CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Protocol, proces om te komen tot onderstations.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 11 april 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake de Uitbreidingsopgave Amsterdams elektriciteitsnet en het Ontwikkelperspectief Distributienet (VN2024-003379)5.855 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Protocol Proces om te komen tot onderstations

Taskforce Congestie Amsterdam – Protocol – Proces om te komen tot onderstations Van concept bouwenvelop tot goedgekeurd bestemmingsplan

Versie 0.11 17,april 2023

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................... 2 Afkortingen en begrippen ........................................................................................................ 3 1 Inleiding .................................................................................................................................. 4 1.1 Scope en algemene uitgangspunten .............................................................................. 4 1.2.1Versnellingen ten opzichte van het huidige proces ..................................................... 5 1.2.2 Mogelijke extra versnellingsopties (nu nog niet verwerkt in protocol) ...................... 5 2 Planfases ................................................................................................................................ 7 2.1 Algemeen tijdpad ............................................................................................................ 8 2.2 Afwijken van het protocol ............................................................................................. 10 3 Producten en werkzaamheden per fase ..............................................................................

11 Fase 2: Inpassing ................................................................................................................. 11 Activiteiten ....................................................................................................................... 12 Fase 3: Ontwerp .................................................................................................................. 13 Fase 4: Bestemmingsplan ................................................................................................... 14 4 Participatie ........................................................................................................................... 15 4.1 Doel van participatie ..................................................................................................... 16 4.2 Standaard waar kan, maatwerk waar moet ................................................................. 16 4.3 Fases en thema’s ........................................................................................................... 17 4.4 Activiteiten en verantwoordelijkheden ........................................................................ 18 5 Organisatieontwerp .............................................................................................................

20 5.1 Organisatie .................................................................................................................... 20 5.2 Besluitvorming en escalatie .......................................................................................... 21 Bijlagen: .................................................................................................................................. 22 A.

Sjabloon Bouwenvelop ............................................................................................ 22

B.

RACI-matrix .............................................................................................................. 18

C.

Sjabloon Erfpachtovereenkomst ............................................................................. 20

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

2

Versie 0.11 17,april 2023

Afkortingen en begrippen AO: Anterieure overeenkomst. Privaatrechtelijke overeenkomst met afspraken over de bouw van onderstations. Deze is benodigd wanneer de gemeente geen grondpositie heeft. BO: Basisontwerp Bouwenvelop (BE): Een bouwenvelop is een pakket met alle stedenbouwkundige en ruimtelijke uitgangspunten en kaders (inclusief duurzaamheid- en milieueisen). In de bouwenvelop wordt verwezen naar het beleid en dit beleid wordt vertaald naar afspraken (tussen netbeheerder en gemeente) voor de realisatie van een onderstation op een specifieke locatie. Dit is inclusief wat wel en niet kan vanwege de functie en veiligheid van het onderstation. Voor dit protocol geldt dat de bouwenvelop een bijlage is bij een nieuwe erfpachtovereenkomst of anterieure overeenkomst. De bouwenvelop is de basis waarop een bestemmingsplan wordt gewijzigd (indien van toepassing). De bouwenvelop is een product van de gemeente en wordt in afstemming met de netbeheerder opgesteld. BP: Bestemmingsplan CRK: Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Bestaat uit onafhankelijke en ambtelijke deskundigen en adviseert de gemeente Amsterdam over de integrale kwaliteit van de fysieke leefomgeving: stedenbouw, openbare ruimte, cultuurhistorie, welstand en monumenten. De adviseurs worden benoemd door het college van Burgemeester en Wethouders.

Het advies wordt gebruikt als welstandstoets tijdens de aanvraagprocedure voor de omgevingsvergunning. Het advies wordt meegewogen door de gemeenteraad bij besluitvorming over de omgevingsvergunning. Bevoegd gezag kan bij een negatief advies het bestuur vragen de vergunning alsnog te verlenen. DO: Detail Ontwerp EO: Erfpachtovereenkomst IV/Gate 1: Investeringsvoorstel (Liander)/Gate 1 (TenneT). Markeert het einde van de inpassingsfase, en het begin van de ontwerpfase. NSV: Net Structuur Visie OBP: Ontwerp Bestemmingsplan TFCA: Taskforce Congestie Amsterdam

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

3

Versie 0.11 17,april 2023

1 Inleiding Op 9 maart 2022 is het Ontwikkelingskader Energie Voorziening Amsterdam (EVA) 2035 vastgesteld. Tot 2035 worden er ongeveer dertig nieuwe onderstations gebouwd en ongeveer dertien bestaande onderstations uitgebreid. Deze verzwaring van het net moet ertoe leiden dat de netcongestie in Amsterdam wordt opgelost en nieuwe congestie -zo veel mogelijk- wordt voorkomen. Een complexe opgave, waar de netbeheerders, de gemeente Amsterdam en de haven van Amsterdam samen in optrekken. Bouwen van onderstations in de gemeente Amsterdam brengt veel inpassingsvraagstukken met zich mee. Het oplossen van deze inpassingsvraagstukken is tijdintensief, waardoor de noodzaak is ontstaan om de inpassing en daaropvolgende bestemmingsplanprocedure te versnellen. Deze versnelling moet ertoe leiden dat de congestie eerder wordt opgelost en nieuwe congestie zoveel mogelijk wordt voorkomen. In dit protocol is deze aanpak voor een versnelde ruimtelijke inpassing en samenhang met de bestemmingsplanprocedure beschreven. Het is een handleiding en stapsgewijze weergave voor projectmanagers van de gemeente Amsterdam, de netbeheerders TenneT en Liander en de haven van Amsterdam. Het protocol dient versnelling en moet in die geest enkel en alleen zo gebruikt worden dat het de partijen, individueel en in samenwerking, helpt het proces en de te nemen besluiten te versnellen.

