CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 11 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen Hoofdlijnenbesluit Buurtteam Amsterdam (VN2026-001011)6.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam December 2025

Toelichting Inhoud • Deze evaluatie geeft een algemeen beeld van de uitvoering van de huidige opdracht van Buurtteam Amsterdam. De belangrijkste onderdelen van de integrale opdracht zijn meegenomen. • In dit document gebruiken we de term ‘opdracht’ om duidelijk te maken wat de buurtteams voor taken uitvoeren. Opdracht heeft hier geen juridische betekenis in de zin dat er ook een overeenkomst voor is gesloten. We gebruiken de term in de praktische zin van ‘taken uitvoeren of werk doen’. • In de evaluatie is per deelonderwerp opgenomen wat de opdracht is, welke successen geboekt zijn en wat nog aandachtspunten zijn. Dit is per onderwerp op hoofdlijnen gedaan, daardoor kan het zijn dat er enige context of nuance ontbreekt. • De evaluatie gaat zowel over de uitvoering van de opdracht door de buurtteams als over de rol van de gemeente (in de rol van opdrachtgever) en de ketenpartners. • De evaluatie biedt uitsluitend een terugblik op de afgelopen periode en benoemt geen verbetermogelijkheden of nieuwe beleidsopties.

Totstandkoming

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

De bevindingen in deze evaluatie zijn gebaseerd op verschillende documenten en gesprekken: • Analyse uitvoeringsdocument en opdrachtkader (door kernteam gemeente). • Analyse prestatiedialogen (door contractmanagement gemeente). • Analyse stakeholdersgesprekken (gevoerd door programmateam gemeente). • Analyse onderzoeksrapporten (onder andere Cliëntervaringsonderzoek, Onderzoek Halverwege en meerdere kwaliteitsonderzoeken) en andere evaluaties (onder andere Gidso). • Analyse uitkomsten evaluatietafels november 2025 (door buurtteams, gemeente en partners).

3

Inhoud Toelichting

3

1

Algemene reflectie

5

2

Vier hoofdthema’s

7

2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3

7 7 8 10

Kerntaken Buurtteams Kerntaken Buurtteams – Generiek en Zorg Kerntaken buurtteams – Integrale schuldhulpverlening Kerntaken buurtteams – Werk en Participatie

2.2 Positie in het stelsel 2.2.1 Positie in het stelsel – Visie 2.2.2 Positie in het stelsel – Afbakening taken 2.2.3 Positie in het stelsel – Gebiedsgericht werken en netwerksamenwerking

12 12 13

2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4

Randvoorwaarden Randvoorwaarden – Huisvesting Randvoorwaarden – Financiën Randvoorwaarden – Organisatie Randvoorwaarden – Informatievoorziening

16 16 16 17 18

2.4 2.4.1

Monitoring en sturing Monitoring en sturing – Governance en Informatie

20 20

14

1 Algemene reflectie Algemeen Deze evaluatie gaat in op verschillende onderdelen van de integrale opdracht van Buurtteam Amsterdam. Er zijn meerdere overkoepelende bevindingen die binnen verschillende onderwerpen terugkomen. Per onderwerp zijn deze bevindingen terug te lezen.

Overkoepelende bevindingen Waardevolle resultaten in de eerste periode van Buurtteam Amsterdam Buurtteams zijn opgezet met de ambitie om Amsterdammers te ondersteunen vanuit integrale, laagdrempelige teams. De introductie van buurtteams is in 2021 goed verlopen. In de transitieperiode waren er geen fundamentele knelpunten. In de eerste vier jaar is veel bereikt en buurtteams hebben zich snel ontwikkeld tot belangrijke en centrale partner in de stad.

Onduidelijkheid over de opdracht in combinatie met grote ambities Er bestaan verschillende beelden over de opdracht van Buurtteam Amsterdam. Meerdere onderdelen zijn niet concreet of specifiek vastgelegd. Hierdoor kunnen per stadsdeel verschillen ontstaan in het niveau van dienstverlening. Soms leidt dit ook tot verkeerde verwachtingen onder de ketenpartners. De gemeente is niet altijd duidelijk genoeg over de juiste kwaliteit van ondersteuning van de buurtteams, terwijl de ambities groot zijn.​De buurtteams worden geacht een integrale en laagdrempelige ondersteuning in de wijk te bieden. Deze veelomvattende werkwijze – in combinatie met telkens nieuwe inzichten – vraagt veel van de medewerkers van Buurtteam Amsterdam. Onduidelijkheid door verschillende werkwijzen en beperkte stedelijke samenwerking In de huidige opdracht is stedelijke samenwerking tussen de buurtteamorganisaties beperkt geformaliseerd. Dit heeft onder meer geleid tot vertraging bij het invoeren van uniforme werkprocessen, ondersteuningsmogelijkheden, sturingsinformatie en eenduidige afspraken met stedelijke ketenpartners en gemeente. Dit zorgt voor verwarring en leidt soms ook tot verkeerde verwachtingen bij de ketenpartners. De regierol van de buurtteams wordt geregeld verschillend geïnterpreteerd. Ook heeft de gemeente geen eenduidig beeld van de uitvoering van de opdracht.

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

De buurtteams tonen grote betrokkenheid bij het ondersteunen van Amsterdammers en ze spelen flexibel in op ontwikkelingen. Dit valt te prijzen, te meer omdat Buurtteam Amsterdam haar opdracht uitvoerde in een roerige en onzekere maatschappelijke context. Buurtteam Amsterdam is opgebouwd gedurende de coronacrisis. Ook waren er systeemveranderingen, de ingrijpende hersteloperatie van het toeslagenschandaal die veel aandacht vroeg en de fors gestegen energieprijzen en inflatie die in 2022 leidden tot een armoedecrisis. Daarnaast zorgde schaarste op de arbeidsmarkt, de woningmarkt en in de zoektocht naar geschikte buurtteamlocaties voor extra druk op de uitvoering. Ondanks deze lastige omstandigheden zorgden de buurtteamorganisaties voor toegankelijke ondersteuning voor alle Amsterdammers.

