CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Rapport MKBA voedselinitiatieven

RAAD 18 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over maatschappelijke kosten- en batenanalyse voedselinitiatieven VN2026-00183940.155 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

In Rotterdam bereiken sociale restaurants en buurtkeukens naar schatting 70% van de huishoudens in voedselarmoede, maar zij hebben geen vaste donatiekanalen en kampen met te grote voedseldonaties, onvoldoende koel‑ en opslagruimte en gebrek aan coördinatie. Slechts 1–2% van de twee miljard kilo voedsel die jaarlijks wordt verspild in Nederland belandt bij voedselbanken; regionale voedselhubs kunnen dit percentage naar 5% verhogen (Open Rotterdam, 2023, par. 92–100). Door gebrek aan structurele samenwerking blijven aanbod en behoefte slecht op elkaar aansluiten. ●​ Internationale experts waarschuwen dat, zonder stevig beleid, ongelijkheid en ondervoeding ook in welvarende landen een structureel probleem worden; sterke beleidsmaatregelen zijn nodig om klimaatverandering, economische ongelijkheid en voedselzekerheid gezamenlijk aan te pakken (Wageningen University & Research, 2023, par. 46–52). 1.5.3 Tijdshorizon en discontovoet​ De Werkgroep discontovoet 2025 adviseert om maatschappelijke kosten‑batenanalyses te verdisconteren met een reële discontovoet van 2,8 % voor de eerste 35 jaar en 1,8 % voor de jaren daarna, met lage (2,2 %/1,4 %) en hoge (4,2 %/2,7 %) varianten voor een gevoeligheidsanalyse. Een lagere voet voor lange termijnen sluit beter aan bij de maatschappelijke tijdsvoorkeur.

​ De MKBA‑leidraad schrijft voor dat alle kosten en baten worden omgerekend naar één basisjaar met behulp van deze discontovoeten ​ Voor de berekening van de maatschappelijke waarde van het huidige netwerk (hoofdstuk 1) hanteren we een tijdshorizon van tien jaar. Deze periode komt overeen met de looptijd van subsidies, contracten en materiële investeringen. Bij een discontovoet van 2,8 % is de contantewaardefactor voor tien jaar 8,62; hierdoor bedraagt de contante waarde van jaarlijks € 15 mln baten circa € 129 mln, terwijl de contante waarde van € 1,7 mln jaarlijkse kosten ongeveer € 14,6 mln is. De verhouding baten/kosten blijft met ongeveer 8,8:1 vrijwel identiek aan de jaarlijkse analyse. Variatie van de discontovoet met de lage of hoge variant beïnvloedt de ratio nauwelijks.

​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

21

1.6 Maatschappelijke schade in de nulsituatie Dit hoofdstuk gaat uit van een fictieve nulsituatie waarin geen maatregelen of voedselinitiatieven actief zijn. In die situatie alloceren we voedselonzekerheid, ongezonde voeding, voedselverspilling aan berekenbare en benaderbare maatschappelijke schade. De directe en indirecte kosten raken gezondheid, arbeid, onderwijs en milieu: 1.6.1 Nederland nulsituatie ●​ Gezondheidslast: Een ongezond voedingspatroon draagt in Nederland bij aan 8,1% van de totale ziektelast en zorgt jaarlijks voor circa 12.900 sterfgevallen; de hieraan gerelateerde zorguitgaven bedragen ongeveer € 6 miljard per jaar (RIVM, 2024, par. 110–115). ●​ Psychische klachten: Jaarlijks heeft ruim een half miljoen volwassenen een depressie; het verzuim door depressie kost werkgevers ongeveer € 1,8 miljard en de kosten van depressiezorg bedragen circa € 1,6 miljard per jaar (RIVM & Trimbos, 2018, par. 48–51). Voedselonzekerheid vergroot de kans op stress en depressies. Omdat er geen harde Nederlandse cijfers zijn over de bijdrage van voedselonzekerheid aan depressies, gaan wij uit van een conservatieve 10% van deze kosten. Daarmee komt het aan voedselonzekerheid gerelateerde deel uit op circa € 340 miljoen per jaar.

●​ Voedselverspilling en milieuschade: In Nederland wordt circa één derde van het geproduceerde voedsel verspild; hiermee gaat jaarlijks ongeveer € 4,5 miljard aan waarde verloren (InforMeer, 2024, par. 54–57). Het weggooien van voedsel zorgt bovendien voor onnodige CO₂-uitstoot; eerdere studies schatten de uitstoot op miljarden kilo’s CO₂ bij twee miljard kilo voedselafval. ●​ Arbeid en verzuim: Medewerkers met financiële problemen kosten hun werkgever gemiddeld € 13.000 per jaar door extra verzuim, productiviteitsverlies en administratie (Nibud, 2017, par. 90–106). ●​ Bestaansonzekerheid en schoolverlaten: De psychische druk van bestaansonzekerheid binnen gezinnen verhoogt het risico op voortijdig schoolverlaten bij jongeren. (Meij & Ince, 2013 in Spierings et al., 2015). In 2021/2022 verlieten 30.242 jongeren het onderwijs zonder startkwalificatie (Rijksoverheid, 2023, par. 21–24). Volgens Onderwijsconsument kost voortijdig schoolverlaten de samenleving ongeveer € 4 miljard per jaar (Onderwijsconsument, z.j., par. 61–66). Deel je dit bedrag door het aantal voortijdige schoolverlaters, dan krijg je een orde‑van‑grootte van ca. € 130.000 per leerling. Exacte rekenmethodes verschillen.

1.6.2 Amsterdam‑Noord nulsituatie Verantwoording lokale bevolkingsgegevens en schaalfactoren: Amsterdam-Noord telt ongeveer 103.000 inwoners; heel Amsterdam telt circa 903.000 inwoners (O&S Updated veranderend Noord 2022) (O&S Prognose bevolking 2023-2050, 2023). Het stadsdeel Noord vertegenwoordigt dus rond 11,4% van de Amsterdamse bevolking. Voor landelijke omrekeningen (Nederland ± 17,8 miljoen inwoners) vertegenwoordigt Noord ongeveer 0,6% ​ ​ Voedselinitiatief‑gebruikers: Binnen Amsterdam-Noord zijn bovengemiddeld veel huishoudens met voedselonzekerheid, maar exacte aantallen worden niet gegeven (Advies Regioplan, De doelgroepen van de informele voedsel-initiatieven in beeld: van incidentele naar structurele ondersteuning, 2021-22). Bij extrapolatie vanuit landelijke cijfers (ruim 500.000 huishoudens in armoede) zouden ​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

22

naar schatting in Noord ongeveer 6.000–8.000 huishoudens voedselonzeker zijn. Het ontbreken van nauwkeurige cijfers blijft een beperking. Geschat op basis van de landelijke cijfers en het aandeel van Noord in de Amsterdamse bevolking is de volgende nulsituatie berekend: ●​ Zorgkosten: Tussen € 25 en 30 miljoen per jaar, voor lichamelijke en mentale gezondheidszorg. Deze inschatting is gebaseerd op de landelijke zorgkosten voor ongezonde voeding en depressies, omgerekend naar de bevolking van Noord (RIVM, 2024, par. 110–115)(RIVM & Trimbos, 2018, par. 48–51). ●​ Productiviteitsverlies en verzuim: Ongeveer € 10 tot 12 miljoen; dit volgt uit de Nibud‑schatting van € 13 000 per werknemer met financiële problemen, toegepast op het verwachte aantal werknemers in Noord dat met schulden kampt (Nibud, 2017, par. 90–106). ●​ Onderwijsverlies in Noord: Het Jongerenpunt meldt dat in 2024 ongeveer 795 jongeren voortijdig schoolverlaten in Noord. Er is geen officiële rekenmethode voor de lokale kosten; op basis van de landelijke ordegrootte van € 130.000 per leerling (zie hierboven) zou dit neerkomen op een potentiële maatschappelijke schade van meer dan € 100 miljoen. Dit is een ruwe extrapolatie; verdere analyse is nodig om een realistischer bedrag voor Noord vast te stellen.

(Voor MKBA wordt daar een klein deel toegekend dmv voedselarmoede, € 3 tot € 5 miljoen ) ●​ Milieuschade door voedselverspilling: Circa € 7 tot 8 miljoen op basis van de nationale kosten van voedselverspilling (4,5 miljard euro) en de verhouding van Noord tot het landelijk bevolkingsaantal (InforMeer, 2024, par. 54–57) De optelsom van deze posten komt uit op ongeveer € 45 tot 55 miljoen per jaar aan maatschappelijke schade in Amsterdam‑Noord. Dit omvat directe kosten (zorg, verzuim) en indirect verlies aan welzijn, participatie en ecologische waarde. Belangrijk is dat veel cijfers gebaseerd zijn op schattingen; er bestaan weinig gedetailleerde lokale gegevens. 1.6.3 Armoede in Amsterdam-Noord nulsituatie door middel van QALY Volgens de stadsdeelrapportage van de Amsterdamse Armoedemonitor 2023 telt Noord ongeveer 9.015 minimahuishoudens (inkomen ≤ 130% van het sociaal minimum) en 11.255 huishoudens met een laag inkomen. Dat betekent dat Noord circa 13% van alle minimahuishoudens in Amsterdam herbergt. In deze huishoudens wonen naar schatting 8.980 volwassen Amsterdammers (18–66 jaar); dat is ongeveer 14% van de Noordse bevolking in deze leeftijdscategorie en 13,8% van alle minimahuishoudens in Amsterdam.

