CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Omgevingsvisie Amsterdam 2050 Actualisatie 2025.pdf

RAAD 12 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 – actualisatie 2025 (VN2025-012779)36.112 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Omgevingsvisie Amsterdam 2050 Actualisatie 2025

1

Inhoud

Publiekssamenvatting

4

Een omgevingsvisie voor Amsterdam

7

De schoonheid van Amsterdam

9

Deel I Visie

10

Amsterdam in de wereld

11

1

Ideeën en zorgen vanuit de samenleving

19

2

Amsterdam naar 2050

20

3

Vijf strategische keuzes

24

Deel II Waar

34

Metropoolregio Amsterdam

35

4

Amsterdam en de agglomeratie

39

5

Ruimtelijk-programmatisch kader

53

6

Stadsdelen en stadsgebied Weesp

94

7

Een samenhangende en adaptieve fasering

117

8

Ruimtelijke reserveringen

123

Deel III Wat

133

Een beleidsagenda richting 2050

133

9

Inclusief Amsterdam

133

10

Duurzaam Amsterdam

141

11

Vitaal Amsterdam

151

2

12

Gezond Amsterdam

168

13

Leefbaar Amsterdam

177

14

Compact Amsterdam

191

15

Genoemde beleidsdocumenten en uitwerkingsopgaven

201

Deel IV Hoe

206

Hoe we aan Amsterdam werken

206

16

Onderdeel van de beleidscyclus

209

17

Agenda Samen stadmaken

211

18

Samenwerking over de gemeentegrenzen heen

220

19

Maakproces OVA2050, verantwoording en lessen

222

20

De omgevingseffectrapportage

225

3

Publiekssamenvatting Met deze omgevingsvisie zet Amsterdam de ruimtelijke lijnen uit naar 2050. Hoe richten we de gemeente in ten behoeve van welvaart, welzijn en geluk van de Amsterdammers, regiobewoners en bezoekers? Waar gaan we wonen en werken, hoe komen we van A naar B, hoe zien de publieke ruimtes eruit en welke plek is er straks voor groen? Bij de totstandkoming van deze visie waren veel Amsterdammers betrokken, en nu dit alles er ligt, wil het bestuur het gesprek met belanghebbenden voortzetten. En meer dan dat, de Amsterdammers worden uitgenodigd mee te doen met de uitvoering. Want dat is een van de kernideeën van deze visie: Amsterdam maken we samen. Het startpunt, hoe staat Amsterdam ervoor? Tien jaar geleden schreef Amsterdam een vergelijkbare visie voor de periode tot 2040. De groeiambities van toen zijn meer dan waargemaakt, de voorziene toename van het aantal inwoners en banen voor 2040 is nu al bijna bereikt. Vooral dankzij de komst van internationale bedrijven en bijbehorende kennismigranten. De dienstensector groeide snel en door verdubbeling van het aantal toeristen gold dat ook voor horeca. Omdat investeringen in openbaar vervoer, publieke ruimte en groen achterbleven, is de druk op de gemeente stevig toegenomen.

Meest in het oog springend zijn de geëxplodeerde huizen- en huurprijzen, die het voor bewoners met een lager en middeninkomen en kleine ondernemers lastig maken om een plek te vinden in Amsterdam. Steeds duidelijker wordt dat de status van Amsterdam als internationale metropool negatieve kanten heeft. Bijvoorbeeld vanwege de ontwrichting van de woningmarkt door vastgoedbeleggingen en het gevoel van ontheemding bij sommige Amsterdammers door de snelle veranderingen. Winst en verlies zijn ongelijk verdeeld. Tegenover het centrum en de buurten eromheen, die succes (en overlast) meemaken, staan naoorlogse wijken die veel minder profiteren van de ontwikkeling van Amsterdam. De verschillen tussen Amsterdammers zijn vergroot, niet alleen in inkomen, maar meer algemeen in mate van kwetsbaarheid. Corona heeft die tegenstelling nog eens extra aan het licht gebracht – sommige bevolkingsgroepen en sommige buurten blijken extra kwetsbaar. Tegelijk heeft corona het belang van de eigen wijk en buurt onderstreept. Hoe internationaal ook, het succes van Amsterdam hangt nog altijd grotendeels samen met in hoeverre inwoners zich thuis voelen. Ten slotte is de afgelopen jaren duidelijk geworden dat ontwikkeling van Amsterdam niet zonder goed beheer kan. Van de openbare ruimte, maar ook van kades en bruggen. Het is een mega-operatie op zichzelf, die de komende jaren veel zal vragen.

Dit alles vormt het startpunt voor de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. De verwachting is dat de groei van de gemeente zal doorzetten. Die groei moet opgevangen worden en vooral gelijker verdeeld. Ook over de regio. Het besef dat Amsterdam onderdeel is van een grootstedelijke regio, is meer dan ooit doorgedrongen. We hebben samenwerking nodig met de regio, maar ook het Rijk, om tot een betere gemeente uit te groeien. Er zijn flinke investeringen nodig in infrastructuur, voorzieningen en stedelijk en landelijk groen. De grootste veranderingen worden de overstap naar meer duurzaamheid, met andere energiebronnen, bestendigheid tegen een veranderend klimaat, en een minder verspillende manier van leven. Deze plannen staan deels al op de rol, een ander deel is nieuw. In de omgevingsvisie staat vooral de samenhang centraal en het kiezen van een koers naar 2050. Graag groei, maar onder voorwaarden: vijf strategische keuzes Wereldwijd groeien steden. Steden hebben aantrekkingskracht omdat ze bedrijvigheid, wetenschap en creativiteit dicht bijeenbrengen en zo innovatie stimuleren en kansen bieden aan individuen. Amsterdam moet kansen bieden aan iedereen. Om die reden omarmt Amsterdam zowel nieuwe inwoners als nieuwe banen. Economische vitaliteit is gewenst, niet in de laatste plaats vanwege de inkomsten en de banen.

Maar we willen ook ruimte bieden aan vernieuwing en een meer circulaire economie. De deur dichtgooien onder het mom ‘Amsterdam is vol’, verplaatst de problemen naar de regio en bedreigt het open landschap. Groei een plek geven is dus ook een verantwoordelijkheid. Om volledig profijt te trekken moet die groei wel richting gegeven worden. Gezien de ambities en de schaarste van ruimte en financiën maakt het bestuur vijf strategische keuzes: Meerkernige ontwikkeling, Groeien binnen grenzen, Duurzaam en gezond bewegen, Rigoureus vergroenen en 4

Samen stadmaken. Meerkernige ontwikkeling Amsterdam is uit balans met één centrum waar alles op gericht is; een van de hoofddoelen van deze visie is een gemeente en regio te worden met meer stedelijke kernen. Deze ingreep in de structuur van de gemeente is mogelijk door bedrijventerreinen te ontwikkelen tot bruisende stadsbuurten, zoals Haven-Stad, Schinkelkwartier en de noordelijke IJ-oevers, en door in de bestaande centra van Nieuw-West, Zuidoost en Noord flink te investeren in stedelijkheid. Verdichting en kwaliteit zijn de sleutelwoorden: met meer bewoners en ruimte voor bedrijvigheid is er meer draagvlak voor winkels, horeca en voorzieningen met uitstraling, zoals een theater aan de Sloterplas en een cultuurgebouw op het Buikslotermeerplein. De stadsdeelcentra Osdorpplein, Amsterdamse Poort en Buikslotermeerplein zijn straks grootstedelijke stadscentra met bijbehorende aantrekkingskracht, elk met een eigen gezicht: met meer kernen krijgt Amsterdam meer smoel. Voor buurtbewoners zijn deze veranderingen ingrijpend omdat ‘hun’ buurt van karakter verandert, daarom moeten ze transparant en in samenspraak uitgevoerd worden. Meerkernigheid als streven geldt ook voor de regio. De huidige spreiding van werkgelegenheid en voorzieningen is scheef in het nadeel van de regio, met als gevolg grote vervoerstromen.

