2. Tekst Marktverordening_3.2.
Tekst van het document
Artikel 3.10 Toewijzen losse marktplaatsen bij dagelijkse indeling Losse marktplaatsen zijn plaatsen die per marktdag worden uitgegeven volgens de in het eerste lid omschreven procedure. Vaste marktplaatshouders kunnen besluiten een losse marktplaats in te
nemen, maar moeten in dat geval hun eigen vaste marktplaats op die dag opgeven. Het tweede lid geeft aan sollicitanten die op stille marktdagen een marktplaats innemen, een voorrangspositie bij de uitgifte van losse marktplaatsen op de goedbezochte vrijdagen en zaterdagen. Deze sollicitanten kunnen voorgaan op sollicitanten die hoger op de marktlijst staan - en dus een lager marktnummer hebben- die niet op de stille dagen zijn verschenen. Trouw aan de markt wordt met deze regeling beloond. In afwijking van de leden 1 en 2 worden de zogenoemde ‘bijzondere plaatsen’ –bakplaatsen, plaatsen voor eigen verkoopinrichting, grondplaatsen of boxplaatsen- bij de dagelijks indeling op volgorde van de marktlijst eerst toegewezen aan degene die een dergelijke plaats op de aangewezen wijze gaat gebruiken. Artikel 3.11 en 3.12 Verkleinen en vergroten marktplaatsen Bij een herindeling en een dagelijkse indeling wordt aan een vergunninghouder de mogelijkheid gegeven de omvang van zijn marktplaats af te stemmen op zijn bedrijfsvoering. De vergunninghouder kan deze marktplaats verkleinen dan wel vergroten. Een marktplaats kan alleen vergroot worden als alle gegadigden een plaats kunnen krijgen. Als alle gegadigden een tweevoudige marktplaats kunnen krijgen en er zijn nog marktplaatsen over dan kan ook nog vergroot worden naar een meervoudige marktplaats.
De volgorde voor toewijzing van vergrote marktplaatsen bij de dagelijkse indeling is ten eerste de vaste marktplaatshouder bij de eigen vaste marktplaats, ten tweede de tijdelijke vaste marktplaatshouder bij de eigen tijdelijke vaste marktplaats, ten derde de vaste marktplaatshouder bij een andere (losse) marktplaats, ten vierde de tijdelijke vaste marktplaatshouder bij een andere (losse) marktplaats en tot slot de sollicitant. Op grond van artikel 3.11 lid 5 kunnen –op marktgedeelten waar het college dit toestaat- houders van een vaste marktplaats buiten een herindeling om in de gelegenheid worden gesteld om hun marktplaats te vergroten. Voorafgaand aan het uitgeven van tijdelijke vaste plaatsen mogen vaste plaatshouders dan hun plaats uitbreiden met een naast hun marktplaats gelegen vrije plaats. Zo kunnen ook de marktplaatsen van levenspartners worden samengevoegd als één van beiden stopt en de plaatsen aan elkaar grenzen. Artikel 3.13 Verdelen in eenheden Onder bepaalde omstandigheden (bijv. bij lange markten) kan het aanbeveling verdienen de markt in eenheden te verdelen. Hierdoor wordt het proces van dagelijkse toewijzing van marktplaatsen vereenvoudigd. De procedure voor de uitgifte van losse marktplaatsen geldt dan voor elke eenheid afzonderlijk. § 4 Vergunningen en standwerkersplaatsen Artikel 3.14 Vergunningeis Vergunningen voor marktplaatsen zijn niet overdraagbaar.
