2. Scan Arbeidsmigranten Amsterdam 25022025
Tekst van het document
Arbeidsmigratie in Amsterdam SCAN Werkgroep Arbeidsmigranten in samenwerking met Bureau Andersson Elffers Felix Integrale aanpak EU-arbeidsmigranten
14 februari 2025
INHOUD 1.
Vooraf ....................................................................................4
2.
Samenvatting scan .....................................................................5
3. 3.1 3.2 3.3
Inleiding ..................................................................................7 Aanleiding en achtergrond ............................................................. 7 Doel en reikwijdte van de scan ....................................................... 8 Onderzoekaanpak ....................................................................... 8
4. 4.1 4.2 4.3
Doelgroep .............................................................................. 10 Werkdefinities van arbeidsmigranten .............................................. 10 Vergelijking omvang doelgroep arbeidsmigranten in Amsterdam, MRA en G4 12 Beeld van de potentieel kwetsbare arbeidsmigrant in Amsterdam en MRA .. 13
5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
Registratie ............................................................................. 15 Hoe wordt registratie georganiseerd? .............................................. 15 Landelijke registratie-eisen ......................................................... 15 Algemeen beeld ....................................................................... 16 Actuele problematiek en knelpunten .............................................. 16 Huidig beleid en initiatieven ........................................................ 17 Toezicht en handhaving .............................................................. 17
6. 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
Werk en inkomen .................................................................... 18 Landelijk beeld en ontwikkelingen ................................................. 18 Sectoren en werkgevers .............................................................. 18 Ontwikkeling belangrijkste werkgemeenten in de MRA 2010 - 2022 ........... 19 Actuele problematiek rond arbeidsmarktpositie ................................. 20 Huidig beleid en initiatieven ........................................................ 21 Toezicht en handhaving .............................................................. 22
7. 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8
Huisvesting ............................................................................ 23 Algemeen beeld ....................................................................... 23 Arbeidsmigranten wonend in de stad .............................................. 23 Landelijke ontwikkelingen ........................................................... 23 Type huisvesting ....................................................................... 24 Actuele problematiek huisvesting .................................................. 24 Huidig beleid huisvesting............................................................. 25 Toezicht en handhaving .............................................................. 25 Projecten ............................................................................... 26
8. 8.1 8.2 8.3 8.4
Zorg en Welzijn ....................................................................... 27 Algemeen beeld ....................................................................... 27 Actuele problematiek................................................................. 28 Huidig beleid en initiatieven ........................................................ 29 Toezicht en handhaving .............................................................. 30
9. 9.1 9.2 9.3
Informatie en dienstverlening ..................................................... 31 Algemeen beeld ....................................................................... 32 Actuele problematiek................................................................. 32 Huidig beleid en initiatieven ........................................................ 33 2
10. 10.1 10.2 10.3 10.4 10.5
Conclusies en aanknopingspunten voor brede aanpak per leefdomein .... 34 Registratie.............................................................................. 34 Werk en Inkomen ...................................................................... 35 Huisvesting ............................................................................. 36 Zorg en Welzijn ........................................................................ 37 Informatie en Dienstverlening ....................................................... 37
11.
Betrokken organisaties .............................................................. 39
12.
Bijlagen: kwantitatieve onderzoeks-rapportages Onderzoek en Statistiek40
13.
Literatuurlijst ......................................................................... 41
3
1.
Vooraf
Amsterdam is een aantrekkelijke bestemming voor veel migranten, zo ook voor arbeidsmigranten. Deze mensen leveren een belangrijke bijdrage aan de Amsterdamse economie, en tegelijkertijd zijn er uitdagingen die gepaard gaan met arbeidsmigratie. Zoals het waarborgen van goede huisvesting, werkomstandigheden en de toegang tot voorzieningen. Het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigratie van het ministerie van Sociale Zaken, Welzijn en Sport (SZW) heeft dit vraagstuk onder leiding van Emile Roemer landelijk op de agenda gezet en benadrukt de noodzaak om arbeidsmigranten onderdeel te laten zijn van bestaand en nieuw beleid.1 Ook in Amsterdam willen we aan de slag gaan met de ontwikkeling van een integrale aanpak rond arbeidsmigratie. Een integrale aanpak kan leiden tot meer grip op en inzicht in de problematiek rond de doelgroep en oplossingen in aansluiting op nationale, regionale en lokale ontwikkelingen en beleid. Het kan leiden tot effectievere ondersteuning voor arbeidsmigranten in Amsterdam en daarmee een kwetsbare positie voor deze migranten voorkomen. Het kan verder ook bijdragen aan het verlichten van de toenemende druk vanuit deze doelgroep op sociale voorzieningen. Om te komen tot een integrale aanpak die zich op de juiste gebieden richt hebben wethouders Mbarki en Groot Wassink voorjaar 2024 opdracht gegeven tot een verkennend onderzoek, een ‘scan’.
Met als doel het verkrijgen van een breed en actueel beeld van arbeidsmigratie in de stad, en de uitdagingen die hiermee gepaard gaan. De scan is tot stand gekomen vanuit de brede interne werkgroep Arbeidsmigranten, met representanten van directies WPI, EZC, JZD, OOV, Wonen, Dienstverlening, programma MA&O en met een externe projectleider. En in samenwerking met onderzoeksafdeling Onderzoek en Statistiek (O&S), de GGD, (ervarings-) deskundigen, ambtenaren en professionals vanuit o.a. maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven.
1
Geen tweederangsburgers, Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, 30 oktober 2020
4
2.
Samenvatting scan
Grootte van de doelgroep arbeidsmigranten wonend in de stad en regio Deze scan schept een integraal beeld van arbeidsmigratie in Amsterdam. De scan richt zich voornamelijk op EU-arbeidsmigranten. Er zijn in de gemeentelijke basisregistratie (BRP/GBA) 78.000 arbeidsmigranten ingeschreven in de Metropoolregio Amsterdam (MRA), en daarnaast 23.000 kinderen van arbeidsmigranten. In Amsterdam wonen zo’n 40.000 arbeidsmigranten. Deze groep groeit al jaren met ruim vijf procent per jaar. Relatief wonen de meeste arbeidsmigranten in stadsdelen Nieuw-West en Zuidoost. De buurten waar de meeste arbeidsmigranten wonen zijn De Punt, Venserpolder West en Osdorp Zuid. Naar verwachting is het werkelijke aantal arbeidsmigranten dat in Amsterdam en de MRA verblijft een stuk hoger dan beschreven, omdat een grote groep alleen in de landelijke registratie voor niet-ingezetenen (BRP/RNI) staat. Voor hen is geen inzicht in de verblijfplaats. Een grove schatting is daarmee dat in de praktijk minimaal 80.000 arbeidsmigranten in Amsterdam verblijven. Potentieel kwetsbare arbeidsmigranten O&S brengt specifiek een groep laagbetaalde, potentieel kwetsbare arbeidsmigranten in Amsterdam in beeld. Het gaat om zo’n 17.000 personen, waarvan 10.000 afkomstig uit een EUland.
Voor deze groep geldt dat zij een laag inkomen hebben - maximaal €23.841 op jaarbasis -, dat zij werkend of werkloos kunnen zijn, en geen partner hebben met de Nederlandse nationaliteit en/of een hoger inkomen. Deze groep is naar verwachting extra vatbaar voor uitbuiting en kwetsbaarheid. Arbeidsmigranten en werk in Amsterdam en regio Er werken ongeveer 260.000 ‘internationale werkers’ in de MRA in loondienst. Het gaat om ongeveer 130.000 arbeidsmigranten en evenveel kennismigranten. Van de arbeidsmigranten werkt bijna de helft, 60.ooo mensen, in Amsterdam. Diemen, Haarlemmermeer, Haarlem, Zaanstad en Almere zijn in de regio de belangrijkste werkgemeenten. In Amsterdam werken de meeste arbeidsmigranten in de horeca, logistiek, detailhandel, maaltijdbezorging en voor uitzendbureaus. Vergelijking G4-steden Nationaal en ook in G4-steden Amsterdam, Utrecht en Rotterdam vormen Poolse arbeidsmigranten de grootste groep. Vergeleken met andere G4-steden wonen in Amsterdam veel Italiaanse en Spaanse arbeidsmigranten en werken zij vaker in de detailhandel. Het aandeel arbeidsmigranten in Amsterdam is ongeveer gelijk aan dat van Rotterdam. In Den Haag is dit aandeel een stuk hoger. Utrecht en Amsterdam hebben relatief meer kennismigranten dan arbeidsmigranten.
