2. Omgevingsvisie Amsterdam 2050 Actualisatie 2025 (1).pdf
Tekst van het document
2 Ideeën en zorgen vanuit de samenleving Voor de totstandkoming van de omgevingsvisie hebben we gesprekken gevoerd met verschillende groepen in de gemeente: bewoners, ondernemers, jong en oud, geboren Amsterdammers en nieuwe Amsterdammers. In de zeven stadsdelen van Amsterdam hebben zeven verhalenvangers korte verhalen verzameld over wat mensen in de toekomst nodig hebben. Na de fusie van Weesp met Amsterdam is Weesp in 2025 onderdeel gemaakt van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Weesp had tot 2025 haar eigen omgevingsvisie, eveneens opgebouwd met ideeën uit de samenleving. Het verhaal van Weesp is zorgvuldig onderdeel gemaakt van het verhaal voor de gemeente Amsterdam. De opbrengsten van alle gesprekken en het harmoniseren van de Omgevingsvisie Weesp 2050 met die van Amsterdam vinden hun weerslag in de delen WAAR, WAT en HOE. Soms zijn ze concreet te herkennen en soms zijn ze abstracter verwoord, vanwege de schaal van de omgevingsvisie. Dit zijn de belangrijkste thema’s vanuit de lokale samenleving.
2.1 Zet bestaande gemeenschappen centraal Zet in op de kracht van de diversiteit en bied plek aan de verschillende culturen. Lokale gemeenschappen geven de gemeente haar identiteit. Zorg dat er volop plekken zijn, zowel in de openbare ruimte als in de gebouwde ruimte, waar verschillende groepen in de gemeente zich thuis kunnen voelen.
2.2 Duurzaamheid Bouw aan een duurzame woningvoorraad en zorg voor een klimaatbestendige, groene gemeente. Bied ruimte aan stadslandbouw, dit draagt zowel bij aan lokale voedselketens als aan een gezondere gemeente (meer groen en sociale functies).
2.3 Toegankelijkheid en betaalbaarheid Zorg voor voldoende betaalbare woningen voor bestaande en nieuwe bewoners. Geef bewoners de mogelijkheid binnen hun buurt een nieuwe woning te vinden, en bied betaalbare ruimte voor lokale ondernemers, kantoren, voorzieningen, maakindustrie. Investeer opbrengsten van nieuwe ontwikkelingen in de aangrenzende buurt.
2.4 Zet in op verbinding Investeer in sociale en fysieke verbinding. Verbind buurten beter met elkaar door middel van openbaar vervoer, levendige stadsstraten en aantrekkelijke groengebieden, en maak veilige en aantrekkelijke fietspaden. Ook om de sociaal-economische afstand tussen gebieden binnen en buiten de ring te overbruggen. Investeer in ruimte voor ontmoeting en sociale verbinding en verbind oude en nieuwe bewoners door te mengen, zowel 19
woningen als voorzieningen.
2.5 Zeggenschap en eigenaarschap Geef burgers en ondernemers de ruimte om mede te kunnen bepalen wat er in hun omgeving gebeurt, ondersteuning van stadmakers en initiatieven, ruimte en aandacht voor alternatieve vormen van gebieds- en woningbouwontwikkeling zoals commons. Amsterdam zit vol experts: bewoners, ervaringsdeskundigen, activisten, kenniscentra en anderen.
2.6 Geef ruimte aan ontmoetingsplekken De gemeente heeft ruimtes nodig waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, waar ze rust kunnen vinden en zich kunnen ontwikkelen. Van culturele centra tot veilige plekken voor jongeren die nergens terechtkunnen. En zorg dat deze plekken een stabiel onderkomen en structurele financiering hebben, zodat ze kunnen wortelschieten. Dit draagt bij aan een sociale gemeente waar ervaringen tussen bewoners uitgewisseld kunnen worden en waarin mensen makkelijker terechtkunnen voor hulp op moeilijke momenten.
3 Amsterdam naar 2050 3.1 Groeiende metropool in transitie In dit hoofdstuk beschrijven we de grote opgaven, waarvoor in het volgende hoofdstuk de ruimtelijke oplossingen uiteengezet worden. Amsterdam is de kerngemeente van een snelgroeiende metropool in transitie. Zowel de snelle groei als de transities zijn een gegeven. Het zijn uitdagingen, maar ze bieden tegelijk grote kansen. Kansen om voort te bouwen op het Amsterdamse karakter van een open, diverse en internationale samenleving. Kansen om te werken aan een menselijke metropool: inclusiever, duurzamer, leefbaarder, vitaler, gezonder en compacter. Een gemeente die niet uit los zand bestaat, maar waar cohesie tussen mensen en buurten vanzelfsprekend is. Amsterdam wil richting geven aan groei, transities versnellen en ruimte bieden aan initiatieven uit de samenleving. Daarvoor is een stevige gezamenlijke inzet nodig met de samenleving en de markt. Want het succes van Amsterdam is geen gegeven.
3.1.1 Trends zetten door De groei van Amsterdam, transities rond energie, mobiliteit, voedsel en economie, en ontwikkeling van technologie en in de samenleving werken op elkaar in. Het wordt steeds duidelijker wat de richting daarbij zal zijn. Concentratie van mensen en werk in steden zet voorlopig door, terwijl Amsterdam ook vergrijst. We zetten onze inzet voort richting een CO2-vrije energievoorziening, een openbare ruimte waar ruim baan gegeven wordt aan groen, lopen en fietsen, meer delen en minder bezit, een circulaire economie en kringlooplandbouw. Tegelijk wordt de samenleving zelfbewuster, kritischer en internationaler.
3.1.2 Noodzaak tot sturing De wijze waarop groei van het aantal inwoners, arbeidsplaatsen en bezoekers in de gemeente en in de regio als geheel neerslaan vraagt om sturing. Hetzelfde geldt voor de manier waarop we vormgeven aan transities. Zonder sturing dreigt enerzijds voortgaande extreme concentratie en oplopende druk in en rond het Amsterdamse centrum, en anderzijds een verder dichtslibben van de wijdere regio, met verstedelijking in kwetsbare landschappen en overbelaste infrastructuur. Het versnellen van transities maakt keuzes noodzakelijk. Waar vinden we de benodigde ruimte, waaraan geven we voorrang, wetende dat ruimte in de gemeente en de rest van 20
de regio een steeds schaarser goed is?
3.1.3 Amsterdam als proeftuin voor vernieuwing Amsterdam is door de eeuwen heen een plek geweest waar veel verschillende mensen uit de hele wereld naartoe trokken. Het is vanouds een gemeente die mogelijkheden tot innovatie biedt. Nog altijd is Amsterdam een ‘early adopter’, een plek waar innovaties als eerste landen. De wereld vraagt om oplossingen voor verstedelijking, gezondheid, klimaatverandering, hoe we met grondstoffen en afval omgaan en democratische vernieuwing. Amsterdam wil zijn kernkwaliteiten - vrijzinnig, activistisch en zorgzaam - gebruiken om bij te dragen aan het oplossen van deze vraagstukken. Het zal de plek zijn waar we nieuwe oplossingen uitproberen en verbeteren, waarna we ze kunnen delen met andere steden over de hele wereld. Zo dragen we bij aan het aanpakken van de uitdagingen waar de wereld voor staat.
3.1.4 Samen voortbouwen op ervaring In de gemeente en in de regio als geheel worden al belangrijke stappen gezet in het sturing geven aan de groei en aan het versnellen van transities. Ervaring die we in projecten en gebieden hebben opgedaan, vormen dan ook belangrijke input voor deze omgevingsvisie. Of het nu gaat om het versnellen en op peil houden van de woningbouw en experimenten met nieuwe ontwikkelvormen, het behoud van ruimte voor productieve bedrijvigheid, hoe we omgaan met nieuwe vervoermiddelen, het boven- en ondergronds inpassen van bedrijvigheid, nutsvoorzieningen in nieuwe en bestaande buurten, het klimaatbestendig en beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte of hoe we samenwerken, tussen theorie en praktijk moet een vruchtbare uitwisseling bestaan. Voor de onderstaande opgaven wil Amsterdam met deze omgevingsvisie stevig richting aangeven en tegelijk ruimte creëren om nieuwe wegen te verkennen. De opgaven hangen samen met samenwerkingstrajecten in de MRA en zijn soms een uitwerking van nationale opgaven.
