CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Stedenbouwkundig plan Havenstraatterrein.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 15 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met de herziening van de grondexploitatie Havenstraatterrein en vaststellen van het investeringsbesluit en beschikbaar stellen van een krediet voor het realiseren van een tramloods voor het stallen van historische trams. (ZD2021-015909)22.475 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Bij het definitief ontwerp van het Havenstraatterrein moet een groenplan aangeleverd worden waarin (in ieder geval) is uitgewerkt op welke wijze, met welk doel en met Voor halen beplanting van de ambitie vanaf 2030 alleen uitstootvrije mobiliteit staan moeten welkehet (diverse) groenom wordt gerealiseerd opnog de kavel. Dit kan in de vormtoe van te binnenterreinen, duurzame vormen vanalleen mobiliteit worden gestimuleerd. In de hetfauna. bouwbesluit is sinds 10 partij maartlicht 2020 gevels en daken. Niet de flora is van belang maar ook De ontwikkelende in het onderstaande opgenomen metmet betrekking tot laadpalen bij parkeerplaatsen op de kavels zelf.tender moet plan toe hoe omgegaan wordt natuurinclusief bouwen. Om mee te kunnen doen bij een de ontwikkelende partij minimaal voldoen aan de volgende eis:

2.5. Duurzame mobiliteit

Selectiecriteria:

Voor de te realiseren parkeervakken geldt:  Minimale natuurinclusiviteits-score vaneen minimaal 30(en punten Minimaal moet zijn voorzienaan van laadpaal bijbehorende borden voor het alleen De 1. Groenvisie is ter10% vaststelling voorgelegd het college. Natuurinclusief bouwen wordt als onderdeel van de Groenvisie in het najaar van 2020 vastgesteld. parkeren van elektrische voertuigen); 4 Het puntensysteem wordt gezien als uitvoering van de Groenvisie . Dete totstandkoming van deze 2. 20% moet elektrisch zijn voorbereid, maar hoeft nog geen laadpaal hebben (wel leiding en punten is gebaseerd op een aantal verschillende thema’s die belangrijk zijn voor een aansluitcapaciteit); biodiverse, en kwalitatieve leefomgeving van mens dier. Een 3. toekomstbestendige, 100% van de parkeervakken moetduurzame zijn voorbereid door middel van kabelgoten, en deen technische bovengrens vangenoeg het aantal behalen punten en maatregelen bestaat niet. Hoe meer hoe beter, ruimte is groot voortealle aansluitingen). geldt ook voor het Havenstraatterrein.

4

Voor de ontwikkeling van het Havenstraatterrein daagt de gemeente de inschrijvende partijen uit om zo goed mogelijk te scoren op alle drie de onderdelen van de BENG. De ambitie voor dit project is een EPC van < 0. Dat wil zeggen dat de BENG-richtwaarden 50/15/100% gewenst zijn.

Inzetten op het gebruik van duurzame materialen die passen bij de stoere uitstraling en het huidige materiaalgebruik van het gebied zoals verwoord in het beeldkwaliteitsplan. Dit kan worden bereikt door een open uitvraag op MPG-score toe te passen waarbij minimaal een score van 0,8 gehaald moet worden. Het toepassen van een materialenpaspoort draagt bij aan meer duurzaamheid op de lange termijn.

Het is advies is om op bovenstaande kansen in te zetten door open op uit te vragen en ontwikkelaars uit te dagen.

Naast deze verplichtingen is de ambitie fietsgebruik te stimuleren, ook op het Havestraatterrein. Fietsen De ingepaste natuurmaatregelen op de omgeving van het Havenstraatterrein en zowel is gezond, draagt bij aan schoneremoeten lucht enaansluiten aan een leefbaar en bereikbaar Amsterdam. Deze ambitie sluit de alsFiets de klimaatbestendigheid van het Havenstraatterrein helpen te verhogen. terrein ookbiodiversiteit mooi aan bijinde en Wandelroute Sportas, door het Havenstraatterrein loopt. Het isHet daarnaast belangrijk om goed toegankelijke voldoende (inpandige) voor scooters en moet niet alleen voor mensen zijn fietsparkeerplekken ontworpen maar ookmet planten en dieren moeten ruimte de mogelijkheid krijgen een aantal oplaadpunten elektrische tweewielers te realiseren.bouwen Deze enen andere normen enBlokker richtlijnen er op/aan/in te leven. Het voor Amsterdamse handboek ‘Natuurinclusief ontwerpen’ van en zijn opgenomen in dekan nota Fiets en Scooter’. Timmermans (2018) als‘Parkeernormen inspiratiebron dienen.

