CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Monitor 1 Beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid 2021-2025.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 12 juli 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsinformatiebrief rondom dakloosheid (VN2023-016071)30.136 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Resultaat beleidsactie 2.5.4; beleidsperiode 2021: In 2021 meldden in totaal 75 economisch dakloze personen zich aan voor een tijdelijke woonplek via project ‘Onder de Pannen’, 11 van de 75 economisch daklozen betrof jongvolwassenen. De vraag is of er sprake van uitbreiding is. In 2021 zijn er met 2 hotels afspraken gemaakt voor het beschikbaar stellen van 10-15 kamers per hotel voor economisch dakloze personen. Met overige hotels zijn er vanuit de regiogemeenten geen afspraken gemaakt rondom een bepaald of maximaal aantal kamers dat zij beschikbaar stelden. In de loop van 2022 worden hier echter wel afspraken over gemaakt. Enerzijds zijn de nieuwe afspraken een gevolg van het grotendeels verdwijnen van corona, anderzijds volgen zij na negatieve ervaringen met de doelgroep. Tabellen 9(a) en 9(b) bieden een overzicht van het totaal aantal passantenpensions in de regio, met daarbij het cumulatieve aantal in- en uitstroom gevallen van economisch dakloze personen in 2021 en van gezinnen in het geval van de ‘Parenthouse’.

Tabel 7. (a) Opvang capaciteit, instroom passantenpensions in regiogemeenten 2021 Locatie & begeleidingsaanbod 2021

Capaciteit

Graaf Janlaan (begeleiding aanwezig tijdens kantooruren) Bovenkerkerweg (ambulante begeleiding vanuit de RBG) Parenthouse

14

Totale aantal unieke instroom

} 52* 6

3

*dit getal is een schatting

62

Tabel 7. (b) Aantal personen in opvang, aantal keren reserveringslijn gebeld, uitstroom en instroom passantenhotels HVO-Querido en hoogte wachtlijst in 2021 Periode

Totaal aantal plekken in passantenpensions

01-01-2021 191 over 5 tot 31-12-2021 locaties***

8790 keer reserveringslijn gebeld

Uitstroom

Instroom

Hoogte wachtlijst op 31 december 2021

148

148

218

*** wegens COVID is er tijdelijk op enkele locaties afgeschaald.

In 2021 waren er in totaal 191 plekken beschikbaar verdeeld over 1 passantenhotel en 4 passantenpensions. Verblijf in een passantenpension is in principe voor de maximale duur van 6 maanden, daarna kan overplaatsingen naar een ander passantenpension plaats vinden als nodig. De inen uitstroom in een jaar (148) gerelateerd aan het aantal plekken (191) duidt op een gemiddelde verblijfsduur van 1,3 jaar. In 2021 is vaker gebeld naar de reserveerlijn van het passantenhotel (zie figuur 3.6, pag. 36), onduidelijk is of dit het gevolg is van een toegenomen vraag of van andere procedures in de keten.

63

Speerpunt 3: Goede ondersteuning op maat Op het moment dat een Amsterdammer zich meldt, wordt er samen met de betrokkene naar opvang of onderdak gezocht. Daarnaast richt de ondersteuning zich ook op andere leefgebieden en ligt de focus op maatschappelijk en economisch herstel.

3.1 Strengere selectie bij toegang MOBW-keten Actie beleidsprogramma: 3.1.1 Plaatsing door bindingsfunctionaris buiten Amsterdam 3.1.2 Pilot ‘Wonen buiten Amsterdam’

Indicatoren: 3.1.1 Aan mensen die in 2021 doorstromen naar regio/gemeenten met beter perspectief. 3.1.2 (a) Aantal afgebogen cliënten vanuit instroomregio in 2021. 3.1.2 (b) Aantal toekenningen bijstandsuitkering.

Resultaat beleidsactie 3.1.1 & 3.1.2; beleidsperiode 2021: In 2021 stroomden met behulp van de bindingsfunctionarissen in totaal 12 personen door van de Centrale Toegang Maatschappelijke Opvang (CTMO) naar een regiogemeente. In totaal zijn 10 cliënten afgebogen vanuit de instroomregio. De pilot ‘Wonen buiten Amsterdam’ kan het beste beschreven worden als een methode waar meerdere zorgpartijen zich voor inzetten, een centrale registratie voor deze pilot is er niet. Vanuit WPI is ter ondersteuning van de methode een workshop en woonwaaier ontwikkeld. WPI en Wonen registreerden in 2021, 115 unieke aanmeldingen bij de pilot voor advies en financiële ondersteuning. In andere gemeenten werden 68 lotwoningen gevonden en vonden vanuit de pilot 58 verhuizingen plaats, waarbij het om 33 huishoudens uit de Noodopvang voor gezinnen en hotels ging. WPI heeft als uitkeringsinstantie een faciliterende rol en loste waar mogelijk ook financiële en praktische belemmeringen op zodat verhuistrajecten zo soepel mogelijk verliepen. Aan huishoudens uit de Pilot “Wonen Buiten Amsterdam” totaal werd er 44 keer bijzondere bijstand toegekend, met een gemiddeld bedrag van € 4.474 per casus. aan huishoudens om de verhuizingen buiten Amsterdam te realiseren. Ook hebben 36 personen adviesgesprekken gekregen zonder dat dit leidde tot een concreet woningaanbod maar wel zoektips.

WPI constateert dat maatschappelijke partners steeds vaker inzetten op de pilot Wonen buiten Amsterdam.

64

3.2

Nachtopvang en noodopvang gezinnen

De noodopvang is een onmisbare eerste opvangplek voor dakloze personen. Vanuit hier start de weg naar maatschappelijk herstel. Plekken in de noodopvang zijn schaars, daarom wordt instroom tot de noodopvang strikt gereguleerd door de GGD en verbonden aan instroom criteria. Cliënten krijgen professionele ondersteuning en aansturing gedurende hun verblijf in de nachtopvang. Voor personen die zich in een acute precaire situatie bevinden bestaat de mogelijkheid om opgenomen te worden op een crisisplek. Extra noodbedden zijn wisselend beschikbaar om de doelgroep beter te kunnen bedienen.

Acties beleidsprogramma: 3.2.1 Instroom nachtopvang en noodopvang wordt beperkt 3.2.2 Er zijn altijd 10 plekken beschikbaar

Indicatren: 3.2.1 (a) Monitor buurtteams / procesomschrijving toegang nachtopvang na toetsing a.d.h.v. toelatingscriteria. 3.2.1 (b) Aantal beschikbare plekken noodopvang 3.2.2 Ervaringen veldwerk/vangnet m.b.t. beschikbaarheid bedden

Resultaat beleidsactie 3.2.1 & 3.2.2; beleidsperiode 2021: 3.2.1 Officieel zijn er 302 noodopvang plekken beschikbaar voor de regio Amsterdam-Amstelland. Dat is zonder de 54 plekken op de T6 voor EU burgers en ongedocumenteerde personen. Cijfers en monitoring ontbreekt van het aantal individuele personen en gezinnen die door tussenkomst van het buurtteam wegbleven of aankwamen bij de nachtopvang. Om de instroom tot de nachtopvang te beperken zijn verschillende acties ingezet: In 2021 liep de pilot ‘Doorpakbedden’ in samenwerking met Veldwerk. Doorpakbedden zijn - zoals vanuit de pilot bedoeld - voornamelijk ingezet voor repatriëring. De pilot krijgt steeds meer bekendheid onder verschillende zorgpartijen en professionals, waardoor hier ook actiever naar doorverwezen en gebruik van gemaakt wordt. Het intake proces voor een doorpakbed en het organiseren van doorpakbedden voor vrouwen is logistiek uitdagend gebleken. Hoewel de pilot in het begin een beetje stroef op gang kwam lijkt langzamerhand steeds beter te lopen en is er besloten dat de pilot doorloopt zolang deze succesvol is. Wachtlijst-registratie voor de nachtopvang verschilt per aanbieder. Er bestaan verschillende werkgroepen om de Dag en Nacht Opvang (DNO) te verbeteren. Eén daarvan is gericht op de wachtlijsten en hoe deze in te richten als dat nodig is.

