2. Regels en toelichting bestemmingsplan Joan Muyskenweg 12-14.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Joan Muyskenweg 12-14
Ontwerp
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Joan Muyskenweg 12-14
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.M2201BPSTD-OW01
Datum print
21 December 2023
Planstatus
ontwerp
blz. 3
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 Hoofdstuk 8 8.1 8.2 Hoofdstuk 9 9.1 9.2 Hoofdstuk 10
7 Inleiding
9
Aanleiding Crisis- en herstelwet Leeswijzer
9 9 9
Plankader
11
Ligging en begrenzing Doelstelling Geldend planologisch kader Beschrijving van het plangebied
11 11 11 13
Beleidskader
21
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
21 26 29 29
M.e.r. / (mer-beoordeling)splicht
37
M.e.r.-beoordelingsplicht
37
Verkeer en parkeren
39
Kader fietsparkeren Kader autoparkeren Parkeerbehoefte Verkeersgeneratie
39 41 44 47
Geluid
49
Algemeen Beleid en regelgeving Onderzoek Conclusie
49 49 52 72
Luchtkwaliteit
79
Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken
79 79 84
Bodem
87
Kader Plangebied
87 87
Cultuurhistorie en archeologie
89
Kader Conclusie
89 92
Duurzaamheid
93
Gemeente Amsterdam
blz. 4
10.1 10.2 10.3
Inleiding Toetsingskader Onderzoeksresultaten
93 93 94
Externe veiligheid
97
Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Verantwoording
97 98 101 106
Hoofdstuk 12
Hoogbouwaspecten
109
12.1 12.2
Algemeen Beleid en regelgeving
109 121
Hoofdstuk 13
Luchthavenindelingsbesluit
123
Hoofdstuk 14
Milieuzonering bedrijven
125
14.1 14.2 14.3
Kader Plangebied Resultaten onderzoeken
125 125 126
Hoofdstuk 15
Natuur en Landschap
129
15.1 15.2 15.3 15.4
Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie
129 129 129 136
Water
137
Algemeen Waterkeringen Waterberging Conclusie
137 137 137 139
Juridische planbeschrijving
141
Algemeen Artikelgewijze toelichting
141 141
Hoofdstuk 18
Economische uitvoerbaarheid
147
Hoofdstuk 19
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
149
Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro)
149
Hoofdstuk 11 11.1 11.2 11.3 11.4
Hoofdstuk 16 16.1 16.2 16.3 16.4 Hoofdstuk 17 17.1 17.2
19.1
Bijlagen
153
Bijlage 1
Verkeer en parkeeronderzoek 081222
155
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek 050423
177
Bijlage 3
Bodemonderzoek Anteagroup 010818
313
Bijlage 4
Bodemonderzoek IDDS 221119
451
Bijlage 5
Bodemonderzoek AlmadEco 190621
599
bestemmingsplan_Joan Muyskenweg 12-14 (ontwerp)
blz. 5
Bijlage 6
EV onderzoek 061222
659
Bijlage 7
advies Veiligheidsregio 061022
691
Bijlage 8
Bezonningsonderzoek 190522
697
Bijlage 9
actualisatie bezonningsonderzoek 060623
707
Bijlage 10
Windhinderonderzoek 130922
719
Bijlage 11
actualisatie windhinderonderzoek 060623
769
Bijlage 12
Ecologie 230522
807
Bijlage 13
Stikstofdepostitie berekening 191223
827
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Hoofdstuk 4
861 Inleidende regels
862
Begrippen Wijze van meten
862 875
Bestemmingsregels
876
Gemengd Verkeer Water - 1 Water - 2 Waterstaat - Waterkering
876 879 880 882 884
Algemene regels
885
Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels
885 886 887 888 889
Overgangs- en slotregels
890
Artikel 13 Overgangsrecht Artikel 14 Slotregel
Bijlagen Bijlage 1
890 891
893 Staat van bedrijfsactiviteiten functiemengingslijst
894
Gemeente Amsterdam
blz. 6
bestemmingsplan_Joan Muyskenweg 12-14 (ontwerp)
blz. 7
Toelichting
Gemeente Amsterdam
blz. 8
bestemmingsplan_Joan Muyskenweg 12-14 (ontwerp)
blz. 9
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De bedrijvenstrook A2 zone/Joan Muyskenweg wordt getransformeerd van een werkgebied in stedelijk woon-werkmilieu. De kavel Joan Muyskenweg 12-14 krijgt hierbinnen een nieuwe stedelijke functie qua gebruik, programma en uitstraling. De voorgenomen stedenbouwkundige invulling van het perceel past niet binnen het uitwerkingskader uit het bestemmingsplan Zone A2/ Joan Muyskenweg. Met voorliggend bestemmingsplan wordt hier als nog in voorzien en de beoogde ontwikkeling mogelijk gemaakt.
1.2
Crisis- en herstelwet
De Crisis- en herstelwet beoogt een versnelling in de ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke projecten te bewerkstelligen, teneinde bij te dragen aan de bestrijding van de economische crisis. Hiertoe zijn tijdelijke wijzigingen in de ruimtelijke procedures zoals het bestemmingsplan van toepassing verklaard op verschillende soorten projecten. In bijlage I van de Crisis- en herstelwet is als categorie van gevallen onder andere genoemd de 'ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 of afdeling 3.3 van de Wet ruimtelijke ordening ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden'. Voorliggend bestemmingsplan moet worden gezien als een onderdeel van deze categorie, aangezien het voorziet in de realisatie van meer dan 11 woningen.
1.3
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. De verbeelding en de regels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De toelichting geeft de achtergronden (relevant beleid, resultaten van uitgevoerde onderzoeken) bij de bestemmingsplanregeling. De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit 19 hoofdstukken. Hier wordt in het kort de inhoud van deze hoofdstukken beschreven. Na dit eerste inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plankader. Er wordt onder andere ingegaan op de ligging en begrenzing van het plangebied, de doestelling, het geldend planologsch kader en een beschrijving van het plangebied. In hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het relevante ruimtelijk beleid afkomstig van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente. In hoofdstuk 4 tot en met 16 worden diverse omgevingsaspecten beschreven. In hoofdstuk 17 wordt uitgelegd op welke wijze dit is vertaald in juridische zin. In hoofdstuk 18 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en tot slot behandelt hoofdstuk 19 de maatschappelijke uitvoerbaarheid (het overleg ex artikel 3.1.1 Bro).
Tot slot zijn de relevante rapporten als bijlage bij de toelichting gevoegd.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
bestemmingsplan_Joan Muyskenweg 12-14 (ontwerp)
blz. 11
Hoofdstuk 2 2.1
Plankader
Ligging en begrenzing
De kavel Joan Muyskenweg 12-14 is gelegen aan de Joan Muyskenweg en de Duivendrechtsevaart. Het plangebied wordt omgeven door studentenhuisvesting aan de zuidzijde en door een insteekhaven met daarachter het Mercure hotel aan de noordzijde. Aan de oostzijde ligt de Duivendrechtsevaart en toekomstige Joan Muyskenkade, aan de westzijde ligt de doorgaande Joan Muyskenweg met de parallel gelegen rijksweg A2.
Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de digitale verbeelding (voorheen de bestemmingplankaart).