Drempelwaarden:

3. Overige Zoals eerder duurzaamheidsontwikkelingen vermeld worden er verschillende dakvormen in het beeldkwaliteitsplan voorgesteld. Wat betreft duurzaamheid kan hier op verschillende manier gebruik van worden gemaakt. Platte daken zijn per School degeschikt kleine Nicolaas definitie voor vegetatie ter bevordering van biodiversiteit, het opvangen van water en het De Stichting Onderwijs aan devan Amstel (OOadA) wilhet bijdragen aan van de klimaatdoelstellingen en verlengen vanOpenbare de technische levensduur een dak, inclusief opwekken energie. streeft naar duurzame groene scholen. In het kader hiervan heeft de OOadA het Manifest Circulair Onderwijs ondertekend, voorziet het onderwijs cruciaal Het is in transformeren de transitie naar circulaire Voor de openbare ruimtedie bestaat de dat Amsterdamse groennorm. van een de openbare economie. Samen metveel de en gemeente ze zorgen dat toe de te schoolgebouwen bij iets renovaties en ruimte is een kans om innovatievewillen manieren van groen passen. Dit is niet wat in een nieuwbouw in ieder geval voldoen aan de klimaatnormen. tenderdocument opgenomen kan worden maar wat in het ontwerp van de openbare ruimte concreet zal moeten worden. Wel worden ontwikkelende partijen aangemoedigd de ecosysteemgroennorm deels op 4. Conclusieop te lossen.

In lijn met de Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke kavelniveau voorzieningen, groen en spelen kan dit tot maximaal 25%. Voor het uiteindelijke tenderdocument van het Havenstraatterrein moeten een aantal afwegingen worden gemaakt met betrekking tot duurzaamheid. Gezien het beeldkwaliteitsplan, de mogelijkheden voor het 2.5. Duurzame mobiliteit Havenstraatterrein en vigerend beleid op duurzaamheid kunnen de volgende kansen worden benoemd die in de tender in devan onderstaande kunnen worden Voor het halen de ambitie vorm om vanaf 2030 alleenopgenomen: nog uitstootvrije mobiliteit toe te staan moeten

Nieuwbouw is aardgasvrij en duurzame energie (BENG) kan het gebied kenmerken. Voor de ontwikkeling van het Havenstraatterrein is het best passende energiesysteem een warmtekoudeopslag (WKO) in combinatie met thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) voor regeneratie. Dit systeem is voor het Havenstraatterrein het meest betaalbaar en duurzaam in vergelijking tot andere opties. Ontwikkelaars dienen dit in collectief verband te realiseren, eventueel in samenwerking met Waternet.

Door klimaatverandering worden er vaker korte hevige regenbuien verwacht. Hiervoor is de Amsterdamse Hemelwaterverordening opgesteld. Deze ligt ter goedkeuring en is naar verwachting van toepassing op de toekomstige ontwikkeling. Aangezien we bij de ontwikkelingen op het Havenstraatterrein willen inzetten op duurzaamheid worden ontwikkelaars gevraagd aan de Hemelverordening te voldoen.

Gezien de ligging van het Havenstraatterrein biedt de transformatie kansen om met groen en natuurmaatregelen de biodiversiteit in de stad te versterken en tegelijkertijd de stad klimaatadaptief te maken, het hitte-eiland effect te verminderen en bewoners te stimuleren tot beweging. Hiervoor zet de gemeente voor het Haventerrein in op de natuurinclusiviteits-score, met een minimum van 30 punten. Naast een ingevuld puntensysteem dient de ontwikkelaar de kwaliteit en diversiteit van maatregelen die bijdragen aan de biodiversiteit en toekomstbestendigheid van de omgeving toe te lichten in een groenplan.