Opvallend is dat zo’n 1.660 minimahuishoudens in Noord tot de werkende minima behoren (± 5–6 % van alle werkende huishoudens in het stadsdeel): deze gezinnen hebben een baan maar leven toch onder de armoedegrens. ​ (O+S, dataset armoede 2022, publicatie 2025) 1.6.4 Rekenmethode van QALY’s in Nederland In Nederland hanteert het Zorginstituut drie referentiewaarden voor kosteneffectiviteit afhankelijk van de ziektelast: € 20.000, € 50.000 en € 80.000 per gewonnen QALY. (Versteegh, M. M., Corro Ramos, I., Buyukkaramikli, N. C., Ansaripour, A., Reckers‑Droog, V. T. et al. (2019, par. 320–334). Voor preventieve maatregelen adviseert de Technische Werkgroep Kosten en Baten van Preventie (TWG‑KBP) voorlopig één uniforme waarde van € 50.000 per QALY te gebruiken (MedTech ​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

23

Nederland 2024, par. 85–105); dit bedrag ligt middenin de gangbare bandbreedte. Ook economische analyses, zoals het ESB‑artikel over de baten van preventie, waarderen gezondheidseffecten op € 5. 000 per QALY en verwijzen hierbij expliciet naar het TWG‑KBP‑advies (esb 2024, par. 280–286). Aanname van QALY‑verlies door voedselonzekerheid Er bestaan (nog) geen Nederlandse cijfers over het precieze QALY‑verlies dat voedselonzekerheid veroorzaakt. Wel wordt er aangegeven dat er een duidelijke correlatie is tussen de gezondheid van voedingspatroon van Amsterdammers en hun financiële middelen. (O+S, Gezondheid en welzijn in cijfers 2024). Ook tonen internationale onderzoeken dat langdurige armoede de gezondheid en levenskwaliteit aanzienlijk vermindert. Omdat armoede zowel de mentale als de fysieke gezondheid beïnvloedt, is het aannemelijk dat personen in minimahuishoudens jaarlijks een fractie van een gezond levensjaar verliezen door voedselonzekerheid. In deze analyse wordt daarom als minimum aangenomen dat een volwassene met voedselonzekerheid 0,1 QALY per jaar verliest (10% van een gezond levensjaar). Dit komt overeen met een waardeverlies van € 5.000 per persoon per jaar (0,1 × € 50.000).

Voor een conservatieve berekening is er gekozen om een bandbreedte aan te geven tussen 0,1 (0,1 × € 50.000) en 0,2 QALY (0,2 x € 50.000) om een aanname te maken over de bandbreedte van het verlies van gezonde jaren door voedselonzekerheid. De vraag is hoe groot de algehele gezondheid afhankelijk is van voedsel. De werkelijkheid kan tussen deze waarden liggen; het doel is een orde van grootte te geven. 1.6.5 Berekening van de nulsituatie door middel van QALY Amsterdam-Noord Met de bovenstaande aanname kan de maatschappelijke schade van armoede in Amsterdam‑Noord worden becijferd: 1.​ Volwassenen in minimahuishoudens (8.980 personen) ○​ 0,1 QALY per persoon → verlies van 898 QALY’s per jaar, monetair ≈ € 44,9 miljoen ○​ 0,2 QALY per persoon → verlies van 1.796 QALY’s, monetair ≈ € 89,8 miljoen. 2.​ Alle minimahuishoudens (9 015 huishoudens) – wanneer we uitgaan van gemiddeld 1,8 personen per huishouden (≈16 227 personen): ○​ 0,1 QALY per persoon → verlies van 1.622,7 QALY’s, monetair ≈ € 81,1 miljoen. ○​ 0,2 QALY per persoon → verlies van 3.245,4 QALY’s, monetair ≈ € 162,3 miljoen. 3.​ Werkende minimahuishoudens (1.660 huishoudens, ≈ 2.988 personen) – ○​ 0,1 QALY per persoon → verlies van ≈ 299 QALY’s, monetair ≈ € 15 miljoen. ○​ 0,2 QALY per persoon → verlies van ≈ 598 QALY’s, monetair ≈ € 30 miljoen.

Deze QALY‑gebaseerde benadering levert een jaarlijkse maatschappelijke schade op van ongeveer € 45–90 miljoen voor de volwassen minima in Amsterdam‑Noord, en € 81–162 miljoen indien wordt uitgegaan van alle personen in minimahuishoudens. ​ Ter vergelijking: eerdere schattingen op basis van concrete kosten voor zorg, verzuim, onderwijsverlies en voedselverspilling kwamen uit op € 45–55 miljoen per jaar. Het QALY‑perspectief laat zien dat voedselonzekerheid een breder gezondheidsverlies vertegenwoordigt, dat substantieel hoger kan uitvallen dan de directe economische schade indien het gezondheidsverlies gemonetariseerd wordt. Ook deze bevinding pleit voor krachtige maatregelen om armoede en voedselonzekerheid te bestrijden.

​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

24

1.7 Maatschappelijke waarde huidige voedselinitiatieven in Amsterdam-Noord 1.7.0 Veldwerk en gebruikte kerngegevens De kerngegevens in deze MKBA zijn hoofdzakelijk gebaseerd op veldwerk dat is uitgevoerd in 2025 (zie hf. 7 Bronnelijst: veld input en gemeente info). Via een vragenlijst en aanvullende interviews zijn 23 van de 32 bekende voedselinitiatieven in Amsterdam‑Noord gedetailleerd in kaart gebracht. Deze data zijn gewogen zodat ze representatief zijn voor alle 32 initiatieven. Daarnaast is er ook ander veldwerk beschikbaar van o.a. Voedselbank Noord, Voedselcirkel Amsterdam en FoodCLIC. Hieronder korte toelichting hoe deze info benut wordt: ​ ​ Veldwerk 2025: Type voedselinitiatief

Aantal van dit type in Amsterdam-Noord

Aantal van dit type geïnterviewd

Uitgifte van voedsel en/of maaltijd

13

12

Sociaal restaurant​ (gratis of een kleine bijdrage tot max € 5,-)

13

6

Voedselverbindingsplek waar uitgifte, sociaal restaurant en stadslandbouw samenkomen

2

2

Stadslandbouw met productie ​ speciaal voor sociale doelen

3

2

Voedselhub die voedsel levert aan initiatieven

1

1

De Voedselbanken in Noord zijn meegenomen in de categorie Uitgifte. Naast deze 32 voedselinitiatieven zijn er nog vier andere initiatieven bekend die zijn uitgesloten van de MKBA omdat ze zijn gestopt of gaan stoppen, een cateringcollectief zijn of meer dan € 5,- kosten. Contextualisatie vragenlijst MKBA voedselinitiatieven Noord.pdf – dit document verklaart hoe de 32 initiatieven zijn ingedeeld in vijf typen (uitgiftepunten, sociale restaurants, voedselverbindingsplekken, stadslandbouw en voedselhub) en waarom 23 ervan zijn bevraagd (Francken, S. – Gemeente Amsterdam (29 juli 2025).​ ​ Vragenlijst MKBA Voedselinitiatieven Noord (Antwoorden).xlsx 2025 – dit bestand bevat de ruwe en gewogen cijfers per initiatief, zoals aantal personen/huishoudens, kilo’s voedsel, maaltijden, vrijwilligers, doorverwijzingen en kosten. Deze cijfers vormen de basis voor de berekeningen in de secties 1.7.1–1.7.5. Dit bestand kan opgevraagd worden bij de Gemeente Amsterdam. ​ ​ FoodCLIC baseline Excel.xlsx en Codeboek Data Baseline FoodCLIC 17032025.xlsx – hier in staat o.a. Info van de Food Insecurity Experience Scale (FIES) van 58 respondenten. De inzichten uit dit veldwerk worden zowel kwalitatief als kwantitatief benut. Deze veldgegevens worden gebruikt in de kwantitatieve tabellen (1.7.1–1.7.5).

