CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Oud West 2018 1e herziening_Toelichting.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 31 augustus 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling het bestemmingsplan Oud West 2018 en het bestemmingsplan Oud West 2018 1e herziening (VN2022-020730)16.626 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Oud West 2018 1e Herziening

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Oud West 2018 1e herziening

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.E2001BPSTD-VG02

Datum print

27 Juni 2022

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11 2.12 2.13 Hoofdstuk 3 balkons 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3

5 Inleiding

7

Beperking vergunningvrij bouwen in achtererfgebied Wijzigingen bouwregels voor daktoegangsopbouwen, dakterrassen en balkons

7 7

Beperking vergunningvrij bouwen en verharden in achtererfgebied

9

Algemeen Juridische achtergrond Individuele belangen Groenpercentage plangebied Groenpercentage op publiek terrein Cultuurhistorisch belang van binnentuinen Belang van groen in de 21ste eeuw Volksgezondheid Overlast door hemelwater Ecologie en biodiversiteit Relevante factoren per bouwblok Belangenafweging Conclusie

9 9 10 12 14 14 16 18 25 26 29 32 33

Wijzigingen bouwregels voor daktoegangsopbouwen, dakterrassen en 35 Dakterrassen Daktoegangsopbouwen Balkons

35 36 37

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

39

Particpatiereacties Vooroverleg artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening Ontwerpbestemmingsplan

39 43 43

Gemeente Amsterdam

blz. 4

bestemmingsplan_Oud West 2018 1e herziening (vastgesteld)

blz. 5

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Oud West 2018 1e herziening (vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 1

Inleiding

Het bestemmingsplan Oud West 2018 is op 7 november 2019 vastgesteld door de gemeenteraad Amsterdam. Het bestemmingsplan wordt op twee onderdelen herzien. Voor de inhoud van de bestemmingen en voor het overige wordt verwezen naar de plantoelichting van het bestemmingsplan Oud West 2018.

1.1

Beperking vergunningvrij bouwen in achtererfgebied

In het bestemmingsplan Oud West 2018 is vergunningvrij bouwen in het achtererfgebied toegestaan conform de bepalingen uit het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het is echter wenselijk dat bouwwerken in de tuinen van Oud West vergunningplichtig worden. Het wegnemen van de vergunningvrije bouwmogelijkheid dient locatiespecifiek beargumenteerd te worden. Om te voorkomen dat nader onderzoek de procedure van het bestemmingsplan Oud West 2018 teveel zou ophouden, was de beperking van het vergunningvrij bouwen geen onderdeel van het vastgestelde plan. Na de vaststelling, op 7 november 2019, is een apart (bestemmingsplan)traject opgestart. Het bestemmingsplan wordt op dit onderdeel herzien door in de planregels en op de verbeelding een dubbelbestemming Waarde-Landschap toe te kennen aan de bestemming Tuin. Met deze dubbelbestemming wordt bewerkstelligd dat er zodanige beperkingen worden gesteld aan de mogelijkheden voor het bebouwen, inrichten en gebruiken van die perceelsgedeelten, dat geen sprake is van erf in de zin van artikel 1 van de bijlage bij het Besluit omgevingsrecht (Bor). Bouwwerken die op grond van het Bor nu nog vergunningvrij zijn, worden daardoor vergunningplichtig. Op 12 januari 2022 deed de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak over het bestemmingsplan.

Zij was van mening dat de regeling onvoldoende locatiespecifiek gemotiveerd was en gaf de gemeente de gelegenheid om dit gebrek te herstellen tijdens de beroepsprocedure door toepassing van de zogenoemde bestuurlijke lus (artikel 8:51a Awb). Er worden in dit bestemmingsplan ook voorwaarden gesteld aan het verharden van het achtererfgebied, zodat het betegelen en verharden van tuinen kan worden beperkt. Deze maatregelen zijn onderbouwd in Hoofdstuk 2 Beperking vergunningvrij bouwen en verharden in achtererfgebied.

1.2 Wijzigingen bouwregels voor daktoegangsopbouwen, dakterrassen en balkons Het dagelijks bestuur van het stadsdeel West heeft op 21 januari 2020, na de vaststelling van het bestemmingsplan Oud West 2018, nieuwe uitvoeringsrichtlijnen vastgelegd voor het verlenen van omgevingsvergunningen voor daktoegangsopbouwen, dakterrassen en balkons. Deze herziening wordt aangegrepen om de uitvoeringsrichtlijnen door te vertalen in het bestemmingsplan Oud West 2018 door bouwregels te wijzigen dan wel nieuwe bouwregels toe te voegen. Deze wijzigingen worden toegelicht in Hoofdstuk 3 Wijzigingen bouwregels voor daktoegangsopbouwen, dakterrassen en balkons

Gemeente Amsterdam

blz. 8

bestemmingsplan_Oud West 2018 1e herziening (vastgesteld)

blz. 9

Hoofdstuk 2 achtererfgebied 2.1

Beperking vergunningvrij bouwen en verharden in

Algemeen

Sinds 2014 mogen panden (woningen én niet-woonfuncties) maximaal 4 meter vergunningsvrij worden uitgebouwd. Het totale oppervlak aan bijgebouwen (aan- en uitbouwen en vrijstaande bergingen) per tuin mag niet meer dan 50% van het oppervlak van de tuin bedragen. Tot en met 2014 gold een maximum van 2,5 meter. Met deze verruiming kan het groene en open karakter van de binnentuinen onder druk komen te staan. Stadsdeel West zoekt naar mogelijkheden om de vergunningsvrije bouwmogelijkheden in te perken tot passend niveau. In het bestemmingsplan Oud West 2018 1e herziening is dit gedaan door vergunningsvrij bouwen niet meer toe te staan. Voor elke bebouwing van het achtererf dient een vergunning te worden aangevraagd. Dit stelt het stadsdeel in staat om per situatie te bepalen welke bebouwing passend is en voorwaarden te stellen die negatieve gevolgen zoveel mogelijk beperken. Door het beperken van vergunningvrij bouwen in (binnen)tuinen wordt een positieve bijdrage geleverd aan een gezond woon- en leefklimaat. Dit hoofdstuk is als volgt opgebouwd. Eerst wordt onderbouwd in hoeverre de binnentuinen in het plangebied zijn verhard en wordt het belang van het mogelijk maken van aan- en uitbouwen uitgezet. Daarna wordt het belang van het groen en open houden van de binnentuinen uiteengezet en onderbouwd. Vervolgens wordt toegelicht hoe dit wordt doorvertaald in het bestemmingsplan.

Aan het eind worden de in dit bestemmingsplan gehanteerde uitgangspunten samengevat.

2.2

Juridische achtergrond

Tot en met 2014 was in het Besluit omgevingsrecht bepaald dat aan een woning een vergunningsvrije aan- of uitbouw van één bouwlaag van maximaal 2,5 meter diep mag worden gebouwd. Bij besluit van 4 september 2014 werd het Besluit omgevingsrecht zodanig gewijzigd (Stb. 2014, 33) dat vergunningsvrij bouwen werd uitgebreid tot maximaal 4 meter. In de Nota van Toelichting bij de wijziging van het Besluit Omgevingsrecht (Bor) in 2014 wordt in onderdeel M, onder 2 onder c gewezen op de mogelijkheid om via het bestemmingsplan, uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, het vergunningvrij bebouwen van percelen met een bijzondere stedenbouwkundige of landschappelijke betekenis in te perken. In de Nota van Toelichting staat hierover het volgende. De regeling in het bestemmingsplan is gelet op de omschrijving van het begrip "erf" uit artikel 1 van de bijlage relevant voor de vraag in hoeverre gronden bij een hoofdgebouw als erf kunnen worden aangemerkt en dus in hoeverre binnen het tot het erf behorende achtererfgebied zonder vergunning bijbehorende bouwwerken kunnen worden opgericht. Ook is het mogelijk om gronden "mede" te bestemmen voor andere functies.

