CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Eindrapport-RESILIO-Nieuw-land-op-het-dak.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 8 december 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het eindrapport van het RESILIO-project over de aanleg van blauwgroene daken in de stad (VN2022-030078)35.525 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Na het selecteren van de daken door de woningcorporaties van RESILIO ging het project een nieuwe fase in: de daadwerkelijke installatie van BG-daken op de geselecteerde complexen. Dit was tegelijkertijd een innovatieve verbouwing én onderdeel van geplande dakrenovatie. In de onderhoudsplannen van de Amsterdamse woningcorporaties wordt bepaald wanneer een dak toe is aan renovatie.

Er diende zich een belangrijke vraag aan: hoe kan deze complexe operatie worden toevertrouwd aan een competent en betrouwbaar bedrijf en tegelijkertijd een goede prijs-kwaliteitverhouding worden gewaarborgd? Een blauw-groen systeem is geen gangbaar product dat vastgoedeigenaren op de 'markt' kunnen aanschaffen. Er is zelfs enige discussie geweest of de aanbesteding moest worden gezien als de uitvraag van een product of een dienst (zoals het voorzien in wateropslag). Traditioneel onderhoud van bitumendaken is niet zo veeleisend en is ook zo niet heel frequent nodig. De voornaamste prioriteit is het voorkomen van lekkage. Nieuwe eisen op het gebied van energiebesparing m.b.t. het vastgoed van woningcorporaties (energielabels) vereisen ook een hoge isolatiewaarde van de gebouwschil. Het isolatiemateriaal dat wordt gebruikt voor het dak moet hier ook rekening mee houden. Al deze nieuwe eisen moeten woningcorporaties verwerken in hun onderhoudsinvesteringen voor daken, die uitgaan van een gemiddelde vervangingstermijn van 30 jaar. Deze investeringen zijn onderdeel van de totale eigendomskosten (total cost of ownership, TCO). Om de kosten zo laag mogelijk te houden, hebben de Amsterdamse woningcorporaties langlopende onderhoudscontracten afgesloten met een beperkt aantal bedrijven die zijn gespecialiseerd in dakonderhoud. De corporaties noemen deze bedrijven hun ‘dakpartners’.

In Nederland mogen woningcorporaties wettelijk alleen investeren in sociale huisvesting. Hun belangrijkste taak is het bouwen en verhuren van betaalbare woningen. Tegelijkertijd maken zij deel uit van de private sector en zijn zij dus vrij om hun eigen investeringsstrategie te bepalen, binnen het kader van de Nederlandse Woningwet. Zij kunnen hun eigen beslissingen nemen over al dan niet aanbesteden. De aanbestedingsregels voor overheidsinstanties zijn niet van toepassing. Langlopende contracten voor dakonderhoud van de RESILIOwoningcorporaties worden niet altijd openbaar aanbesteed. Soms gaat het om raamovereenkomsten met voorkeurspartners, waarbij de prijzen voor gecontracteerde werkzaamheden regelmatig worden herzien op basis van een toets van de marktconformiteit.

53

De privaatrechtelijke status van Nederlandse woningcorporaties en hun langlopende contracten met dakpartners waren een belangrijke context voor het verlenen van opdrachten voor de aanleg en installatie van de RESILIO BG-daken. Vanwege de Europese financiering vanuit de UIA moesten de RESILIO BG-daken worden aanbesteed in overeenstemming met Europese en nationale voorschriften. De insteek van RESILIOwoningcorporaties Lieven de Key, Stadgenoot en de Alliantie was om de BG-daken na het toekennen van de opdracht en het aanleggen ervan, op te nemen in het reguliere onderhoudsplan. Dit zou dan leiden tot aansluiting bij of aanpassing van de langlopende onderhoudscontracten met hun eigen dakpartners. Door samen te werken met betrouwbare partners, die alle aspecten van regulier dakonderhoud door en door kennen, kon worden gegarandeerd dat geleerde lessen tijdens de aanleg van BG-daken in de algemene onderhoudscontracten zouden worden opgenomen.

In deze context was het voor RESILIO een uitdaging een geschikte aanbestedingsprocedure te kiezen. Tegelijkertijd was het ook een uitstekende gelegenheid om te leren van een unieke aanbestedingsomgeving. De belangrijkste stakeholders die actief zijn in de nichemarkt voor innovatieve ontwikkeling van BG-daken op bestaand vastgoed, zijn allemaal vertegenwoordigd in het RESILIO-consortium (zie 2.2.2): woningcorporaties (als bedrijven in de private sector), overheden, een mkb-bedrijf gespecialiseerd in daktechnologie, een NGO die duurzame ontwikkeling op daken stimuleert, kennisinstituten en een dakonderhoudsbedrijf.

De RESILIO-partners hebben gebruik gemaakt van deze unieke situatie en gezamenlijk een richtinggevende aanbestedingsstrategie opgesteld. Deze strategie hield rekening met de langetermijnbelangen van de woningcorporaties die de opdrachten verlenen, maar bood ook kansen te leren van de aanbesteding van een dergelijk innovatief product.

54

7.2.2 BESLISSINGEN IN DE RESILIOAANBESTEDINGSSTRATEGIE

Het RESILIO-consortium heeft besloten een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure te starten, waarbij elke woningcorporatie drie van haar dakpartners uitnodigde om een concurrerende offerte in te dienen. Zo werd een transparante en eerlijke aanbestedingsprocedure gewaarborgd. De aanbestedingsprocedure voldeed aan Europese en nationale aanbestedingsregels en aan het aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam. De uiteindelijke contracten zouden onder de waarde van de nationale drempel voor openbare aanbesteding blijven (€ 1.500.000). De budgetten voor de aan te besteden BG-daken waren per woningcorporatie als volgt:

▫ Stadgenoot: € 700.000 ▫ de Alliantie: € 525.000 ▫ Lieven de Key: € 600.000

RESILIO heeft gekozen voor een contractvorm op basis van de ‘Uniforme administratieve voorwaarden voor geïntegreerde contractvormen’ (UAV-GC). De aanbesteding voor deze contractvorm is niet gebaseerd op gedetailleerde technische specificaties. Dergelijke technische specificaties zijn nog niet gestandaardiseerd voor BG-daken op bestaand vastgoed.

De aanleg van RESILIO BG-daken was voor elke aannemer een nieuwe uitdaging. Door te kiezen voor een functionele specificatie van eisen, heeft de opdrachtverlenend woningcorporatie elke aannemer gestimuleerd om innovatieve, praktische en rendabele oplossingen te vinden om aan deze eisen te voldoen. Een cruciaal onderdeel van het BG-dak, de Smart Flow Control (SFC), kon niet op de vrije markt worden uitgevraagd. Als RESILIOpartner was MetroPolder Company verantwoordelijk voor de verdere ontwikkeling en innovatie van de slimme klep; een cruciaal onderdeel van de SFC. Deze klep zou worden aangesloten op het Decision Support System (DSS), dat door Waternet als RESILIO-partner werd ontwikkeld. Het consortium heeft in de aanbesteding bepaald dat elke dakpartner die zou inschrijven op een RESILIO BG-dakcontract, verplicht zou zijn om

MetroPolder Company als onderaannemer in te schakelen voor de installatie van de SFC. In de aanbestedingsstrategie is vooraf een vaste prijs vastgesteld voor de installatie van de slimme klep en voor een aansluitend onderhoudscontract voor acht jaar. Hiermee werd voldaan aan de UIA-richtlijn dat gefinancierde producten minimaal vijf jaar in stand moeten worden gehouden.

Dit onderdeel van de aanbestedingsstrategie illustreert de spanningen die bij innovatieve projecten zoals RESILIO spelen, wanneer zij nieuwe innovatieve oplossingen ontwikkelen die nog niet op de vrije markt beschikbaar zijn. Er moeten oplossingen worden gevonden om aan de aanbestedingsregels te voldoen. Daar bovenop kunnen er ook nog beperkingen zijn, als er aanvullende financieringsbronnen nodig zijn met eigen specifieke voorwaarden. Dit was bij RESILIO het geval, omdat de uitvoering afhankelijk was van de EU-subsidie uit het ‘Urban Innovative Action’-fonds.