5

Afhankelijkheden in het stelsel Buurtteams zijn voor de uitvoering van de opdracht (sterk) afhankelijk van uiteenlopende ketenpartners. Soms leiden knelpunten op andere plekken in de stad tot extra druk op het buurtteam. De opdrachten van de kernpartijen (o.a. specialistische partijen en Sociale Basis) sluiten niet altijd duidelijk aan op de opdracht die de buurtteams hebben. Balans tussen generalistische en specialistische hulp Er moet een balans worden gevonden tussen generalistische en specialistische ondersteuning. Er zijn verschillende beelden over wanneer en voor wie specialistische ondersteuning vanuit de buurtteams nodig is. Daardoor is hier regelmatig verwarring over en ontstaan er verschillen per stadsdeel.

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

Gemeentelijke sturing is niet eenduidig De gemeente is als opdrachtgever niet duidelijk over haar verwachtingen richting de buurtteams. Vanuit verschillende directies worden (nieuwe) opdrachten gegeven die niet altijd op elkaar aansluiten. Dat zorgt voor verwarring en discussie, ook ten aanzien van de uitvoering van de kerntaken. Het is voor de buurtteams niet altijd duidelijk op welk moment zij een bepaalde rol moeten pakken: is dat die van opdrachtnemer of van partner?

6

2 Vier hoofdthema’s 2.1

Kerntaken Buurtteams

2.1.1

Kerntaken Buurtteams – Generiek en Zorg

Opdracht Buurtteam Amsterdam heeft als doel passende ondersteuning te bieden aan Amster­ dammers. Het buurtteam is het aanspreekpunt voor volwassen Amsterdam­mers met vragen over geld, wonen, gezondheid, veiligheid, zorg, werk en ontmoeting. Het team doet dit zo laagdrempelig en dichtbij mogelijk en zo zwaar als nodig is. Buurtteams geven individuele ondersteuning aan volwassenen die niet of minder zelfredzaam zijn (generalistisch). Dat doen ze onder andere voor Amsterdammers met NAH, autisme, LVB, GGZ, dementie, verslaving of een zintuigelijke beperking. Ook hebben ze kennis over doelgroepen en thema’s zoals ouderen en dakloosheid. Buurtteam Amsterdam biedt de benodigde ondersteuning aan Amsterdammers vaak zelf. Wanneer andere ondersteuning meer passend is, leidt het team Amsterdammers door naar partners in de stad. Wanneer het buurtteam in zo’n geval samen met de Amsterdammer de regie houdt, wordt wel de expertise van de partner bij de casus betrokken. Ook houden de buurtteams samen met de Amsterdammer de regie over het ondersteuningsplan. Samen met de relevante partners wordt hierin afgestemd en volgt de regiecheck: welke organisaties zijn er al betrokken bij de Amsterdammer met een hulpvraag?

Successen • Amsterdammers weten de buurtteams goed te vinden. Inwoners geven in steeds grotere getale aan bekend te zijn met de teams, onder andere door de zichtbaarheid in de buurt. Buurtteams zijn voor steeds meer Amsterdammers een van de eerste plekken waar ze aankloppen voor hulp. • Veel Amsterdammers zijn tevreden met de ondersteuning van het buurtteam en met de expertise van de buurtteammedewerkers. • Hulp bij praktische vragen en enkelvoudige ondersteuning verloopt goed. Met name van I&A en I&BA wordt veelvuldig en meermaals gebruikgemaakt. • Buurtteams slagen er in voldoende mate in om Amsterdammers te (laten) ondersteunen zonder inzet van aanvullende Wmo-voorzieningen. Aandachtspunten • De buurtteams ervaren een spanningsveld tussen de gewenste uniforme werkwijze en de aansluiting op persoonlijke omstandigheden. Zowel medewerkers als Amsterdam­mers hechten grote waarde aan langdurig persoonlijk contact en aandacht voor zijn of haar leefwereld. In de praktijk ervaren medewerkers echter dat de nadruk op efficiënt en uniform werken dit persoonlijke contact belemmert. Tegelijkertijd zijn er verschillen van inzicht over de toepassing van de Amsterdamse Maatwerk Methode als er sprake is van complexe problematiek. De gemeente denkt dat de AMM een

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

De buurtteams werken vanuit de Amsterdamse maatwerk methode (AMM) om zo goed mogelijk ondersteuning te bieden bij wat de Amsterdammer daadwerkelijk nodig heeft.

7

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

stevige impuls kan gebruiken. Ook de inzet en positionering van ervaringsdeskun­ digen is nog niet stevig verankerd. Dit bemoeilijkt de aansluiting op de leefwereld van de Amsterdammer. • Het ontbreken van een uniforme werkwijze belemmert een gelijkwaardige en efficiënte ondersteuning van Amsterdammers. Veel bestaande werkprocessen zijn nog lokaal ingericht. Er wordt gewerkt aan het verbeteren van deze processen, maar dit gaat langzaam. Lokale belangen en gewoonten spelen hierbij een grote rol. • Zorg en bestaanszekerheid zijn binnen de buurtteams nog vaak gescheiden systemen, of dit nu gaat om het ophalen van data, financiering vanuit de gemeente of om de indeling van de teams. Meer samenhang in deze thema’s (aan de voorkant en met behulp van één plan) zou de integrale ondersteuning door de buurtteams kunnen verbeteren. • De samenhang tussen zorg, bestaanszekerheid en gezinnen is beter zichtbaar geworden, onder andere door een betere samenwerking met het OKT. Maar gezinsgericht werken is nog te veel afhankelijk van individuele medewerkers en onvoldoende structureel verankerd. • Kennisontwikkeling is onvoldoende structureel geborgd en hangt sterk af van individuele medewerkers. Er is niet duidelijk vastgelegd welke basiskennis nodig is en welke kennis over specifieke doelgroepen. De gemeente heeft geen invloed op het opleidingsaanbod van de Amsterdamse Buurtteam Academie.

Medewerkers geven aan te weinig tijd te hebben voor kennisopbouw en kennisdeling. Het gaat dan bijvoorbeeld om thema’s zoals dakloosheid, Pgb of ongedocumenteerden en vaardigheden zoals gespreksvoering met meer uitdagende doelgroepen.​ • In het huidige takenpakket ervaren buurtteammedewerkers beperkte ruimte voor praktische/laagdrempelige maar langdurige ondersteuning die aansluit bij de vergrijzing in de stad en bij de grote groep mensen die lang laagdrempelige ondersteuning nodig hebben. • Het ondersteunen van Amsterdammers met complexe vraagstukken op meerdere domeinen is voor buurtteams een grote opgave. Als dit niet goed verloopt stapelen problemen vaak verder op. • De werkwijze rond de toegang tot Pgb is moeizaam. De kwaliteit van de aanvragen van buurtteams is niet op het gewenste niveau, onder meer door beperkte kennis onder generalisten. De complexiteit van het werkproces sluit niet goed aan op de organisatiestructuur van de buurtteams. Dit zet ook druk op de samenwerking met Argonaut. • Het is vaak onduidelijk wie er binnen of buiten het buurtteam regie heeft op een hulptraject (en of dat daadwerkelijk nodig is).

