CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Programma windenergie amsterdam 12_VRM23_357.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 4 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief over de terinzagelegging ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2030 en plan-MER (VN2024-008908)28.970 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Welke vorm past bij een windproject, hangt af van de omgeving van het project. Zie tekstkader ‘Welke vorm van financiële participatie past bij het windproject?’.

Streven naar 100% lokaal eigendom In het Nederlandse Klimaatakkoord is afgesproken dat we ernaar streven dat windturbines voor 50% in eigendom komen van inwoners en bedrijven. De gemeente Amsterdam legt de lat hoger, omdat zij denkt dat dat op bepaalde plekken haalbaar is, en streeft ernaar dat windprojecten in de stad 100% in lokaal eigendom zijn. De gemeente volgt de definities uit de landelijke Monitor Financiële Participatie van het ministerie van Economische Zaken & Klimaat8. Samengevat kwalificeert de gemeente Amsterdam initiatieven als lokaal eigendom als: • er sprake is van economisch en juridisch eigendom of aandeelhouderschap én; • het project in eigendom is van – lokale bewonerscollectieven en partners, waarbij uitgangspunt is dat iedereen uit de lokale omge­ ving, inclusief de omwonenden, de kans moet hebben gehad om deel te nemen in het project. – lokale publieke organisatie of bedrijf met 100% publieke aandeelhouders. – lokale bedrijven: eigendom van lokale onder­ nemers, agrariërs, maatschappelijke instellingen met een lokale vestiging (vaak op eigen terrein). Wat de ‘lokale’ omgeving van een windproject is, is afhankelijk van de uitwerking op projectniveau. Daarbij kan gedacht worden aan geografische ringen rond de projectlocatie.

Afhankelijk van de kenmerken van het project en zijn omgeving, zijn deze gerelateerd aan bijvoorbeeld de postcoderoos, afstanden in relatie tot verwachte (milieu)effecten, of een combinatie van beide.

Welke rol hebben lokale coöperaties? De aankomende Energiewet voorziet in een nieuwe juridische entiteit: de energiegemeenschap. Dit is een organisatievorm die ten behoeve van haar leden, vennoten of aandeelhouders activiteiten op de energiemarkt verricht en als hoofddoel heeft het bieden van milieuvoordelen of economische of sociale voordelen aan haar leden, vennoten of aandeelhouders of aan de plaatselijke gebieden waar ze werkzaam

8

D  efinitie lokaal eigendom en monitoring | Regionale Energiestrategie (regionale-energiestrategie.nl)

65

Programma Windenergie Amsterdam 2030

Wat is een energiegemeenschap? Kenmerken van een energiegemeenschap in de Amsterdamse context: • Leden van de gemeenschap zijn zowel klant als eigenaar – dus ook beheerders – van de energie­ gemeenschap; • De gemeenschap is een niet-commerciële markt­ speler, maar mag wel geld verdienen ten behoeve van de gemeenschap; • De energiegemeenschap is primair actief in de gemeente Amsterdam; • De gemeenschap is gericht op het bieden van milieu-, economische of sociale gemeenschaps­ voordelen aan haar leden en/of het lokale gebied waarin ze actief is; • De gemeenschap is een juridische entiteit, waarbij de leden de rechtsvorm bepalen. • Een effectieve methode om een energiegemeen­ schap vorm te geven is via een coöperatie of samenwerking van coöperaties, ingericht volgens de principes van een steward-owned organisatie; • Deelname aan de gemeenschap is vrijwillig en open, waarmee zij zich onderscheidt van andere gemeenschapsvormen zoals bepaalde publiekeprivate partnerschappen; • Energiegemeenschappen kunnen naast opwek van windenergie ook andere activiteiten uit­ voeren: opwekking, distributie, levering, opslag van duurzame energie; • De energiegemeenschap zal ernaar streven de opgewekte energie aan haar leden te leveren tegen een stabiele, lage prijs voor 10 tot 15 jaar.

is. In de Amsterdamse visie op het ontwikkelen van windprojecten, spelen deze energiegemeenschappen een centrale rol. Waar we daar invloed op hebben, geven wij de voorkeur aan energiegemeenschappen bij het gunnen van een windenergieproject. Zo dragen we maximaal bij aan de eerder genoemde doelen. Een effectieve methode om een energiegemeenschap vorm te geven is via een coöperatie of samenwerking van coöperaties. Voor andere kenmerken van een energiegemeenschap, zie tekstkader: Wat is een energiegemeenschap?

