CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Klimaatfonds concept bestedingspersectief aanpassing 27 maart 2025.docx

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 17 april 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Verlengen Klimaatfonds (VN2025-002444)4.225 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CONCEPT Bestedingsperspectief Klimaatfonds 2025

Herziening van Bestedingsperspectief Klimaatfonds 2023 van 28 maart 2023 Datum vaststelling collegebesluit

1

1 Inleiding Amsterdam wil haar bijdrage leveren aan het tegengaan van de klimaatcrisis. Daarom heeft de gemeenteraad in 2019 besloten het Klimaatfonds op te richten, met daarin een bestemmingsreserve van €150 miljoen. Het geld uit het Klimaatfonds wordt ingezet voor projecten en maatregelen die bijdragen aan een rechtvaardige transitie naar een klimaatneutraal Amsterdam. Het grootste deel van het fonds was geoormerkt op basis van het bestedingsperspectief uit 2020 en 2023. Recente ontwikkelingen zorgen ervoor dat er bestedingsruimte is ontstaan. Dit komt mede door een veranderend beeld rond de warmtetransitie als gevolg van achterblijvende wet- en regelgeving vanuit het rijk. Ook een aantal andere projecten liepen af of zijn niet volledig gerealiseerd. Dit is ook niet gek, want we leren iedere dag bij over hoe we de route naar een klimaatneutraal Amsterdam het beste kunnen vormgeven en moeten dus soms onderweg onze route aanpassen. Er is nog € 48,7 miljoen uit het Klimaatfonds te besteden. De raad heeft [datum raadsbesluit] ook besloten de looptijd van het fonds te verlengen. Deze besluiten en de ontwikkelingen rondom de nieuwe koers geven aanleiding om het bestedingsperspectief uit 2023 te herzien. In dit nieuwe bestedingsperspectief is uiteengezet hoe het college het klimaatfonds zal inzetten voor de energietransitie:  De nieuwe koers warmtetransitie.

Een substantieel deel van de beschikbare ruimte wil het college benutten voor maatregelen die de nieuwe koers op warmte ondersteunen: zoveel mogelijk CO2-reductie op de korte termijn zonder de ambitie aardgasvrij uit het oog te verliezen.  Het opzetten van de Amsterdamse zonne-energiebank waarmee bewoners met energiearmoede kunnen profiteren van zonne-energie.  Het ondersteunen van bewoners- en buurtinitiatieven met een energiediensten organisatie en bij realisatie van projecten.  Het voortzetten van de dienstverlening vanuit het Isolatieoffensief om te voorkomen dat het dienstverleningsaanbod stilvalt.  Het verduurzaming van bedrijven en industrie.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt aangegeven en toegelicht waarvoor het college de middelen van het Klimaatfonds wil benutten. Hoofdstuk 3 geeft de huidige stand van de reserve Klimaatfonds weer: welk deel is al een bestemming gegeven (geoormerkt) en wat is inzetbaar voor projecten zoals beschreven in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 4 leest u hoe het klimaatfonds werkt en aan welke voorwaarden een aanvraag voor het Klimaatfonds (=bestedingsvoorstel) moet voldoen.

2

2 Beoogde besteding: Energietransitie De vrije bestedingsruimte van de reserve Klimaatfonds is € 48,7 miljoen. In hoofdstuk 3 is dit nader toegelicht. In dit hoofdstuk omschrijft het college waaraan zij de vrije ruimte beoogt te besteden. De energietransitie is één van de grote opgaven waar we als stad voor staan. De energietransitie gaat over het omschakelen naar duurzame vormen van energie en zo onze CO2 uitstoot en het verbruik van fossiele brandstoffen te minimaliseren. Dit doen we onder andere met de warmtetransitie in de gebouwde omgeving, door het zelf opwekken van duurzame energie en met de verduurzaming van bedrijven en industrie. Dit alles vraagt investeringen van vele miljarden in onze stad door bedrijven, bewoners, maatschappelijke partijen en overheid, met lange terugverdientijden. Het college wil het Klimaatfonds blijven inzetten om een bijdrage te leveren aan deze transitie. Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat de transitie rechtvaardig is: alle bewoners van Amsterdam moeten mee kunnen doen en bewonersinitiatieven krijgen een volwaardige positie.

