2. De Koele Groene Stratenkaart.pdf
Tekst van het document
Koele Groene Stratenkaart De Koele Groene Stratenkaart laat zien waar de kansen liggen om straten te vergroenen en verkoelen. Met ecologische groene maatregelen verbindt Amsterdam vervolgens de parken, bossen en landschappen uit de Hoofdgroenstructuur. In een steeds drukkere en warmere stad brengen deze straten groen, schaduw en verkoeling aan bewoners en wandelaars. Zo wordt de openbare ruimte aantrekkelijker en de stad toekomstbestendig voor mens én dier.
Beste stadsbestuurders, Veel gepraat over toekomstbestendigheid. Veel metingen. Paar ideeën. Ik mag liggen. Wachten. Uitgedroogd. Zinderend asfalt in laaiende zon. Geen vinger om op te steken. Klinkers zonder stem. Ik zou zeggen: al die toekomst lijkt veel op het verleden. Het was er al. Het werkte al, toen werd het doorgesneden. Als we ergens heen gaan dan graag terug. Wormen a.u.b. Wortels om dit asfalt te breken. De schaduw die hier altijd lag en mensen die slenteren. Waar zijn ze gebleven? De wandelaars, de trage sloffers. Wat is een straat als niemand stopt. Doorvoerroute. Droog kanaal van A naar B. Aandacht wil ik. Aandacht brengt vanzelf de rest. Ik ben geen route maar een plek. Vermoeide groeten, Straat Gedicht over de straat van Marjolijn van Heemstra (Stadsdichter Amsterdam, 2022)
Vastgesteld door het College van B&W van de Gemeente Amsterdam op 9 september 2025
Inhoud Hoofdstuk 1
Inleiding4
Hoofdstuk 2
Opbouw Koele Groene Stratenkaart
8
Hoofdstuk 3
Opdracht en proces tot nu toe
12
Bijlage 1
Ontwerprichtlijnen voor Koele Groene straten
14
Bijlage 2
Natuurinclusieve maatregelen
22
Bijlage 3
Amsterdamse biotopen
32
Hoofdstuk 1
Inleiding Met de Koele Groene Stratenkaart heeft Amsterdam in beeld waar er kansen liggen voor verbindingen zodat er een robuust groen netwerk ontstaat. De verbindingen uit dit netwerk zijn enerzijds ecologische verbindingen die bestaande groengebieden zoals parken, bossen en de scheggen met elkaar verbinden. Anderzijds zorgen ze ervoor dat elke Amsterdammer een koele plek op 300m afstand heeft.
Dit is een belangrijke stap naar een veerkrachtig Amsterdam, voor mens én natuur. Want groen is ver koelend, neemt water op en draagt bij aan een betere gezondheid en leefbaarheid van mens en dier. Aanleg ervan is broodnodig. Door klimaatverandering warmt de stad namelijk snel op — in 2050 kan de temperatuur in sommige delen oplopen tot wel 42 graden. Een groen netwerk zorgt dat de temperatuur op deze plekken daalt en versterkt de biodiversiteit.
NU De Koele Groene Stratenkaart maakt de kansen voor vergroening zichtbaar en bespreekbaar. De vaststelling van de kaart vormt een belangrijk onderdeel van de ambitie om de stad rigoureus te vergroenen. Het college neemt het besluit om de ecologische verbindingen in deze kaart vast te stellen en om de vuistregel 300m afstand tot een koele plek te hanteren. Met dit besluit krijgt de Koele Groene Stratenkaart de nodige status om in de praktijk te onderzoeken hoe de groene en koele maatregelen in deze verbindingen kunnen worden meegenomen in nieuwe plannen en wat hiervoor nodig is.
Koele Groene Stratenkaart
Straat voor straat vergroenen Met de vaststelling van deze Koele Groene Stratenkaart maakt Amsterdam inzichtelijk en bespreekbaar waar en op welke manier deze verbindingen gerealiseerd kunnen worden. De kaart helpt Amsterdam voorbereid te zijn op veranderingen en speelt in op toekomstige ontwikkelingen in de stad. Het is een strategisch hulpmiddel om bij werkzaamheden en investeringen in de bestaande stad en in de nieuwe stad de juiste groene maatregelen mee te nemen. Stap voor stap vergroent Amsterdam de straten uit de kaart tot een samen hangend netwerk van koele, groene straten in 2050.
STRAKS Tussen 2025 en 2027 zoekt de gemeente uit hoe de Koele Groene straten stap voor stap kunnen meeliften met andere projecten die tussen 2027 en 2050 uitgevoerd worden. Het idee is om vergroening te combineren met werkzaamheden in de openbare ruimte. Dit kan op drie manieren: • Bij onderhoudswerkzaamheden en herinrichtingsprojecten in de bestaande stad. • Bij transformatie van bestaande gebieden • Bij nieuwe bouwprojecten in gebieden waar nog gebouwd wordt.
LATER Tussen 2027 en 2050 worden bij werkzaamheden op straat waar mogelijk en betaalbaar de groene maatregelen meegenomen. In 2050, als de temperatuur in Amsterdam kan oplopen tot 42°C, zijn de bomen en planten die nu worden geplant volwassen en groot. Deze volgroeide groene straten zorgen dan voor schaduw, verkoeling en biodiversiteit — wanneer de stad daar nog meer behoefte aan heeft.
Belangrijk hierbij is dat deze Koele Groene Straten zowel in aanleg als beheer financierbaar zijn. Goede afstemming en voorbereiding over mogelijke veranderingen in het proces, de verantwoordelijkheden, de samenwerking en de financieringsbronnen vinden in deze fase plaats.
