CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 25 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake de tussentijdse bijstelling van het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven (VN2025-012247)4.082 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025 © Provincie Noord-Holland Haarlem, 2021

ENERGIE

2

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven

Begrippenlijst Besluit activiteiten leefomgeving Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is één van de vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) waaruit de Omgevingswet is opgebouwd. In het Bal staan algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving.

Besluit bouwwerken leefomgeving Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is één van de andere vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) waaruit de Omgevingswet is opgebouwd. Het Bbl bevat regels over bouwwerken.

Energiebesparingsberaad Het Energiebesparingsberaad is een nieuw bestuurlijk overleg. In dit overleg komen bestuurders van alle gemeenten die het Energiebesparingsakkoord hebben ondertekend één keer per jaar samen on leiding van de gedeputeerde Klimaat & Energie van de provincie Noord-Holland om de voortang van het Energiebesparingsakkoord te bespreken.

Energieregistratie- en bewakingssysteem Een energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) bestaat uit slimme meters waarmee energieverbruik over de dag gemeten en geanalyseerd wordt. Op basis van deze data kunnen klimaatinstallaties zo efficiënt mogelijk ingesteld kunnen worden met energiebesparing als gevolg.

Energierelevante bedrijven Met Energierelevante bedrijven worden die bedrijven bedoeld, die wettelijke verplichtingen hebben onder de verschillende energiebesparingswetgeving. Het kan per wet verschillen op welke bedrijven deze van toepassing is en welke bedrijven dus als ‘energie relevant’ geschouwd kunnen worden. Het gaat hier in ieder geval om middelgrootverbruikers en grootverbruikers van energie. Het gaat expliciet niet om bedrijven die onder EU ETS-vallen.

EU ETS Het European Union Emissions Trading System (EU ETS) is het Europese systeem voor het verhandelen van CO2-rechten. Bedrijven die onder het ETS vallen zijn meestal grote, energieintensieve bedrijven uit de elektriciteitssector, raffinage industrie, chemische industrie en metaalsector. Doordat deze bedrijven onder ETS-vallen mag het bevoegde gezag geen andere besparingseisen opnemen in de vergunning. In Noord-Holland gaat het om ±40 ETS bedrijven.

Grootverbruiker Een bedrijf met waarvan het gasverbruik meer dan 75.000 m3 aardgasequivalenten en/of het elektriciteitsverbruik meer dan 200.000 kWh is.

Middelgrootverbruiker Een bedrijf met waarvan het gasverbruik tussen de 25.000-75.000 m3 aardgasequivalenten en/of het elektriciteitsverbruik tussen de 50.000-200.000 kWh ligt.

Monitoringsplan Het monitoringsplan beschrijft hoe het Voortgangs- en Rapportageteam de voortang op het Energiebesparingsakkoord bijhoudt en op welke manier hierover wordt gerapporteerd. Het monitoringsplan maakt deel uit van het werkplan.

Stimulerend Energietoezicht Een manier van toezicht houden op bedrijven waarbij ondernemers ondersteund worden bij het in kaart brengen van energiebesparende maatregelen en het succesvol uitvoeren van deze maatregelen.

Uitvoeringsprogramma Programma van de omgevingsdiensten waarin jaarlijks wordt vastgelegd welke taken de omgevingsdienst voor een deelnemer (gemeente of provincie) uitvoert.

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven

3

VTH Vergunningsverlening, toezicht en handhaving.

Voortgangs- en Rapportageteam Het Voortgangs- en Rapportageteam bevat vier leden, van elke Noord-Hollandse omgevingsdienst één, onder leiding van de provincie Noord-Holland. Het voortgangs- en rapportageteam is verantwoordelijk voor het bijhouden van de voortang van het Energiebesparingsakkoord en de rapportages die op basis van deze monitoring gemaakt worden.

Werkplan Het werkplan maakt de afspraken uit het Energiebesparingsakkoord operationeel voor de taken die bij de omgevingsdiensten belegd zijn. Het werkplan is als bijlage verbonden aan het Energiebesparingsakkoord. De omgevingsdiensten zijn penvoerder van het werkplan.

