2. factsheet-overstappers-so-sbo-in-beeld.pdf
Tekst van het document
Factsheet november 2022
Overstappers so en sbo in beeld
Opdracht:
Conclusie:
De afdeling Onderwijs van de gemeente Amsterdam heeft samen met het samenwerkingsverband primair onderwijs Amsterdam-Diemen aan Onderzoek en Statistiek gevraagd om te kijken welke leerling- en schoolkenmerken een rol spelen in de overstap van het regulier naar speciaal (basis)onderwijs.
In deze periode is het aantal leerlingen dat naar het sbo is doorverwezen gedaald en is het aantal verwijzingen naar het so licht gestegen.
Om dit te onderzoeken is er op basis van Microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek naar de leerling- en schoolkenmerken gekeken van kinderen die in Amsterdam en Diemen tijdens of na schooljaar 2018/’19, 2019/’20 of 2020/’21 deze overstap hebben gemaakt.
Leerlingen die naar het sbo en so worden doorverwezen zijn voor het merendeel jongens, hebben een lage sociaaleconomische status, komen relatief vaak uit éénoudergezinnen en hebben vaker een migratieachtergrond. Daarnaast worden leerlingen op scholen met een hoger risico op onderwijsachterstand en waar veel kinderen en leraren wisselen vaker doorverwezen naar het s(b)o.
Het speciaal (basis) onderwijs Leerlingen met lichamelijke, zintuigelijke of verstandelijke beperkingen en leerlingen die psychische of gedragsproblemen hebben kunnen vanuit het reguliere onderwijs worden doorverwezen naar het speciaal onderwijs (so).
speciaal basisonderwijs
Het speciaal basisonderwijs (sbo) is voor kinderen die zich in het regulier onderwijs niet optimaal kunnen ontwikkelen. Hier gaat het om leerlingen met lichtere problematiek. In oktober 2021 zijn er in Amsterdam elf scholen voor speciaal basisonderwijs en zestien scholen voor speciaal onderwijs.
basisonderwijs
Wanneer in deze factsheet wordt gesproken over het aantal verwijzingen naar het s(b)o wordt het aantal kinderen bedoeld dat naar een s(b)o-school is overgegaan. In de praktijk kan er na een verwijzing enige tijd tussen de daadwerkelijke plaatsing op een s(b)o-school zitten.
speciaal onderwijs
Daling aantal verwijzingen sbo, lichte stijging aantal verwijzingen so In schooljaar 2020/’21 zijn er 238 leerlingen doorverwezen naar het speciaal basisonderwijs (sbo). Dit is een daling van 20% in vergelijking met de 297 leerlingen die in schooljaar 2018/’19 werden doorverwezen naar het sbo. Het aantal leerlingen dat vanuit het regulier basisonderwijs naar het speciaal onderwijs (so) wordt doorverwezen is sinds schooljaar 2018/’19 juist licht gestegen (respectievelijk van 153 naar 179 leerlingen). Uit additionele gegevens van het samenwerkingsverband primair onderwijs Amsterdam-Diemen blijkt dat het merendeel van deze leerlingen naar cluster 4 is doorverwezen. Cluster vier betreft scholen voor kinderen met ernstige stoornissen of ernstige gedragsproblemen.
Aantal leerlingen dat is overgegaan of wordt doorverwezen naar het s(b)o, in Amsterdam en Diemen 400
200
0
297 naar sbo 153 naar so schooljaar 2018/'19
− 20% 238
234
+17%
163
179
schooljaar 2019/'20
schooljaar 2020/'21 Bron: CBS, bewerking O&S
Aandeel doorverwijzingen gestegen in groep 1 en 5 In schooljaar 2020/’21 zijn kinderen het vaakst na groep 5 doorverwezen naar het s(b)o (18%). Daarnaast zijn relatief veel kinderen in dit schooljaar vanuit groep 1 doorverwezen (16%). Dit is een verschuiving met schooljaar 2018/’19 waar leerlingen toen voornamelijk in groep 2 t/m 4 werden doorverwezen. In groep 7 en 8 worden over de jaren heen de minste leerlingen doorverwezen naar het s(b)o. Leerlingen die zijn overgegaan naar het s(b)o naar leerjaar
schooljaar 2018/’19 schooljaar 2019/’20 schooljaar 2020/’21
20% naar sbo/so 18%
17%
16%
16%
14%
12%
10%
7% 0% groep 1
groep 2
groep 3
groep 4
groep 5
groep 6
groep 7 en 8 Bron: CBS, bewerking O&S
Jongens worden vaker doorverwezen dan meisjes De groep kinderen die naar het sbo en so wordt doorverwezen bestaat voor het merendeel uit jongens. Gemiddeld bestaat de leerlingenpopulatie in het Amsterdamse primair onderwijs (po) voor de helft uit jongens en voor de helft uit meisjes. In de groep leerlingen die naar het sbo wordt doorverwezen ligt deze verhouding anders, meer dan tweederde van deze groep bestaat uit jongens. Bij de groep leerlingen die naar het so wordt doorverwezen ligt dit aandeel nog hoger, daar is driekwart van de leerlingen die worden doorverwezen jongen. Het aantal meisjes dat naar het so overstapt is sinds schooljaar 2018/’19 licht gestegen.
