2. Raadsadres cruciale fouten in PlanMER bij Programma windenergie.pdf
Tekst van het document
Aan de Gemeenteraad van Amsterdam
9 januari 2025
Betreft Raadsadres inzake cruciale fouten in het PlanMER d.d. 3 april 2024 waardoor het onmogelijk is te voldoen aan de 45 dB Lden norm op 350 meter van windturbines
Geachte raadsleden, Na bestudering van de Technische bijlage behorende bij het PlanMER d.d. 3 april 2024, willen we u op de hoogte brengen van de volgende bevindingen: 1. Op basis van de data in het PlanMER d.d. 3 april 2024 kan gesteld worden dat afhankelijk van de ashoogte een afstand van 600 meter tot 750 meter aangehouden moet worden om te kunnen voldoen aan de geluidsnorm van 45 dB Lden. In het geval van 42 dB Lden gelden afstanden van circa 820 tot 1000 meter, ook weer afhankelijk van de ashoogte. Toetsing van deze afstanden aan in de realiteit gemeten geluid, toont aan dat deze afstanden correct zijn. Dit betekent dat bij plaatsing van turbines op een afstand van 350 meter tot omwonenden in geen geval voldaan kan worden aan de geluidsnorm van 45 dB Lden en dat hierdoor het aantal (ernstig) gehinderden aanzienlijk hoger ligt dan waar de Gemeente op basis van het PlanMER vanuit gaat. 2. De geluidscontouren die in het PlanMER gebruikt worden om geluidsgevoelige objecten te documenteren kloppen niet met de eveneens in het PlanMER aangeleverde data inzake geluidsbelasting en afstand en ook niet met de in de realiteit gemeten geluidscontouren. De geluidscontouren in het PlanMER geven consequent een te korte afstand aan tot de geluidsnorm 45 dB Lden en 42 dB Lden. Dit betekent dat het aantal geluidsgevoelige objecten consequent veel te laag wordt gedocumenteerd. 3.
In tegenstelling tot wat beweerd wordt in het PlanMER is op de data in de Technische bijlage van het PlanMER te zien dat laagfrequent geluid in hogere mate aanwezig is bij hogere windturbines en op kortere afstand. Dit gegeven wordt bevestigd in een recent artikel (zie hieronder). Op basis van de data in de Technische bijlage van het PlanMER moeten we concluderen dat er cruciale fouten zijn gemaakt in het PlanMER bij de interpretatie van de berekeningen. De bewering dat op 350 meter van woningen de geluidsnorm van 45 dB Lden gehaald kan worden, wordt hierdoor onderuitgehaald. Als gevolg van de foutieve interpretaties in het PlanMER heeft een sterke onderschatting plaats gevonden van het aantal (ernstig) gehinderden op de onderzoeklocaties in Amsterdam Zuidoost. We moeten concluderen dat deze locaties niet geschikt zijn voor plaatsing van windturbines en dat nader onderzoek door initiatiefnemers niet tot andere conclusies zal leiden. We verzoeken het college de beslissing inzake de aanwijzing van Amsterdam Zuidoost als zoekgebied op te schorten en een contra-expertise door een derde partij te laten uitvoeren en de nieuwe bevindingen voor te leggen aan de gemeenteraad.
1
Hieronder zullen we onze bevindingen nader toelichten. Tijdens de raadsvergadering van 11 december 2024 heeft wethouder Dirk de Jager met nadruk gesteld “dat het college van Amsterdam zorgvuldig omgaat met de gezondheid van haar burgers. Dat om deze reden de 45 dB Lden geluidsnorm door het college gehanteerd zal worden. Dat deze norm scherper is dan landelijk gehanteerd wordt. Dat deze norm is vastgesteld door de WHO, een geautoriseerde, betrouwbare organisatie. Dat het college het om deze reden verantwoord vindt van deze norm uit te gaan en dat mochten er zich in de toekomst wijzigingen voordoen, het college zich daartoe zal verhouden” en dat: ”In het collegeakkoord is gesteld dat we het potentieel aan windenergie in Amsterdam willen benutten ‘zonder dat hierdoor onaanvaardbare gezondheidsrisico’s ontstaan of de natuur te veel wordt belast’ ”. De WHO-norm van 45 Lden staat ter discussie ten eerste vanwege het feit dat het een voorwaardelijke aanbeveling is en ten tweede omdat deze internationale norm niet zonder meer van toepassing kan worden verklaard op de stedelijke omgeving van Amsterdam. Het is daarom onbegrijpelijk dat het college niet uitgaat van de standaardwaarde van 42 Lden, zoals die is voorgesteld door de door het college ingestelde Expertgroep Gezondheid specifiek voor de Amsterdamse grootstedelijke omgeving.
De Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur vereisen een gedragen motivering wanneer wordt afgeweken van de adviezen van experts. 1. Wat betekent de 45 èn 42 dB Lden norm precies voor de plaatsing van windturbines in Amsterdam Zuidoost? We hebben vervolgens in het PlanMER, dat door wethouder Dirk de Jager en o.a. de raadsleden Geert Noordzij (PvdA), Rob Hofland (D’66) en Imane Nadif (GL) een zorgvuldig rapport met betrouwbaar onderzoek wordt genoemd, onderzocht wat de 45 èn 42 dB Lden norm precies betekent voor de plaatsing van windturbines in Amsterdam Zuidoost. Op pagina 53 van het PWA wordt gesteld dat zo lang de nieuwe landelijke normen nog niet in werking zijn, in lijn met het advies van de Expertgroep Gezondheid gestreefd wordt naar een grenswaarde van 45 dB Lden en een standaardwaarde van 42 dB Lden. Het PlanMER dat de basis vormt voor het PWA, moet aantonen dat er in Zuidoost windturbines geplaatst kunnen worden zonder onaanvaardbare gezondheidsrisico’s en te grote belasting van de biodiversiteit van de natuur, de NNN gebieden die vallen onder de Diemerscheg. Aan de hand van een paar basisgrafieken uit de Technische bijlage tonen we aan de hand van de 45 dB Lden geluidsnorm van het college en de standaardwaarde van 42 dB Lden hoe keuzes richting ‘aanvaardbare’ gezondheidsrisico’s kunnen worden gemaakt. 2.
Geluidsbelasting, afstand en ashoogte We gebruiken hiervoor een paar basisgrafieken uit de Technische bijlage van het PlanMER. De rode lijnen zijn door ons toegevoegd. Figuur 12 (Technische bijlage bij PlanMER d.d. 3 april 2024) toont het geluidsniveau per toetspunt voor verschillende bodems voor de Nordex N163 (120 meter ashoogte). Om aan 45 dB Lden te voldoen, moet het toetspunt bij de meest gunstige bodemreflectie minimaal meer dan 600 meter van de turbine verwijderd zijn en voor 42 dB Lden minimaal 800 meter van de turbine.
2
Kijken we naar Figuur 13, waar de relatie tussen ashoogte, afstand tot windturbine (toetspunt) en geluidsbelasting in beeld is gebracht, zien we dat voor de windturbine met de kleinste ashoogte (93 meter) een afstand van 600 meter moet worden aangehouden en voor de hoogste turbine van 160 meter een afstand van 750 meter om te kunnen voldoen aan de geluidsnorm van 45 dB Lden. In het geval van 42 dB Lden gelden afstanden van circa 820 en 1000 meter.
In Figuur 14 representeert de zwarte lijn de Nordex N163/6.X (ashoogte 164 meter). In de titel van Figuur 14 staat dat de geselecteerde windturbines dezelfde ashoogte hebben. Kijken we echter in de tabellen 1 en 14 in het PlanMER Technische bijlage inzake Referentie-windturbinetypen en
3
gebruikte windturbinetypen, dan blijkt dat deze windturbines verschillende ashoogten hebben, namelijk tussen 75 en 164 meter. Op basis van deze figuur kan daarom niet gesteld worden dat verschillende typen windturbines verschillen in geluidsbelasting (circa 3 DB Lden), zoals de opstellers van het PlanMER suggereren. Onder 5.2.3.1 in het PlanMER wordt onder geluidsreducerende maatregelen gesteld: “er zit veel verschil tussen windturbines van een bepaalde afmetingsklasse (3-4 dB). Door een stil type te kiezen is het mogelijk om de geluidseffecten van een opstelling te mitigeren.” Op basis van de foutieve onderzoeksresultaten in de Technische bijlage van het PlanMER, zoals door ons uiteengezet met betrekking tot Figuur 14, is het vooralsnog een raadsel hoe men een geluidsreductie van 3-4 dB denkt te bereiken door te kiezen voor een ander type windturbine. Mocht dit kunnen, dan zal dit eerst door deugdelijk onderzoek aangetoond moeten worden.