5
De Koele Groene Stratenkaart – eindbeeld 2050
NB
NB NB
NB NB
NB NB
N
Legenda
0
1
ecologische verbindingen
2
3
4km
gidssoorten
connecties
Type A - Spoor
vos
rivierdonderpad
vogel
Indicatieve lijnen voor tot een koele plek
Type B - Parken en natuurgebieden
boommarter
vis
vogel bos
landschap eilanden ov
Type C - Singelgrachtzone
wezel
aal
vogel struik
Type D - Dijken
hermelijn
ringslang
vogel water
Type E - Oevers
egel
wilde bij
huismus
Type F - Rijkswegen
eekhoorn
vlinder
kleine karekiet
vleermuis
rietzanger
Type G - Rivieren Type H - Kades Type I - IJoever
waterspitsmuis otter
meervleermuis
plaatsen straten bebouwing open ruimte water
hoofdgroen- en ecolog
kerngebied (Plan Biod
droge verbinding (Pla
natte verbinding (Plan
Vuistregel 300m afstand tot een koele plek. 300 m
r 300 meter
ver IJ
gische hoofdstructuur
diversiteit)
an Biodiversiteit)
n Biodiversiteit)
7
Hoofdstuk 2
Opbouw Koele Groene Stratenkaart Bij de keuze van straten en het ontwerp van de kaart is rekening gehouden met de stedelijke structuur van de buurt. De straten op deze kaart zijn gekozen omdat juist die straten de bestaande groengebieden beter met elkaar verbinden.
Het gaat om wandel- en fietsroutes (Hoofdnet wandel en fiets) en infrastructuur waaronder watergangen langs kades, rivieren en dijken en taluds langs spoor en snelwegen. Ook staan natuurgebieden aan de basis
van de kaart: de Hoofdgroenstructuur (HGS), de Amsterdamse Ecologische Structuur (AES) en Hoofdbomenstructuur, die weergeven waar belangrijke ecologische gebieden liggen om te verbinden.
Figuur 1: Ecologische verbindingen uit de Omgevingsvisie
Figuur 2: Hoofdgroenstructuur en Amsterdamse Ecologische Structuur (bestaand groen)
Figuur 3: Aansluiting op Plan Biodiversiteit Parken en Natuurgebieden
Figuur 4: Groennet (onderdeel van het fietsnetwerk) en stedelijke wandelroutes
• Plan Biodiversiteit voor parken en natuur gebieden richt zich op het vergroten van de biodiversiteit in de ecologische kern gebieden en verbindingszones van Amsterdam. Hieronder valt de Amsterdamse ecologische structuur (AES) aangevuld met de parken uit de Hoofdgroenstructuur. (figuur 3)
Figuur 5: Hoofdbomenstructuur
• De Koele Groene Stratenkaart richt zich op het verbinden van de natuur en het inzichtelijk maken van kansen voor koele routes. • Het vergroten van de biodiversiteit in gebieden en het verbinden ervan versterkt de Amsterdamse biodiversiteit.
Koele Groene Stratenkaart
9
Nieuwe koele plekken en straten Om er voor te zorgen dat Amsterdammers in de toekomst niet te ver hoeven lopen naar een koele plek hanteert Amsterdam de vuistregel dat binnen 300 meter van huis een koele plek bereikt moet worden. De Wereldgezond heidsorganisatie (WHO) adviseert deze afstand omdat dit voor de meeste mensen, waaronder ouderen en kinderen te belopen is.
De volgende stap is om in 2026 nog gedetailleerder in kaart te brengen waar behoefte is aan schaduw en koele plekken en straten. Dit gebeurt aan de hand van het rapport “De hittebestendige stad” van onder andere de Hogeschool van Amsterdam. Hierin staan richtlijnen voor het (her)inrichten van de buitenruimte, zie Bijlage 1.2. Het rapport is gebaseerd op praktijkonderzoek en samenwerking met diverse partners en gemeenten en borduurt ook voort op de richtlijnen uit de werkwijze ruimtelijke klimaatadaptie van Amsterdam (2021).
Er is een ontwerp voor logische looproutes in de buurten gemaakt in samenwerking met experts uit de stad en stadsdelen. Dit zijn de dunne groene lijnen op de Koele Groene Stratenkaart (figuur 6). De precieze ligging van deze loopverbindingen wordt de komende jaren nog verder afgestemd. Leidend bij het ontwerp is: • Maximale loopafstand 300 meter tussen voordeur en koele plek • Ruimtelijke mogelijkheden om verbindingen groener en ecologischer te maken • Aansluiting op andere ecologische verbindingen, waar mogelijk uit deze Koele Groene Stratenkaart • Logische looproutes door buurten • Aansluiting op wandelroutes, zodat voetgangers de stad uit kunnen lopen naar een ander groengebied of stad.
Figuur 6: De vuistregel 300 meter afstand tot een koele plek
Koele Groene Stratenkaart
10
Nieuwe ecologische verbindingen De ecologische verbindingen zorgen ervoor dat de bestaande parken en natuurgebieden beter met elkaar verbinden, zodat de natuur en biodiversiteit verbetert. Dit is een verdere uitwerking van de vastgestelde ambitie uit de Omgevingsvisie, Groenvisie en Plan Biodiversiteit, Parken en Natuurgebieden (p. 12 Plan Biodiversiteit).
Voor elke soort verbinding zijn standaardprofielen met ontwerppunten uitgewerkt, zie Bijlage 1.3. Het uiteindelijke ontwerp van de straat gebeurt met bewonersparticipatie (volgens de regels van de participatieverordening) en in samenwerking met een ecoloog, ontwerper openbare ruimte en beheerder. Het is altijd maatwerk zodat het ontwerp past bij de natuurlijke en de gebouwde omgeving. Hiermee ontstaat het beste resultaat voor de dieren en mensen in de stedelijke omgeving.
