2. Monitor 1 Beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid 2021-2025.pdf
Tekst van het document
11 Zowel starters als nieuwe verhuringen door bestaande huurders.
26
In 2021 gingen 810 (37%) waarbij het PHKG naar de woningen voor mensen met woonbegeleiding waarvan 783 naar de doelgroep van de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MOBW) . Naast de MOBW doelgroep zijn er meer kwetsbare groepen waarvoor het PHKG woningen verzorgt, tabel 3.3. geeft een uitgebreide uitsplitsing voor het jaar 2021.
Tabel 3.3: Nadere uitsplitsing van de huisvesting door het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen (PHKG) 2021. Categorie PHKG
Gedetailleerd
Reden toewijzing
MET BEGELEIDING
Laatste kans
Laatste Kans/Treiteraanpak
21
Omslag MOBW
Kandidaat via instelling
761
Verhuur aan instelling
22
Sociaal medisch urgenten
Multi-Probleem Gezinnen
6
Gezinnen in crisisopvang
Crisisopvang gezinnen
29
Slachtoffers huiselijk geweld
Uitstroom Huiselijk Geweld
30
Sociaal medisch urgenten
Calamiteit gezinnen
10
Urgenten Amsterdam
326
Voorrang voor calamiteiten-urgenten
15
Voorrang voor medisch urgenten Amsterdam
227
Zorgwoning-kandidaat
50
Statushouders regulier
Statushouder
574
Statushouders ruggensteun
Statushouder ruggensteunregeling
46
ZONDER BEGELEIDING
STATUSHOUDERS
Aantal
Eindtotaal
2117
Bron: Wonen/ AFWC
27
Tabel 3.4: Duur wachten op een woning in Amsterdam (2017-2021) Duur wachtlijst (jr) voor starters 2017
10,8
2018
10,5
2019
10,6
2020
10,8
2021
10,4
Aantal actief12 woningzoekenden 59.103 58.831 55.322* 62.462 68.135
Bron: tabel 14/tabel 15B jaarrapportage AFWC 2022 *: aantal van 2019 is onvolledig (t/m 2015)
Het aantal woningen dat vrij komt is laag ten opzichte van het aantal actief woningzoekenden. Vanaf 2017 is het aantal actief een woningzoekenden toegenomen en blijft de wachttijd voor starters met ruim 10 jaar onverminderd hoog. Vanaf 16 januari 2023 wordt een nieuw toewijzingssysteem ingevoerd waardoor mensen met een dringende huisvestingsvraag beter aan bod moeten komen. Met dit nieuwe systeem is wachttijd (inschrijfduur) niet meer het enige criterium, maar gaan ook situatiepunten en zoekpunten een rol spelen. Door meer te zoeken kunnen extra punten worden opgebouwd. Bepaalde groepen huishoudens in dringende omstandigheden kunnen naast actief zoeken ook nog situatiepunten krijgen. Het gaat om gezinnen met kinderen die bij anderen inwonen, mensen die net een relatie hebben beëindigd en kinderen hebben en jongeren in een problematische situatie. Deze categorieën komen voort uit een groot onderzoek naar de mening van de bewoners uit de regio over de woonruimteverdeling. Uiteindelijk bepaalt het totaal aantal punten welke woningzoekende de sociale huurwoning mag gaan huren.13
12 Actief woningzoekenden: mensen die op een woning hebben gereageerd (zowel doorstromers als starters). 13 https://www.afwc.nl/nieuws/nieuwsbericht/nieuw-puntensysteem-sociale-huurwoningen-gaat-begin-2023-in.
28
3.1.4
Doelstellingen in de Verklaring van Lissabon.
In 2021 heeft er een EU conferentie over dakloosheid in Lissabon plaatsgevonden waarin de EU lidstaten waaronder Nederland (in de persoon van Staatssecretaris Blokhuis) zich aan een vijftal doelstellingen hebben gecommitteerd. In deze context monitor worden deze doelstellingen besproken. 3.1.4.1
Niemand slaapt op straat door gebrek aan toegankelijke, veilige en passende nachtopvang.
Voor het beantwoorden van de vraag in hoeverre dit in Amsterdam het geval is zullen we een schatting van het aantal buitenslapers bekijken en de reden voor het buitenslapen. De schatting van het aantal buitenslapers is uitgevoerd op 28 februari 2022 in het kader van de evaluatie van de winterkoudeopvang. Ten tijde van de winterkoudeopvang (extra opvang in de koude periodes) is bij de inloopvoorzieningen gevraagd waar mensen de nacht hebben doorgebracht en indien dit op straat bleek te zijn, is gevraagd naar de reden hiervan? Gelijktijdig wordt aan de mensen die gebruik maken van de winterkoudeopvang (of, in de afgelopen jaren Corona-noodopvang) gevraagd waar zij de afgelopen nacht overnacht hebben. Ondanks de winterkoudeopvang waren er 113 mensen die op straat sliepen en gebruik maakten van de inloop. Het aantal buitenslapers is geschat op ±150 personen. Indien aangenomen wordt dat in een situatie zonder winterkoudeopvang, de helft van de 199 mensen die op die dag gebruik maakte van de winterkoudeopvang buiten zou slapen wordt de schatting zonder winteropvang ±250. Deze cijfers moeten niet als een exact aantal worden beschouwd maar als indicatie van het aantal mensen dat op 1 dag in Amsterdam op straat of ergens in een tentje of bootje heeft overnacht.
Nadere beschouwing van de mensen uit de winterkoudeopvang die aangeven buiten te slapen laat zien dat de grote meerderheid een niet Nederlandse nationaliteit heeft en bij gebrek aan binding met Amsterdam minder toegang heeft tot de opvang. De meerderheid van de buitenslapers voelt zich onprettig of onveilig in de opvang of wist niet van de opvang op dat moment. Slechts een kleine minderheid (15%) geeft een positieve reden buiten te slapen. Kortom: er slapen nog mensen op straat door gebrek aan toegankelijke, veilige en passende nachtopvang. De grote meerderheid van deze personen hebben geen binding met Amsterdam. De keten die is opgezet voor de Amsterdamse mensen die dakloos zijn is zeer beperkt toegankelijk voor ook deze mensen. De winter(koude)opvang zelf is, hoewel afhankelijk van de wijze van uitvoering en de weersomstandigheden een indicator voor de onvervulde behoefte aan opvang is. Tabel 3.5 geeft het gemiddelde, het maximum en het cumulatief aantal personen aan. Het cumulatieve aantal wordt groter naarmate er meer en langere periodes van opvang zijn. De totale
29
periode van opvang in 2019/20 was 249 dagen inclusief 2 korte periodes van winterkoudeopvang in november 2019, de doorlopende winteropvang vanaf 1 december 2019 tot 19 maart 2020 en de coronanoodopvang in de laatste periode vanaf 19 maart tot eind juli 2020. Deze periode zorgde voor een recordaantal van 1912 unieke personen dat werd opgevangen.
In de winter van 2020/21 zorgden de corona-noodopvang, de vrieskoude en de avondklok voor een recordaantal in de opvang van 560 personen op 1 dag. In de winter van 2021/22 is het aantal periodes van opvang (7) dat opvalt. Gedurende deze winter was er gedeeltelijk corona-noodopvang en winterkoudeopvang tijdens de extra koude periodes. Onder bezoekers van de winter ‘21/’22 was het meest opvallende dat het percentage mensen met een Nederlandse nationaliteit lager is geworden.14 De bezoekers met de Nederlandse nationaliteit zijn gemiddeld ouder (42 jaar). De daling van de gemiddelde leeftijd van de bezoekers (37 jaar) is dan ook verklaarbaar doordat het percentage mensen met de Nederlandse nationaliteit lager is. (tabel 3.6)
Tabel 3.5: Samenvatting winter(koude)opvang / 2020-2022 tevens corona-opvang. perioden†
Nachten
Gemiddeld # per nacht
Maximum #per nacht
Cumulatief # personen
2016/2017
1
124
272
362
1190
2017/2018
1
125
*278
*386
*1316
2018/2019
2
133
206
338
1415
2019/2020#
3
249
283
379
1912
2020/2021#
3
192
354
560
1694
2021/2022#
7
86
244
316
1208
Winteropvang
Bron: Rapportage winterkoude opvang (2022)
In de winteropvang zelf neemt het percentage personen met de Nederlandse nationaliteit af (22% in 2021/22). Mogelijk heeft de uitbreiding van de kortdurende dag- en nachtopvang daar een positieve bijdrage aan geleverd.
14 Een proxy voor de mate van rechthebbendheid…mensen met een niet Nederlandse nationaliteit kunnen weliswaar
binding hebben.