8

2.1.2

Kerntaken buurtteams – Integrale schuldhulpverlening

Opdracht Buurtteams hebben een integrale opdracht (meervoudig). Ze richten zich op het voorkomen van schulden (preventie), het klein houden van schulden (vroegsignalering), het oplossen van problematische schulden en het zo zelfstandig mogelijk schuldenvrij blijven. Een actieve en outreachende schuldenaanpak om Amsterdammers met financiële problemen te vinden en te helpen is het uitgangspunt. Buurtteams hebben expertise op bestaanszekerheid (onder andere werk, inkomen en schulden) en in alle teams bevinden zich specialistische medewerkers: Sociaal Raadslieden, schuldhulpverleners, netwerkcoördinatoren en ervaringsdeskundigen. Conform de AMM en de Route 020 kijken hulpverleners breed en integraal naar onderliggende problematiek. Schuldhulpverleners ondersteunen bij het verbeteren van de financiële situatie en vaardigheden, onder andere via sociaal-juridisch advies, digitale vaardigheidstraining, budgetcoaching of via flankerende hulp (sociale basis).

De buurtteams moeten in het kader van vroegsignalering en ‘Eropaf’ alles doen om Amsterdammers met betalingsachterstanden te bereiken. De principes om zware problematiek te voorkomen hebben ook betrekking op de aanpakken SHV voor Participatiewetgerechtigden en Geregelde betaling, voorkomen woningontruimingen.

Aandachtspunten De uitvoering van sommige kerntaken is nog niet naar behoren: • Integraal werken bij multiproblematiek conform de AMM komt beperkt tot stand. Er wordt niet altijd breed uitgevraagd, de juiste expertise ontbreekt soms en flankerende hulp wordt niet altijd betrokken. Daardoor komen maatwerkoplossingen niet altijd tot stand. Werkprocessen voor praktische vragen en complexe situaties zijn vaak hetzelfde. Ook is er soms een tekort aan ervaren medewerkers (expertise). • De taakverdeling tussen ketenpartijen is vaak onduidelijk. Concrete afspraken ontbre­ ken, waardoor niet of juist te snel wordt doorverwezen. Ketenpartners werken in hulptra­ jecten te weinig samen (met directe en korte lijntjes). Informele onder­steuning (Sociale Basis en ervaringsdeskundigheid) is vaak beperkt aangesloten op schuldhulptrajecten. • De aanwezigheid op relevante plekken is beperkt. Het ‘outreachend werken’ en het maken van de ‘beweging naar de voorkant’ zorgen in de praktijk voor ‘extra’ werk­ zaamheden, waar niet altijd ruimte voor is. Schuldhulpverlening vindt hoofdzakelijk plaats op kantoor en expertise is vooral in de tweede lijn georganiseerd. • De basiselementen van schuldhulpverlening worden niet structureel goed genoeg uitgevoerd (onder andere vrij te laten bedrag (vltb) berekenen, beslagvrije voet vaststellen, kennis over sociale zekerheid).

Het vakmanschap van medewerkers is op de achtergrond geraakt. Er is vooral oog voor het uitvoeren van generieke activiteiten en het ontwikkelen van innovaties. Dit is mede ontstaan doordat in de eerste jaren van de opdracht minder aandacht uitging naar bestaanszekerheid. Er was op dit onderdeel al een sterke stedelijke basis, terwijl er een grote en complexe ontwikkelopdracht was ten aanzien van zorg. • De buurtteams passen geen uniforme werkwijze toe. Onder andere de toegang tot schuldhulpverlening en de stabilisatiefase zijn op veel plekken anders georganiseerd. Daardoor zijn de hulptrajecten niet eenduidig en zijn er grote verschillen in de doorlooptijden per wijk of per stadsdeel. • Het is soms onduidelijk welke taken buurtteams moeten uitvoeren (grijs gebied). Dat zorgt voor onduidelijkheid bij zowel buurtteams als ketenpartners. Dit kan tot knel­punten leiden en zorgen voor een spanningsveld tussen maatwerk en de beschik­ bare capaciteit. Ook worden sommige taken ‘dubbel’ uitgevoerd (onder andere buurtteams – Kredietbank).

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

Successen • Er is binnen buurtteams doorgaans adequate expertise op verschillende gebieden van bestaanszekerheid (algemene inkomensvragen en sociaal-juridische dienstverlening). • Veel basiselementen van schuldhulpverlening lopen naar behoren. De uitgangs­ punten van Route 020 worden nageleefd en de principes van planmatig, methodisch, stress-sensitief en doelgericht werken staan in werkwijzen centraal. Succesvolle onderdelen zijn onder andere: – (Vroeg) Eropaf – Sociaal raadslieden – Jongerenschuldhulpverlening – Schuldhulpverlening voor WPI-gerechtigden – Crisisinterventies • Buurtteams werken voortdurend aan verbeteringen en vernieuwingen, onder andere via diverse pilots en dialoogsessies. • De afstemming tussen de gemeente en de vakgroep bestaanszekerheid verloopt steeds beter. Verschillende perspectieven op de opdracht worden daardoor transparant besproken.

9

• De positionering van schuldhulpverlening (als specialisme) is binnen de buurtteams op de achtergrond geraakt. Daardoor is schuldhulpverlening geïsoleerd geraakt en is er soms te weinig expertise beschikbaar binnen de teams. De focus ligt primair op generalistische hulp. 2.1.3

Kerntaken buurtteams – Werk en Participatie

Opdracht De buurtteams verzorgen op buurtniveau ondersteuning en activering op het gebied van werk, participatie en inkomen. Dat doen ze in samenwerking met WPI. Waar nodig leiden ze inwoners toe naar aanvullende WPI-dienstverlening: het aanbod participatie, re-integratie en werk, inkomensvraagstukken en inburgering. Aan elk buurtteam is een vaste klantbegeleider WP verbonden. Deze werkt ook met regelmaat op de locatie van het buurtteam. Buurtteammedewerkers benaderen klantbegeleiders onder meer voor vragen over toeleiding naar werk/scholing/ dagbesteding, een integraal begeleidingsplan, deelname aan casuïstiekbesprekingen en periodieke overleggen over de ontwikkeling van inwoners. Buurtteams zijn verantwoordelijk voor het opstellen van een integraal plan en het maken van afspraken over regievoering. Aan elk buurtteam is een vaste klantbegeleider Inkomen verbonden. Deze werkt ook met regelmaat op de locatie van het buurtteam. Buurtteammedewerkers benaderen klantbegeleiders voor vragen over inkomen (Participatiewet), casuïstiekbesprekingen en de toegang tot aanvullende inkomensvoorzieningen. Als buurtteams Amsterdammers begeleiden die ook een klantbegeleider hebben, moet de buurtteammedewerker zorgen voor een directe verbinding, een integraal ondersteuningsplan en afspraken maken over wie de regie voert.