De bestanden zelf zijn intern en niet publiek toegankelijk; daarom wordt er naar de relevante passages verwezen wanneer mogelijk (zoals bij de Voedselcirkel en de FIES-methodiek). Zie website www.fao.org waar alle info is over de FIES-Methodiek. ​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

25

Inzichten uit veldwerk en aanvullende bronnen​ Naast de kwantitatieve kerngegevens leveren de interviews en FoodCLIC‑gegevens kwalitatieve inzichten. De gemiddelde FIES‑score van 13,3 toont aan dat gebruikers in Amsterdam‑Noord kampen met ernstige voedselonzekerheid (FAO, 2023, par. 21–46). Respondenten geven aan dat zij vaak meerdere jaren afhankelijk zijn van voedselinitiatieven; sommigen noemen periodes van twee tot vijf jaar. Dit wijst op structurele kwetsbaarheid. Uit de interviews blijkt verder dat voedselhulp niet als extraatje wordt gezien, maar als essentiële voorziening; gebruikers ervaren stressvermindering en meer sociale verbondenheid door de initiatieven. Movisie onderstreept dat bewonersinitiatieven een sleutelrol spelen in het vroeg signaleren van hulpvragen en het versterken van sociale veerkracht in wijken (Movisie, 2023, par. 70–74). Parameters voor monetarisering van effecten​ Om de maatschappelijke waarde te berekenen zijn standaard en nieuw ontwikkelde parameters gebruikt die de effecten omzetten naar geldbedragen. Deze parameters zijn vastgelegd in het het rekenmodel MKBA_FOOD_Rekenmodel_020North_Final_oct25 en worden hieronder kort toegelicht en op de volgende bladzijde is er een overzichtstabel.

De tabel hieronder laat zien welke parameters per effectcategorie worden toegepast, wat de waarde per eenheid is, welke bron hiervoor is geraadpleegd en hoe de parameters worden gebruikt in de berekening. In het rekenmodel zelf is in tabblad ‘Parameters’ terug te vinden hoe de parameters ontwikkeld zijn, zie daar de bijbehorende methodische benadering en bronnen. Welke parameters gebruikt worden per initiatief type en interventie type is afhankelijk van de input, deze zijn terug te vinden in het tabblad ‘InitiativeTypes with parameter' in het rekenmodel. De waarde van 5,56 €/kg en 2,63 €/maaltijd zijn gebaseerd op de minimale kosten van een warme maaltijd volgens Nibud en Voedingscentrum. Het bestaansbudget per huishouden (2790/€/jaar) is afgeleid van het Amsterdamse Nibud‑budget (2325 €/jaar) door 20 % toe te rekenen aan voeding. De restwaarde van gered voedsel (2 €/kg) komt uit studies van RIVM en Wageningen UR over voedselverspilling. De CO₂‑factor (2,5 kg CO₂/kg) en prijs (250 €/ton) zijn ontleend aan RIVM en CE Delft. Voor de activatiewaarde is gekeken naar de waarde van vrijwilligerswerk volgens CBS en Movisie. De waarden voor vangnet, gezondheid en maatschappelijke lasten zijn gebaseerd op richtlijnen van Trimbos, CPB/PBL en Zorginstituut Nederland. Overlapcorrecties voorkomen dubbeltelling van baten.

Alle links naar de bronnen staan in tabblad parameters van het rekenmodel.

​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

26

Tabel met parameters voor monetarisering van effecten

💸 Besparing in ​ Effectcategorie

portemonnee (voedsel)

💸 Besparing in ​

portemonnee (maaltijden)

🍽️ Bestaanszekerheid 🥕 Gered voedsel 🌍 CO₂-reductie

🌼 Activatie en persoonlijke ontwikkeling

🛟 Vangnetfunctie ❤️ Gezondheid 🏥 Reductie ​

maatschappelijke lasten Overlapcorrecties

​

​

Parameter / waarde per eenheid Bron (jaar) € 5,56/kg herverdeeld voedsel – Nibud & afgeleid uit de minimale kosten Voedingscentrum (2024) voor een warme maaltijd (€ 2,63) gedeeld door 0,45 kg

Gebruik in berekening Vermenigvuldigd met kg voedsel om de waarde van gered voedsel voor gebruikers te schatten.

€ 2,63/maaltijd

Nibud & Voedingscentrum (2024) Nibud (2025) & UWV (2025)​ ​

25 % (besparing), 30 % (bestaanszekerheid), 20 % (gezondheid), etc.

Expertinschattingen Verminderen dubbel getelde (parameterlijst) baten wanneer effecten overlappen (bijv. besparing en bestaanszekerheid).

Gebruikt voor sociale restaurants; aantal maaltijden × € 2,63. Vermenigvuldigd met het € 2.790/huishouden/jaar ​ aantal huishoudens dat (€ 2 325/maand × 20 % structureel wordt bediend; (voedselbudget) × 50 % (helft van de maaltijden) × 48 weken) geeft waarde aan voedselzekerheid. RIVM & Weerspiegelt dat gered € 2/kg gered voedsel Wageningen UR voedsel restwaarde heeft in (2024) andere ketens. RIVM & CE Delft 2,5 kg CO₂/kg voedsel × € Kg voedsel × 2,5 kg CO₂ × € 250/ton CO₂ (2021) 250/ton om klimaatvoordelen te berekenen. CBS & Movisie € 3.500/vrijwilliger/jaar Aantal actieve vrijwilligers × € (2022) 3.500; waarde van activering en dagbesteding. Trimbos & CPB/PBL Aantal doorverwijzingen × € € 1.750 per casus (2021) 1.750; waarde van informele steun en voorkomen van escalatie. RIVM & € 50.000 per QALY (centrale Geschatte QALY‑winst × € waarde) Zorginstituut 50.000; drukt Nederland gezondheidswinst uit. Aantal vermeden formele € 3.000 per vermeden per casus SCP & CPB/PBL (2019) hulptrajecten × € 3.000.

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

27

De maatschappelijke waarde voedselinitiatieven in Amsterdam-Noord ​ De maatschappelijke waarde van voedselinitiatieven in Amsterdam-Noord is substantieel en veelzijdig. Per type wordt een kwantitatieve én kwalitatieve analyse gegeven van de baten die in de huidige situatie al gerealiseerd worden, verdeeld over vijf types voedselinitiatieven: ​ 1.7.1. Uitgifte van voedsel en/of maaltijd. boodschappenbonnen via Rode Kruis ​ 1.7.2 Sociaal restaurant (gratis of een kleine bijdrage tot max € 5,-)​ 1.7.3 Voedselverbindingsplek met moestuin, buurtkeuken, eetplek en ontmoetingsruimte ​ 1.7.4 Stadslandbouw met productie speciaal voor sociale doelen​ 1.7.5 Voedselhub die voedsel levert aan initiatieven 1.7.1 Uitgiftepunten (incl. boodschappenbonnen) In Amsterdam‑Noord zijn 13 uitgiftepunten actief (waarvan 12 geïnterviewd). Uit de gewogen vragenlijst blijkt dat zij wekelijks circa 2.185 personen bedienen – omgerekend ongeveer 1.214 huishoudens. In totaal wordt jaarlijks ±585.600 kg gered voedsel uitgedeeld, waarvan een groot deel via de logistieke hub Voedselcirkel komt. Het zijn pakketten met basisproducten; er worden geen warme maaltijden verstrekt. De initiatieven draaien op 143 vrijwilligers en bieden aan ruim 280 deelnemers een activerings moment. Elk jaar verwijzen zij zo’n 421 cliënten door naar formele hulpinstanties (Buurtteam, WPI, GGZ).

Dit vertaalt zich naar naar totale maatschappelijk waarde van €8.864.084 zie hieronder in de tabel de waarde per effectcatogerie: Tabel 1.7.1 Uitgiftepunten (incl. boodschappenbonnen) Effectcategorie

Wat wordt berekend?

