CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Rapport_Klimaatneutraal_Energietransitie_Draagvlak_2023.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 18 oktober 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de Klimaatrapportage 2023 (VN2023-010722)11.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie Vierde meting Onderzoek en Statistiek

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

In opdracht van: Ruimte en Duurzaamheid Gemeente Amsterdam Projectnummer: 230680 Auteur: Mersiha Tepic

Nina Vos

Jeroen Slot Met medewerking van Faye Kornbluh J Bezoekadres: Weesperstraat 113-117

Telefoon 020 251 0402

Postbus 658, 1000 AR Amsterdam

onderzoek.amsterdam.nl

m.tepic@amsterdam.nl

Amsterdam, april 2023

Foto voorzijde: Groen dak op Oostelijke Handelskade 12, fotograaf Alphons Nieuwenhuis (2020)

2

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Inhoud

Samenvatting

5

Inleiding

10

Onderzoeksvraag Werkwijze en respons

10 11

1 Kennis

14

1.1 Zon en wind door grote meerderheid herkend als duurzame energiebronnen 1.2 Aandeel zonder kennis over duurzame energie neemt verder af

14 15

2 Houding

18

2.1 Aandeel bevraagde Amsterdammers wat de overstap naar duurzame energie een goede zaak vindt neemt verder toe 18 2.1.1 Houding ten aanzien van duurzame energie vooral positief onder Amsterdammers met een HBO- of WO-opleiding en Amsterdammers met een hoger inkomen 19 2.1.2 Driekwart maakt zich zorgen over klimaatverandering; iets meer dan de helft denkt dat eigen acties hier invloed op kunnen hebben 20 2.2 Houding energietransitie grotendeels onveranderd 20 2.2.1 Geopolitieke afhankelijkheid en stijgende gasprijs meest genoemde reden om positiever te zijn gaan kijken naar duurzame energie 21 2.3 Houding windmolens 21 2.3.1 Steun voor realisatie extra windmolens is voor aanzienlijk deel voorwaardelijk 22 2.3.2 Tegenstanders met name bezorgd om overlast en schade aan de natuur 23

3 Gedrag

24

3.1 Gebruik van gas neemt af 24 3.2 Een op de drie heeft plannen om in de komende 12 maanden duurzame maatregelen te nemen 25 3.2.1 Huurders zien vooral mogelijkheid om de woning te verduurzamen met spaar/ledlampen en radiatorfolie 26 3.2.2 Kosten spelen grote rol in overweging van duurzame maatregelen 27 3.3 Aandeel huishoudens met radiatorfolie, inductiekookplaat en zonnepanelen neemt toe 27

4 Gebruik van steun bij energiebesparing

29

4.1 Deelname aan ondersteunende acties 4.1.1 Van alle acties werd het meest gebruik gemaakt van de voucher 4.1.2 Huis-aan-huis advies 4.1.3 Velen hadden gebruik willen maken van acties, maar wisten er niet vanaf

29 29 29 29

3

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

4.1.4 Een op de tien Amsterdammers volledig of goed bekend met ondersteuning 4.2 Impact van de ondersteuning 4.2.1 Voucher voor energiebesparende producten 4.2.2 Energiecoaching aan huis 4.2.3 Korting op een energiezuinige koelkast 4.2.4 Ontvangen van een energiedisplay

30 30 31 32 32 32

Bijlage 1 Vragenlijst

33

Bijlage 2 Achtergrondkenmerken respons

39

4

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Samenvatting

De gemeente Amsterdam wil in 2030 de CO2-uitstoot verminderen met 60% en in 2050 met 95% ten opzichte van de uitstoot in 1990. Dit vergt een energietransitie: de overgang van fossiele energie naar energie uit hernieuwbare en dus oneindig beschikbare bronnen. In de realisatie van deze ambitie monitort de gemeente het draagvlak voor de energietransitie onder haar inwoners. In opdracht van Ruimte en Duurzaamheid voerde O&S daarom tussen 7 februari en 6 maart 2023 surveyonderzoek uit onder Amsterdammers over hun kennis, houding en gedrag ten aanzien van de energietransitie. De meting is een vervolgmeting op eerder onderzoek in 2019, 2020 en in 2022. In de meting in 2023 werd voor het eerst ook uitgevraagd in hoeverre men gebruik maakte van de ondersteuning vanuit de gemeente in energiebesparing in het huishouden. Het onderzoek en de analyse van 2023 is gebaseerd op de totale gewogen respons van 1.660 Amsterdammers. In de rapportage worden uitspraken gedaan over het draagvlak onder Amsterdammers en eventuele verschillen hierin tussen bevolkingsgroepen. Kennis 

Het kennisniveau van Amsterdammers omtrent duurzame energiebronnen lijkt langzaam te stijgen over de tijd. Zon en wind worden door circa negen op de tien respondenten als duurzaam gezien; waterkracht en warmte uit de aarde door minimaal 71%. Over de energiebronnen waar in de maatschappij twijfel over bestaat, twijfelt ook de Amsterdammer. Ongeveer de helft beschouwt restwarmte van het afvalbedrijf of de industrie als duurzaam. Ongeveer drie op de tien vindt stadswarmte en kernenergie duurzaam. Biomassa wordt in 2023 door 16% als duurzaam aangemerkt. Amsterdammers schatten hun kennisniveau iets beter in dan in 2022. In 2023 geeft nog 17% aan weinig tot geen kennis te hebben over duurzame energie t.o.v. 19% in 2022. Ruim drie op de vijf (61%) geeft aan wel kennis te hebben; bij de vorige meting ging dit om 57%. Groepen die het vaakst aangeven weinig of geen kennis te hebben zijn respondenten met maximaal een MBO-1 diploma (36%), vrouwen (22%) en respondenten tot 35 jaar (21%). In tegenstelling tot de uitkomsten in 2022, zien we in 2023 geen verschillen in kennisniveau over duurzame energie tussen inkomensgroepen.

5

|

Onderzoek en Statistiek

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Ik heb weinig tot geen kennis over duurzame energie, naar achtergrondkenmerken, maart 2023 (n=1.660) Amsterdam maximaal MBO-1 havo/vwo, MBO 2 t/m 4 HBO of WO vrouw man

tot 35 jaar 35 tot 50 jaar 50 tot 65 jaar 65 jaar en ouder

% 0

20

40

60

80

(helemaal) eens

neutraal

(helemaal) oneens

weet niet / geen antwoord

100

Houding 

Het draagvlak voor de overstap naar duurzame energie is groot en neemt toe; in 2023 vindt 88% van de respondenten de overstap een goede zaak. In 2022 ging dit nog om 85% en in 2020 om 78%. Ook het gevoel van verantwoordelijkheid onder Amsterdammers om aan de transitie bij te dragen neemt met de jaren toe; vorige keer stond 74% van de respondenten hierachter en bij de meting in 2023 is dit gestegen naar 77%. Het aandeel dat niets met de overstap naar duurzame energie te maken wil hebben was en blijft klein (5%). De houding tegenover de energietransitie is positiever onder respondenten met een HBO- of WO-opleiding en met een hoger inkomen (meer dan €3.050 netto per maand). Ook hebben mannen vaker een positieve houding dan vrouwen. In 2022 werd de houding negatiever met leeftijd. Ook in 2023 bestaat er meer draagvlak voor de energietransitie onder jonge respondenten, hoewel juist ouderen vaker vinden dat de overstap een gedeelde verantwoordelijkheid is. In 2023 zijn de geopolitieke afhankelijkheid en de stijgende energieprijzen de grootste redenen om achter de energietransitie te gaan staan, naast zorgen over klimaatverandering, milieurampen en de leefbaarheid op aarde. Amsterdammers zijn nog steeds positiever over de energietransitie in het algemeen dan over de specifieke plannen om extra windmolens te plaatsen.

Meer dan de helft (57%) is positief over de plaatsing van extra windmolens in Amsterdam (2022: 52%). Voor een aanzienlijk deel is steun voor de plaatsing voorwaardelijk. In Weesp, Oost en Noord is men het minst positief. De overweging van delen van Weesp als zoekgebied voor de plaatsing van extra windmolens stuitte in 2021 op veel weerstand. Delen van Oost en Noord betreffen huidige zoekgebieden.

