CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Draagvlak energietransitie bedrijven en maatschappelijke instellingen

Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid 20 mei 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van bijgaande brief met daarin uitkomsten en conclusies van onderzoeken over kennis, houding en gedrag ten aanzien van de energietransitie Nr. VN2021-00449912.256 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

-

Draagvlak energietransitie bedrijven en maatschappelijke instellingen Rapportage Onderzoek, Informatie en Statistiek

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en maatschappelijke instellingen

In opdracht van: Ruimte en Duurzaamheid, Programma Klimaatneutraal Projectnummer: 20280 Auteur: Sara Rubingh

Rogier van der Groep

Idske de Jong

Met medewerking van Kimo van den Berg en Peter van Hinte

Bezoekadres: Weesperstraat 113-117

Telefoon 020 251 0333

Postbus 658, 1000 AR Amsterdam

data.amsterdam.nl

s.rubingh@amsterdam.nl

Amsterdam, november 2020 Foto voorzijde: Zonnepanelen, fotograaf Edwin van Eis (2018)

2

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

Inhoud

Samenvatting

4

Inleiding

7

1 Houding bedrijven en maatschappelijke instellingen

10

1.1 Vier op de vijf organisaties positief tegenover overstap naar duurzame energie 10 1.2 Helft van de respondenten positief tegenover aardgasvrij 11 1.3 Meerderheid weet niet wanneer de vestiging aardgasvrij is 12 1.4 Maatschappelijk verantwoord handelen belangrijkste drijfveer om energieverbruik te verduurzamen 13

2 Energieverbruik en energieverplichtingen 2.1 Helft van de bedrijven en maatschappelijke instellingen weet niet wat het energieverbruik is, de rest vooral kleine energieverbruikers 2.2 Gas wordt voornamelijk gebruikt om het pand te verwarmen 2.3 Vier op tien grote verbruikers voldoet aan energiebesparingsplicht 2.4 Dertien procent van de kantoorpanden voldoet aan C-labelverplichting

3 Gedrag en intenties 3.1 Voornamelijk gebruik van spaarlampen/ledlampen 3.2 Zes op de tien bedrijven en maatschappelijke instellingen ziet obstakels bij het doorvoeren van duurzame maatregelen 3.3 Een derde stelt maatregelen duurzaamheid uit vanwege coronacrisis

4 Benodigdheden bij verduurzaming 4.1 Extra subsidie nodig om te investeren in verduurzaming 4.2 Behoefte aan informatie en (deels) vergoeding kosten 4.3 Communicatie via e-mail heeft de voorkeur

15 15 17 18 19

20 20 22 23

25 25 26 29

Bijlage 1 Vragenlijst

30

Bijlage 2 Open antwoorden

36

3

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

Samenvatting

De gemeente Amsterdam wil een leefbare en toekomstbestendige gemeente zijn. Daarom wil de gemeente een energietransitie waarmaken en bijvoorbeeld in 2040 aardgasvrij zijn. Daarvoor is draagvlak nodig onder Amsterdamse bewoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Onderzoek, Informatie en statistiek (OIS) heeft in opdracht van Ruimte en Duurzaamheid onderzoek gedaan naar het draagvlak voor de energietransitie onder Amsterdamse bedrijven en maatschappelijke instellingen. In september 2020 zijn daarom 6.353 bedrijven en maatschappelijk instellingen benaderd om deel te nemen aan een vragenlijst. Hiervan hebben 627 verspreid over verschillende sectoren, stadsdelen en grootteklassen gereageerd. Mening over de energietransitie De meerderheid van de bedrijven en maatschappelijke instellingen staat positief tegenover de energietransitie. Vestigingen in een gekocht pand en grotere vestigingen (meer dan 100 werknemers) zijn vaker positief dan huurders en kleinere vestigingen. Bedrijven uit de sector detailhandel en horeca zijn juist vaker negatief. Tegelijkertijd zijn de bedrijven en maatschappelijke instellingen kritischer over een concrete maatregel als het aardgasvrij maken van de stad of Nederland dan de energietransitie in het algemeen: de helft is hierbij positief. Veel ondernemers hebben nog geen idee wanneer hun eigen pand aardgasvrij zal zijn.

De meest genoemde drijfveer voor het verduurzamen van het energiegebruik is het maatschappelijk verantwoord handelen. Grotere bedrijven en maatschappelijke instellingen noemen iets vaker het voldoen aan wet- en regelgeving als drijfveer. Figuur 1 Mening bedrijven en maatschappelijke instellingen over de stelling: “ik vind de overstap naar duurzame energie een goede zaak”, september 2020 (n=627, procenten)

37

44

9

22

5 %

0

20

40

60

80

helemaal mee eens

mee eens

neutraal

mee oneens

helemaal mee oneens

weet niet / geen antwoord

100

Huidig energieverbruik Naast dat bedrijven en maatschappelijke instellingen niet weten wanneer hun pand aardgasvrij zal zijn, weet meer dan de helft op dit moment niet hoeveel energie ze verbruiken. Een derde van de bedrijven en maatschappelijke instellingen is een kleine energieverbruiker en vijftien procent van de panden is niet aangesloten op het gasnetwerk. Ondernemers die wel gebruik maken van gas, doen dit voornamelijk om het pand te verwarmen. Grootgebruikers en kantoorpanden moeten voldoen aan bepaalde energieverplichtingen (de energiebesparingsplicht en de Clabelverplichting). Minder dan de helft van de grote verbruikers geeft aan nu al te voldoen aan de energiebesparingsplicht en nog minder voldoet aan de c-labelverplichting.

4

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

Genomen maatregelen en drempels Een groot aandeel van de bedrijven en maatschappelijke instellingen heeft tenminste één maatregel om te verduurzamen doorgevoerd, zoals het gebruik van spaarlampen, ledlampen of dubbel glas. Vestigingen die positief zijn over de overstap naar duurzame energie hebben ook vaker twee of meer maatregelen doorgevoerd. Dit is bijvoorbeeld het geval voor vestigingen in een gekocht pand. Bedrijven en maatschappelijke instellingen gevestigd in monumenten en/of verzamelpanden hebben juist minder vaak ingrijpende maatregelen doorgevoerd. Bedrijven en maatschappelijke instellingen zien ook obstakels om (verdere) maatregelen door te voeren. Financiën zijn een drempel, maar ook het feit dat veel bedrijven en maatschappelijke instellingen huurder zijn, maakt het lastig om meer ingrijpende maatregelen door te voeren. De bedrijven en maatschappelijke instellingen die eerder hebben aangegeven twee of meer maatregelen te hebben uitgevoerd geven vaker aan geen obstakel te zien, maar ook vaker onvoldoende financiële middelen als obstakel te zien. Ook bedrijven en instellingen die aangeven van plan te zijn maatregelen uit te voeren zien meer obstakels. De ervaren obstakels hangen niet samen met een negatieve houding ten opzichte van de energietransitie.

Effect van corona Een derde van de bedrijven en maatschappelijke instellingen geeft daarnaast aan (waarschijnlijk) maatregelen uit te stellen of niet te nemen vanwege corona. Dit is met name het geval voor vestigingen on de sector detailhandel en horeca. Zij gaven ook relatief vaak aan dat ze obstakels ervaren zoals het onvoldoende beschikken over middelen en kennis. Figuur 2 Uitstel van duurzame maatregelen door bedrijven en maatschappelijke instellingen vanwege coronacrisis, september 2020 (n=627, procenten)

19

15

11

15

12

5

24 %

0

20

40

60

80

100

ja, zeker waarschijnlijk wel misschien waarschijnlijk niet zeker niet nee, ik was al niet van plan om duurzame maatregelen te nemen weet niet, geen antwoord

Benodigdheden en hulp vanuit de gemeente Het merendeel van de bedrijven en maatschappelijke instellingen heeft behoefte aan hulp bij het investeren in verduurzaming. Het gaat hierbij vooral om financiële hulp. Er is een samenhang tussen de obstakels die bedrijven en maatschappelijke instellingen ervaren en wat ze nodig hebben om te verduurzamen. Zo hebben vestigingen die geen obstakels ervaren om te