De inzet is daar meer evenwicht in te brengen en de stedelijke kwaliteit van kernen als Almere, Zaandam, Purmerend en Hoofddorp te vergroten met voorzieningen zoals hoger onderwijs en culturele instellingen. Bovendien gaan Amsterdam en de regio zich naar elkaar richten door woningbouw en werkgelegenheid te concentreren rond de stations. Groeien binnen grenzen De gemeente mikt op minimaal 150.000 woningen erbij voor 250.000 nieuwe inwoners in 2050, dat is een voortzetting van het groeitempo van de afgelopen 10 jaar. Plus 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Deze groei wordt aan voorwaarden gebonden. Amsterdam wil dat de groei enerzijds het sociale fundament van Amsterdam versterkt en anderzijds het draagvermogen van de planeet niet overschrijdt. Daarom mag de groei alleen plaatsvinden binnen de huidige grenzen van het stedelijk gebied. Op die manier versterken we de kwaliteit van bestaande buurten, kunnen we overal woningen en bedrijfsgebouwen verduurzamen en houden we de kwetsbare landschappen open. Groeien binnen het bestaande stedelijk gebied kan door bedrijventerreinen om te bouwen tot gebieden waar zowel gewoond als gewerkt wordt, zoals in Hamerkwartier en als grootste Haven-Stad. Daarnaast is er ruimte voor groei in de naoorlogse wijken van Nieuw-West, Zuidoost en Noord, waar we op een slimme manier kunnen verdichten.

Bij het verdichten van buurten staat een goede woonkwaliteit, met leefbare straten en pleinen en veel plek voor ontmoeting, voorop. Hoogbouw kan daarbij een middel zijn, maar gebouwen hoger dan 70 meter concentreren zich rond grotere stations als Bijlmer ArenA, Amstel, Zuid en Sloterdijk en langs het brede water van het IJ. Tegelijk wordt Amsterdam ingericht op hergebruik van materialen en grondstoffen en op een andere, meer zelfvoorzienende energieopwekking zoals stadsverwarming en zonne- en windenergie. Dit maakt de strijd om de schaarse ruimte nog heviger, maar in de wetenschap dat dicht op elkaar wonen op zichzelf duurzamer is, want efficiënter in alle opzichten. Schaarste dwingt tot creatieve oplossingen, zoals het benutten van daken. In het landschap rond Amsterdam en in de haven maken we ruimte voor windturbines. Duurzaam en gezond bewegen In een verdichtende gemeente gaan we zuinig om met de schaarse ruimte. We zoeken plek om te bouwen, voor groen, voor verblijven, spelen en voor de fietser en de voetganger. Om die reden moet de auto als ruimtegebruiker een stap terug doen. We hebben vier doelen: ruimte, schonere lucht, gezonder bewegen, en een toegankelijker Amsterdam voor iedereen. Nabijheid van voorzieningen is daarvoor essentieel. Mede dankzij de verdichting krijgen Amsterdammers hun voorzieningen, inclusief park, in de eigen buurt op loop- of fietsafstand.

Buurten en kernen worden verbonden door een netwerk van veilige fietsroutes en openbaar vervoer. Nu nog drukke autostraten als Lelylaan en Gooiseweg zijn straks aantrekkelijke stadslanen die naast auto-ont5

sluitingsroute ook belangrijk zijn voor fiets en openbaar vervoer, en die op zichzelf prettige verblijfsgebieden worden met winkels, horeca en culturele pleisterplaatsen. Dat alles gaat niet ten koste van bereikbaarheid. Verdichting creëert draagvlak voor ov in de hele gemeente. Tussen stadsdelen komen nieuwe aansluitingen, zoals de geplande twee bruggen over het IJ, een Schinkelbrug en een fietsbrug over de Amstel. De vervoerverbindingen binnen de regio willen we verbeteren, met een metro naar Schiphol en Hoofddorp, een doorgetrokken Ringlijn en metro’s, regiotreinen of snelbussen richting Almere, Zaanstad, Haarlem en Hilversum. Aan de rand van de gemeente komen hubs waar de automobilist overstapt op snel openbaar vervoer of fiets. Hier worden ook goederen overgeslagen op klein en schoon vervoer. Voor noodzakelijk autoverkeer wordt Amsterdam beter bereikbaar. Rigoureus vergroenen Verdichting wordt gecombineerd met vergroening. Daarbij is meer en vooral beter groen het doel, door minder verharding en meer groen aan en op gebouwen. Amsterdam zal rigoureus vergroenen met meer en betere natuur door de hele gemeente. Straten en pleinen worden groen ingericht, straatstenen zullen wijken voor bomen en beplanting. Het autoluw maken van de gemeente biedt daarvoor mede ruimte. Bouwen wordt natuurlijker door gevels en daken te vergroenen.

Dit lukt alleen als Amsterdammers meedenken en meedoen. Vergroening is ecologisch noodzakelijk, maar moet ook aansluiten bij de wensen van de Amsterdammers. Al het groen in straten, pleinen en parken – Haven-Stad en de noordelijke IJ-oever krijgen eigen parken – zal ingericht worden op ontmoeting, ontspanning en recreatie. Een ander belangrijk doel is tegengaan van hittestress en vergroten van het waterbergend vermogen van Amsterdam. Dat geldt ook voor de beroemde groene scheggen, de groene vingers die Amsterdam in steken, inclusief Waterland en buitengebied van Weesp. De kwaliteit van deze landschappen gaat omhoog door omschakeling naar kringlooplandbouw, tegengaan van bodemdaling en herstel van biodiversiteit. De aansluiting van de scheggen op de nieuwe kernen in NieuwWest, Zuidoost en Noord wordt verbeterd, waardoor langs de randen van de Amstelscheg, het Amsterdamse Bos en de Noorder IJ-plas aantrekkelijke verblijfs- en recreatieplekken ontstaan. De Tuinen van West zijn daarvan een bestaand voorbeeld. Tegenover meer gebruiksgroen staat ook het beschermen van rust- en ruigtegebieden in en rond het stedelijk gebied, zoals de Bretten en volkstuinparken. Samen stadmaken Deze omgevingsvisie combineert ruimtelijke inrichting met doelen op groen, wonen, werken, duurzaamheid, leefomgeving. Zo wil Amsterdam in de toekomst werken: in samenhang.

In plaats van losse beleidsdoelen die van alle kanten komen – eerst verkeer, dan werk, vervolgens energie en wie houdt de leefbaarheid en kwaliteit van de buurt in de gaten? –, worden ambities voortaan samengebracht. Dat vereist richting geven, maar dat kan niet op detail. Het gemeentebestuur gaat sturen op hoofdlijnen. De principiële keuze daarbij is dat de regels zo worden dat naast de klassieke partijen als ontwikkelaars en woningcorporaties, Amsterdammers ook zelf aan de slag kunnen. We bieden daarmee meer ruimte voor bewoners om individueel of in collectieven zoals coöperaties betaalbare huurwoningen te bouwen, voorzieningen te beheren, energie op te wekken, mee te doen met inrichting van de buurt of lokaal ondernemerschap. We onderzoeken de haalbaarheid van een gemeentelijk woningbouwfonds voor coöperaties waaruit Amsterdammers kunnen lenen om hun plannen te financieren. Eigen initiatief is niet nieuw. Amsterdam heeft hier een traditie in, van stadsstrand Blijburg tot de NDSM-werf, om twee heel verschillende succesvolle voorbeelden te noemen. De samenwerking betreft ook de regio en het Rijk. De afhankelijkheden zijn groot en worden alleen maar groter.