4

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven

VOORWOORD GEDEPUTEERDE STIGTER

Voor u ligt het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven (hierna Energiebesparingsakkoord). Hiermee willen wij als provincie samen met gemeenten in Noord-Holland middelgrote en grote bedrijven die een wettelijke de plicht hebben om energie te besparen stimuleren om energiebesparende maatregelen te nemen. De verduurzaming van de industrie en dienstensector is een essentiële pijler uit het Klimaatakkoord. Ook zij kunnen immers een belangrijke bijdrage leveren aan de in het Klimaatakkoord vastgelegde afspraak om in 2030 49 procent minder CO2 uit te stoten dan in 1990. Dit Energiebesparingsakkoord komt voort uit het besef dat alle energie die we samen kunnen besparen niet opgewekt hoeft te worden. De laatste jaren wordt er dan ook volop ingezet op publieke, private en publiek-private samenwerking om energie­ besparing te realiseren. Noord-Holland bruist van de ideeën en neemt haar verantwoordelijk om vergaande klimaatverandering te stoppen. Tegelijkertijd concluderen we dat nog niet overal de basis op orde is en we, ook als overheden, effectiever met elkaar samen kunnen werken om dit voor elkaar te krijgen. Op het gebied van naleving van energiebesparings­wetgeving hebben we nogeen achterstand goed te maken. In dit akkoord spreken we de ambitie uit om hier werk van te maken.

Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op de plicht van bedrijven om energie te besparen is een verantwoordelijk van de provincie en gemeenten. Samen houden we hierop toezicht bij meer dan 15.000 bedrijven. We willen dat de manier waarop we vergunningen verlenen, toezichthouden en indien nodig handhavenrechtvaardig en begrijpelijk is voor Noord-Hollandse ondernemers. Met dit akkoord zetten we daarom in op een gelijkspeelveld voor de industrie en dienstensector. We willen hen vooral stimuleren om energie te besparen en zullen hen daar via onze toezichtstaak bij helpen. We steken een helpende hand uit om juist nu met energiebesparing aan de slag te gaan. Deze aanpak vergt een lange adem. Gemeenten en de provincie spreken daarom langdurig samen te gaan werken. In de eerste jaren maken we gezamenlijk onze achterstand goed. Vanuit een sterk fundament kunnen we verder bouwen aan een energieneutraal Noord-Holland. Edward Stigter

5

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven

PARTIJEN * Het college van Burgemeester en wethouders (B&W) van: De gemeente Amstelveen De gemeente Aalsmeer De gemeente Alkmaar De gemeente Amsterdam De gemeente Bergen De gemeente Beverwijk De gemeente Blaricum De gemeente Bloemendaal De gemeente Castricum De gemeente Den Helder De gemeente Diemen De gemeente Dijk en Waard De gemeente Drechterland De gemeente Edam-Volendam De gemeente Enkhuizen De gemeente Gooise Meren De gemeente Haarlem De gemeente Haarlemmermeer De gemeente Heemskerk De gemeente Heemstede De gemeente Heiloo De gemeente Hilversum De gemeente Hollands Kroon De gemeente Hoorn De gemeente Huizen De gemeente Koggenland De gemeente Landsmeer De gemeente Laren De gemeente Medemblik De gemeente Oostzaan De gemeente Opmeer De gemeente Ouder-Amstel De gemeente Purmerend De gemeente Schagen De gemeente Stede Broec De gemeente Texel De gemeente Uitgeest De gemeente Uithoorn De gemeente Velsen De gemeente Waterland De gemeente Wijdemeren De gemeente Wormerland De gemeente Zaanstad

Het college van Gedeputeerde Staten (GS) van: De provincie Noord-Holland

* onder voorbehoud van besluitvorming

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven

6

AANLEIDING Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft berekend dat we in Nederland 15 Petajoule energie kunnen besparen in 2030 als de industrie en dienstensector de gehele hoeveelheid energie bespaart die zij volgens de Wet milieubeheer moeten besparen. Voor Noord-Holland zou dit een besparing van minimaal 2,17 Petajoule opleveren. Dat is het energieverbruik van meer dan 60.000 woningen 1. Dit besparingspotentieel staat gelijk aan de jaarlijkse opbrengst van 800 hectare zonnepanelen op land 2 of 21 windmolens op zee 3. Het realiseren van energiebesparing in deze sectoren is echter niet vrijblijvend. De Wet milieubeheer kent al sinds 1993 een energiebesparingsplicht maar bij de overheid en ondernemers is energiebesparing al deze jaren geen topprioriteit geweest. Bij ondernemers lag de focus op het primaire productieproces. Maatregelen met of zonder terugverdientijd worden niet genomen en niet gerapporteerd. Overheden hebben zich primair gericht op gevaarlijke stoffen en klassiek milieutoezicht. De controle op de naleving van de energiebesparingswetgeving is tot voor kort dan ook beperkt gebleven. Minder dan de helft van de bedrijven (45%) voldeed in 2020 aan de plicht om informatie over besparingsmaatregelen aan te leveren bij de betreffende omgevingsdienst die daar toezicht op houdt.

