CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Raadsbrief beantwoording motie Monitor lastendruk lokale keuzes.pdf

Raadscommissie Werk Inkomen en Onderwijs 7 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Reactie op motie 1620 (10 oktober 2019) van leden Ceder, Martens, Kreuger, Taimounti, Van Soest, Boomsma, Bloemberg-Issa en Simons inzake de Amsterdamse Agenda Armoede en Schulden 2019-2022 (Monitor lastendruk lokale keuzes) (ZD2021-003116)2.127 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Afdoening motie

Aan: Datum Behandeld door

Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 2 maart 2021 Belastingen: Guy Monod de Froideville (G.Monod.De.Froideville@amsterdam.nl) & WPI: Sander Havermans (s.havermans@amsterdam.nl) Afdoening motie TA2019-001345 ‘Monitor lastendruk lokale keuzes’ van raadsleden Ceder cs.

Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad op 10 oktober 2019 heeft uw raad een motie van raadsleden Ceder, Martens, Kreuger, Taimounti, Van Soest, Boomsma, Bloemberg-Issa en Simons inzake de Amsterdamse Agenda Armoede en Schulden 2019-2022 (Monitor lastendruk lokale keuzes) aangenomen (TA2019-001345), waarmee het college wordt gevraagd om: 1. Jaarlijks te inventariseren welke effecten lokale beleidskeuzes hebben op armoedeproblematiek vanwege verhoogde lastendruk; 2. De raad hier jaarlijks over te rapporteren. Op 24 november 2020 is de raad in de beantwoording van de schriftelijke vragen van het lid Ceder (1492.20 – gemeentelijke lastenverhoging voor Amsterdamse huurders) geïnformeerd over de beantwoording van de betreffende motie. Er is toegelicht dat de beantwoording onder andere door de coronacrisis vertraging heeft opgelopen. Daarbij sprak het college de verwachting uit dat de beantwoording in het eerste kwartaal van 2021 kon worden gestuurd. Via deze brief doen we die verwachting gestand en informeren we u over de lastendruk voor minima in 2021.

Daarbij lichten we toe dat het college een aanvullende jaarlijkse rapportage niet nodig acht, omdat in de jaarlijkse begroting inzichtelijk wordt gemaakt in hoeverre lokale heffingen wijzigen, voor het merendeel van de Amsterdamse minima alleen de afvalstoffenheffing van toepassing is en het voor gemeenten niet mogelijk is om belasting te heffen op basis van de draagkracht. Gemeentelijke lastendruk in relatie tot armoedeproblematiek Amsterdamse huishoudens krijgen ieder jaar te maken met gemeentelijke belastingen, waarmee ze een bijdrage leveren aan belangrijke voorzieningen in de stad. In de zogenaamde gecombineerde aanslag gemeentelijke belastingen zijn de afvalstoffenheffing, de onroerende zaakbelasting (indien van toepassing) en de rioolheffing opgenomen. Daarnaast zijn Amsterdammers verplicht om waterschapsbelasting te betalen, welke is opgebouwd uit een watersysteemheffing en een zuiveringsheffing. Wijzigingen in de inrichting van deze heffingen en de geldende tarieven kunnen gevolgen hebben voor Amsterdamse huishoudens, in het bijzonder voor huishoudens met een krappe beurs. Het is gemeenten niet toegestaan om de belastingen te

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 2 maart 2021 Pagina 2 van 6

heffen naar winst, draagkracht of vermogen van haar inwoners. Dat recht is voorbehouden aan de Rijksbelastingdienst. Gemeentelijke belastingen De gemeenteraad stelt ieder jaar bij de begroting de belastingtarieven en legestabel voor het daarop volgende jaar vast. In de onderstaande tabellen staat de ontwikkeling van de tarief- en lastenontwikkeling inzake de gemeentelijke belastingen en de waterschapsbelasting voor huishoudens in Amsterdam over de periode 2018 tot en met 2021. Tabel 1. Gemeentelijke belastingen Heffing