In september 2021 liepen er gesprekken en is er een heisessie-nachtopvang gehouden om het beleid rondom de nachtopvang te bespreken. Met het vaststellen van de begroting 2020 heeft de raad besloten dat de Noodopvang Gezinnen wordt afgebouwd naar 200 plekken. Daartoe zijn o.a. per 1 april 2021 de criteria voor de opvang van zelfredzame gezinnen aangepast. De opvang is bedoeld voor Amsterdamse dakloze gezinnen die de afgelopen vier jaar legaal in Nederland hebben verbleven en in Amsterdam hebben gewoond. De bezetting in de noodopvang daalt gestaag tussen de 5 en 10 gezinnen per maand. De afname van het aantal gezinnen is mogelijk te verklaren door de aangescherpte criteria en de gewijzigde

65

toegangsprocedure. Sinds 2022 is er weer een stijging van het aantal opgevangen gezinnen geconstateerd, deze cijfers worden opgenomen in de rapportage van maart 2023. Gezinnen die niet in aanmerking komen voor opvang verblijven meestal in hun eigen netwerk. Het structureel beschikbaar houden van noodbedden bleek in de praktijk een lastig verhaal. Er waren noodplekken beschikbaar, maar konden deze volraken. Bovendien is het constant uitbreiden van noodbedden om daarmee structureel 10 plekken beschikbaar te houden niet mogelijk en kwam het voor dat noodbedden leegstonden. - In 2022 zijn er het hele jaar door 30 extra noodplekken i.p.v. 96 alleen in de wintermaanden. - Eind 2022 lopen de plekken af. 3.2.2 Ervaringen van Veldwerk en Vangnet m.b.t. de beschikbaarheid van plekken in situaties van nood worden in de loop van 2022 verzameld en meegenomen in de rapportage van 2023.

Actie beleidsprogramma: 3.2.3 Vanaf verblijf de nacht- of noodopvang gezinnen wordt een persoonlijk plan maatschappelijk herstel opgesteld.

Indicator: 3.2.3 procesomschrijving en gemaakte afspraken ihkv verbetering begeleiding naar en in de noodopvang.

Resultaat beleidsactie 3.2.3; beleidsperiode 2021: Ter bevordering van het maatschappelijk herstel bij cliënten bieden professionals in de noodopvang herstelgerichte ondersteuning. Herstelgerichte ondersteuning in nachtopvang beslaat 2 fases; - Eerste opvang voor plaatsing op de wachtlijst met begeleiding van verwijzer - Opvang na plaatsing op de wachtlijst; met begeleiding van aanbieder (nu trajecthouder, later mogelijk Buurtteam of Amsterdam Extra). Wachtlijstbegeleiding zelf wordt geboden aan verblijvers in nachtopvang en elders. In 2021: - Er is in kaart gebracht hoe de ondersteuning in de nachtopvang eruit ziet om vervolgens te bepalen hoe deze meer herstelgericht ingericht kan worden. - Ook is nodig gebleken een plan te maken m.b.t. het in kaart brengen van de ondersteuning in de nachtopvang tijdens de wachtlijst, zodat deze doorontwikkeld kan worden. Aldus komt er eerst een plan ‘hoe het in kaart te brengen’, dan het in kaart brengen en vervolgens het ‘meer herstelgericht’ maken. - Er is een heisessie geweest over de nachtopvang inclusief begeleiding, van daaruit is er gekeken hoe een beleid/plan te realiseren voor een betere herstelgerichte ondersteuning. - Ook hebben een aantal sessies met stakeholders plaatsgevonden om de dag- en nachtopvang te optimaliseren. Hoe dit maatschappelijk herstel vorm te geven is daar ook onderdeel van geweest en wordt verder uitgewerkt.

66

3.3 Resourcegroepen methodiek Cliënttevredenheid met inzet van de resourcegroepen methodiek wordt (mede)onderzocht en (mede)geëvalueerd in het kwalitatieve onderzoek dat door Meetellen wordt uitgevoerd vanaf april 2022 tot en met december 2022. De resultaten hiervan worden meegenomen in de rapportage van maart 2023. 3.4 Aanbod voor economisch daklozen MOBW ontwikkelde de afgelopen jaren specialistische kennis over GGZ, verslaving en sociale problematiek. Na de uitvoering van de pilot ‘Huizen van de Wijk’ werd deze kennis ook toegankelijk voor de doelgroep economisch daklozen. Het beschikbaar stellen van deze kennis vergroot de mogelijkheden voor passende ondersteuning.

Actie beleidsprogramma: 3.4.1 Expertise en aanpak van De Regenboog Groep wordt geborgd bij buurtteams en regiogemeenten.

Indicatoren: 3.4.1 (a) procesbeschrijving kennisoverdracht RBG naar buurtteams. 3.4.1 (b) cliëntervaring economisch daklozen t.a.v. voldoende ondersteuning vanuit de buurtteams.

Resultaat beleidsactie 3.4.1; beleidsperiode 2021: Het team maatschappelijk werk van De Regenboog Groep geeft trainingen aan medewerkers van de buurtteams in Amsterdam en regiogemeenten om kennisoverdracht te realiseren op het gebied van dakloosheid; in het bijzonder economische dakloosheid. Deze kennisoverdracht is erop gericht om professionals die met eerder genoemde doelgroepen werken te ondersteunen in het ontwikkelen van expertise, om adequaat aan te kunnen sluiten bij de problematiek en hulpvragen. Resultaten die betrekking hebben op deze beleidsactie zijn eerder beschreven in resultatensectie 1.4.2. De cliëntervaringen worden mede-onderzocht en geëvalueerd in het kwalitatieve onderzoek dat door Meetellen wordt uitgevoerd vanaf april 2022 tot en met december 2022. De resultaten hiervan worden meegenomen in de rapportage van maart 2023.

67

3.5 Herstelgerichte benadering in voorliggende domeinen De overgang van cliënten die al ondersteuning krijgen vanuit voorliggende domeinen naar de MOBW -keten wordt verbeterd en ingericht aan de hand van herstelondersteunende begeleiding. De resourcegroepen methodiek wordt breed ingezet en binnen de jeugdzorg wordt gewerkt met JIM en Big Five. Professionals vanuit het gemeentelijk sociaal domein sluiten hier tijdig bij aan, zodat de overgang tussen voorliggende voorzieningen en de vervolgbegeleiding soepel verloopt. Actie beleidsprogramma: 3.5.1 Resourcegroepen methodiek wordt toegepast bij voorbereiding op eigen plek in de wijk. 3.5.2 In het geval van jongvolwassenen wordt gewerkt met JIM en de Big Five 3.5.3 De overgang tussen b.v. GGZ opname en ambulant begeleid wonen verloopt soepel

Indicatoren: Procesbeschrijving

Resultaten beleidsacties 3.5.1-3.5.3, beleidsperiode 2021: De resultaten m.b.t. beleidspunt 3.5 worden meegenomen in de rapportage van maart 2023.

3.6 Wachtlijstbegeleiding: Alle cliënten op de wachtlijst hebben begeleiding, voortbouwend op resourcegroepen methodiek. Cliënten die in aanmerking komen voor MOBW krijgen direct begeleiding om een passieve wachtlijst en de kans op verslechtering in zijn of haar situatie te voorkomen. Door begeleiding op te starten zodra een cliënt op de MOBW wachtlijst terecht komt, kan er direct gewerkt worden aan hersteldoelen.

Actie beleidsprogramma: 3.6.1 Landelijke Plan van aanpak 1 januari 2021, vernieuwen toegang tot MOBW-trajecten. 3.6.2 Amsterdam Extra geeft de wachtlijstondersteuning verder vorm

Indicator: - Procesomschrijving en aantal cliënten op de wachtlijst met intensieve begeleiding

Resultaten beleidsacties 3.6.1 & 3.6.2, beleidsperiode 2021: Ten aanzien van wachtlijstbegeleiding voor de doelgroep ‘individueel begeleid wonen' hebben in 2021 in totaal 446 unieke cliënten wachtlijstbegeleiding gekregen. Op 21-2-22 zijn er 232 cliënten in begeleiding. Wachtlijstbegeleiding is ook mogelijk vanaf locatie, deze aanpak heet 'uitbreiding wachtlijstbegeleiding', en van hieruit zijn er in totaal 90 cliënten overgedragen aan aanbieders om te kunnen starten met wachtlijstbegeleiding.

68

3.7 Toeleiding naar werk en school/onderwijs voor jongvolwassenen Met de aanpak ‘Meer Kans op Werk Jongeren’ worden jongeren van verschillende doelgroepen begeleid richting passend werk en/of school. De begeleiding is gericht op het wegnemen van belemmeringen zoals schulden en psychische problemen en om te bemiddelen in de zoektocht naar werk, school of dagbesteding.

Acties beleidsprogramma: 3.7.1 WPI biedt jongeren een breed aanbod aan reintegratievoorzieningen aan. 3.7.2 Aanpak Meer Kans Op Werk Jongeren.