Geen zicht op groot deel van de arbeidsmigranten door gebrekkige registratie Een groot maar onbekend deel van de arbeidsmigranten schrijft zich alleen in de registratie nietingezetenen (BRP/RNI) in, en niet op een adres in een gemeente (BRP/GBA). Inschrijving in beide systemen geeft een burgerservicenummer (bsn), waarmee gewerkt kan worden. Bij verblijf in Nederland langer dan vier maanden is er een plicht tot inschrijven in de BRP/GBA, maar dit gebeurt veelal niet. Het BRP/RNI systeem is niet inzichtelijk. De gebrekkige registratie maakt een accuraat beeld vormen van de groep arbeidsmigranten verblijvend in Amsterdam onmogelijk, en belemmert rechtenopbouw voor de arbeidsmigrant zelf. Een andere uitdaging zijn de wachtlijsten voor inschrijving bij de BRP/GBA en BRP/RNI loketten. Hierop wordt inmiddels actie ondernomen.
5
Arbeidsmigranten hebben een kwetsbare arbeidsmarktpositie Arbeidsmigranten werken veelal via flexibele contracten, zowel via uitzendbureaus als direct in dienst bij werkgevers. En daarnaast in Amsterdam steeds vaker via zzp-contracten – met name in horeca en als maaltijdbezorger. Misstanden komen relatief vaak voor in de horeca-branche, schoonmaak, bouw en logistiek, en huishoudelijk werk, zegt FairWork die ondersteuning biedt. Toenemende schijnzelfstandigheid waarmee werkgevers verantwoordelijkheden en premieafdrachten omzeilen, is daarnaast een uitdaging; net als de koppeling van werk en wonen die ondanks nieuwe regelgeving nog steeds veel speelt. Verbeteren van slechte woonomstandigheden lastig door krapte op de woningmarkt De meeste arbeidsmigranten huren in de particuliere huursector. Het aantal overlastmeldingen rond huisvesting van arbeidsmigranten groeit in Amsterdam en er zijn signalen dat arbeidsmigranten onder slechte omstandigheden wonen. Een gebrek aan binding met de buurt is daarnaast een uitdaging. Er zijn verschillende nieuwe maatregelen, zoals de Wet goed verhuurderschap, die hier verbetering in moeten brengen. Dit kan helpen bij het verbeteren van woonomstandigheden, maar wanneer handhaving leidt tot verlies van een gebrekkige woning, ligt met de krapte op de huizenmarkt dakloosheid op de loer.
Verschillende woonprojecten richten zich nu op onder andere (arbeids-)migranten en meer samenwerking met bijvoorbeeld werkgevers, wijkagenten en de buurt voor betere leefbaarheid. Toegang tot zorg moet laagdrempeliger Inmiddels is 80% van de mensen die op straat slapen EU-migrant. Het gaat om 1800 – 2400 personen. Kwetsbaarheid neemt bij hen snel toe en overlast veroorzaakt door een deel van deze groep zet daarnaast de leefbaarheid in de stad onder druk. Het aantal dakloze arbeidsmigranten in de stad blijft, ondanks een ketenaanpak, toenemen. Dat is onder andere zichtbaar in de inloophuizen van AMOC en de winteropvang. Een grote en groeiende groep arbeidsmigranten die elders werk en woning verliest, trekt naar Amsterdam in de hoop werk en (instabiele) huisvesting te vinden. Bij aanhoudende problemen wachten zij vaak (te) lang voor zij hulp zoeken. Arbeidsmigranten die hun werk verliezen, verliezen daarbij vaak ook hun inschrijfadres en daarmee ook hun zorgverzekering. Ondertussen wordt de onverzekerdenzorg als gevolg van voorgenomen landelijke bezuinigen onzekerder. Er is nu wel meer zicht op de rechten van EUburgers op gelijke behandeling. De nationale ‘Checklist gelijke behandeling’ wordt in Amsterdam gebruikt bij het bepalen van recht op een beoordeling tot Wmo-opvang.
Verbeteren van slechte informatiepositie onder arbeidsmigranten is noodzaak Arbeidsmigranten in Amsterdam hebben een zeer beperkte informatiepositie, zo stellen professionals en vrijwilligers uit het veld. Zij hebben geen of gebrekkige kennis van de Nederlandse taal, regelgeving, rechten en mogelijkheden tot ondersteuning. Hierdoor wordt (te) laat actie ondernomen bij problemen. Door het ontbreken van een publiek ondersteuningssysteem is er voor de doelgroep grote afhankelijkheid van incidentele en informele netwerken, die ook niet altijd de juiste kennis en capaciteiten bezitten. Een brede aanpak Arbeidsmigratie Oplossingen voor de uitdagingen rond arbeidsmigranten vergen een brede, opgavegerichte benadering, en maatregelen op zowel nationaal, regionaal als stedelijk niveau. Een brede aanpak kan leiden tot snellere en juiste registratie van arbeidsmigranten in Amsterdam, waardoor er meer zicht komt op de doelgroep en misstanden. Ook kan het leiden tot betere woon- en werkomstandigheden, deugdelijk werk- en opdrachtgeverschap, en adequate ondersteuning bij misstanden en/of verlies van woning en/of werk. Verder kan het zorgen voor snellere, laagdrempeligere toegang tot zorg en ondersteuning voor zowel arbeidsmigranten als hun kinderen, met het oog op een passend perspectief en opgebouwde rechten.
En tot slot kan het toewerken naar laagdrempelige toegang tot informatie en diensten in eigen taal, voor een zelfredzaam verblijf in Amsterdam, en tot een vangnet bij schending van rechten.
6
3.
Inleiding
3.1 Aanleiding en achtergrond Arbeidsmigranten leveren een belangrijke bijdrage aan de lokale economie. Door het vervullen van vacatures waarvoor weinig belangstelling is onder Nederlanders helpen zij onder andere de effecten van de vergrijzing op te vangen. De afgelopen jaren is de arbeidsmigratie in Nederland sterk gegroeid. Tussen 2006 en 2021 is het aantal arbeidsmigranten in Nederland verviervoudigd. Een trendmatige ontwikkeling zorgt volgens berekeningen voor een toename van 735 duizend arbeidsmigranten in 2019 tot bijna 1,2 miljoen in 2030.2 Het merendeel van de arbeidsmigranten heeft werk en is relatief zelfredzaam. Maar met de groei van de arbeidsmigratie nemen ook (maatschappelijke) uitdagingen toe, zoals malafide praktijken, arbeidsmatige misstanden, mensenhandel en dakloosheid. Voor een deel van de groep is het hierdoor lastig om een veilige basis te vinden in Nederland en Amsterdam. Deze situaties hebben een directe impact op de mensen die het betreft, en op de stad. De druk op maatschappelijke voorzieningen is hoog en steeds vaker vormen arbeidsmigranten een groeiend aandeel van de gebruikers, bijvoorbeeld bij de daklozenopvang. Stadsdelen geven het signaal af dat de leefbaarheid in de stad steeds meer onder druk staat3. Bewoners ervaren in toenemende mate overlast.
Onder andere van arbeidsmigranten die na verlies van werk en woning op straat belanden waar zij makkelijk verder afglijden en verslaving en GGZ-problematiek op de loer liggen4. Om de positie van arbeidsmigranten te verbeteren en problematiek voor de doelgroep en de stad te voorkomen is een brede benadering en integrale aanpak nodig. In Amsterdam wordt op verschillende leefgebieden ondersteuning geboden aan arbeidsmigranten en zijn een aantal bovenwettige voorzieningen ontwikkeld. Een samenhangende ondersteuningsstructuur ontbreekt echter en richt zich vooralsnog vooral op de excessen zoals dakloosheid en mensenhandel, en op toezicht en handhaving rondom prostitutie. De ambitie is om meer in te zetten op preventie van kwetsbaarheid en misstanden, en hierop een brede integrale aanpak te ontwikkelen. Op nationaal niveau en in een aantal andere gemeenten en regio's staat arbeidsmigratie al hoog op de agenda. Onder andere Den Haag, Rotterdam en provincie Brabant hebben al een brede aanpak. In het regeerakkoord van het huidige kabinet wordt expliciet aandacht besteed aan dit thema. Daarbij staan de aanbevelingen uit de Roemer-rapportage5 centraal en wordt benadrukt dat deze moeten worden uitgevoerd. De VNG heeft 32 standpunten opgesteld t.a.v. arbeidsmigranten6 en biedt gemeenten ondersteuning bij beleidsontwikkeling.