Er moest ook nog een ander stukje van de aanbestedingspuzzel worden gelegd, omdat Consolidated een kennispartner van RESILIO was, maar ook een dakpartner van de RESILIO-woningcorporaties en in die hoedanigheid dus een (onder)aannemer van die woningcorporaties. De database met onderhoudsgegevens van Amsterdamse daken (Dakota) was van cruciaal belang voor de selectie van de RESILIO BG-daken op de sociale woningbouw (zie 2.3). In de aanbestedingsstrategie werd duidelijk dat de positie van Consolidated potentieel tot belangenverstrengeling en een informatievoordeel zou kunnen leiden. Dit zou het geval kunnen zijn als Consolidated zou inschrijven op de aanbestedingsprocedure voor BG-daken. Consolidated had UIA-financiering ontvangen, nadat ze de RESILIO-partnerschapsovereenkomst had ondertekend. Om te voorkomen dat Consolidated tijdens de aanbestedingsprocedure voordeel zou hebben van zijn RESILIO-partnerschap, is er een strikte scheiding (een ‘Chinese Muur’) aangebracht tussen de potentiële rol van Consolidated als (onder)aannemer voor de aanleg van RESILIO-daken en zijn rol als partner van RESILIO. Tijdens de uitvoering van het project is echter gebleken dat deze strikte scheiding niet voldoende was; voornamelijk omdat er ook strijdigheid was met enkele subsidievoorwaarden vanuit de UIA, waaraan elke RESILIO-partner moest voldoen.

7.2.3 RESULTATEN AANBESTEDINGSPROCEDURE RESILIO

Aan het einde van het RESILIO-project kan men concluderen dat de aanbestedingsprocedures voor de acht RESILIO-daken succesvol zijn verlopen. De geselecteerde dakpartners hebben hun offertes ingediend volgens de regels van de meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure. Voor zeven van de acht aanbestedingen zijn contracten toegekend. De aanbestedingsprocedure voor de aanleg van een BG-dak op de sociale woningbouw aan de Wittenburgerkade, eigendom van RESILIO-woningcorporatie Lieven de Key, heeft niet tot een opdracht geleid. Alle ingediende offertes voor deze aanbesteding overschreden het beschikbare budget voor een BG-dak. Hoewel de aanbestedingsprocedure voor deze opdracht op zich zonder problemen is verlopen, is de frustrerende uitkomst dat één RESILIO-dakproject toch moest worden geschrapt. Dit was een tegenslag. De meeste daken zijn echter met succes en binnen budget aangelegd. De aanbestedingsprocedure heeft ook enkele onverwachte uitkomsten gehad. Een aantal daarvan zijn het gevolg van besluiten die in het kader van de aanbestedingsstrategie zijn genomen. We zullen die uitkomsten nader analyseren en bespreken, omdat dit tot waardevolle inzichten kan leiden voor toekomstige aanbestedingen van BG-daken.

1. Functionele tegenover technische specificaties

Alle partijen waren het erover eens dat een functionele specificatie van eisen te verkiezen was boven een gedetailleerde technische specificatie. Bij de voorbereiding van de eerste aanbesteding bestond er enige twijfel over de prijzen die bij de inschrijvingen konden worden verwacht. Om hierop te anticiperen, is een gedetailleerde engineering van het eerste RESILIO-dak uitgevoerd. Hieruit bleek dat gecertificeerde isolatieopties, als tweede daklaag onder het krattensysteem, zeer kostbaar kunnen zijn.

Er is een zekere tegenstrijdigheid tussen de wens een dak via engineering uit te werken, om beter grip te krijgen op te verwachten kosten, én de 55

filosofie achter de functionele specificatie van contracten. De vooronderstelling van die filosofie is dat marktgeoriënteerde bedrijven zelf met kosteneffectieve innovatieve oplossingen zullen komen, als ze daartoe worden uitgenodigd in een competitieve omgeving. Bij RESILIO heeft deze spanning geleid tot vertraging bij de afronding van de aanbestedingsdocumenten, met name bij het formuleren van de eisenspecificaties, voor zowel product als proces.

Vanwege de verwachte hoge prijzen voor de eerste daken stelde Lieven de Key de start van de aanbestedingsprocessen uit en werd Stadgenoot de eerste woningcorporatie die RESILIO-daken aanbesteedde. Stadgenoot besloot om al hun daken in één procedure aan te besteden. Dit heeft geleid tot aanpassingen in de aanbestedingsprocedure. Ook woningcorporatie de Alliantie heeft de aanbestedingsdocumenten aangepast aan de eigen specifieke daksituatie. De actieve uitwisseling tussen de woningcorporaties heeft laten zien dat RESILIO een vruchtbare voedingsbodem bood, om van elkaar te leren. Wel is hierdoor de aanbestedingsstrategie bij opeenvolgende tenders nogal gewijzigd. Dit heeft geresulteerd in aanbestedingsdocumenten met een hybride karakter, omdat sommige eisen meer functioneel en anderen meer technisch gespecificeerd zijn.

2. Complexe contractuele situaties

Consolidated heeft het RESILIO-consortium verlaten toen deze dakpartner van Stadgenoot de opdracht kreeg voor de installatie van het BG-daken op RESILIO-panden van Stadgenoot. Hoewel de ‘Chinese Muur’ tussen de rol van Consolidated als RESILIO-partner en zijn rol als aannemer van werkzaamheden aan de daken van Stadgenoot wel een eerlijke aanbestedingsprocedure garandeerde, is door aanvullende eisen van het UIA-fonds een complexe puzzel ontstaan. Met name het UIAvoorschrift dat RESILIO-partners niet onderling mochten factureren, bleek onoverkomelijk. De positie van MetroPolder Company als onderaannemer heeft ook enkele problemen opgeleverd bij de voorbereiding en de uitvoering van de aanbestede werkzaamheden. De SFC heeft een sleutelrol in het totale ontwerp en de constructie van het BG-daksysteem. Hoewel de 56

geselecteerde aannemer de opdracht leidt, zijn de slimme componenten van het BG-daksysteem van invloed op de uitvoering van de klus als geheel. Dit kan leiden tot fricties of gebrekkige samenwerking bij de uitvoering van de werkzaamheden. Het werk van de hoofdaannemer is sterk afhankelijk van het werk van de onderaannemer.

3. Zwart, blauw-groen en grijs

De dakenbranche heeft nog weinig ervaring met het op grote schaal aanleggen van slimme BG-daksystemen op bestaand vastgoed. Bij nieuwbouw is de situatie anders. Bij nieuwbouw kan een BG-daksysteem vooraf volledig worden geïntegreerd in het ontwerp. De aanleg van BGdaken op bestaande wooncomplexen komt vaak neer op een kostbare aanpassing van de dakconstructie. BG-daken voegen in vergelijking met een traditionele dakrenovatie volledig nieuwe functies aan de dakomgeving toe.

Bij klassieke dakrenovatie vragen opdrachtgevers om standaardproducten met standaardkosten. Bij de aanbestedingsstrategie van RESILIO is de dakensector uitgevraagd in het kader van een meervoudig onderhandse aanbestedingsronde. Door het beperkte aantal daken met slimme systemen is er nog weinig bekend over de extra kosten in vergelijking met normale dakrenovatie. Buiten de dakensector zijn er nog geen andere bedrijven die dit ‘product’ kunnen leveren. Het is daarom belangrijk goed inzicht te krijgen in de kosten die gemoeid zijn met de ‘standaard’ dakrenovatie en de kosten die specifiek gemaakt worden voor de aanleg van een BG-systeem. In het RESILIO-werkplan werden deze kosten duidelijk onderscheiden: de gewone renovatie viel onder voorafgaande bouwkosten (pre-constructive work) en de aanleg van BG-systemen onder bouwkosten (constructive work). In de tenders is niet expliciet gevraagd om een duidelijk onderscheid te maken tussen de verschillende kostencategorieën voor de volledige aanleg van een BG-daksysteem. De standaardkosten voor renovatie zouden binnen het RESILIO-project gedekt worden uit de onderhoudsprogramma’s van de woningcorporaties. In de praktijk is het echter niet altijd goed mogelijk deze te scheiden van de installatiekosten van een BG-dak. Daarom is besloten de standaard renovatiekosten ‘zwart’

te noemen (de kleur van de gebruikelijke bitumenlaag) en de kosten van het BG-daksysteem ‘blauw-groen’. De kosten die niet eenduidig konden worden toegerekend aan blauw-groen of zwart hebben we ‘grijs’ genoemd. Het aanleggen van een BG-dak kan leiden tot hogere kosten van de noodzakelijke, standaard renovatiewerkzaamheden (bijvoorbeeld door keuze van een ander type isolatie). Omgekeerd is het mogelijk dat renovatie-eisen door specifieke dakeigenschappen (bestaande dakafvoeren, schoorstenen en pijpen, etc.) ervoor zorgen dat de aanleg van een BG-dak duurder is dan de aanleg op nieuwbouw. Deze extra kosten en andere bijkomende, moeilijk toerekenbare kosten, zijn ondergebracht in de categorie grijs.