5

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

verduurzamen vaker niets aanvullends nodig. Bedrijven en instellingen die al maatregelen hebben genomen, gaven vaker aan obstakels te ervaren om te verduurzamen, maar geven ook voor alle benodigdheden vaker aan deze nodig te hebben. Bepaald type bedrijven en maatschappelijke instellingen, zoals uit de sector detailhandel en horeca en/of uit stadsdeel Centrum hebben vaker behoefte aan ondersteuning bij het aanvragen van financiering en bij implementatie van de maatregelen. Vanuit de gemeente verwachten bedrijven en maatschappelijke instellingen vooral informatie over financieringsmogelijkheden en subsidieregelingen, en een vergoeding voor (een deel van) de kosten. Een derde heeft ook behoefte aan onafhankelijke energieadvies, maar slechts een klein deel wil daarvoor betalen. Bedrijven uit de sector detailhandel en horeca en vestigingen gevestigd in het Centrum hebben naast andere benodigdheden, ook relatief vaak behoefte aan energieadvies, ook als ze zelf een deel moeten bekostigen. Communicatie rond ondersteuning voor verduurzaming Communicatie rondom deze mogelijke ondersteuning van de gemeente willen de bedrijven en maatschappelijke instellingen overwegend per e-mail ontvangen. Bedrijven en maatschappelijke instellingen in de sector detailhandel en horeca en in stadsdeel Centrum willen relatief vaak bezoek van een door de gemeente ingehuurde onafhankelijke energieadviseur.

De bedrijven uit deze sector willen ook vaker informatie of bijeenkomsten via de branchevereniging of BIZ

6

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

Inleiding

Amsterdam wil een leefbare en toekomstbestendige stad zijn. Daarom wil de gemeente Amsterdam in 2030 de CO2-uitstoot verminderen met 55% en in 2050 met 95%, in vergelijking met de uitstoot in 1990. De aanpak hiervoor staat beschreven in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 20501, vastgesteld door de gemeenteraad op 22 april 2020. Deze Routekaart gaat over de ‘energietransitie’: de overgang van fossiele energie naar energie uit hernieuwbare en dus oneindig beschikbare bronnen. Daar is een brede, maatschappelijke verandering voor nodig die impact heeft op onze economie en op ons dagelijks leven. De gemeente heeft in het Coalitieakkoord naast de verduurzamingsdoelstellingen de intentie opgenomen dat de transitie naar een duurzame stad onder bepaalde voorwaarden plaats moet vinden. De gemeente vindt draagvlak onder Amsterdammers voor de energietransitie essentieel. Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) heeft daarom in opdracht van Ruimte en Duurzaamheid in 2019 voor het eerst een draagvlakonderzoek over duurzaamheid uitgevoerd onder bewoners van de stad. Dit onderzoek wordt jaarlijks herhaald, waaronder ook weer in september 20202. In aansluiting op dit onderzoek wil Ruimte en Duurzaamheid ook weten hoe bedrijven en maatschappelijke instellingen aankijken tegen de energietransitie.

Werkwijze en respons OIS en Ruimte en Duurzaamheid van de gemeente Amsterdam hebben gezamenlijk een vragenlijst opgesteld die ingaat op de volgende onderwerpen:  houding ten opzichte van de overstap naar duurzame energie;  energieverbruik van bedrijven en maatschappelijke instellingen;  kennis over de wetgeving omtrent energieverbruik;  gedrag ten aanzien van het nemen van energiebewuste maatregelen in hun vestiging, invloed van de coronacrisis;  hulp en communicatie door de gemeente om de overstap van Amsterdamse bedrijven en maatschappelijke instellingen naar (meer) duurzame energie te bevorderen. De volledige vragenlijst is te vinden in bijlage 1. Vanuit het bedrijvenregister van OIS (ARRA) is een steekproef getrokken van 6.353 bedrijven en maatschappelijk instellingen. In de steekproef is rekening gehouden met een verdeling over de grootte van de vestigingen (aantal werkzame personen, ZZP-ers zijn hierbij uitgesloten), de stadsdelen waarin ze gevestigd zijn en in welke sector ze werken. De verdeling over deze kenmerken in Amsterdam is overgenomen in de steekproef zodat er een goede spreiding is over het soort bedrijven en maatschappelijke instellingen in de stad. Diezelfde spreiding is ook te zien bij de deelnemers van het onderzoek.

1 https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/volg-beleid/coalitieakkoord-uitvoeringsagenda/gezonde-duurzame-

stad/klimaatneutraal/ 2 OIS (2020) Routekaart Klimaatneutraal Draagvlak Energietransitie, te vinden op data.amsterdam.nl

7

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

Tabel Responsoverzicht, aantallen en percentage in de steekproef en deelnemers Steekproef aantallen

procent

Respons aantallen

procent

Grootte 2 t/m 19 werkzame personen

4.520

71

428

68

20 t/m 99 werkzame personen

1.494

24

175

28

339

5

24

4

Centrum

1.485

23

162

26

West, Zuid en Oost Westpoort, Nieuw-West, Noord en Zuidoost

2.734

43

282

45

2.134

34

183

29

100 + werkzame personen

Stadsdele n

Sector landbouw, groothandel en transport

963

15

96

15

detailhandel en horeca ICT, fin. sector en zakelijke diensten

1.553

24

142

23

2.402

39

264

42

overheid, zorg en onderwijs

1.435

23

125

20

totaal

6.353

100

627

100

Deze bedrijven en maatschappelijke instellingen zijn per e-mail benaderd om deel te nemen aan een online enquête. Daarnaast is een deel van de bedrijven en maatschappelijke instellingen telefonisch benaderd. Daarbij is gevraagd naar de persoon die vragen kan beantwoorden over de keuzes wat betreft verduurzaming van energie van het bedrijf. In totaal hebben 627 bedrijven en maatschappelijke instellingen deelgenomen aan het onderzoek, wat neer komt op een respons van ongeveer 10 procent. Wel is het mogelijk dat de vestigingen die interesse in het onderwerp hebben eerder meedoen aan het onderzoek en het is verstandig hiermee rekening te houden bij het lezen van deze rapportage. De onderstaande tabel laat een overzicht zien van de verdeling van de respons naar enkele achtergrondkenmerken. Zo is 18% van de bedrijven en maatschappelijke instellingen gevestigd in een monument en 54% (ook) in een verzamelpand. Het grootste aandeel van de deelnemers is huurder (68%), 17% is koper en voor 14% van de vestigingen is het onbekend. Een kwart van de vestigingen is gevestigd in een pand dat gebouw is voor 1921 en voor een derde is het bouwjaar van het pand onbekend.

8

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

Figuur Achtergrondkenmerken bedrijven en maatschappelijke instellingen

monument

18

verzamelpand

54

koper

17

huurder

68

onbekend

14

bouwjaar voor 1921

25

1922-1976

16

1977-1993

7

vanaf 1994

21

bouwjaar onbekend

31 0

20

% 40

60

80

100

9

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

1 Houding bedrijven en maatschappelijke instellingen

Dit hoofdstuk gaat over de houding die Amsterdamse bedrijven en maatschappelijke instellingen hebben tegenover de energietransitie. Zo is er gevraagd naar de mening over het aardgasvrij maken van Nederland, Amsterdam en de eigen vestiging en wat daarbij drijfveren zijn.