Veel afstemming is al georganiseerd, dat is niet het geval op de schaal van de ‘agglomeratie’: het aaneengeschakelde gebied dat bestaat uit Zaanstad, Diemen, Ouder-Amstel, Amstelveen en Amsterdam, terwijl daar veel overlap ligt. Hier wordt nauwere samenwerking onderzocht. Meedoen Bij het maken van deze omgevingsvisie zijn uiteenlopende groepen Amsterdammers gehoord. Zij wezen, naast zaken als duurzaamheid, toegankelijkheid, betaalbaarheid en ontmoeting, op het belang om mee te kun6

nen bepalen hoe de fysieke leefomgeving eruit gaat zien. Die betrokkenheid is essentieel, want Amsterdam maken we samen. De onstuimige groei van het afgelopen decennium heeft voor vervreemding gezorgd, het gevoel de eigen buurt kwijt te raken. Meedoen geeft Amsterdammers de kans hun stad terug te nemen. Deze omgevingsvisie is belangrijk, want alle plannen en ingrepen in de gemeente moeten zich hier op richten. Het gemeentebestuur maakt in deze visie keuzes die soms pijn zullen doen. Soms moeten bestaande belangen en ruimtegebruikers inleveren. De keuzes zijn gemaakt op goede gronden, daarin kleurt zich dit college, maar over goed en beter valt te twisten. Het bestuur gaat de komende jaren daarover graag verder met belanghebbenden in gesprek. Hoofdpunten van de vijf strategische keuzes • Meerkernige ontwikkeling Van uitrol centrumgebied naar een meerkernige en meer diverse verstedelijking o Regionale spreiding stedelijke voorzieningen en werkgelegenheid. o Onderscheidende ontwikkeling Nieuw-West, Zuidoost en Noord. o Twee bruggen over het IJ en een regionaal fietsnetwerk. • Groeien binnen grenzen Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling o Ruimte voor 150.000 woningen erbij in complete buurten. o Verduurzamen bestaande buurten en woningen. o Behoud van productieve bedrijvigheid in Amsterdam. o Ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven.

o Verduurzaming van de haven. o Rekening houden met klimaatverandering, het water- en het bodemsysteem. • Duurzaam en gezond bewegen Heel Amsterdam een ov-, wandel- en fietsgemeente o Een leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeting, spelen en bewegen. o Meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Auto’s zijn te gast. o Verkeerswegen (Gooiseweg, Lelylaan, Burg. Roëllstraat) worden groene stadslanen begeleid door bebouwing. o Schaalsprong metro- en treinnet en vervoerhubs om de gemeente en de rest van de regio te verbinden • Rigoureus vergroenen Een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor mens en dier o Openbare ruimte zo groen mogelijk inrichten. o Ontwikkeling parken (Hondsrugpark, Gaasperdakpark, Marineterrein, Zuidasdokpark en NDSMOost). o Groene routes en ecologische verbindingen. o Investeren in het landschap: natuurontwikkeling, kringlooplandbouw, en ruimte voor sporten en bewegen. o Beschermen van rust- en ruigtegebieden (Oeverlanden, Bretten, Diemerbos) • Samen stadmaken Richting geven op hoofdlijnen en ruimte bieden aan initiatief o Gelijkwaardige (digitale) informatiepositie bij planvorming. o Buurtrechten en buurtplatformrecht. o Grotere rol Amsterdammers bij beheer en ontwikkeling. o Ruim baan voor wooncoöperaties: naar 10% van de woningvoorraad in 2040.

Een omgevingsvisie voor Amsterdam Wat is een omgevingsvisie? Als introductie op de inhoud lichten we hier kort de wettelijke context toe, gaan we in op de functie van de omgevingsvisie en beschrijven we hoe dit omvangrijke document is opgebouwd. Wat is een omgevingsvisie? 7

Een omgevingsvisie is een langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente, die elke overheid opstelt in het kader van de Omgevingswet. Een omgevingsvisie is bindend voor de overheid die haar opstelt, heeft betrekking op het grondgebied van die overheid en moet integraal zijn. Dat betekent dat alle aspecten van de fysieke leefomgeving in samenhang worden bezien (energie, groen, water, flora en fauna, wonen, economie, mobiliteit, milieu, gezondheid, luchtkwaliteit, bodem, fysieke veiligheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, gemengde wijken, ruimte voor sociale voorzieningen en ontmoeting). De Omgevingswet, een nieuw wettelijk kader De Omgevingswet betekent een grote verandering in de regelgeving en het beleid voor de fysieke leefomgeving. Met de wet, die in 2024 in werking is getreden, is het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. De invoering van de wet is gekoppeld aan de introductie van een digitaal stelsel voor ruimtelijke plannen en regels, en aan een andere manier van werken. Doelen van de Omgevingswet: • beter inzicht in wat op bepaalde plekken wel en niet mag; • meer ruimte om lokaal besluiten te nemen; • snellere en uitvoerbare besluitvorming; • meer samenhang in beleid, besluitvorming en regelgeving. De Omgevingswet betekent ook een decentralisatie van verantwoordelijkheden van Rijk naar gemeenten.

Daarmee krijgt Amsterdam de mogelijkheid om zelf invulling te geven aan deze doelen. En de omgevingsvisie speelt daarin een belangrijke rol. Ook is er een sterke stimulans om de samenwerking tussen overheden te verbeteren bij het uitvoeren van gezamenlijke opgaven, omdat zowel Rijk, provincies als gemeenten een omgevingsvisie opstellen voor hun grondgebied. Relatie met nationale en provinciale omgevingsvisies De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 houdt rekening met de kaderstellende visies die door het Rijk en de provincie Noord-Holland zijn en worden opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie en de Provinciale Omgevingsvisie Noord-Holland 2050. Het Rijk wijst in zijn Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vier prioriteiten aan: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s, en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De kracht van Nederland ligt in een polycentrische netwerkstructuur. Stedelijke en landelijke regio’s werken door het transport- en mobiliteitsnetwerk complementair als één systeem. De vier metropoolregio’s (Amsterdam, Rotterdam Den Haag, Utrecht en Eindhoven) hebben daarbinnen de grootste aantrekkingskracht op internationale kennis, arbeid en kapitaal.

De Amsterdamse metropoolregio is herkenbaar als internationaal zakencentrum en toeristische trekpleister, met Schiphol als schakel naar alle continenten. Deze regio kent een complexe verstedelijkingsopgave die samenvalt met meerdere nationale belangen. Het havengebied van Amsterdam is bijvoorbeeld essentieel voor de omslag naar een niet-fossiele, circulaire economie. De omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland richt zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Amsterdam ziet ze als de kerngemeente van een stedelijk systeem van grotere en kleinere kernen: een metropool in ontwikkeling. De opgave is om hierbinnen de agglomeratiekracht te vergroten door sterkere samenhang. Via binnenstedelijke verdichting op goed bereikbare plekken, het aanpassen van het mobiliteitssysteem en het versterken van het landschap door toevoeging of verandering van functies. Nieuwe woningen worden in de visie van de provincie liefst zo dicht mogelijk bij grote werklocaties gerealiseerd, waar mogelijk in gemengde woon-werklocaties. Het grootstedelijk ov-systeem wordt de ruggengraat van deze metropool in ontwikkeling. Door het omleiden van verkeer dat niet in de centra hoeft te zijn, wordt de A9 de doorgaande autoroute voor de metropool.

Net als het Rijk wijst de provincie het Noordzeekanaalgebied met de havengebieden van Amsterdam aan als locatie voor energietransitie en circulaire economie. Functie van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 8

Voorliggende omgevingsvisie vormt voor het grondgebied van de gemeente Amsterdam tot 2050 de leidraad voor de inrichting en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Het vormt voor de gemeente Amsterdam een zelfbindend kader voor projecten, beleid en programma’s die betrekking hebben op die fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie geeft richting, maar is geen concreet investeringsplan waarvoor de middelen nu al beschikbaar zijn of moeten komen. Deze omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040, op één ding na: het hoofdstuk Hoofdgroenstructuur uit de Structuurvisie Amsterdam 2040 blijft van kracht als hoofdgroenstructuurbeleid, totdat nieuw beleid hiervoor is vastgesteld. De Gemeente Amsterdam wil met een brede blik sturen. Deze omgevingsvisie heeft daarbij een drieledige functie: • richting geven aan groei; • versnellen van transities; • ruimte bieden aan initiatieven. De omgevingsvisie bouwt voort op eerder geformuleerde beleidsinzetten, maar formuleert op een aantal punten een aangepaste ruimtelijke koers. Die is gericht op het tegengaan van negatieve effecten op kansengelijkheid en leefbaarheid, op het verduurzamen van de gemeente en op herstel en vernieuwing van de economie. Opbouw Omgevingsvisie Amsterdam 2050 Deze omgevingsvisie is opgebouwd uit vier delen, die weer bestaan uit hoofdstukken.