Indicatoren: 3.7.1 Aantal jongeren dat wordt begeleid en die uitstromen richting betaald werk. 3.7.2 procesomschrijving voor de aanpak jeugdwerkloosheid.

Resultaten beleidsacties 3.7.1 & 3.7.2; beleidsperiode 2021 tot en met medio maart 2022 : Tabel 8 laat zien dat er vanuit WPI afdeling Werk en Opleiding Jongeren in 2021, 5367 jongeren begeleid zijn richting school en werk. Daarnaast zijn er 4127 jongeren in datzelfde jaar uitgestroomd richting betaald werk. Medio maart van 2022 is het aantal jongeren in begeleiding 8698.

Tabel 8. Toeleiding Werk en Opleiding Jongeren richting werk en onderwijs in 2021. Toeleiding naar: School en werk Werk In begeleiding van afdeling: Werk en Opleiding Jongeren

Aantal jongeren 5367 4127

Periode

Aantal jongeren 8698

Peilmoment

2021 (heel) 2021 (heel)

13-02-2022

De aanpak jeugdwerkloosheid is geïntensiveerd. Dit heeft WPI gedaan door bestaande initiatieven te verstevigen en eventueel aan te passen aan de nieuwe instroom, nieuwe initiatieven te lanceren die passend zijn voor de doelgroep die door corona bij WPI hebben aangeklopt voor hulp, maar ook door op zoek te gaan naar jongeren die deze hulp goed kunnen gebruiken. Ook is WPI samenwerking aangegaan met het interne- en externe netwerk en is er ingezet op het leveren van maatwerk en het kunnen geven van persoonlijke aandacht door een verlaagde caseload. Dit is gedaan door extra personele capaciteit in te zetten. Daarnaast werkt WPI in toenemende mate datagestuurd. Door de Coronacrisis constateerde WPI een toename in het aantal dak- en thuisloze jongeren. Door hierop te acteren en ook in te zetten op jongeren waarbij dak- of thuisloosheid dreigt, wordt er preventief gewerkt. Dit doet WPI door hen sneller toekomstperspectief te bieden. De capaciteit van het team van het Jongerenpunt voor Dak- en Thuislozen is vergroot om jongeren meer persoonlijke aandacht te kunnen geven en ervoor te zorgen dat WPI de instabiele situatie waarin deze jongeren zich bevinden eerder kan stabiliseren. 69

WPI handelt preventief door zich in de genoemde problematiek te verdiepen en vervolgens maatwerk te leveren, zoals het tijdelijk afzien van de Kostendelersnorm. Door de hoeveelheid bestaande en nieuwe initiatieven te laten aansluiten op de kwetsbare jongeren doelgroep, heeft WPI jongeren sneller kunnen helpen aan een beter toekomstperspectief en daarmee zet de dienst zich in om te voorkomen dat jongeren dak- of thuisloos worden. Ook is WPI verder gegaan met het verstevigen van het netwerk, om vroegtijdig te zorgen dat de problemen niet hoger oplopen dan nodig doordat jongeren tijdig bij WPI in beeld komen. Vanaf 2020 is de Gemeente gestart met de aanpak Jongeren Schuldenvrije Start (JSS). Jongeren worden begeleid bij het oplossen van hun schulden door een jongerenadviseur van WPI en een jongerenschuldhulpverlener van de buurtteams. Door gedurende het traject te werken aan doelen van het perspectiefplan – dat zij opstellen met WPI jongerenadviseur – kunnen jongeren in plaats van in 3 jaar tijd in 2 jaar schuldenvrij zijn. Het JSS-perspectiefplan kan dak- en thuisloze jongeren ruimte bieden te werken aan het stabiliseren van hun woon- of zorgsituatie. Sinds de start in 2020 zijn er tot en met december 2021, 254 jongeren ingestroomd in het traject.

70

3.8: Schuldhulpverlening aan economisch daklozen Financiële Dienstverlening en Budgetbeheer (FiBu) ondersteunt kwetsbare Amsterdammers met een bijstandsuitkering in het omgaan met geld. Op die manier zorgen ze ervoor dat mensen niet opnieuw in de problemen en schulden komen. Dat gebeurt onder andere door de vaste lasten te betalen en geld te reserveren voor te verwachten kosten en schuldhulpverlening. Gezamenlijk monitoren de ‘dedicated klantmanager’ en de schuldhulpverlener de cliënten om hen te helpen met het oplossen van schulden en aldus uitval uit de interventies te voorkomen. Acties beleidsprogramma: 3.8.1 Economisch daklozen krijgen ook toegang tot FiBu. 3.8.2 Alle 600 cliënten met briefadres en financiële problemen krijgen een aanbod voor schuldhulpverlening in 2021.

Indicator: 3.8.1 Economische daklozen (ingeschreven bij JVG) met briefadres. 3.8.2 Aantal economisch daklozen met schuldhulpverlening

Resultaten beleidsacties 3.8.1 & 3.8.2; beleidsperiode 2021: Voor het opzetten van een cohort/focus aanpak inclusief extra begeleiding voor klanten met een briefadres en financiële problemen zijn er extra middelen beschikbaar gesteld. Vanaf december 2020 is de doelgroep die eerst uit ongeveer 600 bestond uitgebreid naar 1498 personen een deel van deze klanten is tijdelijk geplaatst in een hotel en kreeg naast verblijf intensieve begeleiding zoals beschreven in resultatensectie 2.5.1 . Vanaf de uitbreiding van het klantenbestand economisch daklozen naar 1489 nieuwe dossiers is WPI intensief klanten gaan benaderen. In juni 2022 is het aantal bereikte klanten 1132 en moet de dienst nog met 357 klanten spreken. Tabel 9. biedt een overzicht van het verloop van de cohort/focus aanpak vanaf december 2020. Tabel 9. Aantal klanten bij start cohort/focus aanpak (2020), reeds gesproken (dec.2020- mei 2022) en nog te spreken na mei 2022. Aantal klanten start cohort/focus aanpak (december 2020) Aantal klanten reeds gesproken (dec. 2020 tot en met mei 2022) Aantal klanten nog te spreken (na mei 2022)

1489 1132 357

Bron: WPI

In 2021 stonden er in totaal 2256 economisch dakloze personen ingeschreven met briefadres bij de Jan van Galenstraat. WPI registreerde in 2021 in haar klantenbestand van economisch daklozen een uitstroom van 400 klanten die deel uitmaakten van WPI cohort/focus aanpak en vanuit de uitkering naar niet-gesubsidieerd werk zijn uitgestroomd. In de periode van februari 2021 tot en met mei 2022 zijn er 95 klanten naar schuldhulpverlening toegeleid. Naast het bieden van hulp op het gebied van financiële en schuldenproblematiek werd samen met cohort/focus aanpak klanten ingezet op het maken van een persoonlijk perspectief plan en de nodige begeleiding hiernaar in te richten. Daar waar mogelijk is werd ter vergroting van de financiële zekerheid ingezet op uitstroom richting betaald werk en daar waar geen perspectief op duurzaam verblijf in

71

Amsterdam mogelijk was om verhuizen daarbuiten te stimuleren en financieel mogelijk te maken (zie resultaten 3.1.2). 3.9

Pilot Maatwerk Dak- en Thuislozen uitkering

Met de pilot ‘Maatwerk Dak- en Thuislozenuitkering’ onderzocht WPI wat de gevolgen zijn voor economisch daklozen bij het op maat aanbieden van een hogere uitkering, begeleiding, of opvang. Onderzoek Informatie en Statistiek bracht in beeld waar bepaalde economisch daklozen het meest mee geholpen zijn. 24

Acties beleidsprogramma: 3.9.1 Met de pilot ‘Maatwerk Dak en Thuislozen Thuislozenuitkering’ doet WPI onderzoek naar de gevolgen van maatwerk voor economisch daklozen.

Indicator: n.v.t.

Resultaat uit extern onderzoek: Uit de evaluatie van de pilot ‘Maatwerk Dak- en Thuislozenuitkering’ kwam naar voren dat financiële stress, maar ook huisvestingsstress het ‘doenvermogen’ van mensen aantast, wat leidt tot verminderde zelfredzaamheid. De ervaring van de deelnemers van de pilot was dat hoewel een hogere uitkering helpt, het niet zorgt voor structurele oplossingen. Onderdak en intensieve begeleiding daarentegen helpen om de stress te verminderen en bieden ook de hulp en de rust die men nodig heeft om verder te komen. Deze aanpak loopt nog tot en met 2022.

