CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Toelichting en Regels Bestemmingsplan Mercatorpark.pdf

RAAD 17 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Mercatorpark (VN2024-006305)39.918 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bestemmingsplan Mercatorpark

Colofon Opdrachtgever

Grond en Ontwikkeling

Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.E2101BPGST-VG01

Datum

22 maart 2024

Planstatus

Vastgesteld

2

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding

7

Aanleiding en doelstelling Bevoegdheidsverdeling Leeswijzer

7 7 8

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3

16 19 19

Ruimtelijk kader

25 25 26 30

Milieuaspecten

32 32 33 37 42 49 50 53

Omgevingsaspecten

58

Cultuurhistorie en archeologie Verkeer en parkeren Water Natuur en landschap Hoogbouweffecten

58 62 71 75 80

Hoofdstuk 7 7.1

9 9 12 16

Milieueffectrapportage Bodemkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Geluid Trillingen tramwegverkeer Luchtkwaliteit Externe veiligheid

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Relevante beleidskaders

Algemeen Ruimtelijk-functionele uitgangspunten Stedenbouwkundige uitgangspunten

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

9

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3

Plankader

Ligging en begrenzing van het plangebied Geldend planologisch - juridisch kader Beschrijving van het plangebied

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

5

Juridische planbeschrijving

84

Algemeen

84 3

7.2

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 8 8.1 8.2

84

Uitvoerbaarheid

90

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

90 91

Bijlagen bij de Toelichting

Regels

94

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

95

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

95 102

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

103

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15

Gemengd – 1 Gemengd – 2 Gemengd – 3 Gemengd – 4 Gemengd – 5 Groen Horeca Maatschappelijk Recreatie Verkeer Water Leiding – Riool Waterstaat – Waterkering

103 105 108 110 113 116 118 119 121 123 125 126 128

Hoofdstuk 3

Algemene regels

129

Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19

Anti – dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

129 130 131 134

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

135

Artikel 20 Artikel 21

Overgangsrecht Slotregel

135 136

Bijlagen bij de Regels

4

Toelichting

5

6

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doelstelling

Mercatorpark is gelegen in stadsdeel West, in het overgangsgebied van de voor- en naoorlogse stad. Het bestemmingsplangebied wordt in het noorden begrensd door de Jan van Galenstraat, in het oosten door de Orteliuskade, in het zuiden door de groenstrook parallel aan de Jan Evertsenstraat en in het westen door de Ringweg A10 (hierna: A10). Het plangebied maakt onderdeel uit van het project Jan Evertsenstraat-West dat in het kader van ‘Koers 2025 - Ruimte voor de Stad’ is aangewezen als versnellingslocatie waar de toevoeging van woningbouw en bijbehorende voorzieningen als kansrijk wordt gezien. Hiervoor is op 19 april 2016 de ‘Strategienota westelijk deel Jan Evertsenstraat’ en op 6 maart 2018 de ‘Projectnota Jan Evertsenstraat-West’ vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het projectgebied Jan Evertsenstraat-West is ongeveer 1,4 kilometer lang en beslaat de deelgebieden Tennispark Sloterplas, de Busgarage van het GVB, het OLVG-West, Mercatorpark en de Jan Evertsenstraat tussen Mercatorplein en Sloterplas. Voor het deelgebied Mercatorpark is vooruitlopend op voorliggend bestemmingsplan door de gemeenteraad op 20 april 2022 een Investeringsbesluit genomen waarin de opgave, haalbaarheid en risico’s van de gebiedsontwikkeling van Mercatorpark zijn vastgesteld.

De gebiedsontwikkeling omvat onder andere het toevoegen van circa 1.000 woningen, bijbehorende maatschappelijke en commerciële voorzieningen en bedrijven en het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte. Voorliggend bestemmingsplan 'Mercatorpark' vervangt het bestemmingsplan uit 2013 dat hoofdzakelijk conserverend van aard is en planologisch-juridisch geen ruimte biedt voor de beoogde ontwikkelingen. Het vervangt ook een klein deel van het bestemmingsplan ‘Rembrandtpark’ voor zover het de groen- en waterstrook, gelegen ten noorden van de Jan Evertsenstraat, betreft. Tot slot vervangt voorliggend bestemmingsplan een gedeelte van het bestemmingsplan ‘De Baarsjes’ dat betrekking heeft op de Orteliuskade voor zover grenzend aan Mercatorpark. In vergelijking tot de ‘Projectnota Jan Evertsenstraat-West’ zijn gedurende het ontwerpproces enkele stedenbouwkundige aanpassingen gedaan ten behoeve van de ontwikkeling van Mercatorpark. Dit betreft onder andere de verschuiving van de woontorens naar de noordwestkant van het plangebied; het loskoppelen van de alles-in-één basisschool (hierna: integraal kindcentrum) van de beoogde woningen in één bouwblok en het behoud van de oude bomenrij, op de voormalige stadsdeelwerf, die onderdeel van de openbare ruimte wordt.

In deze plantoelichting wordt de gebiedsontwikkeling onderbouwd in zowel de hoofdstukken over het beleid, het ruimtelijk kader als in de beschrijving van de milieu- en omgevingsaspecten. Na vaststelling voorziet dit bestemmingsplan in een actuele planologisch-juridische regeling die het toetsingskader vormt voor het verlenen van omgevingsvergunningen in het plangebied Mercatorpark.

1.2

Bevoegdheidsverdeling

Lange tijd kende Amsterdam stadsdeelraden en stadsdeelbesturen. Door een wijziging in de Gemeentewet kwam hier verandering in. Naar aanleiding van de wijziging van de Gemeentewet en enige andere wetten in verband met het afschaffen van de bevoegdheid van gemeentebesturen om deelgemeenten in te stellen (Wet afschaffing deelgemeenten), heeft de 7

gemeenteraad van Amsterdam op 12 juni 2013 het besluit genomen tot intrekking van de ‘Verordening op de stadsdelen’ en tot vaststelling van de ‘Verordening op de bestuurscommissies 2013’. De verordening is op 19 maart 2014, op onderdelen gewijzigd, in werking getreden. De verordening voorzag in een andere inrichting van het bestuurlijk stelsel van Amsterdam. Er heeft onder andere een herverdeling plaatsgevonden van taken en bevoegdheden van de stadsdelen die zijn overgaan in bestuurscommissies. Concreet betekent dit onder andere dat de bevoegdheid tot het vaststellen van bestemmingsplannen in alle gevallen bij de gemeenteraad van Amsterdam ligt. In de ontwikkeling van dit hernieuwde bestuurlijke stelsel is in 2018 een volgende stap gezet met de inwerkingtreding van de ‘Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam’. De verordening voorziet in de instelling van bestuurscommissies, stadsdeelcommissies en gebiedscommissies. Met de vaststelling van de ‘Verordening op de stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022’ heeft het lokaal bestuur meer zeggenschap gekregen. Het college van burgemeester en wethouders betrekt het dagelijks bestuur bij de voorbereiding van bestemmingsplannen en bij de vaststelling als ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan wijzigingen worden voorgesteld welke zijn aan te merken als wijzigingen van wezenlijke onderdelen of aard.

Het plangebied Mercatorpark is gelegen binnen de grenzen van stadsdeel West en voor een klein deel (zuidelijk deel van de watergang en aanliggende groenstrook) in stadsdeel Nieuw-West. Bij collegebesluit van 24 mei 2016 en aanvullend op 15 november 2016 is het gebied Jan Evertsenstraat-West (w.o. Mercatorpark) aangewezen tot grootstedelijk project. Besloten is dat de wethouder Ruimtelijk Ordening en Grondzaken bestuurlijk opdrachtgever is en dat het ambtelijk opdrachtgeverschap bij Grond en Ontwikkeling ligt.