2.2
Doelstelling
Met het voorliggende bestemmingsplan streeft het stadsdeel de volgende doelen na: 1. het komen tot uniformiteit in regels en wijze van bestemmen; 2. het mogelijk maken van een nieuwe ontwikkelingen op de locatie Joan Muyskenweg 12-14; 3. het komen tot digitaal raadpleegbare en uitwisselbare bestemmingsplannen.
2.3
Geldend planologisch kader
Het kavel Joan Muyskenweg 12-14 maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan ‘Zone A2/Joan Muyskenweg’ (imro-code: NL.IMRO.0363.M1101BPGST-VG01). Het bestemmingsplan Zone A2/ Joan Muyskenweg is op 27 november 2013 vastgesteld en is onherroepelijk. Op de kavel gelden de volgende bestemmingen: Wonen – Uit te werken Verkeer – 3 Naast de enkelbestemming, kent het perceel een dubbelbestemming 'Waterstaat - waterkering'.
Gemeente Amsterdam
blz. 12
De voor ‘Wonen – Uit te werken’ gronden zijn bestemd voor: Wonen, waaronder mede begrepen short stay al dan niet in combinatie met praktijkruimte of vrije beroepsuitoefening aan huis; consumentenverzorgende dienstverlening; horeca I, III en IV; bedrijven; voet- en fietspaden; wegen; groenvoorzieningen; met de daar bij behorende: bergingen en andere nevenruimten; tuinen; parkeervoorzieningen; nutsvoorzienigen. De volgende uitwerkingsregels zijn van toepassing: gebouwen mogen uitsluitend in het bestemmingsvlak worden opgericht; de maximum bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' mag niet worden overschreden (28 meter en 60 meter in de noordwestelijike hoek); het bruto vloeroppervlakte (bvo) voor woningen mag niet meer dan 21.000 m2 bedragen; consumentgerichte dienstverlening, horeca I, III en IV en bedrijven, mogen uitsluitend in de eerste bouwlaag / plint worden gebruikt; bedrijven zijn uitsluitend toegestaan, voor zover deze vallen in de milieucategorie 1 en 2 conform de bij de regels deel uitmakende lijst; de geluidbelasting van op de gevel van geluidgevoelige objecten, niet zijnde een dove gevel, mag niet hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde; woningen dienen te beschikken over een geluidluwe zijde; er mag geen afbreuk worden gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het aantal parkeerplaatsen per woning bedraagt ten minste gemiddeld 0,3 en ten hoogste gemiddeld 1 parkeerplaats per woning.
bestemmingsplan_Joan Muyskenweg 12-14 (ontwerp)
blz. 13
Verder is op het plangebied het bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders (vastgesteld op 10 juli 2021) van toepassing. Dit bestemmingsplan beschermd het belang van grondwaterneutraal bouwen, middels een verbod om kelders te bouwen, dan wel bestaande kelders te vergroten. Middels een omgevingsvergunning kan van de verbodsbepaling worden afgewerken, waarbij keders met een totale BVO van maximaal 300m2 en een maximale bouwdiepte van 4 meter getoetst worden aan de beleidsregel 'Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam'. Voor grotere kelders geldt dat op basis van geohydrologisch onderzoek moet worden aangetoond dat het bouwen van de kelder niet strijdig is met het belang van grondwaterneutraal bouwen.
2.4
Beschrijving van het plangebied
2.4.1
Historische ontwikkeling
Het gebied Overamstel was tot aan het begin van de twintigste eeuw gelegen in de Duivendrechter Polder. Deze polder werd in het oosten afgebakend door de Weespertrekvaart, feitelijk de opvolger van de oude Ringsloot rond de Watergraafsmeer, en in het westen en noorden door de Amstel. Tot aan het einde van de achttiende eeuw was er in het gebied een aantal buitenplaatsen aanwezig en was vooral de natuur bepalend. In het zuiden lag de gemeente Ouder-Amstel waartoe de gehele polder tot 1921 behoorde. De opening van de Rijnspoorweg in 1843 tussen Amsterdam en Arnhem leidde ertoe dat de polder werd doorsneden.
detailkaart 1900, spoorlijn en kleinschalige industrie langs de Weespertrekvaart In de jaren dertig werd het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) voor de stad Amsterdam vastgesteld. In het AUP werden meerdere industrieterreinen rondom Amsterdam aangewezen om zodoende zwaardere
Gemeente Amsterdam
blz. 14
industrie te scheiden van woonbebouwing. In het gebied Overamstel waren twee industriegebieden voorzien, het industriegebied Duivendrecht en het industriegebied Weespertrekvaart. In 1949 zijn voor het industriegebied Duivendrecht twee deelplannen opgesteld, dit gebied lag immers deels op grondgebied van Amsterdam en deels op dat van de gemeente Ouder-Amstel. De scheidingslijn vormde het huidige metrotracé.
Uitbreidingsplan Industriegebied Duivendrecht uit 1948 De Duivendrechtsevaart vormde, in zekere zin, de begrenzing tussen de groene Amsteloever en het industriegebied. De beplanting aan weerszijden van de als een 'parkway' ontworpen rijksweg vormt de punt van de Amstelscheg in de vorm van een groenstrook langs de Amstel. Daarin liggen de boutenhuizen van de roeiverenigingen, het volkstuinen complex en de groenstrook waarin de latere Joan Muyskenweg ligt ingebed. Hoewel de rijksweg later is vervangen door de A2, vormt deze zuidelijke toegang tot de stad een vloeiende overgang vanuit open landschap via de Utrechtsebrug richting de bebouwing van Amsterdam Zuid. Bij de herziening van het ontwerp in 1961 kreeg het gebied als naam 'industriegebied Amstel' en in 1966 kwamen beide gedeelten voor een periode van twaalf jaar onder Amsterdams bestuur.
bestemmingsplan_Joan Muyskenweg 12-14 (ontwerp)
blz. 15
detailkaart 1960 Een belangrijk element in het plangebied vormt de snelweg A2. De A2 kruist de ringweg A10 bij knooppunt Amstel en komt Amsterdam binnen. De A2 eindigt voorbij de Utrechtse Brug. De snelweg telt 2x3 doorgaande rijstroken met extra weefstroken. Op 1 april 1954 opende de A2 tussen de Amstelbrug en Ouderkerk aan de Amstel. Dit was ook de officiële openstelling van de A2 tussen Amsterdam en Utrecht. Ruim 25 jaar later kwam het knooppunt tussen de ringweg A10 en de A2 tot stand. In 1997 is de A2 ten noorden van het knooppunt Amstel overgedragen van Rijkswaterstaat naar de gemeente Amsterdam, waarna deze het nummer s110 kreeg. In de jaren zeventig kwam de Zuidoost tak van de metro tot ontwikkeling en werd de infrastructuur in het gebied verbeterd. In het gebied vestigden zich nieuwe bedrijven. Zo werd het Euromotel opgericht, het gebouw is inmiddels veranderd en vergroot maar nog steeds in gebruik als hotel. 2.4.2
Stedenbouwkundige context Zone A2 Joan Muyskenweg
Aan Joan Muyskenweg bevinden zich een aantal gebouwen. Kenmerkend voor het gebied is een onregelmatige, noord zuid georiënteerd verkavelingspatroon. Het verkavelingspatroon vloeit voort uit de ligging tussen de Duivendrechtsevaart en de A2/Joan Muyskenweg. Er bestaat een concentratie van bedrijven aan de zuidzijde van het gebied. De gebouwen zijn divers van aard, zowel in afmetingen, materiaalgebruik als in functie. Het gebied zal transformeren van een werkgebied naar een stedelijk woon-werkmilieu. De transformatie zal voornamelijk plaatsvinden door de functie wonen aan het gebied toe te voegen. De ambitie is, om het deelgebied qua stedenbouwkundige opzet, architectonische uitstraling en materiaalkeuze te laten aansluiten op het Amstelkwartier. Kenmerkend voor de stedenbouwkundige opzet van het gebied Overamstel zijn de stevige, grote stadsblokken met een stedelijke openbare straat aan de voorgevel en een groen, rustige, autovrije binnenwereld. Het uitgangspunt bij de nieuw gebouwen is dan ook een groot bouwvolume tussen de A2/Joan Muyskenweg en de Duivendrechtsevaart.