Het is in de praktijk toch zeer moeilijk gebleken om deze kosten binnen gegunde offertes te onderscheiden. Er is vooraf in de aanbestedingsdocumenten niet duidelijk geëxpliciteerd hoe de specificatie van deze kosten op basis van de functionele en technische eisen uitgesplitst zouden moeten worden. Achteraf is een kostenanalyse uitgevoerd op basis van de gegunde offertes. Een algemene vergelijking tussen zwarte, grijze en blauw-groene kosten bleek onmogelijk. De woningcorporaties hebben daarom achteraf een gebouwspecifieke analyse gemaakt van deze kosten.

4. ‘Life is like a box of chocolates…

… you never know what you’re going to get’. Forrest Gump, de hoofdpersoon uit de gelijknamige film, leerde deze wijze les van zijn moeder. In de RESILIO-aanbestedingsstrategie was wat we zouden krijgen, zo goed als bekend. En omdat daar tijdens de aanbestedingsprocedures op werd gestuurd, bleek dit (bijna) waar te zijn. Maar soms leek RESILIO toch ook wel op een doos met chocolade; met bijzondere verrassingen.

De aannemer van het dak van de Alliantie in de Rivierenbuurt stuitte tijdens de voorbereidende werkzaamheden op een zware cementlaag op het dak. Deze laag ontbrak in de bouwdocumenten en het verwijderen ervan was niet mogelijk. Na alle nog mogelijke opties uitvoerig te hebben onderzocht, heeft de Alliantie geconcludeerd dat een BG-systeem op dit wooncomplex niet haalbaar is. Voor vervangende sociale woningbouw in de Riouwstraat moest een volledig nieuwe aanbestedingsprocedure worden gestart. Dit was uiteraard een flinke tegenslag, die tot aanzienlijke vertraging heeft geleid. Het is echter maar de vraag of dit met een andere inrichting van de aanbestedingsstrategie voorkomen had kunnen worden. Een andere categorie verrassingen zijn eisen waaraan toch moest worden voldaan, maar die geen deel uitmaakten van de gunning van het werk; met meerkosten als gevolg. Tijdens het technische ontwerp door MetroPolder Company is de noodzaak van een statische, niet op het DSS aangesloten klep ingebracht, om water bij overbelasting op het riool te kunnen lozen. Dit had in de functionele en technische vereisten van de aanbestedingsdocumenten moeten staan. Hetzelfde gold voor specifieke eisen aan de beplanting om de biodiversiteit te bevorderen. Deze eisen zijn na de aanbestedingsprocedure door stadsecologen geformuleerd.

En tot slot heeft de keuze voor het krattensysteem tot enige discussie geleid. Hierbij ging het om de noodzakelijke verbinding tussen de waterlaag en het substraat van de planten. Capillair transport van water naar de beplanting is, vooral bij aanhoudende droogte, een randvoorwaarde van het systeem. De capillaire kegels (capillary cones) in de kratten maken dit mogelijk. Hoewel deze eis duidelijk in de functionele specificatie van de aanbesteding is opgenomen, ontstond er toch enige discussie over welke kratten geschikt zouden zijn.

Met behulp van de Dakota-onderhoudsdatabase van dakeigenschappen is de geschiktheid van elk geselecteerd RESILIO-dak beoordeeld. Vervolgens zijn nauwkeurige constructieberekeningen gemaakt als een essentiële volgende stap om het dak uiteindelijk te kunnen aanleggen.

57

7.2.4

GELEERDE LESSEN

Het RESILIO-consortium heeft een flink aantal lessen geleerd uit de resultaten van de aanbestedingsstrategie. De HvA heeft een meer algemeen onderzoek verricht naar aanbesteding en opdrachtverlening. In het onderzoeksrapport zijn hierover zeer nuttige aanbevelingen geformuleerd. 24 Enkele specifieke geleerde lessen over de aanbestedingstechniek zijn:

▫ BG-daksystemen zijn nog geen gangbaar, via gestandaardiseerde

aanbesteding op de markt verkrijgbaar product. BG-daksystemen maken nieuwe functies op onze daken mogelijk. Dit moet in een aanbestedingsstrategie voor bestaand vastgoed worden meegenomen, zeker omdat de dakenbranche nog maar recent kennis heeft genomen van de eisen die daaruit voortvloeien.

▫ Het is van cruciaal belang om vooraf een aanbestedingsstrategie

op te stellen met expliciete keuzes over productselectie, processen en toegestane contractvormen, voordat de uitvraag van BG-daken via een tender wordt gestart. Bij aanbestedingsprocedures moet een keuze worden gemaakt tussen ‘Uniforme administratieve voorwaarden’ (UAV) of ‘Uniforme administratieve voorwaarden voor geïntegreerde contractvormen’ (UAV-GC). Een mogelijke conclusie van de ervaring van RESILIO met de opdrachtverlening voor BG-daken is, dat een duidelijke specificatie van technische vereisten in dit stadium wellicht de voorkeur verdient.

▫ De samenwerking tussen aannemers en onderaannemers moet

58

vooraf worden gespecificeerd, omdat traditionele dakbedrijven de technologie voor microwatermanagement in onderaanneming moeten laten uitvoeren, maar (nog) niet genoeg weten over de integratie van deze technologie in het daksysteem als geheel. De in BG gespecialiseerde dakbedrijven zijn over het algemeen onderaannemers en niet de hoofdaannemer. Omdat er bij de realisatie veel onderaannemers zijn betrokken en de partijen nog maar weinig ervaring hebben met de aanleg, heeft het bouwproces in RESILIO veel meer tijd in beslag genomen dan verwacht.

De planning moet flexibeler. Het aanleggen van een innovatief product zoals een BG-dak, in een markt die in ontwikkeling is, is veeleisend. Alle betrokken partners bij een dergelijk contract zullen zich nieuwe vaardigheden eigen moeten maken om hier adequaat mee om te gaan: Voor opdrachtgevers zoals woningcorporaties is het zaak dat zij meer kennis verwerven over hun daksituatie; Hoofdaannemers moeten zich bewuster zijn van hun rol als opdrachtgever richting onderaannemers; Onderaannemers zullen flexibeler moeten opereren in hun werkplanning.

▫ Een specificatie van de kosten die onder regulier dakonderhoud

vallen en de kosten van het BG-daksysteem, kan nuttig zijn om de offertes van aannemers te beoordelen. Een zeer praktische, procedurele oplossing zou zijn om gelijktijdig twee mogelijke contracten aan te besteden: één voor een standaardrenovatie, en één voor de aanleg van een BG-daksysteem, inclusief de nodige renovatiewerkzaamheden.

▫ Een professionele en realistische planning van het gehele

aanbestedingsproces, met mijlpalen, is noodzakelijk om de aanleg te kunnen aansturen. En zelfs dan moet rekening worden gehouden met vertraging en tegenvallers.

7.3 SUBSIDIEREGELING

7.3.1 OPZETTEN VAN DE SUBSIDIEREGELING

De mogelijkheid van een subsidieregeling is naar voren gekomen om financiële investeringen in een BG-dak te bevorderen. De achterliggende gedachte was dat de subsidie gunstig zou zijn voor dakeigenaren in de gehele stad, inclusief de pilotgebieden met regenwaterknelpunten, zodat financiële drempels voor de investeringen weggenomen zouden kunnen worden.