6

|

Onderzoek en Statistiek

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Ik vind de overstap naar duurzame energie een goede zaak, 2020, 2022, 2023 2023 (n = 1.660)

51

37

2022 (n = 1.718)

49

36

2020 (n = 1.649)

34

9

8

44

13

211

3 22

6 21 %

0

20

40

helemaal mee eens neutraal helemaal mee oneens

60

80

100

mee eens mee oneens weet niet / geen antwoord

Gedrag 

Het aandeel respondenten dat elektrisch kookt nam tussen 2022 en 2023 significant toe naar nagenoeg twee op de vijf (39%). Verwarmen gebeurt nog steeds vooral d.m.v. gas (72%). Wel is hier voor het eerst een significante daling gemeten ten opzichte van vorig jaar, namelijk van vier procentpunt. In 2023 rapporteert 22% van respondenten in een aardgasvrije woning te wonen. In 2020 ging dit nog om 16%. De stijging is het sterkst te zien in de groep respondenten die in een woning met bouwjaar 2000 of later wonen. Er wordt meer gebruik gemaakt van gas in de woning door bewoners van oudere woningen, in de centrale stadsdelen en Weesp en door respondenten met een laag inkomen. Uit data van Liander over de aanwezigheid van aardgasaansluitingen is geschat dat in februari 2023 14% van de Amsterdamse woningen aardgasvrij is. Het verschil tussen beide percentages aardgasvrije woningen is aannemelijk te verklaren door methodische verschillen. Een toenemend aandeel respondenten heeft plannen om in de komende 12 maanden duurzame maatregelen te nemen. In 2021 was dit een kwart, in 2022 31% en in 2023 36%. Net als bij de vorige metingen zijn er een aantal maatregelen die vaker genoemd worden: zonnepanelen, spaar- of ledlampen, koken op inductie en (drie)dubbel glas. Nagenoeg alle mogelijke maatregelen worden vaker overwogen door respondenten met een koopwoning dan door huurders.

Dit verschil is kleiner voor spaar- of ledlampen en radiatorfolie. Kosten blijken dan ook veelal een grote rol te spelen in de overweging van duurzame maatregelen. Of mensen van plan zijn maatregelen te nemen, en welke dat zijn, hangt ook af van welke maatregelen eerder zijn genomen of uitgevoerd in de woning. Bij een grote meerderheid van 94% zijn al duurzame maatregelen genomen (2022: 91%). Het voornemen om verduurzamingsmaatregelen te nemen neemt toe met inkomen en leeftijd.

7

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Aandeel met plannen om in de komende 12 maanden (meer) duurzame maatregelen te nemen, maart 2023 (n=1.660) Amsterdam

36

tot 35 jaar 35 tot 50 jaar 50 tot 65 jaar 65 jaar en ouder

28 34 39 42

<€1.750 €1.750-€3.050 €3.050>

26 31 43

0

10

20

30

40

%

50

Gebruik van steun bij energiebesparing  Van de verschillende vormen van ondersteuning die de gemeente bewoners in 2022 bood ter ondersteuning in het besparen van energie, werd het meest gebruik gemaakt van de voucher voor energiebesparende producten (14%). Vooral respondenten met een laag inkomen (27%), respondenten met maximaal een MBO-1 opleiding (26%), huurders (19%) en respondenten tussen 35 en 50 jaar oud (18%) maakten hier gebruik van. Ook ontving een tiende van alle respondenten energieadvies aan huis. Dit werd met name gedaan door Stichting !WOON, maar ook veel door de gemeente en het buurtteam.  Een aanzienlijk deel van de respondenten geeft aan dat zij wel gebruik hadden willen maken van de acties vanuit de gemeente, maar hier niet vanaf wisten. Ook uit onderzoek van I&O Research blijkt dat de bekendheid met de mogelijkheden tot ondersteuning vanuit de gemeente klein is, met name onder huurders.1  De meeste respondenten die gebruik maakten van een of meerdere acties, ervoeren dat dit hen niet tot weinig hielp in het besparen van energie in het huishouden (40%). Ook geeft een aanzienlijk deel aan dat het niet veel, maar ook niet weinig hielp (22%). Voor vijftien procent hielp de ondersteuning wel.

In de toelichtingen van de impact van de verschillende vormen van ondersteuning komen veelal dezelfde punten naar voren: de ondersteuning zorgt voor bewustwording van het energieverbruik en het geeft een duwtje in de rug om concrete stappen te zetten in de besparing ervan. Toch geven de meeste respondenten aan dat het geen zoden aan de dijk zet: het advies zorgt zelden voor nieuw inzicht en biedt vaak alleen aanleiding om (te) kleine maatregelen te nemen. Samengenomen laten deze recente inzichten over de kennis, houding en het gedrag van Amsterdammers ten aanzien van duurzame energie zien dat het draagvlak voor de energietransitie toeneemt. Daarmee lijkt de Amsterdammer de duurzame oriëntatie van haar gemeente te delen. Wel bestaan er verschillen tussen bevolkingsgroepen binnen Amsterdam in de intentie tot verduurzaming. Zo zien we dat, hoewel er ook onder Amsterdammers met een lager inkomen aanzienlijk draagvlak bestaat voor de energietransitie, en dit draagvlak over de jaren toeneemt, zij minder in staat zijn om hier invulling aan te geven. Maatregelen tot verduurzaming van de woning gaan doorgaans gepaard met grote uitgaven. Dit vormt voor Amsterdammers met een lager inkomen een relatief grote drempel, wat hen ervan weerhoudt 1 Bron: I&O Research. Onderzoek handelingsperspectief energietransitie Amsterdam. December 2022. Via:

https://openresearch.amsterdam/nl/page/95545/

8

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

om maatregelen te nemen. Anderzijds zijn motivaties voor verduurzaming in 2023 in veel gevallen gerelateerd aan de besparing van kosten. Amsterdammers met een lager inkomen kiezen dan ook veelal voor kleinere ingrepen. Het is aannemelijk dat de ontwikkelingen in de geografische politieke situatie invloed blijven uitoefenen op de motivatie voor en overweging van manieren om te verduurzamen.

9

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Inleiding

Onderzoeksvraag Amsterdam wil een duurzame stad zijn. Daarom wil de gemeente Amsterdam in 2030 de CO2uitstoot verminderen met 60% en in 2050 met 95% in vergelijking met de uitstoot in 1990. De aanpak hiervoor staat beschreven in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050, vastgesteld door het college van B&W op 3 maart 2020. Deze Routekaart gaat over de ‘energietransitie’: de overgang van fossiele energie naar energie uit hernieuwbare en dus oneindig beschikbare bronnen. Daar is een brede, maatschappelijke verandering voor nodig die impact heeft op onze economie en op ons dagelijks leven. De gemeente had in het Coalitieakkoord 2018-2022 naast de verduurzamingsdoelstellingen de intentie opgenomen dat de transitie naar een duurzame stad onder bepaalde voorwaarden plaats moet vinden. De gemeente vindt draagvlak onder Amsterdammers voor de energietransitie essentieel. De overstap naar een duurzame stad mag de ongelijkheid in de stad niet vergroten. In het Coalitieakkoord werd bijvoorbeeld genoemd dat de woonlasten voor huishoudens met lage en middeninkomens niet mogen stijgen als gevolg van de kosten van de energietransitie. Om deze reden deed O&S in 2019 het eerste onderzoek onder Amsterdammers om het draagvlak voor de transitie te meten.

Dit onderzoek is gedaan aan de hand van een enquête bestaande uit vragen over de kennis, houding en het gedrag van Amsterdammers ten aanzien van het gebruik van energie, energiebesparing en de overstap naar duurzame energie. Hiermee werd de sociale en minder tastbare kant van de energietransitie meetbaar gemaakt. In 2020 en in 2022 werd de meting herhaald om het draagvlak te monitoren. Toen bleek uit de kennis, houding en het gedrag van Amsterdmmers ten aanzien van duurzame energie dat het draagvlak voor de energietransitie sinds 2019 en 2020 was toegenomen. De gemeente is geïnteresseerd in de langere termijnontwikkelingen in kennis, houding en gedrag van Amsterdammers ten aanzien van de energietransitie. Om deze reden herhaalde O&S in 2023 de meting. Aan de enquête zijn ten opzichte van de voorgaande metingen enkele vragen toegevoegd met betrekking tot deelname aan acties geinitieerd door de gemeente in 2022 om bewoners te helpen in hun energiebesparing. De vragen ter herhaling van het onderzoek zijn stabiel gehouden om de vergelijkbaarheid van de resultaten te verzekeren en trends te kunnen meten.

