CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Rapport-Agenda-Dieren. Definitief.pdf

RAAD 27 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Agenda Dieren 2024-2026 (VN2024-003706)17.971 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Wethouder Publieke Gezondheid en Preventie, in samenwerking met wethouder Dierenwelzijn.

23

Beleid overlastgevende dieren De verantwoordelijkheid voor de totstandkoming en uitvoering van beleid voor overlastgevende dieren ligt niet bij Dierenwelzijn. Wel initieert het team

Dierenwelzijn, waar nodig, het ontstaan van beleid en levert het programma concrete input bij de uitwerking en ontwikkeling. De verdeling van verantwoordelijk­ heden is als volgt:

Inzet

Verantwoordelijk portefeuillehouder

Overlast en schade van dierplagen in openbare ruimte zo veel mogelijk bij de bron aanpakken. Aanbod van voer en afval en dierenpopulaties zoveel mogelijk op diervriendelijke manier beheersen.

Wethouder Publieke Gezondheid en Preventie, in samenwerking met wethouder Afval.

Verhogen van bewustzijn over de gevolgen van voeren en afval voor de gezondheid en de aantallen overlast gevende dieren.

Wethouder Publieke Gezondheid en Preventie, in samenwerking met wethouder Afval.

Aandacht voor inrichting van de openbare ruimte op een manier die overlast van dieren voorkomt en tegelijkertijd de ruimte schept voor toenemende biodiversiteit.

Wethouder Openbare Ruimte en Groen.

Handhaven van het verbod om dieren te voeren (artikel 5.18 APV).

Burgemeester.

1.4.4 Diervriendelijke wateren In diervriendelijk water kunnen dieren als vissen, vogels, otters, reptielen, amfibieën minimaal voedsel vinden, zich verschuilen, voortplanten en verplaatsen. En bij voorkeur voldoende vocht en variatie tegen­ komen. Ze kunnen leven zonder dat ze door (de gevolgen van) menselijk gedrag in de knel komen, zoals door werkzaamheden in rondom het water, afval, ontoegankelijke leefomgeving, onnatuurlijk licht, recreatie, lage waterkwaliteit en afwezigheid van vluchtmogelijkheden.

Om te zorgen voor dier­vriendelijk water moeten we negatieve menselijke impact op het waterleven terugdringen.

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Intensiveren van bestaande inzet met focus op water.

• We vragen de UvA ook onderwaterlicht mee te nemen in haar onderzoek naar de gevolgen van lichtvervuiling op dieren. De resultaten van dit onderzoek vormen beleidsinput voor de volgende bestuursperiode.

Terugdringen van de druk op het waterleven.

• We onderzoeken de mogelijkheid om in ecologisch kwetsbare perioden het recreatief watergebruik af te stemmen op kwetsbare gebieden, zoals Strandeiland, Buiteneiland en Zuidelijke IJmeerkust. • We onderzoeken welke Amsterdamse wateren we eventueel kunnen afsluiten voor vaarverkeer om rustgebieden te maken, zodat zich daar een ecologisch duurzaam watersysteem kan ontwikkelen (Omgevingsvisie 2020).

Borgen van bescherming van dieren binnen de aanpak Kaderrichtlijn Water (KRW).

We werken samen met waterbeheerders aan de KRW-aanpak Goed stedelijk waterbeheer. Met deze aanpak integreren we het belang van ecologie en dierenwelzijn vroegtijdig in gebiedsontwikkelingen en herinrichtingen.

Voorkomen dat dieren verdrinken.

• We leggen plekken aan waar dieren uit het water kunnen vluchten (bij knelpunten). • We verkennen of een structurele borging van deze vluchtplekken (bij voorkeur door aanleg van extra natuur) mogelijk is bij de realisatie van brug- en kademuren.

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Wethouder Openbare Ruimte en Groen en Water.

24

We moeten de wettelijk beschermde gebouwbewonende soorten beschermen door het in kaart brengen van de actuele verblijfplaatsen en hiernaar handelen in Vergunningen Toezicht en Handhaving (VTH)-processen. 1.4.5 Beschermen van wettelijk beschermde gebouwbewonende soorten In de Amsterdamse gebouwen wonen niet alleen mensen, maar ook dieren. Denk aan spinnen, kevers en overwinterende nachtvlinders. In deze agenda richten we ons alleen op de soorten waarvan de nest- of verblijfsplaatsen jaarrond wettelijk beschermd zijn: huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen.

Informatie voor ondernemers en bewoners Ondernemers kunnen hiervoor een flora- en faunascan aanvragen bij een ecologisch adviesbureau. Voor particulieren biedt de gemeente informatie over verblijfplaatsen via maps.amsterdam.nl. Zo weten zij of ze extra alert moeten zijn. Door de energietransitie neemt het aantal verbouwingen toe. Deze informatie is dus steeds belangrijker. Niet alleen om de beschermde soorten te behouden, maar ook om vertragingen in het vergunningsproces te voorkomen die de energie­ transitie kunnen vertragen. Een plan voor goede monitoring is belangrijk.

Verbouwingen Zodra Amsterdammers gaan verbouwen of verduurzamen komen ze deze soorten tegen. Bijvoorbeeld bij het vervangen van een dak of het isoleren van een spouwmuur. Voor een vergunning moeten eigenaren aantonen dat er geen beschermde dieren in hun gebouw zitten of dat de verbouwing geen negatief effect op ze heeft.

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Monitoring versterken.

• We stellen een monitoringsplan op voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. • We gaan door met de monitoring van broedplaatsen van gierzwaluwen en huismussen.

Borgen van bescherming van soorten bij vergunningverlening.

We zetten de sinds 2021 geïntensiveerde samenwerking met VTH, Milieupolitie en Omgevings­dienst voort voor snellere en efficiëntere opvolging van meldingen van (dreigende) overtredingen van de Omgevingswet (voorheen Wet Natuurbescherming). Vergunningverleners krijgen jaarlijks een presentatie of excursie over de toepassing van deze wet.

Borgen van bescherming van soorten binnen het Isolatieoffensief.

• In het kader van het isolatieoffensief worden Soortenmanagementplannen opgesteld die de instandhouding van de wettelijk beschermde gebouw bewonende soorten borgen. Rapportage over de totstandkoming en uitvoering van die plannen verloopt via het isolatieoffensief.

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Wethouder Dierenwelzijn en Duurzaamheid, energietransitie en circulaire economie en Wethouder Ruimtelijke Ordening.

25

1.4.6 Geen dieren in de knel door menselijk handelen in de openbare ruimte

Komt een dier alsnog in de knel door gemeentelijke werkzaamheden, dan zoeken we naar de diervriendelijkste oplossing. Het project regelt dat een dergelijke situatie in de toekomst wordt voorkomen.

Dieren en hun directe leefomgeving, zoals nesten, mogen niet in de knel komen door werkzaamheden, zoals onderhoud, infrastructuur, woningbouw en landmaken. Daarbij horen volgens de gemeente ook niet-beschermde soorten, zoals de stadsduif. Binnen projecten moet de bescherming van dieren dus op tijd zijn geborgd in de uitwerking van ontwerp naar contract ten behoeve van aanbesteding, realisatie en beheer. Bewegingsvrijheid Dieren moeten zich kunnen verplaatsen en als gevolg van menselijk handelen zo min mogelijk beperkt in hun bewegingsvrijheid. Zo moeten padden tijdens de paddentrek de weg kunnen passeren. En is een dier bijvoorbeeld te water geraakt, dan moet het eruit kunnen komen of de vaart/gracht kunnen passeren40. Gemeentelijke werkzaamheden Onze ambities zijn in eerste instantie gericht op het handelen van de gemeentelijke organisatie. Voor de langere termijn willen we ook andere partijen, zoals woningcorporaties en overheidsinstanties als openbaarvervoerbedrijven, overtuigen om met eenzelfde standaard te werken. Bij gemeentelijke werkzaamheden werken we toe naar de volgende uitgangspunten: n Bij plannen betrekken we een (stads)ecoloog voor advies over preventieve maatregelen voor de bescherming van passerende dieren, zoals padden, vogels en amfibieën. Het mogelijk maken van (tijdelijke) natuur is hier onderdeel van.

Ook worden bevorderende maatregelen voor de gebouwbewonende soorten geadviseerd. n Alle vogels genieten bescherming, ongeacht inheemse of exotische afkomst en de locatie van hun nest. n Nesten (actief of in aanbouw) moeten blijven. Alleen oude nesten mogen worden verwijderd. Hierbij geldt een nee tenzij-principe41.

De inrichting of werkzaamheden in de openbare ruimte mogen geen dieren in nood brengen of een belemmering zijn in hun mobiliteit.

