CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Nota van Beantwoording zienswijzen Beleidskader Houtstook Amsterdam.pdf

RAAD 18 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Beleidskader Houtstook Amsterdam (VN2025-005635)16.791 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van Beantwoording zienswijzen Beleidskader Houtstook Amsterdam april 2025

Inhoud Samenvatting3 1 Aanleiding 4 1.1

Waarom een ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam? 

1.2

Inhoudelijke strekking van ingediende zienswijzen5

1.3

Inhoudelijke strekking van adviezen van de stadsdelen en Weesp

5

1.4

Belangrijkste conclusies van het college

5

2 Zienswijzen per thema en de reactie van het college

4

6

2.1

Steun voor ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam6

2.2

Stookverbod

2.3

Bezwaren tegen ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam8

2.4

Verhouding tot andere bronnen

9

2.5

Alternatieve maatregelen

10

2.6

Maatregelenpakket is niet voldoende

11

2.7

Gezondheid

11

2.8

Overlast 

12

2.9

Luchtkwaliteit

13

7

2.10 Afhankelijkheid van houtstook

14

2.11 Oproep tot meer maatwerk (onderscheid installaties en manier van stoken)

15

2.12 Maatregelen (1 tot en met 7)

15

2.13 Monitoring

19

2.14 Financiën

19

3 Adviezen van de stadsdelen en Weesp, en de reactie van het college 20 3.1

Inleiding

20

3.2

Advies stadsdeel Centrum

20

3.3

Advies stadsdeel Noord 

21

3.4

Advies stadsdeel West 

22

3.5

Advies stadsdeel Nieuw West 

23

3.6

Advies stadsdeel Oost 

24

3.7

Advies stadsdeel Zuid

26

3.8

Advies stadsdeel Zuidoost

27

3.9

Advies Weesp

30

4 Overzicht aanpassingen Beleidskader Houtstook Amsterdam 31 Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

2

Samenvatting Vanaf 21 oktober 2024 tot 9 december 2024 konden Amsterdammers inspreken over het ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam. Amsterdammers konden een zienswijze indienen over het ontwerp beleidskader, zowel online als mondeling, tijdens vier door de gemeente georganiseerde inloopbijeenkomsten. Tijdens de inspraakperiode zijn er in totaal 531 zienswijzen ingediend. • Ongeveer 12% van de indieners steunt het ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam en is blij dat er maatregelen komen. • Tegelijkertijd verzet ongeveer 16% zich tegen het beleid, dat zij als betuttelend en onvoldoende onderbouwd zien, terwijl een even grote groep strengere maatregelen noodzakelijk vindt. • In circa 37% (196) van de zienswijzen wordt zelfs een totaalverbod bepleit, wat dit het meest genoemde onderwerp maakt. • Daarnaast meldt 26% (138 indieners) hinder door houtkachels, pelletkachels en open haarden, vooral in dichtbevolkte wijken. • Het thema Gezondheid komt ook relatief vaak voor in de ingediende zienswijzen: ongeveer 21% ervaart klachten, vreest voor de eigen gezondheid of die van familie en/of wijst op de gezondheidsrisico’s van houtstook. De zienswijzen laten zien dat er brede steun is voor maatregelen, maar met uiteenlopende opvattingen over de strengheid ervan.

De stadsdelen en stadsgebied Weesp hebben ook adviezen uitgebracht, op uitnodiging van het college van Burgermeester en Wethouders (hierna het college). In de onderhavige Nota van Beantwoording geeft het college hierop zijn reactie. De stadsdelen en Weesp worden hierover geïnformeerd en de indieners van de zienswijzen krijgen op basis van de Nota van Beantwoording elk een individuele reactie. Vanwege de ingediende zienswijzen en uitgebrachte adviezen heeft het college een aantal aanpassingen in het beleidskader aangebracht. De ingediende zienswijzen en de adviezen van de stadsdelen en Weesp hebben het college ertoe gebracht om het ontwerp beleidskader op sommige punten aan te passen. Het gaat hierbij om de volgende aanpassingen: 1. Een grotere rol voor de gezondheidsrisico’s van houtstook voor de stoker zelf en omwonenden in de bewustwordingscampagne (Maatregel 1) 2. Voor de subsidie is een apart bestuurlijk traject georganiseerd en is sinds april 2025 aan te vragen. De subsidie is geen onderdeel van het concept Beleidskader Houtstook Amsterdam (dat later dit jaar wordt voorgelegd aan de gemeenteraad) en is stadsbreed aan te vragen (in plaats van uitsluitend voor IJburg) 3.

In het kader van maatregel 5 (maatregel 7 in het eerder ter inspraak vrijgegeven ontwerp beleidskader) zal expliciet worden gekeken naar het invoeren van een stookverbod binnenshuis bij code rood en oranje van de Stookwijzer. In 2026 volgt hiervoor een voorstel. 4. Maatregel 6 (het verbod op de aanleg van rookkanalen in nieuwbouw) uit het eerder ter inspraak vrijgegeven

ontwerp beleidskader is geschrapt uit het maatregelen­ pakket vanwege juridische bezwaren en knelpunten in de handhaafbaarheid. In het kader van maatregel 5 – genummerd als maatregel 7 in het eerder vrijgegeven ontwerp beleidskader – wordt gekeken naar de juridische en praktische haalbaarheid van een binnenshuis stook­ verbod in nieuwbouwprojecten die vanaf 1 januari 2028 worden vergund. 5. De uitvoering van een aantal maatregelen vindt op een later moment plaats; de planning hiervan is aangepast. De in het ontwerp beleidskader genoemde subsidie is echter al sinds april 2025 beschikbaar voor aanvraag. 6. De stadsdelen ondersteunen de maatregel om stroompunten voor elektrisch barbecueën te onderzoeken, maar hebben daarbij ook diverse aandachtspunten benoemd. Daarom zullen zij nauw worden betrokken bij de uitvoering van de maatregel. Deze aanpassingen worden verder uiteengezet in deze Nota van Beantwoording en verwerkt in het concept Beleidskader Houtstook Amsterdam. Dit concept wordt door het college ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. De bovengenoemde bevindingen uit de zienswijzen worden ook uiteengezet in deze Nota van Beantwoording.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

3

1 Aanleiding 1.1 Waarom een ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam? Houtstook gaat samen met de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. Tegelijkertijd veroorzaakt houtrook veel overlast. Om deze twee zaken aan te pakken heeft het college een ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam opgesteld en vrijgegeven voor inspraak. In het beleidskader worden de genoemde problemen en de voorgestelde aanpak van het college verder toegelicht aan de hand van zeven maatregelen. De aanpak richt zich op het verkleinen van de gezondheidsrisico’s voor Amsterdammers en bezoekers èn het verminderen van overlast door houtstook

In de Nota van Beantwoording wordt een overzicht gegeven van de ingediende zienswijzen en de binnengekomen adviezen van de stadsdelen en Weesp. In dit overzicht wordt tevens de reactie van het college verwoord. Op basis van alle ingediende zienswijzen en de binnengekomen adviezen van de stadsdelen en Weesp heeft het college besloten om het ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam op een aantal punten aan te passen. In paragraaf 1.5 wordt hier verder op ingegaan.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

4

1.2 Inhoudelijke strekking van ingediende zienswijzen

1.3 Inhoudelijke strekking van adviezen van de stadsdelen en Weesp

Er zijn 531 zienswijzen ingediend, waarvan de meeste online zijn ingediend. Het overgrote deel van de zienswijzen is ingediend door Amsterdammers.

Het college heeft de stadsdelen en Weesp uitgenodigd om advies te geven over het ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam. Deze adviezen lopen qua strekking soms uiteen, maar op sommige punten komen de adviezen overeen. Zo wordt vaak de voorkeur gegeven aan het geven van voorlichting over (onder meer) de negatieve gevolgen van houtstook en het stimuleren van minder dan wel schoner stoken boven meer ingrijpende regelgeving. De verwachting van de stadsdelen is dat stookverboden lastig te handhaven zijn.