Er worden inmiddels verschillende landelijke initiatieven gerealiseerd om arbeidsmigratie beter te reguleren en de werk-, woon en leefomstandigheden voor deze doelgroep te verbeteren. Er zijn al grote steden en regio's die brede aanpakken hebben ontwikkeld en best practices kunnen laten zien, en er zijn verschillende landelijke en regionale onderzoeken uitgevoerd die waardevolle inzichten bieden. Deze scan is ingegeven door de noodzaak om een beter beeld te krijgen van de situatie van EU-arbeidsmigranten in Amsterdam en de factoren die bijdragen aan hun kwetsbaarheid. Op basis 2 SEO economisch onderzoek Arbeidsmigratie in 2030. Mogelijke ontwikkelingen in vier scenario’s 3
Rapport: Zorg en overlast in de openbare ruimte en achter de voordeur in Amsterdam op wijkniveau 2019-2022: Een inventarisatie op basis van beschikbare data (GGD, februari 2024) 4 Notitie ‘Meer integraal en minder vrijblijvend handelen bij overlast en onveiligheid in de stadsdelen’ - Signalen over- en onderzoek naar overlast in de stadsdelen en inzichten uit de Voorjaarsdriehoek 2024 over onbegrepen en onveilig gedrag 5 Geen tweederangsburgers, Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, 30 oktober 2020 6 vng-standpunten-arbeidsmigranten.pdf
7
van de bevindingen kan een aanpak ontwikkeld worden gericht op de lokale context en in verbinding met regionale en landelijke ontwikkelingen. 3.2 Doel en reikwijdte van de scan Het doel van deze scan is om een integraal beeld te scheppen van de impact van arbeidsmigratie in en op Amsterdam. Het gaat hierbij zowel om de toegevoegde waarde van arbeidsmigratie aan de stad, als om de uitdagingen die arbeidsmigranten en de stad als geheel ondervinden. We kijken hoofdzakelijk naar EU-arbeidsmigranten, omdat zij zonder meer de hoofdgroep vormen en zonder visum aan de slag kunnen in Nederland door het vrije verkeer van personen en diensten tussen de EU-landen. Het doel van deze scan is om een integraal beeld te scheppen van de impact van arbeidsmigratie in en op Amsterdam. De scan biedt een breed overzicht van de situatie en richt zich op het verkrijgen van: • Een beeld van de doelgroep, inclusief inzicht in het potentieel kwetsbare deel van de arbeidsmigranten. • Een inventarisatie van actuele problematiek binnen belangrijke domeinen, waaronder werk, huisvesting, registratie, en zorg en welzijn. • Inzicht in factoren die problematiek op deze gebieden kunnen veroorzaken, waarbij aandacht wordt besteed aan kwetsbare elementen in het systeem. • Een eerste inzicht in de uitdagingen én kansen, als richting voor toekomstige beleidsvorming en interventies.
De brede reikwijdte van de scan maakt het mogelijk om trends en verbanden te identificeren die zich op verschillende niveaus en domeinen voordoen. Dit draagt bij aan het ontwikkelen van een gerichte, samenhangende aanpak die de positie van arbeidsmigranten in Amsterdam en de leefbaarheid in de stad ten goede komt. 3.3 Onderzoekaanpak Om tot deze scan te komen zijn verschillende onderzoeksmethoden ingezet die parallel aan elkaar en in samenhang met elkaar zijn uitgevoerd. De basis voor de scan en de onderzoeksvragen die zijn meegenomen is een documentstudie. Hiervoor is gebruikgemaakt van onderzoeken en beleidsdocumenten die al beschikbaar zijn op landelijk niveau of vanuit andere gemeenten. Belangrijke bronnen hierbij zijn het rapport ‘Geen tweederangsburgers’ van het aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten en verschillende rapporten van de adviesraad migratie.7 In samenwerking met de afdeling Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam en GGD Amsterdam is kwantitatieve data verzameld over arbeidsmigranten in gemeente Amsterdam en de Metropoolregio Amsterdam (MRA), veelal met behulp van de data uit de Migrantenmonitor van CBS8. Ook is gebruik gemaakt van de Monitor Internationals van Decisio (2024) 9. Door verschillen in definities en kaders in de verschillende geraadpleegde onderzoeken zijn cijfers vaak niet vergelijkbaar.
Maar naast elkaar vormen deze toch een relevant en bruikbaar beeld. Ook moet vermeld worden dat de doelgroep die in beeld gebracht kan worden door middel van kwantitatieve data niet alle arbeidsmigranten betreft die binnen de werkdefinitie vallen, o.a. omdat door gebrekkige registratie een deel van de gehele doelgroep niet in de data voorkomt, of 7 Geen tweederangsburgers, Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, 30 oktober 2020
Migratiemonitor: inwoners van de Metropoolregio in vier groepen, 2023 Afgewogen arbeidsmigratie – Gericht arbeidsmigratiebeleid voor brede welvaart, 2024 Geen derderangsburgers: de risico’s voor gedetacheerde arbeidsmigranten en de Nederlandse samenleving, 2024 8 Migrantenmonitor 2021 en 2022 | CBS 9 Monitor Internationals 2010 – 2022 Regiorapportage Metropoolregio Amsterdam – Desicio (2024)
8
niet te herleiden is naar onze stad. Door middel van kwalitatief onderzoek zijn inzichten uit de literatuur en het kwantitatieve onderzoek verdiept. Hiervoor zijn gesprekken gevoerd met betrokken partijen in de stad en organisaties die landelijke opereren en ook een beeld hebben van de situatie in de stad. In dit deel ligt de focus op impact van arbeidsmigratie op de stad Amsterdam en niet op de hele arbeidsmarktregio Groot Amsterdam, of MRA. Door de gecombineerde aanpak biedt de scan zowel een cijfermatige basis als een rijk beeld van de praktijk en het beeld in de stad. Leeswijzer Hoofdstuk 3 bevat de inleiding op de scan. De doelgroep wordt omschreven in hoofdstuk 4. Vanaf hoofdstuk 5 komen de inhoudelijke thema’s aan bod te beginnen met ‘Registratie’. ‘Werk en Inkomen’ staat centraal in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 komt ‘Huisvesting’ aan bod. Hoofdstuk 8 bevat informatie over ‘Zorg en Welzijn’. ‘Informatie en Dienstverlening’ is opgenomen in hoofdstuk 9. Tot slot staan de conclusies en aanbevelingen in hoofdstuk 10. De literatuurlijst en het overzicht van betrokken partijen en organisaties zijn hierna bijgevoegd. De kwantitatieve onderzoekrapportages van Onderzoek en Statistiek en GGD zijn bijlagen bij deze scan.
9
4. Doelgroep
4.1 Werkdefinities van arbeidsmigranten De definitie van ‘arbeidsmigrant’ is niet eenduidig en wordt door bijvoorbeeld het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten van het ministerie van SZW en de VNG net anders omschreven. Ook in onderzoek worden verschillende criteria aangehouden, bijvoorbeeld als het gaat om herkomstland, inkomen en verblijfsduur in Nederland. Deze gegevens kunnen daarom niet goed met elkaar worden vergeleken, maar geven naast elkaar wel een beeld van de doelgroep. Dat een significant deel van de doelgroep niet in een gemeente staat ingeschreven maar alleen in de registratie voor niet-ingezetenen (BRP/RNI) maakt accuraat bepalen van de omvang van de doelgroep onmogelijk. Omdat het zonder twijfel wel een zeer grote groep betreft proberen we wel een grove inschatting te maken van de omvang. Met gemeentelijke inschrijving bedoelen we inschrijving in de Basisadministratie Persoonsgegevens/Gemeentelijke basisadministratie, ofwel BRP/GBA. Met de registratie niet-ingezetenen verwijzen we naar de Registratie Niet-Ingezetenen, ook onderdeel van de Basisregistratie Persoonsgegevens, ofwel BRP/RNI. 10 Over de registraties wordt meer toegelicht in hoofdstuk 5. De arbeidsmigrant In deze scan scheppen we een overkoepelend beeld van een brede groep arbeidsmigranten door de vergelijking met andere groepen migranten, met de regio en met andere steden.