24 Bron: https://openresearch.amsterdam/nl/page/66447/evaluatie-pilot-economisch-dakloze-amsterdammers

72

3.10 Eigen regie over budget krijgen: Verbetering kwaliteit FiBu Deelnemers aan de FiBu kunnen begeleiding krijgen waarbij ze leren weer zelf de regie te krijgen over hun budget. Ook gaat de FiBu experimenteren met zaakwaarneming, binnen deze ondersteuningsvorm gaan financiële poststukken van de cliënt direct naar de FiBU ter behandeling. Aan het digitaliseren van de dienstverlening via het Krefia portaal wordt de komende jaren gewerkt ter vergroting en verbetering van het ondersteuningsaanbod voor cliënten. Acties beleidsprogramma: 3.10.1 Eigen regie, zaakwaarneming, dienstverlening

Indicator: 3.10.1 (a)

(b)

Aantal unieke deelnemers FiBu (indicator voor 3.10 en 4.2) over geheel 2021 per peildatum: 01-01-2021/01-072021/01-01-2022 Procesbeschrijving en gebruik Krefia portaal

Resultaten beleidsacties 3.10.1; beleidsperiode 2021: FiBu heeft een klantenbestand dat bestaat uit ongeveer 1800 personen. Daarnaast wordt voor een groep van ongeveer 300 klanten de Inning Eigen Bijdragen van de 24-uurs opvang verzorgd vanuit de FiBu. Hier is geen sprake van budgetbeheer maar eerder een uitvoering door de FiBu die vergelijkbaar is met een incasso-bedrijf. -Vanuit een pilot ‘zaakwaarneming’ komt financiële post rechtstreeks bij de FiBu binnen ter preventie van nieuwe schulden en om inzicht te krijgen in de persoonlijke financiën van klanten. Deze dienst kan gezien worden als een lichte variant van bewindvoering, die vanuit een vrijwillig kader wordt geboden aan cliënten. - Vanuit de digitale berichtenbox (Krefia) kunnen klanten via de app foto’s maken van persoonlijke rekeningen en deze in de berichtenbox Krefia plaatsen, op deze manier blijven de klanten inhoudelijk betrokken bij de uitvoering van hun financiële handelingen.” Profiel afhankelijk biedt het Krefia portaal in verschillende gradaties de mogelijkheid tot regie uitoefening met betrekking tot financiële zaken van en door klanten zelf. Van de 1800 FiBu klanten heeft iedereen toegang tot “profiel 1”: inzage. Hiernaast is er ook “profiel 2”: inzage + opnemen.

“Profiel 3” is nog niet in gebruik, maar zal zo ingericht worden dat mensen ook; kunnen muteren, het budgetplan kunnen wijzigen en zelf betalingen kunnen verrichten.

73

3.11

Inzetten op snellere doorstroom en gefaseerde afbouw (MOBW producten)

Aangezien de meeste cliënten die langdurig aanspraak maken op beschermd wonen tegenwoordig onder de vallen, kan de ambulantisering binnen het segment van de WMO worden geïntensiveerd. Vanaf 2022 wordt zowel voor Begeleid Thuis1 als voor Beschermd Verblijf (MOBW) een realisatieafspraak van de cliëntenpopulatie vastgelegd. Hierbij zullen ook afspraken worden gemaakt omtrent uitstroompercentages. Beschikkingen worden voor maximaal een jaar afgegeven, met daarbij de mogelijkheid om uitzonderingen te maken. Uitzonderingen worden gewogen in de Centrale Toegang.

Resultaten beleidsacties 3.11.1 & 3.11.2; beleidsperiode 2021: Acties beleidsprogramma: 3.11.1: Inzetten op snellere doorstroom en gefaseerde afbouw. 3.11.2: Inzetten op snellere doorstroom en gefaseerde afbouw (MOBW producten).

Indicatoren: 3.11.1 Gemiddelde verblijfsduur intramuraal beschermd verblijf tot uitstroom naar ambulant begeleid thuis. 3.11.2 Gemiddelde duur van trajecten per product MOBW (begeleid thuis of beschermd verblijf).

De MOBW-ketenregistraties laat zien dat het totaal aantal in- en doorstromers voor de MOBW tussen 1 januari en 1 december 2021 is gedaald. Het overzicht in tabel 1. suggereert enerzijds een dalende ontwikkeling in het aantal Amsterdammers die voor maatwerkvoorziening(en) instroomt en anderzijds een stijgende ontwikkeling van het aantal personen die binnen de maatwerkvoorzieningen doorstoomde. Figuur 5. Totale wachtlijst en wachtlijst beperkt tot nieuwe MOBW aanmeldingen en gemiddelde wachttijd. 2000 1743

1384

1500 1000

795

20

1484

1596

699

632

576

500

15 10 5

0

0 1-1-2021

1-4-2021

1-7-2021

1-10-2021

Totaal Wachtlijst (incl. doorstroom) Waarvan nieuw MOBW gem. wachttijd (mnd) Bron: Afdeling Zorg

De totale wachtlijst bestaat uit mensen die nog niet van een MOBW maatwerkvoorziening gebruik maken (instromers) en mensen die op de wachtlijst staan om door te stromen binnen de MOBW. Op 1 oktober behoort 42% van de mensen tot de instromers. De wachtlijst zelf is met 21% afgenomen in de eerste 3 kwartalen van 2021 maar de gemiddelde duur dat mensen op de wachtlijst staan is toegenomen. Op 1 oktober 2021 was op basis van bovenstaand overzicht de gemiddelde wachttijd 18,6 maanden, echter moet erbij vermeld worden dat er grote verschillen zijn in de wachttijden tussen de verschillende ketens. In de context monitor is daarom per keten gekeken naar de gemiddelde wachttijd.

74

Figuur 6. Wachtlijst uitstroom met het aantal cliënten per uitstroomreden 2020, 2021 1000

938

900 800 700

606

600 500

437

400 292

300 200 100

124 79

91 13

38

2636

1118

47

7

37

2 11

0

Wachtlijst uitstroom - aantal cliënten per uitstroomreden 2020 Wachtlijst uitstroom - aantal cliënten per uitstroomreden 2021 Bron: Afdeling Zorg

In 2021 stroomden er in totaal 606 cliënten van de wachtlijst uit in de richting van de MOBW, dit is meer dan een verdubbeling ten opzichte van 2020. Het aantal verhuizingen richting een omslagwoning steeg ook, deze ging van 79 in 2020 naar 124 in 2021. Het lukte 91 cliënten in 2021 om zelfstandig of met behulp van het eigen netwerk om aan huisvesting te komen, dit is opvallend meer vergeleken met 2020, toen dit 13 cliënten lukte. Een stijging is zichtbaar in 2021 in alle hierboven vermelde uitstroom categorieën.

75

3.12

Zelfregie versterken middels ondersteuningsplan

Gedurende een hulpverleningstraject heeft iedere cliënt een persoonlijk ondersteuningsplan dat leidend is voor de begeleiding door verschillende zorgaanbieders. Het ondersteuningsplan is samen met de cliënt opgesteld. Centraal in het plan en de begeleiding staat het aansluiten bij de leefwereld van de cliënt en het ervaren en versterken van zelfregie. Door de cliënt meer eigenaarschap te geven, verwachten we dat de cliënt op een duurzame wijze kan uitstromen, waardoor de kans op terugval in dakloosheid verkleint. Over welke cliënten gaat dit?

Acties beleidsprogramma: 3.12 Zelfregie versterken middels ondersteuningsplan.

Indicatoren: 3.12 (a) Cliënttevredenheid bij cliënten met ondersteuningsplan bij een van de zorgaanbieders of een buurtteam. 3.12 (b) Aantal unieke deelnemers met/zonder ondersteuningsplan.

Resultaten beleidsacties 3.12, beleidsperiode 2021: De data voor dit punt is gedeeltelijk afhankelijk van de buurtteam monitor, deze wordt ontwikkeld vanaf het 2e kwartaal 2022. De cliënttevredenheid wordt (mede)0nderzocht en (mede)geëvalueerd in het kwalitatieve onderzoek dat door Meetellen wordt uitgevoerd vanaf april 2022 tot en met december 2022. De resultaten hiervan worden meegenomen in de rapportage van 2023.

76

Speerpunt 4 Duurzaam maatschappelijk herstel Het bepalen van het moment waarop een cliënt van de ene fase overgaat naar een andere gedurende het hulpverleningstraject is maatwerk. Zowel te vroeg als te laat afschalen brengt het risico op terugval met zich mee. Het kan ook voorkomen dat een cliënt klaar is voor de volgende fase in zijn/haar traject (zoals uitstromen uit MO/BW), maar dat vanuit de aanbodkant (nog) niet mogelijk is om aan te sluiten op de hulp/zorg vraag van de cliënt, waardoor er alsnog stagnatie ontstaan in het hulpverleningstraject. Essentieel is dat gedurende het hele hulpverleningstraject, maar ook na uitstroom, borging van het maatschappelijke herstel goed georganiseerd wordt om het risico op nieuwe bestaansonzekerheden te minimaliseren.