💸 Besparing in portemonnee Marktwaarde voedsel minus bijdrage 🍽️ Bestaanszekerheid Structurele toegang tot voedsel ​ (50% van de tijd, 20% van budget) 🥕 Gered voedsel Waarde verloren voedsel 🌍 CO₂-reductie Klimaatwaarde vermeden uitstoot 🌼 Activatie en persoonlijke ontwikkeling Vrijwilligers die zich ontwikkelen 🛟 Vangnetfunctie Vermeden maatschappelijke hulp ❤️ Gezondheid Gezondere voeding + dagstructuur 🏥 Reductie maatschappelijke lasten Minder formele hulp dmv signalering

Totale waarde (€)

Totaal uitgiftepunten:

€206.884 €2.370.824 €1.171.113 €365.973 €482.318 €399.518 €2.920.000 €947.455 €8.864.084

Voedselonzekerheid. De maatschappelijke waarde van uitgiftepunten reikt verder dan voedselverstrekking. De FoodCLIC‑baseline laat zien dat gebruikers gemiddeld een FIES‑score van 13,3 hebben, wat internationaal geldt als ernstige voedselonzekerheid (FAO, 2023, par. 21–46). Omdat voor de Voedselbank strikte inkomensgrenzen gelden, kiezen veel bewoners voor de laagdrempelige initiatieven, ook als zij formeel nét te veel verdienen of privacy belangrijk vinden. Movisie benadrukt dat bewonersinitiatieven hulpvragen vroegtijdig signaleren en de sociale veerkracht van wijken versterken (Movisie, 2023, par. 70–74). In de interviews vertellen bezoekers dat voedselhulp “een onmisbaar onderdeel van het huishoudbudget” is; het voorkomt stress over eten en biedt structuur en sociale contacten (FoodCLIC 2025). ​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

28

Contextualisering voorbeeld. Volgens Nibud en het Voedingscentrum bedragen de minimale voedselkosten voor een volwassene ruim € 7 per dag (Nibud, 2025, par. 109–134), wat neerkomt op een voedselbudget van circa € 200 per maand. In de MKBA‑berekening is dit vertaald naar een bestaanszekerheidswaarde van € 2.790 per huishouden per jaar (20 % van het minimale gezinsbudget × 50 % van de maaltijden × 12 maanden). Kwalitatieve inzichten uit het veld. In de interviews vertellen gebruikers dat voedselhulp helpt om “de eindjes aan elkaar te knopen” en dat de sociale contacten bij het wachten in de rij belangrijk zijn om isolement te doorbreken. Vrijwilligers beschrijven hoe zij niet alleen voedsel verstrekken, maar ook luisterend oor bieden en signalen van huiselijk geweld, verslaving of depressie oppikken. Professionals uit het Buurtteam bevestigen dat zij regelmatig meldingen ontvangen via deze informele kanalen en zo eerder ondersteuning kunnen bieden. 1.7.2 Sociale restaurants (gratis of ≤ € 5) Amsterdam‑Noord telt 13 sociale restaurants, waarvan 6 zijn geïnterviewd. Na weging serveren zij jaarlijks 17.160 warme maaltijden aan ongeveer 199 huishoudens. Ze verwerken 25.080 kg geredde of gedoneerde ingrediënten en hebben 220 vrijwilligers actief, naast circa 275 personen in activerings‑ en re‑integratie‑trajecten. Jaarlijks worden circa 110 gasten doorverwezen naar formele hulp.

Dit vertaalt zicht naar naar totale maatschappelijk waarde van €2.349.446 zie hieronder in de tabel de waarde per effectcatogerie: Tabel 1.7.2 Sociaal restaurant (gratis/≤ €5) Effectcategorie

Wat wordt berekend?

💸 Besparing in portemonnee Marktwaarde voedsel minus bijdrage 🍽️ Bestaanszekerheid Structurele toegang tot voedsel ​ (50% van de tijd, 20% van budget) 🥕 Gered voedsel Waarde verloren voedsel 🌍 CO₂-reductie Klimaatwaarde vermeden uitstoot 🌼 Activatie en persoonlijke ontwikkeling Vrijwilligers die zich ontwikkelen 🛟 Vangnetfunctie Vermeden maatschappelijke hulp ❤️ Gezondheid Gezondere voeding + dagstructuur 🏥 Reductie maatschappelijke lasten Minder formele hulp dmv signalering

Totale waarde (€)

Totaal sociaal restaurants:

€33.848 €387.888 €50.160 €15.675 €742.500 €391.875 €480.000 €247.500 €2.349.446

Ontmoetingsplekken. Sociale restaurants bieden meer dan betaalbare maaltijden: zij creëren ontmoetingsplekken waar wijkbewoners samen eten, contacten opdoen en een gevoel van waardigheid ervaren. Het maximumtarief (meestal € 5) maakt het voor mensen met een beperkt budget mogelijk om “uit eten” te gaan. Movisie stelt dat dergelijke bewonersinitiatieven bijdragen aan structuur en mentale rust (Movisie, 2023, par. 70–74). In de interviews vertellen bezoekers dat de warme maaltijd hen helpt om geld te besparen en gezonder te eten, en dat vrijwilligerswerk in de keuken of bediening nieuwe vaardigheden en sociale waardering oplevert.

​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

29

Contextualisering voorbeeld. Voor de MKBA‑berekening wordt de waarde van de geserveerde maaltijden geschat op € 2,63 per maaltijd (minimale kosten warme maaltijd) (Nibud, 2025, par. 109–134). De bestaanszekerheidswaarde wordt opnieuw berekend met € 2.790 per huishouden per jaar. De geredde 25.080 kg voedsel wordt gewaardeerd op € 2/kg restwaarde; de CO₂‑winst is afgeleid van 2,5 kg CO₂/kg. De activatiewaarde (€ . 500 per vrijwilliger), vangnetwaarde (€ 1.750 per doorverwijzing) en gezondheidswinst (hier 12 QALY’s, berekend met de QALY‑factor per gezonde maaltijd) komen uit de parameterlijst. Daarmee tonen de tabellen dat sociale restaurants relatief veel waarde genereren via activatie en sociale cohesie, naast de financiële besparing voor huishoudens. 1.7.3 Voedselverbindingsplekken: mix van uitgifte, restaurant en stadslandbouw De twee voedselverbindingsplekken in Noord (De Verbroederij en ADM Het Groene Veld) trekken wekelijks ongeveer 180 bezoekers. Omdat veel bezoekers onregelmatig komen, is het jaarbereik geschat op 360 huishoudens. De initiatieven redden of telen ca. 1.560 kg groente en fruit. Op de ene plek kunnen mensen maaltijden met korting eten (De Verbroederij), op de andere plek is er wekelijks een gratis maaltijd van gered eten (ADM Het Groene Veld). Er zijn geen formeel geregistreerde vrijwilligers; participatie is informeel.

Wel verwijzen de plekken jaarlijks ongeveer 257 bezoekers door naar hulpverlening. Dit vertaalt zicht naar naar totale maatschappelijk waarde van €1.904.117 zie hieronder in de tabel de waarde per effectcatogerie: Tabel 1.7.3 Voedselverbindingsplek (mix uitgifte/restaurant/stadslandbouw) Effectcategorie

Wat wordt berekend?

💸 Besparing in portemonnee Marktwaarde voedsel minus bijdrage 🍽️ Bestaanszekerheid Structurele toegang tot voedsel ​ (50% van de tijd, 20% van budget) 🥕 Gered voedsel Waarde verloren voedsel 🌍 CO₂-reductie Klimaatwaarde vermeden uitstoot 🌼 Activatie en persoonlijke ontwikkeling Vrijwilligers die zich ontwikkelen 🛟 Vangnetfunctie Vermeden maatschappelijke hulp ❤️ Gezondheid Gezondere voeding + dagstructuur 🏥 Reductie maatschappelijke lasten Minder formele hulp dmv signalering

Totale waarde (€)

Totaal Voedselverbindingsplek:

€62.962 €721.525 €190.080 €59.400 €445.500 €139.650 €240.000 €45.000 €1.904.117

Voedselverbindingsplekken combineren moestuin, keuken ontmoetingsruimte en soms ook uitgiftepunt. Bezoekers werken in de tuin, koken samen en eten wat de oogst uit de moestuin of het geredde voedsel oplevert. De informele sfeer maakt het makkelijk om verhalen te delen en elkaar te helpen. Professionals uit Buurtteam en WPI geven aan dat zij via deze plekken kwetsbare buurtbewoners treffen die anders onzichtbaar zouden blijven. De netwerken die ontstaan fungeren als brug naar formele zorg: zij helpen mensen om hulp te zoeken voordat problemen escaleren. Movisie wijst op de belangrijke rol van dergelijke bewonersinitiatieven in het versterken van de

​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

30

sociale veerkracht (Movisie, 2023, par. 70–74). De moestuin-activiteiten op deze plekken dragen bij aan een gezondere voedselomgeving en hebben ook een educatieve functie. (De Boer e.a., 2023) Omdat de voedselstromen klein zijn, liggen de monetaire baten lager dan bij uitgiftepunten of sociale restaurants. Toch levert de bijdrage aan bestaanszekerheid (360 huishoudens × € 2.790) een substantieel bedrag op. De vangnetfunctie (257 doorverwijzingen × € 1 750) en de vermeden maatschappelijke lasten (120 casussen × € 3.000) maken duidelijk dat voedselverbindingsplekken vooral een preventieve en sociale waarde hebben. De QALY‑winst (6) is berekend met de standaard QALY‑factor voor gezonde maaltijden; bij een lager aantal maaltijden per persoon kan deze waarde nog kleiner uitvallen. 1.7.4 Stadslandbouw (productie voor sociale doelen) Deze categorie omvat drie projecten, waarvan Voedseltuin IJ‑plein de grootste is. Samen verstrekken zij jaarlijks ±9.504 groentepakketten/porties aan ±110 huishoudens; Voedseltuin IJ‑plein levert ongeveer 5.000 porties. De projecten produceren hun eigen voedsel en redden geen overschotten (0 kg). Zij draaien op 183 vrijwilligers, vaak aangevuld met deelnemers in leer‑ en re‑integratie trajecten. Er zijn geen doorverwijzingen bekend.

