CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Referendumverordening Amsterdam Concept Commissie 14 juli 2021.docx

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 28 oktober 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Stand van zaken referendumverordening (ZD2021-011788)4.176 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluit van de raad van de gemeente Amsterdam tot vaststelling van de Referendumverordening Gemeente Amsterdam 2021 De raad van de gemeente Amsterdam; gelet op de artikelen 84, 149 en 154 van de Gemeentewet; gezien het advies van [nader in te vullen]; besluit vast te stellen de volgende verordening: Referendumverordening Gemeente Amsterdam 2021 Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1: Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam; b. raad: de gemeenteraad van Amsterdam; c. kiesgerechtigd: stemrecht hebben voor de verkiezing van de leden van de raad van Amsterdam; d. raads- of collegebesluit: besluiten over aangelegenheden die onder de bevoegdheid van de raad vallen en collegebesluiten die voor wensen en bedenkingen aan de raad worden voorgelegd in de zin van artikel 169, vierde lid, van de Gemeentewet; e. initiatiefnemers: de initiatiefnemers van een correctief referendum, alternatief burgervoorstel of volksinitiatief; f.

correctief referendum: de mogelijkheid voor burgers om een referendum te initiëren over een ontwerp raadsbesluit;

g. alternatief burgervoorstel: een voorstel ingediend door burgers als alternatief voor een ontwerp raads- of collegebesluit als bedoeld in sub d; h. alternatief referendum: de mogelijkheid voor burgers om een alternatief burgervoorstel te doen voor een ontwerp raads- of collegebesluit, gevolgd door de mogelijkheid van een referendum; i.

volksinitiatief: een eigenstandig voorstel van burgers;

j.

alternatief raadsvoorstel: een alternatief voorstel van de raad voor een volksinitiatief;

k. referendum op volksinitiatief: de mogelijkheid voor burgers om een voorstel op de agenda van de raad te plaatsen, gevolgd door de mogelijkheid van een referendum. Artikel 2: Initiatief, referenda, onderwerpen 1. Een referendum, alternatief burgervoorstel of volksinitiatief, vindt plaats op initiatief van kiesgerechtigden. 2. Drie vormen van referenda zijn mogelijk: a. correctief referendum: een referendum als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder f; b. alternatief referendum: een referendum als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder h; c. referendum op volksinitiatief: een referendum als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder k. 3. Een referendum, alternatief burgervoorstel of volksinitiatief is mogelijk over aangelegenheden die onder de bevoegdheid van de raad vallen onderscheidenlijk over 1

besluiten, bedoeld die voor wensen en bedenkingen aan de raad worden voorgelegd op grond van artikel 169, vierde lid, van de Gemeentewet. 4. Van referenda, alternatief burgervoorstellen of volksinitiatieven zijn uitgezonderd besluiten: a. van de raad of het college op bezwaar, bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dan wel inzake het voeren van rechtsgedingen; b. in individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen en geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers en hun nabestaanden; c. over het voor kennisgeving aannemen van nota’s en rapporten; d. over het vaststellen van de begroting en de rekening; e. tot het vaststellen van gemeentelijke tarieven en belastingen; f. in het kader van deze verordening; g. ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent het gemeentebestuur geen beleidsvrijheid heeft; h. tot de vaststelling, de herziening of de intrekking van een bestemmingsplan. Artikel 3: Termijnen In het geval een in deze verordening genoemde termijn valt op een zaterdag, zondag of erkende feestdag, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag. Hoofdstuk 2: De Initiatief- en referendumcommissie Artikel 4: Samenstelling 1. De raad stelt een initiatief- en referendumcommissie in. 2. De raad benoemt op voordracht van het college een voorzitter en vier gewone leden van de commissie.

