CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Onze stad van Morgen NL methandtekening.pdf.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 1 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over ‘Onze stad van morgen’ (VN2023-022770)10.290 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onze stad van morgen Duurzame toekomst gemeente Amsterdam

Voorwoord Voor u ligt Onze stad van morgen, waarin we de aanpak van dit college om de klimaatcrisis te bestrijden uiteenzetten. Wat kan de stad tussen nu en 2026 verwachten op het gebied van duurzaamheid? We zitten midden in een wereldwijde klimaatcrisis waarvan de impact groot is. Ook op Amsterdam. De wetenschap laat zien dat de opwarming van de aarde harder en sneller gaat dan ooit gemeten en dat we nu al gevaar lopen richting de twee graden temperatuurstijging. Ook voor Amsterdam heeft dit ernstige en steeds sneller gevolgen. Digitale handtekening Klimaatverandering in Amsterdam betekent een toename van Hester van Buren extreme neerslag, hittestress, droogte en zeespiegelstijging. Niet alleen moeten we hier de Amsterdammers tegen beschermen, we Originele versie in zwart: moeten ook alles op alles zetten om klimaatverandering tegen te Met vriendelijke groet, gaan. In veel landen over de hele wereld is klimaatverandering nu al een zaak van leven of dood. De komende 20 jaar zijn cruciaal.

Femke Halsema, Reinier van Dantzig Hester van Buren Burgemeester Wethouder Amsterdam, Financiën, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering, van Amsterdam Dienstverlening, Lucht- en Zeehaven en Coördinatie inkoop Rutger Groot Wassink

Er gebeurt al heel veel, maar ondanks al onze inspanningen liggen we niet op koers. Er is een radicale omslag nodig in ons denken en onze manier van werken. Transities verlopen niet volgens een uitgestippelde route. We moeten nu aan de slag, waarbij we gaandeweg moeten leren en fouten maken onvermijdelijk is. Dit college heeft de verantwoordelijkheid én de mogelijkheden om nu alles op alles te zetten om nog verdergaande gevolgen te stoppen en ons aan te passen aan de onvermijdelijke conse­ quenties. Het is onze plicht te zorgen voor een duurzame en leefbare stad voor de huidige en de toekomstige generaties. Dat doen we met elkaar: burgemeester en álle wethouders. Want de klimaatcrisis is van iedereen en de verantwoordelijkheid voor de aanpak moeten we samen nemen. Alleen zo bereiken we onze doelen.

Sofyan Mbarki

Zita Pels

Touria Meliani

Alexander Scholtes

Marjolein Moorman

Peter Teesink

2e versie in - zwart:

Hester van Buren

Melanie van der Horst



Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

2

Inhoudsopgave Voorwoord 

2

Onze stad van morgen

4

De gevolgen van klimaatverandering voor Amsterdam 

8

De stad van 2026 

11

Ongelijk investeren voor gelijke kansen als leidend principe

12

Onze aanpak 1 - samen versnellen 

16

Onze aanpak 2 - krachtige instrumenten en acties 

20

Wat mag Amsterdam de komende jaren van ons verwachten? Drie transities op weg naar een klimaatneutrale, natuurinclusieve, klimaatadaptieve en circulaire stad27 1. 2. 3.

De transitie naar duurzame energie  De transitie naar een groene, gezonde stad  De transitie naar een circulaire economie

Tot slot

29 33 36

39

Onze stad van morgen “The actions implemented in this decade will have impacts for thousands of years” (Intergovernmental Panel on Climate Change)



Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

4

Geen tijd te verliezen

We zitten midden in een klimaatcrisis. Een wereldwijde crisis waarvan de impact groot is. We dreigen nu al af te stevenen op twee graden opwarming van de aarde, met rampzalige gevolgen. Extreme droogte en overstromingen wisselen elkaar af. Ook in onze eigen stad zien we de gevolgen van de opwarming van de aarde. Kelders lopen na stevige buien onder en straten komen blank te staan. Langdurige hittegolven verdorren ’s zomers onze parken en trekken een zware wissel op bewoners in slecht geventileerde woningen.

Twee graden opwarming betekent ook dat vijf procent van alles wat leeft met uitsterven wordt bedreigd. En we weten allemaal: als de zeespiegel blijft stijgen, dan houden we het in Amsterdam niet droog. We moeten de stad en onze bewoners beschermen tegen deze onvermijdelijke gevolgen. Tegelijk hebben we nu de verantwoordelijkheid en de mogelijkheden om alles op alles te zetten om nog verdergaande gevolgen van klimaatverandering zoveel mogelijk in te perken.

Alles op alles

Panel on Climate Change (IPCC) spelen steden een cruciale rol bij het behalen van de ambitieuze emissiereducties en het stimuleren van klimaatbestendige ontwikkeling. Amsterdam en Amsterdammers hebben in mondiale vergelijking een hele hoge uitstoot per persoon. 81 procent van de CO2-uitstoot van Amsterdam wordt veroorzaakt door materiaalgebruik. Deze CO2 wordt niet in Amsterdam uitgestoten, maar wel door Amsterdammers en heeft daarmee een grote impact op gemeenschappen elders. Als iedereen op aarde zoals een Nederlander zou leven, dan verbruiken we dit jaar volgens het Global Footprint Network 3,6 aardes. Klimaatverandering heeft impact op ieders leven, en misschien nog wel het meest op dat van jongeren. Uit onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut is gebleken dat klimaatverandering een negatieve invloed heeft op het mentale welzijn van jongeren. Het is daarom cruciaal om een perspectief op een hoopvolle toekomst te geven. Tot nu toe zijn wij er niet in geslaagd de verandering een halt toe te roepen. Het is onze taak om goed voor de stad te zorgen; voor de stad van nu en de stad van de toekomst. Voor onze stad van morgen.

Duurzaamheid is geen ambitie meer; het is bittere noodzaak. In veel landen over de hele wereld is klimaatverandering al een zaak van leven of dood. Een humanitaire ramp die vaak de mensen treft die het minst aan de oorzaken hebben bijgedragen. Volgens het Intergovernmental 

Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

5

Dit kunnen we Amsterdam neemt de verantwoordelijkheid om nú iets te gaan doen. Ook als het pijn doet. Zo laten we de volgende generaties Amsterdammers zien dat we hebben gedaan wat nodig was om de stad en de wereld te beschermen en leefbaar te houden. We weten dat we dat kunnen. Het bruist van de slimme groene initiatieven die we zoveel mogelijk onder­ steunen. In Amsterdam is in 2022 9,6 procent minder gas verstookt dan de jaren daarvoor, de Hermitage en de Hortus delen dezelfde warmteen koudeopslag en duurzame tenders voor gronduitgifte zijn zeer succes­vol. Mooie voor­beelden van groene initiatieven zijn Elements in het Amstelkwartier, De Warren op het Centrumeiland, Juf Nienke in de Sluisbuurt, The Valley op de Zuidas en Geins in Zuidoost. Ook staan overal bewoners op. Gezamenlijk gaan zij aan de slag om hun energievoorziening te verduurzamen en hun wijk te vergroenen. Zo maakt sinds juni 2022 een buurtvergister in Amsterdam Zuidoost biogas van de etensresten van zeven horecabedrijven. Is KetelhuisWG de lokale energiecoöperatie voor de WG-buurt in Amsterdam Oud-West, waarmee bewoners en ondernemers gezamenlijk het heft in handen nemen voor een toekomstbestendige WG-buurt. En met een kortingsactie op de reparatie van textiel wordt sinds 2021 in Amsterdam meer kleding gerepareerd dan daarvoor.