Binnen de gemeente Amsterdam moet vervoer in 2030 uitstootvrij zijn. Hiervoor is beleid ontwikkeld op het onderwerp laadpalen op de kavel. Op het Havenstraatterrein moeten minimaal 10% van de parkeerplekken voorzien worden van een laadpaal, 20% elektrisch te zijn voorbereid en 100% technisch te zijn voorbereid.

duurzame vormen van mobiliteit worden gestimuleerd. In het bouwbesluit is sinds 10 maart 2020 het Selectiecriteria: onderstaande opgenomen met betrekking tot laadpalen bij parkeerplaatsen op de kavels zelf.

Voor de ontwikkeling van het Havenstraatterrein daagt de gemeente de inschrijvende partijen uit om zo goed mogelijk te scoren op alle drie de onderdelen van de BENG. De ambitie voor dit 4 De Groenvisie vaststelling aanzeggen het college. projectisistereen EPC vanvoorgelegd < 0. Dat wil dat de BENG-richtwaarden 50/15/100% gewenst zijn. 

Inzetten op het gebruik van duurzame materialen die passen bij de stoere uitstraling en het

50

Gezien de ligging van het Havenstraatterrein biedt de transformatie kansen om met groen en natuurmaatregelen de biodiversiteit in de stad te versterken en tegelijkertijd de stad klimaatadaptief te maken, het hitte-eiland effect te verminderen en bewoners te stimuleren tot beweging. Hiervoor zet de gemeente voor het Haventerrein in op de natuurinclusiviteits-score, met een minimum van 30 punten. Naast een ingevuld puntensysteem dient de ontwikkelaar de kwaliteit en diversiteit van maatregelen die bijdragen aan de biodiversiteit en toekomstbestendigheid van de omgeving toe te lichten in een groenplan.

Binnen de gemeente Amsterdam moet vervoer in 2030 uitstootvrij zijn. Hiervoor is beleid ontwikkeld op het onderwerp laadpalen op de kavel. Op het Havenstraatterrein moeten minimaal 10% van de parkeerplekken voorzien worden van een laadpaal, 20% elektrisch te zijn voorbereid en 100% technisch te zijn voorbereid.

Voor wat betreft de openbare ruimte zijn de volgende kansen op gebied van duurzaamheid te benoemen voor het Havenstraatterrein: 

Met de omgeving in gesprek gaan om blinde gevels en kavelgrenzen passend te maken binnen het beeldkwaliteitsplan waar de focus ligt op een stoer en duurzaam karakter.

Openbare ruimte voorzien van waterdoorlatende materialen en voldoende koele plekken met hoogwaardige kwaliteit van natuur waaronder bomen. Hiermee wordt de openbare ruimte ook klimaat adaptief ingericht.

51

BOUWREGELS Tot slot worden in dit document de bouwregels nog even op een rijtje gezet. Deze zijn vastgelegd in het bestemmingsplan en hiermee dient in het ontwerp rekening gehouden te worden. In onderstaand afbeeldingen staan de regels per onderwerp afgebeeld. De bouwregels worden vastgelegd om bepaalde stedenbouwkundige kwaliteiten en te waarborgen, maar ook om technische redenen, zoals het plaatsen van dove gevels.

Dove gevel Ten aanzien van geluidscontouren van de tramremise zijn op deze plekken dove gevels noodzakelijk.

52

Aaneengesloten gevel

Verplichte rooilijn

Om geluidslekken te voorkomen dient op deze plekken aaneengesloten te worden gebouwd. Op de overige plekken kan de bebouwing onderbroken worden of kunnen openingen in de bouwblokken worden gemaakt.

Op cruciale aanzichten op het plan van buitenaf dient in een verplichte rooilijn te worden gebouwd.

53

1

16-2

1

-2

16

20 13-

4

-2

16

-20 13

3

-2

19

14

0

6-

-20

13

3

16

-2

13

1

-17

10

-21

3

2 6-

-2

16 4

-2

16

7

-1

10

Bouwhoogtes

Flexibele zone

Minimale en maximale bouwhoogte. De bebouwing aan de noordkant is hoger dan de bebouwing aan de zuidkant, ivm tegenhouden geluid en is gunstiger voor de bezonning.