Het gaat hier om arbeidsmigranten van binnen en buiten de EU, met een inkomen tot de grens die geldt voor een kenniswerker (expat), die in loondienst is bij een Nederlandse organisatie en ingeschreven in de gemeente (BRP/GBA). Naast de eerdergenoemde groep niet-ingezeten arbeidsmigranten worden in deze gegevens ook arbeidsmigranten die ZZP-er zijn, inmiddels werkloos zijn of bijvoorbeeld zwart werken, dus niet meegeteld. De potentieel kwetsbare arbeidsmigrant Daarnaast schetsen we een beeld van een deel van de arbeidsmigranten in Amsterdam die verkeert in een positie die hen extra gevoelig maakt voor uitbuiting of kwetsbaarheid. Zij verdienen maximaal € 23.841 per jaar en hebben geen partner met een boven-norm inkomen en/of de Nederlandse nationaliteit. Zijn kunnen dus naast werkend in loondienst ook werkloos zijn, zwart werken en/of als ZZP-er werken. We noemen deze groep in dit rapport “potentieel kwetsbare arbeidsmigranten”. Het onderzoeksrapport van Onderzoek en Statistiek richt zich op deze groep, en maakt voor zover mogelijk ook een inschatting van de BRP/RNI- groep. Arbeidsmigranten uit de Europese Unie11 De focus ligt in deze scan op arbeidsmigranten uit de EU. Zij mogen zonder visum of verblijfsvergunning in Nederland werken.
In Amsterdam verblijven uiteraard ook mensen van buiten de EU die om verschillende redenen naar Nederland zijn gekomen maar hier niet langer mogen verblijven. Een klein deel van hen heeft via bepaalde routes, bijvoorbeeld een vergunning verkregen in andere EU-land, ook toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Maar in de regel kunnen migranten van buiten de EU niet officieel werken in Nederland en hebben vaak ook geen recht op opvang of huisvesting. Dit geldt bijvoorbeeld voor migranten van buiten de EU die naar Amsterdam zijn gekomen om te werken en na afloop van hun visum of verblijfsvergunning zijn gebleven. 10
De juridische terminologie: BRP-ingezetene en BRP-niet ingezetene. In onderhavig stuk wordt de ‘oude’ terminologie benut die in het algemeen spraakgebruik nog gangbaar is en duidelijker het onderscheid weergeeft; BRP/GBA voor de ingezetenen en BRP/RNI voor de niet-ingezetenen. 11 Met EU worden in dit rapport de 27 EU landen én EFTA landen bedoeld
10
Ook derdelanders die om andere redenen naar Nederland zijn gekomen maar wiens verblijfsaanvraag is afgewezen of verlopen verblijven soms nog in Amsterdam, bijvoorbeeld uitgeprocedeerde asielzoekers. Deze groep ongedocumenteerden kent fundamenteel andere rechten op verschillende domeinen dan EU-arbeidsmigranten. Toch kan de problematiek soms in de praktijk overlappen. In deze scan, en het beleidsmatige vervolg hierop, zal aandacht zijn voor deze overeenkomsten. De arbeidsmigrant als één van de migrantengroepen in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) Onderstaand figuur geeft een indruk van de verschillende migrantengroepen, ofwel ‘internationals’ in de MRA. Onder de migranten die werken, ook wel ook wel ‘internationale werkers’ genaamd, is onderscheid gemaakt tussen arbeidsmigranten en kennismigranten, deze groepen zijn ongeveer even groot. Alle migrantengroepen wonend in de MRA zijn, aflopend in omvang: kinderen, inkomensafhankelijke partners (verhuizen veelal mee met kennismigrant of arbeidsmigrant), studenten, ontheemde Oekraïners en statushouders. Zoals gezegd gaat het hier om arbeidsmigranten die zijn ingeschreven in de basisadministratie van een gemeente (GBA/BRP). Arbeidsmigranten die niet ingeschreven zijn, alleen geregistreerd zijn in de Registratie NietIngezetenen (RNI), of ongedocumenteerd zijn, worden hier niet meegenomen.
Internationals: verschillende doelgroepen migranten werkend en wonend in de MRA
Monitor Internationals 2010 – 2022 Metropoolregio Amsterdam. Decisio, juni 2024
11
4.2 Vergelijking omvang doelgroep arbeidsmigranten in Amsterdam, MRA en G4
Grootte van de doelgroep in de MRA en Amsterdam Hiernaast schetsen we een beeld van de omvang van de doelgroepen kennismigranten, arbeidsmigranten en potentieel kwetsbare arbeidsmigranten in relatie tot het totaal aantal inwoners van de MRA. In totaal wonen er 186.255 internationale werkers in de MRA. Dat is ongeveer 7,5% van alle inwoners van de MRA. Deze groep bestaat uit 108.460 kennismigranten en 77.795 arbeidsmigranten. Sinds 2010 groeit de groep arbeidsmigranten in de MRA jaarlijks met 6,1 procent. Het merendeel, 84 procent, komt uit een EU-land. Ook wonen er zo’n 23.000 kinderen van arbeidsmigranten in de MRA. De eerdergenoemde groep potentieel kwetsbare arbeidsmigranten bestaat in de MRA uit ongeveer 10.000 personen. In Amsterdam wonen 39.815 arbeidsmigranten in loondienst en BRP/GBA ingeschreven, de helft van het aantal in de hele MRA. Deze groep neemt sinds 2010 jaarlijks gemiddeld met 5,1 procent toe.
Figuur 2: Internationale werkers in Vergelijking doelgroep arbeidsmigranten in Amsterdam Nederland Rotterdam, Utrecht en Den Haag Op gemeenteniveau zien we in een vergelijking van het aandeel arbeidsmigranten ten opzichte van het totale inwoneraantal tussen Amsterdam en andere G4 steden, dat Amsterdam verhoudingsgewijs vergelijkbaar is met Rotterdam. Ongeveer 1,55% van de inwoners is EU-arbeidsmigrant met een inkomen van maximaal 130% van het wettelijk minimumloon. In Rotterdam is dat 1,46%. In den Haag ligt het aandeel hoger: 2,07%12. In de tabel hieronder worden de groepen arbeidsmigranten in de G4-steden vergeleken in omvang, herkomstlanden, en werksectoren, en ook met de doelgroep kennismigranten (Decisio-definitie). Arbeidsmigranten van binnen en buiten EU ingeschreven in BRP/GBA in loondienst (afgerond) Arbeidsmigranten
Kennismigranten
Wonend
Werkend l
Land van herkomst (regio)
Sectoren
Wonend
Werkend
Amsterdam
40.000
60.000
90.500
25.500
27.500
uitzendbureau, zakelijke dvl, horeca, detailhandel uitzendbureau, zakelijke dvl. horeca
70.000
Rotterdam
Polen 18%, Spanje 8%, Roemenië 7%, Italië 7% Polen 29% Roemenië 14% Bulgarije 11%
17.500
18.500
Den Haag
28.500
35.500
Bulgarije 39% Polen 15%
17.000
14.500
Utrecht
9.500
10.500
Polen 26%, Roemenen 8%, Bulgarije 6%
uitzendbureau, zakelijke dvl. landbouw en visserij, horeca uitzendbureaus, zakelijke dvl, horeca
13.000
18.000
Bron: Monitor Internationals Decisio.