1.1 Vier op de vijf organisaties positief tegenover overstap naar duurzame energie Onder Amsterdamse bedrijven en maatschappelijke instellingen is draagvlak voor de overstap naar duurzame energie (zie figuur 1.1). Vier op de vijf respondenten vindt de overstap een goede zaak (81%) en zeven op de tien vindt dat iedereen in de maatschappij hieraan moet bedragen (72%). Er is wel een verschil tussen wat men vindt en in hoeverre men er actief aan bijdraagt. Zo geeft de helft aan als organisatie actief bij te dragen aan de overstap naar duurzame energie (50%). Slechts een klein aandeel van de bedrijven en instellingen geeft aan niets te maken willen hebben met de overstap (5%). Figuur 1.1 Stellingen over (de overstap naar) duurzame energie voor bedrijven en maatschappelijke instellingen, september 2020 (n=627, procenten)

ik vind de overstap naar duurzame energie een goede zaak

37

iedereen in de maatschappij is verantwoordelijk voor de overstap naar duurzame energie, ook ik zal hieraan moeten bijdragen

44

28

ik draag actief bij aan de overstap naar duurzame energie

18

ik probeer anderen mee te krijgen bij de overstap naar duurzame energie

15

ik heb weinig tot geen kennis over het onderwerp duurzame energie

4

ik wil er niets mee te maken hebben 2 3

0

9

44

32

17

31

25

11

23

7

9

5

9

12

29

24

20

16

27

26

5

20

52

40

60

22 5

11

6

8

80

helemaal mee eens

mee eens

neutraal

mee oneens

helemaal mee oneens

weet niet / geen antwoord

% 100

10

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

Het draagvlak voor de overstap naar duurzame energie verschilt echter tussen de type bedrijven en maatschappelijke instellingen. Bedrijven uit de sector detailhandel en horeca vinden de overstap minder vaak een goede zaak (69% tegenover 81% gemiddeld). Ook dragen deze bedrijven minder vaak actief bij aan de overstap (40% tegenover 50% gemiddeld). Negen procent van de vestigingen vindt de overstap een goede zaak, maar draagt niet actief bij aan deze overstap. Dit is met name het geval voor kleine vestigingen met minder dan 20 werknemers en huurders (zie tabel 1.2). De kleine vestigingen geven relatief vaak aan dat ze te weinig kennis hebben over het onderwerp (23% tegenover 17% van de grotere vestigingen). Voor de huurders wordt het feit dat ze huren vaak als obstakel gezien voor het nemen van maatregelen. Deze en andere obstakels worden beschreven in hoofdstuk 3. Er zijn geen verschillen tussen maatschappelijke instellingen en bedrijven, en de vestigingen in de verschillen stadsdelen. Tabel 1.2 Mening bedrijven en maatschappelijke instellingen over de stelling: “ik draag actief bij aan de overstap naar duurzame energie” per koper/huurder en aantal werkzame personen, september 2020 (procenten)3 niet mee eens, (helemaal) mee niet mee eens oneens

(helemaal) mee weet niet, geen oneens antwoord

koop (n=109)

62

23

8

6

huur (n=428)

45

29

16

10

2 tot 19 werkzame personen (n=428)

48

26

18

9

20 tot 99 werkzame personen (n=175)

51

34

6

9

1.2 Helft van de respondenten positief tegenover aardgasvrij De Rijksoverheid heeft besloten dat Nederland, en dus ook Amsterdam, in 2050 aardgasvrij moet zijn. Ongeveer de helft van de bedrijven en maatschappelijke instellingen staat hier (zeer) positief tegenover (zie figuur 1.3). Figuur 1.3 Mening bedrijven en maatschappelijke instellingen over Nederland aardgasvrij in 2050, september 2020 (n=627, procenten)

18

31

28

8

5

10 %

0

20 zeer positief

positief

40 neutraal

60 negatief

zeer negatief

80

100

weet niet, geen antwoord

3 Vestigingen met meer dan 100 werkzame personen zijn hierin niet meegenomen, omdat het om slechts 24

vestigingen gaat.

11

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

Het beleid van de gemeente Amsterdam is om in 2040 aardgasvrij te zijn, dus tien jaar eerder dan de Rijksoverheid heeft besloten. Ook hier staat de helft van de bedrijven en maatschappelijke instellingen positief tegenover (zie figuur 1.4). De bedrijven en maatschappelijke instellingen die positief staan tegenover een aardgasvrij Nederland, staan dat ook tegenover een aardgasvrij Amsterdam. Figuur 1.4 Mening bedrijven en maatschappelijke instellingen over Amsterdam aardgasvrij in 2040, september 2020 (n=627, procenten)

18

32

25

8

7

11 %

0

20 zeer positief

positief

40 neutraal

60 negatief

zeer negatief

80

100

weet niet, geen antwoord

Ook over aardgasvrij zijn bedrijven uit de sector detailhandel en horeca negatiever dan andere sectoren (38% is positief over een aardgasvrij Nederland en 40% in Amsterdam). Daarnaast zijn grote vestigingen met meer dan 100 werknemers positiever over een aardgasvrij Nederland (17 van de 24 vestigingen) en Amsterdam (18 van de 24 vestigingen). Er zijn geen verschillen tussen bedrijven en maatschappelijke instellingen, huurders en kopers en de verschillende standsdelen. Opvallend is dat het draagvlak voor de energietransitie in het algemeen groter lijkt te zijn dan het draagvlak voor een concrete maatregel als het aardgasvrij maken van Nederland en Amsterdam (80% tegenover 50%). Dit komt ook naar voren in andere onderzoeken naar het draagvlak4. Zo concludeerde het SCP in een onderzoek naar burgers dat “(…) er in de basis steun lijkt te zijn voor beleid om klimaatverandering tegen te gaan. Dit vertaalt zich echter niet automatisch naar steun voor specifieke maatregelen, zoals een aardgasvrije woningvoorraad in 2050”.

1.3 Meerderheid weet niet wanneer de vestiging aardgasvrij is Hoewel de helft van de bedrijven en instellingen positief staat tegenover een aardgasvrij Amsterdam weet de meerderheid van de bedrijven en instellingen (nog) niet wanneer hun vestiging aardgasvrij zal zijn (zie figuur 1.5). Een vijfde heeft het voornemen om eerder dan de Amsterdam besloten deadline aardgasvrij te zijn en dertien procent geeft aan nu al aardgasvrij te zijn. Er is daarbij een overlap tussen vestigingen die positief staan tegenover aardgasvrij en vestigingen die van plan zijn aardgasvrij te zijn voor de Amsterdamse deadline. Van de bedrijven en maatschappelijke instellingen die van plan is voor 2030 aardgasvrij te zijn, is 88% positief over het aardgasvrij maken van de stad.

4 S.Scholte, Y. de Kluizenaar, T. de Wilde, A. Steenbekkers en C. Carabain (2020). Op weg naar

aardgasvrij wonen; de energietransitie vanuit burgerperspectief. Den Haag; SCP.

12

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

Figuur 1.5 Voornemen bedrijven en maatschappelijke instellingen om de vestiging aardgasvrij te maken, september 2020 (n=627, procenten)

voor 2025

6

tussen 2025-2030

7

tussen 2030-2040

7

na 2040

7

mijn vestiging is al aardgasvrij

13

weet niet, geen antwoord

59 %

0

20

40

60

80

100

1.4 Maatschappelijk verantwoord handelen belangrijkste drijfveer om energieverbruik te verduurzamen Acht op de tien bedrijven en maatschappelijke instellingen noemt desgevraagd maatschappelijk verantwoord handelen als drijfveer voor het verduurzamen van het energieverbruik (81%), gevolgd door het houden aan wet- en regelgeving (69%). Figuur 1.6 Drijfveren bedrijven en maatschappelijke instellingen om energieverbruik te verduurzamen, september 2020 (n=627, procenten) maatschappelijk verantwoord handelen

30

51

12

houden aan wet- en regelgeving

20

verlagen van kosten of rendement op investeringen in duurzame energie

16

verbeteren van imago van mijn organisatie op verduurzaming

15

33

30

voorbeeldfunctie voor bezoekers van onze locatie(s)

15

33

28

onderscheidend vermogen creëren

11

onze klanten/cliënten verwachten het van ons

9

0

49

17

43

35

25

20

34

40

42 8

25

29

5 2

9

10

3

9

11

4

9

12

4

10

14

60

20 6

6

80

11

% 100

zeer belangrijk

belangrijk

niet belangrijk, niet onbelangrijk

onbelangrijk

zeer onbelangrijk

weet niet, geen antwoord

13

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

Voor vestigingen die positief zijn over het aardgasvrij maken van Amsterdam is maatschappelijk verantwoord handelen een belangrijkere drijfveer (93%) dan voor vestingen die negatief zijn over het aardgasvrij maken van Amsterdam (61%). Voor de vestigingen die negatiever zijn over aardgasvrij, is het houden aan wet- en regelgeving de belangrijkste drijfveer. Er zijn weinig verschillen tussen de type bedrijven en maatschappelijke instellingen. Grotere bedrijven en maatschappelijke instellingen noemen iets vaker het voldoen aan wet- en regelgeving en dat klanten het van hen verwachten als drijfveer (22 resp. 17 van de 24 grote vestigingen). Maatschappelijke instellingen geven vaker aan dat zij een voorbeeldfunctie hebben voor bezoekers van hun locaties (58% tegenover 45% van de bedrijven).