9 verschillende typen ecosystemen
Ontwerpen voor gidssoorten
In de Koele Groene Stratenkaart zijn 9 verschillende typen ecologische verbindingen ingetekend. Dit zijn de dikkere gekleurde lijnen op de Koele Groene Stratenkaart (figuur 7). Deze zijn gekozen op basis van de bestaande stedelijke structuur zoals de bebouwing, groen en water, verschillende biotopen en stedenbouwkundige structuren. Elke type ecosysteem heeft een eigen letter en eigen kleur:
In de Koele Groene Stratenkaart is per ecologische verbinding aangegeven voor welke belangrijke diersoort de verbinding bedoeld is. Deze ‘gidssoorten’ zijn gekozen op basis van hun aanwezigheid of vestigingskansen in het gebied. Langs een dijk in Noord kunnen bijvoorbeeld andere gidssoorten gekozen zijn dan langs een dijk in Zuidoost.
1. Type A gaat langs spoorwegen
Een gidssoort is een belangrijke diersoort die hoort bij een bepaald soort groen, zoals vleermuizen bij bomen, en egels bij struiken. Deze soort stelt specifieke eisen aan het soort planten, voedsel en schuilplekken, waarvan andere soorten ook gebruik van kunnen maken. Bij het ontwerp van de routes wordt rekening gehouden met de vijf V’s voor dieren: verblijfplaats, voedsel, veiligheid, voortplanting, verbinding en variatie.
2. Type B zijn verbindingen langs parken en natuurgebieden 3. Type C is de ring langs de Singelgrachtzone 4. Type D zijn verbindingen langs dijken 5. Type E zijn verbindingen langs Oevers
Voor de haven worden de gidssoorten later met het havenbedrijf uitgewerkt.
6. Type F zijn bermen langs rijkswegen 7. Type G zijn verbindingen langs rivieren 8. Type H zijn verbindingen langs kades 9. Type I gaat langs de IJ-oever
Figuur 7: Ecologische verbindingen
Koele Groene Stratenkaart
11
Hoofdstuk 3
Opdracht en proces tot nu toe
De oorsprong van de Koele Groene Stratenkaart ligt in de wens om de bestaande groengebieden uit de Hoofdgroenstructuur (HGS) te verbinden tot een samenhangend, aantrekkelijk groen netwerk voor mens en dier. Het doel is om zowel mensen als dieren een prettiger leefomgeving te bieden.
Deze intentie komt voort uit de Groenvisie 2020- 20250, de Omgevingsvisie (2021) en het coalitieakkoord van 2022. De Koele Groene Stratenkaart is ook een uitwerking van de Strategie klimaatadaptatie uit 2020, om de stad in 2050 zo goed mogelijk voorbereid te laten op de gevolgen van klimaatverandering, zoals bijvoorbeeld hittestress en hevige regenbuien. Uitgangspunt en onderlegger van de Koele Groene Stratenkaart is de Kansen en verbindingenkaart Groen & Ecologie, opgesteld door de stadsdelen van de gemeente. In de afgelopen zes jaar (2018-2024) zijn de verschillende groene verbindingen uit de kansen en
verbindingenkaart stadsbreed nader uitgewerkt zodat de verbindingen niet aan een stadsdeelgrens stoppen. In dit proces is veel aandacht besteed aan de samen werking met de verschillende directies en ontwerpers uit de stadsdelen.
Samenwerking Voor verdere uitwerking van de vuistregel van 300 meter afstand tot een koele plek en het nog uit te werken koele netwerk wordt samenwerking met de stadsdelen, de verschillende directies, nutsbedrijven en andere experts binnen en buiten de gemeentelijke organisatie gezocht.
figuur 8: Uitwerken met de 7 Stadsdelen, Weesp en Beheer en Onderhoud.
Koele Groene Stratenkaart
13
Bijlage 1
Ontwerprichtlijnen voor Koele Groene straten
Het ontwerp van Koele Groene Straten volgt de beleidskaders van de gemeente Amsterdam, zoals het handboek Rood en Groen, de provincie Noord-Holland, de waterschappen en de nationale wet- en regelgeving.
Koele Groene Straten zijn ingericht met verschillende groene maatregelen; hoe robuuster en groener hoe beter. Een goed ontworpen straat is een duurzame groene straat, in staat om groen te blijven bij verschillende omstandig heden. En die in staat is om biodiversiteit te ondersteunen, ecosystemen te versterken en de leefkwaliteit van zowel mens als dier in de drukke stad te verbeteren.
Natuurinclusieve maatregelen Omdat Koele Groene Straten zijn ontworpen met het oog op verkoeling en biodiversiteit ligt de focus anders dan bij een stadsstraat of winkelstraat. Er wordt vroeg tijdig ontworpen met natuurinclusieve maatregelen, die verder gaan dan alleen een extra boom of plantenvak.
Aantrekkelijker voor voetganger en fietser Waar in andere steden veel meer wordt gelopen, is Amsterdam juist een echte fietsstad. Onze stad is daarop ook ontworpen, met als gevolg dat de voetganger het niet altijd gemakkelijk heeft in Amsterdam. Alle reden om bij het ontwerp van Koele Groene Straten ook te zorgen voor aantrekkelijke voetpaden met veel groen.
Omgeving Het ontwerp sluit aan bij de wijk, buurt en straat, met oog voor (cultuur)historie, erfgoed, ontwikkelings geschiedenis en ontwerpstijl. Groene maatregelen sluiten aan op het profiel van de straat (profielstudies) en ondergrond, inclusief kabels en leidingen. Hierover volgen afspraken met de betreffende nutsbedrijven. Zorgvuldige overweging waar bomen kunnen worden geplaatst voor schaduw. Niet overal is schaduw wenselijk, gezien de behoefte aan daglicht in woningen.
