2. Overdracht Aanpak Ontwikkelbuurten.pdf
Tekst van het document
4 jaar Ontwikkelbuurten: tijd om de balans op te maken Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Bestuurlijk vastgesteld in de Staf Ontwikkelbuurten op 13 december 2021 100%-versie
2
3
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Inhoud Samenvatting Adviezen voor het volgende stadsbestuur
Waarom deze overdrachtsnotitie? Voorgeschiedenis: van vernieuwingsslag tot focusgebieden
Achtergrond Rotterdam Zuid: lof en kritiek Leren van andere aanpakken?
Opdrachten
Staf Ontwikkelbuurten Jakob Wedemeijer (wethouder Ontwikkelbuurten), Simone Kukenheim (coördinerend wethouder Sociaal), Erna Berends (portefeuillehouder Noord), Dirk de Jager (portefeuillehouder Zuidoost), Ronald Mauer (portefeuillehouder Nieuw-West) Coördinerend gebiedsmanagers Hester Veenhuijsen (Nieuw-West), Marian Hogezand (Zuidoost) en Mohamed Bensellam (Noord) Coördinerend stadsdeeldirecteur Rob van der Velden Opsteller Ambtelijk opdrachtgever Stedelijk procesmanager
Tymen Peverelli Henriëtte Rombouts Edward Neering
4 5 8 9 9 10 11
2017: bestuursopdracht Ontwikkelbuurten 2019: actualisatie bestuursopdracht Ontwikkelbuurten
12 12 13
Wat zijn de Ontwikkelbuurten?
14
Investeringen: eenmalig, langetermijn of ingepast in regulier beleid
14
Monitor Ontwikkelbuurten
19
Geleerde lessen En hoe nu verder?
22 24
Bijlage: proces en organisatie Bijlage: Stand van zaken plaberum ontwikkelbuurten Bijlage: Kernindicatorenoverzicht Ontwikkelbuurten Bijlage: groslijst van projecten 2018-2021 Bronnen
25 27 28 42 50
4
5
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Samenvatting Amsterdam groeit en bloeit, maar helaas zijn er buurten in de stad die (nog altijd) op bepaalde vlakken achterblijven. Het zijn buurten waar sommige bewoners, meer dan elders, last hebben van een opeenstapeling aan problemen: woningen met slechte isolatie en schimmel, een slecht onderhouden openbare ruimte, armoede, werkloosheid, schulden… Een manier van werken die de focus legt daar waar de problemen het grootst zijn is daarom harder nodig dan ooit.
Uiteenlopende oorzaken De oorzaken van dit soort problemen lopen uiteen. De afbouw van de sociale zekerheid en veranderingen in het woonbeleid hebben de kloof tussen ‘goede’ en ‘minder goede’ buurten in ieder geval doen groeien. Eerdere stedelijke vernieuwing, waaronder de Amsterdamse Focusaanpak, heeft het tij niet kunnen keren. En 1 de coronacrisis heeft de kloof verder verdiept. Tegelijkertijd zijn er ook veel kansen om de problemen aan te pakken, onder meer omdat er mogelijkheden zijn om nieuwe woningen te bouwen.
Aanpak Ontwikkelbuurten De ongelijke verdeling van kansen in 32 buurten in de stad was de aanleiding voor het Amsterdamse college om de Aanpak Ontwikkelbuurten in het leven te roepen – allereerst in 2017, en in een geactualiseerde versie in 2019. Dit gebeurde in navolging van eerdere stedelijke vernieuwingsprogramma’s, maar had nu het expliciete doel om de buurten op meerdere terreinen te verbeteren. De ambitie van de Aanpak Ontwikkelbuurten omvat vijf doelstellingen: verbeteren van woningen, leefbaarheid, sociaaleconomische positie, energetische kwaliteit (duurzaamheid) en aanhaken bij strategische buurtontwikkeling.
Wat ging goed en wat kan beter? Inmiddels nadert de aanpak het einde van de bestuursperiode en is het tijd de balans op te maken. Wat ging er goed, wat kon beter? En in
welke vorm kan dit worden voortgezet in de volgende bestuursperiode, al dan niet onder regie van de Masterplannen? De overdrachts notitie die voor u ligt maakt die balans op. We deden dit op basis van uitgebreide gesprekken met betrokkenen, bureauonderzoek en enquêtes.
Resultaten: drie categorieën De resultaten van de Aanpak Ontwikkelbuurten zijn onder te brengen in drie categorieën. Ten eerste is geïnvesteerd in eenmalige maatregelen in de buurten. Daarbij kan gedacht worden aan sociaal-fysieke initiatieven als buurtkamers en jongerencentra (in 2020 zijn er 7 van zulke plekken opgestart), sociale initiatieven als het bieden van extra taalaanbod om laaggeletterdheid tegen te gaan en fysieke initiatieven als sportplekken en speeltuinen (daarvan zijn er in 2020 32 opgestart in alle buurten) of het opknappen van het groen. Bij al deze maatregelen wordt gekeken wat een buurt specifiek nodig heeft. Dat kan de aanpak van de verloedering van de openbare ruimte zijn of het terugdringen van armoede. In de bijlage is de complete lijst met alle projecten van de aanpak in de buurten opgenomen. Daarbij kan gedacht worden aan sociaal-fysieke initiatieven als buurtkamers en jongerencentra (in 2020 zijn er 7 van zulke plekken opgestart), sociale initiatieven als het bieden van extra taalaanbod om laaggeletterdheid tegen te gaan en fysieke initiatieven als sportplekken en speeltuinen (daarvan zijn er in 2020 32 opgestart in alle buurten) of het opknappen van het groen. Bij al deze maatregelen wordt gekeken wat een buurt specifiek nodig heeft. Dat kan de aanpak van de verloedering van de openbare ruimte zijn of het terugdringen van armoede.
Ten tweede is gewerkt aan integrale plannen voor iedere buurt. Hiervoor was meestal de plaberum- systematiek het uitgangspunt. Inmiddels zijn voor 28 van de 32 buurten plannen vastgesteld, uiteenlopend in scope en vorm. En ten derde wordt bekeken of voor de Ontwikkelbuurten het reguliere beleid kan worden geïntensiveerd.
Participatie
Financiën
Een belangrijk onderdeel van de aanpak is participatie in de buurt: bij het maken van plannen en projecten staat de wens van de bewoner centraal. Onderzoek door de stichting !WOON en de Hogeschool van Amsterdam in de Ontwikkelbuurten leverde een aantal lessen op, waaronder: erken eerdere pijnpunten, benader bewoners als professionals, erken dat het kan schuren en bekijk de wijk (en de participatie daarin) integraal.
In de bestuursopdracht 2019 werd €40 miljoen beschikbaar gesteld voor de periode 2019-2022. In 2019 kwam de Aanpak Ontwikkelbuurten langzaam als een diesel op gang. In de jaren daarna is de aanpak op volle snelheid gekomen” In 2019 was de realisatie €5 miljoen euro, in 2020 €12 miljoen euro en voor 2021 is de prognose €14 miljoen en voor 2022 €9 miljoen. De proceskosten voor de aanpak in 2019 kwamen uit op 37,4%, in 2020 op 14,9% en de prognose voor 2021 is 8,4% en voor 2022 onder de 5%. De hoge proceskosten in de eerste periode hebben te maken met kosten voor de planvorming voor de inmiddels gerealiseerde 32 principenota’s/ verkenningen van kansen. Voor het budget 2022 is het bestedingsplan reeds vastgesteld.
Duurzaamheid Naast participatie verdient ook duurzaamheid speciale aandacht. De inspanningen hiervoor vinden over het algemeen echter plaats buiten de project- en stadsdeelorganisaties die zich bezighouden met de Aanpak Ontwikkelbuurten. Het gaat hier om de inzet van de corporaties via de Samenwerkingsafspraken, het programma ‘Wijken Aardgasvrij Maken’ en het Duurzaam Herstelpakket.
In de bijlage vindt u een overzicht van alle projecten uit de periode 2018-2021 en een overzicht van de stand van zaken van de plaberumproducten in de Ontwikkelbuurten. Daarnaast is een kernindicatorenoverzicht opgenomen in de bijlage dat inzicht geeft in de ontwikkeling van de buurten op een reeks indicatoren.
