2. Programmarapportage Q1-2021 Gebruiksmelding Oostlijn.pdf
Tekst van het document
Programmarapportage Q1-2021 Gebruiksmelding Oostlijn
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
Validatie en autorisatie Document
Q1-2021 rapportage programma gebruiksmelding Oostlijn
Opgesteld door
Programma Gebruiksmelding Oostlijn
Dossier
14. AO&I/Programma Gebruiksmelding Oostlijn 01 Scope
Documentnr.
CEB/OVG/26093
Versie document
1.2
Status
Definitief
Datum
26-5-2021
Omschrijving en toelichting versie
Datum
Versie
Versie ter agendering voor MT E&B
23-04-2021
0.1
Versie ter agendering voor DT MET
06-05-2021
1.0
Versie ter vrijgave door het DT MET
18-05-2021
1.1
Aanpassing n.a.v. DT MET
26-05-2021
1.2
Datum
Versie
Omschrijving review
Gecontroleerd door
Gereviewd door
Goedgekeurd door Vrijgegeven door
Vastgesteld door
Naam Functie Handtekening
Datum
2
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
Programmarapportage Q1-2021 Gebruiksmelding Oostlijn
Dossier Documentnummer
14. AO&I/Programma Gebruiksmelding Oostlijn 01 Scope CEB/OVG/26093
3
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
Management letter
Eerste kwartaal 2021
De Raad heeft in februari 2021 ingestemd met het aangevraagde krediet (ter grootte van € 29,9 miljoen) dat benodigd is voor het afronden en integreren van alle (veiligheids)systemen in de Oostlijntunnel. Bij de behandeling is toegezegd om over de voortgang van de werkzaamheden regelmatig te rapporteren. Dit doen we in bijgaande rapportage. De rapportage is opgesteld door het programmateam gebruiksmelding Oostlijn dat is ingericht binnen MET om de realisatie activiteiten in samenhang te managen. In deze management letter belichten we de belangrijkste punten uit de rapportage. Sinds 2008 is de brandveiligheid van de Oostlijn sterk verbeterd. Door verschillende projecten zijn bouwkundige en installatietechnische verbeteringen doorgevoerd. Toch wordt nog niet op alle aspecten voldaan aan de wet. In de rapportage worden verschillende aspecten onderscheiden. In deze managementletter belichten we de 2 belangrijkste aspecten. 1. Bewijsvoering van brandveiligheid 2. Integratie van alle aangebrachte voorzieningen en koppeling aan de systemen van de verkeersleiding van GVB (project ISA) Daarna gaan we nog in op de volgende onderwerpen: 3. Samenhang tussen bewijsvoering en uitvoering van project ISA 4. Samenwerking met Omgevingsdienst en Brandweer Ad 1.
Bewijsvoering van brandveiligheid Als eigenaren van bouwwerken voldoen aan alle voorschriften van het Bouwbesluit gaat de wetgever ervan uit dat een gebouw voldoende brandveilig is. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om compartimentering waardoor brandontwikkeling wordt vertraagd. Doel is om aanwezigen de gelegenheid te geven op tijd te vluchten. In bijzondere gebouwen, zoals metrostations, is redelijkerwijs niet aan de voorschriften te voldoen. Zo kan een perron niet gecompartimenteerd worden in afgesloten ruimten. De wet staat afwijking van de voorschriften toe. Het is dan aan de eigenaar om te bewijzen dat wel een vergelijkbaar veiligheidsniveau wordt gehaald. Het is gebruikelijk om dit te doen aan de hand van analyses die de rook- en warmteverspreiding in geval van brand voorspellen. Deze analyses worden vervolgens gebruikt als invoer voor een vluchtanalyse. Hierbij wordt gesimuleerd hoe aanwezigen via de vluchtroutes het station kunnen verlaten. Daarbij wordt er vanzelfsprekend rekening mee gehouden of en hoelang deze routes, gezien rook en warmteontwikkeling, beschikbaar blijven. Belangrijk hierbij is dat de wet geen norm voorschrijft voor de omvang van de brand en de kans dat er slachtoffers vallen. De wetgever geeft het bevoegd gezag de vrijheid om deze kwantitatieve normen te bepalen. 4
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
Bij de start van de renovatie van de Oostlijn zijn deze analyses gemaakt. Daarmee is voorafgaand aan de uitvoering gecontroleerd of door de inzet van bijvoorbeeld rookwarmteafvoer installaties er bij brand voldoende lang overlevingscondities zijn in het station zodat reizigers kunnen vluchten. Omdat het onmogelijk is om maatregelen te nemen die slachtoffers volledig uitsluiten is in het Amsterdamse beleidsstuk Alive in 2006 een kwantitatieve norm voor de kans op slachtoffers vastgesteld. Hieraan zijn vooraf de uit te voeren Vluchtwegmaatregelen getoetst. Na afronding (in 2014) van het project Vluchtwegmaatregelen is twijfel ontstaan over de aannamen in de simulaties. Een externe adviseur had erop gewezen dat geen rekening was gehouden met natuurlijke luchtstroming in het station. De daaropvolgende nieuwe analyses lieten grote invloed zien op rook- en warmteverspreiding. Dit leek erop te wijzen dat er veel minder lang overlevingscondities in met name station Nieuwmarkt zouden zijn met als gevolg een grotere kans op slachtoffers bij brand. Er zijn vervolgens verschillende metingen gedaan om aannamen in de modellen te verifiëren. Dit bleek bijzonder lastig. Uiteindelijk is in de eerste helft van 2020 een second opinion uitgevoerd door WSP uit Engeland en het Nederlandse Crisislab.
Zij kwamen met diverse kritiekpunten op zowel de aannamen als de wijze waarop de veiligheid werd bepaald. WSP en Crisislab hebben daarom geadviseerd om op een meer risicogerichte wijze de veiligheid te beschouwen en daarvoor nieuwe simulaties uit te voeren. Daarnaast adviseerde ze om de normering tegen het licht te houden. Dit mede in het licht van de nieuwe Omgevingswet die binnen afzienbare tijd van kracht wordt en de vigerende regelgeving zal vervangen. De gemeente heeft dit advies overgenomen. In september 2020 is gestart met de uitwerking van de nieuwe risicogerichte beschouwing van de veiligheid. Deze is inmiddels uitgewerkt in een nieuwe beschrijving van het veiligheidsconcept. Dit veiligheidsconcept bevat ook nieuwe kwantitatieve normen. Dit veiligheidsconcept is uitgebreid besproken met de Omgevingsdienst en Brandweer en kan rekenen op hun steun. Het veiligheidsconcept zal deze zomer voor formele vaststelling aan het College worden aangeboden. Parallel aan de uitwerking van het veiligheidsconcept is gestart met uitvoering van de nieuwe simulaties en analyses op basis van gewijzigde aannamen. Deze worden uitgevoerd door een internationaal consortium bestaand uit WSP, Crisislab en het Belgische FESG. Deze laatste partij was ook betrokken bij de analyses uit 2014.