De benoeming van de voorzitter en de leden geschiedt voor zes jaar, met de mogelijkheid van eenmalige herbenoeming voor zes jaar. 3. Een lid van de commissie is niet tevens: a. burgemeester van Amsterdam; b. lid van de raad van Amsterdam; c. wethouder van Amsterdam; d. ambtenaar door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt. Artikel 5: Taken 1. De initiatief- en referendumcommissie heeft tot taak de raad en het college te adviseren over: a. of een volksinitiatief of een referendumverzoek of een alternatief burgervoorstel voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2; b. of een alternatief burgervoorstel of een volksinitiatief voldoet aan de vormvereisten, genoemd in artikel 11, tweede lid, respectievelijk artikel 17, tweede lid; c. de formulering van de vraagstelling bij een referendum; d. het in afwijking van artikel 26 houden van een referendum onder kiesgerechtigden in een of enkele stadsdelen zoals genoemd in artikel 27, eerste lid; e. wijzigingen van deze verordening. 2. De commissie houdt toezicht op de correcte uitvoering van deze verordening en een eerlijk verloop van het referendum, en adviseert raad en college gevraagd en ongevraagd dienaangaande. 3.

De commissie is belast met de behandeling van klachten over besluiten van raad en college inzake referenda, alternatieve burgervoorstellen en volksinitiatieven, de informatievoorziening en de wijze waarop campagnes worden gevoerd. Deze behandeling kan leiden tot openbaarmaking van het oordeel van de commissie. 4. De commissie is verantwoordelijk voor de redactie van de referendumkrant, bedoeld in artikel 28. 2

5. De raad stelt een reglement vast ten behoeve van de vergaderingen en de werkwijze van de commissie. Hoofdstuk 3: Correctief referendum Artikel 6: Inleidend verzoek 1. Een inleidend verzoek bevat een aanduiding van het ontwerp raads- of collegebesluit waarop het betrekking heeft, evenals de voornamen, achternamen, adressen en geboortedata van minimaal drie en maximaal zeven initiatiefnemers die gerechtigd zijn het initiatief te vertegenwoordigen. 2. Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste duizend ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het vijfde lid, wordt verstrekt. 3. Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk twee dagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raads- of collegebesluit wordt besproken. 4. Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek wordt gedaan door opgave van naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 5. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door het college verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raads- of collegebesluit wordt vermeld. In aanvulling hierop voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen.

Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 6. Het college controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het tweede lid. Hierbij kan zij de methode van een steekproef gebruiken. 7. Op basis van het advies van de initiatief- en referendumcommissie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, beslist de raad, artikel 2 in aanmerking nemend, of het inleidend verzoek wordt ingewilligd. Artikel 7: Opschortende werking 1. Als het inleidend verzoek wordt ingewilligd, wordt het ontwerpbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen waarop het verzoek zich richt, aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt, dan wel tot onherroepelijk vaststaat dat geen referendum wordt gehouden. 2. Indien een ontwerpbesluit wegens spoedeisendheid geen uitstel kan lijden, kan de raad of het college het besluit toch nemen, onverminderd de mogelijkheid om hierover een referendum te houden. Artikel 8: Definitief verzoek 1. Het definitief verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste tienduizend ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in de vierde lid, wordt verstrekt. 2.

Een definitief verzoek wordt ingediend bij het college binnen tien weken na de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 3. Een ondersteuningsverklaring voor het definitief verzoek wordt gedaan door opgave van naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door het college verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit wordt vermeld. In aanvulling hierop 3

5. 6. 7. 8.

voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. Het college controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. Hierbij kan zij de methode van een steekproef gebruiken. Het college maakt wekelijks bekend hoeveel geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend. De voor het inleidend verzoek verzamelde ondersteuningsverklaringen tellen niet mee voor het definitief verzoek. In de eerstvolgende vergadering van de raad na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid, neemt de raad een besluit over het houden van het referendum. Indien voldoende geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend, wijst zij het referendumverzoek toe.