In overeenstemming met de UIA-richtlijnen en plaatselijke wetgeving zijn financieringsrichtlijnen opgesteld. Zowel de afdelingen Juridische Zaken en Financiën van de gemeente als het Subsidiebureau hebben hierbij geholpen. Amsterdam beschikte al over een subsidieregeling voor groene daken. De zittende wethouder was geen voorstander van het opzetten van een nieuwe, afzonderlijke regeling. Idealiter zou het blauwe gedeelte in de al bestaande subsidieregeling zijn ingepast. Vanwege het innovatieve karakter en de eisen die door het UIA-fonds werden gesteld, bleek dit echter niet haalbaar. Ook zou de regeling maar een beperkte doorlooptijd hebben, gelijk aan die van het RESILIO-project. Tot slot is besloten de subsidieregeling voor BG-daken ook open te stellen voor nieuwbouw in de stad, terwijl de subsidie voor groene daken enkel voor bestaande bouw geldt. Na het vaststellen van de richtlijnen en organisatiestructuur van de subsidieregeling op administratief niveau, moesten deze nog door de gemeenteraad worden goedgekeurd. De besluitvorming nam enkele maanden in beslag en werd op 24 maart 2020 afgerond. Het subsidieplafond is vastgesteld op € 500.000. In februari 2021 werd opnieuw een raadsbesluit genomen om de deadline voor het aanvragen van subsidie met een half jaar te verlengen.

Het subsidieplafond was namelijk nog niet bereikt en de einddatum van het RESILIO-project was ook verlengd, vanwege vertraging met de aanleg van daken door de woningcorporaties.

Omdat de subsidieregeling nogal innovatief was, is dit besluit in de Raad ook gebruikt voor een wijziging in de voorwaarden van toekenning. Een van de aanvragen moest volgens de oorspronkelijke bepalingen worden afgewezen, omdat de aanvrager al financiële steun ontving voor andere activiteiten, en overschrijding van de ‘de minimis’-drempel dreigde. Op grond van Verordening 651/2014 van de Europese Commissie kan echter voor bepaalde organisaties een uitzondering worden gemaakt op de staatssteunbepalingen, wat betekent dat meer organisaties in aanmerking komen voor de subsidieregeling voor BG-daken. Om dit mogelijk te maken, moest de tekst van de oorspronkelijke subsidieregeling worden gewijzigd.

7.3.2 IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN EN KOSTEN

De Raad heeft besloten dat aanvragen aan de volgende voorwaarden moesten voldoen: a. een aaneengesloten dakoppervlak van minimaal 200 m²; b. een helling van maximaal 1%; c. een minimale waterbergingscapaciteit van gemiddeld 60 liter per vierkante meter, waarbij minimaal de helft is bestemd voor groenvoorziening.

De voor subsidie in aanmerking komende kosten voor de bouw van een BG-dak, zijn de kosten die rechtstreeks noodzakelijk zijn om het dak aan te leggen. De bestaande subsidieregeling voor groene daken dekt tot 50% van de totale subsidiabele kosten. Voor BG-daken is het maximale subsidiebedrag op 75% van de totale subsidiabele kosten gesteld, met een maximum per subsidieaanvraag van € 150.000. Deze 75% is gekozen vanwege het innoverende karakter van de oplossing. Het bedrag van de subsidie is berekend op basis van de volgende criteria:

59

a. de bouwkosten van een BG-dak worden gesubsidieerd voor maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 150 per m², exclusief de kosten voor de slimme dakklep en de kosten van beheer en onderhoud; b. de kosten van de slimme dakklep, inclusief installatiekosten, worden 100% gesubsidieerd tot een maximum van € 3.000 per klep; c. de kosten van beheer en onderhoud van de slimme dakklep worden 100% gesubsidieerd gedurende maximaal vijf jaar, met een maximumbedrag van € 1.200 per jaar voor de eerste klep en maximaal € 200 per jaar voor elke volgende klep.

7.3.3 RESULTATEN

De subsidieregeling heeft goed gefunctioneerd: Verschillende gebouweigenaren hebben een aanvraag ingediend en er is ruim 3.000 m² aan BG-daken gerealiseerd op privaat vastgoed, met als resultaat extra waterberging in een dichtbevolkte stad. Het doel van RESILIO om microwatermanagement op privaat vastgoed te realiseren, is daarmee dus een succes te noemen.

Afbeelding 22: Subsidiedak Lycka in gebruik als recreatieruimte

Een interessant aspect is dat de meeste aanvragers hun nieuwe dakruimte multifunctioneel gebruiken: naast de blauwe en groene laag is ook recreatieruimte toegevoegd (zie afbeeldingen 22-23). Dit betekent dat zij extra waarde aan hun leefomgeving hebben toegevoegd. Dit is een interessante ontwikkeling. BG-daken kunnen potentieel dus het volgende bieden:

▫ gelegenheid tot sociaal contact om isolement en eenzaamheid tegen te gaan;

▫ mogelijkheden voor stadstuinieren, wat bijdraagt aan gemeenschapszin;

▫ bewegingsruimte, inclusief een veilige speelplek voor kinderen; ▫ toegankelijke plek voor verkoeling op warme zomerdagen. 60

Afbeelding 23: Subsidiedak Kop Weespertrekvaart in gebruik als recreatieruimte

7.3.4 GELEERDE LESSEN

Hoewel er meer dan 3.000 m² aan BG-daken op privaat terrein is gerealiseerd, heeft het actief benaderen van de markt toch tot enige teleurstelling geleid: voor private eigenaren is het concept van stedelijk microwatermanagement nog altijd moeilijk te vatten. Innovaties vergen tijd en de subsidieregeling is maar een korte periode beschikbaar geweest. Naarmate er meer BG-daken op de huizen van de stad liggen, zullen meer mensen de resultaten zelf zien. Hierdoor zal een BG-dak maatschappelijk vertrouwd en aanvaard worden. Langlopende subsidieregelingen zullen meer zekerheid aan vastgoedeigenaren bieden dan kortlopende, veranderlijke regelingen. Een andere geleerde les is dat het aanvragen van deze subsidie nogal wat voeten in de aarde heeft gehad voor dakeigenaren door de vele benodigde technische details. Ook bleek het lastig de oorspronkelijke doelgroep (verenigingen van eigenaren van bestaand vastgoed) te bereiken. De meeste aanvragers hebben een BG-dak aangelegd op een nieuwbouwpand. De enige dakeigenaar die subsidie heeft aangevraagd voor een bestaand pand, is bij het indienen van de aanvraag geholpen door een deskundige (van RESILIO-partner Rooftop Revolution).

In de toekomst zou het interessant kunnen zijn de mogelijkheden van een ‘dakenloket’ te onderzoeken; een centrale plek waar eigenaren hulp kunnen krijgen bij hun aanvraag en waar ze vragen kunnen stellen. Verder lag bij de ontwikkeling van de subsidieregeling de nadruk in de eerste plaats op de data voor watermanagement. Een toekomstige subsidieregeling zou meer aandacht kunnen besteden aan het groen, bijvoorbeeld door een lijst met inheemse plantensoorten op te nemen, zodat dakeigenaren een bijdrage kunnen leveren aan de biodiversiteit in de stad.

Afbeelding 24: Subsidiedak Kop Weespertrekvaart

Helaas is een subsidieregeling die tot 75% van de totale kosten vergoedt in de toekomst (zonder EU-subsidie) niet houdbaar. De gemeente Amsterdam zal zich dus moeten afvragen of het subsidiëren van BG-daken de juiste stap is. Wellicht ligt een gebiedsgerichte aanpak meer voor de hand. Het opnieuw beschikbaar stellen van middelen is daarnaast ook een politieke beslissing.

61

8. AANWEZIG ZIJN IN DE BUURT

Creatieve workshop in Slotermeer © Rosa van Rumpt

8. AANWEZIG ZIJN IN DE BUURT

8.1 BEWONERSPARTICIPATIE GEEFT RESILIO BESTAANSRECHT

Een stad is van haar bewoners. Het succes van RESILIO staat of valt dan ook met de betrokkenheid van die bewoners. Daarom was het belangrijk bewoners van de desbetreffende buurten bewust te maken van de problematiek van klimaatverandering in de stad en daarmee tot meer bereidheid om bij te dragen aan maatregelen voor klimaatadaptatie. Wij veronderstelden dat dit resulteert in een breder draagvlak om RESILIO toe te passen als een oplossing voor die problematiek. Een breder draagvlak is ook een cruciale randvoorwaarde voor de opschaling van BG-daken, een centrale doelstelling van RESILIO. De participatieprocessen en bijbehorende inzet van communicatiemiddelen is dus niet beperkt tot de bewoners van de panden van de woningcorporaties. Er is bewust gekozen om de hele buurt te benaderen. In februari 2020 sloeg COVID-19 in Nederland toe. Dit heeft de uitvoering van onze participatiestrategie serieus belemmerd. Live-evenementen en persoonlijke interactie waren tijdens de vele lockdowns niet mogelijk en er moest rekening worden gehouden met steeds nieuwe en veranderende maatregelen. Veel van de geplande activiteiten zijn afgelast en vooral in het begin van de pandemie was iedereen vooral bezig met de urgentie van de crisis. Dit heeft gevolgen gehad voor de mate van participatie en de kwantiteit van onze inspanningen.