Gemeente Amsterdam
blz. 16
Uitgangspunt voor het bouwvolume op deze plek (Joan Muyskenweg 12-14) is het gesloten bouwblok, het bindend thema van de verkaveling van Overamstel. Een stedelijke openbare straat aan de voorgevel en een groene, rustige, autovrije binnenwereld. Het binnenterrein biedt ruimte voor privétuinen of grotere gemeenschappelijke tuinen. Het bouwblok staat loodrecht op de Duivendrechtsevaart. 2.4.3
Ontwikkelingen
De locatie Joan Muyskenweg 12- 14 maakt deel uit van Overamstel. Overamstel is één van de weinige plekken binnen de Ring A10 waar grootstedelijk wonen en werken nog substantieel kan worden toegevoegd. Het gebied heeft goede uitgangspunten om tot een gemengd stedelijk gebied te komen. Het gebied is gunstig gelegen binnen de ring en ligt centraal tussen de drie grootstedelijke centra van Amsterdam: het centrum, de Zuidas en het Centrumgebied Zuidoost. Dicht bij de stad maar ook dicht bij het groene buitengebied van de Amstelscheg. Daarnaast vormt het de overgang van de stad naar het werkgebied in Zuidoost. Ook de unieke kwaliteiten van het gebied zelf, zoals de ligging aan de Amstel en de cultuurhistorie van het Nuon-terrein, met haar monumentale gebouwen en prachtig park, vormen belangrijke dragers van het gebied. De ligging aan de Amsteloever met verbindingen naar de Amstelscheg en tegelijkertijd de binnenstad van Amsterdam op een steenworp afstand, maken Overamstel aantrekkelijk om te wonen. De unieke locatie aan de Amstel, de relatieve nabijheid van het centrum, de goede bereikbaarheid per openbaar vervoer en auto, de aanwezigheid van cultuurhistorische elementen in het plangebied en de wens om te komen tot een gemengd woonwerkmilieu zijn sterke troeven voor een stedelijk woonwerkmilieu.
Dit stedelijk milieu met een mix van wonen, werken en voorzieningen oefent een sterke aantrekkingskracht uit op mensen die stedelijk georiënteerd zijn. In een economie die draait op menselijke interacties staan gemengde woon/werkmilieus in de centrale delen van de stad bij hen erg in de belangstelling. In Amsterdam speelt bij deze bewoners voortdurend de kwestie om zowel stedelijk te willen wonen als over voldoende woonruimte te kunnen beschikken. Overamstel biedt een prima kans om deze twee aspecten te combineren. Het uitgangspunt voor heel Overamstel is het realiseren van een dynamisch stuk stad waar zowel gewoond als gewerkt wordt. ontwikkelopgave korter termijn Op de korte termijn speelt de opgave van een goed inpassing van de ontwikkelingen op de kavels Joan Muyskenweg 12-14, 22 en 24 (rood gemarkeerd in onderstaande afbeelding).
bestemmingsplan_Joan Muyskenweg 12-14 (ontwerp)
blz. 17
2.4.4
Huidige situatie
Het project is gelegen in Amstelkwartier, aan de zuidzijde van Amsterdam. De huidige situatie, geïllustreerd in onderstaande afbeeldingen, bestaat uit lage gebouwen gelegen tussen Joan Muyskenweg en Duivendrechtsevaart. Mercure Hotel Amsterdam City bevindt zich in het noorden, terwijl het studentenwoningencomplex AmstelHome zich bevindt in het zuiden.
Gemeente Amsterdam
blz. 18
2.4.5
Kavelinformatie
De kavel Joan Muyskenweg 12-14 heeft een oppervlakte van 4.403m2 met een lengte van 76 meter en een breedte van 53,2 meter. 2.4.6
Stedenbouwkundige randvoorwaarden
Uitgangspunt voor het bouwvolume op het Ymerekavel is het gesloten bouwblok, het bindend thema van de verkaveling van Overamstel. Een stedelijke openbare straat aan de voorgevel en een groene, rustige, autovrije binnenwereld. Het binnenterrein biedt ruimte voor privétuinen of grotere gemeenschappelijke tuinen. Het bouwblok staat loodrecht op de Duivendrechtsevaart. De bouwhoogte is 31 meter (onder voorwaarden kan dit op een deel van de kavel verhoogd worden in 40 meter). Binnen het bebouwingsvlak kan een (1) hoogbouwaccent van maximaal 63 meter hoogte gerealiseerd worden. Het auto- en fietsparkeren ten behoeve van de woningen dient in principe op eigen kavel opgelost te worden. De parkeernorm voor autoparkeren sluit aan op het parkeerbeleid. Gebouwde parkeervoorzieningen dienen inpandig, verdiept of half-verdiept of bovengronds (mits 5 meter terugliggend
bestemmingsplan_Joan Muyskenweg 12-14 (ontwerp)
blz. 19
in geval van het parkeren van motorvoertuigen) gerealiseerd te worden.
Kade Langs de Duivendrechtsevaart, ten zuiden van de insteekhaven, is ruimte voor een kade. De kade is 16,5 meter breed en heeft een ruim trottoir, een rijbaan voor bestemmingsverkeer en een beperkt aantal parkeerplaatsen langs de weg en een oeverzone met bomen. De kade vormt een nieuwe openbare route voor voetgangers en fietsers richting het metrostation Spaklerweg en maakt onderdeel uit van de verkeersontsluiting van het gebied. De kade wordt uitgevoerd en ingericht als een 30 kilometerweg of als erfinrichting. 2.4.7
Programma
Het programma bestaat maximaal uit 21.000 m2 BVO wonen (maximaal 240 woningen ) minimaal 700 m2 en maximaal 1.600 m2 bedrijven en maximaal 3.000 m2 ander programma, waaronder dienstverlening, kantoor en horeca (maximaal 150m2).
Gemeente Amsterdam
blz. 20
bestemmingsplan_Joan Muyskenweg 12-14 (ontwerp)
blz. 21
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI staat voor een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving en gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. De NOVI is een instrument van de Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI komt als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve 1 paragraaf. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie. De NOVI benoemt de volgende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8.
Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. De eerste drie nationale belangen zijn van een ander, meer overkoepelend karakter, dan de overige. De nationale belangen staan in willekeurige volgorde.
