2. Samenwerkingsovereenkomst Energieroute NH.pdf
Tekst van het document
SAMENWERKINGSOVEREENKOMST Energieroute Noord-Holland Februari 2024 Partijen ‘De provincie Noord-Holland,’ rechtsgeldig vertegenwoordigd door Rosan Kocken, Gedeputeerde van de Provincie Noord-Holland; ‘De gemeente Alkmaar,’ rechtsgeldig vertegenwoordigd door Christian Schouten, wethouder van de gemeente Alkmaar; ‘De gemeente Heiloo,’ rechtsgeldig vertegenwoordigd door Ronald Vennik, wethouder van de gemeente Heiloo; ‘De gemeente Castricum,’ rechtsgeldig vertegenwoordigd door Valentijn Brouwer, wethouder van de gemeente Castricum; ‘De gemeente Uitgeest,’ rechtsgeldig vertegenwoordigd door Jan Schouten, wethouder van de gemeente Uitgeest; ‘De gemeente Heemskerk,’ rechtsgeldig vertegenwoordigd door Piet Burgering, wethouder van de gemeente Heemskerk; ‘De gemeente Beverwijk,’ rechtsgeldig vertegenwoordigd door Brigitte van den Berg, wethouder van de gemeente Beverwijk; ‘De gemeente Velsen,’ rechtsgeldig vertegenwoordigd door Jeroen Verwoort, wethouder van de gemeente Velsen; ‘De gemeente Haarlemmermeer,’ rechtsgeldig vertegenwoordigd door Charlotte van der Meij, wethouder van de gemeente Haarlemmermeer; ‘De gemeente Amsterdam,’ rechtsgeldig vertegenwoordigd door Rutger Groot Wassink, wethouder van de gemeente Amsterdam; ‘De gemeente Amstelveen,’ rechtsgeldig vertegenwoordigd door Floor Gordon, wethouder van de gemeente Amstelveen; ‘De gemeente Ouder Amstel,’ rechtsgeldig
vertegenwoordigd door Jacqueline de Maa, wethouder van de gemeente Ouder Amstel; ‘De gemeente Diemen,’ rechtsgeldig vertegenwoordigd door Matthijs Sikkes-van den Berg, wethouder van de gemeente Diemen; De Staat de Nederlanden, in dezen vertegenwoordigd door: a. De minister van Infrastructuur en Waterstaat, in deze vertegenwoordigd door Bregje van Beekvelt, directeur Netwerkontwikkeling van Rijkswaterstaat West Nederland Noord, hierna te noemen ‘RWS’; b. De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, in deze vertegenwoordigd door mevrouw A.J. Wittink, Hoofd Sectie Hernieuwbare Energie & Projecten van het Rijksvastgoedbedrijf, hierna te noemen ‘RVB’; c. De minister van Economische Zaken en Klimaat handelend als bestuursorgaan, in deze vertegenwoordigd door de heer drs. B.A. Piersma, directeur Nationale Programma’s van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, hierna te noemen ‘RVO’; gezamenlijk te noemen ‘Partijen’, en afzonderlijk als ‘Partij’.
Overwegingen I. II. III.