Het karakter van de ingediende zienswijzen loopt sterk uiteen. Er is een grote groep mensen die graag ziet dat de gemeente verdergaande maatregelen neemt die houtstook meer beperken of zelfs verbieden. Er zijn echter ook mensen die de voorgestelde maatregelen juist te ingrijpend en/of te betuttelend vinden. Met het Beleidskader Houtstook Amsterdam kiest het college voor realistisch beleid. Er is immers sprake van een transitie die tijd vraagt en waarbij rekening moet worden gehouden met het maatschappelijk draagvlak voor het te voeren beleid. Het college kiest niet meteen voor een totaal stookverbod, maar sluit niet uit dat op termijn een dergelijk stookverbod wordt ingevoerd. Eerst wordt echter het huidige maatregelenpakket uitgevoerd en gemonitord. Twee jaar na vaststelling van het beleidskader gekeken naar het stookgedrag van Amsterdammers ten opzichte van een nulmeting uit 2022. In de tussentijd blijft de gemeente inzetten op het verhogen van de bewust­ wording over de schadelijke effecten van houtstook.

1.4 Belangrijkste conclusies van het college

Verder valt op dat er enthousiast wordt gereageerd vanuit de stadsdelen op het verkennen van de mogelijkheden om stroompunten te faciliteren voor elektrisch barbecueën. De stadsdelen uiten echter ook zorgen over deze maatregel, met name over de aanleg van de benodigde laadinfrastructuur, het beheer en onderhoud ervan, handhaving en netcongestie. Het college zal de stadsdelen daarom nauw betrekken bij de uitvoering van deze maatregel.

De ingediende zienswijzen en de adviezen van de stadsdelen en Weesp geven het college meer inzicht in aspecten die zijn verbonden aan het thema houtstook. Het is duidelijk dat dit een belangrijk thema is dat niet alleen veel Amsterdammers, maar ook de bestuurders van de stadsdelen en Weesp bezig­houdt. Deze betrokkenheid sterkt het college in de gedachte dat het goed is dat hiervoor specifiek Amsterdams beleid wordt ontwikkeld. In deze Nota van Beantwoording geeft het college een reactie op de ingediende zienswijzen van Amsterdammers en op de adviezen van de stadsdelen en stadsgebied Weesp. De ingebrachte zienswijzen en adviezen hebben het college ertoe gebracht om het Beleidskader Houtstook Amsterdam op een aantal punten aan te passen. Een overzicht van deze aanpassingen wordt gegeven in hoofdstuk 4.

Een belangrijke kanttekening is dat de ingediende zienswijzen niet per definitie representatief zijn voor hoe Amsterdammers denken over het thema houtstook. Maar zij geven wél meer inzicht in de problematiek en maken duidelijk dat er de nodige vragen leven over de (negatieve) gezondheidseffecten van houtstook en over de aanpak van de overlast die door houtstook wordt veroorzaakt. In deze Nota van Beantwoording wordt verder ingegaan op al deze aspecten.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

5

2 Zienswijzen per thema en de reactie van het college 2.1 Steun voor ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam Uit tientallen reacties blijkt een overwegend positieve houding over de voorgestelde maatregelen en de aandacht voor houtstook en de daarbijbehorende gevolgen. Deze indieners uiten hun steun voor het beleid en benadrukken het belang van een schonere lucht en een gezondere leefomgeving. Er heerst brede erkenning dat houtstook negatieve gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit en dat regulering noodzakelijk is om overlast en gezondheids­ risico’s te beperken. Amsterdammers geven aan dat zij zelf of in hun omgeving hinder ondervinden van houtrook en zijn blij dat hier eindelijk maatregelen tegen worden genomen. Meerdere zienswijzen benadrukken dat het beleid een stap in de juiste richting is en moedigen de gemeente aan om door te gaan met verdere regulering. Men ziet het als een noodzakelijke ontwikkeling die past binnen bredere milieu- en klimaatdoelstellingen. Er is begrip voor de complexiteit van het probleem, maar er wordt ook aangedrongen op een daadkrachtige en effectieve uitvoering. Zo hebben de maatregelen daadwerkelijk impact. Daarnaast benadrukken sommigen dat de communicatie en handhaving van het beleid essentieel zullen zijn om het draagvlak te behouden en ervoor te zorgen dat de maatregelen daadwerkelijk effect sorteren.

Er zijn ook indieners die aangeven dat zij het positief vinden

dat er wordt geluisterd naar de klachten over houtstook. Ze voelen zich serieus genomen en hopen dat de invoering van het beleid de overlast die zij ervaren zal verminderen. Er wordt gewezen op het feit dat houtstook niet alleen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt, maar ook bijdraagt aan sociale spanningen in buurten waar mensen elkaar aanspreken op het stoken van hout. Door regulering en duidelijke richtlijnen kunnen deze spanningen verminderd worden, zo is de verwachting. Daarnaast wordt er door verschillende indieners benadrukt dat alternatieve verwarmingsmethoden moeten worden gestimuleerd. Er is waardering voor initiatieven die bewoners helpen bij de overstap naar schonere verwarmingsopties en er wordt gepleit voor subsidies of voorlichting om mensen te ondersteunen bij deze transitie. Al met al getuigen deze reacties van een breed gedragen besef dat de huidige situatie met betrekking tot houtstook problematisch is en dat ingrijpen noodzakelijk is. Mensen spreken hun waardering uit voor de voorgenomen maatregelen en hopen dat deze daadwerkelijk zullen leiden tot een betere luchtkwaliteit en een gezondere leefomgeving voor iedereen.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

6

Reactie college Het college waardeert de brede en constructieve inbreng op het ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam. Veel indieners benadrukken het belang van dit beleidskader en erkennen de overlast en gezondheidsrisico’s van houtrook. Vooral bij windstil of mistig weer, wanneer rook blijft hangen, verslechtert de luchtkwaliteit merkbaar. Dit heeft met name impact op mensen met luchtwegaandoeningen zoals astma en COPD, die extra gevoelig zijn voor fijnstof en andere schadelijke stoffen. In verschillende zienswijzen wordt daarom gepleit voor strengere regelgeving, betere handhaving en meer voorlichting. Daarbij wordt vaak verwezen naar de beschikbaarheid van schonere en moderne alternatieven voor houtstook. Sommige indieners dringen zelfs aan op een volledig verbod. Het college neemt deze zorgen serieus, maar constateert ook dat de reacties sterk uiteenlopen. Daarom is gekozen voor een realistische en staps­gewijze aanpak. Een totaalverbod op houtstook wordt op dit moment niet voorgesteld. Wel wil het college onderzoeken of aanvullende maatregelen, zoals een binnenshuis stookverbod in nieuwbouwprojecten die vanaf 1 januari 2028 worden vergund, en een stookverbod bij ongunstige weersomstandigheden (code rood of oranje van de Stookwijzer). Voor het laatste wordt in 2026 een voorstel gedaan.

Met deze aanpak zoekt het college een evenwicht tussen het beschermen van de volksgezondheid en het stapsgewijs toewerken naar schonere vormen van verwarming. De voorgestelde maatregelen worden zorgvuldig gemonitord. Op basis van de uitkomsten en het maatschappelijk draagvlak kan het beleid in de toekomst eventueel worden aangepast of uitgebreid.