Het college kiest ervoor om voor de komende periode het Klimaatfonds te benutten voor het volgende: Bedrag (x €1 miljoen) - Uitvoering nieuwe koers warmtetransitie 25 - 30 - Voortzetten dienstverlening isolatieoffensief 5 - 10 - Ondersteuning bewoners- en buurtinitiatieven 15 - 20 - Amsterdamse zonne-energiebank 1,5 - Verduurzaming bedrijven en industrie 2,5 - 5 Totaal 49 - 66,5 Grondslag voor deze keuze zijn de actuele ontwikkelingen zoals de nieuwe koers warmtetransitie, potentiële initiatieven en projecten waar de komende periode investeringsbehoefte is en de evaluatie van het Klimaatfonds. Bovenstaande raming komt potentieel hoger uit dan dat er vrij beschikbaar is in het Klimaatfonds. In de concrete bestedingsvoorstellen wordt duidelijk welke financiële bijdrage vanuit het fonds gevraagd zal worden. Om te voorkomen dat er meer wordt besteed dan beschikbaar is zal er bij elk besluit over een bijdrage uit het fonds inzichtelijk worden gemaakt wat de dan actuele stand is. In de navolgende paragrafen worden de keuzes verder toegelicht.

Nieuwe koers warmtetransitie Het college heeft op 21 januari 2025 besloten tot een nieuwe koers van de warmtetransitie: sturen op zoveel mogelijk CO2-reductie op korte termijn, zonder de ambitie aardgasvrij uit het oog te verliezen. Uitgangspunten daarvoor zijn en blijven dat alternatieven voor aardgas duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar zijn. We sturen daarbij op rechtvaardigheid door ook in de warmtetransitie ongelijk te investeren voor gelijke kansen. Deze nieuwe koers is voor een belangrijk deel de leidraad voor dit bestedingsperspectief.

3

Het college beoogt om € 25 - 30 miljoen in te zetten om uitvoering te geven aan de nieuwe koers warmtetransitie:  Individuele oplossingen op gebouwniveau  Kansen nabij warmtenetten  Besparing door middel van duurzamer instellen installaties  Gasloos koken  Ondersteuning vve’s bij planvorming warmtetransitie  Passieve maatregelen tegen hittestress Individuele oplossingen op gebouwniveau Het college zet in op realisatie van hybride en all-electric warmtepompen in 110.000 woningen. Dit zijn alle woningen in de buurten die volgens de Transitievisie warmte zijn getypeerd als allelectric-buurten. En andere woningen in de gehele stad die vanwege de aard van de woning in aanmerking kan komen voor individuele oplossingen. Het is aan woningeigenaren zelf om te kiezen voor installatie van een hybride of all-electric warmtepomp, maar het college wil dit actief en gericht ondersteunen en aanjagen. Dat kan bijvoorbeeld met advisering en ondersteuning of subsidiering van duurzame oplossingen zoals warmtepompen. Bewoners met een smalle beurs krijgen extra ondersteuning. Kansen nabij warmtenetten Het ontwikkelen van de benodigde randvoorwaarden voor een betaalbare, duurzame en betrouwbare warmtevoorziening in de hele stad kost tijd. Complexen of projecten die dicht bij een bestaand warmtenet liggen zijn nog steeds kansrijk om aan te koppelen op het warmtenet.

Bijvoorbeeld omdat collectieve ketels of rookgaskanalen aan vervanging toe zijn. Het rijk heeft nieuwe investeringssubsidies en verduurzamingssubsidies voor corporaties voorbereid. Als de juiste randvoorwaarden qua betaalbaarheid aanwezig zijn, oftewel langjarige zekerheid over een betaalbare rekening, wil het college deze kansen kunnen benutten. Te denken valt aan projecten van woningcorporaties en (grote) vve’s. Met een bijdrage per woning kunnen deze projecten alsnog aardgasvrij worden. Besparing door middel van duurzamer instellen installaties Naast het installeren van duurzame installaties is het van belang dat er minder warmte wordt verbruikt. We zetten daarvoor in op het duurzamer instellen van huidige warmte-installaties. Dit houdt in dat de juiste hoeveelheid water op de juiste temperatuur door radiatoren stroomt, die nodig is om ruimtes goed te verwarmen. Hierdoor kan op zeer korte termijn het gasverbruik per woning afnemen met circa 10%, waardoor de CO2-uitstoot direct wordt gereduceerd. In samenwerking met installateurs, woningcorporaties en bewonersinitiatieven wil het college bewoners van Amsterdam ondersteunen om deze reductie te realiseren. Gasloos koken Elektrisch koken is vaak de laatste en voor sommige woningen nog de enige stap om gehele aardgasvrij te worden.