3.1.5 Regionaal perspectief We plaatsen deze Amsterdamse toekomstvisie nadrukkelijk in een nationaal en regionaal perspectief. Zonder koerswijziging in het ruimtelijk beleid zullen de verschillen in de regio alleen maar groter worden en worden er kansen gemist. Om de regionale ontwikkeling meer in evenwicht te brengen is samenwerking nodig met onze regiopartners en het Rijk bij economie, wonen, mobiliteit, duurzaamheid en landschap. De Amsterdamse boodschap is dat we ruimtelijk heel veel kunnen, maar dat we financieel, organisatorisch en in wet- en regelgeving samen moeten optrekken. De omgevingsvisie moet een kader bieden voor integrale afwegingen op het niveau van de gemeente als geheel, in de context van de ontwikkeling van de metropoolregio als demografische en economische motor van ons land. De uitdaging daarbij is om ervoor te zorgen dat de hele gemeente en de rest van de regio erop vooruitgaan.
3.2 Grote opgaven Amsterdam staat voor grote ruimtelijke opgaven, die raken aan woningbouw, economie, duurzaamheid, verkeer en vervoer, groen en leefbaarheid en democratisering.
3.2.1 Balans in de woningmarkt De overspannen woningmarkt en de segregatie bedreigen de kansengelijkheid en uiteindelijk ook het succes van de gemeente. Tegelijkertijd is die overspannen woningmarkt deels ook een gevolg van het succes van Amsterdam. De gemeente en de regio blijven groeien, vooral vanwege de grote aantrekkingskracht van onze diverse bevolking op bedrijven en de kansen op ontwikkeling die Amsterdam aan mensen biedt. In MRA-verband hebben we afspraken gemaakt over hoe we in de verwachte woningbehoefte voorzien. Amsterdam 21
heeft daarbij de ambitie om ongeveer de helft van de regionale woningvraag voor zijn rekening te nemen. In de periode tot 2050 willen we in de gemeente ruimte bieden voor ongeveer 150.000 woningen voor 250.000 Amsterdammers. Oftewel een groeitempo van ongeveer 5.000 woningen per jaar. Dat is inclusief bijbehorende voorzieningen en infrastructuur. Amsterdam heeft er ruim 750 jaar over gedaan om de huidige ca. 450.000 woningen en alles wat daarbij hoort te bouwen. Een groei van 30% in slechts dertig jaar tijd is dan ook ambitieus. We willen een compleet Amsterdam bouwen met leefbare en aantrekkelijke buurten. Een groeitempo van 5.000 per jaar stelt ons in staat de infrastructuur, groen en openbare ruimte mee te laten groeien. Het is als ambitie ook organisatorisch en, rekening houdend met crises, langjarig haalbaar. Belangrijker nog dan het bouwtempo is de noodzaak de woningmarkt meer in balans te krijgen, zodat Amsterdam toegankelijk blijft voor lagere inkomens, middengroep en gezinnen. Het vraagt om een stevige volkshuisvestelijke inzet, ook in de regio. Bijvoorbeeld door het beschermen van bestaande betaalbare woningen en doorstroming in de bestaande voorraad. Daarnaast zullen we woningen moeten bouwen in alle segmenten. Daarbij is de behoefte aan blijvend betaalbare woningen (sociale en middeldure huur) verreweg het grootst.
Vanwege de vergrijzing is er speciale aandacht voor levensloopbestendige woningen en huisvesting van ouderen. We streven naar gemengde wijken voor mensen uit verschillende inkomensgroepen. We willen voorkomen dat wijken of regiokernen achteropraken. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het verbeteren van bestaande buurten en de leefbaarheid en ontwikkelingskansen. Belangrijk daarbij zijn ook de verduurzaming en verbetering van de bestaande voorraad en versterken van het draagvlak voor voorzieningen.
3.2.2 Economische diversiteit als kracht Net als veel andere grote gemeenten heeft Amsterdam zich de afgelopen twintig jaar door de opkomst en groei van de kenniseconomie economisch sterk ontwikkeld. De economische dynamiek in steden leidt tot een snelle groei van het inwonertal en een toenemende woon-werk-pendel. Ook de komende decennia zal Amsterdam de rol als economische motor en belangrijk werkgebied voor inwoners van de hele metro-poolregio blijven vervullen. Tegelijk zoeken we naar nieuwe vestigingsmilieus in de hele regio om te werken aan een economisch sterke en inclusieve MRA. Amsterdam zet niet alleen in op de kracht van de kenniseconomie, maar streeft naar een gevarieerde en diverse economie, die weerbaar en adaptief kan reageren op snelle economische veranderingen. Een toekomstbestendige economie, die kan omgaan met belangrijke maatschappelijke transities en die verschillende groepen – kenniswerkers, dienstverleners en vakgeschoolden – laat meeprofiteren van economische groei in de gemeente. Amsterdam blijft aantrekkelijk voor bedrijven. We houden rekening met een groei van zeker 200.000 arbeidsplaatsen tot 2050. Dit is ongeveer de helft van de verwachte werkgelegenheidsgroei in de Metropoolregio Amsterdam tot 2050. Met deze omgevingsvisie wil Amsterdam de economische ontwikkeling van de hele MRA versterken door meer banengroei te stimuleren in de regio.
Deze regionale werkgelegenheid zal niet alleen terechtkomen op bedrijventerreinen, maar ook in regionale stedelijke centra. Hier ontstaan door verdichting kansen voor meer werken en voorzieningen. Deelregio’s in de metropoolregio worden zo economisch en sociaal vitaler. Regionale economische groei gaat niet om spreiden, maar om het versterken van de regionale kracht. We bouwen met de regiokernen aan onderscheidende economische profielen en benutten tegelijk de verstedelijkingskansen op openbaarvervoerknooppunten. Economische diversiteit wordt versterkt door een variëteit aan vestigingsmilieus in Amsterdam. We willen tegemoetkomen aan de vraag naar hoogstedelijke werkmilieus voor start-ups, scale-ups en internationale topbedrijven en -instellingen. Hier kunnen ook bijzondere voorzieningen een plek krijgen, die afhankelijk zijn van de omvang, diversiteit en grootstedelijke condities in Amsterdam. Nieuwe en bestaande innovatiedistricten zijn nodig om plek te bieden aan uitwisseling tussen bedrijven en onderwijs, die belangrijk is voor de kenniseconomie en innovatiekracht. In gemengde stadsbuurten staan lokaal ondernemerschap en stadsverzorgende bedrijvigheid centraal. Vooral kleinschalige bedrijven hebben de stad nodig als vestigingslocatie om economisch 22
te overleven. Doordat veel bedrijventerreinen de komende jaren transformeren tot woon-werkwijk – en er een tekort ontstaat van ongeveer 150 ha bedrijventerrein – wordt integratie van bedrijvigheid in gebiedsontwikkeling de komende decennia een belangrijke opgave, zodat ook in de toekomst Amsterdam economische kansen biedt voor iedereen. Ruimte voor maakindustrie zoeken we zowel in productieve buurten, waar ook gewoond wordt, als op bedrijventerreinen. Deze bedrijventerreinen zullen wel net als de rest van Amsterdam moeten verdichten.
3.2.3 Ruimte voor duurzaamheid Amsterdam zet vol in op de transitie naar schone energie, klimaatbestendigheid en een circulaire economie. Dit zal binnen en buiten de gemeente ruimtelijke impact hebben. Klimaatadaptatie vraagt om plek voor waterberging en -afvoer, en verkoeling. Energieopwekking krijgt deels een plek in het landschap en op daken in bestaande buurten. Schone energie vraagt om nieuwe infrastructuur. Die moet in bestaande en nieuwe buurten en in de ondergrond ingepast worden. Voor warmtenetten en uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk hebben we de ruimtevraag goed in beeld. Verder is het vooral een zaak van het reserveren van voldoende ruimte, zonder dat dit wordt afgewenteld op bijvoorbeeld groen en water. Dat geldt vooral voor de circulaire economie, waarin de haven draaischijf wordt. Voor de deels nog onbekende ruimtevraag voor energie en circulariteit reserveren we voldoende hoge milieuruimte in het havengebied buiten de A10. Amsterdam kan zich onderscheiden op energie en circulariteit, bijvoorbeeld in sectoren zoals hoogwaardige recycling, waterstof, biochemie en (retour-)logistiek. Duurzaam zijn betekent ook dat we ons voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. De zeespiegel stijgt en het weer wordt onvoorspelbaarder en extremer. Amsterdam ligt op een kwetsbare plek, met een slappe bodem en hoge kosten voor het in stand houden van wat we hebben.