Artikel 9: Vraagstelling 1. De vraagstelling dient kort en helder te zijn en luidt: Bent u voor of tegen het raadsvoorstel respectievelijk het collegevoorstel (Titel)? (Voor/tegen) 2. Op basis van het advies van de initiatief- en referendumcommissie stelt de raad de naamgeving van het referendum vast, waarbij het onderwerp duidelijk wordt geformuleerd. Artikel 10: Vaststelling van de uitslag De uitslag wordt bepaald bij gewone meerderheid van het totaal uitgebrachte aantal geldige stemmen. Hoofdstuk 4: Alternatief burgervoorstel en alternatief referendum Artikel 11: Inleidend verzoek 1. Een inleidend verzoek voor agendering van een alternatief burgervoorstel bestaat uit een aanduiding van het ontwerp raads- of collegebesluit waarop het verzoek betrekking heeft en een alternatief burgervoorstel voor dit raads- of collegebesluit bestaande uit een titel, een samenvatting, een uitwerking en de voornamen, achternamen, adressen en geboortedata van minimaal drie en maximaal zeven initiatiefnemers die gerechtigd zijn het initiatief te vertegenwoordigen. 2. Voor het alternatieve burgervoorstel gelden de volgende vormvereisten: a. de titel is kort en bondig, vat het voorstel kernachtig samen en is niet misleidend; b. de samenvatting bedraagt maximaal 200 woorden; c. de uitwerking bedraagt maximaal 2.500 woorden; d.

het mag niet meerdere onderwerpen bevatten die geheel losstaan van elkaar. 3. Bij het uitwerken van het alternatief burgervoorstel kunnen burgers aanspraak maken op ambtelijke ondersteuning. 4. Het inleidend verzoek wordt ondersteund door ten minste duizend ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het zevende lid, wordt verstrekt. 5. Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij het college, uiterlijk twee dagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raads – of collegebesluit wordt besproken. 6. Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek wordt gedaan door opgave van naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 7. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door het college verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raads- of collegebesluit wordt vermeld evenals titel en samenvatting van het alternatief burgervoorstel. In aanvulling hierop voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te 4

dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 8. Het college controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. Hierbij kan zij de methode van een steekproef gebruiken. 9. Bij strijdigheid met de vormvereisten als bedoeld in het tweede lid krijgen de initiatiefnemers eenmalig gelegenheid hun alternatief burgervoorstel aan te passen, waarbij de termijn zoals bedoeld in lid 5 onverkort geldt. 10. Op basis van het advies van de initiatief- en referendumcommissie zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, beslist de raad, artikel 2 in aanmerking nemend, of het inleidend verzoek wordt toegelaten. Artikel 12: Opschortende werking 1. Als het inleidend verzoek wordt ingewilligd, wordt het ontwerp besluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen waarop het verzoek zich richt, aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt, dan wel tot onherroepelijk vaststaat dat geen referendum wordt gehouden. 2. Indien een ontwerp besluit wegens spoedeisendheid geen uitstel kan lijden, kan de raad of het college het besluit toch nemen, onverminderd de mogelijkheid om hierover een referendum te houden.

Artikel 13: Raadsbehandeling en overleg met initiatiefnemers 1. De raad plaatst een toegelaten alternatief burgervoorstel binnen twee maanden op de agenda van zijn vergadering. Tijdens deze vergadering worden de initiatiefnemers als bedoeld in artikel 11, eerste lid gehoord. 2. Indien de raad het alternatief burgervoorstel goedkeurt, eindigen de in deze verordening vastgelegde procedures. 3. Het presidium van de raad kan namens de raad in overleg treden met de initiatiefnemers om een compromis te bereiken. Indien de raad en de initiatiefnemers tot overeenstemming komen, trekken de initiatiefnemers hun inleidend verzoek in. De initiatiefnemers besluiten bij absolute meerderheid. 4. Indien de raad het alternatief burgervoorstel niet goedkeurt, dan wel niet tot overeenstemming komt met de initiatiefnemers, dan kunnen de initiatiefnemers een definitief verzoek tot het houden van een referendum indienen. Artikel 14: Definitief verzoek 1. Het definitief verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste tienduizend ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het vierde lid, wordt verstrekt. 2. Een definitief verzoek wordt ingediend bij het college binnen tien weken na de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 3.