De aanwezigheid van RESILIO in de projectbuurten moest aanzienlijk worden beperkt, waardoor veel minder bewoners actief bij het project zijn betrokken.

8.2 DE UITVOERING IN DE WIJKEN

8.2.1 SOCIALE STRUCTUUR IN KAART BRENGEN

Allereerst is de sociale structuur van de buurten in kaart gebracht om een overzicht te krijgen van de belangrijkste eigenschappen en actuele kwesties. Hiervoor zijn bestaande gegevens van de gemeente gebruikt. Daarnaast heeft RESILIO belangrijke lokale stakeholders benaderd, zoals lokale gebiedsmanagers van woningcorporaties en de gemeente, bewonersinitiatieven en buurtorganisaties, om praktijkinzichten over de bewoners op te doen. Deze organisaties hebben korte lijntjes met de bewoners en kunnen hun netwerk in de buurt gebruiken om bewoners te bereiken. Zo kregen we meer inzicht in de interesses en behoeften van bewoners in de evenementen die lokaal worden georganiseerd. Een aantal keer is RESILIO bij zulke evenementen aangehaakt om bewoners te leren kennen en hun over het project te vertellen. Verder hebben studenten van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) korte enquêtes op straat gehouden om de bezorgdheid van bewoners over klimaatverandering en hun handelingsbereidheid te peilen.

Uit de verzamelde informatie zijn relevante inzichten naar voren gekomen over de verschillende buurten en de bewoners van de gebouwen. Dit heeft bijgedragen aan het opstellen van een aangepaste participatiestrategie per buurt. Dit proces van informatievergaring was het startschot voor de aanwezigheid van RESILIO in de wijk en voor het contact met lokale stakeholders. Hoewel de RESILIO-wijken met sociale woningbouw in veel opzichten vergelijkbaar zijn - sociaal gemengde wijken met een deel van de bewoners in een achterstandspositie - waren er toch enkele verschillen die de activiteitkeuze hebben beïnvloed (zie de casusbeschrijvingen op pagina’s 65-68).

63

De verschillende vormen van eigenaarschap (woningcorporatie/VvE van appartementencomplex) waren aanvankelijk aanleiding om per buurt een specifieke strategie te hanteren, met vervolgens wisselende participatieniveaus; variërend van informeren tot meer co-creëren. Uiteindelijk heeft het onderzoek zich echter beperkt tot de sociale woningen van woningcorporaties en was het doel van de participatie vooral van informatieve aard.

Gezien de veranderende omstandigheden en dus ook de veranderende opzet van het project, is het een proces van ‘al doende leren’ geweest. De activiteiten en instrumenten van RESILIO zijn voortdurend met het projectteam en de woningcorporaties besproken en geëvalueerd, om zo de strategie te kunnen aanpassen en verbeteren.

8.2.2 ONTWIKKELEN VAN PERSONA’S

Om de participatieactiviteiten gerichter te kunnen opzetten, zijn persona’s ontwikkeld. Een persona is een fictief personage dat een bepaalde doelgroep vertegenwoordigt. Deze persona’s zijn nuttig gebleken bij de specificatie van gebiedsgerichte benaderingen. Het ontwerp van de persona’s is gebaseerd op de interviews en de gegevens uit de buurtanalyse. 25/25 De persona’s onderscheiden zich aan de hand van drie variabelen die van invloed zijn op de motivatie om betrokken te zijn bij maatregelen voor klimaatadaptatie.

▫ De eerste variabele is de persoonlijke situatie. Deze heeft betrekking

64

op zowel het type woning (koop- of huurwoning) als op de persoonlijke sociaal-economische situatie. Of iemand een pand bezit of huurt is een belangrijke factor voor zijn/haar motivatie. De sociaaleconomische situatie is ook relevant omdat deze van invloed is op iemands vermogen om te handelen (en dus maatregelen te nemen) en op iemands betrokkenheid bij het thema klimaatadaptatie. In een bepaalde sociaal-economische situatie zijn andere kwesties mogelijk

dringender. Ook taalvaardigheid is als factor toegevoegd, omdat dit een potentiële barrière zou kunnen zijn in de communicatie met bewoners (bijvoorbeeld in de Indische Buurt).

▫ De tweede variabele is de houding ten aanzien van het onderwerp.

Hierbij gaat het om de mate waarin iemand affiniteit heeft met en zich bewust is van maatregelen voor klimaatadaptatie. Bewoners die zich bewuster zijn van de gevolgen van klimaatverandering, zijn waarschijnlijk eerder geneigd zich voor het project in te zetten.

▫ De derde variabele is sociale participatie in de buurt. Dit gaat over

iemands huidige niveau van sociale interactie en geworteldheid in de buurt. Bewoners die betrokken zijn bij buurtactiviteiten, die er al langer wonen en die tevreden zijn over de buurt, zijn vaak gemotiveerder om hun buurt te helpen verbeteren (bijvoorbeeld door deze groener te maken).

Uiteindelijk zijn drie belangrijke persona’s naar voren gekomen ten aanzien van betrokkenheid bij het RESILIO-project:

1. Huurder van een sociale woning met een lagere sociaal-economische positie. Geringe belangstelling voor het thema klimaatverandering, maar grote belangstelling voor het vergroenen van de buurt. Minder sociale interactie in de buurt en/of het gebouw.

2. Huurder van een sociale woning met een lagere sociaal-economische positie. Grote belangstelling voor het vergroenen van de wijk. Het belangrijkste verschil is de grote belangstelling voor de installatie van BG-daken vanwege ervaren hittestress en/of lekkage/overstroming (woont op bovenste verdieping, direct onder het dak). Soms gekoppeld aan een algemene belangstelling voor de problematiek van klimaatadaptatie.

3. Bewoner (huurder of eigenaar) met belangstelling voor problematiek van klimaatverandering en een groter vermogen en grotere bereidheid om actie te ondernemen. Heeft soms zelf al actie ondernomen om zich aan het klimaat aan te passen (zoals een ‘geveltuin’ of regenton).

Hoewel de persona’s heel nuttig zijn geweest bij het communiceren van de RESILIO-aanpak richting het projectteam en de woningcorporaties, zijn ze minder bruikbaar gebleken bij het op maat aanpassen van benaderingen per doelgroep. De beperkingen door de pandemie hebben het proces om met verschillende bewoners in de buurten in contact te komen namelijk bemoeilijkt.

8.2.3 PARTICIPATIEACTIVITEITEN

Vanuit de sociale analyse van de buurten en de bewoners van de gebouwen zijn verschillende participatieactiviteiten georganiseerd.

1. VOORLICHTINGSBIJEENKOMSTEN

Voor elke buurt zijn bijeenkomsten met deskundigen georganiseerd (live en online) om bewoners van de gebouwen en in de wijk te informeren over het RESILIO-project en de implicaties voor het specifieke complex waarin zij wonen. De eerste activiteit was de opening van het eerste Innovatielab (zie kader B). Hiervoor waren ook bewoners uit twee RESILIO-wijken uitgenodigd. Deskundigen van de RESILIO-partners hebben ter plekke de voordelen van een BG-dak toegelicht. Het lab is officieel geopend door een wethouder van de gemeente Amsterdam, en de stadsdichter heeft een speciaal voor de gelegenheid geschreven gedicht voorgedragen.