Om verkapte overdracht via een rechtspersoon te voorkomen (door een bestuurderswisseling of door de overdracht van aandelen) worden zij uitsluitend op naam gesteld van een natuurlijke persoon. Vergunningen voor een losse marktplaats worden voor de duur van één marktdag afgegeven. De vergunninghouder draagt er zorg voor dat de vergunning op de marktplaats aanwezig is. De met het toezicht op de naleving
van de verordening belaste ambtenaren kunnen inzage van het document verlangen (artikelen 5:17, eerste lid en 5:20 Algemene wet bestuursrecht). Artikel 3.15 Overschrijven vergunning vaste en tijdelijk vaste marktplaats Een vergunning kan worden overgeschreven om bedrijfsoverdracht mogelijk te maken. Een vergunning voor een vaste marktplaats en voor een tijdelijke vaste marktplaats kan worden overgeschreven op naam van de levenspartner, een kind, en onder voorwaarden, aan personen die als vervanger in het bedrijf van de vergunninghouder werkzaam zijn. Een kind en een vervanger moeten zich bij overschrijving van de vergunning zowel in het register als op de marktlijst van de desbetreffende markt laten inschrijven. De overdracht aan een vervanger is gebonden aan voorwaarden om verpachting van de vergunning te voorkomen en kan alleen worden ingenomen tot de eerstvolgend herindeling. Ook houders van een tijdelijke vaste plaats kunnen de plaats alleen innemen tot de eerstvolgend herindeling. Zie Schema anciënniteitsnummer en vergunning in bijlage. 1. Levenspartners: overschrijven anciënniteit en vergunning voor de marktplaats Het anciënniteitsnummer en een vergunning kan aan een levenspartner worden overgeschreven als sprake is van bijzondere omstandigheden (artikel 3.5, eerste en tweede lid in samenhang met artikel 3.15, eerste lid). a.
Een vergunning voor een vaste marktplaats geeft het recht om onbeperkt in de tijd op de plaats van de oorspronkelijke vergunninghouder te staan. Een levenspartner die een vergunning heeft gekregen voor een vaste marktplaats kan een andere plaats kiezen bij een herindeling op basis van het overgeschreven anciënniteitsnummer (de plaats op de marktlijst), maar is daartoe niet verplicht (artikel 3.7, derde lid onder a). De positie van de levenspartner is gelijk aan die van de oorspronkelijke vergunninghouder. b. Een vergunning voor een tijdelijke vaste plaats geeft het recht om op een plaats te staan tot de eerstvolgende herindeling van de markt. Een vergunning voor een tijdelijke vaste marktplaats wordt immers verleend tot de eerstvolgende herindeling (artikel 1.1 onder x). Een levenspartner die een vergunning heeft gekregen voor een tijdelijke vaste marktplaats moet bij een herindeling een plaats kiezen op basis van het overgeschreven anciënniteitsnummer (artikel 3.7, derde lid onder c). De positie van de levenspartner is gelijk aan die van de oorspronkelijke vergunninghouder. 2. Levenspartners: overschrijven vergunning voor de marktplaats zonder overschrijving anciënniteit Een vergunning kan ook aan een levenspartner worden overgeschreven zonder dat sprake is van bijzondere omstandigheden (artikel 3.15, tweede lid).
Het anciënniteitsnummer kan dan niet worden overgeschreven omdat die overschrijving is voorbehouden voor bijzondere omstandigheden. a. Een vergunning voor een vaste marktplaats geeft het recht om onbeperkt in de tijd op de plaats van de oorspronkelijke vergunninghouder te staan. Een levenspartner die een vergunning heeft gekregen voor een vaste marktplaats kan een andere plaats kiezen bij een herindeling op basis van
het eigen anciënniteitsnummer (de plaats op de marktlijst), maar is daartoe niet verplicht (artikel 3.7 derde lid onder a). b. Een vergunning voor een tijdelijke vaste plaats geeft het recht om op een plaats te staan tot de eerstvolgende herindeling van de markt. Een vergunning voor een tijdelijke vaste marktplaats wordt immers verleend tot de eerstvolgende herindeling (artikel 1.1 onderx). Een levenspartner die een vergunning heeft gekregen voor een tijdelijke vaste marktplaats moet bij een herindeling een plaats kiezen op basis van het eigen anciënniteitsnummer (artikel 3.7, derde lid onder c). 3. Kinderen: overschrijven vergunning voor de marktplaats zonder overschrijving anciënniteit Een vergunning kan aan een kind worden overgeschreven als er sprake is van bijzondere omstandigheden ( artikel 3.15, derde lid onder a). a. Een vergunning voor een vaste marktplaats geeft het recht om onbeperkt in de tijd op de plaats van de oorspronkelijke vergunninghouder te staan. Een kind dat een vergunning heeft gekregen voor een vaste marktplaats kan een andere plaats kiezen bij een herindeling op basis van zijn eigen anciënniteitsnummer (de plaats op de marktlijst), maar is daartoe niet verplicht (artikel 3.7 derde lid onder a). b. Een vergunning voor een tijdelijke vaste plaats geeft het recht om op een plaats te staan tot de eerstvolgende herindeling van de markt.