Adviezen voor het volgende stadsbestuur Verderop in het document hebben wij op een rij gezet wat de belangrijkste geleerde lessen van de aanpak zijn. Deze lessen kunnen van waarde zijn voor de toekomst. Op basis van de evaluatie geven wij bovendien graag een aantal adviezen aan het volgende stadsbestuur: 1. De Amsterdamse buurten met achterstanden verdienen extra aandacht over een langere periode. Daarvoor is structurele financiering en een lange-termijnaanpak nodig. De aanbeveling is daarom dat de inzet van de Aanpak Ontwikkelbuurten wordt door gezet, maar niet in zijn huidige vorm want onder de regie van de Masterplannen/ Aanpak Noord. Dit biedt de mogelijkheid om het opgave- en gebiedsgerichte werken, waarvan de Aanpak Ontwikkel buurten een uiting is, voort te zetten. Een
geschikt moment van overdracht zou het aantreden van het nieuwe college zijn. De details van de overdracht per stadsdeel en per buurt worden door de stadsdelen in aparte overdrachtsdocumenten verder uitgewerkt. De concrete opbrengsten van de Aanpak, waaraan is gewerkt volgens een specifieke systematiek van opgave- en buurtgericht werken, en waarover regie gevoerd zou moeten worden zijn: - De meerjarige plannen (waaronder de Verkenningen van Kansen) voor de buurten - De samenwerking met de ketenpartners en bewoners - De laatste projecten van het resterende budget van de Aanpak in 2022 - Met dit Overdrachtsdocument dragen we ook een systematiek van werken in de buurten over.
6
7
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Aanbeveling is dan om de borging van de middelen van de Ontwikkelbuurtenaanpak te laten verlopen langs verschillende lijnen: 1) langetermijn-projecten met een grond exploitatie bij G&O; 2) incidentele projecten (sociaal/fysiek/werk) in de Masterplannen; 3) projecten in de openbare ruimte bij de verantwoordelijke directies (afgesproken is dat de Ontwikkelbuurten prioriteit hebben bij het beheer en onderhoud van de open bare ruimte); 4) structurele middelen voor sociaal worden deels geborgd in de Sociale Basis en in de Masterplannen/Aanpak Noord. De Masterplannen/Aanpak Noord bevinden zich momenteel echter in verschillende fases en hebben een uiteenlopende scope. Het volgende is daarom concreet nodig om deze aanbeveling te kunnen opvolgen. - Randvoorwaardelijk is dat in de eerste helft van 2022 een stevige organisatie wordt ingericht voor de Masterplannen en Aanpak Noord. Een gebiedsuitvoeringsplan, zoals dat er komt onder de koepel van het Masterplan Zuidoost, biedt hiervoor een geschikt handvat. Daarbij zou de governance van de Ontwikkelbuurten (het ambtelijk opdrachtgeverschap) kan worden overgedragen van de directeur Wonen naar de stadsdelen/Masterplannen/Aanpak Noord. Governance bij de grondexploitatieprojecten is belegd bij G&O.
Verder verdient het de aanbeveling dat de dagelijks besturen toezien op de borging in de stadsdelen en dat een wethouder in het college de borging coördineert. - Randvoorwaardelijk is ook dat conform de opzet van de Masterplannen veel middelen vrijkomen voor een lange-termijn-aanpak en het opgavegerichte werken, bijvoorbeeld via de beoogde gelden van het rijksprogramma 'Leefbaarheid en Veiligheid' in 2022 . - Randvoorwaardelijk is ook om de systematiek van opgave- en buurtgericht werken te blijven volgen. En om te blijven sturen op de integraliteit van de opgave. De aanpak is dus niet een separaat proces, maar draagt bij aan de bestaande organisaties. Gebleken is dat verkokering van allerlei initiatieven leidt tot onduidelijkheid binnen het ambtelijk apparaat en bij bewoners en resultaten in de
weg zit. Zeker de stapeling van sociale problemen in de buurten vraagt om blijvende extra aandacht van de directies en de stadsdelen, bijvoorbeeld via versterkte buurtteams en de Sociale Basis. 2. Gezien de situatie in dat stadsdeel zijn specifieke aanbevelingen voor stadsdeel Noord nodig. De burgemeester heeft op 26 augustus 2021 aan bewonersorganisatie Red Amsterdam Noord de opdracht gegeven om zelf met een plan te komen voor een langjarige Aanpak Noord. Dit naar aanleiding van zorgen van bewoners over leefbaarheid in bestaande buurten en in hun ogen gebrekkige participatie. Tegelijkertijd is aan het stadsdeel gevraagd om een langjarige aanpak voor Noord. Dit moet een gezamenlijke aanpak worden en een nieuwe manier van werken. a. Probleem is echter dat de sociale en fysieke opgave in Noord vergelijkbaar is met die in de andere 2 stadsdelen met Ontwikkel buurten, maar dat stadsdeel Noord geen aanspraak kan maken op de middelen uit het rijksprogramma ‘Leefbaarheid en Veiligheid’. Daarom zullen andere financieringsbronnen aangesproken moeten worden. De eerste aanbeveling is daarom om te kiezen voor: - Het inrichten van een investeringsfonds om de grote fysieke opgave te kunnen financieren - Een vergelijkbare inzet als Zuidoost en Nieuw-West uit de stedelijke middelen sociaal te faciliteren b.
De tweede aanbeveling is om de nieuwe wijze van werken met bewoners die de Aanpak Noord moet worden gemeentelijk te faciliteren en de waarschijnlijk soms benodigde experimenteerruimte bij de planvorming toe te staan. 2. Het advies is dus dat de uitvoering en regie op de opgave in de buurten zo veel mogelijk in de drie stadsdelen en de masterplannen komt te liggen. Tegelijk bevelen we aan om tussen de drie stadsdelen gezamenlijk op te blijven trekken, op het niveau van afstemmen, coördineren, delen. Denk aan
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
thematische kennisdeling en de clustering van de opgave naar de directies en markt. Voortdurende coördinatie hierop is van belang: door de gezamenlijke dagelijks besturen van de 3 stadsdelen en door een coördinerend wethouder.
Daarnaast willen we soms in buurten investeren zonder dat er gebiedsontwik keling - en dus een grondexploitatie plaatsvindt. De aanbeveling is dus om in producten en programmacyclus ruimte te bieden voor de integraliteit van de opgave.
3. Voorts is de aanbeveling om in het vervolg terughoudend te zijn bij het optuigen van een projectencarrousel: hierin schuilen valkuilen maar ook kansen. Enerzijds kost het optuigen van zo’n carrousel veel menskracht en dus proceskosten. Anderzijds helpt handgeld om snel tot zichtbare veranderingen in de buurten te komen. De ervaring leert dat een jaarbudget verdeeld over fysiek en sociaal nodig is om snel in te springen op wat een buurt nodig heeft en dient dus om een opmaat te zijn naar structurele veranderingen in de buurten.
5. Tot slot is de aanbeveling om bij toe komstige opgave- en gebiedsgerichte aanpakken de voortgang in de buurten op hun doelstellingen te monitoren. Daarmee komen de effecten van de interventies in beeld en dit vergemakkelijkt het sturen. Tegelijkertijd leert de ervaring met de Focusaanpak dat er ook te veel gerapporteerd kan worden. Een gulden middenweg dus.
4. De plaberum-systematiek heeft absoluut zijn waarde bewezen voor de gebiedsontwikkeling, maar sluit onvoldoende aan bij ambities en methode van de Aanpak Ontwikkel buurten. Want het gaat hierbij uiteindelijk om in eerste instantie fysieke producten (producten na de haalbaarheidsfase), wat ingaat tegen de integraliteit van de opgave.
Jakob Wedemeijer, wethouder Ontwikkelbuurten Simone Kukenheim, coördinerend wethouder Sociaal Erna Berends, portefeuillehouder Noord Dirk de Jager, portefeuillehouder Zuidoost Ronald Mauer, portefeuillehouder Nieuw-West
8
9
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Waarom deze overdrachtsnotitie? In drie stadsdelen – Nieuw-West, Noord en Zuidoost – is de Gemeente Amsterdam momenteel extra aan de slag in een aantal ‘Ontwikkelbuurten’. Dit overdrachtsdocument is een resultaat van een wens van de Staf Ontwikkelbuurten.
Ontwikkelbuurten, en de relatie van de aanpak met de Masterplannen Nieuw-West en Zuidoost en de Aanpak Noord.
Dubbel doel Het doel van deze overdrachtsnotitie is dus tweeledig:
Lessen en inzichten Deze overdrachtsnotitie is bestemd voor het volgende Amsterdamse stadsbestuur. Ze brengt de tot nu toe geleerde lessen en verkregen inzichten uit de Aanpak Ontwikkelbuurten nauwkeurig in kaart.
• Beschrijving van de belangrijkste resultaten en lessen uit de Aanpak Ontwikkelbuurten, ter voorbereiding van het volgende stadsbestuur, en te gebruiken in de volgende bestuursperiode.
Dit sluit aan bij de wens van voormalig wethouder Ivens om Onderzoek, Informatie en Statistiek een meting uit te laten voeren naar de actuele status van de Ontwikkelbuurten. De uitkomsten van deze meting zijn onderdeel van deze notitie. Ze helpen het volgende college van B&W een afgewogen keuze te maken: moet de aanpak worden voortgezet, en zo ja, hoe?