In deze rapportage van de vierde meting staat de volgende vraag centraal: zien we over tijd een verandering in kennis, houding en gedrag ten aanzien van de energietransitie onder de Amsterdammers (en verschillende groepen Amsterdammers)? In het rapport worden de resultaten van het onderzoek uiteengezet aan de hand van tabellen en figuren. Om te zien of het draagvlak tussen groepen Amsterdammers verschilt, wordt er ook

10

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

gekeken naar een aantal achtergrondkenmerken. Op basis van de resultaten wordt een beeld gegeven van het draagvlak voor de energietransitie onder de Amsterdammers.

Werkwijze en respons O&S en Ruimte en Duurzaamheid van de gemeente Amsterdam hebben gezamenlijk een vragenlijst afgestemd die ingaat op de volgende onderwerpen:  kennis over duurzame energiebronnen;  houding: wat vindt de Amsterdammer van de overstap naar duurzame energie, verandering in houding;  gedrag: het nemen van energiebewuste maatregelen in de woning;  steun van de gemeente: financiële ondersteuning, advies en middelen om de woning te verduurzamen en de mate waarin Amsterdammers daar in 2022 gebruik van maakten. De volledige vragenlijst is te vinden in bijlage 1. Om juist ook de kennis, houding en het gedrag van groepen die minder vaak responderen op online onderzoeken mee te nemen in dit onderzoek, is de online dataverzameling aangevuld met face-to-face datacollectie (op straat). Hiervoor is een verkorte versie van de vragenlijst gebruikt om het hanteerbaar te maken voor deze vorm van dataverzameling. Ook de face-to-face versie van de vragenlijst is in te zien in bijlage 1. De vragenlijst is in februari 2023 uitgestuurd naar 2.800 leden van het online panel van O&S. Daarvan hebben tussen 7 februari en 6 maart 2023 1.622 Amsterdammers de enquête ingevuld, een responspercentage van 59%. Met het face-to-face onderzoek werden 128 respondenten geworven, resulterend in een totale respons van 1.750 Amsterdammers.

De data vanuit deze totale respons is geïnspecteerd op bruikbaarheid. Data van respondenten die de vragenlijst in twee minuten of minder invulden is geëxcludeerd. De tabel in bijlage 2 laat een overzicht zien van de verdeling van de respons naar achtergrondkenmerken. Om richting een representatiever beeld van het draagvlak voor de energietransitie onder Amsterdammers te komen, zijn de resultaten gewogen naar leeftijd, opleidingsniveau en migratieachtergrond. De tabel geeft weer hoe de verdeling van respons eruit ziet na de toepassing van de weging. Daarnaast wordt in de ‘Referentie’ kolom weergegeven hoe de werkelijke verdeling van Amsterdammers is op deze kenmerken. De weging en de weegfactor zijn op stadsniveau bepaald omdat het primaire doel is om een representatief beeld te geven over het draagvlak op stadsniveau. Het weergeven van resultaten per stadsdeel is mogelijk omdat er tijdens de dataverzameling rekening gehouden is met voldoende respons per stadsdeel. Ten gevolge van de weging wijkt de uiteindelijke respons in omvang af van de ongewogen respons. In de verdere analyses en rapportage van de resultaten wordt de gewogen respons van 1.660 aangehouden.

De face-to-face datacollectie en de weging helpt voor een deel om groepen die minder deelnemen aan dit soort onderzoek te ondervangen, maar de respons vanuit de groep jongvolwassenen tot 35 jaar, Amsterdammers met maximaal een MBO-1 opleiding en

11

|

Onderzoek en Statistiek

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Amsterdammers met een migratieachtergrond blijft onderbelicht.2 Ook blijkt uit eerder onderzoek dat Amsterdammers uit een huishouden met een zeer laag tot laag inkomen minder respondenderen. Ook in dit onderzoek is dit het geval.Tevens valt dit jaar, ondanks de face-toface inzet, de respons vanuit deze ondervertegenwoordigde groepen tegen ten opzichte van de vorige metingen. Om overmatige vertekening van de uitkomsten te voorkomen is de weging begrensd. Consequentie hiervan is dat met name Amsterdammers met maximaal een MBO-1 opleiding en Amsterdammers tot 35 jaar oud in deze vierde meting sterker ondervertegenwoordigd zijn dan in de voorgaande metingen. In de interpretatie van de resultaten in 2023 en van de gerapporteerde trends dient met deze verdeling rekening gehouden te worden. Waar de trends zichtbaar in deze ondervertegenwoordigde groepen afwijkt van de algehele trend, worden deze expliciet gemaakt. De grootste groep van de respondenten is eigenaar-bewoner. Nagenoeg drie op de tien van de onderzoekspopulatie bewoont een sociale huurwoning van een corporatie. Ruim een derde van respondenten woont in een vooroorlogse woning; iets minder dan een vijfde bewoont een pand dat gebouwd is tussen 1946 en 1980. Daarnaast maakt 47% deel uit van een vereniging van eigenaren (VvE). Onderzoekspopulatie naar woonsituatie, maart 2023 (n = 1.660) 5% eigenaar

7% 6%

sociale huurwoning van een woningcorporatie sociale huurwoning van een particuliere verhuurder

5% 48%

vrije sector huurwoning van een woningcorporatie vrije sector huurwoning van een particuliere verhuurder anders

29% weet niet / geen antwoord

2 Het gaat hier specifiek om Amsterdammers met een niet-westerse migratieachtergrond. O&S ondergaat momenteel

een proces om van deze terminologie af te stappen en deze te vervangen door een alternatieve indeling van de achtergrondvariabele, in lijn met het CBS.3 Echter is in de vorige metingen gewogen op het kenmerk niet-westerse migratieachtergrond. Ten behoeve van de vergelijkbaarheid is in de meting van 2023 dezelfde weegmethode toegepast. 3 Bron: CBS. CBS introduceert nieuwe indeling bevolking naar herkomst. Februari 2022. Geraadpleegd via: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2022/07/cbs-introduceert-nieuwe-indeling-bevolking-naar-herkomst

12

|

Onderzoek en Statistiek

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Onderzoekspopulatie naar bouwjaar woning, maart 2023 (n = 1.660) 3% 21%

voor 1946 35%

1946-1980

1981-1990 1991-2000 11%

2001-heden weet niet / geen antwoord 13%

17%

13

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

1 Kennis

In dit hoofdstuk wordt besproken hoe het staat met de kennis van Amsterdammers als het gaat om de overstap naar duurzame energie.

1.1 Zon en wind door grote meerderheid herkend als duurzame energiebronnen Om de kennis van Amsterdammers over duurzame energie(bronnen) te kunnen peilen is respondenten gevraagd om aan te geven welke energiebronnen zij duurzaam achten. Figuur 1.1 geeft het beeld van de antwoorden weer. Men was in de gelegenheid om meerdere opties aan te kruisen. Vandaar dat we per bron weer kunnen geven welk aandeel van de respondenten elk van de bronnen als duurzaam heeft aangemerkt. Zon wordt, zoals ook in voorgaande jaren, door de meeste Amsterdamse respondenten als duurzaam gezien. Ook wind wordt door velen erkend als duurzaam. Waterkracht wordt door vier op de vijf als duurzaam gezien en warmte uit de aarde door zeven op de tien. Ruim de helft van de respondenten beschouwt restwarmte van het afvalbedrijf als duurzaam. Nagenoeg de helft ziet restwarmte van de industrie als duurzame bron. Andere energiebronnen zoals biomassa, stadswarmte en kernenergie worden door een minderheid als duurzaam aangemerkt. Diegenen die de optie ‘anders’ hebben ingevuld, geven met name waterstof(gas) als een additionele duurzame bron op. Ook wordt getijdenenergie meermaals genoemd. Over het algemeen worden dezelfde energiebronnen als duurzaam gekenmerkt over de verschillende metingen heen. Bij een aantal bronnen is er een verschuiving te zien.

