2. NL.IMRO.0363.N2003BPGST-VG02_Regels.pdf
Tekst van het document
indien de bodemverstoring betrekking heeft op een gebied met een oppervlakte kleiner dan 100 m² of een diepte van minder dan 0,50 meter onder maaiveld; 2. die het normale onderhoud betreft; 3. die reeds in uitvoering is op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt 2 (vastgesteld)
blz. 35
Artikel 9 9.1
Waarde - Cultuurhistorie
Bestemmingsomschrijving
a. De voor Waarde - Cultuurhistorie aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en versterking van de met het beschermde stadsgezicht verbonden cultuurhistorische en architectonische waarden. b. De bestemming Waarde - Cultuurhistorie is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen; c. Daar waar dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de bepalingen van artikel 6 2. in de tweede plaats de bepalingen van artikel 7; 3. in de derde plaats de bepalingen van artikel 10; 4. in de vierde plaats de bepalingen van artikel 8; 5. in de vijfde plaats de bepalingen van artikel 9. 9.2
Bouwregels
Op en onder de in lid 9.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen. De volgende te beschermen waarden dienen in acht genomen te worden: a. b. c. d.
de typerende lintbebouwingstructuur met enkele verbindingen naar het benedendijkse land; het groene en waterrijke karakter dat gedragen wordt door het zicht op de water- en groenpartijen; hoogteverschillen met het omringende land, met de typerende doorkijkjes tussen de dijkpanden; het tracé en het profiel van de dijk.
9.3
Nadere eisen
Ten behoeve van de instandhouding en versterking van de cultuurhistorische waarden kunnen nadere eisen gesteld worden aan: a. de situering, de afmetingen, de vormgeving, de kaprichting, de kaphelling en de kapvorm van hoofden bijgebouwen; b. de situering en afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals erfafscheidingen; c. de gevelindeling van hoofdgebouwen. 9.4
Nadere eisen
Ten behoeve van de instandhouding en versterking van de cultuurhistorische waarden kunnen nadere eisen gesteld worden aan: a. de situering en afmetingen van hoofd- en bijgebouwen en drijvende bouwwerken; b. de situering en afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals erfafscheidingen. 9.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.5.1
Algemeen
Het is verboden op of in de in lid 9.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de in lid 9.1 bedoelde gronden, de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: het oprichten van enig bouwwerk; het uitvoeren van graafwerkzaamheden; het uitvoeren van baggerwerkzaamheden; Gemeente Amsterdam
blz. 36
het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; werkzaamheden die de walkant kunnen beschadigen; overige werkzaamheden die de bestaande waterstructuur negatief beïnvloeden; het veranderen van het tracé en het profiel van de Waterlandse Zeedijk. 9.5.2
Uitzonderingen
Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 9.5.3
Omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.5.1 kan worden verleend indien en voor zover dit niet strijdig is met de cultuurhistorische waarden. 9.5.4
Voorwaarden
Alvorens omtrent het verlenen van een aanlegvergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de afdeling Monumenten en Archeologie van de gemeente omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de cultuurhistorische waarden niet worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele aantasting van de waarden.
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt 2 (vastgesteld)
blz. 37
Artikel 10 10.1
Waterstaat - Waterkering
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming, het in stand houden en het onderhoud van de waterkering met daarbij behorende voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. a. De bestemming 'Waterstaat - Waterkering' is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen, tenzij in de regels uitdrukkelijk anders is bepaald. b. Daar waar dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de bepalingen van artikel 6; 2. in de tweede plaats de bepalingen van artikel 7; 3. in de derde plaats de bepalingen van artikel 10; 4. in de vierde plaats de bepalingen van artikel 8; 5. in de vierde plaats de bepalingen van artikel 9.
Gemeente Amsterdam
blz. 38
Hoofdstuk 3 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt 2 (vastgesteld)
blz. 39
Artikel 12
Algemene bouwregels
Op en onder in het bestemmingsplan begrepen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de functie, waarbij het is toegestaan de in dit plan aangegeven bebouwings- en bestemmingsgrenzen te overschrijden danwel de maximale hoogte te overschrijden ten behoeve van: a. stoepen, stoeptreden, funderingen, plinten, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding van de bestemmingsgrens niet meer bedraagt dan 1 meter; b. trappenhuizen, technische installaties en vergelijkbare ondergeschikte bouwwerken, mits de overschrijding van de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter en deze worden gebouwd op tenminste 3 meter afstand van de gevel. De maximale bouwhoogte in verband met het Luchthavenindelingbesluit Schiphol moet te allen tijde in acht worden genomen; c. zonnepanelen en andere duurzaamheidsmaatregelen, mits de overschrijding van de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter en deze worden gebouwd op tenminste 1 meter afstand van de gevel. De maximale bouwhoogte in verband met het Luchthavenindelingbesluit Schiphol moet te allen tijde in acht worden genomen; d. dakterrassen, dakranden, hekwerken en balustrades, mits de overschrijding van de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1,20 meter.