1.3

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit de regels en de verbeelding (de plankaart) en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. De toelichting geeft de achtergronden (relevant beleid, resultaten van uitgevoerde onderzoeken, uitkomsten overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening) bij de bestemmingsplanregeling. De toelichting is geen wettelijk onderdeel van het bestemmingsplan, maar wel een belangrijk te raadplegen document bij de toepassing en interpretatie van de verbeelding en de planregels. In de hoofdstukken 2 'Plankader' en 3 'Relevante beleidskaders' is het algemene kader beschreven. In hoofdstuk 4 volgt een beschrijving van het ruimtelijke en stedenbouwkundige kader en de beoogde ontwikkeling. De milieu- en omgevingsaspecten die betrekking hebben op bodem, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, cultuurhistorie, archeologie, water, natuur en landschap en hoogbouw komen aan de orde in hoofdstuk 5 en 6. In hoofdstuk 7 wordt uitgelegd op welke wijze dit in juridische zin vertaald is. Hoofdstuk 8 gaat in op de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid (het overleg ex artikel 3.1.1 Bro.). De relevante onderzoeksrapporten waar in hoofdstuk 5 en 6 naar wordt verwezen, zijn als bijlagen opgenomen.

8

Hoofdstuk 2 2.1

Plankader

Ligging en begrenzing van het plangebied

Het plangebied Mercatorpark ligt aan de noordzijde van het Rembrandtpark in het overgangsgebied tussen de vooroorlogse en de naoorlogse stad. De grenzen worden gevormd door de Jan van Galenstraat in het noorden, in het oosten door de bebouwing aan de Orteliuskade, in het zuiden door de Jan Evertsenstraat en in het westen door de A10. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding waarvan een pdf-printversie als bijlage aan deze plantoelichting is gevoegd.

Plangebied Mercatorpark

2.2

Geldend planologisch - juridisch kader

Voor het plangebied Mercatorpark zijn de volgende vigerende planologisch-juridische kaders van toepassing: • • • • • •

Bestemmingsplan ‘Mercatorpark 2013’ Bestemmingsplan ‘Rembrandtpark’ Bestemmingsplan ‘De Baarsjes’ Paraplubestemmingsplan ‘Kiosken’ Paraplubestemmingsplan ‘Grondwaterneutrale Kelders’ Paraplubestemmingsplan ‘Darkstores’

9

Het bestemmingsplan 'Mercatorpark 2013' is vastgesteld op 25 juni 2013. Het bestemmingsplan is hoofdzakelijk conserverend van aard, wat wil zeggen dat de bestaande en vergunde situatie is herbevestigd. Het bestemmingsplan biedt daardoor planologisch-juridisch geen ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Binnen de vastgestelde bestemmingen zijn bijvoorbeeld geen woningen toegestaan. Ook bieden de bestemmingen geen mogelijkheid tot vestiging van een integraal kindcentrum. Op onderstaande verbeelding, behorend bij het bestemmingsplan ‘Mercatorpark 2013’, zijn de bestemmingen weergegeven.

Verbeelding ‘Mercatorpark 2013’

Aan de zuidkant van het plangebied ligt, parallel aan de Jan Evertsentraat, een watergang. De zuidelijke helft van de watergang en de Jan Evertsenstraat maken onderdeel uit van het bestemmingsplan ‘Rembrandtpark’. Het bestemmingsplan is op 19 december 2012 vastgesteld en zowel de Jan Evertsenstraat als de watergang zijn conserverend bestemd. Binnen de bestemming ‘Verkeer’ zijn de huidige functies van de Jan Evertsenstraat toegestaan. De watergang heeft de bestemming ‘Water’ waarbinnen water, waterhuishoudkundige voorzieningen, bruggen en verkeersareaal zijn toegestaan. Verkeersareaal is echter, binnen de bestemming ‘Water’ in het bestemmingsplan ‘Rembrandtpark’, uitsluitend toegestaan ter plaatse van een functieaanduiding ‘brug’. Voor de watergang ter plaatse van Mercatorpark zijn geen aanduidingen opgenomen voor de functie ‘brug’, waardoor in bruggen, bedoeld om gebruikt te worden voor langzaam verkeer, niet is voorzien. In voorliggend bestemmingsplan wordt in de regels de functie ‘brug’ mogelijk gemaakt voor voetgangers. Hiervoor is het betrekken van de zuidelijke helft van de watergang en de aangrenzende groenstrook in voorliggend bestemmingsplan nodig om deze planologischjuridische wijziging mogelijk te maken. Het plangebied Mercatorpark grenst aan de oostzijde aan de Orteliuskade. De Orteliuskade is gelegen binnen het bestemmingsplangebied ‘De Baarsjes’.

Dit bestemmingsplan is op 16 mei 2018 vastgesteld. De Orteliuskade heeft de bestemming ‘Verkeer’ en over het zuidelijke deel van de kade ligt de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. De reden dat de Orteliuskade bij het 10

plangebied wordt betrokken is vanwege de verlegging, in 2019, van de verholen waterkering. De waterkering liep dwars door Mercatorpark en loopt nu geheel over de Orteliuskade in noordelijke richting. Het is noodzakelijk dat deze verlegging planologisch-juridisch wordt geborgd. Voorliggend bestemmingsplan voorziet daarin. De huidige bestemming ‘Verkeer’ van de Orteliuskade blijft gehandhaafd. Toegevoegd wordt de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ over de gehele Orteliuskade, voor zover grenzend aan Mercatorpark. Binnen het plangebied is ook het paraplubestemmingsplan ‘Kiosken’, dat op 15 februari 2017 is vastgesteld, van toepassing. Het paraplubestemmingsplan schrijft voor dat kiosken in beginsel niet zijn toegestaan. Er kan alleen met toepassing van een uitgebreide Wabo-afwijkingsprocedure een uitzondering worden gemaakt voor de specifieke locaties waar een kiosk wel wenselijk, ruimtelijk inpasbaar en aanvaardbaar is. In voorliggend bestemmingsplan worden geen nieuwe kiosken mogelijk gemaakt. Voor het hele grondgebied van Amsterdam is op 7 oktober 2021 het paraplubestemmingsplan ‘Grondwaterneutrale Kelders’ vastgesteld. In het paraplubestemmingsplan zijn regels opgenomen die ervoor moeten zorgen dat alle aanvragen voor kelderbouw in Amsterdam voldoen aan de eis van grondwaterneutraliteit.

Dat wil zeggen dat het bouwen van een kelder de stand en stroming van het grondwater niet of nauwelijks mag veranderen, waar mogelijk verbeteren, en er geen negatieve grondwatereffecten mogen optreden. Tot negatieve effecten worden in ieder geval gerekend risico's op opbarsten van de deklaag en welvorming. Voor Mercatorpark, dat de gebiedsaanduiding ‘overige zone -2’ heeft, betekent dit dat de bouw van nieuwe kelders of uitbreiding van bestaande kelders, niet groter dan 300 m2 en dieper dan 4 meter, worden getoetst aan de beleidsregels ‘Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam’. En voor nieuwe kelders of uitbreiding van bestaande kelders groter dan 300 m2 en dieper dan 4 meter moet op basis van een geohydrologisch onderzoek worden aangetoond dat het bouwplan niet strijdig is met het belang van grondwaterneutraliteit. Voor voorliggend bestemmingsplan is een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd. De regels van het paraplubestemmingsplan zijn overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Het paraplubestemmingsplan ‘Darkstores’, vastgesteld op 10 mei 2023, regelt het verbod op vrije vestiging van darkstores.