Omgevingsfonds Het college schrijft voor dat de initiatiefnemers van windenergieprojecten jaarlijks bijdragen aan een

66

gebiedsfonds, zoals voorgesteld door de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA). De hoogte van deze bijdrage wordt bepaald op basis van een richtbedrag van 0,4 tot 0,5 euro per Megawattuur (MWh) opgewekte energie, zoals gespecificeerd in de gedragscode van de NWEA. Het geld dat wordt verzameld in dit gebiedsfonds wordt vervolgens bestemd voor de omgeving waarin het windenergieproject zich bevindt. Initiatiefnemer biedt de lokale omgeving de gelegenheid om te beslissen over hoe deze middelen uit het fonds worden besteed. De initiatiefnemer stelt in de verkenningsfase een plan op voor financiële participatie waarin zij aangeeft op welke wijze er binnen het project invulling gegeven wordt aan financiële participatie, in lijn met de ambitie en doelen van de gemeente. Het plan wordt als bijlage toegevoegd aan het participatieplan dat de initiatief­ nemer – tevens in de verkenningsfase – opstelt. De initiatiefnemer stelt in de verkenningsfase een plan op voor financiële participatie waarin zij aangeeft op welke wijze daar binnen het project invulling aan gegeven wordt. In lijn met de ambitie en doelen verwacht de gemeente van een initiatiefnemer dat zij zich maximaal inzet om de lokale omgeving te laten delen in de lusten van een windproject.

Daarnaast zet de initiatief­nemer zich actief in voor de samenwerking met bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden in de omgeving van een windproject. De initiatiefnemer beschrijft in het plan in ieder geval: • welke definitie gehanteerd wordt voor de lokale gemeenschap; • hoe de initiatiefnemer lokaal eigendom vormgeeft, en welke andere instrumenten van financiële participatie worden ingezet; • de hoogte van de jaarlijkse bijdrage aan een gebieds­ fonds. De hoogte komt minimaal overeen met het richtbedrag dat genoemd staat in de gedragscode van de NWEA; • wat de samenhang is tussen lokaal eigendom en de andere onderdelen van het project, waaronder de business case, procesparticipatie, besluitvorming en communicatie; • hoe de mogelijkheden voor lokaal eigendom in samenspraak met de omgeving worden bepaald en uitgevoerd. Het plan wordt als bijlage toegevoegd aan het partici­pa­ tie­plan dat de initiatiefnemer – tevens in de verkennings­ fase – opstelt. Het plan wordt bestuurlijk goedgekeurd voordat de ontwerp-vergunning ter inzage wordt gelegd.

Programma Windenergie Amsterdam 2030

4.6 Wat zijn de richtlijnen voor communicatie?

Welke vorm van financiële participatie past bij het windproject?

Zorgvuldige communicatie door de initiatiefnemer, gemeente of provincie en vergunningverlener is essentieel in alle fasen van een windturbineproject. Omwonenden, ondernemers en andere stakeholders moeten tijdig worden geïnformeerd over het proces, de besluitvorming en de mogelijke impact van wind­ turbines op de omgeving. Daarnaast is goede en gerichte communicatie nodig om zo veel mogelijk belanghebbenden te wijzen op en te betrekken bij de verschillende mogelijkheden om te participeren. Communicatie over windturbines moet gericht zijn op de specifieke behoeftes van bewoners, ondernemers en andere stakeholders in het betreffende gebied. In deze paragraaf beschrijven we welke communicatie minimaal plaats moet vinden en wie waarvoor verantwoordelijk is.

De gemeente heeft onderzoek laten doen naar financiële participatie bij windprojecten in Amsterdam (Onderzoek en advies financiële partici­patie Amsterdamse wind & zon’, Rebel Group, 2023, bijlage 3). In dit rapport worden verschillende vormen van financiële participatie onderzocht en worden passende participatievormen (‘instrumenten’) beschreven. Welke vorm van finan­ ciële participatie passend is, verschilt per situatie en is afhankelijk van diverse factoren, zoals lokale gemeenschap, businesscase of grondeigendom.

Rolverdeling De gemeente adviseert en ondersteunt initiatieven als het gaat om het bereiken van verschillende groepen bewoners en/of ondernemers. Als de gemeente bevoegd gezag is voor het te nemen besluit, is het college verantwoordelijk voor de kennisgeving van het ontwerp-besluit en de communicatie. Ook mag van de communicatieadviseurs van de gemeente worden verwacht dat zij doorlopend communiceren over de verschillende windinitiatieven binnen de gemeente Amsterdam in de verschillende fasen van ontwikkeling. Omdat we als gemeente overzicht hebben over alle initiatieven zullen we de verschillende communicatie-uitingen van initiatieven stroomlijnen en coördineren en kansen voor samen­ werking op het gebied van communicatie signaleren. De communicatieadviseurs van de gemeente zijn belangrijke sparringpartners en adviseurs voor de communicatieprofessionals van de bij een windproject betrokken partijen. Omdat de ambtenaren/communi­ catieadviseurs binnen de stadsdelen goed op de hoogte zijn van doelgroepen en eventuele gevoeligheden in bepaalde wijken, zullen zij adviseren over en actief bijdragen aan het bereiken van deze groepen. Als de provincie bevoegd gezag is, is de OD NZKG verantwoordelijk voor de communicatie rond de vergunningprocedure zoals de ter visielegging van de ontwerp-vergunning met de bijbehorende onderzoeken.