4.1 Inzetten op brede ondersteuning richting maatschappelijk herstel; cliënt houdt toegang tot brede interventies Acties beleidsprogramma: 4.1.1 Inzetten op brede ondersteuning richting maatschappelijk herstel; cliënt houdt toegang tot brede interventies. 4.1.2 Aanbieders in de keten (Buurtteams Amsterdam, Ambulante Ondersteuning, MOBW-aanbieders) verankeren deze werkwijze in de uitvoering.

Indicatoren:

4.1.1

4.1.2

Aantal personen dat in een jaar wordt aangemeld bij de MOBW waarvan bekend is dat zij eerder zijn uitgestroomd uit de MOBW keten naar een zelfstandige woning. Procesbeschrijving.

Resultaten beleidsacties 4.1.1 & 4.1.2; beleidsperiode 2021: Om terugval in verminderde zelfredzaamheid en MOBW afhankelijkheid te voorkomen is het wenselijk dat de toegang tot het brede aanbod van interventies voor cliënten gedurende het gehele flexibel beschikbaar blijft. Het tijdig kunnen op- en afschalen van ondersteuning draagt bij aan een duurzaam herstel. Ter borging van het hersteltraject – nadat de cliënt de MOBW is uitgestroomd – krijgt iedereen een plan om terugval te voorkomen. Keten-breed (Buurtteams Amsterdam, Ambulante Ondersteuning, MOBW- aanbieders) is er geïnvesteerd in het verankeren van de werkwijze waarin cliënten structureel de MOBW uitstromen naar een omslagwoning met een borgingsplan. Voor de implementatie van het borgingsplan bij uitstroom is er een plan van aanpak opgesteld om stakeholders te informeren over het ‘Stappenplan Wonen’ en hoe dit moet worden ingezet. Is dit een uitleg van het plan, of is dit daadwerkelijk gebeurd? In 2021 was er bij 95 personen sprake van heraanmelding bij een MOBW voorziening. Dit houdt in dat zij 3 maanden tot 2 jaar na afronding of afsluiting van hun eerdere hulpverleningsproces opnieuw zijn aangemeld voor een MOBW traject.

77

Figuur 7. Heraanmelders 2021 per MOBW keten 42

Aantal heraanmelders

45 40

34

35 30 25 20 15

10

10 5

3

1

5

0 MO-Meerzorg

BW-LVB

Gezinnen

Jong Volw

Volwassenen

BW

Bron: Afdeling Zorg

Figuur 7. toont dat de groep heraanmelders voor MOBW voorzieningen in 2021 voor het grootste deel bestaat uit beschermd wonen kandidaten (44%), hierna volgt de groep voor maatschappelijke opvang volwassenen ( 36%). Het aantal heraanmelders voor overige voorziening bij elkaar genomen was met 20% relatief klein ten opzichte van de BW en MOV groep, hoewel er rekening gehouden moet worden met het aantal kandidaten voor MOBW en MOV hoger ligt vergeleken met de rest.

4.2 Begeleiding bij financiële zelfredzaamheid en werk (hetzelfde als 3.8)

4.3: Housing first, work second Beleidsactie 4.3: “Housing First, work second”; meer aandacht voor huisvesting

Indicatoren: 4.3 (a) Aantal unieke trajecten “Housing First” kandidaten op wachtlijst 4.3 (b) Jaarlijks aantal personen uit de doelgroep voor wie reintegratievoorzieningen aangeboden worden. 4.3 (c) Jaarlijks aantal mensen in “Housing First”, dat begeleid worden op weg naar werk/dagbesteding. 4.3 (d) Jaarlijks aantal ex-dak en thuislozen dat betaald werk krijgt.

Resultaten beleidsacties 4.3; beleidsperiode 2021: Informatie niet beschikbaar.

78

4.4 Respijtvoorzieningen

Beleidsactie 4.4 Uitbreiding respijtvoorzieningen

Indicatoren: 4.4 (a) Aantal unieke cliënten per jaar. 4.4 (b) Bezetting bedden (bezettingsgraad, gemiddelde duur en aantal verblijfsperiodes). 4.4 (c) Procesbeschrijving: Uitbreiding van pilot ‘Het Lichthuis’/respijtvoorzieningen in de stad.

Resultaten beleidsacties 4.4 beleidsperiode 2021: In Amsterdam bestaan er verschillende vormen van respijtvoorzieningen, dit geldt zowel voor verblijf als voor (avond) inloop. Voor psychiatrische patiënten die thuis wonen zijn er (weekend) avonduren ontmoetingsplekken gecreëerd vanuit pilot ‘Het Lichthuis’. De pilot ging juli 2020 van start en wordt in 2022 verder uitgebreid van 2 naar 4 ontmoetingsplekken in de stad. Uit de data opvraag is gebleken dat er op dit moment nog niet wordt gemonitord hoeveel personen jaarlijks gebruik maken van de pilot. HVO-Querido heeft in respijthuis Amerbos 11 kamers beschikbaar voor thuiswonende Amsterdammers die respijt zoeken uit de thuissituatie. De Regenboog Groep beschikt over +/- 10 respijtplekken. Er is besloten over de uitbreiding van ‘Het Lichthuis’, een pilot over een ontmoetingsplek voor psychiatrisch patiënten die thuis wonen. Het wordt uitgebreid naar 4 plekken in de stad. Voor de lange termijn komen er meer middelen beschikbaar om de uitbreiding van respijtvoorzieningen structureel te borgen. Het wordt opgenomen in de subsidieverordening. 4.5 Wooncirkels en andere tussenvormen

Beleidsactie 4.5: Wooncirkels en andere tussenvormen

Indicator: 4.5 Procesbeschrijving; wat zijn gemaakte afspraken en wat er al bereikt is.

Resultaten beleidsacties 4.5 beleidsperiode 2021: Om de stap voor de cliënt van intramurale zorg naar een zelfstandige woonplek kleiner te maken zijn de Centrale Toegang en zorgaanbieders samen met woningcorporaties bezig met de vormgeving van wooncirkels en andere tussenvormen. Voor de nieuwe aanbesteding ligt de ontwikkelopgave om bij nieuwe partijen erop aan te sturen dat zij de verzorging van wooncirkels en andere tussenvormen op zich nemen. Ook wordt er nagedacht over hoe om te gaan met nieuwe initiatieven van tussenvormen, zoals familie-initiatieven en andere wooninitiatieven.

79

Deel III Resultaten oriënterend kwalitatief onderzoek In de opdracht voor de kwalitatieve monitor, zoals genoemd in het beleidsprogramma, zijn een aantal thema’s benoemd die binnen de kwalitatieve monitoring meegenomen worden, namelijk: toegankelijkheid van informatievoorziening en aanbod, ondersteuning bij vraagverheldering, mate van zelfregie, benutten van de kwaliteiten en krachten van een cliënt en diens sociale omgeving, inclusiviteit van aanbod en bejegening. Aan een klankbordgroep en expertmeeting bestaande uit Amsterdammers met ervaring met dak- en thuisloosheid, ervaringsdeskundige professionals of belangenbehartigers, en andere professionals die te maken hebben met ondersteuning bij dak- en thuisloosheid of psychische problematiek, zijn bovenstaande thema’s voorgelegd. Met hen is besproken wat zij vanuit hun eigen praktijk en ervaring onder deze thema’s verstaan, en welke onderwerpen zij nog missen als het gaat om ondersteuning bij dak- en thuisloosheid. Uit dit oriënterend onderzoek komt veel input voor de onderzoeksthema’s van de kwalitatieve monitoring naar voren. De resultaten zijn in dit hoofdstuk per thema uiteengezet.

1. Situatie De situatie waar de Amsterdammer in verkeert, wordt niet expliciet als thema benoemd in de opdracht voor de kwalitatieve monitoring. Echter is het voor een brede monitoring van belang een begrip van de situatie waarin een persoon verkeert te krijgen, alvorens te kunnen onderzoeken hoe iemand de ondersteuning ervaart. Zo is het belangrijk om te weten hoe het met iemands gezondheid (mentaal en fysiek) gaat om een beeld te krijgen van diens situatie. Daarnaast is het voor de context waarin iemand zich bevindt bijvoorbeeld belangrijk om te weten hoe lang iemand al dakloos is, waar iemand verblijft en wat diens financiële situatie is en of iemand een betrokken netwerk heeft. Zo stelt de klankbordgroep dat deze factoren van invloed kunnen zijn op de mate waarin iemand om hulp kan vragen of hulp kan ontvangen.