De flexibele zone is een zone van 2m voor de rooilijn waarin de voorgevel deels mag worden uitgebouwd. Hierdoor ontstaat veel ruimte voor individuele expressie van panden, een gevarieerd straatbeeld en een informeel gebruik van de zone vlak voor de gevel, passend bij het informele karakter van het Havenstraatterrein.

54

60 cm 60 cm 80 cm

De flexibele zone De overgang van prive naar openbaar maakt nadrukkelijk onderdeel uit van de opgave voor het gebouw: de flexibele zone. De flexibele zone is een zone van 2m voor de rooilijn waarin de voorgevel deels mag worden uitgebouwd. Hierdoor ontstaat veel ruimte voor individuele expressie van panden, een gevarieerd straatbeeld en een informeel gebruik van de zone vlak voor de gevel, passend bij het informele karakter van het Havenstraatterrein. Binnen die flexibele zone mag de voorgevel maximaal 0,8 meter naar buiten worden geplaatst (maar nooit over meer dan 70% van de gevellengte). Daarbovenop is er de mogelijkheid om vanaf de tweede bouwlaag de gevel nog eens 0,6 meter extra uit te kragen (over maximaal 40% van de gevellengte). In de laatste 0,6 meter tot de erfgrens is geen bebouwing toegestaan, behoudens eventuele trappen of omhoog gelegen hellingbanen. In de flexibele zone zijn geen fysieke erfscheidingen (zoals hekken, muurtjes of beplanting in de volle grond) toegestaan. De zone van 2m gaat naadloos over in de openbare ruimte. Eventueel kan de zone worden aangegeven door ander legverband, kleur of materiaal van de bestrating.

rooilijn voorgevel max 70% van gevellengte individueel kavel bebouwd max 40% van gevellengte individueel kavel bebouwd, vanaf 2e bouwlaag trappen en hellingbanen vallen binnen de 2m zone van de flexibele zone

afb. flexibele zone

55

Niet-wonen in de plint

zoekruimte voor parkeergarage. Geen parkeergarage onder IKC en loods

Op cruciale locaties in het plan is wonen op de begane grond uitgesloten. Dit draagt bij aan een levendig straatbeeld en de dynamiek van het gebied.

Gevels waar entrees naar parkeergarages mogelijk zijn.

56

BIJLAGEN

57

middensegment huur geldt een minimale norm van 0 en aan maximale norm van 1. Voor het middensegment koop, woningen kleiner dan 60m2, geldt een minimale norm van 0,3 en een maximale norm van 1. Voor de vrije sector huur/koop, woningen groter dan 60m2, geldt een minimale norm van 0,6 en een maximale norm van 1. Voor het Havenstraatterrein geldt, gebaseerd op de huidige verdeling 30-50-20 en uitgaande van 500 woningen, een minimaal totaal van 75 en een maximaal totaal van 500 inpandige parkeerplekken (zie tabel hieronder).

Memo Projectgroep Havenstraatterrein Aan Memo V&OR Kopie

Projectgroep Havenstraatterrein Paula Beens, afgestemd met Jorden Steenge (V&OR) V&OR 21 oktober 2020 Paula Beens, afgestemd met Jorden Steenge (V&OR) Van Parkeren Havenstraatterrein Onderwerp 21 oktober 2020 Havenstraatterrein Datum 1. Tabel parkeren Bijlagen Parkeren Havenstraatterrein Onderwerp 2. Nota Parkeernormen Fiets en Scooter (2018) 1. parkeren Havenstraatterrein Bijlagen 3. Tabel Nota Parkeernormen Auto (2017) 2. Nota Parkeernormen Fiets en Scooter (2018) Introductie 3. Nota Parkeernormen Auto (2017) Het Havenstraatterrein project bevindt zich op dit moment in een fase waar het bestemmingsplan Introductie opnieuw wordt vastgesteld. Ook worden het stedenbouwkundigplan en het voorlopig ontwerp Het Havenstraatterrein project bevindt zich is opeen dit moment een fase waar bestemmingsplan openbare ruimte geactualiseerd. Parkeren belangrijkinonderwerp en het zal daarom ook goed opnieuw wordt vastgesteld. worden het stedenbouwkundigplan het voorlopig ontwerp uitgezocht moeten worden. Ook In samenwerking met V&OR is een tabelenopgesteld (zie bijlage 1) openbare ruimte geactualiseerd. Parkeren eenverschillende belangrijk onderwerp zalHavenstraatterrein daarom ook goed waaruit blijkt welke parkeernormen er vooris de functies openhet uitgezocht moeten In samenwerking met V&OR een compleet tabel opgesteld 1) van toepassing zijn.worden.