In Amsterdam en Den Haag werken veel meer arbeidsmigranten dan er wonen (en BRP/GBA ingeschreven staan). In Den Haag is deze groep, afgezet tegen aantal inwoners, het grootst in de 12 Migrantenmonitor 2022, CBS
12
G4. In Amsterdam en Utrecht werken en wonen meer kennismigranten dan arbeidsmigranten. In Rotterdam en Den Haag geldt het tegenovergestelde. De groep arbeidsmigranten uit Polen vormt nog steeds de grootste groep, ook landelijk, maar neemt af. Vermoedelijk omdat de economie in Polen de laatste jaren hard groeit, en Polen nu minder vaak arbeidsmarktkansen buiten eigen land opzoeken. In alle steden werken arbeidsmigranten hoofdzakelijk via uitzendbureaus. En daarnaast ook in de sector zakelijke dienstverlening en horeca. Welke typen werk onder deze termen vallen is veelal onduidelijk. In Den Haag vormen de Bulgaren met 39% veruit de grootse groep, hier werken arbeidsmigranten vaker in de landbouw en visserij. In Amsterdam zijn ook Spanjaarden en Italianen sterk vertegenwoordigd en, en is ook de detailhandel een belangrijke sector. Werkelijk aantal arbeidsmigranten, inclusief niet-ingezeten, veel hoger Een grove richtlijn bij bepalen van het aantal niet ingeschreven arbeidsmigranten is dat deze groep minstens zo groot is als de groep ingezetenen13. Hiermee komen we op een conservatief geschat aantal van 80.000 arbeidsmigranten die in Amsterdam verblijven en zowel BRP/GBA als BRP/RNI ingeschreven; en zo’n 160.000 personen in de hele MRA.
4.3 Beeld van de potentieel kwetsbare arbeidsmigrant in Amsterdam en de MRA Onderzoeksafdeling O&S heeft uitgebreid gekeken naar een groep arbeidsmigranten die we ‘potentieel kwetsbaar’ noemen. We beschrijven op basis van RNI/GBA-inschrijvingen enkele demografische kenmerken14. We geven daarnaast een inschatting van de grootte van de groep die BRP/RNI-ingeschreven is, door hen die in de MRA en Amsterdam werken mee te nemen. Voor deze groep geldt dat zij een laag inkomen hebben (maximaal €23.841 op jaarbasis), dat zij werkend of werkloos kunnen zijn, en geen partner met een hoger inkomen hebben. Het gaat hierbij dus onder andere om de arbeidsmigrant die werkloos is geraakt maar nog wel in Amsterdam verblijft. Omvang groep potentieel kwetsbare arbeidsmigranten O&S heeft op basis van de groep arbeidsmigranten die niet BRP/GBA ingeschreven is een schatting gemaakt van de omvang van de groep die BRP/RNI ingeschreven is. Een schatting van de omvang van deze totale groep laagbetaalde, potentieel kwetsbare arbeidsmigranten in de MRA is 24.000 personen. Daarvan wonen er 17.000 in Amsterdam, en van hen zijn 10.000 personen afkomstig uit een EU-land. Aantallen laagbetaalde, potentieel kwetsbare EU-arbeidsmigranten
Aantal potentieel kwetsbare EU-arbeidsmigranten in MRA en Amsterdam. bron: CBS, bewerking O&S
Van de 10.000 BRP/GBA geregistreerde potentieel kwetsbare arbeidsmigranten in de MRA wonen er bijna 6.000 in de gemeente Amsterdam. De rest woont in andere MRA-gemeenten.
13 Schatting vanuit gesprekken met professionals tijdens uitvoering van de scan.
14 Zie het O&S onderzoek in bijlage ‘Kwantitatieve analyse Onderzoek en Statistiek’ voor een gedetailleerde
uitwerking van de selecties die zijn toegepast om tot deze aantallen te komen.
13
Demografie van de potentieel kwetsbare arbeidsmigrant Qua leeftijdsverdeling zien we dat twee derde van de potentieel kwetsbare arbeidsmigranten die als ingezetene geregistreerd staan jonger is dan 36 jaar. Het grootste deel van de mensen in deze doelgroep vormt een eenpersoonshuishouden. In Amsterdam is het aandeel in een eenpersoonshuishouden 56 procent; iets groter dan in de rest van de MRA (51 procent). Voor Amsterdam zijn de nationaliteiten die het vaakst voorkomen onder de potentieel kwetsbare arbeidsmigranten die werken de Bulgaarse (18%), Italiaanse (17%), Spaanse (14%), en Roemeense (9%) nationaliteit. Voor de overige gemeenten in de MRA zijn dat de Poolse (38%) en Bulgaarse (30%) nationaliteit, en daarna de Roemeense (9%). Hoewel de onderzoeksdoelgroepen van O&S en Desicio verschillen in criteria en daarom niet goed vergelijkbaar zijn, duiden deze cijfers erop dat Bulgaren en Polen in de MRA relatief vaker tot de potentieel kwetsbare groep behoren. Het totale aandeel Bulgaarse arbeidsmigranten wonend in de MRA is slechts 5%; het aandeel Poolse arbeidsmigranten is 18%. Verblijfsduur potentieel kwetsbare arbeidsmigrant Van alle potentieel kwetsbare arbeidsmigranten in Amsterdam is ruim driekwart korter dan zes jaar in Nederland. Uit landelijk onderzoek blijkt dat de vertrekkans van arbeidsmigranten groter is naarmate hun loon lager is.
Toch lijkt ook onder deze groep de doorstroom hoog. Onderzoek onder de doelgroep van de Regenboog laat zien dat jaarlijks ruim de helft van de dakloze EUburgers die zich daar melden nieuwe klanten zijn15. Deze cijfers ondersteunen het beeld dat een groot deel van de EU-arbeidsmigranten ook binnen enkele jaren weer vertrekt. Cijfers geven geen volledig beeld Het is zeer aannemelijk dat deze cijfers geen volledig beeld geven. Potentieel kwetsbare RNI ingeschreven arbeidsmigranten die zwart werken, of buiten de MRA werken en in de MRA verblijven worden bijvoorbeeld niet meegenomen. Het daadwerkelijk aantal potentieel kwetsbare arbeidsmigranten dat in de stad verblijft ligt waarschijnlijk een stuk hoger. Recent nationaal onderzoek onder arbeidsmigranten liet zien dat 17% van de bevraagde personen zelf aangaf helemaal niet geregistreerd te zijn16.
15
Zie bijlage Onderzoek GGD: EU-burgers in kwetsbare positie (indirect) in beeld bij de GGD Amsterdam. Risbo, Een belevingsonderzoek naar de positie van EU-arbeidsmigranten, derdelanders en ontheemde Oekraïners in Nederland, Rotterdam, november 2024 16
14
5.
Registratie
5.1 Hoe wordt registratie georganiseerd? In Nederland zijn er verschillende manieren waarop arbeidsmigranten zich kunnen registreren, afhankelijk van de duur van hun verblijf. De manier waarop mensen zich registreren speelt een belangrijke rol in de rechten die mensen opbouwen en de toegang tot voorzieningen. Registratie is landelijke georganiseerd in de Basisregistratie Personen (BRP). Voor arbeidsmigranten in Amsterdam gelden dus dezelfde regels als voor arbeidsmigranten elders in Nederland. Afhankelijk van de verblijfsduur dienen arbeidsmigranten zich in te schrijven bij: • BRP/GBA Balie: Het ingezetenen deel van de BRP Basisregistratie Personen, de Gemeentelijke Basisadministratie (BRP/GBA) of • BRP/RNI Loket: Basisregistratie personen Niet-ingezetenen (RNI). De BRP/RNI is een onderdeel van de BRP. De GBA en RNI registraties vallen samen onder de BRP. In de praktijk wordt de term BRP regelmatig gebruikt om de GBA aan te duiden. In deze scan wordt BRP niet los gebruikt, maar onderscheid gemaakt tussen BRP/GBA en BRP/RNI.
5.2 Landelijke registratie-eisen ≥ vier maanden in Nederland Arbeidsmigranten die van plan zijn om langer dan vier maanden in Nederland te verblijven zijn verplicht om zich in te schrijven in de gemeente waar zij wonen. Zij worden als aangegeven geregistreerd in het ingezetenen deel van de BPR Basisregistratie Personen, de Gemeentelijke Basisadministratie (BRP/GBA) en zijn dan officieel ingezetenen van Nederland. Dit brengt niet alleen rechten met zich mee, zoals toegang tot sociale voorzieningen, maar ook plichten, zoals het betalen van lokale belastingen en het invoeren van een motorvoertuig. ≤ vier maanden in Nederland Arbeidsmigranten die korter dan vier maanden in Nederland verblijven, kunnen zich inschrijven bij 15
de Basisregistratie personen Niet-ingezetenen (RNI). De RNI is een onderdeel van de BRP. Inschrijving in de BRP/RNI is noodzakelijk om legaal te kunnen werken, zowel in loondienst als zelfstandig. De BRP/RNI maakt onderdeel uit van een landelijke registratie onder de verantwoordelijkheid van de Rijksdienst voor identiteitsgegevens (RVIG). Arbeidsmigranten kunnen zich inschrijven bij elk willekeurig BRP/RNI-loket in Nederland, ongeacht hun woonplaats. Gegevens die worden geregistreerd in de BRP/RNI en BRP/GBA verschillen van elkaar. In de BRP/RNI wordt het woonadres in het land van herkomst geregistreerd. Mensen kunnen in de BRP/RNI ook hun eerste tijdelijk verblijfsadres doorgeven, maar dit is geen verplichting. Mensen kunnen door zich in te schrijven bij een BRP/RNI-loket een BSN-nummer krijgen en werken, maar hebben geen toegang tot andere voorzieningen die een BRP/GBA-inschrijving wel met zich meebrengt, zoals recht op een bijstandsuitkering of zorgtoeslag. 5.3 Algemeen beeld Het beeld is dat er een behoorlijke groep arbeidsmigranten is die zich alleen inschrijft in de BRP/RNI en niet in de BRP/GBA, ook als hun verblijf langer dan vier maanden duurt. Daar zijn verschillende redenen voor: • Inschrijving in de BRP/RNI is snel een eenvoudig. Mensen ontvangen direct een BSN en kunnen daarmee aan het werk. • Het proces is laagdrempelig.
