2. Memo over gebruik cacaodoppen van OD NZKG 20210412.pdf
Tekst van het document
Notitie over de inzet Cacaodoppen e.a materiaal Cargill Aan Kopie aan Datum
Deelnemers overleg over bezwaarschrift Amsterdam tav bio energiecentrale Cargill Multiseed 12 april 2021
Van Telefoon E-mail
Arjen Snijder
Onderwerp:
Bespreken aanpak bezwaarschrift Cargill
Onderwerp Bespreken het gebruik van cacaodoppen voor verbranding bezwaarschrift gemeente Amsterdam tegen omgevingsvergunning Cargill Multiseed mbt biomassaboiler. Conclusie a.
De vergunning voor Cargill staat alleen binnen het eigen productieproces vrijkomende lege cacaodoppen toe die de bijproductstatus hebben. Voor andere materialen is toestemming nodig b. Voor veel restanten uit de voedselproductie is de ideale eindbestemming op dit moment veevoer, maar cacaodoppen zijn beperkt toepasbaar. Recycling van cacaodoppen zoals genoemd in de verwijzingen door de gemeente Amsterdam zijn op dit moment kleinschalig van aard en wordt beperkt in toepassingen door de specifieke kwaliteiten van de cacaodoppen. c. Cacaodoppen zijn wel geschikt voor verbranding met energieopwekking en het as is toepasbaar als meststof. Echter wet- en regelgeving loopt hierin achter voor de toepassing van dit as als bodemverbeteraar. Hierop kan worden gelobbyd of samengewerkt met de industrie. d. Nu worden de lege cacaodoppen bij gebrek aan hoogwaardigere verwerkingsmethoden, ook aangewend als biomassa voor verbranding met energie-opwekking buiten de regio met eveneens effect op de luchtkwaliteit in de vorm van bijstook in kolengestookte centrales. De huidige verwerking leidt tot meer transport met daarbij behorende emissies en energiegebruik. Als deze stroom niet wordt aangewend door Cargill, wordt deze stroom buiten de regio aangewend om te verbranden met energie-opwekking. e.
Hierom is de inzet van cacaodoppen een prima inzet van lokale bio-brandstof voor energieopwekking in plaats van andere biomassa die van buiten de regio moet worden gehaald. Aanleiding In haar bezwaar tegen het besluit van de Provincie voor een biomassainstallatie bij Cargill is de gemeente is van mening dat er hoogwaardigere toepassing mogelijk zijn voor cacaodoppen en hullen van zonnebloempitten, zoals bijvoorbeeld in de agrarische sector (voor veevoer, onkruidbestrijding en bodemverbetering) en biochemische industrie (duurzaam alternatief voor bitumen, papierproductie). De vergunning Wij staan alleen materiaal toe dat als bijproduct is gekwalificeerd en dus alleen als biomassa kan worden verbrand. Daarbij is alleen in de vergunning de verbranding van cacaodoppen toegestaan die als bijproduct zijn gekwalificeerd. Anders wordt de installatie een afvalverbrandingsinstallatie. Andere materialen zijn niet toegestaan. Pagina 8 van de vergunning voor de stookinstallatie stelt dat:
1|5
‘In de toekomst wil Cargill Multiseed ook andere bijproducten toepassen, zoals soja- en zonnebloemhullen, rijstschillen en tarwezemelen. Indien hiervan sprake is zal Cargill Multiseed dit vooraf melden aan het bevoegd gezag en hierbij aantonen dat het om bijproducten (niet-zijnde houtige stoffen) gaat.’ Verder wordt de toestemming van andere materialen geregeld via het voorschrift in onderdeel F:
De niet-houtige biomassa kan alleen ingezet worden als biomassa, als de niet-houtige biomassa de bijproduct status heeft, welke via een rechtsoordeel is toegekend. Dit bewijs moet worden overlegd. Deze scherpte in de vergunning komt niet vaak voor. Bijproduct Om aan te tonen dat een niet eerder beoordeeld materiaal een bijproduct betreft is er een toetsing nodig aan de voorwaarden van artikel 1.1, lid 1 onder 6 van de Wet milieubeheer inzake bijproduct, namelijk: a. het is zeker dat de stoffen, mengsels of voorwerpen zullen worden gebruikt; b. de stoffen, mengsels of voorwerpen kunnen onmiddellijk worden gebruikt zonder enige verdere behandeling anders dan die welke bij normale productie gangbaar is; c. de stoffen, mengsels of voorwerpen worden geproduceerd als een integraal onderdeel van een productieproces; en d. verder gebruik is rechtmatig, inhoudende dat de stoffen, mengsels of voorwerpen voldoen aan alle voorschriften inzake producten, milieu en gezondheidsbescherming voor het specifieke gebruik en dat gebruik niet zal leiden tot over het geheel genomen ongunstige effecten voor het milieu of de menselijke gezondheid. Dit laatste houdt onder andere in kan de inzet van het materiaal binnen de kader blijven van: Doelmatig afvalbeheer zoals vermeld in het landelijk afvalbeheer plan 3 en het aanhangende materiaalspecifieke sectorplan.