Sinds 2020 worden nagenoeg alle bronnen in toenemende mate als duurzaam gezien. Enkel de mate waarin kernenergie, stadswarmte en aardgas als duurzaam worden aangemerkt namen af tussen 2022 en 2020.

14

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Figuur 1.1 Welke van de volgende energiebronnen zijn volgens u duurzaam? 2019, 2020, 2022, 2023 % 100 93 90 80 70 60 50

40 30 20 10 0

89

80 71

2019 (n = 1.176) 2020 (n = 1.649) 53

2022 (n = 1.438)

49

2023 (n = 1.337) 32

27 16 5

1

1

3

0

1

Amsterdammers met maximaal een MBO-1 opleiding herkennen minder vaak zon (73%), wind (73%), waterkracht (4%), warmte uit de aarde (36%), restwarmte uit afval en uit de industrie (resp. 36% en 30%), kernenergie (28%), stadswarmte (10%) en biomassa (9%) als duurzame bronnen. Mogelijk is dit patroon te verklaren door de lastige terminologie en/of een incorrecte of onvolledige perceptie van de term ‘duurzaam’. Verder valt op dat de bronnen door deze groep Amsterdammers minder vaak als duurzaam gezien worden dan in voorgaande jaren. Verder merkt deze groep bovengemiddeld vaak kernenergie (45%) en aardgas (16%) aan als duurzame bronnen. Eenzelfde, maar minder sterk patroon in verschillen zien we voor respondenten met een lager inkomen (minder dan €1.750 netto per maand). Jongvolwassenen (tot 35 jaar) erkennen zon (96%), wind (92%), waterkracht (86%), restwarmte uit industrie (58%) en afval (57%), stadswarmte (43%) en kernenergie (41%) vaker als duurzame bronnen. Verder zien mannen met 84% vaker waterkracht als duurzame bron dan vrouwen (76%). Hetzelfde geldt voor warmte uit de aarde (resp. 77% en 62%) en kernenergie (40% en 24%).

1.2 Aandeel zonder kennis over duurzame energie neemt verder af Op de stelling ‘ik heb weinig tot geen kennis over het onderwerp duurzame energie’ reageert de meerderheid van respondenten ontkennend (61%; Figuur 1.3). We zien dat het aandeel dat wel kennis heeft over het onderwerp toeneemt sinds 2020. Het aandeel van minder dan een vijfde dat met de stelling instemt, en dus weinig tot geen kennis heeft over duurzame energie, is hiermee tevens kleiner geworden. Tussen 2020 en 2023 nam deze groep af met twee procent.

15

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Figuur 1.3 Ik heb weinig tot geen kennis over het onderwerp duurzame energie, 2019, 2020, 2022, 2023 2023 (n = 1.660) 2

15

2022 (n = 1.718) 4

15

21 23

2020 (n = 1.649)

6

22

2019 (n = 1.395)

6

19

0

41

20

39

18

25

34

25 20

12

35

40

60

helemaal mee eens neutraal helemaal mee oneens

15 80

% 100

mee eens mee oneens weet niet / geen antwoord

Het kennisniveau verschilt naar opleidingsgroepen. Zo zien we dat respondenten die maximaal een MBO-1 opleiding hebben afgerond vaker aangeven weinig of geen kennis te hebben over duurzame energie (36%) dan respondenten met een MBO 2 t/m 4 diploma (22%) en zij met een HBO- WO-opleiding (13%, figuur 1.2). Dit patroon zagen we ook in eerdere jaren terug. Net als in 2022 zien we daarnaast een verschil tussen mannen (12%) en vrouwen (22%). Ook bestaan er kleine verschillen in het kennisniveau over duurzame energie naar leeftijdsgroepen. Zo hebben respondenten tot 35 jaar oud vaker geen of weinig kennis over duurzame energie (21%) dan oudere groepen. In 2022 was het juist de groep van 50 tot 65 jaar oud die aangaf geen tot weinig kennis te hebben over het onderwerp. In tegenstelling tot de uitkomsten van de meting in 2022, zien we in 2023 geen lager kennisniveau over duurzame energie onder respondenten met een lager inkomen (minder dan €1.750 netto per maand). Figuur 1.2 Ik heb weinig tot geen kennis over het onderwerp duurzame energie, totaal en naar achtergrondkenmerken, maart 2023 (n = 1.660) Amsterdam maximaal MBO-1 havo/vwo, MBO 2 t/m 4 HBO of WO vrouw man tot 35 jaar 35 tot 50 jaar 50 tot 65 jaar 65 jaar en ouder laag (< €1.750) midden (€1.751-€3.050) hoog (€3.051 >)

% 0

20

40

60

80

100

(helemaal) eens

neutraal

(helemaal) oneens

weet niet / geen antwoord

16

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

De bevindingen over gerapporteerde kennis over het onderwerp duurzame energie staan in lijn met resultaten uit onderzoek van I&O Research in december 2022 naar het handelingsperspectief van Amsterdammers in de energietransitie. Hier geeft 86% van respondenten aan het (helemaal) eens te zijn met de stelling “ik ben op de hoogte van de negatieve effecten van klimaatverandering”.3 Slechts drie procent geeft aan hier niet van op de hoogte te zijn.

3 Bron: I&O Research. Onderzoek handelingsperspectief energietransitie Amsterdam. December 2022. Via:

https://openresearch.amsterdam/nl/page/95545/

17

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

2 Houding

Dit hoofdstuk gaat over de houding die Amsterdammers hebben ten aanzien van de energietransitie en of die houding veranderd is.

2.1 Aandeel bevraagde Amsterdammers wat de overstap naar duurzame energie een goede zaak vindt neemt verder toe Ook tussen 2022 en 2023 steeg het aandeel respondenten dat aangeeft de overstap naar duurzame energie een goede zaak te vinden. In 2019 ging dit om 75% van de respondenten, in 2020 om 78%, in 2022 betrof dit 85% en in 2023 geldt dit voor 88%; Figuur 2.1). Vergelijkbaar met de meting in 2022 geeft daarnaast driekwart (77%) van respondenten aan te vinden dat iedereen in de maatschappij verantwoordelijk is voor de overstap en ook zelf daaraan te zullen moeten bijdragen. Verder groeide ook het aandeel respondenten dat actief bijdraagt aan de overstap naar duurzame energie en anderen probeert mee te krijgen tussen 2022 en 2023, namelijk met resp. 6% en 3%. Het percentage dat aangeeft niets met (de overstap naar) duurzame energie te maken willen hebben ligt in 2023 op slechts 5%. Dit geeft aan dat het draagvlak voor de overstap naar duurzame energie groot is en toeneemt. Figuur 2.1 Hoe kijkt u in het algemeen aan tegen (de overstap naar) duurzame energie? Maart 2023 (n=1.660) 0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

100

% ik vind de overstap naar duurzame energie een goede zaak

51

iedereen in de maatschappij is verantwoordelijk voor de overstap naar duurzame energie, ook ik zal hieraan moeten bijdragen

37

35

9 211

42

ik draag actief bij aan de overstap naar duurzame energie

15

ik probeer anderen mee te krijgen bij de overstap naar duurzame energie

12

27

ik wil er niets mee te maken hebben 2 3 9

27

33

28

28

23

57

helemaal mee eens

mee eens

neutraal

mee oneens

helemaal mee oneens

weet niet / geen antwoord

14

6 31

18

52

7 3

2

18

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

2.1.1 Houding ten aanzien van duurzame energie vooral positief onder Amsterdammers met een HBO- of WO-opleiding en Amsterdammers met een hoger inkomen In de resultaten valt een specifiek patroon aan verschillen op tussen bevolkingsgroepen in de houding ten aanzien van (de overstap naar) duurzame energie. Respondenten met een HBO- of WO-opleiding reageren op alle stellingen positiever dan diegenen met maximaal een MBO-1 opleiding of met een opleiding MBO 2 t/m 4.4 Hetzelfde patroon zien we naar verschillende inkomensgroepen: respondenten met een hoger inkomen (meer dan €3.050 netto per maand) reageren positiever op alle stellingen dan respondenten met een lager inkomen (minder dan €1.750 netto per maand). Verder reageren mannen iets positiever op de stellingen dan vrouwen. In 2022 reageerden respondenten tot 35 jaar oud op alle stellingen positiever dan oudere respondenten. In 2023 vinden jongvolwassenen de overstap naar duurzame energie vaker een goede zaak dan oudere respondenten. Respondenten van 65 jaar of ouder vinden juist iets vaker dat iedereen in de maatschappij verantwoordelijk is voor de overstap. Op de overige drie stellingen reageert de groep van 35 tot 50 jaar oud het vaakst positief. Figuur 2.2 Ik draag actief bij aan de overstap naar duurzame energie. Totaal, naar opleiding en leeftijd, maart 2023 (n=1.660)

totaal maximaal MBO-1 havo/vwo, MBO 2-4 HBO of WO tot 35 jaar 35 tot 50 jaar 50 tot 65 jaar 65 jaar of ouder