IV. V. VI. VII. VIII. IX.
Nederland heeft de opgave om per 2030 35 TWh op te wekken uit hernieuwbare bronnen. Deze opgave is opgenomen in dertig Regionale Energie Strategieën (hierna: ‘RES’); Binnen de RES regio Noord-Holland Noord en Noord-Holland Zuid zijn de gronden rondom de A9, A22, A5, en de noordelijke delen van de A2 en A1 beschreven als kansrijke locaties voor de opwekking van hernieuwbare energie; Deze gronden zijn goeddeels in eigendom van de Staat en maken onderdeel uit van het hoofdwegennet. De Staat ondersteunt de RES-regio’s middels het programma Opwek Energie op Rijksgrond (hierna: ‘OER’). In samenwerking met de RES regio’s worden de gronden van de Staat die geschikt zijn bevonden voor energieopwekking hiervoor ter beschikking gesteld; Bij het beschikbaar stellen van gronden geldt dat energieopwekking nabij hoofdinfrastructuur geen negatieve invloed mag hebben op de hoofdfuncties zoals bereikbaarheid, doorstroming, verkeersveiligheid en beheer en onderhoud voor nu en in de toekomst; Op 9 oktober 2020 is door de Gemeente Amsterdam, Gemeente Haarlemmermeer, Gemeente Diemen, Gemeente Amstelveen en Gemeente Ouder-Amstel een verzoek ingediend bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat om de A9, A5 en A1 op te nemen in het programma OER, Op 17 juni 2021 is door onder andere de Gemeente Velsen, Gemeente Beverwijk, Gemeente Heemskerk, Gemeente Uitgeest, Gemeente Heiloo en de Gemeente
Alkmaar een verzoek ingediend bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat om de A9 en A22 op te nemen in het programma OER, Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft op 12 oktober 2021 kenbaar gemaakt dat de aangevraagde locaties zijn opgenomen in het programma OER; De verkenning laat positieve resultaten zien over de mogelijkheden om op deze locaties hernieuwbare energie op te wekken in de vorm van zonne-energie; Verder onderzoek en planvorming is nodig voordat Partijen de beoogde energieopwekking kunnen laten realiseren door een via een openbare inschrijvingsprocedure te selecteren private partij (hierna: ‘Exploitant’);
Komen overeen Definities Energieroute Noord-Holland De aanleg en exploitatie van zonnevelden gelegen langs de A9, A5, A22 en de noordelijke delen van de A2 en A1. Exploitant De ondernemer aan wie middels een openbare procedure het recht wordt gegund voor het gebruik van de betreffende gronden en die het project zal realiseren en exploiteren. Grondovereenkomst De overeenkomst waarin het recht voor het gebruik van de betreffende gronden voor Energieroute Noord-Holland wordt gevestigd. Pas nadien kan de Exploitant starten met de aanleg en exploitatie van Energieroute Noord-Holland. Kernteam Het kernteam is verantwoordelijk voor de tactische en operationele zaken met betrekking tot het project en is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Partijen.
Pagina 1 van 5
Overeenkomst Deze samenwerkingsovereenkomst. Project De gezamenlijke voorbereiding van Partijen om onder door hen vastgestelde voorwaarden de gunning van het recht tot gebruik van de gronden mogelijk te maken, zodat de Exploitant de Energieroute Noord-Holland kan realiseren en exploiteren. Stuurgroep De Stuurgroep is verantwoordelijk voor de bestuurlijke zaken met betrekking tot het Project en is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Partijen. Voorovereenkomst De overeenkomst die het RVB en, indien van toepassing, de gemeente(n) c.q. de provincie met grondbezit na de gunning van het Project sluit met de Exploitant. In de Voorovereenkomst zegt de Staat, dan wel de gemeente c.q. de provincie, toe de Grondovereenkomst aan te gaan met de Exploitant, zodra de Exploitant binnen een bepaalde termijn aan de gestelde voorwaarden in de Voorovereenkomst heeft voldaan.
Artikel 1. Doel Overeenkomst 1.
Deze Overeenkomst bevat afspraken tussen Partijen over de samenwerking gedurende de planvorming en uitvoering van het Project. Doel van deze samenwerking is het laten realiseren van de Energieroute Noord-Holland door een Exploitant die via een openbare inschrijvingsprocedure wordt geselecteerd.
Artikel 2. Omschrijving van de Energieroute Noord-Holland 1.
Na de verkenning van Energieroute Noord-Holland betreft de scope momenteel 103 hectare aan overheidsgronden. Hiervan is 89% in eigendom van het Rijk. De scope is een verzameling aan percelen langs of ingesloten door de rijkswegen A9, A5, A22 en de noordelijke delen van de A1 en A2, zoals bermen, ruimte in knooppunten en afslagen. Deze scope is exclusief een aantal grote percelen die binnen het zonnecarré van de gemeente Haarlemmermeer vallen en samen 110 hectare omvatten. Deze gronden worden als meekoppelkansen beschouwd en zullen niet in het projectbesluit opgenomen worden.
2.