Dit vertaalt zicht naar naar totale maatschappelijk waarde van €1.131.202 zie hieronder in de tabel de waarde per effectcatogerie: Tabel 1.7.4 Stadslandbouw (productie voor sociale doelen) Effectcategorie

Wat wordt berekend?

💸 Besparing in portemonnee Marktwaarde voedsel minus bijdrage 🍽️ Bestaanszekerheid Structurele toegang tot voedsel ​ (50% van de tijd, 20% van budget) 🌼 Activatie en persoonlijke ontwikkeling Vrijwilligers die zich ontwikkelen ❤️ Gezondheid Gezondere voeding + dagstructuur

Totale waarde (€)

Totaal Voedselverbindingsplek:

€18.747 €214.830 €617.625 €280.000 €1.131.202

Stadslandbouwprojecten realiseren vooral activering, educatie en sociale cohesie. Deelnemers verzorgen de bedden, oogsten samen en leveren groente aan voedselbanken en buurtrestaurants. Het tuinwerk biedt structuur en rust; vrijwilligers beschrijven het als therapeutisch. Er ontstaan nieuwe netwerken: deelnemers koken samen, organiseren buurtmaaltijden en wisselen kennis over gezonde voeding. De projecten voorzien scholen van lespakketten over duurzaamheid en circulaire economie. Monetair gezien is de directe besparing volgens de officiële waardering klein: de waarde van de groentepakketten wordt gewaardeerd op € 2,63 per portie, doch is werkelijke waarde van gezond voedsel natuurlijk groter. De kernwaarde van deze initiatieven ligt in de activatiewaarde (183 vrijwilligers × € 3.500) en de gezondheidswinst (7 QALY’s). Omdat er geen geredde voedselstromen zijn, zijn er geen baten in termen van restwaarde of CO₂‑reductie. De projecten illustreren echter hoe stadslandbouw kan bijdragen aan armoedeverlichting, educatie en sociale verbondenheid.

​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

31

1.7.5 Voedselhub (Voedselcirkel Amsterdam – levering aan initiatieven) De Voedselcirkel is heden de enige voedselhub in Amsterdam‑Noord en fungeert als logistieke spil voor alle initiatieven in dit onderzoek. Volgens de eigen rapportage redt en herverdeelt de hub jaarlijks ±416.000 kg voedsel (Voedselcirkel Amsterdam, 2025, par. 92–110).. Dit voedsel is afkomstig van supermarkten, groothandels en producenten en bestaat voor ongeveer 65% uit groente en fruit. De hub bereikt geen eindgebruikers direct, maar levert overschotten door aan de uitgiftepunten, sociale restaurants, verbindingsplekken en andere lokale organisaties. Via dit netwerk worden indirect circa 2.750 huishoudens bediend. Om dubbeltelling te voorkomen wordt in de MKBA slechts 50% van dit aantal aan de hub toegeschreven (±1.375 huishoudens). De hub draait op 23 vrijwilligers en ontvangt subsidie via de Rijksimpuls Maatschappelijk Initiatief (RIMI) en SPUK‑regeling. Dit vertaalt zicht naar naar totale maatschappelijk waarde van €752.625 zie hieronder in de tabel de waarde per effectcatogerie: Tabel 1.7.5 Voedselhub (Voedselcirkel Amsterdam – levering aan initiatieven) Effectcategorie

Wat wordt berekend?

🥕 Gered voedsel Waarde verloren voedsel 🌍 CO₂-reductie Klimaatwaarde vermeden uitstoot 🌼 Activatie en persoonlijke ontwikkeling Vrijwilligers die zich ontwikkelen ❤️ Gezondheid Gezondere voeding + dagstructuur 🏥 Reductie maatschappelijke lasten Minder formele hulp dmv signalering

Totale waarde (€)

Totaal Voedselhub:

€240.000 €75.000 €77.625 €360.000 €240.000 €752.625

​ Brede maatschappelijke waarde. De Voedselcirkel speelt een cruciale rol in het infrastructuur en logistieke ecosysteem van voedselhulp. Door centraal voedsel op te halen en te sorteren, ontlast de hub de individuele initiatieven en voorkomt zij dat meerdere partijen dezelfde winkels en groothandels benaderen. De hub vormt bovendien een kwaliteitsfilter: ze waarborgt voedselveiligheid, controleert houdbaarheidsdata en verdeelt groente, fruit, brood en zuivel op basis van vraag en seizoensaanbod. Vrijwilligers krijgen logistieke training en ervaren trots in hun bijdrage aan de strijd tegen voedselverspilling. Dankzij samenwerking met lokale producenten en sociale ondernemingen ontstaan nieuwe verbindingen in de korte voedselketen. Contextualisering. De hub zelf levert geen maaltijden of pakketten aan huishoudens; daarom worden besparingen in portemonnee en bestaanszekerheid voornamelijk geboekt bij de initiatieven die het voedsel uitdelen. Toch genereert de hub maatschappelijke waarde via andere effectcategorieën. De restwaarde van gered voedsel (416.000 kg × € 2/kg) bedraagt bijna € 0,83 mln; de CO₂‑reductie is aanzienlijk: bij 2,5 kg CO₂ per kg vermeden voedsel en een sociale kostprijs van € 250 per ton komt dit neer op ±€ 0,26 mln. De activatiewaarde van de 23 vrijwilligers is ±€ 80 k (23 × € 3.500).

In de berekening van de gezondheidswinst wordt rekening gehouden met het feit dat ongeveer 65% van het voedsel groente en fruit is; het totaal aantal gezonde maaltijden dat hieruit kan worden bereid is omgerekend naar 9 QALY’s (0,000162 QALY per maaltijd × 600.900 maaltijden × 10% toegerekend aan de hub). ​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

32

Kwalitatieve inzichten uit het veld. In de interviews benadrukken initiatiefnemers dat de hub een vertrouwde partner is die continuïteit en efficiency biedt. Voorheen haalden sommige initiatieven voedsel zelf op bij supermarkten; sinds de hub is opgericht, besparen zij tijd en transportkosten. Bovendien kan de hub grotere partijen voedsel aannemen, waardoor de variatie in pakketten en maaltijden toeneemt. Initiatieven waarderen de professionalisering van logistiek en voedselveiligheid, terwijl supermarkten positieve zichtbaarheid krijgen door hun donaties. Vrijwilligers vertellen dat zij niet alleen nuttig werk doen, maar ook sociale contacten opdoen en nieuwe vaardigheden leren, zoals heftruck bedienen of voorraadbeheer. Beleidsmakers zien in de hub een sleutelcomponent van de circulaire economie: zij verbindt overschotten aan sociale doelen en verkort de voedselketen. Tegelijkertijd is er zorg over continuïteit: subsidies zijn tijdelijk en de hub is afhankelijk van een klein aantal vaste krachten. De Voedselhub illustreert dat het vermijden van voedselverspilling en het voeden van kwetsbare gezinnen niet los van elkaar staan. Door centraal voedsel te verzamelen en te distribueren, draagt de hub bij aan klimaatrendement en sociale rechtvaardigheid tegelijk (Voedselcirkel Amsterdam, 2025, par. 92–110).

Aanvullende impactwaarden voor de Voedselhub​ Naast de berekende baten in de MKBA benadrukt de Voedselcirkel nog drie extra onderdelen die de maatschappelijke waarde van de voedselhub vergroten: ●​ Minder kosten voor leveranciers – Bedrijven die overschotten doneren hoeven geen afvalverwerkingstarief te betalen. Bij een tarief van € 0,15 per kilo levert 416.000 kg gedoneerd voedsel een besparing op van ongeveer € 62.400 per jaar voor supermarkten en groothandels. ●​ Transport en organisatie – Door centraal op te halen, blijft het aantal ritten beperkt. Als de hub 10.000 km per jaar rijdt, terwijl 20 initiatieven afzonderlijk samen 20.000 km zouden moeten afleggen, bespaart de centrale logistiek 10.000 km. Plus besparing op personeel: 50 initiatieven die elk 1 uur per week minder aan planning en opslag besteden, besparen 2.600 uur per jaar; tegen € 30 per uur is dat € 78.000. ●​ Daarnaast biedt de gezamenlijke koel- en opslaginfrastructuur schaalvoordelen: de hub benut ruimte efficiënter, beperkt huurkosten en vermindert voedselbederf. Deze drie voordelen tonen dat de hub niet alleen waarde creëert via voedsel, maar ook door kosten te vermijden en gedeelde diensten te leveren.