14

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

2 Energieverbruik en energieverplichtingen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het elektriciteitsverbruik en gasverbruik van bedrijven en maatschappelijke instellingen en de energieverplichtingen waar grootgebruikers en kantoorpanden aan moeten voldoen (de energiebesparingsplicht en de C-labelverplichting).

2.1 Helft van de bedrijven en maatschappelijke instellingen weet niet wat het energieverbruik is, de rest vooral kleine energieverbruikers Veel bedrijven en maatschappelijke instellingen zijn niet van op de hoogte van hun energieverbruik. Ruim de helft (52%) is niet op de hoogte van elektriciteitsverbruik en 47% is niet op de hoogte van gasverbruik. Dit komt omdat een groot deel van de respondenten (22%) huurder is van een pand waarbij de energiekosten inclusief zijn. Maar ook een groot deel van de eigenaars en huurders die exclusief energiekosten betalen geven aan niet te weten wat hun verbruik is (zie figuur 2.1 en 2.2). Vijftien procent5 van de vestigingen geeft aan dat het pand niet aangesloten is op het gasnet. In stadsdeel Centrum is dit aandeel 7% en in Zuid, Oost en West 18% en in Noord, Zuidoost, Nieuw-West en Westpoort 16%. Drie op de tien vestigingen (29%) geven aan minder dan 25 duizend kWh per jaar aan elektriciteit te verbruiken. Eenzelfde aandeel (ook 29%) verbruikt 10 duizend m3 gas per jaar of minder. Hoe groter de vestiging, hoe hoger het energieverbruik: 46% van de bedrijven en maatschappelijke instellingen met meer dan 100 werkzame personen (4% van alle geïnterviewde vestigingen) geeft aan meer dan 200 duizend kWh elektriciteit per jaar te gebruiken.

Bij vestigingen met minder dan 20 werkzame personen is juist het aandeel dat aangeeft minder dan 25 duizend kWh per jaar te verbruiken hoog (39%). Bij gasverbruik is een vergelijkbare (maar iets minder scherpere) samenhang zichtbaar. Verschillen tussen de sectoren zijn klein en daarom niet weergegeven in de figuren.

5 In paragraaf 1.3 gaf dertien procent aan al aardgasvrij te zijn. Het verschil van twee procent tussen deze vragen komt

doordat bedrijven en maatschappelijke instellingen geen antwoord wisten of gaven bij vraag over het voornemen om de vestiging aardgasvrij te maken.

15

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

Figuur 2.1 Elektriciteitsverbruik volgens bedrijven en maatschappelijke instellingen in Amsterdam, september 2020 (n=627, procenten) 100 werkzame personen of meer

8

20 tot 99 werkzame personen

9

13

46

5

9

2 tot 19 werkzame personen

6

72

39

verzamelpand excl. energiekosten

28

verzamelpand incl. energiekosten

13

11

41

45

11

3

45

12

4 22

huurder, huur excl. energiekosten

79

34

huurder, huur incl. energiekosten

33

15

13

9

4

39

4 41

eigenaar

76

36

totaal

29 0

6 3 5

50

6 4

52

9 20

40

60

minder dan 25.000 kWh

tussen 25.000-49.999 kWh

200.000 kWh of meer

weet niet, geen antwoord

% 80

100

tussen 50.000-199.999 kWh

Figuur 2.2 Gasverbruik volgens bedrijven en maatschappelijke instellingen in Amsterdam, september 2020 (n=627, procenten) 100 werkzame personen of meer 4 20 tot 99 werkzame personen

8 10

21 9 21

2 tot 19 werkzame personen

25 18

27

verzamelpand incl. energiekosten

11

11

3 21

13

211

huurder, huur excl. energiekosten

eigenaar

32

totaal

29 0

5 1

14

42

3

16

43

15

68

37

huurder, huur incl. energiekosten

29 60

38

verzamelpand excl. energiekosten

13

9

3

14

15

37 68

8 13

6 21 20

12

44

15

40

47 60

80

% 100

minder dan 10.000 m3 gas

tussen 10.000-24.999 m3 gas

tussen 25.000-74.999 m3 gas

75.000 m3 gas of meer

niet van toepassing

weet niet, geen antwoord

16

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

2.2 Gas wordt voornamelijk gebruikt om het pand te verwarmen Driekwart van de bedrijven en maatschappelijke instellingen die eerder aangaven gas te verbruiken, geven aan dat gas in hun pand gebruikt wordt om het pand te verwarmen (73%); een vijfde geeft aan op gas te koken (22%; in de horeca is dat aandeel hoger: 42% van de gasgebruikers in deze sector doet dat om te koken). Een klein deel van de respondenten (4%) geeft aan dat gas ook als energiebron gebruikt wordt voor het productieproces, bij de groep ondernemers samengevoegd in de categorie landbouw tot en met transport is dat aandeel hoger (10%). Ook onder grote vestigingen met meer dan 100 werknemers is dat aandeel hoger (5 van de 21 bedrijven en maatschappelijke instellingen). Acht procent van de ondernemers noemt nog een andere reden: het verwarmen van water om bijvoorbeeld koffie te zetten. In bijlage 2 staan alle andere redenen die voor het gebruik van gas zijn genoemd. Figuur 2.3 Genoemde redenen door bedrijven en maatschappelijke instellingen om gas te gebruiken per sector, meerdere antwoorden mogelijk, september 2020 (n=534, procenten)

5

overheid, zorg, onderwijs

20 77 2

ICT, fin.sector, zakelijke diensten

14

68

productieprocessen

4

detailhandel en horeca

42

75 koken

10

landbouw tm groothandel, transport

14 77 verwarmen pand

4 totaal

22 73 0

20

40

60

% 80

100

Bedrijven en maatschappelijke instellingen die geen gas gebruiken om het pand te verwarmen, gebruiken elektriciteit Aan de groep ondernemers die eerder aangaf geen gas te gebruiken om het pand te verwarmen is gevraagd hoe ze het pand dan verwarmen. Van deze groep geeft 19% aan elektriciteit te gebruiken, 16% gebruikt stadsverwarming en 8% blokverwarming. Bijna de helft (44%) weet niet hoe het pand verwarmd wordt. Vijftien procent geeft iets anders aan. Daarbij wordt vaak genoemd dat het pand niet verwarmd is. Ondernemers buiten stadsdeel Centrum geven wat vaker aan stadsverwarming te gebruiken dan ondernemers in stadsdeel Centrum.

17

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

Figuur 2.4 Door bedrijven en maatschappelijke instellingen genoemde middelen om pand te verwarmen zonder gas per stadsdeel, meerdere antwoorden mogelijk, september 2020 (n=239, procenten)

5 WP, NW, Noord en ZO

19 23 9

West, Zuid en Oost

19 15

11 Centrum

6 23 8

totaal

16

0

5

10

15

19

%

20

25

met behulp van blokverwarming

met behulp van stadsverwarming met behulp van elektriciteit (bijv. warmtepomp / WKO/ zonneboiler)

2.3 Vier op tien grote verbruikers voldoet aan energiebesparingsplicht Aan energieverbruikers die in het onderzoek hebben aangegeven meer dan 50.000 kWh elektriciteit of meer dan 25.000 m3 gas te gebruiken per jaar, is een vraag gesteld over de Energiebesparingsplicht die voor deze groep bedrijven en maatschappelijke instellingen geldt. De energiebesparingsplicht houdt in dat bedrijven en instellingen alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit moeten voeren. Van de 64 ondervraagde grote energieverbruikers (ofwel 10% van het totaal) geeft 38% aan te voldoen aan de energiebesparingsplicht. Een kwart (27%) is wel bekend met de regeling, maar voldoet nog niet aan de besparingsplicht of weet niet of er aan voldaan wordt (zie tabel 2.5). Daarnaast weet bijna een derde van de bedrijven en maatschappelijke instellingen die moet voldoen aan de energieplicht niet dat ze dit moeten (29%). Tabel 2.5 Bekendheid energiebesparingsplicht bij grote energieverbruikers, september 2020 (n=64, procenten) ja, én we voldoen aan de energiebesparingsplicht ja, maar het is mij niet bekend of we reeds aan de energiebesparingsplicht voldoen ja, maar we voldoen nog niet (helemaal) aan de energiebesparingsplicht nee ik weet niet of we moeten voldoen aan deze verplichting geen antwoord totaal