De nationale belangen gelden daar waar nodig onverkort in de ondergrond. Er zijn vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Gemeente Amsterdam
blz. 22
2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier bovengenoemde NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen. Conclusie Er is geen sprake van strijd met de NOVI. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 22 augustus 2011 vastgesteld en op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen, zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, voorzien per 1 oktober of 1 januari 2023, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).1 Het Barro beschrijft een aantal projecten en stelt per project regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Natuurnetwerk Nederland, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Conclusie Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met het Barro. 3.1.3
Ladder duurzame verstedelijking
Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' ingevoegd als artikel 3.1.6 lid 2. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder geeft invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige en transparante afweging bij ruimtelijke besluiten. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied en de keuzes die daaruit volgen. Per 1 juli 2017 is de ladder gewijzigd, waarbij het toetsingskader lichter in gebruik is geworden. Het doorlopen van de drie motiveringstredes en aantonen van de actuele regionale behoefte is niet meer verplicht. Wel moet voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling worden gegeven. Verder is toegevoegd dat bij nieuwe moederplannen met een wijzigingsbevoegdheid de laddertoets kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigingsplan.
Nieuwe stedelijke ontwikkeling Op basis van de vigerende bestemming Wonen - Uit te werken is een gebouw met een hoogte van deels 28 meter en deels 60 meter toegestaan, waarbinnen de functies wonen, consumentverzorgende dienstverlening, horeca I, III en IV en bedrijven toegestaan zijn. Het hoogteaccent van 60 meter moet bestemmingsplan_Joan Muyskenweg 12-14 (ontwerp)
blz. 23
binnen het aangegeven maatvoeringsvlak gerealiseerd worden. Dienstverlening, horeca I, III en IV en bedrijven mogen uitsluitend in de eerste bouwlaag/ plint.
maatvoeringsvlak hoogteaccent van 60 meter Met dit bestemmingplan wordt een gebouw met een hoogte van deels 31 meter en een hoogteaccent van 63 meter mogelijk gemaakt. De exacte plaats van het hoogteaccent wordt in tegenstelling tot het eerdere bestemmingsplan niet exact vastgelegd. De niet woonfuncties zoals, dienstverlening, kantoor en bedrijven mogen zowel in de eerste bouwlaag/ plint als in de tweede bouwlaag gerealiseerd worden. Gelet op de toename in hoogte die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt en het bieden van flexibiliteit voor de plaats van het hoogteaccent voorziet het bestemmingsplan in de realisering van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Beschrijving behoefte: demografische en economische ontwikkeling De behoeftevraag naar functies als wonen en werken en overige stedelijke voorzieningen is in grote mate afhankelijk van de toekomstige demografische en economische ontwikkelingen in het gebied. Uit het rapport Demografische ontwikkelingen 2010-2040 van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt de Metropoolregio Amsterdam aanhoudend (tot 2040) sterk tot zeer sterk te groeien: 10 procent tot meer dan 20 procent. Ook de huishoudensontwikkeling geeft dezelfde trend met een stevige groei van 20 procent of meer. De verwachting is dat de gemeente Amsterdam in 2040 ruim 50.000 huishoudens meer heeft dan in 2010.
De werkzame beroepsbevolking in de Metropoolregio Amsterdam zal toenemen. Om de concurrentie met andere economisch topregio's aan te kunnen dient het hoogstedelijk centrummilieu doorontwikkeld te worden. Intensivering van het grondgebruik in de stad is hierbij van
Gemeente Amsterdam
blz. 24
groot belang. Een grotere mix van wonen en werken, waarbij kansrijke economische sectoren de ruimte krijgen. Meer woon- en werkruimte betekent meer draagvlak voor voorzieningen. Daarbij horen horeca, detailhandel en een diversiteit aan culturele en onderwijsinstellingen. De nieuwe economie bestaat uit een complex van functies: wonen, werken en recreëren. Wonen De woningbehoefte in de Metropoolregio Amsterdam is zeer groot en voor de komende decennia van structurele aard. De stadsregio behoort landelijk tot één van de weinige regio's in Nederland waar het tot nu toe niet lukt om het woningtekort terug te dringen. Die woningbehoefte heeft veel te maken met de regionale economische ontwikkeling. De Amsterdamse regio is in economische termen de succesvolste van Nederland en wordt gezien als een belangrijke motor van de nationale economie. Met de partners in de Metropoolregio is afgesproken dat Amsterdam haar woningvoorraad met 50.000 woningen uitbreidt binnen het bestaande stedelijke gebied in de periode 2010-2030. In de periode tot 2050 heeft Amsterdam de ambitie de voorraad met totaal 150.000 woningen uitgebreid te hebben. De druk op de Amsterdamse woningmarkt neem toe. De schaarste zorgt voor stijgende prijzen waardoor de betaalbaarheid voor lagere en middeninkomens verder onder druk komt te staan.
De vraag naar woningen in Amsterdam is onverminderd groot, met name in de stedelijke woonmilieus binnen de Ring A10. Het centrum met het aangrenzende Zuid, Oud-West en Oostelijk Havengebied vormen samen de centraal stedelijke zone. De vraag naar stedelijk wonen is hier groot en door de unieke kwaliteiten heeft dit gebied weinig concurrentie in de regio. Veel mensen willen juist hier wonen, de dichtheid van bebouwing, voorzieningen en activiteiten is hier heel hoog. Gemeentelijke prognoses geven aan dat er 3.000 tot 7.500 woningtoevoegingen per jaar moeten plaatsvinden om in de woningbehoefte te voorzien. Er vestigen zich veel nieuwe mensen in de stad: netto circa 10.000 per jaar. De komende decennia zal het aantal ouderen in Amsterdam fors toenemen. Door het landelijk beleid zullen veel ouderen langer zelfstandig blijven wonen. In bouwplannen zal dan ook ruimte moeten zijn voor nieuwbouw die ook geschikt is voor ouderen. Ook de vraag naar studentenwoningen is in Amsterdam onverminderd groot, zodat de komende jaren de bouw van studentenhuisvesting blijvend gestimuleerd moet worden. Tot slot is behoefte aan ruimte voor zelfbouwers en bouwgroepen. Naast de woningvraag van nieuwe inwoners wordt met het mogelijk maken van nieuwe woningen ook een doorstroombeweging in de stad in gang gezet.
Voor de gezinshuishoudens die nu noodgedwongen in te krappe woningen blijven wonen, ontstaan er mogelijkheden om binnen hun wensen in de stad te blijven wonen. De woningen die zij in verschillende buurten achterlaten zijn geschikt voor kleine huishoudens en starters op de woningmarkt. De middenhuur kan de sleutel vormen voor een betere verdeling van de schaarse woonruimte in Amsterdam. Er zit nu vaak een groot gat tussen de sociale huurprijzen tot afgerond 700 euro per maand en de huurprijzen in de vrije sector. Door veel woningen te bouwen met een middenhuur kunnen de relatief welvarende mensen in een sociale huurwoning verleid worden om te verhuizen. Er moeten meer middensegment woningen worden gebouwd. De gemeente heeft hiertoe in 2017 het Actieplan meer middeldure huur en de Woonagenda 2025 vastgesteld. De gemeente Amsterdam heeft gezien deze toenemende woningbehoefte de ambitie uitgesproken om vanaf 2018 per jaar minimaal 5.000 woningen te realiseren, waarvan 500 sociale huurwoningen. Om tegemoet te komen aan de grote vraag naar nieuwbouwwoningen is het zaak om hierop in te spelen door woningbouw planologisch mogelijk te maken: de planvoorraad moet worden vergroot. De ontwikkeling van Joan Muyskenweg 12-14 voorziet in maximaal 21.000 m2 BVO wonen.