Gebaseerd op deze informatie is de inschatting dat in Noord-Holland slechts 11% van de bedrijven volledig aan de Energiebesparingsplicht voldeed. Het interdepartementale beleidsonderzoek (IBO) heeft in 2016 laten zien dat Energiebesparing bij bedrijven de meest kostenefficiënte manier van CO2-reductie is omdat het maatregelen betreft met een korte terugverdientijd voor ondernemers. Energiebesparing in de industrie en dienstensector loont dus. Energiebesparing valt echter buiten de scope van de Regionale Energiestrategieën (RES) die in Noord-Holland Noord en Noord-Holland Zuid worden opgesteld. In 2050 wil Nederland klimaatneutraal zijn. Een reductie van CO2-uitstoot van 49% in 2030 halen we alleen als we forse stappen zetten. Ook energiebesparing speelt daarbij een belangrijke rol. De gemeenten en de provincie zetten hier graag samen regionaal de schouders onder.

1 Bij een gemiddeld energieverbruik van 35 GJ. 2 Bij een gemiddeld rendement van 0,75 GWh per hectare per jaar 3 Bij een gemiddeld rendement van 29,25 GWh per windmolen per jaar

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven

7

TOTSTANDKOMING De provincie en de gemeenten zijn bevoegd gezag voor vergunningsverlening, toezicht en handhaving bij, naar schatting, meer dan 15.000 bedrijven die op een of meerdere wettelijke grondslagen een energiebesparingsplicht hebben. Uit een inventarisatie eind 2020 kwam naar voren dat de gemeenten en provincie: •

De achterstand op de naleving van energiebesparingswetgeving goed willen maken;

• De ambitie uitspreken om langdurig samen te werken om krachtiger in te zetten op energiebesparing door bedrijven; • Gebruik willen maken van innovatief en stimulerend toezicht om een gelijk speelveld te realiseren, waarbij ondernemers geholpen worden energie te besparen; • Behoefte hebben aan data en rapportages om de voortang op naleving van energiebesparingswetgeving te monitoren; • Geld en/of bemensing vrij maken om stimulerend toezicht uit te kunnen voeren. In 2021 zijn deze standpunten vertaald naar een concept akkoord wat met de input van de deelnemers en externe stakeholders steeds verder is aangescherpt in overleggen en workshops. Hierbij werd ingezet om een hoog maar realistisch ambitieniveau en het bouwen van een basis voor verdere succesvolle samenwerking.

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven

8

OPZET ENERGIEBESPARINGSAANPAK Onze gezamenlijke energiebesparingsaanpak bestaat uit vier onderdelen welke hieronder nader worden toegelicht.

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven Het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven ligt voor u. In dit document maken de bestuurders van de provincie en gemeenten afspraken over de gezamenlijke inzet op energiebesparing bij bedrijven en bedrijventerreinen.

Werkplan De uitgangspunten uit het Energiebesparingsakkoord zijn op hoofdlijnen door de omgevingsdiensten in het werkplan vertaald naar de praktijk. De omgevingsdiensten zijn als uitvoeringsorganisatie belangrijk in het behalen van de doelstellingen uit het akkoord. In het werkplan staat hoe de omgevingsdiensten invulling geven aan de opgave om maximale wettelijke energiebesparing te realiseren in 2025. Dit werkplan maakt integraal onderdeel uit van het akkoord.

Lokale plannen van aanpak Het doelmatig en doeltreffend inzetten van Stimulering, toezicht en handhaving vraagt om maatwerk per deelnemer. Iedere deelnemer zal de algemene principes uit het akkoord vertalen naar lokale plannen van aanpak waarin wordt beschreven hoe de komende vier jaar invulling wordt gegeven aan het akkoord. Daarin wordt bepaald welke stimuleringsinstrumenten ingezet worden, welke partijen betrokken worden bij de uitvoering en welke financiële middelen lokaal beschikbaar gemaakt worden.