Denk alleen al aan de kades en bruggen. Dit brengt extra grote uitdagingen met zich mee bij het tegengaan van wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte. Dat heeft ook gevolgen voor hoe we met het landschap omgaan. We willen bodemdaling en verzilting tegengaan en zullen ons waterbeheer en de landbouw hierop moeten aanpassen.
3.2.4 Mobiliteitstransitie en regionale bereikbaarheid De groei van Amsterdam, en het intensiever gebruik van de schaarse ruimte dat daarbij hoort, vraagt om een mobiliteitstransitie. Zonder die mobiliteitstransitie dreigt een verkeersinfarct en een verslechtering van de bereikbaarheid en de leefbaarheid van Amsterdam. We zullen in de openbare ruimte ruim baan moeten geven aan ruimte-efficiënte, duurzame, schone vervoervormen zoals lopen, fietsen en openbaar vervoer. Om deze meer dan nu aantrekkelijke alternatieven voor de auto te maken, zijn grote investeringen nodig. Deze vallen grotendeels samen met een zeer urgente schaalsprong in het regionale en nationale openbaar vervoer. Het ruimtelijk organiseren van meer nabijheid door Amsterdam te verdichten hoort daar ook bij. Hoewel we een meer evenwichtige verdeling van economische groei in de MRA voorstaan, zullen verschillen blijven bestaan. Het goed verbinden van de noord- en oostzijde van de regio met de economische kerngebieden in en ten zuiden van het Amsterdamse centrum vraagt om grote investeringen. Ook zullen pendelbewegingen tussen de MRA en de rest van ons land blijven groeien. Voor internationale verbindingen wordt de trein belangrijker. Schiphol is voor het economische functioneren van Amsterdam en de MRA onmisbaar.
Wel zoeken we naar een nieuwe invulling van de hubfunctie van Schiphol, met meer internationale treinen, minder impact van Schiphol op leefbaarheid en klimaat en meer ontwikkelruimte voor Amsterdam.
3.2.5 Leefbaarheid in een verdichtend Amsterdam Meer Amsterdammers zullen de schaarse ruimte met elkaar delen. En die gedeelde ruimte moet groener en blauwer worden. Om verschillende redenen is er behoefte aan meer en beter groen en blauw in de gemeente. 23
Groen als ontmoetingsruimte en als ruimte om in te sporten en te bewegen, voor de biodiversiteit en voor een goede omgang met de gevolgen van klimaatverandering. Water heeft veel vergelijkbare functies en werkt verkoelend in tijden van hitte. Dit is ook een van de redenen waarom Amsterdam ruimte wil bieden aan groei: om de waardevolle landschappen te ontzien. Maar het gevolg is wel dat de druk op de groene en blauwe ruimte juist binnen de gemeentegrenzen hoger wordt. Het creëren van nieuwe parken en het vergroten van de kwaliteit en de gebruiksmogelijkheden van bestaande groengebieden voor alle Amsterdammers is daarom een grote opgave. Deze opgave kan gekoppeld worden aan de mobiliteitstransitie, omdat er mede door duurzaam en ruimte-efficiënt vervoer kansen ontstaan voor een andere inrichting van wegen, straten, pleinen en ruimte op het water. Tegelijkertijd vragen ruige en stille groengebieden als de volkstuinparken om bescherming. Deze hebben een belangrijke ecologische functie en bieden bewoners plek voor rust en ontspanning. Ten slotte ligt er de enorme opgave om de gemeente goed te beheren. Dat gaat deels over onderhoud, maar ook over de zeer kostbare aanpak van kades en bruggen.
3.2.6 Actief burgerschap De groeiopgaven van onze metropool in transitie vragen niet alleen om een actieve overheid, maar ook om actief burgerschap. Bouwen aan de toekomst betekent meer dan ooit dat we het samen moeten doen. Samen met de inwoners van onze gemeente, samen met professionele partners en instituten. Zonder betrokkenheid en samenwerking ontstaat er geen inclusieve gemeente waar mensen zich thuis voelen. We moeten Amsterdammers, marktpartijen en instellingen beter in staat stellen hun bijdrage te leveren, om mede invulling te geven aan de wijze waarop we als gemeente groeien. Volgens de Omgevingswet werken we aan een centralere positie voor de burger in de gebiedsontwikkeling. Dat vraagt iets van het delen van kennis en informatie en het ondersteunen van particulier initiatief in de bouw. Ook binnen de reguliere ontwikkelaarsbouw liggen er opgaven om meer ruimte te bieden voor variatie in woonwensen en exploitatievormen.
4 Vijf strategische keuzes Met vijf strategische keuzes geven we richting aan het bouwen aan een menselijke metropool: Amsterdam en de rest van de metropoolregio als plek waar mensen zich thuis kunnen voelen en zich kunnen ontwikkelen. De opgaven ten aanzien van woningbouw, economische vitaliteit, de energietransitie, de mobiliteitstransitie, verbeteren van het groen en de leefbaarheid en meer ruimte voor maatschappelijk initiatief staan alle ten dienste van die ene ambitie. De strategische keuzes hangen met elkaar samen en geven samen richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van Amsterdam als onderdeel van de metropoolregio. Vooropstaat dat we een schaalsprong maken in ons denken over de gemeente in de regio. We focussen ons minder op het centrum van Amsterdam en richten de blik meer naar buiten. Dit maakt het nodig dat we inzetten op stevige verbindingen binnen de gemeente en tussen alle kernen van de regio. Tegelijk respecteren we de bestaande grenzen van het stedelijk gebied, zorgen we voor een gezonde leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en gaan we voor meer groene kwaliteit in buurten en het landschap. Een succesvol Amsterdam is een onderscheidend Amsterdam, waarvan de burgers dragers zijn. Daarom zoeken we naar manieren om de samenleving een actievere rol te geven bij bouwen en beheren in de gemeente.
Amsterdam kiest met Meerkernige ontwikkeling voor meer evenwicht in de gemeente en de regio en nieuwe ruimte voor groei en innovatie. We willen het centrum ontlasten en eraan bijdragen dat de verschillende kernen in de regio zich verder ontwikkelen tot onderscheidende, complete en compacte stedelijke gebieden. Binnen Amsterdam zal de ontwikkeling zich concentreren in en tegen de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost. Amsterdam groeit op een compacte en duurzame manier. Daarom kiezen we voor Groeien binnen grenzen. Transformatie van bedrijventerreinen en verdichting van naoorlogse wijken wenden we aan voor het versterken van het sociale fundament en het verduurzamen van de hele gemeente. We zorgen overal voor voldoende ruimte voor ontmoeting en draagvlak voor voorzieningen en ondernemerschap. Een mix van wonen, werken en voorzieningen is het uitgangspunt. Verdichting vraagt om slim ruimtegebruik, ook door mobiliteit, 24
en een gezonde leefomgeving, die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en spelen. Met Duurzaam en gezond bewegen geeft Amsterdam ruim baan aan lopen, fietsen en openbaar vervoer. De inrichting van de leefomgeving nodigt uit tot actief bewegen, spelen en sporten. Een geïntegreerd regionaal ov-systeem, nieuwe overstap- en overslaghubs en goede fietsvoorzieningen houden de gemeente bereikbaar. Minder auto’s geeft mede ruimte voor Rigoureus vergroenen. Zo zorgen we in alle buurten voor meer leefkwaliteit. Bomen en planten in de openbare ruimte en op en aan gebouwen helpen om de gemeente klimaatbestendig en leefbaar te houden voor mens, dier en plant. Ten slotte onderzoekt Amsterdam met Samen stadmaken de mogelijkheden voor meer maatschappelijk initiatief. We willen ruimte bieden aan zeggenschap en eigenaarschap over de eigen leefomgeving. Daarbij heeft de gemeente een duidelijke rol bij het stellen van de kaders, maar nemen we tegelijk een open houding aan naar belanghebbenden, zijn we nieuwsgierig en maken we ruimte voor experimenten. Samenwerking met bewoners, marktpartijen en onze partners in de regio staat voorop.