Het dient niet als een mal om de exacte stappen en verantwoordelijkheden aan te ontlenen. Op basis van evaluatie van ervaringen uit de praktijk zal dit protocol ook verder worden doorontwikkeld. Het protocol vereist een innige samenwerking tussen partijen en een sterke intentie om tot besluiten te komen. Het protocol zet in op een korter tijdspad met duidelijke stappen en beslismomenten. Dit heeft invloed op de uitvoering van huidige processen binnen de organisaties. Met deze aanpassingen verwachten de partijen dezelfde producten en stappen te kunnen nemen, maar dan in dit kortere tijdspad per locatie.

1.1 Scope en algemene uitgangspunten ▪

▪

▪

▪

Dit protocol start bij de stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing. De locatie is reeds bestuurlijk vastgesteld door het college B&W. Hier hoort ook bij dat er is aangetoond dat het kabeltracé naar het onderstation haalbaar is. De bouw van de onderstations en de concrete voorbereiding van de uitvoering daarvan door de netbeheerders zijn géén onderdeel van dit protocol. Werkzaamheden binnen dit protocol blijven waar mogelijk en nodig door de bestaande projectteams en medewerkers binnen de organisaties uitgevoerd worden. Er wordt gebouwd met bestaande modules, opstelling en samenhang. Voor de inpassing zal het “omhulsel” per locatie worden bepaald. Voor dit omhulsel bestaan op dit moment geen standaarden. Om verder te versnellen zal in de toekomst volgens het principe “Stedelijke standaard, tenzij” worden ingepast. Dit betekent dat netbeheerders starten met inpassing vanuit één of enkele stedelijke standaardontwerpen en dat aan de hand van de welstandseisen bepaald wordt hoe er kan worden ingepast. Het protocol dient de projecten. Hiermee wordt de TFCA een verlengstuk van het project bij ruimtelijk inpassen. Onderdeel van het protocol is ook dat er wordt geëscaleerd naar

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

4

Versie 0.11 17,april 2023

▪ ▪

▪ ▪

▪ ▪

het kernteam, wanneer er op projectniveau niet tijdig tot een oplossing kan worden gekomen. Hier zijn binnen het protocol vaste momenten voor ingepland. Wanneer overleg in het kernteam niet leidt tot een oplossing waar alle partijen achter staan en het knelpunt blijft bestaan, wordt er geëscaleerd naar het bestuurlijk overleg. Voor eisen die niet in de concept bouwenvelop staan, maar gevormd zijn tijdens het inpassingsproces (meerkosten), wordt een kostenverdeling bepaald door de TFCA. Het protocol dient ertoe versneld tot die oplossing en uitwerking daarvan te komen welke technisch functioneel en veilig is en qua inpassing een zo groot mogelijke slagingskans heeft voor goedkeuring door de gemeenteraad (of gemandateerde). Het protocol maakt het hierdoor ook mogelijk om versneld tot de conclusie te komen dat inpassing niet mogelijk is. Het protocol geeft een maximale doorlooptijd van de inpassing weer. Voorafgaand aan een project wordt beoordeeld of sneller doorlopen van de stappen mogelijk is. Hierbij geldt alsnog het protocol, alleen worden de te nemen stappen opnieuw uitgezet in de tijd. Vertraging door bezwaar- en beroepsprocedures zijn niet opgenomen in dit protocol. Huidige wetgeving wordt gehanteerd, dus nog niet de omgevingswet.

De verwachting is dat invoering hiervan de procedures niet zal veranderen maar de voorbereiding ervan gaat mogelijk wat meer tijd vergen, omdat er meer moet worden onderzocht, er andere vragen worden gesteld rond participatie en, omdat de gemeente meer zelf moet doen.

1.2.1Versnellingen ten opzichte van het huidige proces Een belangrijk element van het protocol is het benutten van versnellingsmogelijkheden. Deze kunnen er gezamenlijk voor zorgen dat de duur vanaf de start van de ruimtelijke inpassingsfase tot en met einde van de bestemmingsplanprocedure verkort wordt van 36 naar 21 maanden. De versnellingen betreffen: ▪ Gebruik maken van verschillende standaard formats (sjabloon bouwenvelop en stedelijk(e) standaard ontwerp(en)) om consistentie te waarborgen, eerder duidelijk te krijgen wat de eisen en wensen zijn en er eerder te kunnen escaleren bij afwijking. ▪ Timeboxen van processtappen (maximale tijd voor een bepaalde stap stellen) en specificeren van detailproces van de inpassingsfase om te komen tot besluiten en vastlegging hiervan. ▪ Het protocol over individuele projecten heen laten begeleiden door een onafhankelijke proces manager om het protocol tijdig en efficiënt uit te voeren. Deze persoon werkt in opdracht van de TFCA. ▪ Vroegtijdig betrekken van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) en/of supervisor van gebiedsontwikkeling van de gemeente bij het inpassingsproces. Bij voorkeur de schets al bespreken tussen CRK lid en interne of externe architect. ▪ Betrekken van een architect (intern of extern) bij welstandsniveau gewoon of hoger.

▪ Starten met het opstellen van een concept BP gelijktijdig met het opstellen van de bouwenvelop. Dit is mogelijk als de mate van bestemmen past bij de fases van schets uitwerking. Verdere uitleg over globaal bestemmen volgt in ‘Fase 4: bestemmingsplan’.