De tussenresultaten en keuzes van aannamen worden periodiek voorgelegd aan de Omgevingsdienst en de Brandweer. Inmiddels zijn de analyses voor Nieuwmarkt en Centraal Station in een vergevorderd stadium. Eind tweede kwartaal/ begin derde kwartaal zullende resultaten hiervan definitief zijn. De voorlopige resultaten laten zien dat de kans op slachtoffers veel kleiner is dan eerder verondersteld en ook veel lager liggen dan de norm. Ad 2. Integratie van alle aangebrachte voorzieningen en koppeling aan de systemen van de verkeersleiding van GVB (project ISA) Door de projecten Vluchtwegmaatregelen en Stationsrenovaties zijn tussen 2010 en 2018 veel veiligheidsvoorzieningen aangebracht. Daarmee is de brandveiligheid in de stations in de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd. Echter om optimaal gebruik van de technische voorzieningen te maken is verdere koppeling van de installaties nodig waarbij installaties automatisch op elkaar reageren. Voorbeeld hiervan is dat bij brandmelding automatisch de toegangspoorten opengaan, of dat de rookwarmteafvoer geactiveerd wordt bij brand op het 5
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
perron maar juist niet bij brand in de verdeelhal. In de huidige situatie wordt dit handmatig gedaan. Het project Implementatie Scenario Analyse (ISA) realiseert de koppeling van de installaties. De naam van het project verwijst naar de standaard afhandeling van verschillende calamiteiten. Dit is ook in de eindsituatie een combinatie van menselijk handelen en automatische reactie van installaties. Naast het technisch realiseren van de koppeling zorgt het project ISA ook voor de vastlegging van de werkwijze van het brandveiligheid systeem zodat deze kan worden gecertificeerd. Dit is een werkwijze die de wet voorschrijft. Bij certificering wordt gecontroleerd of alle installaties werken zoals ontworpen. Het ontwerp wordt aangeduid met de enigszins verwarrende naam ‘programma van eisen’. Deze certificering moet periodiek worden herhaald om ervoor te zorgen dat de bouwwerken veilig blijven. Hierbij moet de eigenaar met bewijsstukken aantonen dat het voorgeschreven onderhoud daadwerkelijk is uitgevoerd. Het project ISA is inmiddels goed op stoom. Om praktische redenen wordt zoveel mogelijk een station volledig afgerond om vervolgens te starten met uitvoering van werkzaamheden aan een volgend station.
Doordat is gebleken dat er in de uitvoering soms niet voorziene extra werkzaamheden moeten worden uitgevoerd blijkt conform de huidige planningsanalyse de laatste werkzaamheden van enkele stations over de datum 31-12-2022 te heen gaan. Dit is de datum waarop de gedoogperiode in principe afloopt. Het projectteam bekijkt op dit moment welke versnellingsmogelijkheden kunnen worden genomen. Aanvullend hierop is op 19/05/2021 in samenwerking met het projectcommissariaat een challenge op het project ISA uitgevoerd. Voor ISA-project is het advies om de mogelijkheden te onderzoeken om het team uit te breiden om daarmee uitloop als gevolg van afwijkingen, op in ieder geval de laatste 3 stations, terug te dringen. Ook het versneld versterken van het programma Gebruiksmelding Oostlijn kwam uit de challenge als prioriteit naar voren. Het programma regelt de randvoorwaarden ( naast het project ISA) zodat een tijdige gebruiksmelding gerealiseerd wordt. De uitkomsten van de challenge worden opgenomen in de programma aanpak. Tijdens de challenge werd het reeds ingezette gesprek met de Omgevingsdienst ondersteund. De verwachting is namelijk dat eind 2022 slechts nog op een beperkt aantal stations enkele werkzaamheden resteren. Belangrijk is hierbij te bedenken dat na integratie de installaties onmiddellijk in gebruik genomen kunnen worden.
Het is dus niet zo dat pas na afronding van het project de geïntegreerde installaties in gebruik worden genomen. De optimalisering van de brandveiligheid gebeurt daarmee geleidelijk en niet sprongsgewijs. Ad 3. Samenhang tussen bewijsvoering en uitvoering van project ISA Zoals we eerder beschreven zijn afronding van (succesvolle) bewijsvoering en het project ISA beide nodig om aan de wet te voldoen. Toch is er voor het veiligheidsniveau een samenhang. In de analyses voor de bewijsvoering van de veiligheid houden we rekening met de kans dat afhandelingsscenario’s niet verlopen zoals beoogd. Dit kan zijn doordat technische installaties niet werken en/of dat personeel niet conform de protocollen handelen. De uitvoering van het project ISA verkleint de kans dat afhandelingsscenario’s niet worden gevolgd zoals vooraf bedacht. In de analyses ten behoeve van bewijsvoering maken we een taxatie van de faalkans na uitvoering van ISA.
6
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
Ad 4. Samenwerking met Omgevingsdienst en Brandweer Zoals uit het voorgaande blijkt werken we bij alle activiteiten voor de brandveiligheid van de Oostlijn nauw samen met de Omgevingsdienst en Brandweer. Er vindt op verschillende niveaus periodiek overleg plaats zodat alle partijen op de hoogte zijn van gemaakte keuzes in benaderingsmethoden, normering en aannames. De samenwerking verloopt zeer constructief. Mede door de gedegen werkwijze is er inmiddels belangstelling vanuit andere gemeente voor de door ons uitgewerkte werkwijze die past binnen de nieuwe wetgeving.
In de hoop u hierbij voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Fokko Feenstra
7
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
Inhoud Management letter .................................................................................................... 4 1 Inleiding ................................................................................................................. 9 1.1 Doel en rapportageperiode ....................................................................................................... 9 1.2 Managementsamenvatting ...................................................................................................... 9 2 Programmavoortgang ........................................................................................... 11 2.1 Aanleiding programma ............................................................................................................ 11 2.2 Voortgang van de uitvoering ...................................................................................................12 3 Programmabeheersing ..........................................................................................
14 3.1 Scope .......................................................................................................................................14 3.2 Planning ..................................................................................................................................14 3.3 Financiën ............................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3.4 Risico’s.....................................................................................................................................16 4 Factsheets programma’s en projecten ..................................................................... 17 4.1 Programma brandveiligheid ....................................................................................................18 4.2 Implementatie Scenario Analyse .............................................................................................21 4.3 Implementatie beheer en daadwerkelijke gebruiksmelding .................................................... 25
8
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
1 Inleiding
1.1 Doel en rapportageperiode Voor u ligt de eerste kwartaalrapportage voor het programma Gebruiksmelding Oostlijn. Dit programma wordt uitgevoerd binnen de organisatie Metro en Tram (MET) afdeling eigendom & beheer (E&B) en rapporteert aan de directeur E&B. Deze rapportage is opgesteld om de voortgang op de benodigde werkzaamheden voor de gebruiksmelding te monitoren. De opdracht voor deze werkzaamheden zijn gekoppeld aan de kredietverstrekking in de Raad van 10-2-2021. Daaropvolgende is afgelopen kwartaal besloten om het gehele proces t/m de gebruiksmelding programmatisch op te pakken in het programma ‘gebruiksmelding’. Dit programma behelst alle activiteiten waarvoor de Raad in februari 2021 aanvullende krediet voor heeft verleend.