Tabel 14: Gebruikte windturbinetypen in akoestisch onderzoek Klasse
Type
Fabrikant
RD
Ashoogte
Lw, max
Lden
Haven Klein Midden Hoog
SWT-3.0-108 V126 3.8 N149 5.X V172 7.2
Siemens Vestas Nordex Vestas
108 126 149 172
75 83 137 154
107 105 105,6 106,9
101,1 100,1 102,3 104,3
4
Voor de afmetingsklassen ‘Haven’ en ‘Midden’ zijn andere typen gekozen dan voor de andere milieuthema’s gebruikt zijn. Voor klasse ‘Haven’, omdat de V110 uitzonderlijk luid is, en voor klasse ‘Midden’, omdat de V150 uitzonderlijk stil is (blz. 21 PlanMER Technische bijlage). Conclusie: Op basis van de data in het PlanMER kan gesteld worden dat afhankelijk van de ashoogte een afstand van 600 meter tot 750 meter aangehouden moet worden om te kunnen voldoen aan de geluidsnorm van 45 dB Lden. In het geval van 42 dB Lden gelden afstanden van circa 820 tot 1000 meter, ook weer afhankelijk van de ashoogte. Hoe hoger de ashoogte is, des te verder de windturbine van woningen moet worden geplaatst. Of windturbines van verschillende fabrikanten een verschillende geluidsbelasting geven, kan op grond van de data van het PlanMER geen eensluidend antwoord worden gegeven en kunnen geen geluidsreducerende suggesties worden gegeven. 3. Zijn de door het MER berekende afstanden met betrekking tot geluidsbelasting vergelijkbaar met die in de realiteit? Om te toetsen of de in het MER berekende afstanden vergelijkbaar zijn met die in de realiteit hebben we gebruik gemaakt van de geluidskaarten van een windturbine van 217 meter tiphoogte in Swifterbant (Atlas Leefomgeving, RIVM_20240301_Geluid_l-den_windturbines_2024.tif). Zie Bijlage 1.
Hieruit kan geconcludeerd worden dat voor windturbines van ongeveer 212 meter tiphoogte op 810 meter afstand de gemiddelde geluidsbelasting 46 dB Lden is. De afstand tot een gemiddelde geluidsbelasting in de realiteit lijkt vergelijkbaar te zijn met de geluidsbelasting die door het MER is berekend (voor ashoogte 147 meter is dit 45 dB Lden op 750 meter). Geconcludeerd kan worden dat voor de grens van 45 dB Lden in ieder geval een afstand van 750 meter tot woningen moet worden aangehouden. Conclusie: De afstanden die met betrekking tot geluidsbelasting gemeten zijn in de realiteit bevestigen de afstanden die in het PlanMER zijn berekend in Figuur 13 in de Technische bijlage. 4. 45 èn 42 dB Lden geluidsnormen en geluidscontouren waarbinnen het aantal omwonenden (geluidsgevoelige objecten) wordt gedocumenteerd Voor het modelleren van geluidscontouren wordt een turbinetype gekozen met de hoogste bronsterkte die waarschijnlijk ook de hoogste energieopbrengst zal hebben. Voor deze turbine wordt dan de 45 èn 42 dB Lden contour bepaald. Daarna wordt binnen die contouren het aantal omwonenden gedocumenteerd (Dit is een zienswijze van de Commissie MER die door het college is geaccepteerd). Als voorbeeld baseren we ons hier op zoekgebied 6A Holendrecht, Figuur 87 in Technische bijlage PlanMER. Hier is een hoge windturbine getekend.
Op grond van de door ons bestudeerde data in het PlanMER weten we dat bij middel en hoge windturbines de geluidsnorm van 45 dB Lden wordt bereikt bij circa 750 meter en die van 42 dB Lden op 1000 meter. Deze waarden zijn bevestigd in de realiteit bij Swifterbant. In Figuur 87 is de geluidscontour voor 45 dB Lden getekend op 350 meter afstand van de windturbine en de 42 dB Lden op circa 500 meter. Een vergelijkbaar patroon zien we bij Diemerscheg (Figuur 84) en Weesperkarspel (Figuur 85). We zijn verbaasd en vooral ontsteld dat in het PlanMER de afstanden van de geluidscontouren tot de windturbines niet overeenkomen met de eveneens in het PlanMER gemaakte berekeningen. Omdat op basis van deze kaarten met
5
geluidscontouren het aantal geluidsgevoelige objecten wordt gedocumenteerd, mag er geen twijfel zijn over de juistheid van de gebruikte geluidscontouren. Zie Bijlage 2. Conclusie: De geluidscontouren die in het PlanMER gebruikt worden om geluidsgevoelige objecten te documenteren kloppen niet met de eveneens in het PlanMER aangeleverde data en niet met de gemeten geluidscontouren in de realiteit. Als gevolg hiervan wordt het aantal geluidsgevoelige objecten sterk onderschat. 5. Relatie tussen laagfrequent geluid, ashoogte en afstand In het PlanMER is ook de relatie tussen laagfrequent geluid en afstand tot een windturbine van 164 meter en tiphoogte 240 meter (Nordex N163/6.X) onderzocht. Laagfrequent geluid bestaat uit zeer lage tonen tussen 20 en 100/125 Hz. Mensen kunnen dit als een bromtoon, dreunen of zoemen ervaren. Laagfrequent geluid wordt gerelateerd aan slecht slapen en concentratieverlies. In het PlanMER wordt gesteld dat de hoeveelheid laagfrequent geluid die windturbines veroorzaken op woningen beperkt is, omdat maar een klein deel van het geluid van windturbines laagfrequent is. En dat het aandeel laagfrequent geluid toeneemt op grotere afstanden (doordat hogere tonen in de lucht worden uitgedoofd). Uit de Figuren 18 en 19 blijkt het tegendeel: op kortere afstanden is er meer laagfrequent geluid. Figuur 18: Lmax vs. LFGmax.