Een vergunning voor een tijdelijke vaste marktplaats wordt immers verleend tot de eerstvolgende herindeling (artikel 1.1 onder x). Een kind dat een vergunning heeft gekregen voor een tijdelijke vaste marktplaats moet bij een herindeling een plaats kiezen op basis van zijn eigen anciënniteitsnummer (artikel 3.7, derde lid onder c). 4. Vervanger: overschrijven vergunning voor de marktplaats zonder anciënniteit tot eerstvolgende herindeling Een vergunning kan aan een vervanger worden overgeschreven als er sprake is van bijzondere omstandigheden en als deze voldoet aan de eisen genoemd in artikel 3.15, derde lid onder b. a. Een vergunning voor een vaste marktplaats geeft het recht om op een plaats te staan tot de eerstvolgende herindeling van de markt. Een vervanger die een vergunning heeft gekregen voor een vaste marktplaats moet bij een herindeling een plaats kiezen op basis van zijn eigen anciënniteitsnummer. Deze vergunninghouders mogen bij de eerste herindeling een plaats kiezen nadat de houders van een vaste marktplaats een andere plaats hebben gekozen (artikel 3.7 derde lid onder b). b. Een vergunning voor een tijdelijke vaste plaats geeft het recht om op een plaats te staan tot de eerstvolgende herindeling van de markt. Een vergunning voor een tijdelijke vaste marktplaats wordt immers verleend tot de eerstvolgende herindeling (artikel 1.1 onder x).
Een vervanger die een vergunning heeft gekregen voor een tijdelijke vaste marktplaats moet bij een herindeling een plaats kiezen op basis van zijn eigen anciënniteitsnummer (artikel 3.7, derde lid onder c). Artikel 3.16 Vergunning standwerkersplaats Om als standwerker op een markt actief te kunnen zijn moet men zich in die hoedanigheid inschrijven in het register. Vervolgens kan de standwerker zich bij een markt aanmelden om voor
een standwerkersplaats in aanmerking te komen. Standwerkersplaatsen worden per marktdag onder de gegadigden verloot. De wijze waarop de loting plaatsvindt kan zo nodig in beleidsregels worden vastgelegd. Het is niet mogelijk om zowel voor een reguliere marktplaats als voor een standwerkersplaats op een markt ingeschreven te staan. Hierdoor wordt voorkomen dat standwerkers niet op de markt komen te staan, omdat hun plaats ingenomen wordt door een reguliere marktondernemer. Standwerkers kunnen zich ingevolge artikel 3.4, vierde lid, dan ook niet op een marktlijst inschrijven. Andersom worden marktondernemers van de marktlijst geschrapt als zij zich als standwerker in het register inschrijven. §5 Plaatsbezetting en vervanging Artikel 3.17 Plaats op meerdere markten Het is niet toegestaan op meer dan drie markten gelijktijdig een marktplaats in te nemen. Met gelijktijdig wordt bedoeld ‘op dezelfde dag". Als markten gelijktijdig worden gehouden, kan een vergunninghouder vervangers inschakelen om namens hem op de markt te staan. De vervangers moeten wel beschikken over een vervangerskaart op grond van artikel 2.5 en de vergunninghouder moet wel minimaal 25% van de tijd dat door of namens hem marktplaats is ingenomen, de plaats op de verschillende markten zelf hebben ingenomen (artikel 3.6 sub g).