1.2 Managementsamenvatting Q1 Programma
Voortgang
T.a.v. voortgang van de vier de vier hoofdstromen binnen dit programma Brandveiligheid Het programma brandveiligheid heeft de werkwijze ten aanzien van de governance voor veiligheid afgerond. Dit is de leidraad voor de beheerder, nu MET en vanaf 1-1-2022 GVB Railinfrabedrijf. In Q2 volgt de bestuurlijke besluitvorming rondom het veiligheidsconcept. Alsmede de afronding van de aanvullende analyses rond de ontruimingscapaciteit Ten aanzien van de gebruiksmelding is de start gemaakt met integrale sturing op het programma Brandveiligheid, het project ISA en het benodigde beheer. Het opstellen van de gebruiksmelding kan gefaseerd plaatsvinden conform gefaseerde uitvoering door het project ISA. Techniek & Besturing De uitvoeringswerkzaamheden van project ISA aan station Waterlooplein zijn op de werkzaamheden in de commerciële ruimtes na gereed. Na inspecties door de beheerder zijn hierop geen restpunten geconstateerd. De uitvoering op Centraal Station is in Q1 gestart. De voorbereidingsactiviteiten voor het station Weesperplein en Nieuwmarkt starten in Q2. Deze werkzaamheden zijn vertraagd vanwege herstel van verborgen gebreken in de aangetroffen situatie. Dit heeft een negatief effect op de planning en leiden tot verschuiving van de eind- en tussenmijlpalen. Er zijn maatregelen genomen om zo’n vertraging bij volgende stations te voorkomen.
Beheer In Q1 is de inventarisatieslag gestart ten aanzien van de huidige stand van het aantoonbaar krijgen van het operationele beheer. In Q2 en Q3 volgt detaillering hiervan naast de actie om het eerste station Waterlooplein tussentijds in beheer te nemen met aangescherpte beheerprocessen/afspraken. Operatie GVB /Exploitatie is al gedurende enige tijd betrokken met het inrichten van de bediening van de stationsinstallaties (Branddetectie, Ontruimingsomroep, etc.) op basis van de gedefinieerde scenario’s. In de komende periode vindt het gesprek plaats hoe de operatie gefaseerd de stations in hun bedrijfsvoering opneemt.
9
Gemeente Amsterdam
Scope
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
De Scope van het programma is zoals afgesproken in de kredietverstrekking. In de uitvoering zien we dat er afwijkingen optreden ten aanzien van de afgesproken uitvoeringsscope van het project ISA. Hierdoor zijn aanvullende werkzaamheden benodigd geweest. De scopebeheersing ligt onder een strak VTW-regime (Verzoek tot Wijzigingen) binnen de MET organisatie. Er zijn wel aanvullende afspraken om bij afwijkingen snel te kunnen reageren zodat er geen onnodige vertragingen en daarmee meerkosten ontstaan als gevolg van wachttijden.
Planning
In de uitvoering zijn vele afwijkingen tegengekomen bij het realiseren van de installaties buiten die onvoorzien waren. De werkelijke situatie blijkt op diverse punten anders te zijn dan op de tekeningen. Dit leidde tot aanvullende werkzaamheden voor het station Waterlooplein. Na toets is gebleken dat deze afwijkingen ook van toepassing waren op de andere stations. De consequentie lijkt een vertraging van meerdere maanden door extra uitvoeringsuren op de stations om de afwijkingen te realiseren. MET is momenteel aan het onderzoeken in hoeverre de huidige planning versneld dan wel geoptimaliseerd kan worden om toch binnen de datum van de gedoogperiode te blijven. Mogelijke beheersmaatregelen rond de planning zullen met de Omgevingsdienst worden afgestemd.
Financiën
Risico’s
Afspraken/Acties/ Maatregelen
Het totale budget voor dit programma is € 30.150.000. Dit wordt bekostigd vanuit het aangevraagde krediet voor de uitvoering van het project Implementatie Scenario Analyse (ISA) dat op 10 februari door de Raad is goedgekeurd en een SMF-bijdrage. De prognose einde werk is nagenoeg gelijk aan de begroting en bedraagt € 30,0 mln.
Het voornaamste risico in dit programma is de onzekerheid de werkelijke situatie buiten en de geregistreerde informatie op de tekeningen. Dit risico is na optreden op het station Waterlooplein nog niet verdwenen. Na het uitvoeren van de aanpassingen aan het eerste station zijn veel afwijkingen zichtbaar geworden. Effecten hiervan hebben hun weerslag op de planning, waarin deze afwijkingen ook voor volgende stations zijn meegenomen. De verwachting is niet dat we nu zonder risico’s zijn, maar de verwachting is wel dat dit na afronding van de uitvoering van ieder volgend station zal verminderen. Zie planning
10
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
2 Programmavoortgang
2.1 Aanleiding programma Na 10 jaar werkzaamheden te hebben uitgevoerd in de Oostlijn, dient de tunnel weer veilig in gebruik genomen te worden voor de definitieve situatie. Deze ingebruikname is een proces tussen zowel de (afrondende) projecten en de beheer en onderhoudsorganisatie. Om dit proces goed te borgen is – o.b.v. de lessons learned – begin 2021 besloten de benodigde activiteiten programmatisch aan te sturen onder de verantwoordelijkheid van E&B. Het programmaplan wordt op dit moment in detail uitgewerkt en is in Q2 gereed. De benodigde activiteiten voor de gebruiksmelding lopen reeds. Het doel van het programma is om de integraliteit tussen de activiteiten vanuit assetmanagement zelf te borgen. Het programma draagt hierbij zorg voor de daadwerkelijke gebruiksmelding. Momenteel wordt hiervoor het programmaplan verder uitgewerkt om dit doel te behalen.
Figuur 1 Hoofdonderwerpen programma Gebruiksmelding
Het voldoen aan alle gestelde eisen voor veilig gebruik leidt tot activiteiten op een viertal hoofdonderwerpen, zoals in bovenstaand figuur geïllustreerd. 1. Allereerst is het programma Brandveiligheid bezig om haar laatste werkstromen af te ronden. Dit programma heeft de veiligheidsconcepten die binnen MET gehanteerd werden tegen het licht gehouden. Hierbij is externe en interne expertise gemobiliseerd om de laatste stand van veiligheid te benutten zodat het veiligheidsdenken en de gehanteerde veiligheidsconcepten geactualiseerd wordt op basis van gedragen kennis en ervaring.