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

Successen • Op sommige specifieke locaties zijn er korte lijntjes tussen buurtteammedewerkers en klantbegeleiders (WP en/of I). Klantbegeleiders zijn daar regelmatig aanwezig op buurtteamlocaties en de onderlinge samenwerking is constructief. Dat is efficiënt en zorgt voor passende en integrale ondersteuning.

10

Aandachtspunten • Het is een uitdaging om structureel te zorgen voor goede afstemming en samen­ werking tussen buurtteams en de gemeente. Door personeelswisselingen en andere ontwikkelingen worden succesvolle samenwerkingen soms verbroken. Er is voort­ durende inzet nodig om onderlinge lijntjes kort te houden en te zorgen voor vaste aanspreekpunten op alle locaties. De directe bereikbaarheid van klant­begeleiders schiet regelmatig tekort. • Het is wenselijk om ervoor te zorgen dat buurtteammedewerkers en klantbegeleiders elkaar vaker ontmoeten. Dat kan met name door meer op elkaars locatie te werken, zowel bij de buurtteams als bij de gemeente (bijvoorbeeld stadsloketten). • Het is soms onduidelijk wat de rol- en taakverdeling is tussen de buurtteams en de gemeente. Met name op gebied van de ondersteuning richting participatie is er regelmatig verwarring over wie regie voert. • Er is te weinig afstemming tussen buurtteammedewerkers en klantbegeleiders over de invulling van een integraal ondersteuningsplan. Medewerkers worden (wederzijds) ook niet altijd betrokken bij casuïstiek.

De stelselbeweging voor toekomstbestendige zorg en ondersteuning zet in op een beweging naar de voorkant: ondersteuning zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig.

Werk en Participatie

Inkomen

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

Onderwijs

t

Wonen

Z

Buurtteams en Ouder- en Kindteams

Sociale basis

Veiligheid

du lang rige zo r et W erzekerings g we gv r o Aanvullende ondersteuning Wmo en specialistische jeugdhulp

11

2.2

Positie in het stelsel

2.2.1

Positie in het stelsel – Visie

Opdracht Met onderstaand schema duidde de gemeente in 2020 de plaats van de buurtteams in het stelsel. Het uitgangspunt was om een beweging naar de voorkant te maken: ondersteuning zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig is. De buurtteams en de Ouder- en Kindteams vormen gezamenlijk de spil in de wijk voor huishoudens met een ondersteuningsvraag. Buurtteams onderhouden en faciliteren samenwerkingsrelaties op drie niveaus: individueel, in de buurt en op stadsdeel- en stedelijk niveau). Ze hebben een actieve rol in het onderhouden en faciliteren van het wijknetwerk. Voor gezinnen met meervoudige problematiek geldt dat zowel buurtteams als OKT’s ondersteuning moeten kunnen bieden en dat zij hierin samenwerken. Buurtteams zijn zichtbaar en aanspreekbaar in de buurt. Buurtteams kennen actieve bewoners en partners in de sociale basis en werken met ze samen. Medewerkers werken vanaf een buurtteamlocatie, maar zijn ook te vinden op die plekken in de wijk waar bewoners te vinden zijn, zoals in een buurthuis. Buurtteams werken in een netwerkomgeving aan de optimale ondersteuning van Amsterdammers. Elke buurtteamorganisatie zorgt voor voldoende netwerkvaardigheid in en rond de teams. Medewerkers leggen actief contact met samenwerkingspartners op het niveau van professionals onderling, zowel in de buurt als op stedelijk niveau.

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

Evaluatie – Successen • Amsterdammers en partnerorganisaties weten de buurtteams goed te vinden en de baliefunctie is herkenbaar ingericht. Buurtteams en OKT’s zijn gezamenlijk de spil in het stelsel gaan vormen. Ze hebben geïnvesteerd in de samenwerking (onder andere duo-aanpak) en op sommige plekken wordt via de netwerkcoördinatoren succesvol samengewerkt met de Sociale Basis. • Buurtteams zorgen via netwerkcoördinatoren steeds nadrukkelijker voor de versterking van relevante netwerken. Dankzij de inrichting van stedelijke netwerk­ portefeuilles is de afstemming tussen de buurtteams onderling ook sterk verbeterd.

12

Evaluatie – Aandachtspunten • De positionering van de buurtteams met oog voor de samenhang tussen de Wmo en bestaanszekerheid is ingewikkeld gebleken. Een schematische weergave van de plaats van de buurtteams in het sociaal domein kan verhelderend werken, maar een herziening van de afbeelding die de integraliteit van de opdracht duidelijker maakt is wenselijk. • De gemeente en de buurtteams dragen de boodschap uit dat buurtteams de plek zijn waar iedere Amsterdammer met (bijna) alle hulpvragen terecht kan. Dit schept verwachtingen bij Amsterdammers en bij de samenwerkingspartners. Deze ambitie blijkt in de praktijk lastig om te realiseren. • Het onderhouden van relaties met partnerorganisaties is een grote uitdaging. Dat komt door de hoeveelheid partners, maar ook door een gevoel van concurrentie of overlap in aanbod. Medewerkers zijn geregeld te druk met hun caseload om naar netwerkbijeenkomsten te gaan. Buurtteams hebben behoefte aan een focus op de belangrijkste partners in het stelsel (in plaats van op alle partners). • Het is vaak niet duidelijk wie regie op hulptrajecten voert. Daardoor komt gezamen­ lijke ondersteuning met partners niet structureel/overal van de grond. De opdracht en de afspraken hierover zijn vaak niet duidelijk genoeg. Soms is er discussie met partner­