Uitvoeringsregeling voor gemeenten Gekoppeld aan dit akkoord is de Uitvoeringsregeling Stimulerend Energietoezicht bedrijven Noord-Holland 2021 (SEB). Met deze regeling ondersteunt de provincie Noord-Holland de Noord-Hollandse gemeenten financieel bij het uitvoeren van het akkoord.

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven

9

ARTIKELEN ENERGIEBESPARINGSAKKOORD Partijen komen overeen::

Artikel 1: Algemene bepalingen 1.1 Partijen sluiten het Energieakkoord op basis van de principes van wederzijds vertrouwen, open communicatie en transparantie. 1.2 De uit dit akkoord voortvloeiende verbintenissen zijn strikt juridisch gezien inspanningsverplichtingen voor de deelnemende provincie en gemeenten. Dit akkoord is niet in rechte afdwingbaar. 1.3

Dit akkoord gaat in op 1 januari 2022 en wordt voor vier jaar aangegaan, tot en met 31 december 2025.

1.4 In de eerste helft van 2025 vindt er onder leiding van de provincie een evaluatie van het akkoord plaats en wordt er bij het Energiebesparingsberaad besloten of het akkoord tot en met 31 december 2030 wordt verlengd. Daarbij wordt opnieuw gekeken welke partijen zich binden aan deze verlengde samenwerking.

Artikel 2: Ambities en doelen 2.1 Het akkoord richt zich op de effectieve inzet van het vergunningsverlening, toezicht en handhaving (VTH)instrumentarium om wettelijke energiebesparing te realiseren bij alle bedrijven waar de deelnemers van het akkoord het bevoegde gezag zijn. De doelstelling van het akkoord is om naleving te realiseren op alle relevante energiebesparingswetgeving. Het gaat hierbij zowel om de huidige wetgeving, als de nieuwe wetgeving die onder andere na aanleiding van het klimaatakkoord tot en met 2025 ingevoerd wordt. Op het moment van tekenen gaat het specifiek om het realiseren van naleving op de volgende wet- en regelgeving: i. De informatieplicht uit Activiteitenbesluit milieubeheer welke stelt dat middelgroot en grootverbruikers van energie per 1 juli 2019 rapporteren over de uitgevoerde energiebesparende maatregelen; ii. De energiebesparingsplicht uit het Activiteitenbesluit milieubeheer welke stelt dat middelgroot en grootverbruikers van energie per 1 januari 2008 alle energiebesparingsmaatregelen nemen die zich binnen vijf jaar of minder terugverdienen; iii. De energiebesparingseisen die op grond van het Wabo opgelegd kunnen worden bij vergunningplichtige bedrijven; iv. De label-C plicht uit het Bouwbesluit welke stelt dat kantoorgebouwen met meer dan 100m2 per 1 januari 2023 minimaal een energielabel-C moeten hebben.

v. De nationale vertaling van de EPBD III in Bouwebesluit waarin per 10 maart 2020 eisen worden gesteld aan technische bouwsystemen, een keuringsplicht is opgenomen voor verwarmings- en airconditioning systemen en laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen wordt afgedongen. vi. De normerende regeling werkgebonden personenmobiliteit in het toekomstige Besluit activiteiten leefomgeving welke stelt dat bedrijven met meer dan 100 werknemers hun gemiddelde CO2 uitstoot van het zakelijke vervoer per 1 januari 2026 terug moeten hebben gebracht tot de landelijke CO2-norm.

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven

2.2

10

Partijen conformeren zich aan de volgende doelen: i. Op 31 december 2023 zijn alle bedrijven met energiebesparingsplicht onder een van de in artikel 2.1 genoemde wetsartikelen op de hoogte gebracht van deze plicht door extra inzet van de partijen. Specifieke communicatiecampagnes worden afgestemd op de ingangsdatum van nieuwe wetgeving. ii. Tussen het tekenen van dit akkoord en 31 december 2025 zijn alle energierelevante bedrijven minimaal een keer gecontroleerd door een toezichthouder. iii. Deze controles voldoen aan de kaders zoals die in artikel 3 worden gesteld. iv. Jaarlijks zijn alle partijen bestuurlijk vertegenwoordigd bij het bestuurlijk Energiebesparingsberaad.