• Evaluatie van organisatie, uitvoering, communicatie en financiën. Dit is samengebracht in de bijlage.
Het sluit ook aan bij de behoefte van de coördinerend gebiedsmanagers van de drie betrokken stadsdelen omdat zij meer grip te krijgen op het toekomstperspectief van de
Voor de totstandkoming ervan is gebruik gemaakt van een enquête onder circa 35 respondenten en gesprekken met betrokkenen op stedelijk niveau en in de Ontwikkelbuurten. De resultaten zijn dus gebaseerd op gesprekken met ambtenaren en bestuurders, niet met bewoners en andere ‘gebruikers’ van de aanpak zoals corporaties en welzijnsorganisaties.
Achtergrond Voorgeschiedenis: van vernieuwingsslag tot focusgebieden Vanaf vooral de jaren ’80 begonnen beleids makers en bestuurders steeds vaker het bestaan van zogenoemde ‘achterstandswijken’ te erkennen. Het Sociaal Cultureel Planbureau publiceerde in 1980 de studie Sociale achterstand in wijken en gemeenten. De studie bevatte kritiek op de stadsvernieuwingsslag van de jaren ’70 en ’80. Deze was voornamelijk gericht op het fysiek verbeteren van de kwaliteit van woningen en volkshuisvesting in vervallen vooroorlogse buurten. Deze vernieuwingsslag zou de echte, sociale problemen niet hebben aangepakt. Het erop volgende Grotestedenbeleid van de jaren ‘90 en ‘00 was gericht op differentiatie van het woningenaanbod en fysieke, sociale en 2 economische investeringen. Daarna startte de rijksoverheid in 2007 de Wijkaanpak, ook wel bekend als de Vogelaar- of Krachtwijken. Deze aanpak bestond uiteindelijk vooral uit de verkoop van de sociale huurvoorraad. Vanaf 2012 werd de rijksbijdrage voor deze aanpak stopgezet. Een evaluatie van de Wijkaanpak, in 2013 uitgevoerd door het Sociaal Cultureel Planbureau, was zeer negatief in zijn oordeel: ‘De conclusie van dit onderzoek kan niet anders zijn dan dat het krachtwijkenbeleid geen onderscheidende, gunstige leefbaarheids
3
effecten heeft gesorteerd.’ Dit werd onder meer verklaard door het gevoelde stigma dat bewoners zouden kunnen ervaren als hun buurt als probleemgebied werd aangemerkt. En van een nieuwe reguliere manier van werken was na het plotseling opdrogen van het geld geen 4 sprake. Mede door het verdwijnen van rijkssubsidies voor stedelijke vernieuwing en teruglopende investeringsmogelijkheden van corporaties besloot het Amsterdamse stadsbestuur in 2012 het resterende geld te investeren in acht focusgebieden. Het doel hiervan was om kleine initiatieven in de buurten te financieren (op het gebied van schoon, heel en veilig, sociaal economische situatie en leefbaarheid) en hiervan verslag te doen in kwartaalrapportages. Later werd gezegd dat de nadruk te veel lag op monitoring en rapportage. Het Rijk wilde na de Wijkaanpak niet langer investeren in aandachtsgebieden. Van verschillende kanten werd echter gewaarschuwd voor een toename van problemen in kwetsbare wijken. Branchevereniging Aedes wees in een rapport uit 2020 op een complex van oorzaken: het ‘kwetsbare groepen’-beleid, kerntakenbeleid voor corporaties, marktdenken bij overheid en corporaties, extramuralisering van de zorg, 5 decentralisatie en ondermijning.
10
11
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Leren van andere aanpakken? Wat kunnen bestuurders en professionals leren van wijkaanpakken in het verleden en van de Aanpak Ontwikkelbuurten?
Buurtaanpakken… Kennisorganisatie Platform 31 publiceerde in 2020 het rapport Wijk in zicht, een kwalitatief onderzoek naar de oorzaken van de groeiende kloof tussen ‘goede’ en ‘slechte’ wijken en de manieren om deze trend om te buigen met gebiedsgericht beleid. Het rapport deed een aantal aanbevelingen: • Fysieke investeringen hebben positieve effecten op leefbaarheid en veiligheid, ‘maar de problemen van individuele bewoners worden met herstructurering niet opgelost’. • Buurtgerichte investeringen moeten integraal en langdurig zijn, en gericht op de menselijke maat. • Investeer in een brede sociale basis, gericht op ondersteuning, stijging en normering. • Ondersteun wijkprofessionals en buurtinitiatieven. • Benader buurten vanuit een meerschalig 8 perspectief en samen met andere overheden.
Rotterdam Zuid: lof en kritiek In Rotterdam startte in 2011 het Nationaal Programma Rotterdam Zuid. Het doel hiervan was de sociaaleconomische positie van Rotterdam Zuid binnen twintig jaar gelijk te brengen met die van de rest van de grote Nederlandse steden. Er werd ingezet op scholing, werk, inkomen, wonen, de basis op orde, veiligheid, cultuur en sport. Deze Rotterdamse aanpak oogstte lof. Het verantwoordelijke programmabureau noemde zelf als succesfactoren: het oog op de bal met een lange adem en een inspirerend verhaal; een coalitie met een wij-gevoel; een duidelijke rolverdeling tussen programma, gemeente en rijk, met sleutelfiguren op belangrijke posities; een programma zonder afrekencultuur en met 6 handelingsvermogen voor professionals.
Er was echter ook flinke kritiek. Een rapport van de Rotterdamse Rekenkamer uit 2016 benadrukte dat het erg onzeker was of het programma de benodigde resultaten zou halen. Andere kritiek kwam van bewoners. Er was flink verzet tegen de sloop van bepaalde buurten. Dit kreeg steun uit onverwachte hoek: de Verenigde Naties. Rapporteurs van de VN uitten in een brief aan het kabinet in de zomer van 2021 hun zorg over de verkoop van betaalbare woningen. Dit ging, aldus de VN, in tegen het recht op behoorlijke huisvesting en had een 7 discriminerende werking. Het Rotterdamse voorbeeld van een aanpak van twintig jaar, ontwikkeld met een alliantie van partners, staat model voor de nieuwe Masterplannen die in Nieuw-West en Zuidoost worden ontwikkeld.
…kunnen beperkingen hebben Andere onderzoekers wijzen op de beperkingen 9 van een buurtgerichte aanpak. Individuele problemen van buurtbewoners – zoals werkloosheid, onderwijsachterstand en discriminatie – zijn, zo betogen zij, vaak niet op buurtniveau op te lossen. Buurten zijn weliswaar de locaties waar dit soort problemen zich opstapelen, maar zijn niet de oorzaken van de problemen. Het mengen van buurten helpt weliswaar om het buurtgemiddelde te verbeteren, maar onderzoek wijst uit dat dit niet de problemen van de 10 bewoners verhelpt.
Buurtniveau of overstijgend? De Hogeschool van Amsterdam concludeert op basis van jarenlang onderzoek in de Ontwikkel buurten dat ‘buurt’ een zowel geschikt als ongeschikt schaalniveau is. Aan de ene kant heeft een buurt specifieke kenmerken en herinneringen die van invloed zijn op de relatie tussen bewoner en overheid. Aan de andere kant overstijgt het overheidsbeleid voor bepaalde terreinen het buurtniveau en is de leefwereld van veel bewoners vaak anders (kleiner) dan de 11 buurtgrenzen die ambtenaren hanteren.
12
13
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Opdrachten 2017: bestuursopdracht Ontwikkelbuurten De Amsterdamse coalitie van D66, VVD en SP stelde in maart 2017 de bestuursopdracht ‘Ontwikkelbuurten, Strategische Buurtontwikkeling’ vast. Het doel ervan was het maken van ‘bestendige en evenwichtige woonbuurten in de betrokken stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost’. Het uitgangspunt was dat bepaalde buurten, ondanks stadsvernieuwing en economische groei, te weinig hadden meegeprofiteerd. Samen met woningbouwcorporaties keek de coalitie naar slimme koppelingen met de stedelijke gebiedsontwikkeling, zoals vastgelegd in Koers 2025.
Doelstellingen… 1. Verbetering van kwaliteit van woningen, woonomgeving en gebouwde woonomgeving 2. Verbetering van de leefbaarheid in de buurten 3. Verbetering van de sociaaleconomische positie van de buurt en haar bewoners 4. Koppeling van Ontwikkelbuurten met gebiedsontwikkeling 5. Verbetering van de duurzaamheid van de woningen, inclusief aardgasvrij maken van bestaande woningen
…uitgangspunt… Het uitgangspunt van de bestuursopdracht was om de doelen te bereiken in samenspraak met de buurt, en dat dan met kleine, flexibele maatregelen. De bestuursopdracht keek naar de buurten met de grootste opgave op fysiek gebied, waaronder flinke achterstanden in de openbare ruimte, én op sociaaleconomisch gebied. De focus lag op 32 buurten in drie stadsdelen, Nieuw-West, Noord en Zuidoost.