% 0

20

helemaal mee eens neutraal helemaal mee oneens

40

60

80

100

mee eens mee oneens weet niet / geen antwoord

4 Voor de stellingen “ik draag actief bij aan de overstap naar duurzame energie” en “iedereen in de maatschappij is

verantwoordelijk voor de overstap naar duurzame energie, ook ik zal hieraan moeten bijdragen” wijken de resultaten van de groep met maximaal een MBO-1 opleiding aanzienlijk af van het totaalbeeld. Gezien de ondervertegenwoordiging van deze groep in de respons, zijn de resultaten vanuit deze stellingen weergegeven per opleidingscategorie, ten opzichte van het totaal in Figuur 2.2 en 2.3.

19

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Figuur 2.3 Iedereen in de maatschappij is verantwoordelijk voor de overstap naar duurzame energie, ook ik zal hieraan moeten bijdragen. Totaal, naar opleiding en leeftijd, maart 2023 (n=1.660)

totaal maximaal MBO-1 havo/vwo, MBO 2-4 HBO of WO tot 35 jaar 35 tot 50 jaar 50 tot 65 jaar 65 jaar of ouder

%

0

20

helemaal mee eens neutraal helemaal mee oneens

40

60

80

100

mee eens mee oneens weet niet / geen antwoord

2.1.2 Driekwart maakt zich zorgen over klimaatverandering; iets meer dan de helft denkt dat eigen acties hier invloed op kunnen hebben Uit het onderzoek van I&O Research blijkt verder dat ruim driekwart (78%) van respondenten zich zorgen maakt over klimaatverandering. Acht procent maakt zich hier geen zorgen over. Het aandeel dat denkt hier met eigen acties invloed op te kunnen hebben is aanzienlijk kleiner (56%). Zeventien procent schat in van wel.

2.2 Houding energietransitie grotendeels onveranderd Ook in 2022 rapporteert een meerderheid van nagenoeg twee op de drie respondenten een onveranderde houding ten aanzien van duurzame energie (Figuur 2.4). Ten opzichte van de vorige meting is de groep respondenten die aangeeft nu positiever (29%) aan te kijken tegen duurzame energie iets groter geworden (2022: 25%; 2021: 21%). Vijf procent geeft aan in het afgelopen jaar negatiever te zijn gaan aankijken tegen duurzame energie. In 2022 ging dit nog om acht procent. Opvallend is dat vooral respondenten met een laag inkomen (minder dan €1.750 netto per maand) en respondenten met een opleiding MBO 2 t/m 4 aangeven dat zij een negatievere houding hebben aangenomen (beide 7%). Zij met een hoog inkomen (meer dan €3.050 netto per maand) zijn vaker positiever tegen het onderwerp gaan aankijken (32%). Hetzelfde geldt voor 65-plussers (34%).

20

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Figuur 2.4 Bent u in het afgelopen jaar anders gaan aankijken tegen duurzame energie? Maart 2023 (n=1.660)

1% 29%

ja, positiever ja, negatiever nee, hetzelfde weet niet / geen antwoord

5% 65%

2.2.1 Geopolitieke afhankelijkheid en stijgende gasprijs meest genoemde reden om positiever te zijn gaan kijken naar duurzame energie Mensen die positiever zijn gaan aankijken tegen duurzame energie geven, net als in voorgaande metingen, vaak aan dat deze verandering komt door zorgen over klimaatverandering, milieurampen en leefbaarheid op de aarde. In 2023 worden echter argumenten met betrekking tot de energiecrisis, de oorlog in Oekraïne en gasprijs het vaakst genoemd. Verder wordt, vergelijkbaar met de resultaten in eerdere jaren, de rol van informatie en kennis (door zelf meer te lezen of doordat er veel aandacht voor dit probleem is in de media) vaak benoemd als reden om er positiever over te zijn gaan denken. Andere redenen die vaker genoemd worden zijn: meer verduurzamingsopties, de aardbevingen in Groningen en mensen in de omgeving die zonnepanelen of een warmtepomp aanschaffen. Mensen die negatiever zijn gaan aankijken tegen duurzame energie geven verschillende redenen aan. Een aantal van deze zijn: kosten, de mening dat burgers ten onrechte op kosten worden gejaagd (terwijl energieleveranciers veel winst maken tijdens de energiecrisis), energiebronnen minder duurzaam blijken dan eerder gedacht, biomassa ten onrechte als duurzaam wordt beschouwd en dat er te weinig aandacht is voor de overlast en vervuiling die windmolens veroorzaken.

Verder geven respondenten aan dat de overheid onvoldoende het voortouw neemt in de overstap naar duurzame energie. Daarnaast wordt ook het rendement van duurzame energiebronnen betwijfeld.

2.3 Houding windmolens De gemeente neemt zich voor om voor 2030 circa 17 extra windmolens te plaatsen. Maximaal de helft hiervan zou in het Havengebied passen. Voor de overige windmolens wordt ruimte gezocht in de door de gemeenteraad vastgestelde zoekgebieden. Met de Amsterdamse ambitie voor meer windmolens én zonnepanelen op de helft van de geschikte daken wordt in 2030 genoeg duurzame elektriciteit opgewekt voor 80% van de Amsterdamse huishoudens. Bewoners in de

21

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

buurt van de windmolens krijgen de mogelijkheid om mee te denken over de plannen en om financieel mee te profiteren van de opbrengsten. In heel Nederland is de afgelopen jaren een levendige discussie ontstaan over het plaatsen van extra windmolens op land. Amsterdammers is daarom gevraagd hoe zij aankijken tegen het realiseren van extra windmolens. Uit het onderzoek blijkt dat meer dan de helft (57%) van respondenten positief is over de plaatsing van extra windmolens in Amsterdam (Figuur 2.5). In 2022 ging dit nog om 52%. Een uitsplitsing naar leeftijd maakt inzichtelijk dat er meer draagvlak bestaat voor de plaatsing van extra windmolens onder jonge respondenten dan onder ouderen. In stadsgebied Weesp is het aandeel dat het oneens is met de plaatsing van extra windmolens het grootst (28%), gevolgd door respondenten uit stadsdelen Oost en Noord (beide 27%). Delen van Weesp werden in 2021 in overweging genomen als zoekgebied. Dit voornemen stuitte op veel weerstand vanuit bewoners van Weesp. Delen van Oost en Noord zijn ook zoekgebieden voor de plaatsing van windmolens. Figuur 2.5 Kunt u aangegeven in hoeverre u het ermee eens bent dat extra windmolens gerealiseerd worden in Amsterdam? Totaal en naar leeftijd, maart 2023 (n=1.660)

totaal

25

tot 35 jaar

29

35 tot 50 jaar

25

34

14

13

11

4

50 tot 65 jaar

26

28

21

9

12

5

65 jaar of ouder

22

21

10

16

3

90

100

0

10

32

18

10

40

29 20

30

40

helemaal eens niet eens, niet oneens helemaal oneens

50

14

60

70

12

9

80

4

6 3

%

eens oneens weet niet / geen antwoord

2.3.1 Steun voor realisatie extra windmolens is voor aanzienlijk deel voorwaardelijk Respondenten die het eens zijn met de plaatsing van extra windmolens geven aan dat ze het begrijplijk vinden dat ook in Amsterdam windmolens geplaatst moeten worden aangezien we als stad energie nodig hebben. Er wordt vaak genoemd dat het onontkombaar is als we de omslag willen maken naar groene energie. Maar er wordt ook veel stilgestaan bij de overlast die windmolens kunnen veroorzaken voor mens en dier. De ene respondent geeft aan dat hier op gelet moet worden en dat windmolens juist niet in dichtbevolkt gebied moeten staan en de ander vindt dat het juist wel in de stad moet staan omdat er in de stadse omgeving toch weinig natuur is wat er last van heeft. Daarnaast wordt genoemd dat stil moet worden gestaan bij de milieueffecten die optreden om al die windmolens te produceren en de levensduur/recyclingmogelijkheden van windmolens. Omdat steun voor de plaatsing van extra windmolens in veel van de toelichtingen gepaard gaat met voorwaarden of zorgen, is op basis van de toelichtingen een herindeling gemaakt van de meningen over de kwestie. Figuur 2.6 geeft