2. Toegankelijkheid van het ondersteuningsaanbod en ondersteuning bij vragenverheldering De toegankelijkheid van het ondersteuningsaanbod en ondersteuning bij vraagverheldering is een belangrijk thema binnen de ervaringen van dak- of thuisloze Amsterdammers. Naast dat de expertmeeting onderschrijft dat het proces van instroom in de keten sneller kan, associeert de klankbordgroep dit thema ook met brede bereikbaarheid van instanties (openingstijden, locatie, middelen voor contact). Daarnaast is de aanwezigheid van geïnformeerde medewerkers van belang. Niet alleen moeten zij goed bereikbaar zijn, maar zelf ook outreachend werken en vragen stellen. Deze verschillende componenten zorgen ervoor dat de MOBW-keten toegankelijker wordt.

3. Toegankelijkheid informatievoorziening Ook het thema toegankelijke informatievoorziening speelt een rol in de ervaringen met ondersteuning in de stad. Het gaat hierbij om begrijpelijke en toegankelijke informatievoorziening voor iedereen: in verschillende talen en vormen (elektronisch, telefonisch, op locatie, via flyers). Daarnaast is het essentieel dat deze informatie daadwerkelijk kloppend en up-to-date is. Ten slotte onderschrijft de klankbordgroep dat een belangrijke rol binnen de informatievoorziening vanuit de gemeente is weggelegd voor het wijzen op rechten en mogelijkheden voor de Amsterdammer.

80

4. Zelfregie Alhoewel zelfregie een belangrijk onderwerp is in de ondersteuning bij dak- en thuisloosheid, neemt dit volgens de ervaringsdeskundigen en experts niet weg dat hulp (vragen) en steun nodig blijft wanneer mensen niet in de positie verkeren om zelf hun volgende stap te kunnen bepalen. De juiste balans in ondersteuning tussen zelf doen en hulp kan uiteindelijk de zelfregie van de persoon ook versterken.

5. Begeleiding in het systeem van regels en organisaties Begeleiding in het systeem van regels en organisaties wordt niet expliciet genoemd als pijler binnen de opdracht voor de monitor voor dit beleidsprogramma. Echter komt er uit de klankbordgroep en expertmeeting naar voren dat het geïnformeerd de wegwijzen, het liefst door één professional, aan dakof thuisloze mensen die misschien niet (volledig) in aanmerking komen voor de bestaande ondersteuning, een belangrijk onderwerp is. Het gaat hierbij om het niet wegsturen, maar doorverwijzen, of door middel van het toepassen van maatwerk inventariseren wat er wel mogelijk is. Dit geldt ook voor mensen die wel in aanmerking zouden komen voor de MOBW-keten, maar om wat voor reden dan ook vast komen te zitten in het systeem van regels en organisaties. 6. Benutten krachten van de cliënt en diens sociale omgeving De ervaringsdeskundigen en experts onderstrepen het belang van het inzetten van krachten en kwaliteiten van de persoon en diens netwerk zelf. Echter plaatsen zij daarbij de kanttekening dat het netwerk alleen betrokken kan en moet worden wanneer dit gewenst en mogelijk is.

7. Inclusiviteit van aanbod Inclusiviteit wordt ten eerste gezien als ontsluitende ondersteuning: ondersteuning voor iedereen die te maken heeft met dak- en thuisloosheid. Daarnaast staat een inclusief aanbod volgens de experts om een divers, cultuursensitief aanbod. Ook vraagt inclusief aanbod om maatwerk: om het maken van aanpassingen en uitzonderingen om de ondersteuning bij iemands specifieke situatie aan te laten sluiten. Inclusiviteit wordt uiteindelijk gezien als het aansluiten bij iemands (ondersteunings-)behoeftes. 8. Bejegening Klantgericht, duidelijk en gelijkwaardig contact is essentieel in de ondersteuning van mensen die dak- en thuisloos zijn. In het contact tussen de professional en de Amsterdammer is een relationele benadering en het stellen van vragen van belang. Deze vorm van contact kan er aan bijdragen dat iemand zich meer gehoord en begrepen voelt.

81

4

Conclusie en beschouwing

Onderstaand volgt de belangrijkste bevindingen van de contextmonitor en de belangrijkste resultaten naar speerpunt. Het beleidsprogramma vormt een doorontwikkeling en aanvulling op de doorlopende ondersteuning die de gemeente organiseert bij (dreigende) dakloosheid. Inleidend worden enkele kernindicatoren van deze doorlopende ondersteuning in kaart gebracht, de relatie tussen vraag en aanbod, en een aantal indicatoren die de brede trends in de maatschappij beschrijven die gerelateerd zijn aan het risico op dakloosheid (context-monitor). Amsterdam kende op 1/1/2022 3971 plaatsen met woonbegeleiding in MOBW maatwerkvoorzieningen variërend van een individuele voorziening met ambulante begeleiding tot een voorziening met 24-uurs begeleiding. De maatschappelijke opvang voor gezinnen en Jong Volwassenen hebben ieder 12% van de plaatsen, de Volwassenen en Beschermd Wonen (met GGZ problemen op de voorgrond) 76%. Voor de mensen die dakloos zijn en (nog) geen gebruik maken van de MOBW is er een breed palet aan voorzieningen in Amsterdam. In een periode met winteropvang zijn er zo’n 1330 plaatsen in Amsterdam, waarvan 337 voor de MOBW groep, 64 voorzieningen zijn specifiek voor buitenlandse groep zonder rechtmatig verblijf in Nederland25 en 492 voor economische daklozen.

In de winter van ‘21/’22maakten er gemiddeld 254 mensen gebruik van de winteropvang en buiten de zomerperiode biedt ook het stoelenproject plaats aan 50 mensen (precieze indeling in tabel 3.1). Daarnaast is er noodopvang voor gezinnen waar op 1/1/2022 door 201 gezinnen gebruik van werd gemaakt. Hoewel het percentage Amsterdammers dat van een inkomen op of onder het sociaal minimum rond moet komen afneemt neemt de groep die langdurig (tenminste 4 jaar) in deze situatie leeft toe. Desondanks neemt het aantal huisuitzettingen wegens huurschuld bij woningcorporaties af en is in 2021 met 33 lager dan ooit. Het aantal nieuwe verhuringen is toegenomen (van gemiddeld 7500 in 2020 naar ruim 8.000 in 2021). Ook het deel van de woningen waarvoor het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen bemiddelt neemt toe (2117 in 2021). Daarbinnen zijn er 810 woningen voor wonen met begeleiding. De wachtduur voor een sociale huurwoning voor starters is onverminderd hoog (ruim 10 jaar). Deze wooncrisis is onder andere terug te zien in de toename van het aantal uitkeringen/briefadressen bij WPI tot 2417 in juni 2022. Het gaat daarbij naast mensen die dakloos zijn om mensen die ergens inwonen waar zij zich niet in kunnen schrijven (bijvoorbeeld mensen die in Passantenhotels verblijven). Bij de passantenhotels is het aantal mensen dat dagelijks belt om een plek gestegen.

Voor de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen nemen de wachtlijsten niet toe en is er bij de volwassenen zelfs sprake van een daling. Of het hier werkelijk gaat om een daling van het aantal kwetsbare mensen met huisvestingsproblemen, of dat we hier te maken hebben met organisatorische veranderingen (de afbuiging in het kader van de Wet Langdurige Zorg en de introductie van buurtteams) moet nog worden uitgezocht. Bij de MOBW verloopt de instroom stroef. De mediane periode voordat iemand duidelijkheid krijgt of hij/zij een indicatie krijgt voor de MOBW is 8 maanden. Ook in de tweede fase (vanaf vaststelling tot instroom MOBW) is dit 8 maanden. Beide wachttijden zijn overigens korter bij jongvolwassenen. Deels wordt deze periode doorgebracht in de ‘kortdurende dag-,nachtopvang’. Dit gaat echter zowel ten koste van een goede zorg voor deze kwetsbare groep als van de capaciteit van de nachtopvang. Op een nacht met winterkoudeopvang verbleven er naar schatting ±150 personen op straat, zonder winterkoudeopvang wordt het aantal geschat op ±250. Het gaat daarbij in grote meerderheid om 25 Excusief Landelijk Vreemdelingenvoorzieningen.