Het projectteam heeft behoefte aanis een beeld: (zie wat bijlage moet er waaruit blijktworden welke parkeernormen de verschillende functies opén het Havenstraatterrein gerealiseerd op kavel X en in er devoor openbare ruimte per modaliteit, welke beleidsnotities van toepassing zijn. Het projectteam heeft behoefte aan een compleet beeld: wat moet er gelden hier. gerealiseerd worden op kavel X en in de openbare ruimte per modaliteit, én welke beleidsnotities gelden hier.is een toelichtingsdocument bij de tabel. Er moet worden vermeld dat deze tabel een Dit memo indicatie geeft. Uiteraard is elk plan maatwerk en zal het projectteam keuzes moeten maken, ook Dit memo een toelichtingsdocument de tabel. Er moet worden vermeld deze tabel een wat betreftis parkeren. Het doel van ditbijmemo is dat het projectteam alles dat rondom parkeren indicatie geeft. Uiteraard is elk plan maatwerk en zal het projectteam keuzes moeten maken, ook inzichtelijk heeft. wat betreft parkeren. Het doel van dit memo is dat het projectteam alles rondom parkeren inzichtelijk We maken heeft. onderscheid tussen parkeren voor woon functies en niet-woonfuncties. Binnen deze categorieën vallen de subcategorieën fiets, scooter en auto. Voor deze (sub)categorieën maken We tussen (1) parkeren woon functies enen niet-woonfuncties.

Binnen deze we maken gebruikonderscheid van twee nota’s: Nota voor Parkeernormen Fiets Scooter (2018) en (2) Nota categorieën vallen de(2017). subcategorieën scooter engeldt: auto.alles Voor deze (sub)categorieën maken Parkeernormen Auto Voor elke fiets, (sub)categorie wat je qua parkeren opneemt in we gebruik van tweestaat nota’s: Nota enenScooter en (2) kwijt. Nota het bestemmingsplan vast.(1)Hier kunParkeernormen je dan niet meerFiets van af raak je (2018) de flexibiliteit Parkeernormen (2017). elke (sub)categorieop geldt: alles wat je bestemmingsplan. qua parkeren opneemt in Het advies is danAuto ook om geenVoor harde parkeernormen te nemen in het het bestemmingsplan staat vast. Hier kun je dan niet meer van af en raak je de flexibiliteit kwijt. Het advies is dan ook om geen harde parkeernormen op te nemen in het bestemmingsplan. Wonen Aan Van Kopie Datum

Wonen Auto parkeren voor bewoners Het Amsterdamse beleid om bewoners geen parkeervergunning te geven is hier van kracht. Auto parkeren voor bewoners Bewoners moeten op eigen terrein (inpandig) parkeren en worden uitgesloten van een Het Amsterdamse beleid omook bewoners parkeervergunning geven is hier van hoeveel kracht. parkeervergunning. Dit geldt voor hetgeen Havenstraatterrein. Het isteaan de ontwikkelaar Bewoners moeten op eigen terrein (inpandig) parkeren en worden uitgesloten van een parkeerplekken er inpandig gerealiseerd zullen worden. De ontwikkelaar heeft zich te houden aan parkeervergunning. Dit geldt ook daarbinnen voor het Havenstraatterrein. Het is aan de ontwikkelaar hoeveel de Amsterdamse normen, maar is ruimte voor eigen invulling. Voor het sociale en parkeerplekken er inpandig gerealiseerd zullen worden. De ontwikkelaar heeft zich te houden aan de Amsterdamse normen, maar daarbinnen is ruimte voor eigen invulling. Voor het sociale en

Segment

Koop/huur

Sociaal Sociaal Sociaal Midden Midden Midden Vrije sector Totaal

huur huur huur huur huur koop huur/koop

Woonopp m2 GBO

Aantal

49 65 83 85 40 40 94

30%

50%

20% 100%

12% 12% 6% 25% 15% 10% 20% 100%

60 60 30 125 75 50 100 500

Min pnorm

Max p-norm

0 0 0 0 0 0,3 0,6

Auto Min Aantal pp

1 1 1 1 1 1 1

0 0 0 0 0 15 60 75

Max aantal pp.