4.1 Meerkernige ontwikkeling Van uitrol centrumgebied naar een meerkernige en meer diverse verstedelijking Amsterdam groeit als gemeente en als metropool. We willen de economische kracht van de metropoolregio vergroten. De behoefte aan stedelijke plekken als vestigingsmilieu voor internationale bedrijven en kennisinstellingen en als aantrekkelijke leefomgeving blijft groot. Naast de bestaande hoogstedelijke gebieden voor wonen en werken, centrum en Zuidas, zijn nieuwe onderscheidende stedelijke kernen nodig. Deze willen we in de hele gemeente en regio laten ontstaan. Binnen Amsterdam maken we ruimte voor circa 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Tegelijk zetten we ons in voor meer werkgelegenheid in de regiokernen. We willen de tendens van ongelijk verdeelde groei, ruimtelijke segregatie en toenemende kansenongelijkheid doorbreken en de druk op het Amsterdamse centrum verminderen. Met een evenwichtige ontwikkeling van de gemeente, de agglomeratie en de regio als geheel bouwen we aan meer variatie en tegelijk meer samenhang in de metropoolregio. Amsterdam wordt daarmee een meerkernige gemeente.
4.1.1 Focus op Nieuw-West, Zuidoost en Noord Nieuw-West, Zuidoost en Noord ontwikkelen zich tot complete stedelijke kernen in de metropoolregio. Hier liggen de grote transformatiegebieden Amstel-Stad, Haven-Stad, Schinkelkwartier en noordelijke IJ-oevers. Met de naastgelegen buurten in Nieuw-West, Zuidoost en Noord vormen ze straks een samenhangend geheel. Als stedelijke kernen zijn deze stadsdelen geen uitbreidingen van het Amsterdamse centrum, maar ontwikkelen ze zich op eigen voorwaarden en met een eigen invulling van stedelijke kwaliteit. Bij meerkernige verstedelijking hoort ook een spreiding van voorzieningen en instellingen met een stedelijke en regionale uitstraling. Daarbij zijn cultuur en kennis belangrijke dragers. We bouwen onder andere een nieuw theater aan de Sloterplas en een bibliotheek in Zuidoost, en we streven naar een nieuw cultuurgebouw aan het Buikslotermeerplein.
4.1.2 Nieuwe ruimte voor werken, kennis en bezoekers Met de ontwikkeling van Nieuw-West, Zuidoost en Noord tot gebieden met een eigen stedelijke kwaliteit richt Amsterdam zich steviger op de rest van de regio. Concentraties van werken en publiekstrekkende voorzieningen in Amsterdam krijgen vooral een plek in stationskwartieren bij de belangrijke stations: Sloterdijk, Bijlmer-ArenA, Zuid, Amstel en CS. Banen en voorzieningen zijn daarmee voor mensen vanuit de rest van de metropoolregio en Nederland uitstekend bereikbaar met openbaar vervoer. We koesteren de internationaal unieke innovatie- en startupcultuur en de sterke positie van kennisinstellingen. In innovatiedistricten zoals het Marineterrein, Schinkelkwartier, Amstelcampus, VU-kwartier en Science Park Amsterdam maken we ruimte voor synergie tussen samenleving, economie en onderzoek. We verminderen de druk op het Amsterdamse centrum door het verplaatsen van toeristische functies zoals de Passenger Terminal Amsterdam. In de binnenstad werken we aan het herstel van de balans tussen wonen, 25
werken en bezoekerseconomie. Amsterdam zet ook actief in op een goede spreiding van werkgelegenheid binnen de regio. Grotere regiokernen als Almere, Zaanstad, Purmerend en Hoofddorp worden logische plekken voor nieuwe vestigingen van hoger onderwijs en voorzieningen met een regionale functie. Zo dragen we in Amsterdam en regio bij aan meer gelijke kansen voor mensen om zich te ontwikkelen. Amsterdam streeft een koploperspositie na in verduurzaming en circulaire economie. De haven buiten de A10 biedt milieuruimte voor circulaire economie en energieopwekking en -opslag. Hier is ook plek voor logistieke bedrijven. Voor stadsverzorgende bedrijven en de maakindustrie behouden en intensiveren we bedrijfslocaties en scheppen we nieuwe ruimte in productieve wijken, zoals Haven-Stad en Buiksloterham. Samen met de regio onderzoeken we nieuwe bedrijfslocaties.
4.1.3 Van stadsranden naar nieuwe voorkanten Nieuwe grote ontwikkelgebieden grenzen direct aan de groene scheggen en aan het water van het IJ. Deze nieuwe stadsranden krijgen veel aandacht. De infrastructuurbarrières tussen Nieuw-West en Zuidoost en het landschap worden geslecht, waardoor deze stadsdelen voorkanten krijgen aan de Nieuwe Meer, de Bretten en de Amstelscheg. We investeren in het landschap, indien mogelijk benutten we daarvoor opbrengsten uit aangrenzende gebiedsontwikkeling. Het IJ krijgt nog meer een centrale plek in de stad, met aantrekkelijke oevers en groene plekken. Het waterfront wordt met de nieuwe bruggen en veren beter ontsloten en de stad gaat veel meer gebruikmaken van het water en de waterranden voor recreatie en vervoer van mensen en goederen.
Ondersteunen metropoolvorming
26
4.2 Groeien binnen grenzen Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling Groeien binnen grenzen betekent dat Amsterdam de ecologische voetafdruk wil beperken. Compacte verstedelijking is daar een belangrijk middel voor. Compact betekent immers dat landschappen buiten het stedelijk gebied open kunnen blijven, dat reisafstanden kort zijn en we efficiënt omgaan met infrastructuur, energie en voorzieningen. Amsterdam maakt tot 2050 binnen het huidige stedelijk gebied ruimte voor minimaal 150.000 woningen voor 250.000 Amsterdammers, in met werken en voorzieningen gemengde buurten. Met deze groei vergroten we tevens de kwaliteit van het bestaande stedelijk gebied. Groeien binnen grenzen geeft daarmee mede invulling aan de donut-gemeente, met een stevig sociaal en klimaatbestendig fundament en het minimaliseren van ruimtebeslag, van gebruik van grondstoffen en van de bijdrage aan klimaatverandering.
4.2.1 Aantrekkelijke buurten Groei en verdichting van het bestaande stedelijk gebied is geen doel op zich. Met meer woningen, voldoende werkplekken en publiekstrekkende voorzieningen zorgen we in de hele gemeente voor voldoende massa en draagvlak voor maatschappelijke voorzieningen, openbaar vervoer en lokale ondernemers. We bouwen gemengde wijken met een stevige focus op betaalbare woningen, deels ook in nieuwe ontwikkelvormen. Daarbij bewaken we de balans tussen rust en reuring. Bij verdichting staan de menselijke maat en de kwaliteit van de openbare ruimte voorop. Gebouwen dragen positief bij aan hun directe omgeving, bijvoorbeeld met aantrekkelijke gevels en publieksfuncties en veel ingangen aan de straat. Zo versterken ze de collectieve waarde van de gemeente. Ze vergroten bovendien de veiligheid dankzij meer ‘ogen op straat’. Nieuwe projecten in het bestaande stedelijk gebied zijn niet in zichzelf gekeerd, maar echt onderdeel van hun omgeving. Ze versterken de samenhang binnen en tussen buurten.
4.2.2 Nieuwe stedelijke kwaliteit In de transformatiegebieden en in de naoorlogse wijken bouwen we aan meer stedelijke kwaliteit. Daarbij zijn de bestaande waarden en behoeften in de stadsdelen Nieuw-West, Zuidoost en Noord uitgangspunt. Bij de grote stations en rond de stadsdeelcentra Osdorpplein, Buikslotermeerplein en Amsterdamse Poort maken we meer dichtheid en mengen we wonen en werken met stedelijke voorzieningen. Het worden plekken met stedelijke betekenis, die veel meer dan nu via straten, lanen en groene routes onderdeel zijn van hun directe omgeving. Hoogbouw kan op deze plekken goed bijdragen aan verdichting met kwaliteit en dienen als oriëntatiepunt. In de vooroorlogse wijken bewaken we de prettige afwisseling tussen rustige woonstraten en levendige stadsstraten en pleinen.