1.2.2 Mogelijke extra versnellingsopties (nu nog niet verwerkt in protocol) Er zijn nog enkele versnellingsmogelijkheden geïdentificeerd die later eventueel kunnen worden toegevoegd:

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

5

Versie 0.11 17,april 2023

▪

▪ ▪ ▪

Creëer een stedelijke standaard, met 1 of meer typen station ontwerpen, welke mogelijk in het overgrote deel van de locaties kan worden toegepast. Dit is in afstemming met de C(I)RK. Creëer een groep architecten die kennis opbouwt en vertrouwd is met de bouwkundige en technische eisen die aan een onderstation worden gesteld. Gecoördineerde procedure voor de bestemmingsplan en omgevingsvergunning. Het opstellen van de eerste concept bouwenvelop (zoals bedoeld in dit protocol) met eisen en wensen van de gemeente Amsterdam al voorbereiden tijdens de procedure van het B&W locatiebesluit (vliegende start).

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

6

Versie 0.11 17,april 2023

2 Planfases De TFCA heeft een integraal processchema opgesteld voor de voorbereidingsfase van de realisatie van de onderstations. Voorheen volgde elke partij zijn eigen procedures en waren de werkwijzen voor de ander niet transparant en inzichtelijk. Dit integraal opgestelde processchema is gebruikt als basis voor dit protocol. Hieronder zijn de verschillende voorbereidingsfases benoemd. In dit protocol wordt er vervolgens toegespitst op fases waar de meeste tijdwinst te behalen valt: de inpassing en bestemmingsplan.

Planfasen In het processchema zijn vijf (deels parallel lopende) fasen te onderscheiden. 1) 2)

Fase Locatiekeuze Inpassing

3)

Ontwerp

4)

Bestemmingsplan

Link met de integrale planning Locatie en configuratie Stedenbouwkundig en ruimtelijk inpassen Basisontwerp + definitief ontwerp (Liander) Bestemmingsplanprocedure doorlopen

5)

Omgevingsvergunning

Omgevingsvergunning verkrijgen

Product Haalbaarheidsonderzoek Bouwenvelop Realisatie-/anterieure overeenkomst Basisontwerp IV/Gate 1 BO (Tennet) BO (Liander) Concept BO t/m bouwkundig bestek (Liander) AO/EO Bestemmingsplan Vergunning

Tabel 1: Fasen van het voorbereidingsproces

▪

▪

▪

▪

In fase 1 wordt de locatiekeuze van het onderstation bestuurlijk vastgelegd door het college van B&W. Dit gebeurt na het afronden van een haalbaarheidsonderzoek voor de locatie waarin de technische haalbaarheid en omgevingsaspecten (getoetst o.b.v. modulair bouwen modellen) worden onderzocht, eventueel aan de hand van een variantenstudie. Na afronding van het onderzoek wordt het betreffende stadsdeel geïnformeerd over de haalbaarheid. Nadat een locatie haalbaar lijkt en bestuurlijk is vastgelegd, vormen de aandachtspunten gelijk input voor inpassing door de netbeheerder in fase 2. In fase 2 wordt er gezamenlijk gewerkt aan de ruimtelijke inpassing van het onderstation met als resultaat een bouwenvelop. Bij de start van de fase wordt gebruikt gemaakt van een sjabloon bouwenvelop, zie bijlage A. Hierin zijn de eisen van de gemeente opgenomen op het gebied van ruimtelijke inpassing en duurzaamheid. De netbeheerder beoordeelt in hoeverre de bouwenvelop het project (on)mogelijk maakt. Ook wordt in deze fase afgestemd met een lid van de CRK over de architectonische uitgangspunten. Fase 2 eindigt met een, door de gemeente vastgestelde, bouwenvelop. Wanneer dit niet lukt gaat men een stap terug in het proces, namelijk het vinden van een nieuwe locatie. In fase 3 wordt, door de netbeheerder, na een goedgekeurd IV/Gate 1 voorstel, een basisontwerp opgesteld.

In het geval van Liander valt binnen deze fase ook het definitief ontwerp. TenneT begint na het verkrijgen van een omgevingsvergunning met het detail ontwerp. In fase 4 wordt de bestemmingsplanprocedure doorlopen. Dit gebeurt in dit protocol deels parallel aan de ruimtelijke inpassing en ontwerpfase.

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

7

Versie 0.11 17,april 2023

▪

In fase 5 wordt de omgevingsvergunning aangevraagd en behandeld. De Omgevingsdienst zal van de gemeente opdracht krijgen om de vergunningaanvragen te behandelen. Na afgifte van de omgevingsvergunning wordt ook de eventuele gronduitgifte privaatrechtelijk vastgelegd in een erfpachtaanbieding.

Nadat deze vijf fasen zijn doorlopen kunnen de netbeheerders de voorbereiding van de uitvoering starten (geen onderdeel van dit protocol). Dit protocol spitst zich toe op fase 2 en de parallel lopende delen van fase 3 en 4, aangezien hier de meeste winst te behalen is door middel van protocolleren en parallelliseren. De fasen worden apart behandeld, maar dit betekent niet dat ze volgordelijk zijn. De fasen lopen deels parallel.

2.1 Algemeen tijdpad Figuur 1, te zien op de volgende pagina, geeft het algemene tijdpad van het realiseren van een onderstation weer. Hierin zijn de verschillende planfasen opgedeeld, deze worden weergegeven met grijze blokken.

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

8

Figuur 1: Hoofstappen van het protocol, uitgezet in de tijd (maanden)

Versie 0.9, februari 2023

Toelichting figuur 1 ▪ Voor een aantal van de activiteiten in bovenstaand schema is nog geen doorlooptijd bepaald aangezien ze niet binnen de scope van het protocol vallen (tekenen AO/EO en ontwerpfases Liander en TenneT). Deze zullen per project worden bepaald. Wel is de indicatie dat deze activiteiten in de meerderheid van de situaties passen binnen de hier beschreven tijdslijnen en daarmee niet op het kritieke pad van het protocol liggen. ▪ De projectteams per locatie worden aangestuurd op het succesvol doorlopen van het protocol door een proces manager. Daarnaast biedt het protocol heldere en tijdige beslisen escalatiemomenten en mogelijkheden welke het mogelijk maken om de planning van het protocol te realiseren. ▪ Om te komen tot een gedragen protocol zijn de stappen en taakverdeling binnen het bovenstaande hoofdproces uitgewerkt aan de hand van het RACI-model. Deze is bijgevoegd in bijlage B. De rollen welke hierin nu beschreven staan zijn indicatief en kunnen aan verandering onderhevig zijn. In het protocol zelf wordt daarom gesproken over actoren/partijen per stap.