Circulaire economie Onderdeel van de circulaire economie is de ontwikkeling van de bio-economie (biobased economy) waarin de biomassabehoefte van de bio-economie wordt vergroot door het verlaten van het gebruik van fossiele brandstoffen. Deze ontwikkeling zorgt voor een grotere vraag naar biomassa voor verschillende toepassingen waaronder bouwmaterialen, bioplastics en voedsel. Landbouwkundigen stellen dat het landbouwareaal in de wereld niet of nauwelijks uitgebreid hoeft te worden om in de toekomst, ook bij een toenemende populatie, om de wereld te blijven voeden. Dit wordt bereikt door efficiëntieverbeteringen in de landbouw en door voedselverspilling tegen te gaan. Hiervoor zullen wel meer nutriënten (mest of kunstmest) nodig zijn, wat mogelijk de energievraag zal doen toenemen. In een ideale situatie zal er dus niet verloren gaan. Echter de praktijk laat zien dat de juiste kwaliteit een rol speelt in de ideale toepassing. Veevoer Een onderdeel van de Circulaire economie is toepassing van restmaterialen uit de voedselproductie als veevoer. Dit is ook in het in de huidige systematiek een hoogwaardige verwerking van het materiaal dan verbranding. In de vergunning zijn eerder soja- en zonnebloemhullen, rijstschillen en tarwezemelen genoemd.
2|5
Uit de rapportage van Wageningen University & Research (hierna: WUR) laat het zien dat deze materialen op grote schaal worden gebruikt in veevoer 1. Het is daarom ook niet wenselijk dat deze worden gebruikt voor de verbranding. Cacaodoppen zijn minder gewild. Deze worden hieronder verder behandeld. Cacaodoppen en Cargill De cacaodoppen voor Cargill komen vrij uit industrie uit de Zaanstreek en dus uit de regio. In Nederland komt er circa 57-60.000 ton aan cacaodoppen vrij uit de industrie. Het overgrote deel komt vrij uit de Zaanstreek (40.000 ton/jaar) In de reguliere markt gaan de cacaodoppen voor het overgrote deel richting de (steenkolen)energiecentrales van Nederland als bijstook. Ook de voormalige energiecentrale van NUON in Amsterdam had hiervoor een vergunning, waarvan zij uiteindelijk geen gebruik van hebben gemaakt. Hierdoor wordt het materiaal over het gehele land rond gereden met de daarbij komstige extra CO2 en stof- en NOx-emissies. Markt voor cacaodoppen als recycling, veevoer of bodemverbeteraar De aangeleverde onderzoeken zijn reeds bekend bij ons. Daarnaast is er ook de ‘Toekomstverkenning mogelijkheden recycling reststromen uit voedselverwerkende industrie’ van de provincie Noord-Holland. Echter rapporten spreken over potentiële kansen in de markt. Maar geeft niets aan over de concurrentiepositie.