Er geldt dan bijvoorbeeld voor het gehele perceel een bestemming woondoeleinden, maar door een zogenoemde dubbelbestemming te geven of door mede bepaalde waarden, functie- of gebiedsaanduidingen toe te kennen, kan tot uitdrukking worden gebracht dat percelen of perceelsgedeelten mede een ander planologisch doel dienen. Indien de bestemmingsregeling in zo'n geval gepaard gaat met belemmeringen om een perceel of delen van een perceel te gebruiken en feitelijk in te richten ten dienste van het hoofdgebouw, is er geen sprake van erf. Deze laatste mogelijkheid is expliciet in de jurisprudentie bevestigd. In de genoemde uitspraak van 10 juli 2013 betrof het een perceel waaraan in Gemeente Amsterdam

blz. 10

het geheel een woonbestemming was gegeven, maar waarbij aan een deel van het perceel tevens een specifiek e functieaanduiding was gegeven. Met de nadere aanduiding "landschapswaarden" werd bewerkstelligd dat er zodanige beperkingen waren gesteld aan de mogelijkheden voor het bebouwen, inrichten en gebruiken van die perceelsgedeelten, dat geen sprake was erf in de zin van artikel 1 van de bijlage. Een dergelijke oplossing is ook mogelijk in stedelijk gebied, waarbij naast een woonbestemming aan een perceel of gedeelte daarvan een dubbelbestemming of een specifieke aanvullende waarde wordt toegekend. Een dergelijke waarde kan bijvoorbeeld worden toegekend met het oog op de bescherming van een cultuurhistorisch waardevolle tuin. Met de toegekende aanduiding worden voorschriften opgenomen die gericht zijn op het behoud en de bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden, die tot uiting komen in de tuinarchitectuur, de aanleg, onderliggende structuren en aanwezige tuinhuizen, bruggen en tuinsieraden. De beperkingen die hiermee worden gesteld aan de mogelijkheden voor het bebouwen, inrichten en gebruiken van die percelen of delen daarvan, leiden ertoe dat geen sprake is erf in de zin van artikel 1 van de bijlage. In deze herziening wordt het vergunningsvrij bouwen beperkt met behulp van de laatst genoemde mogelijkheid.

Het toevoegen van de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap' aan de gronden met bestemming 'Tuin' leidt ertoe dat er geen sprake is van erf in de zin van het Besluit omgevingsrecht. Dit betekent dat de bepalingen uit het Besluit omgevingsrecht die betrekking hebben op het vergunningsvrij bouwen niet van toepassing zijn. Het gevolg is dat er voor alle bouwwerken op gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap' een vergunning nodig is. Dit stelt het stadsdeel in staat om per geval af te wegen hoe het bouwplan het woon- en leefklimaat beïnvloedt. Zo kunnen we bekijken of te verwachten negatieve effecten zijn te ondervangen met aanvullende voorwaarden. Bij een vergunningaanvraag zal de Uitvoeringsrichtlijn Kruimelgevallen Stadsdeel West worden betrokken. Er is inmiddels jurisprudentie waarin deze werkwijze in bestemmingsplannen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitdrukkelijk wordt toegelaten. Bijvoorbeeld de uitspraken van 10 juli 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:228) en 17 juli 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:340). Het is daarbij belangrijk dat de planregel voldoende acht slaat op de locatiespecifieke omstandigheden. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de uitspraken van 10 februari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:281) en 12 januari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:82). Er hoeft niet per perceel gemotiveerd te worden waarom de mogelijkheden voor vergunningvrij bouwen worden beperkt.

De Afdeling meent dat "de raad kan volstaan met een motivering voor een aantal percelen gezamenlijk als deze percelen zodanig ruimtelijk met elkaar samenhangen dat deze percelen in ruimtelijk opzicht een eenheid vormen. De achtertuinen van percelen binnen een zogeheten bouwblok vormen bijvoorbeeld zo'n eenheid, dat wil zeggen dat de achtertuinen in een blok aan alle kanten worden omsloten door bebouwing." In dit bestemmingsplan wordt een afweging gemaakt tussen algemene belangen en individuele belangen. Er zijn verschillende algemene belangen die pleiten voor de regeling. Per bouwblok wordt aangegeven welk van deze belangen in het geding zijn.

2.3

Individuele belangen

In Stadsdeel West bestaat bij veel bewoners en ondernemers de wens om het woonoppervlak respectievelijk bedrijfsvloeroppervlak in de begane grond te vergroten door in de binnentuin uit te bouwen. Bewoners hebben baat bij een groter woonoppervlak, aangezien veel woningen slechts 50 tot 60 m2 bestemmingsplan_Oud West 2018 1e herziening (vastgesteld)

blz. 11

groot zijn. Veel bewoners verhuizen daarom zodra ze kinderen krijgen. Als benedenwoningen kunnen worden uitgebouwd, wordt het aantrekkelijker voor gezinnen om in de buurt te blijven wonen. Dit draagt bij aan de Amsterdamse ambitie om gezinnen in de stad te houden en gemengde wijken te creëren. In een wijk als deze, waar huishoudens zonder kinderen oververtegenwoordigd zijn, dragen gezinnen bij het aan het gemengde karakter van de wijk. Ondernemers kunnen door een vergroting van hun bedrijfsvloeroppervlak een hogere omzet behalen en zodoende (meer) rendabel hun onderneming exploiteren. Met een omvang tussen de 50 en 100 m2 zijn de meeste winkels en bedrijfsruimtes in dit plangebied relatief klein. Samenvoeging met een naastgelegen pand is vaak geen mogelijkheid. Daarom is het aantrekkelijk om het pand dat al in gebruik is genomen uit te bouwen. Aangenomen mag worden dat de druk op de binnentuinen door de heersende bouwdynamiek hoog zal blijven. De vraag naar ruimte in de gebieden rond het centrum van Amsterdam blijft immers onverminderd groot, zowel bij bewoners als bij ondernemers. Dat is ook te zien in de verkoopprijs van woningen per vierkante meter. Deze is in het plangebied gemiddeld hoger dan in andere delen van Amsterdam. De verwachting is dat als het aandeel bebouwing en verharding in de binnentuinen niet gereguleerd wordt, het aandeel groen verder zal dalen.

Ter illustratie; uit het onderzoek Inventarisatie binnenterreinen Bellamybuurt (2016) blijkt dat het versteningspercentage van binnentuinen in de Bellamybuurt tussen 2005 en 2015 gemiddeld is opgelopen van 37% tot 56%. Op termijn kan zelfs een versteningspercentage van 75% worden bereikt.

Gemeente Amsterdam

blz. 12

2.4

Groenpercentage plangebied

Uit de kaart 'Groen per buurt' van klimaateffectatlas.nl blijkt dat het percentage groen per buurt 10-30% is. Op het WG terrein en in de Da Costabuurt Noord ligt dit percentage iets hoger. Van het privaat terrein is 40-75% groen. In het grootste deel van het plangebied is dus meer dan 70% van het oppervlak verhard. Daarmee is Oud West in Nederland, maar ook binnen Amsterdam een uitzonderlijk dichtbebouwde omgeving.

Er is weinig ruimte voor openbaar groen. Openbaar groen is te vinden in het zuidelijk gelegen Vondelpark, buiten het bestemmingsplangebied, en een aantal plantsoenen en pleintjes zoals bij het Bilderdijkpark, Nicolaas Beetsplantsoen, Staringplein, Ten Kateplein en het Bellamyplein. Buiten deze kleine plantsoenen is groen te vinden in de (particuliere) binnentuinen.

bestemmingsplan_Oud West 2018 1e herziening (vastgesteld)

blz. 13

Uit de kaart 'Groen binnen openbare ruimte' van klimaateffectatlas.nl blijkt dat het percentage groen in de openbare ruimte erg laag is. In het grootste gedeelte van het plangebied komt deze niet boven de 20% uit. Het percentage groen op privaat terrein is wat hoger. Dat blijkt uit de kaart 'Groen binnen niet openbare ruimte' van klimaateffectatlas.nl

In de data-analyse “Nederlandse tuin kan bijna drie keer groener, een onderzoek naar het groenpercentage en het vergroeningspotentieel van de Nederlandse particulierentuin” van oktober 2019, is het groenpercentage van Nederlandse tuinen in kaart gebracht. Landelijk zijn particuliere tuinen gemiddeld met 36% bedekt met vegetatie. In Amsterdam zijn particuliere tuinen gemiddeld met 11% bedekt met vegetatie. Amsterdam behoort daarmee tot de minst groene gemeentes van Nederland.