Gebruiksdruk Het ontwerp sluit aan bij de gebruiksintensiteit en draagt bij aan de functie van het groen. Denk aan intensief of extensief gebruik, de balans tussen cultuur en natuur, de relatie tussen hoofd- en secundaire netwerken van andere verkeersnetten, en de ontmoetingsmogelijk heden en sociale functies in een buurt. Ontwerpricht lijnen voor gebruik in relatie tot ecologie en de 300 meter-regel staan in bijlage 1.1 en 1.2.
Comfort en aantrekkelijkheid • Rustige routes: minimale vrije doorloopruimte van 2 tot 3,60 meter op drukke routes (zie Leidraad voetgangersruimte). • Toegankelijke verharding. Stem het ontwerp af met verschillende stakeholders. • Smalle struinpaden zijn acceptabel als er een toegankelijk alternatief is.
Koele Groene Stratenkaart
• Schaduwplekken met bomen moeten op 100 meter beschikbaar zijn. • Rustplekken (bank, ‘eenzitter’ of zitmuurtje) moeten binnen 200 meter beschikbaar zijn. • Rustplekken worden behaaglijker met lage hagen. • Routes zijn verbonden met het openbaar vervoer en voorzieningen. • Het ontwerp houdt rekening met voldoende goede luchtkwaliteit en het verminderen van geluidsoverlast. • Gevarieerd groen: structuur, hoogte, geur, kleur en bladcontrasten. • Jaarrond aantrekkelijke bloeimomenten voor mens en dier, zoals verschillende bijen- en vlinderbloemen waarvan het hele jaar door een soort bloeit. • Het ontwerp zorgt voor een ervaring van de seizoenen en ervaring van de elementen: water, bodem, lucht en zon. • Aansluitend op de “genius loci”, de geest van de plaats en directe omgeving. • Beleving van nabijheid, verrijking en comfort. • Afwisseling in het straatbeeld op ooghoogte voorkomt monotone rechte bebouwingsstructuren. Denk hierbij aan een gevarieerde plint, verschillende groene maatregelen met diverse beplanting in de openbare ruimte en zichtlijnen naar water, binnenhoven, pleinen of andere functies
Voor joggers wordt op sportroutes aanvullend rekening gehouden met: 1. Snel van huis naar het groen, richting het landschap. 2. Voldoende brede, vrije doorloopruimte met weinig obstakels of stoplichten. 3. Kunnen ook langs drukke plekken vanwege sociale interactie en veiligheid. 4. Een zachte ondergrond. 5. Rustplekken voor rek- en strekoefeningen. 6. Dag- en nachtroutes. 7. Schaduw op looproutes.
Recreatie • Beweging: Voorzieningen, ruimte of aanleidingen voor verschillende vormen van beweging en spelen, met gebruik van natuurlijke materialen. Het ontwerp houdt rekening met diverse doelgroepen zoals natuurliefhebbers, tuiniers voor sierplanten en voedsel, ontdekkers, spelers en avonturiers. • Kijken: Variatie in de straat en mogelijkheden voor uitzicht op water, pleinen, bijzondere beplanting of gebouwen. • Ligging: Zorg ervoor dat deze locaties droog zijn. • Sportroutes: Elke 300 meter voorzieningen voor rek- en strekoefeningen, spieroefeningen, enzovoort. Deze zijn natuurlijk of bestaan uit natuurlijke materialen en hier zijn ’s zomers ook schaduwrijke plekken (klimaatadaptie).
15
• Spelen: Speelvoorzieningen zijn duurzaam en bestaan uit natuurlijke materialen. Schaduw in de vorm van (bladverliezende) bomen voor zomerse, hete dagen zijn belangrijk voor kinderen, volwassenen en dieren. • Eten: Eetbare gewassen (op plekken zonder bodemvervuiling of intensief autoverkeer) en picknickbanken op geschikte locaties. Bij het plaatsen van banken wordt gelet op geen overlast in de buurt. • Lezen en werken: Zitplekken met of zonder tafels. • Rusten: Regelmatige rustpunten ongeveer om de 250 meter. Denk aan een bank, maar een muurtje of beugel is ook geschikt.
Veiligheid Het ontwerp houdt rekening met de omgeving en veiligheid. Denk aan nachtelijke overlast veroorzaakt door hangplekken in de buurt van woningen. En sociale veiligheid en zichtbaarheid op straat. Het ontwerp wordt afgestemd met de directe bewoners, maar houdt ook rekening met de meerwaarde voor de bezoekende voetganger en fietser van de straat. • Lommerrijke schaduwplekken
Sociaal veilig • Geen hoge bosjes (maximaal 1m) vlak langs hoofdwandelpaden
• ’s Avonds zijn verlichte paden beschikbaar voor fietsers en voetgangers. • Let op dat de lichtkegel alleen op voetpad schijnt en niet in het groen of op de gevel van gebouwen vanwege nachtrust voor mens en dier. • Verlicht de hoofdverbinding door een park of bos, zodat iedereen hiervan gebruik kan maken en de sociale veiligheid op deze belangrijke route gewaarborgd blijft. De andere verbindingen kunnen dan onverlicht blijven vanwege nachtrust voor mens en dier en voorkomen van lichtvervuiling.
Fysiek veilig • Geen elementverharding op de wortels van boomsoorten die erom bekend staan het straatwerk omhoog te drukken. • Geen boomsoorten in verharding waarvan de wortels de elementverharding omhoog drukken. • Raadpleeg het Handboek Groen (laat wortels naar beneden groeien).
Verkeersveiligheid • Afhankelijk van de rijsnelheid op de weg: groene maatregelen maximaal 0,50 meter hoog als ze binnen 0,60 meter van de weg staan vanwege de zichtbaarheid van voetgangers voor fietsers en automobilisten (Handboek Groen).