60 60 30 125 75 50 100 500

In de praktijk zullen de parkeerplekken voor de sociale huurwoningen neerkomen op nul per woning, voor de midden huur en koopwoningen op 0,3 – 0,6 parkeerplekken per woning en de vrije sector op één parkeerplek per woning. Het is aan de projectontwikkelaar om uiteindelijk het aantal parkeerplekken voor de woonfuncties te bepalen. V&OR verwacht dat bij sociale huur de norm van 0 gehanteerd zal worden, bij midden huur én koop 0,3 en bij vrije sector 0,9- 1 parkeerplek per woning, wat neerkomt op 175 verwachte inpandige parkeerplekken. Auto parkeren voor bezoekers van bewoners Auto parkeren voor bezoekers moet in de openbare ruimte opgelost worden. De norm is hier gelijk voor alle segmenten en is 0.1 per woning. De tabel (bijlage 1) laat zien dat er voor het totale woon programma 50 auto parkeerplekken voor bezoekers zouden moeten komen. Deze plekken kunnen gecombineerd worden met de niet woon functies (zie meer hierover onder niet wonen). Fiets parkeren voor bewoners Fiets parkeren voor wonen moet ook inpandig opgelost worden. Als een ontwikkelaar volgens het bouwbesluit een woning maakt met een berging die toegankelijk is voor fietsen dan is dat voldoende. Ontwikkelaars hebben ook de mogelijkheid om gezamenlijk een collectieve fietsenstalling te maken. De hieronder gegeven minimumnormen gelden alleen in het geval van een collectieve fietsenstalling.

Een collectieve fietsenstalling heeft de voorkeur, omdat de kans dan groter is dat daar fietsen van bewoners komen te staan. Let goed op dat deze parkeerplekken inpandig extreem goed bereikbaar zijn (bijvoorbeeld half verdiept of in de plint).

58

Segment

Koop/huur

Sociaal Sociaal Sociaal Midden Midden Midden Vrije sector Totaal

huur huur huur huur huur koop huur/koop

Woonopp m2 GBO 49 65 83 85 40 40 94

Aantal woningen 60 60 30 125 75 50 100 500

Min p- norm

Min fpp

2 3 4 4 2 2 4

120 180 120 500 150 100 400 1570

Fiets parkeren voor bezoekers van bewoners Ten behoeve van de bezoekers voor wonen gelden andere normen. Hierbij geldt voor elk segment een norm van 0,5 fiets parkeerplekken per woningen. Voor het Havenstraatterrein zou dit 250 fiets parkeerplekken betekenen. Echter zijn 125 fiets parkeerplekken voldoende: er is namelijk sprake van voortschrijdend inzicht. De Nota Parkeernormen Fiets en Scooter stelt een bezoekersnorm per woning van 0,5. Dat lijkt nu te ruim. Een norm van 0,25 bezoekers fiets parkeerplek per woning lijkt voldoende.

gedeelte te accommoderen. De verwachting is dat de 50 parkeerplekken voldoende zijn voor het totale programma, maar het advies is om de 71 auto parkeerplekken zoals nu opgenomen in het VO aan te houden. Voor het niet wonen segment zijn er parkeercijfers bekend (het aantal parkeerplekken verreist per m2). Deze cijfers kunnen worden gebruikt bij het onderzoek om te bepalen of de 50 plekken voldoende zijn of we toch meer plekken moeten aanhouden. Voor horeca ligt het cijfer tussen 4-6 parkeerplekken per 100 m2, wat veel te hoog lijkt voor het Havenstraatterrein. Voor detailhandel gaat V&OR er vanuit dat het grotendeels op het Havenstraatterrein zelf is gericht en gebruikt daarom het kencijfer voor buurtsupermarkt. Dat kencijfer is 0,4 pp per 100 m2 bvo en komt bij 1500 m2 neer op 6 parkeerplaatsen. Maatschappelijke voorzieningen is een te brede groep om een kencijfer voor te kunnen geven maar gezien het lokale karakter is het onwaarschijnlijk dat hier veel auto’s voor zullen parkeren. Voor de consumentverzorgende dienstverlening geldt hetzelfde. Uitgaande van een functie zoals een bibliotheek voor de culturele voorzieningen wordt het kerncijfer 0,1 pp per 100 m2 bvo aangehouden, wat uitkomt op 1,5 parkeerplaats.