Voor álle Amsterdammers Samen veranderen we de stad in een duurzame stad. Een fijne stad waar onze kinderen veilig in het groen kunnen buitenspelen. In schone lucht, omdat we minder auto’s en minder uitstoot hebben. Waar iedereen in

een goed geïsoleerd huis woont met lage energiekosten door lokaal opge­wekte, schone energie. Een toegankelijke stad met meer plek voor de fiets en voetganger met betaalbaar, goed openbaar vervoer. Waar ons eten uit de buurt komt en ons afval weer als grondstof wordt gebruikt. Een beter klimaat begint bij een betere overheid die ervoor zorgt dat álle Amsterdammers mee kunnen doen. Want alleen dan kan deze grote verandering slagen. Dus investeert Amsterdam in en voor de mensen die dat het hardst nodig hebben. We isoleren de slechtste woningen met de meest kwetsbare bewoners eerst. We investeren in onze maatschappelijke gebouwen en schoolgebouwen en creëren banen voor mensen die in onze eigen stad praktisch opgeleid zijn. Ook willen we dat iedereen kan meeprofiteren van de energietransitie. Zo moeten bewoners kunnen delen in de opbrengst van de windmolens of zonnepanelen in hun buurt, zodat hun energierekening daalt. We staan voor een enorme uitdaging, waarin rechtvaardigheid de basis vormt. Als we dit niet doen, worden de bestaande verschillen alleen maar groter. Hoeveel we ook doen om klimaatverandering tegen te gaan, we moeten Amsterdam beschermen tegen extreem weer en de stad weerbaar maken tegen hitte, droogte en overstromingen.

Ook bij extreem weer trekken kwetsbare groepen en wijken vaak aan het kortste eind, bijvoorbeeld omdat zij minder bomen in hun buurt hebben die hitte kunnen opvangen. We moeten daarom luisteren naar de behoeften en ideeën van onze bewoners, ondernemers en kennisinstellingen om samen tot oplossingen te komen.



Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

6

Als college moeten we voor deze noodzakelijke verandering, moeilijke, maar onvermijdelijke keuzes durven maken. Daarbij moeten we doen wat effectief is, niet alleen wat goed voelt. Want de stad en ons leven gaan veranderen; móeten veranderen. En duurzaamheid geldt voor iedereen. In elke wijk, in elke straat, in elke woning. Het is een enorme uitdaging voor ons allemaal.

Samen verantwoordelijk Dit college moet het goede voorbeeld geven. Alle rollen die we als lokale overheid hebben, zullen we benutten: grondeigenaar, vastgoedeigenaar, belastinginner, vergunningverlener, wetgever, handhaver, inkoper, subsidie­verstrekker, zorgverlener en aandeelhouder. We kopen onze eigen spullen en diensten zo duurzaam mogelijk in, maken onze gebouwen klimaatbestendig en als actief aandeelhouder zetten we in op verduurzaming en krimp van Schiphol. Maar we kunnen dit niet alleen. We hebben iedereen in de stad heel hard nodig. Zoals de mensen in het onderwijs en de zorg die veel Amsterdammers kunnen bereiken. Ook werken we met het Rijk en andere Europese steden die voor dezelfde grote uitdagingen staan. Met het Rijk kunnen we bijvoor­ beeld verantwoordelijkheid eisen van grote uitstoters die we als stad alleen moeilijk kunnen aanpakken. Want als we veel van onze bewoners vragen, dan moeten we ook veel van de grote vervuilers vragen. Doen zij niet mee, dan is er voor hen geen plek meer in onze stad.

Voor een groene, leefbare stad Deze transitie is er een van de lange adem. Maar we hebben de tijd niet meer om onze route precies uit te stippelen. We zullen, soms met vallen en opstaan, tempo moeten maken en onderweg leren van onze fouten. Er is geen alternatief. We willen een leefbare stad die haar verantwoordelijkheid neemt, juist omdat we een stad zijn met een grote voetafdruk. Dat vraagt om een gemeente die investeert en stimuleert. Die bewoners, ambtenaren, bestuurders en ondernemers met lef, ondersteunt in het maken van lastige keuzes. En om bedrijven die eerlijk en lokaal produceren. Samen moeten we werken aan een groenere stad met nieuwe banen, gezondere bewoners en minder klimaatschade.



Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

7

De gevolgen van klimaatverandering voor Amsterdam

Volgende generaties moeten zien dat we alles hebben gedaan wat nodig was. 

Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

8

De opwarming van de aarde gaat harder en sneller dan ooit eerder gemeten en waargenomen. De verandering zorgt ervoor dat natuurlijke systemen veranderen tot een niveau dat ze zich niet meer kunnen herstellen. Bovendien kunnen deze zogenaamde ‘tipping points’ elkaar versterken en bijvoorbeeld zorgen voor extra snelle zeespiegelstijging. De mondiale temperatuurstijging is anno 2022 1,2 graden en we naderen de 1,5 graad erg snel, waarschijnlijk al vóór 2030. Het IPCC zegt dat ook 2 graden moeilijk te beperken is. Bij het uitblijven van krachtiger beleid kan het in 2100 oplopen tot 3,2 graden.

Kansenongelijkheid We zien ook al de negatieve effecten van extreem weer op Amsterdammers die weinig middelen hebben om zich hiertegen te beschermen. Dit zorgt voor toename van kansenongelijkheid en segregatie, meer sociale onrust en afname van vertrouwen in de overheid. Minder welvarende mensen die gebonden zijn aan kleine, slecht geïsoleerde huizen hebben meer last van hitte. Zij hebben minder mogelijkheden om aan de hitte te ontsnappen. Ouderen kunnen er zelfs aan overlijden. Dat zien we nu al gebeuren. In 2019 was de oversterfte in Nederland door hitte meer dan 500 personen. Verder vermindert hittestress de arbeidsproductiviteit en zorgt het voor slechtere leerprestaties door slapeloosheid en concentratieproblemen. Ook hierdoor leidt klimaatverandering tot het vergroten van kansen­ ongelijkheid, omdat het vooral scholen in kwetsbare wijken zijn die hun lokalen niet goed kunnen koelen.

Grote gevolgen

Geen instabiele stad Overstromingen zorgen voor ernstige hinder en grote maatschappelijke kosten. Bij overstromingen zijn maatschappelijke voorzieningen niet bereikbaar of bruikbaar, zoals ziekenhuizen, zorgfaciliteiten en scholen. De schade en de kosten van het wegpompen van water kunnen hoog oplopen. Ook zorgen overstromingsrisico’s voor beperkingen in de ontwikkeling van de stad. Een ‘shockevent’, zoals een grote over­ stroming, kan zelfs zorgen voor zoveel schade en slachtoffers, dat dit direct leidt tot financiële instabiliteit van de stad.

Ook voor Amsterdam heeft dit ernstige en steeds sneller gevolgen. Klimaatverandering in Amsterdam betekent een toename van extreme neerslag, hittestress, droogte en zeespiegelstijging. De manier en intensiteit waarmee onze stad de afgelopen decennia ontwikkeld en gebouwd is, maakt ons extra kwetsbaar voor de veranderingen die op ons afkomen. Zowel de infrastructuur van de stad als de historische, bijzondere gebouwen en kunstwerken zijn erg gevoelig voor hitte en droogte, schade en verval.



Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

9

Droogte en bodemdaling leiden tot paalrot onder woningen en dat maakt de ongelijkheid tussen welvarende woningbezitters en minder welvarende woningbezitters groter. Mensen met eigen geld kunnen makkelijker een nieuwe fundering financieren, waar minder welvarende groepen afhankelijk zijn van steun van de overheid. Ten slotte kunnen ziektes toenemen, bijvoorbeeld omdat er meer tropische ziektes naar Amsterdam komen.

Een weerbare stad We moeten niet alleen inzetten op het voorkomen van klimaat­ verandering, maar zullen de stad en haar bewoners ook zoveel mogelijk moeten beschermen tegen de gevolgen van extreme weersomstandig­ heden. Dat doen we onder meer door de risico's van extreem weer structureel te integreren in de gezamenlijke opgave Amsterdam klimaatadaptief te maken. Nieuwe normen, eisen en richtlijnen zijn nodig om die opgave succesvol in te vullen. Zo moeten nieuwe gebouwen en gebouwen die (ingrijpend) gerenoveerd worden in staat zijn om een bui van minimaal 60 millimeter in één uur op te vangen en binnen 60 uur af te voeren. Onze vitale infrastructuur moet zelfs in staat zijn om een bui van 90 millimeter in één uur op te vangen. We vertalen de klimaatrisico’s in stresskaarten en helpen met het nemen van maatregelen. Stresskaarten geven inzicht in risicofactoren bij verschillende extreme weersomstandigheden, blootstelling, gevoelig­ heid en aanpassingsvermogen. Deze informatie kan ons helpen om te bepalen welke problemen waar kunnen ontstaan en wat hieraan gedaan kan worden.