30
Tabel 3.6: Kenmerken van de personen in de winter(koude)opvang vergeleken met voorgaande jaren ‘16/’17
‘17/’18
‘18/’19
‘19/’20
’20 (C1)
20/'21
‘21/22
(n=1190)
(n=1266)
(n=1415)
(n=1365)
(n=1041)
(n=1694)
(n=1208)
%
%
%
%
%
%
%
89
89
89
89
87
90
93
Gem. leeftijd
39 jr
38 jr
37 jr
38 jr
39 jr
39 jr
37 jr
Nationaliteit*
%
%
%
%
%
%
%
Nederlands
45
32
29
32
37
36
22
EU ( lidstaten)
33
41
39
35
31
35
45
Buiten EU
22
27
32
33
31
29
34
Nieuw registratie
57%
62%
64%
63%
63%
56%
60%
Man
*:Bij dubbele nationaliteit telt de nationaliteit die het meest recht geeft op voorzieningen. C1: Coronaopvang tijdens eerste Coronagolf 2020 vanaf 19 maart t/m juli 2020.
3.1.4.2 Niemand verblijft langer dan nodig in de nachtopvang.. Deze doelstelling van Lissabon wordt in deze monitor op twee manieren bekeken: -Als het aantal/aandeel mensen dat gebruik maakt van de kortdurende dag- en nachtopvang terwijl zij op een wachtlijst voor MOBW zijn geplaatst -Als de ontwikkeling duur van verblijf in de kortdurende dag/nachtopvang. De groep wordt hiermee veelal ingeperkt tot de doelgroep voor de MOBW. Tabel 3.5 en figuur 3.3 laten zien dat een substantieel deel van de bewoners van nood- of nachtopvang dat in aanmerking komt voor de MOBW, op een wachtlijst staat voor een andere voorziening en daarmee onterecht verblijft in deze tijdelijke voorziening. Tevens laten de figuren zien dat het aandeel in 2021 sterk verminderd is. Tabel 3.7: Percentage van bewoners kortdurende dag- en nachtopvang, noodopvang en trajectbedden met beschikking & wachtlijst voor MOBW (per peildatum) 1-jan-22
1-jan-21
Kortdurende dag/nachtopvang Volwassenen Trajectbedden Noodopvang gezinnen Totaal
waarvan op Totaal wachtlijst 228 120
98 271
63 93
597
276
% op wachtlijst
53% 64% 34% 46%
waarvan op wachtlijst
totaal
% op wachtlijst
244
80
93 213
53 67
550
200
33% 57% 31% 36%
(Bron Trajectus; analyse GGD)
31
Figuur 3.3: Aantal bewoners in de kortdurende dag- en nachtopvang (peildatum 1 januari), noodopvang en trajectbedden met beschikking & wachtlijst voor MOBW 300 250 200 108 150
178 123
164
95
146
100 50
95
120 80
48
35
40
51
63
53
2020
2021
2022
103
93
67
0 2020
2021
2022
Dag&Nachtopvang
Trajectbedden
Op wachtlijst (vastgesteld)
2020
2021
2022
Noodopvang gezinnen
(Nog) niet op wachtlijst
(Bron Trajectus; analyse GGD)
Naast het verlenen van opvang is de functie van de dag- en nachtopvang, Trajectbedden of Noodopvang Gezinnen het vaststellen of en waar iemand verder kan verblijven. Zodra dit is vastgesteld komt iemand op de wachtlijst voor maatwerkvoorziening. In alle voorzieningen in het voortraject verblijft een aanzienlijk percentage ondanks de beschikking nog steeds in deze voorziening. Dat is niet alleen negatief voor de bewoner die daar niet de juiste zorg ontvangt maar heeft ook een negatieve invloed op de capaciteit.
32
Figuur 3.4: Aantal bewoners dag- en nachtopvang en trajectbedden op peildatum, jaarlijks aantal en gemiddelde verblijfsduur (in maanden) 800 700
16
733 682
14
600 500
12 10,4
400 300
10,0
326
289
10 337
8 6
200
4
100
2
0
0 2020
2021 Totaal in jaar
Aantal op 1 jan.
2022 gem. duur (mnd)
Bron:Trajectus; analyse GGD
Indien de ‘Trajectbedden’ en bedden in de ‘kortdurende dag- nachtopvang’ te samen worden bekeken blijkt dat met een toename van de capaciteit het aantal mensen op een peildatum (de capaciteit) en het aantal mensen dat er jaarlijks gebruik van maakt stijgt. De, op grond van doorstroming berekende, verblijfsduur blijft met gemiddeld 10 maanden vrijwel gelijk. Een gemiddelde verblijfsduur van 10 maanden betekent dat jaarlijks 120% van de capaciteit aan nieuwe bedden vrijkomt. In 2021 zijn er met gemiddeld 332 bedden 407 mensen nieuw ingestroomd en hebben in totaal 733 personen gebruik gemaakt van deze vorm van opvang.
33
3.1.4.3 Niemand wordt zonder aanbod voor huisvesting ontslagen uit een instelling (detentie, psychiatrie, MOBW).
Indien een persoon die dakloos is in een instelling terecht komt heeft de instelling ook een verantwoordelijkheid voor de nazorg ten aanzien van huisvesting. Enerzijds moet voorkomen worden dat mensen dakloos worden als gevolg van een verblijf in detentie of psychiatrie, anderzijds zou een periode van verblijf in een instelling voor mensen die reeds dakloos zijn gebruikt moeten worden om stabiele huisvesting te verkrijgen. Deze doelstelling is in deze versie van de monitor nog niet uitgewerkt. Binnen deze doelstelling willen we kijken naar: •
De procedures/werkwijze bij instellingen om dakloosheid te voorkomen/verhelpen (aanbod huisvesting bij ontslag).
•
Signalen bij loket GGD/WPI/Buurtteams van dakloosheid volgend op ontslag na verblijf in een instelling.
•
Aantal mensen dat (zonder dakloosheid) in de MOBW instroomt na verblijf in een GGZ instelling of detentie.
3.1.4.4 Huisuitzettingen worden zoveel mogelijk voorkomen en niemand wordt uit huis gezet zonder ondersteuning bij het vinden van passende huisvesting. Zie hiervoor §1.2.2. pagina 46. Het aantal huisuitzettingen is. In deze monitor is de beschrijving van huisuitzettingen beperkt tot de huisuitzettingen door de woningcorporaties wegens huurschulden. Deze vorm van huisuitzetting is sterk verminderd. In de volgende monitor streven we naar een volledig overzicht van de huisuitzettingen, inclusief huisuitzettingen om andere redenen en inclusief huisuitzettingen in de private sector of het verlies van koopwoningen door het niet kunnen betalen van de hypotheek.
3.1.4.5. Niemand wordt gediscrimineerd omdat hij/zij dakloos is. Deze doelstelling is in deze versie van de monitor nog niet uitgewerkt. Binnen deze doelstelling willen we in het volgend jaar kijken naar:
1) De wijze waarop en de mate waarin mensen die dakloos benadeelt worden enkel op grond van het feit dat zij dakloos zijn. Hierbij gaat het met name om de toegang tot voorzieningen en discriminatie in de regelgeving in een situatie met en zonder briefadres.
34
2) Wet en regelgeving die van toepassing is op alle mensen maar die mensen die dakloos zijn in hogere mate treffen.15 3) Hoewel discriminatie op de woningmarkt en arbeidsmarkt in het voortraject waarschijnlijk eveneens van belang is in verband met het risico om dakloos te worden/blijven valt dit buiten de scope van de monitor.16,17,18
3.1.5
Indicatoren voor trends in (economisch) daklozen.
Uitkeringen voor adreslozen bij WPI In de monitor wordt het aantal uitkeringen voor adreslozen getoond omdat dit niet alleen de MOBW doelgroep maar ook een bredere doelgroep laat zien, o.a.de economisch daklozen en de mensen die ergens woonachtig zijn maar zich daar niet kunnen inschrijven (bijv. passantenpension).
3000 2417
2500 2000 1546
2185 1654
1695
1734
31-12-2017
31-12-2018
31-12-2019
1500 1000 500 0 31-12-2016
31-12-2020
31-12-2021
31-12-2022
Figuur 3.5: Bijstandsuitkeringen voor adreslozen (peildatum eind van het jaar), Bron: 2016 t/m 2020 CBS + WPI 23/6/2022
Er is een forse stijging aan bijstandsuitkeringen voor adreslozen bij WPI. Dit is met name tijdens 2020 mogelijk beïnvloed door de corona-pandemie. WPl kon de Basisregistratie Personen melden dat voor deze doelgroep naast briefadressen bij WPI, de briefadressen bij de HVO-Querido (n=439) en Daklozenvakbond (n=369) van belang zijn. (maart ’22).