Partijen onderschrijven de volgende zaken als prioriteit voor Energieroute Noord-Holland: a.
Met het Project wordt een maximale opwek van hernieuwbare energie nagestreefd.
b.
Landschappelijke kwaliteit en ecologie worden zorgvuldig meegenomen bij de planologische inpassing van de Energieroute Noord-Holland.
c.
In het Project wordt een gezamenlijke benadering nagestreefd.
Artikel 3. Looptijd 1.
Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag van ondertekening door alle Partijen.
2. Deze Overeenkomst eindigt op de dag waarop de Grondovereenkomst van de betreffende gronden voor de Energieroute Noord-Holland wordt gesloten.
Artikel 4. Verantwoordelijkheden 1.
De provincie Noord-Holland draagt zorg voor de planologische inpassing van de Energieroute Noord-Holland en de uitwerking van het projectbesluit, zoals verzocht door de gemeenten. De provincie Noord-Holland draagt zorg voor de afstemming met en het bestuurlijk draagvlak binnen de betrokken gemeenten in de RES-regio’s. Daarbij informeert zij de RES-regio’s indien relevant. De gedeputeerde staten zijn ervoor verantwoordelijk dat de provinciale staten worden betrokken bij de voortgang van het Project. De provincie Noord-Holland spant zich ervoor in het planologisch proces, inclusief de participatie, zo voorspoedig mogelijk te laten verlopen, gelet op diens rol als bevoegd gezag ten aanzien van de Omgevingswet.
2.
De gemeenten dragen zorg voor de afstemming met de lokale omgeving en het participatieproces. De colleges van de gemeenten zijn ervoor verantwoordelijk dat de gemeenteraad zo nodig wordt betrokken bij de voortgang van het Project. Tenslotte ondersteunen de gemeenten de provincie Noord-Holland ten behoeve van een voorspoedig verloop van de planologische inpassing. Daarbij dragen de gemeenten zorg voor het bestuurlijk draagvlak binnen hun eigen gemeente voor het projectbesluit.
3.
RVO levert kennis en ondersteuning ten behoeve van beleid voor financiële participatie en de daarbij behorende beleidsparticipatie, en ten behoeve van de tendervoorwaarden met betrekking tot de subsidiemogelijkheden.
4.
RWS is materieel beheerder van de betreffende rijksgronden en is daarmee verantwoordelijk voor het aanleveren van de technische randvoorwaarden. Daarnaast vinden er werkzaamheden plaats binnen het beperkingengebied bij een rijksweg. Op grond van de Omgevingswet (vóór 2024 op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatwerken) is RWS bevoegd gezag voor beperkingengebiedsactiviteiten. Tenslotte informeert RWS de opdrachtgever van het programma OER, het ministerie
van Economische Zaken en Klimaat, over de stand van zaken van het Project. 5.
Het RVB vertegenwoordigt de Staat der Nederlanden als eigenaar van onroerende zaken die aan de Staat toebehoren. Het RVB draagt vanuit die rol zorg voor de voorbereiding en uitvoering van de openbare procedure om een Exploitant te selecteren. Zij sluit de Voorovereenkomst en Grondovereenkomst namens de Staat.
Artikel 5. Organisatie en besluitvorming 1.
Partijen spreken af onder de waarde “het publieke huis op orde houden” samen te werken. Dit houdt in dat zij samenwerken om de gezamenlijke ambitie van de Energieroute Noord-Holland te behalen met oog voor elkaars belangen en die van de omgeving. Verschillen mogen er zijn. Deze zijn als startprincipe niet hiërarchisch, zij worden onderling besproken en geanalyseerd op mogelijke efficiënte oplossingsvarianten.
2.
In het Project werken Partijen samen in een Kernteam, waarin Partijen voor eigen rekening tijdig zorgen voor benodigde eigen middelen, capaciteit en expertise om tot een goede uitvoering te komen.
3.
In het Kernteam zijn de in artikel 4 genoemde verantwoordelijkheden als volgt vertaald: a.
Het projectmanagement, projectbeheersing en technisch management wordt ingevuld door RWS.
Pagina 2 van 5
b.