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Versterken van de positie van dieren bij werk in uitvoering.

• Het borgen van de zorgplicht voor dieren in het ontwerp en planvorming bij gemeentelijke werkzaamheden.

Versterken van de bewegingsvrijheid van wilde dieren.

• In het kader van het isolatieoffensief worden Soortenmanagementplannen opgesteld die de instandhouding van de wettelijk beschermde gebouw bewonende soorten borgen. Rapportage over de totstandkoming en uitvoering van die plannen verloopt via het isolatieoffensief.

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Wethouder Openbare Ruimte en Groen.

26

Meer kennis In de ecologie betekent het begrip invasief: de kans op schade- en verdringing van andere soorten. De mate hiervan verschilt per exotische diersoort. Wat betreft dierenwelzijn is de vraag in hoeverre het dier lijdt door diens aanwezigheid in Nederlands klimaat. En dus wat er nodig is om het beste te doen voor de dieren, zowel voor het individueel welzijn als het collectief. De (wetenschappelijke) inzichten hierover verschillen. Ook binnen onze samenwerkingsketen. Amsterdam vindt het belangrijk dat hierover meer kennis komt en een onderbouwd kader per diersoort, in plaats van de gebiedsgerichte focus door provincie Noord-Holland43. 1.4.7 Meer aandacht voor het welzijn van invasieve exoten Amsterdam heeft ook plek voor soorten die hier niet van origine vandaan komen, zoals de nijlgans en de halsbandparkiet. In Amsterdamse optiek botst de wet om een dier in nood te helpen met de verplichting uit de Europese Verordening om exoten te bestrijden. Het schuurt tussen enerzijds de beheersing van invasieve exoten voor bescherming van andere dieren, en anderzijds de zorgplicht voor individuele dieren. Invasieve exoten mogen na medische verzorging namelijk niet meer worden teruggezet in de natuur. Er zijn speciale opvangcentra voor invasieve exoten42.

Ook invasieve exoten in de knel verdienen een diervriendelijke aanpak.

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

In beeld brengen van dierenwelzijnsknelpunten.

We onderzoeken welke lokale invasieve exoten lijden in hun welzijn door hun aanwezigheid in Nederlands klimaat.

Meer grip krijgen op de problematiek.

• We bespreken met de provincie en RVO de mogelijkheden voor goede regels per diersoort, óf voor prioritering op basis van de mate van invasiviteit, in plaats van een gebiedsgerichte bestrijdingsplicht. • We gaan in gesprek met het Rijk over onderzoeksmogelijkheden naar welke exoten ecologisch invasief zijn én lijden in hun welzijn door hun aanwezigheid in Nederlands klimaat.

Zorgvuldig handelen bij werkzaamheden.

We stellen een Amsterdamse gedragscode Flora en Fauna voor invasieve exoten op. We bekijken bij invasieve exoten hoe we activiteiten die schadelijk en nadelig zijn voor de soorten uit de gedragscode Flora en Fauna (2022) tegen kunnen gaan. Daarbij zoeken we ook naar manieren die de aantrekkelijkheid van de locaties voor uitsluitend de invasieve exoten verkleinen. Dit kan alleen als we meer grip hebben op de problematiek en de dierenwelzijnsknelpunten goed in beeld hebben.

Vooropstellen van preventie.

De gemeente treft diervriendelijke maatregelen tegen verdere uitbreiding van de invasieve populaties (zie ook 1.4.3).

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Wethouder Dierenwelzijn in overleg met Wethouder Openbare Ruimte en Groen.

27

Extreem weer door bijvoorbeeld klimaatverandering mag geen dieren in de knel brengen. 1.4.8 Wilde en gehouden dieren kunnen extreem weer zoveel mogelijk vermijden De gemeente heeft een zorgplicht voor dieren. We proberen dan ook te voorkomen dat dieren in de knel komen bij weersextremen zoals hitte, droogte en zware regenval. Het is noodzakelijk om inwoners te informeren hoe ze hieraan kunnen bijdragen. Denk aan het verkoelen van huisdieren in de zomer of het kunnen bieden van schuilplaatsen in tuinen en op daken voor wilde dieren bij hevige regenval. Sinds 2022 besteden we hier intensiever aandacht aan44.

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Onder de aandacht brengen van kennis­ platforms bij inwoners.

Bij publicaties over extreem weer verwijzen we naar kennisplatforms zoals Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren (LICG).

Vergroten van het doelgroepbereik.

We gaan na hoe onze partners met hun eigen kanalen kunnen aansluiten op de seizoens­ thema’s uit onze communicatiekalender.

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Wethouder Dierenwelzijn.

1.4.9 Betere hulp aan wilde dieren bij crisis en rampen Gewonde wilde dieren die niet kunnen vluchten hebben hulp nodig45. Lokale hulpdiensten en de Dieren­ambulance Amsterdam maakten in 2019 afspraken over hoe bij rampen en crises met dieren om te gaan. De lessons learned uit de overstromingen in Limburg in 2021, waren aanleiding om deze lokale afspraken te verbeteren. De hulp aan gewonde wilde dieren bleek beter te kunnen. De aandacht voor het redden van wilde dieren is opgenomen in onze lokale afspraken, maar in de praktijk zien we dat de aandacht vooral naar gezelschapsdieren gaat. Daarom is met de veiligheidsregio afgesproken om de komende tijd sterker te in te zetten op wilde dieren.

Dieren die leven in het wild hebben vergelijkbare bescherming nodig tijdens crises en rampen als gezelschapsdieren.

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Toewerken naar betere afspraken voor inzet bij wilde dieren.

We verkennen wat er tussen de veiligheidsregio en de Dierenambulance aan afspraken, expertise en materieel nodig is om wilde dieren in nood te helpen bij calamiteiten.

Verantwoordelijk Portefeuillehouder:

Burgemeester in samenwerking met Wethouder Dierenwelzijn.

28

2 Biodiversiteit, een leef­ bare stad voor mens en dier Amsterdam staat voor de transitie naar een natuur­ inclusieve stad waarin gebouwen leefgebied zijn voor planten en dieren, het groen natuurlijk is ingericht en beheerd, en watergangen natuurvriendelijke oevers hebben. Ook is groen en blauw goed met elkaar verbonden waardoor dieren zich zo veilig verplaatsen. Hierdoor groeien populaties en zijn ze minder kwetsbaar voor klimaatverandering. In de natuurinclusieve stad neemt het aantal diersoorten toe en zijn populaties van gewenste soorten stabiel. Trend: afname van soorten Helaas is er door met name de intensieve landbouw en de verstedelijking verlies van biodiversiteit in Nederland en in de stad. Sinds de Tweede Wereldoorlog is het leefgebied van veel soorten afgenomen en versnipperd geraakt. Landelijk is een soortgelijk negatieve trendontwikkeling te zien. Van de 214 diersoorten op het land die landelijk gemonitord worden, gaan er meer soorten achteruit dan vooruit46. De inrichting en het beheer van het groen in de stad is onvoldoende gericht op biodiversiteit. Veel soorten zijn daardoor in aantallen afgenomen. Of dat ook in Amsterdam het geval is, weten we niet. Dat is niet eenduidig bijgehouden.

Onze ambities De ecologische doelen van de Groenvisie 2020-2050 en de Omgevingsvisie 2050 zijn: n Een aaneengesloten ecologische structuur met hoge biodiversiteit. n Regelmatige metingen van de biodiversiteit van Amsterdam. n Ecologisch beheer van het openbaar groen is uiterlijk in 2030 de norm. De ecologische kwaliteit monitoren we. n Bij de aanleg of bij het opnieuw inrichten van de openbare ruimte kiezen we voor natuurinclusieve oevers, kades, bermen, parken, bos- en bosplantsoenen, hagen, graslanden, plantsoenen, straten en pleinen. n (Her)inrichting van zonnige oevers met een flauw talud met inheemse oeverbeplanting. Kades richten we natuurinclusief in met onderwatertalud en muurvegetatie. n Een natuurlijk groen-blauw netwerk in elk nieuw wijkontwerp, in zowel openbare als particuliere ruimte. n Rustgebieden (voor mensen en dieren) in de parken.