2.2 Stookverbod Oproep tot stookverbod Een aanzienlijk aantal Amsterdammers pleit voor een volledig verbod op houtstook in de stad, omdat zij houtrook als een ernstige vorm van overlast en een bedreiging voor de volksgezondheid ervaren. In totaal hebben 196 van de 531 indieners een oproep tot een stookverbod gedaan. Dit komt neer op ongeveer 37% van de indieners. Dit maakt het onderwerp ‘oproep tot stookverbod’ het meest benoemde onderwerp in de zienswijzen. Vooral Amsterdammers met luchtwegaandoeningen zoals astma en COPD ondervinden grote hinder van de fijnstof en schadelijke stoffen die vrijkomen bij verbranding. Velen merken op dat rook bij windstilte en mist blijft hangen, waardoor ramen en ventilatieroosters gesloten moeten blijven, wat binnenshuis juist voor een slechtere luchtkwaliteit zorgt. De geurhinder en irritatie aan de luchtwegen worden als onacceptabel beschouwd, en sommige bewoners geven aan dat ze dagelijks gezond­ heids­klachten ervaren door houtstook in hun omgeving. Daarnaast vinden talrijke indieners dat houtstook niet meer

van deze tijd is en dat alternatieve, schonere verwarmings­ methoden beschikbaar zijn. Zij benadrukken dat het recht op schone lucht zwaarder moet wegen dan het individuele plezier van hout stoken en zien parallellen met andere vormen van luchtverontreiniging die in de loop der jaren succesvol zijn aangepakt. Meerdere indieners wijzen op strengere regelgeving in andere steden en landen en roepen de gemeente Amsterdam op om dit voorbeeld te volgen. Zo wordt in de zienswijzen vaker verwezen naar het conditionele stookverbod in Amersfoort, waar niet gestookt mag worden bij code oranje en rood van de Stookwijzer. Volgens deze indieners is dit een effectieve maatregel tegen de overlast die wordt ervaren. Tot slot dringen velen aan op een daadkrachtige aanpak vanuit de gemeente, waarbij niet alleen regelgeving maar ook strenge handhaving nodig is om houtstook effectief uit te bannen. Naast een verbod wordt aangedrongen op meer bewustwordingscampagnes om mensen te informeren over de schadelijke gevolgen van houtrook.

Reactie college Een grote groep Amsterdammers wil dat hout stoken hele­maal wordt verboden. Zij ervaren ernstige overlast en maken zich zorgen over hun gezondheid. Vooral mensen met longziekten zoals astma en COPD hebben veel last van de fijnstof en schadelijke stoffen die vrijkomen bij hout­verbranding. Bij windstil of mistig weer blijft de rook vaak hangen. Dat zorgt voor stank, prikkende ogen of keel en slechte lucht, ook binnenshuis. Veel indieners vinden dat hout stoken niet meer past in deze tijd. Ze wijzen op schone alternatieven en noemen andere steden zoals Amersfoort, waar al een stookverbod geldt bij slechte weersomstandigheden. Toch zijn de mening­en verdeeld. Sommige indieners vinden dat de gemeente strengere regels moet invoeren, anderen vinden

de plannen juist te ver gaan of betuttelend. Het college kiest daarom voor een aanpak in stappen. Een volledig verbod komt er nu nog niet. De gemeente begint met een pakket aan maatregelen dat eerst wordt uitgevoerd en gevolgd (gemonitord). Op basis van wat dat oplevert, wordt later bekeken of het beleid moet worden aangepast of aangescherpt. Ook wordt onderzocht of er genoeg steun is voor extra maatregelen, zoals een binnenshuis stookverbod in nieuwbouwprojecten die vanaf 1 januari 2028 worden vergund, en een stookverbod bij ongunstige weersomstandigheden (code rood of oranje van de Stookwijzer). In 2026 wordt een voorstel gedaan voor het stookverbod bij ongunstige weersomstandigheden.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

7

Tegen stookverbod Verder valt op dat ongeveer 12% van de 531 indieners aangeeft dat zij tegen een totaal houtstookverbod (op alle momenten van de dag in de hele stad) zijn. Ondanks dat een totaalverbod geen deel uitmaakt van het ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam. Deze groep indieners verzet zich tegen een houtstookverbod, omdat zij houtkachels als essentieel ervaren en houtstook als traditie zien. Ze vinden een verbod betuttelend, pleiten voor schonere kachels en wijzen op grote vervuilers die volgens hen ongemoeid blijven. Ook betwijfelen ze de handhaafbaarheid en benadrukken de noodzaak van houtstook in noodsituaties. Ze vragen om maatwerk in plaats van een totaalverbod.

Reactie college 12% van alle indieners geeft aan dat ze ‘tegen het houtstookverbod zijn’. In het ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam stelt het college geen verbod voor op het stoken van hout. In het nieuwe, aangepaste beleidskader stelt het college ook geen verbod voor. Maatregel 6 (het verbod op de aanleg van rookkanalen in nieuwbouw) uit het eerder ter inspraak vrijgegeven ontwerp beleidskader is geschrapt uit het maatregelen­ pakket vanwege juridische bezwaren en knelpunten in de handhaafbaarheid. In plaats daarvan is in het nieuwe,

beleidskader een onderzoek toegevoegd naar de invoering van een binnenshuis stookverbod in nieuw­ bouwprojecten die vanaf 1 januari 2028 worden vergund. Met het Beleidskader Houtstook kiest het college voor een realistische en gefaseerde aanpak. Er wordt erkend dat het realiseren van een verbod op houtstook een transitie is die tijd vraagt. Daarom besluit het college op dit moment niet direct voor een stookverbod, maar wordt eerst het huidige maatregelenpakket uitgevoerd en gemonitord.

2.3 Bezwaren tegen ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam Ongeveer 16% van de indieners verzet zich tegen het ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam omdat ze het zien als betutteling en een onnodige inperking van hun vrijheid. Deze groep indieners geeft aan dat zij zelf kunnen bepalen of ze stoken en op welke manier. Zo geven meerdere indieners bijvoorbeeld aan dat ze nagaan bij hun buren of er sprake is van overlast. Ze vinden dat de gemeente zich moet richten op grotere problemen zoals woningnood, criminaliteit en bereikbaarheid, in plaats van het reguleren van houtstook. Veel respondenten stellen dat een kleine, vocale groep klagers onevenredig veel invloed heeft gehad op het beleid en dat de overlast wordt overdreven. Daarnaast wordt getwijfeld aan de onderbouwing van de gezondheidsrisico’s en wordt gewezen op grotere vervuilers zoals het verkeer, de industrie en Schiphol.

Houtstook wordt bovendien door deze indieners beschouwd als een eeuwenoude traditie en een belangrijk onderdeel van hun woongenot. Zij vrezen daarom dat dit beleid slechts het begin is van een reeks verdere beperkingen, zoals een verbod op barbecues en vuurkorven. In plaats van een verbod pleiten velen voor duidelijke richtlijnen en bewustwording over verantwoord stoken, zodat rekening wordt gehouden met overlast zonder onnodige restricties.

Meerdere indieners die aangeven tegen het ontwerp beleidskader te zijn, merken daarbovenop op dat bepaalde deskundige partijen, zoals de Nederlandse Haarden- en Kachelbranche (NHK), niet zijn meegenomen in de onderliggende onderzoeken en bronnen. Dit roept vragen op over de volledigheid en objectiviteit van de gebruikte informatie bij de beleidsvorming.

Enkele indieners uiten kritiek op de inspraakprocedure. Zij vinden het problematisch dat ook mensen buiten Amsterdam zienswijzen konden indienen, omdat het beleid primair bedoeld is voor Amsterdammers. Er wordt gepleit voor een strengere controle op de herkomst van reacties, zodat alleen belanghebbenden binnen de gemeente daadwerkelijk invloed hebben op het besluitvormingsproces.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

8

Reactie college Het college heeft de reacties gelezen van indieners die het niet eens zijn met het voorstel voor het nieuwe houtstookbeleid. De zorgen die zij uiten – bijvoorbeeld over betutteling of het beperken van vrijheid – worden serieus genomen. Sommige indieners geven aan dat de gemeente zich beter kan richten op andere onderwerpen, zoals het woningtekort, criminaliteit of het openbaar vervoer. Het college onderkent dat deze thema’s belangrijk zijn, maar benadrukt dat ook schone lucht en gezondheid prioriteit verdienen – zeker in een dichtbevolkte stad als Amsterdam. Ook twijfelen sommige indieners aan de informatie over de gezondheidsrisico’s van houtrook. Zij wijzen op andere vervuilers, zoals verkeer of Schiphol. Toch blijkt uit onderzoek dat houtstook na industrie een grote bron van fijnstof is (vooral het kleine stofdeeltje PM2,5). Dit is schadelijk voor de gezondheid, vooral voor mensen met bijvoorbeeld astma of COPD. Daarom wil de gemeente houtstook beter regelen, ook al hoort het voor veel mensen bij hun woongenot of traditie. Onder deze groep indieners leeft verder de zorg dat het beleid later misschien tot strengere regels zal leiden. Nu stelt het college nog géén verbod voor. Eerst worden de voorgestelde maatregelen uitgevoerd en in de praktijk gevolgd (gemonitord).