38 16 11 13 16 8 100

18

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

2.4 Dertien procent van de kantoorpanden voldoet aan Clabelverplichting Aan bedrijven en maatschappelijke instellingen die in een kantoorgebouw gevestigd zijn, is de vraag gesteld of het kantoor voldoet aan de C-labelverplichting. Een C-label betekent een energie-index van 1,3 of beter. Voldoet het gebouw dan niet aan deze eis en is het kantoor groter dan 100m2, dan mag het gebouw per 1 januari 2023 niet meer als kantoor gebruikt worden. De meeste bedrijven en maatschappelijke instellingen in een kantoorpand zijn niet op de hoogte van de C-labelverplichting. Ruim de helft (54%) weet het niet en 10% geeft geen antwoord. Dertien procent geeft aan wel te voldoen aan de c-labelverplichting, bij vestigingen met meer dan 100 werkzame personen is dat aandeel een stuk hoger (46%). Figuur 2.6 Bekendheid C-labelverplichting bij bedrijven en maatschappelijke instellingen in kantoorpanden, september 2020 (n=216, procenten)

100 werkzame personen of meer

46

20 tot 99 werkzame personen

11

9

2 tot 19 werkzame personen

12

8 3 6

monument

12

5

verzamelpand

13

9

huurder, huur exclusief energiekosten

14

10

huurder, huur inclusief energiekosten

8

8

6

14

0

51

9

11

20

5

55 10

12 57

5

6

8

51

6 6

8

10

61

5

8

13

15

10

28

eigenaar 3 6 totaal

23

9

7

3

59

14

60

11 54

40

60

10 80

% 100

ja, én we voldoen aan de c-labelverplichting ja, maar het is mij niet bekend of we reeds aan de c-labelverplichting voldaan ja, maar we voldoen nog niet aan de c-labelverplichting nee ik weet niet of we moeten voldoen aan deze verplichting geen antwoord

19

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

3 Gedrag en intenties

Dit hoofdstuk gaat in op het gedrag van Amsterdamse bedrijven en maatschappelijke instellingen als het gaat over de transitie naar duurzame energie. Aan de bedrijven en instellingen is gevraagd welke duurzame maatregelen ze willen uitvoeren in hun vestiging en welke obstakels ze daarbij tegenkomen. Ook is er specifiek gevraagd naar de invloed van de coronacrisis.

3.1 Voornamelijk gebruik van spaarlampen/ledlampen Bijna negen van de tien vestigingen heeft tenminste één duurzame maatregel of actie uitgevoerd (88%) en driekwart heeft twee of meer maatregelen uitgevoerd (76%). De meeste uitgevoerde duurzame maatregel is het gebruik van spaarlampen/ledlampen, gevolgd door (drie) dubbel glas (zie figuur 3.1). Voor alle andere gevraagde maatregelen of acties gaf ongeveer de helft van de vestigingen aan het niet te weten. Elf procent gaf aan andere maatregelen of acties te hebben doorgevoerd. In bijlage 2 staan alle maatregelen die bij anders zijn genoemd. Figuur 3.1 Duurzame maatregelen of acties door bedrijven en maatschappelijke instellingen, september 2020 (n=627, procenten)

gebruik van spaarlampen/ledlampen

81

(drie)dubbel glas

5 2 12

49

6

energiebesparende hoogrendements cv-ketel

40

6

11

vloerisolatie, muurisolatie of dakisolatie

39

7

18

gas/stroom van 100% duurzame energiemaatschappij

28

15

18

27 42 36

11

46

energiemanager (bv Toon) of energiemonitoring

15

11

27

46

volledig van gas af

10

17

24

49

radiatorfolie

10

11

31

48

zonnepanelen

10

12

warmtepomp

5

8

zonneboiler voor warm water 3 6

anders

11 0

38

40

41

47

45

47

3 5

81 20

40

60

ja, hebben we (deels)

nee, maar zijn we van plan

nee en zijn we ook niet van plan

weet niet, geen antwoord

% 80

100

20

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

Er is een overlap tussen de houding en het gedrag van de bedrijven en maatschappelijke instellingen. Zo zijn bedrijven en maatschappelijke instellingen die twee of meer maatregelen hebben doorgevoerd ook positiever over de overstap naar duurzame energie (86% tegenover 81% gemiddeld) en het aardgasvrij maken van Amsterdam en Nederland (53% en 52% tegenover 50% en 49%). Ook geven ze minder vaker aan weinig tot geen kennis te hebben over duurzame energie (53% tegenover 49%). Daarnaast is te zien dat naar mate vestigingen meer waarde hechten aan de drijfveren, ze eerder geneigd zijn om maatregelen door te voeren, bijvoorbeeld voor iets meer dan de helft vestigingen die geen maatregelen hebben uitgevoerd is maatschappelijk verantwoord handelen een drijfveer (53%) tegenover 78% van de vestigingen die een maatregel heeft uitgevoerd en 85% van de vestigingen die meer maatregelen hebben uitgevoerd. Daarnaast lijken bepaalde type vestigingen minder geneigd te zijn om duurzame maatregelen door te voeren (zie tabel 3.2). Zo hebben vestigingen die in een gekocht pand zitten vaker meer ingrijpende maatregelen ter verduurzaming genomen dan vestigingen die huren. Het gaat bijvoorbeeld om maatregelen als dubbel glas, zonnepanelen of isolatie. Het omgekeerde geldt voor bedrijven en maatschappelijke instellingen die in een monument of verzamelpand gevestigd zijn.

Deze vestigingen zijn minder geneigd tot ingrijpende duurzame maatregelen. Tegelijkertijd passen bedrijven en maatschappelijke instellingen gevestigd in monumenten vaker minder ingrijpende maatregelen als spaarlampen/ledlampen en radiatorfolie toe. Tabel 3.2 Uitgevoerde maatregelen/acties door bedrijven en maatschappelijke instellingen, per type vestiging, september 2020 (n=627, procenten) huurder, inclusief energie kosten

eigenaar gebruik van spaarlampen/ ledlampen

huurder, exclusief energie kosten

geen monument

monument

geen verzamel pand

Verzamel pand

84

68

87

92

79

77

86

(drie)dubbel glas vloerisolatie, muurisolatie of dakisolatie

58

42

48

38

51

46

52

47

25

39

33

40

38

40

radiatorfolie energiebesparende hoogrendements cvketel energiemanager of energiemonitoring zonneboiler voor warm water

15

7

10

14

10

11

10

43

24

49

58

36

33

48

17

11

15

16

15

13

17

2

4

2

2

3

3

2

zonnepanelen

19

11

6

9

11

10

11

warmtepomp

8

2

3

2

6

5

5

volledig van gas af gas en/of stroom afnemen van een 100% duurzame energiemaatschappij

9

13

10

5

12

9

12

37

15

34

33

27

23

34

anders

9

10

12

13

10

10

12

21

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

Ook zijn de vestigingen gevraagd welke maatregelen of acties ze van plan zijn op te volgen de komende 12 maanden (zie ook figuur 3.1). Iets meer dan vier op de tien bedrijven en maatschappelijke instellingen is van plan tenminste één duurzame maatregel of actie uit te voeren (44%). Het grootste deel gaf daarbij aan volledig van het gas af te willen (17%) of gas en/of stroom af te nemen van een 100% duurzame energiemaatschappij (15%). Hierbij is er weinig overlap tussen de houding en het (geplande) gedrag: bedrijven en instellingen die positief staan tegenover de energietransitie zijn niet vaker van plan maatregelen uit te voeren.