Toelichting

2018

Tarieven/lasten 2019 2020 2021

Afvalstoffenheffing

Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden Eigenaren Tarief in % van de WOZ Gemiddelde woningwaarde (* €1000) Gemiddelde OZB-E Centrumgebieden Buitengebieden Lasten centrumgebieden Lasten buitengebieden

€ 235 € 313 € 126 0,041

€ 276 € 386 € 131 0,038

€ 276 € 386 € 138 0,036

€ 326 € 435 € 144 0,043

€ 340 € 141 € 6,69 € 6,69 € 669 € 669

€ 378 € 143 € 6,69 € 6,69 € 669 € 669

€ 415 € 148 € 11 €9 € 1100 € 900

€ 421 € 180 € 13 € 11 € 1300 € 1100

Rioolheffing Onroerendezaakbelasting

Precario woonschepen (Op basis van 100 m2)

Δ t.o.v. ‘18 € 91 € 122 € 18

€ 39

€ 631 € 431

Tabel 2. Waterschapsbelastingen Tarieven/lasten 2020 2021

Heffing

Toelichting

2018

2019

Watersysteemheffing Watersysteemheffing gebouwd

Per woning (gebruiker) Tarief in % van de WOZ

€ 110

€ 113

€ 115

€ 117

0,0146

0,0135

0,0122

0,0121

€ 340 € 49,76 € 53 € 160

€ 378 € 50,84 € 54 € 162

€ 415 € 50,58 € 55 € 165

€ 421 € 51,05 € 56 € 169

Koopwoning (eigenaar) Zuiveringsheffing (gebruikersheffing)

Gemiddelde woningwaarde (* €1000) Gemiddelde aanslag Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden

De afgelopen jaren heeft de raad een aantal keuzes gemaakt waarmee de inrichting van verschillende heffingen en bijbehorende tarieven voor Amsterdamse huishoudens wijzigden. Voorbeelden zijn het kostendekkend maken van de afvalstoffenheffing en de verhoging van de opbrengsten van de onroerende zaakbelasting (OZB) en precario voor woonschepen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Δ t.o.v. ‘18 €7

€ 1,29 €3 €9

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 2 maart 2021 Pagina 3 van 6

Om inzichtelijk te maken wat de effecten zijn van wijzigingen in gemeentelijke heffingen op armoedeproblematiek, is het relevant om onderscheid te maken tussen heffingen waarin een eigenaar als belastingplichtige wordt aangemerkt en heffingen voor gebruikers. Dit onderscheid is van belang, omdat voor een groot deel van de gemeentelijke belastingen de eigenaar van een woning als belastingplichtige wordt aangewezen. Woningbezit komt onder Amsterdamse minima beperkt voor1. De OZB kent sinds 2006 geen gebruikersdeel voor woningen meer en is daarmee enkel een heffing voor eigenaren van woningen en eigenaren/gebruikers van zakelijk vastgoed. De rioolheffing kent een eigenarendeel en een variabel deel voor grootverbruikers (vanaf 300 m3/jaar). Huurders betalen daarmee in Amsterdam geen rioolbelasting, tenzij ze meer dan 300m³ water per jaar verbruiken (dan is het tarief voor grootverbruikers van toepassing). Een huishouden van vier personen gebruikt volgens het Nibud gemiddeld 165 m³ per jaar, waarmee het grootgebruikerstarief voor huurders in de praktijk slechts in uitzonderlijke gevallen aan de orde is. In het verlengde van het bovenstaande informatie zijn voor vrijwel alle Amsterdamse minima alleen de gebruikersheffingen van toepassing. In de praktijk is van de gemeentelijke belastingen daarmee primair de afvalstoffenheffing van belang voor deze groep.