11
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
2. Het project ISA zorgt voor de noodzakelijke technische maatregelen om de veiligheidssystemen te realiseren. Deze veiligheidssystemen worden conform de voorgeschreven scenario’s geprogrammeerd zodat zij op de juiste wijze reageren voor alle voorkomende calamiteiten. Het project ISA zorgt met externe toetsorganisaties voor de certificatie van deze systemen t.b.v. het doen van de gebruiksmelding. 3. De beheerorganisatie speelt een cruciale rol in de instandhouding van de maatregelen t.b.v. brandveiligheid, zodat aan de veiligheidseisen blijft voldaan. Aandachtspunt hierbij is de aantoonbaarheid van de beheeractiviteiten. Met een jaarlijkse inspectie op cruciale delen van de installatiedelen, zoals brandmelding, ontruimingsinstallaties, worden de certificaten geactualiseerd. In het beheerproces wordt op diverse punten procesverbeteringen uitgevoerd zodat na oplevering van de installaties de beheerorganisatie gesteld staat. Gezien de complexiteit van de ondergrondse stations gaat het bij de gebruiksmelding van de Oostlijn niet om een eenvoudige opgave. Huidige strategie is om de gebruiksmelding per station één voor één te doen, zodat we kunnen groeien naar de eindsituatie en voorkomen dat cruciale discussies op het laatste moment plaatsvinden. MET zal het bevoegd gezag voor deze gebruiksmelding (Omgevingsdienst) hier actief bij betrekken. 4.
Ook de operatie speelt natuurlijk een belangrijke rol in het borgen van de reizigersveiligheid. Tijdens de gedoogsituatie dienen de aanvullend maatregelen (o.a. de brandwacht op station Nieuwmarkt) in stand worden gehouden, maar ook daarna dienen de processen van de operatie aan te sluiten op de gerealiseerde systemen. Zo zullen bedien- en veiligheidsprocessen aangepast moeten worden zodat de nieuw gerealiseerde scenario’s uitgevoerd kunnen worden.
2.2 Voortgang van de uitvoering Terugkijkend op de uitvoering in het eerste kwartaal (Q1) 2021 zien we onderstaande highlights.
Het programma ‘gebruiksmelding’ is afgelopen kwartaal opgestart. De beloofde aanvullende analyses vanuit de gedoogaanvraag voor berekenen van ontruimingscapaciteit lopen volgens planning Consensus tussen MET, GVB, VRA, OD en brandweer over de benodigde aanpassingen aan het veiligheidsconcept en normering voor de metro- en tramtunnels. Uitvoering van de installatie werkzaamheden op Waterlooplein zijn afgerond. o De inspecties door de beheerorganisatie en certificerende partij (Kiwa) waren positief. o Als gevolg van onvoorziene omissies in de bestaande installatie waren er echter ook tegenvallers in de uitvoering. Hierdoor zijn meer werkzaamheden nodig dan aanvankelijk ingeschat. Uitvoering van de installatie voor het Centraal Station is gestart.
Vooruitkijkend naar de komende twee kwartalen (Q2/3) 2021 zien we de volgende activiteiten
12
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
De uitvoeringsplanning dient nader kritisch bekeken te worden om d.m.v. optimalisaties te borgen dat de benodigde werkzaamheden voor het opheffen van de gedoogsituatie op tijd worden gerealiseerd. Daarbij dient afstemming gezocht te worden met het bevoegd gezag. Bestuurlijke besluitvorming t.a.v. de actualisatie van het veiligheidsconcept. Q2/3 inrichten aantoonbaar beheer Waterlooplein, waaronder de tussentijdse oplevering van de installatie. Voorbereiding van gebruiksmelding van Waterlooplein Start met het afstemmen van nieuwe bedien- en veiligheidsprocessen voor GVB/Exploitatie. Realisatie van installatie van Centraal Station Starten van engineering Weesperplein en Nieuwmarkt
13
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
3 Programmabeheersing
3.1 Scope Binnen de scope van het programma is het project ISA de grootste component. De scope ISA is vastgelegd in projectplan uitvoering versie 2.1 welke op 22 juni 2020 is ondertekend behoudens de financiering. De financiering is als vastgesteld op 10 februari 2021. Het programma gebruiksmelding is dit kwartaal opgestart en is nog bezig met de formalisatie van zijn scope en programmaplan. Vanaf 9 juli 2019 wordt de Omgevingsdienst en Brandweer geïnformeerd over de scope en ontwerpuitgangspunten van ISA. Recent zijn de programma’s van eisen van de brandmeld- en ontruimingsinstallatie door de Omgevingsdienst en Brandweer goedgekeurd. Daarbij vindt periodiek afstemming plaats met de Omgevingsdienst in het Ambtelijk Overleg Oostlijn en in een gezamenlijk directieoverleg. De gehanteerde scope is uitgangspunt en d.m.v. een VTW -procedure (Verzoek- Tot Wijzigingen) worden wijzigingen formeel beheerst vastgesteld. In aanvulling op het ISA project zijn er binnen het beheer door MET en GVB in opdracht van MET verschillende zaken die tevens gereed moeten zijn om de gebruiksmelding te kunnen doen. Dit betreft het optimaliseren van Beheer en onderhoud zodat beheer aantoonbaar wordt uitgevoerd conform de normen van de brandmeld-, ontruiming- en RWA-installaties.
In het eerste kwartaal is bepaald dat al deze activiteiten onder integrale aansturing worden gebracht zodat duidelijk is dat dit op tijd leidt tot de vereiste gebruiksmelding. Het programma gebruiksmelding Oostlijn wordt daarvoor versterkt op het gebied van projectbeheersing.
3.2 Planning De masterplanning van het programma omvat op dit moment met name de planning van ISA, die zoals eerder aangegeven meest leidend is voor het realiseren van de gebruiksmelding. Alle activiteiten worden opgenomen in de integrale programma planning zodat sturing hierop kan plaatsvinden, deze actie vindt in Q2 plaats. In het onderstaande overzicht zijn de overall mijlpalen opgenomen. In de factsheets zijn meer details te vinden.
Mijlpaal nr.