Het enige dat nodig is om in de BRP/RNI in te schrijven is een geldig identiteitsdocument. Dit geldt voor alle niet-ingezeten burgers die zich melden bij het BRP/RNI loket, dus ook van buiten de EU. • BRP/RNI-inschrijving geeft minder verplichtingen dan aan een BRP/GBA-inschrijving, zoals lokale belastingen. Echter, veel arbeidsmigranten lijken zich niet bewust van de voordelen van een BRP/GBAinschrijving. Registratie in de BRP/GBA is noodzakelijk voor het opbouwen van rechten in Nederland, zoals AOW-opbouw, WW-uitkeringen of bijstandsuitkering. Ook zijn arbeidsmigranten, hoewel onterecht, soms bang voor boetes als zij zich alsnog melden bij een BRP/GBA-balie nadat de periode van vier maanden is overschreden. Daarnaast is er een groep dat liever onder de radar blijft en daarom alleen bij de BRP/RNI inschrijft. Voor de gemeente is het eveneens van groot belang dat mensen die langer dan vier maanden verblijven zich inschrijven in de BRP/GBA. Financiering vanuit het gemeentefonds is namelijk gekoppeld aan het aantal inwoners in een gemeente en wordt door BRP/GBA-inschrijvingen bepaald. Maar ook geeft het zicht op bewoning in verband met calamiteiten en openbare orde en veiligheid. Op jaarbasis kan het de gemeente naar verwachting miljoenen opleveren als mensen die nu verkeerd geregistreerd staan in de BRP/RNI, zich correct inschrijven, dus in de BRP/GBA.
De BRP/GBA is daarnaast een belangrijke basis om knelpunten die zich in andere domeinen voordoen aan te pakken. Zonder BRP/GBA-registratie is er slecht zicht op arbeidsmigranten. Vanuit verschillende gemeenten, waaronder ook Amsterdam, is er in de afgelopen jaren dan ook gelobbyd voor betere registratie van arbeidsmigranten onder andere om zaken als ondermijning tegen te gaan. 5.4 Actuele problematiek en knelpunten Fouten of gebrekkige informatie in de BRP/GBA is een probleem dat breder speelt binnen de gemeente. Arbeidsmigranten zijn exemplarisch voor deze bredere problematiek. Voor gemeenten is een inschrijving in de BRP/GBA de basis waarop alle dienstverlening gestoeld is. Gebrekkige registratie maakt het nagenoeg onmogelijk om een goed beeld te krijgen van het precieze aantal arbeidsmigranten in de gemeente. Cijfers zijn gebaseerd op BRP/GBA-inschrijvingen en BRP/RNIinschrijvingen. Vooral aan die laatste zitten nogal wat haken en ogen. 16
Zo worden de eerste verblijfsadressen die mensen opgeven niet gecontroleerd en is ook niet te zien of mensen in dit register nog steeds in Nederland verblijven. Daarnaast is er nog een grote groep arbeidsmigranten die zich helemaal niet inschrijft in de BRP/RNI of BRP/GBA en daarmee volledig uit het zicht van de gemeente is. Wat daarbij waarschijnlijk niet helpt is het feit dat de wachttijden voor inschrijving bij zowel de BRP/RNI als de BRP/GBA-loketten aanzienlijk zijn. Eind 2024 waren de wachttijden voor inschrijving in de BRP/RNI gemiddeld twee maanden en voor inschrijving in de BRP/GBA vier weken. De verwachting is dat deze wachttijden ook bijdragen aan verkeerde registratie omdat mensen zich op andere plekken in de BRP/RNI gaan inschrijven, zodat zij niet hoeven te wachten. Op jaarbasis schrijven een kleine tienduizend mensen zich in bij de BRP/RNI-balie in Amsterdam. Dat zijn niet alleen arbeidsmigranten, maar alle mensen die korter dan vier maanden in Nederland verblijven en een BSN-nummer nodig hebben. Vanwege wachttijden is inmiddels bekend dat veel EU-burgers het BRP/RNI-loket in Amsterdam mijden. Bij de overige achttien loketten in het land is er nagenoeg geen wachttijd.
Vanuit eerdergenoemd Risbo-onderzoek blijkt dat 17% van de bevraagde personen zelf aangaf helemaal niet geregistreerd te zijn.17 De belangrijkste redenen die werd gegeven om zich niet in te schrijven was dat zij niet weten hoe dit moet, dat ze zich niet willen inschrijven of dat zij zich niet mogen inschrijven van de verhuurder. Het onderzoek laat ook zien dat een groot deel van de bevraagde arbeidsmigranten niet wist of ze in de BRP/GBA of BRP/RNI ingeschreven staan. Er is onduidelijkheid onder deze groep over het verschil tussen beide vormen van registratie. 5.5 Huidig beleid en initiatieven Amsterdam is één van de negentien gemeenten die een BRP/RNI-loket heeft. Op dit moment wordt daar gewerkt volgens de instructies van de RVIG. Het BRP/RNI-loket is apart georganiseerd van BRP/GBA-registraties en bevindt zich in de Bijlmer, stadsdeel Zuidoost. Arbeidsmigranten die zich willen inschrijven in de BRP/GBA kunnen daarvoor terecht bij een van de acht stadsloketten. Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een WIN-punt voor de arbeidsmarktregio Groot Amsterdam. Dit wordt een informatiepunt dat gericht is op informatievoorziening arbeidsmigranten. Betere informatievoorziening kan ook helpen om de registratie voor arbeidsmigranten te verbeteren, door hen te informeren over de verschillende mogelijkheden.
Het WIN-punt wordt uitgebreider toegelicht in paragraaf 9.3 en verder van deze scan. 5.6 Toezicht en handhaving De huidige inrichting van de BRP/RNI maakt het onmogelijk om te handhaven op de voor de BRP/RNI geldende regels. Omdat het niet verplicht is om een verblijfsadres in Nederland op te geven en deze adressen niet gecontroleerd worden als ze wel worden opgegeven, is niet te achterhalen of arbeidsmigranten langer blijven dan de vier maanden die bij BRP/RNI-inschrijving is toegestaan. Ook is het niet inzichtelijk waar arbeidsmigranten verblijven.
17
Risbo, Een belevingsonderzoek naar de positie van EU-arbeidsmigranten, derdelanders en ontheemde Oekraïners in Nederland, Rotterdam, november 2024
17
6. Werk en inkomen
6.1 Landelijk beeld en ontwikkelingen Naar aanleiding van de aanbevelingen van het Aanjaagteam arbeidsmigranten zijn er op het gebied van werk verschillende zaken in gang gezet. Arbeidsmigranten werken vaak via uitzendbureaus en ook direct bij werkgevers. In beide situaties komen misstanden voor die aangepakt moeten worden. Maatregelen richten zich op het versterken van de positie van arbeidsmigranten en het bemoeilijken van malafide praktijken door zowel uitzenders als inleners. De belangrijkste maatregelen die op landelijk niveau worden getroffen zijn18: • Wetsvoorstel Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten. Verplichte certificering van uitzendbureaus – deze Wet regelt dat uitzenders moeten voldoen aan een aantal eisen voordat zij in Nederland actief mogen zijn. De inwerkingtreding van deze wet stond gepland voor 1 januari 2026, maar onlangs is aangekondigd dat besluitvorming over wie deze wet moet gaan uitvoeren langer duurt dan verwacht. • Onderdeel van dit toelatingsstelsel wordt ook een financiële zekerheidsstelling die ervoor zorgt dat malafide uitzenders niet zomaar faillissement aan kunnen vragen om onder boetes en salarisverplichtingen uit te komen als het hen te heet onder de voeten wordt.