Artikel 3.18 Persoonlijk innemen marktplaats De vergunninghouder kan zijn verplichting op het innemen van de marktplaats ook nakomen door een van zijn vervangers die plaats te laten innemen, mits die beschikt over een vervangerskaart. Zie ook de toelichting bij artikel 2.5. Vervanging is niet onbeperkt mogelijk is: een ondernemer moet ten minste 25% van het aantal dagen dat er door of namens hem marktplaats is ingenomen, die plaats persoonlijk hebben ingenomen. Artikel 3.19 Frequentie innemen marktplaats In artikel 3.19 is de frequentie bepaald waarmee een vergunninghouder voor de verschillende markten zijn marktplaats op de markt minimaal dient in te nemen. Indien de marktondernemer hieraan niet voldoet, dan kan bij wijze van sanctie de vergunning worden ingetrokken (artikel 6.2, tweede lid onder h). Onder bepaalde omstandigheden kan het college aan de vergunninghouder een ontheffing verlenen van deze bezettingsverplichting. Deze omstandigheden kunnen -zoals is bepaald in het tweede lid - betrekking hebben op de individuele vergunninghouder, dan wel de markt als geheel betreffen, hetgeen in het derde lid is bepaald. Een ontheffing voor ziekte of bijzondere omstandigheden kan voor de duur van maximaal twee jaar worden verleend.
Een ontheffing kan ook worden verleend aan de houder van een vergunning voor een weekmarkt met een leeftijd van 58 jaar of ouder die geen vervanger heeft. De aanwezigheidsplicht is dan minimaal zeven weken per kwartaal. De bezettingsverplichting van de marktplaats kan verminderd worden voor door het college aangewezen markten. Het college kan een minder goed bezochte markt hiervoor aanwijzen. Aldus wordt de drempel verlaagd om een vaste of een tijdelijk vaste marktplaats op zo'n markt te accepteren. Artikel 3.20 Vervangen Vervanging op een marktplaats is verboden door een persoon zonder vervangerskaart, tenzij het college aan de vergunninghouder hiervoor een ontheffing verleent. Deze ontheffing kan worden
verleend voor ziekte, bijzondere omstandigheden of vakantie. Een ontheffing voor ziekte of bijzondere omstandigheden kan voor de duur van maximaal twee jaar worden verleend. §6 De orde op de markten Artikel 3.21 Verboden gedragingen In het kader van de orde op de markt is het een marktondernemer niet toegestaan waren te serveren bij een publieke zitgelegenheid. Dit is verboden om te voorkomen dat één of meer marktondernemers een exclusief gebruiksrecht op de zitgelegenheid claimt. Ook bij een zitgelegenheid op een marktplaats mag niet worden geserveerd. Om digitaal indelen mogelijk te maken is het noodzakelijk dat vergunninghouders zich daadwerkelijk aan- of afmelden. Wanneer vergunninghouders zich niet afmelden in het digitale systeem en vervolgens niet komen opdagen, worden plekken voor andere vergunninghouders in het systeem bezet gehouden. Dit is niet gewenst.
Artikel 3.22 Bijzondere omstandigheden Dit artikel geeft het college bevoegdheden voor bijzondere omstandigheden, zoals het recht om de markt tijdelijk niet te doen houden, of de handel in bepaalde producten in het belang van de orde, veiligheid of gezondheid te verbieden. Marktondernemers kunnen worden verplicht hun marktplaats te ontruimen in verband met bijvoorbeeld de uitvoering van werkzaamheden in de openbare ruimte, of een andere marktplaats in te nemen als dat van belang is voor het functioneren van de markt. Het aanwijzen van een andere plaats of het gelasten de eigen vaste plaats te gebruiken wordt alleen toegepast in bijzondere en incidentele omstandigheden die niet te voorzien zijn. Artikel 3.24 Plaatsen en verhuren marktkramen Het dagelijks op- en afbouwen van een markt is een logistiek gecompliceerd proces, dat niet goed kan verlopen als iedere marktondernemer zijn eigen kraam gebruikt. Daarom worden hiervoor professionele kramenzetters ingezet. De verdeling van deze schaarse vergunning voor het kramenzetten geschiedt aan de hand van vast te stellen nadere regels op grond van artikel 5.2. Voor een toelichting wordt verwezen naar dat artikel. Een aanvraag voor een beschikking omtrent een vergunning wordt in de regel binnen 16 weken afgewikkeld.