3.2 Zes op de tien bedrijven en maatschappelijke instellingen ziet obstakels bij het doorvoeren van duurzame maatregelen Zes op de tien bedrijven en maatschappelijke instellingen ervaart of verwacht tenminste één obstakel bij het doorvoeren van duurzame maatregelen (62%). Het meest genoemde obstakel zijn onvoldoende financiële middelen. Dit wordt genoemd door ongeveer een derde (31%). Een vijfde verwacht een ander obstakel. Het grootste deel hiervan geeft aan huurder te zijn van een pand of gevestigd te zijn in een verzamelpand. In bijlage 2 staan alle obstakels die bij anders zijn genoemd. Figuur 3.3 Obstakels bij het nemen van duurzame maatregelen door bedrijven en maatschappelijke instellingen, september 2020 (n=627, procenten)

onvoldoende financiële middelen

31

onvoldoende kennis/te ingewikkeld

16

rendement (besparing) is te laag

15

geen prioriteit binnen organisatie

10

onvoldoende tijd

9

anders

20

nee

18

weet niet, geen antwoord

20 0

%

20

40

60

80

100

De meeste obstakels leiden niet tot een negatieve houding ten opzichte van de energietransitie. Zo zijn vestigingen die onvoldoende financiële middelen als obstakel zien positiever over het aardgasvrij maken van Nederland dan gemiddeld (60% tegenover 50%). Alleen vestigingen die obstakels zien in te lage rendement(besparing) en het ontbreken van prioriteit voor het nemen van duurzame maatregelen binnen de organisatie zijn minder positief. Bijvoorbeeld van de

22

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

vestigingen die aangeven dat prioritering binnen de organisatie een obstakel is, is 39% positief over het aardgasvrij maken van Nederland terwijl dat gemiddeld 50% is. De bedrijven en maatschappelijke instellingen die eerder hebben aangegeven twee of meer maatregelen te hebben uitgevoerd geven vaker aan geen obstakel te zien, namelijk 20%. Ze geven echter ook vaker aan dan gemiddeld onvoldoende financiële middelen als obstakel te zien (36%). Ook bedrijven en instellingen die aangeven van plan te zijn maatregelen uit te voeren zien meer obstakels. Van hen ziet 44% onvoldoende financiële middelen als obstakel. Bedrijven in de sector detailhandel en horeca geven relatief vaak aan dat ze over onvoldoende middelen beschikken (43%) en/of dat ze onvoldoende kennis hebben of dat het te ingewikkeld is (25%). Op basis van eigenaar/huurder van het pand, grootte, stadsdeel, en bedrijven/maatschappelijke instellingen zijn geen significante verschillen.

3.3 Een derde stelt maatregelen duurzaamheid uit vanwege coronacrisis De Amsterdamse bedrijven en maatschappelijke instellingen zijn ook gevraagd of de coronacrisis ertoe leidt dat ze duurzame maatregelen uitstellen of helemaal niet meer zullen nemen. Bij een derde van vestigingen is dit (waarschijnlijk) het geval (zie figuur 3.4). Vijf procent geeft aan al niet van plan te zijn geweest om duurzame maatregelen te nemen. Figuur 3.4 Uitstel van duurzame maatregelen door bedrijven en maatschappelijke instellingen vanwege coronacrisis, september 2020 (n=627, procenten)

19

15

11

15

12

5

24 %

0

20

40

60

80

100

ja, zeker waarschijnlijk wel misschien waarschijnlijk niet zeker niet nee, ik was al niet van plan om duurzame maatregelen te nemen weet niet, geen antwoord

In de sector detailhandel en horeca geeft zelfs 45% aan dat ze (waarschijnlijk) maatregelen zullen uitstellen of helemaal niet zullen nemen (zie ook tabel 3.5).6 Op basis van eigenaar/huurder van 6 De sector detailhandel en horeca is waarschijnlijk hard getroffen door de coronacrisis. Consumenten besteden minder

geld aan recreatie, ook omdat cafés en restaurants voor een deel van de tijd dicht zijn of minder capaciteit hebben. Daarnaast wordt er meer online gewinkeld, waardoor fysieke winkels het moeilijk hebben. Zie bijvoorbeeld: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/36/ongekende-omzetdaling-horeca en https://www.cbs.nl/nlnl/nieuws/2020/32/coronacrisis-jaagt-online-winkelen-aan-in-het-tweede-kwartaal

23

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

het pand, grootte, stadsdeel, en bedrijven/maatschappelijke instellingen zijn er geen significante verschillen. Tabel 3.5 Uitstel van duurzame maatregelen door ondernemers vanwege coronacrisis per sector, september 2020 (n=627, procenten)

ja, zeker landbouw, groothandel en transport (n=96) detailhandel en horeca (n=142) ICT, fin. sector en zakelijke diensten (n=264) overheid, zorg en onderwijs (n=125)

waarschij nlijk wel misschien

ik was al niet van plan om duurzame weet niet, maatregelen geen te nemen antwoord

waarschij zeker nlijk niet niet

19

15

14

7

19

5

22

33

12

8

13

10

5

19

10

16

11

16

12

6

29

19

14

10

19

11

3

23

24

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

4 Benodigdheden bij verduurzaming

Dit hoofdstuk gaat in op de benodigdheden om de overstap naar duurzame energie te vergemakkelijken en wat er van de gemeente Amsterdam verwacht wordt. Ook is er gevraagd naar de voorkeur voor communicatiemiddelen van de gemeente Amsterdam.

4.1 Extra subsidie nodig om te investeren in verduurzaming Zeven op de tien bedrijven en maatschappelijke instellingen geven desgevraagd aan iets nodig te hebben om meer te investeren in verduurzaming. Daarbij wordt extra subsidie het vaakst genoemd (41%). Een derde heeft medewerking van de verhuurder nodig (33%). Dit is 38 procent van de huurders. De respondenten die andere benodigdheden hebben, noemen vooral meer medewerking van de gemeente. In bijlage 2 zijn alle benodigdheden die bij anders zijn ingevuld te vinden. Acht procent van de bedrijven en instellingen hebben niets (aanvullends) nodig. Figuur 4.1 Benodigdheden bedrijven en maatschappelijke instellingen om meer te investeren in verduurzaming, september 2020 (procenten) extra subsidie

41

medewerking van verhuurder

33

advies over maatregelen voor energiebesparing en/of duurzame opwekken

22

ondersteuning bij het aanvragen van financiering

21

ondersteuning bij de implementatie van maatregelen

14

ondersteuning bij het selecteren van (installatie)bedrijven

12

lage rente leningen

7

anders

6

niets aanvullend

8

weet niet, geen antwoord

22 0

%

20

40

60

80

100

Er is een samenhang tussen de obstakels die bedrijven en maatschappelijke instellingen ervaren en wat ze nodig hebben om te verduurzamen. Zo hebben vestigingen die geen obstakels ervaren om te verduurzamen vaker niets aanvullends nodig (24% tegenover 8% gemiddeld). Bedrijven en instellingen die al maatregelen hebben genomen, gaven vaker aan obstakels te ervaren om te verduurzamen, maar geven ook voor alle benodigdheden vaker aan deze nodig te hebben.

25

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

In het vorige hoofdstuk kwam al naar voren dat bedrijven in de sector detailhandel en horeca vaker obstakels ervaren om te verduurzamen. Ook geven ze vaker aan behoefte te hebben aan (extra) subsidie (52%), ondersteuning bij het aanvragen van financiering (28%) en bij implementatie van de maatregelen (21%). Ook bedrijven en instellingen gevestigd in stadsdeel Centrum geven vaker aan behoefte te hebben aan advies over maatregelen (32%) en ondersteuning bij het aanvragen van financiering (28%) en het implementeren van maatregelen (20%). Dit komt deels omdat deze groepen overlappen: bedrijven in de sector horeca en detailhandel bevinden zich relatief vaak in stadsdeel Centrum. Vestigingen in een verzamelpand en in de sectoren ICT, financiën en zakelijke diensten weten iets vaker geen antwoord te geven op deze vraag (26% en 27% tegenover 22% gemiddeld). Op basis van huurders/kopers, bedrijven/maatschappelijke instellingen en grootte zijn er geen significante verschillen.

4.2 Behoefte aan informatie en (deels) vergoeding kosten Bedrijven en maatschappelijke instellingen zijn ook gevraagd welke hulp ze verwachten van de gemeente Amsterdam met betrekking tot verduurzaming. Twee op de vijf bedrijven en maatschappelijke instellingen verwacht informatie over financierings- en/of subsidiemogelijkheden (42%) en een derde verwacht dat de gemeente (een deel) van de kosten vergoedt (33%). Negen procent noemt een andere verwachting zoals het bemiddelen met verhuurders. In bijlage 2 zijn alle verwachtingen die bij ‘anders’ zijn ingevuld te vinden. Tien procent van de vestigingen verwacht niets van de gemeente.