Voor de beperkte groep Amsterdamse minima die een woonschip huurt is daarnaast de precariobelasting relevant, waarvoor gebruikers als belastingplichtigen worden aangemerkt. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is bedoeld om de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval te bekostigen. De raad heeft op 8 november 2018 de verordening op de afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht vastgesteld en daarmee de keuze gemaakt om met ingang van 1 januari 2019 volledig kostendekkende tarieven in te voeren. Daarmee is uitvoering gegeven aan een voornemen uit het coalitieakkoord. Het aanpassen van de afvalstoffenheffing aan hogere kosten die gemoeid zijn met het schoonhouden van de stad maakt onderdeel uit van het kostendekkend maken van de heffing. Dit heeft als gevolg dat kostenverhogingen die ontstaan buiten de invloedssfeer van de gemeente eveneens verdisconteerd moeten worden in het tarief. Dat gebeurt onder andere voor de Rijksbelasting op het verbranden van afval en voor correcties voor inflatie. In de overzichtstabel blijkt dat de lasten als gevolg van de keuze om de afvalstoffenheffing kostendekkend te maken zijn gestegen ten opzichte van 2018. Voor eenpersoonshuishoudens gaat het om een stijging van €91,-, voor meerpersoonshuishoudens om €122,-.

1

In de Armoedemonitor 2019 bleek dat woningbezit het laagst is onder huishoudens met een inkomen rond het sociaal minimum. Van alle Amsterdamse huishoudens heeft 32% een koopwoning. Er zijn 200 minimahuishoudens met een koopwoning, maar dat is minder dan 1% van de totale groep minimahuishoudens.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 2 maart 2021 Pagina 4 van 6

Het college is zich ervan bewust dat het kostendekkend maken van de afvalstoffenheffing impact heeft op de beurs van Amsterdamse minima. In Amsterdam hanteren we het meest ruimhartige kwijtscheldingsbeleid dat binnen de kaders van de landelijke wetgeving is toegestaan. Inwoners met een inkomen tot 100% van het sociaal minimum (en met een beperkt eigen vermogen) kunnen volledige kwijtschelding van de afvalstoffenheffing krijgen. We hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in het vergroten van het bereik van de regeling en het vereenvoudigen van de aanvraagprocedure. Hierover is de raad geïnformeerd in de brief van 10 oktober 2019, waarin werd toegelicht hoe het college uitvoering heeft gegeven aan een motie van de leden Taimounti, Simons en Ceder inzake het toegankelijk maken van kwijtscheldingsverzoeken (TA2018-000920). Precario woonschepen Om Amsterdamse woonbootbewoners met een laag inkomen tegemoet te komen, is het vanaf 2020 mogelijk om kwijtschelding aan te vragen voor de precariobelasting. Huurders van woonboten met een laag inkomen komen hiervoor in aanmerking. Dezelfde landelijke normbedragen als voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing zijn hierop van toepassing. Waterschapsbelasting In de gemeente Amsterdam wordt naast de gemeentelijke belastingen waterschapsbelasting geïnd door Waternet.

Als gemeente gaan we niet over de hoogte van de waterschapsbelasting, maar het is wel een lokale heffing die van invloed is op de lastendruk. Daarom hebben we de ontwikkeling van tarieven in deze brief inzichtelijk gemaakt. In het bovenstaand overzicht (tabel 2) is op te maken dat de tarieven van waterschapsbelasting zijn gestegen ten opzichte van 2018. In 2021 betalen Amsterdammers in een eenpersoonshuishouden jaarlijks €173,31 en Amsterdammers in een meerpersoonshuishouden €179,49. Net als voor de afvalstoffenheffing en precariobelasting geldt dat huishoudens met een inkomen tot 100% van het sociaal minimum (en met een beperkt vermogen) volledige kwijtschelding kunnen krijgen. Totaal lokale lasten Als de tarieven van bovenstaande lokale lasten bij elkaar worden opgeteld gelden voor Amsterdamse minimahuishoudens de volgende totaalbedragen. Tabel 3: Totale omvang lokale lasten Tarieven/lasten (afgerond op hele €’s) Heffing Toelichting 2018 2019 Totale omvang lokale lasten huurder Totale lasten eigenaar (gemiddeld)

Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

€ 398 € 583 € 715 € 899

€ 443 € 661 € 768 € 986

2020

2021

€ 445 € 665 € 782 € 1.002

€ 499 € 721 € 875 € 1.096

Δ t.o.v. ‘18 € 101 € 138 € 160 € 197

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 2 maart 2021 Pagina 5 van 6