Een ondersteuningsverklaring voor het definitief verzoek wordt gedaan door opgave van naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door het college verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raads- of collegebesluit wordt vermeld evenals titel en samenvatting van het alternatief burgervoorstel. In aanvulling hierop voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen.

5

5. Het college controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. Hierbij kan zij de methode van een steekproef gebruiken. 6. Het college maakt wekelijks bekend hoeveel geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend. 7. De voor het inleidend verzoek verzamelde ondersteuningsverklaringen tellen niet mee voor het definitief verzoek. 8. In de eerstvolgende vergadering van de raad na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, neemt de raad een besluit over het houden van het referendum. Indien voldoende geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend, wijst zij het referendumverzoek toe. Artikel 15: Vraagstelling 1. De vraagstelling dient kort en helder te zijn en luidt: Bent u voor of tegen het raadsvoorstel resp. het collegevoorstel (Titel)? (Voor/tegen) Bent u voor of tegen het alternatieve burgervoorstel (Titel)? (Voor/tegen) 2. Op basis van het advies van de initiatief- en referendumcommissie stelt de raad de naamgeving van het referendum vast, waarbij het onderwerp duidelijk wordt geformuleerd. Artikel 16: Vaststelling van de uitslag 1. De uitslag wordt bepaald bij gewone meerderheid van het totaal uitgebrachte aantal geldige stemmen. 2. Indien beide voorstellen geen meerderheid krijgen, worden beide geacht te zijn verworpen.

Indien beide voorstellen een meerderheid krijgen, wordt het voorstel met de meeste stemmen geacht te zijn aangenomen. Hoofdstuk 5: Volksinitiatief en referendum op volksinitiatief Artikel 17: Inleidend verzoek 1. Een inleidend verzoek voor agendering van een volksinitiatief bestaat uit een titel, een samenvatting, een uitwerking en de voornamen, achternamen, adressen en geboortedata van minimaal drie en maximaal zeven initiatiefnemers die gerechtigd zijn het initiatief te vertegenwoordigen. 2. Voor het volksinitiatief gelden de volgende vormvereisten: a. de titel is kort en bondig, vat het voorstel kernachtig samen en is niet misleidend; b. de samenvatting bedraagt maximaal 200 woorden; c. de uitwerking bedraagt maximaal 2.500 woorden; d. het mag niet meerdere onderwerpen bevatten die geheel losstaan van elkaar. 3. Bij het uitwerken van het volksinitiatief kunnen burgers aanspraak maken op ambtelijke ondersteuning. 4. Het inleidend verzoek wordt ondersteund door ten minste duizend ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het zevende lid, wordt verstrekt. 5. Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij het college. 6. Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek wordt gedaan door opgave van naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 7.

Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door het college verstrekt formulier waarop de titel en samenvatting van volksinitiatief worden vermeld. In aanvulling hierop voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 6

8. Het college controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. Hierbij kan zij de methode van een steekproef gebruiken. 9. Bij strijdigheid met de vormvereisten als bedoeld in het tweede lid krijgen de initiatiefnemers eenmalig gelegenheid hun volksinitiatief aan te passen. 10. Op basis van het advies van de initiatief- en referendumcommissie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, beslist de raad, artikel 2 in aanmerking nemend, of het inleidend verzoek wordt toegelaten. Artikel 18: Raadsbehandeling en overleg met initiatiefnemers 1. De raad plaatst een toegelaten volksinitiatief binnen twee maanden op de agenda van zijn vergadering. Tijdens deze vergadering worden de initiatiefnemers als bedoeld in artikel 17, eerste lid gehoord. 2. Indien de raad het volksinitiatief goedkeurt, eindigen de in deze verordening vastgelegde procedures. 3. Het presidium van de raad kan namens de raad in overleg treden met de initiatiefnemers om een compromis te bereiken. Indien de raad en de initiatiefnemers tot overeenstemming komen, trekken de initiatiefnemers hun inleidend verzoek in. De initiatiefnemers besluiten bij absolute meerderheid. 4.