…en geld De coalitie maakte in 2018 geld vrij voor investeringen in het achterstallig onderhoud in de openbare ruimte, het opknappen van speelplekken, extra investeringen voor maatschappelijke voorzieningen en geld voor benodigde proceskosten. Daarnaast werd gestart met integrale plannen voor de buurten, volgens en aanvullend op de plaberum-systematiek.
2019: actualisatie bestuursopdracht Ontwikkelbuurten In februari 2019 actualiseerde het nieuwe college van GroenLinks, D66, PvdA en SP de bestuursopdracht uit 2017. Voor de coalitieperiode werd een jaarlijks budget van €10 miljoen per jaar vrijgemaakt, €40 miljoen in totaal. Daarbij werd expliciet de verbinding gezocht met andere programma’s in de stad.
Meer aandacht voor participatie De opgefriste bestuursopdracht bevatte hernieuwde en sterkere aandacht voor participatie. Zo werd geld vrijgemaakt uit het budget voor participatietrajecten. Stichting !WOON kreeg de subsidie om, onder regie van de stadsdelen, ervoor te zorgen dat bewoners op constructieve wijze betrokken zijn bij het proces en zo de ontwikkelingen in hun buurt deels zélf vormgeven. En de Hogeschool van Amsterdam werd ingeschakeld om een aantal actieonderzoeken uit te voeren, gericht op het verbeteren van de participatie van bewoners en maatschappelijke partners.
Duurzame vernieuwing in de buurten Doel van de vernieuwde bestuursopdracht was te zorgen voor duurzame verandering in de buurten. Dit zou moeten gebeuren door een combinatie van eenmalige sociale en fysieke investeringen, het prioriteren van regulier beleid en reguliere plannen, samenwerkingen met de wooncorporaties en integrale, meerjarige plannen per buurt. Daarbij werd de verwachting uitge sproken dat dit acht tot tien jaar zou gaan duren.
In 2019 formuleerden de betrokken gebiedsteams en projectteams hun buurtspeerpunten. Daarbij bekeken zij per buurt waar het meest en dringendst behoefte aan is.
Extra investeren in werk Het uitbreken van de coronacrisis noodzaakte het college van B&W om de plannen voor de Ontwikkelbuurten opnieuw tegen het licht te houden. Want veel bewoners van de buurten raakten door het sluiten van de bedrijvigheid en faillissementen werkloos. De coalitiepartijen in de gemeenteraad besloten daarom, in het sociaal en duurzaam herstel pakket ‘Samen sterker uit de crisis’ van september 2020, extra te investeren in werk in de Ontwikkelbuurten. Een deel van het resterende Ontwikkelbuurten-budget wordt nu ingezet voor projecten met een werkcomponent voor de jaren 2021 en 2022. De projecten die nu per stadsdeel voorliggen zijn projecten die banen opleveren of zorgen voor toeleiding naar werk. Daarnaast leveren de projecten hiermee een bijdrage aan de verbetering van leefbaarheid, veiligheid en de openbare ruimte in de Ontwikkelbuurten. Onderdeel van die extra inzet op werk is ook een intensivering op het gebied van veiligheid. Dit wordt vooral gedaan door de zichtbaarheid van de overheid in de buurten te versterken, bijvoorbeeld door de inzet van straatcoaches (gekoppeld aan een opleidingstraject voor jongeren), en extra gastheren/-vrouwen.
14
15
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Wat zijn de Ontwikkelbuurten? Investeringen: eenmalig, langetermijn of ingepast in regulier beleid Eenmalige maatregelen: goede resultaten… Per buurt is geïnvesteerd op basis van noodzaak en behoefte. Dit betekent dat de inzet in sommige buurten naar verhouding groter is geweest dan in andere. De eenmalige maat regelen werden voor sommige buurten ingepast in een ‘Doelen-Inspanningen-Netwerk’, dat voor elke buurt is gemaakt. Daarin zijn alle maat regelen gekoppeld aan de vijf algemene doelstellingen van de Aanpak Ontwikkel buurten, en is bekeken of zij bijdragen aan structurele verbetering van de buurt. Daarnaast stelden de gebiedsteams per buurt drie leidende speerpunten vast. De eenmalige maatregelen in de Ontwikkel buurten sluiten goed aan bij de vijf doel stellingen. Een tussenevaluatie van het Stedelijk Team, eind 2020, met een aantal buurten als voorbeeld, maakte duidelijk dat de maatregelen zich vooral richten op leefbaarheid en sociaal economische positie. De overige doelstellingen (woningen, strategische buurtontwikkeling en duurzaamheid) vergen meer structurele ingrepen, die beter binnen de meerjarige planvorming kunnen worden ingepast. Over de fysieke en sociale resultaten zijn de respondenten overwegend positief. Wat betreft de sociale maatregelen heeft men er waardering voor dat het budget de mogelijkheid biedt om ze op touw te zetten.
Tegelijkertijd wordt erkend dat voor structurele veranderingen structurele investeringen nodig zijn. Bij sociaal is, bijvoorbeeld, de groei van de Sociale Basis onvoldoende om de inzet vanuit Ontwikkel buurten die voor opname in de basis in aan merking komt te kunnen verduurzamen. Aanknopingspunt biedt daarvoor de beweging binnen de gemeente om meer opgavegericht te gaan werken, bijvoorbeeld in het kader van 12 Grenzeloos Samenwerken. Men is ook positief over de resultaten van de fysieke projecten. Ze leiden tot zichtbare verbeteringen in de buurten en ze helpen bij
het terugdringen van de achterstanden in de openbare ruimte. Tegelijkertijd benadrukken sommigen dat het hierbij veelal gaat om tijdrovende projecten. Als ‘acupunctuurmaat regelen’ maken ze op kleine schaal het verschil, maar ze verbeteren niet per definitie de gehele leefomgeving van een buurt. Het college heeft voor de periode 2019-2022 €4 miljoen gereserveerd voor investeringen in groen in de Ontwikkelbuurten. Ook de Groen visie, die bestuurlijk is vastgesteld in december 2020, heeft aandacht voor de buurten. Het uitgangspunt is dat het groen in de stad voor iedere Amsterdammer is, ook in Ontwikkel buurten, en samen met de bewoners wordt gemaakt.
….een integrale succesfactor De eenmalige maatregelen in de buurten staan nooit op zichzelf. Ze zijn altijd onderdeel van een bredere blik op wat een buurt nodig heeft. Een opening van een buurtkamer hoeft bijvoorbeeld niet alleen te resulteren in een mooie, nieuwe maatschappelijke voorziening, maar ook in een actievere participatie van bewoners en ondersteunt de gebiedsontwikkeling. Bovendien laten we hiermee aan de buurt zien dat er iets gebeurt. Randvoorwaardelijk daarbij is een goede kruisbestuiving op projectniveau, bij directies en het stadsdeel. Een voorbeeld hiervan is de speelplek in de Wigbolt Ripperdastraat in Geuzenveld (NieuwWest), waarvan bewoners aangaven dat die niet voldeed. Ook ontving het stadsdeel signalen dat het samen spelen en samenleven bij de speelplek niet prettig was. Daarom heeft het gebiedsteam hier niet alleen de speelplek opgeknapt, maar ook extra activiteiten en jeugdwerk ingezet. Door de activiteiten zijn bewoners opgestaan die meer wilden betekenen voor de buurt omdat zij zich zorgen maken. Inmiddels is er een kleine gemeenschap van bewoners ontstaan die hiermee verder willen. Daarom gaat het stadsdeel een (tijdelijke)
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
ontmoetingsfunctie/buurtkamer bij de speelplek te creëren waar vandaan ook door deze bewoners activiteiten georganiseerd kunnen worden. Deze tijdelijke functie zal dan op termijn kunnen worden omgevormd tot definitieve buurtkamer in deze buurt. Dit kan dan gelijk oplopen met de gebiedsontwikkeling die zal leiden tot de realisatie van twee gebouwen met maatschappelijke plint. Het project van de Aanpak Ontwikkelbuurten is hierin dus een aanzet en katalysator geweest om ook voor de lange termijn samen met bewoners vanuit een integrale blik aan een betere buurt te werken.