Er wordt bij de woningprogrammering aangesloten op de ambities die in de Woonagenda 2025 benoemd zijn: 30% gereguleerde huur, 40% middelduur (huur en koop) en 30% dure huur en koop.
bestemmingsplan_Joan Muyskenweg 12-14 (ontwerp)
blz. 25
Bedrijven In het kader van het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka) werkt de Metropoolregio aan een gezamenlijke strategie voor de planning van kantoor- en bedrijfslocaties.Prognoses tonen aan dat de vraag naar binnenstedelijke bedrijventerreinen in de toekomst onverminderd hoog blijft. Hier komt bij dat 70.000 woningen erbij in de stad ook een groeiende vraag naar bouw- en onderhoudswerkzaamheden, naar voedsel en naar diensten met zich mee zal brengen. Het gaat om ambachten, bouwbedrijven, loodgieters, onderhoud- en reparatiebedrijven en toeleveranciers. Dit scala aan bedrijfjes, de stadsverzorgende bedrijvigheid, draagt er in belangrijke mate toe bij dat de stad kan blijven functioneren als volwaardig leefmilieu. Uitsluitend bedrijvigheid wordt toegestaan voor zover deze mengbaar is met wonen. Dienstverlening Door de toevoeging van woningen zal mogelijk behoefte ontstaan aan consumentverzorgende dienstverlening en maatschappelijke dienstverlening. Er wordt hiermee voorzien in een lokale behoefte die voortkomt uit de toevoeging van woningbouw in het plangebied. Dergelijke voorzieningen hebben naar verwachting een verzorgingsfunctie op wijkniveau. Horeca Een van de kenmerken van Amsterdam is dat wonen, werken en recreëren minder gescheiden zijn in ruimte en tijd. Dit leidt tot een sterk toenemende vraag naar gemengde, milieus. Dat geldt ook voor horecavoorzieningen.
Als gevolg van de toename van het aantal inwoners zal de gewenste horecadichtheid moeten toenemen. Het toevoegen van horeca op kleine schaal is wenselijk ter ondersteuning van de woonfunctie in het gebied. Het bestemmingsplan maakt horeca categorie I (fastfood), III (cafe, bar en naar aard daarmee vergelijkbaar) en IV (restaurant, koffie-, en theehuis, lunchroom, juicebar of naar aard daarmee vergelijkbaar) mogelijk. Het maximaal toegestane oppervlakte horeca bedraagt 150 m2 BVO. Conclusie Het bestemmingsplan is getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Daaruit volgt dat de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte, die zich met name op stedelijk en lokaal niveau manifesteert. De ruimtevraag kan geheel worden opgevangen in bestaand stedelijk gebied. 3.1.4
Luchthavenindelingsbesluit Schiphol
Op grond van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) gelden hoogtebeperkingen voor een gebied rondom de luchthaven. In de gebiedsdelen waar hoogtebeperkingen gelden mogen op basis van artikel 2.2.2 van het LIB geen objecten worden opgericht of geplaatst die hoger zijn dan de in bijlage 4 bij het besluit aangegeven maximale hoogtes. Per 1 juli 2015 is het LIB gewijzigd. Een belangrijke reden om het LIB op dit punt te wijzigen heeft te maken met het borgen van de vliegveiligheid. Een deel van het beperkingengebied en de regels voor het gebruik van grond binnen die gebieden is daarom gewijzigd. De wijzigingen hangen samen met gewijzigde of nieuwe internationale regels en hebben betrekking op de volgende onderwerpen: Verlagen van de noodklimtoetsvlakken; Completeren en actualiseren van de toetsvlakken voor luchtverkeersapparatuur;
Gemeente Amsterdam
blz. 26
Toevoegen en opnemen van nieuwe toetsvlakken; Instellen van een toetszone voor windturbines; Instellen van een toetszone voor gebruik van laserinstallaties; Opnemen van beperkingen voor bomen en struiken. Het plangebied valt binnen de beperkingenzone waarin hoogtebeperkingen zijn vastgelegd (zie figuur 4.1). De maximum bouwhoogte volgens het LIB bedraagt ter plaatse 150 meter. Het bestemmingsplan maakt een bouwhoogte mogelijk van maximaal 63 meter. Op basis van de algemene afwijkingsregels is het mogelijk om ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen zoals schoorstenen, ventilatie-inrichtingen en antennes met 3 meter af te wijken van de maximale bouwhoogte. Daarmee is dus maximaal een bouwhoogte van 66 meter mogelijk. De conclusie is dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met het LIB.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie NH2050
Provinciale Staten hebben op 19 november 2018 de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 geeft inzicht in de ruimtelijke ambities van de provincie Noord-Holland. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Economische groei en een gezonde leefomgeving moeten op elkaar zijn afgestemd en houden elkaar in evenwicht. De vele ontwikkelingen die de komende jaren op de samenleving zullen afkomen zijn in de Omgevingsvisie NH2050 aangestipt. Er zijn acht urgente ontwikkelingen geformuleerd waar de samenleving mee te maken zal krijgen: Klimaatverandering: bescherming bieden tegen de (extra versnelde) zeespiegelstijging. Bodem-, water- en luchtkwaliteit: verdere verbetering van de kwaliteit van bodem, water en lucht op alle plekken in de provincie. Biodiversiteit en natuur: investeren en vergroten van de biodiversiteit om andere doelen te bereiken zoals een gezonde leefomgeving, economisch duurzame landbouw, bodem en waterkwaliteit, aantrekkelijke verstedelijking en klimaatadaptatie. Economische transitie: ruimte te bieden aan ontwikkelingen van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten door de overgang naar duurzame economie. Energie transitie: overgaan naar een samenleving in de provincie die volledig klimaatneutraal is en is gebaseerd op hernieuwbare energie.
Mobliliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland verplaatsen zichzelf of producten effectief, veilig en efficient; het versterken van mobiliteitsopties zoals goede OV-verbindingen en ontwikkelen van basisbereikbaarheid voor kleine kernen. Verstedelijking: vraag en aanbod van woon-en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming brengen, waarbij duurzaamheid het uitgangspunt is voor de totale woningvoorraad. Landschap: benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. In de Omgevingsvisie NH2050 zijn ontwikkelprincipes geformuleerd die helpen om in samenhang te kijken naar de bovengenoemde acht hoofdthema's. Verder heeft de provincie vijf samenhangende bewegingen beschreven die samen met de hoofdthema's richting geven aan de ontwikkeling van de leefomgeving. De samenhangende bewegingen zijn: Dynamisch schiereiland: de provincie Noord-Holland is aan drie zijden omgeven door water. Het benutten van deze unieke ligging is leidend, waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. bestemmingsplan_Joan Muyskenweg 12-14 (ontwerp)
blz. 27
Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en waarin de kernen de herkenbare identiteit behouden. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving; centraal staat het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector. De hoofdthema's en de samenhangende bewegingen vormen de belangrijkste maatschappelijke opgaven voor de komende jaren. Ontwikkelprincipes bieden houvast voor iedereen die iets wil doen dat raakt aan de fysieke leefomgeving. Aan de ruimtelijke beslissingen van de provincie zal daarom altijd een afweging van deze belangen voorafgaan. Metropool Amsterdam maakt onderdeel uit van de metropoolregio Amsterdam, een regio die zich uitstrekt tot Zaanstad, Almere, Zuid Kennemerland en de Gooi- en Vechtstreek. De metropool moet tot 2050 verder groeien als een belangrijke en duurzame internationale concurrerende stedelijke regio. Er moeten daarom voldoende kantoren, bedrijven en woningen zijn, die vooral binnen het binnenstedelijk gebied gerealiseerd worden.