Omschrijving
Datum
Stand
stuurmijlpaal
huidige Q indien afwijkend
Toelichting
14
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
Per station wordt de installatie gerealiseerd zie detailplanning in factsheets Per station wordt beheer gerealiseerd zie detailplanning in factsheets Per station wordt de gebruiksmelding gerealiseerd zie detailplanning in factsheets
1
Start installatie eerste station Waterlooplein
24-06-2020
2
Start inrichten beheer
02-03-2021
3
Start opstellen gebruiksmelding
1-05-2021
4
Afronding aanvullende analyse veiligheidsconcept
1-08-2021
5
Beheer gereed
31-12-2022
28-02-2023
6
Gebruiksmelding gereed
31-12-2022
13-6-2023
7
Project ISA gereed
20-3-2023
14-11-2023
3.3 Financiën Huidige verslagperiode Q1-2021 §
Project
Bes chi kba a r
Del ta ra mi ng vs
Prijspeil 2021
Raming
Budget
Bes chi kba re budget
Programma Gebruiksmelding Oostlijn
Verplicht
Betaald
Nog te
PEW
Saldo tov
verplichten
Q1 2021
beschikbaar budget 8 =2 -7
1
2
3
4
5
6
7=4+6
Project ISA
21.518.855
21.518.855
0
8.240.769
5.776.355
13.278.086
21.518.855
0
ISA begeleiding E&B
1.270.000
1.270.000
0
257.183
224.985
827.859
1.085.042
184.958
ISA risicovoorziening
4.761.145
4.761.145
0
1.151.469
0
3.609.676
4.761.145
0
Gebruiksmelding Oostlijn E&B
1.200.000
1.200.000
0
278.405
153.161
912.479
1.190.885
9.115
1.400.000
1.400.000
0
1.019.657
722.368
412.428
1.432.085
-32.085
30.150.000
30.150.000
0
10.947.483
6.876.869
19.040.528
29.988.012
161.988
Programma brandveiligheid Totaal programma Gebruiksmelding Oostlijn
Het budget bestaat uit het krediet ISA van € 29,9 miljoen en een SMF bijdrage van € 0,25 miljoen. De huidige prognose laat een overschot van € 161.988 zien. Project ISA Het project ISA zit in de uitvoeringsfase. De huidige prognose is gelijk aan het budget uit het projectplan. Er is sprake van mee- en tegenvallers maar die kunnen tot nu toe binnen het originele budget worden opgevangen. ISA begeleiding E&B Dit is de inzet vanuit E&B voor aansturing van het project. Daarnaast worden de resultaten getoetst en installaties in beheer genomen na oplevering door het project. De laatste raming tot einde van het project laat een overschot zien van € 184.958. ISA risicovoorziening E&B De risicovoorziening bestaat uit een benoemd gedeelte van € 1,73 miljoen. De overige € 3,03 miljoen is onbenoemd. Op dit moment is er voor € 1,15 miljoen aan afwijkingen opgetreden die eventueel binnen dit budget moeten worden opgevangen.
15
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
Gebruiksmelding Oostlijn E&B Binnen dit onderdeel vallen de gedoogmaatregelen voor de brandwacht op de Nieuwmarkt. Daarnaast het inrichten van aantoonbaar beheer en het daadwerkelijk doen van de gebruiksmelding. De uitgaven tot nu toe zijn voor de brandwacht en inzet binnen E&B voor de gedoogmelding in 2020. Programma brandveiligheid Het programma is bijna afgerond. De huidige prognose is iets boven het bedrag uit het krediet. Afronding vindt in Q2 2021 plaats dan blijkt of definitief een bijdrage uit de risicovoorziening nodig is.
3.4 Risico’s Het programma voorziet de volgende belangrijke risico’s, welke voornamelijk voortkomen van het ISA-project:
Nr 1
Ongewenste gebeurtenissen Vertraging in de uitvoeringswerkzaamheden op station Waterlooplein en Centraal Station
2
Onverwacht extra tijd kwijt om verborgen gebreken in installaties en/of documentatie te herstellen voordat de eigen opgave gerealiseerd kan worden. ( dit risico lopen we op alle station)
3
Benodigde informatie om verificaties uit te voeren ten behoeve van het opstellen van de gebruikersmelding is niet beschikbaar.
Oorzaken Corona effecten a) positieve testen in het uitvoeringsteam b) uitval van de lead engineer c) beperkte toegankelijkheid van commerciële ruimtes om technische aanpassingen te realiseren De oorzaken hebben betrekking op een combinatie van achterstallig onderhoud en gebreken uit voorgaande projecten
Beheersmaatregel het inlopen van vertraging door overwerk; vervanging van de leadengineer; extra inzet door leveranciers; afspraken met winkeliers.
Door de gefaseerde uitvoering van de veiligheidsvoorzieningen en gebrek aan overdracht zitten er ‘gaten’ in de informatievoorziening
Extra inzet om specifiek dit onderwerp af te dichten, waarbij niet alleen de individuele veiligheidsinstallaties wordt beschouwd maar ook aandacht is voor totale beschikbaarheid en gevolgen voor operatie en operationeel beheer
Anticiperen op issues op overige stations door inzet van leveranciers. Nog te nemen maatregelen: Werkzaamheden verschuiven van het MET uitvoeringsteam naar leveranciers
16
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
4 Factsheets programma’s en projecten
Het programma gebruiksmelding bestaat uit meerdere onderdelen. Voor de volgende onderdelen zijn apart ‘factsheets’ opgesteld die verder ingaan op de stand van zaken in deze. 1. Programma brandveiligheid 2. Implementatie Scenario Analyse (ISA) 3. Implementatie beheer en daadwerkelijke gebruiksmelding
17
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
4.1 Programma brandveiligheid 4.1.1 Toelichting Management Het college van B&W heeft 3 maart 2020 ingestemd met het aanvragen van een gedoogbeslissing voor de Oostlijntunnel aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD) voor het niet voldoen aan het Bouwbesluit 2012. Onderdeel van deze aanvraag was een second opinion op de aangevoerde analyses rond de ontruimingscapaciteit. De resultaten van deze second opinion hebben tot een aanpassing in de gedoogbeslissing geleid waar het college van B&W op 30 juni 2020 mee in heeft gestemd. Sinds de eerste aanvraag werkt het programma Brandveiligheid Oostlijn nauw samen met de betrokken organisaties (gemeente Amsterdam, GVB, Vervoerregio, Omgevingsdienst en Brandweer) om de huidige gedoogsituatie uiterlijk voor 31-12-2022 op te heffen. Vanuit dit programma hebben de genoemde partijen in het eerste kwartaal van 2021 samengewerkt aan de volgende drie werksporen: 1. Veiligheidsconcept. Expliciteren van het veiligheidsconcept inclusief voorstel voor te hanteren normen; 2. Governance van veiligheid. Evalueren van sturing op (brand)veiligheid binnen de betrokken organisaties; 3. Aanvullende analyses. Uitvoeren van berekeningen volgens risicogerichte benadering. Ad 1. Veiligheidsconcept Gezamenlijk is toegewerkt naar een update van het veiligheidsconcept en de te hanteren normen voor het ondergrondse deel van de metro van Amsterdam.