Gemeente Amsterdam

blz. 14

2.5

Groenpercentage op publiek terrein

De gemeente spant zich in om de openbare ruimte zo in te richten dat een goed woon- en leefklimaat geborgd is en blijft. Voorbeelden van maatregelen die worden toegepast om ervoor te zorgen dat regenwater niet tot overlast leidt, zijn de toepassing van een opstaande trottoirband (bergen van regenwater), het gebruik van elementenverharding in plaats van asfalt (zo kan het regenwater infiltreren in de bodem) en een gerichte plaatsing van verkeersdrempels (sturen van overvloedig regenwater naar plekken waar het tijdelijk kan liggen). Daarnaast is het vergroenen van de openbare ruimte een effectieve manier om het woon- en leefklimaat te beschermen. Groen draagt niet alleen bij aan het vertraagd afvoeren van regenwater, ook maakt het de stad minder heet en draagt het bij aan de biodiversiteit. De boom is het belangrijkste groenelement voor een zeer compacte dichtbevolkte binnenstedelijke situatie. De nieuwe leidraad voor maximering van boomgroeiplekken is vastgelegd in de Puccinimethode Groen (december 2021), en de hoofdbomenstructuur (2020). De nieuwe richtlijnen omvatten een zeer ruime ondergrondse groeiplaats, en voor hoofdstraten worden bomen gekozen rekening houdend met de grootte en soort. Het streven is om vanwege hittestressrisico's voor grotere boomsoorten te kiezen omdat deze meer schaduw opleveren. De bovenleiding van de tram is echter een beperkende factor.

Daarnaast is een boom met hoge sierwaarde en een boom die bijdraagt aan de biodiversiteit ook waardevol. Voorbeelden van vergroeningsprojecten in het plangebied: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Hasebroekstraat (2020, met groen waar eerst parkeren en verharding was): Toen en nu Bellamyplein (2019, met groene wadi's waar eerst parkeren was): Toen en nu Bilderdijkkade (2019, met bomen en beplante boomspiegels): Toen en nu De Clerqstraat (2009), met bomen en deels plantenbakken: Toen en nu Bellamystraat (2020), met wadie achtig groen): Toen en nu Ten Kateplein (2014, van kale steen naar groen): Toen en nu

De gemeente spant zich in om de openbare ruimte zo in te richten dat een goed woon- en leefklimaat geborgd is en blijft. Er is echter maar weinig openbare ruimte. De opzet van de 19de eeuwse gordel is zodanig dat de meeste open ruimte zich binnen een bouwblok bevindt en dus op privaat terrein.

2.6

Cultuurhistorisch belang van binnentuinen

Voldoende frisse lucht, licht en groen is al eeuwenlang het ideaal voor een kwalitatief goede leefomgeving. Uit het onderzoek "Van licht, lucht en groen word je een 'beter' mens, een cultuurhistorische analyse van de tuin in de Amsterdamse stedenbouw" blijkt dat bij het streven naar goede en betaalbare woonomstandigheden en aantrekkelijke woonbuurten, 'groen' een onlosmakelijke rol speelt. Het ideaal van een vrijstaand huis met een tuin in de nabijheid van de natuur staat niet ter discussie, maar is in feite alleen bereikbaar voor de rijken. De grachtengordel met gesloten bouwblokken en ruime binnentuinen worden keer op keer genoemd als geslaagd voorbeeld. De centrale vraag die in de loop van de tweede helft van de 19de eeuw gaandeweg steeds scherper geformuleerd wordt is: hoe kan op grote en betaalbare schaal een goede woonkwaliteit met voldoende, groene, buitenruimte in een stedelijk context gebouwd worden voor armlastige arbeiders? De stad wordt vanaf het eind van de 19de eeuw steeds meer als een groot en samenhangend bouwwerk opgevat. In het begin van de 20ste eeuw wordt groen aan voldoende licht en frisse lucht gekoppeld, waarop volgens de Woningwet (1901) en de Gezondheidswet (1901) iedereen recht had.

De idealen worden in de praktijk gebracht door middel van een stedenbouw waaraan zorgvuldige studies vooraf gaan, zoals verkavelingsvormen, verhoudingen tussen bouwhoogtes, blokdieptes, straatbreedtes en bezonningsmodellen. Dit is beschreven in Bijlage 5 Cultuurhistorische analyse binnentuinen en Bijlage 6

bestemmingsplan_Oud West 2018 1e herziening (vastgesteld)

blz. 15

Cultuurhistorische verkenning Oud-West. 2.6.1

De 19de eeuwse ring

Het plangebied maakt onderdeel uit van de 19de eeuwse ring. Kenmerkend zijn de gesloten bouwbokken met een duidelijke scheiding tussen privé en openbaar. De binnenterreinen maken geen onderdeel uit van het straatbeeld. Sinds 1858 wordt de hoogte van de blokken (maximaal vier woonlagen) medebepaald door de breedte van de straat, die nogal varieerde. Impliciet is de relatie (1:1) tussen de hoogte van het blok en de diepte van het achterterrein. Vanaf 1887 wordt een bepaling in de verordening opgenomen dat de percelen voor maximaal ¾ mogen worden bebouwd. De binnenterreinen zijn doorgaans ondiep en langgerekt. De bezonning van de woningen is afhankelijk van de oriëntatie en niet persé gunstig. De verkaveling van de 19de-eeuwse Ring is deels gebaseerd op de pre-stedelijke slotenverkaveling. De hoogte is nooit meer dan vier bouwlagen met een kap. Uitgebouwde keukenstroken steken in de aaneengesloten open ruimte. Bovendien zijn er vaak opslag- en werkplaatsen op de binnenterreinen en soms ook volledige huizen. Sommige binnenterreinen zijn vrijwel volledig dichtgebouwd. Andere zijn grotendeels onbebouwd en van groen voorzien. De onbebouwde terreinen vormen een rustige en deels groene tegenhanger van de drukke, stenige straatruimte. De openbare ruimte is stenig, met boombeplanting als aankleding langs met name de hoofdwegen, grachten en waterwegen of pleinen.

Open, groene, ruimte is verder beperkt tot een aantal plantsoenen en parken. De openbare ruimte is stenig, met boombeplanting als aankleding met name langs de hoofdwegen, grachten en waterwegen of pleinen. De binnentuinen vertegenwoordigen evident stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden. Vanuit dat oogpunt is er reden om weloverwogen om te gaan met dit onderdeel van de ruimtelijke en groene kernkwaliteiten van Amsterdam. 2.6.2

Historische kernen, linten en fragmenten

Een ander deel van het plangebied wordt gekenmerkt door historische kernen, linten en fragmenten. Het gaat om de Bellamybuurt. De Bellamybuurt is een duidelijk te onderscheiden buurt. Het wijkt af van de rest van het plangebied omdat het niet planmatig tot stand is gekomen. Het gebied vormde een eigen polder met afwateringssloten. Pas later kwam het gebied binnen de gemeente Amsterdam te liggen. In de negentiende eeuw ging het gebied volop mee in de industrialisatie van de stad. Midden tussen de woningen kwamen grote gebouwen te staan waarvoor in het centrum van de stad geen plaats was. In feite ontstond er een doorlopend (klein) industrieel gebied. Sommige van deze bedrijven kwamen op het binnenterrein te staan. Dat de binnenterreinen in de Bellamybuurt in vergaande mate zijn volgebouwd, is echter geen reden om dit ook toe te staan in bouwblokken die nog in minder vergaande mate bebouwd zijn. De ruimtelijke structuur van de Bellamybuurt is voor een groot deel terug te voeren op het feit dat de grond in particulier eigendom is. Daardoor is het kleinschalige karakter zoals dat naar voren komt in de breedte van de percelen, de variatie in vormgeving, de afwisseling in hoogte en de verspringing in de rooilijnen tot op vandaag in tact gebleven. De binnenterreinen kunnen belangrijke cultuurhistorische waarden hebben.

Het is van belang dat de gemeente per geval een afweging kan maken, onder meer aan de hand van de Bellamy-atlas, om te oordelen op welke plaatsen uitbreiding van het volume naar achteren afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarden. De bouwblokken in de Bellamybuurt zijn allemaal anders. Veel bouwblokken hebben hoeken van minder dan 90 graden of een gebouw op het binnenterrein. Om ervoor te kunnen waken dat de bezonning van alle panden voldoende blijft, is maatwerk gewenst.