De delen kennen een eigen interne logica en structuur, maar staan inhoudelijk in nauw verband met elkaar. DEEL 1 VISIE beschrijft de ontwikkeling van Amsterdam en de regio, de grote opgaven en de visie tot 2050. Centraal in de visie tot 2050 staan vijf strategische keuzes: Meerkernige ontwikkeling, Groeien binnen grenzen, Duurzaam en gezond bewegen, Rigoureus vergroenen, en Samen stadmaken. DEEL 2 WAAR behandelt de ruimtelijke koers bij de visie van de gemeente als onderdeel van de regio en geeft per stadsdeel of stadsgebied een beknopte uitwerking en een adaptieve ontwikkelstrategie op hoofdlijnen. Hier zijn de regionale visiekaart en het ruimtelijk beeld van de gemeente en agglomeratie opgenomen. Deze zijn als ruimtelijk-programmatisch kader uitgewerkt in een serie kaarten. DEEL 3 WAT geeft een overzicht van het Amsterdamse beleid voor de leefomgeving. Per sectoraal thema geven we aan welke nieuwe richtingen verkend moeten worden. DEEL 4 HOE gaat over de doorwerking van de omgevingsvisie. Dit deel agendeert veranderopgaven voor onze organisatie en in de samenwerking met samenleving, markt en andere overheden die nodig zijn om de visie uit te voeren. Deel 4 eindigt met een korte toelichting op de omgevingseffectrapportage (o.e.r.). Deze rapportage is parallel aan de omgevingsvisie ontwikkeld. Het omgevingseffectrapport vormt een aparte bijlage bij de omgevingsvisie.

Deze is via omgevingsvisie@amsterdam.nl op te vragen.

De schoonheid van Amsterdam Deze omgevingsvisie is de achtste in een reeks wettelijk verplichte gemeentelijke ruimtelijke plannen, waarvan het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) uit 1934 de eerste was. Amsterdam kent een lange traditie van zorgvuldig en integraal bouwen aan de gemeente, die teruggaat tot het ontstaan als nederzetting rondom een dam in het veenriviertje de Amstel. Vanaf het allereerste begin is de vorm van Amsterdam verweven met de waterhuishouding en het landschap. De schoonheid van Amsterdam ligt besloten in het op harmonieuze wijze bijeenbrengen van water, openbare ruimte, groen en bebouwing. Amsterdam is gebouwd op basis van een reeks opeenvolgende plannen. Van de 9

vier stadsuitleggen in de zeventiende eeuw, via de negentiende-eeuwse gordel, de plannen Zuid en West van Berlage en de tuindorpen in Noord, de naoorlogse wijken in Nieuw-West, Buitenveldert, Zuidoost en Noord tot de Aker, Nieuw-Sloten en IJburg. De opeenvolgende plannen werden vanaf de vroege zeventiende eeuw tot in de jaren 70 van de 20e eeuw in schaal steeds groter. Het behouden van de samenhang tussen water, groen, openbare ruimte en bebouwing en de ordening van functies vroeg dan ook om steeds meer rigide sturen op kwaliteit. Dit was mede mogelijk dankzij een zeer dominante rol van de overheid in de ruimtelijke ordening en het bouwen aan Amsterdam vanaf het begin van de 20e eeuw. Sinds de jaren 70 heeft de Amsterdamse groei door uitbreiding geleidelijk plaatsgemaakt voor een groei door inbreiding: transformatie en verdichting van het bestaande stedelijk gebied. Daarmee is de schaal van individuele plannen weer kleiner geworden. Tegelijk vraagt de manier waarop de gemeente als onderdeel van de regio groeit juist om grootschaliger regionaal plannen. Als gevolg hiervan is een scheiding ontstaan tussen het sturen op stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit in de individuele plannen – de projecten – en het ordenen van de gemeente en de regio – het structuurplan.

De gemeentelijke structuurplannen voor Amsterdam zijn sinds het AUP dan ook steeds minder stedenbouwkundig van aard en steeds meer planologisch. In haar geschiedenis is Amsterdam meermaals met kleinere gemeenten gefuseerd. Zo fuseerde Amsterdam in 1921 met Nieuwendam, Ransdorp en Sloten. In 1966 fuseerde Amsterdam grotendeels met Weesperkarspel, waar de Bijlmermeer, Gaasperdam en Driemand lagen. In 2022 fuseerde Amsterdam met Weesp. Weesp bleef een stadsgebied binnen de gemeente met een eigen bewonersvertegenwoordiging. Weesp is een historische vestingstad aan de Vecht, al meer dan 2000 jaar bewoond, met een goed bewaard centrum. Het kreeg in 1355 stadsrechten en speelde een strategische rol als vestingstad op de grens tussen Utrecht en Holland. Ondanks de unieke positie van Weesp in de gemeente Amsterdam, maakt zij na de fusie volwaardig deel uit van de gemeente. Met deze omgevingsvisie maakt Amsterdam tot 2050 ruimte voor de grootste groeispurt in zijn bestaan. In 30 jaar tijd kan onze gemeente met 250.000 inwoners groeien tot bijna 1,1 miljoen, terwijl het aantal inwoners van de metropoolregio van 2,5 miljoen tot meer dan 3 miljoen stijgt. Wat voor Amsterdam zullen wij nalaten? De ambitie zou niet minder hoog mogen zijn dan in de eerste van de stadsbrede structuurplannen, het AUP. De manier waarop we nu aan de gemeente bouwen is echter onvergelijkbaar met 1934.

De vraag die destijds gesteld werd, hoe “Amsterdam zich in de toekomst zal kunnen ontwikkelen tot een goed-geoutilleerde en tevens schone gemeente”, vraagt dan ook om een nieuw antwoord. De komende jaren zullen we in het ontwerp een brug moeten slaan tussen de grote schaal van de metropool en de kleine schaal van het project. We zoeken naar een goede balans tussen richting geven als overheid en ruimte bieden aan de samenleving. Het sturen op kwaliteit en het maatschappelijk initiatief mogelijk maken. De geschiedenis van Amsterdam en de bestaande kwaliteiten van de gemeente vormen daarbij een bron van inspiratie. Deze omgevingsvisie geeft met een stedenbouwkundig ruimtelijk en programmatisch kader richting aan samenhang en evenwichtige ontwikkeling van de gemeente. De invulling op het niveau van het gebied, het project en de buurt is echter van minstens even groot belang. Hoe Amsterdam daarbij terug kan grijpen op de traditie van bouwen aan schoonheid, eigenheid en harmonie zullen we de komende jaren onderzoeken. In 2025 bestaat Amsterdam 750 jaar. Het is een mooie aanleiding om naar de toekomst te kijken. Onderdeel van het programma Amsterdam 750 is een Nieuwe Kaart van de metropoolregio, waarvoor deze omgevingsvisie een belangrijke bouwsteen is.

Deel I Visie Dit deel begint met een beschrijving van de belangrijkste maatschappelijke trends en grote opgaven voor Amsterdam en de metropoolregio. Daarna presenteren we de visie op Amsterdam in de regio. Aan de hand van vijf strategische keuzes laten we zien hoe we op ruimtelijk gebied richting geven om daarmee ruimte te bieden 10

aan Amsterdammers en professionele partners om mee te bouwen aan Amsterdam. De visie wordt verder uitgewerkt in de hierop volgende delen over de ruimtelijke uitwerking in Deel II WAAR, over de beleidsagenda voor een complete gemeente in Deel III WAT en in de doorwerking van de omgevingsvisie in Deel IV HOE.

1 Amsterdam in de wereld Amsterdam is de kerngemeente van een snelgroeiende metropoolregio. Groei en transitie-opgaven vragen in toenemende mate om samenwerking op regionale en landelijke schaal. Tegelijk is de kwaliteit van de directe leefomgeving juist belangrijker geworden. De roep om meer zeggenschap over de eigen gemeente, buurt en straat wordt steeds luider. Deze omgevingsvisie moet handvatten bieden voor het opereren in het spanningsveld tussen grote en kleine schaal, tussen beleid voor de korte termijn en keuzes en grote investeringen voor de lange termijn, tussen de noodzaak ruimtelijk richting te geven en de wens tegelijk ruimte te bieden aan initiatief uit de samenleving. In dit hoofdstuk blikken we terug op de ontwikkeling van Amsterdam de afgelopen tien jaar en duiden we een aantal achterliggende ontwikkelingen en trends: klimaatverandering, digitalisering, metropoolvorming en ontwikkelingen in de samenleving.