Dit is een vorm van bedrijfsvoering die in hoofdzaak gericht is op de verkoop en bezorging binnen zeer korte termijn (flitsbezorging) van online aangeboden producten, overwegend dagelijkse goederen, vanuit een opslagruimte, al dan niet met uitstalling ten verkoop, al dan niet met een afhaalloket of afhaalbalie en die al dan niet toegankelijk is voor winkelend publiek. Het doel van het paraplubestemmingsplan is om de nieuwe vestiging van darkstores te reguleren ter bescherming van het woon-, leef- en vestigingsklimaat. Onder voorwaarden kan van het bestemmingsplan worden afgeweken en een darkstore worden toegestaan als de locatie niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Het paraplubestemmingsplan zorgt hiermee voor meer houvast op nieuwe vestigingslocaties van darkstores in Amsterdam. In Mercatorpark zijn geen vestigingen van darkstores aanwezig. De regels uit het paraplubestemmingsplan zijn opgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan beoogt te voorzien in de realisatie van woningen, een integraal kindcentrum, kleinschalige bedrijfsruimten, maatschappelijke voorzieningen, horeca en twee loopbruggen. Voorliggend bestemmingsplan bevat eveneens een wijzigingsbevoegdheid voor het mogelijk maken van een supermarkt, enkele commerciële en maatschappelijke voorzieningen en woningen ter plaatse van de kavel van Reade aan de Admiraal Helfrichstraat.

Voor het overige zal 11

voorliggend bestemmingsplan de bestaande functies herbevestigen, met uitzondering van de functie stadsdeelwerf die uit het plangebied verdwijnt. Na inwerkingtreding vervangt het daarmee het bestemmingsplan ‘Mercatorpark 2013’; voor de Orteliuskade, voor zover grenzend aan Mercatorpark, het bestemmingsplan ‘De Baarsjes’, het paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders’ en voor het zuidelijke deel van de watergang en de aangrenzende groenstrook tot aan de A10 het bestemmingsplan ‘Rembrandtpark’. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op het programma en de stedenbouwkundige aspecten.

2.3

Beschrijving van het plangebied

2.3.1

Geschiedenis

Het plangebied Mercatorpark ligt in de voormalige Sloter Binnenpolder. Het was oorspronkelijk een veengebied waarvan de ontginning startte in de 11de of 12de eeuw. Haaks op de bestaande waterlopen werden percelen uitgezet, van elkaar gescheiden door sloten die het natte veengebied moesten ontwateren. Als gevolg van de ontwatering daalde het maaiveld en werd de grond weer natter. Om het waterniveau binnen het ontgonnen land op peil te houden, werden in de 15de en 16de eeuw kades en dijken aangelegd. Hierlangs werden molens gebouwd, die het overtollige water op weteringen loosden. Door dit systeem van afwatering ontstonden de polders waarin het waterpeil werd beheerst. In 1921 annexeerde Amsterdam het gebied dat nu Mercatorpark heet en dat toen onderdeel was van een veel groter gebied, behorend tot de gemeente Sloten. Mercatorpark werd in het ‘Algemeen Uitbreidingsplan’ (AUP) uit 1935 als onderdeel van het Rembrandtpark bestemd, met aan de westkant twee hoogbouwelementen. De stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren speelde een belangrijke rol bij het ontwerp van het AUP. Het contrast tussen de oost- en westzijde van het park is een esthetisch karakteristiek detail dat ook in het latere werk van Van Eesteren veelvuldig terugkomt.

Het gaat om een evenwicht van contrasten waarbij de lange straatwand aan de oostzijde van het park, wat karakteristiek voor de stedenbouw van de jaren twintig van de vorige eeuw is, wordt geconfronteerd met de vrijstaande hoogbouw aan de westzijde. Gesloten versus een open stadsbeeld. In 1939, toen het plangebied nog aan de rand van de stad lag, werd er echter een zwembad aangelegd. In de uitwerking van de latere plannen is het terrein mede daarom en vanwege de grote vraag naar openbare voorzieningen als zodanig bestemd. In de loop van de tijd zijn in het gebied een nijverheidsschool, een reumacentrum, een lagere technische school, een gemeentewerf en een speelterrein naast het zwembad aangelegd. Rond het jaar 2000 werd de nijverheidsschool gesloopt om plaats te maken voor een kantoorgebouw van de gemeente Amsterdam. Het zwembad is twee keer ingrijpend gerenoveerd, een keer in de jaren ’70 en nogmaals in de periode 2002-2006. Mercatorpark is een gebied dat een belangrijk deel van haar identiteit aan de AUP-bouwperiode dankt, maar dat volledig met voorzieningen bebouwd werd, vanwege de centrale ligging tussen de oude en de nieuwe stad en door de eerdere aanleg van het zwembad. Het groen in het plangebied verbindt de verschillende gebouwen met elkaar, terwijl het groen langs de infrastructuur het plangebied met de aangrenzende buurten verbindt.

De bredere groenstrook langs de Jan Evertsenstraat verbindt het stadscentrum met de Westelijke Tuinsteden. Van het oorspronkelijke polderlandschap is niets overgebleven.

12

2.3.2

Huidige situatie

Bebouwing en functies Mercatorpark bestaat grofweg uit vier kwadranten. In het eerste kwadrant in het noordwesten van het plangebied staat het kantoorgebouw Triade waarin diverse instanties gevestigd zijn van de gemeente Amsterdam op het gebied van werk en inkomen. Het gebouw bestaat uit twee bouwdelen variërend in bouwhoogte van 10 tot maximaal 54 meter. Het gebouw heeft een ondergrondse parkeergarage met ongeveer 95 parkeerplaatsen. Het kantoorgebouw en de gebruiksfuncties wijzigen niet door de planontwikkeling. SportPlaza Mercator bevindt zich in het noordoostelijk deel van het plangebied. Het complex bestaat uit een binnen- en buitenzwembad met bijbehorende ligweide, diverse sportvoorzieningen en horeca. Het complex is opgeleverd in 2006 op de plek van het oude zwembad. Karakteristiek voor het gebouw zijn de gevarieerde bouwhoogten van circa 6 tot 12 meter en schuine begroeide daken. Aan het sportcomplex is een vestiging van de Amerikaanse fastfoodketen KFC gerealiseerd, bestaande uit een restaurant, een drive-lane en een parkeerterrein. In de ontwikkeling van Mercatorpark zal het parkeerterrein verdwijnen vanwege het opschuiven van een deel van de Admiraal Helfrichstraat. Dit wegdeel wordt verplaatst om woningbouw te kunnen realiseren. Het wegdeel is nodig, omdat het een belangrijk onderdeel is van de buurtontsluiting.

De parkeerplaatsen ten behoeve van het fastfoodrestaurant komen deels terug en ruimte voor de drive-lane van KFC blijft behouden. Een deel van de ligweide blijft behouden voor het zwembad en een deel wordt openbaar en komt ten goede aan de planontwikkeling, waaronder woningbouw. In het zuidoostelijke deel van het plangebied is het terrein van de stadsdeelwerf en speeltuin ‘Mercator’ gelegen. Het speeltuingebouw, gelegen aan de noordzijde van het terrein is een buurtgericht multifunctioneel gebouw voor de speeltuinvereniging, sportbuurtwerk en jeugdactiviteiten. Het speeltuingebouw bestaat uit 1 tot 2 bouwlagen. Het terrein beslaat 4.500 m2 aan sport- en spelvoorzieningen. Er bevindt zich een tennisveld, een voetbalveld, een basketbalplek, een skatebaan en verschillende speelvoorzieningen voor kinderen tot 12 jaar. Ter plaatse van het terrein en de bebouwing zijn woningen en een integraal kindcentrum beoogd. De sport- en speelvoorzieningen komen in een andere vorm en verspreid over het plangebied terug. De stadsdeelwerf bestaat uit een kantoorgebouw, verschillende loodsen, een garage voor vuilniswagens en een open opslagterrein voor beplantingsmateriaal, bestratingsmateriaal, straatmeubilair en dergelijke. De bestaande bebouwing is 6 tot 10 meter hoog. De werf is een tijdelijke samenvoeging van de stadsdeelwerven van de voormalige stadsdelen De Baarsjes en Oud-West geweest.