“Ik was bang dat het dak zou lekken en erg veel muggen zou aantrekken, maar na alle informatie ben ik vooral enthousiast over de komst van het blauw-groene dak. Een groenere straat zou fijn zijn.” – bewoner Uiterwaardenstraat tijdens opening Innovatielab

De opening van het Innovatielab was een groot succes. De bewoners bleken alle informatie over het dak zeer te waarderen. Daarom is een soortgelijk programma, online, ontwikkeld voor bewoners van de Oosterparkbuurt, de Indische Buurt en de Rivierenbuurt. Ook vertegenwoordigers van de woningcorporaties waren bij deze bijeenkomst

aanwezig en hebben bewoners de mogelijkheid geboden om vragen te stellen en hun bedenkingen over bijvoorbeeld lekkage of overlast door de aanleg van het BG-dak te delen. Ondanks uitgebreide promotie door middel van flyers en een handleiding met uitleg over het deelnemen aan een digitale bijeenkomst, was de opkomst beperkt: slechts zeven bewoners kwamen opdagen. De online bijeenkomst met de studenten-bewoners van de Oostelijke Eilanden (Kattenburg) is beter bezocht. De studenten waren door de COVID-19lockdown al bekend met online bijeenkomsten en zijn over het algemeen ook digitaal vaardiger. Om de interactie met bewoners te vergroten, zijn onderwerpen gekozen waarop zij invloed kunnen uitoefenen. Het oorspronkelijke idee was om bewoners inspraak te geven in het soort beplanting. Dit bleek echter praktisch onmogelijk door de aanbestedingsvoorwaarden (zie 7.2). Voor Kattenburg is nog een (online) evenement georganiseerd waarbij de bewoners konden meebeslissen over bepaalde aspecten van de bouwwerkzaamheden. Woningcorporatie Lieven de Key vond het een geslaagde bijeenkomst. Er kon op een simpele en directe manier met geïnteresseerde bewoners gecommuniceerd worden.

PERSOONLIJKE COMMUNICATIE

In samenwerking met de woningcorporatie zijn fysieke en digitale informatiebrieven verstuurd. Voor de evenementen zijn flyers uitgedeeld (persoonlijk of in brievenbussen) en posters opgehangen in de gebouwen om de bewoners en buurt als geheel over de BGdaken te informeren. Persoonlijke communicatie heeft altijd de voorkeur gehad. De meeste bewoners hebben namelijk aangegeven de informatiebrief niet te lezen. “Als je je boodschap echt wilt overbrengen, moet je naar de bewoners toe. Bel aan en zorg dat je een goede presentatie hebt. Neem echt de tijd om het project goed uit te leggen.” – lokale gebiedsmanager in Slotermeer

65

2. MET DE ‘BG-DAKFIETS’ NAAR PLAATSELIJKE EVENEMENTEN (MARKTEN EN FESTIVALS) IN KATTENBURG, INDISCHE BUURT, SLOTERMEER EN RIVIERENBUURT

Het RESILIO-team heeft een aantal keer deelgenomen aan lokale evenementen. Het doel was bewoners van de buurten te spreken en het project zo breder op de kaart te zetten. Enkele voorbeelden zijn een najaarsmarkt in de Rivierenbuurt, een dagmarkt op de Oostelijke Eilanden (Kattenburg) en een buurtfestival in de Indische Buurt.

Door fysiek aanwezig te zijn, heeft RESILIO goede contacten gelegd met bewoners en hun vragen onomwonden kunnen beantwoorden. Om bewoners voor te lichten over de principes van een BG-dak is een werkend model van het systeem geïnstalleerd op een Nederlandse bakfiets. Deze ‘dakfiets’ is een ware attractie in fietsminnend Amsterdam en trekt veel bekijks. De meeste bewoners die het projectteam bij deze gelegenheden hebben gesproken, hadden al enige belangstelling voor het vergroenen van hun omgeving, groene daken of andere duurzaamheidsambities. Door aan te haken bij een bestaande activiteit zijn meer bewoners bereikt en was er minder tijd en mankracht nodig om het evenement en de communicatie erover te organiseren. Tijdens deze evenementen is duidelijk geworden dat het concept van een BG-dak voor iedereen nieuw is, maar dat de meeste mensen wel al bekend zijn met het concept van een groen dak. Verschillende bewoners hebben belangstelling getoond voor een eigen groen dak. Zij zijn doorverwezen naar Rooftop Revolution voor advies.

RESILIO-dakfiets © Eva Krol

BRENG HET DAK NAAR DE STRAAT

Een leuke en sympathieke manier om bewoners kennis te laten maken met BG-daken, en deze naar de straat te brengen, was de ‘dakfiets’: een bakfiets uitgerust met een miniatuurversie van een BG-installatie. De fiets heeft veel belangstelling getrokken en mensen geholpen om de werking van een BG-dak beter te begrijpen.

Afbeelding 25: In de Indische Buurt nam RESILIO met een ‘dakfiets’ deel aan een lokaal festival om het innovatieve BG-dak onder de aandacht te brengen

Andere manieren om de bewoners een indruk te geven van wat er zich boven hun hoofden afspeelt, zijn timelapse-video’s en sfeerbeelden. De video’s zijn gedeeld via de RESILIO-website en de sociale media en lokale online platforms van de gemeente Amsterdam. Met een GoProcamera is ‘the making of’ van verschillende BG-daken in Amsterdam gefilmd, bedoeld om met verschillende doelgroepen te delen. Ook is er een voorlichtingsfilm gemaakt om elke stap in de bouw van een BGdak toe te lichten.

COMMUNICATIEKANALEN VAN LOKALE STAKEHOLDERS

Afbeelding 26: Op de Oostelijke Eilanden (Kattenburg) haakte RESILIO aan bij een plaatselijke dagmarkt

Voor het videojournaal van Jungle, een lokale organisatie in de Oosterparkbuurt die zich richt op duurzaamheid, is een item gemaakt over de werking van een BG-dak. Dit item was voor iedereen in hun lokale netwerk te bekijken. Op de Oostelijke Eilanden sloeg RESILIO de handen ineen met De Witte Boei, een buurthuis dat de sociale samenhang wil versterken en bewoners op allerlei manieren ondersteunt. Een van hun medewerkers houdt toezicht op de groene initiatieven in de buurt. Zij ondersteunt allerlei groene burgerinitiatieven en geeft een tweemaandelijkse nieuwsbrief uit waarin de laatste ontwikkelingen worden besproken. Het project stond in de nieuwsbrief van oktober 2021, die verscheen kort voor de ‘marktdag’, waar RESILIO aanwezig was met een marktkraam vlak voor het buurtcentrum (zie afbeelding 26). 67

3. CREATIEVE WORKSHOP MET KINDEREN IN SLOTERMEER

Om de interactie met bewoners te vergroten, is RESILIO de samenwerking aangegaan met het Bookstore Project, een gemeenschapsproject voor creatieve kunstenaars. Samen met een plaatselijke kunstenaar konden kinderen hun eigen visie en interpretatie van een groene stad op een groot doek schilderen. Het doek was een middel om in contact te komen met bewoners en kennis te verzamelen over hun ideeën en wensen voor de vergroening van hun buurt. RESILIO heeft deze creatieve workshop georganiseerd in Slotermeer omdat daar veel huishoudens met kinderen wonen. Volgens de lokale gebiedsmanager zijn veel bewoners moeilijk via de conventionele kanalen te bereiken. Terwijl de kinderen schilderden, kon het projectteam praten met ouders en hen op een informele en interactieve manier informeren over BG-daken.

de buurt, klimaatverandering, BG-daken en RESILIO, plus een foto van de buurtbewoner. De foto is buiten genomen om de band met de buurt te versterken.

Door bewoners uit te lichten, maakt RESILIO het project persoonlijker. Het uiteindelijke doel is om de buurt en bewoners van Amsterdam enthousiast te maken over het project. Het RESILIO-project bood sommige bewoners ook een platform om zichzelf of een eigen initiatief onder de aandacht te brengen, waardoor de voordelen wederzijds waren. Zie kader C voor een van de buurtverhalen.

4. EVENEMENT TER GELEGENHEID VAN DE VOLTOOIING VAN HET BG-DAK IN DE INDISCHE BUURT

De voltooiing van het dak werd door RESILIO gevierd met een kleine bijeenkomst in de binnentuin van het gebouw. Bewoners konden het dak bekijken, de stadsdichter droeg een speciaal gelegenheidsgedicht voor en er was een drankje en een hapje. Om de betrokkenheid te stimuleren, konden bewoners stemmen op de woorden die zij graag op de gevel van hun gebouw zouden zien (zie 9.3.4 voor het resultaat). Het schilderen van deze woorden was een klein gebaar richting de bewoners, waardoor een erg leuke manier van interactie met elkaar ontstond.