Integrale plannen Naast incidentele projecten zijn er wel ook, in samenspraak met bewoners en maatschappe lijke partners, integrale plannen ontwikkeld voor de buurten. Dit gebeurde meestal volgens de plaberum-systematiek. Als ergens in de stad gebiedsontwikkeling plaatsvindt die grenst aan een Ontwikkelbuurt wordt meteen verbinding gezocht. Dit gebeurt bijvoorbeeld door maatschappelijke voorzieningen aan de rand te plaatsen, zodat ze ook goed bereikbaar zijn voor bewoners in de betreffende Ontwikkelbuurt.
Een gevolg hiervan is dat in de buurt vaak sloop en nieuwbouw plaatsvindt en de openbare ruimte een forse impuls krijgt.
Aandachtspunt: proceskosten Omdat alle organisatieonderdelen met minder geld moeten toekomen, en iedereen zich terugtrekt op de kernactiviteiten, is het lastiger om de continuïteit te behouden en integraliteit te bewaken. Bij het opzetten van de Aanpak Ontwikkelbuurten heeft het veel tijd en dus geld gekost om een projectorganisatie op te tuigen. Dit werd mede veroorzaakt doordat bij de budgettering soms onvoldoende rekening gehouden werd met de nodige proceskosten. Realistisch begroten moet daarom het uitgangspunt zijn. De proceskosten namen echter flink af naarmate de aanpak vorderde (zie toelichting bij Financiën).
Aandachtspunt: bewaken van integraliteit De principenota’s van de Ontwikkelbuurten zijn over het algemeen integrale producten, waarin de sociale en fysieke opgave een plek heeft. Uit gesprekken met betrokkenen blijkt dat het ingewikkeld is om binnen de vervolgstappen van de plaberum-systematiek die integraliteit de
16
17
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
werkcomponent opgezet in samenwerking met onder andere de directie Stadswerken, de directie Openbare Orde en Veiligheid, en de directie Werk, Participatie en Inkomen. Ontwikkelbuurten zijn geselecteerd omdat de buurten kampen met achterstallig onderhoud op fysiek en sociaal terrein. Ingrepen via de reguliere inzet in de lijn, zoals onderhoud van de openbare ruimte, zijn cruciaal.
Participatie: belangrijk, maar het kan beter Bij alle gewenste doelstellingen voor de Ontwikkelbuurten is participatie erg belangrijk. Uitgangspunt was vanaf het begin dat de aanpak per Ontwikkelbuurt samen met de bewoners zou worden bepaald. In de principenota’s is veel aandacht voor participatie en wordt goed verwoord op welke wijze de buurt kan worden betrokken. In de geactualiseerde bestuursopdracht is €1,1 miljoen gereserveerd voor participatie in de buurten, met de nadruk op mogelijkheden voor experimenten.
waarborgen. In de Röellbuurten in Nieuw-West is voor een andere aanpak gekozen, waarbij een afsprakenkader en bijbehorend sociaal uitvoeringsprogramma zijn vastgesteld. Cruciaal is de combinatie van fysieke en sociale ingrepen, op een meer dan incidentele basis. Om na afronding van een project de gewenste resultaten te bereiken is nazorg nodig, mét budget hiervoor. De individuele problematiek van sommige bewoners (armoede, werkeloosheid, overlast) is namelijk hardnekkig.
Plannen Inmiddels zijn voor alle 32 buurten plannen vastgesteld of al in uitvoering. De inzet in de Ontwikkelbuurten, die onder andere in de principenota’s is geformuleerd, is meervoudig en beantwoordt aan de vijf doelstellingen van de aanpak. De planvorming van de Ontwikkel buurten verschilt van buurt tot buurt. Sommige planproducten hebben een grote scope, zoals de principenota Geuzenveld-Slotermeer. Maar andere buurten hebben geen gebiedsontwikkeling en zijn daarom geen ‘plaberum-product’. Banne Zuid bijvoorbeeld heeft in plaats daarvan een actieprogramma.
Het gaat dus uiteindelijk om maatwerk per buurt. Het verdient aanbeveling om de overdracht en regie op de plannen plaats te laten vinden via de Masterplannen, de Aanpak Noord en investeringsnota’s van Grond en Ontwikkeling.
Voorrang in regulier beleid Naast incidentele projecten en langetermijnplannen is er nog een derde manier om de doelstellingen te bereiken: de Ontwikkelbuurten voorrang verlenen in regulier gemeentelijk beleid. In bijeenkomsten met de gebiedsteams van de Ontwikkelbuurten en vertegenwoor digers van de betreffende directies is helder gemaakt welke extra inzet de buurten nodig hebben. Deze gewenste inzet is vervolgens meegenomen in de plannen van de directies. Een aantal gemeentelijke ambities en programma’s geeft inmiddels prioriteit aan de Ontwikkelbuurten, zoals de Werkbrigade, Weerbare mensen, weerbare wijken, het Masterplan Handhaving en Reiniging, de Aanpak Duurzaamheid, het Volkshuisvestings fonds in Zuidoost en de Woningbouwimpuls. Daarnaast is ook de samenwerking tussen directies en stadsdelen met Ontwikkelbuurten verbeterd. Zo zijn enkele projecten met een
Stichting !WOON werd gevraagd om bewoners en bewonersgroepen te ondersteunen bij het op peil krijgen van de organisatiegraad in de buurten. De mate van betrokkenheid verschilde per buurt. Een evaluatie van Onderzoek, Informatie en Statistiek maakte duidelijk dat de samenwerking tussen de gemeente en !WOON door de meeste respondenten als erg positief werd ervaren. Wel bleek onduidelijkheid te bestaan over de specifieke, onafhankelijke rol van !WOON ten opzichte van de gemeente. En de brede inzet op het gebied van participatie in de Ontwikkelbuurten overlapte soms met die van de reguliere partners in de Sociale Basis. De evaluatie leidt tot een aantal suggesties om de samenwerking in de toekomst verder te verbeteren, zoals • een duidelijke startbijeenkomst organiseren en afspraken maken; • accepteren dat bewonersparticipatie kan schuren; • per gebied /project bekijken welk type bewonersondersteuning gewenst is en door welke partij; • leermomenten van bewonerscommissies meenemen in stedelijke leersessies; • in gemeentecommunicatie bewoners altijd wijzen op de mogelijkheid van ondersteuning; • integrale blik op de buurt met een duidelijke positionering voor !WOON;
• bewoners niet alleen ondersteuning bieden in 13 de fase van planvorming. De twee bestuursopdrachten presenteerden de Aanpak Ontwikkelbuurten expliciet ook als een lerende aanpak. De gemeente schakelde de Hogeschool van Amsterdam in om een leer- en onderzoekstraject op te starten. Hiervoor wordt sinds 2017 door gemeente en school geld vrijgemaakt. In 2019, 2020 en 2021 werden honderd interviews gehouden met betrokkenen, twaalf leerbijeenkomsten georganiseerd, in elf buurten verkenningen uitgevoerd, tien rapportages en publicaties gemaakt over tussentijdse resultaten, en tien afstudeer opdrachten voltooid. Veel van het onderzoek richtte zich op de relatie tussen bewoners en gemeentelijke professio14 nals.
In een eerste publicatie uit 2019 beschreef de Hogeschool een aantal lessen en aanbevelingen voor de participatie in de Ontwikkelbuurten, waaronder: • erken eerdere pijnpunten tussen de buurt en gemeente en geef rekenschap van die emoties; • denk samen met bewoners ook na over de toekomst en betrek ze als professional; • maak zo snel mogelijk transparant hoe de zeggenschap van bewoners vorm krijgt – en op basis van welke criteria afwegingen worden gemaakt; • betrek bewoners bij de ‘blackbox’ van het planproces; • houd rekening met buurtbinding, onderlinge betrokkenheid van bewoners, individuele ontwikkeling, beperkte zichtbaarheid van de inbreng en sterker draagvlak bij bewoners voor de plannen; • bestuurlijke interventies tijdens het participatieproces hebben als risico dat ze de ruimte voor bewoners verkleinen ; • ga òf in open onzekerheid het gesprek aan, òf maak harde keuzes voordat het gesprek begint; 15 • trek samen op met corporaties. In 2021 voerde de Hogeschool drie onder zoeken uit, in Reigersbos, HamerkwartierIJplein/Vogelbuurt en Couperusbuurt. Deze zijn toegelicht in een bijeenkomst. In een interne gemeentelijke enquête werd de samenwerking en kennisoverdracht tussen Hogeschool en gemeente over het algemeen als redelijk tot goed beoordeeld.