Daar waar het rijksgrond betreft zijn het voorbereiden en uitvoeren van de openbare inschrijvingsprocedure, de eventuele marktconsultaties en het opstellen van de benodigde grondcontracten de verantwoordelijkheid van het RVB. Gronden van de provincie en de gemeenten kunnen daarin meegenomen worden, afhankelijk van de uitgiftestrategie.
c.
Het omgevingsmanagement is de verantwoordelijkheid van de provincie Noord-Holland.
d.
De provincie Noord-Holland draagt zorg voor de voorbereiding en uitwerking van de planologische inpassing van de Energieroute Noord-Holland, voor een gedegen participatieproces en het informeren van het Kernteam over de voortgang.
e.
RVO adviseert bij de beleidsparticipatie en uitwerking van de financiële participatie.
f.
Indien de openbare inschrijving van het Rijk grondbezit betreft van een gemeente c.q. de provincie, draagt respectievelijk de betreffende gemeente c.q. de provincie Noord-Holland zorg voor de benodigde afstemming, informatie en besluitvorming.
4.
Het Kernteam legt verantwoording af aan de Stuurgroep zoals bedoeld in lid 5 en de daaropvolgende leden van dit artikel.
5.
De Stuurgroep bestaat uit een afvaardiging van Partijen. Elk van de Partijen draagt zelf zorg voor de eigen afstemming en besluitvorming voorafgaand aan het bijeenkomen van de Stuurgroep. De verschillende rijkspartijen worden binnen de Stuurgroep veelal door RWS vertegenwoordigd. RWS handelt binnen haar eigen wettelijk mandaat. Indien de te bespreken onderwerpen binnen het wettelijk mandaat van RVB dan wel RVO vallen, dan neemt de betreffende organisatie deel aan de Stuurgroep.
6.
De rol van de Stuurgroep is de bewaking van de voortgang van het Project, de bespreking van kansen en problemen en het doen van richtinggevende uitspraken, voor zo ver mogelijk gelet op ieders verantwoordelijkheden en binnen de kaders van het programma OER op RWS areaal. Daarnaast zorgt zij zo nodig voor de juiste opschaling zodat de formele besluitvorming niet tot vertraging of andere onvoorziene situaties zal leiden. In deze groep vindt geen besluitvorming of formele afstemming plaats, anders dan het besluit genoemd in leden 8 en 9 van dit artikel en in artikel 9.
7.
De Stuurgroep komt elk half jaar bijeen tot de definitieve gunning en de ondertekening van de Voorovereenkomst. Hierna wordt de Stuurgroep periodiek schriftelijk geïnformeerd over de voortgang van het Project en vindt overleg plaats indien daar aanleiding toe is.
8.
Het Kernteam informeert de Stuurgroep periodiek over de voortgang van het behalen van de prioriteiten genoemd in artikel 2. Op het moment dat één of meerdere prioriteiten niet behaald lijken te worden, informeert zij de Stuurgroep daarover zo snel mogelijk. Alleen de Stuurgroep kan de prioriteiten bijstellen of wijzigen. Zij besluit hierover op basis van een advies van het Kernteam.
9.
Voor iedere overgang naar een volgende projectfase is akkoord nodig van de Stuurgroep. De Stuurgroep besluit hierover op basis van een advies van het Kernteam.
10. De Stuurgroep kan alleen een besluit nemen met unanimiteit van de stemmen.
Artikel 6. Doelen in de verschillende fasen 1.
Het Project bestaat uit de volgende fases: planfase en inschrijffase. Per fase stelt het Kernteam een plan van aanpak op, waarin het doel en de verschillende onderdelen van de fase nader worden toegelicht. Onderdeel hiervan zijn ook een tijdsplanning, nadere uitwerking van de rolverdeling, risico’s en risicosturing, begroting, een aanpak voor procesparticipatie en communicatieplan.
2.
Partijen hebben de intentie om de planfase en inschrijffase in 3,5 jaar te doorlopen.
Planfase 3.