Het college onderzoekt de mogelijkheden om deze stap te stimuleren en richt zicht daarbij met name op minder daadkrachtige eigenaar-bewoners. Als besloten wordt tot een subsidieregeling, wil het college het Klimaatfonds daarvoor benutten.

4

Hiermee geeft het college uitvoering aan de motie inzake isolatieoffensief - stimuleer gasloos koken (motie 048.25). Deze motie is op 6 maart 2025 door de raad aangenomen. Ondersteuning vve’s bij planvorming warmtetransitie Veel vve's onderzoeken de mogelijkheden voor aardgasvrije oplossingen. Onder andere omdat de rookgaskanalen en de cv-ketels aan onderhoud of vervanging toe zijn. Dit is een natuurlijk moment om een aardgasvrij wooncomplex te overwegen. Besluitvorming in vve's kent een lange doorlooptijd. Kansen liggen daarom vooral bij (financiële) ondersteuning bij de planvorming om aardgasvrij te worden. Op 10 december 2024 heeft het college besloten tot een subsidie voor planvorming voor verduurzaming van vve's. Deze subsidie stimuleert VvE’s om adviezen over verduurzaming verder uit te werken zodat ze tot realisatie over kunnen gaan. De subsidie is gericht op vergaande renovatie waarbij achterstalligonderhoud en verduurzaming samengaan. Het college is van plan om de subsidie in 2025 uit te breiden zodat vve’s ook plannen kunnen ontwikkelen voor aardgasvrij oplossingen en complexe zonneprojecten. Passieve maatregelen tegen hittestress Het college wil passieve maatregelen tegen hittestress stimuleren. Het gaat om gebouwgebonden maatregelen zoals zonwering, ventilatie en dakisolatie.

Onderzocht wordt hoe maatregelen tegen hittestress op effectieve wijze in de subsidieverlening en in de bijbehorende energieadviezen van het isolatieoffensief kunnen worden opgenomen. Ook wordt onderzocht hoe de gemeente woningeigenaren kan ondersteunen om te vermijden dat bewoners in de zomer zijn aangewezen op koeling in de vorm van airconditioning. Airconditioning zorgt voor extra CO2-uitstoot, hogere energiekosten en draagt bij aan de opwarming van de omgeving. Het college wil het Klimaatfonds benutten voor ondersteuning en stimulering bij het nemen van maatregelen. Hiermee geeft het college uitvoering aan de motie inzake isolatieoffensief – neem ook hittestress mee (motie 050.25). Deze motie is op 6 maart 2025 door de raad aangenomen.

Besparing door isolatie: continueren dienstverlening isolatieoffensief Verminderen op energieverbruik draagt bij aan het verlagen van de energierekening en CO2reductie. In lijn met de koerswijziging is blijvend inzet op isolatie nodig. Het isolatieoffensief is op stoom gekomen. In buurten met een sociaal-maatschappelijke uitdagingen wordt veel geïnvesteerd om vve's en eigenaar-bewoners te helpen met verduurzamen en verduurzaming te vereenvoudigen. Dit doen we door (gerichte) informatie, activatie, advies, procesbegeleiding en subsidies. Middelen voor de uitvoering van het offensief zijn tot en met 2026 beschikbaar. De isolatieopgave is dan echter nog niet klaar. Het college verwacht dat het volgende bestuur blijft inzetten op isolatie. Om het dienstverleningsaanbod voor 1 jaar voort te zetten, stelt het college voor om € 5 10 miljoen uit het Klimaatfonds te benutten. Hiermee wordt voorkomen dat het dienstverleningsaanbod stilvalt op moment dat de huidige middelen voor het isolatieoffensief wegvallen en er nog geen nieuwe middelen zijn toegekend.