Na deze periode kan de behandelingstermijn éénmalig worden verlengd op grond van artikel 4:14 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht. De mogelijkheid tot verlenging moet voorafgaand zijn bekendgemaakt bij de wijze van verdeling. De bepalingen uit paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht zijn buiten toepassing verklaard. Hiermee wordt voorkomen dat de vergunning van rechtswege wordt verleend na afloop van de behandelingtermijn. Deze uitsluiting is opgenomen vanwege dringende redenen van algemeen belang. De belangen in het kader waarvan deze vergunningeis geldt, in het bijzonder de orde en veiligheid op de markt, vragen een zorgvuldige en inhoudelijke beoordeling. Het is bovendien het rechtmatig belang van aanvragers te komen tot een gewogen vergelijking van de ingekomen aanvragen. Dat kan alleen als deze binnen een bepaalde periode binnenkomen waarbinnen de volgorde van binnenkomst in de regel niet bepalend is voor de wijze van verdeling van de vergunningen.
Het vergunningstelsel is opgenomen in het belang van de veiligheid, de orde en overzichtelijkheid van de markt en het uiterlijk aanzien. Deze belangen kunnen tevens aanleiding zijn om de vergunning in te trekken. Een vergunning wordt altijd voor een bepaalde tijd verleend en kan niet worden verlengd (vijfde lid). Dit laat onverlet dat de houder van een kramenzet- en verhuurvergunning na afloop van zijn vergunning mee mag dingen naar een nieuwe vergunning. Artikel 3.25 Gebruik marktplaats Marktondernemers zijn verplicht een kraam van de kramenzetter af te nemen., Die verplichting geldt niet als een marktplaats is aangewezen als grondplaats, plaats voor eigen verkoopinrichting of boxplaats en de marktplaats als zodanig wordt gebruikt. Het is de ondernemer toegestaan om zitgelegenheid, waaronder (sta-)tafels en stoelen te plaatsen op een marktplaats, mits deze ondersteunend is aan de handel op de marktplaats. Gedacht kan worden aan de verkoop van eet- en drinkwaren. De zitgelegenheid moet binnen de afmetingen van de marktplaats blijven. Zowel de eigen verkoopinrichting als de zitgelegenheid moet van deugdelijk materiaal zijn. Artikel 3.26 Reclame Het reclameverbod in artikel 3.26 handelt over handelsreclame. Dit begrip moet ruim worden opgevat; bijv. ook het maken van reclame voor voorstellingen van culturele activiteiten waarvoor entreegeld wordt gevraagd, valt onder het begrip.
Op de reclame-uitingen van marktondernemers in het kader van de uitoefening van hun beroep is het verbod niet van toepassing. Het verbod om reclamemateriaal te verspreiden of anderszins reclame te maken is er onder andere op gericht de orde op de markt te bewaren en verontreiniging van het marktterrein tegen te gaan. In bijzondere gevallen kan het college ontheffing verlenen. Artikel 3.27 Venten met stukken en propaganda Het venten en verspreiden van gedrukte en geschreven stukken en het voeren van politieke of godsdienstige propaganda kunnen het ordelijk verloop van de markthandel verstoren en horen in principe niet op het marktterrein thuis. De verspreiding van stukken waarin meningen worden geopenbaard, vormt een zelfstandig middel van bekendmaking van gedachten en gevoelens, die volgens de jurisprudentie met betrekking tot artikel 7 van de Grondwet niet aan voorafgaande toestemming van de overheid mag worden onderworpen. Wel kunnen hieraan bij verordening beperkingen naar plaats en tijd worden gesteld, die echter niet zover kunnen gaan dat het gebruik van het middel geen reële betekenis meer heeft. Van een zodanige beperking is in artikel 3.27 geen sprake, omdat het verspreidingsverbod alleen geldt voor het marktterrein, en dan nog alleen tijdens de uren dat de markt wordt gehouden.