Amsterdams minimabeleid In de Amsterdamse Agenda Armoede en Schulden 2019-2022 is omschreven dat er in Amsterdam een breed palet aan minimaregelingen bestaat. Hiermee zet het college erop in dat zoveel mogelijk Amsterdammers noodzakelijke kosten kunnen maken en dat ze zo volwaardig mogelijk kunnen meedoen in de samenleving. De Amsterdamse voorzieningen zijn er voor huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum en weinig vermogen. In de afgelopen jaren is stevig geïnvesteerd in financiële ondersteuning, kansen voor kinderen, de aanpak van schulden en meedoen. Daar heeft het huidige college extra aandacht voor preventie en perspectief op een beter bestaan aan toegevoegd. In een recente minima-effectrapportage (april 2019) berekende het Nibud het bedrag waarvoor diverse huishoudtypes op verschillende inkomensniveaus in Amsterdam via de minimavoorzieningen in aanmerking komen2. Op huishoudens met een inkomen tussen 100% en 120% van het minimuminkomen en huishoudens met een minimuminkomen en een beetje spaargeld3, de groepen die door landelijke wet- en regelgeving niet voor kwijtschelding van gemeentelijke heffingen in aanmerking komen, drukken de lokale lasten het zwaarst. De bedragen van de lokale heffingen zijn voor deze inkomensgroep volgens het Nibud als volgt:       

Alleenstaanden: €192,Alleenstaande ouderen: €218,Eenoudergezinnen met 2 jonge kinderen: €264,Eenoudergezinnen met 2 oudere kinderen: €358,Paren zonder kinderen: €372,Paren met 2 jonge kinderen: €462,Paren met 2 oudere kinderen: €556,-

Door middel van de minimaregelingen beperken we de lastendruk van alle Amsterdammers met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum en weinig vermogen. Amsterdammers die niet voor kwijtschelding in aanmerking komen, maar wel betalingsproblemen hebben bieden we daarnaast de mogelijkheid om lokale heffingen in termijnen te betalen via een betalingsregeling. Voor minimahuishoudens met een specifieke hulpvraag of in bijzondere omstandigheden zijn er ook aanvullende lokale regelingen (o.a. maatwerkvoorzieningen voor mensen met zorgkosten). Met dit brede Amsterdamse palet zorgen we dat de lastendruk voor Amsterdammers met een krappe beurs zoveel mogelijk beperkt blijft. Tot slot is het college van mening dat het voor meer groepen mogelijk moet zijn om voor kwijtschelding van belastingen in aanmerking te komen. Daarom voeren we, samen met onder andere de G4-gemeenten, een actieve lobby richting het rijk 2

Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2019, Nibud, 1 april 2019. De rapportage is met de raad gedeeld als bijlage bij het plan van aanpak werkende minima (raadsvergadering 1 en 2 juli 2020). 3 De berekening van het toegestane eigen vermogen is ingewikkeld (mede afhankelijk van hoogte huur, zorgpremie). Op dit moment mogen mensen ongeveer één keer de geldende bijstandsnorm aan vermogen hebben. Voor alleenstaanden gaat het zodoende om circa €1.060,- en voor gehuwden/samenwonenden om circa €1.535,-.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 2 maart 2021 Pagina 6 van 6

om gemeenten de ruimte te geven een hogere vermogensgrens (tot maximaal die van de Participatiewet4) te hanteren. Jaarlijkse rapportage De motie verzoekt het college om jaarlijks te inventariseren en te rapporteren over de effecten van lokale beleidskeuzes op armoedeproblematiek. Het is al gebruikelijk dat het college elk jaar in de begroting uiteenzet in hoeverre de lokale heffingen wijzigen. Het is voor gemeenten niet mogelijk om belasting te heffen op basis van de draagkracht van haar inwoners. Daarom veronderstellen we dat de informatie uit de begroting volstaat en dat een aanvullende jaarlijkse rapportage waar de motie om vraagt niet nodig is. We hopen u via deze brief voldoende te hebben geïnformeerd. Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

Marjolein Moorman Wethouder Armoede

4

Victor Everhardt Wethouder Financiën

Per 1 januari 2021 is deze grens vastgesteld op €6.295,- voor alleenstaanden en €12.590,- voor gehuwden/samenwonenden.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9935583/1