Ligt het project in landelijk of stedelijk gebied? Van wie is de grond? Is er veel of weinig financiële draagkracht bij omwonenden? Of zijn er vooral bedrijven in de buurt? In de haven, waar de lokale gemeenschap met name uit bedrijven bestaat, is de situatie wezenlijk anders dan in de aangewezen gebieden in Zuidoost. Wonen er in de omgeving van een beoogd windproject relatief veel mensen met een kleine portemonnee, dan heeft financiële participatie middels een eigen investering in het project weinig kans van slagen. Men heeft immers niet veel te besteden en kan de financiële risico’s die bij de investering komen kijken moeilijk dragen. Een afdracht aan de omgeving is in dat geval kansrijker. Op deze manier profiteren omwonenden van het project zonder financieel risico te lopen. Hierbij kan ook nog worden gekozen om omwonenden zeggenschap te geven over de bestedingen. Maar ook als de businesscase ‘krap’ is en er weinig financiële ruimte is, zijn er minder middelen beschikbaar voor financiële participatie.

OD NZKG is in dit geval de trekker/leidend in de commu­ nicatie, maar zal hierin nauw samenwerken met de gemeente (inclusief stadsdelen) en de buurgemeenten. Van de initiatiefnemer wordt verwacht dat zij, in afstemming met gemeente en stadsdeel, in de ontwerp­ fase van het windproject een communicatieplan opstelt. In het communicatieplan wordt allereerst ingegaan op rol/taakverdeling en samenwerking met stadsdeel, gemeente Amsterdam, OD NZKG, provincie en buur­ gemeenten. Er staan afspraken in met deze partijen over communicatie in de verschillende fasen van het project.

67

Programma Windenergie Amsterdam 2030

In het communicatieplan staat tevens beschreven op welke wijze de initiatiefnemer op een actieve, open en transparante wijze gaat communiceren over de voortgang van- en de participatie rond het project. Onderdeel daarvan is een duidelijke en toegankelijke website met informatie over het windproject en bijbehorende stukken, zoals het participatieplan, verslagen van bijeenkomsten en uitgevoerde onderzoeken. Overige aspecten die thuishoren in het communicatieplan zijn: • De regelmatige verspreiding van informatie via bewonersbrieven, nieuwsbrieven, het organiseren

68

van lokale informatiebijeenkomsten, social-media en andere middelen en kanalen, om op die manier een groot gedeelte van omwonenden en belang­ hebbende te bereiken. • Een beschrijving van de wijze waarop bewoners en andere belanghebbenden in en rond het zoekgebied bewust gemaakt gaan worden van het belang en de mogelijkheden om te participeren (volgens het participatieplan), zoals deelname aan een omgevings­ beraad, informatiebijeenkomsten, inspraak en mogelijkheden tot financiële participatie.

Programma Windenergie Amsterdam 2030

Bijlagen 1. Bijlage 1: Het plan-MER 1.1 De notitie reikwijdte en detailniveau van het plan-MER 1.2 De samenvatting van het plan-MER – zie vanaf pagina 143 van bijlage 1.3 ‘het plan-MER’. 1.3 Het plan-MER (hoofddocument) 1.4 De technische bijlage van het plan-MER 2. Bijlage 2: Uitkomsten van participatie 2.1 Nota van beantwoording adviezen en zienswijzen NRD 2.2 Advies SARA op PWA en concept plan-MER (februari 2024) + reactie gemeente (mei 2024) 2.3 Nota van beantwoording PWA en plan-MER (let op: deze nota volgt na de tervisielegging en is in deze versie dus nog niet beschikbaar), met daarin: – Beantwoording zienswijzen – Advies van de Commissie mer met beantwoording – Adviezen stadsdelen met beantwoording 3 Bijlage 3: Onderzoek en advies financiële participatie Amsterdamse wind & zon’, Rebel Group, 2023 4 Bijlage 4: Sociale aspecten zoekgebieden Programma Windenergie Amsterdam 2030, Antea Group, 2023

Colofon Programma Windenergie Amsterdam 2030 Vastgesteld door het college van B&W op xx-xx-xxxx Bestuurlijk opdrachtgever Wethouder Zita Pels (Duurzaamheid) Ambtelijk opdrachtgever Directie Ruimte en Duurzaamheid, Gemeente Amsterdam Teksten Ruimte en Duurzaamheid, Team wind Foto’s Fotobank gemeente Amsterdam Vormgeving Vorm de Stad

69

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14309840/1