Gemeente Amsterdam

blz. 16

2.7

Belang van groen in de 21ste eeuw

Het denken over groen gaat zelfs nog veel verder terug in de tijd: van Socrates tot Thomas Moore, van de tuinen van Eden tot de Westelijke Tuinsteden. Ook nu wordt nog belangrijke waarde toegekend aan groen. Filosofische, sociaal-maatschappelijke, natuur-, culturele, economische, ecologische, klimatologische, duurzaamheids-, educatieve, psychologische en gezondheidsonderzoeken tonen keer op keer aan dat groen onmisbaar is voor de mens. Dit vertaalt zich in verschillende waarden die in de loop der tijd aan groen zijn toegekend. Groen is in feite 'ruimte', namelijk onbebouwde grond die gelegenheid biedt voor privacy, uitzicht, bezinning, ont- en inspanning, frisse lucht en de toetreding van zonlicht. Het spreekt bijna voor zich: een stad zonder onbebouwde ruimte en groen, is geen fijne stad om in te leven. De stedenbouwkundige opzet van Oud West met overwegend gesloten bouwblokken brengt met zich mee dat veel groen zich aan het oog onttrekt. Het aantal parken en pleinen in Oud West is beperkt en de inrichting van straten gaat vooral uit van verkeer en niet van verblijf. De mogelijkheden voor verblijf zijn beperkt. Dit betekent dat de niet bebouwde ruimte binnen een bouwblok extra belangrijk is voor de kwaliteit van het wonen. Momenteel zijn de bouwblokken in het stadsdeel al behoorlijk verdicht door de vele aan- en uitbouwen op het achtererf.

Daardoor wordt afbreuk gedaan aan de originele opzet maar ook aan de principes die hieraan ten grondslag lagen. Groen in de stad levert een essentiële bijdrage aan de gezondheid en het sociale welzijn van Amsterdammers. Groen heeft daarom een centrale rol in het beleid van de gemeente Amsterdam. In de Groenvisie, een leefbare stad voor mens en dier 2020 - 2050 schetsen we een beeld van Amsterdam als groene stad en hoe we tussen nu en 2050 Amsterdam verder gaan vergroenen. "We leggen nieuw groen aan op daken en gevels, langs straten, op pleinen, en maken nieuwe stadsparken en een stadsbos. We zorgen ervoor dat het bestaande groen aantrekkelijker wordt voor meer mensen en dieren, door daar de waarde voor natuur, gezondheid, sociaal welzijn en klimaatadaptatie te vergroten. Dat doen we door in binnentuinen tegels weg te halen, door in stadsparken het eigen karakter te versterken, door groene gebieden zoals volkstuinparken toegankelijker te maken, en door landschapsparken te ontwikkelen in het landschap direct om de stad." Structuurvisie Amsterdam 2040 Het belang van publiek en particulier groen wordt onderstreept in de Structuurvisie Amsterdam 2040 in de volgende passages. Amsterdammers vinden water en groen zo belangrijk omdat het op allerlei niveaus de kwaliteit van het stedelijke leven verbetert.

Er is een directe, positieve relatie tussen het groen in de straat en de gezondheid van de bewoners van die straat. Het straatgroen is belangrijk voor het psychologisch welbevinden en nodigt uit tot bewegen Waterberging is voor Amsterdam een steeds groter probleem omdat er meer verhard oppervlak komt en de piekbelastingen door stortbuien groter worden. Onverharde grond vangt water op, houdt het vast en voert het langzaam af naar het grondwater, zodat het rioolstelsel niet wordt belast. Bomen en struiken verdampen veel water. Ze verminderen ook de concentraties van NO2, CO2 en fijnstof in de lucht en dragen daardoor bij aan een betere luchtkwaliteit. Bomen, grasvelden en parken, fonteinen en waterpleinen zorgen voor demping van de zomerhitte en bevochtiging van de lucht, waardoor het stadsklimaat aangenamer wordt. Voor het behoud van de biodiversiteit tenslotte spelen steden wereldwijd een steeds belangrijker rol. In Amsterdam vinden we onder andere 140 soorten broedvogels en 30 soorten zoogdieren. Een groot deel

bestemmingsplan_Oud West 2018 1e herziening (vastgesteld)

blz. 17

van die soorten is afhankelijk van het groen en het water in en om de stad. Wat de overige functies van het groen voor de stad betreft is vooral inzet gewenst in het stedelijke gebied zelf. Hoe dichter de bebouwing, hoe meer behoefte er is aan de waterbergende, luchtzuiverende en warmtedempende functies van het groen. Juist in het hoogstedelijke gebied is veel inventiviteit nodig om voor voldoende groen van goede kwaliteit te zorgen. Daarbij kunnen naast het maaiveld ook de gevels en de daken worden benut. Agenda Groen (2016) Amsterdam groeit en vernieuwt zich elke dag. Veranderende leefgewoonten van Amsterdammers, de groei van de stad en de grote aantallen bezoekers vragen om een andere omgang met het groen in de stad. Het vele groen dat er al in Amsterdam is, krijgt er nieuwe functies bij om het vestigingsklimaat, de toenemende drukte en de effecten van klimaatverandering te faciliteren, terwijl bestaande functies zoals biodiversiteit, recreatie en ondersteuning van de gezondheid moeten worden versterkt. Met de Agenda Groen wordt gestimuleerd om overal in Amsterdam de mogelijkheden te benutten om tijdelijk of permanent groen in de buurt toe te voegen of op te knappen, Het gaat daarbij om geveltuinen, (binnen)tuinen, groene muren, groene boomspiegels, speelplekken, bomen in de straat en postzegelparken.

Groenvisie 2050 Per 12 mei 2020 ligt het concept van de Groenvisie 2050 ter inzage. Amsterdam wil een groene stad zijn, voor nu en voor de generaties na ons. Een leefbare stad voor mens en dier, waar gezondheid, natuur, klimaatadaptatie en sociaal welzijn voorop staan. Groen zorgt ervoor dat Amsterdam nog meer een fijne plek wordt én blijft voor mensen en dieren. Om dit te bereiken heeft de gemeente Amsterdam de ‘Groenvisie 2050’ gemaakt. In de concept-Groenvisie wordt een beeld van Amsterdam geschetst als groene stad en hoe Amsterdam tussen nu en 2050 verder vergroend kan worden. Hieronder worden enkele ambities uit de Groenvisie weergegeven. Groen is belangrijk voor een fijne en gezonde leefomgeving en is hard nodig om de stad te beschermen tegen droogte, hitte en extreme regenval. Groen is voor Amsterdam van levensbelang. In een groeiende stad waar er steeds meer vraag is naar woonruimte en de openbare ruimte onze achtertuin is, is er daarom aandacht nodig voor aanleg, behoud en beheer van groen, zodat iedereen daarvan kan blijven genieten. We geven aan wat we daarvoor gaan doen in de hele stad, en voor welk type groen. We leggen nieuw groen aan op daken en gevels, langs straten, op pleinen, en maken nieuwe stadsparken en een stadsbos.

We zorgen ervoor dat het bestaande groen aantrekkelijker wordt voor meer mensen en dieren, door daar de waarde voor natuur, gezondheid, sociaal welzijn en klimaatadaptatie te vergroten. Dat doen we door in binnentuinen tegels weg te halen, door in stadsparken het eigen karakter te versterken, door groene gebieden zoals volkstuinparken toegankelijker te maken, en door landschapsparken te ontwikkelen in het landschap direct om de stad. Bewoners, bedrijven en organisaties worden aangemoedigd om (binnen)tuinen, gevels en daken groener te maken en ecologisch te beheren.Een robuuste groene structuur heeft veel waarde voor mens en dier. Ze bestaat uit verschillende groene elementen: Een groen gebouw (door groene gevel, groen dak en/of (binnen)tuin).Buurtgroen (in straten, op pleinen, langs het water, in buurtparkjes). Park gebieden (onder andere stads-parken, sportparken, volkstuinparken). Het landschap aan de rand van de stad. Gemeente Amsterdam

blz. 18

Groen en groen-blauwe verbindingen, zoals groene straten, oevers en (wandel- en fiets)routes die tussen de groene elementen de verbindingen vormen Nieuwe natuur in de stad heeft vaak weinig ruimte nodig. Langs kades, straten, op pleinen, in parken, aan gebouwen en in tuinen, overal liggen kansen voor meer natuur. Bijna de helft van de stad bestaat uit gebouwen, tuinen en bedrijventerreinen. Nu we meer verdichten wordt die ruimte steeds belangrijker. We zien kansen om die groener te maken. In 2050 zijn (binnen)tuinen groen en zo ingericht dat ze een paradijs vormen voor bijen en vlinders. Gebouwen hebben daken met planten, geveltuinen, groene gevels met klimplanten en zijn aantrekkelijk voor insecten, vleermuizen en vogels. Het groen op kavels en gebouwen draagt bij aan een verlaging van de temperatuur in de stad op hete dagen en zorgt dat het riool minder belast wordt tijdens hoosbuien. Vooral op plekken in de stad die erg versteend zijn en waar weinig schaduw is, stimuleren we om gevels, daken en tuinen groener te maken. Zo kan op natuurlijke wijze voor verkoeling worden gezorgd. In de binnentuinen, voortuinen en geveltuinen kan het regenwater worden opgevangen en gebruikt bij het tuinieren. We zorgen voor meer samenwerking tussen tuingebruikers en eigenaren van binnentuinen. Dat biedt de kans om meer binnentuinen klimaatbestendig en groen te maken.