Een groene stad Ons doel is dat we de stad in 2050 zo snel mogelijk voorbereiden op het veranderende klimaat. De aanpak hiervoor is beschreven in de Strategie Klimaatadaptatie en de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie. Groen is hierbij een essentieel onderdeel. We werken aan een aaneengesloten groene ecologische structuur met hoge biodiversiteit en een natuurlijk groen-blauw netwerk in elk nieuw wijkontwerp. Ook kiezen we bij de aanleg of bij het opnieuw inrichten van de openbare ruimte voor natuurinclusieve, groene en biodiverse oplossingen. Zo worden bij grote herinrichtingsprojecten maatregelen genomen om het gebied beter voor te bereiden op extreme weeromstandigheden. Als onderdeel van de wijkaanpak ‘Amsterdam Rainproof’ organiseren we buurtacties in de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost in samenwerking met woningcorporaties, lokale buurtorganisaties en bewoners. Denk aan het gezamenlijk vergroenen van tuinen. Waar mogelijk koppelen we deze acties aan andere werkzaamheden in een wijk. We ondersteunen daarbij met name bewoners voor wie het lastiger is om zelf aan de slag te gaan met hun tuin of omgeving.



Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

10

De stad van 2026

Visual ©Ontwerpwerk



Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

11

Ongelijk investeren voor gelijke kansen als leidend principe

Waar we naar toe willen weten we; hoe we daar komen leren we gaandeweg. 12

Het beperken van de gevolgen van de klimaatcrisis, grondstoffencrisis en biodiversiteitscrisis vraagt om een radicale omslag in ons denken, onze manier van werken, hoe we zijn georganiseerd en ons gedrag. Dat geldt voor al onze ambtenaren én voor bewoners, ondernemers en bedrijven. Duurzaamheid is niet vrijblijvend. Vertrouwen, lef en doorzettingskracht Helaas liggen we, ondanks onze inspanningen, niet op koers in het behalen van onze duurzaamheidsdoelen op energie en materiaalgebruik. Er is een andere werkwijze nodig: nieuwe manieren van werken en een uitfasering van niet-duurzaam werken. Dat wordt wennen, zal soms schuren en pijn doen. En het vraagt om ingewikkelde afwegingen en keuzes. Dit soort transities bevatten altijd een lastige fase, waarin we veel al wel, maar ook veel nog niet weten. Waar we naar toe willen en waar we van af willen, dat weten we zo ongeveer. Maar hoe we dat gaan doen en welk effect dit heeft op onze organisatie en de stad, dat moeten we gaandeweg leren. Dus gaan we aan de slag. Niet via pilots, maar door volop uit te voeren als het nieuwe normaal, inclusief het maken van fouten. Dit vraagt om vertrouwen, lef en doorzettingskracht van ons allemaal. De bestaande kaders zoals het coalitieakkoord zijn hierbij in principe leidend.

Brede welvaart Het uitgangspunt voor onze aanpak is brede welvaart. Brede welvaart bouwt voort op het donutmodel dat Amsterdam eerder heeft omarmd. We willen inzicht krijgen in de impact van beleid en handelen op belangrijke economische, ecologische, ruimtelijke en sociale thema’s, zodat we hierop kunnen sturen, kwalitatieve overwegingen kunnen maken en komen tot transparante keuzes. Hiermee willen we voorkomen dat we bestaande ongelijkheid versterken, zowel in Amsterdam, als elders ter wereld.

Ongelijk investeren voor gelijke kansen Het uitgangspunt van brede welvaart is belangrijk. De gevolgen van de verschillende transities zijn namelijk niet voor iedereen gelijk. Groepen met een gunstige positie zijn vaak beter in staat om mee te doen of ervan te profiteren, terwijl inwoners en groepen in een kwetsbare positie juist vaker de risico’s en lasten dragen. Daarnaast worden hun stemmen nog niet altijd gehoord. Als besluitvorming en uitkomsten van het beleid onrechtvaardig zijn, dan kan dit leiden tot meer ongelijkheid en minder draagvlak. Voor dit college is ongelijk investeren voor gelijke kansen dan ook het leidend principe. De maatregelen om klimaatverandering te bestrijden kunnen leiden tot hoge kosten en dragen daarmee het risico dat ze de bestaanszekerheid van bewoners en ondernemers raken. Met ongelijk investeren voor gelijke kansen willen we zorgen dat de positie van kwetsbare groepen verbetert, ook waar het gaat om de klimaattransities.



Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

13

In navolging van het rapport Rechtvaardigheid in klimaatbeleid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid[1], verkent de gemeente momenteel de sociaal-maatschappelijk impact van (het beleid op) de energietransitie en wat er nodig is om de transitie eerlijk te laten verlopen. Deze verkenning richt zich op de gebouwde omgeving, elektriciteitsopwekking en -infrastructuur, mobiliteit en arbeidsmarkt en kijkt naar een eerlijke verdeling van baten en lasten en naar hoe we zorgen dat alle Amsterdammers mee kunnen beslissen.

Ongelijk investeren voor gelijke kansen betekent: • Dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen

en de baten terecht komen bij kwetsbare groepen met als doel een einde aan energiearmoede in 2030; • Open toegang tot het beslissingsproces voor alle Amsterdammers; • Eerlijke kansen op een veranderende arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door te zorgen voor technische opleidingen die nodig zijn voor de duurzame transities; • Burgers helpen met het organiseren van diensten op een gemeenschapsniveau, zoals een energiecoöperatie.

1

WRR, Rechtvaardigheid in klimaatbeleid, 10 februari 2023 

Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

14

Amsterdams Actieplan Klimaat Amsterdam zet zich als verantwoordelijke hoofdstad maximaal in. Dit zijn de belangrijkste punten in het Amsterdams Actieplan Klimaat. 1. Ongelijk investeren voor gelijke kansen is altijd het leidende principe, we zetten in op een sociale transitie. Dat doen we bijvoorbeeld door woningen van bewoners in een kwetsbare positie als eerste te isoleren en te komen met een Actieplan Energiebesparing waarin we wijken helpen hun energieverbruik te verminderen. 2. Vanaf nu geldt voor alle besluitvorming en uitvoering het uitgangs­ punt: ‘Duurzaam, tenzij’. Mochten er redenen zijn waarom hier niet aan kan worden voldaan, dan moet dit onderbouwd worden en volgt een bestuurlijke afweging, waarbij de in het huidige coalitieakkoord gemaakte afspraken in principe leidend zijn. 3. We integreren de risico's van extreem weer structureel in de gezamen­ lijke opgave om Amsterdam klimaatadaptief te maken. We ontwik­ kelen nieuwe normen, eisen en richtlijnen om Amsterdam zoveel mogelijk te beschermen tegen extreem weer. 4. Door de uitvoeringsorganisatie ‘Energie voor de stad’ op te richten, zetten we in op een versnelling van de energietransitie. De tijd van beleidsplannen en visies is voorbij: we gaan uitvoeren, uitvoeren, uitvoeren. 5.

Met de bestuursopdracht Duurzame Toekomst Stad en Organisatie committeren we de directies en stadsdelen om samen en tijdig de verduurzaming van de stad en organisatie te realiseren, onder andere door per begrotingsprogramma inzicht te geven in de klimaatvoet­ afdruk. Ook zetten we met de bestuursopdracht in op gebiedsge­ richte sturing. Hierdoor krijgt ieder gebied een eigen plan dat past bij de buurt, om de transities rechtvaardig en inclusief vorm te geven.