5

Ondersteuning bewoners- en buurtinitiatieven In het Bestedingsperspectief Klimaatfonds 2023 lag de nadruk op het ondersteunen en het stimuleren van collectieven van Amsterdammers. Het college wil investeringen hierin wederom mogelijk maken en beoogt hiervoor € 15 - 20 miljoen in te zetten. We maken onderscheid tussen een energiediensten organisatie en financiële ondersteuning om tot realisatie van warmtegemeenschappen te komen. De energiediensten organisatie ondersteunt energie- en warmtegemeenschappen bij de eerste fasen van hun planvorming. De financiële ondersteuning waarmee warmtegemeenschappen hulp krijgen bij realisatie is bedoeld om ook daadwerkelijk tot realisatie over te gaan. Opzetten van een energiediensten organisatie In november 2024 heeft het college besloten om energiegemeenschappen een volwaardige plek in de energietransitie van Amsterdam te geven. We werken een publiek-civiele samenwerking uit. Voor de ondersteuning en het vormgeven van deze publiek-civiele samenwerking hebben energieen warmtegemeenschappen de komende jaren ondersteuning nodig in hun werkzaamheden. Zij spelen een belangrijke rol in het aanjagen, faciliteren en verbinden van energiegemeenschappen. Onderdeel van de samenwerking en ondersteuning van initiatieven en gemeenschappen is de ontwikkeling van een energiediensten organisatie.

Met een energiediensten organisatie beogen we energiegemeenschappen te ondersteunen bij het opstarten van initiatieven in de wijk of buurt. Nu kunnen energiegemeenschappen subsidie aanvragen bij de gemeente en daar zelf expertise voor inkopen in de markt. Hiermee gaat kennis verloren. Eindbeeld voor de energiediensten organisatie is dat er een plek komt waar Amsterdammers die aan de slag willen met de energietransitie in hun buurt geholpen worden door een organisatie met expertise en netwerk op het gebied van de energietransitie in Amsterdam. Ondersteuning realisatie warmtegemeenschappen Uit ervaring met het ketelhuis WG weten we dat er bij de realisatie van coöperatieve warmteprojecten ondersteuning nodig is om tot realisatie over te gaan. Het college wil projecten in de realisatiefase passende ondersteuning kunnen bieden. Dit kan bijvoorbeeld ingevuld worden door een bijdrage per woning, door het afdekken van risico’s van leningen of voorinvesteren in de aanleg van warmtenetten.

Amsterdamse zonne-energiebank Het college heeft een voorstel in voorbereiding waarmee bewoners met energiearmoede kunnen profiteren van zonne-energie: de Amsterdamse Zonne-energiebank. De zonne-energiebank installeert gratis tweedehands zonnepanelen. Voor het hergebruik van zonnepanelen bij corporaties, maatschappelijk vastgoed en vve's is een hergebruik keten opgericht. Hiermee wordt voorkomen dat panelen voortijdig worden afgedankt. Zonnepanelen komen zo beschikbaar voor meer doelgroepen. Om deze hergebruikketen (opslag, herkeuring en herplaatsing) in stand te houden, is de komende jaren financiering nodig. Voor de start en eerste periode is investering vanuit de gemeente gewenst. Dit wordt geraamd op € 1,5 miljoen. Voor vervolg en uitbreiding wordt externe financiering gezocht.