82

mensen uit andere EU-lidstaten of om ongedocumenteerde mensen van buiten de EU. Ook in de winteropvang zelf neemt het percentage personen met de Nederlandse nationaliteit af (22% in 2021/22). Mogelijk heeft de uitbreiding van de kortdurende dag- en nachtopvang daar een positieve bijdrage aan geleverd. Van de mensen die zich bij de Jan van Galenstraat melden is op dat moment een minderheid op straat of in de nachtopvang. Mensen die op de wachtlijst voor MOBW staan maar geen gebruik maken van de kortdurende dag-,nachtopvang worden zelden gezien in de winterkoudeopvang. Naast de hulpverlening is er ook de politie die met dakloosheid op straat wordt geconfronteerd, zij registreert steeds vaker overlast door dakloze mensen.

De acties in het beleidsprogramma zijn geordend in vier speerpunten. Speerpunt 1. Vroegsignalering en Vroeginterventie Het beleidsprogramma zet in op het voorkómen van dakloosheid door vroegtijdig dreigende dakloosheid te signaleren, en door het preventieve aanbod toegankelijk te maken en te voorzien van voldoende expertise op het gebied van dakloosheid en bijkomende zorgvragen. 2021 is voor een aantal ambities vooral een ontwikkeljaar geweest. De buurtteams zijn bezig hun expertise op het gebied van dakloosheid te versterken, regiogemeenten hebben een regioplan opgesteld om het voorkomen van en bij dakloosheid vorm te geven en voor het Daklozenkantoor is een voorstel opgesteld en grotendeels goedgekeurd. Onafhankelijke cliëntondersteuning is in 2021 daarom nog door de drie onafhankelijke partijen afzonderlijke geboden (Bureau Straatjurist, Daklozenvakbond, MDHG). Door het ontbreken van cijfers over de inzet van de buurtteams voor de doelgroep met huisvestingsproblematiek is het op dit moment niet duidelijk in hoeverre deze doelgroep in 2021 de buurtteams heeft bereikt en op welke wijze zij zijn ondersteund of doorverwezen. De cijfers van de Centrale Toegang Maatschappelijke Opvang laten een daling zien van het aantal aanmeldingen, zowel van de doelgroep met een indicatie voor MOBW als de doelgroep zonder deze indicatie.

Door het ontbreken van inzicht in het werk van de buurtteams is het niet duidelijk of er nu een groep tussen de wal en het schip valt of dat de instroom in dakloosheid kleiner is door ondersteuning en preventief ingrijpen van de buurtteams. Voor jongeren en jongvolwassenen zijn in 2021 in het kader van vroegtijdige signalering meerdere interventies ingezet die zich richten op een betere informatievoorziening, educatie en bewustwording van financiële verantwoordelijkheden. Er zijn geen cijfers bekend over het bereik van deze interventies. Daarnaast is ingezet op het voorkomen van de negatieve effecten van de kostendelersnorm, door op maat uitzonderingen te kunnen maken. Ook is, mede dankzij de G4-lobby, landelijk de kostendelersnorm onder de 27 jaar afgeschaft. Voor volwassenen zijn in 2021 een aantal aanpakken in het kader van vroeginterventie geïntensiveerd. Daarbij zien we een duidelijk stijging van het aantal gemelde en bereikte huishoudens door Vroeg Eropaf en het aantal budgetadvies-gesprekken dat WPI voert bij signalen van financiële problematiek. Ook het bereik van briefadressen is gestegen en het ondersteuningsaanbod aan mensen met een briefadres is geïntensiveerd.

Dit sluit aan bij de lessen uit de pilot met een verhoogde uitkering voor daklozen, waaruit bleek dat alleen financiële steun niet werkt in deze setting van een zeer beperkt aanbod aan huisvestingsmogelijkheden. Het aantal huisuitzettingen door woningcorporaties vanwege huurschuld is gedaald in 2021. Ook particuliere verhuurders moeten melden bij Vroegeropaf; of hier ook een daling in huisuitzettingen is geweest is niet duidelijk. Landelijke cijfers wijzen hier wel op.

83

Speerpunt 2. Vergroten woonoplossingen Het beleidsplan formuleert woonoplossingen voor verschillende doelgroepen. Het aantal sociale huurwoningen is in 2021 toegenomen; het aantal vrijgekomen woningen is ook toegenomen. Ook de beschikbaarheid van sociale huurwoningen voor kwetsbare groepen is in 2021 toegenomen, evenals het aantal woningen met begeleiding (omslagwoningen). Voor economisch daklozen zijn verschillende woonoplossingen ontwikkeld, via welke een substantieel aantal mensen (zo’n 270) onderdak hebben gevonden. Er is echter ook een wachtlijst van ruim 370 personen. Daar waar we inzicht hebben in de uitstroom vanuit deze voorzieningen, vindt bijna de helft duurzame woonoplossing bij uitstroom. De andere helft valt terug in tijdelijke oplossingen. In 2021 waren er totaal 191 plekken beschikbaar in passantenhotels. Passanten kunnen in principe 6 maanden gebruik maken van een plek. Ook in de regio zijn passantenhotels geopend. Deze capaciteit lijkt beter aan te sluiten bij de vraag dan voorheen, de wachtlijst is kleiner geworden, echter werd de reserveringslijn vaker gebeld.

Speerpunt 3. Goede ondersteuning op maat. Het streven is zowel aan daklozen binnen een MOBW traject als aan economisch daklozen goede ondersteuning op maat te bieden, en zo de uitstroom uit dakloosheid te versnellen. Om dit waar te maken wordt ook ingezet op het beperken van de instroom, door mensen te begeleiden naar buiten Amsterdam. Er wordt strenger gekeken naar wie in aanmerking komen voor een MOBW traject in Amsterdam en wie beter buiten Amsterdam geholpen kan worden. Dakloze gezinnen krijgen alleen toegang tot de noodopvang als zij in Amsterdam hebben gewoond en al vier jaar legaal in Nederland zijn. (Dreigend) dakloze alleenstaanden of gezinnen die daartoe gemotiveerd zijn worden begeleid naar een zelfstandige woning buiten Amsterdam. Via “doorpakbedden” zijn 12 personen gerepatrieerd. We hebben nog geen zicht op het totaal aantal mensen dat naar buiten Amsterdam is begeleid. Naast het beperken van de instroom, wordt ook ingezet op het stimuleren van de doorstroom. Een grote groep mensen op de wachtlijst voor een MOBW-voorziening krijgt wachtlijstbegeleiding. Beschikkingen voor MOBW worden nog maar voor 1 jaar afgegeven. De begeleiding in de MOBW-voorzieningen gaat zich meer richten op eigen regie en op aansluiting bij de leefwereld van cliënten. In 2021 is een stijging zichtbaar in de uitstroom uit de wachtlijst naar een plek in een MOBW-voorziening.

De vraag naar maatwerkvoorzieningen ligt nog steeds ver boven het beschikbare aanbod, de druk in de keten blijft hoog. Toch blijkt uit de contextmonitor dat de start van de MOBW-trajecten moeizaam verloopt en er lange wachttijden zijn voor de verschillende stappen in het voortraject. Er zijn aanwijzingen dat de druk op de nacht- en noodopvang is afgenomen. Bij nachtopvang komt dit waarschijnlijk door de uitbreiding met 30 plekken, waarvan de financiering eind 2022 eindigt. Daarnaast zijn er meer mensen uit de noodopvang uitgestroomd naar een vervolgvoorziening. Onduidelijk is of hier ook strengere toelatingscriteria een rol hebben gespeeld. Bij de noodopvang voor gezinnen is het aantal plekken afgebouwd naar 200, maar door de strengere toelatingscriteria is hier de bezetting ook afgenomen in 2021. De ambitie om een centrale wachtlijst voor de nachtopvang te maken en om begeleiding op maat vorm te geven aan mensen in de nachtopvang is nog niet gerealiseerd. Wel is een behoeften-inventarisatie uitgevoerd, en zijn er plannen voor meer herstelgerichte begeleiding in ontwikkeling.