2.8

Volksgezondheid

De GGD is gevraagd advies te geven op de relatie tussen bebouwing op binnenterreinen en de volksgezondheid, zie Bijlage 2 Advies GGD. Daarnaast zijn de bevindingen uit een onderzoek door de Hogeschool van Amsterdam (HvA) betrokken. Onderzocht is hoe gemeenten inzicht kunnen krijgen in de vragen wat hun hitteopgave is en welke maatregelen effectief zijn om de stad hittebestendig te maken, zie Bijlage 3 Onderzoek HvA, de hittebestendige stad De GGD stelt dat de binnentuinen in Oud West van groot belang zijn voor een prettig leefklimaat en de gezondheid en het welzijn van de bewoners. Dit geldt voor de bewoners met een tuin, maar ook voor de bewoners die op de eerste verdieping of hoger wonen. De binnentuinen bieden rust en ruimte. In Oud West, waar aan de voorzijde van de (woon)bebouwing de drukte van de stad duidelijk aanwezig is en de mogelijkheden tot recreëren in een rustige omgeving zich op enige afstand van de woning bevinden, dient de rust aan achterzijde van de woning als compensatie. Op het moment dat de tuinen bebouwd worden, gaat dit ten koste van de ruimtelijke beleving van de binnentuin. Dit geldt voornamelijk voor de bewoners op hogere verdiepingen. Zij hebben immers niet de baten die de ondernemers en bewoners op de begane grond wel hebben van de tuinbebouwing.

Leefk limaat Een groene en stille omgeving is essentieel voor het goed kunnen rusten en ontspannen, zie de onderzoeken "Quiet Areas and the Need for Quietness in Amsterdam" (H. Booi en F. van den Berg, 2012) en https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2006/07/04/stille-gebieden-en-gezondheid,https:/ /www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2004/06/09/invloed-van-natuur-op-sociaal-psychisch-enlichamelijk-welbevinden. Lawaai is schadelijk voor de gezondheid, terwijl stille plekken in de stad juist kunnen compenseren voor de drukte van de stad, bijdragen aan herstel en 'op adem komen' (Stille gebieden in de stad, De stad is stiller dan je denkt, Ministerie van VROM, 2009). Het belang van een stille ruimte in combinatie met een

bestemmingsplan_Oud West 2018 1e herziening (vastgesteld)

blz. 19

aangenaam, rustig aangezicht, wordt ook in de literatuur in de gezondheidswetenschappen bevestigd (zie "The acoustic and visual factors influencing the construction of tranquil space in urban and rural environments tranquil spaces-quiet places?; Pheasant e.a., 2007). Geluidsbelaste locaties veroorzaken meer hinder als ze ook een druk aanzicht hebben. Analoog hieraan neemt de hinder af als het aanzicht aangenaam is. De geluiden in de binnentuinen zijn hoofdzakelijk geluiden die door mensen, dieren en weersomstandigheden worden voortgebracht, mede dankzij het jarenlange verbod op een bedrijfsmatig gebruik van de tuin. Deze "natuurlijke" geluiden worden over het algemeen als prettig en niet storend ervaren. Om de stille beleving van de binnentuinen kracht bij te zetten en daarmee het verblijfsklimaat aangenaam te houden, is een verregaande (visuele) verdichting van de binnentuinen niet wenselijk. Gezondheidsrisico's van hitte Een ander thema dat zich steeds meer manifesteert in de stad is hitteproblematiek en hittestress.Klimaatverandering leidt tot hetere zomers, meer warme en tropische nachten en meer hittegolven (http://www.klimaateffectatlas.nl/nl/kaartverhaal-hitte). Dit heeft invloed op de gezondheid en welzijn van mensen, de leefbaarheid van buurten en comfort in woningen en gebouwen. Hoge temperaturen vormen een risico voor de gezondheid.

Als gevolg van klimaatverandering zal het aantal hete dagen (en nachten) per jaar stijgen. Het is daarom waarschijnlijk dat hitte gerelateerde ziekten in de toekomst vaker plaats zullen vinden. Hoge temperaturen kunnen leiden tot hittestress. Hittestress vormt een bedreiging voor de gezondheid.Hittestress kan leiden tot verminderd thermisch comfort, slaapverstoring, gedragsverandering (grotere agressie) en verminderde arbeidsproductiviteit. Hittestress kan ook tot zwaardere aan hitte gerelateerde ziekten leiden zoals: huiduitslag, huiduitslag, krampen, oververmoeidheid, beroertes, nierfalen en ademhalingsproblemen, met mogelijk levensbedreigende gevolgen. Hittestress zorgt voor een groeiend aantal zieken, ziekenhuisopnamen en sterfgevallen; arbeidsprestaties nemen af en het arbeidsverzuim neemt toe. In Nederland stijgt tijdens hittegolven de sterfte met 12% (ongeveer 40 doden per dag extra), zie: https://www.tno.nl/media/3959/factsheet-hittestress.pdf en https://www.quickscangezondeleefomgeving.nl/wp-content/uploads/2018/02/GGW-Factsheet-Hitte-v2.0. pdf. Hittestress komt met name voor bij ouderen, baby's, mensen met chronische aandoeningen, personen die bepaalde medicijnen gebruiken en mensen met een lage sociaal economische status omdat zij vaak al een hoge ziektelast (of zwakkere gezondheid) hebben.

Vergrijzing en het gegeven dat ouderen steeds langer thuis blijven wonen zal in de komende decennia leiden tot een grotere groep kwetsbaren. (Zie: De Meer G et al, GGD-richtlijn medische milieukunde. Gezondheidsrisico's van zomerse omstandigheden, RIVM 2012, https://www.rivm.nl/hitte ). Hittestress manifesteert zich het meest in dichtbebouwd stedelijk gebied. Steden worden warmer gedurende de dag en blijven 's nachts ook langer warm dan het platteland. Problemen met hitte in het stedelijk gebied enerzijds ontstaan door klimaatopwarming, waardoor we steeds vaker te maken hebben hoge luchttemperaturen: hete dagen en hete nachten. Anderzijds leidt de stedelijke omgeving zelf tot meer hitte: vooral 's nachts zorgt het hitteeilandeffect ervoor dat de luchttemperatuur in de stad een paar graden warmer is dan in de omgeving, en overdag leiden de stedelijke bebouwing en het gebrek aan schaduw ertoe dat de gevoelstemperatuur op bepaalde locaties onaangenaam hoog is. In het onderzoek van de HvA, zie Bijlage 3, wordt toegelicht dat het stedelijk gebied de hitte op twee manieren versterkt. 1. Vooral in de avond en 's nachts zorgt het hitte-eilandeffect ervoor dat de luchttemperatuur in de stad Gemeente Amsterdam

blz. 20

een paar graden warmer is dan de omgeving (Steeneveld et al., 2011; Brandsma en Wolters, 2012). Het effect neemt toe als gevolg van stadsuitbreiding en -inbreiding. 2. Met name overdag kan de gevoelstemperatuur op bepaalde locaties in de stad onaangenaam hoog worden. Dat komt vooral doordat daar geen schaduw van bomen is of doordat bepaalde materialen veel warmte uitstralen, zoals asfalt en baksteen en de reflectie van zonnestraling door ramen en glazen gevels of zeer lichtgekleurde oppervlakken. Verschillen in de gevoelstemperatuur tussen verschillende plekken in de stad kunnen hierdoor oplopen tot 22°C (Klok et al., 2019). De grootte van dit stedelijk hitte-eiland effect hangt sterk af van de dichtheid en hoogte van de bebouwing en van de hoeveelheid groen. Donkere oppervlaktes absorberen de hitte namelijk meer dan witte of groene oppervlaktes. Dit speelt des te meer nu de temperaturen door klimaatverandering stijgen. Cijfers laten zien dat in de afgelopen 70 jaar het aantal zomerse dagen in Amsterdam verdubbeld is. Er is een duidelijke stijgende trend. In versteende gebieden zoals Oud West zijn de effecten groter dan in meer groene gebieden binnen en buiten de stad. Oud West is binnen Amsterdam een versteend gebied met relatief weinig groen.Het is belangrijk dat men rekening houdt met hitteproblematiek en inspeelt op de te verwachten ontwikkelingen.