Het Kernteam spant zich in om in de planfase de realisatie van Energieroute Noord-Holland mogelijk te maken en bevorderen dat deze planologisch mogelijk wordt gemaakt op basis van de uitkomsten uit de verkenningsfase. Aan het einde van de planfase is alle voor de inschrijffase benodigde bestuurlijke besluitvorming afgerond en zijn alle documenten opgesteld. De planfase omvat onder andere: a.
RWS stelt de randvoorwaarden op binnen welke het medegebruik van de A9, A5, A22 en de noordelijke delen van de A2 en A1 ten behoeve van Energieroute Noord-Holland mogelijk is. Bij het opstellen van deze randvoorwaarden hanteren Partijen als uitgangspunt dat de realisatie van Energieroute Noord-Holland geen negatieve effecten mag hebben op de hoofdfuncties van de weg, zoals verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer.
b.
RVB werkt in overleg met de Partijen de meest passende uitgiftestrategie voor de gronden uit inclusief de geschiktheids- en gunningscriteria. Tevens verzamelt zij en stelt zij op de daarbij behorende documenten.
c.
De gemeenten, de provincie Noord-Holland en RVO werken samen de aanpak voor de omgevingsparticipatie uit.
d.
RWS maakt in samenwerking met het RVB een update van de business case waarmee het Kernteam de financiële haalbaarheid van Energieroute NoordHolland toetst, in afweging nemend alle aspecten binnen het Project.
e.
Het RVB geeft opdracht tot het uitvoeren van een taxatie om de tegenprestatie voor het gebruik van de grond te bepalen.
f.
De provincie werkt het projectbesluit, als planologisch instrument, uit op basis van de voorkeursvariant van de Energieroute Noord-Holland die gedurende de verkenningsfase in gezamenlijkheid is opgesteld. Aan het einde van de planfase is benodigde bestuurlijke besluitvorming voor onherroepelijke vaststelling van het projectbesluit van de Energieroute Noord-Holland afgerond.
Inschrijffase 4.
Tijdens de inschrijffase wordt de Voorovereenkomst openbaar aan de markt aangeboden, wordt een exploitant gekozen en deze eindigt met het sluiten van de Grondovereenkomst. De inschrijffase houdt onder andere in: a.
Het doorlopen van de openbare inschrijvingsprocedure, waarin de inschrijvingen worden beoordeeld op basis van de door het Kernteam overeengekomen selectie- en gunningscriteria.
b.
Na de gunning sluit het RVB, en indien van toepassing de betreffende gemeente(n) c.q. de provincie, de Voorovereenkomst met de geselecteerde Exploitant. De Exploitant bereidt de Energieroute Noord-Holland verder voor en vraagt de benodigde vergunningen aan. De grond wordt pas ter beschikking gesteld indien de Exploitant in bezit is van deze vergunningen. Pas op dat moment wordt de Grondovereenkomst gesloten.
Pagina 3 van 5
Artikel 7. Communicatie en delen expertise 1.
Partijen delen hun kennis, informatie en documenten met betrekking tot het Project, voor zover nodig voor de uitvoering van deze Overeenkomst. Dit is op vertrouwelijke basis met uitzondering van de rapportageverplichtingen aan de Tweede Kamer, de rechten van derden en wettelijke verplichtingen. Na beëindiging van deze Overeenkomst blijft de geheimhoudingsplicht onverminderd van kracht.
2.
Partijen betrekken elkaar bij de bepaling, begeleiding en toetsing van onderzoeken, plannen en rapportages, voor zover nodig voor de uitvoering van deze Overeenkomst en voor zover dit past binnen hun taakuitoefening en bevoegdheden.
3.
Bij communicatie met het publiek door Partijen wordt de gezamenlijkheid van het Project uitgedragen. Het Kernteam zorgt per projectfase voor een gezamenlijke communicatiestrategie.
Artikel 8. Kosten, baten en risico’s 1.
De eigen kosten en kosten voor uitbesteding die Partijen zelf maken om uitvoering te geven aan deze Overeenkomst worden door Partijen ieder voor zich gedragen. Indien er sprake is van gezamenlijke kosten treden Partijen in overleg over de onderlinge verdeling daarvan.