De regionale verschillen tussen de grotere en kleinere kernen binnen de metropool moeten hun sterke identiteit behouden, terwijl het geheel in sterkere mate als een systeem functioneert. Er moet functiemenging zijn, een goede bereikbaarheid en er wordt geïnvesteerd in een samenhangend netwerk van openbaar vervoer tussen woon- en werklocatie. De provincie ziet hierin niet de rol van trekker voor zichzelf, maar dit zal gezamenlijk met partners die daar mede voor verantwoordelijk zijn, worden opgepakt. Primaire waterkering Primaire waterkeringen beschermen Noord-Holland tegen overstromingen vanuit de Noordzee, Waddenzee, IJssel- en Markermeer. De provincie streeft bij dijkverbeteringen robuustheid en ruimtelijke kwaliteit na, inclusief versterking van cultuurhistorische, landschappelijke, recreatieve en ecologische waarden van waterkeringen en aangrenzende zones. Nieuwe ontwikkelingen moeten klimaatbestending en waterrobuust zijn. Bereikbaarheid Verder vindt de provincie een goede toegankelijkheid en bereikbaarheid van natuur- en recreatiegebieden via groenblauwe verbindingen voor haar bewoners en bezoekers belangrijk, zowel voor de leefbaarheid als voor het vestigingsklimaat. De provincie stelt zich ten doel dat in het jaar 2050 de fiets een nog belangrijker rol speelt in de regionale mobiliteit van Noord-Holland.
Er is dan één compleet, herkenbaar en veilig netwerk van fietspaden: op de belangrijkste regionale verbindingen tussen gemeenten, werklocaties, OV-knooppunten, onderwijsinstellingen en natuurgebieden. Verdichting De woningbouwbehoefte wordt vooral in en aansluitend op de bestaande, verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Er moet voldoende ruimte en budget zijn voor de ontsluiting van grote woongebieden door te verdichten op goed bereikbare plekken nabij knooppunten van openbaar vervoer. Groen en (water)recreatie
Gemeente Amsterdam
blz. 28
Ten slotte dient er voldoende groen om de stad te zijn in het kader van recreatie. Met de provincies Utrecht en Zuid-Holland is in het kader van de Groene Hartsamenwerking het Perspectief Groene Hart 2040 vastgesteld. Daarmee hebben deze provincies zich gecommitteerd aan samenhangend beleid voor het Groene Hart, wat in uitwerkingen verder vorm zal worden gegeven. Kern van de beweging zijn twee grote veranderprocessen die vragen om samenwerking, innovatie en gebiedsgericht maatwerk: de ontwikkeling naar een natuurinclusieve landbouw en de bodemdaling in veenweidegebied. Waterrecreatie is als belangrijk thema in Noord-Holland in een gezamenlijk met alle partners opgestelde Visie Waterrecreatie Noord-Holland 2030 benoemd. Zowel vanuit het economisch als maatschappelijk belang dient de positie van Noord-Holland als vooraanstaande waterprovincie te worden behouden en versterkt. Het Blauwe Hart (het gebied van Markermeer en IJmeer) is een belangrijke locatie voor de groeiende behoefte aan waterrecreatie. Conclusie Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de kaders uit de Omgevingsvisie NH2050. 3.2.2
Omgevingsverordening NH2020
Op 17 november 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 van de provincie Noord-Holland in werking getreden. De omgevingsverordening vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De provinciale Omgevingsverordening geeft een verdere invulling van de hoofdambitie van de Omgevingsvisie, een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De regels geven de kaders waarbinnen deze ruimte voor afweging en maatwerk mogelijk is en zijn in overeenstemming met de ontwikkelprincipes en ambities zoals verwoord in de Omgevingsvisie. Deze regels zijn er onder andere op gericht om zoveel mogelijk binnenstedelijk te verdichten en het landschap te behouden en beschermen. In de Omgevingsverordening is de provinciale regelgeving (zoals ten aanzien van milieu en luchthavens) beleidsneutraal omgezet ten opzichte van de voordien geldende provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). Het beleidsneutrale karakter betekent dat de in de PRV geldende regelgeving zonder aanpassing van de normstelling en met een gelijkwaardig beschermingsniveau is overgezet in de integrale Omgevingsverordening. Waar nodig zijn de regels wel verduidelijkt en vereenvoudigd.
De provincie werkt overigens aan de opvolger van de Omgevingsverordening NH2020; de Omgevingsverordening NH2022. Deze zal tegelijk in werking treden met de Omgevingswet, naar verwachting op 1 oktober 2022 of 1 januari 2023. Ook de Omgevingsverordening NH2022 is gericht op een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid, zoals omschreven in de Omgevingsvisie NH2050. In de provinciale omgevingsverordening is (gelet op artikel 1.1.1 eerste lid onder h. van het Besluit ruimtelijke ordening) het gehele onderhavige plangebied aangemerkt als bestaand stedelijk gebied: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Blijkens de toelichting van de Omgevingsverordening zijn gemeenten verplicht om bestemmingsplannen voor het bestaand stedelijk gebied te maken en hebben zij bij de invulling daarvan een grote mate van beleidsvrijheid. Dit laatste geldt zowel ten aanzien van het voldoen aan de huisvestingsvraag als het bestemmingsplan_Joan Muyskenweg 12-14 (ontwerp)
blz. 29
voldoen aan voldoende en gedifferentieerde ruimte voor economische activiteiten. Met dit bestemmingsplan wordt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. De instructieregels van artikel 6.3 OVNH2020 schrijven voor dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. In het Actieprogramma Woningproductie MRA 2018 - 2025 (28 februari 2019) is afgesproken dat er in de MRA gemiddeld 15.000 woningen per jaar gebouwd worden. Met voorliggend bestemmingsplan wordt voorzien in een (klein) deel van deze opgave. Conclusie Het bestemmingsplan voldoet aan de Omgevingsverordening.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Metropoolregio Amsterdam
De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Amsterdam 2050
Op 8 juli 2021 is de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 'Een menselijke metropool' vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. De Omgevingsvisie beschrijft de gewenste ruimtelijke toekomst van Amsterdam tot 2050. Hierbij is uitgegaan van een aanhoudende groei van de bevolking en economie in de Metropoolregio Amsterdam. De opgave is om de woningmarkt in balans te brengen, de economie te vernieuwen, de werkgelegenheid te herstellen en de verduurzaming en klimaatbestendigheid van de stad te versnellen. Daarbinnen neemt Amsterdam haar verantwoordelijkheid door in bestaand stedelijk gebied ruimte te bieden voor 150.000 extra woningen, 300.000 extra Amsterdammers en 200.000 extra arbeidsplaatsen, plus alle daarbij behorende stedelijke voorzieningen. Gezien de ambities en de schaarste van ruimte en financiën maakt het bestuur vijf strategische keuzes: 1. Meerkernige ontwikkeling Van uitrol centrumgebied naar een meerkernige en meer diverse verstedelijking Regionale spreiding stedelijke voorzieningen en werkgelegenheid. Onderscheidende ontwikkeling Nieuw-West, Zuidoost en Noord.