Scooter parkeren voor bewoners Ook scooters van bewoners moeten inpandig geparkeerd kunnen worden. Hierbij geldt een minimale norm van 0.13 parkeerplekken voor elk segment. Voor het Havenstraatterrein betekent dit in totaal 65 parkeerplekken voor scooters. Scooter parkeren voor bezoekers van bewoners Voor bezoekers die met een scooter komen hoeft geen rekening te worden gehouden. Niet wonen

Fiets parkeren werknemers Het is geen verplichting om het fiets parkeren te regelen op eigen terrein voor werknemers. Deze verplichting geldt alleen bij kantoren. De reden hiervoor is dat werknemers van kantoren (meestal) de gehele dag op kantoor zijn en maken dus de hele dag gebruik van de fiets parkeerplekken.

Onder het niet wonen programma valt de basisschool, de tramloods, bedrijven, detailhandel, horeca, maatschappelijke voorzieningen, consumentverzorgende dienstverlening en culturele voorzieningen. Voor het parkeerbeleid maken we onderscheid tussen de werknemers van de verschillende voorzieningen en de bezoekers.

Fiets en scooter parkeren bezoekers Zoals eerder is benoemd zouden 125 fiets parkeerplekken in de openbare ruimte voor bezoekers van bewoners voldoende moeten zijn. Hier komt de fiets parkeervraag van bezoekers aan de niet woon functies deels bovenop omdat het bezoek aan bijvoorbeeld horeca (deels) gelijktijdig plaatsvindt met het bezoek aan bewoners, namelijk ’s avonds. De normen voor de niet woon functies verschillen per functie en is niet van toepassing voor de school (hier gelden andere normen en regels) en de tramloods. Een tramloods is namelijk op zichzelf geen functie waar bezoekers op af komen. Wanneer groepen straks een ritje willen maken met een tram is het de vraag of zij met de fiets komen. Maar als dat zo zou zijn dan is het nu nog niet aan te geven hoeveel fietsverkeer dit dan oplevert.

Auto parkeren werknemers Het beleid om werknemers bij nieuwbouw geen parkeervergunning te geven is hier van kracht. Er geldt hier dus geen minimale norm voor parkeerplekken. Voor bedrijven geldt dat werknemers op eigen terrein dienen te parkeren waarbij een kencijfer van 1 parkeerplaats per 125 m2 bvo geldt. Als het om kleinschalige bedrijven gaat accepteren we ook dat er geen parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Maar ook dan krijgen werknemers geen parkeervergunning. De vrijwilligers van de toekomstige tramloods komen ook niet in aanmerking voor een parkeervergunning. Ten tijde van betaald parkeren zullen ook zij het geldende uurtarief moeten betalen voor het parkeren van hun auto, of deze in de tramloods parkeren.

m2

De enige uitzondering die gemaakt wordt is voor leraren. Zij kunnen maatschappelijke parkeervergunningen aanvragen, waarmee ze kunnen parkeren in de openbare ruimte op en rond het Havenstraatterrein. Voor de school geldt dat er 1 (maatschappelijke) vergunning per 10 voltijdswerknemers verstrekt worden. Voor een school van 400 leerlingen met tussen de 20 en de 29 voltijds fte betekent dit maximaal 3 maatschappelijke vergunningen.