5. VERHALEN UIT DE BUURT

Buurtverhalen zijn persoonlijke verhalen van bewoners in de vijf pilotgebieden. Om de maand is er een verhaal op de website van RESILIO gepubliceerd. Het idee is geïnspireerd op het ‘Humans of New York’concept. Elk buurtverhaal bestaat uit een kort interview met vragen over 68

Afbeelding 27: Afsluitend evenement ter gelegenheid van de voltooiing van het BG-dak aan de Makassarstraat/Javastraat (Indische Buurt)

KADER C. ATEF ABDALLA, BUURTHUISVRIJWILLIGER We spreken Atef (65) in ‘De Witte Boei’, het buurthuis op de Oostelijke Eilanden, waar hij met van alles en nog wat meehelpt. Atef woont sinds 2006 om de hoek bij Kattenburg. Hiervoor woonde hij op de Jacob van Lennepkade in Amsterdam-West. Hij vertelt ons vol enthousiasme over de mensen in zijn buurt, zijn rol binnen het buurthuis en de lopende buurtprojecten waar hij graag aan mee doet.

Gezellige, dorpse buurt met veel creatievelingen

Atef vindt het een bijzondere en gezellige buurt. “Er wonen hier veel creatieve mensen: kunstenaars, dansers, noem het maar op. Ik ken bijna iedereen, ook de jongeren en kinderen.” Het voelt als een dorp, zegt hij, dat was in Amsterdam-West wel anders. “Vroeger was ik alleen maar te gast in mijn buurt, er was een zekere afstand. Iedereen had zijn eigen plekje, je zei elkaar wel gedag maar meer ook niet. Hier is dat heel anders, het is echt een dorp. De Oostelijke Eilanden bestaat uit vijf gebieden en iedereen kent elkaar. Bij de supermarkt kom je elkaar tegen en er worden veel buurtactiviteiten georganiseerd.”

Van kooklessen tot groenprojecten

Atef was marketingdirecteur van beroep, maar geniet nu van zijn welverdiende pensioen. Hij brengt een groot deel van zijn tijd door in het buurthuis: “Ik ben een verbinder op de Oostelijke Eilanden, tussen jong en oud. Ik doe aan heel veel verschillende activiteiten in de buurt mee, zoals kookles en dansles. Ik zit in het buurtcomité Oostelijke Eilanden, in het ‘Eilandenoverleg’ en ik ben onderdeel van het burgerinitiatief ‘Stadsdorp’.”

Ook weet hij veel te vertellen over de projecten in de buurt die zorgen voor het groen maken van de buurt. “Hier in onze buurt zijn we al twee jaar bezig met vergroening, onder leiding van Brenda. Er zijn meerdere groene projecten die goed lopen. We helpen ouderen om de tuin te onderhouden en proberen kale straten groen te maken, daar is budget voor vanuit de gemeente. Ook is er een gezamenlijke moestuin. En we hebben nu scheppen, die kan iedereen lenen.”

Groene piramides in Alexandrië

Atef heeft veel last van hitte in zijn woning. “Ik woon op de derde verdieping, recht onder het dak. Het is daar zo heet dat je er echt gek van wordt. Gelukkig heb ik wel een groot raam en een balkon. Ik ben gewend aan de hitte, want in Alexandrië (Egypte) waar ik vandaan kom hebben we dat ook.” Atef vertelt dat Alexandrië al veel groene daken heeft. “Veel daken zijn groen, er is genoeg regen om de planten te onderhouden en het verbetert het uitzicht.” Hij vertelt hoe het kan dat Alexandrië voorloopt op dit gebied. “Vroeger waren er alleen kleine huizen en was er veel groen in Alexandrië. Toen de bevolking groeide, nam de ruimte om te wonen af. Ze bouwden alleen nog hoge gebouwen van meer dan vijf verdiepingen, maar de mensen wilden toch graag een tuin hebben. Daarom maakten ze een tuin op hun dak. Ook zijn er gebouwen die als het ware als een piramide zijn gebouwd. Elk appartement heeft een tuin op het dak van zijn onderbuurman. Er zijn ook parken op de schuine daken, dat ziet eruit als het dak op de Albert Heijn bij het Museumplein in Amsterdam. In Alexandrië kunnen mensen de parken gebruiken om te picknicken, te spelen en zelfs met de fiets vanaf te rijden.”

Uitzicht op groen maakt mensen blij!

Atef heeft een duidelijk idee over hoe we mensen enthousiast kunnen maken voor groene daken. “Je moet beginnen met de lage daken. De daken waar de meeste mensen op uit kijken. De mensen die erboven wonen zullen de daken zien en enthousiast gemaakt worden om ook een groen dak te nemen. Het moet een gevoel van de buurt zijn en niet alleen van de eigenaar van het dak. Mensen worden blij als ze een groen dak zien. Je kijkt toch liever naar iemand met een mooi kapsel, dan naar iemand met een kaal hoofd? Zo werkt het met daken ook. Het is ook nog eens gezond om naar groen te kijken, en beter voor het milieu natuurlijk.” Tot slot zegt Atef: “Ik denk dat het leuk is om een mooie poster te maken van hoe het dak eruit gaat zien en die op te hangen in de buurt, bijvoorbeeld in het buurthuis of in de kerk. Een informatiedag zou ook leuk zijn, maar dat is misschien moeilijk met corona.”

69

OOSTERPARKBUURT

De Oosterparkbuurt is een gemengde buurt met relatief veel armoede. In het specifieke gebied waar de complexen staan, is het gemiddelde inkomen van huishoudens laag en zijn de werkloosheidscijfers hoog. Bij de bewoners spelen vooral de kwestie van betaalbaarheid en overige financiële zorgen. Volgens de lokale gebiedsmanager zijn de bewoners niet goed georganiseerd en ontbreekt het aan sociale samenhang, vooral in vergelijking met omliggende buurten waar meer collectieven en initiatieven van bewoners zijn. Er is relatief weinig openbare groenvoorziening, vanwege de vele binnentuinen, en de openbare ruimten die er zijn, zijn niet heel aantrekkelijk. Een belangrijke prioriteit van de gemeente is om bewoners te betrekken bij het vergroenen van hun omgeving en het stimuleren van duurzaamheidsmaatregelen. Geleerde lessen Het bereiken van bewoners in de Oosterparkbuurt is lastig gebleken. Hier zijn verschillende mogelijke verklaringen voor. Een daarvan is dat RESILIO de buurt is ingetrokken tijdens de eerste lockdown, en bewoners dus eigenlijk urgentere kopzorgen (gezondheid, economische situatie) hadden. Bovendien is er in het gebied niet echt iemand die voor het project als contactpersoon of buurtvertegenwoordiger kon optreden. Zo had de plaatselijke gebiedsmanager van de woningcorporatie bijvoorbeeld geen tijd voor RESILIO, iets wat overigens ook elders heeft gespeeld.

Hierdoor was het lastig bewoners te bereiken.

70

INDISCHE BUURT

Het BG-dak bevindt zich op een gebouw aan het Makassarplein. De meeste bewoners zijn ouderen met uiteenlopende etnische achtergronden. Een gebrek aan kennis van de Nederlandse taal heeft de sociale interactie met huurders bemoeilijkt. In de omliggende wijk heerst veel armoede, zeker in vergelijking met andere wijken in de Indische Buurt. Veel bewoners ervaren het gebied als onaantrekkelijk. Het vergroenen van de buurt is een belangrijke prioriteit van de gemeente (Gebiedsagenda 2019-2022). De bewoners die aan de enquête van studenten hebben deelgenomen, ervaren meer hittestress dan wateroverlast. Zij zien het vergroenen van de omgeving en het beter isoleren van woningen dan ook als belangrijke maatregelen voor klimaatadaptatie. Geleerde lessen RESILIO heeft veel moeite gedaan om het project te promoten, maar de algemene opkomst bij bijeenkomsten was laag. De plaatselijke gebiedsmanager van de woningcorporatie heeft een sleutelrol gespeeld bij het bereiken van meer bewoners. Bewoners kennen en vertrouwen haar, en zij heeft een aantal bewoners bij het project weten te betrekken.