Artikel 3: Werkwijze 3.1

Partijen hanteren de volgende uitgangspunten voor het toepassen van stimulerend energietoezicht: i. Stimulerend toezicht begint met duidelijke communicatie. Energierelevante bedrijven worden door de gemeenten en provincie extra geïnformeerd over de verplichtingen waar ze aan moeten voldoen. ii. Energierelevante bedrijven worden vervolgens bijgestaan in het vrijwillig realiseren van energiebesparende maatregelen. Partijen maken hierbij gebruik van hun lokale expertise om een doelgerichte stimuleringsaanpak zo efficiënt en effectief mogelijk op te zetten. Concreet kan gedacht worden aan het aanbieden van energiescans om ondernemers inzicht te bieden in de erkende maatregen, investeringskosten en terugverdientijden. Ook de inzet van een Energieregistratie- en bewakingssysteem, dataloggers en slimme technologieën dragen bij aan het realiseren van energiebesparing. Door inzet van (externe) adviseurs kunnen energierelevante bedrijven ondersteund worden in de aanvraag van offertes en subsidieaanvragen. iii. Energiebesparing is niet vrijblijvend. Toezichthouders van de omgevingsdiensten en/of gemeenten controleren alle energierelevante bedrijven minimaal vierjaarlijks op alle relevante energiebesparingswetgeving.

Controles worden daarbij zoveel mogelijk gebundeld, waarbij in één keer zo veel mogelijk relevante energiebesparingswetgeving meegenomen wordt door één toezichthouder of één branche in een keer benaderd wordt. Het uitgangspunt is dat ondernemers zo min mogelijk dubbel belast worden. iv. Indien ondernemers uiteindelijk niet voldoen aan alle relevante energiebesparingswetgeving wordt, indien dat wettelijk mogelijk is, handhavend opgetreden. Hiervan kan door de partijen in specifieke gevallen worden afgeweken als dat in het kader van toezicht en handhaving de meest effectieve manier is om naleving te realiseren of handhaving buitenproportioneel is.

3.2 Partijen streven naar meer gebundeld toezicht en handhaving op alle energiebesparingswetgeving. Daarbij kan gedacht worden aan uitbreiding van het takenpakket wat de omgevingsdiensten in mandaat uitvoeren namens de gemeenten en provincie en/of betere samenwerking tussen toezichthouders van verschillende organisaties. In ieder geval worden controles welke uitgevoerd worden door verschillende partijen zoveel mogelijk in lijn gebracht en wordt relevante informatie tussen de partijen gedeeld voor zover dat wettelijk is toegestaan. 3.3 Partijen streven naar een uniforme aanpak op het gebied van stimulering, toezicht en handhaving waarbij verglijkbare bedrijven gelijk behandeld worden. In de verdere uitwerking kan hier invulling gegeven worden via (regionale) samenwerking tussen de partijen. 3.4 Zowel bedrijfskoepels als ondernemersverengingen kunnen een grote rol spelen bij energiebesparing. Partijen sluiten in hun werkwijze aan bij de initiatieven van ondernemers. Er kan daarbij gemotiveerd afgeweken worden van de werkwijze zoals die in dit akkoord is vastgelegd zolang de ambitie en doelen van alternatieve samenwerkingsovereenkomsten niet lager liggen dan ambitie en doelen uit dit akkoord.

3.5 De provincie Noord-Holland organiseert jaarlijks een bestuurlijk Energiebesparingsberaad om de voortang op het Energiebesparingsakkoord te bespreken en te evalueren of aanpassingen aan het Energiebesparingsakkoord nodig zijn.

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven

11

Artikel 4: Monitoring 4.1 De provincie Noord-Holland faciliteert middels een opdracht een Voortgangs- en Rapportageteam bestaande uit vier leden, elk van één van de vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten. Dit team krijgt onder de verantwoordelijkheid en aansturing van de provincie de opdracht om jaarlijks een voortgangsrapportage aan te leveren van de naleving van de in artikel 2.1 genoemde wetsartikelen en de in artikel 2.2 beschreven doelen aan de colleges, raden en staten. 4.2

Partijen hanteren de volgende uitgangspunten voor het monitoren en rapporteren van data: i. Rapportages worden jaarlijks op 1 april aangeleverd en rapporteren over het voorafgaande jaar. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een vast rapportageformat. ii. Rapportages bieden zowel een totaalbeeld voor de gehele provincie Noord-Holland, als een beeld voor iedere gemeente afzonderlijk. iii. Partijen hebben ten alle tijden beschikking tot de ruwe data die het Voortgangs- en Rapportageteam verzameld, voor zover dit wettelijk is toegestaan.