6

Verduurzaming bedrijven Bij bedrijven kan veel CO2-uitstoot worden voorkomen als gekozen wordt voor duurzame bedrijfsvoering, efficiënter energiegebruik en als er wordt overgestapt op niet fossiele bronnen. Het college beoogt € 2,5 - 5 miljoen in te zetten voor verduurzaming van (kleine) bedrijven en industrie. We werken toe naar afspraken met de meest energie-intensieve bedrijven, om bij te dragen aan de energietransitie en de reductie van CO₂- uitstoot in Amsterdam. Er worden met elk bedrijf gesprekken gevoerd over de verduurzaming en te maken afspraken. In voorkomende gevallen kan ondersteuning vanuit de gemeente nodig zijn om verduurzamingsprojecten te starten. De uiteindelijke inzet vanuit de gemeente moet in de gesprekken worden bepaald. De gemeente zal alleen bijdragen als het om bedrijfsoverstijgende investeringen gaat die bijdragen aan het publieke belang en die zijn afgestemd met partners. Hierbij kan gedacht worden aan:  Een stoomnetwerk dat bedrijven kansen biedt om hun energievoorziening te verduurzamen en efficiënter gebruik te maken van restwarmte.  Extra buffercapaciteit in warmtenetten, waardoor duurzame warmte breder beschikbaar kan worden voor zowel industriële bedrijven als andere afnemers.

 Een waterstofinfrastructuur die bijdraagt aan het balanceren van het energiesysteem en zorgt voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat en bijdraagt aan een circulaire economie. De midden- en klein bedrijven krijgen ondersteuning met behulp van advies en (gratis) realisatie van kleinere maatregelen voor energiebesparing. Deze ondersteuning eindigt in het eerste kwartaal van 2026. Het nieuwe bestuur besluit of zij deze ondersteuning wil doorzetten en daar middelen voor inzet. Om het dienstverleningsaanbod niet stil te laten vallen en in de lucht te houden, wil het college het Klimaatfonds benutten.

3. Stand van de reserve Klimaatfonds In dit hoofdstuk wordt de huidige stand van zaken met betrekking tot de inzet van middelen uit het klimaatfonds geschetst. Welk deel is een bestemming gegeven en wat is nog inzetbaar voor andere bestemming?

Dotaties Het Klimaatfonds is gevuld door middel van een viertal jaarlijkse dotaties vanuit het Vereveningfonds van €37,5 miljoen. Het totaal aan dotaties vanuit het Vereveningsfonds bedraagt €150 miljoen. Op 10 november 2020 is een specifieke uitkering met referentienummer 2020-92381 van € 7,74 miljoen vanuit het Rijk ten behoeve van het aardgasvrij maken van de Van der Pekbuurt toegevoegd aan de bestemmingsreserve. Deze middelen zijn specifiek bedoeld voor de aardgasvrij maken van de Van der Pekbuurt. Gevolg daarvan is dat het bestedingsperspectief geen uitspraken doet over de besteding van de middelen uit deze Specifieke Uitkering van het Rijk.

7

Er staan geen nieuwe dotaties in de planning.

Oormerking Sinds de oprichting van het Klimaatfonds zijn verschillende bedragen door het college of de raad in het fonds geoormerkt. Geoormerkte bedragen kunnen niet aan andere zaken besteed worden dan hetgeen ze voor geoormerkt zijn. Op [datum raadsbesluit] heeft de raad besloten de volgende oormerkingen aan te passen:  Voor Warm Amsterdam was €50 miljoen geoormerkt binnen het fonds. € 12 miljoen is vastgelegd in subsidieregeling, €38 miljoen is vrijgemaakt vanwege het vastlopen van de samenwerking.  Voor compensatie voor bovenwettelijke maatregelen nieuwbouw voor woningcorporaties was € 2,5 miljoen geoormerkt. Deze is geheel vrij gevallen omdat het college in het Amsterdams akkoord heeft aangegeven de bovenwettelijke eisen (BENG+) te schrappen.  De subsidieregelingen aardgasvrij Dobbebuurt en aardgasvrij stadsbreed voor bedrijven, maatschappelijk vastgoed en woningen zijn beëindigd en niet volledig uitgeput: € 3,2 miljoen is vrij gevallen.  Er was € 5 miljoen geoormerkt voor vliegwielmiddelen om uitvoering van de Routekaart Klimaatneutraal te verbreden en realisatie daarvan kunnen versnellen. Daarvan is € 0,6 miljoen niet besteed en vrij gevallen.