De laagfrequente inmissie (niet A-gewogen) bij afstanden van 500 meter of minder overschrijdt de Vercammencurve (zie Figuur 19). De Vercammencurve wordt gebruikt om hinder ten gevolge van laagfrequent geluid te beoordelen.
6
Figuur 19 Laagfrequente gevelwaarden vs. Vercammenwaarde.
De laagfrequente inmissie (niet A-gewogen) bij afstanden van 500 meter of minder overschrijdt dus de Vercammencurve. In het PlanMER wordt dit resultaat toegeschreven aan het specifieke windturbinetype (Nordex N163/6.X), die relatief veel geluid produceert in 50, 63 en 80 Hz tertsbanden en de wijze van berekenen van de tertswaarden (Technische bijlage, bladzijde 34). Wat betreft de (Nordex N163/6.X) wordt door de fabrikant (https://windenergie-nieuws.nl/19/nederlandprimeur-met-allereerste-nordex-n1636x-windturbine/) gesteld dat deze ‘stiller’ is dan de (Nordex N163/5.X). Voor de geloofwaardigheid van de bewering dat het overschrijden van de Vercammencurve bij afstanden van minder dan 500 meter toegeschreven moet worden aan het relatief hogere geluid in de tertsbanden 50, 63 en 80, zal bewijs geleverd moeten worden. Op basis van het onderzoek van Wang et al. (2024) (https://doi.org/10.3390/en17071609), waarin laagfrequent geluid daadwerkelijk is gemeten in plaats van berekend/geschat, lijkt het aannemelijk dat juist de hoogte van de windturbine de hogere laagfrequente waarden veroorzaakt: “Vanwege de relatief zwakke demping van laagfrequent geluid in de atmosfeer, kan de hogere laagfrequente inhoud van grote windturbines meer hinder veroorzaken voor omwonenden van windparken”, aldus Wang et al. (2024).
Indien de wijze van berekenen niet juist is, moet een andere berekeningswijze worden toegepast. Conclusie: Laagfrequente geluidswaarden zijn hoger bij hogere windturbines en kortere afstand. 6. Zachte waarden en overwegingen Bij de overweging om windturbines te plaatsen zijn ook de zachte waarden zoals natuur, leefomgeving en rechtvaardigheid van belang. We gaan hieronder daar kort op in. Alle Amsterdamse zoekgebieden buiten het Havengebied liggen in de Hoofgroenstructuur. We hebben met zijn allen afgesproken dat de HGS gevrijwaard moet blijven van bebouwing. Juist in grootstedelijk gebied is het een vereiste dat kostbare stukjes groen behouden blijven om een bijdrage te kunnen leveren aan het welzijn en de gezondheid van de inwoners.
7
Toen een nieuw Beleidskader Hoofdgroenstructuur gepubliceerd werd waar de mogelijkheid van bebouwing in werd opgenomen braken er prostesten uit. De protesten resulteerden in een Groenreferendum met als resultaat dat 162.000 Amsterdammers zich uitspraken tegen bebouwing in de HGS. Bij de eerste ProjectMER van een Amsterdams zoekgebied bij de Noorder IJplas bleek dat de natuurwaarden te veel werden aangetast waarop de Provincie Noord-Holland een vergunning weigerde op basis van het ontbreken van een goede ruimtelijke ordening. Ook het advies van de TAC uit 2020 op de RES-plannen was negatief op basis van geen goede ruimtelijke ordening. Windturbines in de Amsterdamse natuur zijn een te grote aantasting ervan en een te grote aanslag op de leefomgeving. Bovendien is plaatsing van windturbines in de hoofdgroenstructuur en de NNN in strijd met de Europese Natuurherstelwet, waarin is vastgelegd dat gebiedseigenaren maatregelen moeten nemen om de biodiversiteit in stedelijk gebied te bevorderen!