Oud-West behoort tot de dichtst bebouwde woonomgevingen van Amsterdam. Door het zogeheten stedelijk hitte-eilandeffect is het vooral in de avond en ’s nachts een paar graden warmer dan op het platteland. In Nederlandse steden is het soms tot 8°C warmer dan in de rest van het land. De gebouwde omgeving en de inrichting van de stad kunnen ervoor zorgen dat de gevoelstemperatuur op bepaalde locaties onaangenaam hoog worden door de afwezigheid van schaduw door bomen en uitstraling van materialen zoals stenen en asfalt. Verschillen in gevoelstemperatuur tussen verschillende plekken in de stad kunnen hierdoor oplopen tot 22°C

Afbeelding: kaart hittestress (Bron: Atlas Natuurlijk Kapitaal) Deze kaart geeft het stedelijk hitte-eiland effect (UHI) weer in °C. Dit is het gemiddelde luchttemperatuursverschil tussen de stedelijke en omliggende landelijke gebieden. Het stedelijk hitte-eiland effect is het sterkst 's nachts. Het zorgt ervoor dat de luchttemperatuur 's nachts niet daalt waardoor gevoelige bevolkingsgroepen (baby's, kinderen, ouderen) gezondheidseffecten ondervinden. De waarden op de kaart zijn jaargemiddelden. Het temperatuurverschil tussen stad en omringend gebied blijft daardoor onder de 3 graden. Op hete zomerdagen kan het verschil echter beduidend verder oplopen dan de waarden in de kaart, zeker tijdens de avonden als het platteland sneller afkoelt dan de stad. Mogelijke maatregelen tegen hittestress In het onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam, zie Bijlage 3, zijn maatregelen in kaart gebracht om de stad hittebestendig te maken. Inrichtingsmaatregelen voor een hittebestendige stad zijn onder te verdelen in 1. maatregelen die stadsbreed zorgen voor een verlaging in de luchttemperatuur 2. maatregelen die lokaal de gevoelstemperatuur verlagen, waarmee op straat- of buurtschaal koele plekken kunnen worden gecreëerd.

Bijna alle maatregelen zijn gebaseerd op vier verkoelende principes: verdamping, beschaduwing, reflectie en ventilatie, die ieder op een eigen manier zijn gekoppeld aan de stedelijke energiebalans en de energiebalans van het lichaam, die de uiteindelijke lucht- en gevoelstemperatuur bepalen. Onderzoek op basis van metingen in Nederland heeft uitgewezen dat een toename van de fractie groen op wijk- of stadsschaal met 10 procentpunten tot een verkoeling van ongeveer 0,5°C leidt. Toename van bestemmingsplan_Oud West 2018 1e herziening (vastgesteld)

blz. 21

verdamping door het aanleggen van zoveel mogelijk groene en blauwe oppervlakken is op stadsschaal de effectiefste manier om de luchttemperatuur naar beneden te krijgen. Hoe meer vegetatie en water er is, hoe meer energie er van het invallende zonlicht wordt gebruikt voor verdamping en hoe minder energie er overblijft om de stad en de lucht op te warmen. Op basis van metingen in Nederland (Steeneveld et al., 2011; Heusinkveld et al., 2014; Van Hove et al., 2015) wordtvoor Nederlandse steden gesteld dat een toename van de fractie groen op wijk- of stadsschaal met 10 procentpunten zal leiden tot een verkoeling van ongeveer 0,5°C. Ook reflectie van zonnestraling terug de atmosfeer in door het gebruik van witte daken, andere reflecterende stedelijke materialen zorgen ervoor dat er minder energie beschikbaar is om de lucht op te warmen, waardoor de luchttemperatuur stadsbreed omlaag gaat. Een verlaging van de luchttemperatuur met 1°C (door 20 procentpunt meer groen) is overigens niet veel als het meer dan 30°C is. Om hitteproblemen overdag te beperken dient men de gevoelstemperatuur te beperken. Van alle verkoelende principes hebben schaduw en wind het sterkste effect op de gevoelstemperatuur en kunnen er met schaduw en ruimte voor wind lokaal koele plekken worden gecreëerd.

Schaduw zorgt ervoor dat ons lichaam minder wordt opgewarmd en wind bevordert de warmteuitwisseling tussen lichaam en omgeving, waardoor de gevoelstemperatuur lager blijft. Van de genoemde principes is schaduw het effectiefste manier om de gevolgen van hitte tegen te gaan en lokaal koelteplekken te creëren. Dat kan met bomen. Bomen zorgen lokaal voor schaduw en verdampen daarnaast aanzienlijke hoeveelheden water – tot wel 170 liter per dag (Waternet, 2019). De sterkste verkoeling wordt in het onderzoek van de Hogeschool van Amsteram waargenomen bij de schaduw van een boom die ook nog de gevel beschaduwt. Op plaatsen waar de ruimte te klein is om bomen te planten, worden andere schaduwbiedende voorzieningen, zoals pergola's, parasols of doeken. Hoewel laag groen in de straat weinig effect heeft op de gevoelstemperatuur kan het toch sterk bijdragen aan het aangenamer en aantrekkelijker maken van een straat. Maar ook vegetatie die niet veel schaduw geeft, kan effectief zijn. Heesters en kleine bomen en groene gevels zijn vooral effectief omdat ze de oppervlaktetemperaturen van gevels verkoelen; tot 15,5°C aan de buitenmuur en 1,7°C aan de binnenmuur (Hoelscher et al., 2016). Koelere gevels stralen minder warmte uit en dragen meer bij aan een comfortabele omgeving.

Deze maatregelen kunnen ook worden gebruikt in andere wijktypen met smalle straten en weinig vegetatie, bijvoorbeeld in winkelstraten. Zoals groene gevels de buitenmuur kunnen koelen, kan gras de oppervlaktetemperatuur verminderen. Vergeleken met betonnen bestrating kan de oppervlaktetemperatuur van gras 24°C lager zijn (Armson et al., 2012). Het onderzoek van de HvA laat zien dat het gazon ook de gevoelstemperatuur beïnvloedt. Groene daken kunnen helpen het hitte-eilandeffect te verminderen en zomerse luchttemperaturen direct boven het dak te verlagen. Het effect van individuele en enkele groendaken wordt meestal niet waargenomen op straatniveau. Verschillende modelstudies hebben echter aangetoond dat als elk gebouw in de stad zou worden bedekt met een groendak, het verkoelend effect op straatniveau maximaal 4 ° C zou zijn De bevindingen uit het onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam komen overeen met het advies van de GGD, zie Bijlage 2. Daarin wordt gesteld dat de temperatuur in de stad onder meer kan worden verlaagd door meer groen en minder bestrating of bebouwing. Groen kan voor schaduw zorgen en door verdamping vindt verkoeling plaats. Op een hete zomerse dag kan het wel 10 tot 15 graden koeler zijn onder een boom dan in de zon. Gezondheidsrisico's hevige regenval

Gemeente Amsterdam

blz. 22

In Oud-West ligt een gemengd rioleringsstelsel. Dat betekent dat onder de straten in één rioolbuis regenwater en afvalwater van toilet, douche en wasmachine samenkomen. Het water stroomt via de riolering en een rioolgemaal naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in Westpoort. Als het water gezuiverd is, loost de RWZI het schone water in het Noordzeekanaal. Wanneer er meer regen valt dan het rioleringsstelsel aan kan, raakt de buis vol. Het regenwater vloeit dan bij een gemengd stelsel via een overstort direct naar het oppervlaktewater, of komt op straat te staan. Dit noemen we riooloverstort. Omdat rioolwater verontreinigd is met ziekteverwekkers kan dit gezondheidsklachten (diarree, overgeven, keelpijn of huidklachten) veroorzaken wanneer mensen met het water in contact komen. In een stedelijke omgeving leidt hevige regenval sneller tot overbelasting van het rioleringsstelsel. Verharding zorgt ervoor dat regenwater direct naar het riool vloeit. Door het oppervlak te verharden, kan regenwater niet meer in de grond zakken; het natuurlijke systeem van wateropvang is onderbroken. Oud-West is een van de dichtst bebouwde gebieden van Amsterdam. Overbelasting van het rioleringsstelsel is hier een punt van zorg, onder andere vanwege gezondheidsrisico’s bij contact met vervuild water. Dit risico kan toenemen als we in de toekomst meer en hevigere neerslag krijgen.