6. We bereiden een publiek warmtenetwerk voor Amsterdam voor, waarbij betaalbaarheid van de energierekening van bewoners voorop staat. 7. We stellen ons op als actief aandeelhouder in de richting van onze deelnemingen en vragen hen om impactplannen te maken. 8. We werken aan een nieuwe duurzaamheidsraad en stellen een klimaatspreekuur in met stemmen van ondervertegenwoordigde groepen zowel binnen als buiten Amsterdam. 9. Circulair werken wordt de standaard. Dat betekent slimmer produceren en minder consumeren. Ook gaan we jaarlijks zeker 100 ondernemers helpen om de (eerste) stappen naar meer circulair ondernemen te zetten. 10.Via ons inkoopbeleid verduurzamen we niet alleen onze eigen organisatie, maar zorgen we ook dat de markt sneller gaat verduur­ zamen. Dit doen we onder andere door circulair in te kopen en een interne CO2-prijs toe te passen.

In de rest van dit stuk leest u hoe we invulling geven aan deze punten en welke maatregelen we nog meer nemen.



Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

15

Onze aanpak

1 - samen versnellen

Nu investeren in duurzaamheid verdient zich dubbel en dwars terug 

Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

16

We moeten versnellen om onze doelen te halen. Dit doen we op basis van bestaande plannen, zoals de Routekaart Amsterdam klimaatneutraal, de Transitievisie Warmte, de Groenvisie en de Strategie Amsterdam Circulair. Versnellen lukt ons alleen samen met onze partners: woningcorporaties, onderwijsinstellingen, bewoners en bedrijven. Ondersteuning van bewonersinitiatieven Het aantal bewonersinitiatieven groeit gestaag. Zo willen bewoners een eigen warmtebedrijf beginnen of kiezen ze voor meer zeggenschap in de toekomstige warmtevoorziening. Het college wil omwonenden en andere Amsterdammers mee laten delen in de opbrengsten van de energie­ transitie. De ambitie is dan ook dat 100 procent van de toekomstige wind­molens wordt ontwikkeld in coöperatieve vorm, zodat deze in lokaal eigendom komen. Zo profiteren alle Amsterdammers van lokaal en duurzaam opgewekte energie: ook degenen met een smalle beurs. Om meedoen zo toegankelijk mogelijk te maken ondersteunen we initiatief­­nemers op basis van co-creatie. Dat kan gaan om financiële middelen, maar ook om hulp bij zelforganisatie, onderzoek of het onder­ steunen van Amsterdammers die willen meepraten of -beslissen. In buurten waar we actief zijn, zoeken we altijd de samenwerking met buurtplatforms en -coöperaties.

Mooie voorbeelden hiervan zijn de samen­­werking met buurtplatform Hart voor de K-buurt, buurtcoöperatie De Eester in het Oostelijk Havengebied, de Buurtwerkkamer in Zuidoost en netwerkorganisatie 02025.

Investeren in onderwijs Het is de komende jaren van belang om talent op alle vlakken (praktisch, theoretisch, wetenschappelijk) te ontwikkelen om de benodigde systeemverandering te kunnen uitvoeren. De veranderende economie vraagt om een aantal vaardigheden die op dit moment schaars zijn. Het aanpassen van het opleidingsaanbod om met deze ontwikkelingen om te gaan gaat niet vanzelf. De gemeente verbindt vraag en aanbod door het organiseren van evenementen als ‘Baan met Toekomst’, de samenwerking met instellingen als de Hogeschool van Amsterdam en beroepsopleidingen. Met de mbo-agenda 2023-2027 investeren we in nieuwe projecten en initiatieven die bijdragen aan kwalitatief goed en toekomstbestendig middelbaar beroepsonderwijs. Vooral belangrijk daarbij zijn de technische opleidingen die mensen klaarstomen om de duurzame transities te kunnen realiseren.

Ontzorgen woningeigenaren Woningcorporaties zijn belangrijke partners in het versnellen van de energietransitie. Met hen maken we dit jaar nieuwe afspraken voor de komende vier jaar over het isoleren en aardgasvrij maken van corporatiewoningen. Maar ook de ruim 22.000 VvE's in Amsterdam moeten aan de slag. Huiseigenaren lopen bij verduurzaming echter tegen grote organisatorische, financiële, juridische en sociale belemmeringen aan. We willen VvE’s zo veel mogelijk ontzorgen, ze activeren en begeleiden. Vanuit de Amsterdamse VvE-aanpak werken we daarom intensief samen met het Rijk en het Warmtefonds om hun positie te versterken. Dat doen we in eerste instantie door het vergroten van hun financieringsfaciliteiten. 

Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

17

Hulp voor mkb’ers en afspraken met grote vervuilers Samen met MKB-Amsterdam helpen we mkb’ers met verduurzamen door hen de juiste informatie te geven. We bieden gratis maatwerkadvies aan via een energieloket en begeleiding op locatie. Bedrijvencollectieven en -terreinen ondersteunen we bij het aanvragen van relevante subsidies en bij collectieve inkoopacties voor bijvoorbeeld zonnepanelen en laadinfrastructuur. En met de tien grootste vervuilers maken we afspraken over het verduurzamen van hun industriële processen. De gemeente werkt hierin nauw samen met de Provincie Noord-Holland, het Havenbedrijf en de regionale partners om gezamenlijk de transitie in te richten naar elektrificatie en het gebruik van (groene) waterstof. Verder betrekken we bedrijven bij het versneld behalen van onze doelen. Binnen de netwerken van bedrijven waar de gemeente mee samenwerkt, zoals de textiel- en houtketen en andere waardestromen, zetten we stap­pen om de sociale- en ecologische gevolgen van ons handelen in de rest van de wereld in kaart te brengen en te verminderen. De eerste resultaten hiervan zijn zichtbaar in de Denimdeal, de houtdeal en City for Forest.

Aanvullende maatregelen van het Rijk Ook met het Rijk werken we samen. We zijn in hoofdlijnen positief over het aangekondigde pakket aan aanvullende klimaatmaatregelen[1], maar we kijken ook samen naar aanscherping en aanvullingen. Er komen veel middelen vrij voor maatregelen ten behoeve van de CO2-doelstelling, maar aanvullende beprijzende en normerende maatregelen zijn nodig. 1

We vragen blijvende aandacht in het klimaatbeleid voor klimaat­ rechtvaardigheid. Rechtvaardigheid gaat ook over de vele miljarden euro’s aan fossiele subsidies, waaronder het financiële voordeel dat grootverbruikers van energie ontvangen. We pleiten ervoor dat het grootverbruikersvoordeel zo snel mogelijk wordt afgebouwd.

Samenwerken over de grenzen heen Als stad kijken we over grenzen heen. Onze impact houdt immers niet op bij de stadsgrens. Zo is Amsterdam vorig jaar geselecteerd voor de EU-missie 100 klimaatneutrale en slimme steden tegen 2030. Dit betekent dat we met de EU een zogenaamd ‘city climate contract’ gaan sluiten. In dit contract maken we afspraken wat we zelf doen om onze doelen versneld te halen. Dit contract moet in de eerste helft van 2024 af zijn. Daarnaast werken we samen met Amsterdamse kennisinstellingen, andere gemeentes, de MRA, de Provincie Noord-Holland, het Rijk en de EU. We onderzoeken wat nodig is om onze doelstellingen versneld te bereiken en wat we daarvoor nodig hebben van de EU en het Rijk. Daarbij kijken we naar een slimmere en efficiëntere gecombineerde inzet van gemeentelijke, nationale, Europese en particuliere middelen om de verduurzaming van de stad ook op de langere termijn te bekostigen. Op EU-niveau is een goede uitwerking van de aanstaande wetgeving op het gebied van circulaire economie belangrijk om markten op een duurzame manier te hervormen.

Kamerbrief over voorjaarsbesluitvorming Klimaat, 26 april 2023 

Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

18

Innovatiedistricten

Klimaatinloopspreekuur

Maatschappelijke uitdagingen zoals de duurzaamheidsopgave kunnen niet zonder innovaties. Om het innovatievermogen van Amsterdam te vergroten zet de gemeente onder andere vol in op het versterken van verschillende innovatiedistricten. Plekken waar toonaangevende bedrijven en/of kennisinstellingen samenkomen met startups, broed­ plaatsen en aanjagers. Hoe de gemeente dit doet is vastgelegd in de Strategie Innovatiedistricten Amsterdam.