1.0.1 Terugkijken op de afgelopen tien jaar Sinds 2010 kende Amsterdam een periode van snelle groei. Per jaar heette Amsterdam ruim 11.000 nieuwe Amsterdammers welkom. Tegelijk met het aantal inwoners groeiden de werkgelegenheid en het aantal bezoekers explosief. Amsterdam internationaliseerde in een ongekend tempo. De instroom van talent uit binnen- en buitenland, de opkomst van de techsector, de vestiging van EMA en groei van toonaangevende bedrijven waren onderdeel van die internationalisering. Het succes kwam niet uit de lucht vallen: decennia van investeren in kwaliteit van buurten, voorzieningen en de openbare ruimte, het open en tolerante karakter van de bevolking en het goede investeringsklimaat droegen alle bij aan de aantrekkelijkheid van Amsterdam. De stevige internationale positie van Amsterdam vloeit voor een groot deel voort uit deze lokale kwaliteiten.

1.0.2 Het succes van aantrekkelijke steden en de keerzijde De groei en internationalisering van Amsterdam past in een wereldwijde beweging, waarbij aantrekkelijke metropolen zich ontwikkelen tot brandpunten van de kenniseconomie. De afgelopen decennia groeide de economie van kennisintensieve steden zoals Amsterdam daardoor hard. Amsterdam is aantrekkelijk als ontmoetingsplek, internationaal verbonden. De clustering van innovatieve en gespecialiseerde bedrijven komt voort uit het feit dat personeel graag werkt in een aantrekkelijke, levendige omgeving waar veel passende banen zijn. Omgekeerd trekken bedrijven in de verbonden wereldeconomie naar de plekken waar het beste personeel is. In steden leren mensen van elkaar. De kans dat zich een mogelijkheid voordoet om te leren van anderen is nu eenmaal groter op plekken waar veel verschillende mensen samen werken en wonen. Hoe groter en gevarieerder de steden, hoe sterker de leereffecten, innovatie en welvaartsgroei zijn. Globalisering brengt daarbij voor steeds meer mensen materiële welvaart. Maar sinds het einde van de vorige eeuw wordt duidelijk dat het beslag dat we op de planeet leggen tot uitputting van natuurlijke hulpbronnen leidt, en onherstelbare schade aanricht in ecosystemen waarvan we als mensen afhankelijk zijn.

Globalisering betekent ook een steeds nauwere verwevenheid van steden, landen en werelddelen, met als gevolg een grotere kwetsbaarheid. Duidelijk wordt hoe belangrijk de kwaliteit van buurten en de kracht van lokale netwerken zijn.

1.0.3 Toenemende ongelijkheid De opkomst van de stedelijke kenniseconomie heeft de afgelopen jaren tienduizenden nieuwe banen gecreëerd in de gemeente Amsterdam. Maar tegelijk is de sociaal-economische ongelijkheid toegenomen en is kansenongelijkheid groter geworden. We constateren dat de Amsterdam en de rest van de regio als het gaat 11

om economische dynamiek en bevolkingssamenstelling uit elkaar groeien. Terwijl in Amsterdam en Haarlemmermeer het aantal banen explosief groeide, bleven andere delen van de metropoolregio achter. Verschillen tussen buurten binnen Amsterdam namen toe en de steeds hogere huizenprijzen maakten het voor lagere en middeninkomens bijna onmogelijk om hier een plek te bemachtigen. Daarnaast neemt de bereikbaarheid van werk voor velen af en de reisafstand toe, terwijl investeringen in vooral openbaar vervoer achterblijven bij de groei van inwoners en banen.

1.0.4 Druk op Amsterdam De toename van bevolking, arbeidsplaatsen en bezoekers in Amsterdam verliep sinds 2010 veel sneller en was groter dan voorzien. In de Structuurvisie Amsterdam 2040 uit 2011 was de voorspelling dat Amsterdam in 2040 860.000 inwoners zou tellen. Dat aantal is in 2019 bereikt. Het aantal arbeidsplaatsen en bezoekers is zelfs nog sneller gegroeid dan het aantal inwoners, terwijl die groei in 2011 helemaal niet voorzien werd. Tegelijk moeten we constateren dat de meeste van de grote investeringen in openbare ruimte, groen, stedelijke voorzieningen en infrastructuur, die bij de structuurvisieambitie hoorden, niet zijn gedaan. Dat betekent dat de groei van inwoners, werknemers en bezoekers grotendeels opgevangen is door dezelfde voorzieningen en infrastructuur als tien jaar geleden. De druk op Amsterdam liep hierdoor merkbaar op. De groei heeft een grote impact op de inwoners en de leefkwaliteit. De ruimte wordt steeds schaarser. Dit heeft snelle prijsstijgingen van woningen als gevolg gehad. Kwetsbare groepen Amsterdammers profiteren lang niet altijd mee van het succes. Het toegenomen aantal bezoekers heeft zeer negatieve gevolgen voor de leefbaarheid in sommige delen van het centrum. Dit alles heeft consequenties voor de open en tolerante houding van Amsterdammers en hoe zij Amsterdam beleven.

De oplopende druk op de schaarse ruimte valt samen met nieuwe en urgente opgaven. Voorbeelden zijn de toenemende sociaal-economische en ideologische verschillen in de samenleving, de snelle technologische ontwikkeling en de vergrijzing. Allemaal hebben ze impact op de leefomgeving. De meest fundamentele nieuwe opgave vloeit echter voort uit de verandering van het klimaat en de noodzaak lokaal invulling te geven aan de energietransitie en de circulaire economie.

1.1 Amsterdam in het antropoceen De invloed van de mens op de planeet is vergelijkbaar met een geologische kracht. Volgens de Nederlandse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen leven we daarom niet langer in het Holoceen, maar in het tijdperk gekenmerkt door de mens: het Antropoceen. De mens veroorzaakt meetbare overschrijdingen van wetenschappelijk vastgestelde planetaire grenzen, de voorwaarden die de planeet stelt aan veilig kunnen leven door mens en dier. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 streeft naar een groei binnen deze grenzen. Vooral klimaatverandering heeft fundamentele en kostbare gevolgen. De gemeente Amsterdam ligt op een kwetsbare plek. Zeespiegelstijging, droogte, extreme neerslag en een dalende bodem bedreigen op langere termijn de bewoonbaarheid van heel laag Nederland. Sinds 2020 heeft Nederland te maken gehad met stijgende temperaturen en vaker voorkomende en intensere hittegolven, een toename van droogte en verzilting die ecosystemen en landbouw bedreigt, en zware regenval die tot risicovolle situaties leidde. Het KNMI verwacht tot 2100 nattere winters, vaker extreme regenval, en zomers die droger en (tropisch) heter worden met meer piekbuien. Deze ervaring en verwachting zetten de gemeente ertoe aan te investeren in een klimaatbestendige zero-emissiegemeente. Er is terecht reden tot grote zorg.

De doelstelling om de opwarming van de aarde tot 1,5 graden Celsius te beperken is nagenoeg buiten beeld. Het Intergouvernementeel Panel voor Klimaatverandering (IPCC) verwacht met de huidige koers een jaargemiddelde van 2 graden warmer tegen 2040, wat nog ruim binnen de horizon van deze omgevingsvisie ligt. Een toekomstbestendig Amsterdam overschrijdt de draagkracht van de planeet niet. Feit is dat we op dit moment al ver boven onze stand leven. Alleen al het aanpassen van het bestaande stedelijk gebied aan klimaatdoelen en extremer weer stelt ons voor enorme opgaven en kosten. Op termijn is een omschakeling op een 12

grotendeels circulaire samenleving noodzakelijk. Dit heeft grote gevolgen voor de leefomgeving en de wijze waarop de gemeente zich ontwikkelt. In een circulaire gemeente hebben bepaalde bedrijven voldoende hoge milieuzwaarte nodig voor circulaire activiteiten en een aansluiting op infrastructuurnetwerken voor aanvoer, retourstromen en afvoer. Een circulaire economie heeft baat bij beschikbaarheid van aan water gelegen bedrijventerreinen die transport over water faciliteren. Diverse circulaire activiteiten gaan gepaard met transport van grote en zware materialen en goederen. Denk aan afvalverwerkende bedrijven, reparatie en revisie van grote apparaten, recycling en circulaire bouwactiviteiten. Dat betekent dat mengen van deze activiteiten met wonen en werken niet vanzelfsprekend is en dat we zuinig dienen om te springen met de hoge milieuruimte (aan het water) die er nog is.