Het is daarom van groot belang dat de binnentuinen van Oud-West niet verder verdichten. Onverharde tuinen zijn nodig om hevige regenval te kunnen verwerken. Dit verkleint het risico dat riolen overstromen en de daarmee gepaarde gezondheidsrisico’s.Van een onverhard oppervlak wordt gemiddeld slechts 10 procent van de jaarlijkse neerslag via het riool afgevoerd – afhankelijk van de bodemsoort en met name bij hevige neerslag. De overige 90 procent infiltreert en verdampt. Het vergroten van rioolbuizen, waardoor extreme piekbuien wél direct verwerkt kunnen worden, is zeer kostbaar. Groenstroken, straten en pleinen zijn dus onmisbaar om bij hevige buien water tijdelijk op te slaan. Conclusie In Oud West vormen de tuinen en binnentuinen een belangrijke bijdrage aan de hoeveelheid groen en leveren een belangrijke bijdrage aan een prettig leefklimaat en de gezondheid en het welzijn van de bewoners. Binnentuinen bieden de bewoners een rustige en stille omgeving. In combinatie met een aangenaam uitzicht biedt dit de bewoners aan de achterzijde van de woning een plek voor rust en ontspanning. Daarnaast leveren de binnentuinen een bijdrage aan het mitigeren van de toenemende hitteproblematiek door de verkoelende werking van groen. Een afname van het groen door bebouwing in binnentuinen kan in het al erg versteende Oud West leiden tot meer hittestress.

In volgebouwde of dichtbetegelde binnenterreinen krijgt groen geen kans om uit te groeien tot schaduwgevende of verdamping veroorzakende vegetatie. Ten slotte zorgt verharding voor een verhoogd risico op piekbelasting in het rioolstelsel en gezondheidsrisico’s bij contact met vervuild water. Verdere verdichting en verharding van de binnentuinen is vanuit gezondheidsoogpunt niet wenselijk. 2.8.1

Hitte

Problemen met hitte in het stedelijk gebied ontstaan tijdens periodes met warm weer (hete dagen en hete nachten). Deze periodes komen door klimaatopwarming steeds vaker voor. De hitte wordt versterkt door het stedelijk hitte eiland effect. De gebouwde omgeving en de inrichting van de stad kunnen ervoor zorgen dat de gevoelstemperatuur op bepaalde locaties onaangenaam hoog wordt door de afwezigheid van schaduw door bomen en uitstraling van materialen zoals stenen en asfalt. Boven een bepaalde waarde kunnen hoge temperaturen leiden tot hittestress, afhankelijk van omgevings- en persoonlijke omstandigheden. Deze hittestress kan leiden tot een verminderd thermisch comfort, slaapverstoring, gedragsverandering (grotere agressie) en verminderde arbeidsproductiviteit. Hittestress kan echter ook tot serieuze hitte gerelateerde ziekten leiden zoals: huiduitslag, krampen, oververmoeidheid, beroertes, nierfalen en ademhalingsproblemen. Soms kan hittestress zelfs sterfte tot gevolg hebben. De hitte blijft 's avonds en 's nachts ook meer bestemmingsplan_Oud West 2018 1e herziening (vastgesteld)

blz. 23

hangen doordat gebouwen, huizen, wegen en stenen veel warmte vasthouden. 's Avonds en 's nachts zorgt het stedelijk hitte-eilandeffect ervoor dat de luchttemperatuur in de stad een paar graden warmer is dan de omgeving. De temperatuur in de stad koelt maar langzaam af. Vooral baby's, kinderen en ouderen die in de stad wonen kunnen last hebben van een hoge temperatuur in de nacht. De GGD is gevraagd advies te geven op de relatie tussen bebouwing op binnenterreinen en de volksgezondheid, zie Bijlage 2 Advies GGD. Daarnaast zijn de bevindingen uit een onderzoek door de Hogeschool van Amsterdam (HvA) betrokken. Onderzocht is hoe gemeenten inzicht kunnen krijgen in de vragen wat hun hitteopgave is en welke maatregelen effectief zijn om de stad hittebestendig te maken, zie Bijlage 3 Onderzoek HvA, de hittebestendige stad. De GGD stelt dat de binnentuinen in Oud West van groot belang zijn voor een prettig leefklimaat en de gezondheid en het welzijn van de bewoners. Dit geldt voor de bewoners met een tuin, maar ook voor de bewoners die op de eerste verdieping of hoger wonen. De binnentuinen bieden rust en ruimte. In Oud West, waar aan de voorzijde van de (woon)bebouwing de drukte van de stad duidelijk aanwezig is en de mogelijkheden tot recreëren in een rustige omgeving zich op enige afstand van de woning bevinden, dient de rust aan achterzijde van de woning als compensatie.

Op het moment dat de tuinen bebouwd worden, gaat dit ten koste van de ruimtelijke beleving van de binnentuin. Dit geldt voornamelijk voor de bewoners op hogere verdiepingen. Zij hebben immers niet de baten die de ondernemers en bewoners op de begane grond wel hebben van de tuinbebouwing. Metropoolregio Amsterdam heeft onderzoek naar de verwachte klimaatverandering in Amsterdam gedaan. De resultaten zijn in te zien op http://klimaatverandering-mra.vormgeving.com/. Hieruit blijkt dat het aantal zomerse dagen (en nachten) rond 2085 in Amsterdam zal zijn opgelopen van 20 naar ongeveer 40. Dit betekent dat de kans op een hittegolf steeds groter wordt. Wanneer de zomers warmer worden, zullen meer mensen een airco aanschaffen. Airco's zijn slecht voor het milieu: ze kosten veel energie en dragen bij aan het broeikaseffect. Het meest gebruikelijke koudemiddel in airco's (R410a), houdt 2088 keer meer warmte vast dan CO2. Het is een soort 'super-broeikasgas'. Broeikasgassen zorgen ervoor dat warmte gevangen blijft in de atmosfeer, waardoor de temperaturen op aarde oplopen. De aanschaf van airco's kan dus op zijn beurt de klimaatverandering versnellen en/of verergeren. De volgende manieren bestaan er om de stad koeler te maken. Verdamping is de effectiefste maatregel om stadsbreed de luchttemperatuur te verlagen.