2.2 Afwijken van het protocol Voorafgaand aan het plannen van en starten met de voorbereiding van projecten wordt onder begeleiding van de proces manager bepaald of en hoe het protocol kan worden gebruikt. Deze stap “0” is een project start up waarin we bespreken (naast o.a. team invulling, relevante externe partijen te betrekken, invulling informeren en participeren): - Of en hoe het protocol sneller kan worden doorlopen - Of er door uitzonderingen meer tijd benodigd is - Of er activiteiten binnen het protocol zijn die niet van toepassing zijn op de locatie, waardoor een andere variant op het protocol nodig is Dit kan het geval zijn bij: 1. Krappe locatie. Hierdoor zijn er beperkte bandbreedtes en marges mogelijk in het bestemmingsplan. Hierdoor moet er sneller naar een basis ontwerp worden gewerkt en is het niet mogelijk om de bestemmingsplan procedure parallel te ontwikkelen met de bouwenvelop. 2. Geen wijziging BP, maar in stedelijk gebied. In deze gevallen zijn er minder inpassingsknelpunten om over af te stemmen te verwachten, maar moet er wel worden voldaan aan de welstandseisen. 3. Industriegebieden. In gebieden, zoals het havengebied, waar plannen wel binnen het bestaande BP passen, maar niet binnen het erfpachtcontract. Hierdoor kan de bouwenvelop eenvoudiger worden opgesteld.

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

10

Versie 0.11 17,april 2023

3 Producten en werkzaamheden per fase In dit hoofdstuk worden de producten en werkzaamheden voor fasen 2 t/m 4 toegelicht. Met name de inpassingsfase (fase 2) is uitgewerkt omdat hier de meeste tijdswinst te behalen valt. De ontwerpfase (fase 3) is niet geprotocolleerd, maar heeft wel stappen die binnen de tijdsperiode van het protocol en de BP-procedure dienen te worden afgerond. Vandaar dat deze stappen wel meegenomen zijn in dit document en ook indirect vallen onder de procesbegeleiding en aansturing.

Fase 2: Inpassing In deze fase wordt er gewerkt aan inpassing van een onderstation op de vastgestelde locatie. De gemeente levert een concept bouwenvelop op. Vervolgens wordt door de netbeheerder onderzoek gedaan of aan alle eisen kan worden voldaan. Hieruit volgt een lijst met inpassingsknelpunten waarvoor de partijen in een gezamenlijk projectteam tot een oplossing pogen te komen. Daar waar binnen het projectteam geen overeenstemming over de oplossing kan worden bereikt worden mogelijke oplossingsrichtingen inclusief hun effecten ter besluit aan het kernteam voorgelegd. Het uiteindelijke voorstel is een product waarin partijen oplossingen hebben gevonden, CRKadvies is afgewogen en eventueel sturing is gegeven door het KT. Hierdoor wordt getrechterd van concept bouwenvelop richting een vastgestelde bouwenvelop die maakbaar en haalbaar is en de grootste kans heeft door de gemeenteraad geaccordeerd te worden. De bouwenvelop zal voor de netbeheerder dienen als basis voor een IV/Gate 1 besluit. Doel: Ruimtelijk en stedenbouwkundig inpassen Standaard tijdsduur: 9 maanden Input: Locatiekeuze vastgesteld door B&W Output: Vastgestelde bouwenvelop Schets versie 1.0 Besluit: Vaststelling BE (Projectmanager Grondzaken (Gemeente)) Organisatie:

Te nemen besluiten:

Door:

Taskforce

Sturing op inpassingsknelpunten (incl. advies CRK)

Kernteam

TenneT

Schets versie 1.0

TenneT AM (input Gate 1)

Liander

Schets versie 1.0

Gemeente Amsterdam

Vaststelling bouwenvelop

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

Opdrachtgever gebiedsontwikkeli ng (directie G&O of stadsdeel)

11

Versie 0.11 17,april 2023

Activiteiten In tabel 2 zijn de activiteiten in de inpassingsfase weergegeven en uitgezet op een tijdsschaal van weken. Daarnaast is de input, output en actor per stap geïdentificeerd. Week 1 2

Activiteit 1. Opstellen concept bouwenvelop

3 4 5 6

2. Beoordelen concept BE

Input ▪ Eisen vanuit gemeentelijk beleid en gebied specifieke kenmerken ▪ Documentatie besluit locatiekeuze ▪ Uitgangspunten en technische randvoorwaarden netbeheerder ▪ Welstandseisen uit welstandsnota ▪ Sjabloon bouwenvelop ▪ Concept bouwenvelop

Output ▪ Concept bouwenvelop

Actor Gemeente*

▪

Punten van overeenstemming Inpassingsknelpunten Met de CRK afgestemde richtlijnen voor architectonische uitwerking

▪ ▪

▪ ▪

Netbeheerders Eventueel Architect(en) (intern/extern) Stedenbouwkundige G&O CRK

Overeenstemming over knelpunten (werksessie) Bijstellen BE eisen en wensen + netbeheerder eisen en wensen ‘omhulsel’ Overgebleven knelpunten (kernteam punten) en te onderzoeken oplossingsrichtingen Schets en toelichting Beoordelingscriteria Advies CRK Onderzoeken afgerond