Bijlage 1.1 Ontwerprichtlijnen voor de vuistregel 300 meter tot een koele plek Richtlijnen uit de “Hittebestendige Stad’ van onder andere de Hogeschool van Amsterdam worden nog verder uitgewerkt en afgestemd.
Afstand tot koelte Iedere woning bevindt zich op maximaal 300 meter van een aangename en aantrekkelijke koele plek.
Percentage schaduw op belangrijke looproutes en in buurten Op het heetst van de dag moet er voldoende schaduw zijn op belangrijke looproutes en in buurten, zodat essentiële functies in de stad bereikbaar blijven en de leefbaarheid behouden blijft. Voorstel: minimaal 40% schaduw op belangrijke looproutes; in woonbuurten wordt soms 30% genoemd als richtwaarde.
Koele Groene Stratenkaart
Percentage groen per buurt Er moet voldoende groen aanwezig zijn in buurten om verdamping mogelijk te maken en zo de gemiddelde luchttemperatuur te beperken. De exacte hoeveelheid groen is afhankelijk van het type wijk, maar meer groen betekent doorgaans een lagere temperatuur (10 procentpunt meer groen kan de luchttemperatuur met ongeveer 0,5°C verlagen).
Definitie van een koele plek Een plek van tenminste 200m2, waar de gevoels temperatuur onder de 35 °C graden blijft op een hete zomerdag, welke ook aangenaam is om te verblijven en toegankelijk voor iedereen, als ook beheer.
16
Daarnaast is de uitdaging in Amsterdam dat beplanting zowel lange perioden van droogte als perioden van veel regenwater moet aan kunnen. Hierdoor moeten bij de keuze voor planten met beide aspecten rekening gehouden worden. In de praktijk betekent dat beplanting altijd maatwerk is. In de werkwijze ruimtelijke klimaat adaptatie staan algemene (ontwerp)richtlijnen rondom onder andere de droogteproblematiek welke we ook meenemen in het onderzoek. Mee te nemen aspecten in verband met droogte: • Voor water(infiltratie): laat regenwater in de grond zakken om zo het grondwater aan te vullen. • Seizoensberging: vang in natte periodes regenwater op om het in droge perioden weer te gebruiken. • Drinkwatergebruik beperken: gebruik regenwater voor tuin en toilet en bespaar drinkwater. • Toepassen droogtebestendig groen: pas de beplanting aan de veranderde drogere omstandigheden aan.
Droogtebestendig groen is erg geschikt voor lange droge perioden, op plekken waar de afstand tot de grondwaterspiegel groot is, in plantvakken waar minder water beschikbaar of bij daktuinen waar sprake is van een kunstmatige bodem zonder contact met het grondwater. Zorg bij vervanging van gewone (boom-)soorten door droogtebestendige soorten voor een goed plan. Droogtebestendige soorten hebben namelijk ook nadelen. De verdamping vermindert, waardoor er minder actieve koeling is en ook de biodiversiteit kan minder worden. Daarnaast heeft nieuwe beplanting tijd nodig om een gelijke hoeveelheid schaduw te leveren. Geschikte soorten staan in Handboek Groen, standaard voor het Amsterdamse straatbeeld. Kies waar mogelijk wel voor inheemse of Europese bomen. Stadsdieren hebben er meer profijt aan, dan aan planten van andere continenten.
Het aanplanten van droogtebestendig groen heeft een positief effect op grondwateronderlast (droogte) en op hitte, doordat deze beplanting minder water nodig heeft en schaduw geeft. Ook laag droogtebestendig groen heeft een positief effect op hitte. Dit komt doordat het slecht warmte opslaat en het warmte langzaam afgeeft.
Bijlage 1.2 Ontwerpuitgangspunten voor de 9 typen ecologische verbindingen Type A - Spoor Waar het spoor is afgeschermd met geluidsschermen, zijn deze bij voorkeur begroeid met klimop. Bomen staan op meer dan 10 meter afstand met hun hart buiten het spoor. Hierdoor ontstaat een zonnige
Hermelijn Egel Ringslang Wilde bij
Vlinder Vleermuis Vogel struik
Koele Groene Stratenkaart
Leidend groentype • Bloemrijk grasland • Ruigte
hotspot voor wilde bijen, dagvlinders en andere bestuivende insecten. Deze corridorfunctie kan alleen goed functioneren als er bij bruggen voldoende ruimte is voor zoogdieren om te passeren.
Begeleidend groentype • Struweel • Natuurvriendelijke oevers • Sloot • Poelen • Bomen (>10m van spoor)
Randvoorwaarden • Richtlijnen t.a.v. verlichting • Faunapassages bij infrastructurele knelpunten • Toepassing inheemse soorten (100%) • Ecologisch beheer
17
Type B - Parken en natuurgebieden Een ecologisch goede opbouw van bosjes bestaat uit een mantelzone met inheemse struiken en een zoom van kruidachtige soorten. Deze opbouw van laag naar hoog kan zich in sommige gebieden zelf ontwikkelen met (ander) ecologisch beheer. De aanleg van houtrillen in de kern
Waterspitsmuis Otter Ringslang
Vleermuis Dwergvleermuis
Type C - Singelgrachtzone De Singelgracht wordt naast een wandelboulevaard ook een ring voor de gidssoorten. Zij komen via deze route naar de verschillende groen gebieden in en om Amsterdam. De oevers worden bij vernieuwing natuurinclusief hersteld met plantvriendelijke
Vis Vleermuis Huismus
van de bosjes voorkomt dat er door de bosjes gelopen wordt, waardoor onderbegroeiing ontwikkelt. Gazons kunnen worden omgevormd tot bloemrijk graslanden beschoeide oevers naar natuurlijke oevers. Kies voor inheemse bomen.