Naast reguliere participatie binnen projecten, gaan we de komende periode verschillende vormen verkennen en uitproberen om het gesprek met de Amsterdammer verder te faciliteren. Wethouder Pels gaat een klimaatinloopspreekuur opzetten om het voor bewoners en bedrijven zo makkelijk mogelijk te maken in gesprek te gaan over hun zorgen en oplossingen. Ook denken we aan een vernieuwde vorm van een duurzaamheidsraad met bewoners en aan de inzet van de onlangs opgerichte Jongeren Adviesraad voor Amsterdam (Jara) op het gebied van duurzaamheid. Daarnaast kunnen de opbrengst en lessen van het Burgerberaad Afval, aanleiding geven om de inzet van een klimaat burgerberaad te onderzoeken.

Verbinding met specifieke doelgroepen Afgelopen jaren hebben we met allerlei partners afspraken gemaakt over de uitvoering van onze gezamenlijke duurzaamheidsgave. Zoals het samenwerkingsverband Warm Amsterdam dat uit de City Deal Aardgasvrij is gekomen en de ‘City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen’ waarmee we in een nationaal netwerk inzetten op de versnelling van duurzame en circulaire woningbouw. De komende periode zullen wij ons extra inspannen om ook in gesprek te komen met specifieke doelgroepen die nu ondervertegenwoordigd zijn, maar die de effecten van de transitie wellicht lastiger kunnen dragen. Denk aan kwetsbare jongeren, bewoners van de Masterplangebieden, praktisch opgeleiden en Amsterdammers met een migratieachtergrond. Ook gaan we als verantwoordelijke hoofdstad in gesprek met organisaties die de belangen vertegenwoordigen van plekken elders ter wereld die nu al hard geraakt worden door klimaatverandering.

Praktische uitvoering De praktische uitvoering van afspraken uit het nationale klimaatakkoord gebeurt via vijf nationale uitvoeringsoverleggen (elektriciteit, industrie, mobiliteit, gebouwde omgeving en landbouw en landgebruik). Daarnaast is er een Nationaal Klimaat Platform opgericht om het klimaat­ beleid te versnellen door een brug te slaan tussen wat er speelt in de samenleving en de beleids­processen in Den Haag. Ook Amsterdam gaat in gesprek over kansen en knelpunten, wat willen we wel én niet meer doen: we passen onze werkwijze aan wat er nu nodig is. We verkennen wat we leren van deze landelijke aanpak, waar we eventueel bij aan kunnen sluiten en hoe we deze het beste voor onze versnelling in kunnen zetten. Om te versnellen gaan we bestaande instrumenten herijken, nieuwe instrumenten ontwikkelen en met de juiste, stevige randvoorwaarden over tot actie. 

Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

19

Onze aanpak

2 - krachtige instrumenten en acties

Nu investeren in duurzaamheid verdient zich dubbel en dwars terug 

Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

20

Duurzaam, tenzij De vastgestelde doelen zijn niet vrijblijvend. Vanaf nu geldt voor alle besluitvorming en uitvoering het uitgangspunt: ‘Duurzaam, tenzij’. Als er beleidsmatige, financiële, technische, wettelijke, contractuele beperkingen of andere redenen zijn waarom directies of stadsdelen hier gezamenlijk of individueel niet aan kunnen voldoen, dan moet onderbouwd worden waarom de ‘tenzij’ in dat geval wordt toegepast. Op basis daarvan volgt een bestuurlijke overweging, waarbij de in het huidige coalitieakkoord gemaakte afspraken in principe leidend zijn. We realiseren ons dat dit spanning met zich mee brengt en vraagt om maatwerk. De bedoeling van dit uitgangspunt is te komen tot nieuwe standaarden die bijdragen aan het tijdig realiseren van onze doelen. Die duurzaamheidstandaarden kunnen in het ene domein hoger liggen dan in het andere domein. De afweging tussen klimaatdoelen en andere, bijvoorbeeld politiek overeengekomen doelen en schaarse middelen, is een bestuurlijke keuze. We weten dat niet in alle domeinen al voldoende inzicht is in hoe deze duurzaamheidsstandaarden eruit moeten zien en wat de consequenties zijn. Desondanks leggen we, gezien de maatschappelijke urgentie, dit principe nu vast, zodat we deze nieuwe standaarden samen kunnen ontwikkelen en leren deze toe te passen in alle relevante domeinen.

Op drie elementen passen we dit concreet toe: (a) binnen het ambtelijk domein wordt altijd duurzaam gewerkt, (b) zijn er aanvullende middelen nodig dan wordt dit binnen de reguliere P&Ccyclus voorgelegd aan het bestuur en (c) alle directies brengen in kaart wat er nodig is om volgens het principe van ‘duurzaam, tenzij’ te werken. Hierbij worden scenario's uitgewerkt als op dit moment de beschikbare middelen te beperkt zijn.

Bestuurlijke instrumenten: bestuursopdracht en bestuurlijk team In 2030 willen we een circulaire, klimaatneutrale organisatie zijn en maximaal zelf energie opwekken. We willen werken in een klimaat­ adaptieve omgeving, met ambtenaren die zijn doordrongen van duurzaam denken en doen. Om dit te bewerkstelligen starten we met de bestuursopdracht Duurzame Toekomst Stad en Organisatie, gericht op het gemeentebreed incorporeren van de duurzaamheidsopgave. Ook het uitgangspunt ‘Duurzaam, tenzij’ rollen we stedelijk uit via deze bestuursopdracht. We spreken alle organisatieonderdelen aan het maximale te doen dat in hun vermogen ligt. En zorgen ervoor dat iedereen binnen de organisatie zich verantwoordelijk voelt en weet dat werken aan duurzaamheid niet vrijblijvend is, zodat de hele ambtelijke organisatie de schouders zet onder de gezamenlijke opgave. Op initiatief van het college is het bestuurlijk team Duurzame Toekomst gevormd, waar wethouders en twee bestuurlijke vertegenwoordigers van de stadsdelen doorbraakbesluiten nemen om de uitvoering te starten, op te schalen, gaande te houden en te versnellen.



Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

21

Uitvoeringsagenda's als praktisch handvat voor de uitvoering Ook stellen we uitvoeringsagenda’s vast: instrumenten om bestaand beleid concreet te vertalen naar handvatten voor uitvoering in de praktijk. Deze agenda’s zijn gericht op de eigen organisatie en op de thema's uitstootvrije mobiliteit, circulaire economie, voedselstrategie, de warmtetransitie en het verduurzamen van monumenten. Er komt deze zomer en nieuwe uitvoeringsorganisatie: Energie voor de Stad. Deze is volledig ingericht om de energietransitie in onze stad concreet te realiseren. De uitvoeringsorganisatie wordt verantwoordelijk voor de sturing op de uitvoering van de gehele energietransitie, het realiseren van de projecten en oppakken van belemmeringen in de uitvoering. Uitvoeringsprojecten gaan gefaseerd over naar deze nieuwe organisatie, te starten met warmte en elektra.

Sturing op de opgave De gemeente stuurt opgavegericht. Dit betekent dat niet langer één of enkele organisatieonderdelen primair verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van een opgave, maar iedereen gezamenlijk. Dit geldt ook voor de opgave duurzaamheid. Deze aanpassing zorgt voor een andere manier van samenwerken en een sterkere gezamenlijke verantwoordelijkheid om onze duurzaamheidsdoelen te behalen. Door per programma inzicht te geven in de klimaatvoetafdruk van dat programma, kunnen we goed afwegingen maken over de reductie van die voetafdruk. Bijvoorbeeld door dingen duurzamer te doen of juist helemaal niet meer te doen. In een lerend proces krijgen we steeds

beter in beeld wat de klimaatvoetafdruk per programma is. De klimaatvoetafdruk wordt opgenomen in de klimaatjaarrekening, een onderdeel van de begroting. Deze klimaatjaarrekening gebruiken we in eerste instantie voor het krijgen van inzicht, maar zetten we later steeds meer als sturingsinstrument in. We groeien toe naar het hanteren van een klimaatbegroting in de volgende coalitieperiode.