▪ ▪

Netbeheerders Gemeente

▪ ▪

Netbeheerder Gemeente (waar relevant) CRK

▪ ▪

7 8

9 10 11 12

13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23

3. Bespreken knelpunten & bepalen onderzoeksvragen

▪

▪

Concept Bouwenvelop inclusief, met CRK afgestemde, richtlijnen voor architectonische uitwerking Verzamelde knelpunten vanuit de verschillende partijen

▪

▪

▪

▪ ▪ 4. Onderzoek Maand 1&2: Onderzoek & CRK ▪ t.b.v. overeen- advies ▪ gekomen inpassingsInput: knelpunten + ▪ Knelpunten Opstellen ▪ Te onderzoeken voorstel voor Oplossingsrichtingen Kernteam ▪ Schets Maand 3: Uitwerking resultaten & impact analyse Input: ▪ CRK-advies Onderzoeksresultaten

▪

▪

▪

Knelpunten en oplossingsrichtingen uitgewerkt (in samenhang waar dit besluitvorming vergemakkelijkt)

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

12

Versie 0.11 17,april 2023

Week 24

Activiteit

Input

25 26

Maand 4: finaliseren oplossingsrichtingen en validatie

27 28 29 30 31 32 33 34 35 36

5. Keuze door KT

6. Verwerken eventuele wijzigingen vanuit KT

Input: ▪ Onderzoeken ▪ Oplossingsrichtingen ▪ Impact analyse ▪ Voorstel BE inclusief (oplossing)schetsen

▪

KT-input

Output ▪ Impact analyse op de kosten, planning (oplevering IBN), omgevingseffecten en uitvoeringsrisico’s ▪ Validatie op techniek ▪ Keuze definitieve oplossingsrichtingen ▪ Voorstel BE inclusief (oplossings)schetsen

Actor

▪

Afgerond definitieve bouwenvelop

▪ ▪

▪

Definitieve ▪ bouwenvelop Eventueel ter info naar KT/BO

KT Wanneer nodig escaleren BO

Gezamenlijk

37

Tabel 2: Hoofstappen van het protocol in de tijd uitgezet *Gebied/project team stadsdeel/G&O in samenwerking met projectteam EVA De rollen en verantwoordelijkheden binnen dit protocol zijn, ter naslag, maar indicatief, in een RACI (Responsible, Accountable, Consulted, Informed) matrix opgenomen en zijn te vinden in bijlage B.

Fase 3: Ontwerp Deze fase start met het goedkeuren van investeringsvoorstellen binnen de netbeheerders. Goedkeuring maakt budget beschikbaar om het basis ontwerp te maken (TenneT). Bij Liander wordt er in deze periode een concept DO en bouwkundig bestek opgesteld. Deze ontwerpen dienen klaar te zijn gelijktijdig aan dat het bestemmingsplan is vastgesteld. Deze ontwerpstappen vallen niet binnen de versnelling die het protocol beschrijft, maar dienen wel afgerond te zijn binnen het tijdsbestek van het protocol. Doel: Basisontwerp/concept DO opleveren Standaard tijdsduur: 9-15 maanden Input: Vastgestelde Bouwenvelop Output: BO (TenneT), Concept DO & Bouwkundig bestek (Liander) Gezamenlijk besluit: Geen gezamenlijk besluit in deze fase

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

13

Versie 0.11 17,april 2023

Organisatie: Te nemen besluiten:

Activiteit/product

TenneT

Budget voor BO organiseren Basisontwerp opstellen Budget organiseren Basis Ontwerp opstellen Concept DO opstellen Bouwkundig bestek opstellen Toetsing ontwerpproducten netbeheerder

Liander

Gemeente Amsterdam

Gate 1 Basisontwerp Investeringsvoorstel (IV)

n.v.t.

Fase 4: Bestemmingsplan In deze fase laat de netbeheerder, op basis van de informatie die gedurende de inpassingsfase, iteratief, wordt verzameld, een concept bestemmingsplan opstellen. Zoals in paragraaf 1.2.1 benoemd, kan met het gelijktijdig starten van het opstellen van het BP en de bouwenvelop versnelling behaald worden, omdat dan beide processen parallel plaatsvinden. Dit is de meest wenselijke procedure maar deze vereist nauwgezette afstemming tussen gemeente en netbeheerder. Van geval tot geval zal aan het begin van het proces gezamenlijk bepaald worden of de aanpak met een voorontwerp-bestemmingsplan met tamelijk ruime mogelijkheden, dat in de bestemmingsplanprocedure tot en met de vaststelling vervolgens ingeperkt wordt, haalbaar is. Als ingeschat wordt dat dat niet haalbaar is, omdat de wijzigingen niet meer van ondergeschikte aard zullen zijn, wordt zo nodig teruggevallen op de procedure omgevingsvergunning afwijkend gebruik om onnodige vertraging in de bestemmingsplanprocedure te voorkomen. Dit concept bestemmingsplan, met daarin alle informatie uit de vastgestelde bouwenvelop verwerkt, kan vervolgens gebruikt worden voor toetsing. De gemeente voert deze toetsing uit, en begeleidt het vervolgens parallel aan de ontwerpfase, door de bestemmingsplanprocedure. Tijdens de ontwerpfase en de bestemmingsplanprocedure is een nauwe informatie-uitwisseling nodig.

Wanneer er geen mogelijkheid is tot binnenplans afwijken kan ook de uitgebreide voorbereidingsprocedure worden gebruikt. Tijdens de ter visie legging van het bestemmingsplan start het participatietraject. De aanpak hiervan is projectafhankelijk en wordt in de project start up samen vormgegeven. Er is maatwerk nodig per stadsdeel. Gezamenlijk doel: Vaststelling bestemmingsplan Standaard tijdsduur: 21 maanden (inclusief concept BP) Input: Punten van overeenstemming en inpassings-knelpunten (t.b.v. onderzoeken voor concept BP) Oplossingsschets (t.b.v. toetsing bestemmingsplan) Vastgestelde bouwenvelop (t.b.v. toetsing bestemmingsplan) Output: Vastgesteld bestemmingsplan Besluit gezamenlijk: n.v.t.