SLOTERMEER

Slotermeer is een gebied waar de meeste bewoners een niet-westerse migratieachtergrond en een lage sociaal-economische positie hebben. Veel huishoudens bestaan uit gezinnen, en een kwart van de bewoners is jonger dan 18 jaar. Er zijn relatief veel sociale woningen, en bewoners zijn vaak niet tevreden over hun woning en buurt. Veel bewoners spreken niet vloeiend Nederlands. De belangrijkste prioriteit van de gemeente is het verbeteren van de gezondheid en economische situatie van bewoners. Ook wil de gemeente het met

bewoners meer hebben over kwesties zoals klimaatadaptatie en de energietransitie. Uit de enquête die studenten van de HvA hebben afgenomen, blijkt dat bewoners meer last hebben van hittestress dan van wateroverlast. Daarom worden het verbeteren van de isolatie van woningen en het vergroenen van de omgeving gezien als belangrijke maatregelen voor klimaatadaptatie. Geleerde lessen Bewoners in deze buurt staan relatief wantrouwend tegenover officiële organisaties zoals de gemeente en woningcorporaties. Organisaties die diep zijn geworteld in de gemeenschap zelf zijn essentieel om de boodschap over te brengen. Het opbouwen van vertrouwen vraagt om een permanente aanwezigheid.

KATTENBURG

Kattenburg is een gemengde wijk met jonge gezinnen, ouderen en studenten in studentenflats. Het aandeel sociale huisvesting ligt boven het stadsgemiddelde. Bewoners hebben de gemeente herhaaldelijk proactief benaderd, en hun lobby-inspanningen zijn niet zonder succes geweest. Het nemen van maatregelen voor klimaatadaptatie is een expliciete doelstelling volgens de door de gemeente opgestelde gebiedsagenda (Gebiedsagenda 2019-2022). Onder andere ‘Vergroening’ wordt daarbij gezien als manier om dit doel te bereiken. Bewoners hebben verschillende initiatieven ontplooid om de buurt te vergroenen, en worden daarbij actief ondersteund door het buurtcentrum De Witte Boei.

RIVIERENBUURT

De Rivierenbuurt is een oudere buurt met een aanzienlijke sociaaleconomische kloof tussen mensen met een hoger inkomen en mensen die moeite hebben om rond te komen. Verduurzaming van de buurt is een belangrijke doelstelling van de gemeente (Gebiedsagenda 2019-2023). Verschillende bewoners zijn betrokken bij initiatieven om de buurt te vergroenen. Zij worden daarbij (pro-) actief ondersteund door het duurzame buurtinitiatief Natuur- en Milieuteam Zuid. Wateroverlast wordt gezien als een groot probleem. Het dak in de Rivierenbuurt moest worden geannuleerd nadat de werkzaamheden al waren gestart. De staat van het dak liet een BGsysteem toch niet toe (zie 7.2).

Geleerde lessen Start de communicatie met bewoners en gebruikers van omliggende gebouwen in een vroeg stadium (al tijdens de voorbereidingen van het project). En verstrek bewoners contactgegevens van personen die zij kunnen benaderen bij overlast of bezorgdheid over de aanleg van het BG-dak.

Geleerde lessen Tijdens een plaatselijk festival, waar ook RESILIO aanwezig was, bleek dat er duidelijk meer belangstelling is voor BG-daken in deze buurt. 71

8.3 RESULTATEN VAN DE PARTICIPATIESTRATEGIE

Bij de start van het project heeft RESILIO manieren onderzocht om in de betrokken buurten kwantitatieve gegevens te verzamelen en zo een goede nulmeting te doen. Dit is echter een uitdagende taak gebleken vanwege het zeer innovatieve karakter van het project, in combinatie met de geringe bekendheid van bewoners met maatregelen voor klimaatadaptatie en BG-daken.

De pogingen van het projectteam om bewoners uit te nodigen voor een online enquête hebben onvoldoende respons opgeleverd. In plaats daarvan zijn inzichten over bewoners verzameld door deelnemers te observeren: hoe reageren mensen op de participatieactiviteiten en hoe nemen ze eraan deel, en wat zijn hun ervaringen en indrukken? Na elke activiteit is er geëvalueerd: hoe hebben de deelnemende bewoners de activiteit ervaren, en in welke mate waarderen zij het innovatieve BG-dak? Bewoners worden vooral getriggerd door het idee om hittestress te verminderen. Veel bewoners ervaren hittestress (het meest recent in de zomer van 2019), en een BG-dak zou dit kunnen verminderen. Verder zijn de meeste bewoners enthousiast over het idee van meer groen in de wijk, ook als zij het dak niet kunnen zien. Het enthousiasme wordt nog groter na het zien van de timelapse-video’s.

Het ontvankelijk maken van bewoners voor de problematiek van klimaatadaptatie vergt veel tijd en inspanning. Tijdens het evenement ter gelegenheid van de voltooiing van het dak in de Indische Buurt is duidelijk geworden dat bewoners van het gebouw geen idee hadden wat een BGdak precies is. Er was op dat moment al een online informatiebijeenkomst en een fysieke bijeenkomst in het Innovatielab geweest, plus communicatie in de vorm van flyers, posters, ansichtkaarten en brieven. Blijkbaar zijn deze inspanningen onopgemerkt gebleven.

72

Bewoners die al een zekere belangstelling voor klimaatverandering hebben, tonen meer interesse en zijn soms zelfs gefascineerd door het concept van een BG-dak. De meeste van deze bewoners zijn bereikt via bestaande buurtactiviteiten.

De algemene conclusie is dat het betrekken van bewoners bij RESILIO flink lastig is geweest (nog afgezien van de beperkingen door de pandemie/crisis), eenvoudigweg omdat bewoners nauwelijks invloed hebben kunnen uitoefenen op de aanleg van het BG-dak zelf. De mate van betrokkenheid is beperkt gebleven tot het ontvangen of aanhoren van de juiste informatie. Bewoners is niet om hun inbreng gevraagd over het ontwerp van het dak, de keuze van de planten of de planning van de bouwactiviteiten. In plaats daarvan zijn zij uitgenodigd om te worden geïnformeerd. Van co-creëren of het mede invulling geven aan een stukje van het proces of de uitkomst ervan, is geen sprake geweest. Met verschillende activiteiten is getracht bewoners bij bepaalde delen van het proces te betrekken, maar het is maar de vraag of dit heeft geleid tot een groter gevoel van eigenaarschap of meer motivatie om actie te ondernemen. Of inspraak altijd het doel van participatie moet zijn, staat open voor discussie. Wel vergroot een hoger niveau van interactie het bewustzijn van mensen over de problematiek van klimaatadaptatie. En om een bepaald niveau van interactie te bereiken, moeten bewoners het gevoel hebben dat er naar hen wordt geluisterd en dat hun inbreng (de uitkomst van) het proces kan beïnvloeden.

“We zitten op een goede locatie, precies tussen het Flevopark en het Oosterpark, een perfecte tussenstop voor vogels en insecten. We hebben een prachtig dak, laten we er dat dan gebruiken.” - bewoner Javastraat

“Mij doet een dergelijk dak niet zoveel. Maar de mensen daar op de bovenste verdieping hebben het veel te warm, dus voor hen is het goed.” - bewoner Makassarplein

8.4

GELEERDE LESSEN

Sommige geleerde lessen uit de participatiestrategie kunnen waardevol zijn voor soortgelijke projecten in de toekomst.

▫ Begin zo snel mogelijk met op een respectvolle manier contact te

▫ Het dak zichtbaar maken voor bewoners is een krachtig instrument

om het concept van een BG-dak onder de aandacht te brengen. De meeste bewoners zullen het dak nooit met eigen ogen zien. Daarom is het belangrijk om via media en/of op andere wijze een beter beeld te geven van hoe iets werkt en hoe het eruit ziet.

leggen met bewoners. Dit is cruciaal om draagvlak te creëren voor een BG-project, en om van participatie een succes te maken. Om te beginnen helpt het om het gebied regelmatig te bezoeken, de situatie in kaart te brengen en uit te zoeken wat er speelt, wat de sociale structuur is, welke instellingen er zijn en wat de relatie is met de gemeente. In de communicatie met bewoners van sociale woningbouwcomplexen is het zinvol om altijd samen met de woningcorporaties op te trekken. Wanneer verschillende partijen bij de communicatie zijn betrokken, kunnen bewoners wantrouwiger worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12103369/1