15 Deze vorm van discriminatie werd reeds in 1894 door de Franse Filosoof Anatole France”beschreven: “ De weet verbiedt,
in zijn majestatische gelijkheid zowel de rijken als de armen onder bruggen te slapen, in de straten en brood te stelen.” ( Le lys rouge, Anatole France, 1984) 16 https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2021/03/320350_discriminatie-op-de-woningmarkt_WEB.pdf 17 https://open.overheid.nl/repository/ronl-f0dff1ab-2a66-4248-8309-bcc99f4306f7/1/pdf/rapport-gelijke-kansen-op-eenhuurwoning-in-nederland-monitor-discriminatie-bij-woningverhuur.pdf 18 https://arbeidsmarktinzicht.nl/arbeidsmarktdiscriminatie-een-hardnekkig-verschijnsel
35
Passantenhotel en passantenpensions Dit zijn tijdelijke opvangvoorzieningen voor ‘economisch daklozen’ die niet in aanmerking komen voor de MOBW. Amsterdam kent één passantenhotel en vier passentenpensions. Via het passentenhotel kunnen dakloze personen na een gemiddeld verblijf van 6 maanden doorstromen naar een passentenpension Op 1-1-2022 onderdak aan 191 personen uit deze doelgroep. Als gevolg van de Corona-maatregelen waren enkele 2-persoonskamers door maar door 1 persoon gebruikt waardoor er minder mensen gebruik konden maken van de passantenhotels.
1-1-2020 1-1-2021 1-1-2022
Bewoners peildatum 1 januari 218 191 191
instroom 128 148
uitstroom 155 148
gem. verblijfsduur uitstroom % o.b.v. doorstroom (jaar) 76% 1,3 77% 1,3
Bron: Passantenhotel (HVO-Querido)
De druk op het passantenpension kan worden afgemeten aan het aantal mensen dat per dag belt voor een kamer. Dit is toegenomen van 12,6 per dag in 2018 tot 23,8 per dag in 2021.
Aantal bellers (gemiddeld per dag)
25
20
15
10
5
0 2018
2019
2020
2021
jaartal
Figuur 3.6: Aantal mensen dat gemiddeld per dag belt om een plek in het passantenpension als indicator voor de vraag naar deze voorziening.
Deze langere verblijfstijd van 1,3 jaar in plaats van de geplande half jaar heeft een negatieve impact op het aantal mensen dat gebruik kan maken van een passantenpension. In plaats van 382 nieuwe personen kunnen er maar 148 personen geholpen worden.
36
3.1.6
MOBW (aanmeldingen, screeningen en wachtlijsten)
3.1.6.1: wachtlijsten
Tabel 3.6: Aantal plaatsingen op wachtlijst naar veldtafel (2019-2021) BW LVB
Jeugd
Ouders
Volwassenen
Totaal
2019
0
303
296
1767
2367
2020
14
271
199
1742
2228
2021
28
265
220
1439
1953
Bron: Trajectus; analyse GGD
Het aantal mensen dat op een wachtlijst voor MOBW wordt geplaatst is lager in 2021 dan de voorgaande jaren, dat geldt met name voor de volwassenen en gezinnen (tabel 3.6). Ook het aantal mensen dat zich meldt voor een screening op de Jan van Galenstraat is gedaald t.o.v. het eerste semester van 2019 en weer verder gedaald in het laatste semester van 2o21, (tabel 3.7)
Tabel 3.7. Aantal personen op screening JvG en deel dat op basis van screening tot de OGGZ doelgroep behoort. Screening JvG 2019-sem1 2019-sem2 2020-sem1 2020-sem2 2021-sem1 2021-sem2
816 452 481 484 461 294
Door naar Centrale Toegang (OGGZ doelgroep) 278 125 119 90 120 92
% OGGZ
34% 28% 25% 19% 26% 31%
37
3.1.6.2.
Periode van aanmelding tot plaatsing in de MOBW
Tabel 3.10: Tijd tussen aanmelding of screening19 en vaststellen van wachtlijst (voor 204 personen die in kwartaal 1, 2022 door de veldtafel op de wachtlijst zijn geplaatst)
VELDTAFEL
Mediaan
BW LVB
N
0,7 maand
3
Jong Volwassenen
4,5 maanden
49
Gezinnen
12,4 maanden
29
Volwassenen
9,9 maanden
123
Totaal
8,5 maanden
8,5
Bron: Trajectus; analyse GGD
Voor 204 personen voor wie in het eerste kwartaal van 2022 een wachtlijst is opgesteld, en die nieuw in de keten komen, is gekeken naar de periode vanaf de (laatste) aanmelding tot aan de datum waarop de wachtlijst is vastgesteld. De mediane duur (50% hoger, 50% lager) bleek 8,5 maanden, maar was korter bij de Veldtafel Jong Volwassenen (4,5 maanden) en BW-LVB (0,7 maanden). Voor veldtafel “Gezinnen’ en volwassenen was de mediane duur voor plaatsing op de wachtlijst respectievelijk 12,4 en 9,9 maanden. Mensen waarvan de indicatiestelling loopt en dakloos zijn kunnen gebruik maken van de kortdurende dag- en nachtopvang, trajectbedden of noodopvang voor gezinnen.
Periode vanaf “vaststellen van de wachtlijst door veldtafel” tot “beëindiging van de wachtlijst”
Hierbij is gekeken naar de mensen waarvan: de wachtlijst beëindigd is in 2021, nog geen opvang hadden in de MOBW op 1/1/2021 en wel opvang kregen in 2021. Het gaat daarbij om 874 personen. Evenals bij de periode van aanmelding tot vaststelling is de wachttijd voor Jong-Volwassenen lager dan voor mensen die via de veldtafel Volwassenen of Ouders (Gezinnen) op de wachtlijst zijn gekomen.
19 Indien er zowel een aanmelding als screening bekend is wordt de tijd vanaf aanmelding gebruikt, indien er noch
screening noch aanmelding bekend is wordt de startdatum van de wachtlijst gebruikt als proxy.
38
Tabel 3.11: mediane duur wachtlijst in maanden vanaf vaststelling wachtlijst door veldtafel
VELDTAFEL
Mediane duur in maanden bij afsluiting,
Aantal
vanaf vaststelling Wachtlijst
personen
BW LVB
8,5 maanden
11
Jong
2,4 maanden
125
Ouders
10,6 maanden
128
Volwassenen
10,2 maanden
610
Total
7,8 maanden
874
Volwassenen
In totaal waren er in 2021 874 personen vanuit de wachtlijst in de MOBW gestroomd. De mediane duur (50% hoger/50% lager) vanaf het vaststellen van de wachtlijst tot een plek in de MOBW is 7,8 maanden. Ook hierbij is de wachttijd bij de Jong-Volwassenen met 2,4 maanden korter dan bij andere ketens. Tabel 3.12: Wachtduur vanaf vaststellen van de wachtlijst per veldtafel en categorie
< 1 week < 1 maand < 1 kwartaal < 1 jaar 1 jaar of langer totaal
aantal 18 15 44 44 5 126
Jeugd % 14% 12% 35% 35% 4% 100%
Ouders/ (Gezin) aantal % 1 1% 0 0% 15 12% 51 40% 61 48% 128 100%
Volwassenen aantal % 48 8% 20 3% 73 12% 204 33% 265 43% 610 100%
Bij de Jongeren gebeurt 61% van de plaatsingen binnen 3 maanden na het vaststellen van wachtlijst, bij de Volwassenen en Ouders/Gezin is dat respectievelijk bij 23% en 13% het geval.
39
Tabel 3.13: mensen die op 1 november 2021 gebruik maken van MOBW of kortdurende opvang, of in aanmerking komen voor een MOBW voorziening en in de winter 2021/22 gebruik maakten van winteropvang en/of coronanoodopvang. waarvan tenminste aantal personen op 1 nov. 2021
1 nacht winterkoude/coronanood-opvang (nov 2021-04 april 2022) Aantal
%
Wachtlijst MOBW zonder opvang
817
18
2,2%
Kortdurende Dag/Nachtopvang/Trajectbedden
312
21
6,7%
Noodopvang Gezinnen
205
1
0,5%
Passantenopvang
186
0
0,0%
Woonbegeleiding MOBW (incl. PGB)
4675
14
0,3%
Totaal
6195
54
0,9%
In tabel 3.13 valt op dat van de mensen die op de wachtlijst staan zonder opvang 2,2% gebruik moet maken van de winter/corona-noodopvang in de winter van 2021/22. Hoewel dit een laag percentage is wat aangeeft dat deze groep niet in grote getalen op straat staat, bestaat de groep uit kwetsbare mensen die in aanmerking komen voor MOBW-zorg.
40
3.1.7 Politiedata
400 350 300 250 200 150 100 50
2017 januari 2017 maart 2017 mei 2017 juli 2017 september 2017 november 2018 januari 2018 maart 2018 mei 2018 juli 2018 september 2018 november 2019 januari 2019 maart 2019 mei 2019 juli 2019 september 2019 november 2020 januari 2020 maart 2020 mei 2020 juli 2020 september 2020 november 2021 januari 2021 maart 2021 mei 2021 juli 2021 september 2021 november 2022 januari 2022 maart 2022 mei
0
Amstelland/Diemen
Amsterdam
Tabel 3.7: geregistreerde “Overlast Zwervers” (jan-2017-mei-2022) maandelijks20
De (geregistreerde) ‘overlast zwervers’ in Amsterdam/Amstelland zoals dit door de politie gerapporteerd wordt neemt sterk toe, waarbij de laagste waarde 51 is in januari 2017 en de hoogste piek 338 in mei 2022. Dit zijn iets meer dan 10 registraties per dag. Dit is nog steeds laag ten opzichte van het geschatte aantal buitenslapers van 250 op een gemiddelde nacht. Ook in de Amstelland gemeenten waar aanvankelijk nauwelijks overlast geregistreerd werd gebeurt dat nu wel. De vraag is in hoeverre dit een afspiegeling is van de zichtbaarheid/overlast op straat van mensen die dakloos zijn, of is het deels een registratie-artefact: wordt er in de afgelopen 5 jaar anders/vaker geregistreerd?