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

14

Versie 0.11 17,april 2023

4 Participatie (Versie 0.3) De stappen in dit protocol versnellen de ruimtelijke inpassing van elektriciteitsstations. Daarmee verandert echter niets aan de grote impact op de openbare ruimte en de leefwereld van Amsterdammers. Iedereen in Amsterdam gaat hier iets van merken en vinden: van de bouwwerkzaamheden, wegomleidingen en tijdelijke overlast tot de nieuwe elektriciteitsstations en kabels in de straat, of misschien zelfs voor de deur. Voor nieuw beleid en nieuwe plannen (zoals omschreven in de omgevingsvisie) hanteert de gemeente Amsterdam het uitgangspunt dat zij deze zo veel mogelijk samen met de stad maken. Ook de netbeheerders vinden het betrekken van bewoners in hun verzorgingsgebied belangrijk. Participatie speelt dan ook een cruciale rol bij het maken en uitvoeren van plannen. Het beleidskader Participatie van de gemeente Amsterdam kent verschillende niveaus van participatie. Meeweten (informeren) wordt door sommige andere gemeentes communiceren genoemd. In dit perspectief volgen we de terminologie van de gemeente Amsterdam. Beleidskader Het beleidskader Participatie van de gemeente Amsterdam onderscheidt verschillende niveaus van participatie. Communicatie is onderdeel van participatie (meeweten). Daarom gebruiken wij in dit document alleen de term participatie. 1.

Meeweten (informeren) De gemeente informeert Amsterdammers over nieuw beleid, een nieuw plan of nieuwe regelingen. Amsterdammers krijgen inzage in de (openbare) informatie waar ze naar vragen. 2. Meedenken (raadplegen en adviseren) De gemeente vraagt betrokkenen om advies. Amsterdammers kunnen de gemeente ideeën of suggesties meegeven. 3. Meebepalen (meebeslissen) Amsterdammers beslissen mee over het beleid of het project. 4. Meewerken (co-creatie) Amsterdammers werken mee aan het beleid of project. Voor en met wie Vanuit de gemeente Amsterdam is participatie voor en met bewoners, bedrijven en organisaties. Ook wordt de term belanghebbenden gebruikt. De netbeheerders spreken over participatie met en voor stakeholders, waarbij klanten, de omgeving maar ook maatschappelijke organisaties worden bedoeld. In dit protocol zijn omwonenden de primaire doelgroep van participatie. Ook wordt ruimte geboden voor maatschappelijke organisaties die mee willen denken vanuit hun eigen doelstelling.

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

15

Versie 0.11 17,april 2023

4.1 Doel van participatie Participatie draagt bij aan de doelstelling van het beleid: het tijdig en ruimtelijk inpasbaar uitbreiden of bouwen van elektriciteitsstations. In deze opgave richt participatie zich op het maken van betere plannen, het genereren van begrip bij bewoners en ondernemers voor de opgave en het vergroten van de legitimiteit van het handelen van (semi)publieke instellingen in de openbare ruimte. De uitgangspunten die we hierbij hanteren zijn: • • • • • • •

Tijdig en volledig en proactief informeren over wat er gaat veranderen in hun buurt Duidelijkheid over in welke mate bewoners invloed kunnen hebben op (onderdelen van) deze verandering In vroeg stadium in gesprek gaan met betrokkenen. Zo is er ruimte om hun wensen en zorgen aan te horen en indien mogelijk op te lossen Transparantie: het participatieplan is openbaar Alle informatie die volgens de wet openbaar is, is beschikbaar Beleid en maatregelen zijn uitlegbaar (waarom en hoe) en in begrijpelijke taal, afgestemd op de betrokkenen Iedereen die wil moet het planproces kunnen volgen en mee kunnen doen.

4.2 Standaard waar kan, maatwerk waar moet Op basis van de behoeftes van de projectteams ontwikkelen we standaardformats voor participatieproducten. Deze worden als bijlagen aan dit protocol toegevoegd. Dit betekent dat voor elk project en elke activiteit waar nog geen standaard format bestaat, deze in gezamenlijkheid wordt gemaakt door de experts van de gemeente en netbeheerders. De nieuwe formats worden na gezamenlijke vaststelling toegevoegd aan de toolkit in Tamtam. Zodra de locatiekeuze bekend is, wordt een projectmanager bij de gemeente aangewezen en een omgevingsmanager van de netbeheerder(s). Deze zijn verantwoordelijk voor het maken van het eerste participatieplan voor het betrekken van de buurtbewoners. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een standaardparticipatieplan . Deze wordt gedurende het project aangevuld en bijgewerkt. In dit document wordt per thema het vereiste participatieniveau benoemd. De projectteams kiezen vervolgens zelf wat zij daarbij nodig hebben. Een goede bewonersbrief en een online informatiepagina zijn altijd nodig. Maar in de ene buurt werkt een grote informatiemarkt beter en in de andere buurt een informeel spreekuur. Elk projectteam krijgt de ruimte om adequaat in te spelen en te reageren op wensen en mogelijke zorgen uit de buurt.

Bij het gebruik van de standaardproducten, of de ontwikkeling van nieuwe formats, krijgen zij ondersteuning van de professionals van de gemeente en de netbeheerders. Zo wordt participatie georganiseerd op een manier waar alle partijen achter staan en borgen we de kwaliteit van de verschillende formats.

