.E2101BPGSTVO01 van de gemeente Amsterdam. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aanduidingsvlak Een aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding. 1.6 automatenhal Een voor het publiek toegankelijke ruimte waar meer dan twee spelautomaten of andere mechanische toestellen in de zin van artikel 30 van de Wet op de kansspelen zijn opgesteld. 1.7 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.8 bebouwingspercentage Een met een maatvoeringsaanduiding of in de regels aangegeven percentage dat het gedeelte van bestemmingsvlak of bouwvlak aangeeft dat mag worden bebouwd. 1.9 bed & breakfast Het gedeeltelijk gebruik van een zelfstandige woonruimte voor kort verblijf bij de hoofdbewoner van die woonruimte, al dan niet met ontbijt.
1.10 bedrijf Een onderneming, daaronder mede begrepen broedplaatsen, waar goederen worden vervaardigd, bewerkt, geïnstalleerd of verhandeld, waarbij ondergeschikte detailhandel is toegestaan, met dien verstande dat alleen bedrijven conform artikel 18.3 zijn toegestaan. 1.11 belwinkel Een voor publiek toegankelijk ruimte waarin de hoofdactiviteit wordt gevormd door het gelegenheid bieden tot het voeren van telefoongesprekken, mailen, skypen, sociale media en soortgelijke communicatie en multimedia faciliteiten. 1.12 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak.
95
1.13 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.14 bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.15 bijzondere bouwlaag Kelder en souterrain. 1.16 bijzondere woonvoorziening Voorziening voor een aangepaste woonbehoefte, bijvoorbeeld ten behoeve van personen voor wie de gebruikelijke woonvoorzieningen niet passend of toereikend zijn, zoals (voormalig) dak- en thuislozen, minder validen en anderszins verzorgingsbehoevenden. 1.17 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.18 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.19 bouwlaag Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd, bijzondere bouwlagen niet inbegrepen. 1.20 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.21 bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.22 consumentverzorgende dienstverlening Persoonlijke verzorging van consumenten, waaronder kapperszaken, nagelstudio's, schoonheidsinstituten, fitness, sauna en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven. 1.23 darkstore Vorm van bedrijfsvoering die in hoofdzaak is gericht op de verkoop en bezorging binnen zeer korte termijn (flitsbezorging) van online aangeboden producten, overwegend dagelijkse goederen, vanuit een opslagruimte, al dan niet met uitstalling ten verkoop, al dan niet met een afhaalloket of afhaalbalie en die al dan niet toegankelijk is voor winkelend publiek. 1.24 detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren of het leveren van zaken aan in hoofdzaak personen die deze zaken kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
96
1.25 dienstverlening Het verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden met of zonder rechtstreeks contact met het publiek. Onder te verdelen in: a. consumentverzorgende dienstverlening; b. maatschappelijke dienstverlening; c. zakelijke dienstverlening. 1.26 dove gevel Een bouwkundige constructie waarin, a. Geen te openen delen aanwezig zijn en een zodanige geluidwering heeft dat het binnenniveau achter die gevel ten minste gelijk is aan of lager is dan 33 dB Lden vanwege weg- en spoorwegverkeerlawaai en 35 dB(A) vanwege industrielawaai, of b. Een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. 1.27 eerste bouwlaag / plint De eerste volledige bouwlaag op of boven peil. 1.28 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.29 geldwisselkantoor Een voor publiek toegankelijke ruimte waarin de hoofdactiviteit wordt gevormd door het gelegenheid bieden tot het wisselen van geld. 1.30 geluidsgevoelige bestemmingen Gebouwen bedoeld voor bewoning, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder.
1.31 geluidluwe zijde De zijde van een gebouw waar de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde zoals bedoeld in de Wet geluidhinder niet mag overschrijden, dan wel waar een serre of loggia wordt gebouwd waardoor deze voorkeurswaarde op de scheidingsconstructie van de achtergelegen verblijfsruimte wordt bereikt. 1.32 geluidwerend vlies Een bouwkundige constructie aangebracht aan de buitenzijde van een gevel met het doel een geluidsreductie op deze gevel te bewerkstelligen als gevolg waarvan voldaan wordt aan het gestelde in de Wet geluidhinder, en waarbij de afstand tussen geluidwerend vlies en gevel tenminste 0,5 meter is en waarbij er tussen geluidwerend vlies en gevel sprake is van buitenlucht, met openingen ten behoeve van de luchtverversing met een capaciteit van tenminste 6 dm³ per seconde per m² vloeroppervlak van de achterliggende woonruimte(n). 1.33 gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit Gebouwen geheel of gedeeltelijk in gebruik door of bestemd voor basisonderwijs, voortgezet
97
onderwijs of overig onderwijs aan minderjarigen; kinderopvang; verzorgingstehuis, verpleegtehuis of bejaardentehuis, zoals bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). 1.34 groenvoorzieningen Ruimten in de open lucht, waaronder in ieder geval worden begrepen (bos)parken, plantsoenen, groen en open speelplekken, met de daarbij behorende sloten, vijvers en daarmee gelijk te stellen wateren. 1.35 growshop Een detailhandelsvestiging waar in het bijzonder artikelen ten behoeve van het kweken van cannabis worden verkocht. 1.36 hoofdgebouw Eén of meerdere panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.37 horeca van categorie 1 Fastfood (waaronder begrepen automatiek, snackbar, loketverkoop, fastfoodrestaurant en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven). 1.38 horeca van categorie 2 Nachtzaak (dancing, discotheek, sociëteit, zaalaccommodatie, nachtcafé en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven). 1.39 horeca van categorie 3 Café (café, bar en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven). 1.40 horeca van categorie 4 Restaurant (restaurant, koffie-, en theehuis, lunchroom, juicebar en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven).