20 data.politie.nl
41
Tenslotte.
Voor een verbetering van de monitoring lopen er momenteel verschillende initiatieven. Samen met de Veldregie van de GGD en de afdeling Data van de dienst OJZD wordt bekeken hoe we met oog op de toekomst met name het voortraject beter in beeld kunnen brengen. Het gaat hier onder andere om het in beeld brengen van een zogenaamde “cliëntreis” waarbij de verschillende fases vanaf aanmelding tot en met zelfstandig wonen in de buurt worden weergegeven. Waarbij tussentijds een beeld kan worden gegeven of mensen nog in de juiste voorziening verblijven. De GGD Amsterdam geeft samen met de GGD/GHOR en andere Nederlandse GGD-en vorm aan een nationale OGGZ-monitor waarbij indicatoren verzameld worden op het gebied van schuldhulpverlening, armoede en huisvestingsproblematiek en kenmerken van de OGGZ-doelgroep. Hierdoor zal de ontwikkeling in Amsterdam beter gespiegeld kunnen worden aan de Nederlandse ontwikkeling.
42
Deel II Evaluatie en voortgang van de acties uit het beleidsprogramma Dit deel van de monitor beschrijft de stand van zaken met betrekking tot de acties die in het Beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid (2021-25) worden vermeld. Waar cijfers niet van toepassing zijn of nog ontbreken wordt een procesbeschrijving van de actie onder het betreffende beleidsspeerpunt beschreven om zodoende zicht te geven op de route die verschillende partijen afleggen naar het beoogde resultaat. Leeswijzer: Ter inleiding van de resultaten wordt per speerpunt in de schuingedrukte tekst een korte samenvatting met achtergrondinformatie gegeven ten aanzien van de actie en indicator die volgt. In de linker boxen worden telkens beleidsacties beschreven en in de rechter boxen de daarbij horende indicator(en). Direct onder de beleidsactie(s) en indicator(en) staan de resultaten met de periode waarnaar deze verwijzen. Indicatoren in het rood vermeld bleken niet of beperkt beschikbaar.
43
Speerpunt 1: Vroegsignalering en Vroeginterventie Dakloosheid voorkomen is het uitgangspunt. Vroegtijdige signalering van dreigende dakloosheid is daarom cruciaal en vereist toegankelijke en laagdrempelige expertise op het gebied van huisvesting, werk, inkomen en GGZ.
Speerpunt 1.1 Expertise en ondersteuningsaanbod: nabij en toegankelijk Acties beleidsprogramma:
Indicatoren:
1.1.1 Buurtteam doet brede vraagverheldering voor alle mensen met huisvestingsproblematiek 1.1.2 Buurtteam ondersteunt Amsterdammers met huisvestingsproblematiek zo veel mogelijk zelf 1.1.3 Buurtteam schakelt expertise in van Amsterdam Extra en de Centrale Toegang wanneer nodig 1.1.5 Buurtteam en onafhankelijke cliëntondersteuning en ervaringsdeskundigen werken goed samen – aandacht voor eerste gouden gesprek.
1.1.1 Aantal unieke casussen van mensen die dakloos zijn of dreigen te raken 1.1.2 Aantal unieke casussen van mensen die dakloos zijn of driegen te raken dat wordt afgehandeld door de buurtteams 1.1.3 (a) Aantal unieke casussen met schuldenproblematiek en dreigende dakloosheid die worden doorverwezen 1.1.3 (b) Aantal unieke casussen met huisvestingsproblematiek die worden gezien door AE en door de CTMO en het deel hiervan dat is doorverwezen door de buurtteams 1.1.5 Procesomschrijving
Resultaten beleidsacties 1.1.1 tot en met 1.1.3 & 1.1.5; beleidsperiode 2021: Voor het monitoren van de acties 1.1.1 tot en met 1.1.3 zou worden aangesloten bij de monitor van de buurtteams. Deze monitor is nog in ontwikkeling en er zijn nog geen cijfers over de mate waarin buurtteams gevonden worden of hulp bieden aan mensen met huisvestingsproblematiek. Vanaf de start van de buurtteams op 1 april 2021 kwamen er zowel uit interne als externe bronnen signalen binnen dat hulp en ondersteuning op het gebied van (dreigende) dakloosheid een grote vraag vormt richting de buurtteams en samenwerkingspartners. Hier goed op inspringen vraagt veel maatwerk en een goed netwerk, een simpele woonoplossing is veelal niet snel beschikbaar. De buurtteams hebben de opdracht iedereen die dakloos is te woord te staan en of zelf te helpen, of warm over te dragen naar de juiste ketenpartner. Aan deze opdracht is in 2021 en 2022 gewerkt. Dit is nog niet overal de praktijk, er zijn signalen dat Amsterdammers soms te vroeg zijn weggestuurd, omdat een buurtteam geen passend antwoord kon bieden op een huisvestingsvraag. Om kennis, netwerk en vaardigheden te versterken hebben de buurtteams, samen met de Straatalliantie, Regenboog Groep en de gemeente Amsterdam in het voorjaar van 2022 binnen alle 7 stadsdelen netwerksessies georganiseerd gericht op de thematiek dakloosheid.
Iedere sessie is bijgewoond door gemiddeld 35 professionals vanuit de woon- inkomen- en zorgdomeinen. Vanuit het buurtteam zijn medewerkers opgeleid tot aandachtsfunctionaris dakloosheid. Naast kennisuitwisseling en deskundigheidsbevordering hebben de sessies ook nieuwe contacten en versteviging in de professionele netwerken teweeggebracht. Ook kregen professionals meer inzicht in elkaars rol. Zo bleek dat de mogelijkheden en inzet van professionals van Amsterdam Extra (ambulante professionals uit het MOBW-domein, met een specialisme in de OGGZ-doelgroep) nog onvoldoende bekend waren. Hier wordt in 2022 aanvullend op ingezet. 44
De samenwerking tussen de verschillende buurtteams en partners verschilt op dit moment per buurtteam, dit zou enerzijds te maken hebben met de grote hoeveelheid buurtteams en samenwerkingspartners die er zijn en anderzijds met de creatieve ruimte die de verschillende buurtteams hebben om zelf invulling te geven aan samenwerking en hulpverlening. Samenwerking tussen de buurtteams en externe partners heeft geleid tot verschillende initiatieven waaronder wekelijkse inloopspreekuren en inloop- en informatie avonden in verschillende stadsdelen. Door regelmatig op dezelfde locaties te werken weten buurtteammedewerkers en medewerkers van externe partners elkaar over en weer steeds beter te vinden, waardoor multidisciplinair overleg en nauwe samenwerking goed van de grond komen. De rol van en noodzaak voor de inzet van ervaringsdeskundigen krijgt een steeds prominentere rol binnen het buurtteam. Sommige buurtteams werken al met ervaringsdeskundige collega’s. In 2021 en begin 2022 is een start gemaakt om ervaringsdeskundigheid te gaan borgen binnen de buurtteams. Begin 2022 zijn er nog gesprekken gevoerd met betrekking tot het aanvullend creëren van opleidingsplaatsen voor ervaringsdeskundigen op het gebied van dakloosheid.
Acties beleidsprogramma: 1.1.4 Regiogemeenten functioneren als buurtteam: zelf vraagverheldering + ondersteuning
Indicator: 1.1.4 Procesbeschrijving van de afspraken die zijn opgenomen in het regioplan/de regioplannen
Resultaten beleidsactie 1.1.4; beleidsperiode 2021 & voorjaar 2022: Er is een regioplan opgesteld; de raden van de Amstelland gemeenten hebben ermee ingestemd, het plan is vastgesteld. De regiogemeenten geven op dit moment nog elk een eigen invulling aan het stuk vraagverheldering en ondersteuning van dakloze personen. Er ligt momenteel prioriteit op monitoring en het verzamelen van gegevens om goed zicht te krijgen op de aantallen cliënten uit de regio: nieuwe aanmeldingen, cliënten op de wachtlijst en cliënten in de opvang, die op termijn gaan uitstromen naar de regiogemeente. De Amstelland gemeenten hebben een eigen veldtafel opgezet waar hulpverleners dakloze inwoners ter bespreking aan kunnen melden. Vanaf januari 2022 sluit zich daar ook wekelijks een medewerker van de Centrale Toegang Amsterdam bij aan. Binnen de regiogemeenten worden economisch daklozen begeleid door de Regenboogroep, dit wordt gefinancierd vanuit Blokhuismiddelen. Als er vermoedens van zwaardere problematiek zijn wordt er alsnog gekeken of een MOBW indicatie nodig is.