Basisschool Tramloods Bedrijven milieucategorie 1 en 2, onder voorwaarden 3.1

Auto parkeren bezoekers Zoals eerder aangegeven, kunnen de 50 auto parkeerplekken voor bezoekers van bewoners gecombineerd worden met de parkeerplekken voor de niet woon functies. Er gelden hier geen aparte normen. Bij auto parkeren in het niet wonen programma moeten we uitgaan van dubbel gebruik. In de regel wordt er vanuit gegaan dat de meeste bezoekers van bewoners ’s avonds en in het weekend komen. Deze plekken in de openbare ruimte kunnen dus gecombineerd worden met bijvoorbeeld de parkeerplekken voor leraren van de school die met name overdag gebruikt worden. Geadviseerd wordt om beide programma’s te betrekken en te onderzoeken of je voldoende auto parkeerplekken in de openbare ruimte hebt meegenomen om ook het niet wonen

Detailhandel Horeca Maatschappelijke voorzieningen

59

Fiets pp Norm fpp Aantal fpp n.v.t. n.v.t.

Norm spp

Scooter

Aantal spp

n.v.t. n.v.t.

2 per 100 m2

0,25 per 100 m2

1500 m2 4 per 100 m2

60 0,25 per 100 m2

3,75

1500 m2 10 per 100 m2

150 0,5 per 100 m2

7,5

1500 m2 2 per 100 m2

30 0,25 per 100 m2

3,75

Consumentenverzorgende dienstverlening Culturele voorzieningen Totaal

1500 m2 2 per 100 m2

30 0,25 per 100 m2

3,75

1500 m2 2 per 100 m2

30 0,25 per 100 m2 300

3,75 22,5

Eerder is gesteld dat er 250 fietsplekken voor bezoekers van bewoners zouden moeten komen en 3o0 fiets parkeerplekken voor bezoekers van de niet wonen functies, ervan uitgaande dat de ontwikkelaar het maximaal aantal m2 niet-wonen realiseert dat het bestemminsplan mogelijk maakt. Zoals eerder uitgelegd is het niet nodig deze aantallen bij elkaar op te tellen, omdat er sprake is van voortschrijdende inzicht en dubbelgebruik. Voor wonen kan het aantal worden gehalveerd naar 125 fiets parkeerplekken. Ook zal er minder niet-wonen worden gerealiseerd. Al met al zouden 150-200 fiets parkeerplekken in totaal voldoende moeten zijn, aldus het advies van V&OR. Op het moment dat bekend is welk programma niet-wonen er wordt gerealiseerd moet gecontroleerd worden of dit aantal voldoende is of naar beneden of boven kan worden bijgesteld. Fietsenrekken voor deze fiets parkeerplekken zijn niet per se nodig. Dit neemt namelijk ook veel ruimte in beslag. Als alternatief kunnen we bijvoorbeeld – als daar ruimte voor is - ook een blok reserveren, maar zelfs dit is niet per se nodig. Belangrijk is wel dat de stoep een minimale vrije doorloop van 1.80 meter breed moet hebben (zie ook de nota voetganger). De fiets parkeerruimte komt hier dus nog extra bij. Fiets parkeren school De school zal het fiets parkeren op eigen terrein moeten oplossen.

Als het voor de basisschool niet mogelijk is om het fiets parkeren op eigen terrein op te lossen zal dit ook in de openbare ruimte moeten gebeuren. Voor het fiets parkeren van de school houden we net als bij de andere modaliteiten de Amsterdamse normen aan: 2-5 plekken per 10 leerlingen. Deze normen zijn vastgesteld door de raad en leidend in Amsterdam. De school zit aan de rand van een gebied dat een hoog fietsgebruik kent. Daarom is het belangrijk het fietsgebruik van de kinderen en ouders met de school te bespreken, zodat we goed kunnen bepalen welke norm we moeten/kunnen toepassen. Kijk hierbij ook naar de haalbaarheid: het is een klein schoolplein. Omdat het om een basisschool gaat is werken met dubbelhoge rekken niet haalbaar. De fietsenrekken moeten allemaal laag op de grond en daar is (extra) ruimte voor nodig. Het personeel van de school moet ook op het eigen terrein kunnen parkeren. Hoe en waar je dat doet voor het personeel is een vrije keuze: het kan ook apart van de leerlingen. Het personeel zit in de norm minimaal 2 - maximaal 5 per 10 'leerlingen'. Dit geldt ook voor het kinderdagverblijf. Voor het kinderdagverblijf is alleen fiets parkeren voor de werknemers van belang; de kinderen worden meestal alleen gebracht en gehaald door ouders/oppas en parkeren niet langdurig.

60

61

Ruimte en Duurzaamheid - 24 augustus 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10878303/1