De stadsdeelwerf verdwijnt als functie uit het plangebied waarmee ruimte vrijkomt voor woonbebouwing en voorzieningen en een groene en openbare inrichting mogelijk wordt. Aan de westkant tegen het talud van de A10 is de voormalige L.T.S. Patrimonium gelegen. Dit schoolgebouw, met een omvang van circa 10.000 m2 bruto vloeroppervlak is in de jaren zestig van de vorige eeuw gebouwd in de kenmerkende functionalistische stijl van die periode. Het schoolgebouw bestaat uit een gedeelte met theorielokalen in 3 bouwlagen langs de watergang parallel aan de Jan Evertsenstraat en werkplaatsen en praktijklokalen in 1 bouwlaag langs het talud van de A10. Naast de leslokalen omvat het schoolgebouw twee, aan de noordzijde gelegen, gymzalen en een vrijstaande conciërgewoning. Het hoofdgebouw is zowel aan de binnenzijde als de buitenkant voorzien van wandkunst. 13

In het gebouw zijn functies gehuisvest zoals ateliers en werkruimten, verschillende bedrijfjes en een restaurant annex café en club. De gymlokalen worden gebruikt voor sportbeoefening. Vanwege het karakteristieke uiterlijk en de monumentale waarde blijft het complex behouden. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid van overbouwing van de gymzalen ten behoeve van een woongebouw. Centraal in het plangebied ligt het centrum voor reumatologie Amsterdam Reade. Het gebouw bestaat voor het grootste deel uit 3 bouwlagen. Het centrum zal worden samengevoegd met de het revalidatiecentrum dat op de Overtoom gehuisvest is en verhuizen naar een locatie buiten het plangebied. Dit biedt voor Mercatorpark ruimte voor een nieuwe invulling van de kavel zoals woningen, een buurtsupermarkt en bedrijfsruimten. Bovendien biedt het kansen om het parkeren ondergronds te realiseren, waardoor de openbare ruimte aantrekkelijker wordt en ruimte ontstaat voor andere functies. De ontwikkeling van de Reade kavel wordt niet rechtstreeks in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt, omdat nog niet duidelijk is wanneer de verhuizing plaatsvindt. Voor de ontwikkeling is het college van burgemeester en wethouders bevoegd het voorliggende bestemmingsplan onder voorwaarde te wijzigen.

Verkeersontsluiting Gezien de ligging van het Mercatorpark langs de A10, de Jan van Galenstraat (wijkontsluiting) en de Jan Evertsenstraat (buurtontsluiting) is het plangebied goed ontsloten en bereikbaar vanuit de omgeving. Het plangebied heeft voor het autoverkeer direct aansluiting op de Jan van Galenstraat en de Jan Evertsenstraat. Beide wegen zorgen voor de uitwisseling, afvoer en doorstroming van het autoverkeer. De Jan Evertsenstraat zorgt voor de ontsluiting van de buurtstraten en de doorstroming en uitwisseling van het verkeer bij de kruisingen. De weg verbindt het Centrum via stadsdeel West met de gebieden nabij de Oostoever en de Sloterplas en is een belangrijke route voor de bereikbaarheid van het OLVG-West ziekenhuis met de auto. De weg voert, indirect via de Jan Tooropstraat Noord en Jan van Galenstraat, het doorgaande verkeer van en naar de A10. Ten westen van de kruising Jan Evertsenstraat en Admiraal Helfrichstraat zijn in de huidige situatie tram- en bushaltes aanwezig. Op 16 mei 2023 is door het college van burgemeester en wethouders het verkeersbesluit ‘gebiedsontsluitingswegen 30 km/uur Amsterdam’ genomen dat op 8 december 2023 in werking is getreden. Voor de Jan Evertsenstraat betekent dit dat de maximumsnelheid van 50 km/uur is gewijzigd in 30 km/uur. Het tramverkeer behoudt de maximumsnelheid van 50 km/u.

De Jan van Galenstraat is een belangrijke hoofdverkeersweg die onderdeel uitmaakt van het hoofdnet van Amsterdam. Voor het vrachtverkeer is de Jan van Galenstraat een belangrijke verbinding tussen de A10 en het Foodcenter en het centrum van Amsterdam. De weg ligt ter plaatse van het plangebied verhoogd en kruist de A10 met een viaduct en op- en afritten. Door de verhoogde ligging zijn de ingangen van SportPlaza Mercator en het Triade kantoorgebouw aan de ventweg gelegen en niet direct aan de Jan van Galenstraat. Een fiets- en voetgangerstunnel biedt een autovrije verbinding met de buurt ten noorden van de Jan van Galenstraat. De straten binnen het plangebied, de Admiraal Helfrichstraat en de Dr. Jan van Breemenstraat zijn buurtontsluitingswegen en aangeduid als 30 km/uur-gebied. Ze hebben eveneens een belangrijke functie in het fietsnetwerk. Dat geldt eveneens voor de aangrenzende straat aan de oostzijde, de Orteliuskade. De Orteliuskade is een straat met een verblijfsfunctie. In de praktijk wordt de straat gebruikt als sluiproute voor het doorgaande verkeer naar de oprit van de A10. Ook de Admiraal 14

Helfrichstraat wordt zodanig gebruikt. Dit is een ongewenste situatie. De gebiedsontwikkeling van Mercatorpark geeft aanleiding hier de nodige verkeerskundige maatregelen voor te treffen. Parkeren en openbare ruimte Verspreid over het plangebied zijn parkeervoorzieningen voor auto’s en fietsers/scooters te vinden. Enerzijds wordt geparkeerd op eigen terrein in gebouwde dan wel ongebouwde voorzieningen, anderzijds zijn met name langs de Admiraal Helfrichstraat en de Dr. Jan van Breemenstraat veel parkeerplaatsen in de openbare ruimte te vinden. Ter plaatse van de voormalige L.T.S. is een deel van de openbare ruimte ingericht met fietsenrekken. In tegenstelling tot de Orteliuskade is de parkeerdruk in Mercatorpark niet hoog. Hoewel voor de nieuwe ontwikkelingen in het plangebied voldoende parkeervoorzieningen moeten worden gerealiseerd, zal dit tot minder parkeerplaatsen in de openbare ruimte leiden. De nieuwe functies parkeren immers op eigen terrein. De openbare ruimte wordt hierdoor aantrekkelijker. De zuidzijde van het plangebied wordt begrensd door water. Dit water sluit aan op de waterpartijen in het Rembrandtpark en is primair bedoeld voor het ontwateren van het gebied naar de Sloterplas. De randen van het plangebied worden gekenmerkt door de aanwezige bermbeplanting. De groenstrook is onderdeel van een ecologische oeververbinding.

Het talud langs de A10 is eveneens een belangrijke ecologische passage voor de stedelijke flora en fauna. Er zijn volop bomen en struiken aanwezig die een habitat creëren voor planten en dieren. Echter het talud biedt ook mogelijkheden voor het plaatsen van geluidwerende voorzieningen. Voor de inpassing hiervan wordt zorgvuldig gekeken naar het aanwezige groen en de functie voor planten en dieren. De lange straten hebben een ruim profiel en zijn van bomen en laanbeplanting voorzien. Op het terrein van de stadsdeelwerf bevindt zich een 60 jaar oude bomenrij. Na verplaatsing van de werf blijft deze bomenrij behouden en kan het een beeldbepalend element vormen voor de nieuwe ontwikkelingen in Mercatorpark.