Afspraken biodiversiteits-top Ook wereldwijd zijn diersoorten in aantallen sterk afgenomen de laatste decennia. Op de COP15, de 15e biodiversiteitstop van de Verenigde Naties, is daarom afgesproken dat de VN-lidstaten samenwerken in de aanpak van biodiversiteitsverlies, natuurbescherming en toegang tot natuurlijke hulpbronnen. Ecologisch beleid Amsterdam In Amsterdam probeert de gemeente de laatste twintig jaar met ecologisch beleid het tij te keren. De ecologische structuur is vastgelegd en in het beheer gebruiken we geen bestrijdingsmiddelen. Het groen dat we ecologisch beheren neemt jaarlijks toe. Hierdoor lijken soorten als wilde bijen zich te stabiliseren. Ook losten we ruim 180 ecologische knelpunten op, waardoor groengebieden voor dieren beter bereikbaar zijn. Daarnaast is natuurinclusief bouwen steeds meer de norm. In nieuwe wijken als IJburg hebben we natuurinclusieve vogelkasten geplaatst. Hier zien we dat soorten als de huismus zich vestigen.

Aanpak: integratie van biodiversiteit Vanuit de Groenvisie en Omgevingsvisie werken we aan meer biodiversiteit. Het oplossen van ecologische knelpunten en het vergroten van de biodiversiteit zijn integrale opgaven binnen projecten. Voor het standaard meenemen van natuurinclusief bouwen, ecologische knelpunten, ecologische waterkwaliteit en bodemkwaliteit is echter meer geld nodig.

29

Wat gaan we doen?

Hoe pakken we dat aan?

Verantwoordelijk portefeuillehouder

Maken plan van aanpak biodiversiteit.

We maken eerst plannen voor de inrichting en het beheer van de stadsnatuurgebieden en werken dat vervolgens uit voor de rest van het groen in de stad.

Wethouder Openbare Ruimte en Groen.

Uitbreiding naar natuur­inclusief inrichten openbare ruimte.

Het Handboek natuurinclusief bouwen breiden we uit naar natuur­ inclusief inrichten van de openbare ruimte. Ook bij ontwikkelingen in de openbare ruimte vergroten we zo de biodiversiteit. Denk aan amfibieënpoelen, ijsvogelwanden, natuurvriendelijke oevers en biodiversiteitshagen.

Wethouder Openbare Ruimte en Groen.

Extra aandacht voor gebouwbewonende dieren.

Bij het project Isolatieoffensief (zie ook 1.4.5) geven we extra aandacht aan het beschermen van soorten die in gebouwen wonen. Dat doen we door soortenmanagementplannen. Dit zijn door de Omgevingsdienst goedgekeurde beheerplannen om de populaties van soorten stabiel te houden (‘een gunstige staat van instandhouding’).

Wethouder Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire economie.

Aanleggen natuurvriendelijke oevers.

Oevers met houten beschoeiing of steenglooiingen maken we zoveel mogelijk natuurvriendelijk. Libellen, vissen, ringslangen en amfibieën kunnen hier dan leven. De uitvoering verloopt in fases en is afhankelijk van het beschikbare budget. De eerste vijf oevers zijn in voorbereiding. Gelijktijdig leggen we in beheerplannen vast dat de vegetatie op de huidige steenglooiingen behouden blijft bij onderhoudswerkzaamheden. Zodoende blijft er ook op deze oevers een leefgebied voor insecten, vogels en zoogdieren. Op alle kades die vervangen worden, passen we flora- en faunavoorzieningen toe. Samen met Waternet werken we aan een gezamenlijke uitvoerings­ agenda om de waterkwaliteit te verbeteren. Voor de hengelsport zie paragraaf 1.2.5.

Wethouder Openbare Ruimte en Groen.

In kaart brengen kansen voor natuurvriendelijke oevers.

We maken een kansenkaart voor natuurvriendelijke oevers voor klimaatadaptatie en biodiversiteit (Omgevingsvisie). Hiermee kunnen we in projecten en gebiedsontwikkelingen makkelijker nieuwe leefgebieden voor water- en oeverdieren maken.

Wethouder Openbare Ruimte en Groen en Wethouder Ruimtelijke Ordening.

Zorgen voor meer biodiversiteit.

Groenbeheer richt zich nadrukkelijk op meer biodiversiteit. In het uitvoeringsplan Biodiversiteit leggen we de ecologische doelen en doelsoorten per gebied vast. Zodra de ecologische structuur als laag (‘stadsnatuur’) binnen de herziene hoofdgroenstructuur wordt vastgesteld, toetsen we ruimtelijke ingrepen hierop in de ecologische structuur aan deze doelen. Ook stemmen we het beheer daarop af op de ecologische structuur. Ook stemmen we het beheer daarop af. Gazons vervangen we door vlinderrijke bosranden en bloemrijke graslanden. De gemeente legt samen met vrijwilligers diverse faunavoorzieningen aan. Denk aan broeihopen voor de ringslang, ijsvogelwanden en het onderhouden van nestkasten, vleermuis­ verblijfplaatsen en ooievaarspalen.

Wethouder Openbare Ruimte en Groen.

Inspecteren en monitoren ecologische doelen.

We gaan door met ecologische monitoring en inspecties. We bekijken welke flora en fauna waar aanwezig is en bescherming nodig heeft, en of het gevoerde beheer aansluit bij de ecologische doelen. Voor monitoring van huismussen en gierzwaluwen zie paragraaf 1.4.5.

Wethouder Openbare Ruimte en Groen en Wethouder Dierenwelzijn.

Vergroten aantal wilde bijensoorten.

We vergroten het aantal wilde bijensoorten in de stad en in de stadsnatuurgebieden. We ontmoedigen het bijplaatsen van honingbijkasten om concurrentie met wilde bijen te voorkomen.

Wethouder Openbare Ruimte en Groen.

30

3 Samenwerking 3.1 Samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie

Om goed voor de belangen van dieren op te komen is samenwerking nodig. Dieren komen we overal tegen. Gebouwen, water en het groen zijn ontmoetingsplekken van mens, plant en dier. Op die plekken hebben dieren de ruimte nodig om hun natuurlijke gedrag te kunnen vertonen. Amsterdam beperkt zich hierin niet tot de uitvoering van de wettelijke taken.

3.1.1 Bestuurlijke samenwerking Werken aan een diervriendelijke stad is een college­ brede verantwoordelijkheid. Het is verweven in thema’s als woningopgave, infrastructuur, biodiversiteit, voedselstrategie, groenvisie, publieke gezondheid en klimaatadaptatie. Van alle thema’s uit de Agenda Dieren zijn de stadsdelen in ieder geval verantwoordelijk voor de uitvoering van: n Kinderboerderijen: beheer, onderhoud en sub­ sidie voor sociaal maatschappelijke voorziening. n Kader Hondenlosloopgebieden: uitvoering van de verbetering en/of inrichting van de aangewezen hondenlosloopgebieden. n Beheer en onderhoud van de openbare ruimte, zoals het groen en verbeteren biodiversiteit’.

Uitgangspunten voor samenwerking •

Kennis samenwerkingen: Amsterdam gaat uit van een lerende aanpak. Daarbij hoort kennisuitwisseling tussen organisatie­onderdelen van de gemeente, externe partners en kennisinstituten.

•

Actiegerichte samenwerkingen: Amsterdam gaat uit van een pionierende aanpak. Daarbij hoort een gezonde samenwerkingsketen. In een gezonde keten vinden de partners elkaar, maken de partners gebruik van elkaars expertise en best practices in het land, en beschikken onze subsidierelaties over een gezonde bedrijfsvoering.

•

•

3.1.2 Nieuwe focus bij interne samenwerkingen Alle dierenwelzijnsthema’s, behalve Gezelschaps­ dieren, zijn thema’s van ruimtelijke aard. Hiervoor is goede samenwerking tussen Ingenieursbureau, Vergunningen, Grond en Ontwikkeling, Verkeer en Openbare Ruimte, Stadswerken, Vastgoed en Sport en Bos nodig. Uit de evaluatie Agenda Dieren 2015-2022 blijkt dat de samenwerking tussen Sociaal Domein en Handhaving beter kan. Daar werken we de komende jaren aan.

Adviserende samenwerkingen: Om met impact te handelen is het belangrijk om aan te sluiten op nieuwe trends of knelpunten in ontwikkelingen. Hiervoor maakt Amsterdam gebruik van de Adviesgroep Dierenwelzijn. Deze bestaat uit subsidiepartners en dierorganisaties uit het land. Daarnaast is gemeente Amsterdam adviserend partner van medeoverheden. Het doel is om wetgeving, beleid en beheer diervriendelijker te maken.

3.1.3 Versterken samenwerking met Sociaal domein en Huiselijk geweld Huisdieren bieden steun en kunnen helpen bij sociale problemen. Uit onderzoek blijkt dat zorgen voor een huisdier eenzaamheid en isolatie tegengaat47. Het bespoedigt hulp. Ook is er een relatie tussen gezond

Intergemeentelijke samenwerkingen: Amsterdam leert graag van andere gemeenten en onderhoudt daarom intensief contact met de grootste gemeenten in Noord Holland, G4 en het landelijke platform Diervizier. Bij sommige thema’s kiezen we ervoor nauwer samen te werken met omliggende gemeenten. Impact op de natuur stopt niet bij gemeentegrenzen. Samen staan we sterker.