8

Tabel 1 Overzicht oormerkingen Klimaatfonds per xx - yy 2025 [datum raadsbesluit verlenging] Onderwerp

Bedrag Einde (x€ 1000) oormerking

Actief Subsidie aardgasvrij Wildemanbuurt (SDAG H.3a) * Subsidie op weg naar klimaatneutrale buurten (SRDIA H.3)**

2.833 31-12-2024 2.373 31-12-2026

Subsidie aardgasvrij Bernard Loderbuurt (SDAG H.3a) Subsidie aardgasvrij Reimerswaalbuurt (SDAG H.3a)

1.460 2.110

Warmtemotor

12.000 31-12-2026

Renovatiemotor

10.000

31-12-2027

MKB-motor

2.500

31-12-2023

Subsidie aardgasvrij Banne Noord (SDAG H.3a) Subsidie aardgasvrij Molenwijk (SDAG H.3a) Zonneweide strandeiland Subsidie aardgasvrij Buikslotermeer noord (SDAG H.3b) Lening bewonersinitiatief MeerEnergie Reservering voor onderhoudslaten Middenmeer Noord Rente tijdens aanleg Middenmeer Noord De Mirandabad verduurzamen Bescherming huurders vastrecht warmtenet Subsidie coöperatieve warmtebedrijf KetelhuisWG Voorgenomen lening coöperatieve warmtebedrijf KetelhuisWG

800 31-12-2025 3.620 31-12-2026 470 31-12-2026 1.375 31-12-2027 2.062 31-12-2035 300 456 2.200 31-12-2030 4.000 31-12-2032 1.500 31-12-2028 7.850

31-12-2025 31-12-2025

college- of raadsbesluit

datum besluiten

besluitkenmerken

Raad Raad Raad Raad Raad

19-12-2019 19-05-2020 29-05-2024 1-7-2020 1-7-2020

Gemeenteblad, afd. 1, nr. 2033 Gemeenteblad, afd. 1, nr. 500 VN2024-002297 Gemeenteblad, afd. 1, nr. 776 Gemeenteblad, afd. 1, nr. 776

Raad College Raad Raad/ College Raad Raad College Raad Raad

17-12-2020 10-5-2022 17-12-2020 6-3-2025 17-12-2020 29-11-2022 1-12-2021 16-2-2022 21-2-2023 16-3-2023 10-10-2023

Gemeenteblad, afd. 1, nr. 1183 VN2022-021975 Gemeenteblad, afd. 1, nr. 1183 VN2024-016411 Gemeenteblad, afd. 1, nr. 1183 VN2022-039660 VN2021-026674 ZD2021 -017368 VN2023-005849 VN2023-007002 VN2023-019157

Raad Raad Raad Raad

28-2-2023 17-7-2023 12-12-2024 12-12-2024

VN2023-026667 VN2024-007487 VN2024-014605 VN2024-014605

9

In afronding Zonmotor (SDAE H.2) *** Subsidie aardgasvrij Stadsbreed (SDAG H.2) Subsidie aardgasvrij bedrijven & maatschappelijk vastgoed (SDAG H.2) Subsidie drieklimatenkas Hortus (incidenteel)

4.000 31-08-2023 1.765 31-12-2022 397 31-12-2022

Raad Raad Raad

17-12-2020 Gemeenteblad, afd. 1, nr. 1183 19-12-2019 Gemeenteblad, afd. 1, nr. 2033 1-12-2021 VN2021-026674

60

31-12-2025

College

12-4-2022 ZD2022-001236

Risicoreserveringen Warmtedistributienet Middenmeer Noord Risicoreservering Wind in Noord

5.600 450

31-12-2030 31-12-2035

Raad College

11-7-2019 Gemeenteblad, afd. 1, nr. 1181 6-7-2021 VN2021-018556

Afgerond Subsidie aardgasvrij Dobbebuurt (incidenteel) Vliegwielmiddelen Zorgcentrum Dufaystraat verduurzamen Vastgoedmotor

1.277 31-6-2024 4.435 31-12-2022 584 31-12-2022 10.000 31-12-2024

Klimaatadaptatiemotor

2.500

Onttrekking ten behoeve van de algemene reserve 2021 Apollohallen aardgasvrij Voorgenomen corporatiesubsidie hogere BENG-eisen Pilotproject verduurzaming schoolgebouwen