1.7.6 Samenvatting maatschappelijke waarde van voedselinitiatieven De maatschappelijke kosten‑batenanalyse (MKBA) brengt in kaart welke financiële en sociale baten de voedselinitiatieven in Amsterdam‑Noord opleveren. Op basis van veld-data van 23 initiatieven (extrapolatie naar 32) en een reeks monetaire parameters zijn per type initiatief effecten berekend op het gebied van bestedingsruimte, bestaanszekerheid, gered voedsel, CO₂‑reductie, activering, vangnet, gezondheid en vermeden maatschappelijke lasten. Er wordt hier geen overlap-correctie toegepast omdat het veldwerk informatie is en binnen het rekenmodel wordt al over overlap binnen initiatief toegepast. Wel kan het zijn dat bepaalde mensen bij meerdere voedselinitiatieven eten ophalen, ook hier is rekening gehouden bij de QALY.

​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

33

De totale netto maatschappelijke waarde is ongeveer € 15 mln per jaar (Tabel 1.7.6). De uitgiftepunten dragen het meeste bij, maar ook sociale restaurants, voedselverbindingsplekken, stadslandbouwprojecten en de voedselhub leveren aantoonbare baten. De MKBA laat zien dat deze informele infrastructuur niet alleen armoede verlicht, maar ook de klimaatimpact vermindert, vrijwilligers activeert, informele signalering van hulpvragen mogelijk maakt en gezondheidswinst oplevert. ​ ​ Tabel 1.7.6 – Totale maatschappelijke waarde per type initiatief (netto, €/jaar) Type initiatief

Toelichting

Totaal netto (€/jaar)

Grootste bijdrage, dankzij omvangrijke voedselstromen en hoge Uitgiftepunten (incl.

bestaanszekerheids- en

boodschappenbonnen)

vangnetwaarde.

€ 8.864.084

Activatie en sociale cohesie leveren een Sociale restaurants (gratis/≤ € 5)

aanzienlijke bijdrage.

€ 2.349.446

Hoewel de voedselstroom klein is, blijven de vangnet- en bestaanszekerheidswaarde ook na Voedselverbindingsplekken

correctie substantieel.

€ 1.904.117

Waarde komt vooral uit activatie en Stadslandbouw (productie voor

gezondheidswinst; geen food‑waste

sociale doelen)

component.

€ 1.131.202

Restwaarde en CO₂‑winst van gered voedsel en indirecte bestaanszekerheid; Voedselhub (levering aan

de besparing voor huishoudens wordt

initiatieven)

bij ontvangende initiatieven geboekt.

€ 752.625

Som van alle nettowaarden over de vijf Totaal netto

categorieën initiatieven.

€ 15.001.474

​

​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

34

1.7.7 Kwalitatieve input veldwerk, systeem knelpunten en beleidsrichting De hoge maatschappelijke waarde staat haaks op de structurele kwetsbaarheid van het huidige netwerk. Zowel in de veldinterviews als in het FoodCLIC‑onderzoek komt naar voren dat voedselinitiatieven draaien op tijdelijke subsidies, losse vrijwilligers en informele samenwerkingen. Drie thema’s keren steeds terug als oorzaak van deze fragiliteit: vertrouwen, fysieke plekken en organisatorische en financiële stabiliteit. De belangrijkste knelpunten zijn: ●​ Structurele onderfinanciering van ruimte, transport en coördinatie. Veel initiatieven huren noodgedwongen tijdelijke locaties en beschikken niet over eigen opslag of transportmiddelen. Dit belemmert continuïteit en schaalbaarheid. ●​ Fragmentatie en gebrek aan regie. Het netwerk bestaat uit vele kleine initiatieven zonder centrale coördinatie, waardoor er onnodige inefficiëntie ontstaat in logistiek, acquisitie en communicatie. ●​ Geen structurele beleidsinbedding. Voedselinitiatieven vallen tussen verschillende beleidsdomeinen (armoede, gezondheid, welzijn, duurzaamheid) en komen daardoor nauwelijks in aanmerking voor structurele financiering. ●​ Beperkte monitoring van impact en resultaten. Doordat effectmetingen sporadisch plaatsvinden, blijft de waarde van de initiatieven vaak onzichtbaar in beleidscycli.

●​ Kwetsbaarheid voor beleidswisselingen en subsidierichtingen. Incidentele subsidieregelingen (RIMI, SPUK) zijn tijdelijk en onzeker; veranderingen in politieke prioriteiten kunnen de continuïteit bedreigen. Het FoodCLIC‑project en de gemeente Amsterdam hebben reeds enkele oplossingsrichtingen geformuleerd om deze knelpunten te verhelpen: 1.​ Stadsdeelcoördinatoren voedsel. Benoem in elk stadsdeel een voedselcoördinator die als verbinder fungeert tussen beleid, initiatieven en bewoners. Deze functie zorgt voor overzicht, afstemming en beleidsmatige verankering. 2.​ Gedeelde fysieke ruimtes en opslag. Faciliteer centrale opslag- en keukencapaciteit per stadsdeel en creëer ontmoetingsplekken waar initiatieven elkaar kunnen vinden. Dit vermindert de kosten voor individuele projecten en bevordert samenwerking. 3.​ Structurele financiering van basiselementen. Ontwikkel een ondersteuningsregeling voor vaste kosten zoals huisvesting, logistiek en coördinatie in plaats van losse projectsubsidies. Niet elk initiatief heeft de capaciteit om complexe subsidieaanvragen te schrijven; structurele basisfinanciering maakt professionalisering mogelijk. 4.​ Beleidsmatige erkenning als sociaal fundament. Erken voedselinitiatieven als onderdeel van de sociale infrastructuur (naast sport, cultuur en welzijn).

Dit betekent opname in bijvoorbeeld (minima)‑effectrapportages, brede‑welvaartsmonitoring en meerjarige beleidskaders. 5.​ Neutrale netwerker of voedselmakelaar. Faciliteer een onafhankelijke coördinator die niet aan één initiatief is verbonden, maar lokale projecten verbindt, partnerschappen smeedt en de brug slaat naar de gemeente. 6.​ Logistieke en organisatorische schaalvoordelen. Stimuleer gezamenlijke inkoop, opslag en distributie (bijvoorbeeld via een gedeelde hub) om transport‑ en administratieve lasten te verlagen. Dit voorkomt dat elk initiatief apart dezelfde leveranciers benadert en onnodig veel kilometers maakt. ​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

35

Door deze richtingen te volgen, kan de gemeente de informele kracht van het huidige netwerk waarborgen en ondersteuning. Dat is essentieel: uit de MKBA blijkt dat voor elke euro publieke investering een veelvoud aan maatschappelijke waarde wordt gerealiseerd. Om die waarde te behouden en te vergroten, is het nodig om de huidige losse schakels te smeden tot een robuuste keten met structurele ondersteuning, beleidsembedding en monitoring. In Hoofdstuk 2 wordt verder onderzocht welke interventies het meeste rendement kunnen leveren. ​ ​ 1.7.8 Verdeling van kosten en baten​ In de MKBA‑leidraad wordt geadviseerd om, bij aanmerkelijke verschillen, de verdeling van kosten en baten over relevante groepen inzichtelijk te maken. Het doel is om de voor‑ en nadelen voor verschillende maatschappelijke groepen in hun onderlinge samenhang te tonen.​ Voor de voedselinitiatieven in Amsterdam‑Noord geldt het volgende. De primaire doelgroep bestaat uit circa 1.900 huishoudens met lage inkomens; deze groep ontvangt de grootste baten via lagere uitgaven aan voedsel, verbeterde gezondheid en grotere bestaanszekerheid. Vrijwilligers profiteren van activering, sociale contacten en werkervaring, maar dragen hun tijd onbetaald bij. De gemeente heeft een directe kostenpost van ongeveer € 0,92 mln per jaar (subsidies, gereduceerde huur, coördinatie) en profiteert van lagere armoede‑ en zorgkosten.