Geslacht van leerlingen die zijn overgegaan naar het s(b)o t.o.v. alle leerlingen in het po in Amsterdam, schooljaar 2018/’19 t/m 2020/’21 gemiddeld po naar sbo 2020/'21 2019/'20 2018/'19
man 50% 70% 62% 70%
vrouw 50% 30% 38% 30%
naar so 2020/'21
76%
24%
2019/'20
75%
25%
2018/'19
80%
19% onbekend
Bron: CBS, bewerking O&S
Meer kinderen met lage sociaal economische status doorverwezen Leerlingen die zijn doorverwezen naar het s(b)o hebben vaker een lage sociaaleconomische status (ses) dan gemiddeld in het Amsterdamse po: 43% (so) tot 54% (sbo) tegenover 27%. Voor de berekening van de ses is gekeken naar het huishoudelijk inkomen van de leerlingen en het opleidingsniveau van hun ouders. Sociaaleconomische status van leerlingen die zijn overgegaan naar het s(b)o t.o.v. alle leerlingen in het po in Amsterdam, schooljaar 2018/’19 t/m 2020/’21 gemiddeld po
hoog 43%
mid 28%
laag 27%
naar sbo 2020/'21
54%
29%
2019/'20
54%
31%
12%
2018/'19
59%
24%
14%
8
naar so 2020/'21
43%
31%
22%
2019/'20
44%
29%
21%
2018/'19
44%
33%
19% onbekend
Bron: CBS, bewerking O&S
Tegeltableau in de spoortunnel Javastraat Enzo Pérès-Labourdette
Doorverwezen leerlingen komen vaker uit een éénoudergezin Gezinssamenstelling van leerlingen die zijn overgegaan naar het s(b)o t.o.v. alle leerlingen in het po in Amsterdam, schooljaar 2018/’19 t/m 2020/’21 gemiddeld po
éénoudergezin 25%
In het Amsterdamse po komt gemiddeld 25% van de leerlingen uit éénoudergezinnen, dit aandeel ligt aanzienlijk hoger bij leerlingen die zijn doorverwezen naar het s(b)0.
tweeoudergezin 74%
naar sbo 2020/'21
44%
52%
2019/'20
47%
49%
2018/'19
51%
47%
naar so 2020/'21
41%
58%
2019/'20
40%
56%
2018/'19
36%
Bij de groep leerlingen die naar het sbo wordt doorverwezen is sinds schooljaar 2018/’19 een lichte daling te zien (respectievelijk van 51% naar 44%). Bij de groep leerlingen die naar het so wordt doorwezen is juist een lichte stijging te zien in het aandeel leerlingen dat uit éénoudergezinnen komt (respectievelijk van 36% naar 41%).
56% onbekend Bron: CBS, bewerking O&S
Doorverwezen kinderen hebben vaker een migratieachtergrond Migratieachtergrond en generatie van leerlingen die zijn overgegaan naar het s(b)o t.o.v. alle leerlingen in het po in Amsterdam, schooljaar 2018/’19 t/m 2020/’21
In het Amsterdamse po heeft gemiddeld 10% van de leerlingen een eerste generatie migratieachtergrond, dat betekent dat zijzelf en hun ouders niet in Nederland zijn geboren. Daarnaast heeft de helft van de kinderen een tweede generatie migratieachtergrond, dat wil zeggen dat het kind in Nederland is geboren maar één of beide ouders niet.
gemiddeld po
Onder de leerlingen die in schooljaar 2020/’21 naar het sbo zijn doorverwezen ligt met name het aandeel met een eerste generatie migratieachtergrond hoger dan gemiddeld (18% tegenover 10%). Sinds schooljaar 2018/’19 is dit aandeel gestegen.
1ste gen 10%
geen 40%
2de gen 50%
naar sbo 2020/'21
29%
18%
54
2019/'20
27%
16%
57%
2018/'19
11%
36%
53%
naar so 2020/'21
31%
8%
2019/'20
31%
17%
52%
2018/'19
31%
11%
57% onbekend
Bij leerlingen die zijn doorverwezen naar het so is het aandeel met een migratieachtergrond redelijk stabiel, in schooljaar 2020/’21 had 8% een eerste generatie migratieachtergrond en 61% een tweede generatie migratieachtergrond.