18
19
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
De reacties van bewoners op de participatie in de Ontwikkelbuurten is wisselend. Een complicerende factor was dat de coronacrisis langdurig persoonlijk contact bemoeilijkte en aldus roet in het eten gooide. De actiegroep Red Amsterdam Noord uitte in de media haar onvrede over de toegenomen scheefgroei tussen bestaande en nieuwe wijken. En de reacties van bewoners op de resultaten van de Aanpak Ontwikkelbuurten in hun buurt lopen uiteen. Met name de zichtbare fysieke projecten worden door sommige bewoners gewaardeerd, zonder dat zij beseffen dat deze onderdeel zijn van een samenhangende aanpak. Een voorbeeld van geslaagde participatie is het traject voor de projectnota Banne Noord in 2019. Hierbij is sterk ingezet op het bereiken van een zo groot mogelijke doelgroep, ook door niet-traditionele participatiemiddelen te gebruiken. Er is een buurtkrant verspreid, waardoor er veel meer bewoners afkwamen op de inloopbijeenkomst. Bewoners waardeerden de leesbaarheid van het krantje.
Duurzaamheid Een deelthema van de Aanpak Ontwikkelbuurten verdient extra aandacht: duurzaamheid. Op verschillende manieren wordt geprobeerd een bijdrage te leveren aan deze vijfde doelstelling binnen de Ontwikkelbuurten. Deze inzet vindt echter over het algemeen plaats buiten de project- en stadsdeelorganisaties die zich bezighouden met de Ontwikkelbuurtenaanpak. Afspraken over het aardgasvrij maken van woningen, het plaatsen van zonnepanelen en de renovatie van woningen worden wel vooral op projectniveau gemaakt. De woningcorporaties spelen een belangrijke rol, aan de hand van de Samenwerkingsafspraken 2020-2023, bij onderhoud, renovatie en het plaatsen van zonnepanelen. In veel Ontwikkelbuurten is intussen ‘Wijken Aardgasvrij Maken’ gestart. De gemeente coördineert en stimuleert in deze buurten de overgang naar aardgasvrij. De buurten bevinden zich op dit moment in verschillende stadia: in sommige buurten wordt de overgang naar aardgasvrij nog verkend, in andere buurten hebben bewoners al een startbrief ontvangen, en in weer andere buurten wordt het aardgasvrij maken van woningen al uitgevoerd.
Het bereiken van duurzaamheidsdoelstellingen in de Ontwikkelbuurten kreeg een extra impuls dankzij de vaststelling van het Duurzaam Herstelpakket (in totaal €78 miljoen) door de gemeenteraad bij de najaarsnota 2020. En de investering vanuit het Volkshuisvestingsfonds in stadsdeel Zuidoost maakt het mogelijk pilots in dit stadsdeel uit te breiden. Het thema duurzaamheid in de Ontwikkel buurten roept ook veel politieke aandacht op. Een steeds terugkerend probleem is dat afspraken en uitvoering plaatsvinden buiten de Aanpak Ontwikkelbuurten. De gemeenteraad verwacht dat de stadsdelen het Stedelijk Team zelf kunnen sturen op deze doelstelling, terwijl dit in de praktijk moeilijk blijkt. De respondenten van de enquête zijn dan ook overwegend negatief over de resultaten van de duurzaamheidsaanpak in de Ontwikkelbuurten: slechts 13% van de ondervraagden is tevreden.
Financiën op stoom In de bestuursopdracht 2019 werd €40 miljoen beschikbaar gesteld voor de periode 2019-2022. In 2019 kwam de Aanpak Ontwikkelbuurten langzaam als een diesel op gang. In de jaren daarna is de aanpak op volle snelheid gekomen. In 2019 was de realisatie €5 miljoen euro, in 2020 €12 miljoen euro en voor 2021 is de prognose €14 miljoen en voor 2022 €9 miljoen. De proceskosten voor de aanpak in 2019 kwamen uit op 37,4%, in 2020 op 14,9% en de prognose voor 2021 is 8,4% en voor 2022 onder de 5%. De hoge proceskosten in de eerste periode hebben te maken met kosten voor de planvorming voor de inmiddels gerealiseerde 32 principenota’s/verkenningen van kansen. Voor het budget 2022 is het bestedingsplan reeds vastgesteld.
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Monitor Ontwikkelbuurten Om een goed beeld te krijgen van hoe het, anno 2021, gaat met de Ontwikkelbuurten is het belangrijk om de verschillende uitgevoerde maatregelen en plannen kwalitatief en kwantitatief te analyseren. De respondenten van de enquête waren over het algemeen positief over de resultaten van de fysieke en sociale maatregelen in de buurten, neutraal over de resultaten van de werkprojecten, en verdeeld (zowel positief als negatief) over de resultaten op het gebied van duurzaamheid. De neutrale opinie over de projecten met een werkcomponent vloeit deels voort uit het vroege stadium waarin deze projecten zich bij het houden van de enquête bevonden. Moeilijker te beantwoorden is de vraag of de maatregelen ook daadwerkelijk hebben bijgedragen aan de doelstellingen van de Aanpak Ontwikkelbuurten. De respondenten van de enquête zijn het erover eens dat de effecten van de aanpak zich beperken tot een aantal doelstellingen, met name de verbetering van de leefbaarheid en de sociaaleconomische positie van bewoners en buurt. Tegelijkertijd erkennen ze dat, om duurzame veranderingen te bereiken, een langjarige focus nodig is. De monitor hierna geeft de stand van zaken weer van de Ontwikkelbuurten. Voor deze meting heeft Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) gebruikt gemaakt van twee indicatoren: buurttevredenheid en sociaal- economische status.
Deze indicatoren zijn eveneens een belangrijk middel geweest voor de selectie van de Ontwikkelbuurten in 2017 en 2019 en bieden daarmee een geschikt handvat om de ontwikkeling in de tijd in kaart te brengen en hoe de buurten zich verhouden tot andere buurten in de stad.
Deze twee indicatoren samen maken het mogelijk om te identificeren waarom investeren zogenaamde 'Ontwikkelbuurten' noodzakelijk blijft. Voor de onderstaande monitor zijn grenswaardes vastgesteld waaraan Ontwikkelbuurten en niet-Ontwikkelbuurten moeten voldoen om binnen de norm van 'Ontwikkelbuurt' te vallen. De Ontwikkelbuurten zijn samengebracht in twee tabellen (op het niveau van onderdelen van de Ontwikkelbuurt en op het niveau van de Ontwikkelbuurt als geheel) en daarnaast zijn alle buurten van de stad in een figuur samengebracht. De indicator buurttevredenheid is onderdeel van de factsheet Wonen in Amsterdam, 2021 Leefbaarheid, waar gemiddelde cijfers per wijk worden besproken. In deze monitor is het lagere schaalniveau van de buurt gekozen (met een minder hoge betrouwbaarheid). Daarom worden er in de monitor gemiddelde buurtwaarderingscijfers van 6 of lager aangetroffen ( 5 buurten) terwijl in de factsheet daar geen sprake van is. Een disclaimer is nodig. Als het zo is dat buurt(en) niet meer aan de normen van een Ontwikkelbuurt voldoen, is nader onderzoek nodig om duidelijk te maken wat aan de veranderingen ten grondslag ligt. Deze monitor is daarom niet bedoeld om te bepalen of een buurt niet langer als Ontwikkelbuurt moet gelden: de cijfers zijn een algemeen gemiddelde per buurt en laten niet zien hoe individuele of bewonersgroepen ervoor staan.
In de bijlage is een kernindicatorenoverzicht te vinden dat de ontwikkeling van de Ontwikkelbuurten in de afgelopen 3 à 4 jaar beschrijft op een reeks indicatoren.