26

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

Figuur 4.2 Verwachtingen bedrijven en maatschappelijke instellingen van de gemeente Amsterdam, september 2020 (n=627, procenten)7

42

informatie over financierings- en/of subsidiemogelijkheden (een deel van) de kosten vergoedt

33

onafhankelijk energieadvies beschikbaar stelt

28

vrijheid geeft om zelf keuzes te maken van duurzame maatregelen

26

aangeeft welk alternatief het beste voor mijn organisatie is

22

adviseert welke stappen mijn organisatie wanneer moet nemen

22

wijst op geschikte en betrouwbare (installatie)bedrijven

17

collectieve inkoop organiseert

15

verbindt met organisaties die ook duurzame maatregelen nemen

12

zich niet bemoeit met duurzame maatregelen in mijn organisatie

9

anders

7

niets

10 19

weet niet, geen antwoord

0

%

20

40

60

80

100

Er zijn weinig verschillen tussen types bedrijven en maatschappelijke instellingen. Alleen bedrijven in de sector detailhandel en horeca geven vaker dan gemiddeld aan dat ze verwachten dat de gemeente Amsterdam (een deel van) de kosten vergoedt (46% tegenover 33% gemiddeld). Eigenaren van de panden verwachten iets vaker informatie over financieringsmogelijkheden (52% tegenover 42% gemiddeld). Daarnaast is de bedrijven en maatschappelijk instellingen specifiek gevraagd of ze behoefte heeft aan energieadvies. Een derde van de bedrijven en instellingen geeft aan behoefte te hebben aan energieadvies (33%), 42 procent geeft aan geeft behoefte te hebben. De meerderheid van de bedrijven en instellingen die wel behoefte hebben aan energieadvies geeft aan alleen die behoefte te hebben als het advies gratis is (zie figuur 4.3). Bedrijven uit de sectoren detailhandel en horeca en vestigingen gevestigd in het Centrum hebben relatief vaak behoefte aan energieadvies (43% en 44%), ook als ze zelf een deel moeten bekostigen. Bedrijven uit de industrie hebben relatief weinig behoefte aan energieadvies (31%).

7 De categorie collectieve inkoop is toegevoegd toen het veldwerk al een week liep. Daardoor hebben minder

respondenten deze optie gekregen, namlijk 357 bedrijven en instellingen. 15% van deze 357 heeft de verwachting dat de gemeente Amsterdam collectieve inkoop organiseert.

27

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

Figuur 4.3 Behoefte ondernemers aan advies over energieadvies, september 2020 (n=627, procenten)

24

6

3

8

34

26 %

0

20

40

60

80

100

wel behoefte, maar alleen wanneer deze gratis wordt aangeboden door de gemeente

wel behoefte, en we zijn bereid een deel van de kosten zelf te betalen wel behoefte, mijn organisatie regelt en betaalt dit zelf geen behoefte, we hebben reeds een energieadvies gehad geen behoefte aan energieadvies weet niet, geen antwoord

Daarnaast is een deel van de respondenten gevraagd8 of ze gebruik zouden maken van energieadvies van de gemeente als ze de helft moeten meebetalen (225 euro). Een op de vijf zou daar gebruik van maken, hoewel een deel dat alleen wil mits er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan (zie tabel 4.4). Wanneer we alleen kijken naar diegenen die behoefte hebben aan energieadvies, is zelfs de helft bereid mee te betalen (zij het onder voorwaarden). Voorwaarden zoals dat de financiële situatie het toelaat en dat het advies bruikbaar is. In bijlage 2 zijn alle voorwaarden voor het meebetalen te vinden. Tabel 4.4 Bereidheid onder bedrijven en maatschappelijke instellingen tot het betalen van helft voor energieadvies, september 2020 (n=357, procenten) procent ja

13

ja, mits

6

nee, heb al energieadvies gehad

8

nee, wil niet mee betalen

17

nee, geen behoefte aan energie advies

26

weet niet, geen antwoord

28

Bedrijven en maatschappelijke instellingen die al maatregelen hebben genomen, geven relatief vaak aan ook energieadvies te hebben gehad, namelijk 10%. De vestigingen die nog geen maatregelen hebben genomen, weten vaak geen antwoord op deze vraag (72%). Ook hier geven bedrijven en maatschappelijke instellingen in stadsdeel Centrum relatief vaak aan dat ze bereid zijn om mee te betalen aan energieadvies. Verder zijn er geen significante verschillen tussen de typen bedrijven en maatschappelijke instellingen.

8 Deze vraag is een week nadat het veldwerk begon toegevoegd. Daardoor heeft niet elke respondent deze vraag

ingevuld.

28

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

4.3 Communicatie via e-mail heeft de voorkeur Tot slot is de bedrijven en maatschappelijke instellingen gevraagd hoe zij het liefst benaderd willen worden door de gemeente over de mogelijkheden van duurzame maatregelen en de eventuele ondersteuning daarbij. De helft van de bedrijven en instellingen wil het liefst deze informatie ontvangen via e-mail (48%). De andere communicatiemiddelen zijn een stuk minder geliefd. Veertien procent vindt een duidelijke website voldoende en zeventien procent heeft helemaal geen behoefte aan (aanvullende) informatie of ondersteuning (zie figuur 4.5). Figuur 4.5 Communicatie tussen gemeente, en bedrijven en maatschappelijke instellingen over de mogelijkheden van duurzame maatregelen en ondersteuning, september 2020 (procenten)

e-mail

48

bezoek door de gemeente ingehuurde onafhankelijke energieadviseur

13

bijeenkomsten in de stad

6

telefoon

5

informatie / bijeenkomsten van mijn branchevereniging 4 informatie / bijeenkomsten van mijn BIZ / bedrijventerrein 4 fysiek loket in de stad 3 niet, een duidelijke website van de gemeente is voldoende

14

geen behoefte aan aanvullende informatie of ondersteuning

17

weet niet, geen antwoord

12 0

%

20

40

60

80

100

Bedrijven en maatschappelijke instellingen in stadsdeel Centrum willen relatief vaak bezoek van een door de gemeente ingehuurde onafhankelijke energieadviseur (21% tegenover 13% gemiddeld). Ook bedrijven uit de detailhandel en horeca willen relatief vaak bezoek van een door de gemeente ingehuurde onafhankelijke energieadviseur (19% tegenover 13% gemiddeld). Deze bedrijven willen ook vaker informatie of bijeenkomsten via de branchevereniging of BIZ (beide 9% tegenover 4% gemiddeld). Bedrijven uit de sectoren ICT, financiën, zakelijke diensten geven vaker aan geen behoefte te hebben aan aanvullende informatie of ondersteuning (19%).

29

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

Bijlage 1 Vragenlijst

GENERIEK 1. Wat is het bouwjaar van het pand waar uw vestiging gevestigd is?  Voor 1921  1922-1976  1977-1993  vanaf 1994  weet niet, geen antwoord 2. Wilt u aangeven of het volgende van toepassing is op het pand waar uw vestiging is gevestigd? (ja-nee-weet niet, geen antwoord)  Verzamelpand (bedrijfsverzamelgebouw, meervoudig gebruik)  Monumentaal pand (Rijks of gemeentelijk) Indien vestiging huurt: 3. Zijn de energiekosten van uw vestiging wel of geen onderdeel van de huurprijs?  De energiekosten zijn inbegrepen in de huurprijs (all-in huren)  De energiekosten zijn niet inbegrepen in de huurprijs (kale huur).  weet niet, geen antwoord 4. Heeft uw organisatie meerdere vestigingen?  Nee  Ja  weet niet, geen antwoord ENERGIEVERBRUIK EN -TOEPASSING 5. Wat is het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van de vestiging?  Minder dan 25.000 kWh  Tussen 25.000-49.999 kWh  Tussen 50.000-199.999 kWh  200.000 kWh of meer  Weet niet, geen antwoord 6. Wat is het jaarlijkse gasverbruik van de vestiging?  Minder dan 10.000 m3 gas  Tussen 10.000-24.999 m3 gas  Tussen 25.000-74.999 m3 gas  75.000 m3 gas of meer  Niet van toepassing, de vestiging niet aangesloten op gas --> ga naar vraag 8  Weet niet, geen antwoord 7.