Vervolgens bekijkt het college of de maatregelen leiden tot het gewenste effect en of er meer nodig is.

Sommige indieners geven aan dat zij de inspraak­procedure niet goed vonden verlopen, bijvoorbeeld omdat ook mensen van buiten Amsterdam konden reageren. Om juist Amsterdamse belanghebbenden te bereiken, heeft de gemeente voornamelijk via haar eigen communicatie­ kanalen gecommuniceerd. Hoewel het lastig is te contro­ leren waar indieners precies vandaan komen, gaat het college op basis van de inhoud van de reacties ervan uit dat het grootste deel afkomstig is van inwoners van de stad. Een aantal indieners merkt daarnaast op dat bepaalde deskundige partijen, zoals de Nederlandse Haarden- en Kachelbranche (NHK), volgens hen onvoldoende zijn betrokken bij de totstandkoming van het beleid. De gemeente is bekend met de standpunten van de NHK en volgt de landelijke ontwikkelingen op dit gebied nauwgezet. Tijdens de inspraakperiode over het ontwerp beleidskader heeft het college contact gehad met een prominent lid van de kachelbranche in Amsterdam. Het college erkent echter dat dit contact intensiever had gekund en zal verkennen hoe relevante belanghebben­ den waar nodig beter betrokken kunnen worden bij toekomstige beleidsvorming. Omdat de meningen over dit onderwerp zo verschillen en het een ingewikkeld thema is, kiest het college voor een zorgvuldige aanpak in stappen. De komende tijd worden de maatregelen ingevoerd en goed gevolgd.

Op basis van de resultaten kan later besloten worden of er aanpassingen nodig zijn.

2.4 Verhouding tot andere bronnen Een deel van de indieners (27 zienswijzen, circa 5 procent) richt zich op de verhouding tussen houtstook en andere vervuilingsbronnen. Zij vinden dat houtstook niet los gezien moet worden van bredere luchtvervuiling door onder andere scheepvaart, afvalverbranding en wegverkeer. Zij vragen zich af of de strikte maatregelen tegen houtstook proportioneel zijn en welke daadwerkelijke winst hiermee wordt behaald zolang andere vervuilingsbronnen onverminderd blijven bestaan. Deze indieners pleiten voor een bredere analyse van de bijdrage van houtstook aan luchtvervuiling in vergelijking tot deze sectoren. Deze groep indieners wijst er ook op dat de gemeente aan de ene kant houtstook wil beperken, maar aan de andere kant het gebruik van aardgas ontmoedigt. Hierdoor zouden sommige huishoudens geen andere betaalbare verwarmings­ opties meer hebben. Een verbod op houtstook zou hen in een lastige positie brengen, aldus deze indieners. In plaats van een totaalverbod stelt deze groep indieners voor om schonere technieken, zoals filters en efficiëntere verbranding, te stimuleren. Over het algemeen vinden deze 27 indieners dat houtstook niet op zichzelf beoordeeld moet worden, maar dat het gemeentelijk beleid een evenwichtige aanpak moet hanteren waarin de grootste vervuilers eerst worden aangepakt.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

9

Reactie college In meerdere zienswijzen wordt aangegeven dat houtstook niet los moet worden gezien van andere bronnen van luchtvervuiling. Ook verkeer, scheepvaart, industrie en andere sectoren dragen bij aan ongezonde lucht. Meerdere Amsterdammers vragen zich af of het eerlijk is dat met name huishoudens worden aange­ sproken, terwijl grotere vervuilers volgens hen minder zichtbaar worden aangepakt. Het college begrijpt deze zorgen. Luchtverontreiniging is inderdaad het gevolg van verschillende bronnen, waaronder verkeer, industrie, luchtvaart, scheepvaart, mobiele werktuigen en houtstook door huishoudens. Amsterdam voert al jaren actief beleid om deze verschil­ lende vervuilingsbronnen aan te pakken. De mate van invloed die de gemeente daarop kan uitoefenen, verschilt echter. Op sommige bronnen – zoals scheepvaart en industrie – heeft de landelijke overheid meer zeggenschap. Daar waar de gemeente wél beleidsruimte heeft, wordt die benut. Denk daarbij aan maatregelen op het gebied van verkeer, kleinere vaartuigen, mobiele werktuigen en houtstook. Het beleidskader richt zich momenteel met name op het vergroten van bewustwording over de negatieve gevolgen van houtstook en het stimuleren van schonere alternatieven. Er is bewust gekozen voor een staps­ gewijze aanpak. Verboden zijn op dit moment niet aan de orde.

De gemeente blijft het beleid zorgvuldig monitoren en evalueren, en past het waar nodig aan om de effectiviteit en proportionaliteit te waarborgen.

2.5 Alternatieve maatregelen Naast de 196 indieners die vragen om houtstook te verbieden, stellen 40 indieners verschillende alternatieve maatregelen voor ten opzichte van de voorstellen in het ontwerp van het beleidskader. Zij geven de voorkeur aan oplossingsrichtingen die niet gericht zijn op een verbod, maar op innovatie, stimulering en het vergroten van bewustwording. Verschillende suggesties worden gedaan, waaronder het verplicht stellen van filters op rookkanalen, zodat fijnstofuitstoot wordt verminderd. Ook worden subsidies voorgesteld om oude kachels te vervangen door

efficiëntere, schonere modellen. Sommigen stellen voor om een stookcursus verplicht te stellen, waarbij Amsterdammers leren hoe ze op een manier kunnen stoken die zo min mogelijk schadelijke stoffen produceert. Andere indieners vinden dat de gemeente moet kijken naar bredere maatregelen om luchtvervuiling aan te pakken, zoals een versnelde elektrificatie van het wagenpark, strenger beleid op industrie en havenactiviteiten en betere isolatiemaatregelen voor woningen, zodat Amsterdammers minder afhankelijk worden van houtstook voor verwarming.

Reactie college Het college neemt kennis van de voorstellen van meerdere indieners om andere maatregelen te treffen, zoals het verplicht stellen van filters op rookkanalen of het vervangen van oudere houtkachels door nieuwere modellen. Deze alternatieven zijn bekend bij het college, maar er is op dit moment voor gekozen ze niet toe te passen, onder andere omdat er nog onzekerheid bestaat over de werking en uitvoerbaarheid ervan. De kachelbranche zelf geeft aan dat filters achteraf plaatsen net zo duur is als een nieuwe kachel en dat deze niet goed werken als de plaatsing niet goed gebeurt. Ook is er geen onafhankelijk onderzoek dat laat zien of zulke filters echt goed werken. Filters moeten bovendien regelmatig worden schoongemaakt, en daar is geen toezicht op. Ook het vervangen van oude kachels lost het probleem niet op. Nieuwe kachels stoten nog steeds schadelijke stoffen uit, zoals fijnstof. Bovendien worden ze soms juist

intensiever gebruikt, bijvoorbeeld omdat mensen er net in hebben geïnvesteerd. Hierdoor neemt de luchtvervuiling niet per se af. Alleen in specifieke gevallen – zoals bij huishoudens waar zeer intensief of vervuilend wordt gestookt – kan vervanging enige verbetering opleveren. Daarom kiest de gemeente nu voor andere maatregelen die beter uitvoerbaar zijn. Die maatregelen worden eerst getest en in de gaten gehouden. Als blijkt dat ze niet genoeg effect hebben, kunnen er in de toekomst alsnog strengere maatregelen volgen. Een van de huidige maatregelen is maatregel 5 (in het aangepaste beleidskader aangeduid als maatregel 4: Consultatietraject met bewoners vanaf 2026). Daarbij wordt per buurt onderzocht wat de knelpunten zijn, en zoekt de gemeente samen met bewoners naar passende oplossingen. Ook alternatieve voorstellen, zoals het plaatsen van filters of het vervangen van kachels, kunnen in dit traject worden besproken.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