31

3.1.4 Versterking samenwerking met Handhaving Gemeenten hebben geen handhavingsbevoegd­heden op dierenwelzijn50. De zorgplicht voor dieren bestaat bij lokale boa’s uit het signaleren van zorgen rondom de naleving van Wet Dieren en Omgevingswet (voorheen Wet Natuurbescherming). Wanneer een boa een zorg constateert, adresseert hij of zij dit bij de juiste partner51. Samenwerking met Handhaving zorgt ervoor dat boa’s goed geïnformeerd zijn over welke zorgen ze bij dierenwelzijn kunnen tegenkomen en waar ze deze kunnen melden52. Dierenwelzijn zal hierover geregeld presentaties geven.

gewicht van de eigenaar en die van diens huisdier48. Stress, isolatie, schulden of geweld kunnen negatief zijn voor het welzijn van het huisdier. Win-win Bij escalatie nemen we de huisdieren – in het belang van dierenwelzijn – uiteindelijk in beslag. Een breuk tussen inwoner en huisdier (escalatie) kan bij beiden tot ongemak, verdriet en/of stress leiden49. Dat willen we zoveel mogelijk voorkomen. Bijvoorbeeld door problemen in de verzorging eerder te signaleren. Informatie over hoe het met het huisdier gaat, geeft ook informatie over hoe het met de eigenaar is. Samenwerking met Sociaal domein en Huiselijk geweld is dus een win-winsituatie. De samenwerking richt zich op: n het creëren van een ontmoetingsplek, zodat partners in de dieren opvangketen en hulp­ verleners elkaar leren kennen; n het geven van presentaties aan geïnteresseerden uit het Sociaal Domein over zorgelijke signalen in omgang en verzorging van dieren, en waar deze te melden.

3.2 Samenwerking met subsidiepartners Dat de acties uit de Agenda Dieren 2015-2022 merendeels zijn behaald, is te danken aan de goede samenwerkingen met onze subsidiepartners53. De subsidieketen werkt goed en onze partners informeren ons tijdig. Daardoor kunnen we goed inspelen op nieuwe ontwikkelingen54. De subsidiepartners voeren de wettelijke taken uit op het gebied van het opruimen van kadavers, vervoer- en opvang van dieren.

De aandacht voor vroege signalering groeit niet alleen lokaal, maar ook landelijk. We mogen dus experimenteren en gaan uit van een lerende aanpak.

3.2.1 Knelpunten bij partners Naast succes zien we ook ontwikkelingen die onze vervoer- en opvangketen onder druk zetten. Om te zorgen dat partners een vitale bedrijfsvoering houden, zal de gemeente zal hen waar mogelijk helpen.

Voorbeelden van knelpunten bij partners

Inzet gemeente Amsterdam

Inflatie 2023 drukt op de financiële bedrijfsvoering.

2023: aansluiting dierketen op noodfonds 2023 voor maatschappelijke organisaties.

Druk op beschikbaarheid en werkdruk van dierenartsen en daarmee de samenwerking met de vervoer- en opvangketen.

2024/2025: onderzoek naar benutting van de voorziening en verbetermogelijkheden. (zie paragraaf 1.1.1).

Toename van gedumpte konijnen.

2024: dumpen gaan we tegen door het beter matchen van huisdier en eigenaar (zie paragraaf 1.1.4).

Stop bij DOA voor de opvang van konijnen.

2023: verkenning van uitbreiding van Werf als konijnenopvang. 2024: start uitgebreide konijnenopvang bij Werf.

Tekort aan personeel bij wildopvangcentrum De Toevlucht.

2023: uitbreiding van subsidie t.b.v. de werving van een assistent-beheerder en een dierverzorger.

Uitdaging bij het vinden van extra vrijwilligers.

2022: om mensen te inspireren publiceerden we een gemeentelijk bericht op de dag van de vrijwilliger over werken in de dierenopvang met de Toevlucht als voorbeeld. 32

3.2.2 Sterkere afspraken met lopende subsidierelaties De subsidies zetten we voort zoals afgesproken in de gemeentelijke Begroting. Wel willen we de afspraken over onderlinge samenwerking, doelgerichtheid, registratie en communicatie versterken. Onderlinge samenwerking De subsidie voor het stimuleren van onderlinge samenwerking in de opvangketen evalueren we in 2024. Deze subsidie is niet altijd optimaal benut, ondanks gedeelde knelpunten, zoals het ontvangen van afstandsgeld, doorstroom van dieren met medische problemen of gedragsproblematiek en het behouden van een gezond vrijwilligersbestand. Daarom is het nodig dat de keten een samenwerkingsplan55 opstelt met hun gewenste oplossingen voor de financiële uitdagingen56 en de gezamenlijke vervoer- en opvangdoelen57. Waar nodig voeren we verbeteringen door.

Ophoging subsidie Voor de uitbreiding van dierverzorgers is de gemeentelijke subsidie aan De Toevlucht voor 2023-2026 verhoogd. Om tijdelijk de druk op het personeel te verminderen krijgt het opvangcentrum in 2023 ook een incidentele ophoging voor het aanstellen van een extra assistent-beheerder. Ook worden de Provincie Noord-Holland en andere gebruikmakende gemeenten verzocht om mede (financieel) probleemeigenaar te zijn van een vitale wildopvang in regio Amsterdam58. Het college verkent wat er nodig is om de fysieke knelpunten op te lossen en zet zich ervoor in om die waar mogelijk weg te nemen.

Doelgerichtheid Het in- en uitstroombeleid van dieren wordt vierjaarlijks geëvalueerd door onder andere best practices te verzamelen bij organisaties buiten de regio. Waar nodig wordt het in- en uitstroombeleid herijkt. Registratie Het is voor de opvang van dieren belangrijk om per diergroep een goed, actueel beeld te krijgen van oorzaken voor opvang, trends en de wijze waarop de subsidieorganisaties daarop in kunnen spelen. Hiervoor is betere, afgestemde (digitale) registratie van de dieren door de subsidieorganisaties, nodig. Communicatie De partners geven in hun jaarplan aan hoe zij aansluiten op de seizoensgebonden communicatiekalender van de gemeente en hoe en via welke kanalen zij de verschillende thema’s daaruit onder de aandacht brengen (zie 4.1.2). 3.2.3 Borging toekomst wildopvangcentrum De Toevlucht Vogel- en zoogdierenopvang De Toevlucht is sinds 1988 gevestigd in de Bijlmerweide in Amsterdam. De stichting vangt zieke en gewonde vogels en andere wilde dieren op uit Amsterdam en andere gemeenten. Hiermee is De Toevlucht een centrale voorziening voor de provincie Noord-Holland. Doordat het opvang­ centrum steeds beter (regionaal) vindbaar is, groeit de organisatie. Jaarlijks revalideren er ongeveer 5000 vogels en 500 zoogdieren. Door de groei in het aantal opgevangen dieren, staat de aandacht voor een professionele (financiële) bedrijfsvoering onder druk.

Ook zijn met de jaren wat fysieke knelpunten die de continuïteit kunnen aantasten. Het gebruik van het terrein is nu bijvoorbeeld in strijd met het bestemmingsplan. 33

4 Communicatie Enquête communicatiewensen Om inzichtelijk te krijgen hoe we de thema’s uit onze communicatiekalender en de Agenda Dieren kunnen laten aansluiten bij hun communicatiewensen hielden we een enquête. Zowel onder huisdiereigenaren als niet-huisdiereigenaren59. De resultaten waren verrassend eenduidig. Beide doelgroepen geven over het algemeen aan: n Graag te willen helpen hun omgeving dier­vriendelijker in te richten. n Niet bekend te zijn met de gemeentelijke zorgtaken voor dieren, maar wel met de inzet om de ecologie in de stad te versterken. n Meer aandacht in beleid te willen voor huisdieren en de dieren in het groen, lucht of water60. n Vooral de webpagina’s van onze dierpartners te bekijken voor informatie over dieren. n Vooral de Dierenambulance en DOA te kennen. Het zou goed zijn als de andere partijen zichtbaarder zijn61. n Vooral informatie te willen ontvangen over hoe ze de dieren in het wild kunnen helpen, bijvoorbeeld bij extreem weer of seizoenswisselingen62.