organisaties (onder andere OKT’s) over wie regie voert op een hulptraject. En soms ontstaat er onduidelijkheid door overlap in taken. De samenwerking met ketenpartners is daardoor niet altijd adequaat. • De buurtteams zijn in de uitvoering afhankelijk van andere partners in het stelsel. De opdracht moet daarom niet ‘geïsoleerd’ zijn, maar beter aansluiten bij opdrachten van deze ketenpartners (en andersom). • Het is niet duidelijk wat de opdracht van de buurtteams rond de ‘beweging naar de voorkant’ inhoudt. Het belang van de beweging wordt breed onderschreven en het beeld is dat buurtteams hierin met meer nadruk een rol kunnen spelen. Er is op dit moment nog een beperkte samenhang tussen SHV en Zorg en er is weinig beweging richting collectivisering van de ondersteuning. • Een goede en warme overdracht is van belang voor een positieve ervaring met de buurtteams. Een goed netwerk leidt in de regel tot een betere ondersteuning. De samenwerking kan worden versterkt door elkaar vaker op fysieke plekken op te zoeken (onder andere OKT’s, Familiescholen, gemeente). • Er zijn verschillende inzichten over de toepassing van de Amsterdamse Maatwerk Methode. Buurtteam Amsterdam stelt dat de AMM volledig is omarmd en succesvol wordt toegepast.

Tegelijkertijd zijn er signalen (van het bureau van de Ombudsman, Cliëntenbelang Amsterdam en het gemeentelijke Doorbraakteam) dat de AMM te beperkt wordt ingezet en dat medewerkers de AMM als arbeidsintensief ervaren. De gemeente denkt dat de AMM een stevige impuls kan gebruiken. De werkwijze krijgt in praktijk verschillend vorm. Buurtteams doen bij meervoudige problematiek weinig beroep op ketenpartners om casussen gezamenlijk op te pakken. Ook komt het regelmatig voor dat buurtteams niet betrokken zijn bij AMM-casuïstiekbesprekingen (ook als dat wel relevant zou zijn).

2.2.2

Positie in het stelsel – Afbakening taken

De buurtteams verzorgen integrale schuldhulpverlening. Daaronder vallen verschillende werkzaamheden. Denk aan budgetadvies, de aanpak vroegsignalering, sociaal-juridische dienstverlening en schuldhulpverlening. Waar nodig betrekken buurtteams flankerende hulpverlening bij hulptrajecten. In alle buurtteams zijn verschillende specialismen aanwezig voor de integrale schuldhulpverlening: netwerkcoördinatoren, sociaal raadslieden en schuldhulpverleners. Naast reguliere schuldhulpverleners zijn er ook specialisten voor twee specifieke doelgroepen: jongeren en ondernemers. Successen • Het is waardevol dat buurtteams specialistische kennis in huis hebben over bepaalde doelgroepen en thema’s. Daardoor is er passende en effectieve ondersteuning. Het beroep op sommige specialistische inzet is de afgelopen periode toegenomen. Dit was bijvoorbeeld bij de sociaal raadslieden het geval. Daar hebben de buurtteams over het algemeen adequaat op ingespeeld.

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

Opdracht Er zijn verschillende doelgroepen en thema’s waar buurtteams expertise op hebben: ouderen, GGZ, LVB, NAH, autisme, HGKM, veiligheid, werk, inkomen, schulden en wonen. Voor gezinnen met meervoudige problematiek geldt dat zowel de buurtteams als de OKT’s ondersteuning moeten bieden en dat zij hierin samenwerken. Wanneer andere ondersteuning passender is, leiden buurtteams mensen door naar partners in de stad of betrekken zij hen bij een casus. Buurtteams houden in zo’n geval in principe wel de regie (samen met de Amsterdammer).

13

• De werkwijzen en expertise van (ervaren) medewerkers zijn gevoed door weten­ schappelijke inzichten en ‘good practices’. Er wordt door de buurtteams vaak goed gekeken naar wat de best passende interventies zijn.

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

Aandachtspunten • De opdracht van de buurtteams is op verschillende thema’s en specialismen onduidelijk. Daardoor is er regelmatig verwarring over de hulp die buurtteams kunnen/ moeten bieden en ontstaan er verschillen tussen stadsdelen. De gemeente heeft moeite met het integraal formuleren, financieren en bewaken van de opdracht. Ook geeft de gemeente niet duidelijk aan wanneer de uitvoering goed genoeg is.​ • Het is voor buurtteams onduidelijk wanneer zij moeten doorverwijzen naar specialis­ tische hulp (grijs gebied). Er is in de opdracht geen duidelijk uitgangspunt vastgelegd over ‘niet doorverwijzen, tenzij’. De toenemende complexiteit van hulpvragen maakt de afweging extra lastig. Buurtteams ervaren beperkte ruimte voor langdurige ondersteuning (praktisch en specialistisch). De gemeente heeft hiervoor bewust geen duidelijke kaders gesteld. • Voor ketenpartners is het regelmatig onduidelijk welke specialistische hulp buurtteams kunnen/moeten verzorgen (onder andere ondernemers, statushouders, dakloze Amsterdammers, jongvolwassenen). Dat belemmert de ketensamenwerking. Soms wordt extra inzet van de buurtteams verwacht of gewenst, maar de afspraken zijn niet altijd duidelijk. Ook is de rol van generalist met een specialisme (T-shaped) voor buurtteams lastig uit te voeren. Medewerkers ervaren te weinig ruimte om zich op een specialisme te (blijven) ontwikkelen.

• Er wordt door de buurtteams bij de ondersteuning op gebied van bestaanszekerheid te weinig gebruik gemaakt van flankerende hulpverlening (onder andere Sociale Basis). Ook in afstemming met andere ketenpartners komen integrale/gezamenlijke hulptrajecten beperkt tot stand. • De buurtteams kunnen niet alle specialistische hulp volledig verzorgen of specifieke doelgroepen volledig bedienen (onder andere intensief en outreachend werken voor jongeren). Daar is expertise voor nodig, die nu soms bij andere ketenpartners is ingericht. • Doordat buurtteams hulp op stadsdeelniveau georganiseerd hebben, ontstaan er verschillen in taakopvatting, kwaliteit, mogelijkheden en werkwijzen. Voor (stedelijk werkende) ketenpartners is het daardoor niet altijd duidelijk wat ze van buurtteams kunnen verwachten.