De partijen zijn voornemens dit veiligheidsconcept op één plek te beschrijven, zodat er geen onduidelijkheid en tegenstrijdigheden kunnen ontstaan. Voorstel is om hiervoor de Beheervisie van de Vervoerregio te gebruiken. Dit betekent dat de voorschriften voor brandveiligheid (nu omschreven in het Amsterdamse beleidsdocument ALIVe) integraal in de volgende versie van de Beheervisie wordt opgenomen. Deze integratie past overigens ook in de toekomstige aansturing van het OV. Door de in het afgelopen jaar verworven inzichten en de aankomende Omgevingswet is het noodzakelijk om ALIVe met de voorgestelde wijzigingen te integreren in de Beheervisie. Deze wijzigingen zullen apart door het programma ter besluitvorming worden voorgelegd aan het college. De belangrijkste voorgestelde wijziging is het centraal stellen van het individueel risico. Dit is lijn met de Omgevingswet en betekent dat in de Beheervisie geen kwantitatieve norm voor het groepsrisico zal worden opgenomen. Daarbij zal – tevens in lijn met de Omgevingswet – de Beheervisie een aandachtsgebiedenaanpak hanteren voor incidenten met meerdere slachtoffers. Een aandachtsgebied is het effectgebied rond een risicobron waarbinnen in het geval van een incident schade kan ontstaan. Ad 2.
Governance van veiligheid Gezamenlijk is tevens geanalyseerd hoe de betrokken partijen beter kunnen samenwerken om de (brand)veiligheid in het metrosysteem te blijven borgen. Aanbevelingen uit dit onderzoek gaan voornamelijk over de overleg- en escalatiestructuur, transparante communicatie met de 18
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
Omgevingsdienst en het borgen van aantoonbaar onderhoud in de onderhoudscontracten. De partijen zullen de adviezen uit dit onderzoek delen met de Regiegroep governance. Ad 3. Aanvullende analyses Zoals in het collegebesluit in juni 2020 is besloten werkt het programma aan analyses die moeten aantonen dat de stations in de Oostlijn voldoen aan de normen uit de nieuwe Beheervisie (zie ad 1). De definitieve resultaten verwachten we in juni 2021 te kunnen presenteren. De uitgangspunten en voorlopige resultaten bespreken we regelmatig met alle betrokken partijen waardoor we de kans minimaliseren dat er discussies ontstaan over de waarde van de resultaten van deze analyses.
4.1.2 Scope De scope van het programma is samengevat in het uitvoeren of organiseren van de activiteiten om: 1. … te komen tot een gedoogbeslissing. 2. … te voldoen aan de voorwaarden van gedogen. 3. … zo snel mogelijk te komen tot een nieuwe - voor het bevoegd gezag acceptabele – gebruiksmelding. 4. … te voorkomen dat een dergelijke situatie in de toekomst nog een keer ontstaat.
4.1.3 Geld De totale kosten voor dit programma zijn €1,4 mln. en worden bekostigd vanuit het aangevraagde krediet voor de uitvoering van het project Implementatie Scenario Analyse (ISA) dat op 10 februari door de Raad is goedgekeurd. De actueel verwachte kosten vallen binnen het budget.
4.1.4 Samenwerking De samenwerking tussen de betrokken partijen (MeT, GVB, Vervoersregio, Omgevingsdienst en de brandweer) verloopt goed. De beschikbare informatie vanuit de werksporen wordt tijdig gedeeld in een gezamenlijke besluitvormingsstructuur.
4.1.5 Tijd Het programma is voornemens om de voorgenomen aanpassingen in het veiligheidsconcept samen met de resultaten uit de aanvullende analyses deze zomer aan de bestuurders voor te leggen. Parallel zal het programma de overdracht van alle resultaten en verantwoordelijkheid aan de staande organisatie moeten borgen. Dit loopt volgens planning, waarbij de verwachting is dat het programma na de zomer afgesloten kan worden. De benodigde activiteiten om te komen tot een nieuwe - voor het bevoegd gezag acceptabele – gebruiksmelding worden dan belegd bij de staande organisatie, nu MET en per 1-1-2022 GVB Railinfrabedrijf.
19
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
4.1.6 Belangrijkste risico’s Het programma voorziet de volgende belangrijke risico’s: 1. De (her)certificering van de installaties op perronniveau kan niet – zoals geambieerd – gerealiseerd worden voordat het project ISA klaar is. a. Status: Risico is opgetreden, formele hercertificering blijkt niet mogelijk door de relatie met nog uit te voeren werkzaamheden binnen ISA. We zijn in gesprek met ISA om een deel van benodigde (integratie)testen naar voren te trekken t.o.v. de planning van ISA. 2. Vanuit de aanvullende analyses blijkt dat het brandrisico op (één van de) stations hoger is dan de geldende normen. a. Status: risico is klein. De eerste analyses op Nieuwmarkt laten een positief beeld zien t.o.v. de eerdere analyses. Beheersmaatregel: wekelijks overleg met onderzoekers en periodieke delen van inzichten met betrokken partijen. 3. De aanvullende analyses nemen meer tijd in beslag, waardoor besluitvorming pas na de zomer kan volgen. a. Status: Voorlopig liggen we planning. Mogelijke oorzaak komt uit discussies over diepgang in de modellen. Beheersmaatregel: wekelijks overleg met onderzoekers, parallelle analyses van het station na verificatie/validatie van de modellen.
20
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
4.2 Implementatie Scenario Analyse 4.2.1 Toelichting Management Het project Implementatie scenarioanalyses 2015 (hierna: project ISA) is het sluitstuk van de werkzaamheden om het veiligheidsniveau van het ondergrondse deel van de Oostlijn, inclusief vijf metrostations, te verhogen en aan de voorschriften van het bouwbesluit te laten voldoen. Tijdens de twee projecten die aan project ISA vooraf zijn gegaan, het project Vluchtwegmaatregelen (VWM) en het project Stationsrenovaties (SRN), zijn op perronniveau respectievelijk halniveau van de metrostations diverse veiligheidsvoorzieningen gerealiseerd. Deze veiligheidsvoorzieningen dienen aan een centraal besturingssysteem gekoppeld te zijn, zodat deze veiligheidsvoorzieningen in het geval van een calamiteit correct worden aangestuurd en integraal functioneren. In februari 2021 is akkoord gegeven op de financiering van de benodigde maatregelen. Hierdoor kunnen de noodzakelijke activiteiten in volle vaart worden opgepakt op basis van het projectplan dat in juni 2020 inhoudelijk is vastgesteld. In het afgelopen kwartaal is de uitvoering van de installatieaanpassing uitgevoerd en is er gestart met Centraal Station als 2e station en is de overdracht naar de beheerorganisatie voorbereid. De programma’s van eisen voor brandmeldinstallatie en ontruimingsinstallaties op alle stations zijn door de omgevingsdienst en brandweer goedgekeurd.
Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zijn een groot aantal verborgen gebreken geconstateerd, zoals lekkages van de aangelegde droge blusleiding, fouten in de brandmeld- en ontruimingsinstallatie en diverse omissies in documentatie van installaties. Deze afwijkingen zijn hebben geleid tot onvoorziene inventarisatiewerkzaamheden en correcties van installaties. Hierdoor is de uitvoering vertraagd. Tevens zijn vergelijkbare omissies ook op overige stations aangetroffen. In het afgelopen kwartaal zijn mitigerende maatregelen hiervoor ingezet. Helaas heeft het uitvoeringsteam door positieve coronatesten een tijd in quarantaine gezeten en is een leadengineer uitgevallen. De bovenstaande consequenties zijn doorgerekend hebben een negatief effect op de doorlooptijd. Vanwege de benodigde periode voor besluitvorming en de geconstateerde verborgen gebreken is de onwenselijke, maar realistische boodschap is dat de stations Nieuwmarkt en Wibautstraat niet gereed zijn voor de gedoogmijlpaal van 31 december 2022. In het komende kwartaal worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd. 1. Op station Waterlooplein wordt in Q2 de uitvoering van installatie aanpassingen afgerond en tussentijds overgedragen aan de beheerder. 2. Op Centraal Station is voorzien dat de uitvoeringswerkzaamheden gedurende het gehele tweede kwartaal zullen plaatsvinden. 3.
Op station Weesperplein en Nieuwmarkt wordt gestart met de ontwerpwerkzaamheden aan technische installaties op station Weesperplein. 4. In het 2e kwartaal worden optimalisatie onderzocht om vertraging van de planning te voorkomen en te bekijken op welke punten een inhaalslag kan worden gemaakt. 5. Het testen van de perroninstallaties wordt door het ISA projectteam opgepakt in het 2 e kwartaal.
21
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
4.2.2 Scope Project ISA realiseert de onderstaande scopeonderdelen. A. De realisatie van de afhandeling van de calamiteitenscenario’s uit de scenarioanalyse 2015 inclusief de uitvoering van hiervoor vereiste aanpassingen aan technische installaties en de certificering van brandmeld- en ontruimingsinstallaties. B. De realisatie van specifieke aanvullende onderdelen die vereist zijn om te voldoen aan het bouwbesluit voor veilig vluchten en relevant zijn in het kader van het doen van de definitieve gebruiksmelding. C. Het integreren, in bedrijf nemen, opleiden, implementeren en overdragen van de gerealiseerde scope aan operatie en beheer.
Bereikte resultaten: Programma van eisen van de brandmeldinstallaties en ontruimingsinstallaties zijn goedgekeurd door omgevingsdienst. Ontwerp en uitvoeringswerkzaamheden van veiligheidsrelevante installaties op Waterlooplein zijn behoudens aanpassing van commerciële ruimtes uitgevoerd. Positieve beoordeling van ontwerp en installaties activiteiten door de certificerende instantie (Kiwa/R2B) Installatieactiviteiten op Centraal Station zijn gestart. Softwareontwikkeling van aanpassing van het besturingssysteem is gestart.
4.2.3 Geld De totale kosten voor dit programma zijn € 21,5 mln. en worden bekostigd vanuit het aangevraagde krediet voor de uitvoering van het project Implementatie Scenario Analyse (ISA) dat op 10 februari door de Raad is goedgekeurd. De prognose einde werk is nagenoeg gelijk aan de begroting en bedraagt € € 20,8 mln. De realisatie van de scope valt binnen de kaders van de begroting. Er zijn een groot aantal onverwachte afwijkingen (ca. € 1,2 mln.) geconstateerd waarvoor het hiervoor gereserveerde risicobudget binnen de 29 mln. moet worden aangesproken.
4.2.4 Samenwerking Bij de realisatie van ISA zijn diverse partijen betrokken, zoals opdrachtgever, beheerder, operatie, opdrachtnemers, leveranciers en stakeholders betrokken. Deze samenwerking tussen de betrokken partijen verloopt goed. Op 30 maart jl. heeft Ronald Heinis een webinar gegeven over project ISA binnen de organisaties van MET en GVB. Aan de hand van verschillende calamiteitenscenario’s is een toelichting gegeven over de scope en aanpak van project ISA. Er is op 19 april 2021 overleg geweest met de omgevingsdienst en er is afgesproken de onderlinge afstemming te intensiveren
22
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
4.2.5 Tijd Het ISA project wordt gefaseerd, per station, ontworpen en getest. Er is gestart met installatieaanpassingen op station Waterlooplein en Centraal Station. Vervolgens worden overige stations gerealiseerd. Dit zijn Weesperplein, Nieuwmarkt en Wibautstraat. De uitvoerende werkzaamheden op Waterlooplein zijn nagenoeg afgerond. Dit betreft aanpassingen aan diverse installaties zoals noodverlichting, brandmeldcentrales, ontruimingsinstallaties, droge blusleiding etc. welke een rol spelen bij het realiseren van de veiligheidsfuncties. Er is gestart op Centraal Station met vergelijkbare werkzaamheden. Deze werkzaamheden zijn vertraagd vanwege herstel van verborgen gebreken. Voorbeelden van verborgen gebreken zijn hoofdzakelijk de aangetroffen lekkages in de droge blusleiding, afwijking in de aanleg van de brandmeld- en ontruimingsinstallatie op halniveau en afwijkingen tussen documentatie en werkelijkheid. Dit heeft een negatief effect op de planning en leiden tot verschuiving van de eind- en tussenmijlpalen conform onderstaand overzicht. Datum
Stand
∆ met
stuurmijlpaal
huidige Q
SMP (wk)
Start installatie WLP
24-6-2020
8-7-2020
2 Deterministisch
2
FAT BV-ROL gereed
26-8-2021
18-5-2022
38
3
Migratie WLP gereed
18-11-2021
12-9-2022
43
4
Migratie CS Gereed
27-1-2021
7-11-2022
41
5
Migratie WPP gereed
24-3-2022
16-12-2022
38
6
Migratie NMT gereed
25-5-2022
13-3-2023
41
7
Migratie WBS gereed
5-9-2022
13-6-2023
39
8
Project gereed
20-3-2023
14-11-2023
34 P85 waarde
Mijlpaal nr.
Omschrijving
1
Toelichting
Deterministisch, inclusief afwijkingen Deterministisch, inclusief afwijkingen Deterministisch, inclusief afwijkingen Deterministisch, inclusief afwijkingen Deterministisch, inclusief afwijkingen Deterministisch, inclusief afwijkingen
Er wordt gestreefd om de vertraging ten gevolge van de geconstateerde afwijkingen te reduceren. Het verkorten van de doorlooptijd kan worden bereikt door het opschalen van het uitvoeringsteam of bepaalde uitvoeringstaken uit te besteden. Met name leidt de tweede maatregel het snelst tot resultaten. Dit zal in Q2 verder ingang worden gezet en betreft onder meer: Inzet van bouwkundige aannemer voor compartimenteringswerkzaamheden en/of afstemming met het GVB-project op dit gebied. Het testen van uitvoeringswerkzaamheden door derden te laten uitvoeren. Starten van perron integratietesten op CS en WLP als maatregel om het testproces geoptimaliseerd te hebben voorafgaand aan de totale integratietestperiode. Zo vroeg als mogelijk starten met de migratieactiviteiten In Q2 wordt de planning gechallenged en wordt er naar verdere optimalisaties gezocht. 23
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
4.2.6 Belangrijkste risico’s en bijbehorende maatregelen. Het ISA project voorziet als belangrijke risico het constateren van verborgen gebreken waardoor herstel van defecten in installaties en documentatie noodzakelijk is. De - Ingezette maatregelen: Anticiperen op issues door verborgen gebreken op alle stations op te sporen en te verhelpen door inzet van derden. - Nog te nemen maatregelen zijn: Verschuiven van werkzaamheden naar leveranciers; - De capaciteit van het uitvoeringsteam uitbreiden - Verdere optimalisatie mogelijkheden in de planning te onderzoeken.