Communicatie kan de gemeente en haar partners helpen om Amsterdammers goed en beter met dieren om te laten gaan. Bij gezelschapsdieren staat daarbij het welzijn centraal. Bij wilde dieren gaat het over het groen en biodivers inrichten van de eigen omgeving door bewoners en het melden van dieren in nood. Onze ambities De evaluatie Agenda Dieren (2021) benoemt drie communicatieopdrachten: n Betere aansluiting van communicatie bij onze doelgroepen. n Communicatie door onze partners versterken. n Het vergroten van onze interne zichtbaarheid.

Onze communicatie: • • • • •

•

Is prikkelend en roept op tot nadenken. Is seizoensgebonden en dus actueel. Laat altijd een handelingsperspectief zien. Toont voorbeelden van positief gedrag. Richt zich ook op kinderen - bewustwording van het belang van gezonde omgang met dieren begint immers bij het kind. Heeft als motto: dierenwelzijn doen we samen.

Vervolgonderzoek Een kanttekening bij deze enquête is dat we een vrij select publiek hebben aangetrokken. Bijna alle deel­nemers noemden zichzelf natuurliefhebber. Het is dus de kunst om een meer divers publiek te bereiken. Hiervoor is vervolgonderzoek nodig. Alle inwoners komen immers met dieren in aanraking, en ongeveer de helft van de huishoudens heeft een huisdier (Dibevo, 2019).

4.1 Betere aansluiting van communicatie bij onze doelgroepen Dierenwelzijn wordt medebepaald door hoe onze inwoners willen bijdragen. Met communicatie kunnen we inwoners informeren over wat ze kunnen doen om het dierenwelzijn in de stad te verbeteren.

4.2 Communicatie door onze partners versterken Om onze ambities in dierenwelzijn waar te kunnen maken, hebben we onze inwoners nodig. Een goede manier om hen te bereiken is via onze subsidiepartners. Zij hebben een grote achterban en zijn de eerste gewenste ingang voor inwoners. Zij voeren de meldingen uit via vervoer of opvang, en vormen het centrale meldpunt. Geregeld komen meldingen bij de GGD binnen via het Amsterdamse meldingen systeem (meldingen.amsterdam.nl). Zo wordt samen uitvoering gegeven aan de Agenda Dieren.

34

Aansluiting op communicatiekalender De zichtbaarheid en vindbaarheid van onze partners is dus heel belangrijk voor het succes van de Agenda Dieren. Partners gaan daarom meedoen aan onze seizoensgebonden communicatiekalender (zie ook paragraaf 1.4.8). Bijvoorbeeld door onze publicaties op hun socials te plaatsen, opinieartikelen te schrijven over onze seizoensgebonden thema’s of op andere creatieve manieren. De vorm staat vrij. De partners geven in hun jaarplan aan hoe ze aansluiten op onze communicatiekalender.

4.3 Het vergroten van onze interne zichtbaarheid Dierenwelzijn opereert vooralsnog vooral binnen Ruimte en Duurzaamheid, ondanks de raakvlakken met overige domeinen, zoals Sociaal domein, Wonen, Handhaving en Veiligheid. Om de gewenste samenwerkingen tot stand te brengen is het belangrijk de dieractualiteiten intern breder te laten zien. In eerste instantie zodat andere domeinen weten waar hun zorgplicht zit. Op de lange termijn zodat zij de zorg voor dieren als ambitie omarmen in eigen beleid.

35

5 Monitoring en verantwoording We kunnen pas doeltreffend beleid maken als we inzicht hebben in hoe dieren in de knel komen. Dan kunnen we namelijk de oorzaak van het probleem aanpakken. Nu houden we vooral de frequentie van interventies bij (zie bijlage 1). Onze ambities In samenwerking met onze subsidiepartners willen we dan ook: n Toewerken naar eenzelfde vorm van (digitaal) registreren, zodat trends onderling beter vergelijkbaar zijn. n Oorzaken van slachtofferschap bij wilde dieren registreren. In ieder geval op: raam63, verkeer, evenement, geweld door mens, geweld door ander dier, infectieziekte en zoönose. n Toewerken naar meer gebiedsgerichte informatie, zodat hotspots en onderlinge gevolgen eerder in beeld komen. n Toewerken naar betere informatiedeling over trends tussen de partners en tussen onze organisatieonderdelen.

5.1 Verantwoording uitvoering Agenda Dieren 2024-2026 Dierenwelzijn Wethouder Dierenwelzijn | Commissie Duurzaamheid & Circulair In 2025 ontvangt de raad een voortgangsrapportage over de periode 2024-2025. In 2026 starten we met de evaluatie van de Agenda Dieren 2024-2026. In ieder geval wat betreft voortgang van de ambities, samenwerkingen en de beoogde gevolgen. Deze evaluatie is bedoeld als input voor de volgende bestuursperiode. Biodiversiteit Wethouder Water en Groen | Commissie Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water. De commissie en raad worden geïnformeerd over de voortgang van het werken aan biodiversiteit via de Agenda Groen.

36

6 Financiën Voor Dierenwelzijn is deze bestuursperiode 2 miljoen euro aan incidentele middelen gereserveerd. Deze zijn bedoeld voor het uitbreiden van de capaciteit bij team Dierenwelzijn, de uitbreiding van de subsidie aan wildopvangcentrum De Toevlucht, het borgen van de nodige exploitatiekosten bij konijnenopvang De Werf. Die doelen zijn samen goed voor een verwachte besteding van €250.000 per jaar. Het restant van circa €420.000 per jaar kan flexibel ingezet worden voor de uitvoering van de andere onderdelen van de Agenda Dieren 2024-2026. Structurele middelen Naast deze incidentele middelen blijven de structurele middelen bestaan. Deze dienen als dekking voor een deel van de ambtelijke inzet en de structurele subsidies voor de partnerorganisaties.

Verdeling van middelen over de periode 2024-2026. Structureel

2023

2024

2025

2026

Beleidscapaciteit.

€85.520

€85.520

€85.520

€85.520

ADAM-regeling excl. bijdrage vanuit Armoede.

€400.000

€400.000

€400.000

€400.000

Overig (zoals fte bestuurszaken).

€228.471

€228.471

€228.471

€228.859

Dierenambulance.

€412.176

€412.176

€412.176

€412.176

DOA incl. opvangketen.

€647.224

€647.224

€647.224

€647.224

Dierenbescherming.

€20.448

€20.448

€20.448

€20.448

De Toevlucht.

€128.706

€128.706

€128.706

€128.706

Calamiteitenfonds.

€23.876

€23.876

€23.876

€23.876

€1.946.421

€1.946.421

€1.946.421

€1.946.809

37

Verdeling van middelen over de periode 2024-2026 (vervolg). Incidenteel (€ 2 mln)

2023

2024

2025

2026

1 fte Agenda Dieren.

€0

€100.000

€100.000

€100.000

€20.000

€50.000

€50.000

€50.000

Konijnenopvang De Werf 2024.

n.v.t

€100.000

€100.000

€100.000

Communicatie.

€0

€30.000

€30.000

€30.000

Zwerfkatten.

€0

€20.000

€20.000

€15.000

Tegengaan van afschot beheer/schadebestrijding.

€0

€40.000

€70.000

€70.000

Paardensport.

€0

€0

€20.000

€20.000

(Kinder)boerderijen.

€0

€50.000

€60.000

€60.000

Armoede.

€0

€40.000

€120.000

€120.000

Populatieonderzoek gierzwaluw.

€0

€25.000

€25.000

€25.000

Honden in de openbare ruimte (impact hond op wilde dieren).

€0

€0

€0

€30.000

Monitoringsplan beschermde soorten in gebouwen.

€0

€15.000

€0

€0

Voorkomen dieren in de knel in de openbare ruimte, zoals FUPS.

€0

€100.000

€80.000

€80.000

Diervriendelijke aanpak bij overlastgevende dieren.

€0

€0

€35.000

€0

€ 20.000

€ 570.000

€ 710.000

€ 700.000

Dierverzorger De Toevlucht.

38

Bijlagen Bijlage 1: Cijfers 2015-2022 Alle cijfers zijn pas vanaf 2023 inclusief Weesp, vanwege de bestuurlijke fusie in 2022. Die Weespse cijfers hebben we pas in beeld vanaf 2023. De cijfers rondom vee zijn wel (vanaf 2022) inclusief Weesp.

Gezelschapsdieren. 2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Politieregistratie Gevaarlijke Hond.

178

244

88

-

-

-

-

-

Geregistreerde bijtincidenten.

147

189

105

-

109

139

155

131

Aantal opgelegde geboden n.a.v. een (dreigend) bijtincident.