Indien de raad het volksinitiatief niet goedkeurt, dan wel niet tot overeenstemming komt met de initiatiefnemers, dan kunnen de initiatiefnemers een definitief verzoek tot het houden van een referendum indienen. Artikel 19: Definitief verzoek 1. Het definitief verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste tienduizend ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het vierde lid, wordt verstrekt. 2. Een definitief verzoek wordt ingediend bij het college binnen tien weken na de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 3. Een ondersteuningsverklaring voor het definitief verzoek wordt gedaan door opgave van naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door het college verstrekt formulier waarop de titel en samenvatting van het volksinitiatief worden vermeld. In aanvulling hierop voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 5. Het college controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. Hierbij kan zij de methode van een steekproef gebruiken. 6.

Het college maakt wekelijks bekend hoeveel geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend. 7. De voor het inleidend verzoek verzamelde ondersteuningsverklaringen tellen niet mee voor het definitief verzoek. 8. In de eerstvolgende vergadering van de raad na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, neemt de raad een besluit over het houden van het referendum. Indien voldoende geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend, wijst zij het referendumverzoek toe. Artikel 20: Alternatief raadsvoorstel 1. De raad kan een alternatief raadsvoorstel formuleren, dat tegelijk met het volksinitiatief ter stemming wordt gebracht. 2. Voor het alternatief raadsvoorstel gelden de volgende vormvereisten: 7

a. b. c. d.

de titel is kort en bondig, vat het voorstel kernachtig samen en is niet misleidend; de samenvatting bedraagt maximaal 200 woorden; de uitwerking bedraagt maximaal 2.500 woorden; het mag niet meerdere onderwerpen bevatten die geheel losstaan van elkaar.

Artikel 21: Vraagstelling 1. De naamgeving van het onderwerp dient duidelijk te zijn. 2. Indien de raad geen alternatief raadsvoorstel heeft geformuleerd als bedoeld in artikel 20, luidt de vraagstelling: Bent u voor of tegen het volksinitiatief (Titel)? (Voor/tegen) 3. Indien de raad een alternatief raadsvoorstel heeft geformuleerd als bedoeld in artikel 20, luidt de vraagstelling: Bent u voor of tegen het volksinitiatief (Titel)? (Voor/tegen) Bent u voor of tegen het alternatief raadsvoorstel (Titel)? (Voor/tegen) 4. Op basis van het advies van de initiatief- en referendumcommissie stelt de raad de naamgeving voor het referendum vast, Artikel 22: Vaststelling van de uitslag 1. De uitslag wordt bepaald bij gewone meerderheid van het totaal uitgebrachte aantal geldige stemmen. 2. Indien de raad een alternatief raadsvoorstel heeft geformuleerd als bedoeld in artikel 20, en beide voorstellen geen meerderheid krijgen, worden beide geacht te zijn verworpen. Indien beide voorstellen een meerderheid krijgen, wordt het voorstel met de meeste stemmen geacht te zijn aangenomen. Hoofdstuk 6: Nadere regels voor referenda Artikel 23: Zelfbinding In de vergadering waarin de raad besluit dat een referendum wordt gehouden, wordt ieder raadslid in de gelegenheid gesteld om uit te spreken welke binding de uitslag van het referendum voor hem/haar zal hebben. Artikel 24: Datum referendum 1.

De raad bepaalt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de dag waarop de stemming over het referendum plaatsvindt. 2. De stemming vindt plaats niet eerder dan vijf maanden en niet later dan tien maanden na de dag waarop besloten is tot het houden van een referendum. De raad kan deze termijn met ten hoogste twee maanden verlengen om de stemming te combineren met een reguliere verkiezing van de raad, provinciale staten, de Tweede Kamer of het Europees Parlement om te voorkomen dat de stemming in een schoolvakantie voor het basis- en voortgezet onderwijs valt die voor de regio is aangewezen. Artikel 26: Organisatie van de stemming 1. De stemming wordt zoveel mogelijk op dezelfde manier georganiseerd als de verkiezingen voor de leden van de raad. 2. Kiesgerechtigd zijn burgers die op de drieënveertigste dag voor de dag van het referendum kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad. 3. In afwijking van het eerste lid kan de raad besluiten dat de stemming al dan niet aanvullend plaatsvindt via het internet of via briefstemmen. Artikel 27: Stadsdeelreferenda 1. Indien het onderwerp van het referendum slechts de inwoners van een kleiner deel van de gemeente raakt, kan de raad in afwijking van artikel 26, tweede lid en na advies van de 8