4.2.3 Verdichten van het bestaande stedelijk gebied Het vinden van ruimte om te groeien en voor benodigde voorzieningen en infrastructuur lukt alleen als we Amsterdam verdichten, met boven- en ondergrond als één opgave. Hierbij ontstaan spannende dilemma’s. In een verdichtend Amsterdam wordt de ruimte namelijk schaarser. Dat betekent dat we altijd keuzes zullen moeten maken in de beperkte ruimte die we hebben. Drukker gebruik betekent bovendien ook dat intensiever beheer nodig is. Deze keuzes kunnen we alleen verantwoord maken als we naar belanghebbenden open zijn over het waarom en in overleg gaan met hen. De grootste verdichtingskansen liggen in gebiedstransformaties, waar eenzijdig werken in lage dichtheid plaatsmaakt voor gemengd wonen en werken in hoge dichtheden. Stadsverzorgende en productieve bedrijvigheid blijft hier waar mogelijk behouden. In de naoorlogse buurten is verdichting mogelijk zonder grootschalige sloop van bestaande woningen. We benutten bijvoorbeeld op een slimme manier bestaande ruimte langs doorgaande verkeerswegen.
27
4.2.4 Verduurzaming van het bestaande stedelijk gebied Ontwikkeling in bestaande buurten gebruiken we om de energietransitie en de verduurzaming te versnellen. Bij nieuwbouw en renovatie worden zoveel mogelijk duurzame bouwwijzen en materialen toegepast. Gebouwen hebben een overmaat in hoogte en constructie en een flexibele indeling, zodat ze in de toekomst gemakkelijk kunnen worden aangepast aan veranderende gebruikseisen. Voor openbare ruimte geldt iets vergelijkbaars: we maken eenvoudige en daarmee flexibel bruikbare straatprofielen, uitgevoerd in duurzame, herkenbaar Amsterdamse materialen. In de haven reserveren we ruimte voor circulaire economie en duurzame energieopwekking. Ook in nieuwe buurten zorgen we dat we voldoende plek hebben voor nutsvoorzieningen en circulaire ambities.
Groeien binnen grenzen
28
4.3 Duurzaam en gezond bewegen Heel Amsterdam een ov-, wandel- en fietsgemeente In verdichtende wijken moeten we slim gebruikmaken van de schaarse ruimte. Een intensief bebouwde gemeente is in principe een gezonde plek om te leven, zolang de lucht schoon is en de leefomgeving veilig is en uitnodigt tot spelen en bewegen. Nabijheid en toegankelijkheid zijn daarvoor van groot belang. Amsterdammers vinden daarom straks op loop- en fietsafstand buurtvoorzieningen, winkels en uitgaansplekken en parken en op maximaal vijftien minuten fietsen stedelijke voorzieningen en grote groengebieden. Richting 2050 krijgen stap voor stap in de hele gemeente voetgangers, fietsers en het openbaar vervoer ruim baan. Zo blijft er voldoende ruimte voor noodzakelijk vervoer, zoals nood- en hulpdiensten, logistiek en mensen met een beperking. Een autoluwe gemeente vraagt een grote inzet. Bijvoorbeeld op nieuwe openbaarvervoerverbindingen en goede overstapmogelijkheden, die banen en voorzieningen ook vanuit de regio beter bereikbaar houden. Samenwerking met Rijk en regiopartners is daarvoor onmisbaar.
4.3.1 Ontmoeten en bewegen Verbindingen en aantrekkelijke verblijfsplekken met een rijk voorzieningenaanbod zijn van het grootste belang. De vaak toevallige kennisuitwisseling tussen veel verschillende mensen in een stedelijke omgeving ligt aan de basis van veel culturele en economische vernieuwing. Onmisbaar daarvoor zijn een aantrekkelijke en onderscheidende openbare ruimte en publieke plekken als cafés, restaurants, specialistische winkels en culturele voorzieningen. Juist de combinatie van verkeer en ontmoeten geeft aan sommige straten een stedelijke kwaliteit. In deze stadsstraten en stadslanen is het prettig verblijven. Ze zijn tegelijk veilige en aantrekkelijke routes voor fietsers en voetgangers, die buurten met elkaar verbinden. Dit geldt in het bijzonder ook voor kwetsbare groepen.
4.3.2 Een verdichtend Amsterdam nodigt uit tot lopen en fietsen Meer kwaliteit in verblijfsgebieden en routes voor langzaam verkeer levert ook voor buurten veel op. Zeker in de naoorlogse delen van de gemeente biedt minder ruimte voor de auto hiervoor kansen. Drukke autoroutes, zoals de Lelylaan, de Burgemeester Roëllstraat en de Gooiseweg, kunnen op termijn uitgroeien tot aantrekkelijke straten. Als de hoeveelheid auto’s hier teruggebracht wordt, ontstaat er ruimte om te wonen en voor lokaal ondernemerschap en voorzieningen. Verdichting kan zo bijdragen aan meer leefkwaliteit, met winkels, voorzieningen, buurtgroen en ruimte voor bewegen om de hoek. Dat maakt gebruik van de auto minder noodzakelijk en nodigt uit tot wandelen en fietsen. Extra inwoners en voorzieningen vergroten bovendien het draagvlak voor het openbaar vervoer. De inzet op een wandel- en fietsgemeente gaat stap voor stap. Voor deze veranderingen is een lange adem nodig, omdat we eerst maatregelen moeten nemen gericht op afname van autobezit en -gebruik. Steeds meer plekken verkleuren nu en straks tot prettige verblijfsgebieden. Goed openbaar vervoer, aantrekkelijke en veilige fietsroutes, een breed aanbod van deelmobiliteit en de inrichting van overstap- en overslaghubs zijn een voorwaarde voor het in de hele gemeente verminderen van het ruimtebeslag door de auto.
De baten ervan zijn vooral voor kwetsbare groepen groot: meer ruimte voor kinderen om te spelen en voor ouderen en mensen met een beperking om mobiel te zijn.
4.3.3 Een samenhangende gemeente in een verbonden regio Een autoluw Amsterdam moet ook een bereikbaar Amsterdam zijn. Goede verbindingen voor fiets, openbaar vervoer en lichte en schone vervoermiddelen in de gemeente en de hele regio zorgen daarvoor. Nieuwe schakels binnen en tussen stadsdelen en stadsgebied Weesp maken dit netwerk compleet. Bruggen over het IJ, een Schinkelbrug tussen Zuid en Nieuw-West en een fietsbrug over de Amstel zijn daar voorbeelden van. Het stedelijk netwerk van stadsstraten en stadslanen en groene routes sluit naadloos aan op routes voor fiets, e-bi29
ke en nieuwe, lichte en schone vervoermiddelen richting de buurgemeenten en door het landschap naar de verder weg gelegen regiokernen. Het verbeteren van de regionale bereikbaarheid vraagt om een schaalsprong in het openbaar vervoer. Nieuwe metroverbindingen ontsluiten grote Amsterdamse ontwikkellocaties. Ze gaan samen met sprintertreinen en snelle regiobussen en sneltrams een groot deel van het regionale verkeer van en naar Amsterdam verzorgen. Richting het zuiden komt er meer ruimte op het spoor voor intercity’s en internationale treinen. Internationale verbindingen zijn onmisbaar voor Amsterdam als kennismetropool. De trein zal binnen Europa veel vluchten vervangen. Amsterdam Zuid en Schiphol zijn de belangrijkste internationale treinstations. De opgave is om tegelijk met deze regionale schaalsprong het fijnmazige gemeentelijke OV te versterken. Hiervoor is verdichting in naoorlogse wijken mede nodig. In veel delen van de regio zal de auto het belangrijkste vervoermiddel blijven. Zogenaamde vervoerhubs bieden een aantrekkelijke gelegenheid om over te stappen. Ze zullen ook voor stadsdistributie een centrale rol gaan spelen voor overslag van zware vrachtwagens naar licht en schoon vervoer over weg en water.