Leidend groentype • Natuur inclusieve kades • Plasdrasoevers • Heesters • Vaste planten
Koele Groene Stratenkaart
Begeleidend groentype • Bomen 1e grootte • Bosplantsoen • Ecologisch gazon • Gazon
mortels en aangepast beheer. In de eerste meter op de kade groeien inheemse (oever)planten. Langs de Singelgracht wordt de strenge inrichting van de laan langzamerhand omgevormd tot een meer parkachtige oeverlaan waar kleine buurtparken ontstaan.
Randvoorwaarden • Richtlijnen t.a.v. verlichting • Faunapassages bij infrastructurele knelpunten • Toepassing inheemse soorten (50%) en uitheemse soorten (50%) • Ecologisch beheer
18
Type D - Dijken Dijken zijn bij uitstek potentiële hotspots voor biodiversiteit. De hellingen die op de zon liggen, bieden nestplekken voor grondnestelende bijen en zijn daarom geschikte leefgebieden voor veel bijen en andere Rode Lijstsoorten. Aan de voet van dijken kan
Boommarter Egel Vis Ringslang
Vleermuis Vogel bos Kleine karekiet
Leidend groentype • Bloemrijk grasland
lokaal kwelwater opkomen, wat kansen biedt voor bijzondere flora. Bomen zijn op de dijken niet gewenst vanwege waterveiligheid. Vanuit biodiversiteit zijn her en der solitaire bomen wel wenselijk.
Begeleidend groentype • Solitaire bomen • Struweel • Ruigte • Natuurvriendelijke oever • Poelen • Rietkragen en rietland
Type E - Oevers Vanaf het water gezien gaat de vegetatie geleidelijk over in steeds drogere planten tot (moeras)bos. De drassige zones zijn vooral van belang voor soortenrijke moerasvegetaties. De ondiepe wateren met waterplanten zijn ideale schuil- en paaiplaatsen voor vissen. Her en der kunnen ook andere groentypen voorkomen in deze zone. Bomen hebben voldoende afstand tot waterwegen vanwege bladval en onwenselijk schaduw op en in het
Vos Boommarter Wezel Egel Eekhoorn Vis Ringslang
Wilde bij Vlinder Vleermuis Vogel Kleine karekiet Rietzanger
Koele Groene Stratenkaart
Leidend groentype • Natuurvriendelijke oever • Bloemrijk grasland • Ruigte • Moerasvegetatie (helofyten en hydrofyten)
Randvoorwaarden • Richtlijnen t.a.v. verlichting • Faunapassages bij infrastructurele knelpunten • Toepassing inheemse soorten (100%) • Ecologisch beheer
water, wat de waternatuur verslechtert. Op verharding is schaduw wel wenselijk. Plant in dat geval tenminste een bomengroep op minimaal 100 meter afstand langs natuurlijke oevers . In de Amsterdamse grachtengordel worden bomen rond de 8 á 10 m geplant en langs andere grachten met kades en basaltglooiingen varieert dit tussen de 8 en de 15 meter.
Begeleidend groentype • Ruigte • Struweel • Bomen (solitair en bosplantsoen)
Randvoorwaarden • Richtlijnen t.a.v. verlichting • Faunapassages bij infrastructurele knelpunten • Toepassing inheemse soorten (100%) • Ecologisch beheer
19
Type F - Rijkswegen De geluidsschermen zijn bij voorkeur begroeid, bijvoorbeeld met klimop. Op de taluds is een variatie aan groentypen mogelijk vanwege verschil len in vochtigheid, temperatuur, bodemgesteldheid en
Boommarter Wezel Hermelijn Egel Vis
Ringslang Wilde bij Vlinder Vleermuis Vogel struik
Leidend groentype • Bomen 1e orde • Bloemrijk grasland
Begeleidend groentype • Bosplantsoen • Struweel • Ruigte • Oeverruigte langs water • Rietkragen en rietland • Poelen
Type G -Rivieren Het doel is om rivieren en kanalen steeds meer een natuurlijk karakter te geven, bijvoorbeeld door het aanleggen van natuurvriendelijke oevers of plasdrasoevers middels voorzetoevers. Ze vormen ook belangrijke migratieroutes, zowel voor vissen als voor vleermuizen. Onderwaterplanten zijn cruciaal voor
Egel Rivierdonderpad Vis Ringslang
Wilde bij Vlinder Vleermuis Kleine karekiet
Koele Groene Stratenkaart
bezonning. Hierdoor is variatie aan groentypen mogelijk, wat kansen biedt voor een hoge biodiversiteit. Op dit soort bermen zullen minder vogels aanwezig zijn vanwege geluidsoverlast en lichtvervuiling vanaf de rijksweg.
Leidend groentype • Bloemrijk grasland • Moerasvegetatie • Ruigte • Rietland • Ondergedoken waterplanten
Randvoorwaarden • Richtlijnen t.a.v. verlichting • Faunapassages bij infrastructurele knelpunten • Toepassing inheemse soorten (100%) • Ecologisch beheer
het verbeteren van waterkwaliteit (KRW). Ze groeien op niet te diepe en niet te voedselrijke bodems, zetten stikstof en fosfaat om in zuurstof en houden het water helder. In helder water krijgen schadelijke blauwalgen geen kans en kunnen tal van waterdieren leven, van watervlooien en kevers tot amfibieën.