Gemeente Amsterdam
blz. 30
Twee bruggen over het IJ en een regionaal fietsnetwerk.
2. Groeien binnen grenzen Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling Ruimte voor 150.000 woningen erbij in complete buurten. Verduurzamen bestaande buurten en woningen. Behoud van productieve bedrijvigheid in Amsterdam. Ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven. Verduurzaming van de haven.
3. Duurzaam en gezond bewegen Heel Amsterdam een ov-, wandel- en fietsstad Een leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeting, spelen en bewegen. Meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Auto's zijn te gast. Verkeerswegen (Gooiseweg, Lelylaan, Burg. Roellstraat) worden groene stadslanen begeleid door bebouwing. Schaalsprong metro- en treinnet en vervoerhubs om stad en rest van de regio te verbinden.
4. Rigoureus vergroenen Een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor mens en dier Openbare ruimte zo groen mogelijk inrichten. Ontwikkeling parken (Hondsrugpark, Gaasperdakpark, Marineterrein, Zuidasdokpark en NDSM-Oost). Groene routes en ecologische verbindingen. Investeren in het landschap: natuurontwikkeling, kringlooplandbouw, en ruimte voor sporten en bewegen. Beschermen van rust- en ruigtegebieden (Oeverlanden, Bretten, Diemerbos)
5. Samen stadmaken. Richting geven op hoofdlijnen en ruimte bieden aan initiatief Gelijkwaardige (digitale) informatiepositie bij planvorming. Buurtbatenovereenkomsten en buurtomgevingsvisies. Grotere rol Amsterdammers bij beheer en ontwikkeling. Ruim baan voor wooncooperaties: naar 10% van de woningvoorraad in 2040. De Omgevingsvisie bestaat uit vier delen: 1. Visie Deze beschrijft de ontwikkeling van Amsterdam en de regio, de grote opgaven en de visie tot 2050, waarbij de hiervoor genoemde vijf strategische keuzes centraal staan. 2. Waar Dit deel behandelt de ruimtelijke koers bij de visie van de stad als onderdeel van de regio en geeft per stadsdeel een beknopte uitwerking en een adaptieve ontwikkelstrategie op hoofdlijnen. Hier zijn de regionale visiekaart en het ruimtelijk beeld van de stad en agglomeratie opgenomen. Deze zijn als bestemmingsplan_Joan Muyskenweg 12-14 (ontwerp)
blz. 31
ruimtelijk-programmatisch kader uitgewerkt in een serie kaarten. 3. Wat Dit deel geeft een overzicht van het Amsterdamse beleid voor de leefomgeving. Per sectoraal thema wordt aangegeven welke nieuwe richtingen verkend moeten worden. 4. Hoe Dit deel gaat over de doorwerking van de omgevingsvisie. Het agendeert veranderopgaven voor onze organisatie en in de samenwerking met samenleving, markt en andere overheden die nodig zijn om de visie uit te voeren. In de visiekaart die bij de Omgevingsvisie hoort is het plangebied aangewezen als gemengd gebied.
Figuur 3.1 - Uitsnede Visiek aart Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (bron: gemeente Amsterdam) Stadsdeel Oost is een mozaïek van zeer verschillende buurten met een eigen karakter en te koesteren kwaliteiten. In de Oosterparkbuurt, Dapperbuurt en Indische Buurt zijn de opgaven heel anders dan in het Oostelijk Havengebied en op IJburg. Oost bestaat enerzijds uit zeer stedelijke buurten, via straten en lanen nauw verweven met de stad als geheel, en deels is het stadsdeel een archipel van meer opzichzelfstaande woongebieden. In Oost is sprake van een fijne woonomgeving, met een mix aan wonen, werken en groen, met een veelzijdig voorzieningenniveau. De opgave is om de levendigheid op peil te houden en de middengroep en gezinnen voor het stadsdeel te behouden en bestaande kwaliteiten te versterken. De A2-zone biedt uitstekende mogelijkheden tot verdichting met veel groene kwaliteit in de gebieden eromheen Conclusie: Het bestemmingsplan is in overeenstemming met dit gemeentelijk beleid.
Gemeente Amsterdam
blz. 32
3.4.2
Koers 2025 - Ruimte voor de stad
Koers 2025 - Ruimte voor de stad is op 24 mei 2016 vastgesteld door het college van B&W. Op 14 september 2016 is Koers 2025 besproken in de gemeenteraad. In Koers 2025 is de ambitie neergelegd om tot 2025 binnen de stadsgrenzen de bouw van 50.000 woningen mogelijk te maken door nieuwbouw en voor een deel ook door transformatie van onder meer bedrijventerreinen. Om in de verwachte groei van Amsterdam te kunnen voorzien en de druk op de woningmarkt te verlichten is in Koers 2025 een integrale en stadsbrede inventarisatie gemaakt van concrete en mogelijke woningbouwlocaties. De ontwikkelstrategie richt zich primair op het realiseren van voldoende woningen in kwalitatief hoogwaardige, gemengde stedelijke milieus. Daarin worden drie typen onderscheiden: grootstedelijke centra, gemengde stadsbuurten en groenblauwe woonbuurten. Deze drie milieus worden gekenmerkt door een zeer uiteenlopende dichtheid en functiemenging. Om te kunnen bepalen waar in de nabije toekomst woningbouwprojecten gerealiseerd kunnen worden, zijn de lopende én de mogelijke gebiedsontwikkelingen in kaart gebracht. Het geheel van mogelijk te ontwikkelen locaties wordt strategische ruimte genoemd. Die ruimte is opgedeeld in 17 bouwstenen: pakketten van samenhangende projecten met gerelateerde infrastructurele maatregelen en planologische-juridische condities.
De Joan Muyskenweg 12-14 maakt onderdeel uit van het Amstelkwartier en is getypeerd als milieutype Stadsbuurten - grootstedelijk centrum rond Amstelstation. Binnen het deelproject Joan Muyskenweg/Amstelglorie zijn 1.500 woningen voorzien. Met voorliggend plan wordt in een deel van de te realiseren woningen voorzien.
bestemmingsplan_Joan Muyskenweg 12-14 (ontwerp)
blz. 33
3.4.3
Bedrijvenstrategie
Op 15 april 2020 heeft het college de "Bedrijvenstrategie 2020-2030: Amsterdam duurzaam productief" vastgesteld. Amsterdam staat bekend om haar ondernemerschap en bedrijvigheid. De logistiek en (maak) industrie zijn de machinekamer van de economie in de regio. De ruimte voor deze bedrijven is echter aan verandering onderhevig, mede omdat in de stad veel woningen nodig zijn. Nieuwe stedelijke wijken zijn gepland op bedrijventerreinen. Deze terreinen worden ook wel transformatiegebieden genoemd. Met deze transformaties neemt het aanbod aan traditionele vestigingslocatie voor bedrijven af, terwijl de vraag naar bedrijfsruimte juist toeneemt door o.a. nieuwe economie en toepassingen voor de circulaire economie en de energietransitie. Dit vormt de aanleiding voor de bedrijvenstrategie. Met de transformatie van bedrijventerreinen zullen zonder aanvullende maatregelen diverse vormen van ambacht, maakindustrie en reparatie uit de stad verdwijnen. Doel van de strategie is om binnen de bredere ontwikkeling van stad voldoende ruimte te creëren en te behouden voor bedrijven, zodat Amsterdam een diverse economie houdt met een inclusieve arbeidsmarkt, en duurzaam aantrekkelijk is voor ondernemers.