15

Hoofdstuk 3

Relevante beleidskaders

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de ‘Nationale Omgevingsvisie’ (NOVI) vastgesteld. Dit is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de visie zijn vier prioriteiten aangewezen: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De kracht van Nederland ligt in een polycentrische netwerkstructuur. Stedelijke en landelijke regio’s werken door het transport- en mobiliteitsnetwerk complementair als één systeem. De Amsterdamse regio kent een complexe verstedelijkingsopgave die samenvalt met meerdere nationale belangen. Voorliggend bestemmingsplan is in overeenstemming met de opgaven en belangen zoals genoemd in de ‘Nationale Omgevingsvisie’. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Op grond van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet de toelichting bij een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De stedelijke ontwikkelingen die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt zijn woningen, maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Het plangebied Mercatorpark is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Er is daarmee sprake van het benutten van beschikbare gronden in bestaand stedelijk gebied. Hieronder wordt beschreven waarom aan de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt behoefte bestaat. Demografische en economische ontwikkeling De behoeftevraag naar functies als wonen, werken, detailhandel en overige stedelijke voorzieningen is in grote mate afhankelijk van de toekomstige demografische en economische ontwikkelingen in het gebied. De Amsterdamse regio wordt gezien als een belangrijke motor van de nationale economie. Om de concurrentie met andere economisch topregio's aan te kunnen is het noodzakelijk het hoogstedelijke centrummilieu verder te ontwikkelen.

Intensivering van het grondgebruik in de bestaande stad is hierbij van groot belang. Dit uit zich in een sterke mix van wonen en werken, waarbij kansrijke economische sectoren de ruimte krijgen. Meer woon- en werkruimte betekent meer draagvlak voor voorzieningen. Daarbij horen horeca, detailhandel en een diversiteit aan culturele- en onderwijsinstellingen. Uit de ‘Regionale bevolkings- en huishoudensprognose 2019’ van het Planbureau voor de Leefomgeving en het Centraal Bureau voor Statistiek blijkt het inwoneraantal van Amsterdam aanhoudend sterk te groeien. Verwacht wordt dat het aantal inwoners tussen 2019 en 2050 met 23% toeneemt. Ook het aantal huishoudens neemt toe, met name door de vorming van één- en tweepersoonshuishoudens.

16

Behoefte aan woningen Gezien de demografische en economische ontwikkelingen is de woningbehoefte in de gemeente Amsterdam groot en voor de komende decennia van structurele aard. De woningproductie is na de economische crisis van 2008-2013 weliswaar weer op gang gekomen wat zich heeft vertaald in een groter aantal opgeleverde woningen per jaar, er is evenwel sprake van een groeiend woningtekort in de afgelopen jaren. Tussen 2012 en 2022 zijn in Amsterdam ieder jaar minder woningen gebouwd dan dat het aantal huishoudens toenam. Het woningaanbod ligt in 2021 iets hoger dan in de jaren ervoor, maar de totale vraag naar woningen is ook toegenomen, waarmee onder de streep het tekort aan woningen verder toenam. Door deze inhaalvraag te bepalen en op te tellen bij de toekomstige demografische groei, ontstaat zo de woningbouwopgave die nodig is om de krapte op de woningmarkt terug te dringen. In onderstaande tabel is voor de gemeente Amsterdam de geprognosticeerde woningbehoefte weergegeven die het uitgangspunt vormt voor het beoordelen van nut en noodzaak van nieuwe woningbouwontwikkelingen.

Geprognosticeerde groei van de bevolking, de huishoudens en de woningbehoefte. Bron: Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040

Een belangrijk doel van de prognose is om de afweging te laten zien tussen woningbehoefte en plancapaciteit voor de komende tien jaar. Voor de definitieve prognose is het uitgangspunt dat niet alle plancapaciteit wordt gerealiseerd. Hierdoor is ruimte voor vertraging, uitstel of eventueel planuitval. In Amsterdam en omgeving zijn diverse plannen in uitvoering en in voorbereiding om de grote vraag naar woningen op te lossen (de zogenaamde planvoorraad) en om te voorzien in een woningvoorraad die aansluit bij de vraag vanuit de markt. In het ‘Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020’ is binnen de marktregio Amsterdam voor de periode 2017-2027 een actuele woningbehoefte aangegeven van 79.510 woningen. De harde plancapaciteit (plannen waarvoor een onherroepelijk bestemmingsplan geldt) bedraagt 62.440 woningen waardoor er sprake is van een tekort van 17.070 woningen aan harde plancapaciteit. Voorliggend bestemmingsplan behoort nog niet tot de harde plancapaciteit. In de Metropoolregio Amsterdam lukt het tot nu toe niet om het woningtekort terug te dringen. Met de partners in de Metropoolregio is daarom afgesproken dat Amsterdam haar woningvoorraad met 50.000 woningen uitbreidt binnen het bestaande stedelijke gebied in de periode 2010-2030. Amsterdam heeft daarnaast de ambitie om de voorraad met 20.000 woningen extra uit te breiden tot in totaal 70.000 woningen tot 2040.

Om dit mogelijk te maken is de planvoorraad vergroot door het uitgeven van nieuwe bouwkavels. Deze ambitie is vastgelegd in 17

‘Koers 2025’ (zie paragraaf 3.3.2). De woningen die door middel van het voorliggende bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt zullen bijdragen aan het oplossen van het tekort aan harde plancapaciteit. Behoefte commerciële voorzieningen In het bestemmingsplan (inclusief de wijzigingsbevoegdheid) worden voorzieningen mogelijk gemaakt in de plint van de nieuwbouw parallel aan de Jan Evertsenstraat. Deze mix aan commerciële functies zoals horeca, consumentverzorgende dienstverlening, kleinschalige bedrijfsruimte en een supermarkt zijn wat bruto vloeroppervlak betreft niet substantieel. De vestiging van deze functies voorziet hoofdzakelijk in een lokale behoefte die voorkomt uit de realisatie van nieuwe woningen binnen bestaand stedelijk gebied. Door de toevoeging van circa 1.000 woningen die ongeveer 2.500 bewoners huisvesten, waaronder voor een deel ouderen, is het noodzakelijk dat wordt voorzien in een basis voorzieningenniveau. Een supermarkt is daarvoor van wezenlijk belang. De beoogde ontwikkeling sluit daarnaast aan bij de relevante beleidskaders. Het beleid is erop gericht dat bewoners hun dagelijkse boodschappen op redelijke afstand van de woning (maximaal 750 meter) kunnen doen. Hiermee worden eveneens onnodige autoverkeersbewegingen voorkomen.

De ontwikkeling is niet te realiseren door het opnieuw invullen van leegstaande panden, aangezien die binnen het plangebied niet beschikbaar zijn. De ‘Barometer Winkelleegstand Amsterdam 2021’ geeft inzicht in de leegstand in alle winkelgebieden in Amsterdam. De winkelleegstand in winkelverkooppunten bevindt zich per oktober 2021 in Amsterdam met 6,0% onder het Nederlands gemiddelde (8,1%). In de Jan Evertsenstraat staat 5,4% van het totale winkelvloeroppervlak leeg in de Jan van Galenstraat is dat 2,0%. In de huidige situatie is in de omgeving van Mercatorpark geen sprake van onaanvaardbare leegstand. En met de toevoeging van een beperkt aantal vierkante meters bruto vloeroppervlak voor commerciële functies is geen negatief buurtoverschrijdend effect te verwachten. Behoefte maatschappelijke voorzieningen Volgens de ‘Amsterdamse referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen’ van 9 januari 2018 geldt dat minimaal 1 basisschool per 1.400 woningen moet worden gerealiseerd. Aangezien in Mercatorpark ruim 1.000 woningen zijn voorzien, is de behoefte op 1 nieuwe basisschool geraamd. De verwachting is dat het aantal basisschoolleerlingen na 2025 zal gaan stijgen, met name als gevolg van de hogere woningbouwproductie waardoor gezinnen in de stad kunnen blijven wonen. In 2019/’20 telde het Amsterdamse basisonderwijs 61.919 leerlingen.