Begeleidend groentype • Bomen 1e orde • Bloemrijk grasland
Randvoorwaarden • Richtlijnen t.a.v. verlichting • Faunapassages bij infrastructurele knelpunten • Toepassing inheemse soorten (100%) • Ecologisch beheer
20
Type H - Kades Kades met verticaal gemetselde muren, zijn moeilijk toegankelijk voor planten en dieren. Met het Programma Bruggen en Kademuren en Handboek Natuurinclusieve Bruggen en Kademuren worden deze kades ook als groenblauwe natuurinclusieve verbindingen ingericht. Op en langs kades kunnen kleine ecosystemen
Egel Vis Vlinder Huismus Kleine karekiet
Leidend groentype • Natuurinclusieve kademuur • Kunstmatige plasdrasoever • Bomen (laanbomen 1e orde en solitair)
Type I - IJoever In de Ecologische Kaart Noord is de openbare ruimte met kleine groene gebieden aan het IJ uitgewerkt. Deze gebieden noemen we groene balkons. De wens is om de Ecologische Hoofdstructuur van de Noordelijke IJ-oever te verbinden door de oeverzone te koppelen aan het groen. Dit omvat de Waterlandse Zeedijk, de Noord Hollandsch Kanaalzone, Landelijk Noord en de polders in stedelijk Noord (zie voor meer
Vis Wilde bij Vlinder Vleermuis Kleine karekiet
Leidend groentype • Natuurinclusieve kademuur • Kunstmatige plasdrasoever • Bomen (laanbomen 1e orde en solitair)
Koele Groene Stratenkaart
ontstaan. Hier kan met technische innovaties meer biodiversiteit ontstaan, zoals kunstmatig aangelegde plasdrasoevers, voorzieningen voor muurflora en vispassages. Op de kade staan vaak laanbomen die voor vleermuizen van belang zijn voor voedsel en oriëntatie.
Begeleidend groentype • Bosplantsoen • Bloemrijk grasland • Struweel • Ruigte
Randvoorwaarden • Richtlijnen t.a.v. verlichting • Vissteen • Ecologisch beheer
ontwerpdetails de Ecologische Kaart Noord). De Amsterdamse biotopenkaart laat de diverse stede lijke biotopen in Amsterdam zien. Een biotoop is een gebied met een min of meer uniforme leefomgeving, waar specifieke planten- en diersoorten kunnen gedijen. De biotopenkaart geeft informatie over de kans op het voorkomen van verschillende plant- en diersoorten in de verschillende stedenbouwkundige structuren van de stad.
Begeleidend groentype • Bosplantsoen • Bloemrijk grasland • Struweel • Ruigte
Randvoorwaarden • Richtlijnen t.a.v. verlichting • Vissteen • Ecologisch beheer
21
Bijlage 2
Natuurinclusieve maatregelen
Raadpleeg het boek op Amsterdam Open Research voor de ontwerprichtlijnen.
Om te helpen bij het bepalen van de mogelijkheden voor een Koele Groene Straat, is er de Toolbox Natuurinclusief Ontwerpen. Deze toolbox laat zien met welke natuurinclusieve maatregelen de gemeente Amsterdam wil werken om de biodiversiteit in de stad te verbeteren.
O.1. Wadi (waterafvoer door infiltratie)
O.2. Amfibieënpoel
O.3. Rugstreeppaddenpoel
O.4. Vijver
O.5. Bloemenweide
Koele Groene Stratenkaart
23
O.6. Boom
O.7. Bloemrijke boomspiegel
O.8. Heg en haag
O.9. Muur van wildernis
O.10.1 IJsvogelwand
O.10.2. Oeverzwaluwwand
O.11. Faunapassage
Eekhoornbrug als faunapassage
Koele Groene Stratenkaart
Faunatunnel als faunapassage
24
O.12.1. Takkenril
O.12.2. Marterhoop
Steenhoop
O.13. Grondwal voor wilde bijen
Takkenhoop
O.14. Insectenhotel
model b
O.15. Natuurvriendelijke oever
Koele Groene Stratenkaart
O.16. Natuurinclusieve steenglooiing
25
O.17.1. Renovatie kademuur
O.17.2. Nieuwe natuurinclusieve kademuur
O.18. FUP (fauna uittreedplaats)
O.19. Vishotel en -stenen
O.20. Vissenbos
O.21. Natuurvriendelijke oever bij woonboten
Koele Groene Stratenkaart
26
O.22.1. Brugvleugel/keermuur
O.22.2. Natuurinclusieve brug
K.1. Steiger/terras op water
Steiger met natuurlijke oever
Steiger met bloembakken
K.2. Terras (privé)
K.3. Groene geveltuin
Koele Groene Stratenkaart
27
K.4. Groene gevel
Grondgebonden opties
Niet-grondgebonden optie in grote bakken
K.5. Erfafscheiding
Klimplanten
K.6. Pergola
Koele Groene Stratenkaart
Klimplanten & groenbakken
Haag & leiboom
K.7. Bloemenweide i.p.v. gazon
28
G.1. Voorzieningen voor vogels
G.2. Voorzieningen voor vleermuizen
G.3. Groene gevel en galerij
Woning
Koele Groene Stratenkaart
Woongallerij
Woongallerij
29
G.4. Natuurinclusief balkon
Extensief balkon
Natuur balkon
G.5.1. Bruin dak
Intensief balkon
G.5.2. Waterdak
Permanent waterdak
Polderdak
G.5.3. Groen dak
Extensief dak
Koele Groene Stratenkaart
Natuurdak
Intensief dak
30
G.6. Begroeide pergola op dak
G.7. Kas op dak
Koele Groene Stratenkaart
31
Bijlage 3
Amsterdamse biotopen De Amsterdamse biotopenkaart laat de diverse stedelijke biotopen in Amsterdam zien. Het geeft informatie over de kans op het voorkomen van verschillende plant- en diersoorten in de verschillende stedenbouw kundige structuren van de stad.