10

2.7 Gezondheid

2.6 Maatregelenpakket is niet voldoende Naast de 16% die zich verzet tegen het voorgestelde beleid, is er ook een groep indieners die zich niet in het beleid kan vinden, maar dan omdat zij het beleid niet streng genoeg vinden. In 35 zienswijzen wordt aangegeven dat de voor­ gestelde maatregelen als onvoldoende worden beschouwd om de overlast en schadelijke effecten van houtstook effectief aan te pakken. Er is een duidelijke oproep om verdergaande stappen te nemen, zoals een algeheel verbod op houtstook in de stad of specifieke verboden per buurt, afhankelijk van de bebouwingsdichtheid, luchtkwaliteit en het aantal long­patiënten. Er wordt gepleit voor intensievere voorlichting en educatie, onder meer via scholen en persoonlijk gerichte brieven in plaats van algemene folders. Een aantal van deze indieners vreest dat de transitie naar aardgasvrij zal leiden tot een toename van houtstook, vooral in oudere panden waar warmtepompen minder geschikt zijn, waardoor de luchtkwaliteit verder verslechtert.

Reactie college

Daarnaast uiten indieners kritiek op de landelijke overheid, die volgens hen wel maatregelen neemt tegen de tabaks­ industrie en roken, maar houtstook grotendeels ongemoeid laat. Er wordt gepleit voor strengere regelgeving, zoals een vergunningsplicht en heffingen voor houtkachels. Ook wordt voorgesteld om naast houtstook op kachels, het gebruik van houtskool­barbecues in de stad te verbieden.

Wilt u meer weten over waarom er nog geen volledig stookverbod is? Lees dan verder onder het kopje 2.2 ‘Stookverbod’.

Sommige indieners geven aan ernstige overlast te ervaren, zoals rook die hun woning binnendringt, waardoor ze ventilatiekanalen moeten afsluiten en kieren moeten afplakken. Zij eisen directe en effectieve maatregelen, zoals een totaalverbod op houtstook binnen de gemeente­ grenzen, om de gezondheidsschade aanzienlijk te beperken.

De gemeente wil de overlast en gezondheidsrisico’s van houtstook aanpakken. Dat gebeurt stap voor stap. Minder hout stoken vraagt namelijk om een verandering in de samenleving, en dat kost tijd. Daarbij kijkt de gemeente ook naar wat haalbaar is en waar voldoende draagvlak voor bestaat. In het kader van maatregel 5 van het beleidskader (Onderzoek naar de regulering van houtstook in 2026) wordt wél gekeken naar de juridische en praktische haalbaarheid van een binnenshuis stookverbod in nieuwbouwprojecten die vanaf 1 januari 2028 worden vergund. In 2026 volgt daarnaast een voorstel over de vraag of en op welke wijze een stookverbod bij code rood en oranje van de Stookwijzer wenselijk en uitvoerbaar is.

Naast de inhoudelijke reacties over de maatregelen, is er een aanzienlijk aantal zienswijzen waarin Amsterdammers hun bezorgdheid over hun gezondheid en ervaren overlast delen. Ongeveer 21% van de indieners maakt zich zorgen over de gezondheidsrisico’s van houtstook en dringt aan op strengere maatregelen of een verbod. Zij wijzen op de schadelijke effecten van fijnstof, roet en andere giftige stoffen die vrijkomen bij het verbranden van hout. Vooral kwetsbare groepen, zoals mensen met astma, COPD en andere luchtwegaandoeningen, ervaren dagelijks problemen door houtrook. Veel indieners melden benauwdheid, hoesten, hoofdpijn en een algemene verslechtering van hun gezond­ heid door de blootstelling aan houtstook in hun buurt. Daarnaast wordt benadrukt dat langdurige blootstelling aan houtrook niet alleen directe klachten veroorzaakt, maar ook kan bijdragen aan ernstige ziekten zoals longkanker en hart- en vaatziekten. Sommigen vinden het onbegrijpelijk dat de gemeente Amsterdam zich inzet voor een schonere stad, maar houtstook niet strenger aanpakt terwijl de gezondheidsrisico’s vergelijkbaar zijn met die van verkeersuitstoot en sigarettenrook. Veel indieners pleiten voor strengere regelgeving, handhaving en bewustwordingscampagnes om inwoners te informeren over de gezondheidsrisico’s van houtrook.

Sommigen vinden dat houtstook in stedelijke gebieden helemaal verboden moet worden, terwijl anderen vragen om beperkingen bij bepaalde weersomstandigheden of in specifieke wijken. De algemene boodschap is duidelijk: het recht op schone lucht en gezondheid moet voorrang krijgen op het individuele plezier van hout stoken.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

11

Reactie college De gemeente betreurt het dat sommige Amsterdammers gezondheidsklachten ervaren als gevolg van houtrook. Een goede gezondheid en een schone leefomgeving zijn belangrijke uitgangspunten voor het gemeentelijk beleid. Daarom stelt het college in het beleidskader een pakket maatregelen voor om de risico’s van houtstook te verkleinen. Zo wordt de voorlichtingscampagne uitgebreid, zodat mensen beter weten hoe zij de risico’s van houtstoken kunnen verminderen. Verder kijkt de gemeente bijvoorbeeld samen met bewoners in buurten waar veel rookoverlast is naar een aanpak die past bij de lokale situatie. Daarnaast wordt wél gekeken naar de juridische en praktische haalbaarheid van een stookverbod binnenshuis in nieuwbouwprojecten die vanaf 1 januari 2028 worden vergund. Ook volgt in 2026 een voorstel over de wenselijkheid en uitvoerbaarheid van een tijdelijk stookverbod bij mistig of windstil weer (code oranje of rood van de Stookwijzer). De subsidieregeling voor het verwijderen of onbruikbaar maken van rookkanalen is inmiddels beschikbaar en kan worden aangevraagd. Twee jaar nadat het beleid is vastgesteld, beoordeelt de gemeente of de maatregelen effectief zijn en of bijsturing nodig is.

2.8 Overlast 2.8.1 Overlast door binnenstook Ongeveer 26% van de indieners meldt hinder door houtstook binnenshuis, vooral in dichtbevolkte woonwijken waar rook zich gemakkelijk verspreidt. Overlast is 138 keer benoemd in de zienswijzen en daarmee het tweede meest benoemde onderwerp. Veel bewoners geven aan dat de rook van open haarden en houtkachels hun woningen binnendringt, waardoor zij ramen en ventilatieroosters moeten sluiten om de stank buiten te houden. Dit leidt tot een slechter binnenklimaat en kan gezondheidsklachten veroorzaken, zoals geïrriteerde luchtwegen, benauwdheid en hoofdpijn. Met name Amsterdam­mers met astma en COPD ervaren een toename van klachten, vooral bij windstil weer of mist. Daarnaast vinden relatief veel indieners dat er sprake is van een gebrek aan bewustzijn bij Amsterdammers die hout stoken en dat zij beperkte mogelijkheden hebben om wat

te doen aan de ervaren overlast. Pogingen om buren hierover aan te spreken, leiden volgens deze indieners vaak tot irritatie of worden niet serieus genomen. Ook geven deze indieners aan dat meldingen bij de gemeente weinig effect hebben. Daarom pleiten zij voor strengere regelgeving en handhaving, bijvoorbeeld door het instellen van stookverboden bij ongunstige weersomstandigheden en in bepaalde gebieden. Tot slot benadrukt deze groep indieners dat houtstook niet meer past in een stedelijke omgeving en dat maat­regelen nodig zijn om overlast structureel te verminderen. Hoewel sommigen bewustwordings­campagnes als een mogelijke oplossing zien, is er een brede oproep voor strengere beperkingen of een verbod op houtstook in dichtbevolkte buurten. De algemene boodschap is dat de luchtkwaliteit en volksgezondheid voorrang moeten krijgen op het individuele recht om binnenshuis hout te stoken.