45
Acties beleidsprogramma: 1.1.6 Onafhankelijke cliëntondersteuning is laagdrempelig beschikbaar o.a. voor vraagverheldering
Indicator: 1.1.6 Tevredenheid ten aanzien van toegankelijkheid informatie, vraagverheldering, zelfregie en bejegening
Resultaten beleidsactie 1.1.6; periode 2021: Voor (dreigend) dakloze personen bestaat de mogelijkheid om onafhankelijke cliënt ondersteuning te ontvangen. Tabel 1. laat het aantal dossiers zien dat door de Straatalliantie, bestaande uit drie onafhankelijke partijen cliëntondersteuners, in 2021 in behandeling is genomen. Tabel 1. Aantal door de Straatalliantie behandelde dossiers (2021) De Straatalliantie Daklozenvakbond Belangenbehartiging Amsterdamse Dak- en Thuislozen MDHG
Aantal dossiers 2021 79 963 244
Onafhankelijke cliëntondersteuners ondersteunen individuele cliënten in hun zorgvraag. Vanuit de ervaringen die zij daarbij opdoen geven zij tevens overkoepelende feedback aan de buurtteams. Dit hebben zij gedaan door het uitbrengen van ‘Het Groeiboek’21 in december 2021. Dit rapport maakt inzichtelijk waar zowel (dreigend) daklozen als cliëntondersteuners van de Straatalliantie in de praktijk tegenaan lopen, waar de knelpunten zitten en waar deze mogelijk verbeterd kunnen worden. De inzet van de onafhankelijke cliënt ondersteuning, geboden door de Straatalliantie en per 1 september 2022 het daklozenkantoor, wordt mede-geëvalueerd vanuit het cliëntperspectief in het kwalitatieve onderzoek dat door Meetellen wordt uitgevoerd. Dit zal plaats vinden tussen april en december 2022, de resultaten hiervan worden meegenomen in de rapportage van maart 2023.
Actie beleidsprogramma: 1.1.7 Capaciteitsbehoefte onafhankelijke cliëntondersteuning wordt vanaf 2022 gemonitord
Indicator: 1.1.7 capaciteitsbehoefte
Resultaten: cijfers nog niet beschikbaar
21 http://straatalliantie.nl/wp-content/uploads/2021/12/Het-Groeiboek.pdf
46
Actie beleidsprogramma: 1.1.8 Daklozenkantoor wordt in 2021/2022 opgericht met steun van Zorg
Indicator: 1.1.8 Procesbeschrijving; samenwerkingsvormen en afspraken die zijn gemaakt met partijen die gezamenlijk het daklozenkantoor invulling gaan geven.
Resultaten beleidsacties 1.1.8; beleidsperiode 2021: Sinds de vaststelling van het beleidsprogramma aanpak dakloosheid in juli 2021 zijn gesprekken gevoerd met de partijen die het voorstel voor een Daklozenkantoor aangedragen hebben voor het beleidsprogramma. De aangewezen partijen voor verdere vormgeving en ontwikkeling hiervan zijn de MDHG, Bureau Straatjurist en De Daklozenvakbond. Gezamenlijk vormen zij De Straatalliantie. Middels de gevoerde gesprekken zijn samenwerkingsrelaties, doelstellingen, indicatoren en nadere afspraken in kaart gebracht voor de oprichting van deze nieuwe voorziening. Per 1 september 2022 is de stand van zaken; -
Het daklozenkantoor is op vaste dagen en tijden open voor publiek;
-
en zal in eerste instantie voor een periode van 24 maanden opgericht worden in pilotvorm. Dit betekent dat het aanvullend is op het bestaande aanbod en er tegen het einde van de looptijd geëvalueerd zal worden of deze stopt, verder gaat, of van vorm moet veranderen om verder te gaan. Indicatoren zijn afgestemd voor in een subsidiebeschikking. Voorbeelden hiervan zijn: het aantal unieke bezoekers, het aantal fysieke bezoeken op het kantoor en de openstellingsuren. Aanvullend zal kwalitatief in kaart worden gebracht wat het Daklozenkantoor bijdraagt aan bijvoorbeeld de belangenbehartiging van daklozen en het aanbod aan onafhankelijke cliëntondersteuning van de betrokken partijen.
-
47
1.2 Vroeginterventie: maatwerk als regel om dakloosheid te voorkomen
De problematiek met betrekking tot (dreigende) dakloosheid kenmerkt zich als divers en kan al vroeg in het leven van een persoon beginnen. WPI zet zich in om Amsterdammers met geldproblemen zo vroeg mogelijk in beeld te krijgen. Op die manier kan (mogelijk) voorkomen worden dat financiële problemen onnodig escaleren en kunnen tijdig betaalregelingen getroffen worden. Eerste signalen van (dreigende) dakloosheid bij vindplaatsen kunnen leiden tot vroeginterventies. Door de aanpak Vroegsignalering te intensiveren en waar mogelijk is uitzondering op de kostendelersnorm toe te passen wordt maatwerk als regel ingezet om dakloosheid te voorkomen.
Actie beleidsprogramma: 1.2.1 Vroegsignalering wordt verbeterd door te onderzoeken hoe signalen van vindplaatsen kunnen leiden tot vroeginterventies.
Indicator: 1.2.1 Procesomschrijving; doelgroepen waarop vroegsignalering zich richt, type aanbod geboden en bereik van het aanbod.
Resultaat beleidsactie 1.2.1; beleidsperiode 2021: In 2021 is onderzocht hoe signalen van vindplaatsen kunnen leiden tot vroeginterventies. De focus lag op het: 1. Verhelderen van de routes en werkprocessen voor de partijen in het voorveld. Het gaat om bijvoorbeeld: het Veldwerk voor jongvolwassenen, Don Bosco Straatvisie, het Onderwijs, Het Jongerenpunt voor dak- en thuisloze jongeren (WPI), de Buurtteams, de Ouder- en KindTeams, de Sociale Basis, GGZ, De Regenboog Groep en Meidennetwerk, etc. 2. Verstevigen van de samenwerking met partijen in het voorveld. 3. Verbeteren van informatievoorziening. 4. Meer maatwerk bieden. Onderstaand de resultaten ter verbetering van vroegsignalering: •
• •
•
• •
Amsterdamse jongeren ontvangen voor hun 18e verjaardag een verjaardagskaart met relevante informatie over nieuwe verantwoordelijkheden, financiële veranderingen en de weg naar ondersteuning. Er zijn twee apps ingezet om de informatievoorziening naar jongvolwassenen, betrokken naasten en professionals te versterken (PingPing en de Straatapp). Bij Kamers met Kansen voor jongvolwassen zijn er vier tijdelijke plekken gerealiseerd voor vrouwen met problematiek rondom seksuele intimidatie en seksueel geweld, dit project heet OpAdem. In samenwerking met meerdere partijen werkt WPI aan een stevige overgang 18-/18+. Het Jongerenloket dak- en thuislozen (Screeningbalie) heeft in samenwerking met de MOJ, een viertal Webinars over maatwerk binnen de Participatiewet georganiseerd. Dit om maatwerk (Jongerennorm, Kostendelersnorm en de vier weken zoekperiode) toe te passen. Er zijn briefadressen verschaft om dakloosheid te voorkomen. ONSbank werkt samen met Jongerenloket dak- en thuislozen (Screeningbalie) om jongvolwassenen met schulden beter te helpen.
48
•
• •
•
In het voortgezet onderwijs is extra geïnvesteerd in lessen financiële educatie voor leerlingen van 15-18 jaar. Vanaf het schooljaar 2020-2021 zijn de 3 programma’s ‘Hoe wordt je rijk’, Moneyways’ en ‘Geld maakt gelukkig’ geboden. In totaal zijn er 1698 lessen gegeven aan 4814 VO-leerlingen op 40 scholen. De ROC van Amsterdam wil een speciaal opleidingsprogramma starten voor dak- en thuisloze jongvolwassenen. Het programma School en Schuld wordt geboden op 23 MBO locaties van ROCvA, ROC TOP, het Hout en Meubileringscollege en het Mediacollege. Op de scholen zijn budgetcoaches aanwezig. In 2021 kwamen er 1554 hulpaanvragen binnen bij budgetcoaches op mbo’s, in 2020 waren dat er 1938 en in 2019 1571.