Verdamping verlaagt de temperatuur doordat er veel energie (2260 kJ per liter) nodig is voor verdamping. Er kan gezorgd worden voor meer verdamping door het invoegen van waterelementen (vijvers, sloten of fonteinen) en groenelementen (bomen, gazons, groene daken). Schaduw verlaagt de gevoelstemperatuur. Er is minder inkomende zonnestraling, wat ervoor zorgt dat iemand die bijvoorbeeld in de schaduw van een boom zit, minder wordt opgewarmd. Gebouwen zorgen voor schaduw maar bomen zijn een betere oplossing omdat deze ook voor verdamping zorgen. Ventilatie zorgt voor zowel de afvoer van warme lucht als verversing met mogelijk koelere lucht van elders. Dit heeft invloed op de gevoelstemperatuur. Het is niet eenvoudig om voor meer ventilatie te zorgen in een gebied dat al volledig bebouwd is. Reflectie van zonnestraling vermindert de opwarming van een oppervlak. Als je in de buurt van zwart asfalt staat, kun je de warmte voelen die het uitstraalt. Dat is bijvoorbeeld niet het geval voor lichtgekleurd beton. Hoe witter het oppervlakte, hoe lager de oppervlaktetemperatuur. Een witte stad is echter geen goed idee. De extra weerkaatsing van de zonnestraling ervoor dat het lichaam netto meer

Gemeente Amsterdam

blz. 24

straling zou kunnen ontvangen, waardoor de gevoelstemperatuur stijgt. Bovendien zou het bewoners verblinden. Met inachtneming van bovenstaande principes is te begrijpen dat bebouwing de stad warmer maakt, en groen steden juist afkoelt. Het groen zorgt ervoor dat we ons thermisch prettig voelen. Thermisch comfort betekent: hoe wij de warmte beleven, hoe (on)aangenaam het samenspel van temperatuur, wind luchtvochtigheid en straling aanvoelt. Door voor alle bouwwerken op gronden met de dubbelbestemming 'Waarde – Landschap' een vergunning verplicht te stellen kan het stadsdeel per geval afwegen hoe het bouwplan de temperatuur van de omgeving beïnvloedt. Zo kunnen we ook beoordelen of te verwachten negatieve effecten zijn te ondervangen met aanvullende voorwaarden zoals een groen dak. 2.8.2

Beleving van de drukke stad

In een drukke, compacte stad als Amsterdam is geluidsoverlast nooit geheel te vermijden. Geluid hoort bij een levendige, bruisende stad, maar te veel geluid kan leiden tot hinder en slaapverstoring, stress en vermoeidheid. De gemeente Amsterdam is met 5.277 personen per vierkante meter, na de gemeente Den Haag de meest dichtbevolkte gemeente. Er gebeurt ontzettend veel. In Stad in Balans 2018-2022 wordt de beleidsambitie om te komen tot een nieuw evenwicht tussen bewoners enerzijds en bezoekers anderzijds uitgewerkt. Het is belangrijk om de leefbaarheid voor bewoners weer voorop te zetten. Uit onderzoek blijkt: Geluidsbelaste locaties veroorzaken meer hinder als ze ook een druk aanzicht hebben. Analoog hieraan neemt de hinder af als het aanzicht aangenaam is. Oud West is een druk stadsdeel. De Overtoom, Bilderdijkstraat en Kinkerstraat zijn enkele van de verkeersroutes die een geluidsbelasting van meer dan 70 dB bereiken. Lawaai is schadelijk voor de gezondheid. De langdurige blootstelling aan lawaai kan uiteenlopende gezondheidseffecten hebben, zoals geprikkeldheid, slaapstoornissen, negatieve gevolgen voor het hart- en bloedvatenstelsel of de stofwisseling en cognitieve functiestoornissen bij kinderen. Om deze reden bestaat er wet en regelgeving om geluidsgevoelige gebouwen te beschermen tegen geluidsoverlast. Het gaat dan om o.a. woningen, scholen en ziekenhuizen.

Lawaai is schadelijk voor de gezondheid, terwijl stille plekken in de stad juist kunnen compenseren voor de drukte van de stad, bijdragen aan herstel en 'op adem komen' (Stille gebieden in de stad, De stad is stiller dan je denkt, Ministerie van VROM, 2009). Het belang van een stille ruimte in combinatie met een aangenaam, rustig aangezicht, wordt ook in de literatuur in de gezondheidswetenschappen bevestigd (zie "The acoustic and visual factors influencing the construction of tranquil space in urban and rural environments tranquil spaces-quiet places?; Pheasant e.a., 2007). Er is onderzoek dat uitwijst dat uitzicht op een groene tuin goed is voor de gezondheid. In het artikel “Groen: goed voor de gezondheid” van de Universiteit van Wageningen staat dat de relatie tussen groen en gezondheid al in de jaren 80 werd onderzocht. De resultaten waren zo opmerkelijk dat toptijdschrift Science (1984) er plaats voor inruimde. Roger S. Ulrich liet zien dat patiënten die na een galblaasoperatie uitzicht hadden op groene bomen sneller herstelden dan zij die op een stenen muur uitkeken. Deze studie was het startschot voor vele onderzoeken naar de helende werking van de natuur. Ook Nederlands onderzoek wijst uit: wie in een groene woonomgeving leeft, voelt zich vaker gezonder en is minder vaak ziek.

Groen vermindert stress, bijvoorbeeld doordat van alleen al het zien van natuur een rustgevend effect uitgaat. Een groene en stille omgeving is essentieel voor het goed kunnen rusten en ontspannen, zie het onderzoek "Quiet Areas and the Need for Quietness in Amsterdam" (H. Booi en F. van den Berg, 2012). Onderzoeker Jan Hassink schrijft in het artikel 'Groen: goed voor de gezondheid' voor de Universiteit van

bestemmingsplan_Oud West 2018 1e herziening (vastgesteld)

blz. 25

Wageningen: 'Voor kwetsbare groepen, zoals ouderen en mensen met een lage sociaaleconomische status, is het gebruik van groen belangrijk. Het verbetert hun gezondheid en welzijn. Toegang tot groen kan bijdragen aan het verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Dat zijn verschillen in gezondheid en sterfte tussen mensen met een hoge en mensen met een lagere (sociaaleconomische) positie in de maatschappij. Maar deze laatste groep heeft vaak minder groen in de woonomgeving. En de kwaliteit en het onderhoudsniveau van het groen dat er is, is vaak lager, waardoor het effect van groen dat waarschijnlijk ook minder is. Daarbovenop komt dat deze groep ook een kleinere actieradius heeft en bijvoorbeeld minder vaak naar een verder weg gelegen bos gaat.' Doordat de tuinen in Oud West in hoog tempo verstenen, lijkt de conclusie dat men niet zoveel waarde hecht aan een groen uitzicht. Een tuin vol stenen lijkt geliefd. De cijfers wijzen echter anders uit. Juist voor een woning met een groene tuin is men bereid om extra te betalen. Groen in de directe omgeving verhoogt de woningwaarde met 4% tot 15%. Dit is o.a. te lezen in de Handleiding De Levende Tuin van Branchevereniging VHG. Groen vertegenwoordigt dus ook een bepaalde emotionele en esthetische waarde.

Om de stille beleving van de binnentuinen kracht bij te zetten en daarmee het verblijfsklimaat aangenaam te houden, is een verregaande (visuele) verdichting van de binnentuinen niet wenselijk. De geluiden in de binnentuinen zijn hoofdzakelijk geluiden die door mensen, dieren en weersomstandigheden worden voortgebracht, mede dankzij het jarenlange verbod op een bedrijfsmatig gebruik van de tuin. Deze "natuurlijke" geluiden worden over het algemeen als prettig en niet storend ervaren.

2.9

Overlast door hemelwater

Oud West is ingesloten door de Singelgracht – Kostverlorenvaart – het Vondelpark en de Hugo de Grootgracht. In en rondom het gebied is oppervlaktewater aanwezig. Het overgrote deel van het gebied valt binnen het hydrologische boezemgebied Stadsboezem Amsterdam. Aan de zuidkant van Oud West is het lagere waterhuishoudingsgebied van het Vondelpark gelegen. De gemiddelde afstand tot het oppervlaktewater in Oud West is normaal. Op een paar straten na heeft Oud West een gemengd rioolstelsel. Dit betekent dat het regenwater vermengd met het afvalwater wordt afgevoerd naar de zuivering. Als het harder regent dan het rioolgemaal aankan, vult het rioolstelsel zich. Uiteindelijk stroomt het regenwater vermengd met afvalwater via overstorten en bergbezinkbassins naar het oppervlaktewater en veroorzaakt daarmee een tijdelijke verslechtering van de waterkwaliteit. Binnen Oud West zijn een aantal dieper gelegen polders aanwezig (het noordelijke deel van het Vondelpark tot de Overtoom, deel van de Tweede Constantijn Huygensstraat en Eerste Helmersstraat en een deel van de Bellamybuurt). Het regenwater moet met pompen uit deze gebieden worden afgevoerd. Amsterdam Rainproof is een initiatief om samen met bewoners, bedrijven, kennisinstellingen en overheid de stad bestand te maken tegen hoosbuien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11735262/1