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

16

Versie 0.11 17,april 2023

4.3 Fases en thema’s De planvorming van de (ver)bouw van een elektriciteitsstation bestaat uit een aantal fases. Per fase zijn er verschillende onderwerpen waarover omwonenden goed geïnformeerd moeten worden en bij betrokken kunnen zijn: •

•

• • • •

Locatiekeuze: op basis van de beoogde netarchitectuur biedt de gemeente een of enkele voorkeurslocaties aan. De netbeheerder onderzoekt daarna welke locatie haalbaar is. Deze haalbare locatie wordt bestuurlijk vastgelegd. Inpassing: De eisen en wensen voor de ruimtelijke inpassing worden kenbaar gemaakt. D netbeheerder(s), gemeente en welstandscommissie werken gezamenlijk een ontwerp uit wat aan alle eisen en verdere belangen recht doet. Bestemmingsplan: Op basis van het ontwerp wordt een procedure opgestart om een bestemmingsplan te toetsen of te wijzigen. Ontwerp : Gedurende deze procedure werkt de netbeheerder het ontwerp verder uit tot een definitief ontwerp. Omgevingsvergunning: Wanneer het bestemmingsplan akkoord is en het ontwerp gereed, wordt de omgevingsvergunning aangevraagd Voorbereiding en uitvoering: Zodra de omgevingsvergunning verkregen is start de netbeheerder de voorbereiding van de realisatie van het station en volgt ook de realisatie zelf.

Thema Locatiekeuze

Niveau van Participatie Meeweten

Ruimtelijke inpassing op het terrein

Meedenken

Ontwerp station (uiterlijk)

Meedenken

Ontwerp publieke ruimte rondom station

Meedenken

Voorbereiding en Uitvoering

Meeweten

Participatie en Communicatie

Meedenken

Bestemmingsplan

Informeren over formele inspraak: Zienswijze indienen, bezwaar en beroep

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

17

Versie 0.11 17,april 2023

Locatiekeuze De locatiekeuze gaat vooraf aan de ruimtelijke inpassing. In een eerder stadium (het ontwikkelingskader ‘Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035’) is al besloten dat hiervoor geen ruimte is voor Amsterdammers om mee te denken. Daarvoor het proces te complex . Op basis van de beoogde netarchitectuur biedt de gemeente een of enkele voorkeurslocaties aan . De netbeheerder onderzoekt vervolgens welke locatie haalbaar is. Vervolgens wordt de haalbare locatie bestuurlijk vastgelegd . Omwonenden worden hierover tijdig en volledig geïnformeerd: er wordt uitgelegd waarom een bepaalde locatie is gekozen is en welke argumenten hierbij leidend waren . Ruimte inpassing Ontwerp station en publieke ruimte en participatie Zowel bij de ruimtelijke inpassing op het terrein, het groen dat daaromheen wordt geplant, het uiterlijk van het station en de (mogelijke) publieke ruimte om het station, is het goed om bewoners in een vroeg stadium te betrekken bij de planvorming. Dit kan middels een (digitale en/of fysieke) bijeenkomst waarin de omwonenden worden uitgenodigd om zich te informeren, vragen te stellen en mee te denken. Dit maakt in vroegtijdig stadium zichtbaar waar de wensen en zorgen van bewoners over gaan en hoe deze door het projectteam geadresseerd kunnen worden.

Deze bijeenkomsten zijn ook een goed moment om omwonenden te vragen hoe zij op de hoogte willen blijven, waarover zij informatie willen krijgen en hoe ze betrokken willen zijn bij het project. In deze fases organiseert de netbeheerder samen met de gemeente meerdere (digitale en/of fysieke) vervolgbijeenkomsten. Het doel is omwonenden informeren en ideeën op te halen voor het verbeteren van het plan . Voorbereiding en uitvoering Zodra de voorbereidingen van de bouw beginnen, worden bewoners op een toegankelijke wijze geïnformeerd over de geplande activiteiten, de mogelijke overlast en wat zij kunnen doen wanneer ze vragen, zorgen of klachten hebben. Tijdens alle werkzaamheden is er altijd een contactpersoon beschikbaar. Ook kan de Bouwapp worden ingezet. Bestemmingsplan Alle bewoners worden tijdig en volledig geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze of een bezwaar/beroep.

4.4 Activiteiten en verantwoordelijkheden Fase

Activiteiten Participatie

Locatiekeuze

Publiceren locatie Aanwijzen projectmanager (gemeente) en omgevingsmanager (netbeheerder(s)) Maken en publiceren participatieplan Omgeving informeren over waarom keuze Omgeving informeren over concept ruimtelijke inpassing

Inpassing

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

Extern Intern

Verantwoordelijk heid Gemeente Gezamenlijk

Intern Extern

Gezamenlijk Gezamenlijk

Extern

Netbeheerder

18

Versie 0.11 17,april 2023

Omgeving uitnodigen om mee te denken in bijeenkomst Q en A opstellen Overleg over veranderingen plan door suggesties omgeving Omgeving informeren over reactie suggestie en effect op plan Ontwerp Omgeving informeren over concept ontwerp Omgeving uitnodigen om mee te denken in bijeenkomst Overleg over veranderingen ontwerp door suggesties omgeving Omgeving informeren over reactie suggestie en effect op plan Participatie Bij bijeenkomsten wordt altijd gevraagd om suggesties voor betere communicatie of participatie activiteiten Omgevingsvergu Omgeving informeren over hun nning rechten Voorbereiding Omgeving informeren over planning bouw Uitvoering bouw Omgeving informeren over contact bij bouwoverlast

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

Extern

Gezamenlijk

Intern Intern

Gezamenlijk Gezamenlijk

Extern

Gezamenlijk

Extern

Netbeheerder

Extern

Gezamenlijk

Intern

Gezamenlijk

Extern

Gezamenlijk

Extern

Gezamenlijk

Extern

Gemeente

Extern

Netbeheerder

Extern

Netbeheerder

19

Versie 0.11 17,april 2023

5 Organisatieontwerp Het protocol dient als hulpstuk van de bestaande projectteams vanuit de partijen. Uitvoering van de stappen vindt plaats binnen de projecten en door dezelfde mensen die nu ook deze rol invullen. De projectteams hebben nu echter in de vorm van de taskforce een middel om met elkaar aan het realiseren van tijdslijnen te werken en hebben een manier om discussies en producten eerder te beslechten. Het protocol is er op gericht inpassing transparanter, beter afgewogen en sneller af te ronden.