24
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
4.3 Implementatie beheer en daadwerkelijke gebruiksmelding 4.3.1 Toelichting Management In het eerste kwartaal zijn de voorbereidingen voor het inrichten van aantoonbaar beheer gestart. De start is gekoppeld aan de afronding van de installatiewerkzaamheden van het eerste station Waterlooplein door het project ISA. Als eerste stap volgt altijd een inspectie van de resultaten van het project, deze zijn in het eerste kwartaal afgerond en hebben niet geleidt tot restpunten of bevindingen. Die zaken die geconstateerd zijn waren binnen een week door het project afgewikkeld. In het tweede kwartaal starten de gesprekken met de omgevingsdienst ten aanzien van de daadwerkelijke gebruiksmelding. Hierin moeten de afspraken concreet gemaakt worden hoe en wanneer de gebruiksmelding gefaseerd (per station) opgebouwd kan worden gedurende de periode tot de laatste oplevering door het project ISA.
4.3.2 Scope Op basis van eerdere ervaring met het organiseren van aantoonbaar beheer voor de NZL wordt voor de Oostlijn per station een standopname t.a.v. het huidige beheer voor o.a. de systemen BMI, OAI en RWA, uitgevoerd. In samenspraak met de beherende partij en de certificerende partij worden omissies bepaald en aangepast. De aangepaste werkwijze dient al basis voor de werkwijze op de andere stations. Op basis van de input van o.a. het project ISA wordt per station een gebruiksmelding opgesteld. De gehanteerde werkwijze bij ISA die station voor station qua installatiewerk afgerond wordt ook hier toegepast. Per station wordt na oplevering van de installatie door ISA een gebruiksmelding opgesteld zodat deze reeds vroegtijdig met de omgevingsdienst besproken en gereedligt. Deze kan dan na oplevering door ISA in integrale vorm ingezet worden.
4.3.3 Geld De totale kosten voor het inrichten van aantoonbaar beheer zijn € 350.000 en worden bekostigd vanuit het aangevraagde krediet voor de uitvoering van het project Implementatie Scenario Analyse (ISA) dat op 10 februari door de Raad is goedgekeurd. Dit is onderdeel van de begeleidingskosten van € 1.200.000 en valt binnen het daarvoor geraamde budget. Dit is exclusief de reguliere werkzaamheden van de beheerorganisatie die ook doorlopen en bekostigd worden uit de reguliere middelen voor beheer.
4.3.4 Samenwerking De samenwerking met de beheerorganisatie is positief gestart in het eerste kwartaal. Inspecteurs van GVB/RS helpen bij de inspectie van de eerste resultaten van het project ISA. Gespreken met beheerders van de verschillende installatie verlopen op een open wijze. Managementoverleg t.a.v. besluitvorming, binnen de Dagelijkse beheer organisatie, die in de komende periode verwacht wordt t.a.v. het invullen van omissie in het huidige beheer, is opgestart. 25
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
Overleggen met omgevingsdienst t.a.v. de daadwerkelijke gebruiksmelding worden in het tweede kwartaal opgestart.
4.3.5 Tijd Dit traject is volgend aan de planning van het project ISA. Door de wijziging in de planning van ISA gemeld in Q1 gaat ook dit traject schuiven. De planning wordt in Q2 met ISA planning geïntegreerd zodat mutaties direct doorgerekend kunnen worden. De strategie hierbij is dat het aantoonbaar beheer bij de eerste stations dusdanig ingeregeld is dat zodat bij de laatste stations er alleen nog sprake is van inspectie en overdracht van de resultaten van het project ISA en er geen activiteiten meer hoeven plaats te vinden na oplevering van de systemen door het project, omdat het dezelfde type dus reeds ingeregelde systemen betreft. De vertraging in het ISA traject heeft met name effect voor de beheer en gebruiksmelding voor de laatste twee stations, zie ook het onderstaande overzicht. Datum
Stand
stuurmijlpaal
huidige Q indien afwijkend
Mijlpaal nr.
Omschrijving
1
Start inrichten beheer
02-03-2021
2
Beheer WLP gereed
30-09-2021
3
Beheer CS gereed
31-12-2021
4
Beheer WPP gereed
31-03-2022
5
Beheer NMT gereed
30-06-2022
30-09-2023
6
Beheer WBS gereed
31-12-2022
28-02-2023
7 8 9 10 11 12
Start opstellen gebruiksmelding gebruiksmelding WLP gereed gebruiksmelding CS gereed gebruiksmelding WPP gereed gebruiksmelding NMT gereed gebruiksmelding WBS gereed
Toelichting
1-05-2021 31-12-2021 31-03-2022 30-06-2022 30-09-2022
16-12-2022
31-12-2022
13-6-2023
4.3.6 Belangrijkste risico’s
Nr 1
Ongewenste Het verlengen van het inspectiecertificaat is niet
Oorzaken Niet voldoende kennis van de gevraagde verplichtingen
Beheersmaatregel Verhoogde aandacht op het inrichten van aantoonbaar beheer
26
Gemeente Amsterdam
Versie document Status Datum Kenmerk
mogelijk als gevolg van onvoldoende aantoonbaar beheer op de Oostlijn.
2
Benodigde informatie om verificaties uit te voeren in het kader van de gebruikersmelding is niet beschikbaar.
3
Kennis binnen E&B en GVB/RS t.a.v. de ontwerp rationale achter de huidige systemen en ontwerp en as-built informatie is onvoldoende.
vanuit de onderhoudscertificaten en de eisen die een vervolginspectie vraagt. De kennis en ratio achter het oorspronkelijke inspectiecertificaat ontbreekt hierdoor. Door de gefaseerde uitvoering van de veiligheidsvoorzieningen en gebrek aan overdracht zitten er ‘gaten’ in de informatievoorziening Doordat diverse veiligheidsvoorzieningen bij verschillende partijen/ beheerders is belegd en er geen overkoepelende beheer is benoemd
1.2 Definitief 26 mei 2021 CEB/OVG/26093
Extra inzet om specifiek dit onderwerp af te dichten, waarbij niet alleen de individuele veiligheidsinstallaties wordt beschouwd maar ook aandacht is voor totale beschikbaarheid en gevolgen voor operatie en operationeel beheer Vanuit het programma gebruiksmelding realiseren van een integraal plan brandveiligheid wat integraal onderdeel gaat worden van het operationeel beheer en ook van het tactisch beheer in de operatie.
27