20
21
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Buurten
OB1 OB2 OB2 OB3 OB3 OB4 OB4 OB4 OB5 OB5 OB5 OB5 OB6 OB7 OB7 OB7 OB7 OB7 OB7 OB8 OB8 OB9 OB9 OB10 OB11 OB12 OB13 OB13 OB13 OB13 OB13 OB14 OB15 OB16 OB17 OB18 OB18 OB18 OB18 OB19 OB19 OB19 OB19 OB19 OB19 OB19 OB19 OB20 OB20 OB20 OB20 OB21 OB21 OB21 OB22 OB22 OB23 OB23
Naam ontwikkelbuurt Amsterdam Ontwikkelbuurt-af vanaf Molenwijk Banne Noord Banne Noord Banne Zuid Banne Zuid Volewijck Volewijck Volewijck IJplein en Vogelbuurt IJplein en Vogelbuurt IJplein en Vogelbuurt IJplein en Vogelbuurt De Kleine Wereld Waterlandpleinbuurt Waterlandpleinbuurt Waterlandpleinbuurt Waterlandpleinbuurt Waterlandpleinbuurt Waterlandpleinbuurt Slotermeer-Noordoost Slotermeer-Noordoost Couperus-/dichtersbuurt + NOSP Couperus-/dichtersbuurt + NOSP Slotermeer-Noordwest Lodewijk van Deysselbuurt Confuciusplein-buurt Geuzenveld Geuzenveld Geuzenveld Geuzenveld Geuzenveld De Punt Reimerswaalbuurt Wildeman- en Blomwijckerbuurt Jacob Geelbuurt H-buurt H-buurt H-buurt H-buurt K-buurt K-buurt K-buurt K-buurt K-buurt K-buurt K-buurt K-buurt Reigersbos Reigersbos Reigersbos Reigersbos Holendrecht Holendrecht Holendrecht Venserpolder Venserpolder E-buurt /G-Noord E-buurt /G-Noord grens ontwikkelbuurt worden
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Ontwikkelbuurten Buurtcode STAD
Naam buurt Amsterdam
N66f N70c N70d N70a N70b N60a N60b N60c N61a N61b N61c N61d N69l N68a N68b N68c N68d N68e N68f F76a F76b F77a F77b F77c F77d F77f F78a F78b F78c F78d F78e F83a F82a F81a F85c T93f T93g T93h T93i T94d T94e T94f T94g T94h T94i T94k T94n T96d T96e T96f T96g T96a T96b T96c T93a T93b T94a T94m
Molenwijk Banne Noordwest Banne Noordoost Banne Zuidwest Banne Zuidoost Van der Pekbuurt Bloemenbuurt Zuid Bloemenbuurt Noord IJplein e.o. Vogelbuurt Zuid Vogelbuurt Noord Vliegenbos De Kleine Wereld Baanakkerspark Noord Baanakkerspark Zuid Werengouw Midden Markengouw Midden Markengouw Zuid Werengouw Zuid Buurt 3 Buurt 2 Slotermeer Zuid Noordoever Sloterplas Buurt 4 Oost Buurt 5 Noord Buurt 5 Zuid Buurt 6 Buurt 7 Buurt 8 Buurt 9 Eendrachtspark De Punt Osdorp Midden Noord Wildeman Jacob Geelbuurt Hoptille Rechte H-buurt Hakfort/Huigenbos Huntum Kortvoort Kelbergen K-buurt Midden K-buurt Zuidoost K-buurt Zuidwest Grunder/Koningshoef Kantershof Bijlmermuseum Zuid Gaasperdam Noord Gaasperdam Zuid Reigersbos Midden Reigersbos Zuid Holendrecht Noordwest Reigersbos Noord Holendrecht Oost Venserpolder West Venserpolder Oost E-buurt G-buurt Noord
Cijfer tevredenheid buurt 2015 2017 2019 2021 7,5 7,5 7,5 7,6 7,1 7,1 7,1 7,1 6,7 6,8 7,0 7,2 6,0 6,2 6,3 6,4 6,6 6,3 6,9 6,5 6,4 6,5 6,4 6,3 6,9 6,9 7,1 7,1 6,5 7,1 7,5 7,2 6,8 7,3 7,4 6,9 7,1 7,2 7,1 7,1 7,0 6,8 6,6 7,2 6,5 7,1 7,1 7,4 7,4 7,7 8,1 8,1 6,5 7,7 6,7 5,8 6,2 6,8 6,2 5,9 6,7 6,9 6,5 6,2 6,5 6,4 7,3 6,0 5,9 6,8 6,4 6,6 6,3
6,1 7,5 7,5 6,6 6,2 6,4 6,9 6,6 6,0 6,3 7,0 5,9 5,6 6,9 6,0 7,2 6,3 6,4
6,8
6,7 7,2
6,5 6,6 6,1 7,1 6,5 5,9 6,6 7,1 5,6 5,9 6,2 6,9 6,9 5,9 6,2
6,7 6,0 6,5 7,6 6,7 6,4 6,5 7,3 6,5 6,0 6,1 6,6 6,5 6,1 6,4
7,0 6,5
6,7 6,0 6,0 6,5 6,3 7,5 6,6
6,4 6,1 6,5 6,1 7,5 7,5 6,8
6,1 6,3 5,8 6,6 6,2 6,7 7,0
6,8
6,8
7,0
6,8
7,0
6,1
6,3
5,9
7,0 7,8 6,8 7,0 7,6 7,1 7,5 7,0 6,6 7,5 7,0 7,1 6,7
7,3 7,4 6,6 6,0 7,2 7,5 7,2 6,3 6,2 7,7 6,3 7,0 7,5 6,3
6,6 7,3 7,6 6,9 6,9 7,4 7,5 7,5 5,6 6,6 7,4 6,6 6,7 7,5 6,6
7,1 7,7 6,6 7,3 7,3 7,4 7,7 7,0 6,4 7,6 6,6 6,5 7,4 6,4
6,6
6,6
6,6
% Lage SES 2016 2018 2019 31 31 30 39 39 39 50 51 52 49 48 47 47 45 45 50 49 46 38 37 37 48 48 48 50 47 47 46 46 46 45 46 45 47 45 44 44 42 40 16 9 14 57 57 57 32 32 31 26 26 24 46 45 44 46 40 39 54 52 50 43 43 43 48 48 46 54 52 52 51 50 50 31 30 30 44 44 44 57 57 56 52 51 48 54 52 53 41 36 35 43 45 44 48 47 47 34 47 44 40 40 40 55 52 53 57 57 55 53 52 52 55 46 46 57 57 54 55 55 53 21 16 17 54 53 52 43 45 40 56 52 50 32 33 27 38 37 35 30 30 30 42 42 41 54 51 50 42 43 43 42 41 41 39 37 37 34 32 31 58 58 57 53 51 51 27 26 25 52 50 50 46 45 45 25 22 21 66 65 63 46
46
OB1 OB2 OB3 OB4 OB5 OB6 OB7 OB8 OB9 OB10 OB11 OB12 OB13 OB14 OB15 OB16 OB17 OB18 OB19 OB20 OB21 OB22 OB23
Naam ontwikkelbuurt Amsterdam Ontwikkelbuurt-af vanaf Molenwijk Banne Noord Banne Zuid Volewijck IJplein en Vogelbuurt De Kleine Wereld Waterlandpleinbuurt Slotermeer-Noordoost Couperus-/dichtersbuurt + NOSP Slotermeer-Noordwest Lodewijk van Deysselbuurt Confuciusplein-buurt Geuzenveld De Punt Reimerswaalbuurt Wildeman- en Blomwijckerbuurt Jacob Geelbuurt H-buurt K-buurt Reigersbos Holendrecht Venserpolder E-buurt /G-Noord
Cijfer tevredenheid buurt 2015 2021 7,5 7,6 7,1 7,1 6,8 7,2 6,4 6,5 6,7 6,8 6,8 7,1 6,8 7,5 6,5 6,7 6,6 6,7 6,1 6,6 6,7 6,9 6,5 6,5 6,2 6,0 6,5 6,1 6,2 6,3 6,8 6,1 6,4 6,3 6,7 5,8 6,3 6,6 6,8 6,7 7,0 6,9 7,3 7,5 7,0 7,1 7,0 6,5 6,9 6,8
grens ontwikkelbuurt worden beide indicatoren ontwikkelbuurt-af
6,6
6,6
% Lage SES 2016 2019 31 30 39 39 50 52 48 46 44 41 48 47 45 43 57 57 45 42 50 48 42 40 44 44 57 56 52 48 47 45 40 40 55 53 57 55 53 52 55 51 46 43 39 37 48 46 50 48 47 40 46
1 indicator ontwikkelbuurt-af
Alle buurten SES 2019 en WIA 2021 Toelichting rechter benedenhoek: cijfers aanzienlijk (ononderbroken lijn) of in sterke mate (onderbroken lijn) beneden het stedelijk gemiddelde.
46
22
23
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Geleerde lessen Uit bureauonderzoek, gesprekken met betrokkenen en de enquête komen verschillende geleerde lessen in beeld. Het gaat hier om aandachtspunten en successen van de aanpak. De slag die hierbij gemaakt moet gaan worden is hoe de inzet in de buurten verder te brengen: van incidenteel naar structureel.
Doelen, inzet, middelen en scope van de Aanpak Ontwikkelbuurten moeten op elkaar aansluiten Enerzijds is het nodig om ambitieus te zijn in de doelstellingen om verandering te bereiken. Anderzijds merkte een respondent van de enquête op: “Zorg ervoor dat je doelstellingen en je ambities niet groter zijn dan je portemonnee diep”. De geformuleerde doelstellingen vergen een grootschalige aanpak voor de lange termijn die niet (alleen) is op te lossen met eenmalige maatregelen in de buurten. Daarbij moet tevens de oorzaak van de problemen worden meegewogen. De plannen, die voor de buurten zijn vastgesteld, sluiten doorgaans wel aan bij de (meeste van de) doelstellingen en bij de drie spee rpunten die per buurt zijn vastgesteld. Voor de duurzaamheid-doelstelling valt echter ook op dat de gemeente in grote mate afhankelijk is van de inzet van corporaties: een gemeenschap pelijke aanpak op dit vlak is belangrijk. Deze plannen, zeker volgens de plaberum-syst ematiek, vergen echter een lange adem.