1.2 Metropoolvorming De ontwikkeling van onze gemeente is meer dan ooit verbonden met die van de rest van de regio en heel West-Nederland. Amsterdam bleek de afgelopen jaren een belangrijke trekker voor mensen, instellingen en bedrijven uit het buitenland. Amsterdam is sterk in de sectoren cultuur, creatieve industrie en media, fintech, ICT en lifesciences. Veel Nederlandse bedrijven groeiden in onze gemeente uit tot wereldspelers. Als gezegd houdt de Amsterdamse bevolkingsgroei de toename van de werkgelegenheid niet bij. Werknemers van Amsterdamse bedrijven wonen dan ook in de hele metropoolregio en ver daarbuiten. Ook Amsterdammers en nieuwkomers op zoek naar een groter of betaalbaar huis zoeken hun heil vaak buiten de gemeente. De druk op de schaarse ruimte in de gemeente en de stijgende prijzen leiden daarnaast tot een verdringing van bedrijven en functies die (milieu)ruimte nodig hebben. Distributie en opslag, industrie en grondstoffenverwerking, duurzame energieopwekking, datacenters en groothandels zijn onmisbaar. Ze zijn echter steeds vaker aangewezen op een plek buiten de gemeente. De concentratie van werkgelegenheid en publieksvoorzieningen en gelijktijdige spreiding van inwoners en stadsverzorgende functies, betekent dat Amsterdam en de andere delen van de metropoolregio meer van elkaar afhankelijk worden.

Deze integratie van de kerngemeente met de omliggende gemeenten is kenmerkend voor groeiende metropolen. Het landschap heeft niet direct van de groei geprofiteerd, hoewel de waarde ervan buiten kijf staat. Voor de leefkwaliteit, maar ook voor biodiversiteit en voor opgaven als het bufferen van water, de productie van gezond en duurzaam voedsel en schoon drinkwater. Desondanks is het lastig gebleken uithollende processen als bodemdaling, afname van biodiversiteit en versnippering te stoppen.

1.2.1 Gezamenlijke opgaven Binnen de metropoolregio wordt de band met onze buren in de agglomeratie Amsterdam sterker. Zij hebben de afgelopen jaren duizenden woningen gebouwd, grotendeels voor de Amsterdamse vraag. Verscheidene grote projecten staan nog op stapel. Vaak liggen ze dicht tegen onze gemeentegrens aan. Ruimtelijk raakt het aaneengesloten stedelijk gebied van Amsterdam, Zaanstad, Amstelveen, Ouder-Amstel en Diemen vervlochten. In de groene scheggen Amstelscheg, Amsterdamse Bos, Diemerscheg en Waterland is de recreatieve druk toegenomen. Het maakt groei, beheer van groen, landschap en water en aanleg van infrastructuur tot een gezamenlijke opgave die vraagt om nauwe samenwerking binnen de agglomeratie. Tegelijk ontstijgt de invloedssfeer van Amsterdam het schaalniveau van de metropool-regio. Een toenemend aantal van de Amsterdamse banen wordt ingevuld door inwoners van grote en middelgrote gemeenten op afstand, zoals Rotterdam, Zwolle en Den Bosch. Ook de relatie met andere Europese metropolen is sterker geworden. Dat vraagt weer om samenwerking met het Rijk en de provincies. Lokale, regionale en (inter)nationale belangen vallen niet altijd vanzelfsprekend samen. Zo zijn snelle verbindingen tussen de centra van de grote steden belangrijker geworden. Maar snelle intercity’s en internationale treinen concurreren op het spoor met lokale en regionale treinen.

De inzet op autoluw en meer kwaliteit in de openbare ruimte staat op gespannen voet met de bereikbaarheid van Amsterdam vanuit andere delen van de regio, waar de auto nog altijd het belangrijkste vervoermiddel is. 13

Samen maken we de gemeente, de regio en het land. Niet alleen binnen de metropoolregio en niet alleen binnen de Randstad. De Amsterdamse economie profiteert bijvoorbeeld van de link met het hightech-cluster rond Eindhoven, met universiteitssteden als Wageningen, Enschede en Groningen en hun specialistische onderzoeksinstituten en startende ondernemingen. De sterke afhankelijkheid, zoals die tussen Amsterdam en de rest van de metropoolregio en enkele grotere gemeenten bestaat, is in de verhouding tussen de hoofdstad en andere delen van Nederland minder evident. Voor sommige regio’s lijkt Amsterdam eerder een magneet die talentvolle mensen wegtrekt en bovendien weinig gevoelig is voor wat er elders in het land speelt en wat er gedacht wordt. Toch horen Amsterdam en Nederland bij elkaar. We hebben elkaar nodig. Denk alleen al aan innovatie, energie, voedsel, de doorvoer van goederen, recreatie, natuur, waterveiligheid en defensie.

1.3 Mensen maken de metropool Vaak kijken we naar steden als een verzameling van gebouwen en infrastructuur. Maar een stad bestaat allereerst uit mensen. De inwoners uiteraard, maar ook mensen die er dagelijks komen om te werken, te studeren of wekelijks om te winkelen of uit te gaan. Mensen die er eenmalig en kortstondig op bezoek zijn. Voor al deze mensen is de stad onmisbaar als plek om sociaal en persoonlijk te groeien, om je economisch te ontplooien, om te ontspannen en je te laten inspireren. Iedereen in de stad is onderdeel van een groter netwerk van mensen. Soms heel lokaal in een woongebouw, een straat of buurt. Soms juist internationaal, in een bedrijf, een kennisinstituut of als lid van een over verschillende landen uitgewaaierde familie. Soms langdurig, soms kort. Het is deze veelheid aan netwerken, de uitwisseling die er tussen mensen plaatsvindt, die de essentie vormt van een stad. Een robuust vitale stad is rijk aan netwerken van verschillende aard, die bovendien op verschillende schaalniveaus functioneren. Zo’n stad biedt de meeste kansen op ontwikkeling aan mensen en is bovendien als bron van innovatie en inspiratie onmisbaar in de hedendaagse economie.

1.3.1 Continuïteit en vernieuwing Amsterdam is als internationaal georiënteerde gemeente bij uitstek een plek waar veel netwerken samenkomen. Dat was vroeger zo dankzij de haven en de goede verbindingen met de rest van ons land en het heeft dankzij het internetknooppunt AMS-IX in de Watergraafsmeer een nieuwe invulling gekregen. Amsterdam is wereldwijd verbonden en is steeds meer onderdeel geworden van bewegingen die de hele planeet omspannen. Tegelijk is het op het lokale niveau, dat van de buurt en de straat, van de sportvereniging, de buurtschool of de koffiebar, waar Amsterdam zichzelf is. Hier dragen mensen de cultuur die de gemeente Amsterdam een unieke en aantrekkelijke plek maakt: vrijzinnig, activistisch en open naar de wereld. Amsterdam blijft zichzelf terwijl de gemeente steeds verandert. Er is continuïteit in vernieuwing, waarbij nieuwe mensen en ideeën, leefstijlen en culturen hun invloed hebben op de stad, maar de grondtoon van de gemeente toch altijd herkenbaar is. Veel mensen zijn hier slechts voor korte tijd. Als bezoeker, als student of als tijdelijke werknemer. Die vluchtigheid hoort bij Amsterdam. Maar een vruchtbare relatie tussen jezelf blijven en tegelijk openstaan voor wat van buiten komt, vraagt om balans.

Een goede verhouding tussen onderdeel zijn van mondiale bewegingen van mensen, ideeën, informatie en goederen en tegelijk mensen de kans geven lokaal te wortelen.