Dit aantal zal in het schooljaar 2035/’36 met bijna 11% toegenomen zijn en 68.680 bedragen. Door de realisatie van de beoogde nieuwe woningen zal op lokaal niveau extra behoefte aan basisschoolplaatsen ontstaan. Voorliggend bestemmingsplan beoogt in deze behoefte te voorzien. De realisatie van een 24 uursopvang is in de ‘Projectnota Jan Evertsenstraat-West’ van maart 2018 opgenomen conform de referentienorm in het woonprogramma. De opgave komt ook voort uit de stedelijke herstructurering van bestaande opvang/woonzorgvoorzieningen in de periode 20252030 en het ‘Strategisch Huisvestingsplan Jeugd, Zorg en Basisvoorzieningen 2019’. Dit is onderbouwd in de toelichting van het maatschappelijk programma december 2019. In het vigerende bestemmingsplan zijn reeds maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan voldoet met deze beschrijving van de behoefte aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

18

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH2050

Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van de provincie Noord-Holland de ‘Omgevingsvisie NH 2050’ vastgesteld. In deze omgevingsvisie (als opvolger van de Structuurvisie Noord-Holland 2040) wordt de ambitie geschetst om een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau vast te houden. Daarvoor moet een goede balans gezocht worden tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. De ambities die worden nagestreefd, zijn: •

•

•

Een gezonde en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving, met als doel een klimaatbestendig en water robuust Noord-Holland; het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; het vergroten van de biodiversiteit in Noord-Holland. Ruimtelijke ontwikkelingen faciliteren, met als doel een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor; vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter met elkaar in overeenstemming brengen; dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden; en het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. Noord-Holland is als samenleving in 2050 klimaatneutraal en gebaseerd op hernieuwbare energie.

De ambities zijn in de ‘Omgevingsverordening NH2022’ vertaald naar regelgeving die doorwerken naar de lagere overheden. Voorliggend bestemmingsplan is in overeenstemming met de ambities uit de provinciale omgevingsvisie opgesteld. 3.2.2

Omgevingsverordening NH2022

Tot en met 31 december 2023 gold de ‘Omgevingsverordening NH2020’ en sinds 1 januari 2024 de ‘Omgevingsverordening NH2022’. De regels en wetten die terugkomen in de ‘Omgevingsverordening NH2022’ komen grotendeels overeen met de ‘Omgevingsverordening NH2020’, maar zijn omgezet conform de nieuwe eisen die de Omgevingswet stelt. Met de omgevingsverordening wil de provincie ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet ze in op het beschermen van bijzondere gebieden in Noord-Holland. De belangrijkste ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de ‘Omgevingsvisie NH2050’, zijn verankerd in de omgevingsverordening. De ontwikkeling van Mercatorpark vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied en is in overeenstemming met de omgevingsverordening van de provincie.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Amsterdam 2050

De ‘Omgevingsvisie Amsterdam 2050’ is op 8 juli 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. Een omgevingsvisie is een langetermijnvisie op de ontwikkeling van de fysieke 19

leefomgeving, die elke overheid opstelt in het kader van de Omgevingswet. Een omgevingsvisie is zelfbindend voor de overheid die hem opstelt. In dit geval betekent dat, dat de gemeente Amsterdam gehouden kan worden aan de intenties zoals geformuleerd in de visie. Voor anderen biedt de visie aanknopingspunten om samen te werken, initiatief te nemen en iets bij te dragen aan de ontwikkeling en het beheer van de stad. Maar de visie brengt voor anderen geen verplichtingen met zich mee. De ‘Omgevingsvisie Amsterdam 2050’ vormt voor het grondgebied van de Gemeente Amsterdam tot 2050 de leidraad voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en vervangt hiermee de ‘Structuurvisie Amsterdam 2040’. De stad die Amsterdam in 2050 wil zijn, is in de visie benoemd in vijf kernopgaven: klimaatbestendig en klimaatneutraal; inclusief en betaalbaar; leefbaar en bereikbaar; economisch vitaal en circulair; gezond en veilig. Voor de Omgevingsvisie is een Omgevingseffectrapportage (OER) opgesteld. Dat is een verbreding van het verplichte milieueffectrapport en vormt een belangrijke onderbouwing voor de gemaakte keuzes in de visie. Voorliggend bestemmingsplan geeft op onderdelen uitvoering aan het gegeven beleid en is voor het overige daarmee niet in strijd. 3.3.2

Koers 2025 - Ruimte voor de stad

‘Koers 2025’ is een ontwikkelstrategie van het college van burgemeester en wethouders om de groei van de stad mogelijk te maken en tegelijk de druk op de woningmarkt te verlichten. De strategie is in juni 2016 door het college vastgesteld. In september 2016 is ‘Koers 2025’ ter kennisname naar de gemeenteraad gestuurd en zijn er 13 moties aangenomen ter nadere uitwerking. De ambitie is om tot 2025 de bouw van 50.000 woningen binnen de stadsgrenzen te faciliteren. De ontwikkelstrategie richt zich vooral op het realiseren van voldoende woningen in kwalitatief hoogwaardige, gemengde stedelijke milieus. Onderdeel van ‘Koers 2025’ is om naast woningen ook bedrijvigheid en maatschappelijke voorzieningen te realiseren. Om te kunnen bepalen waar in de nabije toekomst woningbouwprojecten gerealiseerd kunnen worden, zijn de lopende én de mogelijke gebiedsontwikkeling in kaart gebracht. Eén van de gebiedsontwikkellocaties is de Jan Evertsenstraat-West. In dit gebied, strategisch gelegen tussen de voor- en naoorlogse stad, rond de A10, de metroringlijn en het IJ, is ruimte én aanleiding voor intensivering. Dit gebied ontwikkelt zich de komende jaren tot verbinder tussen het centrum en de stadsdelen buiten de ring en toegangspoort tot de stad vanuit de regio, met goede fiets – en openbaar vervoersverbindingen en aantrekkelijke straten en parken.

Voorliggend bestemmingsplan geeft uitvoering aan de ontwikkelstrategie zoals benoemd in ‘Koers 2025’ door de intensivering mogelijk te maken van het plangebied Mercatorpark dat onderdeel is van de gebiedsontwikkeling van Jan Evertsenstraat-West. 3.3.3

Hoogbouwbeleid Amsterdam (2023)

Amsterdam streeft naar een economisch sterke en duurzaam ingerichte stad. Daarbij past intensiever gebruik van de stad en tegelijk het open houden van het landschap. Met hoogbouw kan aan deze beide eisen tegemoet worden gekomen. Onder hoogbouw wordt verstaan: gebouwen vanaf 30 meter hoogte of tweemaal de hoogte in hun directe omgeving, en onder middelhoogbouw: gebouwen van 22,50 tot 30 meter hoogte of 25% hoger dan hun directe omgeving. In de ‘Hoogbouwvisie’, die in 2011 is opgesteld als uitwerking van de ‘Structuurvisie Amsterdam 2040’, zijn de uitgangspunten voor hoogbouw in Amsterdam verwoord. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden waar hoogbouw wordt gestimuleerd en gebieden waar hoogbouw zeer terughoudend wordt toegepast. Het westelijk deel van Mercatorpark valt binnen 20

het stimuleringsgebied voor hoogbouw. In voorliggend bestemmingsplan wordt hoogbouw binnen het stimuleringsgebied mogelijk gemaakt die bijdraagt aan een intensiever gebruik van de bestaande stad. De uitgangspunten van de visie zijn, ook na het vaststellen van de ‘Omgevingsvisie Amsterdam 2050’, nog steeds van kracht en opgenomen in het nieuwe hoogbouwbeleid. Vanzelfsprekend is het beleid beschermend voor het gebied binnen de Singelgrachtzone die behoort tot het Werelderfgoed. Rondom het Singelgrachtgebied is op de hoogbouwkaart om die reden een zone van 2 kilometer opgenomen. Uitgangspunt voor deze zone is dat daar waar het historisch gelaagde stadsbeeld tot een geheel vergroeid is geraakt, dit niet door nieuwe bebouwing, afwijkend in maat en schaal, mag worden aangetast. Het oostelijk deel van Mercatorpark valt voor een beperkt deel binnen deze zone. Hoogbouw die het stadsbeeld van het Werelderfgoed zou kunnen aantasten, wordt in het plangebied dan ook niet mogelijk gemaakt. Voorliggend bestemmingsplan is in overeenstemming met het hoogbouwbeleid opgesteld. 3.3.4