Duurzaam en gezond bewegen
30
4.4 Rigoureus vergroenen Een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor mens en dier Vergeleken met zestig jaar geleden is Amsterdam onnoemelijk veel groener geworden. De wijze waarop straten en buurten een nieuwe groene kwaliteit kregen dankzij straatbomen, groenere inrichting van de openbare ruimte en gevelgroen willen we in de hele gemeente toepassen. We verenigen daarmee de wens om meer stedelijke kwaliteit te ontwikkelen met de noodzaak om de gemeente klimaatbestendig en leefbaarder te maken voor mens, dier en plant. Het vergroenen krijgt zijn beslag in het landschap, in de buurt en op en rondom gebouwen. We zoeken daarbij naar innovatieve oplossingen om de leefomgeving in de hele gemeente groener te maken. Daarbij staan de kwaliteit en diversiteit voorop: we maken meer groen toegankelijk voor Amsterdammers, maar behouden ook stadsnatuur in ruige en rustige gebieden.
4.4.1 Landschappen, parken en verbindingen Amsterdam versterkt de bestaande structuur van groene scheggen, die ver doordringen in Amsterdam. We zien deze als landschapsparken die meer dan nu een recreatieve betekenis krijgen. Bestaande landschappelijke waarden zijn daarbij het uitgangspunt. Daar voegen we nieuwe kwaliteiten aan toe en we pakken bestaande problemen aan. Zo willen we de omschakeling naar kringlooplandbouw stimuleren, de bodemdaling beperken en werken aan een herstel van biodiversiteit. Hiermee realiseren we niet alleen toekomstbestendiger landschappen, maar ook landschappen die vol zijn van leven en daarmee aantrekkelijker voor bewoners. Naast de scheggen is er aandacht voor het landschap rond Weesp. Het gebied rond Weesp omvat de Vechtstreek, met onder andere de Keverdijksepolder, die wordt gekenmerkt door stuifduintjes, en de Heijntjesraken Broekerpolder. Verder naar het oosten bevinden zich meren en lage veenplassen, gevolgd door de hogere zandgronden van ’t Gooi. Aan de noordzijde liggen de Bloemendalerpolder en Gemeenschapspolder en in het zuiden de Aetsveldse polder. In de Bloemendalerpolder wordt de komende periode het natuurcompensatiegebied ’t Breedland aangelegd. De grenzen van Weesp worden bepaald door het Amsterdam-Rijnkanaal, de Vecht en omliggende polders, waarvan een deel, zoals de Aetsveldse polder, als aardkundig monument is aangewezen.
De landschappen zijn dankzij een samenhangende structuur van parken, plantsoenen en groene routes verbonden met buurten in de hele gemeente. In ontwikkelgebieden investeren we in nieuwe parken, bijvoorbeeld in Haven-Stad, op de Noordelijke IJ-oever en op het Marineterrein, waar een compact stadspark aan het Oosterdok komt. Ook onderzoeken we of het mogelijk is een 5e Amsterdamse Stadsbos in een van de groene scheggen te realiseren. Tegenover meer ruimte voor sport, spel en ontspanning in parken en landschappen staat dat we rust- en ruigtegebieden in en om de stad beschermen, zoals grote delen van de Bretten en de Oeverlanden of de Koeienweide in het Vondelpark. De inrichting van parken kan ook bijdragen aan een meer op rust geconcentreerd gebruik. Bij de Sixhaven gaan we bijvoorbeeld voor een kleinschalige groene inrichting: De Sixtuinen. Zo behouden we in en rond de stad hoge natuurwaarden en kunnen bewoners op fietsafstand rust en natuur ervaren.
4.4.2 Groen in de buurt In nieuwe buurten hanteren we een streefnorm voor groen, zodat ook in nieuwe ontwikkelingen voldoende ruimte voor plantsoenen, buurtparken en spelen en bewegen is. Straten en pleinen in bestaande buurten krijgen een groenere inrichting, met zowel grotere plantsoenen als snippergroen. Daarbij geldt het principe dat de openbare ruimte zoveel mogelijk groen wordt ingericht, tenzij dit om functionele redenen, zoals bereikbaarheid of een drukke verblijfsfunctie, niet mogelijk is. Meer straatbomen en -groen en minder steen is in de dichtbebouwde wijken binnen de ring een belangrijke klimaatambitie. In de naoorlogse wijken ligt de nadruk meer op het vergroten van de natuurwaarden en de gebruiksmogelijkheden van het aanwezige groen in combinatie met verdichting. 31
Autoluw creëert veel ruimte voor meer groen in buurten, maar met ruimte alleen zijn we er niet. Keuzes in de openbare ruimte blijven nodig. We kijken daarom verder dan het straatniveau. Gebouwen worden groener door natuurinclusief te bouwen, waarbij beplanting integraal onderdeel wordt van gebouwen. Groene daken, gevels en tuinen geven ook intensief bebouwde buurten een groen aanzicht, met meer leefruimte voor dieren. We beschermen het groen op particulier terrein, vooral binnentuinen, zoveel mogelijk en zetten in op behoud en uitbreiding van het onverharde en groene grondgebied. Groene tuinen en erven dragen bij aan licht en ruimte, zijn goed voor de gezondheid, biodiversiteit en luchtkwaliteit. Ze zorgen voor minder hittestress en meer waterberging en klimaatadaptatie.
4.4.3 Een uitdagende en gezamenlijke opgave Rigoureus vergroenen komt bovenop de ruimte die nodig is voor verkeer en vervoer, verblijven, sport en de energietransitie. Zowel boven- als ondergronds zal er vaak onvoldoende ruimte zijn om alles eenvoudig een plek te geven. Dit vraagt om het maken van echte keuzes en om slimme oplossingen, waarbij functies bijvoorbeeld worden gecombineerd. Daarbij zal het nodig zijn om verder te kijken dan de individuele straat of een opzichzelfstaand project. Groene kwaliteit vraagt ook om investeren in aanleg en goed beheer. Het vergroenen van verdichtend Amsterdam moeten we samen doen. Het vraagt om betrokkenheid van Amsterdammers bij keuzes maken en bij het beheer van het groen. We zien de kwaliteit die Amsterdammers zelf maken in volkstuinparken als inspirerend voorbeeld. Het behouden van deze unieke kwaliteiten staat bij het openbaar toegankelijk maken van tuinparken dan ook centraal. Gebruik past zich daar op aan.
Rigoureus vergroenen
32
4.5 Samen stadmaken Richting geven op hoofdlijnen en ruimte bieden aan initiatief Amsterdam wil meer ruimte voor diversiteit en eigenheid in de manier waarop we aan de gemeente bouwen. We werken als vanouds samen met professionele partijen, zoals de woningcorporaties, beleggers en grote instellingen, maar zijn tegelijk op zoek naar het verbreden van het ontwikkelpalet. Een uitdrukkelijke wens is om Amsterdammers een meer actieve en gelijkwaardige rol te geven. Dat geldt voor beheer en programmering van de eigen leefomgeving, ruimte voor lokaal ondernemerschap, programmeren van vrije ruimte, maar ook in het daadwerkelijk bouwen aan de gemeente en het invulling geven aan de energietransitie.
4.5.1 Overheid stelt kaders We bereiden ons als gemeente voor op de aankomende groeispurt. Amsterdam gaat steviger sturen op ruimtelijke hoofdlijnen en duurzaamheid, betaalbaarheid en algemene uitgangspunten voor stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit. Met eenvoudige en beknopte regels willen we een gelijk speelveld creëren, waarop meer partijen dan nu het geval is zich welkom voelen om mee te bouwen aan de gemeente. Om steviger te kunnen sturen op hoofdlijnen bouwen we een ruimtelijk instrumentarium, waarvoor het ruimtelijke beeld uit de omgevingsvisie de basis vormt. Om doorwerking van beleid, leren en tijdig bijsturen te borgen, vernieuwt Amsterdam de eigen beleidscyclus. De omgevingsvisie is daar als ‘levend document’ een belangrijk onderdeel van.
4.5.2 Amsterdam als laboratorium We willen ruimte maken voor experimenten met nieuwe vormen van cocreatie en democratische vernieuwing. Met de Omgevingswet gebruiken we nieuwe digitale middelen voor een gelijkwaardige informatievoorziening. We willen meer gebruikmaken van collectieve kennis en ondersteunen lokale visievorming en organisaties. Meer eigenaarschap en een actievere rol voor Amsterdammers als stadmakers vergroot het vertrouwen in de toekomst van de gemeente en de buurt. Hierin hebben ook de corporaties en professionele ontwikkelaars een rol.