1.3.2 Het belang van de directe leefomgeving In Amsterdam is een tegenstelling ontstaan tussen het centrum binnen de A10 ten zuiden van het IJ, en de stadsdelen en stadsgebied Weesp daarbuiten. In de binnenstad is de druk van het toerisme op veel plekken zodanig dat inwoners zich niet meer thuis voelen en Amsterdammers er niet meer komen, elders binnen de ring herkennen mensen hun buurt soms niet meer door de komst van zoveel nieuwe bewoners en voorzieningen. Er klinkt hier een steeds luidere roep om meer balans. In andere delen van de gemeente leidt een bijna omgekeerde situatie evenzeer tot vervreemding. In sommige delen van Nieuw-West, Zuidoost en Noord is de leefbaarheid onder druk komen te staan. Hier dreigt het draagvlak voor de buurteconomie en voorzieningen 14

weg te vallen. De bevolkingssamenstelling is er eenzijdig. Isolatie en gebrek aan gevarieerd straatleven kan deze buurten sociaal onveilig maken. Bewoners zijn te vaak op andere buurten aangewezen voor hun voorzieningen. Hier vragen bewoners juist om meer dynamiek en meer reuring. Maar wat de opgave ook is, in de hele gemeente is de wens hoorbaar om beter betrokken te worden en is er een vraag naar meer ruimte voor eigen initiatief. Belangrijk is dat we ruimte blijven geven aan Amsterdammers om zich te ontplooien. Mensen trekken naar Amsterdam om onderdeel te zijn van het stedelijk leven. Om mensen te ontmoeten, voor werk, om kennis en ervaring uit te wisselen en om zich te laten inspireren door de energie en cultuur van Amsterdam. Tegelijk moet het een veilige plek zijn om te leven, zeker ook voor kwetsbare groepen als kinderen en ouderen en mensen met een beperking. Voor hen zijn lokale netwerken en voorzieningen belangrijk om mee te kunnen doen. Alleen dan is Amsterdam ook een menselijke metropool. Amsterdam is op Europese schaal onderdeel van een netwerk van economisch succesvolle steden.

Op regionale schaal is sprake van een sterke functionele integratie tussen Amsterdam en de regio. Dat noemen we metropoolvorming. Het vraagt om een gezamenlijke inzet op woningbouw, werkgelegenheid, openbaar vervoer, energie en groen.

Amsterdam en de buurgemeenten vormen een handvormige agglomeratie. De bebouwde ‘lobben’ steken als vingers aan een hand het omringende landschap in. Dat landschap dringt via groene wiggen, de ‘scheggen’, juist diep door in de stad. De agglomeratie bestaat uit stadsdelen en gemeenten met een duidelijke eigen identiteit. Ze zijn onderling verbonden met openbaarvervoerlijnen en een netwerk van straten en groene routes.

15

1.3.3 Veiligheid en ondermijning De criminaliteitsproblemen in Amsterdam zijn groot. De afgelopen jaren is Amsterdam meermaals opgeschrikt door het geweld dat hiermee gepaard gaat. Er is geen gemakkelijke oplossing voor deze problematiek. Criminaliteit zal in een grote liberale en internationaal open stad nooit helemaal verdwijnen. Maar de overheid moet zich stevig weren tegen het ondermijnende effect van criminaliteit. Daarbij is een bewustzijn van de voedingsbodem voor criminaliteit belangrijk en hoe je die op termijn kunt wegnemen. Wijken met een sterke concentratie van kwetsbare groepen en weinig perspectief zijn zo’n voedingsbodem. Kansenongelijkheid en segregatie versterken die voedingsbodem. Dat vraagt blijvende aandacht voor vitale en gemengde wijken, waar voor jongeren de kans krijgen zich te ontwikkelen en mee te doen.

1.4 Naar een onzekere toekomst Nog meer dan tijdens de economische crisis van 2008 maakte corona duidelijk hoe kwetsbaar Amsterdam is voor internationale ontwikkelingen. Verhoudingsgewijs is een groot deel van de Amsterdamse economie conjunctuurgevoelig. Tegelijkertijd is er geen reden om aan te nemen dat structurele trends ombuigen. Onze economie wordt nog altijd kennisintensiever, de ondersteunende dienstverlening groeit tegelijk snel. Steden blijven daardoor mensen trekken. Ook verwachten we dat het internationaal toerisme zich zal blijven ontwikkelen, gezien de aanhoudende welvaartsgroei in Azië. Dat betekent dat we rekening moeten houden met groei van onze gemeente. Tegelijk worden de opgaven ten aanzien van klimaat en energie met het jaar groter. En we moeten alert zijn op technologische ontwikkeling en digitalisering en de effecten daarvan op economie en samenleving.

1.4.1 Meer diversiteit en grotere verschillen De afgelopen vijftien jaar versnelde de groei van Amsterdam. De trek van inwoners vanuit de gemeente naar buiten was dan ook geen bewijs van een afnemende aantrekkelijkheid van Amsterdam. De meeste van hen bleven ook in de metropoolregio. De stroom naar buiten werd juist veroorzaakt door de nog grotere instroom naar Amsterdam. Dit betrof hoofdzakelijk buitenlandse migratie van relatief jonge mensen. Achter de bevolkingsgroei van Amsterdam in 2019 met bijna 10.000 inwoners gaat een veel grotere dynamiek schuil. 50.000 mensen kwamen in 2019 vanuit het buitenland naar onze gemeente, 35.000 trokken er over de grens. 24.000 mensen vestigden zich vanuit de rest van ons land, 42.000 vertrokken er naar andere Nederlandse gemeenten. Er werden ruim 10.000 kinderen geboren en er waren ruim 5000 sterfgevallen. Het netto-effect van deze dynamiek is een snelgroeiende gemeente met een steeds diversere en internationale bevolking. De ongekend grote banengroei die Amsterdam de afgelopen jaren meemaakte, komt voor bijna de helft op het conto van de kennisintensieve dienstverlening. In de techsector groeiden enkele bedrijven in rap tempo uit tot wereldspelers. Voor Amsterdam betekent dit dat er naast de financiële sector en media en reclame een nieuwe stevige pijler onder de economie is ontstaan.

Een volgende groeisector dient zich intussen aan in de vorm van lifesciences & health. Met de ontwikkelingen van diverse innovatiedistricten en investeringen van het bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid bouwen we daarvoor aan een sterk ecosysteem. Parallel aan de kennisintensieve dienstverlening maakte de aanvullende dienstverlening een snelle groei door. Horeca profiteerde van de toename van het aantal bezoekers, maar ook van de jonge, uithuizige bevolking. Amsterdam heeft daarmee een stedelijke economie die sterk lijkt op die van andere westerse metropolen. Een internationaal georiënteerde, specialistische dienstensector en een zeer omvangrijke ondersteunende service-economie. Banen voor het middenkader zijn schaarser geworden, terwijl er nog meer dreigen te verdwijnen door automatisering en outsourcing. Dit economisch profiel wordt weerspiegeld in de veranderde bevolkingssamenstelling. Amsterdam biedt steeds minder plek aan mensen met een middeninkomen. Dat heeft naast woon-voorkeuren ook te maken met de samenstelling van de woningvoorraad, die vooral bestaat uit alleen voor lage inkomens toegankelijke sociale huur (2019: 51%) en voor middeninkomens onbetaalbare, dure huur- en koopwoningen 16

(2019: 34%). Dit betekent echter dat bijvoorbeeld politieagenten, leraren en zorgverleners, die voor het functioneren van de gemeente onmisbaar zijn, moeilijk een woning kunnen vinden. Het betekent ook dat wooncarrière maken in Amsterdam lastig is.

1.4.2 Omgaan met groei Als Nederland zitten we midden in een demografische transitie, die weer onderdeel is van een beweging van wereldwijde bevolkingsgroei naar wereldwijde bevolkingskrimp. In de tweede helft van deze eeuw zal voor het eerst in de geschiedenis het aantal mensen afnemen. In veel delen van Europa is krimp al een feit en leidt de vergrijzing van de naoorlogse geboortegolf tot hoge maatschappelijke kosten. Groei in Europa is plaatselijk en te danken aan migratie. Mensen en activiteiten concentreren zich in een beperkt aantal stedelijke regio’s. Deze steden zouden weleens de demografische en economische kurk kunnen zijn, waarop het continent de komende decennia drijft. Groei en internationalisering stellen steden voor complexe opgaven. De beweging tot concentratie van werkgelegenheid en stedelijke voorzieningen in Amsterdam is een gegeven. Maar het tegelijk plek bieden aan zoveel nieuwe inwoners blijkt onmogelijk. We staan als gemeente en regio voor fundamentele keuzes.