initiatief- en referendumcommissie bepalen dat slechts de inwoners van een of enkele stadsdelen kiesgerechtigd zijn voor het referendum. 2. In het in lid 1 genoemde geval, wordt een definitief verzoek, in stadsdelen met a. minder dan 100.000 inwoners, in afwijking van artikel 8, eerste lid, artikel 14, eerste lid en artikel 19, eerste lid, ondersteund door ten minste vijfduizend personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in artikel 8, vierde lid, artikel 14, vierde lid en artikel 19, vierde lid, wordt verstrekt. b. meer dan 100.000 inwoners en minder dat 300.000 inwoners, in afwijking van artikel 8, eerste lid, artikel 14, eerste lid en artikel 19, eerste lid, ondersteund door ten minste zeven en een half duizend personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in artikel 8, vierde lid, artikel 14, vierde lid en artikel 19, vierde lid, wordt verstrekt. Artikel 28: Budget en subsidie 1. Onmiddellijk nadat is besloten tot het houden van een referendum, stelt de raad een budget vast voor de organisatie van het referendum en voor het voeren van campagne. 2. De referendumkrant, bedoeld in artikel 29, valt onder het budget voor de organisatie van het referendum. 3. Het budget voor het voeren van campagne wordt gelijkelijk verdeeld tussen de wethouder die verantwoordelijk is voor het onderwerp van het referendum en de initiatiefnemers.

4. De subsidie aan de initiatiefnemers wordt zo spoedig mogelijk uitbetaald, echter niet later dan vier maanden voor het referendum. 5. De raad stelt een reglement vast voor de verstrekking van subsidie aan de initiatiefnemers. 6. Op subsidies verstrekt op grond van deze verordening is de [citeertitel Algemene subsidieverordening] niet van toepassing. Artikel 29: Referendumkrant 1. Vier weken voor het referendum wordt huis-aan-huis een referendumkrant verspreidt. Tevens wordt de referendumkrant via de gemeentelijke website beschikbaar gemaakt. 2. De initiatief- en referendumcommissie is verantwoordelijk voor de redactie van de referendumkrant. 3. De referendumkrant bevat tenminste: a. informatie over het referendum; b. een zakelijke samenvatting van de huidige stand van zaken en de veranderingen die het referendumvoorstel respectievelijk de referendumvoorstellen zouden bewerkstelligen; c. de titel, samenvatting en uitwerking van de referendumvoorstellen die ter stemming worden gebracht; d. gelijke ruimte voor het college en de initiatiefnemers voor hun argumenten. Artikel 30: Gevolgen van de uitslag Binnen vier weken na het houden van het referendum neemt de raad een besluit met betrekking tot het onderwerp van het referendum.

Hoofdstuk 7: Slotbepalingen Artikel 31: Strafbepalingen Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die: a. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; 9

b. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken; c. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen voorhanden heeft met het oogmerk om deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; d. als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden; e. bij een referendum door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem; f. stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven. Artikel 32: Evaluatie Deze verordening wordt drie jaar na de invoering hiervan geëvalueerd op de werkwijze en de resultaten op de beoogde doelstelling. Artikel 33: Intrekking De Verordening op het burgerinitiatief, het volksinitiatief en het referendum wordt ingetrokken. Artikel 34: Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op [datum]. 2. Deze verordening wordt aangehaald als Referendumverordening Gemeente Amsterdam 2021. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10664862/1