Fondsen en maatschappelijke organisaties leveren zo’n € 0,78 mln via donaties en in‑kind bijdragen; hun baten zijn vooral maatschappelijke impact en reputatiewaarde. Onderstaande tabel vat deze verdeling samen: Groep

Baten

Kosten/inzet

Minima / voedselonzekere

Besparing op voedselbudget; verbeterde

Geen directe kosten; wel

huishoudens

gezondheid; grotere bestaanszekerheid

eigen tijd

Vrijwilligers

Sociale contacten, activering, werkervaring

Onbetaalde inzet; incidentele reiskosten

Gemeente Fondsen/maatschappelijke

Minder armoede‑ en zorgkosten; lagere

Subsidies en ondersteuning

milieuschade

(~€ 0,92 mln)

Maatschappelijke impact; reputatiewaarde

Donaties en in‑kind

organisaties

bijdragen (~€ 0,78 mln)

​ 1.7.9 Langetermijneffecten​ De MKBA‑leidraad erkent dat langetermijneffecten op sommige beleidsterreinen onderbelicht kunnen raken als de discontovoet te hoog is. Voor de voedselinitiatieven geldt dat diverse effecten zich pas op middellange termijn manifesteren: ●​ Gezondheid – Structurele toegang tot gezond voedsel vermindert het risico op chronische ziekten, wat zich vertaalt in minder zorgkosten over meerdere jaren. ●​ Arbeidsparticipatie – Betere bestaanszekerheid en activatie verhogen de kans op werk; dit leidt tot hogere inkomens en belastingopbrengsten. ●​ Onderwijs – Kinderen in voedselzekere huishoudens presteren beter op school; dit verbetert hun toekomstige arbeidsmarktpositie.​ Deze langetermijneffecten worden moeilijker in euro’s te kwantificeren, maar moeten wel worden benoemd zodat beleidsmakers de conservatieve inschatting in de jaarlijkse analyse kunnen herkennen. ​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

36

1.8 Wat voorkomen voedselinitiatieven aan maatschappelijke schade? Dit hoofdstuk zet uiteen welke maatschappelijke schade wordt voorkomen dankzij de voedselinitiatieven in Amsterdam‑Noord. Om dit zichtbaar te maken, wordt een nulscenario — een stad zonder deze initiatieven — vergeleken met de huidige situatie. 1.8.1 Twee benaderingen voor het bepalen van schade 1.​ Kostenbenadering (niet‑QALY). In deze methode worden vermijdbare uitgaven op domeinen als zorg, armoedebestrijding, milieuschade en sociale vangnetten geïnventariseerd. Uit de MKBA blijkt dat de maatschappelijke schade in een nulsituatie zonder voedselinitiatieven oploopt tot € 45–55 mln per jaar. Met het huidige netwerk wordt circa € 15 mln aan kosten voorkomen (zie § 1.7.6); de resterende schade bedraagt dan € 30–40 mln. 2.​ QALY‑gebaseerde benadering. Deze analyse hecht een geldelijke waarde aan verloren gezondheid en levenskwaliteit, uitgedrukt in quality‑adjusted life years (QALY’s). Voedselinitiatieven vergroten de gezondheid en mentale veerkracht van minima; het ontbreken ervan vertaalt zich daarom in hogere maatschappelijke schade. Op basis van FIES‑scores en gezondheidsliteratuur wordt de schade in een nulscenario geraamd op € 45–90 mln per jaar voor volwassen minima en zelfs € 81–162 mln wanneer alle personen in minimahuishoudens worden meegeteld.

De bandbreedte is breder dan bij de kostenbenadering omdat de QALY‑waarde van gezondheidseffecten (hier € 50.000 per QALY) ook niet‑geobserveerde welzijnsverliezen monetariseert; het Nederlandse TWG‑KBP adviseert deze waarde voor preventieve interventies (MedTech Nederland, 2024, par. 85–105; ESB, 2024, par. 280–286). In de huidige situatie worden een deel van deze QALY‑verliezen voorkomen; de exacte omvang hangt af van het aantal gezonde maaltijden en de QALY‑factor per maaltijd. De QALY‑berekening betreft uitsluitend gezondheidseffecten bij deelnemers; de waarde van vrijwilligerswerk — die vooral bij stadslandbouw aanzienlijk is — wordt elders in de MKBA onder de categorie activatie en participatie meegenomen (zie § 1.7.6). 1.8.2 Kosten en kosten‑effectiviteit, bereik voedselinitiatieven Totale kosten (circa)

Type voor MKBA

Betaald door gemeente

Netto maatschappelijke waarde

Kosten/baten​ ratio

Uitgifte voedsel en/of maaltijd

€ 949.924

€ 491.025

€ 8.864.084

≈ 9,3

Sociaal restaurant (gratis/≤ € 5)

€ 105.402

€ 89.592

€ 2.349.446

≈ 22,3

Voedselverbindingsplek

€ 345.000

€ 99.420

€ 1.904.117

≈ 5,5

Stadslandbouw

€ 15.750

€ 1.131.202

≈ 71,9

€ 752.625

–

€ 15.001.474

–

Voedselhub € 1.695.576

Totaal

€ 923.169

​ 1.8.3 Kosten‑effectiviteit zonder vrijwilligers te monetariseren Om de kosten‑effectiviteit van het bestaande veld inzichtelijk te maken, zijn de jaarlijkse kosten per type initiatief vergeleken met de berekende netto maatschappelijke baten. In deze berekening worden de vrijwillige uren niet als kosten meegenomen. Hierdoor ontstaat het volgende beeld: ●​ Uitgiftepunten kosten gezamenlijk ongeveer € 950k en leveren ruim € 8,8 mln maatschappelijke waarde op; de baten/kosten‑ratio bedraagt ongeveer 9,3.

​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

37

●​ Stadslandbouwprojecten kosten direct slechts € 15.750, maar genereren meer dan € 1,1 mln (ratio ≈ 71,9). ●​ De totale gemeentelijke bijdrage aan het netwerk bedraagt ruim € 0,92 mln per jaar, terwijl het veld bijna € 15 mln aan waarde creëert; de baten/kosten‑ratio voor de publieke investering ligt dus ruim boven 10 : 1. ●​ Voor de voedselhub is uitgegaan van circa 416.000 kg gered voedsel en ruim 1 mln kg vermeden CO₂‑uitstoot; dit resulteert in een netto waarde van ongeveer € 0,75 mln (Voedselcirkel Amsterdam, 2025, par. 104–112). Deze cijfers laten zien dat de initiatieven, zonder de inzet van vrijwilligers te monetariseren, een zeer hoge maatschappelijke opbrengst hebben. 1.8.4 Kosten‑effectiviteit met vrijwilligers te monetariseren Om de rol van vrijwilligers goed mee te nemen in de analyse, waarderen we hun tijd in geld en nemen we die op als extra kostenpost. Dat is niet iets wat je normaal gesproken doet, en het is ook niet iets dat je per se met vrijwilligers hoeft te delen; hun inzet komt tenslotte vooral uit onvoorwaardelijke sociale betrokkenheid. Vanuit een moreel perspectief leggen we daar dus liever niet de nadruk op. Tegelijk willen we de kosteneffectiviteit wél goed begrijpen.

Daarom hebben we er in deze MKBA toch voor gekozen om deze waardering mee te nemen:​ ​ Recent onderzoek van CBS, Movisie en Erasmus University Rotterdam laat zien dat Nederland ruim 6 mln vrijwilligers telt die gemiddeld 4,1 uur per week werken (Deedmob, 2023, par. 123–128)​ (Erasmus University, 2022, par. 121–124); vergelijkbare berekeningen noemen vier uur per week (eur.nl). Als die uren worden gewaardeerd tegen een geïndexeerd minimumloon van € 14,50 per uur, levert dat een vervangingswaarde van ongeveer € 3.100 per vrijwilliger per jaar (4,1 u × 52 weken × € 14,50). Door deze € 3.500 per vrijwilliger op te tellen bij de directe kosten, dalen de baten/kosten‑ratio’s: ●​ Uitgiftepunten: 143 vrijwilligers × € 3.100 ≈ € 443 k extra kosten. Totale kosten stijgen naar ca. € 1,39 mln; de ratio daalt van 9,3 naar ongeveer 6,4. ●​ Sociale restaurants: 220 vrijwilligers × € 3.100 ≈ € 682 k extra kosten. Totale kosten stijgen naar ca. € 0,79 mln; de ratio daalt van 22,3 naar circa 3. ●​ Voedselverbindingsplekken: ±127 vrijwilligers × € 3.100 ≈ € 394 k extra kosten. Totale kosten stijgen naar ca. € 0,74 mln; de ratio daalt van 5,5 naar ≈ 2,6. ●​ Stadslandbouw: 183 vrijwilligers × € 3.100 ≈ € 567 k extra kosten. Totale kosten stijgen naar ca. € 0,58 mln; de ratio daalt van 71,9 naar ≈ 1,9. ●​ Voedselhub: 23 vrijwilligers × € 3.100 ≈ € 71 k extra kosten.