22

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

de resultaten weer. De 57% respondenten die aangaven het (helemaal) eens te zijn met de realisatie van extra windmolens in Amsterdam, bestaan voor tien procentpunt uit toelichtingen waaruit voorwaardelijke steun blijkt. Iets minder dan de helft staat volledig achter de plaatsing van extra windmolens. Figuur 2.6 Kunt u aangegeven in hoeverre u het ermee eens bent dat extra windmolens gerealiseerd worden in Amsterdam? Correctie op basis van toelichtingen5, maart 2023 (n=1.660) 4%

22% 47%

eens eens onder voorwaarden niet eens, niet oneens oneens weet niet / geen antwoord

18% 10%

2.3.2 Tegenstanders met name bezorgd om overlast en schade aan de natuur Tegenstanders van het plan om extra windmolens te plaatsen geven vooral aan dat windmolens niet in dichtbevolkte gebieden zoals Amsterdam geplaatst moeten worden. Daarbij worden het meest verschillende vormen van overlast voor bewoners genoemd, zoals geluids- en gezondheidsklachten en horizonvervuiling. Ook wordt de schade die aan de natuur (vogels) wordt gebracht genoemd. Deze groep respondenten is van mening dat windmolens ver van woongebieden geplaatst moeten worden waar men er geen last van heeft. Plaatsing van windmolens op zee wordt vaak genoemd. Daarnaast is men ook kritisch over de levensduur, rendement en (milieu)kosten die de productie van windmolens met zich mee brengt. Vaak wordt kernenergie als een betere oplossing genoemd. Deze tegenargumenten komen ook in landelijk onderzoek naar voren.6

5 In de toelichtingen van de antwoorden ‘eens’ en ‘(helemaal) eens’ op de vraag over de realisatie van extra windmolens

in Amsterdam is gezocht op termen waaruit voorwaardelijke steun blijkt, zoals ‘maar’, ‘mits’, ‘hoewel’, ‘afhankelijk van’. Dit ging om 162 van de toelichtingen. Aan de hand hiervan zijn de resultaten in Figuur 2.5 gehercodeerd tot nieuwe categorieën. 6 Bron: CBS. Klimaatverandering en energietransitie: opvattingen en gedrag van Nederlanders in 2020. Juni 2021.

23

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

3 Gedrag

Dit hoofdstuk gaat in op het gedrag van Amsterdammers als het gaat over de transitie naar duurzame energie. Aan Amsterdammers is gevraagd welke duurzame maatregelen ze willen gaan uitvoeren in hun woning.

3.1 Gebruik van gas neemt af Tussen 2020 en 2022 nam het aandeel respondenten dat aangeeft op gas te koken significant af van 71% naar 65%. In 2023 is dit nogmaals significant afgenomen naar 60% (Figuur 3.1). Daar tegenover staat dat het aandeel respondenten dat aangeeft elektrisch te koken tegelijkertijd significant toenam. In 2023 kookt twee op de vijf elektrisch. In 2022 ging dit nog om een derde. Verwarming van de woning gebeurt bij een grote meerderheid (72%) nog steeds met gas, via een eigen CV-ketel of gaskachel. Wel is in dit aandeel voor het eerst een significante daling gemeten, namelijk van vier procentpunt tussen 2022 en 2023. Er wordt in 2023 in plaats daarvan iets meer gebruik gemaakt van de overige manieren om de woning te verwarmen. Andere genoemde manieren van verwarming van de woning zijn vooral een warmtepomp en warmte koude opslag. In 2023 geeft 22% van de respondenten aan niet op gas te koken en ook geen gas te gebruiken voor het verwarmen van de woning. Een jaar eerder rapporteerde nog 18% in een aardgasvrije woning te wonen en in 2020 ging dit om 16%. In februari 2023 werd aan de hand van data van Liander over de aanwezigheid van aardgasaansluitingen een schatting gemaakt van het aantal aardgasvrije woningen in Amsterdam.7 Hieruit blijkt dat naar benadering 14% van de Amsterdamse woningen aardgasvrij is.

Daarnaast neemt het aantal gasverwijderingen jaarlijks toe. Het verschil tussen beide percentages aardgasvrije woningen is aannemelijk te verklaren doordat de enquêteresultaten gebaseerd zijn op slechts een steekproef van Amsterdammers en daarnaast berust op zelfrapportage. Figuur 3.1 Kookt u op gas of elektriciteit? Maart 2023 (n=1.660) 1%

gas 39%

elektriciteit (incl. inductie) een andere manier weet niet / geen antwoord

60%

7 Bron: O&S. Aardgasvrij Amsterdam. Amsterdam, april 2023.

24

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Figuur 3.2 Op welke manier wordt uw woning verwarmd? Maart 2023 (n=1.660) 80

%

70 60 50 40 30

20 10 0

gas (eigen CV- stadsverwarming ketel of gaskachel

elektriciteit

blokverwarming andere manier weet niet / geen antwoord

Het grootste verschil in gasverbruik in de woning zien we tussen bewoners van woningen gebouwd in verschillende perioden. Van respondenten die een woning bewonen die gebouwd is voor 1946 geeft slechts twee procent aan niet op gas te koken én niet te verwarmen door middel van gas. Onder respondenten in een woning met bouwjaar 2000 of later gaat dit in 2023 om 71%. Sinds 2020 is het percentage gerapporteerde aardgasvrije woningen uit 2000 of later met tien procentpunt gestegen. We zien dan ook dat de meeste respondenten die rapporteren een aardgasvrije woning te bewonen in de perifere stadsdelen wonen. In Weesp ligt dit percentage daarentegen laag, namelijk op drie procent. Verder rapporteren respondenten met een hoog maandelijks inkomen (€3.050> netto) vaker in een aardgasvrije woning te wonen (26%) dan respondenten met een laag inkomen (<€1.750 netto, 15%).

3.2 Een op de drie heeft plannen om in de komende 12 maanden duurzame maatregelen te nemen Ruim een op de drie (36%) respondenten geeft aan dat er in het huishouden en/of de VvE plannen zijn om de komende twaalf maanden (nog) meer energiebewuste maatregelen te nemen (Figuur 3.3). De helft (50%) heeft geen plannen voor maatregelen de komende twaalf maanden en 14% weet het niet of heeft geen antwoord gegeven. We zien dat het aandeel met plannen om te verduurzamen verband houdt met inkomen en woonsituatie. Woningeigenaren met een inkomen van meer dan €3.050 netto per maand zijn veruit het vaakst van plan om in het huishouden of VvE te verduurzamen. Tussen groepen huurders in verschillende inkomenscategorieën bestaan marginale verschillen. Verder blijkt dat bewoners in het Centrum vaker plannen hebben om het komende jaar (meer) duurzame maatregelen te nemen dan gemiddeld in de stad. In Nieuw-West is het aandeel met plannen tot verduurzaming het kleinst. Ook wanneer gecontroleerd wordt voor achtergrondkenmerken en het verschil tussen huurders en eigenaren blijven we dit patroon zien.