Inkoopbeleid: hergebruik en CO2-beprijzing Het inkoopproces is een belangrijk instrument om onze duurzame ambities te realiseren. Met een inkoopbudget van ruim 2,8 miljard euro per jaar kunnen we het verschil maken. Enerzijds gebruiken we dit bedrag om onze eigen organisatie te verduurzamen, anderzijds dient het als hefboom richting de markt voor een duurzame economie. Door zelf circulair opdracht te geven en in te kopen - in 2025 voor 50 procent - geven we als gemeente het goede voorbeeld. Dat begint met de vraag of inkoop echt nodig is of dat het anders opgelost kan worden. Zo is ‘hergebruik, tenzij’ een belangrijke pijler in fysieke projecten. We doen er van alles aan om de negatieve impact van onze gemeentelijke inkoop te verkleinen en de positieve impact ervan te vergroten. Zo is het sinds april 2023 verplicht om een interne CO2-prijs toe te passen bij investeringsaanvragen boven 1 miljoen euro. Op deze manier wordt bij het formuleren van de opdracht al rekening gehouden met (een deel van) de maatschappelijke kosten. Bij de evaluatie in 2024 bekijken we de mogelijkheden om deze CO2-beprijzing uit te breiden naar aanbestedingen en andere maatschappelijke kosten, bijvoorbeeld 

Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

22

in de vorm van true pricing. Daarbij worden, naast CO2-kosten, de ecologische en sociale impact gewaardeerd. Ook zetten we momenteel concrete handelingskaders op duurzaamheid voor inkoop op.

Duurzaamheidprestaties van deelnemingen De gemeente Amsterdam heeft deelnemingen in 24 organisaties, klein en groot. Elk van deze organisaties moet, net als de gemeente zelf, ambitieuze doelstellingen nastreven voor positieve impact op mens en milieu. We vragen deelnemingen dan ook om impactplannen te maken. Vooral bij de grotere organisaties als Schiphol Group en het Havenbedrijf Amsterdam kunnen onconventionele keuzes leiden tot grote besparingen op emissies, grondstoffenverbruik en afname van de biodiversiteit. Als samenwerkingspartner, maar ook als actief aandeelhouder, wil de gemeente invloed uitoefenen op de duurzaamheidsprestaties van haar deelnemingen. Wethouder Van Buren komt met een verkenning hoe we hier richting Schiphol invulling aan kunnen geven.

Gebiedsgerichte sturing De stedenbouwkundige structuur, de bevolkingsopbouw en de sociale netwerken, de historie en identiteit verschillen per gebied. De duurzaamheidsopgaven (hittestress, afvalverwerking, wateroverlast, de strijd om ruimte) zijn heel anders in Nieuwendam, Watergraafsmeer, Buitenveldert, Osdorp, Bijlmermeer of Weesp. Ook is de gehele stad of een stadsdeel een te grote schaal om op alle onderdelen van duurzaamheid gericht te kunnen sturen. De gebieden vragen daarom om een eigen effectieve en programmatische aanpak. Alleen op die

manier kunnen we de transities inclusief, rechtvaardig en met oog voor de draaglast en draagkracht van de bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties vormgeven. Zo ontzorgen we de groepen in de meest kwetsbare positie en zorgen we dat met verduurzaming de bestaanszekerheid geborgd wordt. Met name in Zuidoost, Nieuw-West en Noord zijn de vraagstukken op dit gebied urgent en groot. Dit vraagt om lokale regievoering, coördinatie en samenwerking op ontwerp, programmering en uitvoering. Met het oog op het normaliseren van duurzaamheid hoort daarbij expliciete en tijdige aandacht voor beheer en onderhoud in ontwerp, uitvoering en financiering. Voor de gebiedsgerichte sturing is de samenwerking met de stadsdelen (gebieden) essentieel. De duurzaamheidscoördinatoren in de stadsdelen hebben hierbij een belangrijke signalerende en adviserende rol over en weer tussen de kennis- en uitvoeringsdiensten in de stad en de gebieden. Maar ze zijn vooral ook in de stadsdelen actief om alle soorten van initiatieven van bewoners, bedrijven en instellingen verder op weg te helpen.



Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

23

Communicatie rond ‘Duurzame Toekomst’

• We organiseren de communicatie stadsbreed vanuit de deelopgaven

Bewoners en bedrijven ondernemen vaak zelf al actie. Dit ondersteunen we door te zorgen dat deze goede voorbeelden bijdragen aan nog meer betrokkenheid van Amsterdammers om - binnen de eigen mogelijkheden - samen te werken aan een leefbare stad. Dit vraagt om een strategische en campagnematige aanpak. De huidige communicatiestrategie blijft actueel: • Informeren: wat is er aan de hand en wat komt er op de stad en de Amsterdammer af? Waarom doen we dit? • Inspireren: laten zien wie zich al hebben aangepast als goed voorbeeld voor anderen: we kunnen dit. • Faciliteren: korte routes naar de ondersteuning door de gemeente, zowel direct als via partners in de stad.

(isolatie, besparen, aardgasvrij, uitstootvrij, elektriciteit, wind, zon), en leggen belangrijke accenten op het communiceren over activiteiten in de wijken/gebieden. We enthousiasmeren lokale initiatieven waarin samenwerking en resultaat centraal staan. Daarbij communiceren we in samenhang op gebiedsniveau over welke plannen er zijn vanuit de gemeente. Het thema is ‘Werken aan de eigen duurzame wijk’. Dat betekent aansluiten op bestaande lokale communicatiekanalen die vaak ook gericht zijn op specifieke doelgroepen. Doel is om bewoners actief te informeren over, te inspireren en faciliteren en te betrekken bij het verduurzamen en verbeteren van de leefbaarheid in de wijk. We vieren de successen, leren van elkaar door er over te communiceren en delen dit met iedereen die in Amsterdam werkt aan een duurzame toekomst via de daarvoor beschikbare kanalen. • We verbeelden de stad van de toekomst in bijvoorbeeld film, theater en animaties. In zo’n grote transitie is het belangrijk dat Amsterdammers zich kunnen verbeelden wat er aan de hand is en hoe het leven er in de toekomst voor hen uitziet. Door kunst en cultuur in te zetten hopen we diverse doelgroepen te inspireren en aan te zetten tot gedragsverandering. • Duurzaamheid is van iedereen. Dat betekent ook dat we met communi­catie over duurzaamheid aansluiten bij bestaande sectoren, activiteiten en festivals.

We zijn met een mobiele informatiestand aan­wezig bij lokale festiviteiten en grootschalige evenementen als de Uitmarkt, waarbij we de kunst- en cultuursector bijvoorbeeld vragen om bij te dragen aan het verbeelden van de toekomstige stad. Ook 750 jaar Amsterdam biedt kansen om de toekomst van de stad te plaatsen in de duurzame stad. Een voorbeeld is de digitale

Een plan van aanpak zal worden geactualiseerd voor een langere periode. Daarin staan onder meer de volgende (deels huidige) uitgangspunten centraal: • We starten in het najaar van 2023 met een herkenbare communicatie­ strategie die langdurend en campagnematig bewoners en bedrijven betrekt bij de opgave om de stad te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. • We communiceren betrouwbaar, toegankelijk en begrijpelijk. Dit betekent dat we helder inzicht geven in het besluitvormingsproces bij beleid en de dilemma’s en de afwegingen die daarbinnen worden gemaakt. We betrekken via de communicatie bewoners en bedrijven tijdig bij beleid en uitvoering. • We laten het goede voorbeeld zien als gemeente en communiceren hierover.



Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

24

• maquette waar­aan wordt gewerkt. Musea vragen we de mogelijkheden

Financiële dekking

van thematische tentoonstellingen rond klimaat en duurzaamheid te onderzoeken. • Landelijke evenementen, zoals de Nationale Klimaatweek of de Milieudag, ondersteunen we actief met communicatie. • We ondersteunen jongerenactiviteiten op wijkniveau. Of organiseren activiteiten waarin we het realiseren van een eigen duurzame wijk centraal stellen. • We benutten alle al bestaande gemeentelijke communicatiekanalen en specifiek die rond duurzaamheid en klimaat. We onderzoeken hoe we nog effectiever specifieke doelgroepen kunnen bereiken. Want ook die opgave is essentieel voor communicatie: iedereen moet mee kunnen doen en dat vraagt om toegankelijk en begrijpelijk communiceren.

Door nu te versnellen vermijden we enorme kosten in de toekomst: iedere euro die vandaag niet wordt uitgegeven aan de transitie, betekent een veelvoud aan kosten later. Het IMF stelt dat miljarden­ investeringen in CO2-arme wereld zich dubbel en dwars terugbetalen; elke euro naar klimaatoplossingen levert 1,5 tot 4 euro winst aan maat­ schap­pelijke kostenbesparing op [1]. Dat vraagt om solide bewijslast van vermeden kosten en het ontwikkelen van goed ingebedde instrumenten om bestuurlijke en ambtelijke afwegingen te maken. Om dit scherper in beeld te brengen voor Amsterdam, gaan we onderzoek doen. Daarnaast weten we ook dat we voor financiële dekking moeten zorgen voor de kosten die we nu maken. Omdat de gemeente opgavegericht stuurt en duurzaamheid als horizontaal thema binnen de begroting geldt, worden de kosten hiervoor zoveel mogelijk gedekt uit de reguliere budgetten. Daarnaast zijn er de volgende beschikbare middelen: • De structurele en incidentele budgetten voor de diverse beleidsthema’s van duurzaamheid in de begroting; • De bij het coalitieakkoord afgesproken extra middelen voor duurzaamheid; • Het restant van het Klimaatfonds (bestemd voor buurtgerichte energieaanpak in de gebouwde omgeving); • Het Amsterdamse Duurzaamheidsfonds voor leningen aan bedrijven, maatschappelijke organisaties, energiecoöperaties e.d. voor het nemen van energiemaatregelen 1

Artikel Trouw: ‘Klimaatakkoord levert financieel veel meer op dan het kost’



Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

25

• De Rijksmiddelen voor uitvoering van de klimaatakkoorden. Voor

2023 bedraagt dit voor Amsterdam 16,8 miljoen euro. Dit neemt naar verwachting de komende jaren verder toe; • Diverse rendabele en onrendabele investeringen met een duurzaamheidscomponent, zoals de 150 miljoen euro verhoging van investeringsruimte voor 2023-2027 voor het verduurzamen van vastgoed. In de begroting 2024 wordt een voorstel gedaan voor het verdelen van de investeringsruimte over de verschillende domeinen.

Efficiënte inzet van middelen De opgave voor de duurzame transities is enorm en middelen zijn beperkt. Elk jaar bekijken we hoe we de beschikbare middelen zo effectief en efficiënt mogelijk kunnen inzetten. Het valt echter niet uit te sluiten dat er gedurende de uitvoering van activiteiten blijkt dat extra middelen noodzakelijk zijn. De raad wordt hierin meegenomen binnen de reguliere P&C-cyclus van de gemeente.

We werken samen met partners waar maatschappelijke impact en duurzaamheid centraal staan. We verkennen bijvoorbeeld met duurzame financiële stakeholders voor de publieke sector, zoals de BNG Bank en De Nederlandse Waterschapsbank, de mogelijkheid van aanvullende middelen voor de transities. Samen met relevante partners, zoals corporaties, voeren we een lobby richting het Rijk, zodat ook zij voldoende middelen hebben voor de uitvoering van duurzaamheidsmaatregelen.



Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

26

Wat mag Amsterdam de komende jaren van ons verwachten? Drie transities op weg naar een klimaatneutrale, natuurinclusieve, klimaatadaptieve en circulaire stad



Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

27

Drie duurzame transities

De duurzaamheidsopgave is complex en hangt op veel aspecten met elkaar samen. Om het goed werkbaar te maken, onderscheiden we drie transities waarmee we de klimaatverandering tegengaan. Door deze aanpak staan we in 2026 klaar om de laatste vier jaar tot 2030 optimaal te gebruiken om de volgende doelstellingen te behalen: 1. Transitie naar duurzame energie een klimaatneutrale stad in 2050, een reductie van 60 procent van de CO2-uitstoot in 2030 (ten opzichte van 1990), inclusief uitstootvrije mobiliteit in de stad, en energiebesparing.

2. Transitie naar een groene, gezonde stad een natuurinclusieve en klimaatadaptieve stad in 2050, met een inrichting en beheer om de biodiversiteit te vergroten en de stad ‘rigoureus’ te vergroenen.



3. Transitie naar een circulaire economie een vermindering van de sociale- en ecolo­gische impact van ons materiaalgebruik door in 2030 50% minder niet-hernieuwbare grondstoffen te gebruiken en in 2050 100% circulair te zijn.

Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

28

1. De transitie naar duurzame energie

We bereiden de stap naar een publiek warmtenetwerkbedrijf voor Amsterdam voor. 

Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

29

Om klimaatverandering tegen te gaan streven we naar een reductie van 60 procent van de CO2-uitstoot in 2030 (ten opzichte van 1990) en een reductie van 100 procent in 2050. Dit is in lijn met de geplande aanpassing van de klimaatwet. Deze reductie van de CO2-uitstoot heeft betrekking op het energieverbruik in de stad. CE Delft deed onderzoek naar hoe Amsterdam zijn CO2-uitstoot met 60 procent kan terugbrengen in 2030. De aanbevelingen uit het onderzoek worden verder uitgewerkt, getoetst op haalbaarheid en zoveel mogelijk vertaald naar beleid. Naast de intensivering op basis van het onderzoek van CE Delft, nemen we de komende jaren een aantal belangrijke stappen: •Met het isolatieoffensief zetten we in op het verhogen van het isolatietempo en versnellen we het verbeteren van woningen, waarbij we ongelijk investeren voor gelijke kansen. Zo werken we aan een subsidieregeling voor bewoners met een laag inkomen en een slecht geïsoleerde woning. Met financieel maatwerkadvies helpen we hen om ook gebruik te maken van deze subsidie of van andere financieringsregelingen voor verduurzaming. Verder ondersteunen we VvE's door te informeren en activeren, met advies en begeleiding en met subsidie en financiering. De gemeente helpt VvE’s bijvoorbeeld op weg met webinars, cursussen, netwerkbijeenkomsten en buurt- en wijkbijeenkomsten.

Ook biedt de gemeente gratis energieadvies en -begeleiding aan VvE’s via het VvE-loket.

•De meeste monumenten zijn niet gebouwd naar hedendaagse duurzaamheidsnormen. De verduurzaming van monumenten is echter essentieel om het gebruik en daarmee de instandhouding van monumenten in de toekomst aantrekkelijk te houden, ook bij toenemende energiekosten. De Uitvoeringsagenda Duurzaam Erfgoed zet in op het ontzorgen van alle bewoners en VvE’s in Amsterdam die hun woningen willen verduurzamen. Ook zet de Uitvoeringsagenda in op het faciliteren van corporaties die snelheid willen maken. De focus ligt daarom op dienstverlening, communicatie en balans tussen erfgoedwaarden en verduurzaming. De Uitvoeringsagenda richt zich op het gehele erfgoed van Amsterdam, met het accent op gemeentelijke monumenten en ordepanden, omdat deze binnen de beleidsinvloedssfeer liggen van de bestuurders. •Via tenders voor gronduitgifte kunnen we eisen stellen aan nieuwe gebouwen, waarbij energieneutraal een belangrijk uitgangspunt is. Ontwikkelende partijen helpen onze duurzaamheidsdoelen te bereiken via een integrale aanpak. Zo worden in Buiksloterham drie energieneutrale gebouwblokken ontwikkeld met 357 woningen, waarbij circulaire materialen gebruikt worden. Op Strandeiland komt een energieleverende buurt, met veel aandacht voor zelfvoorzienendheid, circulariteit en natuurinclusiviteit.