Reactie college De gemeente begrijpt de zorgen over rookoverlast door houtstook, vooral in wijken waar huizen dicht op elkaar staan. Ongeveer 1 op de 4 mensen die hebben gereageerd, geeft aan last te hebben van houtrook. Sommigen krijgen hierdoor zelfs gezondheids­klachten, zoals benauwdheid, hoofdpijn of geïrriteerde luchtwegen. Vooral mensen met astma of COPD hebben hier extra veel last van, zeker bij windstil of mistig weer. De gemeente snapt ook dat veel mensen zich machteloos voelen. Wie overlast meldt bij de gemeente of in gesprek gaat met de buren, merkt vaak dat er weinig verandert. Deze signalen worden serieus genomen.

Daarom kiest de gemeente voor een aanpak in stappen, gericht op buurten waar veel overlast is. In deze buurten wordt samen met bewoners gekeken naar het probleem en worden passende maatregelen gezocht. Ook wordt de voorlichtingscampagne uitgebreid, zodat meer mensen zich bewust worden van de gevolgen van houtstoken. Daarnaast bekijkt de gemeente in 2026 de mogelijkheid van een tijdelijk stookverbod bij windstil of mistig weer (code oranje of rood volgens de Stookwijzer). Ook wordt gekeken naar een stookverbod binnenshuis in nieuwbouw­ projecten die vanaf 1 januari 2028 worden vergund.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

12

2.8.2 Overlast door buitenstook Niet alleen door houtstook binnenshuis wordt overlast ervaren, maar ook door buitenstook. De reacties richten zich voornamelijk op rookoverlast in woonwijken, parken en bij horecagelegenheden die houtgestookte ovens gebruiken. Ongeveer 5% van de indieners heeft in zijn zienswijzen aangegeven overlast te ervaren door buitenstook. Een deel van de indieners ervaart hinder van vuurkorven, buitenhaarden en houtgestookte barbecues in tuinen en parken. Zij geven aan dat rook zich bij ongunstige weersomstandigheden ophoopt en binnenshuis doordringt, waardoor ze gedwongen worden om ramen en deuren gesloten te houden. Vooral op windstille dagen blijft de rook lang hangen, wat de overlast verergert. Daarnaast wordt specifiek gewezen op houtgestookte horecagelegenheden zoals pizzeria’s, die dagelijks grote hoeveelheden hout verbranden. Sommige indieners stellen dat deze ovens het hele jaar door rookoverlast veroorzaken en dat vooral het opstarten van de verbranding voor een piek in uitstoot zorgt. Dit zou een groter probleem zijn dan incidentele buitenstook door bewoners. Ook worden volkstuinen genoemd als plekken waar regelmatig hout wordt verbrand. Sommige bewoners pleiten daarom voor een gerichte aanpak, in plaats van een algemeen verbod op buitenstook.

Zij vinden dat een verbod op alle vormen van houtstook te ver gaat, terwijl strengere regels voor specifieke overlastbronnen effectiever kunnen zijn.

Reactie college De gemeente begrijpt dat houtstook in de buitenlucht, bijvoorbeeld barbecues of open vuren, ook tot overlast kan leiden. Overlast daarvan wordt misschien minder vaak gemeld dan de overlast van binnenshuis stoken, maar de zorgen hierover worden serieus genomen. De gemeente bekijkt of er op sommige plekken, zoals parken, stroomaansluitingen kunnen komen. Zo kunnen mensen koken of barbecueën zonder houtskool te gebruiken. Ook gaat de gemeente in gesprek met recreatieplekken waar kinderen gebruikmaken van open vuren. Samen wordt gezocht naar veilige en minder vervuilende alternatieven. Daarnaast organiseert de gemeente elke zomer een voorlichtingscampagne. Die gaat over verantwoord barbecueën en over alternatieven voor hout stoken in de buitenlucht.

2.9 Luchtkwaliteit Sommige Amsterdammers uiten hun zorgen over de schadelijke gevolgen van houtstook op de luchtkwaliteit. Ze vinden het tegenstrijdig dat de gemeente maatregelen neemt om de lucht schoner te maken, terwijl particuliere houtstook nog steeds wordt toegestaan. Houtrook wordt gezien als een van de grootste vervuilers, waarbij er zelfs meer fijnstof vrijkomt dan bij het wegverkeer. Inwoners ervaren directe overlast: rook dringt hun woningen binnen, en ze kunnen hun ramen niet openen door de stank. Er is een oproep tot meer bewustwording over de impact van houtstook op de luchtkwaliteit. Meerdere indieners stellen dat de voorgestelde maatregelen strenger moeten, bijvoorbeeld door vuurkorven in tuinen te verbieden zoals in Utrecht. Daarnaast wordt gewezen op alternatieve brandstoffen die minder slecht zijn voor de luchtkwaliteit. Ook wordt benoemd dat niet alleen houtkachels, maar ook barbecues bijdragen aan luchtvervuiling, vooral in dichtbebouwde gebieden. Een aantal indieners geeft aan volledig tegen houtstook te zijn, vanwege gezondheids­ problemen zoals astma. Kortom, er is een sterke roep om een steviger beleid dat de luchtkwaliteit in Amsterdam meer verbetert.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

13

2.10 Afhankelijkheid van houtstook Reactie college Luchtvervuiling is het gevolg van verschillende bronnen, zoals verkeer, industrie, scheepvaart, huishoudens, vliegtuigen en machines op bouwplaatsen. De gemeente Amsterdam probeert al jaren alle bronnen van luchtvervuiling aan te pakken, maar heeft vooral invloed op zaken waar zij zelf over gaat, zoals houtstook, verkeer, kleine boten en mobiele werktuigen. Op andere vervuilers, zoals industrie, grote schepen en vliegtuigen, heeft de gemeente minder directe invloed. Toch wordt ook daarvoor beleid gemaakt, waar dat mogelijk is.

Meerdere indieners benadrukken dat houtstook voor sommige huishoudens niet slechts een luxe is, maar een noodzakelijke en betaalbare manier om hun woning te verwarmen, vooral in tijden van hoge energieprijzen. Een specifiek probleem doet zich voor op woonboten, waar bewoners vaak geen aansluiting hebben op het reguliere gas- of warmtenet en afhankelijk zijn van alternatieve warmtebronnen, zoals houtkachels. Sommigen geven aan dat er in de havengebieden veel oudere woonboten liggen die niet geschikt zijn voor elektrische verwarmingsopties en waarbij houtstook de enige reële manier is om warm te blijven in de winter. Indien houtstook wordt beperkt of verboden, vrezen deze bewoners dat zij in een onhoudbare situatie terechtkomen.

Reactie college Het college is zich ervan bewust dat bewoners van woonboten afhankelijk kunnen zijn van houtstook als noodzakelijke (bij)verwarming. Woonboten hebben vaak geen aansluiting op het reguliere gas- of warmtenet. Daarnaast is de gemeente bekend met dat sommige Amsterdammers, mede door de hoge energiekosten, kiezen voor houtstook om hun woning te verwarmen. Bij eventuele verdere ontwikkeling van toekomstig beleid zal er rekening worden gehouden met deze Amsterdammers, zodat zij niet onevenredig worden geraakt door eventuele maatregelen.