25

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Figuur 3.3 Zijn er plannen in uw huishouden en/of VvE om in de komende 12 maanden (nog) meer duurzame maatregelen te nemen? Naar achtergrondkenmerken, maart 2023 (n=1.660) Amsterdam

36

eigenaren

<€1.750 €1.750-€3.050 €3.050>

huurders

eigenaren huurders

<€1.750 €1.750-€3.050 €3.050>

51 21 36 47 51 24 22 21

Centrum West Zuid Weesp Noord Zuidoost Oost Nieuw-West

48 40 38 38 37 35 33 25 0

10

20

% 30

40

50

60

In 2023 waren de twee populairste maatregelen zonnepanelen en het gebruik van spaar/ledlampen (Figuur 3.4). Ook in 2020 en in 2022 was dit het geval. Hiernaast is het aandeel respondenten dat overweegt zonnepanelen te plaatsen sinds de vorige meting gegroeid van zeven naar elf procent. Acht procent noemt andere dan genoemde duurzame plannen, zoals de thermostaat lager zetten, korter douchen, dikkere kleding dragen, tochtstrips, het aanbrengen van beplanting, dikke en dubbele vitrage, meer isoleren, renovatie van ramen en daken, efficienter maken van radiatoren door ventilatoren en een klok thermostaat te plaatsen, slimme radiatorknoppen, sensoren en tijdschakelaars, maar ook maatregelen buiten de woning, zoals de overweging van elektrische (deel)auto en het aanleggen van een laadpaal.

3.2.1 Huurders zien vooral mogelijkheid om de woning te verduurzamen met spaar/ledlampen en radiatorfolie Voor nagenoeg alle duurzame maatregelingen geldt dat woningeigenaren deze vaker overwegen dan huurders. Dit verschil is er in mindere mate voor de kleinere maatregelen, zoals spaar-/ledlampen en radiatorfolie. We zien verder dat ook 65-plussers vaker deze kleinere ingrepen in gedachten hebben.

26

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Figuur 3.4 Welke maatregelen worden overwogen? Maart 2023 (n=1.660) 0 1 2 3 zonnepanelen gebruik van spaarlampen / ledlampen koken op inductie (drie)dubbel glas vloerisolatie, muurisolatie of dakisolatie radiatorfolie volledig van gas af warmtepomp energiebesparende hoogrendements CV-ketel gas/stroom afnemen van 100% duurzame energiemaatschappij energiemanager (bv. Toon) zonneboiler voor warm water anders

4

5

6

7

8

9 10 11 12 11 8

7 7

5 4 4

3 2 2 1

1 8

3.2.2 Kosten spelen grote rol in overweging van duurzame maatregelen Deelnemers aan het onderzoek van I&O Research geven veelal aan dat de hoge kosten van grotere maatregelen (zoals zonnepanelen, huisisolatie of een warmtepomp) een grote barrière vormen. Dit geldt zowel voor huurders als voor eigenaren. Als geld geen rol zou spelen in de keuze om duurzame maatregelen te treffen in de woning, zou een aanzienlijk groter deel zonnepanelen, vloer-, muur- of dakisolatie of een warmtepomp overwegen.

3.3 Aandeel huishoudens met radiatorfolie, inductiekookplaat en zonnepanelen neemt toe Of men van plan is maatregelen te nemen, en welke dat zijn, hangt mede af van welke maatregelen eerder zijn genomen of uitgevoerd in de woning. Bij een grote meerderheid van 94% zijn eerder duurzame maatregelen genomen, een groei van vier procentpunt sinds 2022. De verschillende maatregelen en de mate waarin deze eerder zijn genomen worden weergegeven in Figuur 3.5. Zo geeft ruim acht op de tien respondenten aan al spaar- of ledlampen te hebben (2022: 80%). Ruim de helft heeft al (drie)dubbelglas, vergelijkbaar met de meting in 2022. In 2023 wonen relatief meer respondenten in een woning met een inductiekookplaat dan in 2022 (28%). Hetzelfde geldt voor radiatorfolie (2022: 21%). Hiermee lijken Amsterdammers niet alleen stappen te ondernemen om te verduurzamen, maar vooral ook om energie(kosten) te besparen. Uit het onderzoek van I&O Research blijkt dan ook dat acties tot verduurzaming van de woning met name gemotiveerd worden voor een lagere energierekening (64%). Het klimaat en/of de uitstoot van CO2 was voor 44% reden om te verduurzamen. Het aandeel dat energie afneemt bij een duurzame energiemaatschappij en dat een energiebesparende hoogrendements CV-ketel heeft daalde ten opzichte van 2022 (resp. 35% en 33%). Wel heeft een groter deel zonnepanelen op het dak (2022: 16%).

Vergelijkbaar met vorig jaar geeft in 2023 veertien procent aan dat de woning volledig van het gas af is. In iets minder dan de helft van de gevallen (47%) zijn de maatregelen geheel of gedeeltelijk genomen voordat men er ging wonen. Bij zes procent van de respondenten zijn er (nog) geen duurzame maatregelen uitgevoerd.

27

%

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Figuur 3.5 Welke duurzame maatregelen zijn eerder genomen in de woning? Maart 2023 (n=1.337) 0 gebruik van spaarlampen / ledlampen (drie)dubbel glas vloerisolatie, muurisolatie of dakisolatie koken op inductie radiatorfolie gas/stroom afnemen van 100% duurzame energiemaatschappij energiebesparende hoogrendements CV-ketel zonnepanelen volledig van gas af energiemanager (bv. Toon) warmtepomp zonneboiler voor warm water anders geen

20

40

60

80

100

83

%

54 34 33 32 31 30

2023 2022

22 14 8

4 1 12 6

28

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

4 Gebruik van steun bij energiebesparing

De gemeente Amsterdam bood bewoners in 2022 verschillende vormen van steun om hen te helpen in hun energiebesparing. Zo bood de gemeente advies aan huis over energiebesparing, vouchers voor energiebesparende producten, korting op een energiezuinige koelkast en de mogelijkheid tot het verkrijgen van een energiedisplay. Enkele van deze regelingen zijn specifiek bedoeld ter ondersteuning van specifieke groepen Amsterdammers met een laag inkomen. Dit laatste hoofdstuk behandelt in hoeverre Amsterdammers van dit aanbod gebruik hebben gemaakt en de impact die het gehad heeft in het energieverbruik.

4.1 Deelname aan ondersteunende acties 4.1.1 Van alle acties werd het meest gebruik gemaakt van de voucher Veertien procent van alle respondenten maakte in 2022 gebruik van een voucher voor energiebesparende producten (Figuur 4.1). Een nagenoeg evengroot deel ontving bezoek aan huis voor advies over energiebesparing. Van de voucher werd relatief veel gebruik gemaakt door respondenten met een laag inkomen (minder dan €1.750 netto per maand, 27%), respondenten met maximaal een MBO-1 opleiding (26%), huurders (19%) en respondenten tussen 35 en 50 jaar oud (18%). Van een bezoek aan huis voor energie (bespaar) advies werd iets vaker gebruik gemaakt door 65-plussers (14%), respondenten met een havo/vwo of MBO 2-4 opleiding (13%) en huurders (13%).

4.1.2 Huis-aan-huis advies De 166 respondenten die bezoek aan huis ontvingen voor energie (bespaar) advies, ontvingen deze dienst vanuit de gemeente, vanuit Stichting !WOON, vanuit het buurtteam of vanuit de FIXbrigade. Ook komt in de open antwoorden ‘de Groene Grachten’, een lampenactie en ‘Winst uit je woning’ naar voren.

4.1.3 Velen hadden gebruik willen maken van acties, maar wisten er niet vanaf Nagenoeg een kwart geeft aan een andere vorm van ondersteuning te hebben gekregen. In de antwoorden werd echter met name genoemd dat men wel van bovenstaande acties gebruik had willen maken, maar er niet vanaf wist. Andere terugkomende antwoorden zijn subsidies voor zonnepanelen, financiële steun voor de VvE en ondersteuning vanuit ‘Winst uit je woning’.

29

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Figuur 4.1 Aan welke acties heeft u deelgenomen? Meerdere antwoorden mogelijk, maart 2023 (n=1.660)

voucher voor energiebesparende producten

14

bezoek aan huis voor energie (bespaar) advies

10

ontvangen van een energiedisplay

1

korting op energiezuinige koelkast

1

anders

23

weet niet / geen antwoord / geen gebruik van gemaakt

56 0

10

20

30

40

50

60

% 70

4.1.4 Een op de tien Amsterdammers volledig of goed bekend met ondersteuning Slechts een op de tien Amsterdammers is volledig of goed op de hoogte van de ondersteuning die de gemeente hen kan bieden om hun huis te verduurzamen.8 Nagenoeg de helft (47%) is helemaal niet op de hoogte van de ondersteuning door de gemeente. Eigenaren zijn hier iets vaker van op de hoogte dan huurders.