10.000 31-12-2021 334 31-12-2022 0 31-6-2024 1.000 31-12-2022

Raad Raad College Raad College Raad College Raad College Raad College

11-9-2019 29-4-2020 25-8-2020 17-12-2020 29-11-2022 17-12-2020 29-11-2022 17-12-2020 6-7-2021 16-2-2022 12-4-2022

31-12-2023

Gemeenteblad, afd. 1, nr. 1406 Gemeenteblad, afd. 1, nr. 383 ZD2020-008206 Gemeenteblad, afd. 1, nr. 1183 VN2022-039660 Gemeenteblad, afd. 1, nr. 1183 VN2022-039660 Gemeenteblad, afd. 1, nr. 1183 VN2021-018746 ZD2021-017591 ZD2020-013356

* SDAG H.x Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen Hoofdstuk x ** SRDIA H.x: Subsidieregeling ruimte voor duurzaam initiatief Amsterdam Hoofdstuk x *** SDAE H.x Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie Hoofdstuk x

10

Risicoreserveringen Er is zijn twee risicoreservering gedaan ten laste van het Klimaatfonds. Voor de risicoreservering voor de lening Wind in Noord geldt dat deze in tabel 1 voor 100% is opgenomen. De precieze hoogte van deze risicoreservering voor het Warmtedistributienet in de Middenmeer Noord is geheim, maar deze is afdoende opgenomen in het bedrag in tabel 1.

Vrije bestedingsruimte De vrije bestedingsruimte in het Klimaatfonds bestaat uit het verschil tussen de som van de dotaties en gemaakte oormerkingen. De vrije bestedingsruimte is €48,7 miljoen op het moment van vaststellen van het bestedingsperspectief 2025. De onderstaande tabel 2 verschaft overzicht. Tabel 2 – Berekening vrije bestedingsruimte Klimaatfonds

Dotaties Oormerkingen Oprichtings- beheerskosten Vrije bestedingsruimte

Bedrag (x €1 miljoen) 150,0 100,5 0,8 48,7

4. Hoe werkt het Klimaatfonds Om gebruik te kunnen maken van een financiële bijdrage uit het Klimaatfonds moet de initiatiefnemer een concreet bestedingsvoorstel voorleggen aan het bestuur, conform de nota Governance en beheer Amsterdamse Klimaatfonds. De fondsbeheerder toetst bestedingsvoorstellen aan de voorwaarden van het fonds: - Beoogde besteding zoals beschreven in hoofdstuk 2. - Kwaliteitscriteria - Uitgangspunten De fondsbeheerder geeft vervolgens advies aan de directeur Ruimte en Duurzaamheid en betrokken wethouder(s), waarna de gebruikelijke bestuurlijke besluitvorming volgt. In het advies geeft de fondsbeheerder ook aan wat de betreffende aanvraag betekent voor de stand van de reserve: hoeveel vrije ruimte is er nog in de reserve. Bij aanvragen tot € 1 miljoen besluit het college over een financiële bijdrage vanuit het klimaatfonds. De raad besluit als de aanvraag groter is en/of afwijkt van het geschetste bestedingsperspectief in hoofdstuk 2 en de overige voorwaarden.

Kwaliteitscriteria De raad heeft bij het instellen van het Klimaatfonds een aantal voorwaarden gesteld om middelen uit het fonds te kunnen onttrekken. Deze kwaliteitscriteria blijven bij het bestedingsperspectief 2025 van toepassing.

11

i.

De besteding past binnen het doel van het fonds: Het in het kader van, en passend bij, de gemeentelijke rolopvatting ondersteunen van investeringen in de stad die bijdragen aan een rechtvaardige transitie naar een klimaatneutraal en aardgasvrij Amsterdam

ii.

Investeringen dienen gerealiseerd te worden binnen de gemeentegrenzen. Een beperkt deel van investeringen waar het Klimaatfonds een bijdrage aan levert kan gelegen zijn buiten de gemeente maar binnen de Metropool Regio Amsterdam.

iii.

In het voorstel wordt toegelicht op welke wijze de investering past binnen de visie op de inzet van het Klimaatfonds, zoals opgenomen in het bestedingsperspectief.

iv.