14

2.2.3

Positie in het stelsel – Gebiedsgericht werken en netwerksamenwerking

Opdracht De buurtteams werken in een complex en groot sociaal veld in Amsterdam. Zij moeten zich verhouden tot specialistische partners, maar ook tot (in)formele partners in het veld. De buurtteams zitten op meerdere locaties in de stad en werken hier samen met veel lokale partners in de sociale basis en met huisartsen. Stedelijk werken zij samen met een scala aan specialistische partners naar wie zij Amsterdammers doorverwijzen of van wie zij de ondersteuning juist overnemen. Buurtteams werken lokaal onder andere door middel van wijknetwerken. Dit is van belang om een overzicht te hebben van de situatie en de mogelijkheden in de buurt, signalen en trends op te merken en van hieruit passende ondersteuning te kunnen bieden. De buurtteamorganisaties zorgen daarnaast voor kennisdeling tussen de buurtteams en het netwerk.

Ook op stedelijk niveau werken buurtteams met partners samen, onder andere via stedelijke expertisenetwerken waar kennis over verschillende doelgroepen en thema’s wordt gedeeld. Buurtteammedewerkers moeten actief contact onderhouden met andere professionals van samenwerkingspartners, om vanuit samenwerking tot passende ondersteuning op casusniveau te komen. Er wordt samen opgetrokken in hulptrajecten. Waar nodig vindt warme overdracht plaats. Successen • Netwerkcoördinatoren hebben een goed beeld van de partners in een gebied waar de buurtteams werkzaam zijn. • Stedelijk wordt er steeds meer ingezet op werkafspraken met partners in de stad. • Buurtteams zijn breed aanwezig in de stad met tientallen locaties en spreekuurlocaties, en werken intensief samen met uiteenlopende partners in de gebieden. Aandachtspunten

Ten aanzien van gebiedsgericht werken: • Het is niet duidelijk/inzichtelijk in hoeverre buurtteams aanwezig zijn op plekken waar de opgave het grootst is. • In de praktijk blijkt lokale samenwerking complex, onder meer door verschillende afspraken en regievraagstukken. Ook ontstaat regelmatig overlap in werkzaamheden, terwijl heldere afbakening en samenwerking nodig zijn om de ondersteuning aan Amsterdammers te versterken. • De samenwerking met partners uit de Sociale Basis is complex. De grote hoeveelheid partners maakt het lastig voor buurtteams om grip en overzicht te houden. Medewerkers willen focussen op kernpartners om hun taak uitvoerbaar te houden. • Veel contacten met partners lopen via de netwerkcoördinatoren, maar activiteiten worden niet systematisch gemonitord. Daardoor ontbreekt overzicht bij buurteams en ketenpartners en wordt gezamenlijk leren en verbeteren bemoeilijkt.

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

Ten aanzien van netwerksamenwerking: • Het is complex voor buurtteams om zich midden in het sociale domein te verhouden tot een groot aantal partners. Hierdoor spelen communicatie en verwachtings­ management een cruciale rol. Partners verwachten vaak meer op het gebied van kennis of capaciteit dan buurtteams kunnen leveren. Dit leidt tot spanningen in de samenwerking. Duidelijke afspraken over de rol van buurtteams, het moment waarop partners worden betrokken en wanneer Amsterdammers worden doorverwezen, zijn essentieel om samenwerking effectiever en realistischer te maken. • Doordat het organiseren van netwerksamenwerking hoofdzakelijk door netwerkcoördinatoren wordt gedaan, laten individuele medewerkers dit soms liggen. • Het lukt buurtteams niet goed om uniforme afspraken te maken voor stedelijke netwerksamenwerking. Daardoor komen beoogde werkwijzen niet overal goed tot stand.

15

2.3

Randvoorwaarden

2.3.1

Randvoorwaarden – Huisvesting

Opdracht De huisvesting is een bepalende factor voor het succes van de buurtteams. Buurtteams moeten aanwezig zijn in de buurt en gebruik maken van (vind)plekken in de gebieden. Aanbieders zijn verantwoordelijk voor de eigen huisvesting. De buurtteams hebben buurtteamlocaties waar zij tijdens de werkweek aanwezig zijn. Daarnaast is het van belang dat aanbieders op buurtniveau gebruik kunnen maken van kleine ruimtes die onderdeel zijn van een groter pand. De buurtteams zijn verantwoordelijk voor het realiseren van de door de gemeente vastgestelde optimale samenstelling en spreiding van de teams over de buurten in het stadsdeel. Successen • De buurtteams zijn geworteld in de buurt. Ze zijn aanwezig, herkenbaar en aanspreekbaar. Amsterdammers weten de buurtteams goed te vinden. • De buurtteams zijn erin geslaagd locaties in te richten waar (multidisciplinaire) professionals elkaar weten te vinden.

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

Aandachtspunten • De gemeente pakt geen duidelijke rol ten aanzien van huisvesting en stuurt onvoldoende op de eisen in de opdracht. De verantwoordelijkheid voor huisvesting ligt bij de BTO’s en de gemeente doet daar geen specifieke navraag naar. Ook is het niet duidelijk welk deel van de middelen beschikbaar zijn voor huisvesting. Buurtteams nemen de kosten voor huisvesting op als onderdeel van de personele kosten. • Sommige buurtteamlocaties voldoen niet aan de eisen die de gemeente heeft gesteld. Met name multidisciplinair samenwerken met verschillende professionals is op sommige plekken niet goed mogelijk. • Er kan door de gemeente en buurtteams samen specifieker worden afgesproken in welke mate locaties beschikbaar zijn op plekken waar de nood (hulpvraag) het grootst is. Daarbij kan ook oog zijn voor een passende mix van stadsdeellocaties, buurtteamlocaties en satellietlocaties. • Er is geen gezamenlijk veiligheidsprotocol voor buurtteammedewerkers en klant­ begeleiders van de gemeente. Als zij op dezelfde locatie werken (bij buurtteams) leidt dat soms tot onduidelijkheid over hoe op te treden bij incidenten.