-

4

14

-

6

7

8

8

ADAM-consulten dierenartsen.

n.v.t

1.461

2.025

2.328

2.810

2.290

2.096

2.134

ADAM Gechipte honden.

n.v.t

104

50

93

90

39

42

29

ADAM Gechipte katten.

n.v.t

356

745

700

840

639

583

587

ADAM Gechipte konijnen.

n.v.t

4

37

36

30

0

1

0

Ritten dierenambulance wettelijke taken.

-

-

1.892

2.102

1.888

2.064

2.306

2.678

Dierenambulance: totaal aantal geholpen diersoorten.

-

-

87

92

103

101

102

102

Opvang honden.

-

-

349

296

206

232

244

142

Opvang katten.

-

-

2.145

1.636

1.629

1.827

2.162

1.969

Opvang konijnen.

-

-

247

240

213

201

232

178

Geplaatste honden bij nieuwe eigenaar.

207

247

128

141

122

179

207

97

Geplaatste katten bij nieuwe eigenaar.

125

996

618

970

965

1.000

869

908

Geplaatste konijnen bij nieuwe eigenaar.

-

-

-

223

182

192

226

190

Herenigde honden met eigenaar.

122

78

94

112

52

Herenigde katten met eigenaar.

372

499

680

970

897

Herenigde konijnen met eigenaar.

5

9

10

2

0

Zwerfdieren.

301

281

1.795

1.472

1.360

1.210

1.121

1.091

Crisisdieren.

-

-

97

94

81

237

278

75

Afstandsdieren.

-

-

464

418

440

373

484

357

Opgevangen kippen/hanen.

-

-

61

36

67

93

52

60

NB

NB

58

75

50

53

56

57

Opvang reptielen.

39

Wilde dieren. 2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

3614

3580

3803

5069

4956

4718

5120

NB

Ritten dierenambulance niet-wettelijke taken.

-

-

6481

7008

6462

6836

7642

7257

Ecologische kwaliteit ecologisch beheerde gebieden.

-

-

-

-

-

PM

NB

NB

Opgeheven ecologische knelpunten.

-

-

-

20

14

8

5

5

Realisatie natuur inclusieve gebouwen.

-

-

75

75

75

75

NB

NB

Gierzwaluw, waarnemingen.

685

570

699

0

572

576

301

229

Huismus, waarnemingen.

1606

4582

1039

119

369

936

1025

584

-

-

-

47

68

87

30

21

15

21

36

15

12

6

NB

NB

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

7.351

-

-

7.316

5.510

5.574

5.721

10.810

77

-

-

34

43

39

41

65

1.229

-

-

2.286

2.039

2.422

2.671

2.674

5

-

-

2

5

4

5

5

Opgevangen hulpbehoevende vrijlevende dieren door Toevlucht.

Teruggeplaatste TNR katten. Geplaatste faunavoorzieningen.

Vee.

Aantal graasdieren. Aantal bedrijven graasdieren. Aantal hokdieren. Aantal bedrijven hokdieren.

40

Bijlage 2: Dieren in bestuurlijke wet- en regelgeving Europees

gebieden voor soorten uit bijlage II van deze Habitat­ richtlijn zijn verwerkt in de Omgevingswet (voorheen Wet Natuurbescherming).

Europese Verordening bestrijding van invasieve exoten64 Om de komst en verspreiding van een aantal schadelijke exotische planten en dieren65 via bezit, handel, kweek, transport en import door verschillende lidstaten tegen te gaan, wordt een Europese aanpak via deze verordening geborgd. Het uitgangspunt is preventie en bestrijding. n Lokale borging: voor diersoorten66 is preventie en beheer de insteek (en dus niet bestrijden). Denk aan nestbehandeling bij de Nijlgans. Deze soorten kunnen biotopen van inheemse dier- en vegetatiesoorten overwoekeren, waardoor hun leefgebied verdwijnt. Dat wordt met de aanpak tegengegaan. Dierlijke soorten die in Amsterdam niet actief invasief gedrag vertonen, maar wel ziek, gewond of in een andere kwetsbare situatie worden aangetroffen, worden uit de openbare ruimte gehaald. Daarnaast ontvangt Reptielen­ opvang Zwanenburg een waarderingssubsidie voor de opvang van exotische afstandsdieren.

Landelijk Zorgplicht Wet dieren (artikel 1.4 Wet dieren) Iedere burger heeft een zorgplicht voor de gehouden dieren. Dit betekent dat we niets doen wat mogelijker­ wijs schade kan toebrengen aan de dieren. Of, voor zover redelijk, dat we dit beperken. In de Amster­damse­interpretatie betekent deze zorgplicht óók dat iedereen moet bijdragen aan het positief welzijn van de dieren in onze stad. Gemeenten hebben, naast de zorgplicht die voor iedereen geldt, een wettelijke verplichting voor het opvangen van zwervende gehouden dieren. n Lokale borging: subsidies aan Dierenambulance en opvangketen voor gezelschapsdieren. Zorgplicht artikel 1:11 Omgevingswet (voorheen wet Natuurbescherming) Iedere voorbijganger heeft een zorgplicht voor wilde dieren. Dit betekent dat we niets doen wat mogelijker­ wijs schade kan toebrengen aan de dieren. Of, voor zover redelijk, dat we dit beperken. De zorgplicht geldt altijd voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet. In het geval dat ze beschermd zijn geldt de zorgplicht ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend. Daar waar dieren in nood worden aangetroffen, dient de Dierenambulance te worden ingeschakeld. n Lokale borging: subsidie aan wildopvang­­centrum De Toevlucht, subsidie aan de Dierenambulance voor het vervoer.

Voor wilde dieren is de verplichting om zorgvuldig te handelen uit de Omgevings­ wet (voorheen Wet Natuur­bescherming) geborgd in de Amsterdamse gedragscode flora en fauna. Deze stelt strengere eisen dan de landelijke wetgeving.

EU-wetgeving dierentuinen67 De EU versterkt met deze wetgeving de bescherming van biodiversiteit en stelt normen voor beschermingsmaatregelen en voor dierenverblijven. n Lokale borging: de lokale afspraken met Artis zijn aanvullend op deze Europese vereisten. Vogelrichtlijn De Vogelrichtlijn (Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 over het behoud van de vogelstand) is een richtlijn van de Europese Unie. Het doel is om alle natuurlijk voorkomende wilde vogelsoorten te beschermen. In aanvulling op het tegengaan van de afname en het verdwijnen van vogelsoorten moeten vogelsoorten de kans krijgen om te herstellen en gedijen. De bescherming van soorten en de aanwijzing van beschermde gebieden voor specifieke soorten van Bijlage I van deze Vogelrichtlijn en voor trekvogels zijn verwerkt in de Omgevingswet (voorheen Wet Natuurbescherming).

De Visserijwet De bepalingen in deze wet gelden voor alle vormen van visserij, van de Noordzeevisserij tot en met de sportvisserij. Doel is onder andere het bevorderen van de doelmatigheid van de beroepsvisserij en het voorkomen van overbevissing. De wet bevat regels voor het verpachten van viswater door gemeenten. De wet houdt rekening met belangen van natuur­ bescherming en het welzijn van vissen. n Lokale borging: pachtovereenkomst met hengelsportverenigingen is in overeenstemming met Visserijwet.

Habitatrichtlijn De Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 over de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna) is een richtlijn van de Europese Unie. Doel is het waarborgen van de biologische diversiteit in de lidstaten door bescherming van habitats en soorten die van Europees belang zijn. De bescherming van soorten uit bijlage IV en V van deze Habitatrichtlijn en de aanwijzing van beschermde

41

Opvang en vervoer gevonden dieren (Burgerlijk Wetboek) Gevonden dieren met onbekende eigenaar vallen volgens het Burgerlijk Wetboek (artikel 5:8 lid 3 BW) onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. De opvangplicht van de gemeente beperkt zich niet tot honden en katten. Het gaat om alle gehouden dieren, dus ook cavia’s, hangbuikzwijntjes, reptielen et cetera.

ontheffing heeft gekregen op grond van de Omgevingswet (voorheen Wet Natuurbescherming). Particulieren mogen dus niet opvangen. De opvang is erop gericht om de dieren zo snel mogelijk weer terug te zetten in de natuur. n Lokale borging: subsidie aan wildopvangcentrum De Toevlucht. Omgevingsvergunning De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht uit 2010 regelt de omgevingsvergunning. Dit is een omvattende vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, natuur en milieu en is bijvoorbeeld belangrijk bij bouwprojecten. De omgevingsvergunning kan dus ook vergunningen omvatten op grond van de Omgevingswet (voorheen Wet Natuurbescherming). De gemeente behandelt de aanvraag. De gemeente stemt zo nodig af met andere overheden. n Lokale borging: vergunningsafdeling checkt op vereisten vanuit de Omgevingswet (voorheen Wet Natuurbescherming). Ook bij niet-vergunning­ plichtige activiteiten, zoals het gebruik van steigers, wijst de gemeente de melder op de wet.