De mogelijkheid van een projecten carrousel blijft een valkuil – en een kans. Let daarbij op de verschillen tussen de sociale en fysieke kant van de aanpak in de buurten. Het kost veel inzet en middelen om projectencarrousels op te tuigen, daadwerkelijk te starten en weer af te bouwen. Ze zijn echter nodig om de incidentele middelen uit te kunnen geven: handgeld helpt om snel voor de buurt tot zichtbare veranderingen te komen. Voor het vervolg is het van groot belang rekening te houden met wat er per gebied al is gedaan aan participatie, wat er is beloofd en opgebouwd, en de manieren waarop je bewoners betrokken houdt. Deze duurzame inbedding is met name op sociaal terrein een aandachtspunt. Opgaveen gebiedsgericht werken vanuit directies en stadsdelen biedt hier een uitkomst. Let daarbij op de verschillen tussen de sociale en fysieke maatregelen. Terwijl de fysieke kant van de aanpak meestal projectgericht is, werkt de sociale kant meer procesmatig en langdurig. Dit moet worden meegewogen in de integrale planvorming.
De plaberum-systematiek biedt een helder kader en handvaten voor buurtverbetering, maar… …doet meestal afbreuk aan het integrale karakter van de plannen en is bestemd voor de lange termijn. De systematiek heeft zijn waarde
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
bewezen in de gebiedsontwikkeling, maar past niet geheel bij de Aanpak Ontwikkelbuurten. De principenota’s zijn wel integrale producten, maar gesprekken met betrokken maken duidelijk dat het niet altijd lukt om in de fases daarna die integraliteit te handhaven. Voor Banne Zuid werkt stadsdeel Noord daarom nu met een actieplan. En voor de Röellbuurten is een integrale verbeteraanpak vastgesteld met de corporaties.
Inzet op veiligheid en werk (bijvoorbeeld via buurtbanen) is belangrijk voor de buurten Bewoners ervaren Ontwikkelbuurten vaak als onveiliger dan andere buurten. Dit vraagt om een overheid die aanwezig en aanspreekbaar is, op die manier een informatiepositie en netwerk heeft, en preventief en corrigerend optreedt. Daar zijn extra mensen voor nodig, zoals handhavers en gastheren, en daarin moet worden geïnvesteerd.
Intensieve samenwerking met ketenpartners, waaronder de woningbouwcorporaties, wordt door betrokkenen gewaardeerd En dat geldt over het algemeen ook voor de samenwerking met stichting !WOON en de Hogeschool van Amsterdam. Dit is ook een van de lessen uit de Wijkaanpak van circa tien jaar geleden.
Bewoners waarderen participatie, maar er is ook onvrede over Onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam wijst uit dat het belangrijk is om, bij het maken van plannen voor de buurten, te werken aan vertrouwen en heldere uitgangspunten vast te stellen. Daarbij moet rekening worden gehouden met hoe bewoners hun buurt ervaren en het feit dat bewoners soms moeite hebben te participeren bij mooie toekomstplannen als de buurt in het hier en nu op schoon-heel-veilig en sociale samenhang als onvoldoende ervaren wordt. Het is belangrijk om verder te werken vanuit het opgebouwde vertrouwen. Participatie kost voor alle betrokkenen veel tijd en energie: soms is er meer behoefte aan concrete resul taten. Het betrekken van jongeren en toekomstige bewoners is een specifiek aandachtspunt. Voor het vervolg is het van groot belang rekening te houden met wat er per gebied al is
gedaan aan participatie, wat er is beloofd en opgebouwd, en de manieren waarop je bewoners betrokken houdt.
Kwetsbaar punt bij participatie: het stigma dat een term als ‘Ontwikkel buurten’ (onbedoeld) creëert Dit blijkt ook uit een rondgang door de weten16 schappelijke literatuur over dit onderwerp. Het gevaar bestaat dat ‘kwetsbaarheid’ wordt gebombardeerd tot de identiteit van een wijk, en dat uit het oog wordt verloren dat bepaalde problemen buurtoverstijgend zijn. Niet alles kan op buurtniveau worden opgelost.
Voortdurende kwalitatieve en kwantitatieve monitoring nodig om effecten van maatregelen te onderzoeken Het ontbreken van een dergelijke monitor vanaf de start van de aanpak was een bestuurlijke keuze. Dit maakt het nu moeilijk om de effecten van maatregelen goed in beeld te krijgen. Tegelijkertijd moet erkend worden dat er, bijvoorbeeld bij de sociaaleconomische positie van de bewoners, zoveel factoren een rol spelen dat een causaal verband tussen de extra inzet en de indicatoren lastig te leggen is. Ook leerde de Amsterdamse Focusaanpak dat te veel bureaucratische monitoring effectieve uitvoering in de weg kan zitten. De bijgevoegde monitor is daartoe een voorzet.
Aanpak Ontwikkelbuurten is een aanvulling op het gebiedsgericht werken De Aanpak Ontwikkelbuurten is niet een afzonderlijk programma naast de lijn of de manier van werken in het stadsdeel, maar maatregelen en plannen van de aanpak vullen de bestaande inzet aan. Binnen het gebiedsgerichte werken bestonden tot voor kort veel separate processen (GGU's, gebiedsplannen, Ontwikkelbuurtplannen, Masterplannen). Deze verkokering zit echter resultaten en participatie in de weg. Doel daarom is om de buurtgerichte aanpak die de Ontwikkelbuurtenaanpak is, te vertalen naar het integrale gebiedsgerichte werken waarbij de opgave centraal staat. Vandaar dat de gebiedsteams in de lead zijn geweest bij de aanpak. Gebleken is wel dat ‘handgeld’ helpt om snel tot zichtbare resultaten voor de buurt te komen. Voldoende overzicht, sturing en capaciteit zijn daarbij randvoorwaardelijk.
24
25
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
Bijlage: proces en organisatie
En hoe nu verder? Inmiddels hebben we sinds 2017 talloze projecten en plannen achter de rug. De vraag is nu: hoe verder? Vastgesteld kan worden dat geen Ontwikkelbuurt hetzelfde is, met name de principenota’s en andere buurtplannen verschillen sterk per buurt en in tijd. De overdracht is dus buurtspecifiek. Toch is het te adviseren om de uitvoering zo veel mogelijk te beleggen bij de verantwoordelijke directies en staande organisatie. Omdat de Aanpak Ontwikkel buurten een nieuwe vorm is/wordt van het gebiedsgerichte werken, worden de Masterplannen/Aanpak Noord dan de paraplu waaronder de lange-termijnplannen vallen. Deze programma’s sturen dan ook op het integrale karakter van de opgave in de buurten. De stadsdelen maken in 2022 afrondingsdocumenten per gebied om de eventuele overdracht naar de directies en Masterplannen te faciliteren.
Overdrachtsnotitie Ontwikkelbuurten
De Ontwikkelbuurtenaanpak is een aanvulling op het bestaande opgave- en gebiedsgericht werken. Het gaat erom te investeren daar waar de opgave het grootst is. Het werken aan zo’n omvangrijke opgave met 5 doelstellingen vergt een grote, misschien structurele investering. Het is echter moeilijk, zo niet onmogelijk om de totale benodigde investering in de buurten in kaart te brengen. De aanpak is namelijk erg diffuus: het gaat om incidentele middelen, lange-termijnplannen en intensivering van bestaand beleid en om 32 buurten waarvoor een specifieke aanpak is ontwikkeld. Bijkomend probleem is dat in de haalbaarheidsfase (principenota’s) doorgaans geen financiële raming is opgenomen. De daaropvolgende project- en investeringsnota’s zijn daarentegen weer voornamelijk fysieke producten met minder ruimte voor de sociale en economische opgave.
Organisatie: van traditioneel-programmatisch naar gebiedsmanagement De Aanpak Ontwikkelbuurten had tussen 2017 en 2019 een stedelijke, traditioneel-programmatische structuur met een stedelijke projectgroep en stadsdeel-procesmanagers. Medio 2019 is de structuur van de aanpak aangepast. De gebiedsmanagers werden integraal verantwoordelijk voor de aanpak in hun gebied. Het opdrachtnemerschap van de principenota’s was belegd bij de project organisaties van Grond en Ontwikkeling (Nieuw-West en Zuidoost) of het stadsdeel (Noord). De daaropvolgende plaberum-producten (project- en investeringsnota’s) vallen onder verantwoordelijkheid van Grond en Ontwikkeling. Voor een aantal buurten in Noord wordt per project gekeken bij welke directie het opdrachtgeverschap wordt belegd. Een belangrijk aandachtspunt is om ook in het vervolgtraject de integrale aanpak te bewaken.