De ratio blijft ruim boven 10, omdat de directe kosten gering zijn en de maatschappelijke waarde hoog blijft. Hoewel de ratio’s dalen, zijn ze nog steeds ruim positief. Dat betekent dat zelfs wanneer vrijwilligersuren worden gewaardeerd alsof ze betaald zouden moeten worden, de initiatieven nog altijd meer opleveren dan ze kosten. De berekening onderstreept echter hoe groot de verborgen bijdrage van vrijwilligers is. 1.8.5 Bereik huidige voedselinitiatieven en fictieve opschalen Het bestaande netwerk bereikt naar schatting circa 1 900 minimahuishoudens (ongeveer 3 400–3 800 personen) via de uitgiftepunten, sociale restaurants, voedselverbindingsplekken en ​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

38

stadslandbouwprojecten. Dat is ongeveer 20 % van de totale populatie van 9 015 minimahuishoudens in Amsterdam‑Noord (≈ 16 227 personen).​ Om een indruk te krijgen van het potentiële effect van opschaling is een fictief scenario doorgerekend waarin het aantal voedselinitiatieven vijf keer zo groot wordt, zodat alle minimahuishoudens in Amsterdam‑Noord bereikt kunnen worden. In dit scenario worden de kosten en baten proportioneel opgeschaald, waarbij rekening wordt gehouden met een bovengrens voor de vermijdbare maatschappelijke schade. ●​ Bereik. Met vijf keer zoveel initiatieven zou de infrastructuur alle minimahuishoudens in Noord kunnen bedienen, waarmee de dekking stijgt van 20% naar 100%. ●​ Kosten. Het huidige netwerk kost circa € 1,70 mln per jaar (waarvan € 0,92 mln uit publieke middelen). Vijf keer zoveel initiatieven zouden naar schatting € 8,5 mln per jaar kosten, waarvan de gemeentelijke bijdrage ongeveer € 4,6 mln bedraagt. ●​ Baten. Het bestaande netwerk voorkomt circa € 15 mln aan maatschappelijke schade per jaar. Lineaire opschaling leidt theoretisch tot 5 × € 15 mln = € 75 mln aan baten, maar er is een maximum: de maatschappelijke schade zonder initiatieven bedraagt € 45–55 mln per jaar (ESB, 2024, par. 280–286). Bij volledige dekking kunnen de initiatieven dus vrijwel alle schade voorkomen, zodat de baten realistisch op € 45–55 mln per jaar uitkomen.

●​ Baten/kosten‑ratio. Bij € 45–55 mln baten en € 8,5 mln kosten ontstaat een baten/kosten‑ratio van ongeveer 5–6 euro per bestede euro. Voor de gemeentelijke bijdrage (€ 4,6 mln) ligt de ratio rond 9–12. Hoewel deze verhouding lager is dan bij het huidige netwerk, blijft de maatschappelijke opbrengst ruimschoots groter dan de investering. Deze fictieve berekening illustreert dat opschaling richting volledige dekking van de doelgroep theoretisch alle vermijdbare schade kan wegnemen. In de praktijk kunnen schaalvoordelen en vrijwillige inzet voor lagere kosten zorgen, maar ook overlappende effecten of diminishing returns ontstaan. Het scenario laat wel zien dat een grotere dekkingsgraad het maatschappelijk rendement sterk vergroot.​ ​ 1.8.6 Gevoeligheidsanalyse en simulaties​ Een MKBA rust op aannames; de leidraad schrijft daarom voor om onzekerheden in kaart te brengen en belangrijke variabelen via gevoeligheidsanalyses te testen. Voor deze analyse is een eenvoudige gevoeligheidsanalyse uitgevoerd door de volgende kernparameters met ±10 % te variëren: ●​ QALY‑prijs – een 10 % lagere QALY‑waarde verlaagt de totale maatschappelijke waarde van € 15 mln naar ca. € 14 mln; een 10 % hogere waarde verhoogt de maatschappelijke waarde naar ca. € 16 mln.

●​ Besparing per kilogram gered voedsel – variaties hierop beïnvloeden de baten uit voedselverspilling en CO₂‑reductie, maar de totale ratio blijft ruim boven 7. ●​ Kosten per interventie – een 10 % hogere of lagere kosteninschatting beïnvloedt de baten‑kostenverhouding marginaal omdat de baten vele malen hoger liggen. Deze analyses bevestigen dat de bevindingen robuust zijn: de maatschappelijke waarde van het huidige netwerk blijft in alle scenario’s een veelvoud van de kosten. De details van de berekeningen worden opgenomen in het rekenmodel.

​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

39

​ 1.9 Huidige beleidsinvesteringen Hoofdstuk 1.9 brengt de huidige beleidsinvesteringen en werkelijke kosten van het veld in kaart. Het veldwerk toont dat de gezamenlijke kosten van alle voedselinitiatieven in Amsterdam‑Noord ongeveer € 1,70 mln per jaar bedragen. Het grootste deel hiervan komt voor rekening van voedseluitgifte en bonnen (€ 1,23 mln). Sociale restaurants (€ 0,11 mln) en voedselverbindingsplekken (€ 0,35 mln) vormen kleinere posten, terwijl stadslandbouw voor sociale doelen circa € 15.750 kost. De gemeentelijke bijdrage aan deze activiteiten bedraagt ongeveer € 0,92 mln, voornamelijk via subsidies, gereduceerde huur en begeleiding van vrijwilligers. Het restant wordt opgehaald via fondsen, giften en eigen bijdragen van initiatieven. Naast financiële steun investeert de gemeente in randvoorwaarden. Volgens de Voedselstrategie zet Amsterdam in op een gezond, eerlijk, duurzaam en betaalbaar voedselsysteem; regionale productie wordt gekoppeld aan stedelijke consumptie en voedselverspilling moet drastisch worden verminderd. De strategie erkent bestaande voedselhulp en wil deze integraal onderdeel maken van lokale netwerken zodat voedselzekerheid voor iedereen toeneemt. Tevens stimuleert de gemeente compostering en hergebruik van organische reststromen en wil zij de voedselkringloop sluiten (Openresearch Amsterdam, 2025, par. 58–66).

Ondanks deze ambities is er nog geen structureel beleidskader binnen het minima‑beleid; de huidige ondersteuning blijft versnipperd en incidenteel. 1.9.1 Kosten‑effectiviteit bestaand beleid De maatschappelijke baten van het veld aan voedselinitiatieven bedragen naar schatting € 15 mln per jaar. De totale jaarlijkse kosten van alle initiatieven samen bedragen circa € 1,70 mln, waarvan de gemeente ongeveer € 0,92 mln financiert (met name via subsidies, gereduceerde huur en ondersteuning via WPI). Wanneer deze bedragen tegen elkaar worden afgezet, ontstaan de volgende verhoudingen: ●​ Totale kosten vs. baten: € 15 mln vermeden schade / € 1,70 mln totale kosten ≈ 6–9 euro maatschappelijke waarde per bestede euro. ●​ Gemeentelijke bijdrage vs. baten: € 15 mln vermeden schade / € 0,92 mln gemeentelijke bijdrage ≈ 11–16 euro maatschappelijke waarde per publieke euro. Dat betekent dat elke geïnvesteerde euro — zowel publiek als privaat — zich vele malen terugbetaalt in termen van vermeden zorgkosten, onderwijsuitval, arbeidsverzuim, voedselverspilling, CO₂‑uitstoot en sociale uitsluiting. De hoge ratio laat zien dat vooral de inzet van vrijwilligers, bewoners en sociaal ondernemers — ondersteund door beperkte gemeentelijke middelen — verantwoordelijk is voor het overgrote deel van de maatschappelijke opbrengst.

Deze conclusie sluit aan bij extern onderzoek naar de maatschappelijke rendementen van voedselhulp: een Deloitte‑studie over Nederlandse voedselbanken rapporteert dat elke gedoneerde euro circa twaalf euro maatschappelijke waarde oplevert (Voedselbank Almere & Deloitte, 2022, par. 30–34). Dit bevestigt dat de baten/kosten‑ratio van de initiatieven in Amsterdam‑Noord in lijn ligt met landelijke bevinding.

​

​

MKBA voedselinitiatieven Amsterdam Noord | New Economy | contact@neweconomy.eco | nov 2025 v2

40

1.10 Conclusie en beleidsaanbeveling: van informele waarde naar structurele borging Dit hoofdstuk vat de maatschappelijke waarde van het bestaande veld samen. Zonder voedselinitiatieven zou de schade in Amsterdam-Noord oplopen tot € 45–55 mln per jaar; het huidige netwerk voorkomt circa € 15 mln schade met een inzet van € 1,70 mln en een gemeentelijke bijdrage van € 0,92 mln. De baten zijn dus een veelvoud van de investeringen. De initiatieven bereiken doelgroepen buiten het zicht van reguliere voorzieningen, zoals dak- en thuisloze gezinnen, mensen zonder DigiD en huishoudens in stille armoede. Ze combineren voedselhulp met ontmoeting, activering en stadslandbouw en fungeren als informele signaleringspunten. Iedere geredde kilogram voedsel levert meerdere euro’s maatschappelijke waarde op en iedere vrijwilliger draagt jaarlijks duizenden euro’s bij. Tegelijk is de infrastructuur kwetsbaar: registratie en monitoring zijn beperkt, financiering komt uit losse potjes en structurele erkenning ontbreekt. Hierdoor blijft het veld afhankelijk van tijdelijke subsidies en goodwill. § 1.9.2 benadrukt dat behoud van waarde alleen mogelijk is als de gemeente het netwerk actief ondersteunt en borgt. De analyse toont dat voedselinitiatieven in Amsterdam‑Noord een onmisbare schakel zijn in het terugdringen van voedselonzekerheid, sociale isolatie en milieuschade.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16594190/1