• Betere cao-afspraken voor uitzendkrachten – hierin is afgesproken dat een inkomensgarantie van twee maanden geldt, eventuele schulden worden kwijtgescholden als een arbeidsmigrant binnen twee weken niet meer bij de werkgever werkt en een overgangsbepaling voor het verlaten van de huisvesting. • De Wet meld- en vergewisplicht uitleners – deze Wet gaat uitzenders verplichten om ernstige en/of dodelijke arbeidsongevallen van werknemers te melden bij de arbeidsinspectie. De discussie over arbeidsmigratie gaat echter niet alleen over het beschermen van kwetsbare individuen. Deze gaat ook over de economie als geheel. Arbeidsmigranten spelen een cruciale rol op de arbeidsmarkt, maar de afhankelijkheid van laagbetaalde en flexibele arbeid brengt risico’s en dilemma’s met zich mee. Arbeidsmigratie kan een oplossing bieden in sectoren met grote personeelstekorten en tegelijkertijd bijdragen aan het in stand houden van sectoren met een lage productiviteit. Bedrijven hebben immers weinig prikkels om te innoveren of om te investeren in menselijk kapitaal als arbeidsmigranten minder hoge eisen stellen aan arbeidsomstandigheden en salaris. Een gerichtere inzet van arbeidsmigranten in productieve en cruciale sectoren zou niet alleen bij kunnen dragen aan een eerlijkere arbeidsmarkt, maar ook aan een duurzame, brede welvaartseconomie.
6.2 Sectoren en werkgevers In Amsterdam werkt een grote groep onder de potentieel kwetsbare arbeidsmigranten in de logistiek, horeca en maaltijdbezorging. Rond Amsterdam zit een aantal grote distributiecentra waar arbeidsmigranten werkzaam zijn. Binnen Amsterdam is er veel werkgelegenheid in de horeca, zoals schoonmaak van hotels. De sectoren die het meest voorkomen onder de doelgroep die in de gemeente Amsterdam staat ingeschreven in de BRP/GBA worden weergegeven in de volgende figuur.
18
Jaarrapportage arbeidsmigranten, 2024
18
Verh. roerende goederen en ov. zakel. dienstverl.
330
Restaurants
240
Uitzendbureaus
170
Hotel-restaurants
120
Informatie en communicatie
110
Groot- en detailhandel; reparatie van auto's 100
Logies-, maaltijd- en drankverstrekking
90
Beoefening van podiumkunst 80
Fastfoodrest., cafetaria's, ijssalons, eetkramen e.d.
80
Advisering, onderzoek en ov. spec. zakel. dienstverl. 60 overig
1110 0
200
400
600
800
1000
1200
Top 10 sectoren werkende potentieel kwetsbare arbeidsmigranten met lage inkomens in Amsterdam (n=2.490). Bron: O&S
Het beeld is dat in Amsterdam relatief veel arbeidsmigranten werken via zzp-contracten. Meer dan uit de landelijke cijfers naar boven komt. Dat komt voornamelijk omdat veel arbeidsmigranten in de stad in de horeca en maaltijdbezorging werken. Werk wordt in deze sectoren vaak aangeboden via digitale zzp-platformen die schijnzelfstandigheid in de hand werken. Het beeld is ook dat uitzendbureaus steeds vaker de beweging maken richting bemiddeling van arbeidsmigranten via zzp-constructies. Op deze manier kunnen zij de nieuwe wet die certificering van uitzendbureaus verplicht stelt omzeilen. Sectoren waar bij de pilot van FairWork19 in Amsterdam de meeste signalen en klachten over binnenkomen zijn huishoudelijk werk, horeca, schoonmaak, bouw en logistiek. 6.3 Ontwikkeling belangrijkste werkgemeenten in de MRA 2010 - 2022 Sinds 2010 werken steeds meer arbeidsmigranten in de MRA-gemeenten. In 2022 waren Amsterdam (59.840) en Diemen (20.350) de belangrijkste werkgemeenten. Ook Haarlemmermeer (14.250), Haarlem (5.945), Zaanstad (5.095) en Almere (4.500) zijn belangrijke werkgemeenten. Zie ook de figuur hieronder (bron: Decisio Monitor Internationals 2010-2022)
19 Lees meer over de pilot van FairWork in paragraaf 6.6
19
6.4 Actuele problematiek rond arbeidsmarktpositie Werk en wonen zijn voor arbeidsmigranten vaak aan elkaar gekoppeld. Veel arbeidsmigranten zijn afhankelijk van uitzendbureaus en werkgevers en hebben vaak geen toegang tot of kennis van officiële instanties. Daarnaast durven zij, zelfs bij misstanden, vaak geen hulp in te schakelen. Veel arbeidsmigranten zijn afhankelijk van uitzendbureaus en werkgevers en hebben vaak geen toegang tot of kennis van officiële instanties. Deze grote afhankelijkheid maakt arbeidsmigranten bijzonder kwetsbaar voor uitbuiting. Tegelijkertijd zoeken sommige werkgevers en uitzenders bewust de grenzen van de wet op. Zij maken gebruik van het feit dat arbeidsmigranten de Nederlandse regels niet altijd kennen en vanwege hun afhankelijkheid terughoudend zijn in het melden van misstanden. Stichting FairWork zet zich in tegen uitbuiting en mensenhandel en biedt ondersteuning aan arbeidsmigranten in Amsterdam. In 2024 registreerde de organisatie tweeënzestig klachten in Amsterdam, waarvan eenentwintig afkomstig waren van EU-burgers en twaalf van mensen uit Oekraïne die onder tijdelijke bescherming verbleven. De overige klachten betroffen ongedocumenteerde personen of mensen van wie de verblijfsstatus onbekend was. De meeste misstanden werden gemeld in de sectoren horeca, bouw en schoonmaak.
Een specifieke groep, die in Amsterdam groter is dan in andere steden en vaak in precaire situaties verkeert, is maaltijdbezorgers. De Arbeidsinspectie constateert in deze sector regelmatig problemen20. Platforms voor maaltijdbezorging en personeelsbemiddeling vermijden werkgeversverantwoordelijkheid door schijnzelfstandigheid. Daarmee ontwijken ze verplichtingen uit de arbeidswetten en afdracht van premies en belastingen. Het beeld is dat de afhankelijkheid van tussenpersonen of partijen mensen extra kwetsbaar maakt. Daarnaast zijn situaties met lange ketens van onderaannemers vatbaar voor misstanden, omdat het toezicht niet goed geregeld is. De meest voorkomende problemen die organisaties in de stad zien is de koppeling van werk en wonen, direct ontslag bij ziekte en het niet hebben van een zorgverzekering, omdat deze soms gekoppeld is aan het arbeidscontract. Organisaties die veel met deze doelgroep werken geven aan dat mensen die naar Nederland toe komen ook vaak al in een relatief kwetsbare positie hun land van herkomst hebben verlaten. Ze zien bijvoorbeeld veel laaggeletterdheid onder arbeidsmigranten en psychische kwetsbaarheden. Omdat arbeidsmigranten vaak op flexibele contracten werken worden zij soms direct ontslagen wanneer er iets gebeurt. Dit ontslag kan dan ook nog tot gevolg hebben dat mensen hun huis en hun zorgverzekering kwijtraken.