•Voor sociale woningbouw en bij transformatie (sloop-nieuwbouw) is het college afhankelijk van de vrijwillige inzet van ontwikkelende partijen om bovenwettelijke duurzaamheidsprestaties te realiseren. Ten slotte geldt dat de financiën in gebiedsontwikkeling onder druk staan, waardoor momenteel extra financiële regelingen niet haalbaar zijn.



Energietransitie

Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

30

Transitie - 1

•In navolging op een mogelijk Nationaal Programma Energiebesparing, zetten we in op een Actieplan Energiebesparing, waarin we komen tot samenhangende energiebesparende maatregelen gericht op wijken en economische sectoren. •We bereiden de stap naar een publiek warmtenetwerkbedrijf voor Amsterdam voor als vervolg op de aangekondigde Wet Collectieve Warmte. Dat betekent niet automatisch een warmtenetwerkbedrijf van de gemeente. Een strategie en proces daarvoor werken we uit in 2024. Bij het uitwerken van de strategie voor een publiek warmtenetwerkbedrijf is betaalbaarheid van de energierekening van bewoners een belangrijk uitgangspunt. •Ook verbreden we de aanpak voor het aardgasvrij maken van de stad met nieuwe doelgroepen en andere warmtetechnieken en -bronnen, zoals warmtepompen, blokverwarming en aquathermie. We zetten in op warmtesystemen die functioneren op basis van duurzame, toekomstbestendige warmtebronnen zoals warmte uit een datacenter, het riool of het IJ. •Het opgesteld vermogen aan windturbines op Amsterdams grondgebied groeit deze bestuursperiode met zo'n 18 MW richting de 127 MW in 2030. •Aan het eind van de bestuursperiode is er tenminste 350 MW aan opgesteld vermogen zonne-energie gerealiseerd, op weg naar de doelstelling van 550 MW in 2030.

We blijven inzetten op het gebruik van alle geschikte daken en zetten de doelgroepgerichte aanpak om zon op dak te stimuleren voort, bijvoorbeeld via maatwerkadviezen. Ook zetten we in op het versnellen van de realisatie van zonne-energie op grote daken. Via een samenwerking met het havenbedrijf werken we aan het benutten van het grote potentieel voor zonne-energie.

We willen verder de mogelijkheden tot verplichting voor het gebruik van daken benutten. Eigen (parkeer)terreinen van de gemeente en (tijdelijke) gronden, zoals strandeiland en buiteneiland worden ingezet voor het opwekken van duurzame energie. Naast de kwantitatieve opgave voor zon, werken we aan kwalitatieve doelstellingen. Denk aan lokaal eigendom, het tegengaan van energiearmoede en het stimuleren van circulariteit en innovatie. •Via het programma Verduurzaming Zakelijke Markt helpen we (niet-industriële) bedrijven energiezuiniger te worden. Bedrijven hebben een eigen verantwoordelijkheid om te investeren in verduurzaming. Vanuit de gemeente ondersteunen we actief met een stadsbreed aanbod, zodat verduurzaming zo gemakkelijk mogelijk is én iedereen mee kan doen. De gemeente houdt daarnaast toezicht en zal handhaven wanneer bedrijven niet voldoen. •Voor alle af- en aanvoer van waterstof, elektriciteit, CO2-afvang en opslag, stoom en energieopslag moet grote nieuwe energieinfrastructuur worden gebouwd in het Noordzeekanaalgebied. De komende jaren werken we bijvoorbeeld aan een regionale en landelijke waterstofinfrastructuur, elektrolyse en grootschalige import van waterstof.

Ook streeft AEB ernaar om 2026 gestart te zijn met het grootschalig afvangen van CO2 en op te slaan onder de Noordzee, wat goed is voor 480 kton CO2-reductie per jaar, bijna 10 procent van de gehele uitstoot van de stad. We vragen het Rijk om financiële middelen die de energietransitie kunnen aanjagen en faciliteren, bijvoorbeeld voor een nieuwe buis-leidingen-infrastructuur voor waterstof(dragers). Ook vragen we het Rijk (en Europa) om duidelijke wet- en regelgeving die de energietransitie kunnen ondersteunen en versnellen. 

Energietransitie

Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

31

•De energietransitie en groei van de stad leiden in delen van de stad tot congestie van het nu al zwaarbelaste netwerk. Ook het elektriciteitsnetwerk en -infrastructuur vragen dus om uitbreiding en herziening van processen. Met de netbeheerders maken we afspraken voor het betrekken van bewoners bij het inpassen van elektra. Om maatschappelijk relevante functies ook bij congestie te kunnen voorzien van elektra werken we met het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de Autoriteit Consument en Markt aan een methodiek om maatschappelijk en lokaal te kunnen prioriteren bij het toekennen van vermogen.

•Daarnaast zetten we in op faciliterende en stimulerende maatregelen zoals de aanleg van openbare laadinfrastructuur. Op dit moment staan er meer dan 3.000 openbare laadpalen (dat zijn 6.000 laadpunten) en meer dan 30 openbare snelladers in Amsterdam. Amsterdam stimuleert voertuigeigenaren om over te stappen door het aanleggen van uitstootvrije taxistandplaatsen en (sloop-)subsidies voor fossiele voertuigen. Ook starten we met een bewustwordingscampagne.

Uitstootvrije mobiliteit Begin juni 2023 heeft het college de Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit Amsterdam 2023-2026 vastgesteld. Daarmee zetten we in op onder andere de volgende maatregelen:: •Vanaf 2025 gelden voor taxi’s, bestelbussen en vrachtauto’s (binnen de Ring A10), brom- en snorfietsen (binnen de bebouwde kom) en pleziervaart (in het centrumgebied) uitstootvrije zones. Dat betekent dat voertuigen die per 2025 nieuw op kenteken worden gezet (en pleziervaartuigen die nieuw zijn aangeschaft) die de zone willen betreden, uitstootvrij moeten zijn. Voor bestaande voer- en vaartuigen gelden overgangsregelingen om de transitie te kunnen maken. De ambitie is een uitstootvrij gebied binnen de bebouwde kom voor alle soorten verkeer in 2030.

Energietransitie



1

Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

32

2. De transitie naar een groene, gezonde stad We kiezen voor natuur­inclusieve, groene en biodiverse oevers, kades, bermen, parken, bos- en bosplantsoenen, gras­landen, plantsoenen, straten en pleinen 

Onze stad van morgen Raadsbrief duurzame toekomst

33

Transitie - 2

Klimaatverandering heeft impact op de veiligheid, infrastructuur en kwaliteit van onze leefomgeving. Ook de biodiversiteit wordt hier flink door getroffen. Dit maakt groen nog belangrijker voor de stad. Het is niet alleen noodzakelijk voor bewoners en dieren, maar groen helpt ook de stad te koelen op hete dagen en om water op te vangen van hevige regenbuien. Via de Strategie Klimaatadadaptatie werken we aan een aaneengesloten groene ecologische structuur met hoge biodiversiteit en een natuurlijk groen-blauw netwerk in elk nieuw wijkontwerp. Ook kiezen we bij de aanleg of bij het opnieuw inrichten van de openbare ruimte voor natuurinclusieve, groene en biodiverse oevers, kades, bermen, parken, bos- en bosplantsoenen, graslanden, plantsoenen, straten en pleinen.

Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen Bij aanbestedingen in opdracht van de gemeente passen we het punten­ systeem ‘natuurinclusief bouwen’ toe. Inschrijvende partijen moeten aantonen hoe zij natuurinclusieve oplossingen opnemen in het ontwerp. Dit weegt de gemeente mee bij de beoordeling van het winnende voor­stel. Dit puntensysteem wordt nu geëvalueerd. Na de zomer gaat deze evaluatie met aanbevelingen naar de raad. Voorbeelden van recente tenders met een focus op duurzaam materiaal­gebruik en natuurinclusief bouwen zijn Habitat Royale op de Zuidas en Robin Wood op Centrumeiland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13376167/1