Waarvoor gebruikt u momenteel gas in de vestiging [meerdere antwoordmogelijkheden]

30

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

    

Koken Verwarmen pand Productieprocessen Anders, namelijk Weet niet, geen antwoord

Indien op vraag 7 is aangegeven dat gas niet gebruikt wordt voor verwarmen pand: 8. Op welke manier wordt de vestiging verwarmd? [meerdere antwoordmogelijkheden]  met behulp van elektriciteit (bijv. warmtepomp / WKO/ zonneboiler)  met behulp van stadsverwarming  met behulp van blokverwarming  op een andere manier, namelijk…  Weet niet, geen antwoord HOUDING 9. Duurzame energiebronnen zijn bijvoorbeeld zonne-en windenergie. Hoe kijkt u namens uw vestiging in het algemeen aan tegen (de overstap naar) duurzame energie? Kunt u per stelling aangeven in hoeverre u het ermee eens bent. [alle items 5-punts schaal van helemaal mee eens tot helemaal mee oneens + weet niet, geen antwoord] [RANDOM VOORLEGGEN]  ik heb weinig tot geen kennis over het onderwerp duurzame energie  ik vind de overstap naar duurzame energie een goede zaak  iedereen in de maatschappij is verantwoordelijk voor de overstap naar duurzame energie, ook mijn organisatie zal hieraan moeten bijdragen  ik wil er niets mee te maken hebben  ik draag actief bij aan de overstap naar duurzame energie  ik probeer anderen mee te krijgen bij de overstap naar duurzame energie 10. De Rijksoverheid heeft besloten dat Nederland, en dus ook Amsterdam, in 2050 aardgasvrij moet zijn.

Wat vindt u namens uw vestiging ervan dat Amsterdam van het aardgas af gaat?  zeer positief  positief  neutraal  negatief  zeer negatief  Weet niet, geen antwoord 11. Amsterdam wil in 2040 aardgasvrij zijn. Wat vindt u namens uw vestiging ervan dat Amsterdam in 2040 van het aardgas af gaat?  zeer positief  positief  neutraal  negatief  zeer negatief  Weet niet, geen antwoord 12. Wanneer bent u voornemens om uw vestiging aardgasvrij te maken?

31

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

     

Voor 2025 Tussen 2025-2030 Tussen 2030-2040 Na 2040 mijn vestiging is al aardgasvrij weet niet, geen antwoord

13. Wat zijn binnen uw organisatie de voornaamste drijfveren om het energieverbruik te verduurzamen? Geef per drijfveer aan in hoeverre het belangrijk is (zeer belangrijk, belangrijk, neutraal, onbelangrijk, zeer onbelangrijk + Weet niet, geen antwoord)       

Houden aan wet- en regelgeving Maatschappelijk verantwoord handelen Onderscheidend vermogen creëren Onze klanten/cliënten verwachten het van ons Verlagen van kosten of rendement op investeringen in duurzame energie Verbeteren van imago van mijn organisatie op verduurzaming Voorbeeldfunctie voor bezoekers van onze locatie(s)

KENNIS Indien vraag 5 = 3 of 4 OF vraag 6 = 3 of 4) 14. Het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren. Dit is de energiebesparingsplicht. Deze geldt voor bedrijven en instellingen (Wet milieubeheerinrichtingen) die per jaar vanaf 50.000 kWh of 25.000 m3 aardgas of een equivalent daarvan verbruiken. Moet uw vestiging voldoen aan de energiebesparingsplicht van de Wet milieubeheer?  Ja, én we voldoen aan de energiebesparingsplicht  Ja, maar het is mij niet bekend of we reeds aan de energiebesparingsplicht voldoen  Ja, maar we voldoen nog niet (helemaal) aan de energiebesparingsplicht  Nee  Ik weet niet of we moeten voldoen aan deze verplichting  Geen antwoord

Indien pand van de vestiging een kantoorfunctie heeft. 15. Per 1 januari 2023 moet elk kantoorgebouw minimaal energielabel C hebben. Dit betekent een Energie-Index van 1,3 of beter. Voldoet het gebouw dan niet aan de eisen, dan mag u het per 1 januari 2023 niet meer als kantoor gebruiken. Deze verplichting staat in het Bouwbesluit 2012. Moet uw organisatie voldoen aan de c-labelverplichting voor kantoren per 1 januari 2023?  Ja, én we voldoen aan de c-labelverplichting  Ja, maar het is mij niet bekend of we reeds aan de c-labelverplichting voldaan  Ja, maar we voldoen nog niet aan de c-labelverplichting  Nee  Ik weet niet of we moeten voldoen aan deze verplichting

32

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

Geen antwoord

GEDRAG EN INTENTIES 16. Zijn één of meer van de onderstaande duurzame maatregelen of acties tot nu toe genomen/uitgevoerd in uw vestiging of zijn er plannen dit in de komende 12 maanden (nog meer) te gaan doen? [ja, hebben we (deels), nee, maar zijn we van plan, nee en zijn we ook niet van plan]            

gebruik van spaarlampen/ledlampen – (drie)dubbel glas vloerisolatie, muurisolatie of dakisolatie radiatorfolie energiebesparende hoogrendements cv-ketel energiemanager (bv Toon) of energiemonitoring zonneboiler voor warm water zonnepanelen warmtepomp volledig van gas af gas en/of stroom afnemen van een 100% duurzame energiemaatschappij anders, namelijk …..

17. Ervaart u of verwacht u bepaalde obstakels bij het nemen van deze duurzame maatregelen? (meerder antwoorden mogelijk)  Nee  Ja, want onvoldoende tijd  Ja, want onvoldoende kennis / te ingewikkeld  Ja, want onvoldoende financiële middelen  Ja, want rendement (besparing) is te laag  Ja, want geen prioriteit binnen de organisatie  Ja, want anders, namelijk…  weet niet, geen antwoord 18. Zorgt de coronacrisis ervoor dat u duurzame maatregelen in uw vestiging uitstelt of niet meer gaat nemen?  ja, zeker  waarschijnlijk wel  misschien  waarschijnlijk niet  zeker niet  nee, ik was al niet van plan om duurzame maatregelen te nemen  weet niet, geen antwoord

33

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Draagvlakmeting energietransitie bedrijven en

maatschappelijke instellingen

BEHOEFTES 19. Wat zou uw organisatie nodig hebben om meer te investeren in verduurzaming van uw vestiging of verduurzaming van bedrijfsprocessen? [meerdere antwoorden mogelijk]  Niets aanvullend  Lage rente leningen  Extra subsidie  Advies over te nemen maatregelen voor energiebesparing en/of duurzame opwekken  Ondersteuning bij het aanvragen van financiering (subsidies en/of leningen)  Ondersteuning bij het selecteren van (installatie)bedrijven  Ondersteuning bij de implementatie van maatregelen  Medewerking van verhuurder (Alleen laten zien indien vestiging huurder is)  Anders, namelijk  Weet niet, geen antwoord 20.

Wat verwacht u van de gemeente Amsterdam om uw organisatie te helpen bij het treffen van duurzame maatregelen? Ik verwacht dat de gemeente… [meerdere opties mogelijk]  niets  informatie geeft over financierings- en/of subsidiemogelijkheden  onafhankelijk energieadvies beschikbaar stelt  aangeeft welk alternatief het beste voor mijn organisatie is  mijn organisatie de vrijheid geeft om zelf de keuze te maken bij het nemen van duurzame maatregelen  adviseert welke stappen mijn organisatie wanneer moet nemen  mijn organisatie wijst op geschikte en betrouwbare (installatie)bedrijven  (een deel van) de kosten vergoedt  mij verbindt met organisaties die ook duurzame maatregelen nemen  collectieve inkoop organiseert  zich niet bemoeit met het nemen van duurzame maatregelen in mijn organisatie  anders, namelijk …  weet niet, geen antwoord 21. In hoeverre heeft uw vestiging nog behoefte aan energieadvies?  Wel behoefte, maar alleen wanneer deze gratis wordt aangeboden door de gemeente  Wel behoefte, en we zijn bereid een deel van de kosten zelf te betalen  Wel behoefte, mijn organisatie regelt en betaalt dit zelf  Geen behoefte, we hebben reeds een energieadvies gehad  Geen behoefte aan energieadvies  weet niet, geen antwoord 21b. Er bestaat een mogelijkheid dat de gemeente Amsterdam onafhankelijk energieadvies beschikbaar stelt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10101704/1