Het college kan marktgedeelten aanwijzen waar het verspreiden van stukken en het uitdragen van religieuze of politieke standpunten wel toegestaan is. Artikel 3.28 Venten met andere waren Afgezien van de mogelijkheid die artikel 3.27 biedt, is iedere vorm van venten op het marktterrein verboden. Het is dus ook niet is toegestaan om op de markt te venten met waren waarvoor een
ventvergunning als bedoeld in artikel 4.1 van de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten is afgegeven. Hoofdstuk 4 Markt op afstand Artikel 4.1 Instellen markt op afstand Een markt op afstand wordt niet georganiseerd door de gemeente zoals de markten die worden ingesteld op grond van de bepalingen in hoofdstuk 3. De markt op afstand kan pas worden vergund als het college de markt op afstand heeft ingesteld. Artikel 4.2 Uitsluiten bepalingen hoofdstuk 2 en 3 De gemeente heeft bij een markt op afstand alleen een relatie met de houder van de vergunning voor de markt op afstand en niet met de individuele marktondernemers. De houder van de markt op afstand hoeft zich niet in te schrijven in het register. De regels met betrekking tot bijvoorbeeld inschrijving in het register, plaatsing op een marktlijst en anciënniteit zijn niet van toepassing op een markt op afstand. Artikel 4.3 Vergunning Bij de markt op afstand wordt het beheer en de organisatie door een externe persoon gedaan: de houder van de vergunning voor een markt op afstand. De houder kan zowel een natuurlijk als rechtspersoon zijn. Hij bepaalt welke marktondernemer deelneemt aan de markt.
Dit type markt is bij uitstek geschikt om nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot de markthandel vorm te geven, maar het leent zich ook goed voor het organiseren van activiteiten rond een bepaald thema zoals een biologische markt, een boekenmarkt. Het is geen vereiste dat de waren een bijzonder karakter hebben zoals dat wel het geval was bij de instelling van uitgezonderde markten op grond van artikel 3.3. tweede lid Verordening op de straathandel 2008. Een vergunning wordt altijd voor een bepaalde tijd verleend (vierde lid). Dit laat onverlet dat de houder van een vergunning na afloop van zijn vergunning mee mag dingen naar een nieuwe vergunning. De vergunning wordt voor niet langer dan tien jaar verleend. Het is mogelijk dat binnen die tien jaar eerst een vergunning voor één jaar wordt verleend en dat deze daarna wordt verlengd met negen jaar. De mogelijkheid tot verlenging moet voorafgaand zijn bekendgemaakt bij de wijze van verdeling. Een looptijd van maximaal tien jaar is opgenomen omdat dit de geschatte maximale terugverdientijd van de investeringen is voor het organiseren en beheren van een markt op afstand. Per (soort) markt zal de looptijd van de vergunning moeten worden gemotiveerd. Voor een toelichting ten aanzien van de behandelingstermijn wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 3.24. Artikel 4.4.
Borgsom Een borgsom kan worden verlangd om de nakoming van de vergunningvoorschriften te verzekeren. Dit kan bijvoorbeeld van belang zijn voor het herstel van de eventuele schade die de markt op afstand aan openbare voorzieningen heeft veroorzaakt.
Artikel 4.5 tot en met 4.8 Voor de toelichting op de artikelen 4.5, 4.6, 4.7 en 4.8 wordt verwezen naar de toelichting bij respectievelijk de artikelen 3.2, 3.22, 3.27 en 3.28 Hoofdstuk 5 Nadere regels Artikel 5.1 Nadere regels markten Deze regeling ademt de sfeer van een raamverordening. Daarom wordt het aan het college overgelaten met betrekking tot een aantal onderwerpen nadere regels vast te stellen. Veelal worden nadere regels over het beheer van een markt samengevoegd in een beheerreglement. Deze nadere regels worden beschouwd als algemeen verbindende voorschriften in de zin van artikel 156 lid 3 Gemeentewet. Op grond van artikel 5.1 kunnen nadere regels over het gebruik van kramen en eigen verkoopmateriaal worden gesteld, die de mogelijkheid bieden een op de verschillende markten afgestemd beleid te voeren. Artikel 5.2 Nadere regels verhuur marktkramen Op grond van artikel 5.2 kan een kramenzet- en verhuurvergunning pas worden verleend nadat voorafgaand nadere regels over de verlening van de vergunning zijn vastgesteld. Eén van de nadere regels moet betrekking hebben op de wijze van verdeling. Dit is noodzakelijk omdat vergunningen aan kramenzetters ‘schaarse' vergunningen zijn. De verdeling geschiedt aan de hand van vooraf bekendgemaakte criteria (tweede lid).