Cijfermatig wordt toegelicht hoe de voorgestelde besteding bijdraagt aan (één van) de doelen van het fonds.

v.

Er wordt aangegeven hoe en in welke mate de investering wordt gedekt uit de reguliere investeringsplanning van betrokken instelling of sector, uit besparingen op de energie- en onderhoudslasten en/of uit bijdragen van andere overheden en derden.

vi.

Er wordt aangegeven welk financieel instrumentarium ten laste van het Klimaatfonds wordt ingezet. Daarbij gelden de gemeentelijke beleidskaders voor dit instrumentarium en worden de lasten van de inzet van het instrumentarium integraal ten laste van het Klimaatfonds gebracht.

vii.

De risico’s van de investering en de maatregelen om deze te beheersen zijn beschreven.

Uitgangspunten Bij het instellen van het Klimaatfonds zijn voor de besteding een aantal uitgangspunten geformuleerd. Deze zijn in dit bestedingsperspectief 2025 ingekort en duidelijker omschreven. Bij het uitgangspunt kostenefficiency, wordt CO2-beprijzing toegepast. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie van lid Havelaar, Nadif en Van Munster inzake koppeling tussen CO2kosten en projectfinanciering van 13 november 2024. 1. Bereik maximaal resultaat voor de ingezette euro (kostenefficiency) Het streven is om maximaal het doel te bereiken met de beschikbare middelen: de uitstoot van CO2 wordt gereduceerd en gebouwen gaan van het aardgas. Dat doel hoeft zich niet altijd op korte termijn voor te doen. Investeringen in de transitie renderen soms pas op termijn in termen van CO2-reductie – bijvoorbeeld als eerst wordt overgestapt op elektriciteit en pas in de loop der jaren de opwek van elektriciteit wordt verduurzaamd. Voor projecten die CO2-reductie als belangrijkste doel hebben wordt doorgerekend of de inzet van middelen effectief is in termen van de bereikte CO2-reductie. Dit betekent het volgende: Bij een aanvraag wordt de geraamde CO2-reductie gedurende de looptijd van het project gekwantificeerd. De geraamde CO2-reductie wordt vermenigvuldigen met de geldende CO2-prijs per ton. Het CO2-effect wordt op deze manier financieel op waarde geschat (CO2-beprijzing).

12

Het financiële effect van de CO2-reductie van een project wordt meegewogen bij de beoordeling van een aanvraag. 2. Kies voor een lerende, adaptieve strategie: De energietransitie is nog volop in ontwikkeling. Er is nog veel te leren: technisch, procesmatig, maatschappelijk en financieel. Door innovatie en schaal zal de transitie uiteindelijk goedkoper worden. We ondersteunen innovatie vanuit de samenleving en de markt en projecten die potentieel schaalbaar zijn. 3. Maak onderscheid tussen financiering en bekostiging: Er is een verschil tussen het beschikbaar stellen van kapitaal voor investeringen die zich terugverdienen en het leveren van dekking voor dat deel van de investering dat zich niet laat terugverdienen, maar vanuit publieke doelen wel waardevol is. De energietransitie en klimaatneutraliteit vragen grote investeringen, die zich in belangrijke mate maar zeker niet helemaal terugverdienen. De financiering van die investeringen met leningen kan vaak door de markt gebeuren. Daar is een sluitende businesscase voor nodig. De overheid zal juist in de bekostiging van de onrendabele top een zet moeten geven. 4. Zorg voor een vliegwiel met de gemeentelijke investeringen: De middelen in het klimaatfonds zijn bij lange na niet genoeg om de energietransitie en klimaatneutraliteit te financieren.

Het fonds wordt ingezet om investeringen te genereren van andere partijen: private partijen, instellingen, particulieren, medeoverheden. Zo werkt het fonds als een hefboom. Dit kan bijvoorbeeld ook door het afgeven van garanties. 5. De transitie moet financieel rechtvaardig zijn: De inspanning van de gemeente is erop gericht dat de energietransitie rechtvaardig verloopt. Iedereen moet mee kunnen in de transitie – inkomen mag daarvoor geen beletsel zijn. Zeker voor mensen met een smalle beurs zal de transitie woonlastenneutraal moeten verlopen.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15365464/1