4.3

Partijen die VTH-taken op het gebied van energiebesparing (deels) in eigen beheer houden, maken afspraken met het Voortgangs-en Rapportageteam over de manier waarop informatie gedeeld wordt.

4.4 Het Voortgangs- en Rapportageteam krijgt als eerste opdracht, het in kaart brengen van het volledige bedrijvenbestand van alle energierelevante bedrijven in Noord-Holland en de nulmeting van de naleving van de wetsartikelen als beschreven in artikel 2.1 en de doelen zoals ze gesteld zijn in artikel 2.2. Het Voortgangs- en Rapportageteam rapporteert hierover aan de partijen bij het 1e Energiebesparingsberaad in 2022.

Artikel 5: Middelen en inzet 5.1 De activiteiten die voortkomen uit het Energiebesparingsakkoord worden bekostigd door de gemeenten en provincie, welke het Energiebesparingsakkoord ondertekend hebben. 5.2 Kosten voorkomend uit het Energieakkoord worden verdeeld op basis van de evenredige inzet die nodig is voor de activiteiten die iedere deelnemer moet maken voor de bedrijven waar iedere partij bevoegd gezag voor is, zodat aan de doelen van artikel 2.2 wordt voldaan. 5.4 De financiering voor taken die uitgevoerd worden door de omgevingsdiensten worden meegenomen in de begrotingscyclus van de omgevingsdiensten en loopt via de Uitvoeringsprogramma’s en overeenkomsten die jaarlijks tussen de gemeenten, provincie en de omgevingsdiensten worden afgesloten. 5.5 De provincie Noord-Holland draagt tussen 2022 en 2025 met de Stimulerend Energietoezicht bedrijven Noord-Holland 2021 (SEB) €8 miljoen euro bij aan de kosten die gemeenten maken voor de uitvoering van dit akkoord ter ondersteuning van de uitvoering van stimulerend energietoezicht. 5.6 De provincie Noord-Holland financiert als opdrachtgever van het Voortgangs- en Rapportageteam de monitoring en rapportage van en over het Energiebesparingsakkoord. 5.6 Tijdens het jaarlijkse Energiebesparingsberaad wordt geëvalueerd of de beschikbare inzet en middelen nog aansluiten bij de gestelde doelen.

De provincie Noord-Holland draagt als organisator de kosten voor dit bestuurlijk overleg en voor de uitgebreide evaluatie in 2025.

Artikel 6: Slotbepalingen 6.1

Deze bestuurlijke intentieovereenkomst wordt aangehaald als: ‘Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse Bedrijven 2022-2025’

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven

12

TOELICHTING ARTIKELEN 1. Algemene bepalingen Het Energiebesparingsakkoord betreft een verbintenis tussen de Gedeputeerde Staten van de provincie NoordHolland en de Colleges van burgenmeester en wethouders van de Noord-Hollandse gemeenten. Er is bewust gekozen een intentieverklaring waarbij de afspraken uit het akkoord niet bij de rechter afdwingbaar zijn. We spreken het vertrouwen in elkaar uit om de doelen dit akkoord te behalen. De Energietransitie zal de komende jaren aandacht en inzet blijven vragen. Hoe eerder we hier op anticiperen en we elkaar weten te vinden hoe beter. Bestuurlijke verantwoording aan elkaar over de inzet op de uitvoering van het akkoord vindt jaarlijks plaats bij het Bestuurlijk Energiebesparingsberaad na aanleiding van de jaarrapportages die het Voortgangs- en rapportageteam opgesteld. De omgevingsdiensten zijn de belangrijkste uitvoeringspartner van veel gemeenten en de provincie. Het akkoord heeft een grote weerslag op de uitvoering van de taken die de omgevingsdiensten namens de gemeenten en provincie in mandaat uit voeren. Het akkoord is daarom in nauwe samenwerking met de vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten tot stand gekomen. De komende jaren zal deze samenwerking verder vormgegeven moeten worden om op gemeente­ niveau maatwerk mogelijk te maken en de stimuleringsaanpak aan te laten sluiten op toezicht en handhaving.

Naast het fundament wat met dit akkoord gelegd wordt, door wettelijke besparing te realiseren, vinden we het naar de toekomst toe belangrijk om verder gaande samenwerking te faciliteren. Bij de evaluatie die provincie Noord-Holland in 2025 uit zal laten voeren moet blijken of er voldoende voortgang zit in het akkoord om deze verdergaande samenwerking te realiseren. Het evaluatieteam zal de opdracht krijgen om te onderzoeken waar bij de verschillende partijen behoefte aan is en hoe we onder andere bovenwettelijke energiebesparing verder kunnen brengen.