84

Ook wordt ingezet op meer begeleiding buiten de MOBW-voorzieningen. Mensen op de wachtlijst voor MOBW die op andere locaties verblijven dan de nachtopvang, krijgen nu ook wachtlijstbegeleiding. Er is meer aandacht voor de grote groep mensen met een briefadres, zij krijgen ook begeleiding op het gebied van financiële- en schulden problematiek. Ook bij deze begeleiding wordt ingezet op meer eigen regie. De begeleiding van WPI heeft bovendien bijgedragen aan een grotere uitstroom naar betaald werk. Overigens kan ook de afname van de werkloosheid in 2021 hebben bijgedragen aan de kansen voor de doelgroep om aan betaald werk te komen. Speerpunt 4. Duurzaam maatschappelijk herstel. Om duurzaam maatschappelijk herstel te ondersteunen is ingezet op toegankelijke ketenbrede hulpverlening, directe aandacht voor werk of dagbesteding, een uitbreiding van respijtvoorzieningen en van wooncirkels. Onduidelijk is in hoeverre deze acties in de praktijk al worden toegepast en hoeveel mensen hier gebruik van maken. In 2021 hebben 95 mensen zich opnieuw aangemeld voor een MOBW voorziening. Dit houdt in dat zij 3 maanden tot 2 jaar na uitstroom/afronding van een MOBW traject opnieuw zijn aangemeld. Deze indicator zegt vooral iets over de periode die vóór het beleidsplan in werking trad en kan als een nulmeting worden beschouwd.

Thema’s in het kwalitatieve onderzoek Bij de opzet van de monitor worden de ervaringen van de doelgroepen in een kwalitatief onderzoek uitgevraagd. Daartoe zijn een aantal thema’s benoemd die belangrijk zijn om hierin op te nemen. In 2021 is met verschillende panels vanuit de doelgroep verhelderd uit welke elementen de reeds gedefinieerde thema’s (toegankelijkheid, informatievoorziening, zelfregie, benutten van eigen kracht en de sociale omgeving, inclusiviteit en bejegening) volgens hen bestaan en welke aanvullende thema’s in de interviews moeten worden opgenomen (situatie waarin iemand zich bevindt en begeleiding in het systeem van regels en organisaties). Al deze thema’s worden opgenomen in de interviews die komend jaar worden afgenomen en vormen onderdeel van de monitoring van de cliëntervaringen zoals die in de volgende rapportage wordt opgenomen. Algemene beschouwing op het proces Deze eerste monitor schetst een globaal, nog beperkt gestaafd, beeld van de implementatie van het beleidsprogramma. Sommige cijfers zijn nog moeilijk te duiden door het ontbreken van een trend, ambitie of noemer. Door de veelheid aan interventies, doelgroepen, en betrokken partijen was deze eerste uitvraag een langdurig traject met veel vragen tussen dataleveranciers en dataverwerkers.

Door deze interactie zijn processen uitgekristalliseerd, waardoor in de komende jaren meer aandacht kan uitgaan naar ‘finetunen’ van de indicatoren, een focus op de hoofdzaken, het verzamelen van informatie over het percentage dat bereikt is, het duiden van de informatie, trends in de tijd, het ophalen van kwalitatieve ervaringsinformatie en mogelijk ook het inzichtelijk maken van effecten van het programma. In de komende jaren zal de monitor over het beleidsprogramma worden doorontwikkeld en zal meer nadruk op de context monitor komen te liggen. De monitor van het beleidsprogramma biedt op dit moment dus vooral informatie over de inzet van interventies. Daar waar we cijfers hebben over de implementatie, zien we dat de inzet is toegenomen, dat veel programma’s van de grond komen, en het aanbod voor alle groepen toeneemt, al haalt deze niet altijd het beschreven ambitieniveau.

85

Voor een aantal acties, met name met betrekking tot duurzaam maatschappelijk herstel (speerpunt 4) is nog nauwelijks bekend of hier al vorderingen in zijn geboekt. Ook de inzet van de buurtteams vormt een groot hiaat in de kennis over hoe goed vroegsignalering en interventie daar van de grond komen. In de komende periode hopen we door alternatieve manieren van dataverzameling meer informatie beschikbaar te krijgen over de ondersteuning van de buurtteams aan de groep met een huisvestingsprobleem. Een belangrijke beperking blijft echter dat veel van de inzet en het bereik niet structureel en betrouwbaar geregistreerd wordt. Zonder een verbetering in de registratie, blijft informatie beperkt beschikbaar, en blijft het verkrijgen van inzicht in het werk afhankelijk van handwerk en cijfers met veel kanttekeningen. Algemene beschouwing over de behaalde resultaten per speerpunt: Voor de nieuwe interventies en samenwerkingsverbanden in het kader Vroegsignalering en Vroeginterventie is 2021 vooral een ontwikkeljaar geweest, waarin expertise is opgebouwd, samenwerkingsafspraken zijn gemaakt en taken zijn verdeeld. Voor de bestaande interventies is de intensivering gelukt, er zijn meer huishoudens bereikt en de signalen die er zijn wijzen op enkele positieve effecten, zoals een laag aantal huisuitzettingen.

Deze kunnen niet direct aan elkaar worden gerelateerd, ook andere trends hebben hier invloed op gehad, zoals de afspraak geen mensen uit te zetten gedurende de coronacrisis, maar ook de toename van het aantal mensen dat langdurig onder het sociaal minimum leeft. Voor alle doelgroepen is het aanbod aan woonoplossingen uitgebreid. Voor de gewone woningzoekers is daarmee de wachttijd helaas nog niet verkort. Ook voor de omslagwoningen is de wachtlijst niet verkort. Voor beide is er een stuwmeer van woningzoekers en voor de huisvesting voor kwetsbare groepen is de afgelopen jaren de vraag ook toegenomen. Ook voor economische daklozen zijn er nog steeds wachtlijsten voor de woonoplossingen, maar deze lijken wel iets kleiner te worden. Er is veel opgestart om de begeleiding van daklozen op de wachtlijst, in de nachtopvang, in de MOBW, en economische daklozen beter op maat te maken. Er zijn nog weinig cijfers over de mate waarin dit lukt, al zijn er voorzichtige aanwijzingen dat de instroom wat afneemt en de uitstroom wat toeneemt. Daarbij moet worden vermeld dat de coronacrisis invloed heeft gehad op het aantal screeningen en er dus nog een piek aan aanmeldingen wordt verwacht. De pilot met het verhogen van de uitkering, de hotel- en de cohort/focus aanpak onderschrijven het belang van integrale zorg op maat inclusief huisvesting om toe te werken naar duurzaam herstel.

Er is nog weinig informatie beschikbaar over de mate waarin de acties om duurzaam maatschappelijk herstel te ondersteunen zijn geïmplementeerd, bovendien geldt bij iedere dienst een andere invullingen bij de term ‘duurzaam’. De effectmaat van het aantal heraanmeldingen voor MOBW zegt nu nog vooral iets over de voorgaande jaren, maar zal in de komende jaren wel een maat vormen voor de effecten van het huidige beleid.

86

Bijlage I: Notes en Bronnen 1

Mediaan: de helft van de mensen zit hierboven en de helft hieronder.

2

In de voorgaande jaren was er bovendien doorlopende winteropvang in de winters. In 2020/21 en 2021/22 was er juist in deze winterperiodes coronanoodopvang.

3

Dit betreft meer personen, kinderen en evt. partner.

4

Mediaan: de helft van de mensen zit hierboven en de helft hieronder.

5

https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/84990NED/table?ts=1646814775136

6

https://ec.europa.eu/social/BlobServlet?docId=24120&langId=en

7

Huisvestingsverordening Amsterdam (versie vanaf 1 januari 2022), Hoofdstuk 3: artikel 2.6.5) voor onder i) geldt dat een aanvraag voor urgentie geweigerd wordt als iemand met zijn of haar huishouden minder dan 4 jaar onafgebroken in Amsterdam woont (lid 1i en lid 2) Dit geldt dan ook voor de gezinnen in de Noodopvang zonder MOBW indicatie.

8

Volgens de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) zijn gemeenten verplicht mensen zo nodig toe te laten tot zorg met verblijf, hierdoor gelden er soepelere eisen voor regiobinding, namelijk als de aanvrager kan aantonen dat hij of zij:een sociaal netwerk of hulpverlening heeft in de gemeente. Dit kan problemen opleveren bij de vervolgstappen in de hulpverlening. Verschillende Nederlandse gemeenten, inclusief Amsterdam passen bij de toetsing van een aanvraag voor zorg met verblijf én voor de uitstroom MOBW de urgentie criteria van regiobinding toe.

9

https://www.platform31.nl/publicaties/souterrain-van-het-wonen

10

Gemiddelde bezetting per nacht van winterkoudeopvang en coronanoodopvang winter 2021/2022.

11

Aantal gezinnen: het aantal personen is hoger i.v.m. kinderen en eventuele partner.

12

Exclusief personen die reeds in een MOBW maatwerkvoorziening verblijven en op de wachtlijst staan om door te stromen naar een andersoortige voorziening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12936167/1