De maximale bouwhoogte in verband met het Luchthavenindelingbesluit Schiphol moet te allen tijde in acht worden genomen; e. balkons en galerijen mits de overschrijding van de bebouwingsgrens niet meer bedraagt dan 2,5 meter; f. luchtbruggen.
Gemeente Amsterdam
blz. 40
Artikel 13 13.1
Algemene gebruiksregels
Algemeen gebruiksverbod
Het is verboden de in hoofdstuk 2 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving. 13.2
Aanvulling algemeen gebruiksverbod
Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 13.1 wordt in elk geval begrepen het gebruik van gronden en bebouwing ten dienste van de opslag en/of stalling van kampeermiddelen, voer- of vaartuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond en bodemspecie, puin- en vuilstortingen, en aan hun gebruik onttrokken machines, behoudens gebruik dat strekt tot realisering van de bestemming c.q. aanduiding en gebruik dat voortvloeit uit het normale dagelijkse gebruik en onderhoud dat ingevolge de bestemming is toegestaan.
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt 2 (vastgesteld)
blz. 41
Artikel 14 14.1
Algemene aanduidingsregels
Overige zone - 1
Binnen de gronden met de aanduiding 'Overige zone - 1' geldt dat bij de aanvraag om omgevingsvergunning dient te worden aangetoond dat: a. de geluidbelasting op de gevel van een gebouw waarin een gevoelige activiteit is of wordt gevestigd, of op de grens van een geluidgevoelig terrein, maximaal bedraagt: 1. 60 dB(A) voor onderwijsgebouwen; 2. 55 dB (A) voor overige objecten waarin een gevoelige activiteit is of wordt gevestigd. b. de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten niet meer bedraagt dan 2 ouE/m3 als 99,9-percentiel; c. het bepaalde onder a. en b. geldt niet als de ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone voorwaardelijke verplichting' gevestigde bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd of als uit eerder onderzoek is gebleken dat de bedrijfsactiviteiten geen onevenredige milieu-effecten hebben ter plaatse van de beoogde nieuwbouw.
Gemeente Amsterdam
blz. 42
Artikel 15
Algemene afwijkingsregels
Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels omgevingsvergunning om af te wijken van de bouw- dan wel gebruiksregels kan worden verleend, zijn burgemeester en wethouders bevoegd omgevingsvergunning te verlenen om af te wijken van de desbetreffende regels van dit bestemmingsplan met in achtneming van de volgende regels: a. gebouwen voor nutsvoorzieningen en elektriciteitsvoorzieningen zijn toegestaan met een maximale bouwhoogte van 5 meter en een maximale brutovloeroppervlakte van 30 m²; b. geringe afwijkingen zijn toegestaan welke in het belang zijn van een ruimtelijke en/of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, wegen en anderszins, of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking in situering niet meer bedraagt dan 2 meter; c. bestemmingsgrenzen worden overschreden, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; d. bestemmingsgrenzen worden overschreden voor zover dit van belang is voor het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate ten behoeve van de verkeersveiligheid en/of –intensiteit.
De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; e. de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in de bijlage bij deze regels wordt gewijzigd, ten behoeve van het toevoegen en schrappen van soorten bedrijven en het veranderen van de categorie-indeling van bedrijven, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten ten aanzien van de milieugevolgen van soorten bedrijven hiertoe aanleiding geven; f. de bepalingen in de voorafgaande artikelen worden aangepast, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan worden gewijzigd.
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt 2 (vastgesteld)
blz. 43
Artikel 16 16.1
Overige regels
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan: a. bouwplannen met betrekking tot de bevoorrading van de te vestigen functies ter voorkoming of beperking van geluidhinder voor omliggende bestaande of geprojecteerde woningen. In dat kader kunnen burgemeester en wethouders van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een akoestisch onderzoek aan hen te overleggen; b. bouwplannen met betrekking tot vluchtwegen van de te vestigen bestemmingen ter vergroting van de zelfredzaamheid van gebruikers van de bouwwerken, indien advisering van de Regionale Brandweer daartoe aanleiding geeft en voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is; c. de situering, omvang, exploitatietijden en toelaatbare geluidbelasting daarvan op omliggende woningen van ongebouwde terrassen in de openbare ruimte met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat.
Gemeente Amsterdam
blz. 44
Hoofdstuk 4 Artikel 17 17.1
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig ontheffing verlenen van het gestelde onder a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het gestelde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 17.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het gestelde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan_Klaprozenbuurt 2 (vastgesteld)
blz. 45
Artikel 18
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Klaprozenbuurt 2. De volledige naam is de aanhaaltitel.
Gemeente Amsterdam