1.41 horeca van categorie 5 Hotel (waaronder begrepen motel, jeugdherberg en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven). 1.42 huishouden Een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren. 1.43 kantoor Het bedrijfsmatig verlenen van diensten zoals administratie, bestuur, vergaderingen of andere bureauwerkzaamheden waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.44 kelder Een bijzondere bouwlaag , waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag ten hoogste 0,50 meter boven het gemiddeld aangrenzende peil is gelegen.
98
1.45 ligplaats Een plaats in het water bestemd of aangewezen om met een vaartuig af te meren. 1.46 maaiveld De hoogte van het afgewerkte bouwterrein. 1.47 maatschappelijke dienstverlening Het verlenen van publieksgerichte diensten op het gebied van overheids-, educatieve, welzijns(para-)medische, sport-, sociaal-medische, levensbeschouwelijke, religieuze en sociaal-culturele voorzieningen met inbegrip van bijbehorende ondergeschikte horeca. 1.48 maatvoeringsvlak Een geometrisch bepaald vlak waarbinnen maatvoeringsaanduidingen gelden. 1.49 nutsvoorzieningen Een voorziening ten behoeve van de distributie van gas, water en elektriciteit, en de telecommunicatie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, windmolens, windturbines en zendmasten. 1.50 omgevingsvergunning Vergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.51 ondergeschikte detailhandel Niet-zelfstandige detailhandel, die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie, tot een maximum van 20% van het vloeroppervlakte van de hoofdfunctie tot maximaal 100 m².
1.52 ondergeschikte horeca Niet-zelfstandige horeca, uitsluitend zijnde horeca van categorie 3 en 4 die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is en welke uitsluitend toegankelijk is via de hoofdfunctie en waarvan de openingstijden zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdfunctie. 1.53 onzelfstandige woonruimte Woonruimte, niet-zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken en sanitaire voorzieningen. 1.54 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.55 peil Onder het peil wordt verstaan: a. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. In andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; 99
c. Indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte wordt gemeten vanaf het waterpeil. 1.56 planregels De regels, deel uitmakende van het bestemmingsplan Mercatorpark. 1.57 pleziervaartuig Een vaartuig, hoofdzakelijk gebruikt en bestemd voor niet-bedrijfsmatige varende recreatie. 1.58 praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis Consumentverzorgende, maatschappelijke of zakelijke dienstverlening, die in een woonruimte door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woonruimte in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.59 prostitutie Het aanbieden of verrichten van seksuele diensten tegen een materiële vergoeding. 1.60 prostitutiebedrijf Een bedrijf waar prostitutie wordt bedreven. 1.61 seksinrichting Een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin handelingen of vertoningen plaatsvinden van erotische en/of pornografische aard. Hieronder wordt in ieder geval verstaan: a. een prostitutiebedrijf: een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verrichten van seksuele handelingen met anderen tegen een materiële vergoeding; b.
erotisch getinte vermaaksfunctie: Een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische / pornografische aard, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een erotische videotheek, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, wel of niet in combinatie met elkaar. 1.62 short stay Het structureel aanbieden van een zelfstandige woonruimte voor tijdelijke bewoning aan één huishouden of voor maximaal vier personen indien deze personen deel uitmaken van meerdere huishoudens, voor een aaneensluitende periode van tenminste één week en maximaal zes maanden. 1.63 scootsafe Constructie voor de stalling van een scootmobiel of een daarmee te vergelijken hulpmiddel voor invaliden en mindervaliden. 1.64 smartshop Detailhandel waarin de hoofdactiviteit of een van de activiteiten wordt gevormd door de handel in psychotrope stoffen. 1.65 souterrain Een bijzondere bouwlaag waarvan de vloer onder het gemiddeld aangrenzend peil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 1,50 meter boven peil is gelegen. 100