Maatschappelijke organisaties in de stad zien dat vooral bij EUarbeidsmigranten deze gebeurtenissen elkaar vaak snel opvolgen. Daarbij komt ook nog dat zij vaak geen netwerk hebben waar zij hulp in kunnen zoeken en in Amsterdam zelf geen woonruimte kunnen vinden. Een deel van de werk- en dakloos geraakte arbeidsmigranten keert terug naar het land van herkomst of een ander EU-land, maar een ander deel blijft zoeken naar nieuwe kansen. Het komt regelmatig voor dat arbeidsmigranten al snel na het verlies van hun werk op straat belanden. Wat Amsterdam onderscheidt van veel andere Nederlandse steden op het gebied van arbeidsmigratie is dat de stad ook mensen trekt die aanvankelijk voor werk elders in Nederland woonden. Arbeidsmigranten die hun baan elders zijn verloren trekken naar grote steden in de hoop dat daar werk en (instabiele) huisvesting te vinden is, of dat er voorzieningen zijn waarvan zij 20
Themarapportage maaltijd- en flitsbezorging, Nederlandse arbeidsinspectie, april 2022
20
gebruik kunnen maken. Het beeld is dan ook dat Amsterdam relatief vaak te maken krijgt met arbeidsmigranten in kwetsbare posities of met problemen. Meer hierover onder het hoofdstuk Zorg en Welzijn. 6.5 Huidig beleid en initiatieven Bijstandsuitkering Werkloos geraakte EU-arbeidsmigranten kunnen bij de gemeente een bijstandsuitkering aanvragen als zij BRP/GBA ingeschreven staan. Een team binnen directie WPI houdt zich bezig met ‘Bijzondere doelgroepen’ waar ook EU-burgers onder vallen. Criteria voor de toekenning van een uitkering zijn, een geldige verblijfstitel, hoofdverblijf in Amsterdam en geen recht op een voorliggende voorziening. Naast een uitkering kan ook hulp worden geboden bij werktoeleiding. Op dit moment wordt verkend hoe beter gebruik te kunnen maken van deze dienst, ook in samenwerking met zorgpartijen die met dakloze arbeidsmigranten werken. Er kan ook worden verwezen naar Schuldhulpverlening en aanmelding voor budgetbeheer. Het is niet goed uit het gemeentelijke systeem te halen hoeveel arbeidsmigranten in Amsterdam een bijstandsuitkeringen hebben. Regelgeving bepaalt dat de IND verblijfsrecht van iemand die een uitkering krijgt, achteraf toetst. Wanneer een arbeidsmigrant onterecht een beroep gedaan blijkt te hebben op algemene middelen – zoals bijstand - wordt de uitkering gestopt en dient de arbeidsmigrant Nederland te verlaten.
Economisch arbeidsmarktbeleid Gemeente Amsterdam streeft ernaar om bij te dragen aan brede welvaart, welzijn en ontwikkelpotentieel in stad en regio – in lijn met het Nieuw Amsterdams Economisch Peil. Vanuit dit streven naar een brede welvaartseconomie wordt gewerkt aan een evenwichtige arbeidsmarkt, waarbij zowel het bevorderen van kansen voor individuen als het ondersteunen van werkgevers bij het oplossen van personeelstekorten centraal staan. Deze opgave is uitgewerkt in het Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026. Hierin worden onder andere maatregelen uitgewerkt die zich richten op het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van kwetsbare arbeidsmigranten, zoals informatievoorziening, toeleiding naar werk met fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en het stimuleren van het leren van de Nederlandse taal. Het uiteindelijke doel is dan ook om enerzijds de kansen van arbeidsmigranten op de arbeidsmarkt te vergroten en anderzijds een bijdrage te leveren aan belangrijke tekortsectoren. FairWork pilot Binnen de gemeente Amsterdam zijn er verschillende initiatieven die de arbeidsmarktpositie van kwetsbare arbeidsmigranten moeten verbeteren. FairWork heeft in 2021 en 2022 een pilot uitgevoerd, specifiek gericht op positieverbetering voor deze groep.
FairWork deed dit door middel van informatievoorziening, actieve outreach voor het verzamelen van klachten, het bieden van ondersteuning en het bespreken van aandachtspunten met de relevante stakeholders. Kwetsbare arbeidsmigranten zijn een lastig te bereiken doelgroep. Door te werken met verschillende hulporganisaties, ‘cultural mediators’ en de netwerken van cliënten zelf, heeft FairWork 151 cliënten kunnen bereiken. Hun klachten varieerden van onbetaald loon en te veel uren werken tot mishandeling en dreigende dakloosheid. FairWork heeft 25 interventies richting werkgevers uitgevoerd, bijvoorbeeld om nabetaling van het loon te bewerkstelligen en verschillende casussen doorverwezen naar onder andere de arbeidsinspectie. In veel gevallen is echter geconstateerd dat het niet mogelijk was om recht te behalen voor de cliënt. Er was bijvoorbeeld te weinig bewijs om te kunnen handhaven. Aanbevelingen die naar aanleiding van deze pilot zijn opgesteld richten zich onder andere op het beter in beeld brengen van arbeidsmigranten in de stad door betere registratie, betere informatievoorziening en samenwerking met sleutelpersonen en -organisaties. Ook benadrukken de aanbevelingen het belang van betere ondersteuning voor arbeidsmigranten bij het behalen van recht. 21
6.6 Toezicht en handhaving De Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) is verantwoordelijk voor de toezicht en handhaving rondom arbeidsomstandigheden van arbeidsmigranten. De inspectie houdt toezicht op de naleving van wet- en regelgeving over arbeidsomstandigheden, de arbeidsmarkt, arbeidsverhoudingen en het socialezekerheidsstelsel. Daarnaast heeft de inspectie een belangrijke signalerende rol. Door gericht onderzoek en controle probeert de arbeidsinspectie malafide praktijken zoals onderbetaling, illegale arbeid en slechte werkomstandigheden aan te pakken. De inspectie controleert op eigen initiatief en doet ook vaak onderzoek op basis van meldingen. In Amsterdam heeft de ondermijningsbrigade een coördinerende rol op het gebied van toezicht en handhaving van wet- en regelgeving. De ondermijningsbrigade coördineert integrale controles op bedrijven waar signalen zijn van misstanden. De ondermijningsbrigade is een samenwerking van de gemeente Amsterdam en Amstelland gemeenten met de politie, de Belastingdienst, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de Arbeidsinspectie, de Immigratie en Naturalisatiedienst, het UWV, de Douane, de FIOD en de Koninklijke Marechaussee.
De combinatie van landelijke controle door de NLA en lokale interventies, zoals de ondermijningsbrigade, biedt een stevige basis, maar de controle capaciteit van de NLA staat niet in verhouding tot de potentiële misstanden in de stad. Mensen die in slechte arbeidsomstandigheden of een uitbuitingssituatie verkeren zoeken uit zichzelf niet snel hulp. Om arbeidsmatige misstanden en mensenhandel goed en effectief te bestrijden is het van groot belang dat mensen zich bewust zijn van hun rechten én het bestaan van organisaties die hen hierbij kunnen helpen. Dat ze de signalen herkennen en deze op de juiste plekken melden. Zo kunnen handhavende partijen optreden en de situatie doorbreken. Daarbij is het eveneens belangrijk dat alle organisaties die contact hebben met de doelgroep signalen van uitbuiting kunnen oppikken en weten waar deze gemeld kunnen worden. In de afgelopen jaren zijn al verschillende maatregelen ingezet om uitbuiting tegen te gaan in het kader van de aanpak ‘Amsterdam uitbuitingsvrij’. Deze zijn met name gericht op specifieke branches waarin problemen geconstateerd zijn, zoals cruises, arbeid achter de voordeur, bouw en schoonmaak.
22
7.
Huisvesting
7.1 Algemeen beeld Er is momenteel geen duidelijk beeld van de woonsituatie van arbeidsmigranten en er bestaat geen specifiek beleid gericht op hun huisvesting of volkshuisvesting. Wel zijn er signalen dat de huisvesting van arbeidsmigranten in Amsterdam niet goed is geregeld en zijn meldingen van arbeidsmigranten die onder erbarmelijke omstandigheden wonen, bijvoorbeeld in kantoren of overbevolkte woningen. 7.2 Arbeidsmigranten wonend in de stad Onderstaand overzicht laat de verdeling zien van arbeidsmigranten wonend in de wijken van de stad, in 2021 en 2022. De doelgroep woont verspreid over de stad, maar een grotere groep woont in de stadsdelen Zuidoost en Nieuw-West. Arbeidsmigranten wonen het meest in de wijken Bijlmer Oost (2.080), Bijlmer Centrum (1.895) en Slotermeer-Zuidwest (1.055). Daarnaast ook in Osdorp-Oost (960), Holendrecht/Reigersbos (960), en Landlust (915). Het betreft hier BRP/GBA ingeschreven arbeidsmigranten.