4.5.3 Nieuwe vormen van waardecreatie We onderzoeken de manier waarop we bij ontwikkeling van de gemeente waarde creëren. Daarbij kijken we naar een brede invulling van waarde en hoe we die lokaal ten goede kunnen laten komen. We onderzoeken ook of Amsterdam zelf kan investeren in woningbouw. Dat geeft de mogelijkheid met partijen van eigen keuze te werken. Dit betekent dat zelfbouwinitiatieven zoals wooncollectieven en coöperaties een serieuze mogelijkheid worden. Het zou een verbreding van het huidige palet aan ontwikkelvormen betekenen, met grote maatschappelijke meerwaarde, zeker in de verdichtingsgebieden in de naoorlogse wijken. Nieuwe ontwikkelvormen bieden een goede kans om blijvend betaalbare huurwoningen en multifunctionele ruimtes te bouwen. Amsterdam wil daarin veel meer mogelijk maken. We onderzoeken een woningbouwfonds en stellen bouwkavels beschikbaar. Nieuwe ontwikkelvormen als collectieve zelfbouw kunnen deels voorzien in de vraag naar middeldure en sociale huurwoningen, waarbij de collectieven eigenaar zijn en verhuurder en beheerder van hun eigen complex. In onze zoektocht naar manieren om lang-cyclisch waarde aan de gemeente toe te voegen, zoeken we ook de samenwerking met de woningcorporaties en private partijen.
4.5.4 Wendbaar en duurzaam We moeten leren omgaan met onzekerheid en willen beter samenwerken met samenleving en markt. We kijken daarom met open blik naar hoe we ruimtelijke ontwikkeling in Amsterdam nu organiseren en hoe fondsen 33
en geldstromen zijn ingericht. Onze organisatie wordt ingericht op nauwe samenwerking met buurgemeenten, rijks- en regiopartners en voor een meer actieve rol van Amsterdammers. De huidige stapeling van beleid, die in projecten tot het maken van lastige afwegingen leidt, maken we beter hanteerbaar met goede afwegingskaders en beslisprocedures. Onze ontwikkelpraktijk vraagt om meer adaptieve strategieën. Voorwaardelijk bij grote investeringen is een meervoudige werking en faseerbaarheid bij uitvoering. Integraal ontwerpen, met overmaat in gebouwen en de boven- en ondergrond en gemaakt met mooie, duurzame materialen wordt de norm.
4.6 Hoofdpunten van de vijf strategische keuzes 1.
2.
3.
4.
5.
Meerkernige ontwikkeling Van uitrol centrumgebied naar een meerkernige en meer diverse verstedelijking o Regionale spreiding stedelijke voorzieningen en werkgelegenheid. o Onderscheidende ontwikkeling Nieuw-West, Zuidoost en Noord. o Twee bruggen over het IJ en een regionaal fietsnetwerk. o Uitbreiding hov en metronet en ontwikkeling stationskwartieren. Groeien binnen grenzen Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling o Ruimte voor 150.000 woningen erbij in complete buurten. o Verduurzamen bestaande buurten en woningen. o Behoud van productieve bedrijvigheid in Amsterdam. o Ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven. o Verduurzaming van de haven. o Rekening houden met klimaatverandering, het water- en het bodemsysteem. Duurzaam en gezond bewegen Heel Amsterdam een ov-, wandel- en fietsgemeente o Een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeting en bewegen. o Meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Auto’s zijn te gast. o Verkeerswegen (Gooiseweg, Lelylaan, Burg. Roellstraat) worden groene stadslanen, begeleid door bebouwing. Rigoureus vergroenen Een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor mens en dier o Openbare ruimte zo groen mogelijk inrichten. o Ontwikkeling parken (Oeverlanden, Hondsrugpark, Gaasperdakpark, Zuidasdokpark en NDSMOost). o Groene routes en ecologische verbindingen.
o Investeren in het landschap: natuurontwikkeling, kringlooplandbouw, en ruimte voor sporten en bewegen. Samen stadmaken Richting geven op hoofdlijnen en ruimte bieden aan initiatief o Gelijkwaardige (digitale) informatiepositie bij planvorming. o Buurtbatenovereenkomsten en buurtomgevingsvisies. o Grotere rol Amsterdammers bij beheer en ontwikkeling. o Ruim baan voor wooncoöperaties: naar 10% van de woningvoorraad in 2040. o Vrije ruimte als vast onderdeel van de planvorming.
Deel II Waar In dit deel beschrijven we in tekst en kaart hoe de strategische keuzes uit deel I doorwerken op het schaalniveau van de regio, de gemeente en de agglomeratie en de stadsdelen en het stadsgebied. We laten zien hoe de gekozen richtingen in Amsterdam samenhangen met de ontwikkeling van de rest van de regio en andersom hoe de ontwikkelingen elders in de regio invloed hebben op de keuzes die 34
we in Amsterdam maken. Vervolgens laat de visiekaart van Amsterdam en de agglomeratie zien op welke grote ontwikkelingen Amsterdam inzet en wat belangrijke dragers zijn voor de verandering en groei van de gemeente. Het toekomstbeeld is uitgewerkt in een ruimtelijk-programmatisch kader. Hierin zijn gemeentelijke ambities en opgaven vertaald in stedelijke netwerken voor water, verkeer en vervoer, openbare ruimte, groene verbindingen en groene plekken en plekken met stedelijke betekenis. Een verdichtingskaart geeft de kaders voor nieuwe ontwikkelingen met daarin meegenomen normen voor groen, sport en maatschappelijke voorzieningen. Er wordt ruimte gemaakt voor werken en verduurzamingsingrepen. Het ruimtelijk-programmatisch kader maakt op die manier op samenhangende en verantwoorde wijze de ontwikkeling van de gemeente mogelijk. In het hoofdstuk Stadsdelen en stadsgebied Weesp is per stadsdeel of stadsgebied uiteengezet welke opgaven en keuzes er uit de visie volgen. Deze zijn eveneens op een meer gedetailleerde kaart weergegeven. Op het niveau van de stadsdelen en -gebied liggen er uitwerkingsopgaven om opgaven en kansen met elkaar in verband te brengen. De omgevingsvisie geeft hier op hoofdlijnen richting aan.
Ten slotte geeft het hoofdstuk een samenhangende en adaptieve fasering en op hoofdlijnen inzicht in hoe de grote investeringen in bereikbaarheid en groen samenhangen met gebiedsontwikkelingen in Amsterdam.
5 Metropoolregio Amsterdam De Metropoolregio Amsterdam heeft een sterke internationale positie. Het is een stedelijke regio met 2,5 miljoen inwoners, 300.000 bedrijven en 1,5 miljoen banen, die zich uitstrekt van Zandvoort tot Lelystad, van Heemskerk tot Hilversum en van Beemster tot Haarlemmermeer. Samen met de metropoolregio’s van Rotterdam Den Haag, Utrecht en Eindhoven vormen we een magneet voor internationale kennis, arbeid en investeringen. Amsterdam wil met zijn ontwikkeling bijdragen aan het versterken van de hele regio tot een meerkernig, samenhangend en evenwichtig systeem. Daarbij streeft Amsterdam een zoveel mogelijk compacte groei binnen grenzen na. Ook de andere strategische keuzes kennen een duidelijke regionale component: de inzet op duurzaam en gezond bewegen vraagt om een regionale schaalsprong van het ov en goede fietsverbindingen. De vergroening van de gemeente krijgt mede haar beslag in de landschappen in de regio. We werken hiervoor samen met andere delen van de metropoolregio.
5.1 Duurzame en internationaal aantrekkelijke metropoolregio De Amsterdamse metropoolregio is van oudsher opgebouwd uit meerdere stedelijke kernen, omgeven door een divers en aantrekkelijk landschap. De metropoolregio, en de agglomeratie daarbinnen, functioneert als een samenhangend systeem waarin iedere gemeente een specifieke rol vervult en we elkaar aanvullen. Met de IJmond, de havens en industrie van het Noordzeekanaalgebied beschikt de regio bijvoorbeeld over een nautische toegangspoort met veel kansen voor innovatie rond duurzame energie. Tel daarbij op de recreatieve mogelijkheden in de kustplaatsen en de binnenduinrand, de internationale handel rond Schiphol en de Greenport Aalsmeer, de aantrekkelijke woonmilieus in de Gooi en Vechtstreek, de pioniersgeest van Flevoland en de karakteristieke historische dorpen van Waterland met de maakindustrie van Zaanstad. Deze variatie vormt een belangrijke kracht van de Metropoolregio Amsterdam. In de metropoolregio zijn drie typen verstedelijking te onderscheiden, die alle drie een andere functie vervullen. We willen uitgaan van de kenmerken en eigenheid van de typen en daarop voortbouwen.