Het betreft zowel minimumcriteria in het kader van bijvoorbeeld financiële en economische draagkracht en beroepsbekwaamheid als criteria die leiden tot een rangschikking van aanvragen. Artikel 5.3 Nadere regels markt op afstand Op grond van artikel 5.3 kan een vergunning voor een markt op afstand worden verleend nadat voorafgaand nadere regels over de verlening van de vergunning zijn vastgesteld. Eén van de nadere regels moet betrekking hebben op de wijze van verdeling. Hoofdstuk 6 Verwijderings-, weigerings- en intrekkingsvoorschriften Artikel 6.1 Verwijdering van de markt Dit artikel verleent de bevoegdheid marktondernemers in een aantal gevallen voor de duur van ten hoogste een week van de markt te sturen, bijv. als de orde op de markt wordt verstoord, bedrog tijdens de uitoefening van de markthandel wordt gepleegd, of anderszins sprake is van misdragingen, zoals het handelen in drugs of het deelnemen aan vechtpartijen. De verwijderingmaatregel is gericht op het herstel van de orde en rust op de markt. De opgelegde duur van de verwijdering dient hierop te worden afgestemd. Tijdens de duur van de verwijdering kan het bestuur zich bezinnen op de vraag of nadere bestuurlijke sancties als bedoeld in artikel 6.2 jegens de betrokken marktondernemer noodzakelijk zijn.
Hoewel het om een tamelijk ingrijpende bevoegdheid gaat verdient het om praktische redenen de voorkeur dat de wegzendbevoegdheid van het college aan de markttoezichthouder wordt gemandateerd. Zo nodig kunnen voor de uitvoering instructies worden opgesteld. Om bezwaar en
beroep tegen een verwijdering te kunnen instellen is het zaak dat een mondeling gegeven last zo spoedig mogelijk op schrift wordt gesteld. Artikel 6.2 Weigerings- en intrekkingsgronden beschikkingen markthandel Om praktische redenen zijn in dit artikel de weigerings- en intrekkingsgronden voor de meeste beschikkingen inzake de uitoefening van de straathandel opgenomen (marktplaatsen, ontheffingen, tijdelijke vaste marktplaatsen en vervangerskaarten etc.). Vergunningen voor een losse marktplaats op de markt worden per dag verleend, en lenen zich daardoor nauwelijks voor een besluit tot intrekking. Hoofdstuk 7. Slotbepalingen Artikel 7.1 Strafbepaling De in dit artikel genoemde strafmaxima zijn ontleend aan de Gemeentewet. Artikel 7.3 Overgangsbepaling Besluiten (vergunningen etc.) die onder de Verordening op de straathandel 2008 zijn genomen blijven op grond van het overgangsrecht van kracht totdat hun looptijd eindigt of zij met toepassing van de nieuwe verordening worden gewijzigd of ingetrokken. Anciënniteitsrechten die onder de oude verordening door inschrijving op een marktlijst zijn opgebouwd houden bij de inwerkingtreding van de verordening eveneens hun geldigheid.
In het tweede lid is een overgangsbepaling opgenomen ten behoeve van de houders van een voorkeurskaart om te bewerkstelligen dat hun positie wordt gewaarborgd, nu hun rechten op die manier niet meer in deze verordening zijn opgenomen. In het derde lid is bepaald dat de positie van een houder van een partnerkaart gelijk gesteld wordt met de rechten van de houder van de vervangerskaart, omdat de partnerkaart ook niet meer in deze verordening is opgenomen. De gemeente Amsterdam heeft een groot aantal kramenzet- en verhuurvergunningen voor bepaalde tijd verleend. Die praktijk wordt geformaliseerd in deze verordening. Het is billijk om de verleende vergunningen die voor onbepaalde tijd zijn verleend, overeenkomstig artikel 3.24 van deze verordening te laten gelden tot tien jaar na de inwerkingtreding van deze verordening (artikel 7.3 vierde lid). Hiermee wordt een langdurige overgangsregeling in het leven geroepen, zodat de kramenzetter en zijn bedrijf zich kan voorbereiden op de situatie waarin het op gelijke voet met de andere bedrijven naar de schaarse vergunning moet dingen.
Artikel 7.4 Hardheidsbepaling De mogelijkheden tot toepassing van de hardheidsclausule zijn limitatief opgesomd. In andere gevallen kan niet van de verordening worden afgeweken.
Schema ancienniteitsnummer en vergunning. Behorende bij Toelichting art 3.15.pdf (214 Kb)