Daarnaast wijzen sommige indieners erop dat huishoudens die moeite hebben om energiekosten te betalen, nu soms overstappen op hout als alternatief voor dure gas- en elektriciteitsprijzen. Een verbod zou hen verder in de problemen brengen. Er wordt gepleit voor compensatie­ maatregelen, zoals gerichte subsidies voor schonere verwarmingsopties of kortingen op energie, zodat kwetsbare groepen niet onevenredig hard worden getroffen door het beleid.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

14

2.11 Oproep tot meer maatwerk (onderscheid installaties en manier van stoken) Een aantal indieners is van mening dat het voorgestelde beleid tekortschiet door geen onderscheid te maken tussen verschillende soorten houtstook. Zij stellen dat vervuilende open haarden en moderne, efficiënte houtkachels niet op één lijn moeten worden gesteld, omdat moderne kachels schoner verbranden en minder fijnstof uitstoten. Maatregelen zouden zich volgens hen vooral hierop moeten richten in plaats van op een breed verbod. Daarnaast wordt gesuggereerd dat bewoners gestimuleerd moeten worden om oudere, vervuilende haarden en kachels te vervangen door schonere alternatieven. Dit zou een effectievere en eerlijkere benadering zijn, die beter aansluit bij technologische ontwikkelingen binnen de sector. Daarnaast zijn er meerdere zienswijzen ingediend over het onderwerp “Bewust stoken.” Amsterdammers die hout stoken geven aan dat zij dit op een verantwoorde manier doen en dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen bewust en onzorgvuldig stoken. Ze wijzen erop dat door gebruik te maken van droog, onbehandeld hout en door rekening te houden met weersomstandigheden, overlast aanzienlijk verminderd kan worden.

2.12 Maatregelen (1 tot en met 7)

Reactie college Het college is blij te horen dat veel Amsterdammers bewust kiezen voor moderne, efficiëntere houtkachels en dat zij droog, onbehandeld hout gebruiken en rekening houden met weersomstandigheden om overlast te beperken. In de flyers die Amsterdam elke winter en zomer verspreidt in het kader van bewustwordingscampagnes (maatregel 1) wordt dit actief gestimuleerd, als men ervoor kiest om toch te stoken. Het college neemt kennis van de wens om een onderscheid te maken tussen typen houtstook. Tegelijkertijd wijst het college erop dat ook met moderne kachels en verantwoorder stoken nog steeds veel ongezonde stoffen vrijkomen. Er kan nog steeds veel overlast ontstaan. Het college streeft daarom naar een evenwichtige aanpak, waarin technologische ontwikkelingen en de bescherming van de volksgezondheid samen in overweging worden genomen.

Het ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam (dat is vrijgegeven in oktober 2024) bevat een zevental maatregelen. In deze paragraaf worden de zienswijzen per maatregel samengevat, telkens gevolgd door een reactie van het college. Om herhaling te voorkomen wordt daarbij waar mogelijk verwezen naar (tekstpassages uit) de paragrafen 2.1 tot en met 2.5.

Maatregel 1 - Bewustwordingscampagne over de gezondheidsrisico’s en de overlast van houtstook breder uitrollen Er zijn 28 zienswijzen ingediend over bewustwording, oftewel 5,26% van het totaal. Indieners geven aan dat de gemeente meer zou moeten inzetten op voorlichting in plaats van op een verbod. Zij stellen voor om gerichte informatie­campagnes te starten, bijvoorbeeld via scholen, flyers en digitale kanalen zoals de Stookwijzer. Meerdere indieners vinden dat bewoners beter geïnformeerd moeten worden over de schadelijke gevolgen van houtstook, zowel voor henzelf als voor hun buren. Anderen benadrukken dat bewustwording kan helpen om slechte stookgewoonten te verminderen en zo overlast te beperken zonder dat er een totaalverbod nodig is.

Reactie college Het college kan zich vinden in dat bewustwording kan bijdragen aan het verminderen van slechte stook­ gewoonten. Hetzelfde geldt voor het benadrukken van de gezondheidsrisico’s voor de inwoner die stookt, als voor de omwonenden. Deze invalshoek zal nadruk­ kelijker worden meegenomen in de bewustwordings­ campagne.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

15

Maatregel 2 - Subsidie voor de verwijdering van het rookkanaal in 2025 Er zijn 15 zienswijzen ingediend over subsidies, wat neerkomt op 2,82% van het totaal. Een deel van de indieners ziet subsidie voor het laten verwijderen of het onbruikbaar laten maken van het rookkanaal als een effectieve manier om houtstook te verminderen zonder een volledig verbod op te leggen. Een paar indieners, die net buiten IJburg wonen, geven aan dat zij ook gebruik willen maken van de subsidie. Daarnaast is een deel van deze indieners voorstander van financiële ondersteuning voor huishoudens die hun houtkachel willen vervangen door een schoner alternatief, zoals een pelletkachel, warmtepomp of aansluiting op een warmtenet. Ongeveer 40% van de indieners binnen dit thema stelt dat subsidies (ook) moeten worden ingezet om filters of andere emissiebeperkende technieken voor bestaande houtkachels toegankelijker te maken, in plaats van een volledige overstap te eisen naar andere verwarmings­methoden. Zij vinden dat dit een realistischer en haalbaarder alternatief is dan een verbod. Daartegenover staat dat ongeveer 35% van de indieners binnen dit onderwerp waarschuwt dat subsidies alleen zinvol zijn als er voldoende betaalbare en haalbare alternatieven beschikbaar zijn.

Zij vrezen dat sommige huishoudens, met name in energiearmoede, alsnog afhankelijk zullen blijven van houtstook en dat de subsidiecriteria goed moeten worden afgestemd op deze doelgroep. Daarnaast zijn een paar indieners van mening dat subsidies gekoppeld moeten worden aan voorlichting over verantwoord stoken. Zij stellen dat enkel financiële prikkels niet voldoende zijn, maar dat er ook bewustwording moet worden gecreëerd over de impact van houtrook en het belang van schone stooktechnieken.

Maatregel 3 - Mogelijkheden onderzoeken voor elektrisch barbecueën in parken, plantsoenen en bossen in 2025

Reactie college Update – subsidie voor IJburg > stadsbreed: In het ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam, dat op 21 oktober 2024 is vrijgegeven ter inspraak, stond vermeld dat deze subsidie uitsluitend beschik­ baar wordt gesteld voor IJburg. Zowel inwoners als ambtelijke collega’s hebben aangegeven dat de behoefte breder is, vaak met als argument dat de overlast en gezondheids­risico’s ook buiten IJburg plaatsvinden. De voorgestelde insteek is daarom nu een stadsbrede subsidie, inclusief Weesp. Update – subsidie zal geen onderdeel zijn van het Beleidskader Houtstook Amsterdam: Bij nader inzien is gebleken dat deze subsidie kan worden opgenomen in een bestaande subsidieregeling. Voor de subsidie is een apart bestuurlijk traject ingericht en sinds april 2025 beschikbaar gesteld, om Amsterdam­mers eerder tegemoet te komen in de kosten voor het verwijderen of onbruikbaar maken van het rookkanaal. De subsidie wordt daarom niet opgenomen in het concept­beleidskader dat later dit jaar ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Het college waardeert de constructieve inbreng over deze subsidie en andere subsidiemogelijkheden. Ook neemt het college kennis van de signalen dat er rekening moet worden gehouden met inwoners die (deels) afhankelijk zijn van houtstook als noodzakelijke (bij)verwarming, en erkent dat gerichte communicatie in combinatie met de subsidie nodig is.

De subsidie is nu vormgegeven als pilot. Na afloop wordt geëvalueerd of een vervolg met een groter budget nodig en zinvol is. Daarover besluit het college op een later moment.