Artikel 9. Beëindiging en toetreding 1.
Het Kernteam kan de Stuurgroep adviseren om het Project te beëindigen. Dit advies wordt voorgelegd aan de Stuurgroep en uit de onderbouwing blijkt ten minste: Om welke redenen de realisatie van Energieroute Noord-Holland niet haalbaar is; En op welke wijze Partijen, alles wat binnen hun macht ligt, hebben gedaan om Energieroute Noord-Holland wel te laten realiseren. Naar aanleiding van dit advies besluit de Stuurgroep of het Project beëindigd wordt of niet. Indien het Project wordt beëindigd, zijn Partijen niet meer gebonden aan deze Overeenkomst. Dit heeft geen enkele financiële en/of juridische consequentie voor Partijen, anders dan de reeds eigen gemaakte kosten.
2.
Een Partij kan ook eenzijdig besluiten niet langer uitvoering te willen geven aan deze Overeenkomst. Dit besluit behoeft geen bekrachtiging van de Stuurgroep. Wel dient het besluit aan de Stuurgroep te worden medegedeeld met dezelfde onderbouwing als genoemd in lid 1. De Partij die eenzijdig besluit geen verdere uitvoering te geven aan deze Overeenkomst draagt er zorg voor dat dit besluit de voortgang van het Project minimaal belemmert.
3.
Voor het toetreden van een nieuwe partij onder de Overeenkomst (en de voorwaarden waaronder die toetreding geschiedt) is de voorafgaande goedkeuring nodig van elk van de afzonderlijke Partijen.
Artikel 10. Onvoorziene omstandigheden/ wijzigingen 1.
Indien onvoorziene omstandigheden opkomen die van dien aard zijn, dat deze Overeenkomst billijkheidshalve behoort te worden gewijzigd of die wezenlijke gevolgen hebben voor de uitvoering van deze Overeenkomst, zullen Partijen over de noodzaak van wijzigingen in overleg treden. Wijziging van deze Overeenkomst is alleen schriftelijk mogelijk. Wijzigingen zijn pas geldig na ondertekening van een wijzigingsovereenkomst door alle betrokken Partijen.
Artikel 11. Geschillen 1.
Op deze Overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.
2.
Partijen zullen zich inspannen om eventuele geschillen die uit deze Overeenkomst mochten voortvloeien in der minne op te lossen.
Artikel 12. Overige Voor zover wettelijk is toegestaan, zullen Partijen na de gunning bijdragen aan een spoedige realisatie van Energieroute Noord-Holland door de Exploitant.
1.
Indien Partijen specifieke afspraken wensen te maken die zien op de fase na afloop van deze Overeenkomst, dan sluiten zij een nieuwe overeenkomst.
2.
De Bijlagen ‘Plan van aanpak Planfase Energieroute Noord-Holland’ , de ‘Voorkeursvariant Energieroute Noord-Holland’ en de ‘Notitie financiële participatie Energieroute Noord-Holland’ maken integraal onderdeel uit van deze Overeenkomst. Bij strijdigheid tussen deze Overeenkomst en de Bijlagen, prevaleert deze Overeenkomst.
Pagina 4 van 5
Ondertekening Aldus overeengekomen en door Partijen ondertekend,
De gemeente Alkmaar - Christian Schouten
De gemeente Amstelveen - Floor Gordon De gemeente Heiloo - Ronald Vennik
De gemeente Velsen - Jeroen Verwoort De gemeente Castricum - Valentijn Brouwer
De gemeente Haarlemmermeer – Charlotte van der Meij De gemeente Uitgeest - Jan Schouten
De gemeente Diemen – Matthijs Sikkes-van den Berg
De gemeente Heemskerk - Piet Burgering
De provincie Noord-Holland – Rosan Kocken De gemeente Beverwijk – Brigitte van den Berg
Rijksvastgoedbedrijf – Agnes Wittink De gemeente Ouder Amstel – Jacqueline de Maa
Rijkswaterstaat – Bregje van Beekveld
De gemeente Amsterdam – Rutger Groot Wassink
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland – Barto Piersma
Pagina 5 van 5