Accepteren we de ongelijkmatige groei van de werkgelegenheid of zoeken we naar mogelijkheden tot een meer evenwichtige ontwikkeling? Lukt het ons om in de gemeente plek te bieden aan al die nieuwe inwoners of accepteren we dat woningbouw voornamelijk buiten onze gemeentegrenzen zal plaatsvinden? Hoe gaan we om met de inefficiënte benutting van de verkeersinfrastructuur door te eenzijdige zware spitsbelasting, de kwalitatieve achteruitgang van de groene landschappen rondom Amsterdam en Weesp, met de toenemende sociaal-economische verschillen?

1.4.3 Transities als opgave Al deze vragen geven aanleiding om de ruimtelijke ordening van de gemeente en de metropoolregio opnieuw te overdenken. Verdere groei van Amsterdam kunnen we niet langer opvangen met alleen beter benutten. Metropoolvorming vereist een regionale inbedding van een stedelijke visie. Diverse transities brengen geheel nieuwe ruimteclaims en inrichtingseisen met zich mee: klimaatverandering, deelmobiliteit, de circulaire economie, schone energie, gezond en duurzaam voedsel, een vergrijzende bevolking. Deze een plek geven vraagt om een schaalsprong in de ruimtelijke ordening van de gemeente en de regio als geheel. Zo’n schaalsprong is risicovol, want er horen grote investeringen in infrastructuur, stedelijke voorzieningen en groen bij. Die investeringen doen we voor een lange periode. Eén ding lijkt zeker: de druk op de schaarse ruimte in Amsterdam neemt alleen maar toe. We moeten rekening houden met nieuwe en nog onbekende ruimtevragen, zowel boven- als ondergronds. In afwegingen waar we aan wat ruimte bieden, moeten we altijd ook de andere partijen in de regio en het Rijk betrekken. Lastig is dat we van diverse nieuwe ruimtevragen op dit moment nog niet precies weten hoe groot ze zullen zijn. De ruimte voor de energietransitie is daarvan een voorbeeld, net als de circulaire economie. Technologische ontwikkelingen zijn een andere onvoorspelbare factor.

Wat zal de invloed van autonoom rijden zijn op de mobiliteit? Lichte elektrische vervoermiddelen en elektrische fietsen veranderen nu al de manier waarop mensen door de gemeente en de regio bewegen. In de ruimtelijke ordening en de inrichting van de gemeente is het scheiden en vastleggen van functies lang een uitgangspunt geweest. In de toekomst zullen we juist rekening moeten houden met het onvoorspelbare. Een van de domeinen waar dat bij uitstek geldt, is de openbare ruimte. Maar ook gebouwen zullen eenvoudig aanpasbaar moeten zijn om te voorkomen dat ze snel onbruikbaar worden. Het zal van grote invloed zijn op de manier waarop we buurten, gebouwen, straten en pleinen vormgeven.

17

1.5 Het maken van Amsterdam Amsterdam is sinds 1995 vooral gebouwd in grote projecten en programma’s. Het Oostelijk Havengebied, De Aker, IJburg, Zuidas, de Noordelijke IJ-oever, stedelijke vernieuwing in Zuidoost en Nieuw-West. Een ander groot uitlegproject is Weespersluis, dat sinds de fusie met Weesp ook onderdeel is van de gemeente Amsterdam. In deze projecten en programma’s is vormgegeven aan de ontwikkeling van de gemeente. Ruimtelijke ontwikkeling is in deze periode ook een verdienmodel geworden. Met opbrengsten uit projecten als Amstel III en Sloterdijk kon de transformatie van de IJ-oevers betaald worden. Maar ook de Noord/Zuidlijn, nieuwe culturele voorzieningen en tienduizenden betaalbare woningen zijn er mede mee mogelijk gemaakt.

1.5.1 Sturen op kwaliteit Sinds de vorige crisis worden ook beperkingen in de manier waarop we de gemeente ontwikkelen zichtbaar. Vergeleken met twintig jaar geleden bouwen we woningen, kantoren en voorzieningen vooral in kleinere en onderling zeer verschillende projecten. Als er op zoveel verschillende plekken door zoveel verschillende ontwerpers aan de gemeente ontworpen wordt, terwijl per project het aantal bouwers toeneemt, ontstaat er behoefte aan een overkoepelend idee over kwaliteit. Waar vinden we hoogbouw van toegevoegde waarde, welke eisen stellen we aan architectuur, de publieke kwaliteit van gebouwen, de kwaliteit van de woningen, de inrichting van de openbare ruimte? Als tien kleinere projecten gezamenlijk om één grote infrastructuurinvestering vragen, wat is dan de centrale plek waar die investering geagendeerd wordt? Er is behoefte ontstaan om aanvullend op onze huidige manier van projectmatig werken stedelijke samenhang en kwaliteit te borgen. Het is een Amsterdamse traditie dat de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente, de schoonheid van buurten, gebouwen en openbare ruimte uitdrukking geeft aan collectieve waarden. Dat geldt zeker ook voor de ruimtelijke continuïteit van de gemeente en een zekere mate van monumentaliteit. Die collectieve waarden dragen sterk bij aan het gevoel van trots, thuis voelen en erbij horen.

De afgelopen jaren is er in Amsterdam veel sectoraal beleid gemaakt voor de leefomgeving. In visies op groen, openbare ruimte, duurzaamheid, mobiliteit, wonen en werken zijn doelstellingen opgenomen, die in projecten bijeenkomen. Lang niet altijd is de stapeling van eisen en ambities realistisch. De gezamenlijke ruimtevraag van normen voor groen, maatschappelijke voorzieningen, gezondheid en sport, in combinatie met de ambities voor wonen, werken en verkeer en vervoer kunnen we niet zomaar accommoderen binnen de gemeente. Ruimtelijk is veel wel op te lossen, maar financieel ontstaan er binnen projecten knelpunten.

1.5.2 Financierbaarheid van de gemeente op lange termijn Problematisch is daarbij dat ontwikkeling in Amsterdam minder hoge opbrengsten genereert dan voorheen. Dat hangt deels samen met de eisen die we als gemeente zelf stellen aan kwaliteit, betaalbaarheid en duurzaamheid. Maar fundamenteler is dat de afgelopen jaren de nadruk bij ontwikkeling op transformatie en verdichting is komen te liggen. Zuidas is gebouwd op braakliggende gemeentegrond rond station Zuid. Iets soortgelijks geldt voor de kantoorgebieden rond Sloterdijk en Bijlmer-ArenA. Dit soort locaties zijn er steeds minder. We zijn nu vooral bezig met het veranderen van werkgebieden met lage dichtheden naar gemengd wonen en werken in hoge dichtheden. Transformatie is een complex, langdurig en kostbaar proces. Het betekent dat het verdienvermogen van deze ontwikkelingen lager is. Geld uit gebiedsontwikkeling wordt door Amsterdam al decennia gebruikt om de gemeente te beheren en in kwaliteit te investeren. Door de snelle groei, intensiever gebruik en de ingrijpende transities zal het in stand houden van de gemeente alleen maar kostbaarder worden. De vraag is hoe we naar 2050 voldoende waarde kunnen creëren om de kwaliteit van Amsterdam in stand te houden.

1.5.3 De urgentie van een nieuwe visie Bovenstaande ontwikkelingen maken duidelijk dat er nogal wat op Amsterdam afkomt en dat daarmee een 18

nieuwe visie op de toekomst urgent is. Amsterdam is zich bewust van zijn kwaliteiten en potenties. De uitdaging is om deze bevoorrechte uitgangssituatie in te zetten om de transitie naar een duurzame en rechtvaardige samenleving te versnellen. Lokaal, maar ook nationaal en internationaal. Daarbij is het zaak de kracht en samenhang van de metropoolregio te versterken. Wat voor gemeente willen we zijn in 2050? Waar vinden we in de gemeente en andere delen van de regio de ruimte voor woningen, werkplekken, voorzieningen? Welke investeringen in bereikbaarheid, groen en voorzieningen zijn nodig? Hoe passen we nieuwe ruimtevragen in en beschermen we bestaande kwaliteiten? En welke manier van bouwen aan Amsterdam hoort daarbij?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16177425/2