Agenda Stadsstraten

Bij de vaststelling op 30 november 2015 van de Uitvoeringsagenda Mobiliteit door de gemeenteraad is een amendement aangenomen over de opstelling van een ‘Agenda Stadsstraten’. Stadsstraten worden, net als in de ‘Structuurvisie Amsterdam 2040’, ook in ‘Koers 2025’ als onmisbaar benoemd voor het aanhechten van de bestaande stad aan nieuwe stadsbuurten en ontwikkelingen rond knooppunten van openbaar vervoer. Een stadstraat is een straat met een belangrijke verblijfs- en economisch-maatschappelijke functie op verschillende schaalniveaus met daarnaast een belangrijke verkeersfunctie. Als lange lijnen door de stad verbinden zij verschillende soorten buurten met elkaar. In deze openbare ruimten is een grote diversiteit aan mensen en voorzieningen te vinden, waardoor stadsstraten een sterke economische en verzorgende functie voor zowel de stad als de buurt hebben. In de agenda worden ook aanbevelingen voor programmering gedaan. Voor de Jan Evertsenstraat is dat een afwaardering van een 50 km weg naar een 30 km weg. De Jan Evertsenstraat is aan de oostzijde een voldragen stadsstraat, de westkant heeft die potentie ook, maar vooralsnog ontbreekt een goede verblijfsfunctie. Voorliggend bestemmingsplan maakt plintfuncties en verblijfsruimten aan de Jan Evertsenstraat mogelijk en draagt zodoende bij aan de realisatie van de ambities genoemd in de ‘Agenda Stadsstraten’. 3.3.5

Woonagenda 2025

De ‘Woonagenda 2025’ is in 2017 vastgesteld door de gemeenteraad en bevat maatregelen die moeten zorgen voor voldoende, betaalbare en goede woningen voor de langere termijn. Het stedelijke uitgangspunt voor de woningbouwprogrammering is 40% gereguleerde huur, 40% middelduur (huur en koop) en 20% dure huur en koop. Doelen voor de nieuwbouw zijn, onder andere, het bouwen van jaarlijks minimaal 1.500 middeldure huurwoningen; het streven naar een significant deel van het middensegment groter dan 70 m²; en het afspreken van aanvullende duurzaamheidseisen met de corporaties en de huurders. De ‘Woonagenda 2025’ benadrukt het belang van ouderenhuisvesting, omdat enerzijds het aantal ouderen in Amsterdam sterk toeneemt en anderzijds omdat ontwikkelingen in het sociaal domein, zoals de extramuralisering in de zorg en langer zelfstandig wonen, een groter beroep doen op de gereguleerde huurwoningen. Voldoende woningen zijn een voorwaarde voor het realiseren van de ontwikkelingen in het sociaal domein. Voorliggend bestemmingsplan is in overeenstemming met de ‘Woonagenda 2025’ opgesteld. 21

3.3.6

Ruimte voor de Economie van Morgen

De economie ontwikkelt zich steeds meer in gemengde woon-werkmilieus. De ruimtebehoefte van de ‘Economie van morgen’ is daarom integraal onderdeel van de stedelijke groeistrategie. De nota is in juli 2017 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Het is de economische uitwerking van de stedelijke groeistrategie ‘Koers 2025’ waarin drie ruimtelijkeconomische opgaven centraal staan: sluit aan bij de vestigingsbehoefte van de stedelijke kenniseconomie; ontwikkel Amsterdam als inclusieve stad van en voor iedereen en maak ruimte voor economische diversiteit; en houd rekening met economische dynamiek en verandering. In de nota wordt de Jan Evertsenstraat-West, mede door zijn gunstige ligging net buiten de vooroorlogse stad, getypeerd als kansrijk gebied voor creatieve bedrijvigheid, een van de motoren van de Amsterdamse economie. Voorliggend bestemmingsplan maakt naast de bestaande werkfuncties, nieuwe kleinschalige bedrijfsruimten mogelijk en draagt daarmee bij aan de uitvoering van het economische beleid. 3.3.7

Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018 – 2022

De gemeenteraad heeft op 20 december 2017 het detailhandelsbeleid vastgesteld waarvan de strekking is dat Amsterdam inzet op een sterke en diverse winkelstad waar (1) de bewoners hun dagelijkse boodschappen op redelijke afstand van de woning (750 meter) kunnen doen en (2) er meerdere interessante winkelgebieden zijn om te winkelen, ook buiten de binnenstad. Amsterdam is onderverdeeld in drie zones: de kernzone, de centrumzone en de stadszone. Ze verschillen in het al aanwezige winkelaanbod, de stedenbouwkundige structuur en het verzorgingsgebied. Mercatorpark ligt op de rand van de centrumzone en de Jan Evertsenstraat is benoemd als een zogenaamde stadsstraat (zie 3.3.4). Winkels in dagelijkse artikelen worden in stadsstraten geclusterd rondom de supermarkt(en). Buiten het winkelcluster in de stadsstraat, is een mix aan functies zoals dienstverlenende bedrijven, horeca, kantoren naast winkels toegestaan. Er zijn mogelijkheden voor nieuwe winkels in een bestaande stadsstraat wanneer het bestaande winkelgebied (vrijwel) aansluitend is op de stadsstraat en deze een belangrijke verbindingsfunctie of een langzaam verkeersfunctie heeft naar de centrumzone, zoals de Jan Evertsenstraat. Vanwege de nieuwbouwontwikkelingen in Mercatorpark en de grote afstand tot bestaande supermarkten is een toevoeging van één supermarkt zeer gewenst.

Naast nieuwe bewoners wordt het druktebeeld ook bepaald door de aanwezigheid van studenten, bezoekers van het park en het zwembad en werkenden. Voorliggend bestemmingsplan maakt plintfuncties, waar consumentverzorgende dienstverlening en horeca zijn toegestaan, mogelijk ter plaatse van de Jan Evertsenstraat. De toevoeging van een supermarkt met een maximum bruto vloeroppervlak van 1.000 m2 past binnen het afwegingskader van het detailhandelsbeleid voor deze locatie en kan via een wijzigingsbevoegdheid mogelijk worden gemaakt. 3.3.8

Horecanota stadsdeel West 2011

Het beleid ten aanzien van horeca wordt in Amsterdam per stadsdeel uitgevoerd. De ‘Horecanota stadsdeel West 2011’ is op 19 juli 2011 vastgesteld door stadsdeel West en beoogt het realiseren van een divers, aantrekkelijk en eigentijds horeca-aanbod, waarmee de leefbaarheid en attractiviteit van het wonen, werken en verblijven in West wordt versterkt. Uitgangspunt daarbij is dat horeca kansen biedt, maar dat er nadrukkelijk oog moet zijn voor het woon- en leefklimaat. Om het woon- en leefklimaat in de woongebieden niet te (over)belasten, wordt uitbreiding ten 22

aanzien van de huidige horecavestigingen in bestaande woonbuurten zeer beperkt toegestaan. Uitgangspunt voor de winkelstraten is het beschermen van de winkelfunctie, horeca wordt daarom alleen op de bestaande locaties toegestaan. Een forse uitbreiding van het aantal vestigingen is niet gewenst. In de horecanota is aangegeven dat in winkelstraten, zoals de Jan Evertsenstraat extra horeca kan worden gerealiseerd op maximaal 15% van de gevelwand. In artikel 1 van de regels van voorliggend bestemmingsplan zijn de horecacategorieën gedefinieerd. De bestaande horeca ter plaatse van SportPlaza Mercator (horeca van categorie 2, 3 en 4) en KFC (horeca van categorie 1, 3 en 4) was reeds binnen het bestemmingsplan ‘Mercatorpark 2013’ toegestaan en wordt conserverend bestemd. De ‘horeca van categorie 2, 3 en 4’ in de voormalige L.T.S. die tijdelijk is vergund, wordt positief bestemd. In het bestemmingsplan ‘Mercatorpark 2013’ was horeca van categorie 3 en 4 ook toegestaan in het zuidelijk deel van het plangebied. In voorliggend bestemmingsplan worden beide categorieën met bijbehorend ongebouwd terras mogelijk gemaakt in de nieuwbouwontwikkeling parallel aan de Jan Evertsenstraat. De toevoeging van de functie horeca in de nieuwbouwontwikkeling, die in voorliggend bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt, blijft onder het maximum percentage zoals beschreven in het horecabeleid. 3.3.9