Actie beleidsprogramma: 1.2.2. Aanpak ‘Vroegsignalering’ intensiveren
Indicatoren : 1.2.2 (a) Jaarlijks aantal meldingen Vroeg Eropaf. 1.2.2 (b) Jaarlijks bereik Vroeg Eropaf. 1.2.2 (c) Jaarlijks aantal budgetadviesgesprekken. 1.2.2 (d) Jaarlijks aantal exploten (aanzeggingen woonontruimingen). 1.2.2 (e) Daadwerkelijk aantal huisuitzettingen per jaar (wegens financiële reden). -- Daadwerkelijk aantal huisuitzettingen (wegens financiële reden) per jaar
Resultaten beleidsactie 1.2.2; beleidsperiode 2021 (met trendcijfers vanaf 2018): Vroegsignalering vanuit WPI behelst een brede aanpak ter ondersteuning en begeleiding van financieel kwetsbare huishoudens. Ten aanzien van het voorkomen van dakloosheid zijn Vroeg Eropaf, EropAf en vanaf 2021 de automatische berichtgeving bij schulden < €250,- de belangrijkste signaleringsinstrumenten. Vroeg Eropaf richt zich op het vroegtijdig signaleren van betalingsachterstanden bij verschillende partijen die in eerste levensbehoeften voorzien, zoals een zorgverzekering, gas, water en licht en een huurwoning.
49
Figuur 1. Aantal meldingen Vroegsignalering en huishoudens bereikt (2018-2021) Meldingen vroegsignalering
Huishoudens bereikt
35000 29696
30000 25000
24924
24810
23304
21398
20000 15000
12287
14000
15000
10000 5000 0 2018
2019
2020
2021
Bron: WPI; (V) EropAf!
Figuur 1. laat zien dat in 2021 bij de aanpak Vroegsignalering in totaal 29696 meldingen binnenkwamen. Dit is een stijging van ruim 19% ten opzichte van 2020. In 2021 is het bij 74% van de huishoudens gelukt om in contact te komen, ook hier is sprake van een stijging ten opzichte van 2020 toen het totale bereik 60% was. De stijging in zowel het aantal meldingen als het totaal aantal bereikte huishoudens is verklaarbaar op basis van twee factoren: (1) de automatische berichtgeving vanaf 2021 bij schulden < €250,. In totaal kwamen er 5.064 automatische meldingen binnen en (2) Het nieuwe aantal partijen dat melding deed bij betaalachterstand(en). In 2020 waren dit 27 partijen en in 2021 is dit aantal uitgebreid naar 56.
Voor de aanpak ‘Vroegsignalering’ zijn er naast de reguliere klantmanagers ook ‘dedicated’ klantmanagers binnen WPI die specifiek inzetten op het voorkomen en oplossen van problematische schulden bij Participatiewet-gerechtigden. Klanten met financiële problemen worden actief benaderd als er sprake is van beslaglegging op de uitkering of een melding van een betalingsachterstand wordt gedaan. Op deze manier wordt met regie vanuit WPI zo snel mogelijk ingespeeld op signalen van financiële problematiek. Op basis van de signalen worden klanten opgeroepen voor een budgetadviesgesprek met een schuldhulpverlener (en soms ook met klantmanager erbij). Daar wordt integraal gekeken naar de oorzaak van de betalingsachterstand en krijgt de klant een passend traject aangeboden, ter voorkoming van verdere verergering van de financiële problemen en kan mogelijk een situatie van dreigende huisuitzetting (vanwege financiële redenen) tijdig worden omgebogen.
Over 858 klanten binnen de participatie-wet kwamen er in totaal 5049 meldingen voor geregelde betalingen binnen bij WPI en vonden er 720 budgetadviesgesprekken plaats in 2021.
50
Figuur 3. Aantal budgetadviesgesprekken 2018-2021 1000 720
800 604
635
610
2018
2019
2020
600 400 200 0 2021
Bron: WPI; (V)EropAf!
Het aantal budgetadviesgesprekken bij WPI is in de afgelopen 4 jaar gestegen, bijzonder opvallend is de stijging in 2021, die sinds de invoering van de automatische berichtgeving bij schulden <€250,- ruim 18% hoger ligt ten opzichte van 2020. EropAf richt zich op het tijdig signaleren van aangezegde ontruimingen en probeert deze te voorkomen. In 2021 werden in totaal 797 huisuitzettingen aangezegd (exploten), 87% van de huishoudens werd bereikt door de EropAf aanpak, voor 601 huishoudens was een financiële reden de aanleiding tot de aangezegde ontruiming”, 90% van deze huishoudens werd bereikt middels de aanpak Eropaf. Figuur 4. Aangezegde huisuitzettingen (totaal) (2018-2021) 1600
1328
1334
1200
951 797
800 400 0 2018
2019
2020
2021
Bron: WPI; (V)EropAf!
51
Figuur 5. Ontruimingen; enkel bij woningcorporaties wegens financiele redenen (2018-2021) 160
151
120 78
80 40
35
33
2020
2021
0 2018
2019
Bron: WPI; (V)EropAf!
Zoals in figuur 3. weergegeven is het aantal huisuitzettingen bij woningcorporaties vanwege financiële reden tussen 2018 en 2021 aanzienlijk gedaald. In 2021 resulteerde bij 33 huishoudens een aangezegde ontruiming daadwerkelijke tot de uitvoering ervan. Daarbij moet worden opgemerkt dat de cijfers over ontruimingen alleen betrekking hebben op huisuitzettingen van de woningbouwcorporaties o.g.v. huurschulden. Gedurende de coronacrisis werden geen huisuitzettingen vanwege financiële redenen verricht, dit zou een verklaring kunnen zijn voor het opvallend lage aantal in 2020 en 2021.
Actie beleidsprogramma: 1.2.3 WPI past waar mogelijk is maatwerk toe op de kostendelersnorm
Indicator: 1.2.3 Aantal huishoudens met een bijstandsuitkering, aantal huishoudens met uitzondering op de kostendelersnorm en uitzonderingen Amsterdamse maatwerk
Resultaat beleidsactie 1.2.3; beleidsperiode 2021 en deels 2022: De raad heeft begin 2021 gevraagd om uniforme registratie waarmee inzichtelijk wordt wanneer maatwerk op de kostendelersnorm wordt toegepast. Deze monitor is ontwikkeld. In deze monitor worden cijfers gegeven van alle wettelijke uitzonderingen en van Amsterdams (tijdelijk) maatwerk. Tabel 2. Aantal Amsterdamse huishoudens op enig moment met bijstandsuitkering en uitzonderingsvorm Inkomen Bijstandsuitkering Bijstand met uitzondering op de KDN Bijstand met uitzondering op de KDN; Amsterdamse maatwerk (buitenwettelijk)
Aantal huishoudens jan. t/m dec. 2021 46.856 7.240
Aantal huishoudens jan t/m april 2022 39.317 4.999
171
91*
Bron: WPI
52
Actie beleidsprogramma: 1.2.4 lobby Kostendelersnorm
Indicator: 1.2.4 procesbeschrijving
Resultaat beleidsactie 1.2.4; beleidsperiode 2021: Naar aanleiding van de lobby door de G4 is in het nieuwe regeerakkoord opgenomen dat voor jongeren tot 27 jaar de kostendelersnorm wordt afgeschaft. Voor uitkeringsgerechtigden vanaf 27 jaar verandert er niets. De gemeente blijft voor deze groep zoeken naar maatwerk en blijft lobbyen voor het afschaffen van de kostendelersnorm voor deze doelgroep. Dit wordt per 1 januari 2023 landelijk ingevoerd en Amsterdam start daar al per 1 oktober 2022 mee.
53
1.3 Project briefadressen Iedere economisch dakloze of dreigend dakloze persoon heeft (indien nodig) recht op een briefadres en krijgt begeleiding vanuit WPI met een op persoon gemaakt perspectief-plan. Het plan is erop gericht dakloosheid te voorkomen. Waar mogelijk wordt het professioneel en informeel netwerk van de cliënt tijdig versterkt en ingezet volgens de resourcegroep methodiek om hiermee de persoon te helpen bij zijn of haar specifieke problemen.
Actie beleidsprogramma: 1.3.1 Project briefadressen
Indicatoren: 1.3.1 (a) Procesbeschrijving pilot VIND 1.3.1 (b) Aantal economisch daklozen met een briefadres WPI (gelijk aan indicator 3.1.5 context monitor) 1.3.1 (c) Aantal mensen met een briefadres + perspectiefplan
Resultaten beleidsactie 1.3.1; beleidsperiode 2021: Project VIND (Voortgang, Individueel, Noodzakelijk, Doorpakken) is in 2020 als activeringsinstrument ingezet om met briefadres- en bijstandsgerechtigden bij WPI in contact te komen en betreffende personen middels een training van 5 dagdelen tot een persoonlijk plan van aanpak richting zorg of werk te begeleiden. Uit een klantenpanel opgezet om informatie op te halen bij personen die onder de doelgroep vielen, is naar voren gekomen dat: - ondanks het beschikken over een briefadres en/of uitkering blijven problemen binnen diverse leefdomeinen bestaan, waar daklozen personen in veel gevallen niet zelfstandig duurzame oplossingen voor kunnen vinden; - onder de doelgroep er behoefte is aan professionele begeleiding en ondersteuning. Hoewel de VIND methodiek goed aansloot bij de doelgroep is de pilot enkele maanden na het opstarten weer stopgezet in 2020. De methodiek vereiste destijds meer personele bezetting dan beschikbaar was. Bovendien beïnvloedden stagnatie en beperkingen op het gebied van huisvesting op hun beurt ook andere leefgebieden van de deelnemer.