5.1 Organisatie De organisatie blijft gelijk aan de huidige organisatie van de projectteams. Dat betekent, afgeleid van de samen ingevulde RACI, dat de volgende partijen in hoofdlijnen de volgende rollen en verantwoordelijkheden op het protocol inzetten (buiten de benodigde locatie specifieke expertise). Verdere gedetailleerde toelichting op de rollen wordt hier niet beschreven, omdat dit bestaande rollen met rolbeschrijvingen zijn binnen de eigen organisaties en deze ook aan verandering onderhevig kunnen zijn. Organisatie:

Rollen:

▪ ROM-strateeg ▪ Projectontwikkelaar ▪ Architect bouwkundige engineering Liander ▪ Omgevingsmanager ▪ Tactisch asset manager ▪ Architect bouwkundige engineering Gemeente ▪ Projectmanager gebiedsontwikkeling / stadsdeel Amsterdam ▪ Stedenbouwkundige gebiedsontwikkeling / stadsdeel ▪ Supervisor / kwaliteitsteam Onafhankelijk ▪ CRK (lid) Om de tijdslijnen van het protocol te bewaken en de projectteams te helpen en ontlasten met het nemen van beslissingen wordt er in de vorm van een proces manager een onafhankelijke rol toegevoegd aan de TFCA. TenneT

Organisatie:

Rollen:

TFCA

▪

▪

Proces manager, verantwoordelijk voor: o Beoordeling waar het protocol in welke vorm wordt toegepast o Sturing op uitvoering van het protocol over de locaties/projecten heen o Adviserend aan projectteams over het protocol o Adviserend aan Taskforce over de vraagstukken binnen locaties o Tijdig besluiten organiseren binnen tijdslijnen protocol o Escaleren richting Taskforce wanneer tijdslijnen (dreigen te) worden gemist Rapporterend aan het kernteam

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

20

Versie 0.11 17,april 2023

5.2 Besluitvorming en escalatie Om besluitvorming gestructureerd en snel plaats te laten vinden zijn er besluit- en escalatielijnen ingericht voor ondersteuning van de projectteams, zie figuur 2.

Bestuurlijk Overleg

Kernteam

2

3

Werkstroom Lead 2

2

Proces manager 1

Projectteams Figuur 2: Besluit en escalatielijnen 1. Projectteams gebruiken de procesmanager om besluitvorming te organiseren in de volgende gevallen: a. Wanneer organisaties de eigen processtappen binnen het protocol niet binnen de tijdslijnen van het protocol afronden b. Wanneer discussies niet binnen de tijdslijnen van het protocol beslecht worden c. Wanneer besluiten volgens het protocol door de TFCA genomen moeten worden 2. De Procesmanager gebruikt het kernteam en de werkstroom lead voor besluitvorming in de volgende gevallen: a. Rapporteren en beweging creëren ten behoeve van processtappen die niet binnen de tijdslijnen van het protocol worden afgerond b. Wanneer de procesmanager het projectteam niet kan helpen om de discussies te beslechten binnen de tijdlijnen van het protocol c. Bij besluiten die volgens het protocol door de TFCA genomen moeten worden 3. Het kernteam gebruikt het Bestuurlijk Overleg wanneer: a. Rapporteren en beweging creëren ten behoeve van processtappen die niet binnen de tijdslijnen van het protocol worden afgerond b. Wanneer het kernteam niet het mandaat heeft of niet tot overeenstemming komt over een te nemen besluit

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

21

Versie 0.11 17,april 2023

Bijlagen: A. Sjabloon Bouwenvelop Zie bijgevoegd PDF document genaamd: ‘Bijlage A: sjabloon bouwenvelop’.

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

22

Versie 0.9, februari 2023

B. RACI-matrix Om de beschreven stappen te beheren is gezamenlijk een RACI-model gecreëerd. Dit model geeft per deelproces weer welke functie Responsible, Accountable, Consulted of Informed is. Het resultaat hiervan is dat elke stap een duidelijke eigenaar heeft en geeft ook aan wie er verder bij betrokken zijn. Per project zal de rolverdeling op maat worden uitgewerkt passend bij de specifieke situatie. Daarom dient dit model dient als hulpmiddel, het is niet in beton gegoten. De ingevulde RACI is te zien in figuur 3 op de volgende bladzijde.

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

18

Versie 0.9, februari 2023

Figuur 3: RACI-model

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

19

Versie 0.9, februari 2023

C. Sjabloon Erfpachtovereenkomst De erfpacht is per locatie verschillend. Wel wordt er uitgegaan van 7 erfpachtvoorwaarden, deze zijn: In het erfpachtcontract staan de rechten en plichten van de grondeigenaar (de gemeente) en de gebruiker van de grond (de erfpachter). De belangrijkste elementen in het contract zijn: Gegevens van de erfpachter Locatie van de in erfpacht uitgegeven grond (met de coördinaten van het terrein en het vastgoed – die coördinaten willen nog wel eens wijzigen in de VO- en DO-fase) Kadastrale gegevens Canon (de vergoeding die u betaalt voor het gebruik van de grond), looptijd en tijdvak Omschrijving van bebouwing en gebruik Algemene en bijzondere bepalingen

PROTOCOL ONDERSTATIONS | TASKFORCE CONGESTIE AMSTERDAM

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13972511/1