4.2 Impact van de ondersteuning Respondenten die aangaven gebruik te hebben gemaakt van een of meerdere acties vanuit de gemeente ter ondersteuning in energiebesparing, is gevraagd in hoeverre dit hen geholpen heeft om energie te besparen in het huishouden. Van de respondenten geeft veertig procent aan dat de acties waarvan zij gebruik maakten niet tot weinig hielpen in de energiebesparing (Figuur 4.3). Ruim een vijfde geeft aan dat het niet veel, maar ook niet weinig hielp. Voor vijftien procent geldt dat de actie waaraan zij deelnamen wel veel hielp om energie te besparen in het huishouden. Een groot deel weet geen antwoord te geven op de vraag. Dit gaat met name om respondenten die een overige vorm van ondersteuning aandroegen. De mate waarin respondenten aangeven dat de ondersteuning hielp om energie te besparen verschilt per actie. Hieronder worden de ervaringen met de verschillende vormen van ondersteuning besproken.

8 I&O Research. Onderzoek handelingsperspectief energietransitie Amsterdam. December 2022. Via:

https://openresearch.amsterdam/nl/page/95545/

30

|

Onderzoek en Statistiek

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Figuur 4.3 In hoeverre heeft deelname aan deze actie(s) geholpen om energie te besparen in uw huishouden? Maart 2023 (n=808)

23%

25%

helemaal niet weinig niet veel en niet weinig

5%

veel

10%

heel veel

15%

weet niet / geen antwoord

22%

4.2.1 Voucher voor energiebesparende producten De actie waarvan de grootste groep respondenten gebruik maakte, de voucher, hielp voor nagenoeg twee op de vijf niet veel, maar ook niet weinig om energie te besparen (Figuur 4.4). Een derde vindt dat het weinig of helemaal niet hielp. Toch heeft de voucher nagenoeg een kwart wel geholpen in de energiebesparing. Zij die aangaven dat de voucher niet of weinig hielp, is gevraagd deze beoordeling toe te lichten. Zij geven met name toe dat hoewel alle beetjes schelen, zeventig euro geen zoden aan de dijk zet. De maatregelen die veelal nodig zijn om écht te kunnen besparen zijnduur en ten opzichte hiervan biedt de voucher een erg kleine bijdrage. Daarnaast geven zij aan dat de veranderingen die mogelijk gemaakt worden met de voucher dan ook klein zijn. Velen hebben energiebesparende lampen gekocht, maar zien dit niet in grote getalen terug in de energierekening. Zij die de voucher wel vonden helpen geven met name aan dat ze al plannen hadden om over te stappen op bijvoorbeeld LED lampen en dat de voucher hieraan bijdroeg. Daarnaast wordt toegelicht dat er van de voucher radiatorfolie is gekocht en dat dit ook een merkbaar verschil opleverde. Verder geven zij die de voucher vonden helpen aan dat het hen een duwtje in de rug gaf om de woning te verduurzamen en dat zij er blij mee zijn.

Figuur 4.4 In hoeverre heeft [de voucher voor energiebesparende producten] geholpen om energie te besparen in uw huishouden? Maart 2023 (n=238)

7

26

18

38

5 7 %

0

20

40

helemaal niet niet veel en niet weinig heel veel

60

80

100

weinig veel weet niet / geen antwoord

31

|

Onderzoek en Statistiek

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

4.2.2 Energiecoaching aan huis Van de respondenten die gebruik maakten van energiecoaching aan huis door de gemeente, Stichting !WOON, het buurtteam of de FIXbrigade, geven de meesten aan dat het niet veel, maar ook niet weinig hielp in de energiebesparing (Figuur 4.5). Zij die aangeven dat dit niet of weinig hielp, lichten met name toe dat het advies geen nieuwe inzichten of informatie bood. De opties die werden verkend waren zelf al genomen of de energiecoach beschikte over onvoldoende inhoudelijke kennis. Daarnaast behoorden alleen kleine ingrepen binnen de mogelijkheden en was het niet mogelijk om ondersteuning te krijgen bij het nemen van grote maatregelen. Zij die er wel wat aan hadden geven aan dat de coaching met name hielp in de bewustwording van energieverbruik en verder dat de coach goede en praktisch toepasbare tips gaf over kleine ingrepen zoals radiatorfolie en tochtstrips. Ook wordt enkele keren genoemd dat het advies bestond uit een uitgebreid rapport met goed advies en dat het leidde tot het besef dat er in de woning (of vanuit de VvE) vernieuwing kon plaatsvinden. Figuur 4.5 In hoeverre heeft [de energiecoaching aan huis] geholpen om energie te besparen in uw huishouden? Maart 2023 (n=136)

9

26

17

35

6

9 %

0

20

40

60

helemaal niet niet veel en niet weinig heel veel

80

100

weinig veel weet niet / geen antwoord

4.2.3 Korting op een energiezuinige koelkast Ook voor de twaalf respondenten die korting kregen op een energiezuinige koelkast geldt dat het grootste deel ervaart dat het niet veel, maar ook niet weinig hielp. De korting op een energiezuinige koelkast werd door de ene respondent als niet of weinig behulpzaam gezien omdat de koelkast nog niet is aangeschaft en door de ander omdat er nog geen verschil merkbaar is in de elektriciteitsrekening. De drie respondenten die toelichten dat de korting wel geholpen heeft geven aan dat de korting aanzienlijk was, er een verschil in de energierekening te zien is en dat de vorige koelkast aan vervanging toe was.

4.2.4 Ontvangen van een energiedisplay Daarnaast zijn de meeste respondenten die een energiedisplay ontvingen van mening dat dit niet of weinig hielp in het besparen van energie in het huishouden. Zij geven aan dat dit het energieverbruik alleen inzichtelijk maakt, maar het niet direct tot besparing leidt. Zij die aangeven dat het wel helpt, noemen dat het ervoor zorgt dat er in het huishouden nu bewuster wordt omgegaan met het verbruik van energie.

32

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

Bijlage 1 Vragenlijst

Vragen die deel uitmaakten van de face-to-face vragenlijst zijn onderstreept. 1. Bent u huurder of eigenaar van uw woning?  ik ben eigenaar van de woning waarin ik woon  ik huur een sociale huurwoning van een woningcorporatie  ik huur een sociale huurwoning van een particuliere verhuurder  ik huur een vrije sector huurwoning van een woningcorporatie  ik huur een vrije sector huurwoning van een particuliere verhuurder  anders, namelijk….  weet niet / geen antwoord 2. Maakt uw woning deel uit van een vereniging van eigenaren (VvE)?  ja  nee  weet niet / geen antwoord 3. Wat is het bouwjaar van uw woning?  voor 1946  1946-1980  1981-1990  1991-2000  2001 -heden  weet niet / geen antwoord 4. Kookt u op gas of op elektriciteit? Hiermee wordt niet de oven bedoeld.  gas  elektriciteit (incl. inductie)  een andere manier, namelijk…  weet niet / geen antwoord 5. Op welke manier wordt uw woning verwarmd? Meerdere antwoorden mogelijk.  met behulp van gas (een eigen CV-ketel of gaskachel)  met behulp van elektriciteit  met behulp van stadsverwarming  met behulp van blokverwarming  op een andere manier, namelijk…  weet niet / geen antwoord

33

Onderzoek en Statistiek

|

Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie

6. Welke van de volgende energiebronnen zijn volgens u duurzaam? Meerdere antwoorden mogelijk. [Antwoorden gerandomiseerd]  aardgas  aardolie  kolen  stadswarmte  restwarmte van het afvalbedrijf (AEB)  restwarmte van de industrie  zon  wind  biomassa  waterkracht  warmte uit aarde  kernenergie  anders, namelijk….  geen van deze  weet niet / geen antwoord [na vraag 6 niet meer terug kunnen klikken] 7. Duurzame energiebronnen zijn bijvoorbeeld zonne- en windenergie. Hoe kijkt u in het algemeen aan tegen (de overstap naar) duurzame energie? Kunt u per stelling aangeven in hoeverre u het ermee eens bent? [Volgorde gerandomiseerd]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13273098/1