De opvangplicht van de gemeente eindigt na veertien dagen. Hierna is de gemeente eigenaar van het gevonden dier. Dat voor de wet gelijk staat aan een gevonden voorwerp. n Lokale borging: subsidies aan Dierenambulance en opvangketen. Opvang en vervoer dieren bij bijvoorbeeld huis­ ontruimingen (Algemene Wet Bestuursrecht) Gemeenten kunnen bestuursdwang toepassen voor het meevoeren en opslaan van producten bij huis­ ontruimingen, arrestaties en gedwongen opname van de eigenaar. Huisdieren vallen wettelijk gezien onder ‘zaken’ en worden vanuit deze achtergrond dus wettelijk als producten beschouwd. De gemeente heeft voor alle in beslag genomen zaken een bewaartermijn van maximaal dertien weken. Dus ook voor deze dieren, waar een zorgplicht voor geldt. Denk aan het vervoer naar een geschikte opvangplaats. n Lokale borging: uitvoering van deze taak ligt bij de GGD.

Provinciaal Faunabeheerplan provincie Noord-Holland In de provincie Noord-Holland gelden de volgende faunabeheerplannen: n Faunabeheerplan damhert n Faunabeheerplan ganzen n Faunabeheerplan ganzen omgeving Schiphol

Ondersteuning brandweer en politie bij calamiteiten (Wet veiligheidsrisico’s) Volgens artikel 2 van de Wet veiligheidsregio’s is het college van burgemeester en wethouders belast met het organiseren van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulp. De burgemeester heeft het opperbevel over de brandweer. Volgens artikel 3, lid 1, onderdeel b van de Wet veiligheidsrisico’s moet de brandweer bij haar taken zorgen voor de veiligheid van mens én dier. n Lokale borging: sinds 2019 is er een overeenkomst tussen de Dierenambulance en de veiligheidsregio (incl. partners, zoals GGD, politie en brandweer) over zorg aan gehouden en wilde dieren in nood bij crisis en rampen. Onze opvangcentra vangen waar nodig dieren tijdelijk op.

In deze plannen staan de bestaande en de gewenste hoeveelheden van diersoorten, bedoeld om populaties in balans te houden en schade te bestrijden. Ook is informatie opgenomen over schade die in het verleden is opgetreden en schade die in de toekomst te verwachten is. De faunabeheereenheid voert het plan uit. De gemeente heeft hier geen rol in. Lokaal Algemene plaatselijke verordening (APV)68 De APV is een gemeentelijke verordening. In de APV staat de gemeentelijke regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid. Over dieren staan er artikelen in om hen te beschermen. Denk aan gevaarlijke honden (artikel 5:15) en vergunningplicht voor kleine evenementen met dieren (artikel 2:41). Ook staan er artikelen in over overlast door dieren en mogelijk gevaar door hun aanwezigheid. Denk aan hondenpoep (artikel 5:12) en loslopende honden (artikel 5:13).

Opvang en vervoer in het wild levende dieren (Wet dieren en Omgevingswet, voorheen Wet Natuurbescherming) Vanuit de Omgevingswet (voorheen Wet Natuur­ bescherming) geldt voor iedereen een zorgplicht voor in het wild levende, inheemse dieren. Het opvangen van deze dieren mag alleen als een organisatie

42

Bijlage 3: Samenwerking met organisaties Gehouden dieren

In het wild levende dieren

Naam organisatie

Type relatie

Naam organisatie

Type relatie

Politie

Adviesraad

Toevlucht

Subsidie & adviserend

Dierenambulance

Subsidie & adviserend

Provincie

Adviserend

LID

Adviesraad

Duurzaam fauna advies

Adviserend

Dierencoalitie

Adviserend

Staatsbosbeheer

Adviserend

WUR

Adviserend

Omgevingsdienst

Adviserend

LNV

Adviserend

Vogelwerkgroep

Adviserend

Dierenbescherming

Subsidie & adviserend

KNNV. Vereniging veldbiologie

Adviserend

Stichting Amsterdamse Zwerfkatten

Subsidie & adviserend

IVN Natuureducatie

Adviserend

Dierenlot

Adviserend

Buurtgroen020

Adviserend

DOA

Subsidie & adviserend

VU

Adviserend

Loes voor dieren

Subsidie & adviserend

UVA

Adviserend

Dierenvangnet

Subsidie & adviserend

Aeres

Adviserend

Veilig Thuis

Adviserend

Vogelbescherming

Adviserend

Amivedi

Adviserend

SOVON

Adviserend

Caressa

Adviserend

RAVON

Adviserend

OOPOE

Adviserend

Vlinderstichting

Adviserend

Stichting bevordering huisdierenwelzijn

Adviserend

Zoogdiervereniging

Adviserend

Dierenasiel Oostzaan

Subsidie & adviserend

EIS-kenniscentrum voor insecten en andere ongewervelden

Adviserend

Reptielenopvang Zwanenburg

Subsidie & adviserend

AHV

Pachter & adviserend

Fruittuin

Subsidie & adviserend

Faunabeheereenheid Noord-Holland

kaderstellend & adviserend

Konijnenopvang de Werf

Subsidie & adviserend

Waterschap Gooi en Amstel / Waternet

Adviserend

ADAM-coördinator en dierenartsen

Adviserend

Dibevo

Adviserend

Kinderboerderijen

Adviserend 43

Eindnoten 1

Amsterdams Akkoord, Amsterdams coalitieakkoord 2022-2026 p.46.

2

Amsterdams Akkoord, Amsterdams coalitieakkoord 2022-2026.

3

Dumpen is niet goed voor het tamme konijn (geringe overlevingskansen wegens afwijkend gedrag/kleur) en de populatie wilde konijnen (kruising van wilde en tamme genen zorgt voor verzwakking van de wilde soort). Daarnaast is dumpen strafbaar.

4

De dierenartsen zien dat de medische problematiek bij dieren is toegenomen en dat de problematiek complexer is geworden.

5

De vervoer- en opvangpartners zien een toename in de afstand van, met name jonge, dieren. Met name omdat diens eigenaren een tijd niet naar de dierenarts zijn geweest, een rasdier hebben met gangbare en onbetaalbare klachten of omdat medicatie/dieetvoer te duur is geworden.

6

Daarom investeren we in het verbinden van contact, kennis en signalen tussen sociaal-maatschappelijke hulpverlening (waaronder Schuldhulp­verlening) en de dierketen (motie 057.22, zie uitgebreid op p.44).

7

Headly, B. & Grabka, M., 2007, Pets and Human Health in Germany and Australia: National Longitudinal Results, Social Indicators Research 80:297-311.

8

Vrij rennende honden en de aanwezigheid van een aangelijnde hond levert stress en verstoring op voor in het wild levende dieren. Met name grondnestelende soorten, zoals hazen, konijnen en eenden kunnen bij aanwezigheid van honden ernstig in populatieomvang worden beperkt, omdat ze niet (volledig) kunnen nestelen en foerageren. Ouder-vogels zijn bijvoorbeeld langer bezig met het verdedigen van het nest dan met het zoeken van voedsel. Hierdoor kunnen nesten mislukken.

9

Kader Hondenlosloopgebieden, gemeente Amsterdam, vastgesteld in de raad van 15 september 2021.

10 De meeste bijtincidenten zijn één keer voorgevallen, daarom blijft het aantal opgelegde geboden stabiel. Ondertussen is de stijging weer lichtelijk gedaald vergeleken met de periode voorafgaand aan COVID-19. 11 Indien er een risico is op agressief gedrag bij een hond spreken we van een (hoog)risicohond. Een hond wordt niet zomaar een (hoog)risicohond. Dit hangt af van omgang, temperament, huisvesting, lichamelijke problemen, goede socialisatie en consequente opvoeding. 12 Omdat er weinig onderzoek naar gedaan is en omdat een gedeelte aangeeft vooral knaagdieren te vinden in de maag. 13 Het Rijk refereert aan 18 miljoen vogels die jaarlijks door huiskatten en zwerfkatten worden gedood. 14 De Rijksuniversiteit Groningen geeft aan dat de impact aanzienlijk is en refereert hier naar Doherty et al., 2016. 15 SOVON: Verkenning minister en Stadsvogelbalans 2022. Verstoring kan leiden tot toekomstige gedragsveranderingen, zoals het mijden van bepaalde broedgebieden of verminderde broedzorg. 16 Quote van Hugh Jansman, Onderzoeksinstituut Alterra in Wageningen. 17 Denk aan: kan dit individuele dier met kinderen en/of andere huisdieren samenleven of in een klein appartement wonen? Of zal het dier in dit huishouden voldoende aandacht krijgen om gesocialiseerd te raken? 18 Enkele lokale dierenartsen geven aan dat ongeveer 70 procent van de medische problematiek, rasgerelateerd is.