Een aantal Amsterdammers heeft gereageerd op het voorstel om stroompunten in parken te plaatsen als alternatief voor houtgestookte barbecues en vuurkorven. De meningen over dit idee lopen uiteen. Bijna de helft van de indieners binnen dit thema steunt het voorstel en ziet stroompunten als een duurzaam en praktisch alternatief dat bijdraagt aan een betere luchtkwaliteit. Zij vinden dat het aanbieden van een elektrisch alternatief de drempel verlaagt voor bewoners om minder vervuilende opties te gebruiken, vooral in drukbezochte parken waar rookoverlast een probleem kan zijn. Circa 35% van de indieners betwijfelt of dit een effectieve oplossing is. Er wordt opgemerkt dat het gebruik van stroompunten afhankelijk is van de beschikbaarheid, de locatie en de functionaliteit van de voorzieningen, en dat niet iedereen een eigen elektrische barbecue meeneemt naar een park. Daarnaast vragen sommigen zich af of de aanleg en het onderhoud van deze stroompunten opweegt tegen de daadwerkelijke milieuwinst. Een deel van de indieners vindt dat een verbod op houtgestookte barbecues te ver gaat en dat het plaatsen van stroompunten geen garantie biedt dat mensen deze ook daadwerkelijk gaan gebruiken. Zij benadrukken dat het gezelligheidsaspect van houtstook niet zomaar vervangen kan worden door een elektrische optie.

Al met al is er steun voor het idee om schonere alternatieven te bieden, maar er zijn ook zorgen over de praktische uitvoerbaarheid en de vraag of het plaatsen van stroompunten daadwerkelijk leidt tot een afname van houtgestookte barbecues.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

16

Reactie college Het college ziet dat het aanleggen, beheren en handhaven van laadinfrastructuur in parken en plantsoenen ingewikkeld is. Daarom wordt eerst onderzocht of elektrisch barbecueën een goed alternatief kan zijn voor barbecues op hout of houtskool in de openbare ruimte. In dat onderzoek wordt ook gekeken naar wat er nodig is om dit goed te regelen: van aanleg tot toezicht. Opvallend is dat in meerdere reacties op deze maatregel zorgen worden geuit over een mogelijk verbod op barbecueën. In het ontwerp van het Beleidskader Houtstook Amsterdam (oktober 2024) stelt het college echter géén barbecueverbod voor. Ook in het aangepaste voorstel dat later dit jaar aan de gemeenteraad wordt voorgelegd, komt geen verbod te staan.

Maatregel 4 - Inzetten op vervangen van stookplaatsen in recreatieplekken voor kinderen door alternatieve invulling, vanaf 2025 Een aantal indieners spreekt zich nadrukkelijk uit vóór het beperken of verbieden van houtstook en barbecueën op houtskool in natuurspeeltuinen en andere speelplekken. Zij benadrukken dat rook in deze omgevingen schadelijk is voor de gezondheid, vooral voor jonge kinderen, en onverenigbaar is met een veilige en gezonde speel­omgeving. Ook is er steun voor het vervangen van bestaande stook­ plaatsen door rookvrije alternatieven. De onderliggende boodschap is dat kinderen recht hebben op schone lucht, en dat houtrook op speelplekken onwenselijk is. Tegelijkertijd uiten enkele organisaties, zoals verenigingen en stichtingen, zorgen over de voorgestelde maatregel. Zij wijzen op het belang van (recreatief) gebruik van vuur in de openbare ruimte, waaronder koken en samenkomen rond een vuurplaats. Volgens deze partijen draagt gecontroleerde houtstook bij aan sociale cohesie en

educatie over natuur en duurzaamheid. Zij vrezen dat een algeheel verbod het karakter van natuurspeeltuinen en de betrokkenheid van buurtbewoners kan aantasten.

Reactie college Het college begrijpt de zorgen van indieners over houtstook op plekken waar kinderen spelen, zoals natuurspeeltuinen. Rook op deze locaties is schadelijk voor de gezondheid, met name voor jonge kinderen, en past niet bij een veilige en gezonde speelomgeving. Het college deelt de wens om, waar mogelijk, samen met betrokken partijen te kijken naar schonere alternatieven voor bestaande stookplaatsen. Tegelijkertijd worden de zorgen van organisaties die waarde hechten aan het gebruik van open vuur voor educatieve of sociale activiteiten, zoals scouting­ verenigingen, nadrukkelijk meegenomen in de verdere beleidsvorming. Bij de uitwerking van de maatregel wordt in overleg gezocht naar een evenwichtige aanpak die recht doet aan zowel gezondheids­ overwegingen als het educatieve en sociale belang van deze activiteiten.

Maatregel 5 - Consultatietraject met bewoners vanaf 2025 Verschillende indieners geven aan weinig vertrouwen te hebben in consultatieprocessen. Zij beschouwen eerdere participatietrajecten als ineffectief, waarbij signalen van bewoners onvoldoende zijn opgepakt. Er wordt gewaarschuwd dat gesprekken met bewoners niet mogen uitmonden in vrijblijvende bijeenkomsten zonder daadwerkelijke invloed op het beleid.

van duidelijke communicatie en maatwerk, bijvoorbeeld bij de uitrol van subsidieprogramma’s. Enkele indieners wijzen erop dat het aanspreken van buren op hun stookgedrag vaak op weerstand stuit. Zij vragen om een meer actieve of bemiddelende rol van de gemeente bij het bespreekbaar maken van overlast en het begeleiden van lokale gesprekken.

Reactie college Het college is het eens met dat de wijze van consultatie een belangrijk aandachtspunt is en dat er vervolgens wat mee moet gebeuren. Het doel van de maatregel is om samen met de buurtbewoners een aanpak tegen de overlast te ontwikkelen. Het college neemt de feedback mee over dat een meer interactieve vorm van inspraak, zoals buurtbijeenkomsten en dialoog tussen voor- en tegenstanders van houtstook, wenselijk is. Dit sluit goed aan bij onze intentie om bewoners intensiever te betrekken bij het beleidsproces. Tegelijkertijd geven indieners aan dat deze gesprekken kunnen leiden tot spanningen. Het college is bekend met dit signaal. De organisatie en invulling van de consultatietrajecten, die vanaf 2026 starten, zullen nog worden uitgewerkt. Deze feedback wordt dan ook meegenomen in de verdere ontwikkeling van het consultatieproces.

Tegelijkertijd zien andere indieners wél de waarde van consultatie, mits deze goed wordt ingericht. Zij pleiten voor het betrekken van bewoners bij het opstellen van gebiedsgerichte maatregelen en benadrukken het belang

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

17

Maatregel 6 - Verbod op het plaatsen van rookkanalen in nieuwbouw vanaf 2027 Het voorgestelde verbod op het plaatsen van rookkanalen in nieuwbouwwoningen vergund na 2027 roept verschil­ lende reacties op. De meeste indieners vinden dat hier niet mee gewacht moet worden en dat het direct ingevoerd zou moeten worden. Zij zien het als een effectieve manier om toekomstige luchtvervuiling door houtrook te beperken en nieuwbouw duurzamer te maken. Tegenstanders van het voorstel wijzen erop dat moderne houtkachels en haarden al voldoen aan strenge milieueisen

en dat deze maatregel te ver gaat. Zij pleiten ervoor om in plaats daarvan strengere emissienormen in te stellen of filters verplicht te maken, zodat verantwoord gebruik mogelijk blijft. Daarnaast zijn er zorgen over de aanpak van bestaande woningen en woonboten. Sommige indieners ervaren nu al ernstige overlast door houtrook en vinden het vreemd dat er alleen voor nieuwbouw een verbod op rookkanalen komt, terwijl in sommige gebieden met veel woonboten – waar vaak sprake is van korte afvoerpijpen – de overlast als groot wordt ervaren. Dit roept vragen op over de effectiviteit van het beleid en of het niet breder moet worden toegepast.

Reactie college Maatregel 6 (het verbod op de aanleg van rookkanalen in nieuwbouw) is geschrapt en zal niet worden uitgevoerd vanwege juridische bezwaren en verwachte knelpunten in de handhaafbaarheid. In plaats daarvan wordt in het kader van maatregel 7 (genummerd als maatregel 5 in het aangepaste beleidskader) een onderzoek gedaan naar een binnenshuis stookverbod in nieuwbouwprojecten die vanaf 1 januari 2028 worden vergund. De maatregel richt zich daarmee niet langer op het verbieden van de aanleg van rookkanalen, maar op het reguleren van het gebruik van houtgestookte installaties zelf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15981115/1