Hoewel de pilot in de oorspronkelijk vorm stop is gezet hebben opgedane kennis en inzichten geleid tot verbeteringen met betrekking tot de dienstverlening; werkbare en voor de dienst uitvoerbare elementen uit de methode worden onder meer doorontwikkeld en toegepast in de begeleiding van economisch daklozen in lopende en nieuwe programma’s, waaronder de cohort/focus aanpak, meer hierover in resultatensectie 3.8.
54
Figuur 5. Aantal WPI uitkeringen aan adreslozen tussen 31 december 2016 tot en met 23 juni 2022 3000 2417
2500 2000 1546
2185 1654
1695
1734
1500 1000 500 0 31-12-2016 31-12-2017 31-12-2018 31-12-2019 31-12-2020 31-12-2021 31-12-2022 Bron: WPI
Figuur 5. geeft de trend weer in het aantal briefadressen in combinatie met een uitkeringen voor adreslozen bij WPI op peildata vanaf eind 2016 tot en met 23 juni 2022. In de periode tussen 2016 en 2019 ligt de jaarlijkse stijging van het aantal briefadressen tussen de 2,5% en 7 %. Vanaf 2019 tot en met mei 2022 stijgt het aantal briefadressen van 1734 naar 2417, hiermee is het aantal briefadressen medio 2022 met ruim 39% toegenomen ten opzichte van 2019. Als we de stijging van het aantal briefadressen tussen 31 december 2016 (1546) en 23 juni 2022 (2417) nemen, zien we een toename van ruim 56%. Met name in 2020, tijdens de covid-19 pandemie, is er sprake van een extra stijging. Dit is mogelijk ook het gevolg van een toename van het aantal mensen met inkomens- en huisvestingsproblemen in Amsterdam (bijv. zelfstandigen en TOZO klanten) en/of het vergroten van het bereik onder deze groep. Hoewel WPI de grootste verstrekker is van briefadressen worden briefadressen verstrekt aan mensen die dakloos zijn maar een andere inkomensbron hebben dan een bijstandsuitkering door HVO-Querido (n=439) of Daklozenvakbond (n=369).
Actie beleidsprogramma: 1.3.2 Resourcegroepen tijdig betrekken
Indicator: 1.3.2 cliënttevredenheid met inzet van de resourcegroup methodiek
Resultaat beleidsactie 1.3.2; beleidsperiode 2021: Cliënttevredenheid met inzet van de resourcegroup methodiek wordt mede- onderzocht en geëvalueerd in het kwalitatieve onderzoek dat door Meetellen wordt uitgevoerd vanaf april 2022 tot en met december 2022. De resultaten hiervan worden meegenomen in de rapportage van maart 2023.
55
1.4 Innovatieve begeleiding door het Team Economisch Daklozen van De Regenboog Groep Team Economisch Daklozen van De Regenboog Groep biedt kortdurend en intensieve begeleiding aan economisch daklozen. Een combinatie van nieuw ontwikkelde woonoplossingen in de stad en buiten de regio als mede kennisoverdracht aan de buurtteams en de Maatschappelijke Dienstverlening (MaDi’s) over de mogelijkheden voor economisch daklozen zou bij kunnen dragen tot vroeginterventie ter voorkoming van verergering van de situatie van economisch dakloze personen.
Actie beleidsprogramma: 1.4.1 Team Economisch Daklozen van De Regenboog Groep ontwikkelt nieuwe woonoplossingen en biedt begeleiding aan
Indicator: 1.4.1 aantal cliënten (economisch daklozen) in begeleiding, aantal nieuwe plekken dat is gerealiseerd en in welke tijdelijke verblijfsvorm
Resultaat beleidsactie 1.4.1; beleidsperiode 2021: Mensen kunnen via verschillende routes terecht komen bij De Regenboog Groep; - zo kunnen personen zich rechtstreeks melden bij maatschappelijk werk gericht op economisch dakloosheid en na een screening geplaatst worden op de wachtlijst voor een tijdelijke woonvorm; - mensen kunnen zich ook bij Wonen aanmelden en via deze verwijzer een plek op de wachtlijst krijgen voor tijdelijke huisvesting en daarbij gekoppeld worden aan een maatschappelijk werker vanuit De Regenboog Groep. In 2021 begeleidde De Regenboog Groep 1178 economisch dakloze personen. In totaal zijn er in 2021, 237 mensen voor de duur van een jaar geplaatst in Amsterdam. Economisch daklozen worden vanuit De Regenboog Groep voor de duur van een jaar geplaatst in een van onderstaande projecten; (1) “Onder de Pannen”: Een economische dakloze wordt in onderhuur bij een Amsterdammer in huis geplaatst. De Amsterdammer verhuurt met toestemming van de woningcorporatie en in samenwerking met de gemeente een kamer en krijgt hiermee een financieel extraatje. Heeft de verhuurder een uitkering dan geldt binnen het project dat de inkomsten uit de kamerverhuur boven op de uitkering toegestaan zijn en dus niet op de uitkering in mindering worden gebracht.
(2) “Tijdelijk Onder Dak”: Twee economische daklozen in duo vorm worden voor de duur van een jaar geplaatst in een lege renovatie woning. Het wonen van een jaar op een tijdelijke plek is een aanpak en middel om in dat jaar rust te bieden aan economisch daklozen, stabilisatie te realiseren en hiermee verergering en terugval in problematiek te voorkomen. Binnen het jaar van tijdelijke huisvesting wordt een actieve zoektocht opgezet naar duurzame huisvesting met begeleiding van maatschappelijk werk. In resultatensectie 2.5 worden details over gerealiseerde woonvormen uitgewerkt.
56
Actie beleidsprogramma: 1.4.2 Team economische daklozen van de RBG heeft kennisoverdracht gedaan aan buurtteams
Indicator: Procesbeschrijving van het aantal trainingen, bijeenkomsten, aantal getrainde teams/individuen, en de behandelde thema's
Resultaat beleidsactie 1.4.2; beleidsperiode 2021: In de zomer en het najaar van 2021 zijn er in het kader van kennisoverdracht door Team Economische Daklozen van De Regenboog Groep ten behoeve van de buurtteams 3 werksessies georganiseerd met partners uit het domein Wonen, Zorg/Opvang en Inkomen. Daarin zijn routes, samenwerkingsafspraken en basisinformatie zijn opgetekend. Aan elke werksessie hebben altijd buurtteam medewerkers, een medewerker van het OKT en een cliëntondersteuner vanuit de Straatalliantie deelgenomen. 1 werksessie werd georganiseerd met buurtteam medewerkers om opgehaalde informatie te bespreken en de scholingsbehoefte in kaart te brengen. Alle buurtteam organisaties hebben aandachtsfunctionarissen wonen/dakloosheid benoemd. Binnen de buurtteams worden zij gepositioneerd als de medewerkers die beschikken over specialistische kennis met een opdracht om kennisoverdracht te verzorgen binnen het eigen team. Door middel van bovenstaande sessies is in kaart gebracht welke basiskennis nodig is voor alle buurtteam medewerkers en ketenpartners, en welke kennis en expertise nodig is zodat de aandachtsfunctionarissen wonen/dakloosheid hun functie kunnen vervullen.
57
Speerpunt 2 Vergroten Aanbod Woonoplossingen Binnen de regio Amsterdam is er sprake van een overspannen woningmarkt en wordt programmatisch ingezet op het vergroten van het aanbod structurele woonoplossingen. Deze inzet wordt op diverse manieren vormgegeven. Doordat de vraag naar structurele woonoplossingen groter blijft dan het aanbod wordt er creatief ingestoken op het creëren van tijdelijke en duurzame woonvormen voor een breed publiek, maar ook met extra aandacht voor kwetsbare doelgroepen. 2.1 Nieuwbouwopgave sociale huurwoningen en 2.2 Omslagwoningen Indicator: 2.1.1 (a) Aantal nieuwe huurwoningen. 2.1.1 (a) Aantal sociale huurwoningen dat vrijkomt bij woningbouwcorporaties. 2.2.1 (b) Aantal woningen dat beschikbaar is gesteld voor jongvolwassenen en gezinnen. 2.2.2 Aantal woningen dat is toegezegd aan PHKG, in de bestuurlijke overleggen.