16

2.3.2

Randvoorwaarden – Financiën

Opdracht De gemeente heeft gekozen voor een taakgerichte bekostiging in de variant functie­ bekostiging. Dit past bij een bredere opdracht waarin afzonderlijke producten niet eenvoudig genormeerd of gekwantificeerd kunnen worden en waar ontwikkelen aan de orde is. Voor schuldhulpverlening is gekozen om vast te houden aan een product gebonden financiering. Het zoeken en helpen van zoveel mogelijk klanten met schulden heeft een hoge bestuurlijke prioriteit. Een directe verbinding van financiering met de omvang van de dienstverlening is dan bijna onvermijdelijk. De functiebekostiging van de buurtteams betekent dat zij een jaarbudget ontvangen waarbinnen ze de opdracht moeten uitvoeren. Initieel is er vanuit het financieel kader in het uitvoeringsbesluit een budgetverdeling opgenomen, waar de verdeelsleutel van de

Sociale Basis per stadsdeel op van toepassing is. De totale bedragen zijn op basis van de meerjarenbegroting vastgesteld, maar kunnen onderhevig zijn aan wijzigingen. Successen • Een gevolg van de functiebekostiging (lumpsum) is dat de kosten vooraf zijn vastgesteld. Dit leidt tot financiële controle voor de gemeente. • Door productfinanciering en het informatiemodel schuldhulpverlening is er veel trajectinformatie per traject beschikbaar. • Door de productfinanciering integrale schuldhulpverlening is het lange tijd mogelijk geweest om tijdig bij te sturen en in te spelen op actuele vraag. Aandachtspunten • De financieringsconstructie combinatie van functiebekostiging en product gebonden financiering is complex en zorgt voor hoge administratieve lasten in de uitvoering en de verantwoordingscyclus. • Innovaties of nieuwe werkwijzen vragen tijd en investeringen, maar zijn niet direct productief in een product gebonden financiering. • Bureaucratie leidt tot discussies over definities in plaats van resultaten. • Er is een voortdurende spanning tussen de ambities en de beschikbare (financiële) middelen. De opdracht van de gemeente luidt dat buurtteams ondersteuning bieden die aansluit bij de leefwereld van Amsterdammers. Dit betekent ook dat er regelmatig extra taken opgepakt moeten worden.

• Doordat verschillende directies binnen de gemeente opdrachten verstrekken aan de buurtteams ontstaan knelpunten. Zo worden verschillende indexeringspercentages gebruikt en worden soms (te veel) extra taken bij de buurtteams belegd. • Er zijn tussen de buurtteams en de gemeente soms andere beelden of verwachtingen rond budgetverdelingen en de financiering van overproducties. Vooral als buurt­ teams noodzaak zien om extra inzet te plegen die niet (volledig) vergoed blijkt te kunnen worden leidt dat tot knelpunten. • De verdeelsleutel tussen de verschillende buurtteamorganisaties is verouderd. De groei van de stad is nu niet meegenomen in dit model. Randvoorwaarden – Organisatie

Opdracht Aanvragers kunnen voor maximaal drie percelen (van de totaal zeven) subsidie toegekend krijgen. De aanvrager voert alleen buurtteamactiviteiten uit. Dit betekent dat aanvrager geen door de gemeente gecontracteerde aanbieder van aanvullende ondersteuning kan zijn. Het is wel mogelijk dat een bestaande partij, eventueel in combinatie met een of meer andere organisaties, subsidie aanvraagt. De gemeente verlangt dan wel dat een combinatie van partijen zich organiseert als zelfstandige rechtspersoon. De buurtteams worden vormgegeven als een algemene voorziening, open en breed, multidisciplinair en met zo weinig mogelijk bureaucratie. De gemeente hecht aan een uniforme werkwijze van buurtteams door de hele stad. Van de buurtteamorganisaties wordt verwacht dat zij hun deskundigheid op stadsdeel- en stedelijk niveau samen vormgeven in een lerende omgeving. De buurtteamorganisaties moeten daarom nauw samenwerken in leren en ontwikkelen. De buurtteams werken nauw samen met gemeentelijke professionals op de gebieden wonen, inkomen en werk. Ook deze onderwerpen zijn gebiedsgericht georganiseerd.

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

2.3.3

17

Successen • De buurtteams hebben een kennisplatform om praktische informatie, afspraken en werkprocessen inzichtelijk te maken en kennisdeling tussen buurtteams te faciliteren. De uitwerking en implementatie van veel onderdelen van dit opdrachtkader zijn vindbaar op BUUT. • De belangrijkste bouwstenen voor de Amsterdamse Buurtteam Academie zijn door de buurtteams gelegd. Er is veel draagvlak en betrokkenheid om het ontwikkelen van kennis en vakmanschap stedelijk te organiseren. • Er zijn diverse succesvolle stedelijke campagnes en communicatie-uitingen georganiseerd. Er is veel draagvlak bij de buurtteams om hier gezamenlijk in op te trekken. Aandachtspunten • Er is onduidelijkheid bij de buurtteams over de eisen op gebied van samenwerking tussen buurtteams onderling. Er moet op drie niveaus samenwerking zijn (individu, buurt en stad), maar de gemeente geeft geen duidelijke kaders over hoe buurtteams dit moeten vormgeven. • Zowel de buurtteams als de gemeente zijn niet eenduidig en integraal georganiseerd. Er is voornamelijk een structuur per stadsdeel of per portefeuille. Dat bemoeilijkt de onderlinge samenwerking en afstemming. Ook is er een beperkt aantal beleidsmatige medewerkers of aanspreekpunten bij de buurtteams. • Kennisontwikkeling is onvoldoende structureel geborgd en hangt sterk af van individuele medewerkers.

Er is niet duidelijk vastgelegd welke basiskennis nodig is en welke kennis over specifieke doelgroepen. De gemeente heeft geen invloed op het opleidingsaanbod van de Amsterdamse Buurtteam Academie. Medewerkers geven aan te weinig tijd te hebben voor kennisopbouw en kennisdeling. Er worden wel grotere stadsbrede kennisbijeenkomsten georganiseerd, maar die sluiten niet altijd aan bij de behoeftes van medewerkers. Er is een wens voor een manier van leren die balanceert tussen lokale autonomie (‘couleur locale’) en stedelijke samenhang. Medewerkers geven aan te weinig tijd te hebben voor kennisopbouw en kennisdeling. • De rol- en taakverdeling tussen de buurtteams en partnerorganisaties is niet overal helder. Dat zorgt soms voor verkeerde verwachtingen.