19 LICG: Gezondheid en welzijn, erfelijke aandoeningen. 20 Onder evenementen met dieren verstaan we het gebruik van dieren ter vermaak, zoals bij kunst, reclame, promotieactiviteiten, circussen, volks­vermaak en tentoonstellingen. Activiteiten en evenementen met dieren kunnen niet zomaar worden gehouden. De Wet dieren stelt beperkingen aan de mogelijkheden om dieren te gebruiken bij evenementen en wedstrijden. Zo is het verboden om dieren als prijs, beloning of gift uit te reiken, dierengevechten te organiseren, bij een dier onnodig pijn of letsel te veroorzaken of zijn gezondheid of welzijn aan te tasten. 21 Bijvoorbeeld de overgang van een levende gans naar een nepgans bij de traditie ‘ganstrekken’. 22 Staat van het Dier (2023). Raad voor Dierenaangelegenheden. 23 Positief dierenwelzijn op Amsterdamse kinderboerderijen 2022 - De overeenkomst focust op afspraken over de samenwerking tussen de boerderijen, ruimte voor autonomie binnen huisvesting (o.a. kunnen terugtrekken van mensen, rust pakken, spelen), de gelegenheid bieden voor groepsgedrag, gewenst dierbestand onder doelgerichte voorwaarden, afbouw van hoeveelheid aan wilde soorten en eindverantwoordelijkheid bij gediplomeerd personeel. 24 De grote evenementen (met of zonder dieren) waren al vergunningplichtig. 25 Raad voor Dierenaangelegenheden, 2023, Plezier voor mens en dier.

26 We sluiten ons aan bij het standpunt van de RDA: ‘Ook daar waar liefde, genegenheid en het verbond tussen mens en dier werd verondersteld, is kritiek mogelijk en nodig’. 27 Artikel 5 beleidskader Buitenreclame. 28 Voortgangsbrief minister Adema over Dierenwelzijn: Nr. 1287. 29 De inzet van hulpmiddelen is gereguleerd in harnachementgidsen en de omgang met dieren in artikel 2.1 Wet dieren. Op verzoek van het Rijk heeft de Sectorraad Paarden de Gids voor Goede praktijken opgesteld met richtlijnen om het paardenwelzijn te verbeteren. Deze gids is samen met het paardenbesluit vanuit het Rijk leidend voor het dierenwelzijn van paarden. Daarnaast zijn er vanuit diverse brancheorganisaties met aanvullende kwaliteitseisen zoals sociaal contact tussen de paarden, bewegingsvrijheid, veiligheid, gezondheid en (innoverende) expertise van het bedrijf. 30 Het lectoraat human-animal interactions van de Aeres Hogeschool in Dronten gaat het onderzoek uitvoeren. 31 Ondanks dat er nog geen wetenschappelijke consensus is of vissen (cognitief) kunnen lijden, wordt wel wetenschappelijk omarmd dat vissen pijn kunnen ervaren en zelfs gedrag vertonen om die pijn te ontwijken. 32 Bron CBS Statline 2023 via Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik naar gemeente; zie ook bijlage 1.

44

33 Vergeleken met de huidige verhouding 40/60, plantaardig/dierlijk. 34 Milieu Centraal (2020). Bewust eten. 35 Natuur & Milieu (2020). De impact van een plantaardig voedingspatroon. 36 Intensieve veehouderij in megastallen en niet-grondgebonden dierhouderijen zijn in Amsterdam niet gewenst. 37 In de provinciale omgevingsverordening is vastgelegd dat het realiseren van schuilvoorzieningen in het landelijk gebied mogelijk is als een perceel minstens 5000 vierkante meter groot is. In die gebieden mag 1 schuilstal worden gebouwd. Om te voorkomen dat het landschap verloedert mag die stal niet voor andere doeleinden worden gebruikt. 38 De besmettingskans van de vogelgriep voor mensen is volgens het Rijksinstituut voor Volkgezondheid en Milieu gelukkig klein. 39 amsterdam.partijvoordedieren.nl/vragen/aanvullende-schriftelijke-vragen-inzake-een-diervriendelijk-duivenbeleid-voor-amsterdam. 40 Denk aan te hoge damwanden langs water, waardoor o.a. jonge watervogels, kikkers en huiskatten niet meer uit het water kunnen komen en verdrinken. 41 Met uitzondering van jaarrond beschermde nesten; hiervoor is óók bij niet in gebruik zijnde nesten een ontheffing nodig. 42 Gevonden dierlijke invasieve exoten (rvo.nl). 43 In het kader van de Omgevingswet (voorheen Wet Natuurbescherming) is het bestrijden van de door de EU aangewezen soorten overgedragen aan de provincies.

44 amsterdam.raadsinformatie.nl/document/12496881/1#search=%2522licg%2522. 45 Aangenomen motie (Rijk, 2023, 29517-244) Over landelijke richtlijnen opstellen met betrekking tot de hulp aan dieren bij rampen. 46 www.clo.nl/indicatoren/nl1579-fauna-van-het-land#:~:text=De%20gemiddelde%20trend%20van%20214,89%20vooruit%2C%2098%20 achteruit. 47 Enders-Slegers, Petronella (2000). Een leven lang goed gezelschap: empirisch onderzoek naar de betekenis van gezelschapsdieren voor de kwaliteit van leven van ouderen. Universiteit Utrecht. 48 Universiteit Utrecht (2016) Dikke hond heeft vaak dikke baas. 49 Barbara King (2013) How animals grieve. 50 Want is juridisch landelijk geregeld en kan alleen door landelijke handhavingsinstanties worden gehandhaafd. 51 Momenteel is er een structureel tekort aan handhavers binnen de gemeente. Dat betekent dat de inzet op diergerelateerde APV-artikelen of de signaleringsfunctie moet worden afgewogen en geprioriteerd. Hierbij is de aandacht voor dieren vooralsnog (m.u.v. in 2018) niet als thema geprioriteerd in het Actieplan Handhaving Openbare Ruimte 2022. Als de inzet voor dieren een prioriteit wordt in het handhavingsplan, wordt op dat moment gekeken wat er per gebied nodig is en of daar eventueel extra kosten aan verbonden zijn.

52 Vanuit het Actieplan Handhaving Openbare Ruimte is er geen ruimte om de wijze van adresseren op te nemen in de werkplannen. 53 Zie Evaluatie Agenda Dieren (2021). 54 Bijvoorbeeld: samen komen tot een handboek vogelgriep, een draaiboek botulisme en overeenkomst bij crisis en rampen. 55 Als uitvoering van genoemde ambitie uit Evaluatie Agenda Dieren 2021 (p.31). 56 Zoals toename in afstandskosten en medische kosten. 57 Zoals het terugdringen van zwerfdieren, het terugdringen van onverantwoord houderschap van gezelschapsdieren in matchingsprocessen, behoud van vrijwilligers en het bespoedigen van een vroegtijdige uitstroom van opgevangen dieren. 58 www.rda.nl/publicaties/publicaties/2022/07/11/zienswijze-wildopvang. 59 Op basis van resultaten van ca. 5000 deelnemers huisdiereigenaren en ca. 1000 deelnemers niet-huisdiereigenaren. 60 De aandacht voor huisdieren is opgenomen in het hoofdstuk 1.1 Gezelschapsdieren. De dieren in het groen en water is onder hoofdstuk 1.4 In het wild levende dieren en 3 Biodiversiteit. Aandacht voor luchtdieren is gedekt in het hoofdstuk Infectieziekten (zie paragraaf 1.4.1). 61 Zie hoofdstuk 3.2 Samenwerking met subsidiepartners. 62 Hier gaan we rekening met houden in de uitwerking van onze communicatiekalender. 63 Hiermee wordt bedoeld: raamslachtoffers, vogels die tegen een raam zijn gevlogen.

64 eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX%3A32014R1143&from=NL. 65 www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten. 66 Voor vegetatiesoorten die in Amsterdam actief invasief gedrag vertonen is een bestrijdingsaanpak, denk aan de Japanse Duizendknoop. 67 eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=celex:31999L0022. 68 lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR72510/45.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14334448/1