CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Samenvatting onderzoek sport en bewegen en zorgkosten

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 5 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de uitkomsten van het onderzoek “De relatie tussen sport en bewegen en sociaaleconomische verschillen in zorgkosten voor Amsterdam en Rotterdam” (VN2025-013681)1.000 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenvatting onderzoek: “De relatie tussen sport en bewegen en sociaaleconomische verschillen in zorgkosten”

Sporten en bewegen loont. Onderzoek in Rotterdam en Amsterdam toont aan: in buurten waar meer wordt gesport en bewogen zijn de zorgkosten lager. Onderzoekers van Rijksuniversiteit Groningen (RUG) hebben voor de gemeenten Rotterdam en Amsterdam onderzoek gedaan naar de relatie tussen ‘sporten en bewegen’ en zorgkosten. De resultaten uit het onderzoek “De relatie tussen sport en bewegen en sociaaleconomische verschillen in zorgkosten” tonen duidelijk aan dat in buurten waar meer inwoners wekelijks sporten en waar meer inwoners voldoen aan de beweegrichtlijn de zorgkosten lager zijn. Hierbij is rekening gehouden met kenmerken zoals de sociaal economische status (SES) en bevolkingsopbouw van die buurten. Uit eerder onderzoek is namelijk al gebleken dat de SES van invloed is op gezondheid en welzijn en hoeveel mensen sporten en bewegen. Het nieuwe onderzoek laat zien dat bij twee buurten met een vergelijkbare SES in de meeste gevallen de buurt waar meer wordt gesport of bewogen substantieel lagere zorgkosten heeft. Als 1% van alle Amsterdammers – zo'n 9.350 mensen die nu nog te weinig bewegen – wekelijks gaat sporten of aan de beweegrichtlijnen gaat voldoen, bespaart dit de samenleving naar schatting 14 miljoen euro aan zorgkosten per jaar.

Als 1% van alle Rotterdammers – zo'n 6700 mensen die nu nog te weinig bewegen – wekelijks gaat sporten of aan de beweegrichtlijnen gaat voldoen, bespaart dit de samenleving naar schatting 11 miljoen euro aan zorgkosten per jaar. Besparing per buurt Gemiddeld genomen hebben Nederlandse buurten waar er 1% meer wekelijkse sporters zijn jaarlijks 9 euro lagere zorgkosten per inwoner. Buurten waarin van alle bewoners 1% meer voldoet aan de beweegrichtlijn, hebben gemiddeld 8 euro lagere jaarlijkse zorgkosten per inwoner. Op het eerste gezicht lijkt de besparing per jaar beperkt, maar omgerekend naar een Amsterdams stadsdeel of een gebied (Rotterdam), is dit een groot bedrag per jaar. Sporten en bewegen niet op één hoop gooien Een tweede opvallende uitkomst van het onderzoek is dat meer sporten of meer bewegen niet overal dezelfde effecten heeft. Zo zijn de verschillen in zorgkosten tussen buurten waar meer wordt gesport en die waar minder wordt gesport het grootst in buurten met relatief weinig welvarende mensen (lage SES buurten). Dit effect van sporten wordt kleiner naarmate de welvaart van de buurten toeneemt. In buurten met meer welvaart (hogere SES) zijn er vooral lagere zorgkosten als er meer inwoners aan de beweegrichtlijn1 voldoen,. Het effect van sport en bewegen op zorgkosten lijkt dus flink te verschillen tussen buurten, afhankelijk van de SES van de buurt.

Als 1% van de inwoners van Amsterdam Nieuw West – zo'n 1.700 mensen die nu nog niet of amper sporten – wekelijks gaat sporten, bespaart dit de samenleving naar schatting 2,7 miljoen euro aan zorgkosten per jaar. Als 1% van de inwoners van Rotterdam Charlois – zo'n 700 mensen die nu nog niet of amper sporten – wekelijks gaat sporten, bespaart dit de samenleving naar schatting 1,2 miljoen euro aan zorgkosten per jaar. Bovengenoemde bedragen zijn gemiddelde potentiële zorgkostenbesparingen, die jaar in jaar uit kunnen worden gerealiseerd. Het onderzoek impliceert ook dat investeren in sport en bewegen op gebied van zorgkosten directe besparingen kan opleveren en dus niet alleen maar een lange termijneffect is. 1 De beweegrichtlijn voor volwassen luidt: (1) Minstens 150 minuten per week matig of zwaar

intensieve inspanning, verspreid over meerdere dagen. (2) Minstens twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten, voor senioren aangevuld met balansoefeningen. (3) Voorkom veel stilzitten.

Welvaart is de belangrijkste verklarende factor in zorgkosten Naast bovenstaande nieuwe resultaten, waarbij buurten met gelijke SES worden vergeleken, toont dit onderzoek wederom aan dat juist verschillen in welvaart (SES) de zorgkosten tussen buurten het meest verklaart. Zorgkosten in de 10% meest welvarende buurten liggen gemiddeld ruim 1000 euro per persoon lager dan in de 10% minst welvarende buurten. Ook daarin zijn sport en bewegen belangrijke verklarende factoren. In de minst welvarende buurten ligt bovendien de meeste potentie voor een hogere sport- en beweegdeelname en voor lagere zorgkosten. Waar in de meest welvarende buurten 54% voldoet aan de beweegrichtlijn, is dat in de minst welvarende 46%. Voor wekelijks sporten zijn de verschillen nog veel groter tussen de meest en minst welvarende buurten (59% tegenover 39%), evenals het lidmaatschap van sportverenigingen (29% tegenover 12%). Door te sporten wordt meer gezondheid ervaren Tot slot blijk uit het onderzoek dat zowel bewegen, wekelijks sporten als ook het sportverenigingslidmaatschap allemaal ook op buurtniveau een duidelijk significante relatie met (betere) ervaren gezondheid hebben. Deze factoren hebben dus een positief effect op de gezondheid én betaalbaarheid van zorg.

Opzet onderzoek Het onderzoek “De relatie tussen sport en bewegen en sociaaleconomische verschillen in zorgkosten” is uitgevoerd met gegevens over zorgkosten uit 2019 om zo effecten van corona uit te sluiten. Er is gebruik gemaakt van onder meer de kostengegevens van alle personen die onder de zorgverzekeringswet vallen (Vektis) en de Gezondheidsmonitor van GGD, RIVM en CBS. In het onderzoek zijn verschillen in welvaart meegenomen door te kijken naar de SES van buurten. Deze SES houdt rekening met inkomen, opleiding en werksituatie van de bevolking van een buurt. Daarnaast is in de analyses rekening gehouden met verschillen in de bevolkingsopbouw van buurten, naar leeftijd en geslacht. De onderzoekers van de RUG vergeleken daarbij buurten met een vergelijkbare SES in Amsterdam en Rotterdam onderling, en met landelijke gemiddelden. Het onderzoek is uitgevoerd onder leiding van Dr. Willem de Boer van de RUG, tevens associate lector aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) op het gebied van de maatschappelijke waarde van sport en bewegen.

Conclusies Geconcludeerd kan worden dat meer sporten en bewegen bijdraagt aan lagere zorgkosten en dat stimulering daarvan tot aanzienlijke besparingen zouden kunnen leiden. Sport en bewegen zijn belangrijke factoren bij het verkleinen van kansenongelijkheid. Dat is een belangrijk inzicht voor de overweging van 0.a. overheid en zorgverzekeraars om meer te investeren in preventie via sport en bewegen. Verschillen in de effecten van sport en bewegen naar type buurten pleiten voor meer sportstimulering in lagere SES buurten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16129951/2