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

2.3.4

18

Randvoorwaarden – Informatievoorziening

Opdracht Buurtteams hanteren één informatiemodel, met heldere rol- en taakverdelingen. Het doel is om één dossier voor de Amsterdammer met één regievoerder te gebruiken. De gemeente levert een ondersteunende applicatie voor het werk van de professionals in de buurtteams. In deze applicatie registreren de professionals gegevens vanuit de uniforme werkwijze in de buurtteamorganisaties. Met deze applicatie is er een persoonlijke omgeving waarmee Amsterdammers gegevens over zichzelf en hun trajecten kunnen inzien, delen en bewerken. Successen • De bestaande registratiewijze verschilt weliswaar per organisatie, maar de dossiers zijn stabiel en goed vastgelegd voor individuele ondersteuning van Amsterdammers. • Ondanks alle problemen bij Gidso waarbij (vanuit de gemeente) onvoldoende aandacht was voor IV-structuur van individuele BTO’s hebben de buurtteams doorontwikkelingen gerealiseerd (overgang ZorgNed).

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

Aandachtspunten • De manier van communiceren door de gemeente rond de wijze van aanbesteden van het gezamenlijke ICT systeem kan tot problemen leiden. De communicatie was tot nu toe veelal directief en top-down. IV-projecten zijn te veel ingestoken vanuit een vooraf vastgesteld systeem, middel of doel. • De registraties ten aanzien van schuldhulpverlening en zorg vinden gescheiden plaats in aparte systemen (zowel bij de buurtteams als bij de gemeente). Ook zijn koppe­ lingen tussen systemen vaak niet mogelijk of erg arbeidsintensief. Hierdoor is er geen sprake van één dossier met één plan. Dat bemoeilijkt een integrale werkwijze. • Medewerkers van verschillende BTO’s hebben geen inzicht in elkaars systemen. Daardoor kunnen ze niet zien of een Amsterdammer al ergens anders bekend is. Deze gescheiden informatievoorziening belemmert samenhangende ondersteuning en zorgt ervoor dat Amsterdammers vaker hun verhaal opnieuw moeten doen. • In de opdracht (subsidieregeling) zijn geen eenduidige afspraken over het informatie­ model of IV vastgelegd. • Met name op het gebied van informatie & advies zijn er grote verschillen in registratie­ wijze. Dat maakt de informatie diffuus.

19

2.4

Monitoring en sturing

2.4.1

Monitoring en sturing – Governance en Informatie

Opdracht De gemeente monitort met een beperkte set van kengetallen (waaronder in ieder geval cliëntstromen, financiën en kwaliteit). Het beperken van de administratieve lasten is daarbij een belangrijke toetssteen. De gemeenteraad ontvangt tweemaal per jaar (bij de najaarsnota en jaarrekening) een voortgangsrapportage waar – naast de kengetallen – ook aandacht is voor de kwalitatieve elementen, cliëntervaring en de ontwikkelopdracht van de buurtteams.

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

Successen • Het informatiemodel integrale schuldhulpverlening vormt een basis voor eenduidige en transparante gegevensuitwisseling die ons in staat stelt om resultaten bespreek­ baar en zichtbaar te maken. • Er zijn gezamenlijk onderzoeken naar verschillende onderdelen van de opdracht van de buurtteams uitgevoerd: cliëntervaringsonderzoeken, het onderzoek Halverwege en kwalititeitsonderzoeken over de integrale schuldhulpverlening. Dat heeft tot waarde­ volle inzichten en verbeteringen geleid.

20

Aandachtspunten • De huidige cyclus van drie prestatiedialogen per jaar en de koppeling van uitkomsten aan stuurgroepbijeenkomsten is voor zowel buurtteams als de gemeente erg belastend. In de praktijk is een groot aantal betrokkenen continu bezig met de voorbereiding van prestatiedialogen en stuurgroepen. • Buurtteammedewerkers geven aan veel last te hebben van administratieve druk. Het is niet duidelijk genoeg of dit komt door interne registratiewensen dan wel door eisen vanuit de gemeente. • Buurtteams krijgen vanuit meerdere directies binnen de gemeente opdrachten, waarbij de effecten van implementatie niet altijd voldoende zijn doordacht. Er is vaak geen uitvoeringstoets. Het is soms onduidelijk wanneer we als strategisch partner in gesprek zijn met elkaar en wanneer als opdrachtgever-opdrachtnemer. • Aan de start van (nieuwe) activiteiten zijn er vaak geen goede (volledige) afspraken. De gemeente en de buurtteams beginnen allebei vaak enthousiast en voortvarend aan (door)ontwikkelingen. Pas gaandeweg proberen we gezamenlijk te formuleren wanneer de inzet goed genoeg is en voldoende resultaat wordt bereikt. Een gedeelde behoefte is om een centraal (en gedeeld) beeld op te bouwen van nieuwe ontwikkelingen die iets extra’s of nieuws van de buurtteams vergen. • Het ontbreken van 1 informatiemodel zorgt ervoor dat er geen éénduidig beeld is met betrekking tot de kengetallen.

Zo is het onduidelijk in hoeverre individuele Amsterdammers ondersteuning ontvangen op zowel zorg als schuldhulpverlening en waar dit overlapt. Er is ook geen koppeling met de Sociale Basis. • De informatiepositie van de gemeente is op meerdere onderdelen onvolledig. Doordat informatiestromen niet zijn gekoppeld en veel informatie ontbreekt (bijvoorbeeld over de beweging naar de voorkant), is het moeilijk voor de gemeente om inzicht in ontwikkelingen te krijgen en die te duiden. Ook kan de gemeente de inzet van de buurtteams moeilijk verantwoorden. • Er is geen datawarehouse of omgeving bij het buurtteam beschikbaar waar data op een eenduidige manier uitgehaald kunnen worden. Een externe partij (Kwiz) pakt deze werkzaamheden nu op voor een aantal buurtteams en voor de schuldhulpverlenings­ monitor die de gemeente Amsterdam krijgt. Dit is een kostbare exercitie. Het is ook niet efficiënt om dit uit te besteden aan een externe partij.

Evaluatie huidige opdracht Buurtteam Amsterdam

• Er zijn geen afspraken over data-uitwisseling of inzage (op persoonsniveau) tussen het buurtteam en de gemeente (en andersom). Aangezien we veel systemen gebruiken om in te registreren, zijn daar duidelijke spelregels voor nodig.

21

December 2025 Uitgave Gemeente Amsterdam Directie Jeugd, Zorg en Diversiteit Directie Werk, Participatie en Inkomen Dit document is met zorg opgesteld door de gemeente Amsterdam. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. Vormgeving Vorm de stad

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16547396/1