Koele Groene Stratenkaart
32
Bebouwde biotopen Gesloten
Hoge dichtheid bebouwing De binnenstad kenmerkt zich door bestrating, stegen, dichte en gesloten bebouwing, grachten en straatbomen. Er is beperkte ruimte voor groen en er zijn weinig privé tuinen. Gidssoorten: glerzwaluw / vleermuis / muurvaren Gesloten blok met binnentuin Het gesloten bouwblok kenmerkt zich door gesloten bebouwing met binnentuinen, grachten en straatbomen. Deze binnentuinen variëren van grootte en beplantingsty- pe zoals keurtuinen in de grachtengordel. Gidssoorten: boomkruiper / vleermuls / muurvaren / bruine kikker
Open
Woningen met (voor-en) achtertuinen Deze blotoop kenmerkt zich door (aaneengeschakelde) eensgezins woningen met voor- en/of achtertuinen. Deze tuinen variëren van grootte en beplantingstype. Gidssoorten: roodborst/zwartkop/heggemus /egel Hoogbouw Hoogbouw kenmerkt zich door de hoogte van de bebouwing (> 30 m), beperkt groen in de openbare ruimte en beplanting op gevels en daken. Gidssoorten: slechtvalk / gevel- en dakbeplanting Flats met openbaar groen Flats van ca. 4 lagen met omringens openbaar groen zijn kenmerkend voor deze blotoop. Het openbaar groen heeft een open karakter met grasvelden met bomen en struikgewas. Gidssoorten: houtdulf/tjiftjaf/mol/egel / bruine kikker Gemixte bebouwing Gebieden met gemixte bebouwing kenmerken zich door een variatie aan gebouwvormen en -hoogtes. Het zijn vaak gebieden in transitie waardoor beplanting jong Is. Gidssoorten: koolmees / slechtvalk / vleermuls Werkgebieden Werkgebieden bestaan ult losse bebouwingen met platte daken, bomen langs wegen en rulgte tussen gebouwen. Het groen in deze gebieden wordt minimaal onderhouden. Gidssoorten: scholekster / konijn / bunzing / hermelein /Vos Havengebieden De havengebieden in de stad zijn weinig groen met havenwateren en grote platte daken. Groen dat aanwezig is is extensief beheerd groen langs randen. Gidssoorten: rugstreeppad / konijn / rietorchis
Groene biotopen Sportpark Sportvelden bestaan ult (kunst)gras. Rondom de velden liggen vaak bossages en sloten waar flora en fauna een plek kunnen vinden. Gidssoorten: zanglijster / konijn/wezel / dotterbloem Groene verbinding De groene verbindingen zijn gelegen langs Infrastructuur hierdoor worden ze vaak ongemoeld gelaten. De groene verbindingen zijn belangrijk voor soorten om zich te verplaatsen. Gidssoorten: kleine zoogdieren / amfibieën / reptielen Stadspark In de stad zijn verschillende parken en plantsoenen waartussen veel verschillen te vinden zijn. Het stadpark bestaat vaak uit een afwisseling van open grasvelden, dichte beplanting en wateren. Gidssoorten: IJsvogel / boomklever / egel Begraafplaats Begraafplaatsen zijn rustige en groene plekken in de stad. Kenmerkend is de grote diversiteit aan soorten bomen, gazons en bossages. Gidssoorten: groene specht/egel / eekhoorn Volkstuinen Volkstuinen zijn groene plekken in de stad bestaand ult percelen met veel variatie (van moestuin tot siertuin). Gidssoorten: ransull/tuinfluiter/torenvalk/egel (Welde) Landschap Deze landschappen bestaan vaak uit een variatie aan graslanden, bossages en een netwerk van sloten. De leefgebieden zijn hier vaak relatief groot en rustig. Gidssoorten: klevit / grutto / haas Bos Het bos kenmerkt zich door aaneengesloten beplanting (> 60 ha.) van loofbomen, naaldbomen, struweel en ruiggrassen.
Gidssoorten: groene specht/ bosull/ havik/boommarter/vos
Overig Opgespoten ontwikkelgebied Nieuwe gebiedsontwikkelingsgebieden bestaan uit zand. Dit is een tijdelijke blotoop met een zanderige ondergrond waar plonlersoorten voorkomen. Gidssoorten: oeverzwaluw / kleine plevier / rugstreeppad
Water biotopen Zoet water De zoet water blotoop bestaat uit sloten, grachten, rivieren en andere water lichamen in de stad. Samen vormen de wateren met hun oevers en kades een gevarieerd leefgebled. Gidssoorten: kleine kareklet / rivierdonderpad / bittervoorn / kleine modderkruiper / snoek / zwanenbloem Zoet/brak/zout water Brak/zoet/zou water is een mengvorm tussen zoet en zoutwater in een waterlichaam dat in contact staat met de zee. In het waterlichaam bestaan lagen met verschillende zoutwaarden. Gidssoorten: (zoet) snoek / (zoet) brasem / (brak) bot (zout) haring / (zout) scholl / heemst / zeeaster
Koele Groene Stratenkaart
33
Colofon Bestuurlijk opdrachtgever Wethouder Melanie Van der Horst (Openbare Ruimte en Groen)
Ambtelijk opdrachtgever Directie Ruimte en Duurzaamheid en Verkeer en Openbare Ruimte en de collega’s uit de Groenketen.
Ontwerpteam (R&D) Quirijn Verhoog, Angeliki Anagnostou, Szymon Michalski en Anouk Sanders
Beleidsteam Realisatie Groenvisie (R&D): Blanca Schwarz, Geert Timmermans, Florinda Nieuwenhuis, Els Corporaal, Koen Wonders en Geertje Wijten, Communicatie: Willemijn van der Kolk Verkeer en Openbare Ruimte: Iris Dicke en Michel Hoogewerf Ingenieursbureau: Aafke Verbeek Stadswerken: Jan de Laat en Sylvain Scheers Ontwerpers Stadsdelen en Ontwikkelgebieden (R&D)
ONT2025279
Met dank aan alle medewerkers en partners die hebben meegedacht, meegelezen en bijgedragen aan het tot stand komen van de Koele Groene Stratenkaart en dit boek.