Een bedrijfseconomische onderzoek op de marktrijpheid van een project met grootschalige cacaodoppen is niet bekend. Recycling De markt voor recycling van cacaodoppen in producten is beperkt. In 2017 rapporteerde RVO dat een kleine papierfabriek in Gelderland die er mogelijk iets mee kon in haar papier 2. Deze fabriek bedient vooral een niche markt met in totaal 3.850 ton papier. Dit is de door Amsterdam aangehaalde papierfabrikant. Destijds voegde men al tomatenstengels of ander materiaal toe aan het papier. Daarnaast spreekt de Noordhollandse papierfabriek Crown van Gelder zijn voorkeur uit aan het ruime voorradige suikerbietenpulp 3, omdat hier geen lignine inzit. Dit houtachtige stof moet er uit worden gehaald om een hoge kwaliteit papier te maken. Cacaodoppen bevatten lignine 4 zijn hierdoor minder energie-efficiënt om te gebruiken. Ter illustratie: Crown van Gelder produceert per jaar circa 170.000 ton aan papier, waarvan een groot deel van de grondstoffen bestaan uit afvalpapier. Lokaal heeft vloerenfabrikant Forbo in een vloerenlijn wel cacaodoppen verwerkt. Echter dit is geen lijn die volledig marktdekkend is en naast het reeds natuurlijk product linoleum wordt geproduceerd. Uit verder onderzoek van het WUR archief valt op te merken dat het belangrijkste onderzoek naar circulaire toepassingen is geleid door Cargill 5.
Echter uit onderzoek naar toepassing in bitumen, tapijt en aroma blijkt geen concrete match te zijn. verder onderzoek naar technieken om interessante stoffen er uit te halen zijn volgens dit onderzoek nog nodig. Voorlopig gebruik in producten is vooralsnog klein. Verder is er geen verwerking van cacaodoppen in gebruiksproducten bekend, die boven het laboratoriumniveau uitstijgen. Deze oorzaak is ook te vinden in enkele specifiek ingrediënten van cacaodoppen en de noodzaak om extra energie te gebruiken en technieken te ontwikkelen.
https://edepot.wur.nl/499300 https://www.rvo.nl/sites/default/files/2018/02/Monitoring%20Biobased%20Economy%20NL%202017.pdf 3 https://www.cvg.nl/nl/news/suikerbietenpulp-voor-een-duurzame-verpakkingsindustrie 4 https://edepot.wur.nl/398437 5 https://www.wur.nl/nl/Onderzoek-Resultaten/Onderzoeksinstituten/food-biobased-research/Showfbr/Ontwikkeling-van-hoogwaardige-producten-van-cacaodoppen.htm 1 2
3|5
Veevoer Cacaodoppen mogen gebruikt worden als veevoer, echter in beperkte mate van de aanwezigheid van de stof theobromine. Dit stofje is ook de reden waarom er wordt geadviseerd geen chocolade te geven aan katten, honden, fretten of paarden. Theobromine zorgt voor een langdurige hoge hartslag en alertheid met mogelijk dood tot gevolg. Het wordt wel als veevoer verkocht voor koeien. Op veeteeltforum.nl hebben veehouders hierover hun ervaring uitgewisseld. Er wordt door handelaren in veevoer geadviseerd de cacaodoppen in lage doseringen van maximaal 0.5 kg/dag per koe (op de 55-70 kg totale inname aan voer per dag per koe) te geven en niet tijdens zwangerschap van de koeien. Gebruik hiervan tijdens zwangerschap kan een vroegtijdige worp van het onvolgroeide kalf veroorzaken. Daarbij hebben de doppen maar een kortstondig en beperkt positief effect op de melkproductie. Het wordt onder de deelnemende veehouders niet positief voor de gezondheid van de koeien. Dus ook hier is het potentieel beperkt. Compost Daarnaast is er tijdens het laatste overleg geopperd dat de doppen als bodemverbeteraar kunnen worden gebuikt. Een kleien markt onderzoek laat zien dat cacaodoppen vormen een klein deel van de mix is, die in reguliere tuinbemesting gaan. De verkoop van ongemixte cacaodoppen is beperkt tot verkoop aan particulieren.