2. Ambities en doelen In dit akkoord spreken we af om aan de slag te gaan met alle energiebesparingswetgeving waar de provincie en gemeenten het bevoegde gezag van zijn. Grotendeels gaat het om bestaande wetgeving, maar deels verwijzen we hier ook al naar wetgeving die vanuit het klimaatakkoord wordt opgesteld en welke nog niet is vastgesteld. In artikel 2.1lid i t/m v wordt verwezen de huidige juridische grondslag van energiebesparingswetgeving in het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit en de Wabo. De Omgevingswet zal vanaf het moment van ingang een groot aantal van deze wetten vervangen en automatisch de nieuwe juridische context worden van artikel 2 i t/m v. Bij de ondertekening van het Energiebesparingsakkoord staat de ingangsdatum van de Omgevingswet gepland op 1 juli 2022. Mocht gedurende de looptijd van het akkoord de wetgeving inhoudelijk wijzigen, voor zover wij dat nu niet kunnen overzien, dat zullen we dat behandelen tijdens het Bestuurlijk Energiebesparingsberaad. Partijen die het akkoord hebben ondertekend spreken de intentie uit om deze nieuwe wetgeving direct adequaat op te nemen in de stimulerings-, toezicht- en handhavingsstrategieën.

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven

13

3. Werkwijze In dit akkoord nemen we stimulerend toezicht als uitganspunt. We zetten daarbij in op een ‘wortel’-aanpak. We willen ondernemers een helpende hand uitreiken om wettelijke energiebesparing te realiseren. Concreet maken we gebruik van verbeterde communicatie, slimme technologieën en de samenwerking met adviesbureaus en het georganiseerde bedrijfsleven. Deze ‘wortel’-aanpak is nooit vrijblijvend. Het doel om alle relevante bedrijven in vier jaar te controleren heeft de eerste prioriteit. De achterstanden uit het verleden worden ingehaald. Waar het wettelijke besparing betreft en de ‘wortel’-aanpak niet mag baten zijn we bovendien, binnen wat wettelijk mogelijk is, voornemens om tot sanctionering over te gaan. Iedere partij behoud daarbij haar bevoegdheden en zal binnen haar mandaat de afwezig om tot finale handhaving over te gaan, zelf moeten maken.

4. Monitoring De provincie is de opdrachtgever van het Voortgangs- en Rapportageteam bestaande uit leden van de vier omgevingsdiensten. Dit team wordt apart door de provincie gefinancierd. Het Voortgangs- en Rapportageteam zal gedurende het jaar data verzamelen van de omgevingsdiensten, de provincie en gemeenten om deze jaarlijks te bundelen tot een rapportage. Deze rapportage wordt gedeeld met de colleges en gepresenteerd aan het Bestuurlijk Energiebesparingsberaad. De colleges kunnen deze rapportages gebruiken om de gemeenteraden en Provinciale Staten te informeren over de voortgang van het realiseren van wettelijke energiebesparing in de industrie- en dienstensector.

5. Middelen en inzet Partijen maken gebruik van de nieuwe SEB-regeling van de provincie Noord-Holland, de middelen die het rijk beschikbaar stelt vanuit de VUE-regeling, middelen uit het gemeente- en provinciefonds en verschuivingen in de begroting van de omgevingsdiensten om de activiteiten die voortkomen uit het Energiebesparingsakkoord komen te financieren. Partijen hebben geenszins de verplichting om voor 2022 alle benodigde financiële middelen de gehele duur van het Energiebesparingsakkoord vrij te maken. Partijen zijn juridisch ook niet gebonden aan de financiering van deze activiteiten gedurende de looptijd van het akkoord. Partijen spreken echter wel de bestuurlijke intentie uit om tussen 2022 en 2025 de benodigde financiële middelen beschikbaar te stellen om te voldoen aan de gezamenlijke doelen die in het akkoord gesteld worden.

XX, XX 2021

Colofon Auteur: Dhr. M.M.F. Schuurbiers Contact: Schuurbiersm@noord-holland.nl

Het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven is opgesteld door de provincie Noord-Holland en de Noord-Hollandse gemeenten, met input van de Noord-Hollandse omgevingsdiensten en bedrijfskoepels.

ENERGIE

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15954672/1