5.1.1 Agglomeratie Amsterdam is de grootste gemeente van de metropoolregio. Samen met de gemeenten Zaanstad, Diemen, Ouder-Amstel en Amstelveen vormen we één stedelijk weefsel met meerdere kernen: de agglomeratie Am35
sterdam. Kenmerkend voor de agglomeratie is dat daar lokale, regionale, nationale en internationale voorzieningen en netwerken samenkomen. Dat maakt de agglomeratie een knooppunt voor uitwisseling van goederen, maar vooral ook van mensen en ideeën. Stedelijke kwaliteit, met hoge dichtheden aan wonen, werken en voorzieningen en levendige openbare ruimtes, is hiervoor de belangrijkste voorwaarde. In de Amsterdamse agglomeratie tref je economische topmilieus aan en culturele instellingen en kennis- en onderwijsinstellingen van internationaal niveau.
5.1.2 Regiokernen In een ring rond de agglomeratie liggen gemeenten waar we een nauwe functionele band mee hebben, alleen al door de forenzen die dagelijks heen en weer pendelen. Dit zijn Hilversum, Hoofddorp, Haarlem, Purmerend en Almere. Samen bieden de regiokernen plaats aan een aanzienlijk deel van de inwoners van de metropoolregio. De ooit tot groeikernen aangewezen steden Almere, Lelystad, Hoofddorp en Purmerend hebben in het verleden grote woningbouwopgaven voor de regio op zich genomen, veelal in suburbane woonmilieus. Ze vormen daarmee een belangrijke aanvulling op de woonmilieus van Amsterdam. Haarlem en Hilversum hebben al van oudsher een eigenstandige rol in de regio. Ze beschikken over een gelaagde stedelijkheid, met aantrekkelijke en gemengde centra. De stadsharten van de regiokernen zijn meestal goed met Amsterdam verbonden en hebben door hun voorzieningenaanbod een belangrijke rol voor de kleinere steden en dorpen in hun nabijheid. Denk bijvoorbeeld aan de functie die het stadshart van Purmerend voor inwoners van Middenbeemster heeft. De komende decennia willen we samen met de regiokernen werken aan het verhogen van de stedelijke kwaliteit in en rond de stadskernen. De vraag naar stedelijk wonen en werken in de metropoolregio kan daardoor ook meer dan voorheen in de regiokernen landen.
5.1.3 Dorpen en stadjes De kleinere dorpen en stadjes bieden weer andere woonmilieus aan, zoals het zeer gewilde centrum-dorpse woonmilieu. Zandvoort, Weesp of Ouderkerk aan de Amstel zijn hier voorbeelden van. Het zijn relatief kleine kernen die vrij in het landschap liggen en juist die inbedding in het landschap is een belangrijk onderdeel van hun aantrekkelijkheid, vaak samen met de kleinschalige en levendige historische kernen.
5.2 Versterken van meerkernige kwaliteit Met de ontwikkeling van Amsterdam willen we bijdragen aan de versterking, en een meer evenwichtige ontwikkeling van de meerkernige metropool. Daarom is de inzet gericht op de ontwikkeling van nieuwe stedelijke centra in de stad, die vanuit de regio goed met openbaar vervoer en fiets bereikbaar zijn, het versterken van de kwaliteit van compacte regiokernen en een toekomstbestendig en aantrekkelijk landschap.
5.2.1 Compact bouwen op goed bereikbare plekken We groeien binnen de bestaande grenzen van het stedelijk gebied, op plekken die via openbaar vervoer goed met de regio en de rest van Nederland worden verbonden. Dat doen we in stedelijke tot hoogstedelijke dichtheden. Zo maken we in de metropoolregio plek voor meer mensen en bedrijven en bouwen we verder aan een hoogwaardig voorzieningenaanbod. De verschillende stedelijke centra in Amsterdam en in de regio profiteren van elkaars relatieve nabijheid. Het zijn woon-werkgebieden die juist vanwege het belang van die nabijheid niet zomaar elders in Nederland een plek kunnen krijgen. Door binnen bestaande grenzen te bouwen kan het landschap vrij van bebouwing blijven en creëren we draagvlak voor een duurzaam en gezond mobiliteitssysteem, met zo min mogelijk uitstoot en hinder. Amsterdam biedt op die manier plaats aan ongeveer de helft van de woningbouwopgave in de regio. Door de locaties van de ontwikkelgebieden in de flanken van de gemeente verandert de oriëntatie van Amsterdam op de omgeving. Amsterdam richt zich meer dan voorheen naar de agglomeratie en de rest van de 36
regio. Wanneer het andere deel van de woningbouwopgave voor de metropoolregio compact in en nabij de centra van de regiokernen wordt gebouwd, worden de mogelijkheden voor openbaar vervoer-verbindingen vergroot. Met het verdichten van de centra ontstaat meer draagkracht voor winkels, voorzieningen en openbaar vervoer, wat bijdraagt aan de leefbaarheid.
5.2.2 Evenwichtige ontwikkeling van werk en voorzieningen De afgelopen jaren is de werkgelegenheid in Amsterdam en de Haarlemmermeer harder gegroeid dan in andere delen van de metropoolregio. Voor de komende jaren zetten we ons, samen met de partners van de metropoolregio, daarom in voor een meer evenwichtige ontwikkeling van de metropoolregio, waarbij ook in andere delen van de metropoolregio nieuwe aanvullende vestigingsmilieus ontstaan. De afgelopen jaren zijn er veel woningen gebouwd in de regiokernen die ooit als groeikern zijn aangewezen, terwijl de werkgelegenheid en het voorzieningenniveau vaak achterbleef. De noordzijde en oostflank van de metropoolregio zijn hierdoor in sociaal-maatschappelijk en economisch opzicht kwetsbaar geworden. Regiokernen als Zaanstad, Hoofddorp en Beverwijk kunnen bij verdichting van hun centra, op en rond knooppunten, profiteren van kansen die voortkomen uit verstedelijking. Grootschalige transformatie van bedrijventerreinen in Amsterdam en Zaanstad ten behoeve van woningbouw zorgt ervoor dat bedrijven deels uitwijken naar Almere, Purmerend, Haarlemmermeer, Aalsmeer en Lelystad. Beide ontwikkelingen leiden tot spreiding van werkgelegenheid. De komst van meer werkgelegenheid verbetert de sociaal-maatschappelijke positie van de inwoners.
Ook voor nieuwe vestigingen van hoger onderwijs en cultuur wordt onderzocht of deze in regiokernen een plek kunnen krijgen. Op dit moment werken we op deze wijze ook al samen met Almere aan de verdere ontwikkeling van deze regiokern. Het versterken van het ondernemersklimaat en de veerkracht van de samenleving heeft daar de komende jaren prioriteit. Amsterdam biedt tot 2050 ruimte aan ongeveer 200.000 extra banen in de gemeente. De andere helft van de verwachte banengroei is voorzien in de andere delen van de metropoolregio. Daarmee verdeelt de banengroei zich veel meer dan voorheen over de regio. Amsterdam ondersteunt de deelregio’s bij het opstellen van kwalitatieve economische profielen om de economische kracht van de regio te versterken. Hiermee wordt binnen de MRA gewerkt aan economische complementariteit, terwijl lokaal vestigingskansen worden benut in stadsharten en synergie ontstaat op bedrijventerreinen. Een evenwichtige spreiding dient ook een ander belang. Voor een economisch sterke metropoolregio zijn ook in andere delen van de metropoolregio aanvullende vestigingsmilieus nodig. Naast vestigingsmilieus voor kantoren gaat het daarbij ook om bedrijventerreinen. In Amsterdam en Zaanstad vindt grootschalige transformatie van bestaande bedrijventerreinen plaats. Bedrijven zoeken hierdoor elders naar ruimte.