De eigenschappen van ongemixte cacaodoppen is vooral gericht op slakken-, kleine dieren en onkruidbestrijding. Zelfs voor onkruidbestrijding zijn de doppen volgens het RIVM bij particulier gebruik slechts 2% van gebruikte middelen van onkruidbestrijding 6 in 2017. Enig rapport over de grootschalige inzet in de agrarische sector is niet te vinden. De grootschalige toepassing van cacaodoppen als bodemverbeteraar voor de bollenteelt scoort volgens vergelijkend onderzoek van de WUR 7 op afbraaksnelheid en potentiële verhoging van het bodemorganisch stofgehalte lager dan regulier compost of kokosvezels. Het toepassen van cacaodoppen als bodemverbeteraar is daarom kwalitatief minder aantrekkelijker dan regulier compost. Daarnaast bevatten cacaodoppen nog sporen van bestrijdingsmiddelen. In de cacaoteelt worden nog steeds bestrijdingsmiddelen gebruikt en de internationale branche voor cacaoproducenten (ICCO) heeft hiervoor ook zijn grenswaarden gesteld. Onderzoek door een andere cacaoproducent in ons werkgebied heeft al aangetoond dat de verbranding van cacaodoppen er voor zorgt dat ook deze restanten worden vernietigd.
Verbranden en vervolgens het as: bodemverbeteraar? Vanuit heet eerdergenoemde LAP3 is het toegestaan om cacaodoppen te verbranden in combinatie met energie-opwekking. Ook heeft de afdeling Biobasedeconomy van de WUR als enige biobased optie voor de cacaodoppen verbranding genoemd 8. Hierbij wordt aangegeven dat er wel moeten worden gekeken naar
https://www.rivm.nl/sites/default/files/2019-09/Memo%20Particulier%20Gebruik%20Biociden.pdf https://library.wur.nl/WebQuery/wurpubs/fulltext/341983 8 https://www.biobasedeconomy.nl/wp-content/uploads/2019/05/190425-Biomassa-voor-de-circulaireeconomie.pdf 6 7
4|5
nuttige toepassing van het as. Het as dat vrijkomt na verbranding van de cacaodoppen hebben wel potentie om te worden ingezet als meststof of als onderdeel van mest. Van 100 ton cacaodop blijft circa 2-4% over als as. Door de verkleining blijven belangrijke meststoffen zoals fosfaat en kalium over en zijn aantrekkelijk voor kunstmestproducenten om te verwerken. Onderzoek voor een eerdere vergunningaanvraag heeft al aangetoond dat het materiaal ingezet kan worden als nationale meststof. De huidige nationale wet- en regelgeving ten aanzien van meststoffen (bijlage Aa van de uitvoeringsregeling meststoffenwet) staat deze inzet nog niet toe, hierdoor eindigt nuttig materiaal op de stortplaats. Daarnaast heeft het as de afvalstatus waardoor een groot aantal bedrijven geen vergunning heeft om het te verwerken. Op Europees niveau is in concept al aanpassing van de regelgeving gereed die materialen uit assen, struviet en andere biomassa een toestaat om te toe te passen als mest en hun einde afvalstatus ook regelt 9. Vervolg Een gezamenlijke inzet van overheid, adviesbureaus en industrie zou een opening in de uitvoeringsregeling Meststoffenwet kunnen maken om deze assen circulair in te zetten als grondstof voor mest. RVO heeft al een traject uitgelegd hoe een dergelijke stof kan worden toegestaan 10.
Hiermee kan ook een bijdrage worden geleverd aan de verdere ontwikkeling van de circulaire economie.
9
https://op.europa.eu/en/publication-detail/-/publication/f2109276-d831-11e9-9c4e-01aa75ed71a1/languageen
https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/mest/mest-bewerken/afval-en-reststoffen-als-mestgebruiken 10
5|5