61%
Bron: CBS, bewerking O&S
Het aandeel doorverwijzingen is het grootst in stadsdeel Zuidoost Het aandeel leerlingen dat overstapt naar het s(b)o verschilt per stadsdeel. In Zuidoost worden kinderen het vaakst doorverwezen, daar stapt in totaal 1,2% van de leerlingen over, gevold door stadsdeel Noord met 0,9%. In Zuidoost en Noord valt daarbij ook op dat twee keer zoveel leerlingen de overstap maken naar het so in vergelijking met het aantal leerlingen dat in die stadsdelen de overstap naar het sbo maken. In Centrum (0,3%) en Diemen (0,4%) stappen leerlingen relatief het minst vaak over naar het s(b)o . Aantal leerlingen dat is overgegaan of wordt doorverwezen naar het s(b)o, in Amsterdam en Diemen 0,8%
0,8%
0,6% 0,6% 0,4%
0,4%
0,4% 0,3%
0,2% 0,2% 0,0%
0,2%
0,1%
Centrum
West
Nieuw-west
0,2%
0,3% 0,3% 0,3% 0,3%
Zuid
Oost
Noord
In Zuidoost stappen kinderen relatief het vaakst over naar het s(b)o, in Centrum en Diemen het minst vaak.
0,4%
0,4%
Zuidoost
0,2% 0,2%
0,3% naar naar so sbo
Diemen
totaal
Bron: CBS, bewerking O&S
Op scholen waar (veel) meer kinderen en leraren wisselen naar een andere school wordt relatief ook meer doorverwezen naar het s(b)o Op scholen met een instabielere leerling- en leraarpopulatie worden kinderen vaker doorverwezen naar het s(b)o.
Het aantal doorverwijzingen hangt ook samen met het aandeel leerlingen met een risico op onderwijsachterstand op een school. Dit risico hangt af van de sociaaleconomische status van leerlingen.
Op scholen waar veel meer schoolwisselaars zijn dan gemiddeld worden relatief ook meer leerlingen doorverwezen dan op scholen waar heel weinig schoolwisselaars zijn (1,2% tegenover 0,3%). Ook op scholen waar veel meer leraren wisselen dan gemiddeld worden relatief meer leerlingen doorverwezen naar het s(b)o.
Op scholen waar weinig kinderen een risico op onderwijsachterstand hebben (20% of minder) wordt 0,3% van de leerlingen doorverwezen, tegenover 1,2% op scholen waar veel kinderen dit risico hebben (meer dan 60%). Gemiddeld wordt 0,7% van alle leerlingen in het Amsterdamse po naar het s(b)o doorverwezen.
Aandeel leerlingen overgegaan naar s(b)o, schooljaar 2018/'19 t/m 2020/’21, ten opzichte van: Leerlingwisselingen op de basisschool Amsterdam en Diemen veel meer dan gemiddeld
De getoonde schoolkenmerken hangen met elkaar samen. Op scholen met relatief veel leerlingwisselingen zien we dat relatief meer leraren van school wisselen. Daarnaast hangt het aantal leerlingwisselingen en vertrekkende leraren samen met de schoolpopulatie: op scholen met een groter aandeel potentiële onderwijsachterstandsleerlingen wisselen relatief meer leerlingen van school en vertrekken relatief meer leraren.
1,2%
meer dan gemiddeld
0,9%
rond het gemiddelde
0,7%
minder dan gemiddeld veel minder dan gemiddeld
Vertrekkende leraren
0,4%
Amsterdam en Diemen veel meer dan gemiddeld
0,3%
0,0%
0,5%
1,0%
1,5%
Leerlingen met een risico op onderwijsachterstand gemiddelde po
41-60%
0,0%
0,8%
21-40%
20% of minder
veel minder dan gemiddeld
1,2%
0,8%
0,6%
minder dan gemiddeld
0,7%
61% of meer
meer dan gemiddeld rond het gemiddelde
Amsterdam (exclusief Diemen)
0,7%
0,5%
0,6% 0,5%
1,0%
1,5%
0,7%
0,3% 0,0%
0,5%
1,0%
1,5%
Meer informatie…
Bron: CBS, bewerking O&S
Colofon
https://onderzoek.amsterdam.nl/interactief/dashboard-schoolloopbanen
Opdrachtgever Onderwijs, Jeugd, Zorg en Diversiteit (OJZD)
Auteurs Frederique van Spijker f.van.spijker@amsterdam.nl Leyla Reches l.reches@amsterdam.nl Merel van der Wouden m.van.der.wouden@amsterdam.nl
Jodenbreestraat 25 1011 NH Amsterdam Postbus 1840 1000 BV Amsterdam
Onderzoek en Statistiek onderzoek.amsterdam.nl Weesperstraat 113 1018 VN Amsterdam Postbus 658 1000 AR Amsterdam T 020 251 0333
4