Acties beleidsprogramma: 2.1.1 Jaarlijks worden 2500 sociale huurwoningen in aanbouw genomen 2.2.1 Meer omslagwoningen voor kwetsbare doelgroepen 2.2.2 Voeren van bestuurlijk overleg over verruimen omslagwoningen
Resultaten beleidsactie 2.1.1 tot en met 2.2.2; beleidsperiode 2021 (met trendcijfers vanaf 2018): Op 1 januari 2022 bestond de Amsterdamse sociale woningvoorraad uit 186.470 huurwoningen. In totaal gaat het om 166.303 zelfstandige sociale huurwoningen en 9.397 onzelfstandige sociale huurwoningen. Corporaties zorgen ervoor dat de voorraad sociale huurwoningen in de periode 2020-2023 met 3.000 woningen toeneemt, dit komt overeen met een meerjarig gemiddelde groei22 van gemiddeld 750 woningen per jaar. In 2021 heeft er een groei van 619 zelfstandige sociale huurwoningen plaatsgevonden en zijn er 1.930 sociale nieuwbouwleveringen geweest. Het totaal aantal nieuwe verhuringen betrof in datzelfde jaar 8.037. Tabel 3. Aantal nieuwe sociale verhuur en plaatsen voor kwetsbare groepen (Amsterdam)
Totaal aantal nieuwe verhuringen (starters en doorstromers) waarvan PHKG waarvan: zonder begeleiding woningen met begeleiding (o.a. uitstroom MOBW) statushouders
2018
2019
2020
2021
7516 1639
7485 1622
7615 1785
8037 2117
557
621
674
687
638 444
518 483
656 455
810 620
Bron: PHKG: Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen. Uit tabel 17/tabel 30 jaarverslag AFWC; excl. studentenwoningen 23
22 Deze groei is het saldo van de opgeleverde (en aangekochte) nieuwbouw en de sociale huurwoningen die zijn
geliberaliseerd, verkocht of gesloopt. De beoogde groei is gebaseerd op oplevering van gemiddeld 2.500 nieuwbouwwoningen per jaar en lukt alleen als de gemeente en woningcorporaties er gezamenlijk in slagen om een aantal projecten binnen de afsprakenperiode tot oplevering te laten komen. 23 https://www.afwc.nl/databank/jaarberichten/bekijk-alle-jaarberichten
58
In 2021 leverden de Amsterdamse woningcorporaties in totaal2.117 woningen aan het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen (PHKG). Het toegekend aantal woningen is 18% hoger dan gepland, niettemin blijkt het aanbod onvoldoende toereikend voor de vraag die er tegenover staat. Daarvan zijn 810 woningen toegekend aan kandidaten voor een omslagwoning, met begeleiding van een maatschappelijke opvang organisatie.
2.3 Regionale herziening woonruimte verdeelsysteem, 2.4 Tijdelijke woonlocaties door transformatie en nieuwbouw Acties beleidsprogramma: 2.2.3 Regionale herziening woonruimte verdeelsysteem 2.3.1 Implementatie nieuwe regionale woonruimteverdeling 2.3.2 Reële taakstelling Rijk voor huisvesten kwetsbare groepen – Lobby 2.4.1 Tijdelijke locaties gebruiken voor tijdelijke huisvesting 2.4.2 Inventarisatie gemeentelijk vastgoed: wat kunnen we tijdelijk inzetten voor wonen?
Indicatoren: 2.3.2 procesbeschrijving 2.4.1 & 2.4.2 procesbeschrijving + aantal gevonden locaties, aantal plekken bij potentiele oplevering, gemaakte afspraken.
Resultaten met betrekking tot beleidsacties 2.2 tot en met 2.4 volgen in de rapportage van 2023.
59
2.5 Benutten tijdelijke woon- en opvangplekken Op verschillende manieren wordt er ingezet op het vergroten van de tijdelijke woonmogelijkheden in Amsterdam en de regio.
Acties beleidsprogramma: 2.5.1 tijdelijk huisvesten van economisch daklozen in hotels gedurende Coronacrisis 2.5.2 project ‘Tijdelijk Onder Dak’; 200 plekken, voor 2 zelfredzame personen per jaar. 2.5.3 (a) uitbreiding project ‘Onder de Pannen’ 2.5.3 (b) project ‘Onder de Pannen’ (jongvolwassenen)
Indicatoren: 2.5.1 Totaal aantal economisch daklozen geplaatst in hotels. 2.5.2 Totaal aantal economisch daklozen geplaatst d.m.v. project ‘Tijdelijk Onder Dak’. 2.5.3 (a) Totaal aantal plaatsingen economisch daklozen d.m.v. ‘Onder de Pannen’. 2.5.3 (b) Totaal aantal plaatsingen ‘Onder de Pannen’ (jongvolwassenen).
Resultaat beleidsactie 2.5.1 tot en met 2.5.3; beleidsperiode 2021: 2.5.1 Regenbooggroep In 2021 is het De Regenboog Groep gelukt om in totaal 71 economisch dakloze personen tijdelijk te huisvesten in 6 verschillende hotels. WPI heeft gedurende de pandemie periode 170 economische daklozen in een hotel geplaatst en bood tot uiterlijk 28 februari 2022 financiële begeleiding, schuldhulpbegeleiding en werkbegeleiding. Vanuit De Regenboog Groep werd ingezet op de maatschappelijke ondersteuningskant. Daarnaast bood ook de Straatalliantie inloopspreekuur voor juridisch advies en ondersteuning. WPI constateerde dat een groot deel van de economisch daklozen vanuit het hotel uitstroomden/terugkeerde naar het eigen netwerk. Ook stroomde een deel van de groep economisch daklozen door naar ‘Tijdelijke onderdak’ van De Regenboog Groep. Een half jaar na uitstroom uit het hotel waar WPI verantwoordelijk voor was spreekt de dienst over duurzame uitstroom voor meer dan 80% van de uitstromers op het gebied van wonen in sommige gevallen ook op het gebied van werk (meer hierover in resultatensectie 3.8 & 3.9). Personen die zich binnen 6 maanden na uitstroom opnieuw meldden hoefden niet helemaal opnieuw in traject, maar kon snel(ler) worden geholpen door WPI.
2.5.2 Amsterdamse wooncorporaties hebben toegezegd om in 2021 een totaal van 200 renovatie woningen voor de periode van een jaar beschikbaar te stellen aan economisch dakloze Amsterdammers, onder begeleiding van De Regenboog Groep. De woningen werden in principe per duo bewoond. Van de 200 toegezegde woningen zijn in er totaal 65 woningen daadwerkelijk beschikbaar gesteld in 2021. De looptijd voor de levering van de renovatiewoningen is verlengd tot en met december 2023. Eind mei 2022 is het totaal aantal beschikbaar gestelde renovatiewoningen 110. Hiermee zijn in het voorjaar van 2021 t/m mei 2022, 205 personen geplaatst in tijdelijke huisvesting met begeleiding.
60
Tabel 5. Aantal toezeggingen en geleverde ‘Tijdelijk onder Dak’ woningen met bereik programma t/m mei 2022 Totaal aantal toegezegde woningen Potentieel aantal plaatsingen Geleverde woningen Aantal geplaatste personen + percentage bereik t.o.v. toegezegd aantal plekken
2021 200 (100%)
Cumulatief tot Mei 2022 200 (100%)
400 (100%)
400
(100%)
65 (32,5%) 126 (31,5%)
110 205
(55%) (51%)
De vraag naar tijdelijke woningen overstijgt het aanbod. Zo bestond de wachtlijst voor ‘Tijdelijk onder Dak’ en ‘Onder de Pannen’ eind 2021 uit 370 personen.
Tabel 6. Totale uitstroom ‘Tijdelijk Onderdak’ over geheel 2021 Uitstroomreden Totaal Vaste huisvesting Tijdelijk vervolghuisvesting Geen vervolgplek Vervolg onbekend
Uitstroom aantal over heel 2021 22 10 5 5 2
Tabel 6. biedt een overzicht met daarin 4 uitstroom redenen vanuit de tijdelijke woning. Zo kunnen personen uitstromen omdat zij vaste of tijdelijke huisvesting gevonden hebben, of omdat het hen niet is gelukt om binnen een jaar aan een vervolgplek te komen. Een klein deel van de ‘ToD’ deelnemers stroomt vroegtijdig uit of stopt met het traject zonder dat daar de reden van bekend is. Gemiddeld 53% versus 47% van de economisch dakloze personen die tijdelijke huisvesting krijgt vanuit De Regenboog Groep stroomt duurzaam uit. Voor een groot deel van deze groep ‘bankslapers’ geldt dat zij terugkeert naar het informele netwerk. Vaak is het informele netwerk na een periode van 1 jaar tijdelijk onderdak, gefaciliteerd door De Regenboog Groep, opgeladen en opnieuw bereid gevonden om een logeer-/ tijdelijke woonplek aan de economisch dakloze persoon te bieden.
61
Actie beleidsprogramma: 2.5.4 Uitbreiden van passanten pensions
Indicatoren: 2.5.4 (a) procesbeschrijving voortgang ontwikkeling uitbreiding capaciteit in de regio 2.5.4 (b) aantal passantenpensions en plekken in totale regio 2.5.4 (c) unieke ingestroomde cliënten per kalenderjaar 2.5.4 (d) aantal unieke uitgestroomde cliënten per kalenderjaar