Nachtvisie Toekomst van de nacht

Het college van burgemeester en wethouders heeft in 2021 een eerste visie op de nachtcultuur vastgesteld waarin de waarde, het belang en de behoeftes van de nachtcultuur wordt belicht vanuit het perspectief van de gemeente en de sector. Het doel van deze visie is om in de toekomst de nachtcultuur steviger en meer integraal te kunnen borgen in het gemeentelijk beleid. De visie geeft een overzicht van het huidige veelzijdige en omvangrijke beleid dat betrekking heeft op de nacht in Amsterdam. Maar tegelijkertijd staat de nachtcultuur onder druk door onder meer de groei van de stad en een toenemend gebrek aan ruimte. Er zijn onvoldoende betaalbare locaties voor nieuwe initiatieven en evenementen. De stad wordt steeds minder betaalbaar voor mensen die in de sector werken en voor hun publiek. Het college van burgemeester en wethouders wil dat de stad in de nacht aantrekkelijk en behouden blijft voor artiesten, creatievelingen en organisatoren, en zo toegankelijk mogelijk is voor de inwoners en bezoekers van Amsterdam. Sinds de vaststelling van de Nachtvisie zijn er ten aanzien van ruimte voor nachtcultuur, binnen de mogelijkheden die de gemeente op dit moment heeft, verschillende acties in gang gezet. Dit heeft onder meer geresulteerd in ontwikkelingen voor nachtcultuur op diverse locaties in de stad, waaronder die van de voormalige L.T.S. in het plangebied.

In voorliggend bestemmingsplan is de functie ‘horeca van categorie 2’ positief bestemd ter plaatse van de voormalige L.T.S. met een maximum omvang van 400 m2 bruto vloeroppervlak. 3.3.10 Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 Het college van burgemeester en wethouders heeft op 3 maart 2020 de ‘Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050’ vastgesteld. Dit document omvat de lange termijnvisie op de Amsterdamse energietransitie en acties voor de korte termijn. Er wordt beschreven wat de belangrijkste ingrediënten van de strategie zijn om de overgang van fossiele naar duurzame energie in beweging te zetten en te houden. Voor Mercatorpark geldt dat de nieuwbouw wordt uitgesloten van aardgas en dat bij voorkeur alle ontwikkelingen gebruik maken van lage temperatuurbronnen georganiseerd in een systeem dat collectief wordt aangelegd. Sinds 2021 geldt voor energieprestatie de landelijke BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) -norm. Voorliggend bestemmingsplan voorziet verder in regels die 23

voorzieningen voor waterberging en voor het opwekken van duurzame energie (zoals warmte koude opslagsystemen) mogelijk maken. Het bestemmingsplan Mercatorpark' staat in zijn algemeenheid het realiseren van energiezuinige en/of klimaat adaptieve gebouwen en terreinen niet in de weg. Voor de realisatie van veel energiebesparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is namelijk geen omgevingsvergunning vereist. Voor het realiseren van afvalcontainers voor het gescheiden inzamelen van afval en herbruikbare materialen is eveneens geen omgevingsvergunning vereist. 3.3.11 Sportvisie Amsterdam 2025 De ‘Sportvisie Amsterdam 2025’ is in 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze sportvisie beschrijft het kader voor het sportbeleid in de gemeente Amsterdam voor de komende jaren. Het is nadrukkelijk een kader dat ruimte laat voor maatwerk. Amsterdam is een alom erkende sportstad die uitnodigt tot (sportief) bewegen door een beweegvriendelijke en -stimulerende inrichting van de openbare ruimte, een duurzame en toegankelijke sportinfrastructuur en een rijk en divers aanbod van sport- en beweegactiviteiten voor alle Amsterdammers.

De sportvisie is gebouwd op vier pijlers die onderling nauw samenhangen: sportparticipatie, sportieve ruimte, sportaanbieders en topsport/evenementen. Amsterdam grijpt de groei van de stad aan om bestaande sportaccommodaties en faciliteiten te optimaliseren en breidt het sportareaal waar nodig uit. De stad borgt de basiskwaliteit van gemeentelijke sportaccommodaties en ontwikkelt actief gastheerschap op haar accommodaties. Investeringen op bestaande en nieuwe gemeentelijke sportaccommodaties zijn duurzaam. Daarnaast realiseert Amsterdam een beweegen sportvriendelijke openbare ruimte. Binnen het plangebied Mercatorpark zijn diverse sport- en spelvoorzieningen te vinden die een zeer uiteenlopend verzorgingsgebied bedienen. Het zwembad ontvangt bezoekers uit een groot deel van de stad en wordt in voorliggend bestemmingsplan conserverend bestemd. De gymzalen van de voormalige L.T.S. worden door verschillende buurtorganisaties gebruikt; de speeltuinvoorziening en de skatebaan hebben een wijkfunctie evenals de sportvelden. De sporten speelvoorzieningen komen in een andere vorm en verspreid in het plangebied terug. Het nieuwe integraal kindcentrum krijgt een eigen gymzaal. In het stedenbouwkundige plan is aandacht besteed aan het sportvriendelijk maken van de openbare ruimte dat verder zal worden uitgewerkt in een plan voor de openbare ruimte.

In voorliggend bestemmingsplan zijn sport- en spelvoorzieningen binnen de verschillende bestemmingen toegestaan.

24

Hoofdstuk 4 4.1

Ruimtelijk kader

Algemeen

In de ‘Projectnota Jan Evertsenstraat-West’ die door het college van burgemeester en wethouders op 6 maart 2018 is vastgesteld, is de ambitie verwoord om het plangebied te verdichten en te transformeren tot een levendig, stedelijk woon- en werkgebied. Om dit te realiseren is het volgende nodig: het toevoegen van woningen; het creëren van levendige werk- en ontmoetingsplekken, zowel in de openbare ruimte als inpandig; het autoluw maken van het plangebied; het behouden van het architectonisch waardevolle gebouw van de voormalige L.T.S.; en het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte waaronder, op termijn, een herprofilering van de Jan Evertsenstraat. De ambitie is verder uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan dat tegelijkertijd met de Investeringsnota Mercatorpark op 20 april 2022 door de gemeenteraad is vastgesteld. Voor het nieuw toe te voegen programma zijn in het stedenbouwkundige plan zeven bouwvelden aangewezen binnen het plangebied Mercatorpark. In onderstaande afbeelding zijn de bouwvelden weergegeven: MW1, MW2 en MW3 aan de westzijde en MO1 t/m MO4 aan de oostkant van het plangebied. Gezamenlijk voorzien de bouwvelden in circa 1.000 woningen, een integraal kindcentrum (MO4), bedrijven en voorzieningen in de plinten van MW2, MW3, MO2 en MO3. De nieuwe bouwvelden voegen zich naar de bestaande groen- en waterstructuren en de aanwezige bebouwing.

Aan de oostkant sluiten de bouwvelden wat maat en schaal betreft aan op de bebouwing van de Orteliuskade. De nieuwe bouwvelden aan de westzijde zetten het contrast tussen de bestaande hoog- en laagbouw voort.

Stedenbouwkundig Plan Mercatorpark

25

Het beoogde nieuw toe te voegen programma in Mercatorpark is als volgt: Nieuwe functies Mercatorpark

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14382274/1