Samenvattende Conclusie: 1. Op basis van de data in het PlanMER moet geconcludeerd worden dat pas voldaan kan worden aan het waarborgen van de 45 dB Lden geluidsnorm en daarmee aan de gezondheid van omwonenden, zoals door wethouder Dirk de Jager naar voren is gebracht, bij plaatsing van windturbines op tenminste 750 meter afstand van woningen. Als we uitgaan van de standaardwaarde van 42 dB Lden, zoals is geadviseerd door de Expertgroep Gezondheid, moet een afstand van meer dan 1000 meter worden aangehouden. 2. De geluidscontouren die in het PlanMER gebruikt worden om geluidsgevoelige objecten te documenteren kloppen niet met de eveneens in het PlanMER aangeleverde data en niet met de gemeten geluidscontouren in de realiteit. 3. We willen tot slot opmerken dat we verbijsterd zijn door de vele onjuistheden die we in de Technische bijlage van het PlanMER aangetroffen hebben. Een document waarop belangrijke beleidsbeslissingen voor burgers gemaakt worden, moet volstrekt betrouwbaar, coherent en transparant zijn. Het PlanMER d.d. 3 april 2024 schiet hierin in hoge mate tekort. Uitgaande van: 1.
de stellige beweringen van wethouder Dirk de Jager (GL) en de fractievoorzitters Geert Noordzij (PvdA), Rob Hofland (D’66) en Imane Nadif (GL) dat de Gemeente Amsterdam ter wille van de gezondheid van haar bewoners een geluidsnorm van 45 dB Lden zal hanteren bij de plaatsing van winturbines nabij woningen en 2. het niet kunnen voldoen aan deze geluidsnorm gezien de data in het PlanMER, zoals hierboven door ons uiteengezet, verzoeken we u dringend: 1. het voorgenomen besluit tot het aanwijzen van Amsterdam Zuidoost als gebied om windturbines te plaatsen op te schorten en 2. een contra-expertise door een derde partij, zoals TU Delft Wind Energy Institute of TNO expertisegroep Windenergie, te laten uitvoeren en de nieuwe bevindingen voor te leggen aan de gemeenteraad.
8
Graag ontvangen wij de beantwoording van onze verzoeken binnen de daarvoor gestelde termijn. Vriendelijke groet, XXXXXXXXXXXX, bewoner Amsterdam Zuidoost
XXXXXXXXXX, bewoner Amsterdam Zuidoost
XXXXXXXXXXXXXX, tuinder op volkstuin Linnaeus
XXXXXXXXXXX, bewoner Amsterdam Zuidoost
Een afschrift van dit Raadsadres wordt verzonden aan: College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Amsterdam Provinciale Staten van Noord-Holland GGD Amsterdam Stadsdeel Zuidoost Stadsgebied Weesp Windwiki
9
Bijlage 1: Geluidskaart van een windturbine van 217 meter tiphoogte bij Swifterbant (Atlas Leefomgeving en RIVM_20240301_Geluid_l-den_windturbines_2024.tif)
De afstand van de windturbine het dichts bij Swifterbant bedraagt bij 46 dB ongeveer 810 meter. De windturbines naast de windturbine met afstandsmeting hebben wel enige invloed op de gemeten afstand maar die invloed is beperkt.
10
Bijlage 2 Geluidscontouren van 45 en 42 dB bij Holendrecht, Weesperkarspel en Diemerbos Volgens het PlanMER is de afstand van een windturbine van 212 m tiphoogte bij Holendrecht en Weesperkarspel tot de 45 dB contourlijn ongeveer 350 meter. Volgens ons moet die afstand ten minste 750 m zijn (witte stippen contour).
11
Volgens het PlanMER is de afstand van een windturbine van 145 m tiphoogte in het Diemerbos (Diemerscheg) tot de 45 dB contourlijn ongeveer 330 meter. Volgens ons moet die afstand ten minste 650 m zijn (witte stippen contour). Overigens is hierbij geen rekening gehouden met de geluidscontouren van de windturbines die de gemeente Diemen in de Diemerscheg wil plaatsen.
12