Uit de analyse van de bedrijvenstrategie 'Amsterdam duurzaam productief' blijkt dat Amsterdam met de vraagverwachting en 'business as usual' beleid rond 2026 geen bedrijvenkavels meer uit te geven heeft. Richting 2040 loopt het ruimtetekort op tot minimaal 150 hectare. In lijn met de structuurvisie en 'compacte stad' principe, worden geen nieuwe plannen gemaakt voor uitleglocaties. Wel zijn er aanknopingspunten voor ruimtewinst, waaronder het mengen van bedrijvigheid en wonen. Zowel vanuit de vraag (hoog aandeel mengbare bedrijven) als het aanbod biedt het integreren van bedrijvigheid in gemengde woon-werkwijken mogelijkheden om ruimte te bieden aan stedelijke bedrijvigheid. Tot 2030 is ruim 600.000 m² bvo bedrijfsruimte voorzien in de bedrijventerreinen die naar productieve en creatieve wijken zullen transformeren. In de bedrijvenstrategie gaat het bij bedrijven om inrichtingen die als hoofdactiviteit de bedrijfsmatige uitoefening van industrie, ambacht, groothandel, opslag en/of transport hebben. In dit bestemmingsplan is gekozen voor het mogelijk maken van bedrijfsfuncties (minimaal 700 m2 en max 1.600 m² BVO), kantoren (maximaal 3.000 m2 BVO) en dienstverlening, gecombineerd met de woonfunctie. 3.4.4
Kantorenplan 2019-2026
Zoals in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is aangegeven, is kantoorontwikkeling in Amsterdam gebonden aan het beleid zoals verwoord in het 'Kantorenplan 2019-2026'. Dat in 2019 vastgestelde beleid gaat na jaren van leegstand uit van meer krapte op de kantorenmarkt in de periode 2019-2026. De kantorenleegstand was in de periode voor 2019 in korte tijd hard gedaald, van 18% in 2015 naar 9% in januari 2019, dit als gevolg van transformatie, weinig nieuwbouw en een constant groeiende economie. De focus is in 2019 gelegd op een gezonde kantorenmarkt met gemengde woon-werkmilieus. Voor de periode tot en met 2022 is in 2019 voorzien dat er voldoende kantoorruimte bij komt, al voldoet dit niet aan de directe vraag naar kwalitatieve kantoren op goed bereikbare locaties voldoen. Om in de periode 2023-2026 voldoende kantoorruimte op te leveren, werd het in 2019 nodig geacht om vanaf dan te sturen op de start van kantoorontwikkelingen. De opkomst en groei van de kenniseconomie gedijt op locaties in de nabijheid van stedelijke voorzieningen met goede OV- en fietsbereikbaarheid op OV-knooppunten voor werknemers uit de metropool en daarbuiten. Voor ondernemingen was het tot 2019 lastig om passende kantoorruimte te vinden, door de beperkte beschikbaarheid en de veranderende behoefte naar type kantoor.
Ondernemingen zoeken kantoorruimte in gemengde woonwerkmilieus en op goed bereikbare OV knooppunten. Deze nieuwe vestigingsbehoefte verklaart de huidige paradox op de Amsterdamse kantoormarkt: enerzijds staan er nog steeds kantoren leeg, maar anderzijds is er schaarste aan kantoorruimte op goede locaties. In de regio is de kantorenleegstand hoger, maar ook hier voldoet het aanbod vaak niet aan de kwalitatieve vraag. Het doorzetten van de groei van de werkgelegenheid in Amsterdam met 2% per jaar de afgelopen 20 jaar, leidt tot een netto uitbreidingsvraag van 125.000 m2 BVO kantoorruimte.
Gemeente Amsterdam
blz. 34
3.4.5
Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam
De aanleg van kelders levert extra ruimte op voor bijvoorbeeld wonen, opslag of parkeren. Naast het voordeel van extra ruimte, kan kelderbouw ook nadelen met zich meebrengen. Met name bij een cumulatie aan kelders in een gebied kan schade optreden aan de openbare ruimte. Belangrijkste oorzaak daarvoor is de invloed van een kelder op de stroommogelijkheden van het grondwater. Hierdoor kan de grondwaterstand beïnvloed worden (barrièrewerking). Dit leidt tot een (te) hoog peil van het grondwater, de zogenaamde grondwateroverlast, of een (te) laag peil van het grondwater, de zogenaamde grondwateronderlast. Grondwateroverlast heeft met name negatieve gevolgen voor woningen en groen, maar ook voor de verharding. Grondwateronderlast heeft vooral negatieve gevolgen voor funderingen, zetting van grond/verharding/leidingen en wederom groen. Door de klimaatverandering, en de wens de stad daar bestendig tegen te maken, zijn de gevolgen van onderkeldering op grondwaterstand en –stroom actueler geworden. Het vermogen grotere hoeveelheden hemelwater op te nemen en af te voeren wordt beïnvloed door de grondwaterstand en -stroom. Op 20 januari 2021 is het 'Afwegingskader grondwaterneutrale kelders Amsterdam' vastgesteld door de raad. En op 7 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders de Beleidsregel Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam vastgesteld.
Dit als vervolg op het eerder op 20 januari 2021 door de gemeenteraad vastgestelde Afwegingskader. De gemeente beoogt hiermee de aanleg van kelders in de stad mogelijk te blijven maken waar dat kan, maar deze wel aan zodanige eisen te onderwerpen dat de kans op deze schade als gevolg van grondwaterstanden, zowel voor naastgelegen percelen als voor de openbare ruimte, minimaal is. Als gevolg van inwerkingtreding van deze Beleidsregel moeten alle aanvragen voor kelders waarvoor een binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan of kruimelafwijking vereist is getoetst worden aan de Beleidsregel, die vervolgens weer verwijst naar het Afwegingskader grondwaterneutrale kelders Amsterdam. Dit betekent dat dergelijke aanvragen moeten voldoen aan de eis van grondwaterneutraliteit zoals geformuleerd in het Afwegingskader. Daarin wordt onder grondwaterneutraal bouwen van kelders het volgende verstaan: De stand en stroming van het grondwater veranderen niet of nauwelijks door de aanleg van een kelder, waar mogelijk zal deze verbeteren, en er treden geen negatieve grondwatereffecten op. Het Afwegingskader ziet primair op kelders kleiner dan 300 m2; daarvoor voorziet dit beleidskader in mogelijke standaardmaatregelen waarmee de grondwaterneutraliteit kan worden aangetoond.